2021-039 03 Nota grondbeleid 2021 met bijlagen.pdf
Tekst van het document
2
7.
3
8. 9.
3
Om in aanmerking te komen voor pacht is het van belang dat de geïnteresseerde aan kan tonen dat hij/zij agrarisch ondernemer is (dit kan via de gecombineerde opgave) en men dient te zijn gevestigd binnen gemeente Peel en Maas. Mochten er geen inschrijvingen zijn op een perceel dan kan altijd nog gekeken worden of geïnteresseerde buiten Peel en Maas in aanmerking kunnen komen. 1
Recent is gebleken dat waarde van agrarische percelen, voortvloeiend uit taxaties van een gespecialiseerd extern bureau, het laatste jaar dusdanig zijn gestegen. Deze taxaties zijn momentopnames, de taxateur kent vaak de geschiedenis van het perceel niet. In vele gevallen, zeker bij reguliere pacht, heeft de zittende pachter het perceel al 10-tallen jaren in gebruiken en zelf reeds de nodige investeringen gedaan om te komen tot de huidige status van het perceel. Om voornoemde reden willen wij dan ook het college vragen om 10% te kunnen afwijken van de getaxeerde waarde (zonder hiervoor naar het college te hoeven) hetgeen ons inziens, wij kennen de geschiedenis, zeer reëel is om te kunnen schipperen indien nodig. 2
In dergelijke situaties zal een separaat, goed onderbouwd, voorstel worden gemaakt welk ter goedkeuring aan de betreffende wethouder zal worden aangeboden alvorens men tot actie overgaat. Het eventuele aankoopbedrag van strategische percelen is gelimiteerd aan de getaxeerde waarde.
3
Gemeente Peel en Maas
1894/2015/666773
Pagina 3 van 8
bijlage 5
Relatie (programma)begroting Dit voorstel draagt bij aan de realisatie van de volgende doelstelling en uitvoeringsafspraak uit de (programma)begroting: 1.1. Ruimtelijke ontwikkeling Argumenten 1.
2.
3.
Uitvoering geven aan- en aanvulling geven op- het grondbeleid van de gemeente Peel en Maas. Enerzijds wordt er uitvoering gegeven aan de gestelde doelstellingen en ambities binnen het aanwezige grondbeleid en de nota verkoop niet strategische onroerende zaken. Daarnaast wordt door middel van dit voorstel aanvulling gegeven op het aanwezige grondbeleid hetgeen, tot op heden, niet voorziet in specifieke regels omtrent agrarische- danwel pachtpercelen. Het verhogen van de geliberaliseerde pachtprijs zorgt voor meer opbrengst. De huidige geliberaliseerde pachtprijzen staan al een aantal jaren vast en zijn conform de regionorm van 2009. Door de jaren heen zijn deze flink op en neer gegaan echter gezien de huidige markt en een regionorm, op dit moment, van € 751,- (stijging van 16% t.o.v. 2014) hebben we besloten om de pachtprijzen dusdanig te verhogen. Doordat er vanaf heden bij het vaststellen van de pachtprijs ook onderscheidt gemaakt gaat worden in het oppervlak, de status (ligging, vorm, grondgesteldheid) van het pachtperceel en de teeltvorm worden er hogere inkomsten gegenereerd. Zie bijlage B1 Geliberaliseerde pacht. Hef omzetten van reguliere- naar geliberaliseerde pachten zorgt enerzijds voor een hogere boekwaarde van de agrarische grond en geeft ons anderzijds de mogelijkheid om tegen afzienbare tijd weer "vrij" over deze percelen te kunnen beschikken.
