CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-095 03 Rapport Nijbod - Notitie woonbehoefteonderzoek onder woonwagenbewoners (geanonimiseerd).pdf

Raad 13 december 2022, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: BESPREEKSTUK BEHANDELD DIRECT NA HET SPREEKRECHT - Invulling behoefte woonwagenstandplaatsen (2022-095)10.141 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

NOTITIE WOONBEHOEFTEONDERZOEK ONDER WOONWAGENBEWONERS VAN DE GEMEENTE PEEL EN MAAS

OPGESTELD DOOR NIJBOD CONSULTANCY BEHEER & ONDERHOUD B.V., SEPTEMBER 2021

INHOUDSOPGAVE Inleiding 1. Algemeen 1.1 Achtergrond 1.2 Beleidskader “Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid” 1.3 Mensenrechten 1.4 Huidige situatie 1.5 Woonbehoefteonderzoek 1.6 Begripsbepalingen 2. Inventarisatie woonbehoefte 2.1 Locatie Molenstraat te Maasbree 2.2 Locatie Berkenheg te Meijel 2.3 Locatie Karreweg Noord te Kessel 2.4 Locatie Molenheg te Helden 2.5 Kandidaten van de geïnteresseerde lijst 3. Verhuizen en woonwensen 4. Toewijzingscriteria 5. Gesprekken met woningcorporaties 6. Probleemstelling 7. Beleid 8. Woonwagens gas of gasloos 9. Aanbevelingen

2

INLEIDING In juli 2018 werd door het ministerie van Binnenlandse Zaken een beleidskader opgesteld voor woonwagen- en standplaatsenbeleid. Als gevolg van dit gewijzigde Rijksbeleid dienen gemeenten een beleidsnotitie op te stellen. Gemeenten zijn regisseurs van het huisvestingsbeleid, ook wat betreft woonwagens en standplaatsen. De gemeente Peel en Maas heeft Nijbod Consultancy B.V. gevraagd om ondersteuning te verlenen bij het opstellen van deze beleidsnotitie. Sinds 1990 adviseert Nijbod Consultancy B.V. gemeenten en woningcorporaties succesvol over alle vraagstukken op het gebied van huisvesting van woonwagenbewoners. De adviezen van het College voor de Rechten van de Mens, de gewezen uitspraken van het Europees hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), de bevindingen van de Nationale Ombudsman zoals weergegeven in het rapport “woonwagenbewoner zoekt standplaats” alsmede de aanbevelingen uit de Wegwijzer gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid en het VNG Model Huisvestingsverordening zijn meegenomen in deze notitie.

1. ALGEMEEN 1.1 Achtergrond In 1999 werd de Woonwagenwet ingetrokken. Allerlei bijzondere maatregelen en voorzieningen zijn opgeheven, zodat deze in het reguliere beleidsproces een plaats kunnen krijgen. De problematiek wordt door de landelijke overheid als afgedaan beschouwd. Woonwagenbewoners heten voortaan gewoon ‘burgers’ die zich slechts onderscheiden doordat ze in een woonwagen wonen. Beleid beperkt zich enkel tot het inrichten en beheren van standplaatsen. De overheid ziet de huisvesting niet meer als kerntaak en wenst de locaties over te dragen aan woningcorporaties. Met de afschaffing van de Woonwagenwet in 1999 zijn gemeenten formeel ontslagen van de verplichting om exclusief beleid voor woonwagenbewoners te formuleren. Ook hebben de woonwagenbewoners geen bijzondere rechten meer zoals bijvoorbeeld het recht op een standplaats. Door afschaffing van de Woonwagenwet hebben woonwagenbewoners niet langer een uitzonderingspositie binnen de woningmarkt, ook het afstammingsbeginsel is komen te vervallen. Het intrekken van de Woonwagenwet had als belangrijkste doelstelling het normaliseren van de woonpositie van woonwagenbewoners. Het woonwagenbeleid is vanaf 1999 geïntegreerd in het reguliere volkshuisvestingsbeleid.

In de memorie van toelichting bij de intrekking van de woonwagenwet staat vermeld: “een wettelijke verplichting voor een gemeente om een woonwagencentrum in stand te houden is niet meer noodzakelijk”. Gemeenten hebben hiermee volledige beleidsvrijheid gekregen ten aanzien van woonwagencentra en de standplaatsen. Sindsdien bestaat er een tendens dat standplaatsen en centra van gemeenten overgedragen worden naar woningcorporaties. Woonwagenbewoners hebben een eigen culturele identiteit. De opvatting dat deze identiteit bescherming verdiend is in de laatste tien tot vijftien jaar ontwikkeld en bestendigd door verschillende internationaal- en Europeesrechtelijke verdragen die de Nederlandse staat mede heeft ondertekend. De erkenning van deze verdragen brengt voor de aangesloten staten de verplichting met zich mee om voor voldoende standplaatsen te zorgen, zodat woonwagenbewoners volgens hun tradities en culturele identiteit kunnen leven. Het woonwagenleven mag niet gezien worden als een enkele ʺwoonwensʺ, het maakt deel uit van de identiteit en cultuur van de betreffende woonwagenbewoner.

3

De woonwagencultuur staat sinds 2014 op de lijst van immaterieel cultureel erfgoed. De woonvormen en het leven in nauw sociaal- en familieverband, zijn de twee meest wezenlijke kenmerken van de te beschermen culturele identiteit van woonwagenbewoners. Het van oorsprong nomadische bestaan leeft voort in de geest van woonwagenbewoners, waarmee de trekvrijheid ook als een kenmerk kan worden beschouwd. 1.2 Beleidskader ‘Gemeentelijk woonwagen- standplaatsenbeleid’ Bij de vaststelling van het lokale woonbeleid moeten gemeenten meer rekening houden met de wensen van woonwagenbewoners en voorzien in voldoende standplaatsen. Woonwagenbewoners moeten zo vaker binnen een redelijke termijn kans maken op een standplaats. In gemeenten waar behoefte is aan standplaatsen kan van een afbouwbeleid van standplaatsen geen sprake zijn. Dat staat geschreven in het ‘Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ dat minister Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) 12 juli 2018 met een brief naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het document is opgesteld in samenspraak met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), Aedes en vertegenwoordigers van Roma, Sinti en woonwagenbewoners (‘reizigers’). Het beleidskader volgt op oordelen en aanbevelingen van het College van de Rechten van de Mens en de Nationale Ombudsman.

Die stelden dat beleid waarin het aantal standplaatsen tot nul wordt teruggebracht, in strijd is met het recht op gelijke behandeling. Ook zouden Rijk en gemeenten onvoldoende erkenning hebben voor het streven van woonwagenbewoners om volgens hun eigen culturele identiteit te leven. Het kader helpt gemeenten bij een invulling van het lokale woonwagenbeleid dat recht doet aan de cultuur van woonwagenbewoners, hen beschermt tegen discriminatie en voldoende rechtszekerheid biedt. Uitgangspunt blijft dat het huisvestingsbeleid een primaire verantwoordelijkheid van de gemeente is. In het nieuw te ontwikkelen beleid moet voorts aangegeven worden dat: − de gemeente het beleid voor woonwagens en standplaatsen vaststelt als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid; − het beleid voldoende rekening houdt met en ruimte geeft voor het woonwagenleven van woonwagenbewoners; − de behoefte aan standplaatsen helder is; − woningcorporaties voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren; − de afbouw van standplaatsen niet is toegestaan (behoudens uitzonderlijke omstandigheden) zolang er behoefte is aan standplaatsen; − een standplaatszoekende woonwagenbewoner binnen een redelijke termijn kans heeft op een standplaats.

