CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-002 04 Vastgesteld Bijlage bij de toelichting - Onderbouwingen 001 tm 033.pdf

Raad 31 januari 2023, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen “Veegbestemmingsplan stoppers 2020” (2023-002)26.552 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Bodem

Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodem- en grondwaterkwaliteit geschikt is voor de beoogde planologische regeling en het daarin toegestane gebruik. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor grotendeels elke functiewijziging, al of niet naar een gevoelige functie, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, beoordeeld moet worden. Ten aanzien van onderhavig planvoornemen blijft het gebruik bedrijfsmatig en is geen sprake van een verandering naar een gevoeligere functie. Er hoeft daarom geen feitelijk bodemonderzoek uitgevoerd te worden in het kader van dit planvoornemen. 2.5

Externe veiligheid

Het algemene rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: -

het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichting); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen); het gebruik van luchthavens.

Risicovolle bedrijvigheid rond het plangebied Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een BEVI-inrichting. Er wordt geen kwetsbaar object toegevoegd en er is geen sprake van een uitbreiding in te verblijven personen, zodat een verantwoording van het groepsrisico niet relevant is. Risicovol transport over de weg of het water Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute over de weg of het water die in het kader van externe veiligheid beoordeeld moet worden. Risicovol transport per (buis)leiding Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen door buisleidingen die onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) vallen.

Bestemmingsplan |Pagina 2

Conclusie Gezien de ligging buiten enig invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen (via de weg, het water of een buisleiding) en het feit dat een verantwoording van het groepsrisico in relatie tot bedrijvigheid niet relevant is, vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het planvoornemen. 2.6

Bedrijven en milieuzonering

De VNG brochure bedrijven en milieuzonering (2009) is een handreiking die landelijk wordt gehanteerd bij de toetsing van ruimtelijke ontwikkelingen. De handreiking beschrijft wanneer onderzoek onderdeel uit moet maken van de ruimtelijke onderbouwing voor geur, stof, geluid en gevaar. De systematiek is opgezet voor bedrijfsbestemmingen en gaat uit van aan te houden afstanden en verschillende gebiedstyperingen en bijbehorende richtwaarden. De aanwezige bedrijfswoning blijft een bedrijfswoning. Een nadere onderbouwing is derhalve niet aan de orde. Ten aanzien van eventuele omliggende bedrijven levert de functiewijziging geen beperkingen op. Er is reeds sprake van en agrarische bedrijfslocatie in de vorm van een intensieve veehouderij. Dit wordt omgezet in een grondgebonden agrarisch bedrijf met bestaande bedrijfswoning. Voor toetsing van de omgekeerde werking voor omliggende intensieve veehouderijen geldt dat de bestaande bedrijfswoning reeds aanwezig is. In het voorliggende bestemmingsplan worden ten aanzien van de aanwezige woning geen wijzigingen doorgevoerd. Er is dus geen belemmering voor omliggende veehouderijen. De impact op omliggende bedrijven wijzigt hiermee niet. Bij het houden van dieren waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, gelden de minimale afstanden uit de Wet geurhinder en veehouderij.

Hierdoor is er ten aanzien van omliggende woningen sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat omdat exploitatie van een intensieve veehouderij niet meer mogelijk is 2.7

Flora en fauna

Het planvoornemen betreft enkel een gebruikswijziging en er wordt geen nieuwe bebouwing opgericht en heeft derhalve geen negatieve invloed op Natura 2000 gebieden, flora en fauna en eventueel beschermde bos- en natuurgebieden. 2.8

Archeologie

In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect ‘archeologie’ in ruimtelijke plannen. De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. De gemeente Peel en Maas heeft een eigen archeologiebeleid ontwikkeld. Aangezien er met het planvoornemen geen nieuwe bebouwing wordt toegevoegd hoeft geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Wanneer er in de toekomst uitbreiding van de bebouwing aan de orde is dient getoetst te worden aan de dubbelbestemming Waarde – Archeologie die is opgenomen in het bestemmingsplan. 2.9

Verkeer en parkeren

Onderhavig planvoornemen voorziet niet in nieuwe bebouwing. De ontwikkeling zal hierdoor geen negatieve consequenties met zich meebrengen voor de verkeerssituatie ter plaatse.

Bestemmingsplan |Pagina 3

Onderbouwing Locatie 005: Hazenakkerweg 10 Kessel 1.

Toelichting locatie en ontwikkeling

De locatie Hazenakkerweg 10 is gelegen in het buitengebied van Kessel nabij een camping. Het vigerende bestemmingsplan voor deze locatie is het bestemmingsplan buitengebied Peel en Maas. Het perceel heeft daarin de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ met 1 bedrijfswoning. De locatie is gelegen in de gebieden: Oude verdichte bouwlanden en verwevingsgebied. Er is op dit moment geen intensieve veehouderij meer aanwezig. Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt de bestemming gewijzigd in de bestemming ‘Agrarisch- Grondgebonden’. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat omzetting in de bestemming ‘Agrarisch - Grondgebonden’ voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft een toetsing aan het beleid en de doelstelling van het omzetten van de bestemming van onderhavige locatie wordt verwezen naar de algemene toelichting.

2.

Randvoorwaarden/resultaten onderzoeken

2.1

Geluid

Het wettelijk kader bij ruimtelijke procedures is de Wet geluidhinder. Op 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (hierna Wgh) in werking getreden. Deze wet biedt geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, bescherming tegen geluidhinder van geluidsbronnen: wegverkeer, spoorwegen, industrie en luchtvaart, op basis van zonering. Verkeerslawaai Verkeerswegen hebben geluidszones. Volgens de Wgh betreft het wegen waar de maximum snelheid groter is dan 30 km/uur. De planlocatie ligt aan een weg waar de maximumsnelheid groter is dan 30 km/uur. Op basis van artikel 76 lid 3 van de Wet geluidhinder hoeft de geluidsbelasting van de aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. In dit geval is er een bedrijfswoning aanwezig. Dit blijft een bedrijfswoning. Industrielawaai In de nabijheid van het projectgebied zijn geen gezoneerde bedrijventerreinen gelegen. Derhalve vormt dit geen belemmering voor het planvoornemen.

