2021-042 03 Toelichting Herontwikkeling Heihorst 16 en woonkavel Hof te Meijel.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Herontwikkeling Heihorst 16 en woonkavel Hof te Meijel’ Gemeente Peel en Maas Vastgesteld
Bestemmingsplan ‘Herontwikkeling Heihorst 16 en woonkavel Hof te Meijel’ Gemeente Peel en Maas Vastgesteld
Rapportnummer:
P03448_2
IMRO-identificatienummer:
NL.IMRO.1894.BPL0243-VG01
Datum:
17 mei 2021
Opdrachtgever:
VOF Vrijssen
Projectleider BRO:
HLe, DAd
Concept:
oktober 2020
Ontwerp:
Maart 2021
Vaststelling:
Mei 2021
Bron foto kaft:
BRO
Beknopte inhoud:
Bestemmingsplan ten behoeve de wijziging van een intensieve veehouderij naar een woning aan de Heihorst 16 en de realisatie van een woning aan de Hof.
BRO Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl
Inhoudsopgave
pagina
1.INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
3 3 4 5 8
2.PLANBESCHRIJVING 2.1Bestaande situatie 2.2Toekomstige situatie 2.3Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten
8 9 10 12
3.BELEIDSKADER 3.1Rijksbeleid
14 14
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) 3.1.4 Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking) 3.1.5 Wet milieubeheer 3.2Provinciaal beleid
14 15 15 16 16 17
3.2.1 Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 3.2.3 Provinciale omgevingsvisie 3.3 Regionaal beleid
17 19 20 21
3.3.1 Regionale woonvisie Noord Limburg 2020-2024 3.4Gemeentelijk beleid
21 22
3.4.1 Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas 3.4.2 Beleidsregel Woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018 3.4.3 Nota Ruimtelijke Kwaliteit 3.4.4 Beleidsplan archeologie gemeente Peel en Maas 3.4.5 Kaderstelling: thema’s ruimte en economie (2017)
22 24 25 25 26
4.ONDERZOEKSASPECTEN 4.1Inleiding
28 28
4.1.1 Bodem- en grondwaterkwaliteit 4.1.2 Geluid 4.1.3 Luchtkwaliteit 4.1.4 Milieuzonering 4.1.5 Externe veiligheid 4.1.6 Milieueffectrapportage 4.1.7 Geur veehouderijen 4.2Kabels en leidingen 4.3Ecologie
Inhoudsopgave
28 30 31 33 36 38 38 39 39
1
4.4Waterhuishouding
42
4.4.1 Beleidskader 4.5Archeologie en cultuurhistorie
42 44
4.5.1 Archeologie 4.5.2 Cultuurhistorie 4.6Verkeer en parkeren
44 47 48
4.6.1 Verkeer en ontsluiting 4.6.2 Parkeren 4.7Duurzaamheid
48 48 48
5.JURIDISCHE ASPECTEN 5.1Planstukken 5.2Toelichting op de verbeelding 5.3Toelichting op de regels
50 50 50 50
5.3.1 Inleidende regels 5.3.2 Bestemmingsregels 5.3.3 Algemene regels 5.3.4 Overgangs- en slotregels
50 51 52 52
6.ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
53
7.PROCEDURE 7.1Procedure 7.2Omgevingsdialoog 7.3Vooroverleg en inspraak 7.4Zienswijzen
54 54 54 55 55
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Landschappelijke inpassing en Kwaliteitsverbetering Bijlage 2: Vooronderzoek NEN 5725 Heihorst 16 te Meijel Bijlage 3: Quickscan flora en fauna Bijlage 4: Stikstofberekening Bijlage 5: Archeologisch onderzoek Bijlage 6: Situering nieuwbouwwoning Hof Bijlage 7: Rapportage asbest bodem Heihorst 16 Bijlage 8: Verkennend bodemonderzoek Hof te Meijel
Inhoudsopgave
2
Toelichting
Hoofdstuk 7
57
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding VOF Vrijssen exploiteert een kalverenveehouderij met in totaal 185 kalveren aan de Heihorst 16 te Meijel. Het voornemen bestaat om de bestaande bedrijfsactiviteiten te beëindigen en de bijbehorende bedrijfswoning te herbestemmen als burgerwoning. Daarnaast is de initiatiefnemer voornemens om een nieuwe woning te realiseren op een vrije kavel gelegen aan de Hof tussen de huisnummers 2 en 4 te Meijel. De woning aan de Heihorst 16 inclusief de daarbij behorende grond wordt verkocht. De voorliggende ontwikkeling omvat onder andere de volgende onderdelen: 1. Bedrijfsbeëindiging van de kalverenveehouderij; 2. Omzetten bedrijfswoning naar burgerwoning; 3. Realisatie nieuwe woning op andere locatie.
Topografische weergave plangebied (rood omlijnd)
Het bedrijf heeft ten behoeve van de beoogde ontwikkeling een principeverzoek ingediend bij de gemeente Peel en Maas. Het college van burgemeester en wethouders heeft bij brief van 15 juni 2020 besloten om in principe medewerking te verlenen aan het initiatief. Door middel van onderhavig bestemmingsplan worden de gewenste ontwikkelingen juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. Het bestemmingsplan bestaat uit regels voor de locaties en de bijbehorende verbeelding. Onderliggende toelichting vergezelt het plan.
Hoofdstuk 1
3
1.2 Plangebied De beoogde ontwikkeling vindt plaats op twee locaties rondom de kern Meijel. In de gehele toelichting worden alle aspecten per locatie binnen het plangebied apart toegelicht onder de namen ‘Locatie Heihorst’ en ‘Locatie Hof’. Locatie Heihorst Locatie Heihorst is gelegen in het buitengebied ten zuidoosten van de kern Meijel. De locatie staat kadastraal bekend als Meijel, sectie F, nummer 543. De locatie wordt ontsloten aan de oostzijde door de gelijknamige straat ‘Heihorst’, waarna via de N279 de omliggende kernen Meijel (noorden), Heibloem (zuiden) bereikt kunnen worden. In de directe omgeving van de locatie liggen hoofdzakelijk agrarische gronden en bedrijven. Verder zijn er enkele burgerwoningen, bedrijven en een visvijver gelegen.
Luchtfoto plangebied en directe omgeving met kadastrale begrenzing en ligging plangebied (rood omlijnd)
Hoofdstuk 1
4
Locatie Hof Locatie Hof is gelegen in het noorden van de kern Meijel. De locatie staat kadastraal bekend als Meijel, sectie F, nummer 2249. De locatie wordt ontsloten aan de westzijde door de gelijknamige straat ‘Hof’. Via de Hof en de Molenstraat kan het centrum van de Kern Meijel bereikt worden. In de directe omgeving van de locatie is aan de oostzijde het bedrijventerrein van Meijel gelegen, aan de zuid- en westzijde zijn hoofdzakelijk burgerwoningen gelegen. Verder liggen er enkele bedrijven en agrarische gronden.
