2023-004 03 Toelichting.pdf
Tekst van het document
Vastgesteld “Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen” NL.IMRO.1894.BPL0264-VG01
Vastgesteld “Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen” NL.IMRO.1894.BPL0264-VG01
Opgesteld door
:
Naam en voorletters Adres Postcode en woonplaats Telefoon E-mailadres Venlo
: : : : : :
Arvalis Adviseurs Villafloraweg 1 5928 SZ Venlo 09 november 2022
Inhoudsopgave 1 INLEIDING ................................................................................3 1.1
Aanleiding en doel planherziening ............................................................. 3
1.2
Vigerend bestemmingsplan ........................................................................ 3
1.3
Leeswijzer ................................................................................................. 4
2 PLANBESCHRIJVING .................................................................5 2.1
Feitelijke situatie ....................................................................................... 5
2.2
Planbeschrijving ........................................................................................ 5
2.3
Stedenbouwkundige en functionele inpassing ........................................... 7
3 RUIMTELIJK BELEID .................................................................9 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................. 9 3.1.1 Structuurvisie infrastructuur en ruimte ....................................................... 9 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ................................... 9 3.1.3 Ladder van duurzame verstedelijking ......................................................... 9 3.2 Provinciaal beleid .................................................................................... 10 3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie ..................................................................... 10 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014/2021.............................................. 11 3.3 Regionaal beleid ...................................................................................... 12 3.3.1 Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg 2020-2024 ........................ 12 3.4 Gemeentelijk beleid ................................................................................. 13 3.4.1 Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas ................................................. 13 3.4.2 Toetsing aan vigerend bestemmingsplan ..................................................
13 3.4.3 Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas ............................................... 14 3.4.4 Waardenoriëntatie en kaderstelling .......................................................... 15 3.4.5 Archeologiebeleid Peel en Maas ............................................................... 16
4 RANDVOORWAARDEN / ONDERZOEKEN.................................. 17 4.1
Beoogde ontwikkeling.............................................................................. 17
4.2 Milieu ....................................................................................................... 17 4.2.1 M.e.r.-beoordeling ................................................................................. 17 4.2.2 Milieuzonering ....................................................................................... 17 4.2.3 Bodem en grondwater ............................................................................ 19 4.2.4 Luchtkwaliteit ....................................................................................... 19 4.2.5 Geur .................................................................................................... 21 4.2.6 Geluid .................................................................................................. 24 4.3
Externe veiligheid .................................................................................... 24
“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
1
4.4 Waterparagraaf ....................................................................................... 27 4.4.1 Provinciaal Waterplan Limburg ................................................................ 28 4.4.2 Watertoets ........................................................................................... 28 4.5 Archeologie en cultuurhistorie ................................................................. 29 4.5.1 Archeologie .......................................................................................... 29 4.5.2 Cultuurhistorie ...................................................................................... 31 4.6 Natuurwaarden en landschapswaarden ................................................... 32 4.6.1 Natura 2000-gebieden ........................................................................... 32 4.6.2 Beschermde planten en dieren ................................................................ 33 4.6.3 Bescherming bossen .............................................................................. 33 4.7
Kabels en leidingen .................................................................................. 33
4.8
Verkeer en infrastructuur ........................................................................ 34
5 JURIDISCHE PLANOPZET ........................................................ 35 5.1
Planstukken ............................................................................................. 35
5.2
Toelichting op de verbeelding .................................................................. 35
5.3
Toelichting op de regels: .......................................................................... 35
6 UITVOERBAARHEID ................................................................ 36 6.1
Economische uitvoerbaarheid .................................................................. 36
6.2
Maatschappelijke haalbaarheid ................................................................ 36
7 PROCEDURE ............................................................................ 38 Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Principestandpunt, gemeente Peel en Maas Vooronderzoek (bodem), M&A Aerius berekening stikstof Quick scan Flora en Fauna, IVN Landschappelijk inpassingsplan Geurberekening
“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
2
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel planherziening
Op het perceel Peelstraat 85 in Panningen was voorheen een agrarisch bedrijf gevestigd in de vorm van een glastuinbouwbedrijf. De agrarische activiteiten op de locatie zijn beëindigd. De initiatiefnemer heeft het voornemen om ter plaatse de bedrijfswoning te gaan gebruiken voor woondoeleinden, de aanwezige kas ter grootte van 1.500 m2 en het naastgelegen hemelwaterbassin met een oppervlakte van 180 m2 te slopen en in de reeds aanwezige aanbouw van de woning is reeds een honden-trimsalon aanwezig van maximaal 50 m2. Daarnaast is het voornemen een nieuwe hobbymatige opslagruimte met paardenstal te realiseren en wordt aansluitend aan de geplande bestemming ‘Wonen’ een paardenbak met verlichting gerealiseerd. Het perceel aan de Peelstraat 85 te Panningen is kadastraal bekend gemeente Peel en Maas, sectie H, nr. 643. In het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Peel en Maas' is het perceel deels bestemd tot 'Agrarisch – Glastuinbouw' met een bouwvlak voor een glastuinbouwbedrijf en deels bestemd tot ‘Agrarisch’. Omdat het perceel is bestemd voor agrarische bedrijfsdoeleinden is het gebruik van het perceel c.q. de woning als burgerwoning niet toegestaan volgens het geldende bestemmingsplan. Tevens is niet toegestaan om ter plaatste van de enkelbestemming ‘Agrarisch’ gebouwen te bouwen.