Bestemmingsplan |Pagina 1

2.2

Geurhinder

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect geur voor wat betreft voorgrond- en achtergrondbelasting is dan ook niet aan de orde. 2.3 Luchtkwaliteit Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde. 2.4

Bodem

Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodem- en grondwaterkwaliteit geschikt is voor de beoogde planologische regeling en het daarin toegestane gebruik. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor grotendeels elke functiewijziging, al of niet naar een gevoelige functie, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, beoordeeld moet worden. Ten aanzien van onderhavig planvoornemen blijft het gebruik bedrijfsmatig en is geen sprake van een verandering naar een gevoeligere functie. Er hoeft daarom geen feitelijk bodemonderzoek uitgevoerd te worden in het kader van dit planvoornemen. 2.5

Externe veiligheid

Het algemene rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: -

het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichting); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen); het gebruik van luchthavens.

Risicovolle bedrijvigheid rond het plangebied Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een BEVI-inrichting. Er wordt geen kwetsbaar object toegevoegd en er is geen sprake van een uitbreiding in te verblijven personen, zodat een verantwoording van het groepsrisico niet relevant is. Risicovol transport over de weg of het water Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute over de weg of het water die in het kader van externe veiligheid beoordeeld moet worden. Risicovol transport per (buis)leiding Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen door buisleidingen die onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) vallen. Conclusie Gezien de ligging buiten enig invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen (via de weg, het water of een buisleiding) en het feit dat een verantwoording van het groepsrisico in relatie tot bedrijvigheid niet relevant is, vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het planvoornemen.

Bestemmingsplan |Pagina 2

2.6

Bedrijven en milieuzonering

De VNG brochure bedrijven en milieuzonering (2009) is een handreiking die landelijk wordt gehanteerd bij de toetsing van ruimtelijke ontwikkelingen. De handreiking beschrijft wanneer onderzoek onderdeel uit moet maken van de ruimtelijke onderbouwing voor geur, stof, geluid en gevaar. De systematiek is opgezet voor bedrijfsbestemmingen en gaat uit van aan te houden afstanden en verschillende gebiedstyperingen en bijbehorende richtwaarden. De aanwezige bedrijfswoning blijft een bedrijfswoning. Een nadere onderbouwing is derhalve niet aan de orde. Ten aanzien van eventuele omliggende bedrijven levert de functiewijziging geen beperkingen op. Er is reeds sprake van en agrarische bedrijfslocatie in de vorm van een intensieve veehouderij. Dit wordt omgezet in een grondgebonden agrarisch bedrijf met bestaande bedrijfswoning. Voor toetsing van de omgekeerde werking voor omliggende intensieve veehouderijen geldt dat de bestaande bedrijfswoning reeds aanwezig is. In het voorliggende bestemmingsplan worden ten aanzien van de aanwezige woning geen wijzigingen doorgevoerd. Er is dus geen belemmering voor omliggende veehouderijen. De impact op omliggende bedrijven wijzigt hiermee niet. Bij het houden van dieren waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, gelden de minimale afstanden uit de Wet geurhinder en veehouderij.

Hierdoor is er ten aanzien van omliggende woningen sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat omdat exploitatie van een intensieve veehouderij niet meer mogelijk is

2.7 Flora en fauna Het planvoornemen betreft enkel een gebruikswijziging en er wordt geen nieuwe bebouwing opgericht en heeft derhalve geen negatieve invloed op Natura 2000 gebieden, flora en fauna en eventueel beschermde bos- en natuurgebieden. 2.8

Archeologie

In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect ‘archeologie’ in ruimtelijke plannen. De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. De gemeente Peel en Maas heeft een eigen archeologiebeleid ontwikkeld. Aangezien er met het planvoornemen geen nieuwe bebouwing wordt toegevoegd hoeft geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Wanneer er in de toekomst uitbreiding van de bebouwing aan de orde is dient getoetst te worden aan de dubbelbestemming Waarde – Archeologie die is opgenomen in het bestemmingsplan. 2.9

Verkeer en parkeren

Onderhavig planvoornemen voorziet niet in nieuwe bebouwing. De ontwikkeling zal hierdoor geen negatieve consequenties met zich meebrengen voor de verkeerssituatie ter plaatse.

Bestemmingsplan |Pagina 3

Onderbouwing Locatie 006: Helenaveenseweg 38 Grashoek 1.

Toelichting locatie en ontwikkeling

De locatie Helenaveenseweg 38 is gelegen in het buitengebied van Grashoek. Het vigerende bestemmingsplan voor deze locatie is het bestemmingsplan buitengebied Peel en Maas. Het perceel heeft daarin de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ met 1 bedrijfswoning. De locatie is gelegen in de gebieden: Kleinschalig open ontginningslandschappen, ontwikkelingszone bebouwingslinten en verwevingsgebied. Er is op dit moment geen intensieve veehouderij meer aanwezig. Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt de bestemming gewijzigd in de bestemming ‘Agrarisch- Grondgebonden’. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat omzetting in de bestemming ‘Agrarisch - Grondgebonden’ voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft een toetsing aan het beleid en de doelstelling van het omzetten van de bestemming van onderhavige locatie wordt verwezen naar de algemene toelichting.

2.

Randvoorwaarden/resultaten onderzoeken

2.1

Geluid

Het wettelijk kader bij ruimtelijke procedures is de Wet geluidhinder. Op 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (hierna Wgh) in werking getreden. Deze wet biedt geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, bescherming tegen geluidhinder van geluidsbronnen: wegverkeer, spoorwegen, industrie en luchtvaart, op basis van zonering. Verkeerslawaai Verkeerswegen hebben geluidszones. Volgens de Wgh betreft het wegen waar de maximum snelheid groter is dan 30 km/uur. De planlocatie ligt aan een weg waar de maximumsnelheid groter is dan 30 km/uur. Op basis van artikel 76 lid 3 van de Wet geluidhinder hoeft de geluidsbelasting van de aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. In dit geval is er een bedrijfswoning aanwezig. Dit blijft een bedrijfswoning.

