2021-042 03 Toelichting - Bijlagenboek Herontwikkeling Heihorst 16 en woonkavel Hof te Meijel.pdf
Tekst van het document
Tijdens perioden dat er sprake was van dooi, werd door sneeuwsmelt- en regenwater veel sediment verspoeld, waarbij fluvioperiglaciale afzettingen zijn gevormd en dalen ontstonden. De fluvioperiglaciale afzettingen zijn zeer divers in textuur. Ze bestaan uit fijn en grof zand, soms met grind, leemlagen en plantenresten en worden tot de Formatie van Boxtel gerekend. 9 Deze afzettingen zijn in het plangebied in de diepere ondergrond aanwezig. In de koudste en droogste perioden van het Weichselien, met name tijdens het Laat-Pleniglaciaal (circa 26.000 – 14.700 jaar geleden) en in sommige perioden van het Laat-Glaciaal (circa 14.700 – 11.700 jaar geleden), is de vegetatie grotendeels verdwenen, waardoor op grote schaal verstuiving optrad. De rivierafzettingen en de fluvioperiglaciale afzettingen raakten bedekt met dekzand.10 Dit dekzand is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 μm) en arm aan grind. Het dekzand wordt tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel gerekend. Het reliëf dat tijdens de dekzandafzetting is ontstaan, wordt gekenmerkt door vlaktes met depressies en dekzandruggen of dekzandkoppen. Het dekzand werd in verschillende fasen en omstandigheden afgezet, zo is het oude dekzand lemig en het jonge dekzand niet. Gedurende het Allerød (circa 13.900 - 12.900 jaar geleden) heeft plaatselijk bodemvorming plaats gevonden.
Deze bodem wordt de Laag van Usselo genoemd en bevindt zich tussen het Jonger dekzand I en het Jonger dekzand II.
5 Rensink e.a. 2016, 69. 6 Berendsen 2008, 343. 7 Berendsen 2005, 30. 8 Berendsen 2008, 183; Stouthamer, Cohen en Hoek 2015, 205. 9 Berendsen 2008, 189. 10 Berendsen 2004, 190. Pagina | 12
AM20426
Het klimaat werd tijdens het Holoceen warmer en vochtiger. Door het warmere klimaat smolten de in het Weichselien gevormde ijskappen en steeg de relatieve zeespiegel snel. Het landschap in de regio is door geologische processen weinig meer veranderd. Het dekzand werd door de toenemende vegetatie vastgelegd en de beken sneden zich in. Hierbij volgden ze de natuurlijke laagten, zoals de eerder gevormde dalen. Volgens de geologische kaart komen ter plaatse van het plangebied in de bodem fluviatiele afzettingen (rivierzand en grind) met een zanddek (Be4). De fluviatiele afzettingen behoren tot de Formatie van Beegden en het zanddek behoort tot het Laagpakket van Wierden onderdeel van de Boxtel Formatie.11 Volgens de geomorfologische kaart (Bijlage 5) ligt het plangebied op een dekzandrug al dan niet met oud-bouwlanddek (code 4K14). Op circa 380 meter ten oosten van het plangebied bevindt zich een zone met lage landduinen met bijbehorende vlakten en laagten (code 4L8). Ten westen en oosten van de zone van hoger gelegen zone van dekzandruggen ligt een veenkoloniale ontginningsvlakte (code 2M45). Het gaat om het hoogveengebied (De Peel). In de directe omgeving van het plangebied zijn geen natte dalvormige laagtes aanwezig. Ook het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, Bijlage 7) is zichtbaar het plangebied deel uitmaakt van een zone met dekzandkoppen- en ruggen.
Het AHN laat het onregelmatig reliëf binnen van de landduinen, ten oosten van het plangebied, duidelijk zien. Ten noorden van het plangebied ligt een lager gelegen vierhoekig gebied. Mogelijk is dit gebied geëgaliseerd door landgebruik en bodembewerking. Op het AHN is ook duidelijk te zien dat de veenkoloniale ontginningsvlakte duidelijk lager gelegen zones zijn. De maaiveldhoogte in het gehele plangebied varieert tussen circa 33,15 en 34,17 meter +NAP. Het plangebied loopt globaal gezien in oostelijke richting op.
3.2
Landschappelijke situatie - bodem
Op de bodemkaart (Bijlage 6) worden in het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden gevormd in leemarm en zwak lemig fijn zand (code zEZ21) verwacht. Bij enkeerdgronden is sprake van een eerdlaag of plaggendek. Dit (plaggen)dek is ontstaan doordat in sommige gevallen al vanaf de late middeleeuwen op grote schaal het systeem van potstalbemesting werd toegepast. Om de grond vruchtbaarder te maken, werden plaggen met het mest van het vee vermengd en op de akkers uitgespreid. In de loop der tijd is hierdoor een plaggendek op de oorspronkelijke bodem ontstaan. De totale dikte van het plaggendek is bij de enkeerdgronden meer dan 50 cm. De bouwvoor (Aap-horizont) is grijsbruin tot zwart van kleur. Hieronder liggen oudere niveaus/lagen
van
het
plaggendek
(Aa-horizont), die meestal wat lichter van kleur zijn. Dergelijke cultuurdekken kunnen een beschermende werking hebben voor de potentieel aanwezige archeologische lagen.
