2021-037 03 Jaarstukken 2020.docx
Tekst van het document
openbare ruimte ook echt openbaar toegankelijk blijft. Een mooi voorbeeld is ‘Peel en Maas Schoon’, dit initiatief is in 2020 sterk gegroeid en doorontwikkeld. In een heel groot gedeelte van onze gemeente zamelen vrijwilligers zwerfafval in en hebben zij grote gebieden geadopteerd. Wij faciliteren dat door het beschikbaar stellen van veiligheidshesjes, handschoenen en afvalknijpers. Natuurlijk halen wij ook het verzamelde afval op. Peel en Maas is er zichtbaar schoner op geworden! In coronatijd zien we ook dat bewoners op zoek zijn naar meer gebruik en beleving van de openbare ruimte. Er zijn diverse initiatieven om ontmoeting en gebruik te stimuleren: van zit- en rustgelegenheid tot speel- en skatevoorzieningen. Van onderhoudsafspraken rondom plantsoenen tot het realiseren en onderhouden van hondenuitlaatplekken en dierenweides. Ook worden er educatieve voorzieningen rondom het thema biodiversiteit gemaakt. Ook hebben we afspraken gemaakt met een aantal buitensportverenigingen over het onderhoud van het openbaar groen buiten de complexen. We attenderen onze burgers en verenigingen etc. zoveel als mogelijk op participatie en adoptiemogelijkheden tijdens onze natuurlijke contactmomenten. Vervolgens is het aan de gemeenschap om het initiatief te nemen. 4 Een klimaatadaptieve en klimaatneutrale fysieke leefomgeving.
4.1
We richten de openbare ruimte duurzaam en klimaat adaptief in. Biodiversiteit krijgt daarbij extra aandacht. Zie ook bovenstaande toelichtingen. De focus komt steeds meer op genoemde duurzaamheidsaspecten te liggen. Bewoners worden actief gestimuleerd en gefaciliteerd om hemelwater af te koppelen van de riolering. Schoon hemelwater wordt dus niet meer afgevoerd als afvalwater maar wordt zoveel als mogelijk in de bodem geïnfiltreerd. De subsidieregeling voor dit ‘afkoppelen’ is een groot succes en wordt daarom in samenwerking met het Waterschap Limburg verlengd. In 2020 is er ruim 12.000 m2 verhard oppervlak afgekoppeld. In totaal is er vanaf 2017 met deze regeling ruim 35.000 m2 afgekoppeld. Ook wordt er ambtelijk gewerkt aan een actualisatie van het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte 2016-2021. Dit geactualiseerde plan wordt medio 2021 door het college vastgesteld. Met name duurzaamheidsaspecten, klimaatadaptatie en biodiversiteit worden, ook in de lijn van ingediende moties, daarin verder uitgewerkt. Ook wordt er de komende jaren concreet invulling gegeven aan het ‘7319 bomenplan’. Deze extra bomen worden in zowel de openbare ruimte als op particulier eigendom aangeplant.
4.2
We geven zelf het goede voorbeeld en kopen duurzaam in: tractie, (tuin-)machines, (bouw-)materialen etc.. Duurzaam inkopen heeft nadrukkelijk onze aandacht. Dit wordt binnenkort nog verder geconcretiseerd aan de hand van de in december 2020 vastgestelde duurzaamheidsagenda. 31
Nagenoeg alle voertuigen voldoen aan de nieuwste Euro 6 normen. De resterende voertuigen worden binnenkort vervangen. Verdere verduurzaming van ons wagenpark wordt onderzocht waarbij we zullen voldoen aan de eisen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en ministerie van IenW. Lichte bedrijfswagens zullen, als deze voldoen aan onze gebruikseisen en standaarden, al op redelijk korte termijn worden vervangen door schone en energiezuinige voertuigen. Bij de zware voertuigen laat die vervanging vanwege de beschikbare technieken wellicht iets langer op zich wachten. De ontwikkelingen worden zeer nauw gevolgd. Vervanging sluit altijd aan op natuurlijke vervangingsmomenten, dus na economische en veelal pas na technische afschrijving. Enkele bussen zijn al voorzien van laadstations met zonnepanelen voor het elektrisch gereedschap. Onze bos- en plantsoengereedschappen werken al voor een groot deel op accu’s. Ook de overige machines worden, na afschrijving, zo veel als mogelijke vervangen door elektrische of anderszins duurzamere versies.
Hebben we bereikt wat we wilden bereiken ?
Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen? 4.3
Afval is een grondstof. Zowel huishoudelijk afval als bedrijfsafval en afval uit de openbare ruimte wordt zoveel mogelijk gescheiden en hergebruikt als grondstof. Samen met regionale bedrijven onderzoeken we mogelijkheden om meer waarde uit afvalstromen te halen. We scheiden het afval zo goed mogelijk aan de bron. We zamelden in 2020 per inwoner gemiddeld ± 40 kg restafval in (dit was in 2019: 38 kg). Ook de hoeveelheid grof huishoudelijk afval op het milieupark is in 2020 toegenomen. Definitieve cijfers zijn bij het opstellen van deze toelichting nog niet bekend, maar we durven met zekerheid te stellen dat we ruimschoots voldoen aan de landelijke opgaves. We wijten de toenames van rest- en grof huishoudelijk afval aan het meer thuiswerken en de drang tot opruimen tijdens de periodes van lockdown. Beleidsmatig blijven we inzetten op verdere verlaging van deze hoeveelheid. We streven een uitstekende dienstverlening na en onze burgers waarderen deze service. Het Milieupark functioneert goed en wordt druk bezocht. In 2020 zijn er ruim 64.000 bezoekers (in 2018 64.250 en in 2019 65.000) de poort gepasseerd. Ook de ondergrondse brengvoorzieningen in de kernen voorzien in een behoefte en worden goed gebruikt. We onderzoeken samen met regionale bedrijven en met Afval Samenwerking Limburg (ASL) verdere mogelijkheden om meer waarde uit afvalstromen te halen.
We zien een landelijke trend dat de kosten van afval flink stijgen (o.a. door belasting op het verbranden van restafval, minder opbrengsten papier, hogere verwerkingskosten 32
afvalstromen milieupark en minder inkomsten uit het afvalfonds). De tarieven zijn daarom gestegen en zijn niet kostendekkend. In april 2021 buigen we ons samen met de raad over de totale inzameling en de kostendekkendheid daarvan.
Wat hebben we verder binnen dit programma gedaan??
Advisering over de openbare ruimte inclusief het toezicht daarop; Beheer van de openbare ruimte; Advisering over en uitvoering van ongediertebestrijding (plagen) en bestrijding van bijvoorbeeld ongewenste exoten en eikenprocessierups; Nemen (tijdelijke) verkeersmaatregelen en verrichten tellingen en metingen; Samen werken met partners aan bewustwording over afval, verkeersveiligheid, klimaat etc. inclusief overleg met scholen en (verkeers-) ouders; Begeleiden en inzet van mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt en integratieprojecten; Gladheidsbestrijding; Materialen uitleen bij evenementen; Advisering van verenigingen bij het beheer en onderhoud van (sport-)accommodaties; 24/7 calamiteitendienst bij storingen, incidenten en calamiteiten in de openbare ruimte.
Heeft het gekost wat het mocht kosten?
Baten Lasten Saldo
Realisatie begrotingsjaar 10.071.655 15.779.452 -5.707.797
Raming begrotingsjaar ná wijziging 10.024.142 15.769.504 -5.745.362
Raming begrotingsjaar vóór wijziging 10.174.142 15.467.504 -5.293.362
Het programma 1.2 laat over 2020 een positieve afwijking van € 37.565 zien. De baten zijn € 47.513 hoger dan begroot en de lasten zijn € 9.948 hoger dan begroot zodat er per saldo een positieve afwijking resteert. De afwijkingen kunnen (afgerond op € 1.000) als volgt worden verklaard: Lasten: Lagere uitgaven motie gevel groen € 17.000 In de kadernota 2020 is jaarlijks € 25.000 beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de motie gevelgroen. De werkzaamheden zijn pas medio 2020 in gang gezet. Hogere uitgaven kosten afval € -/-487.000 De inzamelkosten zijn fors hoger dan begroot. Door corona (hoger aanbod en regulering drukte) was het milieupark meer uren geopend. Doordat vanwege corona in vaste bezetting van de vuilniswagens gewerkt moest worden is er minder efficiënt gewerkt. Meer aanbod van de hoeveelheid afval (mensen zijn meer thuis) leidt tot hogere inzamelkosten. Ook zijn de totale verwerkingskosten gestegen door meer aanbod van afval. Lagere uitgaven wegen € 49.000 Voor de uitvoering van werkzaamheden aan project Maasboulevard Kessel is € 160.000 begroot. De werkzaamheden hebben in 2020 nog niet plaatsgevonden, De bijbehorende onttrekking aan de reserves bij programma Financiering en dekkingsmiddelen heeft ook nog niet plaatsgevonden. 33
Daarnaast hebben extra renovatiewerkzaamheden plaatsgevonden waar we € 111.000 degeneratievergoeding van Enexis en Essent voor hebben ontvangen. Lagere uitgaven externe kosten verkeer en verlichting € 32.000 De externe kosten bij verkeer en verlichting zijn elk € 16.000 lager. Lagere uitgaven externe kosten riolering en wijk, natuur en landschap € 68.000 Als gevolg van de weersomstandigheden en renovaties riolering zijn de onderhoudskosten in 2020 lager geweest. Hogere doorverdeelde kosten € -/- 273.000 De doorverdeelde kosten op product 1.2 zijn hoger dan begroot, voornamelijk door extra inzet van personeel op afval als gevolg van corona. Lagere kapitaallasten € 584.000 De werkelijke doorberekende rentekosten op de kapitaallasten zijn lager dan begroot omdat we voor de lopende en de nieuw aangetrokken leningen veel minder rente hoeven te betalen dan waar we bij de begroting van zijn uitgegaan. Baten: Lager inkomsten afvalinzameling € -/- 247.000 Er zijn minder inkomsten uit het afvalfonds. In 2020 hebben we een negatieve eindafrekening ontvangen van Nedvang over 2018 en hebben we een groot bedrag moeten terugbetalen. In 2020 hadden we te maken met de naweeën van de brand in de sorteerinstallatie van Veolia in 2019 waardoor er minder PMD is gesorteerd/vermarkt en we minder inkomsten hebben ontvangen.
