CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-044 07 Bijlage 4 Archeologisch onderzoek.pdf

Raad 6 juli 2021, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Paardenhouderij Op den Bosch 5a te Baarlo” (2021-044)17.257 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Pagina 14 van 20

Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als bos, boomgaard, akker, weiland en is gedeeltelijk bebouwd. Verder geldt voor het zuidoostelijk deel van het plangebied dat op basis van de AHN de conclusie kan worden getrokken dat dit deel is afgegraven. Door ploegen, plant- en rooiwerkzaamheden, afgravingen en bouwactiviteiten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan. 2.9

Conclusie bureauonderzoek

Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Gezien de ligging van het plangebied op een dalvlakteterras redelijk ver verwijderd (circa 180 meter) van een gradiëntsituatie heeft het plangebied een lage verwachting voor het voorkomen van archeologische resten uit de perioden Paleolithicum en Mesolithicum. De landschappelijke ligging maken het plangebied een geschikte locatie voor agrarische activiteiten en de verwachting voor het voorkomen van archeologische resten uit de perioden Neolithicum tot en met Vroege-Middeleeuwen is daarom hoog. Op basis van het historisch kaartmateriaal krijgt het plangebied een middelhoge verwachting voor het voorkomen van archeologische resten uit de perioden Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Het plangebied is geschikt geweest voor bewoning, maar het lijkt erop dat bewoning in deze perioden meer op de huidige weg Op den Bosch is georiënteerd. Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek, verkennend.

Gezien de omvang van het plangebied en de aanwezigheid van een hoge zwarte enkeerdgrond in een deel van het plangebied is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een verkennend booronderzoek. Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet met als doel om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel. Tevens dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Door middel van het verkennend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn.

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK

3.1

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied. Tevens dient te worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. 3.2

Methoden

Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek, onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 29 oktober 2020 door drs. A.H. Schutte (Senior KNA Prospector) een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld. Het gehele plangebied was vrij toegankelijk.

Rapport 13901.001 versie 2

Pagina 15 van 20

De boringen zijn verspreid binnen het plangebied gezet. Bij het zetten van de boringen is rekening gehouden met de aanwezige verhardingen, gebouwen, kabels en leidingen. In totaal zijn er met behulp van een edelmanboor (diameter 7 cm) zes boringen tot maximaal 1,3 meter -mv gezet en twee profielputjes tot 70 centimeter onder maaiveld gegraven (Figuur 10). De boringen en de wanden van de profielputjes zijn lithologisch conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode beschreven.38 De boringen en profielputjes zijn met meetlinten ingemeten (x- en y-waarden) en de maaiveldhoogte is afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, geen of slechts deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Het opgeboorde materiaal is in het veld door middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrand leem en bot. 3.3

Resultaten

Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorprofielen en worden in bijlage 7 weergegeven. Op basis van deze boorprofielen kunnen de hoofdlijnen van de opbouw van de bodemde bodemopbouw als volgt worden weergegeven. In het noordwestelijk deel van het plangebied zijn twee boringen aan weerszijden van de reeds bestaande wadi geplaats (boringen 1 en 2) en aan de zuidzijde is een profielputje gegraven (7) (Figuur 10). Uit de boringen en het profielputje bleek dat onder het maaiveld een verstoorde laag ligt van 35 tot 50 centimeter dik (een bouwvoor ontbreekt). Bij de boringen zat onder de verstoorde laag gelijk dekzand, er was geen sprake van duinzand, bij het profielputje zat onder de geroerde laag gelijk Maasafzettingen. Bij boring 1 lagen de Maasafzettingen zo’n 40 centimeter dieper. In het zuidoostelijk deel van het plangebied zijn vier boringen (3-6) gezet en is één profielputje gegraven (8). In dit deel van het plangebied is géén hoge bruine enkeerdgrond aangetroffen. Alleen in boringen 3 en 5 is een Ap-horizont aangetroffen, 35 centimeter dik, in de rest van de boringen en in het profielputje ontbreekt een humeuze bouwvoor. Bij boringen 3 en 6 zijn diepgaande bodemverstoringen vastgesteld (tot 95-100 centimeter onder maaiveld), en hieronder ligt gelijk het Maasterras.

Bij boring 4 en profielputje 8 is de eerste 50 centimeter verstoord en ligt hieronder gelijk de Cg-horizont (Maasterras). Boring 5 heeft onder de Ap-horizont een 25 centimeter dikke grijs gevlekte laag die waarschijnlijk is opgebracht (direct ten noorden ligt een Wadi (figuur 11). Hieronder ligt het Maasterras. Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen. Het gaat hier echter om een verkennend bodemonderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen.

38

Bosch, 2005.

