CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-057 07 TOELICHTING VBP Uitbreiding TrafficPort.pdf

Raad 12 oktober 2021, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Uitbreiding Traffic Port’ (2021-057)15.746 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Uitbreiding Traffic Port Gemeente Peel en Maas

Bestemmingsplan Uitbreiding Traffic Port Gemeente Peel en Maas

Status bestemmingsplan: ü concept-ontwerp bestemmingsplan (15-10-2020) ü ontwerp bestemmingsplan (besluit college van burgemeester en wethouders, 19-4-2021) ü vastgesteld bestemmingsplan (besluit door de gemeenteraad van Peel en Maas, 14-10-2021)

Opdrachtgever: TPOG BV Project: R2011-006-01 Dossier: 2020-002 Omvang rapport: 45 pagina’s Auteur: drs. L.E.J De Loo Datum: 15 juli 2021 Status: definitief Naam/Paragraaf: LDL

2

TOELICHTING

3

INHOUDSOPGAVE

INHOUDSOPGAVE ................................................................................................................................................ 4 1. DOEL EN AANLEIDING ................................................................................................................................... 6 2. BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE................................................................................................................. 9 2.1 Ligging en beschrijving plangebied ................................................................................................... 9 2.2 Vigerend planologisch regime .......................................................................................................... 9 3. BESCHRIJVING TOEKOMSTIGE SITUATIE ..................................................................................................... 12 3.1 Planbeschrijving .............................................................................................................................. 12 3.2 Afwijking vigerend bestemmingsplan ............................................................................................. 14 4. BELEIDSKADER ............................................................................................................................................

15 4.1 Rijksbeleid ....................................................................................................................................... 15 4.2 Provinciaal beleid ............................................................................................................................ 18 4.3 Gemeentelijk beleid ........................................................................................................................ 21 5. BELEMMERINGEN EN RANDVOORWAARDEN PLANREALISATIE................................................................. 23 5.1 Bodem ............................................................................................................................................. 23 5.2 Archeologie ..................................................................................................................................... 23 5.3 Water .............................................................................................................................................. 25 5.4 Natuur ............................................................................................................................................. 26 5.5 Milieuzonering ................................................................................................................................

27 5.6 Lichthinder ...................................................................................................................................... 28 5.7 Verkeer ........................................................................................................................................... 28 5.8 Geluid .............................................................................................................................................. 30 5.8 Luchtkwaliteit ................................................................................................................................. 30 5.9 Externe veiligheid ........................................................................................................................... 32 5.10 Luchtvaart ....................................................................................................................................... 36 5.11 Beknopte m.e.r. beoordeling ......................................................................................................... 38 6. UITVOERBAARHEID .................................................................................................................................... 42 6.1 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................................................

42 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................................. 42 7. JURIDISCHE PLANOPZET ............................................................................................................................. 44 7.1 Algemeen ........................................................................................................................................ 44 7.2 Opzet van de regels ........................................................................................................................ 44

4

Separate bijlagen: • Landschappelijke inpassing warehouse Seacon Logistics - Uitbreiding Traffic Port, Bureau Verbeek, Maastricht, 20 mei 2021 • Verkennend bodemonderzoek 'Klaver 8' (projectgebied 'Klavertje 4') Maasbree (deellocatie A / perceel S481), HMB, Maasbree, 10 juni 2020 • Verkennend (water)bodemonderzoek 'Klaver 8' (projectgebied 'Klavertje 4') Maasbree (deellocatie B), HMB, Maasbree, 10 juni 2020 • Archeologisch onderzoek uitbreiding Traffic Port 2021, Olivier van Noortweg (ong.) te Maasbree gemeente Peel en Maas, Econsultancy, Zwolle, 30 juni 2020 • Watertoets uitbreiding Traffic Port 2021 Olivier van Noortweg (ong.) te Maasbree, Econsultancy, Boxmeer, 18 mei 2020 • Advies Waterschap Limburg op rapportage Watertoets Uitbreiding Traffic Port 2021, Roermond, 28 mei 2021 • Onderzoek stikstofdepositie uitbreiding Traffic Port Maasbree, Kragten, Herten, 12 november 2020 • Quickscan ecologische waarden Traffic Port Maasbree, Ecolybrium, Weert 2 juli 2020 • Berekening verkeersgeneratie met 'Rekentool Verkeersgeneratie & Parkeren', CROW, Ede, 2 maart 2020 • Parkeerbehoefte warehouse Seacon Logistics op uitbreidingslocatie Traffic Port, Cityplanning Advies, Sittard, 3 augustus 2018 • Onderzoek luchtkwaliteit uitbreiding Traffic Port Maasbree, Kragten, Herten, 24 juli 2020 • Externe veiligheid weg uitbreiding Traffic Port Venlo, Kragten, Herten, 21 september 2020 •

Verantwoording groepsrisico uitbreiding Traffic Port , Kragten, Herten, 19 november 2020 • Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling t.b.v. bestemmingsplan Uitbreiding Traffic Port, Cityplanning Advies, Sittard, 22 september 2020 • Nota Zienswijzen, Gemeente Peel en Maas

5

1.

DOEL EN AANLEIDING

Doel Het bestemmingsplan ‘Uitbreiding Traffic Port' regelt de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Traffic Port in oostelijke richting langs de A67 in de gemeente Peel en Maas. De huidige agrarische bestemming wordt veranderd in een bedrijfsbestemming. Op figuur 1 is de ligging van het betreffende plangebied aangegeven. De oppervlakte van het plangebied bedraagt 6,5 hectare. Figuur 1: Ligging plangebied

Aanleiding Seacon Logistics, een internationale en multimodale expediteur van goederen, breidt haar bedrijfsactiviteiten uit. In dat kader heeft Seacon Logistics besloten om een deel van haar bedrijfsactiviteiten te verplaatsen naar de locatie Traffic Port in de gemeente Peel en Maas en onder te brengen in een nieuw te bouwen warehouse op de naastgelegen uitbreidingslocatie. Het betreft een zichtlocatie langs de A67. Op Traffic Port is niet genoeg ruimte beschikbaar en elders binnen Greenport Venlo zijn daarvoor geen passende kavels beschikbaar. Vandaar dat TPOG BV, ontwikkelaar van Traffic Port, de braakliggende agrarische percelen 1 tussen Traffic Port en het bedrijventerrein Trade Port West-Oost heeft aangekocht van DCGV , waarop het nieuwe warehouse wordt gebouwd. Dat gebeurt in het plangebied zoals aangegeven in figuur 1. Dit plangebied staat ook wel bekend als 'Klaver 8c'. Daarmee krijgt de lege plek in de lintbebouwing langs de A67 ook een bedrijfsmatige, logistieke, invulling. Het plangebied was in het verleden nog gereserveerd voor een nieuwe aansluiting van de Greenportlane op de A67 (zie ook figuur 2), maar een aantal jaar geleden is besloten om deze aansluiting niet te bouwen. Daarna heeft het plangebied deels gediend als oefengebied voor hulpdiensten en deels als bomenkwekerij.

