CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-040 03 Toelichting BP Dr. Poelsplein Panningen.pdf

Raad 6 juli 2021, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan voormalige VMBO Dr. Poelsplein Panningen (2021-040)18.560 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN “Dr. Poelsplein Panningen” NL.IMRO.1894.BPL0239-ON01 Ontwerp

Document:

Bestemmingsplan “Voormalige VMBO-locatie Panningen”

IDN:

NL.IMRO.1894.BPL0239-ON01

Status:

Ontwerp

Datum:

15 februari 2021

Aanvrager:

Gemeente Peel en Maas

Auteur:

Ing. P.W.M. van de Ligt

Bureau Leefomgeving Schoolstraat 7 5961 EE HORST 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl

INHOUDSOPGAVE 1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

INLEIDING ...........................................................................................................................................................3 1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan ................................................................................................................................... 3

1.2

Plangebied en begrenzingen ...................................................................................................................................................................... 4

1.3

Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................................................................................................ 5

BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED...................................................................................................7 2.1

Algemeen........................................................................................................................................................................................................... 7

2.2

Ruimtelijke structuur.................................................................................................................................................................................... 7

2.3

Functionele structuur................................................................................................................................................................................... 8

PLANBESCHRIJVING .................................................................................................................................... 10 3.1

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan.............................................................................................................................. 10

3.2

Beschrijving plan .......................................................................................................................................................................................... 11

3.3

Stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten .................................................................................................................................. 13

BELEIDSKADER............................................................................................................................................... 14 4.1

Rijksbeleid....................................................................................................................................................................................................... 14

4.2

Provinciaal beleid......................................................................................................................................................................................... 16

4.3

Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................................................................... 20

RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN ............................................................. 24 5.1

Milieuaspecten .............................................................................................................................................................................................. 24

5.2

Kabels en leidingen..................................................................................................................................................................................... 30

5.3

Natuur ............................................................................................................................................................................................................. 31

5.4

Waterhuishouding...................................................................................................................................................................................... 32

5.5

Archeologie en cultuurhistorie............................................................................................................................................................. 34

5.6

Verkeer en parkeren................................................................................................................................................................................. 36

JURIDISCHE ASPECTEN .............................................................................................................................. 38 6.1

Toelichting op de verbeelding ............................................................................................................................................................... 38

6.2

Toelichting op de planregels .................................................................................................................................................................. 38

HANDHAVING ................................................................................................................................................ 42

Ontwerp

1

8.

UITVOERBAARHEID EN PROCEDURE ................................................................................................... 43 8.1

Economische uitvoerbaarheid............................................................................................................................................................... 43

8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................................................................... 43

8.3

Procedure....................................................................................................................................................................................................... 44

BIJLAGEN Bijlage 1: Advies archeologie Separate bijlagen: ▪ Stedenbouwkundig plan (Mr. Stir) ▪ Verkennend bodemonderzoek (BKK Bodemadvies bv) ▪ Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (HMB Groep) ▪ Quickscan flora en fauna (IVN Helden) ▪ Infiltratieonderzoek (BKK Bodemadvies bv)

Ontwerp

2

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Nadat de VMBO in 2016 bij het Bouwens van der Boijecollege aan de Minister Calsstraat is ondergebracht staat deze locatie leeg en is een groot deel van de gebouwen gesloopt. Drie gebouwen en een kas staan nog overeind. De gemeente Peel en Maas is voornemens de voormalige VMBO-locatie aan het Dr. Poelsplein, gelegen ten zuiden van het (winkel)centrum van Panningen, te herontwikkelen. In twee van de te behouden gebouwen is het voornemen een zorgcomplex met maximaal 30 appartementen en een bedrijfswoning te realiseren. Het voornemen bestaat om voor overige deel van de locatie woningbouw mogelijk te maken, in zowel het derde te behouden gebouw, als in nieuw te realiseren woonbebouwing. Tevens wordt daarbij de omliggende openbare ruimte ingericht met onder andere groen, infrastructuur en parkeerplaatsen.

Afbeelding 1. Locatie woningbouwlocatie “De Groene Pijl”

Op 3 maart 2020 heeft de raad van de gemeente Peel en Maas ingestemd met de herontwikkeling van de voormalige VMBO-locatie. Uitgangspunt voor de nieuwe inrichting van de locatie is de juiste woning van de juiste kwaliteit op de juiste plek, waarmee niet alleen doorstroming op gang zal worden gebracht, maar ook woningen worden gerealiseerd waar nu aantoonbaar behoefte is (betaalbare (sociale) huurwoningen en levensloopbestendige woningen voor ouderen).

Ontwerp

3

Gekozen is om gebouwdelen A en B te behouden. Dit zijn de voormalige hoofdgebouwen en hier wordt, zoals aangegeven, een woonzorgcomplex in gevestigd. Ook de voormalige praktijklokalen, gebouwdeel C, blijven behouden. Dit gebouw, dat haaks gelegen is ten opzichte van het woonzorgcomplex, wordt meegenomen in de woonontwikkeling en krijgt een transformatie naar woningen. Het andere gebouw dat behouden blijft is de kas. Deze krijgt een nieuwe maatschappelijke invulling die een bijdrage levert aan de wijk. Andere belangrijke elementen die behouden blijven zijn de waardevolle bomen. Deze krijgen een prominente plek in de ontwikkeling van het terrein en zijn de aanzet tot de vergroening van de locatie. Dit initiatief leidt tot een herontwikkeling waarin ruimte ontstaat voor 50 woningen, de bestaande tuinderskas behouden blijft en een woonzorgcomplex. Dit alles in een groene omgeving waar “ontmoeten” en “samenleven” centraal staan. De beoogde nieuwe inrichting van de locatie past echter niet binnen de bouw- en gebruiksregels van het vigerende bestemmingsplan “Dubbelkern Helden-Panningen”. Alvorens concreet invulling wordt gegeven aan de herontwikkeling van de locatie zal het bestemmingsplan derhalve moeten worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan betreft het bestemmingsplan ten behoeve van de gewenste herontwikkeling van de voormalige VMBO-locatie.

Tevens wordt het woonzorgcomplex met bedrijfswoning hierin opgenomen, zodat de gehele locatie in één totaalplan wordt vastgelegd. In de hierna volgende paragrafen en hoofdstukken zullen de aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende uitgangspunten en randvoorwaarden nader worden toegelicht.

A.