Het bestemmingsplan bevat in de algemene wijzigingsregels weliswaar een wijzigingsbevoegdheid om de bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ te wijzigen in de bestemming 'Wonen', echter geen wijzigingsbevoegdheid om de bestemming ‘Agrarisch’ te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’. De gemeente Peel en Maas heeft evenwel aangegeven dat het initiatief past binnen de gemeentelijke beleidskaders en dat de gemeente, in principe (bijlage 1), bereid is medewerking te verlenen aan de voorgenomen plannen middels het doorlopen van een bestemmingsplanprocedure conform artikel 3.1 Wro. Met een herziening van het bestemmingsplan wordt de nieuwe bestemming voor de gronden wettelijk geregeld. Het bestemmingsplan bestaat uit de onderhavige toelichting, een verbeelding en bijbehorende planregels. 1.2
Vigerend bestemmingsplan
Op 24 december 2014 heeft de gemeenteraad van Peel en Maas het bestemmingsplan 'Buitengebied Peel en Maas' vastgesteld. In dit bestemmingsplan zijn de gronden aan de Peelstraat 85 binnen het plangebied, zie afbeelding 1, bestemd tot 'Agrarisch Glastuinbouw' en ‘Agrarisch’. Gronden binnen de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' mogen uitsluitend worden gebruikt voor agrarisch bedrijfsmatig gebruik. Wonen is uitsluitend toegestaan in een bedrijfswoning ten behoeve van het agrarisch bedrijf. Andere vormen van wonen zijn expliciet aangemerkt als strijdig gebruik. Dit betekent dat de voormalige bedrijfswoning niet als burgerwoning gebruikt mag worden. Gronden binnen de bestemming ‘Agrarisch’ mogen niet worden bebouwd. Dit betekent dat er geen nieuwe hobbymatige opslagruimte mag worden gerealiseerd op deze gronden. Het vigerende bestemmingsplan bevat weliswaar in de algemene wijzigingsregels een wijzigingsbevoegdheid om onder andere een agrarische bedrijfsbestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen', maar geen wijzigingsbevoegdheid om de enkelbestemming ‘Agrarisch’ te wijzigen in ‘Wonen’. In paragraaf 3.4.2 wordt hier nader op ingegaan.
“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
3
Om het initiatief te kunnen realiseren dient een herziening van het bestemmingsplan te worden vastgesteld overeenkomstig artikel 3.1 Wro.
afbeelding 1, uitsnede vigerend bestemmingsplan Buitengebied Peel en Maas (bouwvlak gele stippellijn).
1.3
Leeswijzer
Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in de benodigde motivering van het planvoornemen, in de vorm van een toelichting. Aan bod komen de volgende aspecten: • project- en gebiedsbeschrijving, hoofdstuk 2; • het actuele beleid met betrekking tot ruimtelijke ordening met toetsing aan rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid, hoofdstuk 3; • toetsing aan milieuwetgeving met betrekking tot bestaande of potentiële belemmeringen in de omgeving van het plangebied (bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, geluidhinder, water paragraaf, aanwezige leidingen, archeologische waarden en natuurlijke en landschappelijke aspecten) en conclusie, hoofdstuk 4; • juridische planopzet, hoofdstuk 5; • uitvoerbaarheid, hoofdstuk 6 • Procedure, hoofdstuk 7.
“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
4
2 Planbeschrijving 2.1
Feitelijke situatie
Aan de Peelstraat 85 in Panningen is op het kadastraal perceel bekend als gemeente Helden, sectie H, nr. 643 een agrarisch bouwvlak gelegen met een tuinbouwkas, een hemelwaterbassin en een bedrijfswoning met een bijgebouw. De agrarische activiteiten zijn beëindigd.
afbeelding 2, luchtfoto plangebied (rode stippellijn)
2.2
Planbeschrijving
Het initiatief bestaat uit het in gebruik nemen van de voormalige agrarische bedrijfswoning aan de Peelstraat 85 te Panningen als burgerwoning. Het aanwezige agrarische bouwvlak zal worden her-bestemd en gesplitst in twee bestemmingsregelingen: • de woning met aanbouw en de daarachter gelegen tuin en erf, waar een hobbyruimte wordt teruggebouwd worden bestemd tot 'Wonen' met een bouwvlak; • de resterende gronden binnen het agrarisch bouwvlak waar de kassen zijn gesitueerd en het waterbassin worden bestemd tot “Agrarisch”. Dit is een gebiedsbestemming zonder bouwvlak en derhalve zonder bouwmogelijkheden. De enkelbestemming “agrarisch” binnen het plangebied wordt eveneens her-bestemd en gesplitst in twee bestemmingsregelingen: • een gedeelte ten noorden van de woning wordt bestemd tot “Wonen” met een bouwvlak. Een gedeelte van de nieuwe hobbyruimte komt namelijk buiten het huidige bouwvlak en binnen de bestemming “agrarisch” te liggen. • De resterende gronden binnen de enkel bestemming “agrarisch” blijven de bestemming “agrarisch” behouden. “Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
5
Een en ander is weergegeven op afbeelding 3.
afbeelding 3, begrenzing bestemming “Wonen” na aanpassing (gele vlak) , overig deel wordt “Agrarisch”
De kassen met een oppervlakte van 1.500 m2 en het hemelwaterbassin met een oppervlakte van 180 m2 worden gesloopt, zie afbeelding 4. De woning met bijgebouwen blijven in gebruik. Met toepassing van de sloopbonusregeling wordt een hobbymatige opslagruimte teruggebouwd. De woning met het bijgebouw krijgen in de gewenste situatie een inhoud van maximaal 1.600 m3. Daarbij wordt tevens gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een beroep of bedrijf aan huis te hebben, waarbij aan de gestelde voorwaarden voldaan dient te worden. Daarnaast wordt er een buitenrijbak met een afmeting van 20 * 40 m gerealiseerd met verlichting. Omdat de inhoud van de woning inclusief bijgebouwen groter is dan de standaard 1.000 m3, dient voor de extra m3 (600 m3) een aanvullende kwaliteitsbijdrage te worden geleverd van 600 m3 * € 15,- = € 9.000,-. Deze extra kwaliteitsbijdrage wordt geleverd door de sloop van de kas (1.500 m 2 * € 5,- = € 7.500,-) en de sloop van een gedeelte van de oude schuur (70 m 2 * € 25,- = € 1.750,-). Met deze kwaliteitsbijdrage is de extra gevraagde inhoud van de gebouwen ruimschoots gecompenseerd.
“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
6
afbeelding 4, aanpassingen op de locatie bij de verandering van de bestemming.
