CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-042 03 Toelichting Herontwikkeling Heihorst 16 en woonkavel Hof te Meijel.pdf

Raad 6 juli 2021, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "herontwikkeling bestemmingsplan Heihorst 16 en woonkavel Hof te Meijel" (2021-042)18.506 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Grond De visueel schone zandige bovengrond is licht verontreinigd met cadmium. In de visueel schone ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Volgens de Regeling bodemkwaliteit wordt voor de boven- en ondergrond (indicatief) voldaan aan de klasse Achtergrondwaarde. Grondwater Het grondwater is licht verontreinigd met koper en zink en matig verontreinigd met barium. In de bovenliggende bodem zijn geen verontreinigingen met zware metalen aangetoond. De verontreinigingen met zware metalen betreffen een bekend regionaal probleem. Deze verontreinigingen zijn niet te relateren aan activiteiten binnen de onderzoekslocatie. PFAS-onderzoek In de boven- en ondergrond van de onderzoekslocatie zijn geen verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen, waaronder PFOS en PFOA, boven de toepassingsnorm voor de functie Landbouw /natuur aangetoond.

5

BKK Bodemadvies, Rapportage onderzoek asbest in bodem binnen het perceel F-543 aan de Heihorst 16 te Meijel, projectnummer 210131.BKK, d.d. 23 februari 2021 6 BKK Bodemadvies BV, Verkennend bodemonderzoek Hof te Meijel, Rapportnummer 200736.BKK, d.d. 18 september 2020

Hoofdstuk 4

29

Slotsom De vooraf gestelde hypothese, dat de bodem als “onverdacht” kan worden beschouwd, wordt op basis van de analyseresultaten aanvaard. Vanuit dat oogpunt bestaat er dan ook geen belemmeringen voor de toekomstige overdracht van de locatie en het toekomstige nieuwbouwplan. Voor het elders toepassen van boven- en/of ondergrond die vrijkomen bij graafwerkzaamheden zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Indicatief is hier sprake van klasse Achtergrondwaarde. Conclusie bodem Het aspect bodem levert geen belemmeringen op met betrekking tot de planontwikkeling op de locaties Heihorst 16 en Hof. 4.1.2 Geluid Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de realisatie van geluidgevoelige objecten dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten binnen een geluidszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. Wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een onderzoekszone heeft, uitgezonderd woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt.

Indien een geluidgevoelig object wordt gerealiseerd binnen deze zone, dient akoestisch onderzoek plaats te vinden. ‘Locatie Heihorst’ Ter plaatse van deze locatie worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten gerealiseerd. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek is op deze locatie dan ook niet noodzakelijk. ‘Locatie Hof’ De nieuw te bouwen woning is een geluidgevoelig object zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. Echter valt de weg waaraan de nieuwe woning is gelegen binnen een 30 km/u zone. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek op deze locaties is dan ook niet noodzakelijk. Railverkeerslawaai en industrielawaai In de wijde omgeving van beide locaties zijn geen spoorwegen of gezoneerde industrieterreinen gelegen. Vanuit railverkeerslawaai en industrielawaai zijn er hiermee geen belemmeringen voor de ontwikkeling.

Hoofdstuk 4

30

4.1.3 Luchtkwaliteit Algemeen De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: 1. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; 2. Een plan leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; 3. Een plan draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; 4. Een plan past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), of binnen een regionaal programma van maatregelen. Het Besluit NIBM Deze AMvB legt vast, wanneer een project niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. De achtergrond van het beginsel 'niet in betekenende mate' is dat de gevolgen van een ontwikkeling voor de luchtkwaliteit in een aantal gevallen (beschreven in de ministeriele Regeling NIBM) worden tenietgedaan door de ontwikkeling van bijvoorbeeld schonere motoren in het gehele land. Een project is NIBM als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%.

De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel fijn stof en NO2. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. Binnen de getalsmatige grenzen van de Regeling NIBM draagt een project altijd niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Bij de voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van de ‘locatie Heihorst’ is sprake van het stoppen van de huidige intensieve veehouderij en het omzetten van de bedrijfswoning naar een burgerwoning. Ter plaatse van de ‘locatie Hof’ is er sprake van de ontwikkeling van een nieuwe woning. ‘Locatie Heihorst’ In paragraaf 4.6 is aangetoond dat het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie afneemt. Door het stoppen van het bedrijf, vinden er in de toekomst geen verkeersbewegingen plaats met betrekking tot het bedrijf. Enkel de verkeersbewegingen voor de burgerwoning zullen blijven aanhouden. De ontwikkeling draagt derhalve niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. ‘Locatie Hof’ In paragraaf 4.6 is aangetoond dat het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie weliswaar toeneemt. Maar zoals reeds omschreven neemt het aantal verkeersbewegingen aan de andere locatie af.

Per saldo neemt het aantal verkeersbewegingen in de gehele ontwikkeling dus af. De ontwikkeling draagt derhalve niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Hoofdstuk 4

31

Achtergrondwaarden Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5.2 luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood en koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in Nederland met name de grenswaarden voor fijn stof (PM2,5 en PM10) en stikstofdioxide (NO2) van belang. De vigerende grenswaarden voor fijn stof en stikstofdioxide zijn in de navolgende tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet en op plaatsen die niet toegankelijk zijn voor publiek en waar geen vaste bewoning is, zoals akkerland en de rijbaan en ontoegankelijke middenbermen van wegen. stof

toetsing van

grenswaarde

fijn stof (PM10)

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

fijn stof (PM2,5)

jaargemiddelde concentratie

25 µg/m³

stikstofdioxide (NO2)

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

Grenswaarden Wlk

Locatie Heihorst Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – RIVM) is de concentratie PM10 ter plaatse gelegen tussen de 18 en 19 µg/m³, de concentratie PM2,5 tussen de 11 en 12 µg/m³ en de concentratie NO2 tussen de 14 en 15 µg/m³. Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse ruimschoots voldoende. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren door voortschrijdende technologie. Locatie Hof Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – RIVM) is de concentratie PM10 ter plaatse gelegen tussen de 18 en 19 µg/m³, de concentratie PM2,5 tussen de 11 en 12 µg/m³ en de concentratie NO2 tussen de 13 en 15 µg/m³. Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse ruimschoots voldoende. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren door voortschrijdende technologie. Conclusie luchtkwaliteit Gezien de bestaande concentraties is er geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde en wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.16 Wm lid 1 onder a. Vanuit het aspect luchtkwaliteit is ter plaatse van beide locaties kortom sprake van een goed woon- en leefklimaat.