C. B.

Afbeelding 2. Luchtfoto (vogelvluchtperspectief) van het plangebied en omgeving met de te behouden gebouwdelen

1.2 Plangebied en begrenzingen Betreffende locatie (in het vervolg aangeduid als “het plangebied”) is gelegen aan het Dr. Poelsplein, welke tevens de westelijke grens vormt van het plangebied. De noordelijke plangrens wordt daarbij gevormd door de Nijverheidsstraat, de oostelijke plangrens door de Raadhuisstraat en de zuidelijke plangrens door de Dr. Ariënsstraat. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Helden, sectie G, nummers 1508, 5320, 7610 en 7611 en heeft een oppervlakte van ruim 1,3 ha.

Ontwerp

4

Het plangebied is gelegen ten zuiden van het (winkel)centrum van Panningen, aan de Raadhuisstraat, een belangrijke ontsluitingsweg van het centrum. Voorheen was op de locatie de VMBO gevestigd. Na het vertrek van de VMBO in 2016 zijn eind 2020 meerdere gebouwen gesloopt. Alleen drie gebouwen en de kas zijn bewaard gebleven. De rest van het terrein ligt thans braak, waarbij enkele beeldbepalende en waardevolle bomen zijn blijven staan. Rondom het plangebied bevinden zich voornamelijk woningen, in planmatig opgezette woonstraten. Aan het Dr. Poelsplein is sprake van een groenvoorziening van redelijke omvang. Aan de Raadhuisstraat bevinden zich nog enkele andere functies (zoals kantoren en winkels), als aanloop naar het noordelijk gelegen centrumgebied.

1.3 Vigerend bestemmingsplan De locatie maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Dubbelkern Helden-Panningen” (vastgesteld d.d. 5 mei 2013) en is bestemd als ‘Maatschappelijk’. Een (groot) deel van het bestemmingsvlak is voorzien van een bouwvlak met de aanduidingen ‘maximum goothoogte: 5 m’ en ‘maximum bouwhoogte: 7 m’. De gehele locatie is daarnaast voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’.

Afbeelding 3. Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Dubbelkern Helden-Panningen”, met plangebied rood omlijnd

De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijk, educatieve en openbare dienstverlening. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, waarbij het gehele bouwvlak mag worden gebouwd. De gestelde maximale goot- en bouwhoogte mogen daarbij niet worden overschreden.

Ontwerp

5

De voor ‘Waarde – Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van de archeologische waarden en oudheidkundige waardevolle elementen, in het bijzonder voor gebieden met een hoge archeologische waarde. Indien bij een ontwikkeling de grond voor een oppervlakte van meer dan 250 m2 dieper dan 40 cm wordt verstoord is eerst archeologisch onderzoek noodzakelijk. De herontwikkeling van de locatie past niet in het vigerend bestemmingsplan omdat woningen uit functioneel oogpunt niet zijn toegestaan binnen de vigerende maatschappelijke bestemming. Daarnaast wordt het bouwvlak op bepaalde plekken overschreden en voldoen de gestelde goot- en bouwhoogte niet. Ten slotte worden met de revitalisatie de gestelde ondergrenzen ter bescherming van de archeologische waarden overschreden.

Ontwerp

6

2. BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED 2.1 Algemeen In dit hoofdstuk is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hierbij komen de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied zelf, maar ook van de omgeving, aan bod. Het plangebied is gelegen midden in de kern van Panningen, direct ten zuiden van het compacte centrumgebied. Samen met de kern van Helden vormt Panningen de dubbelkern Helden-Panningen. Panningen is de grootste kern in de gemeente Peel en Maas en vormt het centrum van de gemeente. Hier is een goed geoutilleerd winkelcentrum met een regionale functie aanwezig, een cluster van gezondheidsinstellingen en voortgezet onderwijs. Panningen heeft bijna 7.500 inwoners.

2.2 Ruimtelijke structuur Panningen is in de Middeleeuwen ontstaan op een hogere dekzandwelving. Rond de eerste nederzetting lag een uitgebreid open gebied met akkers; de oude bouwlanden. Op de overgang van de oude bouwlanden naar de lager gelegen woesteen weidegronden ontstond een kring van gehuchten. Deze gehuchten maken tegenwoordig als wijken onderdeel uit van de kern van Panningen.

Centrum Panningen

Woonwijk Raadhuisstraat

John F. Kennedylaan Woonwijk

Afbeelding 4. Ruimtelijke situatie plangebied en omgeving (plangebied rood omcirkeld)

Ontwerp

7

De eerste bebouwing van Panningen bestond uit lintbebouwing welke heden ten dage het centrumgebied vormen. Met de bevolkingstoename is de bebouwing uitgebreid rond en in deze linten zodat deze samensmolten met de omliggende gehuchten. Vanaf de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw is de uitbreiding van Panningen planmatig aangepakt en zijn rond de volgebouwde bebouwingslinten typerende woonwijken ontstaan, welke zich typeren door een rationeel wegenpatroon en strokenbebouwing. In de jaren ’60 van de vorige eeuw is ook de voormalige VMBO gebouwd.

Afbeelding 5. Zicht op gebouwdeel C vanaf Raadhuisstraat

Afbeelding 6. Gebouwdelen A en B

Eind jaren ’90 van de vorige eeuw is een ringweg rond het centrum van Panningen gerealiseerd, zijnde de John F. Kennedylaan. Deze hoofdverkeersstructuur vormt een directe verbinding met de kern van Helden. Via rotondes en daarop aansluitende ontsluitingswegen kan het centrum van Panningen bereikt worden vanaf de John F. Kennedylaan. De Raadhuisstraat vormt een dergelijke ontsluitingsweg tussen de John F. Kennedylaan en het centrumgebied. Gescheiden rijbanen met daartussen parkeerplaatsen en groenvoorzieningen kenmerken de Raadhuisstraat. De zijwegen van de Raadhuisstraat betreffen typische wegen in de aanwezige planmatig opgezette woonwijken.

Afbeelding 7. Impressie Dr. Poelsplein

Afbeelding 8. Impressie Dr. Ariënsstraat

2.3 Functionele structuur Rondom het plangebied overheerst de woonfunctie. Reeds van oudsher ligt het plangebied aan de rand van een planmatig opgezette woonwijk. De woningen in deze woonwijk kenmerken zich als strokenbebouwing, voornamelijk zijnde tweeonder-een-kapwoningen, bestaande uit twee bouwlagen met een zolderverdieping onder kap. Aan de overzijde van de Raadhuisstraat is juist sprake van hoogbouw in de vorm van appartementencomplexen, bestaande uit vier bouwlagen, afgedekt met een plat dak.