2.3
Stedenbouwkundige en functionele inpassing
De voormalige agrarische bedrijfslocatie is gelegen aan de oostzijde van de Peelstraat in Panningen. De Peelstraat is een buitenweg gelegen ten oosten van Panningen en ten zuiden van Beringe. De omgeving kent een gemengd gebruik met landbouwbedrijven, bedrijfsfuncties buiten de landbouw en burgerbewoning. De bestaande woning blijft bestaan, waardoor het stedenbouwkundige beeld aan de straatzijde slechts beperkt wijzigt. De achter de woning gelegen bedrijfsbebouwing wordt vergroot en wordt in de gewenste situatie gebruikt als trimsalon/hobbyruimte/paardenstal. De woning is en blijft echter het beeldbepalende pand aan de straatzijde. Functioneel past het initiatief eveneens in de omgeving. Naast de verspreid liggende landbouwbedrijven zijn er relatief veel woonbestemmingen. Vanwege de ontwikkeling in de landbouw met veel stoppende agrariërs past het om deze locaties een herbestemming te geven. Het straatbeeld vormt zich gedurende de vele jaren naar een gebied met verspreid liggende burgerwoningen, een tendens die reeds jaren geleden is ingezet en welke nog vele jaren zal doorgaan. Stedenbouwkundig verandert het straatbeeld niet veel. Veel overtollige gebouwen zullen gesloopt worden en in sommige situaties voor een klein deel teruggebouwd, welke dan passend is in de omgeving.
Samen met de landschappelijke inpassing wordt er binnen dit kleinschalig gebied met oude verdichte en besloten bouwlanden een kwaliteitsslag gemaakt, hetgeen stedenbouwkundig verantwoord is. Stedenbouwkundig en functioneel past de onderhavige ontwikkeling derhalve in de omgeving.
“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
7
afbeelding 5, ligging plangebied in de omgeving.
“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
8
3 Ruimtelijk beleid Vanuit de verschillende overheidslagen wordt ruimtelijk beleid opgesteld, waarmee ruimtelijke ontwikkelingen gestuurd worden. Op rijks niveau heeft dit een globaal karakter nader uitgewerkt in provinciaal beleid en concreet gemaakt in gemeentelijk beleid. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op dit ruimtelijk beleid binnen de verschillende overheidslagen. 3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Structuurvisie infrastructuur en ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In deze Structuurvisie staan de (rijks)plannen voor ruimte en mobiliteit. Overheden, burgers en bedrijven krijgen de ruimte om zelf oplossingen te creëren. Het rijk richt zich met name op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen. De nieuwe Structuurvisie vervangt verschillende bestaande nota’s, zoals de Nota Ruimte, de Nota Mobiliteit, de agenda Landschap en de agenda Vitaal platteland. Het rijksbeleid, zoals verwoord in structuurvisie infrastructuur en ruimte, is door provincie en gemeente verder uitgewerkt in provinciaal en lokaal beleid, zoals het POL en de handreiking ruimtelijke ontwikkeling. In deze onderbouwing wordt daarom niet verder ingegaan op de structuurvisie infrastructuur en ruimte. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het rijk legt met het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), of AMvB Ruimte, de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds wordt het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Milieu (SVIR).
In het Barro zijn onder meer rijksvaarwegen, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, buisleidingen, primaire waterkeringen, erfgoederen, kustfundamenten en diverse concrete nationale ruimtelijke projecten zoals het Project Mainportontwikkeling Rotterdam aangewezen als nationaal belang. Ter bescherming van deze belangen zijn reserveringsgebieden, begrenzingen en vrijwaringszones opgenomen. In het besluit is aangegeven op welke wijze bestemmingsplannen voor deze gebieden moeten zijn ingericht. Indien vigerende bestemmingsplannen niet voldoen aan het Barro dan moeten deze binnen drie jaar na inwerkintreding van het besluit zijn aangepast. Onderhavige locatie op de locatie Peelstraat 85 te Panningen is niet gelegen in één van de gebieden waar het Barro betrekking op heeft. Het Barro vormt dan ook geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 3.1.3 Ladder van duurzame verstedelijking Op grond van artikel 3.1.6, lid 2 Bro dient een toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
9
De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens vaste rechtspraak dat, in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. De onderhavige locatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Peel en Maas, er vindt een wijziging plaats van een bedrijfswoning naar een burgerwoning met bijbehorend bijgebouw en wordt een paardrijbak met verlichting gerealiseerd. De functiewijziging is zo beperkt van aard en omvang dat ook om die reden er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Geconcludeerd kan dan ook worden dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor er geen laddertoets hoeft te worden uitgevoerd. 3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen.’ Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. In stedelijk c.q. bebouwd gebied;. b. In landelijk gebied;. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; 3. Klimaatadaptieve en energietransitie; De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: • Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; • Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. “Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
10
Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Toetsing Onderhavige locatie ligt in het buitengebied van de gemeente Peel en Maas. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt een bestaande (bedrijfs)woning herbestemd tot de bestemming “Wonen”. Mede gelet op de gemeentelijke beleidskaders past het onderhavige initiatief binnen de Provinciale Omgevingsvisie. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014/2021 In de omgevingsverordening zijn de beleidslijnen uit het POL door vertaald in specifieke regels. Deze regels zijn bindend voor lagere overheden en dienen ook door vertaald te worden in ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen.
Zoals uit onderstaande uitsnede van een van de kaarten van de omgevingsverordening blijkt, is de locatie niet gelegen in een gebied met een specifieke aanduiding welke zich tegen de gewenste ontwikkeling verzet.
afbeelding 6, Uitsnede omgevingsverordening Limburg 2014
In de Omgevingsverordening Limburg 2021 is de planlocatie aangeduid als “buitengebied” ook in deze versie van de verordening is de locatie niet gelegen in een
“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
11
gebied met een specifieke aanduiding welke zich tegen de gewenste ontwikkeling verzet zoals uit onderstaande kaartuitsnede blijkt.
afbeelding 7, Uitsnede omgevingsverordening Limburg 2021
Derhalve vormt de omgevingsverordening 2014/2021 geen belemmering voor het onderhavige initiatief en bestemmingsplan.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg 2020-2024 De Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg, is op 22 september 2020 vastgesteld door de gemeente Peel en Maas en is een visie waarmee de bestuurders van de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg sturing geven aan de regionale woningmarkt. Het is de 2e visie die door de 8 Noord-Limburgse gemeenten in gezamenlijkheid is opgesteld. De structuurvisie heeft de status van intergemeentelijke structuurvisie op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro). Daarmee heeft het document een juridische status met een zelfbindend karakter. Het opheffen van de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad is één van de centrale opgaven uit de visie. Bij nieuwbouw dient bij voorkeur ingezet te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. In de regio zijn uitgangspunten geformuleerd, waaraan alle bouwplannen moeten voldoen die binnen de kwalitatieve richtlijn vallen.
