2021-075 03 Begroting 2022 gemeente Peel en Maas.docx
Tekst van het document
79
4.2.5
Risico's voortvloeiende uit voor de gemeente niet te beïnvloeden (autonome) ontwikkelingen Op veel zaken die gebeuren kan de gemeente geen of nauwelijks invloed uitoefenen. Dat zijn veelal autonome ontwikkelingen die echter wel gevolgen kunnen hebben voor de gemeente. De belangrijkste risico’s worden onderstaand beschreven: - Ontwikkelingen grondexploitatie De risico’s grondexploitatie zijn toegelicht in de paragraaf Grondbeleid. - Renteontwikkeling In de paragraaf Financiering gaan we in op de risico's met betrekking tot leningen. - Onroerende zaakbelastingen Jaarlijks ontvangen alle eigenaren van woningen en niet-woningen beschikkingen over de nieuwe waarde van hun eigendommen. Bij de bepaling van het tarief OZB wordt met een bepaald percentage voor de waardestijging rekening gehouden. Dat kan afwijken van de werkelijke waardeontwikkeling. Verder is onverwachte leegstand en de bouwcapaciteit van belang. Achterblijvende bouwactiviteiten betekenen een lagere opbrengst. Er vindt jaarlijks een taxatie plaats met als peildatum het vorig jaar. Deze manier van taxeren in combinatie met verder optimalisering van het taxatiemodel, leidt tot meer geactualiseerde WOZ-bestanden, waardoor de risico’s kleiner zijn. De waardering van WOZ-objecten wordt voor Peel en Maas uitgevoerd door BsGW. - Verblijfsbelasting De verblijfsbelasting wordt bepaald door het aantal overnachtingen.
Dit is wisselend en weersafhankelijk. Ook de bedrijfsvoering van exploitanten van toeristische bedrijven heeft hier invloed op. BsGW en de gemeente doet steekproefcontroles om de juistheid en volledigheid van de opbrengsten te controleren. - Ontwikkelingen in andere bedrijfstakken Ontwikkelingen in andere bedrijfstakken/sectoren kunnen ook (financiële) invloed hebben op de gemeente Peel en Maas. Als bijvoorbeeld de loonkosten stijgen in een bepaalde bedrijfstak kan dat effecten hebben op de prijzen waardoor uiteindelijk de kosten voor Peel en Maas kunnen stijgen. - Corona We zien in de loop van 2021 de directe effecten van de Coronapandemie op onze gemeentelijke begroting afnemen. Bovendien keert het Rijk in 2021 nog voldoende compensatie uit zodat de financiële effecten binnen de begroting kunnen worden opgevangen. Voor 2022 verwachten we nog wel indirecte effecten van de Coronapandemie op onderdelen zoals het sociaal domein. Waar mogelijk hebben we daar in de bestaande budgetten al rekening mee gehouden. 4.2.6 Risico's voortvloeiende uit bedrijfsvoering Binnen de eigen organisatie van de gemeente Peel en Maas ontstaan ook risico’s in het dagelijkse werk dat wordt verzet.
De belangrijkste risico’s met betrekking tot de eigen bedrijfsvoering zijn: - De organisatie / personeel Op het personele vlak houden we in de begroting beperkt rekening met kosten voor vervanging van medewerkers in verband met ziekte. Wanneer het ziekteverzuim groter wordt dan de opgenomen budgetten kan dat effect hebben op het begrotingssaldo. - Aansprakelijkheid Bedrijven en particulieren stellen de gemeente steeds vaker aansprakelijk. Wij zijn voor wettelijke aansprakelijkheid en bestuursaansprakelijkheid verzekerd. Bij beleidswijzigingen onderzoeken we de mogelijke risico’s. - Onderhoud / investeringen De beheersplannen worden constant geoptimaliseerd. De onderhoudsniveaus bepalen het budget. De uitvoering stemmen we af op het budget. Veranderingen met financiële gevolgen hebben invloed op de reserves of de begroting.
80
5. Eindconclusie Zoals beschreven in de Nota risicomanagement inventariseren we periodiek de aanwezige risico’s. De risico’s worden getoetst, gekwantificeerd en waar nodig worden beheersmaatregelen ingezet. Die periodieke inventarisatie leidt zowel tot specifieke risicodossiers als tot actualisatie van de algemenere risico’s die in de voorgaande paragrafen zijn beschreven. In de onderstaande tabel is aangegeven op welke wijze de belangrijkste risico’s zoals die in deze paragraaf zijn opgenomen zijn gekwantificeerd en via welke reserve deze al direct worden afgedekt. Risico's Risico's eigen beleid en samenwerking Specifieke risicodossiers
2.375.000
Algemene risicoreserve
Risico's beleid hogere overheid en derden Algemene uitkering
2.000.000
Algemene risicoreserve
1.100.000 5.475.000
Algemene risicoreserve
Risico's autonome ontwikkelingen en bedrijfsvoering Exploitatie algemeen
Dekking
Naast de specifiek benoemde reserves zijn er ook nog andere reserves die tot de weerstandscapaciteit behoren (zoals opgenomen in onderdeel 2 van deze paragraaf) en is de totale incidentele weerstandscapaciteit: € 8.670.828 De weerstandratio van de gemeente Peel en Maas bedraagt: 8.670.828 (Weerstandscapaciteit) Weerstandsratio =
= 1,58 5.475.000 (Gekwantificeerde risico’s)
Daarmee valt het weerstandsvermogen van Peel en Maas in de categorie ruim voldoende (weerstandsratio van 1,4 tot 2,0) en voldoet aan de gestelde norm >1.
6. Financiële kengetallen Vanaf 2016 worden in de begroting en jaarstukken ook financiële kengetallen opgenomen die iets zeggen over de financiële situatie van de gemeente. De waarde van deze kengetallen kenmerkt zich vooral door het inzicht in het verloop gedurende een langere periode van werkelijke realisatiecijfers. De informatiewaarde van kengetallen die (ver) in de toekomst liggen is beperkt aangezien de cijfers waar de kengetallen op gebaseerd zijn opgebouwd worden uit prognoses en niet op werkelijke realisatie. Dat maakt vergelijking van kengetallen tussen gemeenten onderling ook lastig. Over 2018 t/m 2020 zijn de kengetallen op basis van de werkelijke realisatie opgesteld. De opgenomen kengetallen zijn: 1. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden.
Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekend voor de schuldenlast. De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen (zie artikel 36, onderdelen b en c, van het BBV).
81
2. De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. 3. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken (ingevolge artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. 4.
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (zie artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De uitkomst van de berekening van dit kengetal is voor het jaarverslag hetzelfde als bij de begroting. Het kengetal hoeft dus voor het opnemen in het jaarverslag niet opnieuw te worden berekend. Het toch opnieuw opnemen houdt verband met het feit dat de kengetallen gezamenlijk en in samenhang bezien inzicht geven in de financiële positie van de gemeente.