Bestemmingsplan |Pagina 1

Industrielawaai In de nabijheid van het projectgebied zijn geen gezoneerde bedrijventerreinen gelegen. Derhalve vormt dit geen belemmering voor het planvoornemen. 2.2

Geurhinder

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect geur voor wat betreft voorgrond- en achtergrondbelasting is dan ook niet aan de orde. 2.3

Luchtkwaliteit

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde. 2.4

Bodem

Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodem- en grondwaterkwaliteit geschikt is voor de beoogde planologische regeling en het daarin toegestane gebruik. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor grotendeels elke functiewijziging, al of niet naar een gevoelige functie, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, beoordeeld moet worden. Ten aanzien van onderhavig planvoornemen blijft het gebruik bedrijfsmatig en is geen sprake van een verandering naar een gevoeligere functie. Er hoeft daarom geen feitelijk bodemonderzoek uitgevoerd te worden in het kader van dit planvoornemen. 2.5

Externe veiligheid

Het algemene rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: -

het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichting); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen); het gebruik van luchthavens.

Risicovolle bedrijvigheid rond het plangebied Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een BEVI-inrichting. Er wordt geen kwetsbaar object toegevoegd en er is geen sprake van een uitbreiding in te verblijven personen, zodat een verantwoording van het groepsrisico niet relevant is. Risicovol transport over de weg of het water Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute over de weg of het water die in het kader van externe veiligheid beoordeeld moet worden. Risicovol transport per (buis)leiding Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen door buisleidingen die onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) vallen.

Bestemmingsplan |Pagina 2

Conclusie Gezien de ligging buiten enig invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen (via de weg, het water of een buisleiding) en het feit dat een verantwoording van het groepsrisico in relatie tot bedrijvigheid niet relevant is, vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het planvoornemen. 2.6

Bedrijven en milieuzonering

De VNG brochure bedrijven en milieuzonering (2009) is een handreiking die landelijk wordt gehanteerd bij de toetsing van ruimtelijke ontwikkelingen. De handreiking beschrijft wanneer onderzoek onderdeel uit moet maken van de ruimtelijke onderbouwing voor geur, stof, geluid en gevaar. De systematiek is opgezet voor bedrijfsbestemmingen en gaat uit van aan te houden afstanden en verschillende gebiedstyperingen en bijbehorende richtwaarden. De aanwezige bedrijfswoning blijft een bedrijfswoning. Een nadere onderbouwing is derhalve niet aan de orde. Ten aanzien van eventuele omliggende bedrijven levert de functiewijziging geen beperkingen op. Er is reeds sprake van en agrarische bedrijfslocatie in de vorm van een intensieve veehouderij. Dit wordt omgezet in een grondgebonden agrarisch bedrijf met bestaande bedrijfswoning. Voor toetsing van de omgekeerde werking voor omliggende intensieve veehouderijen geldt dat de bestaande bedrijfswoning reeds aanwezig is. In het voorliggende bestemmingsplan worden ten aanzien van de aanwezige woning geen wijzigingen doorgevoerd. Er is dus geen belemmering voor omliggende veehouderijen. De impact op omliggende bedrijven wijzigt hiermee niet. Bij het houden van dieren waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, gelden de minimale afstanden uit de Wet geurhinder en veehouderij.

Hierdoor is er ten aanzien van omliggende woningen sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat omdat exploitatie van een intensieve veehouderij niet meer mogelijk is. 2.7 Flora en fauna Het planvoornemen betreft enkel een gebruikswijziging en er wordt geen nieuwe bebouwing opgericht en heeft derhalve geen negatieve invloed op Natura 2000 gebieden, flora en fauna en eventueel beschermde bos- en natuurgebieden. 2.8

Archeologie

In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect ‘archeologie’ in ruimtelijke plannen. De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. De gemeente Peel en Maas heeft een eigen archeologiebeleid ontwikkeld. Aangezien er met het planvoornemen geen nieuwe bebouwing wordt toegevoegd hoeft geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Wanneer er in de toekomst uitbreiding van de bebouwing aan de orde is dient getoetst te worden aan de dubbelbestemming Waarde – Archeologie die is opgenomen in het bestemmingsplan. 2.9

Verkeer en parkeren

Onderhavig planvoornemen voorziet niet in nieuwe bebouwing. De ontwikkeling zal hierdoor geen negatieve consequenties met zich meebrengen voor de verkeerssituatie ter plaatse.

Bestemmingsplan |Pagina 3

Onderbouwing Locatie 007: Helenaveenseweg 48 Grashoek 1.

Toelichting locatie en ontwikkeling

De locatie Helenaveenseweg 48 is gelegen in het buitengebied van Grashoek. Het vigerende bestemmingsplan voor deze locatie is het bestemmingsplan buitengebied Peel en Maas. Het perceel heeft daarin de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ met 1 bedrijfswoning. De locatie is gelegen in de gebieden: Kleinschalig open ontginningslandschappen, ontwikkelingszone bebouwingslinten en verwevingsgebied. Er is op dit moment geen intensieve veehouderij meer aanwezig. Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt de bestemming gewijzigd in de bestemming ‘Agrarisch- Grondgebonden’. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat omzetting in de bestemming ‘Agrarisch - Grondgebonden’ voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft een toetsing aan het beleid en de doelstelling van het omzetten van de bestemming van onderhavige locatie wordt verwezen naar de algemene toelichting.

2.

Randvoorwaarden/resultaten onderzoeken

2.1

Geluid

Het wettelijk kader bij ruimtelijke procedures is de Wet geluidhinder. Op 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (hierna Wgh) in werking getreden. Deze wet biedt geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, bescherming tegen geluidhinder van geluidsbronnen: wegverkeer, spoorwegen, industrie en luchtvaart, op basis van zonering. Verkeerslawaai Verkeerswegen hebben geluidszones. Volgens de Wgh betreft het wegen waar de maximum snelheid groter is dan 30 km/uur. De planlocatie ligt aan een weg waar de maximumsnelheid groter is dan 30 km/uur. Op basis van artikel 76 lid 3 van de Wet geluidhinder hoeft de geluidsbelasting van de aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. In dit geval is er een bedrijfswoning aanwezig. Dit blijft een bedrijfswoning.