De laatste jaren was er geen gebruiker meer en werd het braakliggend terrein onderhouden als zijnde grasland.

1

Development Company Greenport Venlo, het ontwikkelbedrijf voor Greenport Venlo/Klavertje 4-gebied

6

Het plangebied maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling Klavertje 4/Greenport Venlo. De ontwikkeling Greenport Venlo maakt onderdeel uit van de Nationale ruimtelijke hoofdstructuur en is van groot economisch belang voor de positie van de Nederlandse tuinbouw- en transport en logistiek sector op mondiaal en Europees niveau. Crisis- en herstelwet Sinds 31 maart 2010 is de Crisis- en herstelwet van kracht. De wet zorgt voor kortere procedures, waardoor bouwprojecten sneller kunnen worden uitgevoerd. Het gaat onder meer om de aanleg van wegen en bedrijventerreinen en de bouw van woningen en windmolenparken. In de wet is daartoe ook een aantal specifieke projecten benoemd, waaronder de integrale gebiedsontwikkeling van het 'Klavertje 4-gebied'. Het plangebied valt, evenals Traffic Port, binnen de gebiedsafbakening van 'Klavertje 4', zie figuur 2. Hiermee rust er ook een nationaal ruimtelijk belang op de ontwikkeling van het plangebied. Figuur 2: Structuurvisie Klavertje 4 -gebied (Peel en Maas, 2012)

Vormvrije m.e.r-beoordeling De voorgenomen activiteit is niet m.e.r.-plichtig, omdat die niet valt binnen kolom 1 van onderdeel C van de Bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Hoewel de activiteit valt binnen kolom 1 van onderdeel D van de Bijlage bij het besluit milieueffectrapportage (categorie D 11.3, "de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein") maar een kleiner oppervlak kent dan de drempelwaarde van 75 hectare zoals opgenomen in kolom 2 van categorie D 11.3, geldt in dit geval een m.e.r.-beoordelingsplicht.

7

Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is noodzakelijk, omdat op voorhand niet valt uit te sluiten dat met deze planontwikkeling belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden. Deze beoordeling dient te worden verricht aan de hand van selectiecriteria zoals opgenomen in bijlage III van de Europese Richtlijn m.e.r. 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten' (2014/52/EU). Annex aan dit bestemmingsplan is een aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld en in procedure gebracht. Deze is als separate bijlage toegevoegd bij dit bestemmingsplan. De samenvatting daarvan is opgenomen in de toelichting van dit bestemmingsplan.

8

2.

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE Dit hoofdstuk beschrijft de huidige situatie van plangebied. Aan de orde komen de ligging van het plangebied met de belangrijkste kenmerken en het vigerend planologisch regime.

2.1 Ligging en beschrijving plangebied De huidige situatie van het plangebied is weergegeven in figuur 3. Het is gelegen aan de Olivier van Noortweg in de kern Maasbree van de gemeente Peel en Maas. Het huidige grondgebruik is grasland. Er is geen bebouwing aanwezig. Figuur 3: Plangebied ligt ingesloten tussen diverse werklandschappen

Het plangebied ligt volledig ingesloten door diverse werklandschappen. Aan de oostzijde ligt het Venlose bedrijventerrein Trade Port West-Oost. Aan de westzijde ligt Traffic Port, aan de noordzijde Klaver 8 en het toekomstige Klaver 7 en ten zuiden van het plangebied bevinden zich de A67 en het glastuinbouwgebied Siberië. Het plangebied is goed bereikbaar via het hoofdwegennet. Enerzijds is het terrein ontsloten via het autosnelwegennet, zowel via de A67 als A73, en anderzijds via de daarop aantakkende provincale wegen N556 (Eindhovenseweg) en N295 (Greenportlane) alsmede via het wegennet van bedrijventerrein Trade Port West-Oost. 2.2 Vigerend planologisch regime Het plangebied is gelegen binnen de Beheersverordening Buitengebied Klavertje 4, zoals op 25 juni 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van Peel en Maas. De beheersverordening is bedoeld om voor weinig dynamische gebieden het bestaande gebruik en de bouwmogelijkheden vast te leggen. Het gebied Klavertje 4 voldoet aan dit vereiste. In 2013 werd aangegeven dat in de nabije toekomst geen ontwikkeling is voorzien, vandaar dat toen besloten is tot het opstellen van een beheersverordening. Tevens is aangegeven dat mocht in de loop tijd sprake zijn van nieuwe ontwikkelingen, dan dient alsdan een apart bestemmingsplan daarvoor te worden opgesteld. Dit onderhavige bestemmingsplan voorziet daarin.

9

Figuur 4 geeft voor het plangebied een uitsnede de vigerende verbeelding van de Beheersverordening Buitengebied Klavertje 4. De van toepassing zijnde bestemming is 'Agrarisch' en op een gedeelte van het plangebied rust de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'. Daarnaast zijn een aantal aanduidingsvlakken van toepassing: 'Bebouwingsconcentratie', 'Provinciale ontwikkelingszone'. 'Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' en 'Vrijwaringszone - weg 2'. Figuur 4: Uitsnede uit verbeelding van bestemmingsplan Buitengebied Klavertje 4 (Peel en Maas, 2013)

Bestemmingen Agrarisch In artikel 3 lid 1 is aangegeven dat de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden bestemd zijn voor: a. agrarisch bedrijfsmatig gebruik; b. agrarisch hobbymatig gebruik; c. extensief agrarisch gebruik; met daaraan ondergeschikt: d. extensief dagrecreatief medegebruik; e. paden- en ontsluitingsvoorzieningen; f. boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Lid 2 behandelt de bouwregels en stelt dat op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden niet mag worden gebouwd. Op deze gronden mogen ook geen bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden opgericht, met uitzondering van: a. bestaande paardrijbakken en daarbij behorende lichtmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 8 meter bedraagt; b. erf- en terreinafscheidingen met een open constructie, waarvan de bouwhoogte maximaal 1,50 meter bedraagt.

10

Waarde - Archeologie 5 Artikel 25 lid geeft de bestemmingsomschrijving: de voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de instandhouding en bescherming van de archeologische waarden en oudheidkundige waardevolle elementen, in het bijzonder voor gebieden met een middelhoge archeologische erwachtingswaarde. Artikel 25 lid 2 geeft de volgende bouwregels: Op of in de voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 40 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst of de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van minder dan 2500 m²; b. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte van maximaal 3 meter; c. gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. Lid 3 geeft aan dat onder voorwaarden het mogelijk om af te wijken van de bouwregels. In het gebied is tevens een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen voor wat betreft het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden. Lid 4 gaat daar nader op in.