De boekwaarde van regulier verpachte percelen is € 0.88 p/m , bij vrije danwel geliberaliseerde verpachte percelen is dit € 1.75 p/m . Daarnaast hebben geliberaliseerde pachtpercelen ook een hogere (strategische) waarde in de zin van beschikbaarheid hetgeen binnen een x-aantal jaar, vaak zelfs 1 jaar, is. Bij regulier verpachte percelen geldt dat men nagenoeg niet over deze percelen kan beschikken omdat er geen einddatum aan de pacht zit. Reguliere pacht eindigt alleen bij beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering (indien er geen opvolger is), opzegging door de pachter zelf en/of het afkopen van de pacht; Het opnieuw uitgeven van geliberaliseerde pachten (1-jarig) biedt mogelijkheden voor nieuwe pachters welke tot op heden nog geen pacht hebben gehad. Daarnaast beidt gunning de gemeente mogelijkheden om bepaalde (pacht gerelateerde) zaken voorspoedig te laten verlopen / afspraken na te komen. Gelijke kansen voor iedereen ongeacht de grote van het bedrijf mits wordt voldaan aan de vereiste als vermeld bij de doelstellingen . Gunning geeft, zoals ook al het kopje vermeld, de gemeente mogelijkheden om bepaalde (pacht gerelateerde) zaken voorspoedig te laten verlopen danwel afspraken na te komen. Een herziening van de pachtprijs van een x-aantal reguliere pachten zorgt voor meer opbrengst.
Een groot aantal vergoedingen gehanteerd bij reguliere pachten is dusdanig laag dat dit verre van marktconform is. De oorzaak van deze lage pachtprijzen stamt uit het verleden, de pachten zijn 10-tallen jaren terug aangegaan, en zijn in de meeste gevallen niet of slechts mondjesmaat herzien. In de wet is opgenomen dat deze prijzen jaarlijks kunnen worden aangepast afhankelijk van de regionorm, het werk hiervan weegt echter niet op tegen de extra opbrengsten. Door een herziening, bij de pachtkamer aan te vragen, kan de pachtprijs eenmalig worden verhoogd naar een meer marktconform bedrag. Alvorens dit wordt gedaan wordt er een afweging gemaakt of het reëel is, kijkende naar het perceel en de huidige vergoeding, en ons inziens een kans van slagen heeft. Kanttekening: Een herziening aanvragen kost geld hetgeen bij het niet akkoord bevinden van de herziening dor de pachterkamer verloren gaat en ten laste komt van het project. Daarentegen is dit bedrag bij een herziening op korte termijn terugverdient. Zie bijlage 52 Reguliere pacht. De verkoop van niet strategische percelen zorgt voor flinke inkomsten (en is conform 2
2
4.
1
5.
6.
Gemeente Peel en Maas
1894/2015/666773
Pagina 4 van 8
bijlage 5
beleid). De verkopen van niet strategische (agrarische)percelen zullen plaatsvinden tegen het hoogste bod, hierbij wordt de getaxeerde waarde als minimum ingesteld mits dit bedrag reëel is, indien het bedrag ons inziens te hoog is kan er worden afgeweken zoals vermeld bij de doelstellingen . Het kan voorkomen dat er veel lager wordt ingeschreven, de keuze is dan aan het college om akkoord te gaan of niet. Het kan ook voorkomen dat er hoger wordt ingeschreven, dit zorgt voor meer opbrengsten als geprognosticeerd. Kanttekening: Het kan ook zijn dat percelen niet worden verkocht, deze zullen gewoon weer de geliberaliseerde pacht ingaan hetgeen tegen de onder argument 1 genoemde prijzen zal zijn. Zie bijlage A2 Te verkopen niet strategische percelen. Het inzetten van (agrarische) percelen in eigendom, danwel het eigendom verwerven van dergelijke percelen, biedt ons mogelijkheden om snel, actief en strategisch (conform beleid) in te kunnen spelen op (toekomstige) ontwikkelingen. Het is van belang om actief bezig te zijn en zo goede grondposities te hebben danwel verwerven hetgeen weer mogelijkheden biedt om in te spelen op toekomstige ontwikkelingen, zie ook doelstellingen . 2
7.