Ontwerp

8

Als uitloper van het centrumgebied bevinden zich aan de Raadhuisstraat ook enkele andere functies. Ten zuiden van het plangebied zijn enkele dienstverlenende instanties gelegen, terwijl ten noorden zich nog detailhandel bevindt. Verder richting het zuiden, waar de Raadhuisstraat de John F. Kennedylaan kruist, zijn een verzorgingstehuis, een gymzaal en de lokale sportvelden gelegen.

Afbeelding 9. Hoogbouw aan de Raadhuisstraat tegenover plangebied Afbeelding 10. De kas

Ontwerp

9

3. PLANBESCHRIJVING 3.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op het herontwikkelen van de voormalige VMBO-locatie, gelegen aan het Dr. Poelsplein in Panningen, tot een locatie waarin ruimte ontstaat voor maximaal 50 woningen en een woonzorgcomplex met bedrijfswoning. Dit alles in een groene omgeving waar “ontmoeten” en “samenleven” centraal staan. Aan de basis van de nieuwe invulling van de locatie staat het opgestelde stedenbouwkundig plan1. Bij de opstelling van dit bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest: ▪ In de te behouden gebouwdelen A en B dienen 30 zorgappartementen met bedrijfswoning te worden gerealiseerd. ▪ Uitbreiding van gebouwdelen A en B is niet gewenst. Huidige bouwhoogte van 12,3 meter is de maximale bouwhoogte. ▪ In het te behouden gebouwdeel C dienen 12 appartementen te worden gerealiseerd. ▪ Uitbreiding van gebouwdeel C is eventueel nog voorstelbaar / bespreekbaar in de richting van de Nijverheidstraat. Aanpassingen die het karakter van het gebouw aantasten zijn niet gewenst. De huidige goot- en bouwhoogte van 5 en 7 meter is de maximale goot- en bouwhoogte van gebouwdeel C. ▪ De te behouden kas dient een maatschappelijke functie te behouden.

▪ Het bestemmingsplan dient flexibiliteit te bieden voor een alternatieve invulling van de kas om in de plaats hiervan 3 aaneengebouwde woningen te realiseren met een maximale goot- en bouwhoogte van 6 respectievelijk 10 meter. ▪ Aan de zijde van de Dr. Ariënsstraat dienen aaneengebouwde woningen te worden gerealiseerd met een goot- en bouwhoogte van 6 respectievelijk 10 meter. ▪ Aan de zijde van de Raadhuisstraat dienen in twee aparte appartementencomplexen in totaal circa 22 appartementen te worden gerealiseerd. Bouwhoogte bedraagt maximaal 12 meter. ▪ Aan de zijde van de Raadhuisstraat dienen patiowoningen te worden gerealiseerd met een maximale goot- en bouwhoogte van 6 respectievelijk 6 meter. ▪ De beeldkwaliteitseisen zoals vastgelegd in het stedenbouwkundig plan dienen geborgd te worden in het bestemmingsplan. ▪ Het nutsgebouwtje aan de Dr. Ariënsstraat dient behouden te blijven en als zodanig bestemd te worden. ▪ Om de groene setting te waarborgen van de openbare ruimte tussen de woningen dient dit gebied als zodanig bestemd te worden. ▪ Ter bescherming van de te behouden karakteristieke bomen dienen deze bomen voorzien te worden van een planologische bescherming.

▪ Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Peel en Maas dient het onderhavige bestemmingsplan qua systematiek aan te sluiten bij het bestemmingsplan “Dubbelkern Helden-Panningen” zoals dat thans voor het plangebied en omgeving geldt. De uitgangspunten hebben geleidt tot een bestemmingsplan waarin het plangebied niet langer volledig bestemd is als ‘Maatschappelijk’. Ter plaatse van het woonzorgcomplex en de kas is nog steeds sprake van de bestemming ‘Maatschappelijk’. Het overige deel van het plangebied is echter bestemd tot ‘Groen’ en waar de woningen gerealiseerd moeten worden als ‘Wonen’. Het nutsgebouwtje is ten slotte bestemd als ‘Bedrijf – Nutsvoorziening’. Zowel de te behouden gebouwdelen A, B en C als de kas zijn voorzien van een bouwvlak, welke strak rondom de bestaande bebouwing is getrokken. Bestaande goot- en bouwhoogten gelden voor deze bouwvlakken. De kas is voorzien van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – kas’. Aan de maatschappelijke bestemming ter plaatse van de kas is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen ter realisatie van aaneengebouwde of gestapelde woningen. Het woonzorgcomplex is voorzien van een maatvoeringsaanduiding voor 30 zorgappartementen en de functieaanduiding 1

Mr. Stir, Panningen VMBO-locatie stedenbouwkundig plan

Ontwerp

10

‘bedrijfswoning’, zodat tevens één bedrijfswoning is toegestaan. Gebouwdeel C is voorzien van de maatvoeringsaanduiding voor maximaal 12 woningen in afstemming met de toekomstige eigenaar. De nieuw te realiseren woningen zijn voorzien van bouwvlakken met maatvoeringsaanduidingen voor het aantal te realiseren woningen, alsook bouwaanduidingen wat type woningen zijn toegestaan (aaneengebouwd, gestapeld of patiowoningen). In de regels van het bestemmingsplan is daarnaast een afwijkingsbevoegdheid aan het college toegekend om de aantallen per bouwveld aan te passen mits niet meer dan 50 woningen worden gerealiseerd en dit stedenbouwkundig verantwoord is. In beide bestemmingen waarbinnen bebouwing zal plaatsvinden (‘Maatschappelijk’ en ‘Wonen’) is een koppeling opgenomen met de beeldkwaliteitseisen uit het stedenbouwkundig plan. Het stedenbouwkundig plan is dan ook als bijlage aan de planregels verbonden. Ten slotte worden de karakteristieke bomen en hun boomkruinen beschermd door deze bomen te voorzien van de functieaanduiding ‘waardevolle boom’.

3.2 Beschrijving plan De VMBO-locatie ligt op een prominente plek in Panningen, aan de Raadhuisstraat en tegen het centrumgebied van Panningen aan. Ondanks dat de plek omringd wordt woonbebouwing is het geen standaard woonomgeving. Dit komt deels door het voormalige gebruik van de plek zelf maar ook de centrale en prominente ligging. De herontwikkelingsopgave van deze locatie is gericht op het realiseren van woningen en maatschappelijke functie(s). Daarbij staat kwaliteit hoog in het vaandel. Het behouden van beeldbepalende elementen en karakter, zoals bepaalde gebouwen en bomen, hoort daar bij. Het initiatief leidt tot een herontwikkeling waarin ruimte ontstaat voor maximaal 50 woningen (waaronder appartementen), de bestaande kas behouden blijft met een nieuwe maatschappelijke functie en een woonzorgcomplex voor dementerenden gerealiseerd wordt. Dit alles in groene omgeving waar ‘ontmoeten’ en ‘samenleven’ centraal staan.