De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: Woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar) uitgedrukt in een percentage. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert ieder jaar deze lasten in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente. Normering financiële kengetallen Voor de beoordeling van de financiële positie van gemeenten is het belangrijk dat zowel naar de balans als naar de exploitatie wordt gekeken. De kengetallen netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio en grondexploitatie hebben betrekking op de balans. De kengetallen structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit brengen tot uitdrukking of een gemeente over voldoende structurele baten beschikt en welke mogelijkheid de gemeente heeft om de structurele baten op korte termijn te vergroten. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote.
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. De relevantie van het kengetal structurele exploitatieruimte is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet benut wordt).
82
Om een beeld te geven hoe de financiële positie van gemeenten zich ontwikkelt, zijn de gemeenten per kengetallen onderverdeeld naar 3 categorieën. In het algemeen is categorie A minder risicovol dan categorie B en B weer minder risicovol dan C. De onderstaande normering van de kengetallen is opgesteld door het ministerie van BZK en wordt landelijk gebruikt: NORMEN
CATEGORIE A
CATEGORIE B
CATEGORIE C
Minst risicovol
Gemiddeld risicovol
Meest risicovol
1a
Netto schuld quote
< 90%
90% - 130%
> 130%
1b
Netto schuld quote excl. leningen
< 90%
90% - 130%
> 130%
2
Solvabiliteitsratio
>50%
20% - 50%
< 20%
3
Grondexploitatie
<20%
20% - 35%
> 35%
4
Structurele exploitatieruimte
>0%
0
<0%
5
Belastingcapaciteit
<95%
95% - 105%
>105%
Kengetallen Peel en Maas 2018 - 2025 De berekeningen van de kengetallen voor de gemeente Peel en Maas leidt tot de volgende uitkomsten waarbij al is aangegeven in welke risicocategorie deze vallen. 2018
2019
2020
Realisatie Realisatie Realisatie
2021
2022
2023
2024
2025
Begroot
Begroot
Begroot
Begroot
Begroot
Netto schuld quote Netto schuld quote excl. leningen Solvabiliteitsratio
93%
93%
105%
102%
106%
111%
116%
119%
84%
84%
97%
94%
99%
104%
109%
113%
47%
34%
26%
24%
23%
22%
22%
22%
Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
7%
7%
7%
7%
4%
4%
4%
4%
5%
5%
2%
3%
3%
2%
1%
2%
93%
93%
96%
94%
91%
91%
91%
91%
De uitkomsten laten zien dat Peel en Maas voor 2022 alleen scores heeft in categorie A (minst risicovol) en B (gemiddeld risicovol) zit en nergens boven de normen uitkomt voor de meest risicovolle categorie (C). Als gevolg van de aanvullende investeringen waarvoor extra kapitaallasten zijn geraamd zien we de kengetallen met betrekking tot de netto schuld quote wel oplopen de komende jaren. Op basis van de huidige prognoses blijven die echter binnen de marges van de gemiddeld risicovolle categorie t/m 2025.
83
7-B Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Door middel van de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen krijgt de raad inzicht in de stand van zaken voor het onderhoud van de kapitaalgoederen en daardoor de mogelijkheid om richting te geven aan onderhoud van de infrastructuur (wegen, water, riolering, kunstwerken), voorzieningen (groen, verlichting, sportfaciliteiten) en gebouwen. Onderhoud kapitaalgoederen openbare ruimte Het uitvoeringsplan openbare ruimte (2016-2021) is vastgesteld door het college op 26 september 2016 en wordt op dit moment geactualiseerd. Dit plan zet de basisinformatie ter onderbouwing van de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de gemeente Peel en Maas op een rij. Het zijn gegevens zoals het areaal, de hoeveelheid te onderhouden openbare ruimte, de huidige kwaliteit daarvan, beschikbare middelen en berekende onderhoudskosten. In deze samenvatting gaat het vooral om de financiële consequenties. Er wordt ingegaan op zowel het technisch onderhoud als de verzorging en reiniging van de openbare ruimte. Beheer en onderhoud van de openbare ruime richt zich op het veilig en functioneel houden van de openbare ruimte en op het gedurende lange termijn in stand houden. Om dit te bereiken worden maatregelen uitgevoerd, die zijn te splitsen in dagelijks en groot onderhoud en vervangingen (aan het eind van de levensduur).
Riolering In het uitvoeringsplan openbare ruimte is riolering nog niet opgenomen. Riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. De raad heeft op 12 oktober 2021 het Waterketenplan Noord 2021-2025 en Gemeentelijk Rioleringsplan Peel en Maas 20222026 vastgesteld. In dit wettelijk verplichte gemeentelijk rioleringsplan (GRP) beschrijven we hoe we werken in de (afval)waterketen. Daarmee geven we aan hoe wij als gemeente omgaan met de wettelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwatermaatregelen. We geven hiermee ook richting aan de invulling van onze zorgplicht voor het veiligstellen van de drinkwatervoorziening. Ook gaan we in op de nieuwe ontwikkelingen die onze zorgplichten raken; klimaatverandering en de invoering van de Omgevingswet zijn van invloed op onze werkzaamheden. We werken samen binnen het Waterpanel Noord. De betrokken partners in de waterketen zijn de gemeenten van Waterpanel Noord, Waterschap Limburg (WL), Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) en Waterleidingmaatschappij Limburg (WML). Samen vertegenwoordigen we alle schakels die nodig zijn om water te winnen en uiteindelijk na gebruik weer te lozen. De totale vervangingswaarde van ons rioolstelsel bedraagt bijna 250 miljoen euro.
Om ons stelsel ook in de toekomst goed te laten functioneren zijn voor de komende 80 jaar de verwachte uitgaven berekend. De bedragen voor vervangen en/of renovatie zijn opgenomen in de investeringen, net als die voor verbeteren grondwatermaatregelen. Samen met de investeringen in het verleden bedragen de kapitaallasten gedurende de planperiode van dit GRP jaarlijks circa € 2 miljoen. In de jaarlijkse exploitatiebegroting zijn de kosten voor regulier onderhoud riolering opgenomen (het dagelijks beheer). Een voorziening groot onderhoud is er niet, onderhoud zit in de exploitatielasten. Er is wel een voorziening voor vervanging van riolen, persleidingen en (onderdelen van) gemalen en drukriolering. Daarbij lopen de kapitaallasten uit het verleden af wat ook zorgt voor een wisseling in jaarlijkse kosten. De voorziening functioneert dus als een voorziening voor tariefegalisatie, een 44 lid 2 voorziening zoals in het GRP staat aangegeven. Daarnaast beschikt de gemeente over een bestemmingsreserve riolering (BBV artikel 43 lid 1b), deze bevat gelden die het resultaat zijn van gerealiseerde efficiencyvoordelen of aanbestedingsresultaten. Het GRP gaat uit van kostendekkendheid in 80 jaar. Het product riolering is kostendekkend.