Aanduidingen Bebouwingsconcentratie Volgens artikel 32 lid 2 sub 1 zijn de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Bebouwingsconcentratie' tevens bestemd voor concentratie van gebouwen. Provinciale ontwikkelingszone groen Artikel 32 lid 10 sub 1 geeft aan dat ter plaatse van de aanduiding 'provinciale ontwikkelingszone groen' de gronden tevens bestemd voor het behoud, herstel en/ of ontwikkeling van groen Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' Op basis van artikel 32 lid 12. sub 1 zijn de gronden ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone extensiveringsgebied' tevens bestemd als extensiveringsgebied. Volgens artikel 1 'Begrippen' wordt met extensiveringsgebied bedoeld: een gebied waarbinnen de woonbestemming of de natuurbestemming het primaat heeft en waarbinnen uitbreiding, hervestiging, nieuwvestiging en omschakeling niet mogelijk is. Vrijwaringszone - weg 2 Artikel 32 lid 16 behandelt de 'Vrijwaringszone - weg 2'. Sub 1 regelt de bouwregels: ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg 2' is het niet toegestaan om te bouwen binnen een zone van 100 meter aan beide zijden van die aanduiding. Sub 2 regelt het afwijken van de bouwregels.

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het bepaalde in artikel 32.16.1 voor het bouwen van bouwwerken binnen een zone tussen 50 en 100 meter aan beide zijden van de as van de weg, mits: a. voldaan wordt aan de Wet geluidhinder; b. voldaan wordt aan de wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid; c. er geen sprake is van afleidende verlichting en reclame voor de weggebruiker; d. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen van Rijkswaterstaat.

11

3.

BESCHRIJVING TOEKOMSTIGE SITUATIE

3.1 Planbeschrijving In het plangebied wordt een XXL-warehouse gebouwd. De ruimte rondom het warehouse wordt gebruikt voor de interne ontsluitingsstructuur, waterinfiltratie, brandblusvoorzieningen en groenvoorzieningen. Figuur 4 geeft een tweetal impressies van de toekomstige bebouwing in het plangebied. Bij de planontwikkeling wordt ook een gedeelte van het bestaande terrein van Traffic Port gebruikt. Via de Olivier van Noortweg, gelegen op Traffic Port, vindt namelijk de ontsluiting van het plangebied plaats. Ook een gedeelte van de laad- en losruimte bij de laaddocks bevindt zich op Traffic Port. Dit past binnen de vigerende bestemming 'Gemengd' van het bestemmingsplan Traffic Port (2011). Figuur 4: Impressies van het warehouse en de toekomstige inrichting van het plangebied

Zijaanzicht vanuit westelijke richting

Zijaanzicht vanuit oostelijke richting Warehouse Een warehouse is een volumineus bedrijfsgebouw waarin activiteiten worden verricht ten behoeve van de inname, opslag, bewerking en distributie van goederen met inbegrip van allerlei daarbij horende bedrijfsprocessen. In dit geval gaat het om een zogenoemd XXL-warehouse. XXL is de aanduiding voor een warehouse met een vloeroppervlak van ten minste 40.000 vierkante meter. Wil zo'n warehouse toekomstvast zijn, dan dient een dergelijk gebouw voor zoveel mogelijk activiteiten inzetbaar zijn. Het volumineuze bedrijfsgebouw wordt daarom gecompartimenteerd om de operaties van meerdere opdrachtgevers en gebruikers te kunnen faciliteren en bundelen. De maximale bebouwingshoogte bedraagt 15 meter. Het maximaal te bebouwen gedeelte van het plangebied 2 bedraagt 80%. Ten hoogste 52.000 m mag daarmee worden benut voor het warehouse, het parkeerdek, sprinklertank, technische ruimtes, stallingsvoorzieningen of andere bouwwerken. De overige delen van het perceel worden gebruik voor groen- en waterhuishoudkundige voorzieningen en de interne ontsluitingsstructuur. Voor het bouwplan geldt overigens geen welstandtoets (welstandsvrije zone).

12

Parkeren Parkeren gebeurt grotendeels op het parkeerdek aan de voorzijde van het gebouw. Dit dek bevindt zich op een hoogte van circa 6 meter. Vanuit het parkeerdek is de personeelsingang direct bereikbaar evenals de ondersteunende voorzieningen als receptie-, kantoor-, kantine- en bespreekruimtes. Het parkeerdek heeft een capaciteit van ruim 190 parkeerplaatsen. Op maaiveld is plek voor 45 parkeerplaatsen. De totale parkeercapaciteit voor personenauto's komt daarmee uit op ruim 235 parkeerplaatsen. Op maaiveldniveau bevindt zich ook de stallingsvoorziening voor (brom)fietsen en motoren. Waterinfiltratie Er wordt voorzien in twee waterbuffers, waar hemelwater afkomstig van het dakoppervlak en ander verhard oppervlak in wordt opgevangen, geïnfiltreerd en afgevoerd. Een van de buffers wordt aangelegd aan de noordzijde van het plangebied, de andere op Traffic Port in de groenzone langs de ontsluitingsweg en de A67. Beide buffers hebben een gedoseerde leegloopvoorziening op de Tradeportsloot. Deze buffers voldoen aan de vereisten van het Waterschap Limburg (zie paragraaf 5.3). Rondom de bebouwing wordt open bestrating toegepast in de vorm van gras-betontegels, waardoor hemelwater anderszins kan infiltreren in de bodem. Vuilwater wordt afgevoerd naar bestaande riolering langs de Olivier van Noortlaan op Traffic Port.

Brandblusvoorzieningen Bij het warehouse is een sprinklertank voorzien, waarin watervoorraad wordt opgeslagen voor de automatische brandblusinstallatie in het gebouw (sprinklerinstallatie). De maximale bouwhoogte van deze tank bedraagt 12 meter. De interne infrastructuur rondom het gebouw dient ook voor de bereikbaarheid van de brandweer, in geval van calamiteiten. Alle zijden van het gebouw zijn zonder obstakels bereikbaar. Landschappelijke inrichting 2 Er is een plan gemaakt voor de landschappelijke inpassing van het XXL-warehouse . Een van de belangrijkste kenmerken van het plan is dat gebouw zelf aan de voorgevel een groenblijvende aankleding krijgt (zie figuur 4). Zo wordt het parkeerdek voorzien van een groenblijvende plantenwand (greenwall). De greenwall wordt voorzien van een geïntegreerd irrigatiesysteem, dat permanent voor voldoende vocht en plantenvoeding zorgt. Daarnaast wordt aan de voorzijde, langs de Olivier van Noortweg, een winterharde beukenhaag aangebracht, die ervoor zorgt dat de laad- en losruimte voor de vrachtauto's wordt onttrokken aan het zicht vanuit de autosnelweg. De achtergevel van het gebouw is nagenoeg uit het zicht onttrokken, bezien vanuit het buitengebied, vanwege de aanwezige bebouwing en de 5 meter hoge grondwal in Klaver 8.