Afbeelding 11. Vogelvluchtperspectief van de beoogde situatie

Ontwerp

11

Verkaveling Het concept voor de VMBO-locatie is uitgewerkt tot een uitgebalanceerde verkaveling met een goede afstemming tussen bebouwing en groen. De verschillende bebouwingsblokken geven het gebied enerzijds een eenduidige uitstraling richting de omgeving en vormen anderzijds de wanden van de groene geborgen binnenruimtes. Het plan heeft enerzijds een grote diversiteit in woningtypen en bouwhoogten en is anderzijds duidelijk op elkaar afgestemd in positionering en oriëntatie. Er wordt gestreefd om de kas te behouden en in het plan in te passen. Het gebouw krijgt geen woonfunctie, maar juist een invulling die een bijdrage levert aan de leefbaarheid en zorgt voor ontmoeting. Groenstructuur Voor de toekomst van Panningen is het belangrijk dat de huidige ontwikkelingen ook bestendig en flexibel zijn bij klimaatveranderingen. De kans op wateroverlast, hitte en droogte neemt toe. Hierbij zorgen stortbuien en langdurige neerslag voor wateroverlast. Hitte raakt de gezondheid van kwetsbare mensen (ouderen, longpatiënten en jonge kinderen) en droogte kan flinke negatieve gevolgen hebben voor de openbare ruimte (verhardingen en groen). Een klimaatbestendige buurt ontstaat door een samenspel te creëren tussen de verschillende groene ruimtes: de openbare ruimte, de particuliere ruimte en de bebouwde ruimte.

Waar ruimte is voor bomen, de groene longen van het dorp, worden deze toekomstbestendig aangeplant. Dit betekent dat er aandacht is voor voldoende groeimogelijkheden, zowel ondergronds als bovengronds, de juiste soortkeuze (klimaatbestendig), het planten op eindafstand en dat de bomen qua positie zoveel mogelijk schaduw werpen op de straten. Alle bomen worden met deze uitgangspunten geplaatst. Om goed in te kunnen spelen op hevige buien is gekozen voor een ruimtelijke opzet, waarbij het water altijd goed kan worden afgevoerd. De verharding wordt zoveel mogelijk beperkt en waar mogelijk wordt open bestrating (grasbetonstenen of profielstenen) toegepast. Aanvullend op de buitenruimte worden ook maatregelen met betrekking tot klimaatbestendigheid bij de bebouwing toegepast. Door natuurinclusief te bouwen wordt niet alleen bijgedragen aan de waterhuishouding van het plan maar de toepassing van groene daken of gevels heeft tevens een verkoelend effect. Daarnaast zijn deze ook zeer geschikt voor de leefomgeving van insecten en vogels. Het ontwikkelen van mens- en milieuvriendelijke woonmilieus biedt kansen om meer te vergroenen en verhardingen in de private en openbare ruimte tegen te gaan. Woningtypes Er is sprake van herontwikkeling van de voormalige VMBO-locatie. Herstructureringsplekken zijn per definitie ‘de goede plek’ in Peel en Maas.

Naast het feit dat de toevoeging van woningen past binnen het woningbouwprogramma voor Panningen (het juiste aantal), sluit de kwaliteit aan bij het lokaal beleid én op de wensen van de betrokken omgeving. Dit betekent dat het concreet gaat om de kleinere, betaalbare, en toekomstbestendige woningen. De woningen worden zoveel als mogelijk levensloopbestendig (of met mogelijkheden voor aanpassing naar levensloopbestendig) uitgevoerd. Ook de specifieke behoefte aan meer sociale huurwoningen kan in het ontwerp vertaald worden. Om de goede mix van doelgroepen te bedienen worden niet alleen diverse type woningen gerealiseerd. Ook een mix van (sociale) huur- en koopwoningen is daarbij van belang. Het plan gaat uit van vier verschillende woningtypes. Ten eerste wordt gebouwdeel C, het bestaande gebouw waarin vroeger de praktijklokalen gevestigd waren, getransformeerd tot woningen. Deze woningen hebben hun privé buitenruimten binnen de grenzen van het gebouw en liggen direct aan de centrale pleinruimte. Aan de Raadhuisstraat worden appartementen voorzien in 4 bouwlagen. De bebouwingsblokken zijn zorgvuldig ingepast tussen de bestaande bomen.

Ontwerp

12

In het noordoostelijke deel van het gebied zijn patiowoningen voorzien die levensloopbestendig worden gebouwd. Met het toevoegen van rijwoningen aan de Dr. Ariënsstraat ontstaat er een divers woonprogramma dat aansluit bij de woonwensen van Panningen en zorgt voor een dynamische woonomgeving. Bouwhoogten Wat betreft de bouwhoogten wordt aangesloten op de omgeving. De appartementen aan de Raadhuisstraat krijgen 4 bouwlagen, aansluitend bij de gebouwdeel A en de appartementen aan de overzijde van de Raadhuisstraat. De rijwoningen aan de Dr. Ariënsstraat hebben 2 bouwlagen met kap. Op deze manier haken ze aan bij de bestaande bebouwing in deze straat. Voor de patio’s aan de Raadhuisstraat wordt uitgegaan van 1-2 bouwlagen. Hierdoor ontstaat er een interessant evenwicht tussen diversiteit en eenheid. Het gebied krijgt een eigen identiteit maar is geen vreemde eend in Panningen en maakt er juist onderdeel van uit.

3.3 Stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten Het initiatief maakt de herontwikkeling van het plangebied tot nieuwe woonlocatie in de bebouwde kom van Panningen mogelijk. Vanuit functioneel opzicht is woningbouw passend op deze locatie, gezien de ligging binnen een bestaande woonwijk nabij het centrum van Panningen. Middels het initiatief wordt een herontwikkelingslocatie op een passende wijze ingevuld. Verder sluit de bebouwing qua massa, hoogte en opbouw aan bij de woningen c.q. bebouwing in de omgeving. Het meeste van de verouderde schoolbebouwing is inmiddels gesloopt en zal worden vervangen door moderne, kwalitatief hoogwaardige bebouwing. De te behouden bebouwing zal worden voorzien van een kwaliteitsupgrade. Beide hebben een positieve invloed op het stedenbouwkundig beeld en de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Ten slotte wordt het plangebied ingevuld met groen en zullen waardevolle bomen behouden blijven. Groen geeft een enorme boost voor het voor de verder rest stenige omgeving. Er zijn dan ook geen negatieve stedenbouwkundige of ruimtelijke effecten voor de omgeving te verwachten en de woningen worden groen ingepast in de omgeving.