84
Notitie Waardeoriëntatie en kaderstelling thema’s ruimte en economie Het onderhoud van de kapitaalgoederen openbare ruimte maakt in de begroting deel uit van Thema 1 Ruimte van het programma 1.2 Beheer fysieke leefomgeving. De kaderstelling voor de thema’s ruimte en economie is in december 2017 door de raad vastgesteld in de notitie Waardeoriëntatie en kaderstelling thema’s ruimte en economie. In deze notitie wordt kort uitgelegd wat de gemeente wil bereiken, namelijk het ‘goede leven’ in Peel en Maas. Vervolgens worden de waarden benoemd, in de vorm van spanningsbogen voor zowel ruimte als economie en worden de bij deze waarden horende omgevingsdoelen weergegeven. Er wordt gewerkt aan een klimaatadaptieve en klimaatneutrale fysieke leefomgeving met oog voor biodiversiteit. De inwoners worden bewust gemaakt van klimaatveranderingen en we stimuleren en faciliteren maatregelen zoals het ontkoppelen van hemelwater, de aanleg van extra groen, het verminderen van bestaande verhardingen en het tegengaan van nieuwe verhardingen. Water wordt ingezet als kwaliteitsimpuls. Ook wordt er ruimte gemaakt voor de energietransitie. Areaal openbare ruimte De gemeente Peel en Maas heeft een oppervlakte van ruim 160 km². Ongeveer 7% van deze oppervlakte is openbare ruimte waarvan het grootste gedeelte in het buitengebied ligt. Peel en Maas is een uitgestrekte gemeente met 11 kernen.
De openbare ruimte omvat vooral wegen en groen waarvan de verhouding tussen die twee ongeveer gelijk is. Naast vierkante meters openbare ruimte staan er objecten in de openbare ruimte zoals bomen, lichtmasten, speeltoestellen, civiele kunstwerken en straatmeubilair. Kwaliteit De gemeente Peel en Maas heeft haar ambities voor de openbare ruimte vastgelegd met de kaderstelling thema’s Ruimte en Economie, programma 1.2. Beheer fysieke leefomgeving. Hoe we de openbare ruimte inrichten en beheren ligt vast in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. We zorgen gebiedsgericht voor een kwalitatief goed ingerichte en onderhouden openbare ruimte. We maken daarbij onderscheid in de na te streven beeldkwaliteiten volgens de landelijke standaard voor beeldkwaliteitsniveaus: (A is het hoogste onderhoudsniveau). Gebieden Woongebieden Centrumgebieden en toeristische gebieden Bedrijventerreinen – wegen Bedrijventerreinen – overige onderdelen Buitengebied – wegen Buitengebied – overige onderdelen
Niveau B A B C B C
Het ontwerp en het onderhoud is gericht op een lange levensduur zonder dat onderdelen (op termijn) ontoelaatbare overlast en schade opleveren. Op basis van de ervaring en expertise van de beheerders voldoet de kwaliteit van de openbare ruimte in grote mate aan dit ambitieniveau. Wegen worden jaarlijks geïnspecteerd, bomen 3-jaarlijks en speeltoestellen worden 4 keer per jaar geïnspecteerd. Stortingen in voorzieningen Voor verschillende onderhoudsgroepen beschikt de gemeente over een voorziening, waarin een jaarlijkse storting wordt gedaan. Hiermee anticiperen we op uitgaven voor groot onderhoud en worden fluctuerende uitgaven geëgaliseerd.
VOORZIENINGEN 2022 - 2025
Saldo 1-1-2022
Saldo 1-1-2023
Saldo 1-1-2024
Saldo 1-1-2025
Voorziening openbare verlichting* Voorziening parkbos en kasteelterrein D'Erp Baarlo Voorziening riolering
165.780 22.809 13.582.334
95.792 25.804 39.392 55.975 13.966.000 14.145.300
-44.184 72.558 14.062.617
TOTAAL
13.770.923
14.101.184 14.227.079
14.090.991
* De voorziening openbare verlichting laat in meerjarig perspectief een negatief bedrag zien. In 2023 loopt het contract met Spie af. Voor de Kadernota 2023 wordt bekeken op welke manier deze voorziening moet worden bijgesteld. Als bijlage C is een overzicht van de voorzieningen opgenomen waarin ook jaarlijkse toevoegingen en onttrekkingen zijn gespecificeerd.
85
Investeringen Naast de jaarlijks beschikbare middelen in de exploitatie worden er ook investeringen gedaan voor groot onderhoud en de vernieuwing van de openbare ruimte. Uitvoeringsbudget beheer en onderhoud In onderstaande tabel is per onderhoudsgroep een uitsplitsing gemaakt van de bedragen die beschikbaar zijn in de exploitatie en de onttrekking uit de voorziening. Dit is exclusief het beschikbare investeringsbudget van gemiddeld € 3,4 miljoen per jaar voor herinrichting/vervanging van met name verharding. De budgetten en bedragen die zijn opgenomen betreffen de budgetten 2021. In de Begroting 2022 zijn de budgetten met 1% prijsinflatie geïndexeerd. beschikbaar in exploitatie
beschikbaar in voorziening
totaal beschikbaar in begroting
Groen
2.153.950
16.583
2.170.533
Reiniging
140.590
0
140.590
Spelen
80.023
Straatmeubilair
72.552
0
72.552
Totaal wijk, natuur en landschap
2.447.115
16.583
2.463.698
Openbare verlichting
512.369
50.012
562.381
Verharding
2.137.106
Civiele kunstwerken
85.000
80.023
2.137.106 0
85.000
Gladheidsbestrijding
70.584
0
70.584
Riolering
1.571.444
383.666
1.955.110
TOTAAL
6.823.618
450.261
7.273.879
Vergelijking middelen en kosten Exploitatie In onderstaande tabel is de vergelijking weergegeven tussen de beschikbare middelen in de begroting (exploitatie en voorzieningen) en de berekende onderhoudskosten. Deze bedragen zijn exclusief VAT (kosten voor Voorbereiding, Administratie en Toezicht van het beheer en onderhoud), dus alleen de uitvoeringskosten. Beschikbaar in begroting Benodigd budget verschil % Groen
2.170.533
2.144.260
26.273
1
Reiniging
140.590
165.393
-24.803
-18
Spelen
80.023
82.436
-2.413
-3
Straatmeubilair
72.552
60.273
12.279
17
Totaal wijk, natuur en landschap
2.463.698
2.452.362
11.336
0
Openbare verlichting
562.381
562.397
-16
0
Verharding
2.137.106
2.076.035
61.071
3
Civiele kunstwerken
85.000
108.800
-23.800
-28
Gladheidsbestrijding Riolering TOTAAL
70.584 1.955.110 7.273.879
70.584 1.955.110 7.225.288
0 0 48.591
0
86
0 1
Investeringen Reconstructies worden gefinancierd via investeringen. Dit betreft vooral verharding maar hierin zit ook een gedeelte groen, verlichting, straatmeubilair en civiele kunstwerken. Het gemiddelde investeringsbudget over de afgelopen 10 jaar voor vervanging van verhardingen is ongeveer € 3,6 miljoen euro per jaar. In de Begroting 2022 is hiervoor ook € 3,6 miljoen opgenomen. Dit betreft onder andere integrale aanpak van projecten in de openbare ruimte, in slimme combinatie met investeringen in riolering en verkeer- en vervoersprojecten. Gemiddeld bestaan reconstructies uit de volgende onderdelen: Verharding 90% Groen 7% Verlichting 1% Straatmeubilair 1% Civiele kunstwerken 1% Totaal 100% Daarnaast is in 2022 een investering voor kunstwerken opgenomen van € 1.485.000 en voor speeltoestellen van € 150.000 In onderstaande tabel is de vergelijking weergegeven tussen beschikbare investeringsbudgetten openbare ruimte en de benodigde investeringsbedragen. Deze bedragen zijn inclusief VAT (kosten voor Voorbereiding, Administratie en Toezicht van het beheer en onderhoud). beschikbaar uit investeringen 248.400
benodigd uit investeringen 238.749
Reiniging
0
0
0
Spelen
150.000
118.764
31.236
Straatmeubilair
43.200
40.962
2.238
Openbare verlichting
10.800
0
10.800
Verharding
3.083.080
3.060.573
22.507
Civiele kunstwerken
198.500
188.900
9.600
Gladheidsbestrijding
0
0
0
Riolering *
0
0
0
TOTAAL
3.733.980
3.647.948
86.032
Groen
verschil 9.651
* De investeringen voor riolering zijn in bovenstaand overzicht niet opgenomen omdat de kapitaallasten voor deze investeringen worden gedekt uit de voorziening riolering.
