CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-002 04 Vastgesteld Bijlage bij de toelichting - Onderbouwingen 001 tm 033.pdf

Raad 31 januari 2023, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen “Veegbestemmingsplan stoppers 2020” (2023-002)26.552 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Onderbouwing Locatie 001: Bosakkerweg 10 Kessel 1.

Toelichting locatie en ontwikkeling

De locatie Bosakkerweg 10 is gelegen in het buitengebied van Kessel. Het vigerende bestemmingsplan voor deze locatie is het bestemmingsplan buitengebied Peel en Maas. Het perceel heeft daarin de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ met 1 bedrijfswoning. Op een gedeelte van het bouwvlak ligt de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – 1’ (aanduiding voor een kleinschalig kampeerterrein). De locatie is gelegen in de gebieden: Oude verdichte bouwlanden en verwevingsgebied. Er is op dit moment geen intensieve veehouderij meer aanwezig. Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt de bestemming gewijzigd in de bestemming ‘AgrarischGrondgebonden’. Tevens wordt de aanduiding voor het kleinschalig kampeerterrein over het gehele bouwvlak gelegd. Dit is het herstel van een omissie in het bestemmingsplan Buitengebied Peel en Maas, waar deze aanduiding slechts over een gedeelte van het bouwvlak was gelegd. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat omzetting in de bestemming ‘Agrarisch - Grondgebonden’ voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft een toetsing aan het beleid en de doelstelling van het omzetten van de bestemming van onderhavige locatie wordt verwezen naar de algemene toelichting.

2.

Randvoorwaarden/resultaten onderzoeken

2.1

Geluid

Het wettelijk kader bij ruimtelijke procedures is de Wet geluidhinder. Op 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (hierna Wgh) in werking getreden. Deze wet biedt geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, bescherming tegen geluidhinder van geluidsbronnen: wegverkeer, spoorwegen, industrie en luchtvaart, op basis van zonering. Verkeerslawaai Verkeerswegen hebben geluidszones. Volgens de Wgh betreft het wegen waar de maximum snelheid groter is dan 30 km/uur. De planlocatie ligt aan een weg waar de maximumsnelheid groter is dan 30 km/uur. Op basis van artikel 76 lid 3 van de Wet geluidhinder hoeft de geluidsbelasting van de aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. In dit geval is er een bedrijfswoning aanwezig. Dit blijft een bedrijfswoning.

Bestemmingsplan |Pagina 1

Industrielawaai In de nabijheid van het projectgebied zijn geen gezoneerde bedrijventerreinen gelegen. Derhalve vormt dit geen belemmering voor het planvoornemen. 2.2

Geurhinder

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect geur voor wat betreft voorgrond- en achtergrondbelasting is dan ook niet aan de orde. 2.3

Luchtkwaliteit

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect geur voor wat betreft voorgrond- en achtergrondbelasting is dan ook niet aan de orde. 2.4

Bodem

Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodem- en grondwaterkwaliteit geschikt is voor de beoogde planologische regeling en het daarin toegestane gebruik. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor grotendeels elke functiewijziging, al of niet naar een gevoelige functie, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, beoordeeld moet worden. Ten aanzien van onderhavig planvoornemen blijft het gebruik bedrijfsmatig en is geen sprake van een verandering naar een gevoeligere functie. Er hoeft daarom geen feitelijk bodemonderzoek uitgevoerd te worden in het kader van dit planvoornemen. 2.5

Externe veiligheid

Het algemene rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: - het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichting); - het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen); - het gebruik van luchthavens. Beoogde ontwikkeling Voorliggende planologische ontwikkeling is consoliderend van aard en bevat geen ontwikkelingen die effect hebben op de ongestoorde ligging van de gasleidingen of de externe veiligheid.

Kwetsbaarheid De bedrijfswoning en de bedrijfsgebouwen binnen het plangebied worden in het kader van het aspect externe veiligheid aangemerkt als beperkt kwetsbare objecten. Het kleinschalige kampeerterrein (maximaal 25 standplaatsen) wordt vanwege de omvang (25 standplaatsen met een bezetting van 2,4 personen per standplaats) aangemerkt als een kwetsbaar object.

Bestemmingsplan |Pagina 2

Risicovolle bedrijvigheid rond het plangebied Het plangebied ligt niet binnen het invloedgebied van een BEVI-inrichting. Het plangebied heeft betrekking op het reeds aanwezige kwetsbare object (kleinschalig kampeerterrein) en de aanwezige beperkt kwetsbare objecten (bedrijfswoning met bedrijfsgebouwen). Er wordt geen kwetsbaar object of beperkt kwetsbaar object toegevoegd en er is geen sprake van een uitbreiding in de te verblijven personen. Risicovol transport over de weg, het spoor of het water Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute over het spoor of water die in het kader van externe veiligheid beoordeeld moet worden. De vervoersintensiteiten van gevaarlijke stoffen over de wegen in de directe nabijheid van het plangebied blijven ruim onder de “vuistregels externe risico’s transport gevaarlijke stoffen” die zijn opgenomen in de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART, versie 1.2 RIVM 2017). In voornoemde handleiding is aangegeven dat wegen buiten de bebouwde kom (maximale snelheid 80 km/uur) met minder dan 500 transporten van GF3-stoffen per jaar geen PR 10-6–contour hebben. Uit de vuistregels kan verder worden afgeleid dat het groepsrisico ten gevolge van deze wegen ruim lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Gelet op de omvang van het groepsrisico is de verantwoording van het groepsrisico op deze wegen niet van toepassing.

Risicovol transport per (buis)leiding Het plangebied ligt binnen de invloedgebieden van drie transportleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen die onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) vallen. Het gaat om de hogedruk aardgastransportleidingen A-520, A-578 en A-665. In het kader van de voorgenomen bestemmingswijziging is er een risico-inventarisatie externe veiligheid buisleidingen uitgevoerd. De resultaten van deze risico-inventarisatie zijn beschreven in de rapportage “Externe veiligheid buisleidingen Bosakkerweg 10, Kessel”. De rapportage is opgesteld door M&A Omgeving BV heeft rapportnummer 221-Kbo10-ev-v3 en is gedateerd 16 november 2021. De rapportage van de risico-inventarisatie is als bijlage bij deze onderbouwing gevoegd. Uit de risico-inventarisatie blijkt dat de plaatsgebonden risicocontour (PR 10 -6-contour) van de aardgastransportleidingen A-578 en A-665 op de leidingen ligt. De PR 10-6-contour van de aardgastransportleiding A-520 strekt zich beperkt uit buiten de belemmeringenstrook van de leiding. Ter plaatse van het plangebied ligt de PR 10-6-contour van de aardgastransportleiding A-520 op de leiding. De aardgastransportleiding A-520 met bijbehorende belemmeringenstrook loopt door een gedeelte van het plangebied.