1.3 Mensenrechten Bij de huisvesting van woonwagenbewoners dient rekening gehouden te worden met onder meer de volgende grondrechten: − recht op huisvesting: de overheid heeft een inspanningsverplichting om voor iedereen te voorzien in adequate huisvesting. Deze huisvesting moet veilig, passend en betaalbaar zijn waarbij rekening gehouden wordt met de culturele identiteit van de woningzoekenden. − recht op bescherming van het privé- familie- en gezinsleven: het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) beschouwt als wezenskenmerken van de identiteit van woonwagenbewoners het wonen in een woonwagen waarbij familieverbanden in onderlinge verbondenheid een belangrijke rol spelen. − Recht op gelijke behandeling: het gelijkheidsbeginsel houdt in dat woonwagenbewoners niet nadeliger mogen worden behandeld vanwege het feit dat zij woonwagenbewoner zijn. Uitsterfbeleid en het reduceren van standplaatsen kan strijdig zijn met het discriminatieverbod en de mensenrechten. 4

Een betrouwbare overheid die zich verbindt aan mensenrechtenverdragen, zet zich ook daadwerkelijk in om die mensenrechten te waarborgen. Volgens woonwagenbewoners handelt de Nederlandse overheid betrouwbaar als zij: − de behoefte aan standplaatsen inventariseert; − standplaatsen toewijst op een manier die ten minste het afstammingsbeginsel als uitgangspunt neemt; − bij de herontwikkeling van bestaande woonwagenlocaties rekening houdt met het recht van de woonwagenbewoners om volgens hun culturele identiteit te wonen. 1.4. Huidige situatie De gemeente Peel en Maas heeft momenteel vier woonwagenlocaties op haar grondgebied met in totaal thans 10 bewoonde standplaatsen. Het gaat om de volgende woonwagenlocaties: Locatie standplaats Molenstraat 53-55 Berkenheg 10-12 Karreweg Noord 41 a-b-c Molenheg 29-31-33

Kern Maasbree Meijel Kessel Helden

Aantal 2 2 3 3

Op de locatie Berkenheg te Meijel lag volgens de bewoners voorheen een grotere woonwagenlocatie met 5 woonwagens. Thans staan er langs de weg 2 chaletjes die verhuurd worden door woningcorporatie Antares.

Op de woonwagenlocatie in Helden staan thans 3 woonwagens, het aantal standplaatsen was volgens bewoners in het verleden hoger (5), er zou zelfs een noodplek zijn geweest op de plek waar nu een speeltuintje is gerealiseerd. De verdeling ziet als volgt uit:

Standplaats Molenstraat 53-55 Berkenheg 10-12 Karreweg Noord 41 a-b-c Molenheg 29-31-33

Kern Maasbree Meijel Kessel Helden 5

Eigen woonwagen

3 3

Huurobject 2 2

Leeftijdsopbouw Locatie Molenstraat te Maasbree In juni 2021 wonen er (volgens opgave gemeente) 4 bewoners op de standplaatsen aan de Molenstraat te Maasbree: Leeftijdsopbouw Bewoners Molenstraat 0-9 jaar 0 0%

10-19 20-29 30-39 40-49 50-59 60-69 70-79 80-89 90-99 jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar 0 0%

2 50%

0 0%

1 25%

0 0%

0 0%

1 25%

0 0%

0 0%

Aandeel jongeren t/m 18 jaar woonachtig op de woonwagenlocatie Molenstraat te Maasbree: Leeftijd Aantal

0 1 0 0

2 0

3 0

4 0

5 0

6 0

7 0

8 0

9 0

10 11 12 13 14 15 16 17 18 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Locatie Berkenheg te Meijel In juni 2021 wonen er 7 bewoners op de standplaatsen aan de Berkenheg te Meijel: Leeftijdsopbouw Bewoners Berkenheg 0-9 jaar 0 0%

10-19 jaar 0 0%

20-29 jaar 0 0%

30-39 jaar 2 28%

40-49 jaar 2 28%

50-59 jaar 0 0%

60-69 jaar 2 28%

70-79 80-89 90-99 jaar jaar jaar 1 0 0 16% 0% 0%

Aandeel jongeren t/m 18 jaar woonachtig op de woonwagenlocatie Berkenheg te Meijel: Leeftijd Aantal

0 1 0 0

2 0

3 0

4 0

5 0

6 0

7 0

8 0

9 0

10 11 12 13 14 15 16 17 18 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Locatie Karreweg Noord te Kessel In juni 2021 wonen er 4 bewoners op de standplaatsen aan de Karreweg Noord te Kessel: Leeftijdsopbouw Bewoners Karreweg Nrd. 0-9 jaar 0 0%

10-19 jaar 0 0%

20-29 jaar 0 0%

30-39 jaar 0 0% 6

40-49 jaar 1 25%

50-59 jaar 0 0%

60-69 jaar 2 50%

70-79 80-89 90-99 jaar jaar jaar 1 0 0 25% 0% 0%

Aandeel jongeren t/m 18 jaar woonachtig op de woonwagenlocatie Karreweg Noord te Kessel: Leeftijd Aantal

0 0

1 0

2 0

3 0

4 0

5 0

6 0

7 0

8 0

9 0

10 11 12 13 14 15 16 17 18 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Locatie Molenheg te Helden In juni 2021 wonen er 10 bewoners op de standplaatsen aan de Molenheg te Helden: Leeftijdsopbouw Bewoners Molenheg 0-9 jaar 3 30%

10-19 jaar 1 10%

20-29 jaar 0 0%

30-39 jaar 1 10%

40-49 jaar 1 10%

50-59 jaar 3 30%

60-69 jaar 1 10%

70-79 jaar 0 0%

80-89 90-99 jaar jaar 0 0 0% 0%

Aandeel jongeren t/m 18 jaar woonachtig op de woonwagenlocatie Molenheg te Helden: Leeftijd Aantal

0 1

1 0

2 0

3 0

4 0

5 0

6 1

7 0

8 0

9 1

10 11 12 13 14 15 16 17 18 1 0 0 0 0 0 0 0 0

Cultuur bij woonwagenbewoners is, dat men op 18-jarige leeftijd zelfstandig op een standplaats in een woonwagen gaat wonen. Nemen we dit als uitgangspunt, dan zal de vraag naar standplaats(en) vanuit de huidige woonwagenbewoners over 9 à 10 jaar weer toenemen. Wellicht vormen zich koppels als gevolg waarvan de behoefte naar standplaatsen zal afnemen. (Woonwagenbewoners gaan met elkaar samenwonen, woonwagenbewoner gaat met een burger in een woning wonen). Het is evenwel niet reëel dat er voor een woonwagenbewoner direct op 18-jarige leeftijd een standplaats beschikbaar is. Dit is ook niet het uitgangspunt. Woonwagenbewoners en nietwoonwagenbewoners moeten in dezen zo veel als mogelijk gelijk worden behandeld. Dat betekent dat een wachttijd voor een standplaats, zo mogelijk vergelijkbaar, is met de wachttijd voor een huurwoning. De gemiddelde registratie- wachttijd voor een huurwoning in de gemeente Peel en Maas komt al snel in de buurt van de 7 à 8 jaar. 1.5 Woonbehoefte onderzoek Nijbod heeft een aanvullend behoefteonderzoek uitgevoerd in opdracht van de gemeente Peel en Maas. Om deze werkzaamheden goed uit te kunnen voeren heeft zij een lijst van de gemeente gekregen met alle bestaande adressen van haar woonwagenbewoners alsmede een lijst met namen van personen die graag de beschikking willen krijgen over een eigen standplaats.

Alle bewoners van de standplaatsen in de gemeente Peel en Maas werden schriftelijk op de hoogte gebracht van het uit te voeren woonbehoefteonderzoek. Uit ervaring weten wij dat het houden van schriftelijke enquêtes bij deze doelgroep niet het gewenste resultaat heeft.

7

Wij refereren aan de magere resultaten van het onderzoeksbureau Companen B.V.:

Bron: rapport behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg, onderzoeksbureau Companen B.V.

Vanwege deze reden leggen medewerkers van Nijbod uitsluitend huisbezoeken af en gaan met de bewoners in een informeel onderhoud in gesprek over deze materie. Er wordt een vragenlijst gebruikt die van tevoren wordt afgestemd met de gemeente Peel en Maas. De medewerkers van Nijbod vullen de vragenlijst in voor de bewoners. Aan hen wordt ook gevraagd of zij nog familieleden dan wel andere van origine woonwagenbewoners kennen die graag voor een standplaats in de gemeente Peel en Maas in aanmerking zouden komen. Het spreekt zich snel rond onder woonwagenbewoners dat een dergelijk onderzoek wordt gehouden. Op die manier kunnen wij (nagenoeg) alle geïnteresseerden in ons rapport meenemen. In een informatiebrief wordt de dag, datum en het dagdeel aangekondigd waarop de medewerkers van Nijbod hen persoonlijk komen bezoeken. Aan alle bewoners wordt in de brief gevraagd ervoor te zorgen dat er per standplaats tenminste één bewoner aanwezig is die het woord kan voeren namens de bewoners. Vanwege de Coronapandemie werden alle gesprekken in de buitenlucht gehouden omdat nog niet iedereen werd gevaccineerd. Dit ter voorkoming van verdere verspreiding van het virus. De in deze notitie verwerkte informatie en cijfers zijn verkregen van de woonwagenbewoners zelf, tenzij anders aangegeven.

