2022-078 03 Toelichting ontwerp Baarloseweg 49, 50, 50a Helden.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN “Baarloseweg 49, 50, 50a Helden” NL.IMRO.1894.BPL0276-ON01 Ontwerp
Document:
Bestemmingsplan “Baarloseweg 49, 50 en 50a, Helden”
IDN:
NL.IMRO.1894.BPL0276-ON01
Status:
Ontwerp
Datum:
8 juni 2022
Auteur:
Ing. R. Keiren
Bureau Leefomgeving BV Schoolstraat 7 5961 EE HORST 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl
INHOUDSOPGAVE INLEIDING ...........................................................................................................................................................3 Aanleiding en doel ......................................................................................................................................................................................... 3 Plangebied en begrenzingen ...................................................................................................................................................................... 4 Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................................................................................................ 4 HUIDIGE SITUATIE ..........................................................................................................................................7 Algemeen........................................................................................................................................................................................................... 7 Ruimtelijke structuur....................................................................................................................................................................................
8 Functionele structuur................................................................................................................................................................................... 9 PLANBESCHRIJVING .................................................................................................................................... 10 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan.............................................................................................................................. 10 Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten .................................................................................................................................... 11 Landschappelijke inpassing ...................................................................................................................................................................... 11 BELEIDSKADER............................................................................................................................................... 13 Rijksbeleid.......................................................................................................................................................................................................
13 Provinciaal beleid......................................................................................................................................................................................... 15 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................................................................... 18 RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN ............................................................. 22 Milieuaspecten .............................................................................................................................................................................................. 22 Kabels en leidingen ..................................................................................................................................................................................... 28 Natuur ............................................................................................................................................................................................................. 28 Waterparagraaf............................................................................................................................................................................................
29 Archeologie en cultuurhistorie............................................................................................................................................................. 30 Verkeer en parkeren................................................................................................................................................................................. 31 JURIDISCHE ASPECTEN .............................................................................................................................. 33 Toelichting op de verbeelding ............................................................................................................................................................... 33 Toelichting op de planregels .................................................................................................................................................................. 34 UITVOERBAARHEID EN PROCEDURE ................................................................................................... 35 Economische uitvoerbaarheid...............................................................................................................................................................
35 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................................................................... 35 Procedure....................................................................................................................................................................................................... 35
Ontwerp
1
BIJLAGEN Bijlage 1: V-Stacks geurberekeningen SEPARATE BIJLAGEN: ▪ Landschappelijke inpassing Baarloseweg 49, Ron Janssen Erf- en Landschapsverfraaiing (d.d. 7 juni 2022) ▪ Vooronderzoek bodem Baarloseweg 49, HMB groep (d.d. 12 mei 2022, kenmerk: 22245801H) ▪ Verslag omgevingsdialoog (geanonimiseerd)
Ontwerp
2
INLEIDING Aanleiding en doel In het buitengebied van Helden, voert de Baarloseweg vanuit het buitengebied de kern Helden in. Tot enkele jaren geleden overheerste hier de agrarische bedrijvigheid, echter is dit in de loop van de jaren steeds minder geworden waardoor thans de woonfunctie overheerst. Veel van deze voormalige agrarische bedrijven zijn in de afgelopen jaren verplaatst naar andere (grotere) locaties met meer uitbreidingsmogelijkheden, gesaneerd in het kader van een subsidieregeling of zijn gestopt door het ontbreken van passende opvolging. Door het afnemen van de agrarische bedrijvigheid ter plaatse zijn veel van de voormalige (agrarische) bedrijfswoningen in de afgelopen jaren omgezet naar burgerwoningen, waardoor deze woningen ook door derden bewoond kunnen worden. Op de locatie Baarloseweg 50 en 50a is echter nog sprake van twee (voormalige) bedrijfswoningen. De bedrijfswoningen maken planologisch deel uit van het, aan de overzijde van de Baarloseweg gelegen, glastuinbouwbedrijf. De huidige bewoners hebben echter geen binding met dit bedrijf. Het bewonen van een bedrijfswoning is enkel toegestaan door personen met een functionele binding met het bedrijf. De bewoning is feitelijk dan ook strijdig met het bestemmingsplan.
Om deze strijdigheid op te lossen zijn de bewoners voornemens de bedrijfswoningen om te zetten naar plattelandswoningen zodat het glastuinbouwbedrijf kan worden voortgezet maar er toch burger in kunnen wonen. Op de locatie Baarloseweg 49 is eveneens sprake van een voormalige bedrijfswoning en bedrijfslocatie. Al geruime tijd is er op deze locatie geen sprake meer van agrarische activiteiten door de bewoners en de agrarische bedrijfswoning wordt bewoond door burgers. Hoewel er al geruime tijd geen sprake meer is van agrarische bedrijfsactiviteiten is de locatie op basis van het vigerende bestemmingsplan nog steeds bestemd voor agrarische doeleinden. Ook hier geldt dus dat de burgerbewoning feitelijk illegaal is. De bewoners zijn daarom voornemens, gelijktijdig met de ontwikkeling aan de Baarloseweg 50 en 50a, de bedrijfswoning om te zetten naar een burgerwoning zodat agrarisch activiteiten hier niet meer zijn toegestaan.