Er gelden graaf- en bouwbeperkingen voor het gedeelte van de belemmeringenstrook (4 meter aan weerszijden van de buisleiding) van de aardgastransportleiding die gelegen is binnen het plangebied. De ligging van aardgastransportleiding A-520 met bijbehorende belemmeringenstrook is op de verbeelding van het plangebied opgenomen. Met deze ruimtelijke aanpassing wordt planologisch de vestiging van een Agrarisch- Grondgebondenbedrijf met bedrijfswoning (beperkt- kwetsbaar object) mogelijk gemaakt. Tevens wordt de aanduiding voor het aanwezige kleinschalig kampeerterrein (kwetsbaar object) over het gehele bouwvlak gelegd. Bij de vaststelling van dit bestemmingsplan is de grenswaarde van 10-6 per jaar met betrekking tot het plaatsgebonden risico voor kwetsbare objecten in acht genomen. Dit betekent dat er binnen het plangebied ter plaatse van de aardgastransportleiding A-520 geen kampeermiddelen opgesteld

Bestemmingsplan |Pagina 3

mogen worden. Bovendien dient in de regels van het bestemmingsplan het graaf- en bouwverbod te worden opgenomen ter plaatse van de aardgastransportleiding A-520 en belemmeringenstrook voor het gedeelte dat is gelegen binnen het plangebied. Verder is er rekening gehouden met de richtwaarde van 10-6 per jaar met betrekking tot het plaatsgebonden risico voor beperkt kwetsbare objecten. Door dit bestemmingsplan wordt de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ met 1 bedrijfswoning vanwege het beëindigen van de intensieve veehouderijactiviteiten gewijzigd naar ‘Agrarisch – Grondgebonden’ met 1 bedrijfswoning. Tevens wordt de aanduiding voor het kleinschalig kampeerterrein over het gehele bouwvlak gelegd. Dit is het herstel van een omissie in het bestemmingsplan Buitengebied Peel en Maas, waar deze aanduiding slechts over een gedeelte van het bouwvlak was gelegd. Ten aanzien van onderhavig planvoornemen blijft het gebruik bedrijfsmatig en is geen sprake van een verandering naar een gevoeligere functie. Binnen het plangebied mogen ter plaatse van de aardgastransportleiding A-520 geen kampeermiddelen opgesteld worden.

In het Besluit externe veiligheid buisleidingen is aangegeven dat bij de vaststelling van een ruimtelijk besluit, op grond waarvan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object wordt toegelaten, dat dan tevens het groepsrisico in het invloedsgebied van de buisleiding wordt verantwoord. Met dit consoliderende bestemmingsplan wordt de vestiging van een bestaand kwetsbaar object (kleinschalig kampeerterrein) en bestaande beperkt kwetsbare objecten (bedrijfswoning met bedrijfsgebouwen) in de nabijheid van de hogedruk aardgastransportleidingen A520, A578 en A665 planologisch mogelijk gemaakt en is het dus vanuit een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk dat het groepsrisico wordt verantwoord. In het kader van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico is het bestuur van de Veiligheidsregio Limburg Noord in de gelegenheid gesteld om te adviseren over de voorgenomen bestemmingswijziging. Verantwoording van het groepsrisico Personendichtheid Door dit bestemmingsplan verandert de personendichtheid binnen het invloedgebied van de hogedruk aardgastransportleidingen A-520, A-578 en A-665 niet. De omvang van het groepsrisico verandert niet. Het groepsrisico is lager dan 0,1 maal de oriënterende waarde.

Zelfredzaamheid Ten aanzien van de zelfredzaamheid valt op te merken dat er in het invloedsgebied geen groepen voorkomen die als verminderd zelfredzaam kunnen worden aangemerkt. Tevens zijn binnen het invloedsgebied slechts woningen met maximaal drie verdiepingen en een kleinschalig kampeerterrein gesitueerd. Deze woningen en de kampeermiddelen zijn over het algemeen goed te ontvluchten. Personen in de woning en op de camping zijn naar verwachting overwegend zelfredzaam. De personen in het plangebied kunnen wellicht schuilen in een van de gebouwen op het erf, indien deze gebouwen toegankelijk zijn en voldoende bescherming bieden. In het plangebied zijn er voldoende vluchtmogelijkheden aanwezig om bij een incident van de risicobron af te kunnen vluchten. In het organisatorische aanpak moet rekening worden gehouden met de mogelijkheden voor het schuilen in een gebouw en de ontvluchting van een gebouw bij het scenario fakkelbrand. De aanwezige campinggasten en de bewoners/campingeigenaren moeten kennis hebben van de gevaren van het scenario fakkelbrand en weten wat te doen bij het optreden van dit scenario. Hierdoor kan het juiste handelingsperspectief gekozen worden, namelijk schuilen of vluchten. Daarnaast zijn er vluchtroutes van de risicobron af gericht. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid zijn daarmee goed te noemen.

Bestemmingsplan |Pagina 4

Bestrijdbaarheid Het plangebied is, conform het regionale modelbeleid bluswater en bereikbaarheid, voor hulpverleningsdiensten goed bereikbaar via twee onafhankelijke aanvalsroutes. Voor de bedrijfswoning en de camping is conform het regionale modelbeleid momenteel onvoldoende bluswatercapaciteit aanwezig. Gezien het feit dat het in deze casus slechts gaat om een wijziging in het bestemmingsplan en dus geen fysieke wijzigingen gedaan worden, worden op dit punt geen aanvullende eisen gesteld. Ook zijn er genoeg opstelplaatsen voor hulpdiensten aanwezig binnen het plangebied.Advies •Zorg dat tijdens graafwerkzaamheden in de nabijheid van de buisleiding de camping niet in gebruik is. Naar alle waarschijnlijkheid is de camping voornamelijk in gebruik in de periode van medio april tot eind oktober. Eventuele werkzaamheden in de omgeving van de leiding dienen buiten deze periode te worden gepland. In het vigerende bestemmingsplan is daarnaast reeds een dubbelbestemming Leiding – gas opgenomen. Binnen deze dubbelbestemming geldt een bouwverbod en een aanlegvergunningstelsel. •Zorg dat zowel de campinggasten als de bewoners/campingeigenaren op de hoogte zijn van de gevaren uit de omgeving, zodat ze daarnaar kunnen handelen bij een incident. We adviseren het fakkelbrandscenario op te nemen in het ontruimingsplan, zodat de campingeigenaren voldoende zijn voorbereid op dit scenario.