De ontwikkeling draagt daarnaast niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er hiermee geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

Hoofdstuk 4

32

4.1.4 Milieuzonering Algemeen Goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkómen van hinder en gevaar. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) kan goede ruimtelijke ordening gerealiseerd worden. Het is aan de ene kant zaak om te voorkomen dat er hinder en gevaar voor gevoelige bestemmingen ontstaat en aan de andere kant dient aan bedrijven voldoende zekerheid te worden geboden dat zij niet in hun activiteiten worden beperkt door nieuwe gevoelige functies. Om te bepalen of tussen de milieubelastende activiteiten en de gevoelige functies voldoende afstand in acht wordt genomen, is gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. In deze publicatie worden de richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning (of andere milieugevoelige functie) die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is (in de praktijk betreft dit meestal de grens van het bouwvlak van de woning). De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen.

Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situaties mogelijk zijn. Het is aan te bevelen deze afwijkingen te benoemen en te motiveren. Toets plangebied In het plangebied vinden op beide locaties geen nieuwe ontwikkelingen plaats die mogelijk belastend zijn voor het milieu. Wel wordt er op een locatie een nieuwe woning gerealiseerd. Voor de volledigheid wordt per locatie gekeken of de beoogde ontwikkeling voldoet aan het aspect milieuzonering. Locatie Heihorst Deze locatie is gelegen in een door de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' gedefinieerde ‘rustig buitengebied’. De woning op deze locatie vormt zelf geen functie die volgens de (indicatieve) brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ gezoneerd dient te worden ten opzichte van milieugevoelige functies in de omgeving. Wel dient inzichtelijk te worden gemaakt of ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden en bedrijfsvoering worden beperkt. Op deze locatie wordt de bestaande bedrijfsactiviteit stopgezet en een deel van de bedrijfsbebouwing gesloopt. De bestaande bedrijfswoning blijft gehandhaafd, maar wordt herbestemd als burgerwoning (van ‘Agrarisch – intensieve veehouderij’ naar ‘Wonen’). Bij een bedrijfswoning is al sprake van een gevoelig object.

Dus in de toekomstige situatie verandert er niets aan de situatie. Het is en blijft een gevoelig object. Voor de volledigheid is wel getoetst aan het aspect om te bepalen of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of er dus wordt voldaan aan de richtafstanden en dat omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden en bedrijfsvoering worden beperkt. In de omgeving zijn verschillende (agrarische) bedrijven gelegen. In het kader van bedrijven en milieuzonering betekent dit dat de onderstaande richtafstanden in acht moeten worden genomen.

Hoofdstuk 4

33

Activiteit Agrarisch grondgebonden bedrijf (teelt eenjarige gewassen), Heihorst 18 Autohandel en reparatie- en servicebedrijf, Donk 43 Intensieve veehouderij (rundvee), Donk 47 Agrarisch hulpbedrijf, Heihorst 9

Werkelijke afstand (m) 22

Milieucategorie

Richtafstand

2

30

150

2

30

120 160

3,2 2

200 30

Uit de tabel volgt dat niet wordt voldaan aan de richtafstand met betrekking tot de intensieve rundveehouderij aan de Donk 47. De betreffende richtafstand heeft betrekking op het aspect geur. Conform de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ geldt een afstand van 200 meter voor geur. De afstand bouwvlak IV en plangebied is minder dan 200 meter. Door het wegvallen van de eigen geurbelasting en uit de V-stacks vergunning berekening uit besluit 13 februari 2020 Donk 47 kan geconcludeerd worden dat geur voorgrond op locatie ‘Heihorst 16’ ruimschoots onder de 14OU zal blijven. Hiermee is sprake van een afdoende woon- en leefklimaat ter hoogte van de burgerwoning aan de Heihorst 16. Aan de Heihorst 18 is een bedrijf gelegen met een richtafstand van 30 meter (teelt eenjarige gewassen) voor het aspect geluid. De woning aan de Heihorst 16 is gelegen op een afstand van ruim 20 meter van de perceelsgrens van dit bedrijf. Om te voorkomen dat de woning Heihorst 16 bij eventuele herontwikkeling dichter bij Heihorst 18 komt, en de vigerende rechten zou kunnen belemmeren, wordt voor de grond gelegen tussen beide locaties de aanduiding ‘milieuzone – geurzone’ in het bestemmingsplan opgenomen. Ter plaatse van deze geurzone mogen geen geurgevoelige activiteiten worden gerealiseerd.

Uit de bovenstaande tabel kan opgemaakt worden dat de beoogde ontwikkeling verder niet binnen de richtafstanden van bedrijven is gelegen. Derhalve kan worden beargumenteerd dat in de toekomstige situatie voor de beoogde woningen sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat en dat de bestaande bedrijven in de omgeving niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Locatie Hof Deze locatie is gelegen in een door de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' gedefinieerde ‘gemengd gebied’. De woning op deze locatie vormt zelf geen functie die volgens de (indicatieve) brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ gezoneerd dient te worden ten opzichte van milieugevoelige functies in de omgeving. Wel dient inzichtelijk te worden gemaakt of ter plaatse een aanvaardbaar woonen leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden en bedrijfsvoering worden beperkt. Op deze locatie is een nieuwe woning beoogd. Op de locatie is er dus sprake van een nieuw gevoelig object. Om te bepalen of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of er dus wordt voldaan aan de richtafstanden en dat omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden en bedrijfsvoering worden beperkt wordt er getoetst aan het aspect milieuzonering.

