CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-030 06 Toelichting.pdf

Raad 19 april 2022, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Uitbreiding Johannes-Hoeve“ in Baarlo (2022-030)19.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Uitbreiding Johannes-Hoeve

Verantwoording en Status

Titel:

Bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve, gemeente Peel en Maas

Rapportnummer:

NL.IMRO.1894.BPL0228-VG01

Ontwerp:

7 december 2021

Definitief:

19 april 2022

© 2022 Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd en met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening geeft in ieder geval geen toestemming aan de opdrachtgever om dit document te gebruiken of te laten gebruiken indien facturen niet of niet volledig voldaan zijn. Alle rechten voorbehouden.

Pagina | 2

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

5

Hoofdstuk 2 Gebieds- en projectomschrijving

7

2.1 2.2 2.3

Beschrijving plangebied Beschrijving project Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7 3.1.8 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking) Wet milieubeheer Nationaal Waterplan Duurzaam waterbeheer 21e eeuw Waterwet 2009 Provinciaal beleid Provinciale Omgevingsvisie Limburg Omgevingsverordening Limburg 2014 Beleidsregel Limburgs Kwaliteitsmenu Regionaal- en Gemeentelijk beleid Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas Nota Ruimtelijke Kwaliteit (Welstandsnota) Evenementenvisie

Hoofdstuk 4 Milieu-planologische aspecten 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.1.6 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3

Milieuaspecten Geluidhinder Bodem Luchtkwaliteit Milieuzonering Externe veiligheid M.e.r.-plicht Ecologie Algemeen Resultaten gebiedsbescherming Resultaten soortenbescherming Conclusie Geurhinder veehouderij Wet geurhinder en veehouderij Toets plangebied Conclusie

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

7 8 11

13 13 13 14 15 15 16 17 17 18 18 18 19 20 21 21 25 26

27 27 27 27 29 30 33 38 39 39 40 40 41 41 41 42 43

Pagina | 3

4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6 4.7 4.7.1 4.7.2 4.8

Waterhuishouding Beleidskader Kenmerken van het watersysteem Overleg waterbeheerder Conclusie Verkeerskundige aspecten Verkeer Parkeren Conclusie Leidingen en infrastructuur Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Cultuurhistorie Duurzaamheid

Hoofdstuk 5 Juridische aspecten 5.1 5.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4

Planstukken Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Planologische procedure 7.1 7.2 7.2.1 7.2.2 7.3

Procedure Vooroverleg Omgevingsdialoog Vooroverleg Ontwerp-bestemmingsplan

Bijlagen Bijlage 1

Fasering in uitvoering

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 3

Ecologisch onderzoek

Bijlage 4

Aeriusberekening stikstof

Bijlage 5

Infiltratieonderzoek

Bijlage 6

Archeologisch onderzoek

Bijlage 7

Omgevingsdialoog | bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

43 43 44 46 46 46 46 47 48 48 49 49 51 52

53 53 53 53 53 54 55 55

56 56 56

57 57 57 58 58 58

Pagina | 4

Bijlage 8

Landschappelijk inpassingsplan

Bijlage 9

Akkoord kwaliteitsverbetering

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 5

Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de uitbreiding van bed en breakfast met een aantal nieuwe verblijfs- en dagrecreatieve voorzieningen aan de Napoleonsbaan Noord 8 te Baarlo. In de bestaande situatie bestaat de Johannes-Hoeve uit 3 kamers, 1 appartement en een edelsmidatelier. De initiatiefnemers zijn voornemens deze functies uit te breiden en diverse functies binnen het plangebied te realiseren. Het betreft onder andere: Realisering van een beeldentuin die ook toegankelijk is voor mensen met visuele beperkingen; Realisering van een galerie voor workshops en diverse exposities; Uitbreiding van de Bed and Breakfast waardoor deze zal bestaan uit drie kamers en één appartement met keuken. Hiermee wordt de Bed and Breakfast ook geschikt voor gebruik als groepsaccommodatie; Realisering van vijf energiezuinige vakantiebungalows, geschikt voor 'drie-generatie-vakanties'; Realisering kleinschalige ondergeschikte horecavoorziening met buitenterras.

Topografische kaart met aanduiding plangebied (rood omlijnd)

Het plangebied van de Johannes-Hoeve is circa 1,8 hectare groot en staat kadastraal bekend als Maasbree, sectie L, nummer 524. De locatie ligt binnen de geldende bestemmingsplannen 'Buitengebied Peel en Maas' en '1e reparatieherziening bestemmingsplan buitengebied Peel en | bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 6

Maas', die respectievelijk op 24 december 2014 en 29 maart 2017 door de raad van de gemeente Peel en Maas zijn vastgesteld. Het perceel is bestemd tot 'Wonen' en 'Agrarisch'. De beoogde ontwikkeling kan niet binnen deze bestemmingen worden gerealiseerd. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld.

Leeswijzer Het volgende hoofdstuk beschrijft de huidige situatie en de toekomstige ontwikkeling. Hoofdstuk 3 beschrijft de uitgangspunten uit het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 4 beschrijft de toetsing van de milieu- en overige onderzoeksaspecten op deze locatie. In hoofdstuk 5 gaat in op de planstukken. Ten slotte gaat hoofdstuk 6 in op de uitvoerbaarheid, hoofdstuk 7 beschrijft de planologische procedure.

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 7

Hoofdstuk 2 Gebieds- en projectomschrijving Dit hoofdstuk beschrijft het gebied waar de ontwikkeling plaats gaat vinden en het project. Tevens wordt ingegaan op de stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten van het project.

2.1

Beschrijving plangebied

Het plangebied ligt aan de noordkant van de kern Baarlo en wordt omringd door agrarische percelen, agrarische bedrijfsbebouwing en lintbebouwing rondom de Napoleonsbaan. Het plangebied ligt op een steenworp afstand van de bebouwde kom en is een zichtlocatie van de noordelijke dorpsentree.

Luchtfotoplangebied (rood omlijnd) en de directe omgeving

De Johannes-Hoeve ligt aan de Napoleonsbaan Noord en is eenvoudig te bereiken via de A73 en A67 vanuit de richting Venlo, Düsseldorf, Roermond, Nijmegen en Eindhoven. Het plangebied is circa 1,8 hectare groot. Op dit moment bestaat de bebouwing uit een woonboerderij en een bijgebouw. De bestaande bebouwing herbergt de huidige Bed en Breakfast met 3 kamers, 1 vakantieappartement, de ontbijt ruimte, keuken en het edelsmidatelier. Daarbij is een tuin met een waterpartij en een stuk grasland met enkele bomen aanwezig. Verder zijn er tien parkeerplaatsen beschikbaar en is er plek voor de stalling van circa 30 fietsen.