De medewerkers van Nijbod hebben met alle woonwagenbewoners kunnen spreken behalve met de bewoners van de 2 standplaatsen in Kessel. Deze bewoners waren niet thuis op het aangekondigde moment. Het is niet mogelijk gebleken telefonisch in contact met hen te treden daar telefoonnummers ontbreken. Respons

Locatie standplaats Molenstraat 53-55 Berkenheg 10-12 Karreweg Noord 41 a-b-c Molenheg 29-31-33 Kandidaten geïnteresseerdenlijst Totaal

Maasbree Meijel Kessel Helden

Aantal standplaats en enquêtes 2 2 3 3 8 18

Ingevulde enquêtes 0 2 3 3

Geen reactie / geen medewerking 2 0 0 0

Respons percentage 0% 100 % 100 % 100 %

7 15

1 3

87,5 % 83 %

Er werden in totaal 17 enquêteformulieren ingevuld, één kandidaat van de geïnteresseerdenlijst is afgehaakt. Er zijn 2 nieuwe kandidaten die zich gemeld hebben voor een standplaats. 8

1.6. Begripsbepalingen Standplaats: Een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten (artikel 1, lid 1 van de Woningwet). Woonwagen: Een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst (artikel 1, lid 1 van de Woningwet). Woonwagenbewoners: Woonwagenbewoners zijn mensen die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur. Woonwagenlocatie: Clustering van kavels die gekenmerkt zijn als standplaats ten behoeve van het plaatsen van een woonwagen. Spijtoptanten: Woonwagenbewoners die tijdelijk in een reguliere woning wonen met de intentie terug te keren naar het woonwagenleven. Afstammingsbeginsel: Bepaling uit de Woonwagenwet: het beginsel dat een standplaats of woonwagen die vrijkomt enkel weer beschikbaar komt voor mensen die afstammen van woonwagenbewoners. Aanverwantschap: Relatie tussen u en de bloedverwanten van uw echtgenoot of geregistreerde partner. Voor een onderscheid in eerstegraads, tweedegraads enz.

wordt de definitie van de Rijksoverheid gehanteerd (zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/curatele-bewind-enmentorschap/vraag-en-antwoord/wat-is-aanverwantschap). Bloedverwantschap: Relatie tussen twee personen van wie de één van de ander afstamt of tussen twee personen die niet van elkaar afstammen, maar wel een gemeenschappelijke voorouder hebben. Voor een onderscheid in eerstegraads, tweedegraads enz. wordt de definitie van de Rijksoverheid gehanteerd (zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/curatele-bewind-enmentorschap/vraag-en-antwoord/bloedverwantschap) Sociale binding: De relatie of band tussen mensen en groepen op sociaal gebied. Deze band is van belang, omdat hiermee steun en hulp wordt gevonden en de sociale cohesie bevorderd wordt. Het wordt gekenmerkt door emoties als affectie en vertrouwen. Er is sprake van sociale binding als: •

één van de gezinsleden (eerstegraads bloed- en aanverwanten) op dit moment of in het verleden gedurende een langere periode in de gemeente Peel en Maas woont/heeft gewoond. 9

1. INVENTARISATIE WOONBEHOEFTE 2.1 LOCATIE MOLENSTRAAT TE MAASBREE De bewoners hebben voorafgaand aan het te houden woonbehoefteonderzoek twee brieven ontvangen met informatie over het woonbehoefteonderzoek. In de tweede brief werden zij geïnformeerd over de datum en het tijdstip van het huisbezoek. Op het moment van het aangekondigde huisbezoek was er helaas niemand aanwezig op deze standplaatsen. We hebben de bewoners daarom opnieuw een brief toegezonden waarin wij hen gevraagd hebben met ons contact op te nemen voor het invullen van de enquêtes. Daar reactie uitbleef hebben wij hen nog een laatste brief toegezonden met nogmaals het verzoek contact met ons op te nemen. In deze brief werd tevens aangegeven dat wij bij het uitblijven van een reactie ervan uit zouden gaan, dat er vanuit deze adressen geen behoefte is aan standplaatsen. Daar geen reactie ontvangen werd van deze bewoners kan de conclusie getrokken worden dat er vanuit de locatie Molenstraat te Maasbree géén behoefte is aan standplaatsen. In totaal hebben deze bewoners vier brieven van Nijbod ontvangen, zij hebben nimmer gereageerd.

2.2 LOCATIE BERKENHEG TE MEIJEL Tijdens de individuele gesprekken met de woonwagenbewoners aan de Berkenheg te Meijel is de huidige woonbehoefte geïnventariseerd. De interne behoefte bestaat uit de inwonende en uitwonende kinderen van deze locatie. De interne behoefte komt neer op 4 standplaatsen.

Locatie Berkenheg

Huidig Aantal Standplaatsen 2

Inwonende Uitwonende Spijtoptan- Totale kinderen kinderen ten / familie behoefte 4 0 0 4

Prognose < 10 jaar -

Uit de gehouden gesprekken met de bewoners aan de Berkenheg is gebleken dat er thans vanuit deze woonwagenlocatie een concrete vraag ligt voor 4 standplaatsen. Het oudste kind is 46 jaar en het jongste kind is thans 37 jaar: Leeftijd Aantal

20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 1

Leeftijd Aantal

39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 0 0 0 1 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

10

Zoals reeds eerder vermeld staan op deze locatie geen traditionele woonwagens doch chalets:

De inwonende kinderen van deze locatie (staan allen op de geïnteresseerdenlijst voor een eigen standplaats) geven aan dat zij absoluut geen chalet wensen doch dat zij in een woonwagen willen gaan wonen op de huidige locatie. Er is geen verhuisbehoefte, men wil op deze locatie blijven wonen.

2.3 LOCATIE KARREWEG NOORD TE KESSEL Tijdens de individuele gesprekken met de woonwagenbewoners aan de Karreweg Noord te Kessel is de huidige woonbehoefte geïnventariseerd. De interne behoefte bestaat uit de inwonende en uitwonende kinderen van deze locatie. De interne behoefte komt neer op 0 standplaatsen.

Locatie Karreweg Noord

Huidig Aantal Standplaatsen

Inwonende Uitwonende Spijtoptan- Totale kinderen kinderen ten / familie behoefte

Prognose < 10 jaar

3

0

-

0

0

0

Uit de gehouden gesprekken met de bewoners aan de Karreweg Noord is gebleken dat er thans vanuit deze woonwagenlocatie geen concrete vraag ligt naar standplaatsen.

2.4 LOCATIE MOLENHEG TE HELDEN Tijdens de individuele gesprekken met de woonwagenbewoners aan de Molenheg te Helden is de huidige woonbehoefte geïnventariseerd. De interne behoefte bestaat uit de inwonende en uitwonende kinderen van deze locatie. De interne behoefte komt thans neer op 0 standplaatsen.

Locatie Molenheg

Huidig Aantal Standplaatsen 3

Inwonende kinderen

Uitwonende Spijtoptan kinderen ten / familie

Totale behoefte

Prognose < 10 jaar

4

4

0

3

0

11

Uit de gehouden gesprekken met de bewoners aan de Molenheg is gebleken dat er thans vanuit deze woonwagenlocatie een concrete vraag ligt voor standplaatsen. De personen die een binding hebben met deze locatie zijn (nagenoeg) allemaal bekend bij de gemeente, hun namen staan op de geïnteresseerdenlijst. Van de uitwonende kinderen staan er 2 op de geïnteresseerdenlijst, 1 kind is pas 10 jaar en woont elders, de andere persoon is . Wij hebben telefonisch contact gezocht met en tevens een voicemailbericht achtergelaten. Wij hebben niet meer van mogen vernemen. De totale interne behoefte van alle woonwagenlocaties in de gemeente Peel en Maas is 4 standplaatsen.