Luchtfoto plangebied en directe omgeving met kadastrale begrenzing en ligging plangebied (rood omlijnd)
1.3 Vigerende bestemmingsplan Voor beide locaties geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’, dat is vastgesteld door de gemeente raad van Peel en Maas op 24 december 2014. Locatie Heihorst Locatie Heihorst is op basis van het vigerende bestemmingsplan bestemd als ‘Agrarisch – Intensieve veehouderij’. Daarbij is op de locatie sprake van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie – 2’, ‘Waarde – Archeologie – 3’ en ‘Waarde – Archeologie – 5’. Over de hele locatie is een bouwvlak aanwezig. Tot slot zijn de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied roerdalslenk zone 3’, ‘kernrandzone’, ‘ontwikkelingszone bebouwingslinten’, ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’ en ‘wro-zone – wijzigingsgebied 1 ob’ van toepassing op dit gebied. De voor ‘Agrarisch – intensieve veehouderij’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch bedrijfsmatig gebruik met daaraan ondergeschikt bijvoorbeeld kleinschalig kamperen, caravanstalling of
Hoofdstuk 1
5
recreatieve activiteiten. Het wijzigen van de bestemming naar de bestemming ‘Wonen’ ter hoogte van de huidige agrarische bedrijfswoning, waarbij de resterende grond wordt bestemd als ‘agrarisch’ is conform de algemene wijzigingsregels in het bestemmingsplan toegestaan. In artikel 56.5 van de planregels is daarover het navolgende opgenomen: ‘Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemmingen 'Agrarisch - Glastuinbouw', ' Agrarisch Grondgebonden', 'Agrarisch - Intensieve veehouderij', 'Agrarisch - Niet grondgebonden', 'Agrarisch Paardenhouderij', 'Agrarisch - Plattelandsondernemer', 'Bedrijf - Agrarisch verwant', 'Bedrijf - Niet agrarisch verwant', 'Detailhandel', 'Horeca', 'Maatschappelijk', 'Recreatie', 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' en 'Sport' met een bouwvlak en de bestaande bedrijfswoning te wijzigen in: a. de bestemming 'Wonen'; b. de bestemming 'Agrarisch' waarin het bestemmingsvlak ligt voor de resterende grond; mits: a. wijziging niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'concentratiegebied glastuinbouw 1' en 'concentratiegebied glastuinbouw 2'; Ter plaatse zijn beide aanduidingen niet opgenomen. b. de gronden niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' of 'maximum aantal wooneenheden 0'; Ter plaatse zijn beide aanduidingen niet opgenomen. c.
de woonfunctie slechts is toegestaan in de hoofdbebouwing; Met de nieuwe ontwikkeling zal de beoogde bestemming ‘wonen’ ter plaatse van de hoofdbebouwing worden gesitueerd. d. aangetoond wordt dat het huidige gebruik als (agrarisch) bedrijf/ de huidige voorziening niet meer mogelijk is; In onderhavige ontwikkeling is omschreven dat het huidige agrarische bedrijf en dus het gebruik worden beëindigd. Er is in de toekomstige situatie dus geen sprake meer van agrarische activiteiten waardoor het agrarische gebruik dus niet meer mogelijk is. e. het huidige gebruik als (agrarisch) bedrijf/ van de huidige voorziening dient te zijn beëindigd; Het huidige agrarische bedrijf (kalverenveehouderij) wordt beëindigd en een deel van de bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Dit wordt reeds in onderhavige toelichting omschreven. f. het aantal woningen mag niet toenemen; Er worden geen extra woningen gerealiseerd. g. in voldoende mate wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, dan wel in een andere vorm van kwaliteitsverbeterende maatregelen; Er is een landschappelijke inpassing opgesteld. Deze zal verder worden toegelicht in paragraaf 2.3 in onderhavige toelichting. h. overtollige bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt, tenzij deze bebouwing valt onder de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie'; Zoals reeds beschreven wordt de overtollige bedrijfsbebouwing gesloopt. i.
de ontwikkeling in voldoende mate moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit, hiertoe wordt een landschappelijk inrichtingsplan overgelegd dat als bijlage bij de regels wordt opgenomen, waarin de landschappelijke inpassing van de bebouwing en andere te verrichten kwaliteitsverbeterende maatregelen zijn beschreven en waaromtrent advies is ingewonnen bij een onafhankelijke, objectieve commissie. De landschappelijke inpassing wordt in de vorm van een voorwaardelijke verplichting opgenomen met een daaraan gekoppelde aanleg- en instandhoudingsverplichting; Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Deze wordt verder toegelicht in paragraaf 2.3. Het gehele inrichtingsplan is als bijlage toegevoegd. j. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het woon- en leefklimaat; Er is onderzoek gedaan naar een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit is verder toegelicht in hoofdstuk 4. 2. de milieusituatie; Er vindt met beoogde ontwikkeling zelfs een verbetering plaats ten behoeve van de milieusituatie. Het gehele bedrijf wordt namelijk beëindigd waarmee de totale uitstoot voor het houden van dieren verdwijnt.
Hoofdstuk 1
6
k.
l.
3. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en/of abiotische waarden; Met onderhavige ontwikkeling worden er geen van bovenstaande waarden aangetast. Overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en het gehele perceel zal landschappelijk worden ingepast. 4. gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing; In hoofdstuk 4 zijn alle aspecten onderzocht. Zo ook het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’. Uit het onderzoek is gebleken dat de onderhavige ontwikkeling geen effect heeft op gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van aangrenzende gronden, bebouwing en omliggende bedrijven. in voldoende mate is onderzocht of er effecten zijn te verwachten op aanwezige Natura-2000 gebieden, met dien verstande dat de ontwikkeling per saldo geen significant negatieve effecten mag hebben op de aanwezige Natura-2000 gebieden; Met de sloop van de bebouwing worden geen zware mobiele werktuigen ingezet die een mogelijke stikstofuitstoot hebben, die negatieve effecten kunnen hebben op aanwezige Natura-2000 gebieden. Daarnaast zal in het gebruik van de woning niets veranderen ten opzichte van de huidige situatie. De ontwikkeling heeft dus geen significant negatieve effecten op omliggende Natura-2000 gebieden. voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 27. Er wordt niet direct voldaan aan de voorwaarden in artikel 27.