Conclusies: • De openbare ruimte voldoet aan het vastgestelde beeldkwaliteitsniveau en er is ongeveer voldoende budget voor het uitvoeren van het dagelijks en groot onderhoud voor alle producten.
87
•
Het tekort op reiniging wordt opgevangen door werknemers van het Mens Ontwikkel Bedrijf (MOB) in te zetten. Dit zijn de mensen die in een werkervaringsproject werken met behoud van uitkering.
•
Het tekort op onderhoud civiele kunstwerken wordt opgevangen doordat onderhoud van civiele kunstwerken ook bij de uitvoering van civiele projecten wordt meegenomen, zoals onlangs bij project Kwistbeek.
•
Het overschot op het investeringsbudget van speeltoestellen wordt gebruikt om de achterstand in vervanging van de afgelopen jaren in te lopen. Het opgenomen investeringsbedrag van jaarlijks € 150.000 is een gemiddeld benodigd bedrag voor vervanging.
Onderhoud gemeentelijke accommodaties Eind 2018 / begin 2019 zijn de onderhoudsplannen voor de gemeentelijke accommodaties geactualiseerd. Deze zijn gespecificeerd per object en hierin zijn alle geplande onderhoudswerkzaamheden opgenomen van 2019 tot en met 2043; een periode van 25 jaren. Eens in de vier jaren worden de onderhoudsplannen geactualiseerd. De onderhoudsplannen moeten we in 2022 opnieuw actualiseren. Hiervoor is een éénmalige claim opgenomen in de begroting van € 40.000. Het onderhoud van de gemeentelijke accommodaties is er op gericht om een bepaalde functionaliteit in stand te houden. Uitgangspunt is de accommodaties zo effectief mogelijk in een dusdanige staat van onderhoud te houden dat er sprake is van een veilige, gezonde en bruikbare accommodatie, met daarbij als uitgangspunt het voorkomen van achterstallig onderhoud en calamiteiten en het behouden van een acceptabele visuele staat. In sommige gevallen is een hoger onderhoudsniveau gewenst en in andere gevallen is een wat lager onderhoudsniveau acceptabel. De kwaliteitsniveaus zijn gebaseerd op de NEN 2767 methodiek. De uitwerking daarvan gaat uit van zes verschillende kwaliteitsniveaus: - Niveau 1: uitstekend, nieuwbouwkwaliteit en/of met nieuwbouw vergelijkbare kwaliteit. - Niveau 2: goed, nieuwbouwkwaliteit met de eerste tekenen van feitelijke veroudering.
- Niveau 3: redelijk, het natuurlijke verouderingsproces is duidelijk op gang gekomen. - Niveau 4: matig, het verouderingsproces heeft het bouwdeel of de accommodatie duidelijk in zijn greep. - Niveau 5: slecht, het verouderingsproces is min of meer onomkeerbaar geworden c.q. heeft het bouwdeel / de accommodatie zeer duidelijk in zijn greep. - Niveau 6: zeer slecht, een zodanig slechte toestand dat dit niet meer te classificeren is onder niveau 5. In de praktijk gaan wij uit van een viertal kwaliteitsniveaus. Het gekozen niveau is afhankelijk van de accommodatie zelf en de toekomstsituatie van de accommodatie. - Kwaliteitsniveau 2: Hiermee is bewust gekozen deze bijzondere gebouwen in een goede staat te houden met mogelijk wel wat zichtbare veroudering; bijvoorbeeld het Huis van de Gemeente en DOK6. - Kwaliteitsniveau 3: Het merendeel van de gemeentelijke accommodaties wordt op dit niveau onderhouden. Dit betreft een gangbare en meest efficiënte onderhoudsbenadering voor bestaande accommodaties. - Kwaliteitsniveau 4: Het gaat hier om accommodaties die potentieel afgestoten kunnen worden. We zijn hier terughoudend met het doen van onderhoud, maar waken wel voor het behoud van veiligheid, gezondheid en bruikbaarheid. - Kwaliteitsniveau 5: Hierbij worden de onderhoudskosten teruggeschroefd vanwege het ontwikkelend karakter, waarmee een potentieel verval in niveau 5 acceptabel is.
Het gaat hier specifiek om accommodaties die onder leegstandsbeheer vallen en / of aanstaande sloop van de gebouwen vanwege (toekomstige) ontwikkelingen. De onderhoudskosten in de onderhoudsplannen zijn gesplitst in de volgende categorieën: - Jaarlijks onderhoud - Groot onderhoud - Investeringen Daarnaast is er een onderscheid gemaakt in onderhoudskosten die voor rekening komen van de eigenaar en voor de gebruikers/huurders. Voor het jaarlijks onderhoud zijn in de begroting jaarlijks budgetten opgenomen. De uitgaven voor het groot onderhoud dekken we uit de daarvoor in het leven geroepen voorzieningen. Jaarlijks storten we eenzelfde bedrag in de voorziening. Dit bedrag moet dan voldoende zijn om al het onderhoud, in dit geval tot met 2043, te kunnen uitvoeren. Voor de investeringen wordt een nieuw krediet aangevraagd en hierop wordt afgeschreven. Het gaat hier om vervangingsinvesteringen. Deze investeringen zijn in het verleden ook geactiveerd. De “oude” kapitaallasten komen te vervallen omdat de oude investering is afgeschreven en hiervoor in de plaats komen dan de kapitaallasten van de nieuwe vervangingsinvestering.