2.5 KANDIDATEN VAN DE GEÏNTERESSEERDENLIJST (SPIJTOPTANTEN) Met één van de kandidaten van de geïnteresseerdenlijst hebben wij de afspraak kunnen maken dat we gebruik mochten maken van achtertuin voor het houden van de enquêtes. Alle kandidaten van de geïnteresseerdenlijst, behoudens één kandidaat, hebben wij kunnen enquêteren. Wij hebben geprobeerd telefonisch contact op te nemen met de persoon die niet aanwezig was, dit is helaas niet gelukt. geen interesse meer had in een standplaats, vanwege het wantrouwen in de gemeente, of deze ooit nog standplaatsen zou gaan aanleggen. hebben wij gevraagd of met ons contact kan opnemen. Ook hebben wij de betreffende kandidaat nog 2 brieven gestuurd, in de laatste brief hebben we aangegeven dat wij bij het uitblijven van een reactie ervan uit zouden gaan dat er geen behoefte meer was aan een standplaats. Wij hebben geen enkele reactie meer van mogen ontvangen. Tijdens de bijeenkomst in de achtertuin waren tevens aanwezig. Zij hebben aangegeven ook graag de beschikking te krijgen over een standplaats. Ook met hen hebben wij de enquêteformulieren ingevuld. Tijdens de gesprekken werd aangegeven dat de kandidaten van de geïnteresseerdenlijst de uitkomsten en opvolging van ons onderzoek zullen afwachten. Als de gemeente niet op korte termijn vervolgstappen zet, zullen zij op bestaande woonwagenlocaties plekken gaan bezetten/bewonen.

De enquêteformulieren en brieven worden bij deze notitie gevoegd. Er is in de categorie spijtoptanten in de gemeente Peel en Maas interesse voor 9 standplaatsen.

3.VERHUIZEN EN WOONWENSEN In feite hebben alle woonwagenbewoners aangegeven dat zij geen verhuisbehoefte hebben. De meeste bewoners zijn content met hun standplaats/woonruimte behoudens enkele (onderhoud)issues aan de standplaats / hun directe woonomgeving. Deze zaken staan vermeld op de enquêteformulieren. Wij adviseren de betreffende zaken op te pakken / neer te leggen bij de verantwoordelijke partij.

12

4. TOEWIJZINGSCRITERIA Tijdens de gesprekken met de huidige woonwagenbewoners van de gemeente Peel en Maas hebben wij hen gevraagd wie er voorrang zou moeten krijgen bij de toewijzing van een standplaats. De meeste woonwagenbewoners geven aan dat kinderen/kleinkinderen van de woonwagenbewoners (van die betreffende locatie) voorrang zouden moeten krijgen. Inschrijven op de geïnteresseerdenlijst/wachtlijst moet mogelijk zijn vanaf 18 jaar, volgens enkele bewoners zou het toewijzen pas vanaf 21 jaar aan de orde zijn. Omdat het wonen op een woonwagenlocatie toch beschouwd moet worden als een bijzondere vorm van wonen, willen bewoners graag inspraak hebben of de persoon “past” op de locatie of niet. Afstammingsbeginsel

Bij schaarste aan standplaatsen dient voorrang gegeven te worden aan woonwagenbewoners. Hierbij kan het zogenaamde afstammingsbeginsel worden gehanteerd: “het voorrang geven aan woonwagenbewoners, die nu reeds in een woonwagen wonen, dan wel door omstandigheden in een stenen woning wonen (spijtoptanten).” Om de afstamming aan te tonen kan gebruik worden gemaakt van het criterium “woonadres” van de aanvrager, van de ouders of grootouders. In die gevallen waarin om welke reden dan ook dit criterium niet kan worden toegepast, kan de woningzoekende in de gelegenheid worden gesteld om op andere wijze de afstamming van woonwagenbewoners aan te tonen. Toewijzingscriteria Als de gemeente toewijzingsregels voor standplaatsen opstelt, kan zij op die manier waarborgen dat standplaatsen enkel voor haar doelgroep beschikbaar zijn. Komt iemand voor toewijzing in aanmerking? Indien ja, dan zal er op redelijke termijn een standplaats beschikbaar moeten komen voor deze persoon. Is het antwoord nee, dan hoeft de gemeente niet voor een standplaats te zorgen. De gemeente kan de corporaties de te hanteren toewijzingsregels opleggen middels de huisvestigingsverordening. De gemeente zou ook met de corporaties kunnen afspreken dat de gemeente de toewijzing van standplaatsen voor haar rekening neemt. De gemeente heeft op die wijze zeggenschap.

De kans dat “een rotte appel” voor problemen gaat zorgen op een woonwagenlocatie wordt daarmee een stuk kleiner. Verder is het zaak goede en duidelijke regels vast te leggen zodat alle partijen weten waar zij aan toe zijn. Dit zorgt voor een eerlijke verdeling en voorkomt ongeregeldheden. Mocht de gemeente in de toekomst overgaan tot verkoop van standplaatsen dan zal duidelijk uit de koopakte moeten blijken dat doorverkoop van koopstandplaatsen enkel via de gemeente mogelijk is. Onderstaand doen wij twee voorstellen voor toewijzingsregels. Een kandidaat moet ingeschreven staan op de geïnteresseerdenlijst. Inschrijving op de lijst kan vanaf 18 jaar. De kandidaat moet passen in de “groep” van huidige bewoners in verband met de sociale cohesie. Voordat een standplaats wordt toegewezen zal hierover gecommuniceerd worden met de bestaande bewoners van de betreffende locatie. VARIANT 1 Toewijzing van standplaatsen op bestaande locaties vindt plaats aan de hand van de volgende voorrangsregels en volgorde waarbij het afstammingsbeginsel centraal staat: a. het kind dat op de betreffende woonwagenlocatie is opgegroeid / het kind dat het merendeel van zijn/haar jeugd op de betreffende woonwagenlocatie heeft gewoond;

13

b. familie (spijtoptanten) van de huidige woonwagenbewoners van de betreffende woonwagenlocatie die kunnen aantonen dat (één van) de ouder(s) of de kandidaat zelf voor 1 maart 1999(1 )in een woonwagen hebben gewoond in de gemeente Peel en Maas; c. de overige woonwagenbewoners / spijtoptanten die een standplaats, een (sociale) huurwoning of koopwoning in de gemeente Peel en Maas achterlaten onder voorwaarde dat die daardoor beschikbaar komt(2). Bij het toewijzen van standplaatsen op nieuw te ontwikkelen woonwagenlocaties kan de eerste toewijzing niet plaatsvinden op basis van de bepalingen onder a t/m c. In dit geval zal de volgorde bepaald worden aan de hand van de toewijzingscriteria genoemd onder d t/m f. d. standplaatszoekende wiens ouders woonachtig zijn op een woonwagenlocatie in de gemeente Peel en Maas; e. familie (spijtoptanten) van de huidige woonwagenbewoners van de woonwagenlocaties in de gemeente Peel en Maas die kunnen aantonen dat (één van) de ouder(s) of de kandidaat zelf voor 1 maart 1999 in een woonwagen hebben gewoond in de gemeente Peel en Maas; f. de overige woonwagenbewoners / spijtoptanten die een standplaats, een (sociale) huurwoning of koopwoning in de gemeente Peel en Maas achterlaten onder voorwaarde dat die daardoor beschikbaar komt.

Voor al bovenstaande bepalingen geldt, indien blijkt dat er sprake is van gelijke geschiktheid, dat de standplaatszoekende met de langste woonduur in Peel en Maas voorrang zal krijgen. Indien er dan nog sprake is van gelijke geschiktheid zal er een loting plaatsvinden. Indien er standplaatsen op meerdere locaties gelijktijdig beschikbaar zijn, zal bij de toewijzing rekening gehouden worden met de voorkeur voor een woonwagenlocatie. Als er meerdere standplaatsen op één locatie tegelijkertijd beschikbaar zijn, zal de standplaatszoekende die als eerste in aanmerking komt als eerste de gelegenheid krijgen om te kiezen. Bij gelijke geschiktheid zal de woonduur in Peel en Maas doorslaggevend zijn. Indien er dan nog sprake is van gelijke geschiktheid zal er een loting plaatsvinden. Bij variant 1 wordt de toestroom van buitenstaanders beperkt. Enkel de eigen woonwagenbewoners komen feitelijk aan bod. VARIANT 2 Bij deze variant kan opgebouwd kapitaal (in de vorm van een woonwagen) doorgegeven worden aan de bloedlijn. Hiermee beperk je de uitgifte van huurwoonwagens en voorkom je dat vertrekkende huurders een woonwagen moeten verwijderen die een aankomend huurder wellicht graag wilt overnemen. Deze variant is ruimer van opzet. Het is natuurlijk mogelijk criteria uit variant 1 en 2 samen te voegen.