De inrichting van de buitenruimte rondom het warehouse is rustig en ingetogen gehouden en wordt vooral bepaald door grasvegetatie die vloeiend overgaat naar de oevervegetatie van de wateren aan drie zijden van het gebouw. Langs de oostelijke zijgevel van het warehouse wordt nog een hoog opgaande bomenrij aangebracht, die zorgt voor een verzachting van de uitstraling van de gevelwand van het gebouw. Het landschappelijk inpassingsplan is opgenomen als bijlage bij de regels van het bestemmingsplan. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat het ditplan dient te zijn gerealiseerd en onderhouden binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan. Duurzaamheid Het gebouw wordt zoveel mogelijk zelfvoorzienend in de energievoorziening. Op het plat dak van het warehouse worden zonnepanelen aangebracht, die zorgen voor een duurzame energiebron voor diverse installaties (binnenverlichting, verwarming, koeling, laden elektrische voertuigen). Warmtepompen zorgen voor de klimaatbeheersing en voor de geconditioneerde opslag van producten. Het gebouw wordt volledig gasloos uitgevoerd.

2

Landschappelijke inpassing warehouse Seacon Logistics - Uitbreiding Traffic Port, Bureau Verbeek, Maastricht, 20 mei 2021

13

Vliegfunnel Traffic Port De bouwhoogte van het warehouse wordt 15 meter. Om deze bouwhoogte binnen het gehele plangebied mogelijk te maken, dienen de luchthavenactiviteiten op Traffic Port te zijn beëindigd. In dit bestemmingsplan is daarom een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waarbij het oprichten van gebouwen pas mogelijk is nadat de Luchthavenregeling voor Traffic Port is komen te vervallen. 3.2 Afwijking vigerend bestemmingsplan De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied zoals hier beschreven past niet binnen de vigerende bestemming 'Agrarisch', zoals beschreven in paragraaf 2.2. Dit is de reden dat voor dit plangebied het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Klavertje 4' moet worden aangepast. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken dient een geheel nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld, met als nieuwe hoofdbestemming 'Bedrijventerrein'. Dit bestemmingsplan voorziet daarin.

14

4.

BELEIDSKADER In dit hoofdstuk vindt toetsing van het plan plaats aan het rijks-, provinciale en gemeentelijke beleidskader.

4.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Die visie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) uit 2012. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving voor Nederland in 2050. Aanleiding daarvoor is dat Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Het gaat dan om grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, die Nederland flink zullen doen veranderen. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De visie geeft een toekomstperspectief met ambities. Het schetst een ideaalbeeld van Nederland in 2050. De visie biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. In de toelichting zijn deze 'nationale belangen' in de fysieke leefomgeving beschreven. De geformuleerde nationale belangen zijn: 1. bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland en van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. beperken van klimaatverandering; 11. realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14.

waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. ontwikkelen van een duurzame visserij.

15

Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. De uitvoeringsagenda beschrijft vier prioriteiten waarop het Rijk wil sturen. Dit zijn: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; 2.

kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toetsing In lijn met de NOVI is een aantal nationale belangen lokaal vertaald naar de ontwikkeling van het plangebied: • bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; • realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; • waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; • waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; • waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. In het bestemmingsplan heeft een integrale en ruimtelijke afweging van belangen plaatsgevonden, zoals de NOVI beoogd met haar afwegingsprincipes. De herontwikkeling van het plangebied is daarmee in lijn met de uitgangspunten van het NOVI.

Conclusie De Nationale Omgevingsvisie levert derhalve geen belemmering op voor de planontwikkeling. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2012) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, ook wel het ‘Barro’ genoemd is, samen met de aanvulling op 1 oktober 2012, volledig in werking getreden. Het Barro heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. Het Barro is het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid waaraan bestemmingsplannen van gemeenten moeten voldoen. Met het in werking treden van het Barro heeft er ook een wijziging plaatsgevonden van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de Bro is opgenomen dat gemeenten en provincies verplicht zijn om in de toelichting van een ruimtelijk besluit de zogenaamde 'Ladder voor duurzame verstedelijking' op te nemen, wanneer een zodanig ruimtelijk besluit een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Artikel 3.1.6 Bro voorziet hierin. Op 1 juli 2017 is dit artikel, na veel onduidelijkheid in de praktijk, gewijzigd.

Sindsdien geldt volgens lid 2 de verplichting dat "de toelichting bij een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving moet bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.”

16

De daarbij horende definitie van 'stedelijke ontwikkeling' is: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Uit jurisprudentie is duidelijk geworden dat voor bedrijfsactiviteiten een ondergrens geldt 2 van 500 m . Het plangebied voorziet derhalve in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit betekent dat voor de planontwikkeling de 'Ladder van duurzame verstedelijking' dient te worden doorlopen. Toetsing De 'Ladder' kent 2 tredes die moeten worden doorlopen, wil sprake zijn van een zorgvuldige ruimtelijke ordening. Aangetoond moet worden of behoefte bestaat aan de betreffende ontwikkeling (trede 1) en of in deze behoefte kan worden voorzien in bestaand stedelijk gebied (trede 2). Met betrekking tot de eerste trede geldt dat er een concrete behoefte is van Seacon Logistics tot de bouw van een nieuw warehouse. Voor wat betreft trede 2 geldt dat deze behoefte niet binnenstedelijk kan worden ingevuld, enerzijds vanwege de benodigde ruimtebehoefte en het grote bouwvolume en anderzijds vanwege de geldende milieuzoneringen. Er zijn binnenstedelijk geen geschikte kavels voorhanden zijn. Dergelijke gebouwen en activiteiten horen ook thuis op een bedrijventerrein.

Speciaal daarvoor is het 'Klavertje 4gebied' aangewezen als concentratiegebied voor de ontwikkeling van onder andere dergelijke grootschalige logistieke bedrijfsvestigingen. De voorgenomen ontwikkeling vindt daarom plaats binnen het Klavertje 4gebied. Dit betekent dat de 'Ladder-toets' positief is doorlopen en dat sprake is van een zorgvuldige ruimtelijke ordening. Conclusie De Ladder van duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. Nationaal Waterplan 2016-2021 (2016) Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan en diverse partiële herzieningen hiervan. In dit nieuwe NWP komt een aantal onderwerpen uit het vorige NWP niet terug. Alleen de onderwerpen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) als rijksbelang zijn aangemerkt, staan in dit NWP. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich uitsluitend op de rijksbelangen, zoals de bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen.