Ontwerp

13

4. BELEIDSKADER In dit hoofdstuk worden de voor het plangebied en de ontwikkeling relevante beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing zijnde Rijksbeleid. In de daarop volgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf 4.3 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Peel en Maas.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie die is vastgelegd in artikel 3.1, lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ▪ ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; ▪ duurzaam economisch groeipotentieel; ▪ sterke en gezonde steden en regio’s; ▪ toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzen. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteiten van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: ▪ Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; ▪ Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; ▪ Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; ▪ Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.

Ontwerp

14

Met het initiatief wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het initiatief. 4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer.

Met de herontwikkeling van de voormalige VMBO-locatie worden geen van de genoemde belangen geschaad. Op en om de locatie is geen sprake van een gebiedsreservering. Het initiatief is daarom niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de Ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt dat in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden.

Indien niet meer dan 11 woningen binnen een bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is er volgende de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen sprake van de ruimtelijke ontwikkeling van een woningbouwlocatie of een andere stedelijke voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Bro (zie uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Het onderhavige plan voorziet in de ontwikkeling van in totaal maximaal 50 woningen en betreft derhalve een stedelijke ontwikkeling. In dat geval dient er een behoefte onderbouwing ten aanzien van de beoogde woningbouw plaats te vinden.

Ontwerp

15

Op basis van het in 2019 uitgevoerde woonbehoefteonderzoek in de gemeente Peel en Maas blijkt dat de huishoudensontwikkeling in de gemeente Peel en Maas nog tot 2030 toe zal nemen. De huishoudensontwikkeling in de gemeente Peel en Maas staat daarbij in het teken van vergrijzing: het aantal gezinnen met kinderen neemt af, het aantal paren zonder kinderen neemt toe en het aantal alleenstaanden stijgt. Ook uit de ontwikkeling van de leeftijdsopbouw blijkt de aankomende vergrijzing in de gemeente Peel en Maas. Tot 2030 is er sprake van een duidelijke woningbehoefte in Peel en Maas. Dat het aantal huishoudens hierna vermoedelijk af zal nemen, neemt niet weg dat er nu gebouwd moet worden voor de woningbehoefte op korte en middellange termijn. De marktruimte tot 2030 voor nieuwe woningen in de gemeente Peel en Maas varieert tussen 1.105 en 1.360 woningen waarbij deze herontwikkeling reeds was opgenomen in het gemeentelijke woningbouwprogramma. Naast de kwantitatieve marktruimte, is het ook belangrijk welke woningen toegevoegd moeten worden op welke plek (kwalitatieve opgave). Belangrijke doelgroepen zijn starters, ouderen en (aankomende) gezinnen, arbeidsmigranten en de instromers.

De 50 woningen die in het plangebied worden gerealiseerd dragen bij aan de woonbehoefte voor de komende jaren in de gemeente Peel en Maas en voorzien daarom in de kwantitatieve behoefte aan woningen Panningen. Vanuit kwalitatief oogpunt worden er in het plangebied diverse woningtypen mogelijk gemaakt, maar ligt de nadruk op kleine, betaalbare woningen, speciaal voor senioren (levensloopbestendig). Doordat het bestemmingsplan flexibiliteit biedt om diverse woningtypen te kunnen realiseren, kan optimaal worden ingespeeld op de actuele behoefte aan bepaalde typen woningen. Vanuit kwalitatief oogpunt voorziet de revitalisatie van het plangebied hiermee eveneens in een behoefte. Op basis van het bovenstaande wordt het voorliggende woningbouwplan passend geacht binnen de uitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Op 12 december 2014 is door Provinciale Staten het POL2014 vastgesteld. Het POL2014 is per 16 januari 2015 in werking getreden. Het POL2014 heeft vier wettelijke functies: structuurvisie (Wet ruimtelijke ordening), provinciaal milieubeleidsplan (Wet milieubeheer), regionaal waterplan (Waterwet), Provinciaal Verkeer- en Vervoersplan (Planwet verkeer en vervoer). In het POL komen alleen die zaken aan bod, die er op provinciaal niveau echt toe doen en die vragen om regionale oplossingen. Dat sluit aan bij de basisfilosofie en ook bij de aanpak van de Rijksoverheid die zich beperkt tot een 13-tal nationale belangen. Zo veel mogelijk ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en andere partners die met hun lokale kennis prima maatwerk kunnen leveren. In het POL staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, het versnellen van de energietransitie, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. De belangrijke principes in het Limburgs omgevingsbeleid zijn: 1. Kwaliteit staat centraal.

Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto 'meer stad, meer land', het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen.

Ontwerp

16

2.

Uitnodigen staat centraal. Dat gaat meer over de manier waarop we samen met onze partners dat voortreffelijke leef- en vestigingsklimaat willen realiseren. Met instrumenten op maat en ruimte om te experimenteren. De provincie wil hierbij selectief zijn: het POL richt zich alleen op die zaken die er op provinciaal niveau echt toe doen en vragen om regionale oplossingen.

De grote variatie in omgevingskwaliteiten is een kenmerk en sterk punt van Limburg. Om daaraan recht te doen, is in het POL2014 het provinciale grondgebied onderverdeeld in zeven soorten gebieden, elk met eigen herkenbare kernkwaliteiten. Voor elk gebied liggen er heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden.

Bebouwd gebied

Zone Stedelijk centrum

Overig bebouwd gebied

Landelijk gebied

Bedrijventerreinen Goudgroene natuurzone

Zilvergroene natuurzone Bronsgroene landschapszone

Buitengebied

Essentie De grotere binnensteden, gekenmerkt door een mix aan functies die deze gebieden een vitaal, stedelijk karakter geeft. Deze gebieden zijn cruciaal voor de aantrekkingskracht en uitstraling van Limburg. Gemengde woon/werkgebieden met een duidelijke binding met het omliggende landelijk gebied, met lokale of regionale voorzieningen. Specifiek ingerichte gebieden voor grotere bedrijvigheid. Gebieden waar natuur en natuurontwikkeling het primaat hebben vanwege de voorkomende waardevolle flora en fauna, vaak van (inter)nationale betekenis. Landbouwgebieden waar grote kansen liggen voor ontwikkeling van natuurwaarden. Beekdalen en gebieden met steilere hellingen met een grote variatie aan functies, in hoge mate bepalend voor het beeld van het Limburgs landschap. Omvat ook het winterbed van de Maas. Alle andere gronden in het landelijk gebied, vaak met een agrarisch karakter. Met ruimte voor doorontwikkeling van agrarische bedrijven.