Het bestaande bijgebouw blijft gehandhaafd als bijbehorende bebouwing bij het woonhuis. Daarnaast blijft de bestaande loods annex paardenstal gehandhaafd. Deze bijgebouwen zijn gelegen op een grotere afstand van het hoofdgebouw dan het bestemmingsplan toelaat. Onderhavig bestemmingsplan biedt hier een passende regeling voor.
Locatie Hof Locatie Hof is bestemd als ‘Agrarisch’. Ter plaatse is ook sprake van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 3’ en ‘Waarde – Archeologie – 4’. In tegenstelling tot de andere locatie is hier geen sprake van een bouwvlak. Op deze locatie zijn de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied roerdalslenk zone 3’, ‘kernrandzone’, ‘ontwikkelingszone bebouwingslinten’, ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’ en ‘wro-zone – wijzigingsgebied 1 ob’ van toepassing. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden ter plaatse van deze locatie zijn bestemd voor agrarisch bedrijfsmatig en hobbymatig gebruik met daaraan ondergeschikt onder andere extensief dagrecreatief medegebruik. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van een burgerwoning met de bestemming ‘Wonen’. Het wijzigen van de bestemming naar de bestemming ‘Wonen’ is conform het bestemmingsplan niet toegestaan. Hiervoor dient het bestemmingsplan te worden herzien. Conclusie Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn de beoogde ontwikkelingen niet direct toegelaten. Ter plaatse van de ‘locatie Heihorst’ wordt er niet volledig voldaan aan de gestelde voorwaarden conform de algemene wijzigingsregels. Ter plaatse van de ‘Hof’ is het niet mogelijk om de bestemming te wijzigen. Door middel van het voorliggende nieuwe bestemmingsplan kunnen deze ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt.
Hoofdstuk 1
7
1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van de bestaande situatie en de beoogde ontwikkelingen is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse milieu- en onderzoeksaspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In hoofdstuk 6 komt de economische uitvoerbaarheid van het plan aan de orde. Ten slotte is in hoofdstuk 7 een beschrijving van de verdere procedure opgenomen en wordt ingegaan op overleg en inspraak.
Hoofdstuk 1
8
2.
PLANBESCHRIJVING 2.1 Bestaande situatie De beoogde ontwikkeling vindt plaats op twee locaties rondom de kern Meijel. In de gehele toelichting worden alle aspecten per locatie apart toegelicht onder de namen ‘Locatie Heihorst’ en ‘Locatie Hof’. Locatie Heihorst De locatie omvat de gronden die deel uitmaken van het bedrijf VOF Vrijssen aan de Heihorst 16 te Meijel. Op deze locatie vindt de exploitatie van een kalverenveehouderij plaats. In de bestaande situatie is de locatie deels bebouwd met de bedrijfswoning, en de bedrijfsbebouwing. Rondom de bebouwing is verharding aanwezig, ten behoeve van o.a. parkeren, laden/lossen en manoeuvreren met vrachtwagens. Aan de achterzijde van het terrein aan de westzijde zijn gronden gelegen die momenteel worden gebruikt als grasland en uitloopweides voor de kalveren. Tussen de weides en de bedrijfswoning is de tuin gelegen behorende bij de bedrijfswoning. Op de navolgende luchtfoto is het huidige gebruik van de locatie zichtbaar. De locatie is gelegen in het buitengebied ten zuiden van de kern Meijel, in de gemeente Peel en Maas. De locatie wordt aan de oostzijde ontsloten door de Heihorst waarna via de Steenkampseweg of de Donk de N279 bereikt kan worden. Via de N279 (en verder de N275) kunnen de omliggende kernen bereikt worden. In de directe omgeving van de locatie liggen enkele bedrijven en voornamelijk burger- en bedrijfswoningen.
Luchtfoto huidige situatie Heihorst 16
Hoofdstuk 2
9
Locatie Hof Deze locatie omvat enkel agrarische gronden aan de Hof te Meijel en is in de lintbebouwing van het Hof / de Molenstraat gelegen. Op deze locatie vindt op dit moment geen activiteit plaats. Er is geen bebouwing en begroeiing aanwezig. Op de navolgende luchtfoto is het huidige gebruik van de locatie zichtbaar. De locatie is aan de rand en ten noorden van de kern Meijel, in de gemeente Peel en Maas gelegen. De locatie wordt aan de westzijde ontsloten door de Molenstraat, waarna via de Heuvel en Kalishoek de N279 kan worden bereikt. In de directe omgeving zijn voornamelijk burgerwoningen gelegen en ten oosten van de locatie is het bedrijventerrein van Meijel gelegen.
Luchtfoto huidige situatie Hof
2.2 Toekomstige situatie Locatie Heihorst Op deze locatie wordt de huidige bedrijfsactiviteit (kalverenveehouderij) stopgezet en deze zal worden ingetrokken tegelijk met het moment dat besluit op dit plan definitief wordt. Daarnaast wordt een deel van de huidige bedrijfsbebouwing (circa 458 m2) gesloopt. De resterende bebouwing zal als bijgebouw behorende bij de woning gaan dienen. De woning beschikt namelijk niet over een uitpandige bergruimte. Daarnaast is een deel van de bebouwing nog vrij recent en deze doet dienst als paardenstal. De bebouwing die gehandhaafd blijft wordt gerenoveerd en/of deels opnieuw opgebouwd. De bebouwing wordt verder verduurzaamd in de vorm van isolatie en zonnepanelen op het nieuwe dak.
Hoofdstuk 2
10
Het terrein zal in de toekomstige situatie opnieuw worden ingericht in de vorm van een landschappelijke inpassing. Deze zal in paragraaf 2.3 verder worden toegelicht. Daarnaast hebben de huidige eigenaren beschikking over een omgevingsvergunning voor het realiseren van een veldschuur. Deze veldschuur zal niet meer gerealiseerd worden. De vergunninghouder zal schriftelijk verzoeken deze vergunning in te trekken en het college zal deze vergunning intrekken nadat de raad het bestemmingsplan heeft vastgesteld. Hieronder is een referentiebeeld opgenomen van de nieuwe situatie.