Woningen Baarloseweg 49, 50, 50a
Glastuinbouwbedrijf Baarloseweg 50b
Afbeelding 1 Ligging en omgeving plangebied
In het vigerende bestemmingsplan zijn geen bevoegdheden opgenomen om 1) de bedrijfswoningen Baarloseweg 50 en 50a te voorzien van de aanduiding ‘plattelandswoning’ en 2) de bedrijfswoning Baarloseweg 49 om te zetten naar een burgerwoning. Daarom is het noodzakelijk om voor het plangebied een nieuw bestemmingsplan op te stellen.
Ontwerp
3
Plangebied en begrenzingen Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op drie afzonderlijke locaties zijnde; Baarloseweg 49, 50 en 50a. Alle locaties betreffen (voormalige) bedrijfswoningen, gelegen in het buitengebied van Helden. De drie locaties worden in onderhavig bestemmingsplan samen aangeduid als “het plangebied”. De gronden in eigendom van het glastuinbouwbedrijf, kadastraal bekend als gemeente Helden, sectie W, nummers 504 en 738, worden in onderhavige ontwikkeling niet gewijzigd maar wel meegenomen in de ontwikkeling, daar deze gronden planologisch verbonden zijn met de gronden waarop de woningen Baarloseweg 50 en 50a zijn gelegen.
50
49 50a
Glastuinbouwbedrijf
Afbeelding 2 Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied wordt aan de zuidelijke zijde begrenst door de Baarloseweg. Aan de noordelijke zijde van het plangebied zijn landbouwgronden gelegen. De Baarloseweg is van oorsprong een agrarisch bebouwingslint. In de loop der jaren zijn een groot aantal van deze agrarische bedrijven gestopt en wordt de voormalige agrarische bebouwing thans anders gebruikt., voornamelijk voor woondoeleinden. Derhalve is er nu sprake van een bebouwingslint bestaande uit overwegend woningen en nog enkele agrarische bedrijven, waaronder intensieve veehouderijen en glastuinbouwbedrijven. Aan de westzijde wordt het plangebied begrenst door de woningen Baarloseweg 47 en Oude Dijk 2. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan landbouwgronden welke behoren tot het aan de overzijde van de Baarloseweg gelegen glastuinbouwbedrijf.
Vigerend bestemmingsplan De locaties maken onderdeel uit van het bestemmingsplan “Omgevingsplan Kwistbeek” van de gemeente Peel en Maas (vastgesteld d.d. 23 juni 2020). Baarloseweg 49 De locatie is bestemd als ‘Agrarisch - Grondgebonden’ en geheel voorzien van een bouwvlak. Daarnaast is de locatie voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’, ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – Beekdal buiten Ontwerp
4
de kernen’ en de gebiedsaanduidingen ‘overige zone- ontwikkelingszone bebouwingslinten’ en ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied 3 bd’. Baarloseweg 50 en 50a Deze locatie is bestemd als ‘Agrarisch - Glastuinbouw’ en geheel voorzien van een bouwvlak met de maatvoeringseis ‘maximum aantal wooneenheden: 2’. Daarnaast is de locatie voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – Beekdal buiten de kernen’ en de gebiedsaanduidingen ‘overige zone- ontwikkelingszone bebouwingslinten’ en ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied 3 bd’. Aan de rechterzijde van de locatie, waar geen bedrijfswoningen zijn gelegen, is tevens de functieaanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ opgenomen en de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone verwervingsgebied’. Met een relatieteken is deze locatie planologisch verbonden met het glastuinbouwbedrijf aan de overzijde van de Baarloseweg. Overige gronden De overige gronden, welke planologisch verbonden zijn aan het plangebied, maar in het kader van de voorgenomen ontwikkeling niet wijzigingen zijn bestemd voor ‘Agrarisch - Glastuinbouw’ en voorzien van een bouwvlak met de functieaanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’.
Daarnaast is de locatie voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Beekdal buiten de kernen’ en ‘Waarde – Oude bouwlanden’ en de gebiedsaanduidingen ‘overige zone- ontwikkelingszone bebouwingslinten’ en ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied 1 ob’ en ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied 3 bd’. Aan de rechterzijde van de locatie, waar geen bedrijfswoningen zijn gelegen, is tevens de functieaanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ opgenomen en de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone - verwervingsgebied’. Met een relatieteken is deze locatie planologisch verbonden met de bedrijfswoningen Baarloseweg 50/50a.
Afbeelding 3 Uitsnede vigerend omgevingsplan (rood; plangebied, groen; overige gronden)
De voor ‘Agrarisch - Glastuinbouw’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het gebruik als glastuinbouwbedrijf. Ter plaatse zijn conform het vigerende bestemmingsplan 2 bedrijfswoningen toegestaan. De voor ‘Agrarisch - Grondgebonden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het gebruik als grondgebonden agrarisch bedrijf. Per bouwvlak is slechts één bedrijfswoning toegestaan.
Ontwerp
5
Het wonen in de bedrijfswoning is uitsluitend toegestaan voor het huishouden van een persoon wiens huisvesting ter plaatse, gelet op de agrarische bedrijfsvoering, noodzakelijk is. Burgerbewoning wordt uitgesloten in een bedrijfswoning en is daarom strijdig met het vigerende bestemmingsplan.
Ontwerp
6
HUIDIGE SITUATIE Algemeen Het plangebied is gelegen ten oosten van de kern Helden, in het bebouwingslint van de Baarloseweg. Helden maakt onderdeel uit van de gemeente Peel en Maas, gelegen in het noorden van Limburg. Helden vormt samen met de kern Panningen een dubbelkern. Bijna 14.000 inwoners bevolken de dubbelkern.