Bestemmingsplan |Pagina 1

Industrielawaai In de nabijheid van het projectgebied zijn geen gezoneerde bedrijventerreinen gelegen. Derhalve vormt dit geen belemmering voor het planvoornemen. 2.2

Geurhinder

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect geur voor wat betreft voorgrond- en achtergrondbelasting is dan ook niet aan de orde. 2.3

Luchtkwaliteit

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde. 2.4

Bodem

Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodem- en grondwaterkwaliteit geschikt is voor de beoogde planologische regeling en het daarin toegestane gebruik. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor grotendeels elke functiewijziging, al of niet naar een gevoelige functie, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, beoordeeld moet worden. Ten aanzien van onderhavig planvoornemen blijft het gebruik bedrijfsmatig en is geen sprake van een verandering naar een gevoeligere functie. Er hoeft daarom geen feitelijk bodemonderzoek uitgevoerd te worden in het kader van dit planvoornemen. 2.5

Externe veiligheid

Het algemene rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: -

het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichting); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen); het gebruik van luchthavens.

Risicovolle bedrijvigheid rond het plangebied Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een BEVI-inrichting. Er wordt geen kwetsbaar object toegevoegd en er is geen sprake van een uitbreiding in te verblijven personen, zodat een verantwoording van het groepsrisico niet relevant is. Risicovol transport over de weg of het water Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute over de weg of het water die in het kader van externe veiligheid beoordeeld moet worden. Risicovol transport per (buis)leiding Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen door buisleidingen die onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) vallen.

Bestemmingsplan |Pagina 2

Conclusie Gezien de ligging buiten enig invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen (via de weg, het water of een buisleiding) en het feit dat een verantwoording van het groepsrisico in relatie tot bedrijvigheid niet relevant is, vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het planvoornemen. 2.6

Bedrijven en milieuzonering

De VNG brochure bedrijven en milieuzonering (2009) is een handreiking die landelijk wordt gehanteerd bij de toetsing van ruimtelijke ontwikkelingen. De handreiking beschrijft wanneer onderzoek onderdeel uit moet maken van de ruimtelijke onderbouwing voor geur, stof, geluid en gevaar. De systematiek is opgezet voor bedrijfsbestemmingen en gaat uit van aan te houden afstanden en verschillende gebiedstyperingen en bijbehorende richtwaarden. De aanwezige bedrijfswoning blijft een bedrijfswoning. Een nadere onderbouwing is derhalve niet aan de orde. Ten aanzien van eventuele omliggende bedrijven levert de functiewijziging geen beperkingen op. Er is reeds sprake van en agrarische bedrijfslocatie in de vorm van een intensieve veehouderij. Dit wordt omgezet in een grondgebonden agrarisch bedrijf met bestaande bedrijfswoning. Voor toetsing van de omgekeerde werking voor omliggende intensieve veehouderijen geldt dat de bestaande bedrijfswoning reeds aanwezig is. In het voorliggende bestemmingsplan worden ten aanzien van de aanwezige woning geen wijzigingen doorgevoerd. Er is dus geen belemmering voor omliggende veehouderijen. De impact op omliggende bedrijven wijzigt hiermee niet. Bij het houden van dieren waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, gelden de minimale afstanden uit de Wet geurhinder en veehouderij.

Hierdoor is er ten aanzien van omliggende woningen sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat omdat exploitatie van een intensieve veehouderij niet meer mogelijk is. 2.7 Flora en fauna Het planvoornemen betreft enkel een gebruikswijziging en er wordt geen nieuwe bebouwing opgericht en heeft derhalve geen negatieve invloed op Natura 2000 gebieden, flora en fauna en eventueel beschermde bos- en natuurgebieden. 2.8

Archeologie

In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect ‘archeologie’ in ruimtelijke plannen. De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. De gemeente Peel en Maas heeft een eigen archeologiebeleid ontwikkeld. Aangezien er met het planvoornemen geen nieuwe bebouwing wordt toegevoegd hoeft geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Wanneer er in de toekomst uitbreiding van de bebouwing aan de orde is dient getoetst te worden aan de dubbelbestemming Waarde – Archeologie die is opgenomen in het bestemmingsplan. 2.9

Verkeer en parkeren

Onderhavig planvoornemen voorziet niet in nieuwe bebouwing. De ontwikkeling zal hierdoor geen negatieve consequenties met zich meebrengen voor de verkeerssituatie ter plaatse.

Bestemmingsplan |Pagina 3

Onderbouwing Locatie 008: Hertsteeg 14 Beringe 1.

Toelichting locatie en ontwikkeling

De locatie Hertsteeg 16 is gelegen in het buitengebied van Beringe. Het vigerende bestemmingsplan voor deze locatie is de 1ste reparatieherziening bestemmingsplan buitengebied Peel en Maas. Het perceel heeft daarin de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ met 1 bedrijfswoning. Ter plaatse van de bedrijfswoning is de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen- plattelandswoning’ opgenomen. De locatie is gelegen in de gebieden: Grootschalig open ontginningslandschappen en verwevingsgebied. Er is op dit moment geen intensieve veehouderij meer aanwezig. Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt de bestemming gewijzigd in de bestemming ‘AgrarischGrondgebonden’. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat omzetting in de bestemming ‘Agrarisch - Grondgebonden’ voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft een toetsing aan het beleid en de doelstelling van het omzetten van de bestemming van onderhavige locatie wordt verwezen naar de algemene toelichting.

2.

Randvoorwaarden/resultaten onderzoeken

2.1

Geluid

Het wettelijk kader bij ruimtelijke procedures is de Wet geluidhinder. Op 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (hierna Wgh) in werking getreden. Deze wet biedt geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, bescherming tegen geluidhinder van geluidsbronnen: wegverkeer, spoorwegen, industrie en luchtvaart, op basis van zonering. Verkeerslawaai Verkeerswegen hebben geluidszones. Volgens de Wgh betreft het wegen waar de maximum snelheid groter is dan 30 km/uur. De planlocatie ligt aan een weg waar de maximumsnelheid groter is dan 30 km/uur. Op basis van artikel 76 lid 3 van de Wet geluidhinder hoeft de geluidsbelasting van de aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. In dit geval is er een bedrijfswoning aanwezig. Dit blijft een bedrijfswoning.

Industrielawaai In de nabijheid van het projectgebied zijn geen gezoneerde bedrijventerreinen gelegen. Derhalve vormt dit geen belemmering voor het planvoornemen.