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 8

2.2

Beschrijving project

Het voornemen bestaat om op het perceel aan de Napoleonsbaan Noord 8 te Baarlo de bed en breakfast uit te breiden met een aantal nieuwe verblijfs- en dagrecreatieve voorzieningen. De nieuwe Johannes-Hoeve bestaat uit de elementen: Bed and Breakfast en Groepsaccommodatie: De Bed and Breakfast is reeds verbouwd; hierbij

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 9

zijn twee kamers verbouwd en zijn er uiteindelijk drie kamers en één appartement gerealiseerd, dat ook als groepsaccommodatie kan worden verhuurd. De Bed and Breakfast en groepsaccommodatie zijn flexibel te reserveren (van één tot meerdere nachten). Beeldentuin: De beeldentuin die wordt aangelegd zal primair rekening houden met de groep mensen met een visuele beperking. Bungalows: In de beeldentuin komen vijf energiezuinige bungalows te staan die ieder geschikt zijn voor 8 personen. De bungalows zijn voorzien van twee badkamers, kleine keuken, woonkamer, eigen terras, tuin en eigen parkeervoorziening. Een vakantiebungalow heeft een afmeting van 8,5 x 14 meter. De vijf vakantiebungalows hebben een gezamenlijk oppervlak van 595 m2. De bungalows worden uitgerust met een plat dak. Edelsmidatelier: de activiteiten van het edelsmidatelier zullen niet worden uitgebreid, maar zullen gehandhaafd blijven in de huidige opzet. In het atelier worden – al dan niet samen met de opdrachtgever - sieraden gemaakt. Dit loopt uiteen van trouwringen, reparaties, gedenk sieraden en alle andere mogelijke speciale ontwerpen. Galerie: In de galerie zullen werken van diverse kunstenaars worden gepresenteerd.

Hierbij wordt gefocust op een diversiteit van kunstvormen zoals assemblage, collages, constructies, film/video, fotografie, glaswerk, keramiek, muurschildering, objecten, reliëfs, schilderijen, sculpturen, sieraden, tekeningen, textiel en tapijten. Exposities zullen wisselend van karakter zijn. Workshops en cursussen: Gasten hebben op de Johannes-Hoeve de mogelijkheid tot het volgen van uiteenlopende creatieve workshops en cursussen voor individuen en groepen. Ondergeschikte horecavoorziening: ten behoeve van de verblijfsaccommodaties wordt een kleinschalige ondergeschikte horecavoorziening gerealiseerd. Deze voorziening biedt verblijfsgasten de mogelijkheid te ontbijten, te lunchen en te dineren. De fasering in de uitvoering van het project laat zich schetsen zoals op onderstaand schematisch is weergegeven, waarbij fase 1 van start kan gaan nadat de omgevingsvergunning hiervoor is verleend. Elke fase staat voor een kalenderjaar, waarbij het gaat om 4 aaneengesloten kalenderjaren. De eerste fase van het bouwplan zal zijn gerealiseerd binnen 2,5 jaar na het verlenen van de voor de realisatie van die betrokken fase benodigde (omgevings-)vergunning voor de activiteit bouwen en eventueel andere benodigde activiteiten.

Hierbij dient opgemerkt te worden dat de uitvoering van de fasering mede afhankelijk is van hectiek in bouwsector, de beschikbaarheid en betaalbaarheid van materialen en personeel. Het feit dat de afronding van de landschappelijke inpassing pas is fase 4 bepland staat, wil niet zeggen dat er in de jaren hieraan voorafgaand niets gebeurt. Immers, er zijn nu al delen van de landschappelijke inpassing tot uitvoer gebracht en elke bouwfase zal gevolgd worden door het aanbrengen van beplanting rondom betreffende bebouwing, voorzover het evident is dat hier geen schade aan toegebracht kan worden. Echter, het doet een jonge landschappelijke inpassing geen goed indien voor bouwwerkzaamheden het onbebouwde terrein nog gebruikt wordt vooropslag van materialen etcetera.

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 1 0

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 1 1

2.3

Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten

De uitbreiding van de activiteiten- en het gebruik op de gronden ten behoeve van de Johannes-Hoeve is in het vigerende bestemmingsplan niet toegelaten. Ruimtelijk en functioneel past de beoogde ontwikkeling in de omgeving, aangezien sprake is van een ontwikkeling aan de rand van de dorpskern. Hierdoor is de Johannes-Hoeve gelegen in een overgangsgebied van de dorpskern naar het agrarische buitengebied die diverse functies herbergt. Rondom het plangebied liggen met name agrarische functies zoals een boomgaard en tuinderskassen. Daarnaast grenzen diverse woningen en bedrijven aan de Napoleonsbaan Noord. Het planvoornemen sluit qua ligging en maatvoering aan bij de omliggende functies. Onderhavig plangebied is interessant voor de uitbreiding van de activiteiten van de Johannes-Hoeve. De voorzieningen in de kern van Baarlo zijn op loop- en fietsafstand en daarnaast biedt het buitengebied diverse recreatieve mogelijkheden. De ondergeschikte horecavoorziening, de Bed en Breakfast/Groepsaccommodatie en edelsmidatelier worden gehuisvest in de of aansluitend op bestaande bebouwing van de Johannes-Hoeve. De bungalows worden gerealiseerd op circa 100 meter achter de voorgevelrooilijn van de Johannes-Hoeve. Derhalve liggen de bungalows op geruime afstand van omliggende woningen.

Daarnaast hebben de bungalows een beperkte hoogte waardoor er geen onevenredige negatieve stedenbouwkundige effecten zijn. Om negatieve effecten zo veel mogelijk tot het minimum te beperken is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld.

Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering Provinciaal en gemeentelijk beleid is erop gericht dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. De zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit omvat dat er zorgvuldig wordt omgegaan met het ruimtegebruik, er rekening wordt gehouden met de omgeving en de ontwikkeling bijdraagt aan het behoud of de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen bieden een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap. In het plan voor de Johannes-Hoeve wordt er ten opzichte van de huidige situatie nieuwe bebouwing en verhardingen toegevoegd. De beoogde ontwikkeling is niet rechtstreeks toegestaan op basis van het bestemmingsplan, aangezien deze in strijd is met de regels van de vigerende bestemmingen. De initiatiefnemer heeft voor voorliggend initiatief een principeverzoek ingediend waarop het college van burgemeester en wethouders op 14 februari 2019 principemedewerking heeft toegezegd. Eén van de voorwaarden in deze principemedewerking is dat het geheel op een goede wijze landschappelijk ingepast wordt. Daarnaast is een kwaliteitsbijdrage (fysiek of financieel) noodzakelijk per m² toegevoegde recreatiewoning. In het landschappelijke inpassingsplan wordt de omgeving bestudeerd en aan de hand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld.

Als aan deze voorwaarden wordt voldaan kan de voorgestelde ontwikkeling op een natuurlijke en verzorgde wijze worden ingepast en aansluiten op de aanwezige landschapsstructuren. De inpassing en vormgeving van het perceel aan de Napoleonsbaan Noord richt zich op de overgang van het perceel naar het omliggende landschap en de openbare weg. Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld, welke op basis van de gestelde kaders, kennis van het landschap en de betreffende locatie zijn vormgegeven.

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 1 2

Impressie landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering

Het landschappelijke inpassingsplan is integraal als bijlage 8 toegevoegd aan de plantoelichting. De afronding van de landschappelijke inpassing zal in de laatste fase van het gehele project plaatsvinden, zoals in de vorige paragraaf al is toegelicht.

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 1 3

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering; 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is,en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen;

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 1 4

13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Afweging NOVI Met de genoemde nationale belangen is rekening gehouden in dit plan. Het initiatief betreft een lokale ontwikkeling waarbij geen van de belangen uit de NOVI in het geding zijn. Er is daarnaast geen sprake van grootschalige nieuwe bebouwing maar van een ontwikkeling die leidt tot kwaliteitsverbetering van een bestaande toeristisch/recreatieve voorziening. In het plangebied is verder geen sprake van specifieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden waarmee in de planvorming rekening gehouden moet worden, behoudens de archeologische waarden. Voor meer informatie zie hoofdstuk 4.

Zoals elders uit deze toelichting blijkt, bestaan er verder ook vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen in het gebied. De nationale belangen zijn dan ook niet in het geding als gevolg van onderhavig nieuw bestemmingsplan.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainport ontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kust fundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele wereld erfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk (NNN), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Ook is het onderwerp duurzame verstedelijking in de regelgeving opgenomen.

Afweging Barro | bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 1 5

Op dit bestemmingsplan zijn geen van de belangen uit het Barro van toepassing.

3.1.3

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro)

De Rarro is gebaseerd op het Barro. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen en objecten, hoofdwegen en NNN-gebieden worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In het Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Als gevolg van de gewijzigde regelgeving beslaat het radarverstoringsgebied behorende bij de radar op de militaire vliegbasis Volkel ook de gemeente Peel en Maas.

Afweging Rarro Aangezien het bestemmingsplan geen bebouwing hoger dan 114 meter toestaat, vormt dit geen belemmering voor het radarverstoringsgebied.

3.1.4

Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking)

Artikel 3.1.6 van het Bro bevat een motiveringsplicht voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen in bestemmingsplannen. De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Wanneer een bestemmingsplan bijvoorbeeld voorziet in kleinschalige bedrijfsbebouwing, het plandeel met de bedrijfsbestemming beperkt van omvang is en beperkte gebruiksmogelijkheden biedt, voorziet dit plan in zoverre niet in een stedelijke ontwikkeling. De ABRvS heeft een aantal uitgangspunten benoemd, die zij hanteert voor de beoordeling of een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel is om als stedelijke ontwikkeling te kunnen gelden.

Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een van de in het Bro genoemde stedelijke voorzieningen (anders dan woningen) in de vorm van een terrein met een ruimtebeslag van minder dan 500 m2 of van een gebouw met een bruto vloeroppervlakte van minder dan 500 m², kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. In de uitspraak van de ABRvS 17-09-2014, nr. 201308656, ECLI:NL:RVS:2014:33981, overwoog de Afdeling dat de oprichting van enkele gebouwen voor verblijfsrecreatie, geen stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder voor duurzame verstedelijking betreft. De 'enkele gebouwen voor verblijfsrecreatie' die het bestemmingsplan mogelijk maakten waren: a. een groepsaccommodatie, bestaande uit maximaal 2 gebouwen met een gezamenlijke oppervlakte van 1.000 m², danwel b. recreatiewoningen met een gezamenlijke oppervlakte van 600 m². In het kader van onderhavige ontwikkeling blijft de groepsaccommodatie beneden de 1.000 m²

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 1 6

en blijft het gezamenlijke oppervlakte van de vijf vakantiebungalows beneden de 600 m². Dit betekent dat de ontwikkeling niet Ladderplichtig is.

Afweging Ladder voor duurzame verstedelijking Het planvoornemen van de initiatiefnemers betreft de uitbreiding van de reeds bestaande Bed and Breakfast waarbij aanvullend diverse recreatieve activiteiten worden toegevoegd, zoals de realisatie van een beeldentuin, een galerie voor workshops en exposities, een kleinschalige ondergeschikte horecavoorziening met buitenterras en de realisatie van vijf energiezuinige vakantiebungalows. Met de te realiseren voorzieningen is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling aangezien enerzijds met de uitbreiding van de Bed and Breakfast en de realisatie van de vakantiebungalows onder de normen wordt gebleven conform de uitspraak van de ABRvS waardoor geen ladderplicht geldt. Anderzijds hebben de ontwikkeling van de galerie en ondergeschikte horecavoorziening minder ruimtebeslag tot gevolg dan de geldende 500 m2. Tot slot vindt de ontwikkeling van de beeldentuin plaats op een daarvoor geschikte locatie aan de rand van de kern in het buitengebied. Door ruimtegebrek zou deze functie niet kunnen passen binnen het stedelijk gebied. Derhalve is er gelet op de diverse argumenten en conform de jurisprudentie geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing op de beoogde ontwikkeling.