Hoofdstuk 4

34

Deze locatie is gelegen in een gemêleerde omgeving. Aan de oostzijde is het bedrijventerrein van Meijel gelegen, aan de zuid en westzijde is de kern Meijel gelegen en aan de noordzijde is een verscheidenheid van burgerwoningen en agrarische gronden en bedrijven gelegen. Ter plaatse van het bedrijventerrein zijn verschillende soorten bedrijven gelegen. Voor desbetreffende locatie zijn enkel de bedrijven aan de westzijde van het bedrijventerrein (direct aan het perceel gelegen) meegenomen in de toetsing. Verder op het terrein zijn namelijk meerdere bedrijfswoningen en dus gevoelige objecten gelegen. In het kader van bedrijven en milieuzonering betekent dit dat de onderstaande richtafstanden in acht moeten worden genomen. Ter plaatse van het bedrijventerrein geldt het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen’. Ingevolge dit bestemmingsplan geldt voor het gehele bedrijventerrein de bestemming ‘Bedrijventerrein -1’. Ingevolge de regels van dat bestemmingsplan zijn ter plaatse bedrijven en/of het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten toegestaan welke zijn opgenomen in milieucategorie 1 t/m 2 van de 'Lijst van bedrijfsactiviteiten', en/of daarmee naar aard, omvang en invloed op de omgeving gelijk te stellen bedrijven en/of bedrijfsactiviteiten.

Bedrijven in de milieucategorie 1 en 2 hebben ingevolge de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009 een maximale richtafstand van 30 meter. Het perceel waarop de woning gerealiseerd wordt heeft een diepte van ongeveer 70 meter. De woning wordt aan de voorzijde van het perceel gerealiseerd. De afstand tussen woning en bedrijventerrein bedraagt circa 50 meter. Aan de Banmolen 17 is een keuken- en interieurbedrijf gelegen. Dit bedrijf heeft een omgevingsvergunning gekregen voor een categorie 3 bedrijf. Feitelijk wordt een keuken- en interieurbedrijf ingevolge de VNG-publicatie geschaard als een bedrijf met een richtafstand van 50 meter voor het aspect geluid. De afstand tussen woning en de bedrijfsbebouwing bedraagt minimaal 30 meter. Omdat de locatie ter plaatse in een ‘gemengd gebied’ is gelegen geld voor dit bedrijf een richtafstand van 30 meter. Derhalve wordt voldaan aan de richtafstanden. Daarnaast zijn er bestaande woningen dichter bij het bedrijf gelegen. Aan de Banmolen 19 is een hoveniersbedrijf gelegen. Dit bedrijf is eveneens een categorie 3 bedrijf. Zodoende geldt voor dit bedrijf eveneens een richtafstand van 50 meter. De afstand tussen woning en de bedrijfsbebouwing bedraagt minimaal 30 meter. Omdat de locatie ter plaatse in een ‘gemengd gebied’ is gelegen geld voor dit bedrijf een richtafstand van 30 meter.

Derhalve wordt voldaan aan de richtafstanden. Daarnaast zijn er bestaande woningen dichter bij het bedrijf gelegen. Conclusie Vanuit het aspect milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling voorzien. Op beide locaties zal sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarbij worden de omliggende bedrijven niet belemmerd door de beoogde ontwikkelingen op beide locaties.

Hoofdstuk 4

35

4.1.5 Externe veiligheid Beleidskader Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico's dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Er moet getoetst worden aan het aspect externe veiligheid wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. Volgens artikel 1 van het Bevi worden nieuwe woningen aangemerkt als beperkt kwetsbare objecten. Verdere toetsing aan externe veiligheid is dan ook vereist. Wat betreft de woning op de ‘locatie Heihorst’ is geen sprake van de toevoeging van een nieuw kwetsbaar object, aangezien dit een bestaande woning betreft. Toetsing Locatie Heihorst Inrichtingen In de omgeving rond het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen die een belemmering kunnen vormen voor de voorgenomen ontwikkeling.

De meest dichtbij gelegen inrichting betreft een bedrijf met een propaantank aan de Steeghsweg. Deze inrichting ligt op ruim 700 meter ten zuidwesten van de locatie. De plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze tank is 25 meter en reikt hiermee niet tot het plangebied. Gezien de grote tussenliggende afstand ligt de locatie niet binnen het invloedsgebied van deze inrichting. Voor het overige zijn er in de omgeving geen risicovolle inrichtingen aanwezig die een belemmering kunnen vormen voor dit plan. Risicovol transport over wegen Op circa 335 meter ten westen van het plangebied vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de N279. De plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze weg bedraagt 0 meter en het groepsrisico is kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. De ligging ten opzichte van deze weg levert daarom geen belemmeringen op. Gezien de beperkte mate waarin vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt over de N279, in combinatie met de grote tussenliggende afstand, ligt het plangebied ook niet binnen het invloedsgebied van deze weg. Daarnaast ligt op circa 1,17 kilometer van het plangebied de N275, waarover risicovol transport plaatsvindt. De plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze weg bedraagt 0 meter en het groepsrisico is 0,3 – 1 maal de oriëntatiewaarde. Ter plaatse vindt vervoer plaats van brandbare en toxische vloeistoffen en brandbare gassen.

De grootste afstand van het invloedsgebied bedraagt 880 meter (toxische vloeistoffen). Gezien deze grote afstand ligt het plangebied dan ook niet binnen het invloedsgebied van deze weg. Vanuit dit kader zijn er dan ook geen belemmeringen.

Hoofdstuk 4

36

Risicovol transport over spoor- en vaarwegen In de wijde omgeving rond het plangebied zijn geen spoor- of vaarwegen gelegen waarover risicovol transport plaatsvindt. Vanuit dit kader zijn er dan ook geen belemmeringen. Risicovol transport door buisleidingen In de wijde omgeving rond het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen waardoor risicovol transport plaatsvindt. Vanuit dit kader zijn er dan ook geen belemmeringen. Locatie Hof Inrichtingen In de omgeving rond het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen die een belemmering kunnen vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De meest dichtbij gelegen inrichting betreft een bedrijf met een propaantank aan de Eerenbeemd 10. Deze inrichting ligt op ruim 650 meter ten westen van de locatie. De plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze tank is 25 meter en reikt hiermee niet tot het plangebied. Gezien de grote tussenliggende afstand ligt de locatie niet binnen het invloedsgebied van deze inrichting. Voor het overige zijn er in de omgeving geen risicovolle inrichtingen aanwezig die een belemmering kunnen vormen voor dit plan. Risicovol transport over wegen Op ruim 540 meter ten zuiden van deze woningbouwlocatie vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de N279. De plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze weg bedraagt 0 meter en het groepsrisico is kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde.