Het plangebied is gelegen in de zone ‘overig bebouwd gebied’. Dit betreffen gemengde woon- en werkgebieden met voorzieningen, deels met stedelijk karakter, deels met landelijk karakter. Beleidsmatig worden hier de volgende accenten gelegd: ▪ transformatie regionale woningvoorraad ▪ bereikbaarheid ▪ balans voorzieningen en detailhandel ▪ stedelijk groen en water ▪ kwaliteit leefomgeving

Ontwerp

17

Afbeelding 12. Zonering POL2014

Voor wat betreft wonen streeft de provincie naar een voortreffelijk woon- en leefklimaat, waar mensen zich prettig voelen. Kwantitatief ligt er een aanzienlijke opgave om ervoor te zorgen dat de woningmarkt aansluit bij de demografische ontwikkeling. De top in de woningbehoefte wordt naar verwachting in Midden- en Noord-Limburg bereikt rond 2028 respectievelijk 2030, terwijl de totale behoefte in Zuid-Limburg al daalt. Noord-Limburg kenmerkt zich door een aantrekkelijk woon- en leefklimaat. Er dient een transformatie van de bestaande woningvoorraad plaats te vinden, aangezien er nauwelijks bevolkingsgroei meer is. Daarbij zal primair worden gekozen voor inbreiding, aanpassing en functieverandering en slechts beperkte uitbreiding in de nabijheid van kleine kernen, met als uitgangspunt bouwen voor eigen behoefte. De ambities, uitgangspunten en principes uit het POL worden vastgelegd in regionale structuurvisies, waarin de verschillen tussen de regio’s en regiospecifieke uitwerkingen worden vormgegeven. Deze visies zijn stevig en niet-vrijblijvend, maar wel realistisch, zie hiervoor paragraaf 4.2.3. Het initiatief voorziet in de herontwikkeling van de voormalige VMBO-locatie in Panningen. Het initiatief heeft betrekking op een vorm van hergebruik van voormalige bebouwde gronden en is dus een vorm van herstructurering.

Er wordt hierdoor optimaal gebruik gemaakt van de beschikbare ruimte binnen de bebouwde kom van Panningen. Het initiatief is hierdoor in overeenstemming met de uitgangspunten uit het POL2014. 4.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2014

Bij het POL2014 hoort de Omgevingsverordening Limburg. De juridische doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in deze verordening geregeld. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is, net als het POL2014, op 12 december 2014 vastgesteld door Provinciale Staten en is per 16 januari 2015 in werking getreden.

Ontwerp

18

Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden. In het kader van dit initiatief is de meest recente geconsolideerde versie geraadpleegd van december 2019. In artikel 2.2.2 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening moet houden met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid van het Bro (ladder duurzame verstedelijking). Onderhavig initiatief is getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking, zie paragraaf 4.1.3. Er is sprake van een aantoonbare behoefte aan 50 kleine, betaalbare woningen in het centrumdorp Panningen, met name bedoeld voor senioren, gestoeld op het uitgevoerde woonbehoefteonderzoek in 2019. Geconcludeerd wordt dat het initiatief voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. In artikel 2.4.2 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan gelegen in de regio Noord-Limburg niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. Zoals in paragraaf 4.2.3 van onderhavige toelichting is vermeld, is de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg inmiddels vervangen door de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. Geconcludeerd wordt dat het initiatief voldoet aan de uitgangspunten voor deze woonvisie.

Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt overigens dat het plangebied niet ligt binnen (milieu)beschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. 4.2.3 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De gemeente Peel en Maas heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’. Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ vastgesteld. Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ de status van een intergemeentelijke structuurvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter. Voor de gemeente Peel en Maas gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’ een reductieopgave van 156 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blijkt dat de gemeente Peel en Maas de gestelde opgave heeft overtroffen.

Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. Hierbij dienen de huishoudprognose van E’til (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: ▪ Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; ▪ Gekeken dient te worden naar koppelkansen; ▪ Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van de kwetsbare woningoverschot; ▪ Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; ▪ De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; ▪ Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijk, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen. Aanvullend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat: ▪ Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte.

Ontwerp

19

▪

▪ ▪

Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt. Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen.

Het initiatief voorziet in de realisatie van maximaal 50 wooneenheden binnen de kern van Panningen, in de nabijheid van het centrum met diverse voorzieningen. Gezien de situering en aard van het initiatief en de vraag naar woningen binnen dorpen sluit het beoogde initiatief aan op de regionale uitgangspunten op basis van de Regionale Woonvisie NoordLimburg 2020-2024.

4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1 Structuurvisie kernen en bedrijventerreinen Op 31 maart 2015 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie kernen en bedrijventerrein vastgesteld. Deze structuurvisie bevat het beleid voor de bebouwde kom van alle elf de kernen en de bedrijventerreinen in Peel en Maas, met uitzondering van Klavertje 4. In principe is de bebouwde kom daarbij de grens. In de structuurvisie zijn vier ruimtelijke hoofdkeuzes gemaakt, waarmee de gemeente gericht invulling wil geven aan haar identiteit als groene, dynamische plattelandsgemeente en rol binnen de regio: ▪ Kleinschalige en diverse woonmilieus; ▪ Herkenbare dorpen met 'eigen' voorzieningen; ▪ Goede bereikbaarheid; ▪ Innovatie en gebondenheid. De woningmarkt moet goed gebalanceerd zijn. Sturing op aantallen is nodig om geen overschotten en marktverstoringen te krijgen. Tegelijk heeft de woningmarktbehoefte aan initiatieven om de ‘markt’ los te krijgen. In de structuurvisie zoekt de gemeente deze balans. De beleidsuitgangspunten voor wat betreft woningbouw zijn de volgende: ▪ Woningbouw vindt primair plaats in de kernen; ▪ Elke kern mag minimaal bouwen voor de eigen behoefte. Daarnaast is er ruimte voor maatwerk, zeker bij initiatieven uit de kernen zelf.