Rapport 13901.001 versie 2

Pagina 16 van 20

3.4

Conclusie veldonderzoek

Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Uit de boorgegevens blijkt dat in het plangebied de bodemverstoringen reiken tot in de dekzandafzetting/Maasafzettingen; er is nergens bodemvorming waargenomen. De diepte van de verstoringen varieert in het plangebied en het is niet uit te sluiten dat in de minder verstoorde delen nog archeologische waarden aanwezig zijn, bij boringen 1, 2, 4 & 5 en profielputjes 7 en 8. Voor het noordwestelijk deel van het plangebied geldt echter dat tussen boringen 1 en 2 en profielputje 7 al een grote wadi ligt waardoor de eventueel aanwezige archeologische waarden niet behoudenswaardig zullen zijn door de grote verstoring er tussen in (verband zal ontbreken). In het zuidoostelijk deel van het plangebied geldt dat ook voor boring 5, waar direct ten noorden een grote wadi ligt. Verder geldt voor het zuidoostelijk deel van het plangebied dat op basis van de AHN de conclusie kan worden getrokken dat dit deel is afgegraven, het ontbreken van sporen van bodemvorming in de boringen zou dit onderschrijven. Bij profielputje 8 en boring 4 zijn principe in de top van de Maasafzettingen archeologische sporen te verwachten maar de vraag is hoeveel er is afgegraven.

Uitgaande van de AHN mogelijk 0,5 tot 1 meter.

4

CONCLUSIE EN ADVIES

Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. In het bijzonder verhoogt de aanwezigheid van een laag gelegen dalvlakterras de kans daarop. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. De aangetroffen bodemopbouw komt in het gehele plangebied niet overeen met de verwachting. Onder verstoorde lagen bevinden zich of wel dekzandafzetting danwel Maasafzettingen. De diepte van de verstoringen varieert in het plangebied en het is niet uit te sluiten dat in de minder verstoorde delen nog archeologische waarden aanwezig zijn. Voor het noordwestelijk deel van het plangebied geldt echter dat tussen de boringen en het profielputje al een grote wadi ligt waardoor de eventueel aanwezige archeologische waarden niet behoudenswaardig zullen zijn door de grote verstoring er tussen in (verband zal ontbreken). De gespecificeerde archeologische verwachting voor het noordwestelijk deel van het plangebied, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, wordt hierdoor bijgesteld naar laag voor alle perioden. Wat betreft het zuidoostelijk deel van het plangebied geldt hetzelfde voor de locaties bij boringen 3, 5 en 6.

Alleen bij boring 4 en profielputje 8 zijn principe in de top van de Maasafzettingen archeologische sporen te verwachten maar de vraag is hoeveel er is afgegraven. Waarschijnlijk dermate veel dat archeologische waarden niet meer te verwachten zijn. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen en de aanwezigheid van bebouwing en twee wadi’s op een deel van de locatie, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit.

Rapport 13901.001 versie 2

Pagina 17 van 20

Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 39).

39 Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.

Rapport 13901.001 versie 2

Pagina 18 van 20

LITERATUUR Alterra, 2003: Digitale Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:25.000. Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Berendsen, H.J.A., 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Berg, M.W. van den, 1996: Fluvial sequences of the Maas; a 10 Ma record of neotectonics and climate change at various time-scales. Thesis, Landbouw Universiteit Wageningen. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Doesburg, J. van (red.), et al., 2007: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort 2007. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens, A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen.

Renes, J., 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Eisma, Leeuwarden. Suer, C. & K.M. Van Dijk, 2012: Gemeente Peel en Maas. Archeologische verwachtingskaart. Buro de Brug/The Missing Link. Amsterdam/Amersfoort. Stichting voor Bodemkartering, 1968: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 58 Oost/Roermond. Zielman, G., 2015: Hoge ruggen, druk bewoond. Aardgastransportleidingtracé Odiliapeel-Melick (A665), catalogusnummers 52, 54 en 69. Gemeente Peel en Maas. Archeologisch onderzoek: proefsleuven en opgraving. RAAP-RAPPORT 2358. Weesp. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.