Toewijzing van standplaatsen op bestaande locaties vindt plaats aan de hand van de volgende voorrangsregels en volgorde waarbij het afstammingsbeginsel centraal staat: a. de kandidaat op de geïnteresseerdenlijst die in een periode van minimaal vijf jaar voorafgaand aan de einddatum van het huurcontract als (minderjarig) kind of kleinkind van de hoofdhuurder op de vrijgekomen woonwagenstandplaats heeft gewoond. Bij een gelijke registratiedatum gaat de oudste in leeftijd voor;

1 Op 1 maart 1999 werd de woonwagenwet afgeschaft. Uit deze wet stamt het afstammingsbeginsel. Door deze datum te vermelden

verwijs je naar de toen geldende bepaling. 2 Op deze wijze dient een woonwagenbewoner van buitenaf die graag op een standplaats in de gemeente Peel en Maas wilt wonen eerst een (sociale)(huur)woning te bemachtigen in Peel en Maas. Als de drang zo sterk is om in Peel en Maas te wonen zal de woonwagenbewoner in beginsel het stenen huis moeten accepteren. Zo kan er een binding ontstaan met Peel en Maas. Je voorkomt dat Jan en alleman zich gaat registeren als standplaatszoekende.

14

b. het kind dat op de betreffende woonwagenlocatie is opgegroeid / het kind dat het merendeel van zijn/haar jeugd op de betreffende woonwagenlocatie heeft gewoond; c. familie (spijtoptanten) van de huidige woonwagenbewoners van de betreffende woonwagenlocatie die kunnen aantonen dat (één van) de ouder(s) of de kandidaat zelf voor 1 maart 1999 in een woonwagen hebben gewoond in de gemeente Peel en Maas; d. de overige woonwagenbewoners / spijtoptanten die een standplaats, een (sociale) huurwoning of koopwoning in de gemeente Peel en Maas achterlaten onder voorwaarde dat die daardoor beschikbaar komt; e. overige geïnteresseerden, die kunnen aantonen dat (één van) de ouder(s) of de kandidaat zelf voor 1 maart 1999 in een woonwagen hebben gewoond, die niet voldoen aan de criteria sub a t/m d. Bij het toewijzen van standplaatsen op nieuw te ontwikkelen woonwagenlocaties kan de eerste toewijzing niet plaatsvinden op basis van de bepalingen onder a t/m e. In dit geval zal de volgorde bepaald worden aan de hand van de toewijzingscriteria genoemd onder f t/m h. f. standplaatszoekende wiens ouders woonachtig zijn op een woonwagenlocatie in de gemeente Peel en Maas; g.

familie (spijtoptanten) van de huidige woonwagenbewoners van de woonwagenlocaties in de gemeente Peel en Maas die kunnen aantonen dat (één van) de ouder(s) of de kandidaat zelf voor 1 maart 1999 in een woonwagen hebben gewoond in de gemeente Peel en Maas; h. de overige woonwagenbewoners / spijtoptanten die een standplaats, een (sociale) huurwoning of koopwoning in de gemeente Peel en Maas achterlaten onder voorwaarde dat die daardoor beschikbaar komt. In de Beleidsregel toewijzing woonwagenstandplaatsen kan een bepaling opgenomen worden waarmee bepaalde kandidaten (gedurende een bepaalde periode) uitgesloten worden: Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van deze beleidsregel besluiten om de vrijgekomen standplaats niet toe te wijzen indien: a. toewijzing niet wenselijk is in verband met sociaal-maatschappelijke verhoudingen op de desbetreffende woonwagenlocatie; b. de kandidaat op de wachtlijst een gerechtelijk vonnis van de rechtbank ten aanzien van een (andere) standplaats van de gemeente Peel en Maas niet is nagekomen. In een dergelijke situatie kan de gemeente na het onherroepelijk worden van het vonnis ook overgaan tot verwijdering van de kandidaat van de wachtlijst. De kandidaat kan zich dan opnieuw inschrijven op de wachtlijst; c.

de kandidaat op de zogenaamde “zwarte lijst” staat bij een woningcorporatie of er zwaarwegende argumenten zijn die dit rechtvaardigen. Daarnaast kan de gemeente in bijzondere andere situaties (openbare orde) besluiten om af te wijken van de hierboven vermelde prioriteitsvolgorde. Burgemeester en wethouders kunnen op een later moment besluiten toch over te gaan tot toewijzing van de standplaats, bijvoorbeeld wanneer een nieuwe geschikte standplaatszoekende zich inschrijft. Verder dient men regels op te stellen voor medehuurderschap en mantelzorg.

15

5. GESPREKKEN MET WONINGCORPORATIES Voorafgaand aan het woonbehoefteonderzoek van de gemeente Peel en Maas heeft op donderdag 20 mei 2021 een digitaal overleg plaatsgevonden met een afgevaardigde van Wonen Limburg. Op dinsdag 25 mei 2021 heeft een digitaal overleg plaatsgevonden met een afgevaardigde van Antares. Wonen Limburg heeft aangegeven dat het hun beleid is geen huurwoonwagens te verstrekken, dit vanwege de onrendabele top. Verder werd de problematiek rondom het met gas / gasloos aanleggen van standplaatsen besproken. Antares heeft aangegeven dat zij verhuurder zijn van de chaletjes aan de Berkenheg te Meijel. Zij hebben aangegeven bereid te zijn nog enkele van deze woonobjecten te plaatsen als de gemeente bereid is de grond aan hen over te dragen. Geen van de beide corporaties heeft aanvullende vragen opgegeven voor het onderzoek.

6. PROBLEEMSTELLING Tekort aan standplaatsen

De gemeente heeft een tekort aan standplaatsen. Er is een directe interne behoefte van 4 standplaatsen, de overige gegadigden staan op de geïnteresseerdenlijst. Op deze lijst staan thans 7 gegadigden. Het aanvullende woonbehoefteonderzoek heeft nog eens 2 nieuwe kandidaten opgeleverd. De interesse/vraag naar standplaatsen komt daarmee op 13 standplaatsen. Het is echter niet reëel dat een kandidaat van een geïnteresseerdenlijst direct op zijn/haar wenken bediend wordt. Volgens Antares geldt er voor specifieke woonobjecten binnen de gemeente een gemiddelde registratiewachttijd van 7 à 8 jaar. Een standplaats kan geschaard worden onder de categorie “specifiek woonobject”. Het is dan ook te rechtvaardigen dat aansluiting gezocht wordt bij deze tijdspanne. Uit de gesprekken met de bewoners is gebleken dat de gemeente een uitsterfbeleid heeft toegepast. Immers is het aantal standplaatsen afgenomen ten opzichte van de oorspronkelijke voorraad. De gemeente had voorheen 15 standplaatsen, thans zijn er dat nog maar 10. Van deze 10 standplaatsen werden bovendien zeker 2 doch mogelijk 3 standplaatsen toegewezen aan nietwoonwagenbewoners (burgers). Van standplaatsen is ook niet echt meer sprake aan de Berkenheg, op deze plek werden namelijk chalets geplaatst. De voorraad standplaatsen is in de loop der tijd met 5 afgenomen.

Van de resterende 10 standplaatsen zijn er 2 à 3 standplaatsen toegewezen aan nietwoonwagenbewoners. We laten dan even buiten discussie of er op de Berkenheg nog sprake is van standplaatsen. In het andere geval zou dat aantal nog eens met 2 afnemen. In feite worden er dus 7 à 8 standplaatsen bewoond door eigen woonwagenbewoners van de gemeente Peel en Maas. De vraag naar standplaatsen is tweeledig. Enerzijds vanuit , anderzijds zijn het de personen van de geïnteresseerdenlijst . Volgens opgave van alle kandidaten zijn zij allen “woonwagenbewoners van de gemeente Peel en Maas”. Raaijmakers c.s.

Alle woonwagenbewoners uit de gemeente Peel en Maas hebben aangegeven dat de personen van de geïnteresseerdenlijst – nader te noemen: – niet welkom zijn op hun woonwagenlocatie. De woonwagenbewoners geven aan dat hun huidige woonwagenlocatie best uitgebreid mag worden maar dan enkel voor hun eigen (klein)kinderen.