De ligging ten opzichte van deze weg levert daarom geen belemmeringen op. Gezien de beperkte mate waarin vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt over de N279, in combinatie met de grote tussenliggende afstand, ligt het plangebied ook niet binnen het invloedsgebied van deze weg. Andere wegen waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden zijn op meer dan 3 km van deze locatie gelegen. Vanuit dit kader zijn er dan ook geen belemmeringen. Risicovol transport over spoor- en vaarwegen In de wijde omgeving rond het plangebied zijn geen spoor- of vaarwegen gelegen waarover risicovol transport plaatsvindt. Vanuit dit kader zijn er dan ook geen belemmeringen. Risicovol transport door buisleidingen In de wijde omgeving rond het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen waardoor risicovol transport plaatsvindt. Vanuit dit kader zijn er dan ook geen belemmeringen. Conclusie Vanuit het aspect externe veiligheid zijn er geen belemmeringen ten aanzien van deze planontwikkeling.

Hoofdstuk 4

37

4.1.6 Milieueffectrapportage Beoordeling directe m.e.r.-plicht Locatie Heihorst Op deze locatie wordt de kalverenveehouderij stopgezet en zal een deel van de bedrijfsbebouwing gesloopt worden. Deze activiteit komt niet voor in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage In onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is aangegeven bij welke activiteiten, plannen en besluiten een m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden, dat wil zeggen een nadere afweging of mogelijk een m.e.r. procedure moet worden gevolgd. Het stopzetten van een veehouderij komt eveneens niet voor in onderdeel D. Er is daarom voor deze locatie geen sprake van een directe m.e.r.-beoordelingsplicht. Daarnaast is een m.e.r.-beoordeling ook niet noodzakelijk. Locatie Hof Op deze locatie wordt een nieuwe woning gerealiseerd. Deze activiteit komt niet voor in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage In onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is aangegeven bij welke activiteiten, plannen en besluiten een m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden, dat wil zeggen een nadere afweging of mogelijk een m.e.r. procedure moet worden gevolgd. De realisatie van maar één woning komt eveneens niet voor in onderdeel D. Er is daarom voor deze locatie geen sprake van een directe m.e.r.-beoordelingsplicht.

Daarnaast is een m.e.r.-beoordeling ook niet noodzakelijk. 4.1.7 Geur veehouderijen Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de normen uit de per 1 januari 2007 in werking getreden Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). De Wgv is het toetsingskader voor de omgevingsvergunning milieu voor het aspect geurhinder van dierenverblijven van veehouderijen. In de wet zijn normen opgenomen voor de maximale geurbelasting op geurgevoelige objecten zoals woningen. Er dient voor deze geurgevoelige objecten sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast mogen de omliggende veehouderijen niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt. Gemeenten hebben onder de Wgv de bevoegdheid gekregen om binnen de kaders die deze wet stelt eigen normen te stellen. Deze kunnen worden vastgelegd in een geurverordening. De normstelling in de geurverordening dient te worden gemotiveerd aan de hand van een gebiedsvisie geurhinder en veehouderij. De gemeente Peel en Maas beschikt niet over een geurverordening. Dit betekent dat de onderstaande wettelijke normen en afstanden van toepassing zijn binnen het grondgebied van de gemeente:  De norm van 3 ouE/m3 voor de maximale geurbelasting op geurgevoelige objecten gelegen in de bebouwde kom;  De norm van 14 ouE/m3 voor de maximale geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen het buitengebied;

Hoofdstuk 4

38

 

Een vaste afstand van 100 meter ten opzichte van geurgevoelige objecten gelegen in de bebouwde kom; Een vaste afstand van 50 meter ten opzichte van geurgevoelige objecten gelegen in het buitengebied.

Een woning betreft een geurgevoelig object in de zin van de Wgv. Het voorliggende bestemmingsplan maakt een nieuw geurgevoelig object mogelijk, waardoor toetsing aan de geurnormen van nabijgelegen veehouderijen noodzakelijk is. Locatie Heihorst Ter plaatse van deze locatie wordt niet voldaan aan VNG afstand Geur. In de directe omgeving is een Intensieve veehouderij gelegen Donk 47/Heihorst 1. Dit is een varkenshouderij met rundvee. Conform de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ geldt een afstand van 200 meter voor geur. De afstand bouwvlak IV en plangebied is minder dan 200 meter. Daarentegen valt de eigen geurbelasting weg, door het intrekken van de omgevingsvergunning voor het houden van kalveren. Door het wegvallen van de eigen geurbelasting en uit de V-stacks vergunning berekening uit besluit 13 februari 2020 Donk 47 kan geconcludeerd worden dat geur voorgrond op locatie ‘Heihorst’ ruimschoots onder de 14OU zal blijven. Locatie Hof Ter plaatse van deze locatie zijn in de directe omgeving geen intensieve veehouderijen gelegen en binnen 50 meter ook geen andere veehouderijen met dieren waarvoor vaste afstanden gelden. Met betrekking tot het aspect geur is ter plaatse sprake van een aanvaardbaar woon-leefklimaat. Conclusie Vanuit het aspect geur zijn er geen belemmeringen ten aanzien van deze planontwikkeling.

4.2 Kabels en leidingen In of nabij het plangebied zijn geen kabels of leidingen gelegen met een dusdanige planologische-juridische beschermingszone dat zij een belemmering vormen voor de beoogde woningbouw.

4.3 Ecologie Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van de voorliggende ontwikkeling is een quickscan flora en fauna7 opgesteld voor beide locaties. Daarnaast is enkel voor ‘locatie Hof’ een AERIUS berekening uitgevoerd, omdat op de ‘locatie Heihorst’ geen werkzaamheden zullen plaatsvinden die mogelijk een effect hebben op de omliggende Natura-2000 gebieden. Onderstaand worden de conclusies van het onderzoek weergegeven. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige onderzoeksrapportage dat als bijlage 3 aan deze toelichting is toegevoegd.

7

IVN Meijel, Quickscan flora en fauna ‘Heihorst 16 en Hof’ te Meijel, projectnummer P03448, 7 oktober 2020

Hoofdstuk 4

39

Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Locatie Heihorst Voor deze locatie is het niet noodzakelijk geacht dat er een AERIUS-stikstofberekening dient te worden uitgevoerd. De werkzaamheden op de locatie betreffen enkel de sloop van een deel van de bedrijfsbebouwing na het stopzetten van het bedrijf. De sloopwerkzaamheden worden zonder zware werktuigen uitgevoerd waardoor er geen stikstofuitstoot plaatsvindt. Deze werkzaamheden hebben dan ook geen negatieve effecten op de omliggende Natura-2000 gebieden. Het gebruik van de woning zal in de toekomstige situatie niet veranderen ten opzichte van de huidige situatie. Locatie Hof De locatie is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied.