Locatie Hof Op deze locatie is zoals reeds beschreven op dit moment enkel agrarische grond. Het voornemen bestaat om op deze locatie een nieuwe vrijstaande woning te realiseren. De nieuwe woning wordt volledig in de reeds bestaande lintbebouwing ingepast en wordt aan de voorzijde van het perceel gesitueerd. De totale oppervlakte van de woning (inclusief aanbouw) is circa 148 m2 met een inhoud van circa 879 m3. De maximale nokhoogte bedraagt circa 8,6 meter en de goothoogte maximaal 3,3 meter. Daarnaast wordt een carport van 7 m 2 (inhoud 23 m3) en een veranda van 29 m 2 (inhoud 96 m3) gerealiseerd. De woning krijgt een moderne en landelijke uitstraling met een combinatie van houten gevelbedekking en metselwerk en een rieten dak. Aan de voorzijde van de woning is plek voor twee parkeerplaatsen. Aan de achterzijde blijft de agrarische bestemming van toepassing. Ter plaatse worden minimaal zes zonnepanelen gerealiseerd, met in de toekomst mogelijk nog een aanvulling. Op de navolgende afbeelding is een voor- en zijaanzicht van de woning opgenomen en in bijlage 6 een situering van de ligging van de woning op het perceel en de daarbij behorende zonnepanelen.
Hoofdstuk 2
11
Voorgevel
Zijgevel
2.3 Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten Ruimtelijke en functioneel gezien passen de beoogde ontwikkelingen goed in de omgeving. Op de ‘locatie Heihorst’ vindt namelijk enkel sloop plaats van overtollige bedrijfsbebouwing. De resterende bebouwing wordt opgeknapt en verduurzaamd en zullen vervolgens als stallingsruimte en paardenstal bij de woning gaan fungeren. Er zal niets veranderen aan het gebruik van de huidige woning en de bestaande uitstraling van de locatie blijft behouden waardoor het in de omgeving past. De nieuwe woning op de ‘Hof’ past zoals reeds omschreven ook in de omgeving. Het voldoet aan de bepaalde afmetingen. Qua uitstraling past de nieuwe woning ook in de omgeving, daar waar in de directe omgeving een gemêleerde woningvoorraad aanwezig is. Op basis van het geldende provinciaal en gemeentelijk beleid dient de ‘locatie Heihorst’ landschappelijk te worden ingepast. Hiertoe is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. 1 De landschappelijke inpassing voorziet in de aanplanting van een bomenrij met struweelhaag en het aanplanten van fruitbomen. Voor meer informatie wordt verwezen naar het landschappelijk inpassingsplan dat als bijlage 1 aan deze toelichting is toegevoegd.
1
BRO, Landschappelijke inpassing Heihorst 16 te Meijel, projectnr. P03448, d.d. 4 november 2020
Hoofdstuk 2
12
Landschappelijk inpassingsplan (verkleind)
Voor de locatie Hof is niet voorzien in een landschappelijk inpassingsplan. In het gemeentelijk kwaliteitskader is opgenomen dat landschappelijke inpassing geldt voor gronden in het bestemmingsplan buitengebied en het overige gebied dat buiten de rode contour ligt zoals vastgesteld door GS. Het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM), waar het gemeentelijke kwaliteitskader een uitwerking van is, is destijds opgesteld voor ontwikkelingen buiten de rode contour. Het onderhavige perceel is gelegen binnen de oorspronkelijke rode contour van GS en derhalve is dan ook geen landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Er kan geconcludeerd worden dat het plan, zowel op korte als op (middel)lange termijn, geen negatieve ruimtelijke effecten tot gevolg heeft voor de omgeving.
Hoofdstuk 2
13
3.
BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes.
Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering; 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie;
Hoofdstuk 3
14
14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Afweging Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen.
Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. De nationale belangen betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Hoofdwegen en landelijke spoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Natuurnetwerk Nederland, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament, IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Afweging Bij het voorliggende initiatief zijn geen van de bovengenoemde nationale belangen uit het Barro in het geding. Het initiatief is hiermee in lijn met het Barro. 3.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) De Rarro is gebaseerd op het Barro. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen en objecten, hoofdwegen en NNN-gebieden worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven.
Hoofdstuk 3
15
Afweging Het radarverstoringsgebied behorende bij de radar op de militaire vliegbasis Volkel beslaat ook de gemeente Peel en Maas. De maximaal toegestane bouwhoogte voor windturbines in dit gebied bedraagt 114 meter ten opzichte van NAP. Voor overige bouwwerken geldt geen beperking voor de bouwhoogte. Aangezien het voorliggende bestemmingsplan geen windturbines mogelijk maakt, vormt de voorgenomen ontwikkeling geen belemmering voor het radarverstoringsgebied. 3.1.4 Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie2 komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.
Per 1 juli 2017 is een gewijzigde ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Afweging De voorliggende ontwikkeling van de intensieve veehouderij en nieuwe woning is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 1.1.1 van het Bro. Blijkens de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juni 2017 3 wordt het toekennen van een agrarische bestemming aan gronden niet beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan de ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet vereist. 3.1.5 Wet milieubeheer In artikel 7.2, lid 1 van de Wet milieubeheer is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur de activiteiten worden aangewezen: a.
Die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu; b. Ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben.
2
o.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319) 3 ABRS 28 juni 2017 (ECLI :ECLI:NL:RVS:2017:1724)
Hoofdstuk 3
16
In het Besluit milieueffectrapportage zijn in artikel 2, lid 1 als activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus de verplichting geldt om een milieueffectrapportage op te stellen), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In lid 2 van hetzelfde artikel zijn als activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In artikel 2, lid 5, aanhef en onder b. van het Besluit milieueffectrapportage, is vastgelegd dat de m.e.r.-beoordelingsplicht ook geldt voor plannen die weliswaar vallen onder een van de in onderdeel D genoemde activiteiten maar waarbij het project valt onder de drempelwaarden zoals genoemd in onderdeel D, indien: 'op grond van selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben'. De afweging met betrekking tot de m.e.r.-(beoordelings)plichtigheid van dit bestemmingsplan is opgenomen in paragraaf 4.1.6.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Op 12 december 2014 is het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) vastgesteld. In het POL2014 is onderscheid gemaakt in acht soorten gebieden, elk met eigen herkenbare kernkwaliteiten. Voor de verschillende zones liggen er heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. Zonering Limburg Volgens de kaart ‘Zonering Limburg’ liggen ‘Locatie Heihorst’ en ‘Locatie Hof’ beide binnen de zone ‘buitengebied’. Het buitengebied omvat de gronden in het landelijk gebied die niet behoren tot de goudgroene en zilvergroene natuurzones en de bronsgroene landschapszone. Deze zone omvat een breed scala aan gebieden variërend van landbouwgebieden in algemene zin, glastuinbouwgebieden, ontwikkelingsgebieden intensieve veehouderij, verblijfsrecreatieve terreinen, stadsrandzones tot linten en cluster van bebouwing. Beleidsmatig liggen de accenten voor deze zone op: Ontwikkelingsmogelijkheden voor nieuwe bedrijfslocaties landbouw; Terugdringen milieubelasting vanuit landbouw; Kwaliteit en functioneren ondergrond.