In leef- en centrumdorpen is (beperkte) extra groei mogelijk; ▪ Stimuleren van levensloopbestendig en duurzaam bouwen; ▪ Belangrijkste doelgroepen zijn starters en ouderen; ▪ Stimuleren van kwalitatief goede huisvesting voor (tijdelijke) arbeidskrachten en woonurgenten. Panningen is in de structuurvisie aangemerkt als centrumdorp voor de gemeente Peel en Maas. Dat betekent dat er ruimte in het woningbouwprogramma zit om woningen te bouwen voor (een eventuele) extra opvang van nieuwe inwoners. Panningen zal door het voorzieningenaanbod in toenemende mate aantrekkelijk zijn voor ouderen, ook uit andere dorpen. Een ontspannen woonmilieu voor Panningen houdt daarom rekening met een accent op de huisvesting voor ouderen, in een kleinschalige mix met woningen voor andere doelgroepen. Er zijn nog voldoende woningbouwlocaties beschikbaar in Panningen, zoals het Ringovenpark. Daarnaast kent Panningen een aantal herstructureringslocaties. Rondom het centrum van Panningen komt de komende jaren veel maatschappelijk vastgoed op de markt waarvoor een geschikte herinvulling wordt gezocht. Uitgangspunt is het zoveel mogelijk behouden van cultuurhistorisch waardevolle panden. Met uitzondering van basisschool Panningen-Zuid en delen van de VMBOlocatie aan de Raadhuisstraat zijn de meeste gebouwen behoudenswaardig en goed herinvulbaar met functies als wonen, kantoorfuncties of dienstverlening.

Ontwerp

20

De VMBO-locatie wordt als herstructureringslocatie in de structuurvisie genoemd. De gemeente legt meer accent op herstructurering en inbreiding in relatie tot woningbouw. In de structuurvisie is aangegeven dat Panningen, als centrumdorp, aantrekkelijk moet blijven voor met name ouderen. De ontwikkeling van maximaal 50 wooneenheden voor alle doelgroepen, maar met extra aandacht voor ouderen, zorgt ervoor dat er een gevarieerd woningaanbod blijft bestaan in Panningen (bevorderen doorstroming). In het kader van de revitalisatie wordt wat dat betreft aangesloten bij de uitgangspunten van de structuurvisie kernen en bedrijventerreinen. 4.3.2

Een sterke woonmarkt met toekomst in Peel en Maas

De gemeentelijke woonbehoefte is in 2019 onderzocht en vastgelegd in de rapportage ‘Een sterke woonmarkt met toekomst in Peel en Maas’ (9 oktober 2019). In het coalitieakkoord 2018-2022 ‘Geef de ruimte: keuze voor ontwikkeling en groei’ heeft het college van de gemeente Peel en Maas een duidelijke groeiambitie uitgesproken. Het college wil deze groeiambitie verwezenlijken door zich te richten op drie hoofdthema’s: 1) de huisvesting van ouderen, 2) instromers en in het bijzonder arbeidsmigranten en 3) de bestaande voorraad. De thema’s zijn geformuleerd tegen de achtergrond van een groeiende economie en een vergrijzende bevolking. Verder heeft de gemeenteraad in 2017 de kaderstelling ‘Sociaal domein en vitale gemeenschappen’ en de kaderstelling ‘Ruimte en Economie’ vastgesteld. Ook is op 16 april 2019 de notitie ‘Vitaal Wonen’ vastgesteld als uitwerking van de kaders voor het thema wonen. Belangrijk uitgangspunt is het ‘juiste aantal woningen, voor de juiste doelgroep, op de juiste locatie’. Al deze elementen samen vragen om meer inzicht in de woonbehoefte van Peel en Maas. Oftewel om een woningmarktonderzoek dat inzicht geeft in de woningbehoefte voor de gemeente en per kern. Een onderzoek dat zich niet alleen richt op de korte termijn afzetbaarheid, doch juist ook de focus heeft op de langere termijn. Het eerder genoemde rapport is daar het resultaat van.

Het rapport is tot stand gekomen aan de hand van deskresearch, input uit diverse beleidstukken en een sessie met diverse kenners van de woningmarkt in Peel en Maas. Voor de woonopgave in Peel en Maas richt het rapport zich op 2030. Daarnaast geeft het rapport een doorkijk in de ontwikkelingen zoals die thans worden verwacht voor de periode 2030-2050. Achtergronden Panningen wordt in het rapport aangewezen als centrumdorp van de gemeente Peel en Maas doordat in deze kern de meeste mensen wonen en ook het grootste aantal huishoudens heeft, door de omvang en samenstelling van het winkelaanbod en omdat Panningen de enige kern in de gemeente betreft met een middelbare school. Panningen vormt samen met Helden en het kleinere Egchel een “triplekern”. In deze triplekern woont 35% van de inwoners van de gemeente Peel en Maas. De kernen binnen de gemeente Peel en Maas hebben een uniforme leeftijdsopbouw met een grote groep 55-74-jarigen en een momenteel nog beperkte groep 75+ers. De grote groep 55-74-jarigen betekent dat de gemeente de komende jaren te maken gaat krijgen met een sterk groeiende groep 75+ers. Panningen is de “oudste” kern; de groep 55-74-jarigen en de 75+ers zijn hier oververtegenwoordigd. In Panningen woont het grootste aandeel alleenstaanden en dus ook het laagste aandeel gezinnen.

In het algemeen blijven inwoners van Panningen de kern trouw, er vinden binnen deze kern relatief veel verhuizingen plaatst. Daarnaast verhuizen meer mensen naar Panningen toe. Panningen blijkt ook wat betreft verhuisbewegingen dus een centrumfunctie te hebben voor de gemeente en de direct omliggende regio: zowel van binnen de gemeente als van daarbuiten trekt Panningen meer mensen aan dan er vertrekken. Dit resulteert in een vestigingsoverschot. De gemeente Peel en Maas kan getypeerd worden als een echte koopgemeente. Het huuraandeel ligt onder het Nederlands gemiddelde. Huurwoningen zijn in de gemeente Peel en Maas dan ook ondervertegenwoordigd.

Ontwerp

21

Woonvraag in Peel en Maas De woningmarkt in Peel en Maas op dit moment erg krap. Het aanbod is sterk afgenomen en prijzen stijgen. De huidige krappe woningmarktsituatie zegt echter niet per se iets over de extra woningvraag in de periode tot 2030 en de jaren daarna. Deze wordt vooral door demografische ontwikkelingen veroorzaakt. Huishoudensprognoses brengen deze extra toekomstige woningvraag in beeld. Er zijn twee toonaangevende landelijke prognoses die huishoudensgroei op gemeenteniveau voorspellen: de Primosprognose en de prognose van CBS en PBL (Pearl-prognose). Specifiek in Limburg is de Progneff-prognose (van E’til) gangbaar. In de navolgende afbeelding zijn de twee recentste versies van de Progneff- en Primos-prognose en de Pearlprognose vergeleken. De tabel laat de ontwikkeling zien tussen het huidige aantal huishoudens en het aantal huishoudens in 2030 en in de periode 2030 tot 2050 bekeken vanuit deze verschillende prognoses.