Afbeelding 4 Luchtfoto plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Baarloseweg 49, 50 en 50a. De Baarloseweg is van oorsprong een agrarisch bebouwingslint. In de loop der jaren zijn een groot aantal van deze agrarische bedrijven gestopt en wordt de voormalige agrarische bebouwing thans anders gebruikt, voornamelijk voor woondoeleinden. Ten zuiden van de Baarloseweg ligt het open landschapscomplex van de bolle akker met daaraan grenzend de Heldense Bossen. Baarloseweg 49 De locatie is thans bebouwd met een bedrijfswoning en diverse bijgebouwen. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Helden, sectie W, nummer 787 en heeft een oppervlakte van circa 6.200 m². Baarloseweg 50 De locatie is thans bebouwd met een bedrijfswoning en enkele bijgebouwen. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Helden, sectie W, nummer 736 en heeft een oppervlakte van circa 3.100 m². De bedrijfswoning vormt samen met de bedrijfswoning Baarloseweg 50a één gezamenlijke bouwmassa, zijnde een langgevelboerderij. De bedrijfswoning is feitelijk afgesplitst van het bijbehorende glastuinbouwbedrijf maar maakt in planologisch opzicht nog wel deel uit van het glastuinbouwbedrijf.
Ontwerp
7
Baarloseweg 50a De locatie is thans bebouwd met een bedrijfswoning en enkele bijgebouwen. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Helden, sectie W, nummers 475 en 737 en heeft een oppervlakte van circa 2.750 m². De bedrijfswoning vormt samen met de bedrijfswoning Baarloseweg 50 éen gezamenlijke bouwmassa, zijnde een langgevelboerderij. De bedrijfswoning is feitelijk afgesplitst van het bijbehorende glastuinbouwbedrijf maar maakt in planologisch opzicht nog wel deel uit van het glastuinbouwbedrijf.
49
50
50a
Afbeelding 5 Luchtfoto plangebied
Ruimtelijke structuur Het plangebied is gelegen aan de Baarloseweg, in het buitengebied van Helden. De Baarloseweg ligt evenwijdig aan de, ten noorden gelegen Kwistbeek, deze stroomt van de kern van Helden tot de kern van Baarlo. Deze Kwistbeek is een van de belangrijkste ruimtelijke structuurdragers in het landschap. Aan de rand van dit beekdal vestigden zich de eerste boeren. Het natte beekdal leende zich ideaal als grasland voor vee, terwijl de hogere delen zich uitstekend leenden voor akkerbouw. Door de jaren heen zijn de hogere delen steeds verder opgehoogd met mest van het vee waardoor bolle akkers ontstonden, tegenwoordig zijn deze nog steeds duidelijk herkenbaar als open landschapscomplex. Op de overgang tussen laag en hoog werd de (agrarische) bebouwing opgericht, zo is het bebouwingslint aan de Baarloseweg ontstaan. Door de jaren heen is het bebouwingslint steeds verder verdicht. Ondanks de verdichting van het bebouwingslint zijn de doorzichten naar de achterliggende akkergronden nog steeds zichtbaar.
Ontwerp
8
Afbeelding 6 Ligging en omgeving plangebied (rood; plangebied, blauw; Kwistbeek)
Functionele structuur In het buitengebied van Peel en Maas voert de agrarische functie voornamelijk de boventoon. In de omgeving van de Baarloseweg zijn dan ook enkele (agrarische) bedrijven en glastuinbouwbedrijven gelegen. De onbebouwde agrarische percelen zijn in gebruik als akker- of weiland. Daarnaast liggen in het buitengebied verspreid liggende burgerwoningen. Van oorsprong had de bebouwing aan de Baarloseweg een agrarische functie. Tussen de agrarische bedrijven zijn in de loop der tijd diverse burgerwoningen gerealiseerd. De woonfunctie in de omgeving is daarna versterkt doordat een groot deel van de agrarische bedrijven zijn gestopt en daarbij de bedrijfswoningen in gebruik zijn genomen als burgerwoningen. Derhalve bevinden zich nu overwegend woningen aan de Baarloseweg.
Ontwerp
9
PLANBESCHRIJVING In het buitengebied van Helden overheerste tot enkele jaren geleden de agrarisch bedrijvigheid, echter is dit in de loop van de jaren steeds minder geworden waardoor thans de woonfunctie overheerst. Veel van deze voormalige agrarische bedrijven zijn in de afgelopen jaren verplaatst naar andere (grotere) locaties met meer uitbreidingsmogelijkheden, gesaneerd in het kader van een subsidieregeling of zijn gestopt door het ontbreken van passende opvolging. Door het afnemen van de agrarische bedrijvigheid ter plaatse zijn veel van de voormalige (agrarische) bedrijfswoningen in de afgelopen jaren omgezet naar burgerwoningen, waardoor deze woningen ook door derden bewoond kunnen worden. Op de locaties Baarloseweg 49, 50 en 50a zijn nog enkele voormalige bedrijfswoningen gelegen. Baarloseweg 49 De huidige bewoners wonen al jaren op de locatie maar hebben zelf nooit agrarische bedrijfsactiviteiten ter plaatse ontplooid. Ondanks dat er geen agrarische bedrijfsactiviteiten meer binnen het plangebied plaatsvinden is de locatie op basis van het vigerende bestemmingsplan nog steeds bestemd voor agrarische doeleinden.