Hogere inkomsten wegen € 155.000 Het betreft voornamelijk degeneratievergoeding en legesinkomsten inritten. Tegenover deze inkomsten staan ook uitgaven. Hogere inkomsten wijk, natuur en landschap € 18.000 De inkomsten zijn hoger dan begroot door vergoedingen erfbeplanting en subsidies. Hogere inkomsten openbare verlichting € 9.000 De inkomsten zijn hoger dan begroot door elektriciteitsvergoeding lichtmastreclame. Hogere inkomstenbaten riolering € 90.000 Er zijn hogere inkomsten uit leges rioolaansluitingen en ontvangen rijkssubsidie. Tegenover deze inkomsten staan ook uitgaven. Hogere inkomsten ondergrondse infrastructuur € 18.000 De legesinkomsten uit glasvezel en beheer- en degeneratiekosten (vergoeding van energieleverancier ter dekking van de kosten van bestrating als gevolg van opbreking) zijn hoger dan begroot. Overige kleine afwijkingen per saldo € 5.000 Er zijn binnen het programma 1.2 diverse kleine afwijkingen. Deze afwijkingen leiden per saldo tot hogere baten.
34
Programma: 2.1 Werk en inkomen
Peel en Maas is een vitale gemeenschap waar iedereen naar vermogen in kan participeren. Wij organiseren de ondergrens. Dat betekent dat we bepalen vanaf welk moment door de overheid hulp wordt geboden. Alleen deze ondergrens is onvoldoende om het goede leven te behouden. Daarom sluiten wij aan bij de krachten van onze gemeenschap om dit te realiseren. We stimuleren en faciliteren collectieven in onze gemeenschap om het goede leven in samenspraak en samenwerking met alle belanghebbenden – inwoners, organisaties, bedrijven, overheid – te bereiken, uit te bouwen en in stand te houden.
Hebben we bereikt wat we wilden bereiken ? 1
Iedereen neemt, naar eigen vermogen deel aan de gemeenschap.
Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen? 1.1
Wij gaan verder met de doorontwikkeling van het leerwerkhuis. (Zie ook programma 3.1 Gemeenschapsontwikkeling). De naam Leerwerkhuis is gewijzigd naar Leerontwikkelroutes Peel en Maas. Concreet zijn de volgende routes actief: - het activeringscentrum bij de NLW; - integratie initiatief in Kepèl; - warm welkom en informatieverstrekking aan arbeidsmigranten.
1.2
Ondernemers werken samen met ons aan uitbreiding van het netwerk “Wij maken werk van werk”(WmWvW). Door de coronacrisis ligt de aandacht nu even bij behoud van het eigen bedrijf en door de lockdown maatregelen is fysiek contact nagenoeg onmogelijk. Door nieuwsbrieven, telefonisch en beperkt fysiek contact zijn nieuwe en bestaande initiatieven wel besproken.
1.3
We onderzoeken of een soortgelijk netwerk kan worden gevormd door en voor zorgaanbieders die zich begeven op het speelveld van arbeidsmatige dagbesteding, beschut werken nieuw en leer- werkervaringsplaatsen voor (onder andere) jongeren afkomstig uit het voorgezet speciaal onderwijs (VSO). Ook de activiteiten hiervan zijn door de coronacrisis uitgesteld. Er is wel een werkgroep met zorgaanbieders gevormd om dit na de crisis zo snel mogelijk op te pakken.
1.4
Wij stellen een regionaal beleidsplan volwasseneneducatie 2020-2024 vast. Hierin staat hoe we de beschikbare WEBgelden regionaal en lokaal inzetten, waarbij we o.a. de doelgroep (inclusief prioritering) definiëren, aansluiten bij de nieuwe Wet inburgering (zie ook programma 3.1) en de ontwikkelingen van het Taalhuis. Het college heeft in november 2020 het regionaal WEB-plan vastgesteld. De duur van dit plan is ingekort tot en met 2021 in verband met landelijke ontwikkelingen binnen de WEB en Wet inburgering in 2021/2022.