Deze regionale uitgangspunten omvatten de navolgende punten: • Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; • Gekeken dient te worden naar koppelkansen; • Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot; “Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
12
• • •
Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijke, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen.
Aanvullend wordt tevens het volgende benoemd: • Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. • Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt. • Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. • Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen De voorgenomen ontwikkeling betreft het omzetten van de agrarische bedrijfswoning in een burgerwoning er is dus geen sprake van een toevoeging van een woning. Het initiatief is daarom niet in strijd met de ‘Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg’. 3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas In december 2015 is de Structuurvisie buitengebied door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin wordt het beleid dat ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan Buitengebied Peel en Maas samengebracht. Het betreft voor een groot deel bestaand beleid dat deels is aangevuld en deels nader is uitgewerkt. De structuurvisie vormt de grondslag voor het toepassen van bovenplanse verevening en bijdragen in de ruimtelijke ontwikkeling in het kader van de ontwikkelingsplanolgie. In de structuurvisie buitengebied zijn de volgende plannen opgenomen: ▪ Structuurplan buitengebied ▪ Structuurvisie IV en glas ▪ Streefkwaliteiten Geur ▪ Kwaliteitskader ▪ Archeologiebeleid De voorgenomen ontwikkeling omvat het omzetten van een agrarisch bedrijfsperceel naar woonperceel. Voor de omzetting van het agrarisch bedrijfsperceel naar een woonfunctie geldt dat dit geheel in lijn is met de trend van reductie van het aantal agrarisch bedrijven en de in de directe omgeving gerealiseerde en nog te realiseren burgerwoningen. 3.4.2 Toetsing aan vigerend bestemmingsplan Op 24 december 2014 heeft de gemeenteraad van Peel en Maas het bestemmingsplan 'Buitengebied Peel en Maas' vastgesteld. In dit bestemmingsplan zijn de gronden aan de Peelstraat 85 te Panningen binnen het plangebied bestemd tot ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch – “Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
13
Glastuinbouw’. Zoals in paragraaf 1.1 reeds is aangegeven is gewenste gebruik strijdig met de regels uit het vigerende bestemmingsplan. Gronden binnen de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' mogen uitsluitend worden gebruikt voor agrarisch bedrijfsmatig gebruik. Wonen is uitsluitend toegestaan in een bedrijfswoning ten behoeve van het agrarisch bedrijf. Andere vormen van wonen zijn expliciet aangemerkt als strijdig gebruik. Dit betekent dat de voormalige bedrijfswoning niet als burgerwoning in gebruik mag worden genomen. Gronden binnen de bestemming ‘Agrarisch’ mogen niet worden bebouwd. Dit betekent dat er geen nieuwe hobbymatige opslagruimte mag worden gerealiseerd op deze gronden. Het bestemmingsplan bevat echter in de algemene wijzigingsregels een wijzigingsbevoegdheid om onder andere een agrarische bedrijfsbestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen', maar geen wijzigingsbevoegdheid om de enkelbestemming ‘Agrarisch’ te wijzigen in ‘Wonen’. Om het initiatief te kunnen realiseren dient een herziening van het bestemmingsplan te worden vastgesteld overeenkomstig artikel 3.1 Wro. 3.4.3 Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas Het doel van het kwaliteitskader is het bieden van een instrument om noodzakelijke en/of wenselijke ontwikkelingen in het buitengebied te kunnen combineren met kwaliteitsverbetering.
Bij kwaliteitsverbetering wordt onderscheid gemaakt in Basiskwaliteit (geldt altijd bij ontwikkelingen), daar bovenop Basiskwaliteit Plus of Aanvullende Kwaliteitsverbeteringen. Bij iedere ontwikkeling binnen het bestaande bouwvlak en bij uitbreiding van het bouwvlak tot de referentiemaat in een agrarisch gebied zonder waarden, is Basiskwaliteit van toepassing. Ook bij functiewijziging van een gebouw binnen de bestaande bebouwing is er sprake van basiskwaliteit. Dat wil dus zeggen dat de bebouwing en verharding waar de functiewijziging plaatsvindt moet worden ingepast. In de onderhavige situatie is sprake van het aanpassen van de bestemming van “Agrarisch- glastuinbouw” naar de bestemming “Wonen”. Hierbij wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning. Hierdoor kan er op deze locatie geen agrarische (glastuinbouw) activiteiten meer worden uitgeoefend, waardoor er al een verbetering van omgevingskwaliteit wordt gerealiseerd. Ten behoeve van de functiewijziging naar wonen is een inrichtings-/inpassingsplan gemaakt. Daarin is aangegeven dat het woonperceel Peelstraat 85 Panningen landschappelijk wordt ingepast middels een landschapsplan dat is opgesteld door ing. Ron Janssen (zie afbeelding 7). Er wordt totaal ca. 340 m2 bestaand en nieuw groen in het plan opgenomen.
Dit voldoet aan de eis van minimaal inpassing van groen ter grootte van 10% van het bestemmingsvlak. Het bestemmingsvlak is ca. 3.200 m2 groot (met uitzondering van de rijbak), het bouwvlak ca. 2.200 m2. Het landschapsplan is als bijlage 5 bij deze toelichting gevoegd. Eveneens is bij dit landschapsplan aandacht gegeven aan het opvangen en infiltreren van hemelwater op de extra verhardingen.