Gezien het de beperkte omvang van het bouwvlak (circa 6.000 m²), het ontbreken van aangrenzende eigen landbouwpercelen en de planologische beperkingen van het bestemmingsplan (er ontbreekt een aanduiding om andere vormen van agrarische bedrijvigheid toe te staan, zoals (intensieve) veehouderij) en de ligging naast burgerwoningen, is het zeer onwaarschijnlijk dat op de locatie zich nog een volwaardig agrarisch bedrijf zal vestigen. Voornemen is derhalve om de planologische situatie in overeenstemming te brengen met het feitelijke woongebruik en dus de agrarische bestemming om te zetten naar een woonbestemming. Baarloseweg 50 en 50a De bedrijfswoningen op deze locatie zijn feitelijk afgesplitst van het bijbehorende glastuinbouwbedrijf maar maken in planologisch opzicht nog deel uit van het glastuinbouwbedrijf. De locaties betreffen voormalige bedrijfswoningen van het, aan de overzijde van de Baarloseweg gelegen, glastuinbouwbedrijf. Jaren geleden, rond 1970, is de bedrijfswoning gesplitst tot twee wooneenheden. Het glastuinbouwbedrijf is tevens reeds al jaren in eigendom van een derde partij. Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt voor de bewoning van de plattelandswoning een aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – plattelandswoning’ opgenomen.
Een plattelandswoning betreft een agrarische bedrijfswoning binnen een agrarisch bouwblok welke gebruikt mag worden door derden die geen binding hebben met het agrarische bedrijf, maar worden niet beschermd tegen de milieugevolgen van het (eigen) bedrijf waar de woning, planologisch onderdeel van uit maakt. Met de beoogde ontwikkeling wordt de planologische strijdigheid op deze locaties opgelost zonder het glastuinbouwbedrijf te belemmeren in hun bedrijfsvoering.
Uitgangspunten en doelstellingen van het plan De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op het benutten van de locatie Baarloseweg 49, 50 en 50a voor woondoeleinden. De beoogde ontwikkeling voorziet in 1) de bedrijfswoning Baarloseweg 50 en 50a voorzien van de aanduiding ‘plattelandswoning’ en 2) de bedrijfswoning Baarloseweg 49 om te zetten naar een burgerwoning. De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op de volgende aspecten:
Ontwerp
10
▪
▪ ▪ ▪
▪
De locatie Baarloseweg 49 verliest de functie als agrarisch bedrijf. In plaats daarvoor word de locatie benut voor woondoeleinden. De bestemming ‘Agrarisch – Grondgebonden’ dient daarvoor gewijzigd te worden in de bestemming ‘Wonen’; Ter plaatse van de woningen op de locatie Baarloseweg 50 en 50a wordt de aanduiding ‘plattelandswoning’ toegekend, waarmee het gebruik als plattelandswoning wordt toegestaan; De planologische mogelijkheden van het glastuinbouwbedrijf worden hierbij gerespecteerd en behouden; Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Peel en Maas dient het onderhavige bestemmingsplan qua systematiek aan te sluiten bij het bestemmingsplan “Omgevingsplan Kwistbeek” zoals dat thans voor het plangebied geldt. Verder dienen alle dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen uit het vigerende bestemmingsplan opnieuw van toepassing te worden verklaard.
Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten Fysiek gezien wijzigt er ten opzichte van de huidige situatie niets. Er is geen sprake van een fysieke wijziging van de woningen. Deze bestemmings- en gebruikswijziging heeft louter betrekking op de functionele wijziging, welke derhalve geen stedenbouwkundige of ruimtelijke consequenties heeft.
Landschappelijke inpassing De bestemmings- en gebruikswijziging gaat gepaard met een landschappelijke inpassing voor alle locaties. Met de aanplant c.q. instandhouding van de beplanting is gegarandeerd dat de woningen op een passende wijze onderdeel uitmaken van het omringende landschap. Uitvoering van de landschappelijke inpassing is als verplichting opgenomen in de planregels als voorwaardelijke bepaling. Als basis voor de omvang van de inpassing geldt dat er sprake moet zijn van een oppervlakte ‘landschappelijke inpassing’ of ander groen/natuur dat overeenkomt met 10% van de oppervlakte van het deel van het bouwvlak waar de nieuwe bebouwing en erf komt. Bij functiewijziging geldt dat er sprake moet zijn van een oppervlakte landschappelijke inpassing die overeenkomt met 10% van de oppervlakte het gehele bouwvlak. Baarloseweg 49 Voor wat betreft de ontwikkeling op deze locatie geldt dat het gehele bouwvlak ingepast dient te worden. Het bouwvlak aan de Baarloseweg 49 heeft een oppervlakte van 6.200 m². Dit betekend dat er tenminste 620 m² aan groen zal moeten worden opgericht. Derhalve is een landschappelijk inpassingsplan1 opgesteld. De visie is om het bestaande groen te behouden.
Daar er in de randzone ook soorten voorkomen die wat mindere kwaliteit hebben, zal een beheeradvies gericht zijn op het bevorderen van de landschappelijke sterkere soorten en langzaam reduceren van de minder passende soorten, zoals de dennen, coniferen en wellicht laurier. Dit zal ook bijdragen aan een minder intensief beheer en een toename van de biodiversiteit. Het behoud en door beheer werken aan een fraai landelijk erf dat ook vanuit de omgeving beleefd kan worden over de straat en vanuit het zijstraat Oude Dijk.