Hoofdstuk 3
17
Uitsnede POL2014-kaart 'Zonering Limburg' met ligging ‘Plangebied Heihorst’ (rood omlijnd)
Uitsnede POL2014-kaart 'Zonering Limburg' met ligging ‘Plangebied Hof’ (rood omlijnd)
Hoofdstuk 3
18
Landbouw In het POL2014 worden de ambities, opgaven en aanpak voor de thema's benoemd waarop de provincie een rol heeft of wil vervullen. Ten aanzien van de land- en tuinbouwsector wil de provincie ruimte bieden aan de doorgroei van bestaande land- en tuinbouwbedrijven, in een goede balans met omgevingswaarden. In het kader van een duurzame productie worden de emissies naar lucht, water en bodem teruggedrongen, in het bijzonder van ammoniak, geur, fijn stof, nitraat en gewasbeschermingsmiddelen. Tevens is de ambitie om een kwaliteitsslag in het landelijk gebied te realiseren, door verduurzaming van bestaande agrarische bedrijven, hergebruik van leegkomende (beeldbepalende) gebouwen en sloop van de leegkomende bebouwing waar geen passend alternatief voor aanwezig is. Afweging De voorliggende ontwikkeling (het stoppen van de intensieve veehouderij, het omzetten van de bedrijfswoning naar burgerwoning en de realisatie van een nieuwe woning) is deels passend binnen de zone ‘buitengebied’. Het stoppen van de intensieve veehouderij draagt bij aan het terugdringen van de milieubelasting vanuit de landbouw. Op dit moment ligt er namelijk een vergunning voor het houden van 185 dieren. Met het stopzetten verdwijnt deze milieubelasting dus in het geheel.
Het omzetten van de huidige bedrijfswoning aan de Heihorst en de realisatie van de nieuwe woning aan de Hof past in eerste instantie niet in binnen het principe van het buitengebied. Maar middels een goede landschappelijke inpassing voor de ‘Locatie Heihorst’ wordt bijgedragen aan de gewenste kwaliteitsslag in het landelijk gebied en kan het project in overeenstemming met de aanwezige omgevingswaarden worden uitgevoerd. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 ook de 'Omgevingsverordening Limburg 2014' vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van het POL2014 juridische binding te geven. Afweging ‘Locatie Heihorst’ Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat deze locatie is gelegen binnen het milieubeschermingsgebied ‘Boringsvrije zone Roerdalslenk III’. In desbetreffend beschermingsgebied zijn verboden opgenomen voor; ‘de realisatie van een boorput of werken op of in de bodem uit te voeren die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten.’ De beoogde ontwikkeling ter plaatse van de locatie voorziet niet in een van de voorgenoemde verboden.
‘Locatie Hof’ Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat de ‘Locatie Hof’ niet is gelegen binnen milieubeschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. Het initiatief is hiermee passend binnen de Omgevingsverordening Limburg 2014.
Hoofdstuk 3
19
3.2.3
Provinciale omgevingsvisie
Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. In de periode 7 september 2020 tot en met 18 oktober 2020 heeft de provincie Limburg een ontwerp provinciale omgevingsvisie ter inzage gelegd: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg.’ Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt na vaststelling van deze Omgevingsvisie, het huidige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014).’ De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De vaststelling van deze omgevingsvisie is beoogd in het eerste kwartaal van 2021. Na vaststelling van de ontwerp-Omgevingsvisie wordt een nieuwe omgevingsverordening verder uitgewerkt. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1 januari 2022. Tot die tijd blijft de huidige Omgevingsverordening van kracht.
Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijkals in het bebouwde gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt vervolgens een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Afweging In de provinciale omgevingsvisie is opgenomen dat er een grote transitieopgave ligt met betrekking de intensieve veehouderij in relatie tot problemen zoals fijnstof en stikstof. De onderhavige ontwikkeling ziet op het stopzetten van een intensieve veehouderij.
De vrijkomende agrarische bebouwing wordt grotendeels gesloopt en de agrarische bedrijfswoning wordt omgezet in een reguliere burgerwoning. De vrijkomende agrarische bebouwing krijgt op deze wijze een goede invulling en is daarmee passend binnen de nieuwe provinciale omgevingsvisie.
Hoofdstuk 3
20
Het toevoegen van een woning op de Hof maakt onderdeel uit van de herontwikkeling op de Heihorst en past in het gemeentelijke woonbeleid. Op het gebied van wonen is de nieuwe provinciale omgevingsvisie een op hoofdlijnen richtinggevend kader. De daadwerkelijke invulling wordt overgelaten aan regio’s en/of de gemeenten. De toevoeging van een woning is dan ook niet in strijd met de toekomstige provinciale omgevingsvisie.
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale woonvisie Noord Limburg 2020-2024 In de Regionale woonvisie geven de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas richting aan de regionale woningmarkt. Deze regionale woonvisie is door de gemeente Peel en Maas op 22 september 2020 vastgesteld. Een van de centrale opgaven is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Bij nieuwbouw dient bij voorkeur ingezet te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. De huishoudprognose van E’til (Progneff) dient als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter is de kwalitatieve toets leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. In de regio zijn uitgangspunten geformuleerd, waaraan alle bouwplannen moeten voldoen die binnen de kwalitatieve richtlijn vallen. Deze regionale uitgangspunten omvatten de navolgende punten:
Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; Gekeken dient te worden naar koppelkansen; Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot; Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijke, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen.
Aanvullend wordt tevens het volgende benoemd:
Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt. Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen.
Analyse bestaande woningvoorraad Het grootste deel van de woningvoorraad voor de toekomst staat er al. Dat maakt dat nieuwbouw slecht een klein deel vormt van de totale woningvoorraad. Inzicht in de kwaliteit van deze woningvoorraad is essentieel om een match met de toekomstige woningvraag te bewerkstelligen. Aan adviesbu-
Hoofdstuk 3
21
reau Stec Groep is gevraagd om hierin inzicht te verschaffen. De analyses van Stec Groep geven inzicht in de potentiële kwetsbaarheid van de bestaande woningvoorraad. Hierbij wordt een verbinding gemaakt met de demografische ontwikkeling van onze regio. De woningvoorraad wordt op basis van verschillende indicatoren (voor zowel de woning als de woonomgeving) beoordeeld. Dit vormt een bouwsteen voor beleid rondom de aanpak van de huidige woningvoorraad. Belangrijkste conclusies uit de analyses zijn: De komende 10-20 jaar groeit het aantal huishoudens netto met bijna 5.000, deze groei zit op regioniveau in de 65+ doelgroep. Hierdoor ontstaat een groeiende behoefte aan levensloopbestendige woningen; Er ontstaan overschotten in de niet-levensloopbestendige grondgebonden huur-, goedkope koop- en ruime, dure koopsegment. Op het niveau van individuele gemeenten kunnen er afwijkingen ten opzichte van deze regionale conclusies bestaan. Afweging Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg De voorgenomen herziening betreft enerzijds het omzetten van een agrarische bedrijfswoning in een reguliere burgerwoning en anderzijds het oprichten van een volledig nieuwe woning. Uit de visie volgt dat het aantal plannen dat we hebben en maken om nieuwbouw toe te voegen, in een gezonde verhouding moet staan tot de kwantitatieve behoefte.