3.1.5

Wet milieubeheer

In artikel 7.2, lid 1 van de Wet milieubeheer is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur de activiteiten worden aangewezen: a. die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu; b. ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In het Besluit milieueffectrapportage zijn in artikel 2, lid 1 als activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus de verplichting geldt om een milieueffectrapportage op te stellen), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In lid 2 van hetzelfde artikel zijn als activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In artikel 2, lid 5, aanhef en onder b.

van het Besluit milieueffectrapportage, is vastgelegd dat de m.e.r.-beoordelingsplicht ook geldt voor plannen die weliswaar vallen onder een van de in onderdeel D genoemde activiteiten maar waarbij het project valt onder de drempelwaarden zoals genoemd in onderdeel D, indien: 'op grond van selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben'. De afweging met betrekking tot de m.e.r.-(beoordelings)plichtigheid van dit bestemmingsplan, is opgenomen in paragraaf 4.1.6.

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 1 7

3.1.6

Nationaal Waterplan

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met het Nationaal Waterplan 2016-2021 zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van het watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Hierbij wordt gestreefd naar een integrale benadering, door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie (inclusief verdienvermogen) zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan 2016-2021 dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland.

Afweging Nationaal Waterplan Zoals blijkt uit de navolgende paragrafen, alsmede paragraaf 4.4 van deze toelichting, geldt duurzaam waterbeheer als uitgangspunt voor de gewenste voorzieningen.

3.1.7

Duurzaam waterbeheer 21e eeuw

De kern van het Waterbeleid 21e eeuw is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. Het water de ruimte geven, betekent dat in het landschap en in de stad ruimte gemaakt wordt om water op te slaan. Dat betekent bijvoorbeeld dat toegelaten wordt dat rivieren bij hoge waterstanden gecontroleerd buiten hun oevers treden, op plekken waar daar ruimte voor is gemaakt. Daarmee worden problemen in andere, lager gelegen gebieden voorkomen. Vasthouden, bergen, afvoeren De waterbeheerders hebben samen gekozen voor een strategie, die uitgaat van het principe dat een overvloed aan water wordt opgevangen waar deze ontstaat. Dat betekent dat het water niet meer zo snel mogelijk wordt afgevoerd, maar dat het water zolang mogelijk wordt vastgehouden onder andere in de bodem. Is vasthouden niet meer mogelijk, dan bergen de waterbeheerders het in gebieden die daarvoor zijn uitgekozen. Door het water zo lang mogelijk vast te houden wordt tevens verdroging voorkomen. Pas als het niet anders kan, wordt het water afgevoerd.

Afweging duurzaam waterbeheer 21e eeuw Voor de wijze waarop wordt omgegaan met hemelwater zie paragraaf 4.4. Initiatiefnemer is voornemens om een grote waterbergingsvoorziening onderdeel te maken van de beeldentuin. Hierdoor heeft deze waterbergende voorziening een dubbele functie. Daarmee wordt aangesloten bij de uitgangspunten van het duurzaam waterbeheer in de 21e eeuw.

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 1 8

3.1.8

Waterwet 2009

Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. In deze wet is een achttal wetten samengevoegd tot één wet. Het Waterbesluit is de uitwerking bij algemene maatregel van bestuur van bepalingen van de Waterwet. De Waterregeling is de uitwerking bij ministeriële regeling van bepalingen van de Waterwet en het Waterbesluit. De Waterwet, het Waterbesluit en de Waterregeling zijn het resultaat van de in 2004 aangekondigde integratie van waterwetgeving. Wat betreft de oppervlaktewaterlichamen geeft het Waterbesluit een grondslag om de grenzen hiervan in de Waterregeling vast te leggen en een grondslag voor de grenzen van de gebieden die zijn vrijgesteld van de vergunningplicht voor het gebruik van waterstaatswerken (vergelijkbaar met het voormalige Besluit rijksrivieren op grond van art. 2a Wbr).

Afweging Waterwet 2009 De Waterwet, het Waterbesluit en de Waterregeling vormen geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan, voor meer informatie zie paragraaf 4.4.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Provinciale Omgevingsvisie Limburg

De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. In de Omgevingsverordening legt de Provincie regels vast voor onder meer natuur, milieu, (grond-) water, ontgronding, wegen, ruimte (verstedelijking, woon- en werklocaties, agrarische bedrijven). De Omgevingsvisie is op 1 oktober 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. Voor wat betreft verblijfsaccommodaties wordt aangegeven vraag en aanbod van verblijfsaccommodaties beter in balans gebracht dienen te worden, zowel kwantitatief als kwalitatief. Meer van hetzelfde leidt tot verdringing en leegstand. Een voortdurende kwaliteitsslag is nodig om nieuw en bestaand aanbod aan te passen aan de veranderende vraag van zowel vaste als nieuwe gasten. Net als in het voorgaande POL 2014 blijft de aanpak staan waarmee wordt gewerkt aan vernieuwing van vakantieparken en kampeerterreinen, met aandacht voor nieuwe doelgroepen, de vraag naar ruime en luxe accommodaties, ruimere opzet van terreinen en goede landschappelijke inpassing.

Uitbreiding van het bestaande aanbod is alleen mogelijk als het kwalitatief echt goed is en extra vraag genereert. Meer van hetzelfde leidt tot verdringing en leegstand. Initiatieven die niet het gewenste kwaliteitsniveau hebben, die een bedreiging voor landschappelijke kwaliteiten vormen of versnippering vergroten, worden niet ondersteund. Gelet op de teruglopende vraag en het overaanbod op met name huisjesterreinen wordt een saneringsslag verwacht bij verouderde accommodaties, met een verkleuring van functies tot gevolg.

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 1 9

Afweging Aan het buitengebied gerelateerde toeristisch-recreatieve voorzieningen passen binnen de doelstellingen voor de zone buitengebied in de Provinciale Omgevingsvisie Limburg. De beoogde ontwikkelingen passen bovendien binnen de provinciale en regionale doelstellingen voor verblijfsaccommodaties, aangezien met deze ontwikkelingen het bestaande aanbod wordt verruimd, waarmee tevens plaats wordt geboden aan een nieuwe doelgroep (drie-generatie-vakanties) en het bestaande aanbod aan dagrecreatieve voorzieningen wordt vergroot. Daarnaast biedt de ontwikkeling neven activiteiten zoals een beeldentuin, die tevens geschikt is voor mensen met visuele beperkingen, galerie en kleinschalige ondergeschikte horecavoorzieningen. Het is een uniekconcept met een hoog kwaliteitsniveau. Met onderhavige ontwikkeling wordt daarnaast gestreefd naar een goede landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering. Het planvoornemen leidt tot een kwaliteitsverbetering van het bestaande product en daarmee tot een versterking van de economische positie van het bedrijf in de omgeving. De ontwikkeling past daarmee binnen de uitgangspunten van de Provinciale Omgevingsvisie Limburg.