•Zorg dat een of meer gebouwen op het terrein toegankelijk worden gemaakt als schuilplaats voor campinggasten (bijvoorbeeld op basis van afspraken met de campingeigenaren). Indien een gebouw als gevolg van de fakkelbrand niet bruikbaar is, is vluchten het handelingsperspectief. Conclusie De plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6-contour) van de aardgastransportleidingen A-578 en A-665 ligt op de leidingen. De PR 10-6-contour van de aardgastransportleiding A-520 strekt zich beperkt uit tot buiten de belemmeringenstrook van deze leiding. Ter plaatse van het plangebied ligt de PR 10-6contour van de aardgastransportleiding A-520 op de leiding. De aardgastransportleiding A-520 met bijbehorende belemmeringenstrook loopt door een gedeelte van het plangebied. Er gelden graaf- en bouwbeperkingen voor het gedeelte van de belemmeringenstrook (4 meter aan weerszijden van de buisleiding) van de aardgastransportleiding die gelegen is binnen het plangebied. De ligging van aardgastransportleiding A-520 met bijbehorende belemmeringenstrook is op de verbeelding van het plangebied opgenomen. Bij de vaststelling van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met de richtwaarde van 10 -6 per jaar met betrekking tot het plaatsgebonden risico voor beperkt kwetsbare objecten (bedrijfswoning met bedrijfsgebouwen).

Voor het kleinschalige kampeerterrein is de grenswaarde van 10-6 per jaar voor het plaatsgebonden risico voor kwetsbare objecten in acht genomen. Binnen het plangebied mogen ter plaatse van de aardgastransportleiding A-520 geen kampeermiddelen opgesteld worden. Het plangebied ligt binnen de invloedgebieden van de hogedruk aardgastransportleidingen A-520, A578 en A-665. Vanwege de ligging binnen de invloedgebieden van de aardgastransportleidingen is de verantwoordingsplicht van het groepsrisico van toepassing. Vaststelling van dit bestemmingsplan leidt niet tot verandering van het groepsrisico. Ongeacht de inzet van de Gasunie, gemeente en hulpverleningsdiensten om de situatie zo veilig mogelijk te maken is er sprake van een restrisico. Immers de kans op een ongeval, hoe klein ook, blijft altijd aanwezig. Het restrisico is in dit geval onder déze omstandigheden aanvaardbaar. Het groepsrisico is verantwoord. 2.6

Bedrijven en milieuzonering

De VNG brochure bedrijven en milieuzonering (2009) is een handreiking die landelijk wordt gehanteerd bij de toetsing van ruimtelijke ontwikkelingen. De handreiking beschrijft wanneer onderzoek onderdeel uit moet maken van de ruimtelijke onderbouwing voor geur, stof, geluid en gevaar. De systematiek is

Bestemmingsplan |Pagina 5

opgezet voor bedrijfsbestemmingen en gaat uit van aan te houden afstanden en verschillende gebiedstyperingen en bijbehorende richtwaarden. De aanwezige bedrijfswoning blijft een bedrijfswoning. Een nadere onderbouwing is derhalve niet aan de orde. Ten aanzien van eventuele omliggende bedrijven levert de functiewijziging geen beperkingen op. Er is reeds sprake van en agrarische bedrijfslocatie in de vorm van een intensieve veehouderij. Dit wordt omgezet in een grondgebonden agrarisch bedrijf met bestaande bedrijfswoning. Voor toetsing van de omgekeerde werking voor omliggende intensieve veehouderijen geldt dat de bestaande bedrijfswoning reeds aanwezig is. In het voorliggende bestemmingsplan worden ten aanzien van de aanwezige woning geen wijzigingen doorgevoerd. Er is dus geen belemmering voor omliggende veehouderijen. De impact op omliggende bedrijven wijzigt hiermee niet.

Bij het houden van dieren waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, gelden de minimale afstanden uit de Wet geurhinder en veehouderij. Hierdoor is er ten aanzien van omliggende woningen sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat omdat exploitatie van een intensieve veehouderij niet meer mogelijk is 2.7

Flora en fauna

Het planvoornemen betreft enkel een gebruikswijziging en er wordt geen nieuwe bebouwing opgericht en heeft derhalve geen negatieve invloed op Natura 2000 gebieden, flora en fauna en eventueel beschermde bos- en natuurgebieden. 2.8

Archeologie

In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect ‘archeologie’ in ruimtelijke plannen. De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. De gemeente Peel en Maas heeft een eigen archeologiebeleid ontwikkeld. Aangezien er met het planvoornemen geen nieuwe bebouwing wordt toegevoegd hoeft geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Wanneer er in de toekomst uitbreiding van de bebouwing aan de orde is dient getoetst te worden aan de dubbelbestemming Waarde – Archeologie die is opgenomen in het bestemmingsplan. 2.9

Verkeer en parkeren

Onderhavig planvoornemen voorziet niet in nieuwe bebouwing. De ontwikkeling zal hierdoor geen negatieve consequenties met zich meebrengen voor de verkeerssituatie ter plaatse. 2.10 Water Met onderhavige bestemmingswijziging wordt uitsluitend de bestemming “Agrarisch – Intensieve Veehouderij” omgezet in de bestemming “Agrarisch – Grondgebonden”. Het bouwvlak en de aanwezige bebouwing en bouwmogelijkheden wijzigen verder niet ten opzichte van de huidige situatie. Dit betekent dit dat met deze wijziging per saldo, planologisch gezien, geen sprake zal zijn van een toename van verharding of bebouwing. In dat kader vormt het aspect hemelwater geen belemmering voor dit planvoornemen. Ten aanzien van het afvalwater vinden er eveneens geen wijzigen plaats omdat uitsluitend het type agrarisch bedrijf dat geëxploiteerd kan worden wijzigt met de voorgenomen bestemmingswijziging.

Bestemmingsplan |Pagina 6

Bestemmingsplan |Pagina 7

EXTERNE VEILIGHEID BUISLEIDINGEN BOSAKKERWEG 10, KESSEL

Datum

: 16 november 2021

Rapportnummer

: 221-KBo10-ev-v3

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519

Bosakkerweg 10, Kessel

M & A Omgeving BV

Project

:

Risicoinventarisatie externe veiligheid buisleidingen Bosakkerweg 10, Kessel

Opdrachtgever

:

Gemeente Peel en Maas

Datum rapport

:

16 november 2021

Rapportnummer :

221-KBo10-ev-v3

Van toepassing zijnde certificaat Van toepassing zijnde protocollen Nummer certificaat

: NEN-EN-ISO9001, 2015 : -: EC-KWA-00044

Projectleider Collegiale toets

: :

Voor akkoord:

Voor akkoord:

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519

Bosakkerweg 10, Kessel

M & A Omgeving BV

Inhoudsopgave Hfdst.