“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
14
Afbeelding 8. Landschappelijke inpassing perceel Peelstraat 85 te Panningen
3.4.4 Waardenoriëntatie en kaderstelling In november 2017 heeft de gemeente het document Waardenoriëntatie en kaderstelling opgesteld. Met deze kaderstelling vindt een herijking plaats van de programma’s van de thema’s ruimte en economie en de uitvoeringsafspraken. Bij het zoeken naar een effectieve relatie met de omgeving is zoveel mogelijk aangesloten bij de In november 2017 is de notitie ‘Waardeoriëntatie en kaderstelling’ voor de thema’s Ruimte en Economie vastgesteld. De gemeente Peel en Maas wil bijdragen aan het goede leven binnen de gemeente. Bij alles wat de gemeente doet is een drietal kernwaarden leidend, namelijk zelfsturing, duurzaamheid en diversiteit. Met deze kaderstelling vindt een herijking plaats van de programma’s van de thema’s ruimte en economie en de uitvoeringsafspraken. De economische crisis heeft partijen (overheid, ondernemers, inwoners) geleerd naar mogelijkheden te zoeken. Het denken en doen niet te laten bepalen door automatismen en belemmerende regels, niet te stoppen bij overheidssturing maar juist mee te werken in interactie en partnerschip. De gemeenschap heeft behoefte aan ruimte om zelf initiatieven te ontwikkelen. De gemeente heeft in dat verband een faciliterende rol. Middels expertgesprekken zijn richtinggevende waarden gedestilleerd: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Van Individueel naar Samen; Van Omgevingskwantiteit naar Omgevingskwaliteit; Van Lineair naar Circulair; Van Gesloten naar Open; Van Consumeren naar Beleven; Van Beheersen naar Ruimte geven en vertrouwen; Van Overheidssturing naar Omgevingssturing.
“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
15
Per ‘waarde’ zijn omgevingsdoelen vastgesteld om de waarden inhoud te geven. De waarden en bijbehorende omgevingsdoelen bepalen de richting voor de toekomstige Omgevingsvisie en geven tevens inhoud aan de programmadoelen van de gemeentelijke begroting. Voor het thema Ruimte betreft het dan de programma’s 1.1 ‘Vitale leefomgeving’ en 1.2 ‘Beheer fysieke leefomgeving’. Voor de onderhavige ontwikkeling is binnen het thema het navolgende programmadoel relevant: Waarden en kwaliteiten De gemeente Peel & Maas wil het goede koesteren en ruimte bieden met het oog op een beter overmorgen. Door het onderhouden en versterken van de identiteit van de dorpen en historische landschappen, wordt de diversiteit van de gemeente behouden. Daarbij zijn zelfsturende hechte en levendige gemeenschappen van groot belang. Ook is het van belang om bestaande bebouwing optimaal te benutten en hergebruik van bestaande bebouwing te verkiezen boven uitbreiding en nieuwvesting. Hierdoor wordt de kans op leegstand minimaal en wordt de diversiteit aan bebouwing in de gemeente behouden. Dit alles dient op een duurzame en bewuste wijze te verlopen om de vitale gemeenschap in stand te houden en een gezonde en fysieke leefomgeving te kunnen bieden voor inwoners, planten en dieren. Mede daarom moet er zorg gedragen worden voor de verbinden en de balans tussen de verschillende functies en waarde in de omgeving.
Met onderhavig initiatief blijft het, bestaande nog herbruikbare deel behouden en vindt door beperkte nieuwbouw in combinatie met sloop van overtollige gebouwen en bouwwerken een ruimtelijke kwaliteitsverbetering plaats. Derhalve past het binnen de kaderstelling Ruimte en Economie. 3.4.5 Archeologiebeleid Peel en Maas In het archeologiebeleid, dat in juni 2011 is vastgesteld, geeft de gemeente een kader op basis waarvan in de toekomst archeologisch-inhoudelijk, maar ook economisch verantwoorde beslissingen kunnen worden genomen hoe om te gaan met het bodemarchief. De gemeente Peel en Maas stelt met dit beleidsplan vast: • de archeologische waarden- en verwachtingenkaart; • ondergrenzen (uitgedrukt in oppervlakte en diepte) die duidelijk aangeven of een initiatiefnemer dan wel vergunning-aanvrager verplicht is archeologisch vooronderzoek te laten verrichten; • archeologie als conditie op te nemen bij herzieningen van bestemmingsplannen; • de archeologische beleidskaart. In bestemmingsplannen en bij omgevingsvergunningen dient de gemeente aan te geven welke archeologische waarden in het geding zijn en hoe daarmee omgegaan moet worden. Het archeologiebeleid levert de archeologische eisen op die gesteld kunnen worden bij de toekomstige afgifte van omgevingsvergunningen. In onderhavig bestemmingsplan is rekening gehouden met het gemeentelijk archeologiebeleid. In paragraaf 4.5.1.
wordt nader ingegaan op de archeologische waarden in het plangebied.
“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
16
4 Randvoorwaarden / Onderzoeken 4.1
Beoogde ontwikkeling
De beoogde ontwikkeling is een bestemmingsaanpassing van “Agrarisch – glastuinbouw” naar een bestemming wonen met bijbehorende bijgebouwen en tuinen, waarbij de bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar wonen. 4.2
Milieu
4.2.1 M.e.r.-beoordeling In artikel 7.2, lid 1 van de Wet milieubeheer is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur de activiteiten worden aangewezen: 1. die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu; 2. ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In het Besluit milieueffectrapportage zijn in artikel 2, lid 1 als activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus de verplichting geldt om een milieueffectrapportage op te stellen), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In lid 2 van hetzelfde artikel zijn als activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In artikel 2, lid 5, aanhef en onder b.
van het Besluit milieueffectrapportage, is vastgelegd dat de m.e.r.-beoordelingsplicht ook geldt voor plannen die weliswaar vallen onder een van de in onderdeel D genoemde activiteiten maar waarbij het project valt ónder de drempelwaarden zoals genoemd in onderdeel D, indien: 'op grond van selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben'. In het plangebied wordt de functie van een bestaande bedrijfswoning gewijzigd naar burgerwoning. Een dergelijke functiewijziging komt niet voor in bijlage C, noch in bijlage D van het Besluit m.e.r. Het houden van enkele paarden in stallen is eveneens niet opgenomen in deze hiervoor genoemde bijlagen. Een m.e.r .procedure of een m.e.r. beoordelingsprocedure hoeft niet te worden doorlopen. Omdat functiewijziging waarbij het aantal woningen niet toeneemt niet voorkomt in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is een vormvrije m.e.r.beoordeling eveneens niet noodzakelijk. 4.2.2 Milieuzonering De (indicatieve) lijst “Bedrijven en Milieuzonering 2009”, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse gemeenten, geeft weer wat de richtafstanden zijn voor milieubelastende activiteiten.