1 Landschappelijk inpassingsplan, Ron Janssen (d.d. 7 juni 2022)
Ontwerp
11
Afbeelding 7 Landschappelijke inpassing Baarloseweg 49
Baarloseweg 50 en 50a Gelet op het feit dat de agrarische bestemming behouden blijft en slechts de aanduiding ‘plattelandswoning’ wordt toegevoegd geldt, voor wat betreft deze locaties, enkel het oppervlakte van de woning. De woningen Baarloseweg 50 en 50a hebben een gezamenlijk oppervlakte van 170 m². Dit betekend dat er in totaliteit 17 m² aan groen aanwezig moet zijn, dan wel aangelegd worden. Op de locatie Baarloseweg 50 en 50a is reeds veel groen aanwezig. Zo zijn op beide erven diverse grote bomen aanwezig en zijn er enkele hagen aanwezig die de tuinen van elkaar en van de omliggende percelen scheiden. Beide woningen hebben aan de achterzijde een groen ingepaste tuin met grasveld diverse planten en struiken. Aannemelijk is dat er reeds voldoende groen aanwezig is op beide locaties om te voldoen aan het gemeentelijk kwaliteitskader.
Ontwerp
12
BELEIDSKADER In dit hoofdstuk worden de voor het plangebied en de ontwikkeling relevante beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing zijnde Rijksbeleid. In de daarop volgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf 4.3 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Peel en Maas.
Rijksbeleid Nationale omgevingsvisie Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en water robuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
Ontwerp
13
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreffen ontwikkelingen waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI.
Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor onderhavige bestemmingswijziging. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken.
In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Met het initiatief worden geen van de andere belangen geschaad. In het plangebied is verder geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Kortom, de bestemmingswijziging is niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. Ladder duurzame verstedelijking In de genoemde SVIR is de “Ladder voor duurzame verstedelijking” geïntroduceerd. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De ladder is juridisch vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ontwikkeling (Bro). Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst:
Ontwerp
14
“De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. De ladder is uitsluitend van toepassing als een ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt gerealiseerd. Het begrip “stedelijke ontwikkeling” is daarbij als volgt gedefinieerd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Zoals de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen (uitspraak van 20 april 2016, zaak nr. ECLI:NL:RVS:2016:1075), is een planologische functiewijziging geen stedelijke ontwikkeling. Hiervan is met onderhavig initiatief sprake. Onderhavig initiatief heeft immers betrekking op de functiewijziging van bedrijfswoningen naar burgerwoning en plattelandswoningen.
Provinciaal beleid Provinciale Omgevingsvisie Limburg Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie Limburg, met bijbehorend m.e.r vastgesteld. De Provinciale Omgevingsvisie is per 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014). In de Omgevingsvisie wordt de lange termijn visie (2030-2050) beschreven. Er wordt continue gezocht naar de goede balans tussen beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie komen vraagstukken aan bod, die er op provinciaal niveau echt toe doen. Daarnaast komen er ook autonome vraagstukken aan bod die van groot provinciaal belang zijn. Het Rijnlands model, dat staat voor overleg en samenwerking, solidariteit en vakmanschap en dat zich richt op de lange termijn, op waarden als kwaliteit en geluk, is hierbij het uitgangspunt. Het document is dynamisch en flexibel, dit biedt mogelijkheden om het document te actualiseren met het oog op (eventuele) toekomstige veranderingen. In de omgevingsvisie zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. In stedelijk c.q. bebouwd gebied; Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen.
In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. b. In landelijk gebied; Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg.
De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal
Ontwerp
15
3.
ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. Klimaatadaptieve en energietransitie; Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving.
De omgevingsvisie bestaat uit twee delen: ▪ Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; ▪ Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad.
Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Samen met hun partners wil de provincie een voortreffelijk woon- en leefomgeving realiseren; een leefomgeving waar mensen zich prettig voelen. Het is belangrijk dat mensen kunnen wonen in een zelf gekozen woning en woonomgeving (die past bij hun mogelijkheden en levensfase) waar ze zich thuis voelen.
Dit doet de provincie door toe te werken naar een toekomstbestendige Limburgse woningmarkt met voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek, die waar mogelijk op het juiste moment beschikbaar én betaalbaar zijn. De provincie faciliteert daarbij flexibiliteit op de woningmarkt én stimuleert flexibele woonvormen waardoor aan de veranderende woonwensen en –behoeften van een diversere groep mensen tegemoet gekomen kan worden, in zowel de bestaande bouw als nieuwbouw.
Ontwerp
16
In de POVI geeft de provincie aan dat ze alle woonwensen willen vervullen, waarbij een voortreffelijke woon- en leefomgeving leidend zijn. Doormiddel van onderhavige initiatief worden drie voormalige bedrijfswoningen omgezet naar burgerwoning en/of plattelandswoning waarmee de woonwensen van de bewoners worden ingewilligd. De bestemmingswijziging voldoet daarmee aan de provinciale beleidskaders, zoals gesteld in het POVI. Omgevingsverordening 2021 In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen regels bevat: ▪ Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; ▪ Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen. De volgende regels uit de Ontwerp Omgevingsverordening zijn in dit geval van toepassing: ▪ Omgevingswaarden wateroverlast; ▪ Wonen, werken en recreëren. De Omgevingsverordening 2021 is 17 december 2021 vastgesteld maar op dit moment nog niet in werking getreden. De inwerkingtreding van de Omgevingsverordening 2021 is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet (verwachte inwerkingtreding: 1 januari 2023).