1.5
Wij participeren in een regionale werkgroep beschut werk nieuw, waarbij samen met ondernemers wordt bezien hoe dit participatie-instrument duurzaam en regulier wordt ingezet.
1.5
35
Ook hier is door de crisis regionaal vertraging ontstaan. Lokaal hebben wij de door het Rijk opgelegde taakstelling van beschut werken van 12 arbeidsplekken gerealiseerd. 1.6
We participeren in nieuwe regionale projecten zoals “Door Inzicht aan de Slag (DIADS)” waarbij gegevens van werkzoekenden door een betere registratie moeten leiden tot een betere match voor een baan. We hebben 84 profielen gerealiseerd. Voor het behalen van de taakstelling van het Rijk (90) krijgen we uitstel tot 1 april 2021.
1.7
We werken regionaal samen in het aanvalsplan: “Perspectief op Werk” (POW), waarbij we o.a. samen met ondernemers uit Peel en Maas de “natuurlijke begeleider” regionaal breed uitrollen. Dit is gerealiseerd en inmiddels is de natuurlijk begeleider regionaal een begrip aan het worden.
1.8
We organiseren op 7 februari 2020 wederom een “Meet2Match” event, samen met ondernemers en onderwijs. Dit is wederom een succes gebleken. Er wordt door primair onderwijs (PO), voortgezet onderwijs (VO) en ondernemers onderzocht in hoeverre in 2021 een light versie georganiseerd kan worden i.v.m. de coronabeperkingen.
1.9
We formuleren collegebeleid over arbeidsmarktbeleid waar economische ontwikkeling, daaruit voortvloeiende werkgelegenheid en kennisontwikkeling bij elkaar komen. Het collegebeleid is opgesteld maar nog niet vastgesteld. Dit beleid moet herijkt worden op basis van de korte en lange termijneffecten als gevolg van de crisis.
1.10
We onderzoeken hoe we ons huidige bestand aan werkzoekenden (na jaren van succesvolle uitstroom) nog bewegen richting arbeid. Ook hier spelen de nieuwe uitdagingen als gevolg van de crisis een belangrijke rol. Wij verwachten een toename van ons uitkeringsbestand. In 2020 zijn 33 duurzame plaatsingen gerealiseerd met volledige uitstroom uit de uitkering.
1.11 We actualiseren visie/koers van ons SW bedrijf NLW in samenspraak met schapsgemeenten en externe partners (andere gemeenten, werkgevers, collega SW bedrijven, UWV, zorgaanbieders). De raad heeft in december 2020 ingestemd met de nieuwe strategische koers NLW 2021-2030. In 2021 wordt de hieruit voortvloeiende nieuwe gouvernancestructuur verder uitgewerkt. 1.12
We hebben bijzondere aandacht voor het meedoen van de groep 50+ers. Naast de zaken die we al voor 50+ers doen is er het afgelopen jaar ook extra aandacht nodig geweest voor kwetsbare jongeren. Onder anderen via de leerontwikkelroutes bieden we allen een passend perspectief.
36
2
Iedereen heeft een inkomen dat het mogelijk maakt om als volwaardig burger mee te doen in de samenleving.
2.1
We zetten extra in op stille armoede in samenwerking met het platform “maatschappij armoedevrij”. De coronacrisis heeft ervoor gezorgd dat de stille armoede zichtbaarder werd bij groepen zoals zelfstandigen. Door de crisis is de ondersteuning aangepast en er is in het platform afgestemd hoe de ondersteuning op maat door de gemeente is vormgegeven. Het afgelopen jaar heeft vooral in het teken gestaan van de uitvoering van de Tozo-regelingen. Inmiddels zijn Tozo 1 en 2 afgerond en zijn we volop bezig met de uitvoering van Tozo 3. Ook heeft het college in december het controleprotocol Tozo vastgesteld. Er zijn voorbereidingen getroffen voor aansluiting bij Volwassenenfonds Sport & Cultuur, zodat burgers in 2021 van deze voorziening gebruik kunnen maken. Daarnaast heeft de uitvoering motie tegemoetkoming aan minima voor extra corona (november 2020) plaatsgevonden: uitbetaling van € 30,- per persoon vanwege beschermingsmaatregelen tegen het coronavirus aan 674 inwoners. Tot slot is er uitvoering gegeven aan het raadsbesluit (van december 2019) over de indexering van de individuele inkomenstoeslag over de jaren 2016 tot en met 2019, en heeft er in 315 zaken een nabetaling plaatsgevonden.