88
De gemeente Peel en Maas kent geen voorziening per gebouw, maar heeft er voor gekozen om een voorziening per soort gebouw in te stellen. Dit beperkt het aantal administratieve handelingen en kan er vrijer omgegaan worden met de middelen in een voorziening. Zo kan een tegenvaller op het gebied van groot onderhoud opgevangen worden door een meevaller op het gebied van groot onderhoud als het gaat om eenzelfde soort gebouw. Op basis van de nieuwe onderhoudsplannen onderscheiden we de volgende voorzieningen: - Binnensportaccommodaties - Buitensportaccommodaties - Sociaal culturele accommodaties - Dok6 - Huis van de Gemeente - Gemeentewerf - Overige gemeentelijke accommodaties Hieronder vindt u een overzicht van de stand van de voorzieningen van de gemeentelijke accommodaties van 2022 tot en met 2025. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Wel is onderhoud bij sommige accommodaties uitgesteld. Dit omdat de kwaliteit van datgene dat vervangen zou moeten worden nog voldoende was of omdat er op dit moment gekeken wordt naar het toekomstperspectief van een accommodatie; zoals bij de sporthal in Maasbree. Dit uitgesteld onderhoud is wel meegenomen in de cijfers in onderstaande tabel. Dit verklaart waarom de voorziening Binnensportaccommodaties op 1 januari 2025 negatief wordt. Op 1 januari 2026 is deze overigens weer positief.
Afhankelijk van de uitkomst van het toekomstperspectief van de sporthal in Maasbree en de actualisatie van de onderhoudsplannen in 2022 moeten we straks bekijken wat dit betekent voor toekomstige stortingen en de stand van de voorzieningen.
1-1-2022 Storting Onttrekking 1-1-2023 Storting Onttrekking 1-1-2024 Storting Onttrekking 1-1-2025 Storting Onttrekking 1-1-2026
89
Binnensport- Buitensportacc. acc. 178.801 319.111 90.000 110.000 131.854 103.234 136.947 325.877 90.000 110.000 129.284 36.007 97.663 399.870 90.000 110.000 210.423 24.920 -22.760 484.950 90.000 110.000 43.564 160.048 23.676 434.902
Sociaal Cult. acc. 229.140 35.000 12.611 251.529 35.000 31.747 254.782 35.000 94.918 194.864 35.000 25.045 204.819
Dok 6 121.547 37.000 17.244 141.303 37.000 50.476 127.827 37.000 34.977 129.850 37.000 125.207 41.643
Huis v/d Gemeente 376.708 56.000 19.800 412.908 56.000 14.650 454.258 56.000 30.750 479.508 56.000 138.752 396.756
Gemeentewerf 179.396 28.000 28.871 178.525 28.000 19.917 186.608 28.000 216.017 -1.409 28.000 14.388 12.203
Overige 113.547 13.000 17.405 109.142 13.000 4.671 117.471 13.000 42.349 88.122 13.000 10.578 90.544
7-C Paragraaf Financiering Inleiding Treasury is het sturen en beheersen van, het verantwoorden van en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Doelstellingen treasury In het treasury-statuut heeft de gemeente zich als doel gesteld: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. 2. Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s. 3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van geldstromen en financiële posities. 4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido, respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasury-statuut. Risicobeheer Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1. De gemeente mag uitsluitend ten behoeve van de uitoefening van de “publieke taak” leningen aangaan, middelen uitzetten of garanties verlenen. 2. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasury-functie als deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico.
Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd met de richtlijnen en limieten van de Wet fido en het treasury-statuut. 3. Het gebruik van derivaten is toegestaan, maar deze worden uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico’s. Voordat de derivatentransactie wordt afgesloten wordt advies ingewonnen bij een onafhankelijke externe ter zake kundig adviseur. Bestaande wetgeving De wet Financiering Decentrale Overheden (fido) en de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (Ruddo). Met de invoering Schatkistbankieren is de wet Financiering Decentrale Overheden aangepast en is een ministeriële regeling van kracht. Invoering Schatkistbankieren voor decentrale overheden Vanaf 15 december 2013 is de ‘Wijzigingswet financiering decentrale overheden (fido)’ van toepassing. Deze wet verplicht alle decentrale overheden om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Een decentrale overheid behoudt, op basis van de Wet fido, de mogelijkheid om leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke taak. Deelname aan schatkistbankieren verandert daar niets aan.
Aan de hand van bankstanden en liquiditeitsprognoses wordt bepaald in hoeverre geldmiddelen nodig of overtollig zullen zijn. Aan de hand van deze prognoses worden de mogelijkheden van kasgeldleningen optimaal ingezet. Algemene ontwikkelingen De toegestane toe te rekenen rente aan de grondexploitatie moet vanaf 2016 gebaseerd zijn op de daadwerkelijke te betalen rente over het vreemd vermogen. Het is niet meer toegestaan om rente over het eigen vermogen toe te rekenen aan de grondexploitatie. Het rentepercentage voor de grondexploitatie waar in deze begroting mee gerekend is bedraagt 0,75%.
90
Rentenotitie In 2017 is een nieuwe notitie rente gemaakt door de commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording). In deze notitie wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en –baten in de begroting en jaarstukken. Doelstelling van deze notitie is het bevorderen van een eenduidige handelwijze met betrekking tot rente door gemeenten (harmonisering), stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en de jaarstukken en het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie). De bepalingen en richtlijnen van deze notitie zijn in werking getreden met ingang van het begrotingsjaar 2018. Zowel de commissie BBV als de provincie Limburg adviseert om het onderstaand renteschema op te nemen in de paragraaf Financiering van zowel de begroting als de jaarstukken. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het renteomslagpercentage voor de berekening van de aan de taakvelden toe te rekenen rente is in 2022 0,75%. Renteschema De externe rentelasten lange financiering De externe rentelasten korte financiering -/- Externe rentebaten Saldo
1.096.582 104.500 992.082
-/- Rente doorberekend aan grondexploitatie -/- Rente projectfinanciering Rentebaat projectfinanciering
14.002 52.901 50.485
Aan taakvelden toe te rekenen rente
975.664
Rente eigen vermogen Rente voorzieningen
-
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
975.664
De aan taakvelden toegerekende rente
1.208.381
Renteresultaat taakveld Treasury
232.717
Renterisico Renterisico’s worden beheerst door te voldoen aan de kasgeldlimiet en renterisiconorm. De kasgeldlimiet en de renterisiconorm hebben allebei als doel de leningportefeuille van decentrale overheden te behoeden voor een onverantwoord grote gevoeligheid voor rentefluctuaties. Ze stellen dus een grens aan de structuur van de leningen en niet aan de hoogte.