11 Geologische overzichtskaart van Nederland, 2010. Pagina | 13
AM20426
De hoge enkeerdgronden betreffen de oudste opgehoogde gronden, die over het algemeen op de hogere dekzanden liggen. De lage enkeerdgronden werden pas later in gebruik genomen vanwege de lagere ligging in het beekdal. Door de hogere grondwaterstand was de sterke ophoging met plaggen niet alleen noodzakelijk voor de bemesting maar ook om de nattere gronden toegankelijk te maken. De kans bestaat dat er onder het plaggendek nog een restant van het oorspronkelijke wordt bodemprofiel wordt aangetroffen. Dit hoeft echter niet zo te zijn zoals vaker blijkt bij archeologisch onderzoek in bijvoorbeeld het oosten van Brabant. Indien sprake is geweest van een snelle ophoging, dan zou men onder het plaggendek nog een intacte Ahorizont kunnen vinden. Deze laag onderscheidt zich door een hoger humusgehalte en een meer donkere kleur. Echter, door verploeging zijn vaak de oorspronkelijke A- en E-horizont meestal reeds opgenomen in het plaggendek. Indien de oorspronkelijke bodem bestaat uit een podzolbodem kunnen op een dieper niveau nog (restanten van) een Ben/of BC- horizont voorkomen. Grondwatertrap De mogelijk aanwezige gronden worden gekenmerkt door een gemiddeld lage grondwaterstand, te weten grondwatertrap VII. Dit zijn de gemiddelde grondwaterstanden die op de bodemkaart staan aangegeven.
Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen de 80 en 140 centimeter beneden maaiveld ligt. De gemiddeld laagste grondwaterstand ligt
dieper
dan
160
centimeter
beneden
maaiveld.
Deze
lage
grondwaterstand
zorgt
voor
slechte
bewaringsomstandigheden voor eventuele organische resten.
3.3
Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht
De bestudeerde en beschikbare bronnen hebben het volgende beeld kunnen schetsen over de geschiedenis van Meijel. Het plangebied ligt aan de weg Hof ten noorden van de historische dorpskern van Meijel. Meijel maakt deel uit van de Peel. Vanaf omstreeks 1150 werden delen van de gronden ontgonnen binnen het gebied. Bossen werden gerooid en de gronden in cultuur gebracht. Vanaf de 15e eeuw vinden de eerste turfsteekactiviteiten plaats.12 Meijel was tot 1853 het enige dorp op de Peelrandbreuk. Tot in de 19e eeuw was er maar één fatsoenlijke weg begaanbare weg richting het dorp. Dit was de zogenaamde regia antiqua, een weg over de lange zandrug van ’sHertogenbosch via Deurne, Meijel en Roggel richting Keulen. De weg tussen Liessel en Meijel was de enige weg door het moerasgebied van de Peel. 13
De eerste vermelding van de nederzetting Meijel in de schriftelijke bronnen dateert uit 1325 als sprake is van Medelo. De naam is vermoedelijk te vertalen als ‘weidegebied in een bosgebied’ of ‘bosachtig gebied binnen veenmoerasgebied’.14
Aan de genoemde doorgaande weg ontstond de bewoningskern van Meijel, gelegen aan de huidige Dorpsstraat en het noordelijke verlengde de Molenstraat. De Molenstraat vormde in de 15e eeuw de belangrijkste straat van Luttel Myel,
12 Geologische overzichtskaart van Nederland, 2010. 13 Renes 1999, 134-135. 14 Van Berkel en Samplonius 2006, 292. Pagina | 14
AM20426
zoals het gebied rondom de Sint Wilbertsput, gelegen ten noorden van het huidige dorp (bij de Brabantse grens), werd genoemd.15
Direct rondom de oude kern van Meijel bevonden zich enkele gehuchten of buurtschappen zoals Hof en Donk, gelegen aan de huidige straten met dezelfde naam. Deze bestonden uit clusters van bebouwing die aan dezelfde doorgaande weg ontstonden en eigendom waren van de heer van Meijel. Meijel was dan ook een heerlijkheid. Het Hof wordt in de 16e eeuw al genoemd, maar wordt mogelijk al in 14e eeuw genoemd of kent een voorganger uit deze periode. Het bestond sinds tenminste de 16e eeuw onder meer uit een grote pachthoeve van de heren van Meijel, een banmolen en een brouwerij. In de pachthoeve was een herberg aanwezig en in deze hoeve hielden onder meer de schepenen zitting. Het Hof lag direct bij de oude grens met Brabant, gemarkeerd door een grenssteen bij de genoemde Wilbertsput.16 Tot in de 17e eeuw wordt Meijel een vrije heerlijkheid genoemd, die in handen was van de familie Van Ghoor (een tak van het geslacht Horn). Tijdens de Nederlandse Opstand (1568-1648) ondervond Meijel veel overlast en verwoestingen. De weg door de Peel en dus ook het grondgebied van Meijel werd regelmatig gebruikt als route door zowel Staatse als Spaanse troepen. Huizen worden verwoest en er wordt veel geplunderd. Tot begin 18 e eeuw (Franse Revolutie) lag de vrije heerlijkheid Meijel in de invloedssfeer van het Oostenrijkse Overkwartier van Gelre.17
15 Renes 1999, 233. 16 www.medelo.nl. 17 www.medelo.nl. Pagina | 15
AM20426
Figuur 2 . Detail van de Historische kaart van de meierij van ’s-Hertogenbosch van Hendrik Verhees uit 1794. Hierop is Meijel en de ten noorden hiervan gelegen Sint Wilbertsput. Het plangebied ligt tussen deze Sint Wilbertsput en de kern van Meijel en is bij benadering aangegeven met de rode cirkel (Bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl).
Vanwege haar positie aan de belangrijke doorgangsweg hebben ook tijdens de Tweede Wereldoorlog veel verwoestingen in Meijel plaatsgevonden. Van de 466 woningen in Meijel werden in totaal 121 woningen verwoest of onherstelbaar beschadigd en verder zijn 95 woningen beschadigd geraakt.18 Op 27 oktober 1944 trokken circa 10.000 Duitse soldaten vanuit het zuidoosten in westelijke richting door Meijel heen. Door de hevige strijd tussen de Duitsers en de Geallieerden werd Meijel als een groot slagveld achtergelaten. Met deze gegevens valt Meijel binnen de lijst van zwaarst beschadigde gemeenten gedurende de Tweede Wereldoorlog. In de periode 1940-1945 zijn tijdens activiteiten op en om Meijel zes vliegtuigen verloren gegaan. In 1944 zijn verschillende kruisingen van wegen bij Meijel gebombardeerd.19 Het is niet bekend of binnen of in de onmiddellijke omgeving van het plangebied oorlogsgerelateerde verwoestingen of crashes hebben plaatsgevonden. Dit is dus niet uit te sluiten.