Er worden alleen plannen toegevoegd die echt kwaliteit toevoegen en passen bij de woonbehoefte van de afzonderlijke gemeenten in de regio: bouwen naar reële behoefte. De gemeente Peel en Maas heeft beleid dienaangaande vastgesteld, waarnaar in paragraaf 3.4.2 wordt verwezen. Mede toetsend aan dit gemeentelijke beleid en de gemeentelijke structuurvisie zijn er vanuit de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg 2020-2024 geen belemmeringen voor dit initiatief.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas In februari 2015 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas vastgesteld en op 27 januari 2016 is de gewijzigde versie vastgesteld. In de Structuurvisie Buitengebied wordt het beleid dat ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan Buitengebied Peel en Maas samengebracht. Voor een groot gedeelte betreft het bestaand beleid met enkele aanvullingen en uitwerkingen. De Structuurvisie vormt de grondslag voor het toepassen van bovenplanse verevening en bijdragen in de ruimtelijke ontwikkeling in het kader van de ontwikkelingsplanologie. In de Structuurvisie Buitengebied zijn de volgende plannen opgenomen: Structuurplan Buitengebied 2008; Structuurvisie Intensieve Veehouderij en Glastuinbouw; Streefkwaliteiten Geur; Kwaliteitskader; Archeologiebeleid.
Hoofdstuk 3
22
Volgens het structuurplan zijn de ‘Locatie Heihorst’ en ‘Locatie Hof’ gelegen binnen het gebiedstype ‘Oude, verdichte bouwlanden’. Voor dit gebiedstype gelden de volgende beleidsuitgangspunten. Doel Ruimtelijk-Landschappelijk: versterking van de landschappelijke karakteristiek bestaande uit relatief open akkers met verdichte randen (clusters en linten van bebouwing) en doorzichten; behoud van cultuurhistorisch waardevolle, open, bolle akkers en behoud van voldoende brede doorzichten vanuit de verdichte clusters en linten naar deze relatief open akkers; behoud van de relatief open (bolle) akkers vanwege de aanwezige archeologische en/of cultuurhistorische waarden; realisatie van een verdere landschappelijke verdichting door weg- en erfbeplantingen in de clusters en linten; realisatie van een landschappelijk raamwerk t.b.v. een zorgvuldige inpassing van (nieuwe) economische activiteiten. Ontwikkeling Ruimtelijk-Functioneel: ruime toelating van verschillende economische functies; verdere menging van de functies wonen (ruimte-voor-ruimte), werken (nieuwe economische dragers, recreatie en toerisme) en (verbrede) landbouw met name in de linten; binnen de landbouw een ruime toelating van teeltondersteunende voorzieningen m.u.v. de open, bolle akkers.
Afweging De voorliggende ontwikkeling voorziet in het stopzetten en saneren van een intensieve veehouderij, het omzetten van de daarbij behorende bedrijfswoning tot een burgerwoning en de realisatie van een nieuwe woning. Vanuit ruimtelijk-landschappelijk opzicht voldoet de gehele ontwikkeling aan de gestelde doelen. Ter plaatse van de ‘Locatie Heihorst’ wordt de bestaande bedrijfsbebouwing gesaneerd en wordt enkel de bestemming van de bedrijfswoning gewijzigd. Ter plaatse van de ‘Locatie Hof’ wordt een nieuwe woning gerealiseerd en dus toegevoegd aan het bestaande bebouwingslint. Door het slopen van de bedrijfsbebouwing ontstaat er een extra doorzicht naar de open gebieden, het landschappelijk karakteristiek zal hierdoor worden versterkt. Door de realisatie van de extra woning aan de Hof wordt het bebouwingslint verdicht. Beide ontwikkeling voldoen aan ruimtelijk-landschappelijke doelen. Op de ‘locatie Heihorst’ wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing. Deze landschappelijke inpassing sluit aan op de bovengenoemde kenmerken van dit landschapstype en hierdoor wordt er geen negatieve invloed uitgeoefend op het landschap en op het grootschalig open ontginningslandschap. Voor de locatie Hof is niet voorzien in een landschappelijk inpassingsplan.
In het gemeentelijk kwaliteitskader is opgenomen dat landschappelijke inpassing geldt voor gronden in het bestemmingsplan buitengebied en het overige gebied dat buiten de rode contour ligt zoals vastgesteld door GS. Het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM), waar het gemeentelijke kwaliteitskader een uitwerking van is, is destijds opgesteld voor ontwikkelingen buiten de rode contour. Het onderhavige perceel is gelegen binnen
Hoofdstuk 3
23
de oorspronkelijke rode contour van GS en derhalve is dan ook geen landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Vanuit functioneel opzicht vindt er een verdere menging van functies plaats. Zoals reeds omschreven wordt de agrarische functie stopgezet ter plaatse van de ‘locatie Heihorst’ en wordt er een nieuwe woning gerealiseerd ter plaatse van de ‘locatie Hof’. De gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied 1 ob’, die dient ter bescherming van het gebiedstype ‘oude verdichte/besloten bouwlanden’ wordt in dit bestemmingsplan opgenomen overeenkomstig de geldende bestemmingsplannen. Samengevat is de voorgenomen ontwikkeling hiermee passend hiermee binnen de structuurvisie Buitengebied Peel en Maas. 3.4.2 Beleidsregel Woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018 Het college van burgemeester en wethouders heeft op 4 juni 2018 de "Beleidsregel Woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018" vastgesteld. In deze beleidsregel is bepaald dat in principe geen medewerking wordt verleend aan het toevoegen van extra woningen in afwijking van het bestemmingsplan. In een aantal situaties wordt op deze hoofdregel een uitzondering gemaakt. In artikel 3 onder sub b van de beleidsregel zijn een aantal uitzonderingen gemaakt voor een beperkt aantal woningbouwverzoeken waarbij een win-win situatie kan worden gecreëerd door het oplossen van een planologisch en milieutechnisch knelpunt.