3
Kanttekeningen Voor het omzetten van reguliere- naar geliberaliseerde pacht zijn "vrije" percelen nodig. Om een reguliere pacht te kunnen overtuigen om zijn reguliere pacht om te zetten naar geliberaliseerde pacht moet hij "goed" gecompenseerd worden. Aangezien wij hier geen financiële middelen voor willen inzetten zijn er vrij percelen benodigd. Deze percelen, vaak met een groter oppervlak als de reguliere pacht, zijn de komende jaren dus niet meer beschikbaar aangezien ze voor langere periode (vaak 8 tot 10 jaar) worden ingezet om zo tot een compromis met de pachter komen. Kanttekening: Er worden voor deze, nu dus reguliere pachten, wel inkomsten ontvangen welke bij verpachtingen < 6 jaar conform de prijzen uit dit voorstel zijn en verpachtingen > 6 jaar conform de regionorm zijn hetgeen hoger is als de huidige (2014) pachtprijs. Een herziening van de pachtprijs bij aantal reguliere pachten brengt kosten met zich mee hetgeen ten laste van het project komt. Indien de pachtkamer het verzoek voor herziening van de pachtprijs teniet doet kost het ons geld. Kanttekening: Daarentegen wordt, bij een herziening, het bedrag welk in rekening wordt gebracht door de pachterkamer op korte termijn terugverdient aangezien in deze situaties de pachtprijs dusdanig hoger zal zijn als voorheen.
Door de verkoop van niet strategische percelen worden de inkomsten uit verpachtingen lager als voorheen, dit kan invloed hebben op de jaarlijkse balans. Kanttekening: Daarentegen worden kosten, voor onder andere het toesturen van de nota's en innen van de gelden, bespaard. Ook zal verkoop voor een eenmalige boost in financiën zorgen.
Financiële consequenties De financiële gevolgen van dit voorstel zijn structureel: (Voor resultaten en verschil 2014-2015 zie bijlage B3)
Geliberaliseerd Regulier Totaal
2015 €71.275,41 € 66.093,88 €137.369,29
2016" €107.294,62 € 67.457,22 €174.751,84
Verschil €36.019,21 € 1.363,34 € 37.382,55
De structurele pachtinkomsten voor de hier opvolgende jaren zijn afhankelijk van het aantal te verkopen percelen en pachtprijzen echter zullen nagenoeg gelijk zijn.
Gemeente Peel en Maas
1894/2015/666773
Pagina 5 van 8
bijlage 5
" D e prognose 2016 is conform de bijlage B1 Geliberaliseerde pacht en B2 Reguliere pacht, hierbij is reeds rekening gehouden met de mogelijk te verkopen percelen. Vooral de prognose bij reguliere pacht kan flink afwijken afhankelijk van de in te dienen pachtprijsherzieningen. De inkomsten uit pachtopbrengsten zijn momenteel lager opgenomen in de begroting hetgeen inhoudt dat er de komend jaar stille reserves worden gecreëerd. De financiële gevolgen van dit voorstel zijn eenmalig*** € 603.269,70 (€ 410.671,70 boekwinst) bij de te verkopen vrije / geliberaliseerd verpachte percelen én € 345.035,28 (€ 255.466,88 boekwinst) bij de regulier verpacht percelen. Totaal komt dit neer op € 948.304,98 ( € 666.138,58 boekwinst) Zie bijlage: A2 Te verkopen niet strategische percelen. De te generen inkomsten uit de verkoop van deze niet strategische percelen zijn niet begroot en kunnen als incidenteel worden bijgeraamd op de begroting. Deze inkomsten worden geboekt in de reserve strategische verwerving en kunnen worden ingezet voor strategische (grond)aankopen zoals opgenomen in dit voorstel. Alle reeds geboekte resultaten maar ook de prognose zijn kort samengevat in bijlage B3 Evaluatie Pachtzaken + Prognose. " * Ook deze eenmalig te ontvangen bedragen bij de verkoop zijn slechts een prognose waarbij we uit zijn gegaan van volledige verkoop van de percelen voor de getaxeerde waarde.
Kanttekening: Eventuele kosten voor de taxaties, herziening pachtprijs en kosten voor extern advies zijn hierin niet meegenomen. Aangezien de financiële gevolgen nog niet zijn opgenomen, dienen we de begroting als volgt bij te stellen: Product Pachtopbrengsten Verkoop niet strategisch o.g.
Fel 6341020 8305133038
Ecl 32201 i 33201
Lasten -
Baten € 37.382,55 € 948.304,98
We stellen voor om de bij te stellen bedragen als volgt te dekken: De inkomsten uit verkoop evenals de te generen pachtopbrengsten dekken de kosten, alles kan dus binnen het project worden uitgevoerd. Juridische consequenties N.v.t. Communicatie Met de communicatieconsulent is het volgende overeengekomen: Screening publicaties inschrijving geliberaliseerde pacht en te verkopen niet strategische pachtpercelen. Uitvoering 1.