3
Voorkómen van financiële problemen, zodat burgers (beter) kunnen participeren in de samenleving.
2.2
We onderzoeken of er voldoende draagvlak is voor het organiseren van een kledingdag voor kinderen. De in oktober geplande kledingdag is niet doorgegaan i.v.m. corona.
2.3
We inventariseren de gevolgen van de veranderende financieringssystematiek Bbz en passen indien nodig het beleid aan. De inventarisatie is uitgesteld omdat het afgelopen jaar alle aandacht is uitgegaan naar de nieuwe ondersteuningsmaatregelen zoals Tozo.
2.4
We formuleren collegebeleid over minima. Dit is uitgesteld in verband met de uitvoering van de Tozoregelingen.
3.1
We intensiveren de voorlichting naar en samenwerking met netwerkpartners (Vorkmeer, woningbouwverenigingen, energieproviders, zorgverzekeraars e.d.). De overleggen hebben met alle partners plaatsgevonden. Hierbij is ook al geanticipeerd op de wetswijziging Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) per 1 januari 2021 in verband met vroegsignaleringen.
3.2
Wij organiseren structurele maatregelen voor het benaderen van wanbetalers zorgverzekering. De bestaande activiteiten hebben plaatsvonden. Daarnaast hebben we voorbereidingen getroffen voor bovenstaande wetswijzigingen i.v.m. vroegsignaleringen. 37
4
Uitkeringscliënten zijn zich bewust van hun rechten en plichten.
3.3
We gaan op huisbezoek als consulenten schuldhulpverlening, indien nodig in combinatie met externe partners zoals Vorkmeer en de woningbouwvereniging. Alleen als bezoek noodzakelijk was én veilig kon, heeft een huisbezoek plaatsgevonden. Ook onze externe partners hebben hinder ondervonden van de beperking door de maatregelen. In geval een huisbezoek niet mogelijk was, werd telefonisch of per brief hulp aangeboden.
4.1
We zetten in op het optimaliseren van de communicatie en (digitale) dienstverlening voor onze burgers zoals de digitale aanvragen met zogenoemde beslisboom. Hier kunnen burgers vooraf zelf eenvoudig toetsen wat de regels en (on)mogelijkheden zijn. De informatievoorziening is geactualiseerd waarbij aanvraagformulieren (fysiek en digitaal) en folders zijn aangepast. Daarnaast zijn in het kader van het corona ondersteuningspakket nieuwe aanvraagformulieren en een nieuwe pagina op de gemeentelijke website toegevoegd.
Wat hebben we verder binnen dit programma gedaan? Werk
Uitvoering Wet Sociale Werkvoorziening via NLW; Re-integratie van niet-uitkeringsgerechtigden met afstand tot de arbeidsmarkt; Re-integratie van o.a. VSO-ers (Voortgezet Speciaal Onderwijs) en leerlingen zonder startkwalificatie; Het acquireren van beschut werk plekken nieuw (taakstellend door SZW opgelegd); Het ondersteunen van burgers bij hun indicatie voor het doelgroepenregister (doelgroep banenafspraak) en beschut werken nieuw; Het vaststellen van arbeidspotentieel aan de hand van de Dariuz loonwaardenmethodiek; Participatie in het Werkgeverservicepunt (WSP). Inkomen Verstrekken van uitkeringen en bijzondere bijstand; Uitvoeren van debiteurenbeheer voor verstrekte leningen, borgsommen of kredieten uit bijzondere bijstand of Bbz; Verstrekken van subsidie voor initiatieven rondom collectieve minima; Regelingen, zoals stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport en Cultuur, Voedselbank. Schuldhulpverlening De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) uitvoeren in samenwerking met netwerkpartners zoals Vorkmeer (Wegwijzer) en woningcorporaties; Participeren in het kernteam schuldhulpverlening van de NVVK inzake nieuwe (wettelijke) ontwikkelingen; Het initiëren en coördineren van de bijeenkomsten voor het Platform Armoedevrij Peel en Maas. Naleving en controle (op onderdeel Werk en Inkomen) Voorlichting geven (preventie); Fraudebestrijding.
38
Heeft het gekost wat het mocht kosten?