Bestemmingsplan |Pagina 1

2.2

Geurhinder

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect geur voor wat betreft voorgrond- en achtergrondbelasting is dan ook niet aan de orde. 2.3

Luchtkwaliteit

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde. 2.4

Bodem

Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodem- en grondwaterkwaliteit geschikt is voor de beoogde planologische regeling en het daarin toegestane gebruik. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor grotendeels elke functiewijziging, al of niet naar een gevoelige functie, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, beoordeeld moet worden. Ten aanzien van onderhavig planvoornemen blijft het gebruik bedrijfsmatig en is geen sprake van een verandering naar een gevoeligere functie. Er hoeft daarom geen feitelijk bodemonderzoek uitgevoerd te worden in het kader van dit planvoornemen. 2.5

Externe veiligheid

Het algemene rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: -

het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichting); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen); het gebruik van luchthavens.

Risicovolle bedrijvigheid rond het plangebied Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een BEVI-inrichting. Er wordt geen kwetsbaar object toegevoegd en er is geen sprake van een uitbreiding in te verblijven personen, zodat een verantwoording van het groepsrisico niet relevant is. Risicovol transport over de weg of het water Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute over de weg of het water die in het kader van externe veiligheid beoordeeld moet worden. Risicovol transport per (buis)leiding Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen door buisleidingen die onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) vallen. Conclusie Gezien de ligging buiten enig invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen (via de weg, het water of een buisleiding) en het feit dat een verantwoording van het groepsrisico in relatie tot bedrijvigheid niet relevant is, vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het planvoornemen.

Bestemmingsplan |Pagina 2

2.6

Bedrijven en milieuzonering

De VNG brochure bedrijven en milieuzonering (2009) is een handreiking die landelijk wordt gehanteerd bij de toetsing van ruimtelijke ontwikkelingen. De handreiking beschrijft wanneer onderzoek onderdeel uit moet maken van de ruimtelijke onderbouwing voor geur, stof, geluid en gevaar. De systematiek is opgezet voor bedrijfsbestemmingen en gaat uit van aan te houden afstanden en verschillende gebiedstyperingen en bijbehorende richtwaarden. De aanwezige bedrijfswoning blijft een bedrijfswoning. Een nadere onderbouwing is derhalve niet aan de orde. Ten aanzien van eventuele omliggende bedrijven levert de functiewijziging geen beperkingen op. Er is reeds sprake van en agrarische bedrijfslocatie in de vorm van een intensieve veehouderij. Dit wordt omgezet in een grondgebonden agrarisch bedrijf met bestaande bedrijfswoning. Voor toetsing van de omgekeerde werking voor omliggende intensieve veehouderijen geldt dat de bestaande bedrijfswoning reeds aanwezig is. In het voorliggende bestemmingsplan worden ten aanzien van de aanwezige woning geen wijzigingen doorgevoerd. Er is dus geen belemmering voor omliggende veehouderijen. De impact op omliggende bedrijven wijzigt hiermee niet. Bij het houden van dieren waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, gelden de minimale afstanden uit de Wet geurhinder en veehouderij.

Hierdoor is er ten aanzien van omliggende woningen sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat omdat exploitatie van een intensieve veehouderij niet meer mogelijk is. 2.7 Flora en fauna Het planvoornemen betreft enkel een gebruikswijziging en er wordt geen nieuwe bebouwing opgericht en heeft derhalve geen negatieve invloed op Natura 2000 gebieden, flora en fauna en eventueel beschermde bos- en natuurgebieden. 2.8

Archeologie

In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect ‘archeologie’ in ruimtelijke plannen. De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. De gemeente Peel en Maas heeft een eigen archeologiebeleid ontwikkeld. Aangezien er met het planvoornemen geen nieuwe bebouwing wordt toegevoegd hoeft geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Wanneer er in de toekomst uitbreiding van de bebouwing aan de orde is dient getoetst te worden aan de dubbelbestemming Waarde – Archeologie die is opgenomen in het bestemmingsplan. 2.9

Verkeer en parkeren

Onderhavig planvoornemen voorziet niet in nieuwe bebouwing. De ontwikkeling zal hierdoor geen negatieve consequenties met zich meebrengen voor de verkeerssituatie ter plaatse.

Bestemmingsplan |Pagina 3

Onderbouwing Locatie 009: Heufkesweg 24 Meijel 1.

Toelichting locatie en ontwikkeling

De locatie Heufkesweg 24 is gelegen in het buitengebied van Meijel. Het vigerende bestemmingsplan voor deze locatie is het bestemmingsplan buitengebied Peel en Maas. Het perceel heeft daarin de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ met 2 bedrijfswoningen. De locatie is gelegen in de gebieden: Kleinschalig open ontginningslandschappen en verwevingsgebied. Er is op dit moment geen intensieve veehouderij meer aanwezig. Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt de bestemming gewijzigd in de bestemming ‘Agrarisch- Grondgebonden’, er worden stallen gesloopt en wordt het bouwvlak verkleind. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat omzetting in de bestemming ‘Agrarisch - Grondgebonden’ voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft een toetsing aan het beleid en de doelstelling van het omzetten van de bestemming van onderhavige locatie wordt verwezen naar de algemene toelichting.

2.

Randvoorwaarden/resultaten onderzoeken

2.1

Geluid

Het wettelijk kader bij ruimtelijke procedures is de Wet geluidhinder. Op 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (hierna Wgh) in werking getreden. Deze wet biedt geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, bescherming tegen geluidhinder van geluidsbronnen: wegverkeer, spoorwegen, industrie en luchtvaart, op basis van zonering. Verkeerslawaai Verkeerswegen hebben geluidszones. Volgens de Wgh betreft het wegen waar de maximum snelheid groter is dan 30 km/uur. De planlocatie ligt aan een weg waar de maximumsnelheid groter is dan 30 km/uur. Op basis van artikel 76 lid 3 van de Wet geluidhinder hoeft de geluidsbelasting van de aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. In dit geval zijn er twee bedrijfswoningen aanwezig. Dit blijven bedrijfswoningen. Industrielawaai In de nabijheid van het projectgebied zijn geen gezoneerde bedrijventerreinen gelegen. Derhalve vormt dit geen belemmering voor het planvoornemen.