3.4
Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden
Op de leidende Archeologische Beleidskaart van de gemeente Peel en Maas geldt ligt het plangebied in zone Waardearcheologie 3: overige AMK-terreinen en historische bewoningskernen (Bijlage 4). Het plangebied valt binnen de contouren van een archeologisch monument (monumentnummer 16.623) en er zijn meerdere onderzoeksmeldingen en vindplaatsen bekend in de directe omgeving van het plangebied (binnen een straal
18 Van Blankenstein 2006. 19 Auwerda en Grimm 2008. Pagina | 16
AM20426
van
1
kilometer)
(Bijlage 3). Monumentnummer 16.623 Terrein met bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Het gaat om de oude dorpskern van Meijel. Uit de oudste schriftelijke vermeldingen van 1325 en 1365 blijkt, dat het belangrijkste gebied van Meijel, het oude Medelo, tegen de grens met Deurne ligt nabij de St. Wilbertsput. In dat gebied, Luttel Meijel genaamd, staan aan de Molenstraat in het begin van de 15e eeuw de belangrijkste gebouwen, eigendommen van de heer van Meijel: een grote pachthoeve, een ruim ingerichte herberg, de banmolen en tenslotte het panhuys, de enig toegestane bierbrouwerij. Het gebied heet na 1600 De Hof, naar de oude pachthoeve. De kerk van Meijel staat voor 1400 al in het huidige centrum, waar zich na 1644 ook de bestuurlijke macht vestigt. Zaakidentificatie 2147653100
Afstand Circa 90 m ten ZO
Soort onderzoek IVO-p door BILAN in
Omschrijving Tijdens dit onderzoek is keramiek (baksteen, steengoed –
van het plangebied
2007
Westerwalds, grijsbakkend gedraaid aardewerk), greppel/sloot en complextype aangetroffen uit de late middeleeuwen B tot nieuwe tijd. Er zijn geen behoudswaardige archeologische resten aangetroffen. Op basis hiervan wordt er een lage archeologische
verwachting
toegekend
en
geen
vervolgonderzoek geadviseerd. 2401125100
Circa 100 m ten N
IVO-o door Aeres
De bodemopbouw binnen het onderzoeksgebied bestaat uit
van het plangebied
Milieu in 2013
een A-C profiel. De verstoringen reiken tot in de C-horizont. In twee boringen zijn restanten van een B-horizont aangetroffen. Indien de geplande bodemingrepen dieper reiken dan 85 cm mv
(B-horizont)
dan
wordt
er
een
vervolgonderzoek
geadviseerd. Voor het overige deel van het plangebied is geen vervolgonderzoek geadviseerd. 2415155100
Circa 480 m ten ZO
IVO-o door Aeres
Tijdens dit onderzoek is keramiek (aardewerk handgevormd)
van het plangebied
Milieu in 2013
en complextype aangetroffen uit het neolithicum tot Romeinse tijd. De aangetroffen archeologische resten zijn beperkt in kenniswaarde. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd.
2472366100
Circa 290 m ten N
IVO-o door
Er is geen rapportage of documentatie aanwezig vanwege
van het plangebied
Archeodienst
faillissement van de organisatie die dit onderzoek heeft
Gelderland BV in
uitgevoerd.
2013 3113723100
Circa 290 m ten N
Registratie archeologische vondstmelding van grondspoor en
van het plangebied
Cultus/heiligdom uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.
2250093100
Circa 420 m ten NO
IVO-p door
Tijdens het onderzoek is keramiek (roodbakkend geglazuurd
van het plangebied
Archaeological
aardewerk,
Research en
complextype aangetroffen uit de midden neolithicum B tot
Consultancy in 2009
nieuwe tijd. Uit het onderzoek blijkt dat het terrein grotendeels
baksteen),
karrespoor,
greppel/sloot
en
verstoord is daarom niet behoudenswaardig. 3113731100
Circa 640 m ten ZW
Registratie archeologische vondstmelding in 1987 van koper
van het plangebied
(kandelaar) en complextype in late middeleeuwen B. Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.
2398040100
Circa 630 m ten ZO
AB door BAAC BV in
Er is keramiek (roodbakkend geglazuurd: kan, grijsbakkend
van het plangebied
2013
gedraaid: kan, bouwmateriaal), glas (vaatwerk), metaal, waterput/waterreservoir, beerput, paalgat/paalkuil en niet opgehoogde nederzetting zonder stedelijk karakter uit de late middeleeuwen B tot nieuwe tijd laat. De bodemopbouw is Pagina | 17
AM20426
Zaakidentificatie
Afstand
Soort onderzoek
Omschrijving grotendeels tot in de C-horizont verstoord. Op basis hiervan is
4585154100
Circa 800 m ten ZO
IVO-o door KSP
De bodemopbouw binnen het onderzoeksgebied is intact en
van het plangebied
Archeologie in 2018
het potentiele archeologische niveau is als kansrijk voor een
er geen vervolgonderzoek geadviseerd.
archeologische vindplaats. Er is een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm vaan een proefsleuvenonderzoek. 3076853100
Circa 1 km ten ZO
Registratie archeologische vondstmelding in 1987 van koper
van het plangebied 2039801100
2269234100
3977071100
(kandelaar) en complextype uit de late middeleeuwen B.