16

De enige conclusie die getrokken kan worden is dat er voor danwel voor enkele van hen op termijn een nieuwe woonwagenlocatie aangelegd zou moeten worden mits er zwaarwegende argumenten zijn om hiertoe niet over te gaan. Het is in ieder geval niet mogelijk hen bij te plaatsen op welke woonwagenlocatie dan ook. Als mogelijke optie wordt door de huidige woonwagenbewoners van Peel en Maas de Kesselseweg op de grens van Helden en Kessel genoemd. Vroeger zou hier een groot woonwagenkamp zijn geweest. “Plaats maar daar, niemand heeft daar last van hen”, aldus één van de woonwagenbewoners. Wij zijn niet bekend met de (on)mogelijkheden die de gemeente heeft op dat vlak. Als er voor een woningcorporatie zwaarwegende argumenten zouden zijn om geen woonruimte meer ter beschikking te stellen, zou de gemeente kunnen aanbieden standplaatsen aan te leggen mits de bewoners zelf kunnen voorzien in een woonwagen/woonobject. De woonwagenbewoners die wij hebben geïnterviewd geven aan dat zij problemen gaan verwachten als de gemeente voor één woonwagenlocatie gaat aanleggen. “Dat zal niet lang goed gaan”, werd er gezegd. heeft aangegeven dat zij 4 standplaatsen willen met 4 huurwoonwagens en absoluut geen chalets. Iedere standplaats zal vervolgens bewoond gaan worden door in beginsel één persoon.

De leden van de familie hebben aangegeven dat zij niet over eigen financiële middelen beschikken om zelf een woonwagen te plaatsen. heeft aangegeven graag bij elkaar te gaan wonen, althans die mogelijkheid te krijgen. Drie standplaatsen / huurobjecten zullen door één persoon bewoond gaan worden, de overige standplaatsen zullen bewoond gaan worden door twee of meer personen. Zes kandidaten van de geïnteresseerdenlijst hebben aangegeven dat men absoluut geen chalet wil. Het is wellicht de overweging waard om de bewoners van de Molenheg 29 de keuze te laten of zij ook willen verhuizen naar één van de nieuwe locaties. De toeloop van bij de bewoners van de Molenheg 29 houdt dan op, op deze manier worden nieuwe confrontaties voorkomen en zal het rustig blijven op de woonwagenlocatie aan de Molenheg. Het is de vraag of het ter beschikking stellen van een standplaats en een huurwoonwagen voor een éénpersoonshuishouden gezien kan worden als passend toewijzen. Als men spelregels hiervoor gaat vastleggen zullen de belanghebbenden daar waarschijnlijk creatief mee omgaan. Wel zou er qua aanbod verschil gemaakt kunnen worden in oppervlakte van de standplaats en grootte van het woonobject. Documentatie over woonvormen kunnen wij u op verzoek verstrekken. De gemeente heeft aangegeven dat zij vooralsnog niet wil overgaan tot het aanleggen van één of meerdere nieuwe locaties.

Als uitbreiding noodzakelijk is dan dienen de huidige woonwagenlocaties daar waar mogelijk uitgebreid te worden. Het onderzoek heeft echter uitgewezen dat het uitbreiden van één van de locaties voor is uitgesloten. Voor behoort uitbreiding van de huidige locatie wel tot de mogelijkheden. Vanuit Antares is er bereidheid tot het plaatsen van één of meerdere chalets op de locatie te Meijel als de gemeente bereid is de grond daarvoor ter beschikking te stellen. Voor zover wij na kunnen gaan zijn alle personen van de geïnteresseerdenlijst woonwagenbewoners van de gemeente Peel en Maas. Hun roods liggen op de verschillende kampjes in de gemeente Peel en Maas. De personen van de geïnteresseerdenlijst behoren derhalve tot de woonwagenbewoners van Peel en Maas. Voorstel voor de definitie van een woonwagenbewoner van de gemeente Peel en Maas Mensen die zich van generatie op generatie binnen de gemeente Peel en Maas als woonwagenbewoner manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur.

17

7. BELEID In de wegwijzer gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid die de VNG in mei 2021 heeft verspreid, worden 3 aspecten genoemd waarmee gemeenten in haar woonbeleid rekening moeten houden: woonvorm, familieverbanden en trekvrijheid. Woonvorm

Voor de woonwagenbewoners is het belangrijk dat hun wagen een fundering op staal heeft en de vloer boven het maaiveld ligt met een opstapje voor de voordeur. Op deze wijze behoudt men het gevoel van het wonen in een wagen. Wielen hebben voor woonwagenbewoners vaak een symbolische waarde, waardoor ze vaak wel geplaatst worden (zij het achter de onderafzetting en dus niet van de buitenkant zichtbaar), maar gezien de definitie van een woonwagen is dit niet noodzakelijk. Daarnaast heeft een deel van de woonwagenbewoners de wens om (voortkomend vanuit de vroegere traditie) een aparte berging (dus niet inpandig) op de standplaats te hebben waarin zich het sanitair bevindt. Het College voor de Rechten van de Mens stelt vast in oordeelnummer 2018-9 dat de woningcorporatie heeft nagelaten om de keuze bij de woonwagenbewoners te laten, althans met hen een goed gesprek te houden over wat wenselijke en haalbare opties zijn. Daarbij geldt als uitgangspunt dat het wonen in een woonwagen een integraal onderdeel vormt van de identiteit van woonwagenbewoners, ook al leiden veel woonwagenbewoners geen nomadisch bestaan meer. Weliswaar staat de woningcorporatie woningen voor ogen in de sfeer van woonwagens, maar deze zijn van steen en onlosmakelijk met de grond verbonden, waardoor deze niet te verplaatsen zijn.

Om die reden volgt het College de woonwagenbewoners dat een woonwagenwoning niet gelijk te stellen is aan een woonwagen. De kantonrechter in Den Haag heeft met zijn uitspraak ECLI:NL:RBDHA:2019:76 bepaald dat gerealiseerde woonwagenwoningen niet gelijk kunnen worden gesteld aan woonwagens. Familieverbanden

Het tweede aspect van de culturele identiteit van de woonwagenbewoner betreft de sterke sociale- en familieverbanden. Ook hier geldt dat de Nederlandse staat een positieve verplichting heeft om het leven in familieverband te faciliteren door voldoende standplaatsen op een woonwagenlocatie beschikbaar te stellen, indien daar behoefte aan is. Het begrip ‘voldoende’ is daarbij niet nader juridisch of beleidsmatig gedefinieerd, maar moet gelezen worden als het minimumaantal standplaatsen dat nodig is om het traditionele familie- en gemeenschapsleven voort te zetten. Trekvrijheid

Het derde aspect van de culturele identiteit van de woonwagenbewoner is de trekvrijheid. De trekvrijheid refereert aan het nomadische bestaan van de woonwagenbewoners. Van een rondtrekkend bestaan is onder Nederlandse woonwagenbewoners momenteel niet of nauwelijks sprake. Het is in Nederland thans niet toegestaan om met de woonwagen de openbare weg op te gaan. Om aan dit aspect tegemoet te komen zou er ruimte gecreëerd kunnen worden voor het plaatsen van een toercaravan waar woonwagenbewoners een gelimiteerde periode gebruik van kunnen maken ten behoeve van familieverzoek. In de wegwijzer gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid staat opgenomen dat het leven in familieverband gefaciliteerd moet worden door voldoende standplaatsen (op een woonwagenlocatie) beschikbaar te stellen. Het begrip ‘voldoende’ is daarbij niet nader juridisch of beleidsmatig gedefinieerd, maar moet gelezen worden als het minimumaantal standplaatsen dat nodig is om het traditionele familie- en gemeenschapsleven voort te zetten. De gemeente Peel en Maas zal haar verantwoording moeten nemen zodat de woonwagenbewoners uit Peel en Maas hun traditionele familie- en gemeenschapsleven kunnen voortzetten. 18

De gemeente dient de standplaatsen terug te brengen die in de loop der tijd werden wegbestemd en zal plannen moeten maken hoe omgegaan wordt met de personen die op de geïnteresseerdenlijst staan.

8. WOONWAGENS GAS OF GASLOOS Op de website https://www.immaterieelerfgoed.nl/woonwagencultuur valt het volgende te lezen:

“Beschrijving De cultuur van de woonwagenbewoners is een cultuur van overleven. Vanwege het trekverbod reizen de woonwagenbewoners niet meer met hun woonwagens door het land. De wagens en caravans lijken tegenwoordig vaak op gewone huizen maar zijn dat niet. Voor de woonwagenbewoners is het belangrijk dat hun wagen geen fundering heeft, geen stenen rijtjeshuis is, de vloer boven het maaiveld ligt met een opstapje voor de voordeur. Toch heeft de woonwagenbewoner, ook degene die, al dan niet gedwongen, in een stenen huis woont, zijn eigen manier van denken en eigen cultuur. De woonwagencultuur is een vorm van immaterieel erfgoed die nauw verbonden is met de culturele identiteit van de woonwagenbewoners in Nederland…. “. Feiten:

• •

•

woonwagenbewoners hebben een eigen culturele identiteit; de woonwagencultuur staat sinds 2014 op de lijst van immaterieel cultureel erfgoed. De woonvormen en het leven in nauw sociaal- en familieverband, zijn de twee meest wezenlijke kenmerken van de te beschermen culturele identiteit van woonwagenbewoners; recht op huisvesting: de overheid heeft een inspanningsverplichting om voor iedereen te voorzien in adequate huisvesting. Deze huisvesting moet veilig, passend en betaalbaar zijn waarbij rekening gehouden wordt met de culturele identiteit van de woningzoekenden.