Tot het moment dat de Omgevingswet en de nieuwe Omgevingsverordening Limburg in werking treden, blijft de huidige verordening gelden. Hieronder is het initiatief getoetst aan de huidige verordening. Omgevingsverordening Limburg 2014 Tot het moment dat de Omgevingsverordening Limburg in werking treedt (verwachte inwerkingtreding: 1 januari 2023) geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014 nog. In de Omgevingsverordening bevat de juridische doorwerking van het omgevingsbeleid. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is op 12 december 2014 vastgesteld door Provinciale Staten en is per 16 januari 2015 in werking getreden. Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden. In het kader van dit initiatief is de meest recente geconsolideerde versie geraadpleegd van december 2019. Het plangebied is niet gelegen in een van de kwetsbare gebieden die middels de verordening worden beschermd. Het initiatief wordt dan ook niet belemmerd door regelgeving zoals vastgelegd in de verordening.
In artikel 2.4.2 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan gelegen in de regio Noord-Limburg niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. Zoals in paragraaf 4.2.4 van onderhavige toelichting is vermeld, is de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg inmiddels vervangen door de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. Onderhavig initiatief voorziet niet in het toevoegen van een woning maar het omzetten van drie bedrijfswoningen naar burgerwoningen/plattelandswoningen. Derhalve voldoet het initiatief aan de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 20202024. Ook voldoet het initiatief aan het beleid van de gemeente Peel en Maas. Zie hiervoor paragraaf 4.2.4 en 4.3.3. Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De gemeente Peel en Maas heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’. Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ vastgesteld. Op grond van artikel Ontwerp
17
2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ de status van een intergemeentelijke woonvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter. Voor de gemeente Peel en Maas gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’ een reductieopgave van 156 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blijkt dat de gemeente Peel en Maas de gestelde opgave heeft overtroffen. Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. Hierbij dienen de huishoudprognose van E’til (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren.
Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: ▪ Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; ▪ Gekeken dient te worden naar koppelkansen; ▪ Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot; ▪ Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; ▪ De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; ▪ Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijk, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen. Aanvullend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat: ▪ Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. ▪ Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt. ▪ Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. ▪ Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen.
Onderhavige ontwikkeling voorziet niet in het toevoegen van woningen, maar in een functiewijziging van drie reeds bestaande voormalige bedrijfswoningen naar burgerwoningen/plattelandswoningen. Volgens de Regionale Woonvisie is aansluiting op de vraag van de consument noodzakelijk (de marktvraag). Onderhavige ontwikkeling voorziet in de ‘eigen’ behoefte van de initiatiefnemers c.q. de huidige bewoners. Het initiatief is daarom niet in strijd met de Regionale Woonvisie.
Gemeentelijk beleid Beleidsregel woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018 Op 10 juli 2018 is de Beleidsregel woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018 in werking getreden. In dit beleid is vastgelegd dat geen medewerking wordt verleend aan de bouw van nieuwe woningen op locaties waar dit juridisch-planologisch niet is geregeld en waarbij sprake is van een toename van het aantal woningen ten opzichte van de woningbouwaantallen in de Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. De gemeente Peel en Maas maakt een gelimiteerde uitzondering voor: 1. Zogenaamde win-win situaties; 2. Woningbouwinitiatieven die een belangrijke maatschappelijke meerwaarde hebben en een bijdrage leveren aan het behoud/versterken van vitale gemeenschappen;
Ontwerp
18
3. 4. 5. 6.
Verzoeken die die passen binnen de Ruimte voor Ruimteregeling; Tijdelijke woonconcepten voor de duur van maximaal 10 jaar, tot uiterlijk 2030, voor de huisvesting van woonurgente doelgroepen; Woningsplitsing binnen het buitengebied met als doel behoud en versterking van cultuurhistorische waarden; Positieve principebesluiten en/of privaatrechtelijke afspraken.
Onderhavige ontwikkeling voorziet niet in een het toevoegen van woningen maar uitsluitend in een bestemmingswijziging van een bedrijfswoning naar burgerwoning en een gebruikswijziging van twee bedrijfswoningen naar plattelandswoningen. De beleidsregel woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018 is daarom voor deze bestemmingswijziging niet van toepassing. Structuurvisie buitengebied en kwaliteitskader In december 2011 is de Structuurvisie buitengebied door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het bestaande beleid van dat moment (Structuurplan 2008, Kwaliteitskader buitengebied, VAB beleid, Structuurvisie IV en Glas en het archeologiebeleid) samengebracht. De structuurvisie bevat grotendeels een voortzetting van het bestaand beleid. De structuurvisie heeft twee doelstellingen, te weten: het bieden van een integraal beleidskader voor het buitengebied dat mede dient als grondslag voor het bestemmingsplan “Buitengebied Peel & Maas” en het mogelijk maken van kostenverhaal voor bovenplanse verevening en bijdragen in de ruimtelijke ontwikkeling in het kader van de ontwikkelingsplanologie. De structuurvisie bevat de hoofdlijnen voor het te voeren ruimtelijk beleid. Het plangebied is volgens de structuurvisie gelegen in de zone ‘Beek en rivierdalen’.