Bestemmingsplan |Pagina 1

2.2

Geurhinder

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoningen niet. Een toets aan het aspect geur voor wat betreft voorgrond- en achtergrondbelasting is dan ook niet aan de orde. 2.3

Luchtkwaliteit

Er is bij deze locatie sprake van aanwezige bedrijfswoningen. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde. 2.4

Bodem

Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodem- en grondwaterkwaliteit geschikt is voor de beoogde planologische regeling en het daarin toegestane gebruik. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor grotendeels elke functiewijziging, al of niet naar een gevoelige functie, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, beoordeeld moet worden. Ten aanzien van onderhavig planvoornemen blijft het gebruik bedrijfsmatig en is geen sprake van een verandering naar een gevoeligere functie. Er hoeft daarom geen feitelijk bodemonderzoek uitgevoerd te worden in het kader van dit planvoornemen. 2.5

Externe veiligheid

Het algemene rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: -

het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichting); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen); het gebruik van luchthavens.

Risicovolle bedrijvigheid rond het plangebied Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een BEVI-inrichting. Er wordt geen kwetsbaar object toegevoegd en er is geen sprake van een uitbreiding in te verblijven personen, zodat een verantwoording van het groepsrisico niet relevant is. Risicovol transport over de weg of het water Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute over de weg of het water die in het kader van externe veiligheid beoordeeld moet worden. Risicovol transport per (buis)leiding Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen door buisleidingen die onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) vallen. Conclusie Gezien de ligging buiten enig invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen (via de weg, het water of een buisleiding) en het feit dat een verantwoording van het groepsrisico in relatie tot bedrijvigheid niet relevant is, vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het planvoornemen.

Bestemmingsplan |Pagina 2

2.6

Bedrijven en milieuzonering

De VNG brochure bedrijven en milieuzonering (2009) is een handreiking die landelijk wordt gehanteerd bij de toetsing van ruimtelijke ontwikkelingen. De handreiking beschrijft wanneer onderzoek onderdeel uit moet maken van de ruimtelijke onderbouwing voor geur, stof, geluid en gevaar. De systematiek is opgezet voor bedrijfsbestemmingen en gaat uit van aan te houden afstanden en verschillende gebiedstyperingen en bijbehorende richtwaarden. De aanwezige bedrijfswoning blijft een bedrijfswoning. Een nadere onderbouwing is derhalve niet aan de orde. Ten aanzien van eventuele omliggende bedrijven levert de functiewijziging geen beperkingen op. Er is reeds sprake van en agrarische bedrijfslocatie in de vorm van een intensieve veehouderij. Dit wordt omgezet in een grondgebonden agrarisch bedrijf met bestaande bedrijfswoning. Voor toetsing van de omgekeerde werking voor omliggende intensieve veehouderijen geldt dat de bestaande bedrijfswoning reeds aanwezig is. In het voorliggende bestemmingsplan worden ten aanzien van de aanwezige woning geen wijzigingen doorgevoerd. Er is dus geen belemmering voor omliggende veehouderijen. De impact op omliggende bedrijven wijzigt hiermee niet. Bij het houden van dieren waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, gelden de minimale afstanden uit de Wet geurhinder en veehouderij.

Hierdoor is er ten aanzien van omliggende woningen sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat omdat exploitatie van een intensieve veehouderij niet meer mogelijk is. Daarnaast is het bouwvlak aan de achterzijde van de locatie verkleind waardoor aan de oostzijde, richting de dichtstbijzijnde burgerwoning, een kwaliteitswinst wordt geboekt. 2.7 Flora en fauna Het planvoornemen betreft enkel een gebruikswijziging en er wordt geen nieuwe bebouwing opgericht en heeft derhalve geen negatieve invloed op Natura 2000 gebieden, flora en fauna en eventueel beschermde bos- en natuurgebieden. 2.8

Archeologie

In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect ‘archeologie’ in ruimtelijke plannen. De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. De gemeente Peel en Maas heeft een eigen archeologiebeleid ontwikkeld. Aangezien er met het planvoornemen geen nieuwe bebouwing wordt toegevoegd hoeft geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Wanneer er in de toekomst uitbreiding van de bebouwing aan de orde is, (hetgeen hier beperkt toelaatbaar is gelet op de verkleining van het bouwvlak) dient getoetst te worden aan de dubbelbestemming Waarde – Archeologie die is opgenomen in het bestemmingsplan. 2.9

Verkeer en parkeren

Onderhavig planvoornemen voorziet niet in nieuwe bebouwing. De ontwikkeling zal hierdoor geen negatieve consequenties met zich meebrengen voor de verkeerssituatie ter plaatse.

Bestemmingsplan |Pagina 3

Onderbouwing Locatie 010: Lorbaan 38 Grashoek 1.

Toelichting locatie en ontwikkeling

De locatie Lorbaan 38 is gelegen in het buitengebied van Grashoek. Het vigerende bestemmingsplan voor deze locatie is het bestemmingsplan buitengebied Peel en Maas. Het perceel heeft daarin de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ met 1 bedrijfswoning. De locatie is gelegen in de gebieden: Grootschalig open ontginningslandschappen en verwevingsgebied. Er is op dit moment geen intensieve veehouderij meer aanwezig. Wel zijn er nog agrarisch grondgebonden activiteiten in de vorm van een paardenhouderij. Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt de bestemming gewijzigd in de bestemming ‘Agrarisch- Grondgebonden’ en wordt het bouwvlak verkleind. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat omzetting in de bestemming ‘Agrarisch Grondgebonden’ voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft een toetsing aan het beleid en de doelstelling van het omzetten van de bestemming van onderhavige locatie wordt verwezen naar de algemene toelichting.

2.

Randvoorwaarden/resultaten onderzoeken

2.1

Geluid

Het wettelijk kader bij ruimtelijke procedures is de Wet geluidhinder. Op 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (hierna Wgh) in werking getreden. Deze wet biedt geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, bescherming tegen geluidhinder van geluidsbronnen: wegverkeer, spoorwegen, industrie en luchtvaart, op basis van zonering. Verkeerslawaai Verkeerswegen hebben geluidszones. Volgens de Wgh betreft het wegen waar de maximum snelheid groter is dan 30 km/uur. De planlocatie ligt aan een weg waar de maximumsnelheid groter is dan 30 km/uur. Op basis van artikel 76 lid 3 van de Wet geluidhinder hoeft de geluidsbelasting van de aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. In dit geval is er een bedrijfswoning aanwezig. Dit blijft een bedrijfswoning. Industrielawaai

Bestemmingsplan |Pagina 1

In de nabijheid van het projectgebied zijn geen gezoneerde bedrijventerreinen gelegen. Derhalve vormt dit geen belemmering voor het planvoornemen. 2.2

Geurhinder

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect geur voor wat betreft voorgrond- en achtergrondbelasting is dan ook niet aan de orde. 2.3

Luchtkwaliteit

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde. 2.4

Bodem

Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodem- en grondwaterkwaliteit geschikt is voor de beoogde planologische regeling en het daarin toegestane gebruik. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor grotendeels elke functiewijziging, al of niet naar een gevoelige functie, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, beoordeeld moet worden. Ten aanzien van onderhavig planvoornemen blijft het gebruik bedrijfsmatig en is geen sprake van een verandering naar een gevoeligere functie. Er hoeft daarom geen feitelijk bodemonderzoek uitgevoerd te worden in het kader van dit planvoornemen. 2.5

Externe veiligheid

Het algemene rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: -

het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichting); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen); het gebruik van luchthavens.