Titel

Blz.

1.

Inleiding

1

2.

Externe veiligheid

2

3.

Resultaten

4

4

Conclusie

6

Bijlagen Bijlage 1: Luchtfoto + situatietekening Bijlage 2: Resultaten Carola Bijlage 3: Plaatsgebonden risicocontouren

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519

Bosakkerweg 10, Kessel

M & A Omgeving BV

1. Inleiding In verband met de actualisatie van de bestemming van een perceel aan de Bosakkerweg 10 in Kessel, dient de externe veiligheid te worden beschouwd in verband met ondergrondse buisleidingen in de omgeving. Op de locatie is sprake van een grondgebonden agrarisch bedrijf met bedrijfswoning, alsmede een minicamping. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich een drietal ondergrondse gasleidingen van de Gasunie die relevant zijn qua externe veiligheid vanwege het transport van gevaarlijke stoffen door de leidingen. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen is beschreven hoe in Nederland met risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke goederen dient worden omgegaan. Het Besluit is afgeleid van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen hiermee dient bij planologische wijzigingen rekening te worden gehouden. In dit rapport wordt ingegaan op de gevolgen qua externe veiligheid van de ontwikkeling (het plangebied) voor wat betreft de genoemde activiteiten.

1

Bosakkerweg 10, Kessel

M & A Omgeving BV

2. Externe veiligheid 2.1 Algemeen Bij deze kwantitatieve risicoanalyse worden de optredende risico’s, door de aanwezigheid van hoge druk aardgastransportleidingen, voor het plangebied bepaald. Bij toetsing van de externe veiligheid zijn de volgende begrippen van belang: C plaatsgebonden risico (afgekort PR); C groepsrisico (afgekort GR); De begrippen worden hieronder toegelicht.

2.2 Plaatsgebonden risico Burgers moeten voldoende beschermd zijn tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het basisbeschermingsniveau is een basisnorm dat de kans uitdrukt dat een omwonende overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. Het plaatsgebonden risico (PR) wordt uitgedrukt in een getal. Dat getal drukt de kans uit dat een persoon die een jaar lang permanent en onbeschermd op een bepaalde plaats aanwezig is, als rechtstreeks gevolg van een ongeluk met gevaarlijke stoffen komt te overlijden. De norm voor het plaatsgebonden risico bedraagt ten hoogste 10-6 per jaar, gemeten ten opzichte van het hart van de buisleiding. Dat betekent dat deze kans niet hoger mag zijn dan één op de miljoen per jaar. Voor de buisleidingen A-578 en A-665 geldt dat de 10-6-contour niet buiten de contouren van de leidingen is gesitueerd. Voor buisleiding A-520 geldt dat deze slechts beperkt buiten de contour van de leiding is gesitueerd. Ter plaatse van het plangebied ligt deze echter op de leiding zelf. De leiding zelf loopt wel door een gedeelte van het plangebied, zodat voor dit gedeelte graaf- en bouwbeperkingen gelden.

2

Bosakkerweg 10, Kessel

M & A Omgeving BV

2.3 Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers voorkomt. Het groepsrisico is gedefinieerd als de cumulatieve kansen per jaar per kilometer buisleiding dat tenminste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een buisleiding en een ongewoon voorval met die buisleiding. Deze definitie impliceert een tweetal aspecten die (rechtstreeks) invloed uitoefenen op de hoogte van het groepsrisico. De kans op een ongeval en het aantal potentiële dodelijke slachtoffers. De kans op een ongeval met gevaarlijke stoffen is afhankelijk van: C de aard en omvang van de gevaarlijke stoffen; C de daarmee verrichte handelingen; C de wijze waarop een inrichting omgaat met veiligheid. Het aantal potentiële dodelijke slachtoffers hangt af van o.a.: C de samenstelling (hoeveelheid én spreiding) van de bevolking; C de effecten van een stof in geval van een ongeluk; C de mogelijkheden tot zelfredzaamheid en bestrijding van de gevolgen. Het groepsrisico dient opnieuw te worden vastgesteld indien er bijvoorbeeld wijzigingen zijn in het aantal personenaantallen in een gebied of wijzigingen in de kwetsbaarheid van een object. In onderhavige situatie wijzigt het personenaantal naar aanleiding van de bestemmingsplanprocedure voor het perceel in principe niet.

3

Bosakkerweg 10, Kessel

M & A Omgeving BV

3. Resultaten Voor de locatie zijn de leidinggegevens via de gemeente Peel en Maas opgevraagd bij de Gasunie. Met behulp van deze leidinggegevens zijn voor de vigerende situatie berekeningen verricht van de externe veiligheid. De berekeningen zijn uitgevoerd met het door het RIVM ter beschikking gestelde rekenprogramma Carola.

Figuur 3 : Situatie met populatiepolygonen en leidingen Voor de woonbestemmingen is uitgegaan van 2,4 personen per woning. Voor de agrarische bedrijfslocaties (voornamelijk grondgebonden) is uitgegaan van 4 tot 5 personen (inclusief de bedrijfswoning). Als gewoond wordt bij de bedrijfslocaties is in de nachtperiode uitgegaan van 100% aanwezigheid. Voor de minicamping is uitgegaan van maximaal 25 kampeermiddelen. Uitgaande van 2,4 personen per standplaats levert dit een maximale aanwezigheid van 60 personen (dag en nacht).

4

Bosakkerweg 10, Kessel

M & A Omgeving BV

Voor de buisleidingen A-578 en A-665 geldt dat de 10-6-contour niet buiten de contouren van de leidingen is gesitueerd. Voor buisleiding A-520 geldt dat deze slechts beperkt buiten de contour van de leiding is gesitueerd. Ter plaatse van het plangebied ligt deze echter op de leiding zelf. De leiding zelf loopt wel door een gedeelte van het plangebied, zodat voor dit gedeelte graaf- en bouwbeperkingen gelden. Uit de berekeningen blijkt dat de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden ten gevolge van de buisleidingen. Verantwoording van het groepsrisico is hier niet noodzakelijk.