Sinds 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energietransitie (Wet tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet, hierna: Wet Vet) van kracht. Bij deze wet is bepaald dat de gasaansluitplicht voor nieuwbouw vervalt. Een uitzondering op het verplicht gasloos bouwen betreft de mogelijkheid voor het college van burgemeester en wethouders van een gemeente om een gebied aan te wijzen waar aansluiting op het gastransportnet strikt noodzakelijk is om zwaarwegende redenen van algemeen belang. Centraal bij de afweging van deze zwaarwegende redenen staat de analyse van kosten en baten voor het toestaan van gasaansluitingen. In vier situaties kan een gebied worden aangewezen dat wordt aangesloten aan het gasnet, te weten: 1. wanneer het niet mogen aansluiten aan het gasnet een bedreiging vormt voor het gasvrij maken van een gemeente en het gemeentebestuur deze keuze plaatst in een samenhangend geheel van op elkaar afgestemde keuzes teneinde de doelstellingen van de energietransitie te bereiken; 2. wanneer de kenmerken van de fysieke omgeving of de functies van het te bouwen bouwwerk met zich meebrengen dat realisatie van het bouwwerk met een alternatief voor een voorziening voor gas vanwege wettelijke voorschriften of om technische redenen onmogelijk is en het te bouwen bouwwerk om zwaarwegende redenen van algemeen belang gerealiseerd moet worden; 3.

wanneer de kosten voor de realisatie van een te bouwen bouwwerk voorzien van een alternatief voor een voorziening voor gas, in vergelijking met realisatie van een te bouwen bouwwerk met een voorziening voor gas dusdanig hoog zijn dat dit bouwwerk niet meer tot stand komt en dat dit bouwwerk om zwaarwegende redenen van algemeen belang gerealiseerd moet worden; of 19

4. in andere situaties waarin aansluiting op het gastransportnet strikt noodzakelijk is om zwaarwegende redenen van algemeen belang. Onder dwingende redenen van algemeen belang worden redenen verstaan die als zodanig zijn erkend als nationaal historisch en artistiek erfgoed: het cultureel erfgoed. Met één of meer van de genoemde redenen is de aansluiting aan het gas te rechtvaardigen. Nieuwe woonwagens zijn in de basis (aard)gasloos. Uit praktijk weten wij dat het haast onmogelijk is een bestaande woonwagen om te bouwen tot een gasloze variant simpelweg omdat niet voldaan kan worden aan de hoge isolatiewaarden (eisen) van een gasloze woonwagen. Verder zal rekening gehouden moeten worden met het feit dat woonwagenbewoners geen huurwoonwagen willen doch dat zij zelf een woonwagen wensen aan te schaffen. Als de standplaats gasloos wordt aangelegd kan de bewoner zelf daarop geen tweedehands woonwagen plaatsen. Gasloze woonwagens zijn namleijk nog niet verkrijgbaar op de tweedehands markt. Het is niet wenselijk dat bewoners met gastanks in de weer gaan. Nieuw bedraagt de aanschafwaarde van een gasloze woonwagen ca. € 150.000,00 (prijspeil 2021). Dit is voor menig woonwagenbewoner niet weggelegd. Financieringsmogelijkheden zijn er voor woonwagenbewoners nagenoeg niet. De enige bank die financieringen verstrekt voor woonwagenbewoners is de Rabobank.

Deze bank stelt echter eisen voor wat betreft haar zekerheidsrecht. Er zal een constructie bedacht moeten worden waarmede de bank haar zekerheidsrecht bij het kadaster kan laten registreren. Hoe kan deze zekerheid aan de bank worden afgegeven? 1. De standplaats verkopen aan de bewoners Advies: niet verkopen. Er is een tekort aan standplaatsen in de gemeente. Zolang niet bekend is welke kernvoorraad aan standplaatsen de gemeente moet aanhouden, is het niet verstandig om standplaatsen te verkopen. Wellicht wordt er vanuit de overheid nog de verplichting opgelegd om nog extra standplaatsen aan te leggen. Nu een standplaats verkopen betekent dan weer later een extra standplaats aanleggen. De gemeente mag op basis van de Huisvestingswet geen regels stellen aan de toewijzing van koopstandplaatsen. Het wordt lastig de standplaats na vertrek van de eerste koper beschikbaar te houden voor woonwagenbewoners. 2. De standplaats in erfpacht afgeven aan de bewoners Advies: niet in erfpacht afgeven. Een erfpachtconstructie wordt in praktijk vaak voor 50 jaar afgegeven. Dit zou betekenen dat de bewoners gedurende de gehele periode gerechtigd zijn om gebruik te maken van de standplaats. Dit kan een probleem opleveren bij een eventuele overdracht aan de woningcorporatie. 3. Een recht van opstal vestigen aan de standplaats dat gekoppeld is aan de huurovereenkomst voor de standplaats.

Het opstalrecht is een beperkt zakelijk recht dat de bewoners het recht geeft om in, op of boven de standplaats gebouwen in eigendom te hebben of te verkrijgen. Voordelen: in een notariële akte wordt vastgelegd dat er een duidelijk scheiding is tussen het eigendom van de standplaats (gemeente) en het eigendom van de woonwagen (bewoners). Via natrekking kan de woonwagen nooit meer aangemerkt worden als het eigendom/de verantwoordelijkheid van de gemeente. Dit houdt tevens in dat de verplichting tot betaling van de OZB over de woonwagen niet langer meer bij de gemeente ligt, maar bij de bewoners zelf komt te liggen; de gemeente heeft er belang bij dat de bewoners zelf een woonwagen aanschaffen;

20

-

het opstalrecht is een afhankelijk recht en wordt gevestigd voor dezelfde periode als de huurovereenkomst. In de akte wordt nadrukkelijk nog een keer vastgelegd dat met de beëindiging van de huurovereenkomst ook het opstalrecht wordt beëindigd.

Nadelen: het opstalrecht dient notarieel te worden gevestigd. Het is verstandig om dit als gemeente zelf te regelen en dit niet aan bewoners over te laten. Tussen partijen zal afgesproken moeten worden dat belanghebbende deze kosten voldoet; indien er op enig moment sprake mocht zijn van een huurachterstand dan wel hennepteelt in of op het gehuurde, dan kan de gemeente niet zonder meer overgaan tot ontruiming van het gehuurde. Om dit recht van opstal uit de registers van het kadaster te laten verwijderen, zal eerst bekeken moeten worden of de hypothecaire inschrijving kan worden doorgehaald. hiervoor is de gemeente altijd afhankelijk van de medewerking van de hypotheekhouder (Rabobank). Wel kan bij hennepteelt een pand natuurlijk gesloten worden op basis van het Damoclesbeleid; - het hierboven vermelde geldt eveneens indien bewoners de standplaats verlaten en de standplaats niet leeg opleveren. Voor zover bij ons bekend stemt de Rabobank enkel nog in met een erfpacht-constructie. Door het laten vestigen van beperkte rechten word je als eigenaar beperkt in je eigen rechten. Ons advies is derhalve niet mee te werken aan de vestiging van een beperkt recht. Als een standplaats aan een bestaande woonwagenlocatie wordt toegevoegd is het zaak te overleggen met de potentiële huurder wat diens wensen zijn.