3.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2014

Op 12 december 2014 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld en in werking getreden. De verordening is daarna nog enkele malen op onderdelen gewijzigd. Op 30 december 2016 is een geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Limburg 2014 gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl. De voorheen geldende Omgevingsverordening Limburg was een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. De Omgevingsverordening Limburg is op 1 januari 2011 in werking getreden. De Omgevingsverordening is opnieuw gewijzigd, vanwege de vaststelling van POL 2014, waarin is bepaald dat er een nieuw hoofdstuk Ruimte aan de Omgevingsverordening wordt toegevoegd. Dat hoofdstuk Ruimte is gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van POL 2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. Behalve de toevoeging van het hoofdstuk Ruimte zijn in de Omgevingsverordening Limburg 2014 ook de verordeningen Veehouderijen en Natura 2000 (van oktober 2013) en Wonen Zuid-Limburg (van juli 2013) opgenomen. Hiermee zijn alle verordeningen die betrekking hebben op het omgevingsbeleid ondergebracht in één document. Tenslotte is van de gelegenheid gebruik gemaakt om diverse technische aanpassingen en verbeteringen in de overige onderdelen aan te brengen.

De Omgevingsverordening bevat regels over diverse onderwerpen, zoals de aanwijzing van milieubeschermingsgebieden. Op grond van artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 houdt een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking). Tevens dienen de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen te worden onderzocht. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is gegeven aan beide aspecten. Verder stelt artikel 2.4.6 van de Omgevingsverordening regels aan vrijetijdseconomie: 'een ruimtelijk plan voorziet niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor voorzieningen voor vrijetijdseconomie aan de bestaande voorraad vrijetijdseconomie anders dan in

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 2 0

overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 6.4 van het POL2014 en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Noord-Limburg, zoals verwoord in de bij deze paragraaf behorende bijlage 1'. Onder punt 7.11 van deze bestuursafspraken is vermeld dat ingeval van nieuwvestiging van of uitbreiding met maximaal 5 verblijfsrecreatieve eenheden, de provincie/regio slechts 'geïnformeerd' hoeft te worden van deze ontwikkeling, en er geen afstemmings- of instemmingsverplichting geldt. Ook voor de uitbreiding van de dagrecreatieve activiteiten binnen het plangebied geldt, dat deze dusdanig beperkt van omvang en impact zijn, dan een regionale afstemming niet noodzakelijk is.

Afweging Omgevingsverordening Limburg 2014. Voor wat betreft de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 3.1.4. Vanuit het hoofdstuk Ruimte zijn er overigens ook geen rechtstreeks doorwerkende regels die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Zoals onderbouwd in paragraaf 3.1.4 is met de te realiseren voorzieningen geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het plangebied ligt niet binnen milieubeschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. Het informeren van provincie en regio ter voldoening aan artikel 2.4.6 van de Omgevingsverordening, zal op de gebruikelijke wijze plaatsvinden; voor de provincie Limburg is dat via het wettelijk vooroverleg en voor de regio via de bekendmaking van het ontwerp-bestemmingsplan. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen de Omgevingsverordening Limburg 2014.

3.2.3

Beleidsregel Limburgs Kwaliteitsmenu

In januari 2010 hebben Gedeputeerde Staten het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) vastgesteld. Doel van het LKM is om ontwikkelingen in het buitengebied die een inbreuk op de waarden van het buitengebied betekenen te compenseren met een kwaliteitsverbetering die ten goede komt aan hetzelfde buitengebied, waarmee de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied wordt verhoogd. Het Kwaliteitsmenu is van toepassing op (niet onaanvaardbare) ontwikkelingen buiten de, rond de plattelandskernen getrokken, contour die middels een bestemmingsplanwijziging mogelijk worden gemaakt. Het kenmerkende voor de bedoelde ontwikkelingen is dat het functies zijn die met bebouwing gepaard gaan en extra ruimtebeslag leggen op het buitengebied. Het LKM is derhalve op deze ontwikkeling van toepassing. De gemeente Peel en Maas heeft het LKM 'vertaald' naar eigen beleid door in de Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas een gemeentelijk kwaliteitskader op te nemen. Voor een nadere afweging hieromtrent zie paragraaf 3.3.1.2.

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 2 1

3.3

Regionaal- en Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas

In december 2011 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas vastgesteld. In de Structuurvisie Buitengebied wordt het beleid dat ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan Buitengebied Peel en Maas samengebracht. Voor een groot gedeelte betreft het bestaand beleid met enkele aanvullingen en uitwerkingen. De Structuurvisie vormt de grondslag voor het toepassen van bovenplanse verevening en bijdragen in de ruimtelijke ontwikkeling in het kader van de ontwikkelingsplanologie. In de Structuurvisie Buitengebied is opgenomen: Structuurplan Buitengebied Peel en Maas, inclusief aanvullingen; Beleidsnotitie nieuwe denkrichting Vrijkomende (Agrarische) Bebouwing in het buitengebied; Reparatie beleid huisvesting tijdelijke arbeidskrachten gemeente Peel en Maas; Structuurvisie Intensieve veehouderij en glastuinbouw. Inclusief bijhorend MER en zienswijzennota; Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas; Beleidsplan archeologie Gemeente Peel en Maas, inclusief archeologische waarden- en beleidskaart. De voor dit initiatief relevante aspecten zijn te vinden in het Structuurplan Buitengebied regio Peel & Maas.

Afweging Het planvoornemen van de initiatiefnemers betreft de uitbreiding van de reeds bestaande Bed and Breakfast waarbij aanvullend diverse recreatieve activiteiten worden toegevoegd, zoals de realisatie van een beeldentuin, een galerie voor workshops en exposities, een kleinschalige ondergeschikte horecavoorziening met buitenterras en de realisatie van vijf energiezuinige vakantiebungalows. Deze ontwikkeling sluit aan op de gemeentelijke beleidsdoelen voor het versterken van de toeristische identiteit en speelt in op de wens om de kwaliteiten van het landschap in acht te nemen. Voor een uitgebreide onderbouwing zie de komende sub paragrafen.