Rapport 13901.001 versie 2

Pagina 19 van 20

BRONNEN AHN; internetsite, november 2020. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, november 2020. https://archis.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureelerfgoed; internetsite, november 2020 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Vrije Universiteit; internetsite, november 2020. http://imagebase.ubvu.vu.nl/cdm/compoundobject/collection/krt/id/5629/rec/1 Dinoloket; internetsite, november 2020. http://www.dinoloket.nl/ Gemeente Peel en Maas; internetsite, november 2020. https:// www.peelenmaas.nl Historische Werkgroep De Borcht Baarlo; internetsite, november 2020. https://www.deborcht.baarlo.com Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, november 2020. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, november 2020. http://www.topotijdreis.nl/ Ondergrondportaal, internetsite, november 2020. https://portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, november 2020. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Provinciaal Omgevingsplan Limburg; internetsite, november 2020. https://www.limburg.nl/onderwerpen/cultuur/erfgoed/archeologie/arch-onderzoek/ Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, november 2020. https://pdokviewer.pdok.nl Ruimingskaart; internetsite, november 2020.

http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, november 2020. https://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, november 2020. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/

Rapport 13901.001 versie 2

Pagina 20 van 20

Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland40

Op den Bosch 5a te Baarlo. Situering van het plangebied binnen Nederland Legenda Plangebied

40 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Rapport 13901.001 versie 2

Figuur 2. Detailkaart van het plangebied41

Op den Bosch 5a te Baarlo. Detailkaart van het plangebied Legenda Plangebied

41 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Rapport 13901.001 versie 2

Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied42

Op den Bosch 5a te Baarlo. Luchtfoto van het plangebied Legenda Plangebied

42 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Rapport 13901.001 versie 2

Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart 43

Op den Bosch 5a te Baarlo. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart gemeente Peel en Maas Legenda Plangebied

43

Sueur & Van Dijk, 2012.

Rapport 13901.001 versie 2

Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart 44

Op den Bosch 5a te Baarlo. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart

Plangebied

44

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 13901.001 versie 2

Figuur 6. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) 45

Op den Bosch 5a te Baarlo. Situering van het plangebied binnen Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Legenda Plangebied

45

AHN

Rapport 13901.001 versie 2

Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart46

Op den Bosch 5a te Baarlo. Situering van het plangebied binnen de bodemkaart Legenda Plangebied

46

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 13901.001 versie 2

Figuur 8. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied 47

Op den Bosch 5a te Baarlo. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied (bron: Archeologisch informatiesysteem Archis3, AHN) Plangebied

47

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 13901.001 versie 2

Figuur 9. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten

Situatie 1820 (bron: Beeldbank RCE)

Situatie 1896 (bron: Kadaster Topotijdreis)

Situatie 1938 (bron: Kadaster Topotijdreis)

Situatie 1967 (bron: Kadaster Topotijdreis)

Situatie 1988 (bron: Kadaster Topotijdreis)

Situatie 2011 (bron: Kadaster Topotijdreis)

Op den Bosch 5a te Baarlo. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten Legenda Plangebied

Rapport 13901.001 versie 2

Figuur 10. Boorpuntenkaart

Op den Bosch 5a te Baarlo. Boorpuntenkaart Legenda Plangebied Boorpunt met nummer

Rapport 13901.001 versie 2

Figuur 11. Foto’s wadi.

Wadi tussen boorpunten 1, 2 en profielput 7.

Wadi bij boorpunt 5

Rapport 13901.001 versie 2

Bijlage 1 Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente

Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Rapport 13901.001 versie 2

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr.

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

1950

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

Atlanticum warm vochtig

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

Rapport 13901.001 versie 2

Bijlage 2 AMK nr. 15949

AMK-terreinen

Locatie

Datering

Waarde en omschrijving

450 meter ten zuidoosten van het plangebied Napoleonsbaan-Zuid te Baarlo Gemeente Peel en Maas Coördinaat: 202732/369788

IJzertijd, Paleolithicum laat C - Romeinse tijd

965

585 meter ten zuiden van het plangebied Napoleonsbaan-Zuid te Baarlo Gemeente Peel en Maas Coördinaat: 202597/369617

Paleolithicum laat C, Neolithicum, IJzertijd - Mesolithicum, Neolithicum, IJzertijd

15948

550 meter ten zuiden van het plangebied Napoleonsbaan-Zuid te Baarlo Gemeente Peel en Maas Coördinaat: 202622/369636

Paleolithicum laat C, Neolithicum, IJzertijd - Mesolithicum, Neolithicum, IJzertijd