91
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een instrument voor beheersing van risico’s op korte termijn. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van het totaal van de jaarbegroting en bedraagt 8,5%, ofwel voor 2022 afgerond € 8.820 .000 (afgerond). Indien het financieringstekort deze limiet structureel overschrijdt dient tot consolidatie van deze “vlottende” schuld te worden overgegaan. We zijn dan verplicht om een langlopende geldlening af te sluiten. De gemiddelde netto vlottende schuld en kasgeldlimiet in het 3e en 4e kwartaal van jaar t-2 (2020) en in het 1e en 2e kwartaal van jaar t-1 (2021), is als volgt. Kasgeldlimiet 8.820.000 Gemiddelde netto vlottende schuld 3e kwartaal 2020 13.985.570 4e kwartaal 2020 14.708.659 1e kwartaal 2021 13.053.046 2e kwartaal 2021 13.834.392 Aangezien de kredietlimiet de laatste vier kwartalen is overschreden, hebben we in juli 2021 een nieuwe langlopende geldlening afgesloten van € 10.000.000 voor 10 jaren met een negatief rentepercentage van 0,205% en daalt de gemiddelde netto vlottende schuld in het 3e kwartaal 2021 weer onder de kasgeldlimiet. Renterisiconorm De renterisiconorm is een instrument voor beheersing van risico’s op lange termijn. De renterisiconorm geeft het maximumbedrag aan van het deel van de langlopende schuld waarover een renteaanpassing plaats kan vinden.
Het doel is om spreiding aan te brengen in de rentetermijnen van de langlopende schuld en zo de invloed van een eventuele rentestijging niet te groot te laten zijn. Door binnen de renterisiconorm te blijven zal de invloed van een eventuele rentestijging op de exploitatie beperkt blijven. De renterisiconorm is vastgesteld op een percentage van 20% van het begrotingstotaal. Voor 2022 bedraagt de renterisiconorm van de gemeente Peel en Maas: € 20.752.000 (afgerond). Overzicht ‘renterisico en -norm’ Renteherzieningen langlopende leningen o/g Renteherzieningen langlopende leningen u/g Aflossingen Totaal renterisico Renterisiconorm Ruimte binnen renterisiconorm
2022
2023
2024
2025
0 0 10.293.766 10.293.766 20.752.000 10.458.234
0 0 10.106.531 10.106.531
0 0 8.149.125 8.149.125
0 0 7.059.956 7.059.956
Verstrekte geldleningen De gemeente Peel en Maas heeft uit hoofde van haar publieke taak onderstaande langlopende geldleningen verstrekt.
Leningen aan woningbouwcorporatie Leningen aan NLW Leningen aan verenigingen en organisaties Leningen aan deelnemingen Totaal
92
2022 2.267.714 1.700.000 1.895.618 1.771.954 7.635.286
Restantschulden ultimo jaar 2023 2024 2.131.357 1.992.446 1.700.000 1.700.000 1.863.597 1.831.387 1.708.670 1.645.386 7.403.624 7.169.219
2025 1.850.911 1.700.000 1.799.337 1.582.102 6.932.350
Opgenomen geldleningen De gemeente Peel en Maas heeft diverse langlopende geldleningen opgenomen. Veruit de meeste leningen zijn afgesloten bij de BNG. De rentekosten van de opgenomen geldleningen bedragen in 2022 € 1.010.132. Het gemiddelde rentetarief in 2022 bedraagt 1,21%. De restantschulden zullen zich voor de bestaande leningportefeuille als volgt ontwikkelen:
Opgenomen leningen
2022 78.200.184
Restantschulden ultimo jaar 2023 2024 68.093.653 60.009.406
2025 52.949.449
Koersrisico’s De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury, door uitsluitend de volgende producten te hanteren: rekening-courant, spaarrekening, daggeld, deposito’s, obligatiefondsen en garantieproducten. Daarbij geldt altijd de hoofdsomgarantie. Valutarisico’s Deze worden beperkt door transacties uitsluitend in euro’s af te sluiten.
93
7-D Paragraaf bedrijfsvoering Wij zijn een gemeente die bijdraagt aan het goede leven in Peel en Maas. Dat is de missie die de raad bekrachtigde met de vaststelling van de Kaderstelling op het thema ‘Bestuur, Communicatie en Dienstverlening’. Om deze ambitie te realiseren is een organisatie met kwaliteiten nodig. Dit houdt in dat: • We een rolzuivere organisatie zijn, die stoelt op waardevolle bewegingen in de samenleving en daar waar nodig op aanvult. • We een gezonde, ontwikkelgerichte en dienstverlenende organisatie zijn die grip heeft op haar bedrijfsvoering en waarin leren een tweede natuur is. • We een organisatie zijn die een sterk collectief vormt waarin medewerkers goed werk met elkaar leveren. We zijn een organisatie die veel taken zelf uitvoert en groot belang hecht aan integraal werken en korte lijnen tussen beleid, uitvoering en bedrijfsvoering. Verantwoordelijkheden liggen laag in de organisatie. We zijn kritisch naar onze eigen organisatie en blijven zoeken naar kostenbesparing/efficiency zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Overigens moeten we als organisatie wel telkens de balans zoeken tussen enerzijds het zijn van een compacte wendbare organisatie en anderzijds de ambities en taken van onze gemeente. Bedrijfsvoeringsmiddelen Om de organisatie goed te laten functioneren zijn diverse zaken van belang.
Goede huisvesting, goede digitale ondersteuning, opleidingsmogelijkheden, etc. In de coronaperiode is binnen de bedrijfsvoering het thuiswerken van medewerkers nog meer gefaciliteerd. Het niet werken in het Huis van de Gemeente brengt uitdagingen maar ook kansen. Richting de toekomst gaan we in kaart brengen welke lessen uit deze periode te halen zijn. Om er zo voor te zorgen dat we qua bedrijfsvoering keuzes maken op basis van het geleerde in deze periode. Onderstaand een overzicht van een aantal kostenposten in relatie tot bedrijfsvoering.
Begroot 2022
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Salariskosten
25.076.400
25.345.654
25.569.550
25.795.461
Kosten inhuur personeel Opleidingskosten Huisvestingskosten (incl. gemeentewerf) ICT kosten Tractie Kantoorbenodigdheden Accountantskosten
1.519.160 363.908 1.327.629 2.469.487 502.332 119.640 99.607
1.420.090 367.846 1.328.205 2.397.798 586.262 120.446 100.478
1.428.039 371.815 1.328.134 2.475.833 568.625 122.271 101.358
1.441.320 375.735 1.328.111 2.374.679 557.183 123.493 102.372
Meer inzicht in de specifieke kosten voor bedrijfsvoering van de gemeente zijn opgenomen in hoofdstuk 3 bij de indicatoren en in hoofdstuk 5 bij de nadere specificatie van de overheadkosten.