Het opnieuw uit geven van geliberaliseerde pachtpercelen: o Via gunning; o Publicaties (huis aan huis bladen en internet). Men kan zich inschrijven op een pachtperceel, de gunning zal middels loting worden bepaald. 2. Vervolg geven aan het omzetten van reguliere- naar geliberaliseerde pachten door in gesprek te gaan met reguliere pachter. 3. Herziening / Verhoging reguliere pachtprijzen: o Pachtkamer opdracht geven om pachtprijzen te herzien o De pachter op de hoogte brengen van de nieuwe pachtprijs (na herziening) of het feit dat de herziening teniet is verklaard en de pachtprijs gelijk blijft. 4. De niet strategische agrarische percelen verkopen: Gemeente Peel en Maas
1894/2015/666773
Pagina 6 van 8
bijlage 5
o o
De percelen laten taxeren (is reeds gebeurd); Reguliere pachters aanschrijven (in gesprek gaan) aan een aanbod doen. Indien er geen interesse is dan blijft de situatie ongewijzigd en blijft de pacht overeind. o De vrije percelen publiceren (huis aan huis bladen en internet). Men kan zich inschrijven op een pachtperceel, vervolgens heeft de gemeente het recht om percelen te gunnen, hierbij moet aan de vraagprijs worden voldaan. 5. Het inzetten van (agrarische) percelen in eigendom, danwel het eigendom verwerven van dergelijke strategische percelen indien de situatie zich voordoet. 6. Het vaststellen en publiceren van de beleidsregel pacht waarna het college kan handelen conform deze regel; Jaarlijks de pachtprijzen tezamen met de grondprijzenbrief publiceren.
Formulering besluit t.b.v. openbare besluitenlijst Kennis te nemen van het uitvoeringsbeleid pacht(gronden) en in te stemmen met de te nemen stappen c.q. de toekomstige uitvoering. Te besluiten om een aantal niet strategische pachtpercelen te verkopen. Akkoord te gaan met de beleidsregel pacht.
Gemeente Peel en Maas
1894/2015/666773
Pagina 7 van 8
bijlage 5
Zaaknummer: 1894/2015/594252 Documentnummer: 1894/2015/666773 Besluitnummer:
Collegevoorstel ROUTINGBLAD Van team: Omgevingsontwikkeling Portefeuillehouder: Paul Sanders Opgesteld door: Guus Bos
Datum: 28 juli 2015 Wijziging: 7-oktober-2015 10:07
Als Bijlage bijgevoegd: a1. Evaluatie Pachtzaken V:1894/2015/683848 a2. Te verkopen niet strategische percelen V:1894/2015/683852 a3. Beleidsregel Pacht V: 1894/2015/685594 b1. Geliberaliseerde pachtprijzen V: 1894/2015/683854 b2. Reguliere pachtprijzen V: 1894/2015/683855 b3. Evaluatie Pachtzaken + Prognose V: 1894/2015/683856
Paraaf Teammanager:
• Meezenden • Ter inzage leggen
Overleg gepleegd met:
Hans Maessen (OO) - Agrarisch Mare Peeters (OO) - Planeconoom/Financieel
Advies ingewonnen bij Advies en Control:
Overleg Veronique Snijders-van den Beuken Resultaat: Toevoeging beleidsregel Pacht aangezien het uitgeven van pachten een bevoegdheid van het college is.
Overleg gehad met communicatieconsulent?