Vanuit de verantwoordelijkheid voor het watersysteem verankert het Rijk een aantal principes, zoals: • afwenteling voorkomen: waterkwantiteits- en waterkwaliteitsproblemen mogen niet worden afgewenteld in de ruimte en de tijd. Het Rijk blijft vasthouden aan de trits "vasthouden-bergenafvoeren" en "schoonhouden-scheiden-schoonmaken"; • ruimte en water verbinden: bij de aanpak van wateropgaven en de uitvoering van maatregelen vindt vooraf afstemming plaats met de andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied. Ook houdt het Rijk vast aan het instrument van de watertoets. Het Rijk zorgt ervoor dat de watertoets behouden blijft als wettelijk procesinstrument in de nieuwe Omgevingswet, om klimaatbestendig en waterrobuust inrichten vroeg in het ruimtelijk proces mee te laten wegen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Toetsing Het plan wordt uitgevoerd conform het rijksbeleid. Het plan voorziet in afkoppeling van schoon hemelwater, dat wordt gebufferd en geïnfiltreerd. Vuil water wordt afgevoerd via de riolering. Het bestemmingsplan is voorgelegd aan het Waterschap Limburg en die heeft daarop positief geadviseerd (zie paragraaf 5.3). Conclusie De ontwikkeling van het plangebied is in lijn met het nationale waterbeleid.

17

4.2 Provinciaal beleid POL-aanvulling gebiedsontwikkeling Klavertje 4 (2009) Het plangebied maakt onderdeel uit van het 'Werklandschap' (P10) van het Klavertje 4-gebied, zoals opgenomen in de POL-aanvulling gebiedsontwikkeling Klavertje 4 (zie figuur 5). Er ligt bovendien een reserveringsstrook op voor de aansluiting van de Greenportlane op de A67. Figuur 5: Kaart uit POL-aanvulling gebiedsontwikkeling Klavertje 4 (2009)

POL2014/Omgevingsverordening 2014 Op 12 december 2014 zijn door Provinciale Staten van Limburg het POL2014 en de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Greenport Venlo/Klavertje 4-Gebied is door de provincie als één van de belangrijke uitdagingen en opgaven aangewezen, waarvoor de basis is gelegd in de POL-aanvulling Gebiedsontwikkeling Klavertje 4 (2009). In de POL 2014 en de omgevingsverordening 2014 is de doelstelling voor het Klavertje 4gebied ongewijzigd gebleven: een onderscheidend Werklandschap en Kennislandschap. Aan de in de verordening opgenomen zoneringen voor o.a. bedrijventerrein zijn geen directe rechtsgevolgen gekoppeld. Van belang is dat de ontwikkeling de Ladder voor duurzame verstedelijking doorloopt.

18

Ambities Noord-Limburg Noord-Limburg heeft grote ambities. De regio maakt optimaal gebruik van zijn strategische ligging als logistiek knooppunt tussen de mainports in Nederland en Vlaanderen, en het Duitse achterland. De agrofoodsector in deze regio kan zich meten met de wereldtop en heeft een blijvend leidende rol op het gebied van agroproductie, agribusiness en agrologistiek. Daarbij wordt optimaal geprofiteerd van de aanwijzing als Greenport, en de daaruit voortvloeiende campusachtige ontwikkeling. Mede vanwege haar gunstige ligging ten opzichte van Brainport kent de regio een sterke en duurzame economische structuur en neemt het een internationale toppositie in waar het gaat om duurzaamheid en maakindustrie. Klavertje 4 als centrum van de Greenport De sterk aanwezige agribusiness sector in deze regio heeft geleid tot aanwijzing van het gebied als Greenport. Alhoewel de diverse landbouwfuncties in een brede strook binnen het gebied voorkomen, is er een concentratie van deze functies binnen het Klavertje 4-gebied. Het Klavertje 4-gebied is gelegen op het grondgebied van de gemeenten Venlo, Peel en Maas, en Horst aan de Maas. Het gebied is in eerste instantie planologisch vormgegeven via de POL-aanvulling Gebiedsontwikkeling Klavertje 4 (2009).

Deze POLaanvulling is gebaseerd op een masterplan/businessplan voor het Klavertje 4-gebied dat ook ten grondslag heeft gelegen aan de oprichting van een ontwikkelingsmaatschappij voor het gebied. In 2012 is door de betreffende gemeenten een structuurvisie voor het Klavertje 4-gebied vastgesteld. Dynamisch voorraadbeheer bedrijventerreinen Limburg beschikt in beginsel over voldoende bedrijventerreinen. Groei is nog mogelijk voor de logistieke sector en wellicht ook in de biobased economy, chemie en automotive. De kwalitatieve opgave is des te belangrijker. De centrale opgave is dan ook: een groei in kwaliteit zonder dat de kwantiteit toeneemt, daarbij meer schaarste creërend, met ruimte voor maatwerk. Kortom: het nieuwe groeien. De sleutel daartoe ligt in dynamisch voorraadbeheer. Er zullen per regio visies worden gemaakt waarin gezamenlijke ambities, principes en werkwijzen zijn uitgewerkt. Voor sommige thema's gaat het ook om gezamenlijke programmering. Die vormen de basis voor bestuursovereenkomsten tussen regiogemeenten en provincie. De provincie borgt de uitvoering van die afspraken met voorzorgbepalingen in de Omgevingsverordening. De visies richten zich op het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande voorraad, de mogelijke aanpak van overmatige leegstand en het schrappen van plannen die niet goed passen bij de beoogde kwaliteit.

Er is onder voorwaarden ruimte voor het toevoegen van goede nieuwe voorraad, maar dan wel in combinatie met het schrappen van bestaande voorraad. Dit moet in de visies vorm en inhoud krijgen. Bij het POL2014 hoort ook een groot aantal kaarten. In Figuur 6 is de zoneringskaart opgenomen, waarop ook het plangebied staat aangegeven. Het POL2014 geeft over het gebruikte kaartmateriaal het volgende aan. "De ene kaart is echter de andere niet. Ze hebben een verschillende betekenis en functie". In bijlage 3 bij het POL2014 wordt nadrukkelijk aangegeven dat de kaarten met betrekking tot de "begrenzing van het bestaand bebouwd gebied of thema’s als wonen, bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel" een "foto" zijn "van de situatie op een bepaald moment". De aangegeven zonering voor 'Bedrijventerrein' is "de weergave van de bestaande en direct uitgeefbare bedrijventerreinen. Dit is een momentopname ontleend aan het REBISsysteem (31-12-2013). De weergave is indicatief bedoeld. Solitaire bedrijven zijn niet op kaart weergegeven.". Toetsing Greenport Venlo/Klavertje 4-Gebied is door de provincie als één van de belangrijke uitdagingen en opgaven aangewezen, waarvoor de basis is gelegd in de POL-aanvulling Gebiedsontwikkeling Klavertje 4 (2009).

In de POL 2014 en de omgevingsverordening 2014 is de doelstelling voor het Klavertje 4-gebied ongewijzigd gebleven: een onderscheidend Werklandschap en Kennislandschap. Aan de in de Omgevingsverordening opgenomen zoneringen voor o.a. bedrijventerreinen zijn geen directe rechtsgevolgen gekoppeld. Van belang is dat de ontwikkeling de Ladder voor duurzame verstedelijking doorloopt. Die toets is voor het plangebied positief doorlopen, zie paragraaf 4.1.