Circa 650 m ten ZO
IVO-o door SOB
Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.
van het plangebied
Research in 2003
Circa 860 m ten ZO
IVO-o door
De bodemopbouw bestaat uit intact dekzand met daaronder
van het plangebied
Archaeological
rivierafzettingen. Er is een hoge kans op archeologische resten
Research en
vanaf het neolithicum. Op basis hiervan wordt er een
Consultancy in 2009
archeologische begeleiding geadviseerd.
Circa 700 m ten ZO
Registratie archeologische vondstmelding in 2007 van
van het plangebied
keramiek (kogelpot en roodbakkend geglazuurd: bord – Nederrijns). Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.
2369261100
Het plangebied is
IVO-p door
Dit onderzoek is uitgevoerd om de verstoringsdiepte in de
onderdeel van dit
Econsultancy in 2012
gemeente Peel en Maas in kaart te brengen. Op basis van de
onderzoek
verzamelde gegevens en de uitgevoerde analyse geldt voor alle onderzochte terreinen een gemiddelde verstoringsdiepte van 57 cm -mv. Voor de onderzochte terreinen geldt algemeen dat er voor de helft sprake is van een aangetast bodemprofiel. De verwachting op behoudenswaardige archeologische resten dient verder onderzocht te worden. Ongeveer 10% van de onderzochte terreinen heeft een nagenoeg intact bodemprofiel en dit geldt ook voor het archeologisch niveau. De resultaten van de onderzochte terreinen kunnen niet gebruikt worden bij niet onderzochte aangrenzende percelen. Voor de betekenis van de verstoringsdiepte voor de behoudenswaardigheid van eventueel aanwezige archeologische resten dient voor elk onderzocht terrein altijd nog een archeologische evaluatie plaats te vinden.
Tabel 1: Overzicht van Archismeldingen binnen een straal van 1 kilometer rond het plangebied.
Pagina | 18
AM20426
3.5
Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal
In het kader van het bureauonderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Op de oudst bestudeerde kaart, de Ferrariskaart uit circa 1773 (Figuur 3) is te zien dat het plangebied aan de al bestaande straat Hof-Molenstraat ligt. Ook de omliggende straten, zoals de zijstraat Hof, Kalishoek en (de voorloper van) de Berkenheg zijn al aanwezig. Met name aan de splitsingen van deze straten is meerdere bebouwing aanwezig. Zo staan ook enkele gebouwen ingetekend aan de splitsing Hof-Molenstraat en de Berkenheg. Waarschijnlijk ligt een of meerdere bebouwing binnen het plangebied. Gezien de topografisch niet geheel betrouwbare Ferrariskaart, kan dit niet met zekerheid gezegd worden. Direct ten noordoosten is het bebouwingscluster van het gehucht Hof te herkennen. Ten noorden is de grens met Brabant ingetekend met de Sint Wilbertsput. Op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw ( Figuur 4)20 is de situatie op kadastraal niveau te zien. Hierop is een soortgelijke situatie te zien als in de 18e eeuw. Nu is duidelijk het driehoekige pleintje getekend ter plaatse van de splitsing Hof-Molenstraat-Berkenheg. Binnen het westelijke deel van het plangebied, direct langs de straat, staat een gebouw ingetekend. Binnen de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT) 21 behorende bij het minuutplan, is het gebouw omschreven als “huis” met daaromheen een tuinperceel.
Het oostelijke deel ligt in een perceel dat als bouwland is omschreven en deel uitmaakt van het veld Molen Camp. Het is niet duidelijk of de toponiem Molen Kamp te koppelen valt aan de ontginning van het gebied. Het verkavelingspatroon lijkt niet te duiden op een middeleeuwse ontginning.
De kaart uit 1900 laat een soortgelijke situatie zien. Het westelijke deel van het plangebied blijft bebouwd. Ook direct rondom het plangebied is meerdere bebouwing aanwezig. Het bouwlandveld waar het oostelijke deel van het plangebied in ligt, gelegen op de dekzandrug, staat als een verhoging in het landschap ingetekend (middels meerdere lijntjes).
De kaarten uit 1935 en 1960 laten dezelfde situatie zien, waarbij westelijke deel van het plangebied is bebouwd en het overige deel in het bouwlandveld ligt. Nu is ook de kapel ingetekend, binnen het driehoekige pleintje. In de loop van de jaren zestig van de 20e eeuw verdwijnt deze historische bebouwing en ontstaat er bebouwing in het centrale deel van het plangebied. Waarschijnlijk gaat het hierbij om een stal of schuur. In de jaren negentig verdwijnt ook deze bebouwing en blijft het plangebied tot in de huidige situatie onbebouwd.
20 www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Gemeente Meijel, sectie A, blad 2. Minuutplans zijn de oorspronkelijke kadastrale kaarten die zijn vervaardigd vanaf 1811 en 1812 in navolging van de Fransen o.l.v. Napoleon Bonaparte. Het zijn grondbeschrijvingen (kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. 21 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking hebben op de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruik en de oppervlakte. Pagina | 19
AM20426
Figuur 3: Uitsnede van de Ferrariskaart uit 1771-1778, met in de rode cirkel bij benadering het plangebied aangegeven (Bron:www.kbr.be).
Pagina | 20
AM20426
Figuur 4: Uitsnede van het kadastraal minuutplan uit 1811-1832 en historische kaarten uit de perioden 1900, 1935 en 1960, met in het rood het plangebied aangegeven (Bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl en www.topotijdreis.nl).
4. VERWACHTINGSMODEL Pagina | 21
AM20426
Jager-verzamelaars uit het paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen. Bij voorkeur in de buurt van (open) water. Nabij gelegen watervoorzieningen waren belangrijk voor drinkwater en de aanwezige biodiversiteit. Dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel.