Als diens voorkeur uitgaat naar een eigen woonwagen (met gas) kan de gemeente een (tijdelijke) uitzondering maken op het gasloos bouwen middels een tijdelijke vergunning. Als de gemeente geen uitzondering maakt zal er gekeken moeten worden op welke wijze er een gasloze woonwagen geplaatst kan/gaat worden. De hamvraag is dan wie deze gasloze woonwagen gaat bekostigen. Het plaatsen van gastanks op een standplaats is ook niet wenselijk. Bij de aanleg van een geheel nieuwe locatie is het natuurlijk een ander verhaal. Ook daar zal bekeken moeten worden of bewoners zelf een woonvorm willen plaatsen of dat een woningcorporatie dat doet. Niet onbelangrijk is de bijdrage die de corporatie wil leveren. Wellicht dat een mix van standplaatsen (gas en gasloos) tot de mogelijkheden behoort. Er zal ook gekeken moeten worden naar de zelfredzaamheid van de doelgroep. Het is te eenvoudig om ‘alle registers’ open te trekken voor de doelgroep. Ook zijn er woonwagenbewoners die geen aanspraak kunnen maken op een huurwoonwagen omdat zij boven de inkomensgrens verdienen. Hoe gaat men met deze groep om? Zij kunnen zelf een woonwagen aanschaffen maar hebben zij € 150 K op de plank liggen? Een tweedehandswagen is verkrijgbaar in alle prijscategorieën, echter deze wagens zijn niet gasloos.

Het is daarom zaak goede afwegingen te maken voor wat betreft de aanleg van een standplaats, laat staan een geheel nieuwe woonwagenlocatie waarbij acht geslagen moet worden op het uitgangspunt: de huisvesting moet veilig, passend en betaalbaar zijn waarbij rekening gehouden wordt met de culturele identiteit van de woningzoekenden. Men kan zich scharen achter het standpunt dat er gasloos gebouwd moet worden. Echter, als er door niemand voorzien kan worden in een gasloze woonwagen, dan ligt er een mooie gasloze standplaats leeg ondanks het feit dat er vraag is naar (niet-gasloze) standplaatsen. Het is geen wettelijk taak van de gemeente om te voorzien in (huur) woonwagens; huisvesting is een taak voor woningcorporaties. 21

9. CONCLUSIES, ADVIES & AANBEVELINGEN Totale vraag naar standplaatsen

Uit het gehouden onderzoek is gebleken dat er thans vraag is naar 13 standplaatsen binnen de gemeente Peel en Maas. De vraag is tweeledig: 1. Inwonende kinderen van de huidige woonwagenbewoners (leeftijd 18+) en 2. Voor zover wij na hebben kunnen gaan, zijn het allemaal standplaatszoekende woonwagenbewoners die in de gemeente Peel en Maas gewoond hebben dan wel afstammen van woonwagenbewoners uit Peel en Maas. Aanleggen wachtlijst/interesselijst

Om het exacte aantal standplaatszoekenden helder te krijgen en actueel te houden, adviseren wij een wachtlijst aan te leggen. In deze lijst worden buiten persoonsgegevens ook een registratiedatum, een voorkeurslocatie en een voorkeur voor een woonobject opgenomen. Inschrijving zou mogelijk kunnen worden gerealiseerd via een inschrijfapplicatie op de website van de gemeente. Geïnteresseerden die thans buiten de gemeente Peel en Maas wonen, moeten bij hun inschrijving een uittreksel met adreshistorie overleggen. In de bijlage is een voorbeeld opgenomen van een dergelijke inschrijfapplicatie. Vaststellen nieuw beleid

De gemeente dient nieuw beleid te formuleren waarin aangegeven moet worden dat: − de gemeente het beleid voor woonwagens en standplaatsen vaststelt als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid; − het beleid voldoende rekening houdt met en ruimte geeft aan het woonwagenleven van woonwagenbewoners; − de behoefte aan standplaatsen helder is; − woningcorporaties voorzien in (passen)de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren; − de afbouw van standplaatsen niet is toegestaan (behoudens uitzonderlijke omstandigheden) zolang er behoefte is aan standplaatsen; − een woningzoekende woonwagenbewoner binnen een redelijke termijn kans heeft op een standplaats. Voorstel voor de definitie van een woonwagenbewoner van de gemeente Peel en Maas: mensen die zich van generatie op generatie binnen de gemeente Peel en Maas als woonwagenbewoner manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur. Opstellen toewijzingsregels

Wij adviseren de toewijzingsregels voor standplaatsen binnen de gemeente als volgt op te stellen en afspraken te maken met acterende woningcorporaties hoe deze gehanteerd dienen te worden. Toewijzing van standplaatsen op bestaande locaties vindt plaats aan de hand van de volgende voorrangsregels en volgorde waarbij het afstammingsbeginsel centraal staat: a. het kind dat op de betreffende woonwagenlocatie is opgegroeid / het kind dat het merendeel van zijn/haar jeugd op de betreffende woonwagenlocatie heeft gewoond; b. familie (spijtoptanten) van de huidige woonwagenbewoners van de betreffende woonwagenlocatie die kunnen aantonen dat (één van) de ouder(s) of de kandidaat zelf voor 1 maart 1999 in een woonwagen hebben gewoond in de gemeente Peel en Maas; c. de overige woonwagenbewoners / spijtoptanten die een standplaats, een (sociale) huurwoning of koopwoning in de gemeente Peel en Maas achterlaten onder voorwaarde dat die daardoor beschikbaar komt. 22

Bij het toewijzen van standplaatsen op nieuw te ontwikkelen woonwagenlocaties kan de eerste toewijzing niet plaatsvinden op basis van de bepalingen onder a t/m c. In dit geval zal de volgorde bepaald worden aan de hand van de toewijzingscriteria genoemd onder d t/m f: d. standplaatszoekende wiens ouders woonachtig zijn op een woonwagenlocatie in de gemeente Peel en Maas; e. familie (spijtoptanten) van de huidige woonwagenbewoners van de woonwagenlocaties in de gemeente Peel en Maas die kunnen aantonen dat (één van) de ouder(s) of de kandidaat zelf voor 1 maart 1999 in een woonwagen hebben gewoond in de gemeente Peel en Maas; f. de overige woonwagenbewoners / spijtoptanten die een standplaats, een (sociale) huurwoning of koopwoning in de gemeente Peel en Maas achterlaten onder voorwaarde dat die daardoor beschikbaar komt. Voor al bovenstaande bepalingen geldt dat indien blijkt dat er sprake is van gelijke geschiktheid, de standplaatszoekende met de langste woonduur in Peel en Maas voorrang zal krijgen. Indien er dan nog sprake is van gelijke geschiktheid zal er een loting plaatsvinden. Indien er standplaatsen op meerdere locaties gelijktijdig beschikbaar zijn, zal bij de toewijzing rekening gehouden worden met de voorkeur voor een woonwagenlocatie.

Als er meerdere standplaatsen op één locatie tegelijkertijd beschikbaar zijn, zal de standplaatszoekende die als eerste in aanmerking komt als eerste de gelegenheid krijgen om te kiezen. Bij gelijke geschiktheid zal de woonduur in Peel en Maas doorslaggevend zijn. Indien er dan nog sprake is van gelijke geschiktheid zal er een loting plaatsvinden. In ieder geval moet een kandidaat altijd ingeschreven staan op de geïnteresseerdenlijst en moet deze kandidaat passen in de “groep” van huidige bewoners in verband met de sociale cohesie en hierover communiceren met de bestaande bewoners. Wachttijd/registratietijd

Een standplaatszoekende woonwagenbewoner moet binnen een redelijke termijn de beschikking kunnen hebben over een standplaats. De wachttijd voor huisvesting voor woonwagenbewoners dient daarom gelijke tred te houden met de wachttijd voor reguliere huisvesting. De gemiddelde registratietijd/wachttijd voor een huurwoning in de gemeente Peel en Maas komt al snel in de buurt van de 7 à 8 jaar. De gemeente houdt sinds 2018 de geïnteresseerdenlijst bij. De personen van de bij de gemeente bekende lijst wachten in ieder geval reeds 3 jaar op een standplaats. Indien de gemeente start met voorbereidingen/onderzoek naar mogelijk nieuwe locaties en daarover communiceert met de doelgroep, zullen verdere acties hoogstwaarschijnlijk uitblijven. Er zal in ieder geval duidelijkheid moeten komen voor de standplaatszoekende woonwagenbewoners. Wij adviseren in ieder geval op (korte) termijn het aantal wegbestemde standplaatsen terug te brengen. -> + 5 standplaatsen. De overige kandidaten van de wachtlijst zouden binnen een redelijke termijn de beschikking moeten hebben over een eigen standplaats. Wij adviseren te starten met uitbreiding op de Berkenheg te Meijel. Vanwege de ligging zullen er waarschijnlijk weinig tot geen bezwaren van omwonenden/belanghebbenden zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=6e25482d-59e6-4309-830c-8f472d7e215d