In de beekdalen is nog duidelijk het reliëf zichtbaar als gevolg van de vroegere dynamiek van de beken: terrassen, steilranden en hellende velden. Langs de Elsbeek en kleine delen van de Everlose beek en de Kwistbeek is het historische beekdal nog goed zichtbaar. Parallel aan de beken liggen linten, zoals de Baarloseweg in Helden. Het Limburgs Kwaliteitsmenu van de provincie heeft zijn uitwerking naar lokaal niveau gekregen in de structuurvisie. Het doel van het hierin opgenomen kwaliteitsmenu is het bieden van een instrument om noodzakelijke en/of wenselijke ontwikkelingen in het buitengebied te kunnen combineren met kwaliteitsverbetering. Bij kwaliteitsverbetering wordt onderscheid gemaakt in Basiskwaliteit (geldt altijd bij ontwikkelingen), daar bovenop Basiskwaliteit Plus of Aanvullende Kwaliteitsverbetering. Bij iedere ontwikkeling binnen het bestaande bouwvlak en bij uitbreiding van het bouwvlak tot de referentiemaat in een agrarisch gebied zonder waarden, is Basiskwaliteit van toepassing. Ook bij functiewijziging van een gebouw zoals de vestiging van een kleinschalige logeerinrichting of huisvesting van arbeidsmigranten binnen de bestaande bebouwing is er sprake van Basiskwaliteit. Basiskwaliteit wil zeggen dat de nieuwe bebouwing of functie goed ingepast moet worden.
Als basis voor de omvang van de inpassing geldt dat er sprake moet zijn van een oppervlakte “landschappelijke inpassing” of ander groen/natuur dat overeenkomt met 10% van de oppervlakte van het deel van het bouwvlak waar de nieuwe bebouwing en erf komt. Baarloseweg 49 Voor wat betreft de ontwikkeling op deze locatie geldt dat het gehele bouwvlak ingepast dient te worden. Het bouwvlak aan de Baarloseweg 49 heeft een oppervlakte van 6.200 m². Dit betekend dat er tenminste 620 m² aan groen zal moeten worden opgericht. Baarloseweg 50 en 50a Gelet op het feit dat de agrarische bestemming behouden blijft en slechts de aanduiding ‘plattelandswoning’ wordt toegevoegd geldt, voor wat betreft deze locaties, enkel het oppervlakte van de woning. De woningen Baarloseweg 50 en
Ontwerp
19
50a hebben een gezamenlijk oppervlakte van 170 m². Dit betekend dat er in totaliteit 17 m² aan groen aanwezig moet zijn, dan wel aangelegd worden. Voor de locatie Baarloseweg 49 is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarbij invulling gegeven is aan de gevraagde kwaliteitsbijdragen c.q. minimale oppervlakte te realiseren groen. Voor een nadere uitwerking hiervan wordt verwezen naar paragraaf 3.3. Derhalve wordt er voldaan aan de eisen uit het Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas. Plattelandswoningen In de structuurvisie zijn in hoofdstuk 8 de beleidsuitgangspunten opgenomen voor plattelandswoningen. Deze beleidsuitgangspunten luiden als volgt: 1. Alleen bestaande gevallen; De wet plattelandswoning dient gezien te worden als een middel om bestaande knelsituaties op te lossen. Dit betekent dat een plattelandswoning enkel kan worden toegekend aan bestaande gevallen. Als peildatum wordt de datum van inwerkingtreding van de Wet plattelandswoningen: 1 juli 2013. De kadastrale afsplitsing van bedrijfswoning van de bedrijfsgebouwen dient voor deze datum te hebben plaatsgevonden. Na deze datum afgesplitste bedrijfswoningen komen niet in aanmerking voor een planologische regeling als plattelandswoning. 2. Geen nieuwe bedrijfswoning(en); De aanwijzing van een plattelandswoning mag niet leiden tot aanvraag van nieuwe bedrijfswoning op enig termijn.
De plattelandswoning blijft immers onderdeel van het agrarische bouwblok. Medewerking aan een nieuwe bedrijfswoning is daarom uitgesloten. 3. Acceptatie minder goed woon- en leefklimaat m.u.v. luchtkwaliteit; Met uitzondering van het aspect luchtkwaliteit (zwaveloxide, lood, kool, monoxide, benzeen, stikstofoxyden en fijnstof) worden plattelandswoningen niet beschermd tegen de milieueffecten van het bijbehorende agrarische bedrijf. Hierdoor dient men te aanvaardend at de geluids- en geurbelasting op een plattelandswoning in veel gevalle hoger is dan op een reguliere burgerwoning acceptabel wordt geacht. Dit betekend dat, behalve ten aanzien van de luchtkwaliteit, de gemeente geen minimale eisen oplegt aan het woon- en leefklimaat. 4. Bouwregels conform geldende bestemmingsplan; De bouwregels voor een agrarische bedrijfswoning blijven van toepassing op de plattelandswoning. 5. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd ten opzichte van omliggende bedrijven; Wel dient een aanvraag voor een plattelandswoning vergezelt te gaan van een motivering van het woon- en leefklimaat ten opzichte van omliggende bedrijven. Hierbij gaat het erom inzichtelijk te maken hoe de milieukwaliteit ter plaatse is t.a.v. alle relevante milieuaspecten. De conclusies dienen opgenomen te worden in de ruimtelijke onderbouwing.
Dit schept duidelijkheid aan de kant van de aanvrager, omwonenden, omliggende bedrijven, professionele partijen zoals makelaars, maar ook de gemeente en overige overheden. Bij toetsing van het woon- en leefklimaat wordt uitgegaan van de streefkwaliteiten geur, welke zijn opgenomen in onderhavige Structuurvisie. Hieronder wordt nader ingegaan op de voorwaarden die in de Structuurvisie zijn gesteld aan de toekenning van de aanduiding “plattelandswoning”. Deze aanduiding heeft enkel betrekking op de locaties Baarloseweg 50 en 50a. Ad. 1. Ad. 2.