Risicovolle bedrijvigheid rond het plangebied Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een BEVI-inrichting. Er wordt geen kwetsbaar object toegevoegd en er is geen sprake van een uitbreiding in te verblijven personen, zodat een verantwoording van het groepsrisico niet relevant is. Risicovol transport over de weg of het water Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute over de weg of het water die in het kader van externe veiligheid beoordeeld moet worden.

Risicovol transport per (buis)leiding Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen door buisleidingen die onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) vallen. Conclusie Gezien de ligging buiten enig invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen (via de weg, het water of een buisleiding) en het feit dat een verantwoording van het groepsrisico in relatie tot

Bestemmingsplan |Pagina 2

bedrijvigheid niet relevant is, vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het planvoornemen. 2.6

Bedrijven en milieuzonering

De VNG brochure bedrijven en milieuzonering (2009) is een handreiking die landelijk wordt gehanteerd bij de toetsing van ruimtelijke ontwikkelingen. De handreiking beschrijft wanneer onderzoek onderdeel uit moet maken van de ruimtelijke onderbouwing voor geur, stof, geluid en gevaar. De systematiek is opgezet voor bedrijfsbestemmingen en gaat uit van aan te houden afstanden en verschillende gebiedstyperingen en bijbehorende richtwaarden. De aanwezige bedrijfswoning blijft een bedrijfswoning. Een nadere onderbouwing is derhalve niet aan de orde. Ten aanzien van eventuele omliggende bedrijven levert de functiewijziging geen beperkingen op. Er is reeds sprake van en agrarische bedrijfslocatie in de vorm van een intensieve veehouderij. Dit wordt omgezet in een grondgebonden agrarisch bedrijf met bestaande bedrijfswoning. Voor toetsing van de omgekeerde werking voor omliggende intensieve veehouderijen geldt dat de bestaande bedrijfswoning reeds aanwezig is. In het voorliggende bestemmingsplan worden ten aanzien van de aanwezige woning geen wijzigingen doorgevoerd. Er is dus geen belemmering voor omliggende veehouderijen. De impact op omliggende bedrijven wijzigt hiermee niet. Bij het houden van dieren waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, gelden de minimale afstanden uit de Wet geurhinder en veehouderij.

Hierdoor is er ten aanzien van omliggende woningen sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat omdat exploitatie van een intensieve veehouderij niet meer mogelijk is.

2.7 Flora en fauna Het planvoornemen betreft enkel een gebruikswijziging en er wordt geen nieuwe bebouwing opgericht en heeft derhalve geen negatieve invloed op Natura 2000 gebieden, flora en fauna en eventueel beschermde bos- en natuurgebieden. 2.8

Archeologie

In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect ‘archeologie’ in ruimtelijke plannen. De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. De gemeente Peel en Maas heeft een eigen archeologiebeleid ontwikkeld. Aangezien er met het planvoornemen geen nieuwe bebouwing wordt toegevoegd hoeft geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Wanneer er in de toekomst uitbreiding van de bebouwing aan de orde is dient getoetst te worden aan de dubbelbestemming Waarde – Archeologie die is opgenomen in het bestemmingsplan. 2.9

Verkeer en parkeren

Onderhavig planvoornemen voorziet niet in nieuwe bebouwing. De ontwikkeling zal hierdoor geen negatieve consequenties met zich meebrengen voor de verkeerssituatie ter plaatse.

Bestemmingsplan |Pagina 3

Onderbouwing Locatie 011: Marisbaan 3 Beringe 1.

Toelichting locatie en ontwikkeling

De locatie Marisbaan 3 is gelegen in het buitengebied van Beringe. Het vigerende bestemmingsplan voor deze locatie is het bestemmingsplan buitengebied Peel en Maas. Het perceel heeft daarin de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ met 1 bedrijfswoning. De locatie is gelegen in de gebieden: Grootschalig open ontginningslandschappen en verwevingsgebied. Er is op dit moment geen intensieve veehouderij meer aanwezig. Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt de bestemming gewijzigd in de bestemming ‘Agrarisch- Grondgebonden’. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat omzetting in de bestemming ‘Agrarisch - Grondgebonden’ voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft een toetsing aan het beleid en de doelstelling van het omzetten van de bestemming van onderhavige locatie wordt verwezen naar de algemene toelichting.

2.

Randvoorwaarden/resultaten onderzoeken

2.1

Geluid

Het wettelijk kader bij ruimtelijke procedures is de Wet geluidhinder. Op 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (hierna Wgh) in werking getreden. Deze wet biedt geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, bescherming tegen geluidhinder van geluidsbronnen: wegverkeer, spoorwegen, industrie en luchtvaart, op basis van zonering. Verkeerslawaai Verkeerswegen hebben geluidszones. Volgens de Wgh betreft het wegen waar de maximum snelheid groter is dan 30 km/uur. De planlocatie ligt aan een weg waar de maximumsnelheid groter is dan 30 km/uur. Op basis van artikel 76 lid 3 van de Wet geluidhinder hoeft de geluidsbelasting van de aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. In dit geval is er een bedrijfswoning aanwezig. Dit blijft een bedrijfswoning. Industrielawaai In de nabijheid van het projectgebied zijn geen gezoneerde bedrijventerreinen gelegen. Derhalve vormt dit geen belemmering voor het planvoornemen.