94
7-E
Paragraaf Verbonden partijen
Onder verbonden partijen worden verstaan deelnemingen (vennootschappen), gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en verenigingen waarin de gemeente een bestuurlijk belang heeft en een financieel belang en waarbij de participaties zijn gericht op de behartiging van het publieke belang. De verbonden partijen worden volgens artikel 15 van het BBV onderverdeeld in: • Gemeenschappelijke regeling • Vennootschappen en coöperaties • Stichtingen en verenigingen en • Overige verbonden partijen. De gemeente Peel en Maas kent de volgende verbonden partijen: Gemeenschappelijke regelingen - Werkvoorzieningschap Noord Limburg West (NLW) - Belastingsamenwerking gemeenten en waterschappen (BSGW) - Modulair Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Limburg Noord (MGR SDLN) - Gemeenschappelijke regeling Omnibuzz - Veiligheidsregio Limburg Noord (VRLN) - Gemeenschappelijke regeling RUD Limburg Noord (GR RUD LN) - Maasveren Limburg-Noord Vennootschappen en coöperaties - Gemeente Helden Holding BV - Nazorg (bodemzorg) Limburg BV In het besturingskompas is opgenomen dat we als gemeente alleen effectief kunnen werken aan onze ambitie om bij te dragen aan het goede leven wanneer we dit samen met (groepen) inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere overheden doen. We werken dan als organisatie samen met andere organisaties.
De gemeente gaat niet over tot de oprichting van of de deelneming in een verbonden partij, tenzij op deze wijze een publiek belang wordt behartigd dat niet op een andere wijze tot stand kan worden gebracht. De voorkeur heeft de publiekrechtelijke organisatie, omdat deze meer accent op de democratische controle en verantwoording heeft dan een privaatrechtelijke organisatie. Het aangaan van een verbonden partij, is afhankelijk van de vraag of het doelmatig en doeltreffend is om de publieke belangen te dienen. De toetsingscriteria ten aanzien van het wel of niet aangaan van een samenwerking zijn als volgt: - er dient sprake te zijn van een publiek belang; - dit belang kan niet volledig door de gemeente zelf worden uitgevoerd; - de taken in het kader van dit belang kunnen niet uitbesteed worden of door marktpartijen uitgevoerd worden. Daarnaast zijn er enkele aanvullende uitgangspunten opgesteld: - De gemeente gaat geen toekomstige 50-50 zeggenschapsverhoudingen aan met externe partners wanneer de gemeente garant staat voor eventuele tekorten. - Wanneer een samenwerking wordt aangegaan worden op voorhand eenduidige en adequate formele afspraken gemaakt tussen betrokken partijen, met name omtrent de rolverdeling, communicatie en informatievoorziening. - Onnodige financiële verbondenheid van grootschalige projecten wordt vermeden.
- Bij grootschalige (regionale) evenementen zal expliciet een afwikkelfase worden beschreven en in tijd worden weggezet. De organisaties Enexis B.V. en aanverwante deelnemingen (voormalige Essent) en de BNG, waar de gemeente Peel en Maas weliswaar aandeelhouder is, zijn niet opgenomen omdat het bestuurlijk belang dat Peel en Maas heeft op basis van het aantal aandelen te verwaarlozen is. Het financiële belang met betrekking tot deze organisaties beperkt zich tot het bedrag van de aandelen. Op de dividendpolitiek van deze organisaties kan de gemeente Peel en Maas nagenoeg geen invloed uitoefenen gezien het gering aantal aandelen. Enexis B.V. en de BNG worden dan ook door de gemeente Peel en Maas niet gezien als een verbonden partij. Op de volgende pagina’s wordt een nadere toelichting gegeven per verbonden partij.
95
Naam:
Werkvoorzieningsschap Noord Limburg West (NLW)
Vestigingsplaats:
Venray
Gemeentelijke visie:
Het werkvoorzieningsschap dient op adequate en doelmatige wijze de uitvoering van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) te verzorgen namens de gemeente Peel en Maas.
Doelstelling:
De doelstelling van de organisatie is om samen met de andere deelnemers (gemeente Venray en Horst aan de Maas) WSW-geïndiceerden een passende (WSW) dienstbetrekking aan te bieden. (Gerelateerd aan thema 2 Sociaal domein)
Reden deelneming:
Uit efficiencyoogpunt is de deelneming aan de gemeenschappelijke regeling gunstiger dan het zelfstandig uitvoeren van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW).
Activiteiten / prestaties:
Het werkvoorzieningsschap voert de volgende taken uit: - Regiefunctie c.q. opdrachtgever voor de uitvoering WSW. - Houder van de aandelen in de NLW groep NV en het uitoefenen van de zeggenschapsrechten in de algemene vergadering van aandeelhouders.
Organisatie bestuurlijk belang:
Werkvoorzieningsschap Noord Limburg West is een gemeenschappelijke regeling die bestaat uit de volgende gemeenten: Horst aan de Maas, Peel en Maas en Venray.
Eigen – en vreemd vermogen
De saldi van het eigen en vreemd vermogen van het werkvoorzieningschap Noord Limburg West bedragen:
Eigen vermogen Vreemd vermogen
Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat verbonden partij: Gemeentelijk aandeel in de kosten:
96
31-12-2019
31-12-2020
Jaarrekening 2020
Jaarrekening 2020
79.000 5.759.000
69.000 7.835.000
31-12-2021
31-12-2022
Begroting 2022
Begroting 2022
69.000 5.529.000
69.000 5.472.000
Het verwachte exploitatieresultaat van de gemeenschappelijke regeling over 2022 bedraagt: € 0 Naast de reguliere gemeentelijke bijdrage van betaalt Peel en Maas ook de rijkssubsidie WSW (onderdeel van de Participatiewet) door aan NLW. Aan NLW NV wordt jaarlijks een bijdrage in het (verwachte) exploitatietekort betaalt. Voor het jaar 2022 betreft dat de volgende bedragen: Reguliere bijdrage: € 159.000 Doorbetaling Rijkssubsidie WSW: € 5.548.596 Bijdrage aan exploitatietekort NLW NV: € 570.000 (30% van € 1,9 mln.)
Risico’s en weerstandspositie:
Het Werkvoorzieningsschap Noord Limburg West heeft een 100% deelneming in de NLW Groep NV. De waardering van die deelneming is gebaseerd op de omvang van het eigen vermogen + de stille reserves van de NLW Groep NV. Wanneer het eigen vermogen + de stille reserves van de NLW groep NV structureel lager blijken dan de deelneming bij het werkvoorzieningsschap dan zal afwaardering volgen. Het afwaarderen van de deelneming zal nadelige gevolgen voor de deelnemende gemeenten aan het werkvoorzieningsschap Horst aan de Maas, Venray en Peel en Maas. Er is besloten dat het eigen vermogen van de NLW groep NV minimaal € 1 miljoen moet bedragen. Wanneer het eigen vermogen onder dat minimum dreigt te komen zullen de gemeenten Venray, Horst aan de Maas en Peel en Maas aanvullende bijdrages verstrekken. (in de gemeentelijke begroting van Peel en Maas is hiermee al rekening gehouden bij de bepaling van het weerstandsvermogen). Op dit moment is afwaardering van de deelneming niet nodig. Met betrekking tot NLW NV geldt specifiek een risico dat de exploitatieresultaten nadeliger zijn dan in de prognoses aangegeven. Daardoor zal mogelijk een aanvullende gemeentelijke bijdrage nodig zijn. Dit wordt altijd in relatie tot het benodigde weerstandsvermogen beoordeeld. In de bepaling van het gemeentelijk weerstandsvermogen wordt dit risico meegenomen.