Baten Lasten Saldo
Realisatie begrotingsjaar 9.776.646 19.667.736 -9.891.090
Raming begrotingsjaar ná wijziging 6.395.000 16.450.551 -10.055.551
Raming begrotingsjaar vóór wijziging 6.395.000 15.652.287 -9.257.287
Het programma 2.1 laat over 2020 een positieve afwijking van € 164.461 zien. De baten zijn € 3.381.646 hoger dan begroot en de lasten zijn € 3.217.185 hoger dan begroot zodat er per saldo een positieve afwijking resteert. De afwijkingen kunnen (afgerond op € 1.000) als volgt worden verklaard: Lasten: Hogere lasten product inkomen: -/- € 3.199.000 Gemeenten hebben in 2020, door de coronapandemie, ondersteuningsmaatregelen voor ondernemers uitgevoerd. Deze Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) bestaat uit compensatie voor levensonderhoud en het verstrekken van bedrijfskredieten. Er zijn in 2020 een drietal Tozo-regelingen geweest waarvan de uitgaven voor levensonderhoud en kredieten € 3.196.000 bedragen. Daarnaast heeft ook de uitvoering zelf tot extra kosten geleid in de vorm van externe inhuur en overwerk. Zowel de uitkeringslasten als de uitvoeringskosten worden door het Rijk gecompenseerd. Die hogere baten worden onderstaand toegelicht. De overige onderdelen van product inkomen leiden per saldo niet tot hogere kosten. De bijstandsuitkeringen zijn met € 4,1 miljoen conform begroting. Er zijn voor loonkostensubsidies wel meer kosten (€ 253.000) maar dat wordt gecompenseerd door lagere kosten voor BBZ-kredieten.
Overige lasten per saldo: -/- € 18.000 Bij de andere producten binnen programma 2.1 zijn kleinere afwijkingen (< € 50.000) op de lasten die per saldo leiden tot een nadeel van € 18.000 Baten: Hogere baten product inkomen: € 3.304.000 Zoals bij de toelichting op de lasten aangegeven veroorzaakt de Tozo-regeling het grote verschil op de lasten. Dat ook bij de baten het geval. De rijkscompensatie voor Tozo leidt tot ruim € 3,6 miljoen aan extra inkomsten. Daar staat tegenover dat voor de reguliere BBZ-leningen een lagere compensatie is ontvangen. Hogere baten product minimabeleid: € 57.000 In 2020 is meer ontvangen aan aflossingen van leenbijstand en dergelijke dan in de begroting is geraamd. Dat resulteert in een voordeel van ruim € 50.000. Overige baten per saldo: € 21.000 Bij de andere producten binnen programma 2.1 zijn kleinere afwijkingen (< € 50.000) op de baten die per saldo leiden tot een voordeel van € 21.000.
39
Programma: 2.2 Zorg en Ondersteuning Gemeenschappen in Peel en Maas kenmerken zich door het feit dat iedereen naar vermogen mee doet; het goede leven wordt vanuit de samenleving bevorderd. Als ondersteuning nodig is worden collectieve voorzieningen ingezet. Waar nodig wordt als aanvulling de maatwerkvoorziening aangeboden. Om collectieve voorzieningen te realiseren, faciliteert de gemeente en ondersteunen we, waar nodig, verbanden van burgers en maatschappelijke partners. We leven in een samenleving waarin de mens leidend is in plaats van het systeem. Daarom willen we met zijn allen een wereld opbouwen vanuit de talenten die er zijn en daar de systemen op aanpassen. Het samenleven van inwoners kenmerkt zich door het mee laten doen van iedereen, met specifieke aandacht voor mensen in een kwetsbare positie. Inwoners kunnen zo de kwaliteit van hun eigen leven en elkaars leven bevorderen. Deze manier van leven in de gemeenschap helpt om zo lang mogelijk de regie over het eigen leven te voeren en om mee te doen. Daarbij bepalen gemeenschappen zelf welke voorzieningen ze vanuit hun eigen kwaliteiten realiseren en welke aanvullende woon-, welzijns- en zorgvoorzieningen nodig zijn. Als gemeente zijn wij vangnet voor kwetsbare groepen en zetten daarvoor maatwerkvoorzieningen en/of maatschappelijke opvang in.
Als het gaat om professionele inzet geven we ruim baan aan nieuw vakmanschap van de zorgprofessional. Daarnaast brengen we regelgeving en protocollen terug tot het verantwoorde minimum.
Hebben we bereikt wat we wilden bereiken ? 1.
Burgers en gemeenschappen voeren zelf regie en geven zelf vorm aan het zorgen voor elkaar.
Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen? 1.1
We ondersteunen dit zorgen voor elkaar vanuit het perspectief van gemeenschapsontwikkeling. Het opbouwwerk van Vorkmeer vervult een centrale rol in de ondersteuning van gemeenschappen. Mede door het agenderen van het zorgen voor elkaar bevorderen we een inclusieve samenleving. (zie ook programma 3.1. Gemeenschapsontwikkeling). De agendering bij gemeenschappen en netwerkontwikkeling heeft afgelopen jaar grotendeels stilgelegen door corona. Veel bijeenkomsten zijn geannuleerd of niet georganiseerd omdat vrijwilligers aangeven geen fysieke of digitale bijeenkomsten te willen houden. Wel hebben we veel activiteiten en initiatieven vanuit dorpen gezien om elkaar te helpen.