De omgeving van het plangebied ligt op de overgang van de lager gelegen Roerdalslenk, in het oosten, naar de hoger gelegen Peelhorst, ten westen van het plangebied. De ligging van het plangebied op een dekzandrug nabij moerrassen van de Peel maakt het plangebied een ideale vestigingslocatie voor jager-verzamelaars. Echter in de directe omgeving zijn tot op heden geen archeologische vondsten bekend uit deze periode. Op basis hiervan geldt er een middelhoge verwachting voor de periode midden-paleolithicum tot en met mesolithicum. Binnen het plangebied worden enkeerdgronden verwacht. Deze gronden hebben een opgebracht antropogeen dek (eerdlaag) dat een conserverende werking kan hebben op eventueel aanwezige archeologische resten. Eventueel aanwezige resten uit de periode laatpaleolithicum en mesolithicum worden onder de verwachte eerdlaag of in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, vuursteenstrooiingen. De potentiële diepteligging van mogelijk sporen is afhankelijk van de dikte van het eerddek, het al dan niet opnemen van de mogelijk aanwezige podzol in het eerddek, etc. Het is dan ook niet zinvol een andere duiding te geven dan dat de sporen verwacht worden in de oorspronkelijke bodem, in dit geval kan dit bij een niet aangetaste podzol de oorspronkelijke A-horizont, bij een beperkte aantasting de B-horizont zijn.
Indien er sprake is van een dieper reikende verstoring en de bodem is opgenomen tot in de BC-overgang of C-horizont zullen de kwetsbare vindplaatsen uit de perioden niet langer in situ verwacht hoeven worden. Vanaf het (laat-)neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door meer sedentaire nederzettingen. De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren. Vanaf deze perioden heeft men nog steeds een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden.
De hoge ligging van het plangebied in een relatief laaggelegen vlakte van ten dele verspoelde dekzanden zal voor latere landbouwende samenlevingen niet direct een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn geweest. De eerste akkergronden werden op vruchtbare en goed ontwaterde gronden aangelegd . In het plangebied worden enkeerdgronden verwacht. Hierdoor kan niet direct worden gesteld of de bodem als vruchtbare goed ontwaterde gronden kunnen worden geduid. De bovengrond van enkeerdgronden kenmerkt namelijk zich door een meer dan 50 centimeter dik humeus pakket. Dit pakket is ontstaan door langdurige landbouwkundig gebruik. De opbouw van dit eerddek zal met name ontstaan zijn in de nieuwe tijd (mogelijk in de late middeleeuwen). Voor het plangebied geldt daarom een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten en een middelhoge verwachting voor vondsten uit de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Resten worden onder de verwachte eerdlaag of in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen onder andere
bestaan
uit
cultuurlagen,
paalkuilen/-gaten,
afvalkuilen,
fragmenten
aardewerk,
natuursteen
of
gebruiksvoorwerpen. Het plangebied ligt aan de Hof-Molenstraat ten noorden van de van oorsprong laatmiddeleeuwse dorpskern van Meijel. Deze straten waren onderdeel van de van oorsprong middeleeuwse doorgaande weg door het Peelgebied tussen ’sHertogenbosch via Deurne naar Keulen. Direct ten noordoosten van het plangebied ligt het laatmiddeleeuwse gehucht Hof, direct bij de grens met Brabant.
Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat het plangebied direct bij de splitsing van de genoemde straten met de straat Berkenheg en Heuvel ligt. Deze splitsing wordt gekenmerkt door een klein driehoekig plein. Sinds tenminste de tweede helft van de 18e eeuw zijn enkele gebouwen aanwezig aan de oostzijde van dit plein en binnen het plangebied. Ook in de 19e en 20e eeuw staat een gebouw ingetekend in het westelijke deel van het plangebied. Het is goed mogelijk dat deze bebouwing of voorgangers daarvan teruggaan tot de late middeleeuwen. Op basis van deze gegevens geldt Pagina | 22
AM20426
voor het plangebied een hoge verwachting voor de periode volle middeleeuwen en nieuwe tijd. Archeologische resten worden vanaf het maaiveld verwacht en kunnen bestaan uit onder andere cultuurlagen, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, gebruiksvoorwerpen van bijvoorbeeld natuursteen, fragmenten aardewerk en sporen van agrarische activiteiten.
Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Wegens de verwachte aanwezigheid van enkeerdgrond en daarmee een plaggendek zijn archeologische resten beschermd tegen latere invloeden. Over het algemeen kunnen (anorganische) vondsten en sporen onder zo’n dek in goede toestand worden aangetroffen. Mogelijke vuursteenvindplaatsen kunnen echter verstoord zijn geraakt bij de aanleg van het plaggendek en de eerste bewerking ervan. Hierdoor is vaak de top van de natuurlijk bodem opgenomen in het bovenliggende opgebrachte dek. Wat betreft eventueel aanwezige organische resten is het afhankelijk hoe diep het grondwater zit. Bij hoge enkeerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de lage grondwaterstand (GWT VII) kunnen organische resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven. Periode Laat-paleolithicum -
Verwachting Middelhoog
mesolithicum
Verwachte kenmerken vindplaats Nederzettingsresten, fragmenten
Diepteligging sporen In de oorspronkelijke bodem, C-horizont
aardewerk, natuursteen, gebruiksvoorwerpen
(laat)-neolithicum –
Nederzettingsresten, fragmenten
In het plaggendek, in de oorspronkelijke
vroege
aardewerk, natuursteen,
bodem
middeleeuwen
gebruiksvoorwerpen
Volle middeleeuwen – nieuwe tijd
Middelhoog
Hoog
Cultuurlaag, funderingsresten,
Vanaf het maaiveld
natuursteen, fragmenten aardewerk, gebruiksvoorwerpen, sporen van agrarische activiteiten, restanten wegen/paden
Tabel 2: Archeologische verwachting per periode
Bodemverstoring Mogelijk zijn delen van het (centrale deel van het) plangebied verstoord geraakt door de aanwezigheid van gebouwen (schuren of stallen) uit de tweede helft van de 20e eeuw. Mogelijk is verstoring opgetreden als gevolg van het gebruik als akkerland (diepploegen) en later (moes)tuin en/of boomgaard. Op basis van de KLIC-melding (uitgevoerd op 12 oktober 2020) zijn binnen het plangebied geen kabels/leidingen gegraven die voor een verstoring van de bodem kunnen hebben gezorgd.