Complex: Grafveld, crematies, Nederzetting Waarde: Terrein van zeer hoge archeologische waarde Terrein met sporen van bewoning uit waarschijnlijk het Paleolithicum, Mesolithicum en/of Neolithicum en sporen van bewoning en/of begraving uit de IJzertijd-Romeinse tijd. In de jaren '60 en '70 van de 20e eeuw werden op akkers ten zuiden van het terrein de nodige vuurstenen artefacten en aardewerk scherven aan het oppervlak verzameld. Ook werd de aanwezigheid van crematieresten gesignaleerd. In het kader van het AMR-project is op 15 en 16 april 2003 een booronderzoek op twee in de voornoemde zone gelegen monumenten (mon.nrs 965 en 15948) uitgevoerd. Ook werd de directe omgeving verkend. Op dezelfde dekzandrug, zo'n 150 meter in noordoostelijke richting, ligt een bosje dat eveneens aan een booronderzoek werd onderworpen. De bodem is er nog grotendeels intact. Binnen de grenzen van het terrein werden in de uitworp van een kuil vuurstenen artefacten, aardewerk scherven (IJzertijd-Romeins) en een enkele crematierest aangetroffen. De resultaten van het booronderzoek laten zien dat de bodem net als bij de twee voornoemde monumenten prehistorische bewoningssporen herbergt. Daarenboven is er sprake van Romeinse sporen.

Complex: Nederzetting, Grafveld, crematies Waarde: Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd Terrein met sporen van bewoning uit het Paleolithicum, Mesolithicum en/of Neolithicum, alsmede sporen van bewoning en/of begraving (grafveld) uit de IJzertijd. In de jaren '60 en '70 werden op akkers Romeins aardewerk en crematieresten bleek te bevatten (mon.nr 15949). Rondom het monument de nodige vuurstenen artefacten en aardewerk scherven aan het oppervlak verzameld. Ook werd de aanwezigheid van crematieresten gesignaleerd. In het kader van het AMR-project is op15 en 16 april 2003 een booronderzoek op het terrein uitgevoerd. Ook werd de directe omgeving van het monument verkend. De bodem bestaat uit een vorstvaaggrond (bodem met een zwak ontwikkeld bodemprofiel). Antropogene lagen zijn niet herkenbaar aanwezig, hoewel het perceel mogelijk in de ijzertijd als akkergrond is gebruikt (scherven tot 40 cm diepte). Binnen de grenzen van het monument werd in een groot aantal boringen vuursteen en/of aardewerk aangetroffen. In enkele boringen bevonden zich crematieresten. Ook direct buiten het terrein – ten zuidwesten en noordoosten van het bos - werd aan het oppervlak wat crematie aangetroffen. Het is, met verwijzing ook naar mon.nr 15949, niet uit te sluiten dat op de dekzandrug een groot grafveld heeft gelegen.

De akkers rondom het bosje zijn allen gediepploegd in verband met aspergeteelt. Het bodemprofiel binnen de grenzen van het monument is nog zo goed als intact. Onduidelijk is waarom slechts een deel van het bosje werd beschermd, daar ook in het overige deel de conservering betrekkelijk goed zal zijn. Om die reden werd op aangeven van de AMC (besluit d.d. 08-03-2006) een nieuw, aangrenzend monument ZHAW (mon.nr 15948) aangemaakt. Hetzelfde geldt voor een stuk van een iets noordoostelijker gelegen bosje, waar de bodem eveneens onverstoord is. Het stuk van een iets noordoostelijker gelegen bosje, waar de bodem eveneens onverstoord is, bleekvuurstenen artefacten, ijzertijdRomeins aardewerk en crematieresten te bevatten. Complex: Nederzetting, Grafveld, crematies Waarde: Terrein van zeer hoge archeologische waarde Terrein met sporen van bewoning uit het Paleolithicum, Mesolithicum en Neolithicum, alsmede sporen van bewoning en/of begraving (grafveld) uit de IJzertijd. In de jaren '60 en '70 van de 20e eeuw werden op akkers rondom het monument de nodige vuurstenen artefacten en aardewerk scherven aan het oppervlak verzameld. Ook werd de aanwezigheid van crematieresten gesignaleerd. De bodem bestaat uit eenv orstvaaggrond (bodem met een zwak ontwikkeld bodemprofiel).

Antropogene lagen zijn niet herkenbaar aanwezig, hoewel het perceel mogelijk in de IJzertijd als akkergrond is gebruikt (scherven tot 40 cm diepte). In een groot aantal boringen werd vuursteen en/of aardewerk aangetroffen. In enkele boringen bevonden zich crematieresten. Ook direct buiten het terrein - ten zuidwesten en noordoosten van het bos werd aan het oppervlak wat crematie aangetroffen. Het is, met verwijzing ook naar mon.nr 15949, niet uit te sluiten dat op de dekzandrug een groot grafveld heeft gelegen. De akkers rondom het bosje zijn allen gediepploegd in verband met aspergeteelt. Het bodemprofiel binnen het bos is nog zo goed als intact. In het kader van het AMR-project is op 15 en 16 april 2003 een booronderzoek op onder meer een aangrenzend monument (mon.nr 965) uitgevoerd. Ook werd de directe omgeving verkend. Het stuk van een iets noordoostelijker gelegen bosje, waar de bodem eveneens onverstoord is, bleekvuurstenen artefacten, ijzertijd-Romeins aardewerk en crematieresten te bevatten.