1.2
Wij faciliteren nieuwe initiatieven en ondersteunen de doorontwikkeling van bestaande algemene voorzieningen van de gemeenschap. In 2020 geven we verder ondersteuning aan het nieuwe initiatief Thoeshoes in Maasbree. Het plan voor het Thoeshoes, een huis waar mensen met dementie en hun mantelzorgers terecht kunnen, heeft in 2020 steeds meer vorm gekregen. We zijn aangesloten bij gesprekken met de provincie en andere betrokken partijen om het plan financieel haalbaar te krijgen.
1.3
Wij versterken netwerken van informele en formele zorg. Dit helpt met name zorgaanbieders om breder te kijken en ook aansluiting te zoeken bij het informele netwerk. We blijven vormgeven aan de nauwe samenwerking met de huisartsen en andere 1e lijnszorg. (zie ook programma 2.3) 40
We hebben met diverse zorgaanbieders gesproken over de samenwerking met het informele netwerk. We zien duidelijk een beweging van intramurale zorgaanbieders om verbinding met de omgeving te zoeken. Ook vanuit gemeenschappen lopen er initiatieven om met betrokkenen in een dorp na te gaan denken over zorgen voor elkaar en met name voor ouderen. Zo zijn we in Meijel aangesloten bij het proces infoloket 2.0 om te komen tot één centrale plek voor alle inwoners op het gebied van welzijn en zorg. In Kessel en Beringe zijn net processen gestart waarbij wij op verzoek aansluiten. 1.4
Wij dragen samen met de gemeenschappen bij aan de bewustwording van langer en veiliger zelfstandig wonen. We continueren hiervoor de deelname aan het Huis van Morgen waarbij in 2020 meer de focus op technologische mogelijkheden komt te liggen. Het ontwikkelen van een gezamenlijke visie over mantelzorgwoningen en het bevorderen van innovatieve woonvormen maakt onderdeel uit van het uitvoeringsplan Wonen. Voor het collegebeleid Heerlijk thuis hebben we een procesaanpak opgesteld waarin we aangeven hoe we andere partijen willen betrekken. Vooruitlopend op dit beleid lopen er al enkele actielijnen zoals een visie op mantelzorgwoningen die in 2021 wordt vertaald in een beleidsregel. We benaderen gebiedsontwikkeling steeds meer vanuit maatschappelijke opgaven zodat de invulling van een locatie meer aansluit bij de woningbehoefte van onze inwoners. Voorbeelden hiervan zijn de VMBO-locatie in Panningen en de locatie Fonteijn in Helden. Het besef bij inwoners over het nemen van eigen regie over zelfstandig thuis wonen neemt toe. De activiteiten rondom dementievriendelijke gemeenschappen hebben grotendeels stil gelegen door corona. Op het gebied van intramurale zorg zijn in 2020 25 zorgappartementen bij de Fabriek in Maasbree opgeleverd en een uitbreiding van St Jozef Wonen en Zorg in Meijel.
We stemmen alle zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) af met het zorgkantoor en bespreken nieuwe aanvragen om vraag en aanbod van 24-uurszorg in evenwicht te krijgen.
2
Er zijn toegankelijke algemene voorzieningen, aangevuld met passende maatwerkvoorziening.
2.1
Onze inzet is gericht op voorzieningen van collectieven. Bijvoorbeeld de pilot hulp bij het huishouden waarbij voor 2020 de focus ligt op de laatste kernen (Panningen en Baarlo). We werken samen met (zorg- en welzijn) organisaties aan de transformatie, waarbij gemeenschapszorg en nabijheid van welzijn en zorg uitgangspunt zijn, o.a. de gezamenlijke ambitie met een aantal lokale partners voor duurzame ouderenzorg in Meijel. In 2020 is ook Panningen aangesloten bij de pilot hulp bij het huishouden. Baarlo heeft aangegeven vooralsnog niet te willen aansluiten. Aan de opdracht van de raad om de doorontwikkeling van de dorpsvoorziening vorm te geven, is aandacht besteed. 41
De dorpsontmoetingen zijn als gevolg van corona deels gesloten geweest en hebben alles uit de kast gehaald om contact met hun bezoekers te houden en te ondersteunen waar nodig. In deze periode hebben de stichtingsbesturen en beroepskrachten samen verder nagedacht over een duurzame dorpsontmoeting en wat ieders rol hierin is. Ondanks corona is de TWP (voorheen Theaterwerkplaats) in Maasbree grotendeels (aangepast) open geweest of heeft op andere manieren het contact met kwetsbare (jongere) inwoners behouden. 2.2
We bieden maatwerkvoorzieningen als vangnet voor het geval dat er een hulpvraag blijft van burgers waarvoor hun sociale netwerk en/of algemene voorzieningen niet toereikend zijn. In 2020 gaan we onderzoek doen naar de mogelijkheden van Artificial Intelligence. In 2020 hebben we een concept plan van aanpak opgesteld ‘stimuleren zorgtechnologie bij thuiswonende ouderen’. De raad heeft hiervoor bij de begrotingsbehandeling middelen beschikbaar gesteld. Wij hebben hierbij samenwerking gezocht met partners zoals De Zorggroep, Rabobank en het Huis van Morgen. We zijn communicatiemiddelen aan het ontwikkelen hoe we cliënten en hun naasten kunnen informeren over mogelijkheden en kunnen verleiden tot het gebruiken hiervan.