Toekomstperspectief:
97
In 2020 is gekozen voor een nieuwe koers / visie voor NLW. Bestuurlijk wordt is gekozen voor een drietal ‘sporen’. In de komende jaren gaat NLW werken via de koers waarbij naast de reguliere WSW-taken ook bepaalde werkzaamheden binnen de participatiewet voor de deelnemende gemeenten worden uitgevoerd. Daar wordt nog aan toegevoegd dat NLW ook commerciële dienstverlening voor andere partijen gaat uitvoeren. Het financiële scenario’s is positiever dan het eerdere toekomstperspectief van de NV. Dat wordt o.a. veroorzaakt door hogere rijksvergoedingen WSW die via de schapsgemeenten worden doorbetaald aan NLW.
Naam:
Belastingsamenwerking gemeenten en waterschappen (BSGW)
Vestigingsplaats:
Roermond
Gemeentelijke visie:
BSGW dient op adequate en doelmatige wijze de heffing en inning van de gemeentelijke belastingen (afvalstoffenheffing, rioolheffing, OZB en verblijfs- en forensenbelasting) te verzorgen namens de gemeente Peel en Maas.
Doelstelling:
BSGW behartigt als uitvoeringsorganisatie van de deelnemende gemeenten en waterschappen de zorg voor het volledig, tijdig, rechtmatig, juist en doelmatig heffen en innen van de lokale belastingen. BSGW werkt daarbij tegen de laagst mogelijke kosten, uitgaande van de beste prijs / prestatie verhouding gekoppeld aan een optimaal niveau van dienstverlening. BSGW heeft een relatie met programma 1.2 beheer leefomgeving en het onderdeel algemene dekkingsmiddelen (belastingen) uit de gemeentelijke begroting.
Reden deelneming:
Uit efficiencyoogpunt is het heffen en innen van lokale belastingen via BSGW voordeliger dan het zelf uitvoeren van die taken.
Activiteiten / prestaties:
BSGW verzorgt de heffing en inning van de lokale belastingen (afvalstoffenheffing, rioolheffing, OZB, verblijf- en forensenbelasting) namens de gemeente Peel en Maas.
Organisatie bestuurlijk belang:
Eigen – en vreemd vermogen:
BSGW is een gemeenschappelijke regeling; bestaande uit: Waterschappen: Waterschap Limburg Gemeenten: Venlo Bergen Nederweert Roermond Beek Leudal Nuth Maasgouw Echt-Susteren Roerdalen Peel en Maas Stein Brunssum Heerlen Landgraaf Onderbanken Simpelveld Voerendaal Maastricht Sittard-Geleen Weert Eijsden-Margraten Schinnen Valkenburg aan de Geul Meerssen Vaals Gulpen-Wittem Beesel Gennep Kerkrade Mook en Middelaar De saldi van eigen en vreemd vermogen bedragen
Eigen vermogen Vreemd vermogen
Eigen vermogen Vreemd vermogen
31-12-2019
31-12-2020
Jaarrekening 2020
Jaarrekening 2020
607.000 6.750.000
-889.000* 9.101.000
31-12-2021
31-12-2022
Begroting 2022
Begroting 2022
1.190.000 5.628.000
1.190.000 5.626.000
* in 2021 wordt door gemeenten een aanvullende bijdrage betaald ter aanvulling van € 0 het negatieve weerstandsvermogen
98
Resultaat verbonden partij: Gemeentelijk aandeel in de kosten: Risico’s en weerstandspositie:
99
Het verwachte resultaat van BSGW over 2022 is € 0.
Voor 2022 zal de gemeentelijke bijdrage van Peel en Maas € 599.158 (inclusief. BTW) bedragen. Afgelopen jaren hebben de deelnemers aan BSGW aanvullende bijdrages gedaan waarmee het (negatieve) eigen vermogen is aangevuld tot het benodigde weerstandsvermogen. Ook in de toekomst zullen deelnemers eventuele tekorten op het weerstandsvermogen moeten aanvullen.
Naam:
Modulair Gemeenschappelijke regeling Sociaal domein Limburg Noord (MGR SDLN)
Vestigingsplaats:
Venlo
Gemeentelijke visie:
De MGR SDLN behartigt de belangen van de deelnemers ten aanzien van uitvoerende taken binnen het sociaal domein. (Gerelateerd aan thema 2 Sociaal domein)
Doelstelling:
Sinds de start kent de MGR SDLN één module, het Regionaal Bureau Opdrachtgeven (RBO). Deze werkorganisatie is gericht op uitvoering van de volgende taken: - initiële inkoop (vormgeven en faciliteren van Ontwikkeltafels); - contracteren (uitvoeren van inkooptrajecten); - contractbeheer; - leveranciersmanagement (monitoring); - voorfinancieren bovenregionale functies. Bij die taakuitvoering gelden de volgende kaders: 1) goede prijs-kwaliteitverhouding raamcontracten; 2) kennisontwikkeling; 3) efficiency- en schaalvoordelen bij inkoop sociaal domein; 4) goede kwaliteit dienstverlening leveranciers; 5) ondersteunen deelnemende gemeenten; 6) sturingsinformatie.
Reden deelneming:
Voor de inkoop van bepaalde bovenlokale en bovenregionale diensten is regionale samenwerking verplicht. Voor de andere inkoop binnen het sociaal domein is er vooral efficiencywinst te behalen door de regionale samenwerking.
Organisatie bestuurlijk belang: Aan de MGR SDLN nemen de volgende gemeenten deel: - Beesel; - Bergen; - Gennep; - Horst aan de Maas; - Peel en Maas; - Venlo; - Venray. Eigen – en vreemd vermogen: De saldi van eigen en vreemd vermogen bedragen:
Eigen vermogen Vreemd vermogen
Eigen vermogen Vreemd vermogen
31-12-2019
31-12-2020
Jaarrekening 2020
Jaarrekening 2020
0 1.324.519
0 1.288.109
31-12-2021
31-12-2022
Begroting 2022
Begroting 2022
0 PM
0 PM
Resultaat verbonden partij:
Resultaat 2022 Het verwachte resultaat over 2022 is € 0.
Gemeentelijk aandeel:
Peel en Maas is één van de 7 deelnemende gemeenten en heeft aandeel van 1/7e deel in het stemrecht. Als binnen de MGR de 2e module van start gaat zal ook de stemverhouding wijzigen. De gemeentelijke bijdrage van Peel en Maas voor 2022 bedraagt € 359.482 (exclusief BTW).
100