5

Bosakkerweg 10, Kessel

M & A Omgeving BV

4. Conclusies Ten aanzien van de ontwikkelingen in het plangebied en de risico’s van de ondergrondse gasleidingen, kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn voor de bestemmingsplanprocedure uit oogpunt van de externe veiligheid. Ter plaatse van het plangebied liggen de 10-6 contouren op de leidingen zelf. De leiding A-520 zelf loopt wel door een gedeelte van het plangebied, zodat voor dit gedeelte graaf- en bouwbeperkingen gelden. De contouren van het plaatsgebonden risico zijn aangegeven op de tekeningen in bijlage 3. Verantwoording van het groepsrisico is voor het plan niet noodzakelijk.

6

Bosakkerweg 10, Kessel

M & A Omgeving BV

Bijlage 1: Luchtfoto + situatietekening

Bosakkerweg 10 te 5995PT Kessel Situering

Ligging t.o.v. de aardgastransportleidingen

Uitgezoomde afbeelding

Bosakkerweg 10, Kessel

M & A Omgeving BV

Bijlage 2: Resultaten Carola

Kwantitatieve Risicoanalyse Bosakkerweg 10, Kessel Door: M&A Omgeving

Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................. 3 2 Invoergegevens ....................................................................................................... 5 2.1 Interessegebied ................................................................................................ 5 2.2 Relevante leidingen ........................................................................................... 5 2.3 Populatie.......................................................................................................... 8 3 Plaatsgebonden risico ............................................................................................. 10 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 7734_leiding-A-520-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 10 3.2 Figuur 3.2 Plaatsgebonden risico voor 7734_leiding-A-578-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 10 3.3 Figuur 3.3 Plaatsgebonden risico voor 7734_leiding-A-665-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................

11 4 Groepsrisico screening ............................................................................................ 12 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 7734_leiding-A-520-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 12 4.2 Figuur 4.2 Groepsrisico screening voor 7734_leiding-A-578-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 13 4.3 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 7734_leiding-A-665-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 13 5 FN curves .............................................................................................................. 15 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 7734_leiding-A-520-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 2650.00 en stationing 3650.00 ............................ 15 5.2 Figuur 5.2 FN curve voor 7734_leiding-A-578-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 2730.00 en stationing 3730.00 ............................ 15 5.3 Figuur 5.3 FN curve voor 7734_leiding-A-665-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 2750.00 en stationing 3750.00 ............................

16 6 Conclusies ............................................................................................................. 17 7 Referenties ............................................................................................................ 18

Pagina 2 van 18

1 Inleiding In deze rapportage worden de gebruikte invoergegevens en de door CAROLA gegenereerde resultaten weergegeven. Deze gegevens vormen de basis voor een QRA-rapportage. Naast deze basisinvoergegevens en –resultaten wordt in de Handleiding Risicoberekeningen BevB aangegeven welke elementen ook in de QRA beschreven moeten worden. In onderstaand overzicht worden welke elementen beschreven moeten worden en of deze door CAROLA worden aangeleverd. Indien de elementen niet door CAROLA worden gegenereerd, moeten ze door de opsteller van de QRA-rapportage worden ingevuld. Het meest recente overzicht van de te beschrijven elementen wordt gegeven in de van kracht zijnde versie van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb. In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5].

Pagina 3 van 18

Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp

1

2

3

Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens: • naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens Bevb) • naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevolgde methodiek • rekenpakket met versienummer • parameterbestand met versienummer Peildatum QRA • datum van de berekening • datum van aanmaak van de buisleidinggegevens Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding • naam buisleiding • diameter • druk • eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal. • leiding • noordpijl en schaalindicatie Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties

Vertrouwelijk/

Aangeleverd

Openbaar

door CAROLA

Openbaar

Deels

Openbaar Openbaar

Nee Nee Ja

Openbaar Ja Nee Openbaar Ja Ja Ja Ja Openbaar

Openbaar

•

bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10-6-contour en het invloedsgebied Actuele topografische kaart

4

Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouwing, lintbebouwing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico’s voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10-4, 10-5, 10-6, 10-7 en 10-8 (indien aanwezig) FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de oriënterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10-9 per jaar FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de oriëntatiewaarde optreedt, inclusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10 -6 per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zijn meegenomen

Ja Ja

Ja indien ingevoerd Openbaar Openbaar

Ja indien ingevoerd Nee

Openbaar

Nee

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar Openbaar

Ja Nee

Openbaar

Ja

Pagina 4 van 18

2 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 11-11-2021. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Volkel. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1 Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen

2.2 Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn de volgende aardgastransportleidingen meegenomen. Eigenaar

Leidingnaam

Diameter [mm]

Druk [bar]

Datum aanleveren gegevens

N.V. Nederlandse

7734_leidingA-520-deel-1

610.00

66.20

27-10-2021

7734_leidingA-578-deel-1

1066.80

66.20

27-10-2021

7734_leidingA-665-deel-1

1219.00

79.90

27-10-2021

Gasunie N.V. Nederlandse Gasunie N.V. Nederlandse Gasunie Pagina 5 van 18

De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b), actief rappel (cluster 1C) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2. Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied

Leidingen meegenomen in de risicoberekeningen Leidingen waarvoor de houdbaarheidsdatum van de gegevens verstreken is

De volgende risicomitigerende maatregelen zijn meegewogen in de risicostudie: Leidingnaam 7734_leidingA-520-deel-1

Mitigerende

Begin

maatregel

stationing

Eind stationing

overeenkomst met beperkte

556.910

962.010

2551.560

2822.120

2822.120

3016.300

3016.300

3028.160

restricties 7734_leidingA-520-deel-1

overeenkomst met beperkte restricties

7734_leidingA-520-deel-1

overeenkomst met beperkte restricties striktere begeleiding van werkzaamheden

7734_leiding-

betonplaat +

A-520-deel-1

waarschuwingslint Pagina 6 van 18

overeenkomst met beperkte restricties striktere begeleiding van werkzaamheden 7734_leidingA-520-deel-1

betonplaat + waarschuwingslint

3028.160

3088.270

3088.270

4650.290

3565

3710

568.080

974.130

2559.020

3025.150

3585

3715

576.950

984.670

2563.250

3029.960

3600

3735

striktere begeleiding van werkzaamheden 7734_leidingA-520-deel-1

striktere begeleiding van werkzaamheden

Plangebied 7734_leidingA-578-deel-1

overeenkomst met beperkte restricties

7734_leidingA-578-deel-1

overeenkomst met beperkte restricties

Plangebied 7734_leidingA-665-deel-1

overeenkomst met beperkte restricties

7734_leidingA-665-deel-1

overeenkomst met beperkte restricties

Plangebied

Pagina 7 van 18

2.3 Populatie De ingevoerde populatie is weergegeven in figuur 2.3 Figuur 2.3 Bevolking meegenomen in de risicoberekeningen