19

Figuur 6: De Zoneringskaart Omgevingsvisie POL2014 geeft alleen stand van zaken aan op 31-12-2013

TrafficPort

Plangebied Conclusie Het POL2014/Omgevingsverordening 2014 vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. De ontwikkeling past binnen het beleid van de het Klavertje 4-gebied (POL-aanvulling). Visie bedrijventerreinen Noord Limburg, POL uitwerking werklocaties (2017) In het POL2014 is aangekondigd dat per regio visies worden gemaakt waarin gezamenlijke ambities, principes en werkwijzen zijn uitgewerkt. Voor werklocaties is zo'n visie opgesteld in 2017 en daarover is een regionaal bestuursakkoord gesloten. De provincie en alle betrokken gemeenten in Noord Limburg hebben namelijk in 2017 de 'Visie bedrijventerreinen Noord Limburg' vastgesteld. Het resultaat daarvan is een intergemeentelijk bedrijventerreinbeleid, met dynamisch voorraadbeheer als belangrijk onderdeel van deze visie. Dynamiek in de voorraad werklocaties is van belang om in te kunnen spelen op nieuwe wensen vanuit de markt. De visie legt daarom een relatie tussen bestaande voorraad (leegstaand en in gebruik) en nieuw te ontwikkelen voorraad. Essentie is dat in regionaal verband door gemeenten niet-vrijblijvende afspraken zijn gemaakt over noodzakelijke interventies. Centraal in het dynamisch voorraadbeheer staan drie type interventies: 1. herstructurering: werken aan de kwaliteit van de bestaande bedrijventerreinvoorraad (en aanpak leegstand).

Koppelingen van herstructurering van bestaande terreinen met de uitrol van nieuwe terreinen; 2. sturing op kwaliteit en kwantiteit: schrappen en transformeren van (harde) plannen die niet de beoogde toevoeging van kwaliteit opleveren; 3. nieuwe ontwikkeling: onder voorwaarden ruimte bieden voor het toevoegen van goede nieuwe voorraad, maar dan wel in combinatie met het schrappen van bestaande voorraad. Het afschrijven van bestaande terreinen of plannen is in Noord Limburg niet aan de orde. Wel wordt een ‘plafond’ ingesteld waarmee de huidige voorraad (bestaand en plannen) voldoende zou moeten zijn voor de komende 15 jaar. Nieuwe toevoegingen kunnen niet plaats vinden zonder saldering en er zal een fasering gemaakt moeten worden voor de planvoorraad. De regio Noord-Limburg stelt ook dat er onderdelen in de bedrijventerreinvoorraad zijn die niet hoeven te worden meegenomen in het dynamisch voorraad beheer.

20

Zo geldt bijvoorbeeld dat voor het Klavertje 4-gebied door de provincie is vastgelegd dat deze geplande ontwikkeling zonder dynamisch voorraad beheer kan plaatsvinden. De totale hoeveelheid bedrijventerreinareaal zou moeten blijven liggen op de geplande omvang, maar vanwege bijvoorbeeld lastige verwerving van gronden op één plek binnen het Klavertje 4 gebied zou een uitruil kunnen plaats vinden met een andere locatie binnen het Klavertje 4-gebied. Toetsing Het plangebied is gelegen binnen het gebied Klavertje 4. Voor de planontwikkeling is het in het kader van het dynamisch voorraadbeheer derhalve toegestaan om binnen dit Klaver-gebied met de afgesproken vierkante meters bedrijfsterreinareaal te schuiven. Dit is noodzakelijk nu de ontwikkeling van het plangebied een gebied betreft dat in eerste aanleg niet als bedrijfslocatie was aangewezen. DCGV als ontwikkelaar en gebiedsregisseur van de bedrijventerreinen in Klavertje 4 heeft aangetoond dat nog ontwikkelruimte was binnen het vastgestelde areaal omdat een aantal andere beoogde ontwikkeling anders zijn verlopen dan gepland en/of geen doorgang hebben gevonden. Daarmee is de omzetting van 6,5 hectare agrarisch naar bedrijventerrein intern verevend zonder dat dit consequenties voor het totale aantal vierkante meters te ontwikkelen bedrijfsterreinareaal in de regio.

Conclusie De visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg en het daarin opgenomen beginsel van dynamisch voorraadbeheer vormen geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. 4.3 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Klavertje 4 (2012) De gemeenteraad van Peel en Maas heeft op 26 juni 2012 de Structuurvisie Klavertje 4 vastgesteld. In het Klavertje 4-gebied wordt actief ruimte ontwikkeld voor bedrijvigheid. De komende dertig jaar word ingezet op grootschalige gebiedsontwikkeling, waarin economische ontwikkelingen hand in hand gaan met investeringen in landschap en natuur. In het gebied worden, n de vorm van klavers, werklandschappen (bedrijventerreinen/glastuinbouw), vastgoed, gebiedsbrede voorzieningen en een hoogwaardig landschap gerealiseerd. De bestaande en toe te voegen bedrijvigheid focust zich op agribusiness, glastuinbouw, (agro)logistiek en hieraan gerelateerde bedrijvigheid en onderzoeks- en onderwijsinstellingen. Bij deze structuurvisie behoort de plankaart zoals weergeven in onderstaande figuur. Figuur 7: Kaart Structuurvisie Klavertje 4 (2012)

Plangebied

21

Toetsing Het plangebied maakt onderdeel uit van het Klavertje 4-gebied. Voor het plangebied geldt dat het deels onderdeel uitmaakt van de werklandschappen (de klavers) en tevens hier een ruimtereservering op rust van het voorkeurstracé van de Greenportlane met een directe aansluiting op de A67 (na 2022). De visie stamt uit 2012. Op onderdelen is de visie achterhaald door de feiten. Zo is voor Klaver 8 in 2015 een bestemmingsplan vastgesteld door de gemeente Horst aan de Maas en heeft de provincie besloten dat de Greenportlane niet zal worden doorgetrokken tot aan de A67, waardoor de vrijgekomen ruimte kan worden benut voor bedrijfsvestigingen. Conclusie De Structuurvisie Klavertje 4 vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. Structuurvisie Kernen en Bedrijventerreinen (2015) Op 31 maart 2015 heeft de gemeenteraad van Peel en Maas de Structuurvisie Kernen en Bedrijventerreinen vastgesteld. In de visie wordt aangegeven dat het Klavertje 4-gebied (met Business Park Siberië en Traffic Port Venlo) buiten deze structuurvisie valt, omdat hiervoor een aparte intergemeentelijke structuurvisie is opgesteld. Toetsing De Structuurvisie Kernen en Bedrijventerreinen geeft geen specifiek beleid aan voor de ontwikkeling van het plangebied, maar verwijst naar de in 2012 door de gemeenteraad vastgestelde Structuurvisie Klavertje 4.