Bestemmingsplan |Pagina 1

2.2

Geurhinder

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect geur voor wat betreft voorgrond- en achtergrondbelasting is dan ook niet aan de orde. 2.3

Luchtkwaliteit

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde. 2.4

Bodem

Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodem- en grondwaterkwaliteit geschikt is voor de beoogde planologische regeling en het daarin toegestane gebruik. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor grotendeels elke functiewijziging, al of niet naar een gevoelige functie, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, beoordeeld moet worden. Ten aanzien van onderhavig planvoornemen blijft het gebruik bedrijfsmatig en is geen sprake van een verandering naar een gevoeligere functie. Er hoeft daarom geen feitelijk bodemonderzoek uitgevoerd te worden in het kader van dit planvoornemen. 2.5

Externe veiligheid

Het algemene rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: -

het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichting); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen); het gebruik van luchthavens.

Risicovolle bedrijvigheid rond het plangebied Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een BEVI-inrichting. Er wordt geen kwetsbaar object toegevoegd en er is geen sprake van een uitbreiding in te verblijven personen, zodat een verantwoording van het groepsrisico niet relevant is. Risicovol transport over de weg of het water Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute over de weg of het water die in het kader van externe veiligheid beoordeeld moet worden.

Risicovol transport per (buis)leiding Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen door buisleidingen die onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) vallen. Conclusie Gezien de ligging buiten enig invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen (via de weg, het water of een buisleiding) en het feit dat een verantwoording van het groepsrisico in relatie tot bedrijvigheid niet relevant is, vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het planvoornemen.

Bestemmingsplan |Pagina 2

2.6

Bedrijven en milieuzonering

De VNG brochure bedrijven en milieuzonering (2009) is een handreiking die landelijk wordt gehanteerd bij de toetsing van ruimtelijke ontwikkelingen. De handreiking beschrijft wanneer onderzoek onderdeel uit moet maken van de ruimtelijke onderbouwing voor geur, stof, geluid en gevaar. De systematiek is opgezet voor bedrijfsbestemmingen en gaat uit van aan te houden afstanden en verschillende gebiedstyperingen en bijbehorende richtwaarden. De aanwezige bedrijfswoning blijft een bedrijfswoning. Een nadere onderbouwing is derhalve niet aan de orde. Ten aanzien van eventuele omliggende bedrijven levert de functiewijziging geen beperkingen op. Er is reeds sprake van en agrarische bedrijfslocatie in de vorm van een intensieve veehouderij. Dit wordt omgezet in een grondgebonden agrarisch bedrijf met bestaande bedrijfswoning. Voor toetsing van de omgekeerde werking voor omliggende intensieve veehouderijen geldt dat de bestaande bedrijfswoning reeds aanwezig is. In het voorliggende bestemmingsplan worden ten aanzien van de aanwezige woning geen wijzigingen doorgevoerd. Er is dus geen belemmering voor omliggende veehouderijen. De impact op omliggende bedrijven wijzigt hiermee niet. Bij het houden van dieren waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, gelden de minimale afstanden uit de Wet geurhinder en veehouderij.

Hierdoor is er ten aanzien van omliggende woningen sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat omdat exploitatie van een intensieve veehouderij niet meer mogelijk is.

2.7 Flora en fauna Het planvoornemen betreft enkel een gebruikswijziging en er wordt geen nieuwe bebouwing opgericht en heeft derhalve geen negatieve invloed op Natura 2000 gebieden, flora en fauna en eventueel beschermde bos- en natuurgebieden. 2.8

Archeologie

In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect ‘archeologie’ in ruimtelijke plannen. De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. De gemeente Peel en Maas heeft een eigen archeologiebeleid ontwikkeld. Aangezien er met het planvoornemen geen nieuwe bebouwing wordt toegevoegd hoeft geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Wanneer er in de toekomst uitbreiding van de bebouwing aan de orde is dient getoetst te worden aan de dubbelbestemming Waarde – Archeologie die is opgenomen in het bestemmingsplan. 2.9

Verkeer en parkeren

Onderhavig planvoornemen voorziet niet in nieuwe bebouwing. De ontwikkeling zal hierdoor geen negatieve consequenties met zich meebrengen voor de verkeerssituatie ter plaatse.

Bestemmingsplan |Pagina 3

Onderbouwing Locatie 012: Molenstraat 124 Helden 1.

Toelichting locatie en ontwikkeling

De locatie Molenstraat 124 is gelegen in het buitengebied van Helden. Het vigerende bestemmingsplan voor deze locatie is het Omgevingsplan Kwistbeek. Het perceel heeft daarin de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ met 1 bedrijfswoning. De locatie is gelegen in de gebieden: oude verdichte bouwlanden, ontwikkelingszone bebouwingslinten en verwevingsgebied. Er is op dit moment geen intensieve veehouderij meer aanwezig. Wel zijn er nog agrarisch grondgebonden activiteiten in de vorm van een paardenhouderij. Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt de bestemming gewijzigd in de bestemming ‘Agrarisch- Grondgebonden’. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat omzetting in de bestemming ‘Agrarisch - Grondgebonden’ voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft een toetsing aan het beleid en de doelstelling van het omzetten van de bestemming van onderhavige locatie wordt verwezen naar de algemene toelichting.

2.

Randvoorwaarden/resultaten onderzoeken

2.1

Geluid

Het wettelijk kader bij ruimtelijke procedures is de Wet geluidhinder. Op 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (hierna Wgh) in werking getreden. Deze wet biedt geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, bescherming tegen geluidhinder van geluidsbronnen: wegverkeer, spoorwegen, industrie en luchtvaart, op basis van zonering. Verkeerslawaai Verkeerswegen hebben geluidszones. Volgens de Wgh betreft het wegen waar de maximum snelheid groter is dan 30 km/uur. De planlocatie ligt aan een weg waar de maximumsnelheid groter is dan 30 km/uur. Op basis van artikel 76 lid 3 van de Wet geluidhinder hoeft de geluidsbelasting van de aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. In dit geval is er een bedrijfswoning aanwezig. Dit blijft een bedrijfswoning. Industrielawaai In de nabijheid van het projectgebied zijn geen gezoneerde bedrijventerreinen gelegen. Derhalve vormt dit geen belemmering voor het planvoornemen.

Bestemmingsplan |Pagina 1

2.2

Geurhinder

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect geur voor wat betreft voorgrond- en achtergrondbelasting is dan ook niet aan de orde. 2.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=8e7c4b60-53e5-4455-8106-ce767f78f8af