In deze publicatie worden de richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen “Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
17
harde afstandseisen. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. Het is aan te bevelen deze afwijkingen te benoemen en te motiveren. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van een omgevingstype gemengd gebied. Dit is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Naast woningen komen andere functies voor zoals bedrijven voor. Ook lintbebouwing in het buitengebied en gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. In de nabijheid van het plangebied zijn de volgende bedrijven/voorzieningen gelegen, zie afbeelding 9. Daarbij is de afstand tot het plangebied aangegeven, alsmede de richtafstand, uitgaande van gebiedstype gemengd gebied en gemeten tot aan de grens van het bestemmingsvlak van de bedrijven/voorzieningen. De in de nabijheid van het plangebied gelegen veehouderijen zijn niet in de tabel opgenomen omdat hiervoor geur de bepalende factor is. Hierop wordt ingegaan in paragraaf 4.2.5. Soort bedrijf
Adres
Afstand tot plangebied
Richtafstand
1.
Hovenier
Zelen 34
693 m
10 m
2.
Caravanstalling en opslag
Groeze 3 en Heibloemseweg 30
300 m
10 m
3.
Zand- en grind bedrijf met grondverzet en bouwstoffen
Peelstraat 87
0m
10 m
afbeelding 9, overzicht omliggende bedrijven ten opzichte van plangebied
Omdat de richtafstanden uit de Handreiking VNG gebaseerd zijn op een rustige woonwijk, mag in geval van een gemengd gebied de richtafstand een stap naar beneden worden toegepast. In onderhavige situatie betekent dit een afwaartse beweging van 30 meter naar 10 meter voor geluid. Met betrekking tot Peelstraat 87 kan worden aangegeven dat de richtafstand gebaseerd is op het geluidsaspect. Het geluidsaspect is van belang voor de woning, maar eveneens voor de activiteiten in het trimsalon. Nu de woning reeds een bedrijfswoning is geweest en de trimsalon in de voormalige ruimte waar eveneens nevenactiviteiten zijn gebezigd, zijn er geen wijzigingen aan het gebruik van de aanwezige gebouwen. Daarnaast is de trimsalon verder van de Peelstraat 87 gelegen dan de woning Peelstraat 85 ( de voormalige bedrijfswoning). De afstand van de trimsalon is bovendien verder gelegen dan de aangegeven 10 meter. Een acceptabel woon- en leefklimaat kan daardoor worden gegarandeerd. Bij verandering van functies in het buitengebied dient eveneens getoetst te worden ten opzichte van de ontwikkelingsmogelijkheden van de reeds aanwezige ( landbouw) bedrijven. Omdat er geen sprake is van het toevoegen van een woning behoorde deze omliggende bedrijven al rekening te houden met de (bedrijfs)woning op Peelstraat 85. Ze worden door de onderhavige aanpassing niet extra belemmerd.
Daarnaast worden de ontwikkelingsmogelijkheden van deze bedrijven ook grotendeels bepaald door het vigerende bestemmingsplan. Het naastgelegen bedrijf aan de Peelstraat 87 wordt belemmerd in zijn ontwikkelingen door de aangegeven maatvoering op de locatie Peelstraat 87 zelf. Vanwege het feit dat de beoordeling van de aanwezige bedrijfswoning met de gewezen nevenfunctie bereiding van voeding voor de catering in de ruimte waar nu het trimsalon wordt gepositioneerd niet wijzigt door de bestemmingsaanpassing kan ten opzichte van de vigerende situatie niet gesproken worden van een vermindering van “Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
18
de ontwikkelingsmogelijkheden van het tegenover gelegen grondgebonden bedrijf (Peelstraat 84). Ook de andere agrarische bedrijven met vee zijn op een zodanige afstand van de locatie gelegen dat zij niet in hun ontwikkelingen worden belemmerd. Het meest dichtbij gelegen bedrijf aan de Heibloemseweg 20 wordt belemmerd door het aanwezige bouwvlak op deze genoemde locatie. De onderhavige aanpassing van de bestemming leidt daardoor niet tot beperking van ontwikkelingsmogelijkheden van in bovenstaande afbeelding vermelde bedrijven. 4.2.3 Bodem en grondwater In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient, in geval van bouwlocaties, aangegeven te worden of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemmingen. Bij de daadwerkelijke invulling van nieuwe bouwmogelijkheden dient de kwaliteit van de bodem door middel van een bodemonderzoek, opgesteld volgens de daarvoor geldende normen, te worden onderzocht. Voor het plangebied is een bodemonderzoek uitgevoerd door M&A te Helenaveen. Op basis van dit onderzoek kan worden gesteld dat geen vervolgonderzoek volgens de NEN 5740 / NEN 5707 behoeft te worden uitgevoerd in relatie tot het omzetten van de bestemming van agrarisch naar wonen en de realisatie van een nieuwe hobbyruimte met paardenstal en uitbreiding van de woning aan de Peelstraat 85. Er gelden geen directe belemmeringen uit oogpunt van de bodemgesteldheid.
Voor de inhoud van dit bodemonderzoek verwijzen we naar de rapportage die is opgenomen in bijlage 2. 4.2.4 Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wmb). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5.2 van de Wmb, staat deze ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Met de inwerkingtreding van de Wet luchtkwaliteit is het besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex. artikel 5.16 Wm:
-
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen.
NIBM De AMvB ‘NIBM’ legt vast, wanneer een ruimtelijke ontwikkeling niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. De achtergrond van het beginsel ‘niet in betekende mate’ is dat de gevolgen van een ontwikkeling voor de luchtkwaliteit in een aantal gevallen (beschreven in de ministeriële Regeling NIBM) worden tenietgedaan door de ontwikkeling van bijvoorbeeld schonere motoren in het gehele land.
“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
19
Op 1 augustus 2009 is het nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL) in werking getreden. Hierdoor dient bij plannen die de luchtkwaliteit beïnvloeden niet langer te worden uit gegaan van de normen uit de interimperiode. Nu het NSL in werking is getreden is een ontwikkeling NIBM, als aannemelijk is dat de ontwikkeling een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel fijn stof en NO2. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. De NIBM grens voor woningbouwlocaties wordt niet overschreden bij 1.500 woningen (of minder) bij minimaal 1 ontsluitingsweg en bij 3.000 woningen (of minder) bij minimaal 2 ontsluitingswegenmet een gelijkmatige verkeersverdeling. In dit geval is er sprake van een fuctiewijziging van een bestaand pand, hetgeen niet leidt tot meer verkeersbewegingen. Het project is NIBM. Het initiatief draagt dan ook ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Achtergrondwaarden In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bezien of de luchtkwaliteit ter plaatse goed genoeg is om een goed woon- en leefmilieu te kunnen waarborgen.