Conclusie De Structuurvisie Kernen en Bedrijventerreinen vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. Nota Parkeernormen Peel en Maas 2018 De gemeenteraad van Peel en Maas heeft op 19 juni 2018 het 'Parapluplan Parkeernota Peel en Maas' vastgesteld met verwijzing naar de 'Nota Parkeernormen Peel en Maas 2018'. Het doel van de nota is het vaststellen van gemeentelijke parkeernormen voor het bepalen van de parkeerbehoefte van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen in de gemeente Peel en Maas om daarmee de bereikbaarheid en leefbaarheid in de gemeente Peel en Maas te waarborgen. Het Parapluplan legt vervolgens de locaties vast waarop deze parkeernota van toepassing is. Toetsing Voor Traffic Port noch voor de uitbreidingslocatie is dit Parapluplan van toepassing verklaard. De gemeentelijke parkeernormen zijn daarmee niet van toepassing op het plangebied en op de voorgenomen ontwikkeling. Er bestaat daarmee beleidsvrijheid om op een andere wijze te voorzien in voldoende parkeercapaciteit. In paragraaf 5.7 wordt daar verder op ingegaan. Conclusie Het Parapluplan Parkeernota Peel en Maas met bijbehorende Nota Parkeernormen Peel en Maas 2018 vormen geen belemmering voor de planontwikkeling.

22

5.

BELEMMERINGEN EN RANDVOORWAARDEN PLANREALISATIE In dit hoofdstuk is de toetsing van het plan op diverse (milieu)aspecten aangegeven en de inpasbaarheid in zijn omgeving. Daartoe is onderzoek verricht. Op grond daarvan is beoordeeld of er sprake is van mogelijke belemmeringen of randvoorwaarden voor de uitvoering van het plan. De conclusies daarvan staan hieronder samengevat. De bijbehorende onderzoeksrapporten zijn toegevoegd als separate bijlagen bij dit bestemmingsplan.

5.1 Bodem Voor de percelen in het plangebied is in een verkennend milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd 3,4 (conform NVN 5725 en NEN 5740) . Het onderzoek stelt de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en het grondwater vast in relatie tot de toekomstige functie van het gebied. Toetsing Het verkennend bodemonderzoek is in twee delen uitgevoerd, enerzijds op perceel S491 (deellocatie A genoemd, meest westelijk gedeelte van het plangebied) en op de overige percelen (deellocatie B genoemd, de oostelijk gelegen percelen). Voor deellocatie A geldt dat de vooraf gestelde hypothese als 'verdachte locatie' geen stand houdt. In de boven- en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten van de onderzochte parameters aangetoond. Er zijn eveneens geen verhoogde gehalten PFAS aangetoond boven de landbouw-/natuurnorm. Getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit wordt de grond beoordeeld als klasse ‘Altijd toepasbaar’. In deelgebied A is het grondwater licht verontreinigd met zware metalen. Het aantreffen van verhoogde gehalten metalen is een bekend verschijnsel in de provincie Limburg. Derhalve kan gesteld worden dat de verontreiniging in het grondwater verhoogde achtergrondgehalten betreft. De onderzoeksresultaten voor deellocatie A geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek .

Het onderzoek heeft voor deellocatie B uitgewezen dat de vooraf gestelde hypothese als 'onverdachte locatie' geen stand houdt. Plaatselijk zijn in de grond licht verhoogde gehalten met PCB aangetroffen. Voor het overige zijn in de boven- en ondergrond geen verhoogde gehalten aangetoond. In de grond zijn geen verhoogde gehalten PFAS aangetoond boven de landbouw-/natuurnorm. Getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit wordt alle grond beoordeeld als klasse ‘Altijd toepasbaar’. Het grondwater in deellocatie B is licht tot sterk verontreinigd met zware metalen. Ook hiervoor geldt dat het aantreffen van verhoogde gehalten metalen een bekend verschijnsel is in de provincie Limburg en dat het in het grondwater verhoogde achtergrondgehalten betreft. Conclusie De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling tot bedrijventerrein. Vanuit bodemkwaliteit is er sprake van een goede ruimtelijke ordening. 5.2 Archeologie Er is voor het plangebied een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) uitgevoerd, met als doel eventueel 5 aanwezige archeologische waarden in kaart te brengen . Het gebied kent grotendeels een lage archeologische verwachtingswaarde. Alleen in de uiterste zuid-westhoek van het plangebied is sprake van 2 deelgebied, circa 2.800m groot, waar een middelhoge verwachtingswaarde geldt (zie figuur 8). 3

Verkennend bodemonderzoek 'Klaver 8' (projectgebied 'Klavertje 4') Maasbree (deellocatie A / perceel S481), HMB, Maasbree, 10 juni 2020 4 Verkennend (water)bodemonderzoek 'Klaver 8' (projectgebied 'Klavertje 4') Maasbree (deellocatie B ), HMB, Maasbree, 10 juni 2020 5 Archeologisch onderzoek uitbreiding Traffic Port 2021, Olivier van Noortweg (ong.) te Maasbree gemeente Peel en Maas, Econsultancy, Zwolle, 30 juni 2020

23

Figuur 8: Archeologische verwachtingswaarde plangebied (bron: beleidskaart gemeente Peel en Maas, 2012)

Plangebied

Middelhoge archeologische verwachtingswaarde

In het 'Beleidsplan Archeologie Peel en Maas' (2012) heeft de gemeente aangegeven dat ze bij de vaststelling van bestemmingsplannen verplicht is om de aanwezige of te verwachten archeologische waarden conform de verwachtingen- en beleidskaart mee te nemen. In planregels wordt daarom voor gebieden met een archeologische (verwachtings)waarde vastgelegd of en wanneer archeologisch onderzoek wordt verplicht gesteld. De verstoorder wordt verplicht om voorafgaand aan de verstoring van de bodem onderzoek te doen naar de aanwezigheid van archeologische resten. Dit geldt niet voor gebieden met een lage verwachtingswaarde, daar geldt geen onderzoeksplicht. Bij terreinen met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde wordt onderzoek verplicht gesteld indien sprake is van een bodemverstoring die groter 2 is dan 2.500 m en dieper reikt dan 40 centimeter onder maaiveld. De zone met een middelhoge verwachtingswaarde is ingevolge dit beleid doorvertaald in de Beheersverordening Buitengebied Klavertje 4 (2013), zie figuur 4. Om die reden is dit gedeelte van het plangebied onderzocht op voorkomende archeologische waarden. Toetsing Tijdens het booronderzoek is vastgesteld dat de bodem omgewerkt is tot in de C-horizont (50 à 70 cm -mv). In een van de gezette boringen is deze horizont afgedekt door een laagje lichtgrijsbruin zand dat mogelijk een pakket stuifzand betreft.