3.3.1.1 Structuurplan Buitengebied Peel en Maas Op 17 december 2008 is het Structuurplan Buitengebied regio Peel & Maas vastgesteld door de gemeenteraden van de voormalige gemeenten Helden, Kessel, Maasbree en Meijel. Het Structuurplan geeft de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid weer voor het op te stellen gezamenlijke nieuwe bestemmingsplan 'Buitengebied Peel en Maas'. In het Structuurplan is het plangebied aangewezen als gebiedstypologie 'oude bouwlanden’. Voor dit gebiedstype zijn de volgende beleidslijnen van toepassing:

Doel Ruimtelijk-Landschappelijk: versterking van de landschappelijke karakteristiek bestaande uit relatief open akkers met verdichte randen (clusters en linten van bebouwing) en doorzichten; behoud van cultuurhistorisch waardevolle, open, bolle akkers en behoud van voldoende | bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 2 2

brede doorzichten vanuit de verdichte clusters en linten naar deze relatief open akkers; behoud van de relatief open (bolle) akkers vanwege de aanwezige archeologische en/of cultuurhistorische waarden; realisatie van een verdere landschappelijke verdichting door weg- en erfbeplantingen in de clusters en linten; realisatie van een landschappelijk raamwerk t.b.v. een zorgvuldige inpassing van (nieuwe) economische activiteiten. Ontwikkeling Ruimtelijk-Functioneel: ruime toelating van verschillende economische functies; verdere menging van de functies wonen (ruimte-voorruimte), werken (nieuwe economische dragers, recreatie en toerisme) en (verbrede) landbouw met name in de linten; binnen de landbouw een ruime toelating van teeltondersteunende voorzieningen m.u.v. de open, bolle akkers.

Uitsnede kaart Structuurplan Buitengebied Peel en Maas met aanduiding ligging plangebied (paarse cirkel bij paarse pijl)

Wat betreft recreatie heeft de gemeente het beleidsspeerpunt om meer te doen met toerisme. De gemeente heeft de wens om een sterkere toeristische identiteit te verwerven mits dit in de pas loopt met de agrarische ontwikkelingen in de omgeving. De omgeving van Baarlo, waartoe het plangebied behoort, wordt bestempeld als een omgeving met een grote potentie voor regionale recreatie en/of landelijk toerisme. Dit betekent wel dat er gebouwd wordt aan een interessant en gevarieerd landschap waarbij de historische kwaliteiten zichtbaar zijn. In het kader van een recreatieve ontwikkeling in het buitengebied dient er conform het gemeentelijke beleid rekening worden gehouden met de aanwezigheid en de toegang tot het landschap van de burgers.

Beleid voor verblijfs- en dagrecreatie

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 2 3

In principe wordt gestreefd naar behoud en verbetering van de kwaliteit van de bestaande verblijfsrecreatieve voorzieningen. Bestaande verblijfsrecreatieve voorzieningen worden in principe bestemd conform de huidige situatie. Uitbreiding is hiermee niet uitgesloten maar vergt maatwerk. De toelaatbaarheid hangt af van de aard, omvang en samenstelling van activiteiten aan de ene kant en de kwaliteiten van de locatie aan de andere kant. Om toch een doorkijk te bieden wordt verbaal aangegeven welke criteria meegenomen worden om in eerste aanleg de aanvaardbaarheid van een initiatief te beoordelen: a. Het initiatief mag geen aantasting betekenen van bestaande natuur, landschappelijke, cultuurhistorische, abiotische en archeologische waarden. b. Er mag geen sprake zijn van onevenredige verkeerskundige effecten. c. Geen milieuhygiënische belemmeringen opleveren voor omliggende functies. d. Het initiatief moet een tegenprestatie leveren gericht op het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit welke gebaseerd wordt op het ter plaatse geldend gebiedstype. e. Het initiatief heeft uitbreiding nodig om een interne kwaliteitsslag te maken. Nadrukkelijk moet hierbij vermeld worden dat alleen het verkrijgen van een beter bedrijfsresultaat niet als verbetering van de kwaliteit wordt aangemerkt. De criteria bepalen de aanvaardbaarheid van een initiatief op een gegeven locatie.

Voor dagrecreatieve voorzieningen is het beleidsuitgangspunt dat wordt gestreefd naar behoud en versterking van de bestaande voorzieningen. De criteria voor beoordeling van verzoeken om medewerking voor uitbreiding zijn gelijk aan de hiervoor genoemde criteria voor uitbreiding van bestaande verblijfsrecreatieve voorzieningen.

Afweging structuurplan Een groot deel van de nieuwe voorzieningen vindt plaats op gronden die zijn bestemd voor wonen en voor de uitoefening van een bed en breakfast. De realisatie van de beeldentuin vindt plaats ter plaatse van het achtererf van het hoofdgebouw. In het bestemmingsplan zijn deze gronden bestemd als 'agrarisch'. Echter met de realisatie van de beeldentuin wordt de landschappelijke waarden van dit gedeelte van het plangebied verbeterd doordat er een parkachtige omgeving wordt gecreëerd met wandelpaden, bomen, planten en waterpartijen. De ontwikkeling van de vijf vakantiebungalows vindt plaats op gronden die reeds zijn bestemd voor agrarische functies. Een vakantiebungalow heeft een afmeting van 8,5 x 14 meter. De vijf vakantiebungalows hebben dus een gezamenlijk oppervlak van 595 m2. Deze bungalows worden conform het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 8 gepositioneerd en ingepast. Bovendien wordt voor het gehele plangebied voorzien in een passende landschappelijke inpassing, die aansluit bij de genoemde gebiedstypen zoals deze aanwezig zijn in het plangebied. Voor een nadere uitwerking van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar paragraaf 2.3. Voor een nadere onderbouwing van aspect b (er mag geen sprake zijn van onevenredige verkeerskundige effecten) zie paragraaf 4.5.

En voor een nadere onderbouwing van aspect e (interne kwaliteitsslag) zie paragraaf 2.2. De beoogde ontwikkelingen hebben geen negatieve consequenties voor de ruimtelijke-landschappelijke doelen van de hierdoor genoemde gebiedstypologieën.