Nee
Is de Wet KPB van toepassing? (zie toelichting/formulier WKPB op intranet)
Nee
Voorstel naar OR/GO:
Niet van toepassing
Redactionele samenvatting (in overleg met PHO/teammanager):
Nee
Na vaststelling doorgeleiden naar de gemeenteraad:
Nee
Gemeente Peel en Maas
1894/2015/666773
Pagina 8 van 8
bijlage 6
Handreiking verjaring Algemeen Voordat er sprake is van een succesvol beroep op eigendom via (verkrijgende of bevrijdende) verjaring, dient eerst geanalyseerd te worden of sprake is van een onafgebroken periode van tien (10) respectievelijk twintig (20) jaren waarbinnen het stuk gemeentegrond in bezit is genomen. Een burger kan op twee manieren door verjaring eigenaar worden van een strook gemeentegrond, dit kan door middel van verkrijgende en bevrijdende verjaring. Verkrijgende verjaring (te goeder trouw) De verkrijgende verjaring (artikel 3:99 BW) heeft de volgende criteria. Ten eerste moet sprake zijn van een onafgebroken periode waarin de gemeentegrond in bezit is genomen gedurende 10 jaar. Ten tweede moet het in bezit nemen van de gemeentegrond te goeder trouw plaatsvinden. De bezitter is te goeder trouw wanneer hij zich redelijkerwijs als rechthebbende mocht beschouwen. Daarvan is niet snel sprake aangezien verwacht wordt dat een bezitter onderzoek doet naar kadastrale erfgrenzen, door raadpleging in de openbare registers van het Kadaster. Voor bezit te goeder trouw geldt dat aan het beroep op verkrijgende verjaring, een verkrijging onder bijzondere titel (bijvoorbeeld koop of schenking) vooraf moet zijn gegaan waarvoor een inschrijving in de registers was vereist.
Bevrijdende verjaring (te kwader trouw) De bevrijdende verjaring (artikel 3:105 BW in samenhang met artikel 3:306 BW) houdt in dat een stuk grond in bezit is genomen voor een periode van tenminste 20 jaar. Het bijzondere aan deze vorm van verjaring is dat geen sprake hoeft te zijn van te goeder trouw. Kortom, iemand die te kwader trouw een stuk grond in bezit heeft genomen, kan na een onafgebroken periode van 20 jaren de eigendom van dat stuk grond verkrijgen. Van belang is de kenbare pretentie van eigendom. Voor verjaring gelden de volgende regels / richtlijnen: - Bij verkrijgende verjaring verjaard een perceel gemeentegrond na 10 jaar onafgebroken bezit, bij bevrijdende verjaring verjaard een perceel gemeentegrond na 20 jaar onafgebroken bezig; Een wisseling van bewoner zorgt er niet voor dat de verjaring wordt onderbroken - De verjaringstermijn gaat lopen als de bewoner bezitsdaden (zie kopje “bezitsdaden”) heeft verricht aan de grond. Als er geen sprake is van bezitsdaden, maar ‘houden voor een ander” is er geen sprake van verjaring. Bij zowel gebruik van gemeentegrond als tuin evenals het maaien van bermen of grasstroken kan er sprake zijn van ‘bezit’ of ‘houden voor’; - Als een strook grond verjaard is, is de gemeente geen eigenaar meer van de strook grond en kan de gemeente de strook grond niet verkopen danwel over de grond beschikken.
-In geval van verjaring zal ervoor worden gekozen om een akte van verjaring op te laten stellen bij de notaris. Hierdoor komt de verjaarde strook grond kadastraal op naam te staan van de verkrijgende partij. De kosten voor het opstellen van een dergelijke akte komen voor rekening van de verkrijgende partij. Indien de verkrijgende partij niet akkoord gaat met het betalen van de kosten voor het opstellen van een akte van verjaring, dan blijft de strook grond op naam van de gemeente staan. Bij eventuele verkoop van de woning dient de bewoner alsnog te regelen dat de strook grond op naam van de nieuwe bewoners komt te staan. De kosten hiervoor zullen niet door de gemeente gedragen worden; - Bij verjaring van stroken grond, gelegen bij huurwoningen, geldt dat huurders nooit de strook grond in eigendom kunnen verkrijgen door middel van verjaring; dit kan wel door de verhuurder (bijvoorbeeld een Woningstichting). Hier geldt dezelfde verjaringstermijn als bij koopwoningen. Een Woningstichting kan dus eigenaar worden van een strook grond bij een huurwoning als die strook grond door de huurder in bezit is genomen. De verjaring wordt niet onderbroken, indien tussentijds een wisseling van huurders plaatsvindt; -De gouden regel bij verjaring is “wie stelt moet bewijzen”.