Hier zijn een aantal voorwaarden aan verbonden: Het betreft de sanering van een intensieve veehouderij waarbij er sprake is van: Een maatschappelijk belang dat verder gaat dan het economisch belang van de aanvrager Ligging in of nabij de kernrandzone Een betreft een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer met een geldende omgevingsvergunning milieu die wordt ingetrokken met als gevolg dat het woon- en leefklimaat van de woonomgeving en/ of de kernen verbetert. Er moet worden gewaarborgd dat de bedrijfsbebouwing binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan wordt gesloopt en de omgevingsvergunning milieu wordt ingetrokken. De bestemming van de bestaande bedrijfswoning met de daarbij behorende huiskavel moet worden omgezet in de bestemming wonen. Er geldt een maximum van in totaal 10 te bouwen woningen met een maximum van 1 woning per win win-locatie. Voorwaarde is tevens dat toepassing dient te worden gegeven aan het gemeentelijk kwaliteitskader. Dat betekent dat voor een woning een bijdrage van € 100,00 /m2 uitgeefbaar kaveloppervlak moet worden bijgedragen. Voor sloop kan een bedrag van 25,00/m2 hiervan in mindering worden gebracht. Er zal een anterieure overeenkomst opgesteld worden om e.e.a. in vast te leggen. Daarnaast dient het perceel landschappelijk ingepast te worden.
Afweging De onderhavige ontwikkeling ziet op het wegbestemmen van een intensieve veehouderij in de kernrandzone op de locatie Heihorst 16. De bedrijfsbebouwing wordt deels gesloopt, de bijbehorende
Hoofdstuk 3
24
agrarische bedrijfswoning wordt herbestemd tot een reguliere burgerwoning en daarnaast wordt één woning toegevoegd op de locatie Hof. De ontwikkeling voldoet aan de gestelde voorwaarden van deze beleidsregel en op basis van deze regeling kan dan ook aan deze ontwikkeling medewerking worden verleend. De voorwaarden van de beleidsregel worden in de regels verankerd.
3.4.3 Nota Ruimtelijke Kwaliteit Het fuseren van de gemeente en het inwerkingtreden van de Wabo en het daarbij behorende vergunningvrij bouwen is mede aanleiding geweest voor de gemeente om nieuw welstandsbeleid op te stellen. Hiertoe is op 31 mei 2011 de Nota Ruimtelijke Kwaliteit vastgesteld. Basisprincipe: welstandsvrij De gemeente stelt alleen eisen aan de uiterlijke kwaliteit van bouwwerken als dit ook echt nodig is. Hiermee wordt getracht de 'belasting' of eisen aan de klant zo gering mogelijk te houden waarbij wel het algemeen belang wordt gerespecteerd. Daarom wordt er uitgegaan van een basis van welstandsvrijheid. Bescherming: alleen in uitzonderingsgebieden De gemeente Peel en Maas staat voor zelfsturing en diversiteit. In bepaalde gebieden blijft sturing echter toch nodig. Sommige gebieden zijn beeldbepalend voor een gemeenschap. De gemeente wil voorkomen dat dit beeld wordt aangetast, dit is in het belang van de gehele gemeenschap. Daarnaast zijn er (nieuwbouw)plannen waarin een bepaalde sfeer, thema of kwaliteit wordt nagestreefd. Ook hierin is het niet gewenst om gehele vrijheid te geven. Om de directe omgeving te beschermen is het gewenst om sturing te geven aan bouwplannen die (grote) invloed hebben op de kwaliteit van de omgeving. Middels een beeldkwaliteitsplan kan worden gestuurd op een gewenste uitstraling.
In principe geldt het welstandsvrij beleid voor het gehele grondgebied van de gemeente, maar om bepaalde ruimtelijke en esthetische kwaliteiten beter te beschermen of waarborgen, worden er twee uitzonderingssituaties gemaakt. Deze gebieden zijn dus niet welstandsvrij. Het betreft de beeldbepalende dorpsgezichten en de in- en uitbreidingslocaties. Afweging Beide locaties zijn gelegen binnen welstandsvrij gebied. De nieuwe woning ter plaatse van de ‘Locatie Hof’ zal qua bouwstijl en materialisatie zoveel mogelijk een eenheid vormen met het bestaande straatgezicht. De bijgebouwen op de locatie ‘Heihorst’ die gehandhaafd blijft wordt gerenoveerd en/of deels opnieuw opgebouwd. De bebouwing wordt verder verduurzaamd in de vorm van isolatie en zonnepanelen op het nieuwe dak. Vanuit het aspect welstand zijn er hiermee geen belemmeringen. 3.4.4 Beleidsplan archeologie gemeente Peel en Maas In het archeologiebeleid geeft de gemeente een kader op basis waarvan in de toekomst archeologisch-inhoudelijk, maar ook economisch verantwoorde beslissingen kunnen worden genomen hoe om te gaan met het bodemarchief. De gemeente Peel en Maas stelt met dit beleidsplan vast: De archeologische waarden- en verwachtingenkaart;
Hoofdstuk 3
25
Ondergrenzen (uitgedrukt in oppervlakte en diepte) die duidelijk aangeven of een initiatiefnemer dan wel vergunningaanvrager verplicht is archeologisch vooronderzoek te laten verrichten; Archeologie als conditie op te nemen bij herzieningen van bestemmingsplannen; De archeologische beleidskaart. In bestemmingsplannen en bij omgevingsvergunningen dient de gemeente aan te geven welke archeologische waarden in het geding zijn en hoe daarmee omgegaan moet worden. Het archeologiebeleid levert de archeologische eisen op die gesteld kunnen worden bij de toekomstige afgifte van omgevingsvergunningen. Afweging In dit bestemmingsplan is rekening gehouden met het gemeentelijk archeologiebeleid. In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op de archeologische waarden in de locaties. 3.4.5 Kaderstelling: thema’s ruimte en economie (2017) Naast het thema wonen zijn ook vanuit de thema’s ruimte en economie de uitgangspunten ‘wonen duurzaam in balans’ en ‘zorgen voor elkaar’ beschreven: 1. Bedrijvigheid in balans met omgeving De gemeente draagt bij aan de beweging dat bedrijvigheid in balans is met de omgeving. Dit doet het onder andere door middel van de onderstaande uitvoeringsafspraken: Zorgen voor verbindingen en balans tussen economische en ruimtelijke waarden. De gemeente biedt ruimte voor ontwikkeling van functies zonder ruimtelijke kwaliteiten uit het oog te verliezen.