Rapport 13901.001 versie 2

Bijlage 3 Zaaknummer (OMnummer) 2216016100 (31143)

2360042100 (50833)

2360026100 (50831)

4602033100

2360050100 (50834)

2454951100 (63047)

Onderzoeksmeldingen

Locatie

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek

125 meter ten zuidwesten van het plangebied Op Den Bosch te Baarlo Gemeente Peel en Maas Coördinaat: 202004/370039

Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 20-10-2008 Resultaat: De oppervlakte van het plangebied is circa 23,5 ha. Het hele plangebied zal worden onderzocht door middel van een bureauonderzoek. Ca. 2 ha zal worden verstoord door de aanleg van vakantiewoningen, landhuizen, bijgebouwen en poelen. Alleen deze delen zullen onderzocht worden door middel van verkennende boringen. Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek adviseert BAAC bv dat een archeologisch vervolgonderzoek in een deel van het plangebied nodig is in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (karterende fase, door middel van boringen: IVO-O). Deze zone heeft een oppervlakte van circa 1,5 ha. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 7-3-2012 Resultaat: Niet vermeld in Archis

300 meter ten zuidwesten van het plangebied Heerkampweg, Op Den Bosch Te Baarlo te Baarlo Gemeente Peel en Maas Coördinaat: 202347/369760 840 meter ten noordwesten van het plangebied De Meeren En Kesselse Bergen Te Baarlo te Baarlo Gemeente Peel en Maas Coördinaat: 201782/371038 840 meter ten noordoosten van het plangebied Plangebied N273 te Baarlo Gemeente Peel en Maas Coördinaat: 204001/371466 880 meter ten zuiden van het plangebied Napoleonsbaan-Zuid, Hout te Kessel Gemeente Peel en Maas Coördinaat: 202920/369066 910 meter ten zuiden van het plangebied Keizersbaan 4 te Kessel Gemeente Peel en Maas Coördinaat: 202157/369266

Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 7-3-2012 Resultaat: In het kader van de voorgenomen bodemingrepen (aanleg van een aardgastransportleiding) wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 23-04-2018 Resultaat: Niet vermeld in Archis Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 19-3-2012 Resultaat: Geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Archeodienst Gelderland BV Datum: 4-9-2014 Resultaat: In een groot deel van het plangebied kunnen archeologische resten worden verwacht vanaf 30 cm beneden maaiveld (zone 1). Wanneer de bodemingrepen niet dieper reiken dan 30 cm beneden maaiveld, wordt een archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. Mogelijk kan in de plannen rekening worden gehouden met de diepteligging van het archeologische niveau, zodat eventueel aanwezige archeologische resten in de bodem bewaard blijven. Als in zone 1 bodemingrepen zijn gepland die dieper reiken dan 30 cm beneden maaiveld, is een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk om vast te stellen of in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn en zo ja, welke waardering hieraan gegeven kan worden.

Ter plaatse van zone 3 wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. De gemeente stemt in met de conclusies en het advies. Omdat hun ziens archeologische resten binnen zone 2 niet geheel uitgesloten kunnen worden, wordt aangeraden om ter toetsing van de lage verwachting een -slechts- 2 meter brede proefsleuf door die delen van het plangebied aan te leggen om de mate van verstoring vast te stellen. Deze sleuven hoeven alleen te worden aangelegd als in zone 1 behoudenswaardige archeologische resten zijn aangetroffen. In het plangebied zijn geen restanten van de natuurlijke vorstvaaggrond aangetroffen. In plaats daarvan zijn AC-profielen aanwezig met een bouwvoor van 30-50 cm dik met daaronder het natuurlijke dekzand. Hoeveel van de oorspronkelijke bodem is verdwenen, is lastig in te schatten omdat geen referentieprofiel in de vorm van een (vrijwel) geheel intacte bodem is aangetroffen. Uitgaande van een gemiddelde diepte van de Bw-horizont tot 60 cm beneden maaiveld, zoals die in dit gebied zijn aangetroffen (Stichting voor Bodemkartering 1968), is minimaal 30 cm van het sporenniveau verdwenen. Dit betekent dat een deel van de grondsporen van een vindplaats zijn verdwenen. Alleen restanten van grote paalgaten, afvalkuilen

Rapport 13901.001 versie 2

2459041100 (63554)

910 meter ten zuiden van het plangebied Keizersbaan 4 te Kessel Gemeente Peel en Maas Coördinaat: 202157/369266

2034447100 (10811)

985 meter ten noordoosten van het plangebied te Baarlo Gemeente Peel en Maas Coördinaat: 203435/371352