Afbeelding 13. Huishoudensprognoses voor Peel en Maas vergeleken met elkaar

Prognose Primos 2018 Primos 2019 Progneff 2017 Progneff 2018 PEARL

Ontwikkeling 2019-2030 +805 +925 +1.060 +1.020 -320

Ontwikkeling 2030-2050 -660 -605 -1.210 -615 -800

Op basis van de vergelijking van de prognoses, zijn de volgende conclusies te trekken: ▪ De uit 2016 stammende en inmiddels verouderde Pearl-prognose van CBS/PBL voorziet op korte termijn al huishoudenskrimp in Peel en Maas. ▪ Dit betekent dat er volgens deze prognose de komende jaren geen woningvraag meer bestaat in Peel en Maas en dat er mogelijk zelfs woningoverschotten ontstaan. ▪ De recentere Primos-prognoses (2018 en 2019) en Progneff-prognoses (2017 en 2018) die de afgelopen twee jaar zijn uitgekomen, laten een ander beeld zien. Deze prognoses voorzien een groei tot circa 2030 en daarna een daling. ▪ Het algemene beeld dat de twee recente Primos-prognoses en de Progneff-prognose laten zien is dus dat: o Peel en Maas tot 2030 groeit in huishoudens; o Daarna stabilisatie volgt en uiteindelijk een afname van het aantal huishoudens. Tot 2030 staat de huishoudensontwikkeling in Peel en Maas in het teken van vergrijzing: het aantal gezinnen met kinderen neemt af, het aantal paren zonder kinderen (‘empty nesters’) neemt toe en het aantal alleenstaanden stijgt. Ook uit de ontwikkeling van de leeftijdsopbouw blijkt de aankomende vergrijzing in de gemeente Peel en Maas.

Ontwerp

22

Toekomstige woningbouw Op basis van de plancapaciteit in Peel en Maas blijkt dat de komende jaren de voorziene ontwikkelingen geconcentreerd zijn in triplekern Panningen-Helden-Egchel. Tot 2030 is er sprake van een duidelijke woningbehoefte in Peel en Maas. Dat het aantal huishoudens hierna vermoedelijk af zal nemen, neemt niet weg dat er nu gebouwd moet worden voor de woningbehoefte op korte en middellange termijn. De marktruimte voor nieuwe woningen in de gemeente Peel en Maas varieert tussen 1.105 en 1.360 woningen. Naast de kwantitatieve marktruimte, is het ook belangrijk welke woningen toegevoegd moeten worden op welke plek (kwalitatieve opgave). Speel in op woonwensen van verschillende doelgroepen. Belangrijke doelgroepen zijn starters, ouderen en (aankomende) gezinnen, arbeidsmigranten en de instromers. Dit alles heeft geleidt tot de volgende aanbevelingen: ▪ Concentreer appartementen in de sterke groeikernen, voornamelijk in Panningen en Helden. ▪ In de middelgrote groeikernen en de overige kernen ligt de nadruk meer op grondgebonden woningen. ▪ Mede door de sterke vergrijzing, wordt geadviseerd een hoger aandeel appartementen toe te voegen dan het aandeel appartementen in de bestaande voorraad. ▪ Door de vergrijzing zijn levensloopbestendige woningen gewenst.

Zorg voor levensloopbestendigheid, zodat de woningen voor een grote groep aantrekkelijk zijn en bouw ook patiowoningen. Juist dit type grondgebonden woning, is erg in trek bij ouderen in dorpse kernen. ▪ Wonen met gemeenschappelijke voorzieningen is in toenemende mate populair, voor onder ouderen. Afweging Met de herontwikkeling van het plangebied worden in totaal maximaal 50 woningen en 30 zorgappartementen toegevoegd, vooral bestemd voor ouderen om daarmee te voldoen aan de vraag van de steeds groter groeiende groep ouderen én om een doorstroming vanuit de omgeving tot stand te brengen (de woningen welke thans bewoond worden door ouderen zijn uitermate geschikt voor (jonge) gezinnen en paren zonder kinderen). Er wordt niet alleen voldaan aan de conclusies uit het woningmarktonderzoek omdat gebouwd wordt voor senioren, maar ook omdat er diverse woningtypologieën wordt gecreëerd in de vorm van grondgebonden en appartementen en (goedkope) koop en huur. Ten slotte wordt aangesloten bij het feit dat gemeenschappelijke voorzieningen in de nabijheid (gemeenschappelijke kas) een pre zijn. Kortom, het initiatief speelt perfect in op de actuele en toekomstige woonbehoefte van de gemeente Peel en Maas en Panningen in het bijzonder. 4.3.3

Beleidsregel woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018

Op 10 juli 2018 is de Beleidsregel woningbouwverzoeken Peel en Maas 2018 in werking getreden. In dit beleid is vastgelegd dat geen medewerking wordt verleend aan de bouw van nieuwe woningen op locaties waar dit juridisch-planologisch niet is geregeld en waarbij sprake is van een toename van het aantal woningen ten opzichte van de woningbouwaantallen in de Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. De gemeente Peel en Maas maakt een gelimiteerde uitzondering voor: 1. Zogenaamde win-win situaties; 2. Woningbouwinitiatieven die een belangrijke maatschappelijke meerwaarde hebben en een bijdrage leveren aan het behoud/versterken van vitale gemeenschappen; 3. Verzoeken die die passen binnen de Ruimte voor Ruimteregeling; 4. Tijdelijke woonconcepten voor de duur van maximaal 10 jaar, tot uiterlijk 2030, voor de huisvesting van woonurgente doelgroepen; 5. Woningsplitsing binnen het buitengebied met als doel behoud en versterking van cultuurhistorische waarden; 6. Positieve principebesluiten en/of privaatrechtelijke afspraken. Onderhavig woningbouwinitiatief heeft een duidelijke maatschappelijke meerwaarde. Een herstructureringslocatie verkrijgt een nieuwe invulling met een aantoonbare behoefte aan woningen voor specifieke doelgroepen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=7b6964b7-011a-45af-b024-bcdefe6881ea