De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden, ‘Groote Peel’ en ’Deurnsche Peel & Mariapeel’, bevinden zich respectievelijk op circa 1,3 kilometer ten westen en 2,0 kilometer ten noorden van de locatie. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand van de locatie tot de gebieden zijn externe effecten als gevolg van licht en geluid uitgesloten. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een nieuwe woning betreft, kan een significante toename aan stikstofdepositie tijdens de aanleg- en gebruiksfase op omliggende Natura 2000-gebieden niet op voorhand worden uitgesloten. Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening dient uit te wijzen of er een significante toename van stikstofdepositie plaatsvindt. Enkel wanneer er geen toename aan stikstofdepositie plaats zal vinden zijn negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied uitgesloten. Uit de uitgevoerde AERIUS-berekeningen is geconcludeerd dat zowel in de aanleg- als in de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar. 8 De volledige berekeningen en de gehanteerde uitgangspunten hierbij zijn opgenomen als bijlage 4 bij deze toelichting.

Op basis van deze rekenresultaten worden negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied uitgesloten. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Limburg bestaat het NNN uit de goudgroene natuurzone. Daarnaast worden ook de zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschaps-

8

P03448_AERIUS_notitie nieuwbouw woning Molenstraat, Meijel 20201002

Hoofdstuk 4

40

zone beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. In paragraaf 3.2.2 is reeds beschreven dat beide locaties niet binnen beschermingszones liggen met betrekking tot de natuur en het landschap. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zal er verder worden ingegaan wat de ligging is ten opzichte van deze zones. Locatie Heihorst De dichtstbijzijnde goudgroene zone ligt ongeveer op 1.300 meter ten noordwesten van de locatie. De dichtstbijzijnde zilvergroene zone is op een afstand van 1.280 meter ten westen van de locatie gelegen. Er is geen bronsgroene zone in de omgeving gelegen. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities verbeteren, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van de natuurzones niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van de natuurzones wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Locatie Hof De dichtstbijzijnde goudgroene zone ligt ongeveer op 400 meter ten oosten van de locatie.

De dichtstbijzijnde zilvergroene zone is op een afstand van 620 meter ten zuidwesten van de locatie gelegen. Er is geen bronsgroene zone in de omgeving gelegen. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van de natuurzones niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van de natuurzones wordt dan eveneens voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud.

Er worden op de locatie geen bomen gekapt in het kader van de beoogde ontwikkeling. Derhalve is er geen sprake van een meldingsplicht of een herplantplicht. Toetsing soortenbescherming De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:  Vogels (artikel 3.1 Wet Natuurbescherming)  Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wet Natuurbescherming)  Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wet Natuurbescherming)

Hoofdstuk 4

41

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Voor onderhavige ontwikkeling is op beide locaties een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Onderstaand zullen per locatie de bevindingen worden toegelicht. Locatie Heihorst Op de desbetreffende locatie zijn geen beschermde soorten of broedende vogels aangetroffen. De mogelijkheid van vleermuizen wordt als onwaarschijnlijk gezien door de afwezigheid van holtes in de te verwijderen stallen en de vogelwerende voorzieningen onder de dakplaten. Locatie Hof Op deze locatie is in het kader van het uitgevoerde onderzoek de beschermde plant ‘Postelein’ (Portulaca oleracea) aangetroffen. Deze plant staat op de rode lijst van planten uit 2012.

De status van Postelein op deze lijst is algemeen voorkomend. Verder zijn er geen beschermde soorten of broedende vogels aangetroffen. De mogelijkheid van de aanwezigheid van vleermuizen als onmogelijk gezien door de afwezigheid van gebouwen en bomen. Hierdoor is het perceel geen belangrijk onderdeel van een foerageer- of trekroute. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling kan in overeenstemming met de Wet natuurbescherming en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd. Door middel van AERIUS-berekeningen is aangetoond dat zowel in de aanleg- als de gebruiksfase geen belemmeringen zijn vanuit het aspect stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van soortenbescherming zijn er ook geen belangrijke beschermde soorten of broedende vogels aangetroffen. De aanwezigheid van vleermuizen is op beide locaties ook onmogelijk geacht. Enkel op ‘locatie Hof’ is de beschermde plant ‘Postelein’ aangetroffen maar deze staat op de rode lijst van planten uit 2012 en heeft de status als ‘algemeen voorkomend’. Derhalve is het niet noodzakelijk om verder rekening te houden met deze plant.

4.4 Waterhuishouding 4.4.1 Beleidskader In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze het waterhuishoudkundige systeem in het plangebied opgebouwd is en hoe rekening is gehouden met de (ruimtelijk) relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer. Een beknopte beschrijving van de kenmerken van het watersysteem kan het benodigde inzicht geven in het functioneren van dit systeem.

Hoofdstuk 4

42

Beleidskader Het Nationaal Waterplan 2016-2021 heeft de status van een structuurvisie en is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Met dit Nationaal Waterplan zet het Rijk een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Het Rijk streeft naar een integrale benadering, door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie (inclusief verdienvermogen) zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. De ambitie is dat overheden, bedrijven en burgers zich in 2021 meer bewust zijn van de kansen en bedreigingen van het water in hun omgeving. Iedereen neemt zijn eigen verantwoordelijkheid om samen te komen tot een water robuuste ruimtelijke inrichting, het beperken van overlast en rampen en verstandig handelen in extreme situaties. Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerplan 2016-2021 van Waterschap Limburg, het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014), het Nationaal Waterplan, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water.

Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Water legt een ruimteclaim op het (stads)landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend:  Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit);  Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering nog relevant. Hierin staat hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de driestapsstrategieën. Kenmerken van het watersysteem De kenmerken van de watersystemen, zoals die voorkomen in het plangebied (en omgeving), kunnen het beste beschreven worden door een onderverdeling te maken in de soorten van water die in het gebied aanwezig zijn. De belangrijkste zijn: oppervlaktewater, hemelwater en afvalwater. Ter plaatse van de Heihorst 16 wordt bebouwing gesloopt en ter plaatse is sprake van bestaand wonen. Er zijn dus geen veranderingen ten aanzien van het aspect water. Bovenvermelde kenmerken worden hierna dan ook alleen beschreven voor de nieuwbouwlocatie ‘Hof’. Oppervlaktewater Binnen het plangebied en de directe omgeving bevindt zich geen oppervlaktewater waarmee rekening gehouden dient te worden. Middels de voorliggende ontwikkeling wordt ook geen primair oppervlaktewater gerealiseerd.

Afvalwater en hemelwater Het (huishoudelijk) afvalwater dient te worden aangesloten op de riolering. Het hemelwater dat terechtkomt op de nieuw op te richten bebouwing wordt niet afgevoerd via het riool, maar afgekoppeld. Via daken en dakgoten wordt het hemelwater naar een infiltratievoorziening op eigen terrein geleid en geïnfiltreerd in de bodem.

Hoofdstuk 4

43

Conform de richtlijnen van het Waterschap Limburg dienen toekomstige hemelwatervoorzieningen in Noord- en Midden-Limburg gedimensioneerd te worden op een bui van 100 mm per vierkante meter verhard oppervlak met een leegloop/beschikbaarheid binnen 24 uur. Op basis van het huidige bouwplan bedraagt de toekomstige hoeveelheid verhard oppervlak in het plangebied: -

Woning en aanbouw: 148 m 2 Inrit en entree: 95 m 2 Terras: 48 m 2

Totaal verhard oppervlak:

291 m2

Gezien deze verwachte toename aan verhardingen dient binnen het plangebied voorzien te worden in een bergings- of infiltratiecapaciteit van (291 x 0,1) 29,1 m3 . Voor de platte daken wordt middels een hemelwaterafvoer het hemelwater afgevoerd naar rioleringsbuizen. Deze rioleringsbuizen worden aangesloten worden op infiltratiekratten welke in de tuin worden aangebracht. De waterhuishouding van de rietenkap wordt geloosd op het maaiveld. Er komt een grindkoffer rondom de woning met drainage. Deze zal hetzelfde afgevoerd worden als bovenstaand is vermeld. Conclusie Op basis van het bovenstaande bestaan er vanuit de wateraspecten geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.5 Archeologie en cultuurhistorie 4.5.1 Archeologie In de Erfgoedwet is een raamwerk gegeven dat regelt hoe gemeenten om moeten gaan met het aspect archeologie in ruimtelijke plannen. De uitgangspunten van de Erfgoedwet zijn als volgt:  De archeologische waarden dienen zoveel mogelijk in de bodem te worden bewaard;  Er dient vroeg in het proces van de ruimtelijke ordening al rekening te worden gehouden met het aspect archeologie. Op 28 juni 2011 heeft de gemeenteraad van Peel en Maas het gemeentelijke archeologiebeleid in de vorm van het Beleidsplan archeologie vastgesteld. De laatste bijbehorende archeologische beleidskaart dateert van juli 2012. Op de beleidskaart wordt een 7-tal waarden archeologie onderscheiden. Categorie 1 kent de hoogste verwachtingswaarde en categorie 7 de laagste verwachtingswaarde. De verwachtingswaarde geeft op basis van de verstoringsoppervlakte en de verstoringsdiepte aan of er een onderzoeksplicht geldt. De onderzoeksplicht bestaat in hoofdzaak uit veldwerkzaamheden (bureauonderzoek is grotendeels verricht bij het opstellen van de waarden- en verwachtingenkaart) om te bepalen of er archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn. Op basis van de resultaten zullen eventuele maatregelen worden getroffen om mogelijke archeologische waarden veilig te stellen.

Dit kan nog leiden tot archeologievriendelijke bouwwijze dan wel proefsleuvenonderzoek (al dan niet ge-

Hoofdstuk 4

44

volgd door een opgraving). Daar waar een lage verwachting geldt, is verder geen archeologisch onderzoek nodig. In de andere verwachtingsgebieden moet, indien de grond dieper dan 40 cm wordt verstoord, mogelijk archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Locatie Heihorst Op basis van de archeologische beleidskaart betreft de locatie deels een ‘Waarde – archeologie 2’, ‘Waarde – archeologie 3’ en ‘Waarde – archeologie 5’. Voor alle type gebieden zijn grenswaarden gesteld voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek. Voor de gebieden ‘Waarde – archeologie 2’ en ‘Waarde – archeologie 3’ is een onderzoek verplicht als er dieper dan 40 centimeter wordt gegraven en als het oppervlakte van de bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte méér dan 100 m2. Voor het gebied ‘Waarde – archeologie 5’ geldt een diepte van 40 centimeter en een oppervlakte van 2.500 m2. De ontwikkeling op deze locatie voorziet enkel in de sloop van bestaande bedrijfsbebouwing. Er wordt dus niet in de grond gegraven en er wordt geen bebouwing toegevoegd. Een archeologisch onderzoek is dan ook niet vereist in het kader van de beoogde ontwikkeling. Om de archeologische waarden te waarborgen is ten behoeve van voornoemde archeologische waarden een dubbelbestemming opgenomen.

Uitsnede Archeologische beleidskaart met ligging locatie (rood omlijnd)

Hoofdstuk 4

45

Locatie Hof Op basis van de archeologische beleidskaart heeft de locatie grotendeels ‘Waarde – Archeologie 3’ en voor een klein deel (achterzijde agrarisch perceel) ‘Waarde – Archeologie 4’. Voor dit type gebied zijn grenswaarden gesteld voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek. Voor het gebied ‘Waarde – archeologie 3’ is een onderzoek verplicht als er dieper dan 40 centimeter wordt gegraven en als het oppervlakte van de bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte méér dan 100 m 2. Bij het gedeelte met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ geldt een ondergrens van 250 m 2. Ter plaatse wordt niet gebouwd en dit wordt dan ook verder niet besproken in deze toelichting.