Populatietype

Polygoonpunten

Populatiepolygoon

Wonen Werken Evenement

Populatiepolygonen Label

Type

Aantal

Bosakkerweg

Werken

5.0

10 Minicamping

Wonen

60.0

Dichtheid

Vervangmodus

Percentage Personen

Toevoegen

50/ 100/ 7/ 1/

Nieuwe Populatie

100/ 100

Toevoegen Nieuwe Populatie

Woningen1

Wonen

10.0

Toevoegen Nieuwe Populatie

Woningen2

Wonen

5.0

Toevoegen Nieuwe Populatie

Pagina 8 van 18

Woningen3

Wonen

5.0

Toevoegen Nieuwe Populatie

Agrarisch

Agrarisch2

Woningen4

Werken

Werken

Wonen

3.0

3.0

5.0

Toevoegen

100/ 100/ 7/ 1/

Nieuwe Populatie

100/ 100

Toevoegen

100/ 100/ 7/ 1/

Nieuwe Populatie

100/ 100

Toevoegen Nieuwe Populatie

Agrarisch3

Woningen5

Werken

Wonen

8.0

3.0

Toevoegen

100/ 100/ 7/ 1/

Nieuwe Populatie

100/ 100

Toevoegen Nieuwe Populatie

Agrarisch4

Agrarisch5

Werken

Werken

8.0

3.0

Toevoegen

100/ 100/ 7/ 1/

Nieuwe Populatie

100/ 100

Toevoegen

100/ 100/ 7/ 1/

Nieuwe Populatie

100/ 100

Pagina 9 van 18

3 Plaatsgebonden risico Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leidingen is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor elk van de leidingen wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als iso-risicocontouren op een achtergrondkaart. 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 7734_leiding-A-520-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

3.2 Figuur 3.2 Plaatsgebonden risico voor 7734_leiding-A-578-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

Pagina 10 van 18

3.3 Figuur 3.3 Plaatsgebonden risico voor 7734_leiding-A-665-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

1E-4 1E-5 1E-6 1E-7 1E-8

Pagina 11 van 18

4 Groepsrisico screening Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FNcurve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 7734_leiding-A-520-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 51 slachtoffers en een frequentie van 1.25E-007. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.033 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 2650.00 en stationing 3650.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.5 Figuur 4.1 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 7734_leiding-A-520-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

Pagina 12 van 18

4.2 Figuur 4.2 Groepsrisico screening voor 7734_leiding-A-578-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 53 slachtoffers en een frequentie van 2.95E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 8.296E-003 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 2730.00 en stationing 3730.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.7 Figuur 4.2 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 7734_leiding-A-578-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

4.3 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 7734_leiding-A-665-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 58 slachtoffers en een frequentie van 9.84E-009. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 3.311E-003 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 2750.00 en stationing 3750.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.8

Pagina 13 van 18

Figuur 4.3 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 7734_leiding-A-665-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

Pagina 14 van 18

5 FN curves Voor elk van de eerder genoemde leidingen is het groepsrisico berekend. Een samenvatting van de resultaten hiervan is gegeven in het voorgaande hoofdstuk; in dit hoofdstuk wordt voor elk van de leidingen de daadwerkelijke FN-curve gegeven van de (in termen van groepsrisico) “slechtste” kilometer van het betreffende tracé. 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 7734_leiding-A-520-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 2650.00 en stationing 3650.00

5.2 Figuur 5.2 FN curve voor 7734_leiding-A-578-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 2730.00 en stationing 3730.00

Pagina 15 van 18

5.3 Figuur 5.3 FN curve voor 7734_leiding-A-665-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 2750.00 en stationing 3750.00

Pagina 16 van 18

6 Conclusies Voor de locatie blijkt dat de plaatsgebonden contouren (10 -6) van de buisleidingen niet over het plangebied zijn gesitueerd. Er is geen overschrijding van het groepsrisico. Een verantwoording van het groepsrisico is daarom niet noodzakelijk.

Pagina 17 van 18

7 Referenties [1]

Handleiding Risicoberekeningen Bevb. Versie 1.0. 20 december 2010.

[2]

Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Brief 390/06 CEV Lah/pbz-1191. 6 november 2006.

[3]

Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Ministerie van VROM. Brief 2006.334302. 7 december 2006.

[4]

Laheij GMH, Vliet AAC van, Kooi ES. Achtergronden bij de vervanging van zoneringafstanden hogedruk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie. Rijksinstituut 620121001/2008. 2008.

[5]

voor

Volksgezondheid

en

Milieu.

RIVM-rapport

M. Gielisse, M.T. Dröge, G.R. Kuik. Risicoanalyse aardgastransportleidingen. N.V. Nederlandse Gasunie. DEI 2008.R.0939. 2008.

Pagina 18 van 18

Bosakkerweg 10, Kessel

M & A Omgeving BV

Bijlage 3: Plaatsgebonden risicocontouren

Onderbouwing Locatie 002: Bovensteweg 1 Kessel 1.

Toelichting locatie en ontwikkeling

De locatie Bovensteweg 1 is gelegen in het buitengebied van Kessel. Het vigerende bestemmingsplan voor deze locatie is het bestemmingsplan buitengebied Peel en Maas. Het perceel heeft daarin de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ met 1 bedrijfswoning. De locatie is gelegen in de gebieden: Oude verdichte bouwlanden, ontwikkelingszone bebouwingslinten en verwevingsgebied. Er is sprake van een gekoppeld bouwvlak met de overzijde van de weg. Er is op dit moment geen intensieve veehouderij meer aanwezig. Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt de bestemming gewijzigd in de bestemming ‘Agrarisch- Grondgebonden’. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat omzetting in de bestemming ‘Agrarisch - Grondgebonden’ voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft een toetsing aan het beleid en de doelstelling van het omzetten van de bestemming van onderhavige locatie wordt verwezen naar de algemene toelichting.

2.

Randvoorwaarden/resultaten onderzoeken

2.1

Geluid

Het wettelijk kader bij ruimtelijke procedures is de Wet geluidhinder. Op 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (hierna Wgh) in werking getreden. Deze wet biedt geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, bescherming tegen geluidhinder van geluidsbronnen: wegverkeer, spoorwegen, industrie en luchtvaart, op basis van zonering. Verkeerslawaai Verkeerswegen hebben geluidszones. Volgens de Wgh betreft het wegen waar de maximum snelheid groter is dan 30 km/uur. De planlocatie ligt aan een weg waar de maximumsnelheid groter is dan 30 km/uur. Op basis van artikel 76 lid 3 van de Wet geluidhinder hoeft de geluidsbelasting van de aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. In dit geval is er een bedrijfswoning aanwezig. Dit blijft een bedrijfswoning. Industrielawaai In de nabijheid van het projectgebied zijn geen gezoneerde bedrijventerreinen gelegen. Derhalve vormt dit geen belemmering voor het planvoornemen.