Volgens de GCN- kaarten van het RIVM is aan te tonen dat de concentratie PM 10 tussen de 0- en 20 microgram er m3 ligt. De norm bedraagt 40 microgram per m3. Gezien het feit dat de concentratie PM 10 beneden de 25 microgram per m 3 ligt, wordt tevens voldaan aan de grenswaarden voor PM 2,5. In afbeelding 10 is de kaart van het RIVM weergegeven.
afbeelding 10, GCN kaart RIVM m.b.t. fijnstof PM10.
Er is geen sprake van uitbreiding van het aantal woningen. Daarmee wordt beneden de grens voor een NIBM ontwikkeling gebleven. Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende voor gebruik van de bestaande woning als burgerwoning. Daarnaast zal door voortschrijdende “Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
20
voertuigtechnologie de luchtkwaliteit in de toekomst naar verwachting nog verder verbeteren. Onderhavige plan is dan ook niet bezwaarlijk in het kader van de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. 4.2.5 Geur Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de normen uit de per 1 januari 2007 in werking getreden Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Als gevolg van deze wet worden normen gesteld voor de bouw van nieuwe geurgevoelige objecten (gebouwen voor menselijk wonen en menselijk verblijf). Er dient voor deze objecten sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast mogen de omliggende veehouderijen niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt. Gemeenten hebben onder de Wgv de bevoegdheid gekregen om binnen de kaders die deze wet stelt eigen normen te stellen. Deze kunnen worden vastgelegd in een geurverordening. De normstelling in de geurverordening dient te worden gemotiveerd aan de hand van een gebiedsvisie geurhinder en veehouderij. De gemeente Peel en Maas beschikt weliswaar over een geurverordening, echter uitsluitend voor de kern Egchel. Voor het bepalen van de toe te passen normen is het eveneens van belang of het gebied is gelegen binnen een concentratiegebied als bedoeld in bijlage l van de Meststoffenwet, hetgeen voor de gemeente Peel en Maas van toepassing is.
Dit betekent dat de onderstaande wettelijke normen en afstanden van toepassing zijn binnen het grondgebied van de gemeente: a. de norm van 3 ouE/m3 voor de maximale geurbelasting op geurgevoelige objecten gelegen binnen de bebouwde kom; b. de norm van 14 ouE/m3 voor de maximale geurbelasting op geurgevoelige objecten in het buitengebied; c. een vaste afstand van 100 meter ten opzichte van geurgevoelige objecten gelegen binnen de bebouwde kom; d. een vaste afstand van 50 meter ten opzichte van geurgevoelige objecten gelegen in het buitengebied. In afwijking hiervan bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij: a. ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en b. ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. De bestaande woning is een geurgevoelig object. Aangezien het een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom betreft betekent dit dat hiervoor de vaste afstand geldt van 50 meter tot nabijgelegen veehouderijen. In de nabijheid van het plangebied zijn een aantal veehouderijbedrijven gelegen, zie afbeelding 11, met daarbij aangegeven de grens van het bouwvlak voor die bedrijven tot aan het plangebied: Veehouderij:
Afstand
Peelstraat 86
126 m
Heibloemseweg 20
184 m
Peelstraat 82
186 m
Hulsweg 4
250 m
Zelen 46
300 m
“Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
21
Hondsheuvelstraat 9
330 m
Groeze 4
430 m
afbeelding 11, afstand omliggende veehouderijen tot plangebied
Met betrekking tot de afstandseis van 50 meter wordt ruimschoots voldaan.
afbeelding 12, ligging veehouderijen i.v.m. Wet geurhinder en veehouderij
In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan door de gemeente medewerking verleend worden aan het voornemen indien veehouderijen door de voorgenomen planontwikkeling niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Daarnaast dient ter plaatse van het nieuw te realiseren geurgevoelig object sprake te zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat voor het aspect geur. Hierbij dient gekeken te worden naar zowel de achtergrond- als de voorgrondgeurbelasting. Voor het onderhavige plan is onderzocht of kan worden uitgesloten dat sprake is van inbreuk op de milieurechten van bestaande veehouderijen en of de planontwikkeling geen inbreuk veroorzaakt op de planologische geurruimte van de bestaande veehouderijen. Daarnaast is onderzocht of ter plaatse van de planlocatie een voldoende aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd als gevolg van de voorgrond- en achtergrondgeurbelasting. De veehouderijen zoals weergegeven in de tabel van afbeelding 11, zijn de veehouderijen welke in een straal van ca 500 m om de locatie gelegen zijn. Handreiking geurhinder en veehouderij: Om een oordeel te kunnen geven over de aanvaardbaarheid van de achtergrondbelasting is gebruik gemaakt van de door InfoMil uitgebrachte handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij. Met behulp van bijlage 6 en 7 bij de handreiking kan de milieukwaliteit op een locatie worden bepaald.