Uitsnede Archeologische beleidskaart met ligging locatie (rood omlijnd)

De ontwikkeling op deze locatie voorziet in de realisatie van een nieuwe woning op een terrein waar nu geen bebouwing aanwezig is en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ van toepassing is. De woning heeft een grotere oppervlakte dan 100 m2. Er is dus sprake van toevoeging van bebouwing die de grenswaarde overschrijdt. Een archeologisch onderzoek is dan ook vereist in het kader van de beoogde ontwikkeling. Derhalve is een archeologisch onderzoek uitgevoerd.9 Dit onderzoek is als bijlage 5 aan deze toelichting toegevoegd. Hieronder wordt volstaan met de conclusies en aanbevelingen uit deze rapportage. Op basis van het uitgevoerde verkennend veldonderzoek door middel van boringen kan worden gesteld dat de in het bureauonderzoek omschreven verwachte hoge zwarte enkeerdgronden deels intact zijn. Onder de moderne ploeglaag en antropogeen opgebrachte dek (Aa-horizont) is in veelal van de boringen nog een restant van de natuurlijke bodem (B- en/of BC-horizont) aangetroffen. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. In boring 6 en in het proefputje is dit restant echter niet meer intact aanwezig, maar in verrommelde vorm.

9

Aeres Milieu, Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Hof/Molenstraat (ong.) te Meijel, Projectnr. AM20426, d.d. 4 maart 2021.

Hoofdstuk 4

46

De in het bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting (middelhoog voor laat-neolithicum – vroege middeleeuwen en hoog voor de late middeleeuwen – nieuwe tijd) blijft dan ook gehandhaafd. Eventueel aanwezige archeologische resten worden vanaf 55 centimeter onder maaiveld verwacht. Indien de bodemingrepen dieper dan 35 centimeter onder maaiveld reiken (een bufferzone van 20 centimeter in acht nemend) wordt een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas). Indien de ontwikkeling, waarvan is aangegeven dat deze 58 centimeter boven maaiveld zal worden gerealiseerd, met slechts beperkte verstoringen van de bodem, niet dieper reikt dan 35 centimeter -mv kan een dubbelbestemming archeologie worden opgenomen in het bestemmingsplan, waardoor het bodemarchief zal worden beschermd voor toekomstige ingrepen. Afweging Gelet op het voorgaande wordt bij de bouw van de woning rekening gehouden met eventuele archeologische resten vanaf 55 centimeter beneden maaiveld. De woning wordt nu 58 centimeter boven maaiveld gerealiseerd en de verstoringen zullen niet dieper zijn dan 35 centimeter onder maaiveld.

Hierdoor zijn er vanuit het aspect archeologie dan ook geen belemmeringen. 4.5.2 Cultuurhistorie Locatie Heihorst Volgens de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg zijn op de locatie geen monumentale of andere cultuurhistorisch waardevolle bouwwerken gelegen. De Heihorst is ter hoogte van het plangebied aangewezen als een ‘andere weg ouder dan 1806’. Op deze wegen en paden wordt middels de voorliggende ontwikkeling geen invloed uitgeoefend. Vanuit de aanwezige cultuurhistorische waarden zijn er dan ook geen belemmeringen voor dit initiatief. Locatie Hof Volgens de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg zijn op de locatie geen monumentale of andere cultuurhistorisch waardevolle bouwwerken gelegen. De Molenstraat is ter hoogte van het plangebied aangewezen als een ‘andere weg ouder dan 1806’. Op deze wegen en paden wordt middels de voorliggende ontwikkeling geen invloed uitgeoefend. Vanuit de aanwezige cultuurhistorische waarden zijn er dan ook geen belemmeringen voor dit initiatief. Conclusie Gezien het bovenstaande zijn er geen belemmeringen vanuit archeologie en cultuurhistorie voor de realisatie van het initiatief.

Hoofdstuk 4

47

4.6 Verkeer en parkeren 4.6.1 Verkeer en ontsluiting Locatie Heihorst Deze locatie wordt via de gelijknamige weg ‘Heihorst’ ontsloten op het openbaar gebied. De bestaande in- en uitrit op de Heihorst zal na desbetreffende ontwikkeling uitsluitend worden gebruikt voor het woon-werkverkeer. Ter plaatse van deze locatie zal enkel verkeer afnemen. Op dit moment is er namelijk nog sprake van bedrijfsactiviteiten ten behoeve van de intensieve veehouderij. In onderhavige ontwikkeling zal het bedrijf stopgezet worden en blijft de woning bestaan. Ten opzichte van de woning zal er qua verkeersbewegingen geen significante verandering plaatsvinden. De verkeersbewegingen die plaatsvinden ten behoeve van de veehouderij zullen vervallen in de toekomstige situatie. Locatie Hof Deze locatie zal via de ‘Hof’ worden ontsloten op het openbaar gebied. Op deze locatie zal het verkeer ten opzichte van de huidige situatie toenemen. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt gebruik gemaakt van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ van het CROW (publicatie 381). Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is aangehouden aan de categorie ‘vrijstaande koopwoning’ in ‘rest bebouwde kom’ in een niet stedelijk gebied. Voor desbetreffende woning geldt een maximale verkeersgeneratie van 9 motorvoertuigbewegingen per etmaal.

De Hof, Molenstraat en omliggende wegen kunnen dit aantal verkeerbewegingen goed verwerken. Er worden dan ook geen problemen verwacht met de afwikkeling van verkeer. 4.6.2 Parkeren Door middel van het bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeernota Peel en Maas’ is de Nota Parkeernormen Peel en Maas 2018 van toepassing verklaard op het plangebied. In de gemeentelijke parkeernota zijn echter geen parkeernormen opgenomen voor vrijstaande woningen in het buitengebied, waaronder de woningen op beide locaties. Op beide locaties wordt en zal op eigen terrein worden geparkeerd. Conform het ‘Parapluplan Parkeernota Peel en Maas’ is een algemeen uitgangspunt dat een ruimtelijke initiatief op eigen terrein kan voldoen aan de parkeervraag. Ter plaatse van de ‘locatie Heihorst’ is reeds genoeg ruimte gerealiseerd om op eigen terrein te parkeren. Ter plaatse van de ‘locatie Hof’ zal een nieuwe woning worden gerealiseerd. Hierbij zal eveneens genoeg ruimte op eigen terrein worden ingericht om op eigen terrein te kunnen parkeren. Derhalve wordt voldaan aan de eisen uit het ‘Parapluplan Parkeernota Peel en Maas’.