5. VELDWERKZAAMHEDEN 5.1
Algemeen
Het doel van het verkennend veldonderzoek door middel van boringen is het toetsen van de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied (Hoofdstuk 4). Hiertoe zijn op 13 oktober 2020 in totaal 6 boringen gezet en aanvullend een proefputje gegraven (zie Bijlage 2). De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter
van Pagina | 23
AM20426
7 centimeter. De boordiepte varieerde van 100 tot 160 centimeter –maaiveld. De boorkernen zijn conform ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving 5.2) beschreven, zie Bijlage 8. De maaiveldhoogte in het gehele plangebied varieert tussen circa 33,15 en 34,17 meter +NAP. Het plangebied loopt globaal gezien in oostelijke richting op.
Figuur 5. Foto plangebied in zuidwestelijke richting (Foto: oktober 2020).
Pagina | 24
AM20426
5.2
Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw
De boringen binnen het plangebied geven een relatief eenduidig verhaal. Enige afwijkingen zijn waargenomen in boringen 2, 3 en 6. Het plangebied heeft in het verleden (de oorspronkelijke bodem) enige mate van reliëf gehad waardoor er sprake is van afwijkende diepteliggingen van de natuurlijke ondergrond. De top van de bodem bestaat uit een pakket humeus zeer fijn zand. De dikte van dit pakket varieert tussen de 30 en 120 centimeter en heeft een donker grijsbruine kleur. In boring 1, 2, 3 en 6 is dit pakket baksteenhoudend. In boring 5 is in dit pakket plastic aangetroffen. Onder deze toplaag ligt een bruine en/of een geelbruine tot donker beige laag zeer fijn zand. Deze laag is roesthoudend in boring 2. De laag bevindt zich op circa 35 tot 120 centimeter onder maaiveld. Hieronder ligt de natuurlijke ondergrond. De natuurlijke ondergrond bestaat uit zeer fijn beige zand. In dit pakket komen grindrijke zand lagen voor. De diepte van de natuurlijke ondergrond varieert tussen de 30 tot 135 centimeter onder maaiveld. De afwijkingen in boringen 2, 3 en 6 bestaan in boring 2 en 3 uit de aanwezigheid van een10 tot 20 centimeter dikke laag humeus zand. Deze laag is donkerbruin van kleur en bevindt zich op circa 65 tot 100 centimeter onder maaiveld. In boring 2 zijn er in deze laag spikkels houtskool aangetroffen.
Hieronder bevindt zich in boring 2 een circa 25 centimeter dikke laag zwak humeus zand. In deze laag zijn resten loodzand aangetroffen. In boring 6 ligt de natuurlijke ondergrond direct onder het toppakket. Op een diepte van circa 70 onder maaiveld is een laag humeus zand aangetroffen. Deze laag heeft een dikte van circa 10 centimeter. In het gegraven proefputje bleek dat het toppakket is verrommeld, tot op circa 100 centimeter onder maaiveld (Figuur 7). Echter gezien de opbouw en samenstelling van de bodem ter plaatse kan voorzichtig worden gesuggereerd dat de verstoring niet noodzakelijkerwijs modern van aard is. Het is middels deze methode dan ook niet aan te tonen of dit een historische verstoring is (of een spoor).
Pagina | 25
AM20426
Figuur 6. Boorprofiel van boring 3. Leesrichting van links naar rechts (0 - 160 centimeter).
5.3
Interpretatie
Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat het plangebied de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzandafzettingen van de Formatie van Boxtel. De natuurlijke ondergrond bevindt zich op een diepte van 30 tot 135 centimeter onder maaiveld. Het plangebied ligt op een dekzandrug met -deels- intacte enkeerdgronden. In veel van de boringen zijn een duidelijke A-, B- en/of BC-horizont aangetroffen. In alle boringen, met uitzondering van boring 6, ligt op het dekzand een 5 tot 20 centimeter dikke laag zeer fijn donkergeel tot geelbruin zand. Dit betreft de BC-horizont en duidt op een geleidelijke overgang van de inspoelingshorizont (B-horizont) naar de natuurlijke ondergrond (C-horizont). Het opvallende verschil in diepteligging van de C-horizont ten opzichte van het maaiveld kan worden verklaard door lokaal reliëf, maar de oriëntatie wijkt af ten opzichte van de zandopduiking zoals weergegeven op de historische kaarten. Bij nader bestuderen van de boorgegevens blijkt echter dat de relatieve verschillen tussen de boringen beperkt is. De hoogteverschillen in het huidige maaiveld beïnvloeden het beeld sterk. Derhalve zijn de boorkolommen in bijlage 8 weergegeven in relatieve ligging ten opzichte van NAP en elkaar. Hiermee kan meer duiding worden gegeven aan de verschillen. De overgebleven verschillen kunnen worden toegeschreven aan microreliëf van het plangebied.
Boven de BC-horizont bevindt zich in boring 3, 4 en 5 een 5 tot 15 centimeter dikke laag bruin zand. Deze laag kan geïnterpreteerd worden als de B-horizont. De top van de bodem bestaat uit een moderne ploeglaag (Ap-horizont) met daaronder een antropogeen opgebracht dek (Aa-horizont). Dit pakket ontbreekt in boring 6. De humeuze zand laag onder het toppakket in boring 2 en 3 kan geïnterpreteerd worden als een begraven A-horizont (Apb-horizont).