Bestemmingsplan |Pagina 1

2.2

Geurhinder

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect geur voor wat betreft voorgrond- en achtergrondbelasting is dan ook niet aan de orde. 2.3

Luchtkwaliteit

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde. 2.4

Bodem

Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodem- en grondwaterkwaliteit geschikt is voor de beoogde planologische regeling en het daarin toegestane gebruik. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor grotendeels elke functiewijziging, al of niet naar een gevoelige functie, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, beoordeeld moet worden. Ten aanzien van onderhavig planvoornemen blijft het gebruik bedrijfsmatig en is geen sprake van een verandering naar een gevoeligere functie. Er hoeft daarom geen feitelijk bodemonderzoek uitgevoerd te worden in het kader van dit planvoornemen. 2.5

Externe veiligheid

Het algemene rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: -

het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichting); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen); het gebruik van luchthavens.

Risicovolle bedrijvigheid rond het plangebied Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een BEVI-inrichting. Er wordt geen kwetsbaar object toegevoegd en er is geen sprake van een uitbreiding in te verblijven personen, zodat een verantwoording van het groepsrisico niet relevant is. Risicovol transport over de weg of het water Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute over de weg of het water die in het kader van externe veiligheid beoordeeld moet worden. Risicovol transport per (buis)leiding Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen door buisleidingen die onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) vall en. Conclusie Gezien de ligging buiten enig invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen (via de weg, het water of een buisleiding) en het feit dat een verantwoording van het groepsrisico in relatie tot bedrijvigheid niet relevant is, vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het planvoornemen.

Bestemmingsplan |Pagina 2

2.6

Bedrijven en milieuzonering

De VNG brochure bedrijven en milieuzonering (2009) is een handreiking die landelijk wordt gehanteerd bij de toetsing van ruimtelijke ontwikkelingen. De handreiking beschrijft wanneer onderzoek onderdeel uit moet maken van de ruimtelijke onderbouwing voor geur, stof, geluid en gevaar. De systematiek is opgezet voor bedrijfsbestemmingen en gaat uit van aan te houden afstanden en verschillende gebiedstyperingen en bijbehorende richtwaarden. De aanwezige bedrijfswoning blijft een bedrijfswoning. Een nadere onderbouwing is derhalve niet aan de orde. Ten aanzien van eventuele omliggende bedrijven levert de functiewijziging geen beperkingen op. Er is reeds sprake van en agrarische bedrijfslocatie in de vorm van een intensieve veehouderij. Dit wordt omgezet in een grondgebonden agrarisch bedrijf met bestaande bedrijfswoning. Voor toetsing van de omgekeerde werking voor omliggende intensieve veehouderijen geldt dat de bestaande bedrijfswoning reeds aanwezig is. In het voorliggende bestemmingsplan worden ten aanzien van de aanwezige woning geen wijzigingen doorgevoerd. Er is dus geen belemmering voor omliggende veehouderijen. De impact op omliggende bedrijven wijzigt hiermee niet. Bij het houden van dieren waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, gelden de minimale afstanden uit de Wet geurhinder en veehouderij.

Hierdoor is er ten aanzien van omliggende woningen sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat omdat exploitatie van een intensieve veehouderij niet meer mogelijk is. 2.7

Flora en fauna

Het planvoornemen betreft enkel een gebruikswijziging en er wordt geen nieuwe bebouwing opgericht en heeft derhalve geen negatieve invloed op Natura 2000 gebieden, flora en fauna en eventueel beschermde bos- en natuurgebieden. 2.8

Archeologie

In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect ‘archeologie’ in ruimtelijke plannen. De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. De gemeente Peel en Maas heeft een eigen archeologiebeleid ontwikkeld. Aangezien er met het planvoornemen geen nieuwe bebouwing wordt toegevoegd hoeft geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Wanneer er in de toekomst uitbreiding van de bebouwing aan de orde is dient getoetst te worden aan de dubbelbestemming Waarde – Archeologie die is opgenomen in het bestemmingsplan. 2.9

Verkeer en parkeren

Onderhavig planvoornemen voorziet niet in nieuwe bebouwing. De ontwikkeling zal hierdoor geen negatieve consequenties met zich meebrengen voor de verkeerssituatie ter plaatse.

Bestemmingsplan |Pagina 3

Onderbouwing Locatie 003: Broek 4 Kessel 1.

Toelichting locatie en ontwikkeling

De locatie Broek 4 is gelegen in het buitengebied van Kessel. Het vigerende bestemmingsplan voor deze locatie is het bestemmingsplan buitengebied Peel en Maas. Het perceel heeft daarin de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ met 1 bedrijfswoning. De locatie is gelegen in de gebieden: Oude verdichte bouwlanden, ontwikkelingszone bebouwingslinten en verwevingsgebied. Er is op dit moment geen intensieve veehouderij meer aanwezig. Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt de bestemming gewijzigd in de bestemming ‘Agrarisch- Grondgebonden’. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat omzetting in de bestemming ‘Agrarisch Grondgebonden’ voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft een toetsing aan het beleid en de doelstelling van het omzetten van de bestemming van onderhavige locatie wordt verwezen naar de algemene toelichting.

2.

Randvoorwaarden/resultaten onderzoeken

2.1

Geluid

Het wettelijk kader bij ruimtelijke procedures is de Wet geluidhinder. Op 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (hierna Wgh) in werking getreden. Deze wet biedt geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, bescherming tegen geluidhinder van geluidsbronnen: wegverkeer, spoorwegen, industrie en luchtvaart, op basis van zonering. Verkeerslawaai Verkeerswegen hebben geluidszones. Volgens de Wgh betreft het wegen waar de maximum snelheid groter is dan 30 km/uur. De planlocatie ligt aan een weg waar de maximumsnelheid groter is dan 30 km/uur. Op basis van artikel 76 lid 3 van de Wet geluidhinder hoeft de geluidsbelasting van de aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. In dit geval is er een bedrijfswoning aanwezig. Dit blijft een bedrijfswoning. Industrielawaai In de nabijheid van het projectgebied zijn geen gezoneerde bedrijventerreinen gelegen. Derhalve vormt dit geen belemmering voor het planvoornemen.