Dit wil zeggen dat als de gemeente op eigen initiatief een strook grond aan een burger te koop aanbiedt, en die burger weigert deze strook te kopen (of te huren)omdat deze zich beroept op verjaring, dan zal die burger aan moeten tonen dat de
bijlage 6
strook grond verjaard is. Andersom is het zo, dat als een burger zelf aangeeft dat hij een strook grond door verjaring heeft verkregen, hij dit dan ook zal moeten bewijzen. Verjaringen voorkomen / stuiten van verjaring Het stuiten (afbreken) van een lopende verjaring is geregeld in artikel 3:316 BW e.v. Voor de stuiting van een lopende verjaring van een in bezit genomen stuk grond geldt artikel 3:317 lid 2 BW. De gemeente dient op basis hiervan de verjaring te stuiten door een schriftelijke aanmaning aan de burger te sturen en binnen zes maanden een stuitingshandeling zoals een revindicatieactie in te stellen bij de rechtbank of de betreffende strook grond te koop aan bieden. Een lopende verjaring kan ook worden gestuit door erkenning door de inbezitnemer van het eigendom van de gemeente. Dit kan met zoveel woorden, schriftelijk of mondeling, maar het is niet noodzakelijk dat het eigendomsrecht uitdrukkelijk wordt erkend. Bezitsdaden Bij het bewijzen van verjaring speelt het bezitscriterium een grote rol, een verjaringstermijn gaat namelijk lopen indien een bewoner bezitsdaden verricht. Alleen een bezitter kan eigenaar worden van een onroerende zaak door verjaring. Bezit is het houden van een goed voor zichzelf (artikel 3:107 BW). Men neemt een goed in bezit door zich daarover de feitelijke macht te verschaffen.
Enkele op zichzelf staande machtsuitoefeningen zijn voor een inbezitneming onvoldoende. De tegenhanger van bezit is 'houden voor een ander' (Artikel 3:108 BW). Bijvoorbeeld bij huur, pacht of gebruik om niet. Dit artikel bepaalt dat naar verkeersopvatting wordt beoordeeld of iemand een goed voor zichzelf of voor een ander houdt. Een houder kan in beginsel geen verandering brengen in zijn houderschap (artikel 3:111 BW). Iemand die eenmaal houder is, blijft houder en kan zich niet promoveren tot bezitter (ook niet bij koop). De betekenis die aan bezitsdaden wordt toegekend wordt door de jurisprudentie ingevuld. Voor inbezitneming is niet beslissend of de inbezitnemer de wil tot eigendomsverkrijging heeft, maar of, objectief, naar verkeersopvatting, sprake is van eigendomspretentie. De machtsuitoefening door de inbezitnemer over de grond, dient zodanig te zijn dat het bezit van de oorspronkelijke bezitter teniet wordt gedaan en dat hij hieruit moet kunnen afleiden dat de inbezitnemer pretendeert eigenaar te zijn en dat hij daarom tijdig maatregelen moet nemen om de inbreuk op zijn recht te beëindigen.
Voorbeelden van handelingen die in de jurisprudentie als bezitsdaden met eigendomspretentie worden gezien: - Het afsluiten van een strook grond met bijvoorbeeld een muur, hekwerk of een ondoordringbare haag waardoor het perceel niet meer toegankelijk is voor derden; - Het op een bepaalde wijze inrichten en meegeven van uiterlijke kenmerken van de in gebruik genomen grond, bijvoorbeeld een toegangsweg, welke zodanig is ingericht dat de weg naar uiterlijke kenmerken de toegang tot en de uitweg vanuit het pand van de inbezitnemer vormt, hetgeen voor een ieder, ook voor de oorspronkelijke bezitter, duidelijk kenbaar is; -Een combinatie van bezitsdaden die in onderling verband en in samenhang bezien kunnen worden beschouwd als het zich toe-eigenen van de exclusieve macht over de grond, en waarbij duidelijk is dat daarmee de macht van de gemeente over de grond is geëindigd. Bijvoorbeeld het plaatsen van een stenen muurtje langs de in gebruik genomen strook grond en het plaatsen van een grotere schuur hierop, alsmede de aanleg van een vlonder en vijver op het perceel. Andere handelingen zoals het gebruiken en onderhouden van een perceel grond, het beplanten daarvan, het enkel plaatsen van een schuurtje, het aanleggen van bestrating worden niet gezien als bezitsdaden waaruit naar verkeersopvatting een eigendomspretentie kan worden afgeleid.