Rapport 13901.001 versie 2

of greppels kunnen nog intact in de bodem aanwezig zijn. Op basis van deze resultaten blijft de hoge (tot zeer hoge) verwachting voor vindplaatsen uit het Neolithicum tot en met de Volle-Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) uit het bureauonderzoek gehandhaafd (zone 1). In de zone rondom de boringen 1 en 4 is de kans op sporen klein vanwege de diepere bodemverstoringen en de egalisatiewerkzaamheden die bij de woning hebben plaatsgevonden (zone 2). Vermoedelijk is de waarneming uit 1937 van een nederzettingsterrein uit de IJzertijd op deze locatie gedaan, al is de vondst in Archis meer naar het zuidwesten geplaatst ter hoogte van boring 5. Voor de oostelijke randzone wordt de verwachting voor archeologische resten naar laag bijgesteld vanwege de afgraving en diepe bodemverstoringen (zone 3). Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: Archeodienst Gelderland BV Datum: 20-10-2014 Resultaat: Geen vervolgonderzoek. Bij het proefsleuvenonderzoek is vastgesteld dat de bodem in het recente verleden is omgezet, geëgaliseerd en afgetopt, waardoor de oorspronkelijke bodem is verdwenen en de bouwvoor direct op de C-horizont rust. Enkel diep ingegraven sporen kunnen bewaard zijn gebleven, waarvan mogelijk de drie sporen in werkput 5 een restant van zijn.

In een later stadium is tevens een groot deel van het onderzoeks-/ plangebied door bodembewerking ten behoeve van de aspergeteelt verstoord. Eventueel aanwezige archeologische resten zullen hierbij zeker verloren zijn gegaan. Aangezien vondstmateriaal ontbreekt, is de kans klein dat er zich in de ondergrond (nog) archeologische resten bevinden. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 1-3-2000 Resultaat: Niet vermeld in Archis

Bijlage 4

Vondstmeldingen

Zaaknummer (Waarnemingsnr.) 2790883100 (17538)

Locatie

Omschrijving

250 meter ten zuidoosten van het plangebied Op Den Bosch te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202850/370100

2360042100

300 meter ten zuidwesten van het plangebied Op Den Bosch te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202261/369929

Neolithicum : - handgevormd aardewerk - fragment van een vuursteen kling - vuursteen afslag - 3 fragmenten van vuursteen schrabbers - slijpsteen Bronstijd : - handgevormd aardewerk - huisplattegrond - 2 kuilen, VOORRAA - vuursteen afslagen - 154 fragmenten van kookstenen

2779568100 (15548)

2360042100

300 meter ten oosten van het plangebied Boekenderhof te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202950/370350 350 meter ten zuiden van het plangebied Op Den Bosch te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202307/369840

Romeinse tijd : - graf, crematie - fragment van terra nigra - crematieresten - fragment van geverfd aardewerk - fragment van een ruwwandige beker Mesolithicum : - fragmenten van vuursteen objecten,

Vroege-Middeleeuwen - Late-Middeleeuwen : - 12 fragmenten van Elmpter aardewerk - 22 fragmenten van grijsbakkend handgevormde kommen/schalen Late-Middeleeuwen : - proto-steengoed - 14 fragmenten van grijsbakkend gedraaide kannen Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 10 fragmenten van roodbakkend geglazuurde kommen/(voet)schalen

2781024100 (15779)

2783828100 (16242)

3118195100 (29887)

3213831100 (406871)

3213848100 (406873)

350 meter ten oosten van het plangebied Boekenderhof te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 203000/370340 400 meter ten zuiden van het plangebied De Calvarie te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202560/369750 400 meter ten zuidoosten van het plangebied te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202840/369900

400 meter ten zuidoosten van het plangebied Napoleonsbaan Zuid te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202765/369835 400 meter ten zuidoosten van het plangebied Napoleonsbaan Zuid te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202740/369805

Nieuwe tijd : - 10 fragmenten van steengoed geglazuurd - 3 fragmenten van witbakkend geglazuurd aardewerk kommenschalen Mesolithicum : - fragmenten van vuursteen objecten,

IJzertijd : - handgevormd aardewerk

Romeinse tijd : - aardewerk - graf, - fragment van een bronzen fibula - fragment van een ruwwandige (kook)pot - fragment van een gladwandige kruik - fragment van een keramische wrijfschaal Paleolithicum - Neolithicum : - vuursteen afslag

Paleolithicum - IJzertijd : - vuursteen afslagen Mesolithicum - Vroege-Middeleeuwen : - crematieresten Neolithicum - IJzertijd : - handgevormd aardewerk

3265007100 (427305)