Dat kan door vertaling van de geurbelasting naar het geurhinderpercentage. Voor deze vertaling maakt de handreiking een onderscheid in “Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
22
geurgevoelige objecten binnen en buiten de bebouwde kom en of deze al dan niet in een concentratiegebied zijn gelegen. Het hinderpercentage correspondeert vervolgens met verschillende milieukwaliteiten die variëren van zeer goed tot extreem slecht. Uit de handreiking volgt verder dat voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat als vuistregel geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder indien deze ten minste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. Voorgrondbelasting: Om de effecten van de omliggende bedrijven die de meeste impact hebben qua geuremissie op de locatie Peelstraat 85 te Panningen zijn, met behulp van het programma V-Stacks vergunning, voorgrondberekeningen gemaakt, waarbij de hoekpunten van het geurgevoelig object (Peelstraat 85) zijn beoordeeld aan de geuremissies van de betreffende bedrijven uit het onderzoek. In onderstaande tabel zijn de resultaten weergegeven. Geurgevoelig object
Geurbelasting
GGLID
Xcoordinaat
Ycoordinaat
PeelGeur straat norm 82
Heibloemseweg 20
Hondsheuvelstraat 9
Zelen 46
Hulsweg 4
Peelstraat 86
Groeze 4
1001
194 350
371 178
14
1,9
7
8,1
1,8
4,1
3,8
2
1002
194 361
371 154
14
1,7
7,7
8,5
2
3,8
3,8
2
1003
194 319
371 136
14
1,9
6,6
9,1
1,6
3,4
5,1
2,2
1004
194 307
371 162
14
2,2
6
8,4
1,5
3,4
5,2
2,3
afbeelding 13, resultaten berekening voorgrondbelasting geur met V-stacks vergunning Op basis van de berekende voorgrondbelastingen wordt geconcludeerd dat er geen overschrijdingen van de geurnorm van 14 ouE/m³ plaatsvinden ten gevolge van de veehouderijen. De maximale geurbelasting voor het plangebied bedraagt 9,1 ouE/m³ ten gevolge van de veehouderij aan de Hondsheuvelstraat 9. Achtergrondbelasting: Ten behoeve van de bepaling van de achtergrondbelasting zijn met behulp van het programma V-stacks gebied en de informatie uit het Web BVB van gemeente Peel en Maas achtergrondbelasting berekeningen uitgevoerd. Zie de navolgende uitsnede.
afbeelding 14, resultaten berekening achtergrondbelasting geur met V-stacks gebied De achtergrondbelasting varieert ter plaatse van het plan van 14,47 tot 15,56 ouE/m³. De achtergrondbelasting is daarmee ruim lager dan de maximaal toegestane waarde van 20 ouE/m³. “Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
23
Uit bovenstaande resultaten blijkt dat voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat op 5 punten de voorgrondbelasting bepalend is (de bedraagt daar immer meer dan de helft van de achtergrondbelasting) en voor de overige punten de achtergrond belasting bepalend is. Geurhinder en milieukwaliteit: Voor het bepalen van het percentage geurgehinderden en de milieukwaliteit bestaan verschillende methodes. De relatie tussen de geurbelastingen, het percentage geurgehinderden en de milieukwaliteit is in onderstaande tabel weergegeven.
aantal gehinderden
voorgrondbelasting (ouE/m3)
achtergrondbelasting (ouE/m3)
milieukwaliteit
< 5%
< 1,5
< 3,1
zeer goed
5 - 10%
1,5 - 3,8
3,1 - 7,4
goed
10 - 15%
3,8 - 6,6
7,4 - 13,1
redelijk goed
15 - 20%
6,6 - 10,0
13,1 - 20,0
matig
20 - 25%
10,0 - 14,2
20,0 - 28,3
tamelijk slecht
25 - 30%
14,2 - 19,2
28,3 - 38,5
slecht
30 - 35%
19,2 - 25,3
38,5 - 50,7
zeer slecht
35 - 40%
25,3 - 32,8
> 50,7
extreem slecht
afbeelding 15, contourklassen voor- en achtergrondbelasting ouE/m3
Uit bovenstaande gegevens blijkt dat voor de 5 punten waarvoor de voorgrondbelasting (7,7 -9,1 OU) maatgevend is, de milieukwaliteit als “matig” aan te duiden is. Voor de overige punten is de achtergrondbelasting (14,47 – 15,56 OU) maatgevend. Bij deze geurbelasting is de milieukwaliteit eveneens als “matig” aan te duiden. Op grond van bovenstaande resultaten kan worden geconcludeerd dat op grond van het geuraspect een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gegarandeerd. Dit geldt zowel voor de woning als voor de nevenfunctie Trimsalon in het aan het woonhuis aangebouwde gedeelte. 4.2.6 Geluid Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van geluidsgevoelige objecten dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In dit kader wordt geen nieuw geluidsgevoelig object toegevoegd. Het woonhuis is reeds aanwezig en de ruimte waar de trimsalon wordt gepland is reeds in gebruik geweest als ruimte voor het gereedmaken van producten in de catering. Er vindt daardoor geen wijziging plaats van de locatie waar mensen blootgesteld worden aan geluiden vanuit de verkeersweg of aanwezige bedrijven. De afstanden tot deze activiteiten of voorzieningen worden ook niet kleiner. Er ontstaat daardoor geen aanleiding om het geluidsaspect verder te onderzoeken. 4.3
Externe veiligheid
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport “Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”
24
van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het 'Besluit transportroutes externe veiligheid', vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico's dienen te worden beoordeeld op 2 maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het externe veiligheidsbeleid voor inrichtingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). In de Revi is bepaald welke afstanden er in acht genomen moeten worden tussen Bevi- inrichtingen en (beperkt) kwetsbare objecten bij bepaalde omgevingsvergunning en besluiten op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Deze afstanden zijn afgeleid van de grens- en richtwaarden uit het Bevi. Het externe veiligheidsbeleid voor transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb), welke op 1 januari 2011 in werking zijn getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen.
De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt sinds jaar en dag plaats via het spoor, over de weg en het water. Op 1 april 2015 is de Wet Basisnet in werking getreden. De Wet Basisnet voegt een nieuw hoofdstuk toe aan de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Deze toevoeging omvat regels voor het vaststellen van het maximaal toegestane risico door het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het Basisnet heeft als doel een evenwicht voor de lange termijn te creëren tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de hoofdwegen, binnenwateren en de hoofdspoorwegen en de bebouwde omgeving die hier langs ligt en de veiligheid van omwonenden. Het Basisnet stelt verder regels aan het vaststellen en beheersen van de risico's voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (vervoerskant). De Wet Basisnet voegt een nieuw hoofdstuk aan de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, dat gaat over die vervoerskant. In de Regeling Basisnet (Stcrt 2014, 8242) zijn de basisnetafstanden voor de weg, het spoor en het water vastgelegd. Verder is afstand van het plasbrand aandachtgebied vastgelegd. De basisnetafstand geeft aan voor welke afstand een risicoplafond geldt. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een PR-plafond en een GR-plafond.
Een PR-plafond is in de Regeling Basisnet omschreven als de plaats waar het plaatsgebonden risico maximaal 10-6 per jaar is. Het GR-plafond is in dezelfde regeling omschreven als de plaats waar het plaatsgebonden risico maximaal 10-7 of 10-8 per jaar is. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico “Bestemmingsplan Peelstraat 85 te Panningen”