Ad. 3. Ad. 4.
Ad 5.
De woningen zijn, voor 2013, afgesplitst van het daar aanwezige agrarische bedrijf. De exploitatie is thans door derden overgenomen. Aan deze voorwaarden wordt dus voldaan. Het toekennen van de aanduiding leidt niet tot een extra bedrijfswoning. De woningen blijven binnen hetzelfde bestemmings- en bouwvlak liggen, waar reeds maximaal 2 woningen zijn toegestaan. Derhalve kunnen er geen nieuwe woningen gecreëerd worden. Initiatiefnemer accepteert dat door de toekenning van de aanduiding ‘plattelandswoning’ de geluidsbelasting en/of geurbelasting hoger kan zijn dan bij een reguliere burgerwoning. Op basis van onderhavig bestemmingsplan blijven de woningen planologisch verbonden met het bouwvlak waarbinnen het glastuinbouwbedrijf ligt. Daarmee blijven ook de bouwregels van de bestemming ‘Agrarisch Glastuinbouw’ onverkort van toepassing. In dit bestemmingsplan wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de diverse aspecten die bepalend zijn voor het woonen leefklimaat ter plaatse. Uit diverse toetsingen blijkt dat er sprake is van een aanvaardbare ontwikkeling.
Ontwerp
20
Kaderstelling Ruimte en Economie In november 2017 is de notitie ‘Waardenoriëntatie en kaderstelling’ voor de thema’s Ruimte en Economie vastgesteld. De gemeente Peel en Maas wil bijdragen aan het goede leven binnen de gemeente. Bij alles wat de gemeente doet is een drietal kernwaarden leidend, namelijk zelfsturing, duurzaamheid en diversiteit. Met deze kaderstelling vindt een herijking plaats van de programma’s van de thema’s ruimte en economie en de uitvoeringsafspraken. De economische crisis heeft partijen (overheid, ondernemers, inwoners) geleerd naar mogelijkheden te zoeken. Het denken en doen niet te laten bepalen door automatismen en belemmerende regels, niet te stoppen bij overheidssturing maar juist mee te werken in interactie en in partnership. De gemeenschap heeft behoefte aan ruimte om zelf initiatieven te ontwikkelen. De gemeente heeft in dat verband een faciliterende rol. Middels expertgesprekken zijn richtinggevende waarden gedestilleerd: ▪ van Individueel naar Samen; ▪ van Omgevingskwantiteit naar Omgevingskwaliteit; ▪ van Lineair naar Circulair; ▪ van Gesloten naar Open; ▪ van Consumeren naar Beleven; ▪ van beheersen naar ruimte geven en vertrouwen; ▪ van overheidssturing naar omgevingssturing. Per ‘waarde’ zijn omgevingsdoelen vastgesteld om de waarden inhoud te geven.
De waarden en bijbehorende omgevingsdoelen bepalen de richting voor de toekomstige Omgevingsvisie en geven tevens inhoud voor de programmadoelen van de gemeentelijke begroting. Voor het thema Ruimte betreft het dan de programma’s 1.1 ‘Vitale leefomgeving’ en 1.2 ‘Beheer fysieke leefomgeving’. Voor de onderhavige ontwikkeling zijn binnen het thema ruimte de navolgende programmadoelen relevant: ▪ Het benutten bestaande bebouwing en sturen op hergebruik boven uitbreiding en nieuwvestiging en door waar dit niet mogelijk is wordt zorg gedragen voor hetgeen achterblijft. ▪ Op een duurzame, bewuste wijze onze fysieke leefomgeving en de diversiteit hiervan koesteren. ▪ Zorgen voor verbindingen en balans tussen de verschillende functies en waarden. ▪ Uitdagen van gemeenschappen om mee inhoud te geven aan hun fysieke leefomgeving. ▪ Zorgen voor verbindingen en balans tussen economische en ruimtelijke waarden. ▪ Bouwen op de juiste plek: op duurzame locaties. De gemeente stuurt op hergebruik van bestaande bebouwing, daar dit een positieve bijdrage levert aan vitale gemeenschappen. Hergebruik gaat daarbij boven uitbreiding en nieuwvesting. Initiatieven die bijdragen aan het verminderen van leegstand ondersteunt de gemeente omdat deze bijdragen aan de vitaliteit van de kernen. Het hergebruik van de voormalige bedrijfswoningen draagt bij aan de vitaliteit van Helden.
Worden de gebouwen niet hergebruikt, is de kans reëel dat de locatie op termijn verloederd. Ook dient voorkomen te worden dat leegstaande gebouwen gebruikt worden voor activiteiten die niet gewenst zijn. Het hergebruik van de voormalige agrarische bedrijfswoningen en het herbestemmen van deze locaties tot ‘Wonen’ of het toevoegen van de aanduiding ‘plattelandswoning’ sluit aan bij de Kaderstelling Ruimte en Economie van de gemeente Peel en Maas.
Ontwerp
21
RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN Met de bestemmings- en gebruikswijziging dient rekening gehouden te worden met (milieu-)aspecten vanuit de omgeving en op de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten bodem, milieuzonering, geluid, lucht, externe veiligheid voor het plangebied wordt in de navolgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar de gevolgen van het initiatief voor de aspecten archeologie, leidingen en infrastructuur, natuur, waterhuishouding en verkeer. De hieruit voortkomende bevindingen worden in onderstaande paragrafen toegelicht.