400 meter ten zuidoosten van het plangebied Napoleonsbaan Zuid te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202730/369792

Romeinse tijd : - 9 fragmenten van gedraaid aardewerk Paleolithicum - Neolithicum : - vuursteen afslag Paleolithicum - Romeinse tijd : - 4 fragmenten van stenen objecten, Neolithicum - IJzertijd : - handgevormd aardewerk

Rapport 13901.001 versie 2

Romeinse tijd : - aardewerk

2285442100 (445477)

2780993100 (15776)

3213856100 (406875)

2216016100 (432737)

2780417100 (15682)

2780985100 (15775)

2875747100 (31253)

2753493100 (11354)

2781016100 (15778)

2862365100 (29211)

450 meter ten zuiden van het plangebied Boheideweg te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202380/369690 450 meter ten zuiden van het plangebied Napoleonsbaan te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202690/369760 450 meter ten zuiden van het plangebied Napoleonsbaan Zuid te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202700/369720 500 meter ten zuidwesten van het plangebied Op Den Bosch te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 201960/369950

500 meter ten zuiden van het plangebied Houtsnip te Kessel Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202600/369680 500 meter ten zuiden van het plangebied Napoleonsbaan te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202580/369670 500 meter ten zuiden van het plangebied In De Horsten te Hout Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202600/369675 550 meter ten zuiden van het plangebied In De Horsten te Oijen Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202600/369600 550 meter ten zuiden van het plangebied Napoleonsbaan te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202680/369620 550 meter ten zuiden van het plangebied In De Horsen te Oijen Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202600/369600

Middeleeuwen : - aardewerk Neolithicum - IJzertijd : - handgevormd aardewerk

Mesolithicum : - fragmenten van vuursteen objecten,

Paleolithicum - Neolithicum : - vuursteen afslagen Neolithicum - IJzertijd : - handgevormd aardewerk Neolithicum : - vuursteen afslag - fragment van een vuursteen beitel Vroege-Middeleeuwen - Late-Middeleeuwen : - 2 fragmenten van keramische kogelpotten Paleolithicum - Neolithicum : - fragmenten van vuursteen objecten,

Paleolithicum : - fragmenten van vuursteen objecten, - fragmenten van vuursteen werktuigen Bronstijd - IJzertijd : - fragment van een koperen armband

IJzertijd : - handgevormd aardewerk - fragmenten van glazen armbanden Paleolithicum : - fragmenten van vuursteen objecten,

Paleolithicum - Bronstijd : - fragmenten van vuursteen spitsen - klopstenen - fragmenten van vuursteen werktuigen Neolithicum - Bronstijd : - fragmenten van stenen bijlen

3033177100 (51313)

3041309100 (51341)

3264773100 (427290)

550 meter ten zuiden van het plangebied De Cavalerie te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202340/369640 550 meter ten zuiden van het plangebied De Cavalerie te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202500/369600 550 meter ten zuiden van het plangebied Napoleonsbaan Zuid te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202619/369637

IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk - fragment van een glazen armband - crematieresten Neolithicum : - fragment van een vuursteen boor

Neolithicum : - fragment van een vuursteen werktuig

Paleolithicum - Neolithicum : - fragment van een vuursteen kling - vuursteen afslagen Paleolithicum - IJzertijd : - 3 fragmenten van stenen objecten,

2781008100 (15777)

3117100100 (29195)

Rapport 13901.001 versie 2

600 meter ten zuiden van het plangebied Napoleonsbaan te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202520/369560 600 meter ten zuiden van het plangebied In De Horsten te Hout Gemeente Peel En Maas

Neolithicum - IJzertijd : - handgevormd aardewerk - crematieresten Mesolithicum : - fragmenten van vuursteen objecten,

Mesolithicum : - fragmenten van vuursteen spitsen - fragmenten van vuursteen trapezium

3213864100 (406877)

2360042100

2779819100 (15587)

2851081100 (27548)

2875941100 (31287)

3032634100 (51307)

3178905100 (29196)

4032871100

2360026100

2875211100 (31160)

2986352100 (131037)

2172496100 (421103)

2285442100 (432332)

2862292100 (29200)

2862308100 (29201)

3043204100 (51919)

Rapport 13901.001 versie 2

Coördinaat: 202550/369550 600 meter ten zuiden van het plangebied Napoleonsbaan Zuid te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202560/369552

650 meter ten zuiden van het plangebied Op Den Bosch te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202476/369507