4.7 Duurzaamheid De nieuwe woning op de locatie ‘Hof’ zal in ieder geval voldoen aan de wettelijke duurzaamheidseisen conform het Bouwbesluit. In aanvulling daarop wordt bezien welke maatregelen mogelijk zijn om de

Hoofdstuk 4

48

woning verder te verduurzamen, bijvoorbeeld door de plaatsing van zonnepanelen. De gemeente Peel en Maas heeft een ‘Duurzaamheidsagenda’ opgesteld. Wat betreft de installatie van zonnepanelen houdt de ‘Duurzaamheidsagenda’ zich aan de beleidsaspecten van de Provincie Limburg. De Provincie Limburg heeft een zogenaamde ‘Limburgse Zonneladder’ opgesteld; Limburgse Zonneladder: De zonneladder uit de notitie ‘Ruimte voor de zon’ kent 5 treden. Het provinciebestuur stimuleert daarbij de ontwikkeling van zonne-energie in trede 1 tot en met 3. 1. Toepassing van zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen: 2. Gebruik van (onbenutte) terreinen in bebouwd gebied: 3. Gronden in buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur (o.a. bouwkavels stoppende varkenshouders i.h.k.v. de saneringsregeling): 4. Gronden in gebruik voor landbouw: landbouwgronden kunnen alleen worden benut voor de opwek van zonne-energie onder strikte voorwaarden (nee, tenzij): 5. Uitsluitingsgebieden (bijv. waterwingebieden en Natura2000-gebieden. Volgens de zonneladder geldt dan het nee tenzij principe. De voorwaarden gaan over zorgvuldige ruimtelijke afweging ten aanzien van de locatie, regie van de overheid, combineren van meerdere doelen, landschappelijke inpassing, maximaal maatschappelijk draagvlak en participatie.

In het kader van duurzaamheid worden op de locatie Hof zonnepanelen geïnstalleerd. De zonnepanelen kunnen niet op het dak of de gevel van de nieuwe woning gerealiseerd worden omdat de woning onder andere, aan de achterzijde, een noordoost oriëntatie heeft. Dit is niet de meest efficiënte zijde om zonnepanelen te plaatsen. Om de woning energie-neutraal te kunnen maken zijn er minimaal zes zonnepanelen nodig met in de toekomst mogelijk nog een aanvulling. Door de wens voor rieten dakbedekking waarbij een mooie geintegreerde oplossing voor zonnepanelen aan de voorzijde niet mogelijk is, heeft het plaatsen van de zonnepanelen achter in de tuin de voorkeur. Middels een lage haag of beplanting is dit mooi te integreren in de tuin zodat de zonnepanelen aan het zicht onttrokken worden vanuit de openbare ruimte. Het perceel ter plaatse van de beoogde zonnepanelen is agrarisch maar ingesloten door bebouwing. Officieel valt deze locatie in het bestemmingsplan buitengebied maar ligt de locatie binnen de bebouwde kom. Zodoende doet het geen afbreuk aan landschap en er worden geen landbouwgronden onttrokken. Hiermee wordt invulling gegeven aan de uitgangspunten voor duurzaamheid zoals die worden nagestreefd in de gemeente Peel en Maas.

Hoofdstuk 4

49

5.

JURIDISCHE ASPECTEN 5.1 Planstukken Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP2012 alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor). Het bestemmingsplan ‘Herontwikkeling Heihorst 16 en woonkavel Hof Meijel’, is vervat in een verbeelding, regels en deze toelichting.

5.2 Toelichting op de verbeelding De verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:1000.

5.3 Toelichting op de regels Bij het opstellen van de regels is uitgegaan van het rapport Standaard Vergelijkbare Bestemming Plannen 2012 (SVBP2012), de gemeentelijke standaard en het bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’. De regels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. Hierin worden de regels voor de op de verbeelding opgenomen bestemming gegeven; Hoofdstuk 3: Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en overige regels; Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen. Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de verschillende bestemmingen aan te geven. 5.3.1 Inleidende regels Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Voor het gemak zijn enkele begrippen uit de Woningwet/ Bouwverordening/ Wabo overgenomen. Verder zijn enkele begrippen afkomstig van de SVBP2012.

Hoofdstuk 5

50

Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/ percelen gemeten moeten worden. 5.3.2 Bestemmingsregels De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: 1. Bestemmingsomschrijving 2. Bouwregels 3. Nadere eisen 4. Afwijken van de bouwregels 5. Specifieke gebruiksregels 6. Afwijken van de gebruiksregels 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8. Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 9. Wijzigingsbevoegdheid Duidelijk zal zijn dat een bestemming niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. In het onderstaande worden de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht. Agrarisch De bestemming ‘Agrarisch’ is opgenomen voor de agrarische gronden op de ‘locatie Heihorst’ en het achterste gedeelte van de ‘locatie Hof’. Deze gronden zijn onder andere bestemd voor agrarisch bedrijfsmatig en hobbymatig gebruik en landschappelijke inpassing ter plaatse van de ‘locatie Heihorst’. Op de ‘locatie Hof’ is een aanduiding opgenomen ten behoeve van de realisering van zonnepanelen Wonen - 1 Voor de ‘locatie Heihorst’ geldt deels de bestemming ‘Wonen - 1’, namelijk voor het geheel bebouwde deel. Dit geldt dus voor de woning met tuin en de bijbehorende bijgebouwen.

De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, tuinen en erven, parkeervoorzieningen, (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, groenvoorzieningen en voet- en fietspaden, alsmede landschappelijke inpassing. Binnen deze bestemming zijn verder regels opgenomen voor landschappelijke inpassing en een sloopverplichting. Wonen – 2 Voor de ‘locatie Hof’ geldt deels de bestemming ‘Wonen - 2’, namelijk voor het gedeelte waar een nieuwbouwwoning wordt gebouwd en de bijbehorende tuin. De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, tuinen en erven, parkeervoorzieningen, (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, groenvoorzieningen en voet- en fietspaden. Overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan is op de ‘locatie Hof’ een bouwvlak opgenomen, waarbinnen niet meer dan 1 woning met bijbehorende bouwwerken mag worden gerealiseerd. Archeologische waarden Ter bescherming van de archeologische waarden zijn, ter plaatse van de locatie ‘Heihorst’ de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’, ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 5’ uit

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=71cb6bc9-5116-4cc0-9730-e40655b77110