Als het gaat om openbare groenstroken, lijkt zelfs een nog strengere maatstaf te gelden. Bovendien worden, aldus nog steeds het Hof, bepaalde overheidstaken bemoeilijkt, als te lichtzinnig wordt aangenomen dat de gemeente de eigendom over deze groenstroken kan verliezen. Gedacht kan
bijlage 6
worden aan de situatie dat de gemeente toegang tot deze groenstrook nodig heeft omdat zich daar in de grond leidingen van nutsvoorzieningen bevinden. Richtlijnen met betrekking tot de bewijslast De gouden regel bij verjaring is; “Wie stelt moet bewijzen”. Om deze reden is het, in kader van uniformiteit, van belang om op voorhand duidelijke richtlijnen te geven wat als bewijs voor verjaring kan dienen. Op deze manier kan men onduidelijkheden in perken en voorkomt men eventuele precedentwerking. Daarnaast kan een verzoeker op voorhand informatie verzamelen en een goed onderbouwd verzoek tot verjaring indienen. Als bewijs voor verjaring kan onder andere worden geaccepteerd: 1. Lucht- of straatbeeldfoto’s waaruit blijkt dat de strook grond al meer dan 10 (te goeder trouw) of 20 (te kwader trouw) in bezit is én waarop de betreffende strook grond ook duidelijk zichtbaar is; 2. Getuigschriften / verklaringen van voormalige bewoners / buren / buurtbewoners; 3. (taxatie)Rapporten waaruit blijkt dat de betreffende strook grond al meer dan 10 (te goeder trouw) of 20 (te kwader trouw) in bezit is bij de woning. Het is aan de gemeente zelf om te besluiten wat wel of niet als (voldoende) bewijs wordt gezien, dit is niet wettelijk vastgelegd. Wel is het van belang om, ongeacht de aangeleverde bewijzen, reëel te blijven en indien mogelijk juridische stappen te voorkomen.
Indien een verzoeker bewijzen aanlevert welke afwijken van bovengenoemde richtlijnen kan een zaak aan het college worden voorgelegd. Beoordelen verzoeken Na het ontvangen van de bewijzen, de verzoeker krijgt een aantal weken de tijd om deze aan te leveren, zal de gemeente deze conform de richtlijnen en criteria opgenomen in deze handreiking toetsen. Voor het toetsen van deze bewijzen zijn een aantal instrumenten beschikbaar, zoals beschikbare lucht- en straatbeeldfoto’s, het archief (documentatie uit het verleden), verklaringen van (oud) medewerkers buitendienst , expertise van collega’s etc. Indien tijdens het beoordelingsproces onduidelijkheden ontstaan hetzij met behulp van bovengenoemde instrumenten niet tot een oordeel gekomen kan worden kan een zaak het college worden voorgelegd. Besluitvorming Alle binnengekomen verzoeken tot verjaring zullen conform bovenstaande wijze worden getoetst. Als men kan concluderen dat de aangeleverde bewijzen corresponderen met de gemeentelijk gegevens en voldoet aan de criteria dan zal de gemeente verjaring erkennen, wel wordt verwezen naar de Vordering uit de onrechtmatige daad.
De strook grond blijft echter eigendom van de gemeente, ondanks dat de gemeente er niet meer over kan beschikken, totdat de verzoeker een akte van verjaring laat opmaken bij de notaris waarna het eigendom ook zal worden overgeschreven, dit is geheel voor rekening van de verzoeker. Het is overigens niet verplicht om dit middels een akte te laten inschrijven hetgeen wel verstandig is als de verzoeker hier bijvoorbeeld toekomstig op wil bouwen of de huiskavel (inclusief deze strook) wil verkopen. Mochten de aangeleverde bewijzen niet corresponderen met de toetsingscriteria of niet toereikend zijn dan zal de gemeente verjaring niet erkennen en zich hier dus ook tegen verzetten, vervolgens zal of het legalisatieproces worden ingegaan of zal er handhavend moeten worden opgetreden Verzoeken welke afwijken van de gestelde richtlijnen / criteria zullen indien nodig ter beoordeling aan het college worden voorgelegd. Legalisatie of teruggave Indien een verzoek tot verjaring ongegrond wordt verklaard zal intern, in overleg met collega’s van de afdeling Openbare Ruimte, bekeken worden wat vanuit gemeentelijk oogpunt mogelijk is met de strook grond in gebruik.