Bestemmingsplan |Pagina 1

2.2

Geurhinder

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect geur voor wat betreft voorgrond- en achtergrondbelasting is dan ook niet aan de orde. 2.3

Luchtkwaliteit

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. . Een toets aan het aspect luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde. 2.4

Bodem

Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodem- en grondwaterkwaliteit geschikt is voor de beoogde planologische regeling en het daarin toegestane gebruik. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor grotendeels elke functiewijziging, al of niet naar een gevoelige functie, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, beoordeeld moet worden. Ten aanzien van onderhavig planvoornemen blijft het gebruik bedrijfsmatig en is geen sprake van een verandering naar een gevoeligere functie. Er hoeft daarom geen feitelijk bodemonderzoek uitgevoerd te worden in het kader van dit planvoornemen. 2.5

Externe veiligheid

Het algemene rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: -

het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichting); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen); het gebruik van luchthavens.

Risicovolle bedrijvigheid rond het plangebied Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een BEVI-inrichting. Er wordt geen kwetsbaar object toegevoegd en er is geen sprake van een uitbreiding in te verblijven personen, zodat een verantwoording van het groepsrisico niet relevant is. Risicovol transport over de weg of het water Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute over de weg of het water die in het kader van externe veiligheid beoordeeld moet worden. Risicovol transport per (buis)leiding Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen door buisleidingen die onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) vallen. Conclusie Gezien de ligging buiten enig invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen (via de weg, het water of een buisleiding) en het feit dat een verantwoording van het groepsrisico in relatie tot bedrijvigheid niet relevant is, vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het planvoornemen.

Bestemmingsplan |Pagina 2

2.6

Bedrijven en milieuzonering

De VNG brochure bedrijven en milieuzonering (2009) is een handreiking die landelijk wordt gehanteerd bij de toetsing van ruimtelijke ontwikkelingen. De handreiking beschrijft wanneer onderzoek onderdeel uit moet maken van de ruimtelijke onderbouwing voor geur, stof, geluid en gevaar. De systematiek is opgezet voor bedrijfsbestemmingen en gaat uit van aan te houden afstanden en verschillende gebiedstyperingen en bijbehorende richtwaarden. De aanwezige bedrijfswoning blijft een bedrijfswoning. Een nadere onderbouwing is derhalve niet aan de orde. Ten aanzien van eventuele omliggende bedrijven levert de functiewijziging geen beperkingen op. Er is reeds sprake van en agrarische bedrijfslocatie in de vorm van een intensieve veehouderij. Dit wordt omgezet in een grondgebonden agrarisch bedrijf met bestaande bedrijfswoning. Voor toetsing van de omgekeerde werking voor omliggende intensieve veehouderijen geldt dat de bestaande bedrijfswoning reeds aanwezig is. In het voorliggende bestemmingsplan worden ten aanzien van de aanwezige woning geen wijzigingen doorgevoerd. Er is dus geen belemmering voor omliggende veehouderijen. De impact op omliggende bedrijven wijzigt hiermee niet. Bij het houden van dieren waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, gelden de minimale afstanden uit de Wet geurhinder en veehouderij.

Hierdoor is er ten aanzien van omliggende woningen sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat omdat exploitatie van een intensieve veehouderij niet meer mogelijk is 2.7

Flora en fauna

Het planvoornemen betreft enkel een gebruikswijziging en er wordt geen nieuwe bebouwing opgericht en heeft derhalve geen negatieve invloed op Natura 2000 gebieden, flora en fauna en eventueel beschermde bos- en natuurgebieden. 2.8

Archeologie

In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect ‘archeologie’ in ruimtelijke plannen. De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. De gemeente Peel en Maas heeft een eigen archeologiebeleid ontwikkeld. Aangezien er met het planvoornemen geen nieuwe bebouwing wordt toegevoegd hoeft geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. Wanneer er in de toekomst uitbreiding van de bebouwing aan de orde is dient getoetst te worden aan de dubbelbestemming Waarde – Archeologie die is opgenomen in het bestemmingsplan. 2.9

Verkeer en parkeren

Onderhavig planvoornemen voorziet niet in nieuwe bebouwing. De ontwikkeling zal hierdoor geen negatieve consequenties met zich meebrengen voor de verkeerssituatie ter plaatse.

Bestemmingsplan |Pagina 3

Onderbouwing Locatie 004: De Koningstraat 7 Koningslust 1.

Toelichting locatie en ontwikkeling

De locatie De Koningstraat 7 is gelegen in het buitengebied van Koningslust. Het vigerende bestemmingsplan voor deze locatie is het bestemmingsplan buitengebied Peel en Maas. Het perceel heeft daarin de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ met 1 bedrijfswoning. De locatie is gelegen in de gebieden: grootschalig open ontginningslandschappen en verwevingsgebied. Er is op dit moment geen intensieve veehouderij meer aanwezig. Wel zijn er nog agrarisch grondgebonden activiteiten in de vorm van een paardenhouderij. Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt de bestemming gewijzigd in de bestemming ‘Agrarisch- Grondgebonden’. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat omzetting in de bestemming ‘Agrarisch - Grondgebonden’ voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft een toetsing aan het beleid en de doelstelling van het omzetten van de bestemming van onderhavige locatie wordt verwezen naar de algemene toelichting.

2.

Randvoorwaarden/resultaten onderzoeken

2.1

Geluid

Het wettelijk kader bij ruimtelijke procedures is de Wet geluidhinder. Op 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (hierna Wgh) in werking getreden. Deze wet biedt geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, bescherming tegen geluidhinder van geluidsbronnen: wegverkeer, spoorwegen, industrie en luchtvaart, op basis van zonering. Verkeerslawaai Verkeerswegen hebben geluidszones. Volgens de Wgh betreft het wegen waar de maximum snelheid groter is dan 30 km/uur. De planlocatie ligt aan een weg waar de maximumsnelheid groter is dan 30 km/uur. Op basis van artikel 76 lid 3 van de Wet geluidhinder hoeft de geluidsbelasting van de aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. In dit geval is er een bedrijfswoning aanwezig. Dit blijft een bedrijfswoning.

Bestemmingsplan |Pagina 1

Industrielawaai In de nabijheid van het projectgebied zijn geen gezoneerde bedrijventerreinen gelegen. Derhalve vormt dit geen belemmering voor het planvoornemen. 2.2

Geurhinder

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect geur voor wat betreft voorgrond- en achtergrondbelasting is dan ook niet aan de orde. 2.3

Luchtkwaliteit

Er is bij deze locatie sprake van een aanwezige bedrijfswoning. Door het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’ naar de bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ wijzigt de status van de bedrijfswoning niet. Een toets aan het aspect luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde. 2.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=8e7c4b60-53e5-4455-8106-ce767f78f8af