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 2 4

3.3.1.2 Kwaliteitskader buitengebied Als onderdeel van de 'Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas' is ook het 'Kwaliteitskader Buitengebied Peel en Maas' vastgesteld. Met het kwaliteitskader en het daarin opgenomen vereveningsbeleid streeft de gemeente naar een ontwikkelingsgerichte aanpak van het buitengebied. Aan ondernemers kan ruimte op maat worden geboden waardoor de kwaliteit van de ruimte mee profiteert. Per gebiedstype zijn wensen voor landschaps versterking aangegeven. Voor het 'oude bouwland' zijn de volgende wensen aangegeven: a. zorg voor contrast tussen verdichte en open stukken; b. behoud en maak doorzichten vanuit linten naar de akkercomplexen; c. versterk historische elementen: oude bebouwing, erfontsluitingswegen, (laan)beplantingen; d. versterk typisch grondgebruik als (hoogstam) fruitteelt en stimuleer hoogstamfruit bij de erven; e. werk aan architectonische en stedenbouwkundige samenhang in verdichte gebieden. Ontwikkel hiervoor een gedetailleerde gebiedsgerichte strategie; f. voer actief akkerrandenbeheer langs de veldwegen voor een groene dooradering van deze relatief verdichte gebieden; g. draag bij aan ontbrekende schakels in het wandel- en fietsnetwerk door de oude bouwlanden. In dit geval is sprake van een uitbreiding en nieuw realisatie van een bestaand dag- en verblijfsrecreatief bedrijf met diverse functies.

Hiervoor geldt formeel volgens het kwaliteitskader de module voor uitbreiding van gebiedseigen recreatie waarbij een compensatie van de nieuwe oppervlakte verharding en bebouwing in groen van toepassing zou zijn met een factor vijf. Echter de gemeente heeft besloten, op grond van het Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas, welke onderdeel is van de Structuurvisie Buitengebied, dat in het kader van onderhavig planvoornemen sprake is van "niet gebiedseigen recreatie". Voor dergelijke ontwikkelingen geldt een fysieke maatregel of financiële bijdrage van € 25,- per m2 bruto vloeroppervlakte. Voor een nadere uitwerking van de landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering zie paragraaf 2.3 en het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 8. Op 3 december 2021 heeft de Kwaliteitscommissie Buitengebied ingestemd met de voorgestelde kwaliteitsverbetering (akkoord toegevoegd als bijlage 9).

3.3.1.3 Archeologiebeleid In het archeologiebeleid, dat als onderdeel van de structuurvisie is vastgesteld, geeft de gemeente een kader op basis waarvan in de toekomst archeologisch-inhoudelijk, maar ook economisch verantwoorde beslissingen kunnen worden genomen hoe om te gaan met het bodemarchief. De gemeente Peel en Maas stelt met dit beleidsplan vast: de archeologische waarden- en verwachtingenkaart; ondergrenzen (uitgedrukt in oppervlakte en diepte) die duidelijk aangeven of een initiatiefnemer dan wel vergunningaanvrager verplicht is archeologisch vooronderzoek te laten verrichten; archeologie als conditie op te nemen bij herzieningen van bestemmingsplannen;

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 2 5

de archeologische beleidskaart. In bestemmingsplannen en bij omgevingsvergunningen dient de gemeente aan te geven welke archeologische waarden in het geding zijn en hoe daarmee omgegaan moet worden. Het archeologiebeleid levert de archeologische eisen op die gesteld kunnen worden bij de toekomstige afgifte van omgevingsvergunningen.

Afweging archeologiebeleid Peel en Maas In onderhavig bestemmingsplan is rekening gehouden met het gemeentelijk archeologiebeleid. In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op de archeologische waarden in het plangebied.

3.3.2

Nota Ruimtelijke Kwaliteit (Welstandsnota)

Het fuseren van de gemeente en het inwerkingtreden van de Wabo en het daarbij behorende vergunningvrij bouwen is mede aanleiding geweest voor de gemeente om nieuw welstandsbeleid op te stellen. Hiertoe is op 31 mei 2011 de Nota Ruimtelijke Kwaliteit vastgesteld. Basisprincipe: welstandsvrij De gemeente stelt alleen eisen aan de uiterlijke kwaliteit van bouwwerken, als dit ook echt nodig is. Hiermee wordt getracht de 'belasting' of eisen aan de klant zo gering mogelijk te houden waarbij wel het algemeen belang wordt gerespecteerd. Daarom wordt er uitgegaan van een basis van welstandsvrijheid. Bescherming: alleen in uitzonderingsgebieden De gemeente Peel en Maas staat voor zelfsturing en diversiteit. In bepaalde gebieden blijft sturing echter toch nodig. Sommige gebieden zijn beeldbepalend voor een gemeenschap. De gemeente wil voorkomen dat dit beeld wordt aangetast, dit is in het belang van de gehele gemeenschap. Daarnaast zijn er (nieuwbouw)plannen waarin een bepaalde sfeer, thema of kwaliteit wordt nagestreefd. Ook hierin is het niet gewenst om gehele vrijheid te geven. Om de directe omgeving te beschermen is het gewenst om sturing te geven aan bouwplannen die (grote) invloed hebben op de kwaliteit van de omgeving. Middels een beeldkwaliteitsplan kan worden gestuurd op een gewenste uitstraling.

In principe geldt het welstandsvrij beleid voor het gehele grondgebied van de gemeente, maar om bepaalde ruimtelijke en esthetische kwaliteiten beter te beschermen of waarborgen, worden er twee uitzonderingssituaties gemaakt. Deze gebieden zijn dus niet welstandsvrij. Het betreft de beeldbepalende dorpsgezichten en de in- en uitbreidingslocaties.

Afweging Nota Ruimtelijke Kwaliteit Het plangebied is niet gelegen in een beeldbepalend dorpsgezicht en er is ook geen sprake van een in- of uitbreidingslocatie. Aangezien bovendien geen beeldkwaliteitsplan geldt voor het gebied waarin het plangebied is gelegen, is de Nota ruimtelijke Kwaliteit niet van toepassing op het onderhavige plan.