bijlage 6
In de meeste gevallen, hetgeen wat ook onze voorkeur heeft, zal de strook grond te koop, te huur of (tijdelijk) in gebruik aangeboden worden. Dit zal gebeuren conform (de tarieven uit) de nota Reststrokenbeleid 2012-2017 welke conform de jaarlijks te actualiseren grondprijzenbrief nog steeds worden gehanteerd. Het kan ook zijn dat het vanuit gemeentelijk oogpunt niet wenselijk is om, om wat voor reden dan ook, de strook grond te verkopen, verhuren of in gebruik te geven. In deze situaties zal de gebruiker worden verzocht de strook, binnen een afgesproken termijn, te ontruimen zodat de gemeente hier weer over kan beschikken. Daarnaast kan het zijn dat de burger niet akkoord gaat met een aanbieding conform het legalisatietraject, in deze gevallen zal de gemeente de gebruiker aanmanen om de strook ook, binnen een afgesproken termijn, te ontruimen. Handhaven Indien er in bovenstaande gevallen geen medewerking wordt verleend vanuit de burger dan zal de gemeente handhavend optreden (artikel 5:2 BW), de kosten hiervan zullen geheel voor rekening van de gebruiker zijn. Voornoemd zal moeten gebeuren ongeacht de grote, ligging en (strategische) waarde van de strook, dit om precedentwerking te voorkomen. Juridische procedure Het kan voor komen dat de gemeente een verzoek tot verjaring niet erkent.
Een verzoeker hoeft het hier niet mee eens te zijn en kan een privaatrechtelijke procedure bij de rechtbank starten. Indien dit gebeurd zal de gemeente een advocaat in de “arm” moeten nemen om haar belangen te vertegenwoordigen hetgeen, ongeacht het uiteindelijke vonnis, weer extra kosten met zich meebrengt. Indien de gemeente deze privaatrechtelijke procedure uiteindelijk verliest zullen ook de kosten van dit juridisch proces voor haar rekening komen. Legaliseren heeft de voorkeur voor procederen. Vordering (gemeente) uit onrechtmatige daad De vordering uit de onrechtmatige daad is een instrument welk de gemeente handvaten biedt om, schade geleden door, verjaring tegen te gaan. Bij casussen waar de gemeente verjaring heeft erkend zal worden nagegaan of er sprake is van geleden schade. Indien aantoonbaar schade is geleden zal de gemeente de verkrijger aansprakelijk stellen voor gelden schade. De Hoge Raad stelt dat artikel 6:103 BW bepaalt dat schadevergoeding, door verlies van eigendom in geld kan worden gevorderd, maar dat dit ook in natura kan door middel van het vorderen van (terug)levering van de grond, die de gebruiker zich heeft toegeëigend. Uiteraard kan dit slechts indien deze gebruiker nog eigenaar van die grond is en deze niet al aan een derde heeft doorverkocht.
Op deze wijze kan de oorspronkelijk rechthebbende, die door verjaring de eigendom is kwijtgeraakt, deze weer terugkrijgen. Hij heeft in beginsel vijf jaar de tijd om die vordering in te stellen.
Aan deze handreiking kunnen geen rechten worden verleend. De handreiking verjaring is opgesteld om de burger inzicht te geven in het proces van verjaring en de beoordeling hiervan. Bepaalde zaken zoals beoordelingscriteria en het wel of niet verjaren van grond kan altijd wijzigen aan de hand van nieuwe jurisprudentie welk de grondslag is voor de beoordeling en het (vervolg)proces. Wetsartikelen • Artikel 3:99-106 Burgerlijk Wetboek (verkrijging en verlies door verjaring) • Artikel 3:107-125 Burgerlijk Wetboek (bezit en houderschap) • Artikel 3:316-319 Burgerlijk Wetboek (stuiting)
31