Hierbij wordt rekening gehouden met bestaande ruimtelijke kwaliteiten maar ook aspecten als veiligheid en milieu. Oog voor de transitie in het landelijk gebied. Agrarische bedrijvigheid en recreatie en toerisme zijn de belangrijkste dragers van het landelijk gebied van Peel en Maas. Als gevolg van onder andere schaalvergroting, de verwachting dat veel agrarische bedrijven gaan stoppen en klimaatverandering doet zich een aantal veranderingen voor in ons landelijk gebied. Dit biedt kansen en uitdagingen. Daarnaast wordt ruimte gescherpt voor water en energie en we versterken het toeristisch potentieel van ons landschap. 2. Wonen duurzaam in balans Samen met de samenleving wordt gewerkt aan een woningbestand dat duurzaam in balans is. In dat kader zijn een drietal uitvoeringsafspraken gemaakt: De juiste woning: vraag en aanbod worden kwalitatief met elkaar in overeenstemming gebracht. Om vitaliteit en leefbaarheid van de kernen te behouden wordt een duurzaam woningbestand gecreëerd. De grootste opgave ligt in de bestaande voorraad en beperkt bij nieuwbouw. Om, gelet op de demografische ontwikkelingen, in te spelen op de vraag van morgen faciliteert de gemeente initiatieven die gericht zijn op herstructurering/verdunning van de bestaande voorraad. Beperkte nieuwbouw wordt hierop aangesloten met het oog op het juiste type woning van de juiste kwaliteit op de juiste plek.
Het eigenaarschap voor verduurzaming en levensloopbestendig maken van de woning ligt in eerste instantie bij de particuliere eigenaar / woningcorporatie. Het (ver)bouwen van levensloopbestendige en duurzame woningen wordt gestimuleerd.
Hoofdstuk 3
26
Het juiste aantal woningen: vraag en aanbod worden kwantitatief met elkaar in overeenstemming gebracht. Peel en Maas heeft zich gecommitteerd aan de opgave om de kwantitatieve woningvoorraad in 2030 in balans te brengen. Er wordt gebouwd voor de vraag van vandaag en voorgesorteerd op de demografische transitie. Daarin geldt dat iedere kern mag bouwen voor de eigen behoefte binnen de regionaal vastgestelde kaders. Hiervoor wordt het regionale afwegingskader gebruikt, welke lokaal nog verder wordt ingevuld. Belangrijk is verder dat er genoeg ruimte is om in te spelen op de goede vraag van morgen en dat goede initiatieven mogelijk blijven. Bouwen op de juiste plek: op duurzame locaties Er wordt gebouwd op locaties die de identiteit van de dorpen behouden en versterken. Die uitgaan van hergebruik boven uitbreiding en nieuwvestiging; op gezonde locaties die de waarden van groen, natuur en landschap respecteren.
Afweging In lijn met de verwachting van de gemeente betreft onderhavig initiatief het stopzetten van de huidige agrarische activiteiten aan de Heihorst 16. De bedrijfsbebouwing wordt deels gesloopt, de bijbehorende agrarische bedrijfswoning wordt herbestemd tot een reguliere burgerwoning en daarnaast wordt één woning toegevoegd op de locatie Hof. De nieuwe woning op de locatie Hof betreft een duurzame en levensloopbestendige woning. Zo wordt de woning onder andere gasloos gerealiseerd en worden er zonnepanelen geïnstalleerd. Daarnaast bestaat de mogelijkheid er om volledig op de begane grond te wonen.
Hoofdstuk 3
27
4.
ONDERZOEKSASPECTEN 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op verschillende onderzoeks- en milieuaspecten welke van belang zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening. 4.1.1 Bodem- en grondwaterkwaliteit Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor vrijwel alle nieuwe ontwikkelingen, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, onderzocht moet worden. Locatie Heihorst 16 In het kader van de voorgenomen ontwikkelingen is door Aeres Milieu een historisch bodemonderzoek4 uitgevoerd. Onderstaand worden de conclusies uit dit onderzoek weergegeven. Voor een volledige weergave van het onderzoek wordt verwezen naar het onderzoeksrapport dat als bijlage 2 aan deze toelichting is toegevoegd. Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de locatie van de (voormalige) ondergrondse brandstoftank als “verdacht” beschouwd op de aanwezigheid van minerale olie in de grond en het grondwater. Hierbij wordt opgemerkt dat volgens de huidige eigenaren er geen sprake (meer) is van een ondergrondse brandstoftank. Bij milieucontroles door de gemeente is dit ook verder nooit opgemerkt. Het overige deel van de onderzoekslocatie wordt als “onverdacht” beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging.
De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem ter plaatse van de stal (druipzone) kan op basis van de gekende gegevens niet uitgesloten worden (verdacht). Bij een bestemmingsplanwijziging, grondwerkzaamheden of aanvraag van een omgevingsvergunning kan een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 noodzakelijk zijn. Een dergelijk onderzoek kan conform de strategie ‘ONV-NL’ worden uitgevoerd. Voor de als ‘verdacht’ aangemerkte deellocatie dient de strategie ‘VEP-OO-NL’ aangehouden te worden. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Geadviseerd wordt om vrijkomende grond te keuren conform het Besluit Bodemkwaliteit. Om de aanwezigheid van asbest in de bodem (bovengrond) ter plaatse van de stal uit te sluiten, wordt geadviseerd om een verkennend onderzoek asbest in bodem conform de NEN 5707 uit te voeren. 4
Aeres Milieu, Vooronderzoek NEN 5725 Heihorst te Meijel, projectnummer AM20426, 12 oktober 2020
Hoofdstuk 4
28
Dit advies is opgevolgd door een briefrapportage omtrent asbest in de bodem.5 Deze rapportage is opgenomen in bijlage 7 van deze toelichting. Hieronder wordt volstaan met een korte samenvatting. In de uitkomende grond zijn visueel geen asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen. In de fijne fracties van proefsleuf SL01 is analytisch geen asbest aangetoond. Naar aanleiding van deze resultaten is vastgesteld dat er geen bodemverontreiniging met asbest is ontstaan, als gevolg dat er onder het asbestdak (tijdelijk) geen dakgoot aanwezig is geweest. Locatie Hof Ten behoeve van de locatie Hof is een verkennend bodemonderzoek verricht.6 Dit bodemonderzoek is als bijlage 8 aan deze toelichting toegevoegd. Hieronder wordt volstaan met een korte samenvatting. Asbest Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Bij de uitvoering van de proefgaten zijn eveneens geen asbestverdachte (plaat)materialen in het opgeboorde materiaal (grove fractie, > 20 mm) aangetroffen. Analytisch onderzoek op asbest is uitgevoerd vanwege de aangetroffen puinbijmengingen in de bovengrond. De analyseresultaten hebben aangetoond dat er geen sprake is van een verontreiniging met asbest in de bovengrond. De hypothese ‘asbest onverdacht’ wordt voor de onderzoekslocatie aanvaard. De onderzoekslocatie kan als asbestonverdacht worden beschouwd.