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 2 6

3.3.3

Evenementenvisie

De evenementenvisie van de gemeente Peel en Maas kent twee centrale uitgangspunten: de drie doelstellingen en de hiervan afgeleide visie over samenwerking. De drie doelstellingen zijn vastgesteld in de visie en luiden als volgt: 1. door middel van het creëren van goede randvoorwaarden worden initiatiefnemers gestimuleerd om evenementen te organiseren die bijdragen aan de leefbaarheid in de gemeente. 2. door middel van het stimuleren van 'goede' evenementen wil de gemeente het imago van een levendige en diverse gemeente versterken, teneinde een aantrekkende werking te hebben op bezoekers van buiten de gemeente. 3. door middel van een werkbaar kader moeten de lasten voor de initiatiefnemers en gemeente zo beperkt mogelijk zijn, waarbij de harmonie met de overlast en veiligheid gegarandeerd blijft. De evenementenvisie geeft aan waar evenementen plaatsvinden. Bestaande evenementenlocaties, zowel op pleinen als in bijvoorbeeld hallen, worden in de nieuwe bestemmingsplannen overgenomen ten behoeve van de koppeling met de evenementenvergunning.

Afweging Evenementenvisie Het evenementenbeleid is begin 2012 vastgesteld en is -overeenkomstig de regels van de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' in het geldende bestemmingsplan '1e Reparatieherziening bestemmingsplan Buitengebied Peel en Maas' opgenomen in onderhavig bestemmingsplan. Evenementen dienen ondergeschikt te zijn aan de recreatieve functie ter plaatse en zijn maximaal drie keer per jaar toegestaan voor de duur van maximaal drie aaneengesloten dagen per evenement, inclusief op- en afbouw.

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 2 7

Hoofdstuk 4 Milieu-planologische aspecten In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op verschillende onderzoeks- en milieuaspecten welke van belang zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

4.1

Milieuaspecten

4.1.1

Geluidhinder

4.1.1.1 Wet Geluidhinder Volgens artikel 57, 76 en 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij het nieuwe planologische regime, waarin woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk worden gemaakt binnen de zones van gezoneerde industrieterreinen en/of (spoor)wegen, een akoestisch onderzoek te worden verricht.

4.1.1.2 Wegverkeerslawaai Akoestisch onderzoek is noodzakelijk indien nieuwe geluidsgevoelige ontwikkelingen worden toegestaan binnen de onderzoekszone van de wegen waarvoor een maximumsnelheid van 50 km-uur of meer geldt. Voor wegen die deel (gaan) uitmaken van een 30 km-gebied geldt dat akoestisch onderzoek in principe niet uitgevoerd hoeft te worden. Conform de Wgh worden in het kader van de ontwikkeling geen geluidsgevoelige functies gerealiseerd. Derhalve kan worden geconcludeerd dat op basis van de Wet geluidhinder geen akoestisch onderzoek noodzakelijk is.

4.1.2

Bodem

4.1.2.1 Algemeen In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient, in geval van bouwlocaties, aangegeven te worden of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemmingen. Bij de daadwerkelijke invulling van nieuwe bouwmogelijkheden dient de kwaliteit van de bodem door middel van een bodemonderzoek, opgesteld volgens de daarvoor geldende normen, te worden onderzocht. Op de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Peel en Maas (rapport Bodemkwaliteitskaart gemeente Peel en Maas, Marmos Bodemmanagement, 23 mei 2011) ligt de onderzoekslocatie in zone A: Buitengebied. Voor de zone buitengebied geldt voor zowel de bovengrond als de ondergrond de ontgravingsklasse 'Achtergrondwaarde'. De Achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingbronnen. Grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde is duurzaam geschikt voor elk bodemgebruik en wordt aangeduid als schone of niet verontreinigde grond.

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 2 8

4.1.2.2 Onderzoek Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is door Aeres Milieu BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De conclusies van het onderzoek worden hieronder kort samengevat. Voor meer informatie wordt verwezen naar het volledige onderzoeksrapport in bijlage 2.

4.1.2.3 Conclusie Uit de verzamelde (historische) informatie en het uitgevoerde locatie bezoek is gebleken dat ter plaatse van het plangebied een potentieel bodembedreigende activiteit heeft plaatsgevonden. Ten zuiden van het woonhuis was een ondergrondse HBO-tank gelegen. Deze tank is niet meer aanwezig. Ter verificatie van de bodemkwaliteit is een controle boring (boring 17) verricht ter plaatse van deze voormalige ondergrondse HBO-tank. Er zijn geen waarnemingen gedaan welke wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd. Het onderzoek is dan ook uitgevoerd conform de NEN 5740 norm voor onverdachte locaties. Wel dient rekening gehouden te worden met het aantreffen van verontreinigingen met zware metalen in het grondwater ten gevolge van de regionale grondwaterproblematiek. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (niet verdacht). Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verhoogd is met cadmium, koper, lood, zink en Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK 10 VROM). In de ondergrond is plaatselijk een licht verhoogd gehalte aan kobalt vastgesteld.

In de ondergrond ter plaatse van de vermoedelijke ligging van de voormalige ondergrondse HBO-tank is geen verhoogd gehalte aan minerale olie vastgesteld. Het freatisch grondwater is sterk verhoogd met nikkel en licht verhoogd met barium, cadmium, kobalt en xylenen. De verhogingen met zware metalen (en in dit geval een sterk verhoogde concentratie van nikkel) ten opzichte van de interventiewaarde) worden veelal in het grondwater van Noord- en Midden Limburg aangetroffen en passen in het beeld van de achtergrondconcentraties. Aangezien op de onderzoekslocatie geen aanwijsbare bronnen zijn gevonden, worden de verontreinigingen toegeschreven aan de verhoogde achtergrondconcentraties conform de circulaire van de provincie Limburg d.d. 12 september 1995 (nr. 95/36199V). De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de onderzochte bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater. Gelet op het vorenstaande vormt het aspect bodem- en grondwaterkwaliteit geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

| bestemmingsplan Uitbreiding Johannes-Hoeve | status: vastgesteld |

Pagina | 2 9

4.1.3

Luchtkwaliteit

4.1.3.1 Algemeen De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Artikel 5.16 Wm (lid 1). Als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: a. er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; b. een plan leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. een plan draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; d. een plan past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), of binnen een regionaal programma van maatregelen. 4.1.3.2 Besluit NIBM Deze AMvB legt vast, wanneer een project niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. De achtergrond van het beginsel 'Niet in betekende mate' is dat de gevolgen van een ontwikkeling voor de luchtkwaliteit in een aantal gevallen (beschreven in de ministeriële Regeling NIBM) worden tenietgedaan door de ontwikkeling van bijvoorbeeld schonere motoren in het gehele land. Op basis van deze regeling is een project NIBM, als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=ea1d1241-0081-48f2-98d1-ffd07dd6ef45