650 meter ten zuidwesten van het plangebied Boshei te Donk Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 201850/369820 650 meter ten zuidwesten van het plangebied De Cavalerie te Hout Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 201840/369890 750 meter ten noordoosten van het plangebied Bong te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 203000/371000 850 meter ten zuidwesten van het plangebied Kessel-Donk te Kessel Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202080/369420 850 meter ten zuiden van het plangebied Vicariushof te Hout Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202150/369350 850 meter ten zuiden van het plangebied De Putting te Kessel Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202569/369309 900 meter ten noordwesten van het plangebied Kesselse Bergen te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 201778/371049 900 meter ten zuiden van het plangebied Donk te Hout Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202160/369290 900 meter ten noordoosten van het plangebied Nabij Kesselse Bergen te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 203225/371025 1000 meter ten oosten van het plangebied Diepenbroeklaan te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 203597/370703 1000 meter ten zuiden van het plangebied Kessel-Hout te Kessel Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202741/369202 1000 meter ten zuidwesten van het plangebied te Hout Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 202000/369240 1000 meter ten zuidwesten van het plangebied te Hout Gemeente Peel

En Maas Coördinaat: 201920/369270

1000 meter ten oosten van het plangebied

Paleolithicum - Neolithicum : - fragment van een vuursteen kling Mesolithicum - Vroege-Middeleeuwen : - crematieresten Neolithicum - IJzertijd : - handgevormd aardewerk Mesolithicum : - vuursteen afslagen Mesolithicum - Bronstijd : - vuursteen afslagen Neolithicum - Bronstijd : - vuursteen afslagen Mesolithicum : - fragmenten van vuursteen objecten,

Neolithicum - Late-Middeleeuwen : - fragment van een maalsteen

Bronstijd - IJzertijd : - handgevormd aardewerk - fragment van een keramisch deksel

Neolithicum : - fragment van een vuursteen spits

Mesolithicum : - fragmenten van vuursteen spitsen - fragmenten van vuursteen trapezium IJzertijd : - zilveren munt,

Mesolithicum - Neolithicum : - 4 fragmenten van vuursteen gebruiksvoorwerp,

IJzertijd : - handgevormd aardewerk - botmateriaal - grondsporen, - fragment van een maalsteen Mesolithicum - Neolithicum : - fragment van een vuursteen kling - vuursteen afslagen

Paleolithicum - Mesolithicum : - vuursteen afslag Vroege-Middeleeuwen - Late-Middeleeuwen : - fragment van een keramische kogelpot Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk Vroege-Middeleeuwen - Late-Middeleeuwen : - handgevormd aardewerk Mesolithicum : - fragment van een vuursteen spits Mesolithicum - Neolithicum : - vuursteen afval Paleolithicum - Bronstijd : - fragment van een vuursteen kling - 4 fragmenten van vuursteen werktuigen Paleolithicum - Romeinse tijd : - vuursteen afval Neolithicum - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk Late-Middeleeuwen :

Erckensraay te Baarlo Gemeente Peel En Maas Coördinaat: 203620/370400

Rapport 13901.001 versie 2

- fragment van een bronzen beeld

Bijlage 5

Bewoningsgeschiedenis van Nederland

Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot circa 8800 v. Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000-130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het LaatPaleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (circa 8800-4900 v. Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 v. Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.

Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territoriumgebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (circa 5300-2000 v. Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.

Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolitische bevolking die een halfagrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (circa 2000-800 v. Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had

Rapport 13901.001 versie 2

wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit. De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 v. Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het LaatNeolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (circa 800-12 v. Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen ('Celtic fields').

Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven. De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (circa 12 v. Chr. - 450 n. Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 n. Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 n. Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker.

In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting. De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. Middeleeuwen (circa 450-1500 n. Chr.) Over de Vroege-Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 n. Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen.

De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Ro-

Rapport 13901.001 versie 2

meinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand. Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'. Vanaf de 10e – 11e eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriele revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt. Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19e tot het begin van de 20e eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd. Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats, wat zich tot in het begin van de 20e eeuw uit in de kunsten.

Rapport 13901.001 versie 2

Bijlage 6

AMZ-cyclus

Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.

Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.

De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.

Rapport 13901.001 versie 2

Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

Rapport 13901.001 versie 2

Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ▼ Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Inventariserend veldonderzoek* ▼ ▼ Verkennend veldonderzoek ►**** Karterend veldonderzoek Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - oppervlaktekartering booronderzoek** - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼ ▼***** Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie ▼****** Waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** (variant begeleiding) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ ▼ Opgraven*** Beschermen Verwijderen van de Bescherming van de archeologische archeologie door resten door archeoplanaanpassing logen (variant begeleiding)

► Vergunningverlening indien geen onderzoek noodzakelijk wordt geacht.

► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.***

► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.*** ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardering. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden).

* Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. **** Na een verkennend booronderzoek kan de bevoegde overheid besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid. ****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=465984a8-6694-4b58-9154-70e2ae757ef0