Pagina | 26
AM20426
In boring 6 is een verstoord bodemprofiel aangetroffen. Er zijn in deze boring geen podzollagen aanwezig, mogelijk is dit in recente tijden omgezet echter is deze onderzoeksmethode niet geschikt hier een concrete uitspraak over te doen. In deze boring is er sprake van een AC-profiel. Het proefputje toont ook aan dat de bodem tot circa 100 centimeter verstoord is.
Figuur 7. Proefputje dat is gegraven met onderaan (op circa 10 centimeter) de scherpe overgang naar de C-horizont.
5.4
Archeologische indicatoren
Alhoewel geen doel van een verkennend veldonderzoek met boringen, is gelet op de aanwezigheid van archeologische indicatoren die kunnen wijzen op archeologische waarden in de ondergrond. Tijdens het onderzoek zijn dergelijke indicatoren echter niet aangetroffen.
Pagina | 27
AM20426
6. CONCLUSIE 6.1
Algemeen
Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat in het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden zoals verwacht op basis van het bureauonderzoek aanwezig zijn. Het plangebied bevindt zich op een dekzandrug met deels intacte enkeerdgronden. Onder de moderne ploeglaag en antropogeen opgebrachte dek (Aa-horizont) is in veelal van de boringen nog een restant van de natuurlijke bodem (Ben/of BC-horizont) aangetroffen. In boring 6 en in het proefputje is dit echter niet meer intact aanwezig, maar in verrommelde vorm. Het podzolprofiel is dus niet afgetopt, maar door de aanwezigheid van een intacte B- en/of BC-horizont kan de archeologische verwachting voor alle periode uit het bureauonderzoek gehandhaafd blijven: middelhoog voor de periode midden-paleolithicum tot en met vroege middeleeuwen en hoog voor de periode late middeleeuwen tot en met nieuwe tijd. Een aanvullende veldkartering was door het aanwezige grasland niet mogelijk.
6.2
Beantwoording onderzoeksvragen •
Is er sprake van stratigrafische lagen die potentieel archeologische waarden kunnen bevatten? Ja. In het plangebied zijn restanten van de oorspronkelijke podzolbodem aangetroffen. Het gaat om de B- en/of BC-horizont. De bovenliggende horizonten zijn vermoedelijk door jarenlange bewerking van het land opgenomen in het bovenliggende pakket.
•
In hoeverre zijn deze lagen intact en hoe reflecteert dit de kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten? Gezien de afwezigheid van zowel een E-horizont als het grootste deel van de B-horizont in een deel van het plangebied, blijkt dat de bodem in het verleden bewerkt is. Echter de gedeeltelijke aanwezigheid van de BChorizont duidt erop dat niet de gehele podzolbodem is verdwenen en de onderkant hiervan nog intact is. Eventuele archeologische resten kunnen, ook mede gezien de beschermende werking van het bovenliggende antropogene dek, in goede toestand worden aangetroffen.
•
Wat is de diepteligging van mogelijke archeologische resten en wat is de daadwerkelijke bedreiging van deze resten door de voorgenomen bodemingrepen? Eventueel aanwezige archeologische resten worden verwacht op de overgang naar de natuurlijke ondergrond (B- en/of BC-horizont). Deze wordt vanaf 55 centimeter onder maaiveld aangetroffen. Ten tijde van het opstellen van dit rapport is de diepte van de toekomstige ingrepen niet bekend. Indien de bodemingrepen dieper dan 35 centimeter onder maaiveld reiken dan kunnen deze resulteren in de aantasting van eventueel aanwezige archeologische resten.
Pagina | 28
AM20426
7. AANBEVELINGEN Op basis van het uitgevoerde verkennend veldonderzoek door middel van boringen kan worden gesteld dat de in het bureauonderzoek omschreven verwachte hoge zwarte enkeerdgronden deels intact zijn. Onder het plaggendek zijn resten van een B- en/of BC-horizont aangetroffen. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De in het bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting (middelhoog voor laatneolithicum – vroege middeleeuwen en hoog voor de late middeleeuwen – nieuwe tijd) blijft dan ook gehandhaafd. Eventueel aanwezige archeologische resten worden vanaf 55 centimeter onder maaiveld verwacht. Indien de bodemingrepen dieper dan 35 centimeter onder maaiveld reiken (een bufferzone van 20 centimeter in acht nemend) wordt een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas).
Indien de ontwikkeling, waarvan is aangegeven dat deze 58 centimeter boven maaiveld zal worden gerealiseerd, met slechts een beperkte verstoringen van de bodem, niet dieper reikt dan 35 centimeter -mv kan een dubbelbestemming archeologie worden opgenomen in het bestemmingsplan, waardoor het bodemarchief zal worden beschermd voor toekomstige ingrepen. De resultaten van dit onderzoek dient getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Peel en Maas), dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn.
Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing.
Pagina | 29
AM20426
LITERATUURLIJST Auwerda, F./ P. Grimm, 2008: Verliesregister 1939-1945, Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, Den Haag. Bakker, de, H., 1966: ‘De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland’, in Boor en spade: verspreide bijdragen tot de kennis van de bodem van Nederland, Wageningen. Bakker, de, H./ J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 1997: Landschappelijk Nederland. Fysische geografie van Nederland, Assen. Berendsen, H.J.A., 1996 (herdruk 2008): De vorming van het land. Inleiding in de geologie en Geomorfologie, Assen. Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland, Assen. Berkel, G. van/ K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie, Utrecht (Prisma). Blankenstein, van, E., 2006: Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939 – 1945), Zeist. Cate, ten, J. A. M./ A. F. van Holst/ H. Kleijer/ J. Stolp, 1995: Handleiding bodemgeografisch onderzoek, richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem, Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Hiddink, H./ H. Renes, 2007: ‘De oude akkercomplexen in de oostelijke helft van Noord-Brabant en het noorden en midden van Limburg’, in: Van Doesburg e.a.