In veel boringen is een 10 à 30 cm dikke, lichtgrijs/donkergrijs gevlekte laag aangetroffen die een verstoord restant van de C-horizont betreft. Theoretisch zouden onder het stuifzandniveau archeologische resten van voor de Middeleeuwen kunnen voorkomen. Indien dit inderdaad een stuifzandlaagje betreft, zou in dit geval echter het gehele onderliggende podzolprofiel reeds uitgestorven zijn. Bovendien is het mogelijke stuifzandlaagje slechts in één boring aangetroffen. Op basis van deze gegevens wordt de kans klein geacht dat ter plaatse nog behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Op basis van het onderzoek wordt derhalve geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. Op grond hiervan wordt geadviseerd om het plangebied vrij te geven. Het bevoegd gezag van de gemeente Peel en Maas heeft dit advies overgenomen en heeft het terrein archeologisch vrijgegeven. Conclusie Het aspect archeologie vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het plan. Vanuit archeologie is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

24

5.3 Water Er is een infiltratieonderzoek en watertoets uitgevoerd, waarin is bepaald op welke wijze duurzaam met de 6 waterbelangen wordt omgegaan . Toetsing Er is veldonderzoek verricht naar de feitelijke geohydrologische situatie van het plangebied. Op basis van de resultaten uit het waterdoorlatendheidsonderzoek is vast komen te staan dat de bodem geschikt is voor de infiltratie van hemelwater. De doorlatendheid van de bodem wordt geclassificeerd als goed doorlatend. Bij het bepalen van de hemelwaterinfiltratievoorziening is onder andere rekening gehouden met de gemiddelde hoogste grondwaterstand (26,15 m + NAP), de hoogte van het omliggend maaiveld, (27,40 m + 2 NAP), de totale hoeveelheid aan verhard oppervlak (57.920 m ), de doorlatendheid van de infiltratievoorziening, een aan te houden waking in de buffer van 25 centimeter, infiltratie gedurende 24 uur en een leegloopvoorziening van 2/l/s/ha op de Tradeportsloot. Er is ervoor gekozen om twee infiltratiebuffers te maken, zie figuur 9. Een buffer wordt aangelegd in het noordelijk deel van het plangebied, de andere komt in de groenstrook tussen de ontsluitingsweg en A67 op Traffic Port. De vigerende bestemming maakt dit planologisch mogelijk. De noordelijke buffer dient een 3 3 dynamische bergingscapaciteit te hebben van 1.397 m , de zuidelijke 1.895 m .

Beide infiltratiebuffers wateren gedoseerd af naar de oostelijk gelegen wateren Tradeportsloot. Figuur 9: Situering regenwaterbuffers en de Tradeportsloot

Op deze wijze wordt het plangebied hydrologisch neutraal ingericht volgens het principe ‘vasthoudenbergen-afvoeren’. Vuilwater wordt afgevoerd naar de bestaande riolering langs de Olivier van Noortweg op Traffic Port. In het kader van de watertoets heeft over deze waterhuishoudkundige voorzieningen overleg plaatsgevonden 7 met het Waterschap Limburg, die met de gekozen oplossing heeft ingestemd . Conclusie De wateropgave vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. Vanuit de waterbelangen is sprake van een goede ruimtelijk ordening. 6

7

Watertoets uitbreiding Traffic Port 2021 Olivier van Noortweg (ong.) te Maasbree, Econsultancy, Boxmeer, 18 mei 2021 Advies Waterschap Limburg op rapportage Watertoets Uitbreiding Traffic Port 2021, Roermond, 28 mei 2021

25

5.4 Natuur Vanuit natuurbelangen is de planontwikkeling getoetst aan de bescherming van vastgestelde natuurgebieden en aan de bescherming van flora- en faunasoorten. Toetsing Gebiedsbescherming Het plangebied ligt ingesloten tussen bestaande bedrijventerreinen en een autosnelweg. Het plangebied maakt geen deel uit van (inter)nationaal beschermde natuurgebieden (Natura2000, NNN). In de directe omgeving komen deze gebieden ook niet voor. De dichtstbijzijnde Natura2000-gebieden zijn 'Maasduinen' en 'Deurnse Peel en Mariapeel' die beide op zo'n 9 kilometer afstand liggen van het plangebied. De dichtstbijzijnde 'goudgroene natuurzone' (voorheen EHS) ligt westwaarts op 1,2 kilometer afstand. Door de planontwikkeling treedt geen areaalverlies op van deze beschermde natuurgebieden. Stikstofdepositie Onderzocht is of er sprake is van een negatief effect op de Natura2000-gebieden, vanwege de stikstofdepositie die enerzijds wordt veroorzaakt door het tijdelijke effect vanwege de realisatie van het plan ('bouwfase') en anderzijds het permanente effect door het bedrijfsmatig gebruik van het plangebied 8 ('gebruiksfase') . Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie in beide situaties niet meer dan 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt. Het onderhavige plan zal geen relevante significante cumulatieve effecten veroorzaken ter plaatse van nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten, waardoor het uitvoeren van een passende beoordeling niet aan de orde is en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de realisatie van het plan. Samenvattend geldt dat er geen negatieve effecten op beschermde natuurgebieden optreden. Er is geen vergunning benodigd vanuit Wet natuurbescherming voor gebiedsbescherming. Soortenbescherming Een verkennend natuurwaardenonderzoek heeft plaatsgevonden naar voorkomende flora- en faunasoorten 9 in het plangebied en de mogelijke effecten van het plan op de soortenbescherming . Dit is gebeurd in de vorm van een quickscan, bestaande uit een bureauonderzoek en een veldonderzoek. Uit de quickscan komt naar voren dat in het plangebied geen beschermde plantensoorten voorkomen, noch amfibieën, reptielen, vissen, libellen, dagvlinders, overige ongewervelden en streng beschermde grondgeboden zoogdieren. Er treden door de planontwikkeling voor deze soorten dan ook geen enkel effect op. Dat geldt ook voor vleermuizen. Het plangebied vormt een marginaal jacht- en foerageergebied voor vleermuizen. De aantallen die hiervan gebruik maken, zullen beperkt zijn omdat het (omliggende) gebied nauwelijks voorzien is van bomen en/of struiken.

De aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en primaire vliegroutes zijn ter plaatse geheel uitgesloten. Met de planontwikkeling worden voor deze soort geen verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden. Voor broedvogels geldt dat ze wel voorkomen in het plangebied, maar dat geen jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn. Geadviseerd wordt om buiten het broedseizoen te starten met de planontwikkeling, zodat negatieve effecten op broedvogels worden voorkomen. Vanuit de soortenbescherming geldt dat geen nader onderzoek nodig is, omdat knelpunten op de aanwezige soorten en soortgroepen niet te verwachten zijn. Er vinden geen overtredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming. Een ontheffingsaanvraag vanuit de Wet natuurbescherming is dan ook niet aan de orde. Wel geldt een algemene zorgplicht voor algemeen voorkomende soorten die te allen tijde in acht moet worden genomen bij de planrealisatie. Conclusie Natuurwaarden vormen geen belemmeringen voor de bestemmingswijziging. Vanuit natuurbelangen is sprake van een goede ruimtelijke ordening. 8 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=a16c7f0a-ac16-4fba-ae07-be5b0de6cff8