(red.), 2007: Essen in zicht: Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid, Amersfoort (RCE). Mulder, de, E.J.F./ M.C. Geluk/ I. Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Utrecht. Renes, J., 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg, Leeuwarden (Maaslandse Monografieën 9). SIKB, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek, Deel: karterend booronderzoek, Gouda. Stiboka (Stichting voor Bodemkartering), 1985: Toelichting bij de kaartbladen 57 Oost Valkenswaard en 58 West Roermond, Wageningen. Stouthamer, E./ K.M. Cohen/ W.Z. Hoek, 2015: De vorming van het land. Geologie en Geomorfologie, Utrecht. TNO, 2008: Geologische overzichtskaart van Nederland, Den Haag (www.dinoloket.nl). Zonneveld, J.I.S., 1981: Vormen in het landschap, hoofdlijnen van de geomorfologie, Utrecht.
Digitale bronnen: www.archis.cultureelerfgoed.nl
RCE, Archis3, zoeken & vinden) Pagina | 30
AM20426
www.bagviewer.kadaster.nl
Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)
www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl
Kadastraal minuutplan
www.cultureelerfgoed.nl
Bronnen en kaarten
www.medelo.nl
Heemkundevereniging Meijel
www.pdok.nl
Basisregistratie Grootschalige Topografie (2017), kadaster.
www.ruimtelijkeplannen.nl
Bestemmingsplan
www.topotijdreis.nl
Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland
Archeologische kaarten en databestanden: Actueel Hoogtebestand van Nederland (2008-2019). AHN2 en AHN3 (Geraadpleegd via www.arcgis.com, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data). Alterra 2009: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 58 West, Wageningen UR (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Alterra 2008: Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000, Wageningen UR (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl, bijlage in QGIS vervaardigd op basis van digitale data Alterra). Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007 (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Archeologisch Informatie Systeem II (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015 (Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Maas, G. J./ W.M. van der Meij/ S. P. J. v. Delft/ A. H. Heidema, 2019. Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1: 1:50 000 (2019). Wageningen, Wageningen Environmental Research (geraadpleegd via https://legendageomorfologie.wur.nl/).
Pagina | 31
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische ligging onderzoeksgebied
AM20426
Bijlage 1: Topografische ligging onderzoeksgebied AM20426 Meijel - Op de Hof/ Molenstraat (ong.)
N
Plangebied Achtergrond: TOP10 NL (nov 2016), AHN2 hillshade
v1.0_6- 10 - 2020_LKr
Schaal
aeres milieu
Bijlage 2 Boorpuntenkaart
AM20426
Bijlage 2: Boorpuntenkaart AM20426 Meijel - Op de Hof / Molenstraat (ong.)
N
Schaal
Boringen proefputje Achtergrond: Luchtfoto ArcGIS online imagery
v1.0_20- 10 - 2020_JMV
Plangebied
aeres milieu
Bijlage 3 Archeologische gegevens conform Archis 3
AM20426
Bijlage 3: Archeologische gegevens cf. Archis 3 AM20426 Meijel - Op de Hof/Molenstraat (ong.)
N
Vondstlocaties
Complextype Depot
Visserij Infrastructuur Infrastructuur Scheepvaart (infrastructuur of scheepswrak)
Graf (-veld)
Brug
Nederzetting
Vliegtuigwrak
Cultus / Heiligdom
Industrie / Nijverheid
Versterking of versterkte nederzetting Agrarische productie en voedselvoorziening Landbouw
(Water-) Molen Grondstofwinning
Slagveld
Schaal
Complex onbepaald
Onderzoeksmeldingen Archeologische monumentenkaart Terrein van archeologische waarde Terrein van hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd
v1.0_6- 10 - 2020_LKr
Plangebied
aeres milieu
Bijlage 4 Archeologische Beleidskaart gemeente Peel en Maas
AM20426
Bijlage 4: Gemeentelijke Archeologische (beleids)kaart AM20426 Meijel - Op de Hof / Molenstraat (ong.)
N
v1.0_4- 3 - 2021
Schaal
aeres milieu
Bijlage 5 Overzicht geomorfologische kaart
AM20426
Bijlage 5: Geomorfologische kaart AM20426 Meijel - Op de Hof/ Molenstraat (ong.)
N
Lage heuvel, rug en welving met bijbehorende vlakte en laagte
Niet-dalvormige laagte
Landduinen
Niet-dalvormige laagte
Plateau-achtige vorm
Dekzandrug
Overig
Plateau-achtige vorm
Vlakte
Bebouwing
Geïsoleerde lage heuvel, rug, welving en lage dijkvorm
Vlakte
Dijk
Dekzandrug
Dekzandvlakte
Plangebied
Geomorfologie
v1.0_6- 10 - 2020_LKr
Schaal
aeres milieu
Bijlage 6 Overzicht bodemkaart
AM20426
Bijlage 6: Bodemkaart AM20426 Meijel - Op de Hof/Molenstraat (ong.)
N
Plangebied
Bodemkaart
Moerige gronden Moerige eerdgronden
Veldpodzolgronden Laarpodzolgronden
Veengronden
Moerige podzolgronden
Enkeerdgronden
Vlierveengronden
Humuspodzolgronden
Hoge zwarte enkeergronden
Kalkloze zandgronden Duinvaaggronden Algemene onderscheidingen Bebouwing
v1.0_6- 10 - 2020_LKr
Schaal
aeres milieu
Bijlage 7 Reliëfkaart
AM20426
Plangebied
AHN (meter +NAP) 28.0
Bijlage 7: Reliëfkaart
29.0
AM20426 Meijel - Op de Hof/Molenstraat (ong.)
30.0 31.0 32.0
N
Schaal
33.0
35.0 36.0 37.0 38.0
v1.0_6- 10 - 2020_LKr
34.0
aeres milieu
Bijlage 8 Boorkernbeschrijvingen
AM20426