2.3
We willen (blijven) inkopen met het oog op de belangen van de burgers en niet primair op de economisch meest voordelige aanbiedingen. Samen met de regio bouwen we leveranciers-management verder uit en geven we vervolg aan het in 2019 gestarte project Sturing en Inkoop. Ook sturen we op duurzame relaties met (lokale) zorgaanbieders, gericht op kwaliteit en transparantie. Voor hulpmiddelen heeft in 2020 een regionale aanbesteding plaatsgevonden die heeft geleid tot een nieuw contract per 1 december voor de komende drie jaar met tweemaal de mogelijkheid van een verlenging met twee jaar. Voor de onderdelen dienstverlening Wmo zijn in het regionale programma Sturing en Inkoop keuzes gemaakt voor de inkoopstrategie en zijn inkoopdocumenten opgesteld zodat op 1 februari 2021 de aanbestedingsprocedure kan starten. Daarmee gaan we langdurige verbintenissen aan die moeten leiden tot duurzame en intensievere relaties, meer partnership en meer innovatie en transformatie.
2.4
Het regionale monitoringsysteem biedt ons inzicht in ontwikkelingen rondom gebruik van voorzieningen. Via het lokale dashboard krijgen we vanaf 2020 sneller en beter zicht op lokale ontwikkelingen rondom het aantal cliënten, uitgaven in relatie tot budget en aanbieders. In 2020 monitoren we de gevolgen van het Wmo abonnementstarief. We gaan door met het vertelpunt Vele Handen. Het lokale dashboard is bijna klaar zodat we daar betrouwbare gegevens uit kunnen gaan halen. We hebben een toenemende vraag gezien bij hulp bij het huishouden, woningaanpassingen en hulpmiddelen. De oorzaak hiervan ligt enerzijds bij de vergrijzing en anderzijds bij het 42
abonnementstarief. De stijging als gevolg van het abonnementstarief blijven we monitoren. Door corona is de verbreding van het vertelpunt Vele Handen naar alle hulpvragers vertraagd. In 2020 hebben we wel de digitale mogelijkheden verder onderzocht en uitgewerkt zodat ook de netwerkpartners van het vertelpunt gebruik kunnen maken.
3 Er is maatschappelijke opvang voor kwetsbare groepen.
2.5
We willen het vervoer voor verschillende doelgroepen in samenhang op regionaal / provinciaal niveau effectiever organiseren. De instroom van Wmo-vervoer, leerlingenvervoer en Jeugdvervoer via GR Omnibuzz is (nog) niet haalbaar gebleken. In 2020 start regionaal wel een pilot vervoer naar Wmo-dagbesteding met Omnibuzz en enkele zorgaanbieders. Omnibuzz is ingezet voor speciaal vervoer van coronapatiënten naar huisartsen. Het dorpsvervoer is als gevolg van corona grotendeels stilgevallen. De pilot vervoer naar dagbesteding is niet gestart omdat we samen met zorgaanbieder hebben geconstateerd dat het zonder deelname vanuit zorgkantoor voor de Wlz-cliënten niet haalbaar is.
3.1
We investeren in lokale en regionale maatschappelijke opvangvoorzieningen en -structuren. De decentralisatie van beschermd wonen is uitgesteld tot 2022. In 2020 concentreren we ons op de vormgeving van onze eigen lokale toegang. Voor personen met verward gedrag hebben we een lokaal implementatieplan en zetten we in 2020 het lokale GGZ inlooppunt in Panningen verder voort en kijken naar uitbreiding hiervan. Regionaal realiseren we een timeout voorziening, passend vervoer en een zogenoemd herstelhotel. Samen met de regio maken we sluitende afspraken over de openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ) en zorgen ervoor dat er goede bemoeizorg en preventie wordt ingezet voor onze inwoners. In 2020 zijn, vanuit het regionale project Sturing en Inkoop de aanbestedingsdocumenten voor Beschermd Wonen, Maatschappelijke opvang, bemoeizorg en preventie opgesteld. Daarnaast zijn er positieve ervaringen opgedaan met: de inloop GGZ in Panningen de psycholance als passend vervoer het herstelhotel en het niet-acuut meldpunt dat 24 uur per dag bereikbaar is. Het opzetten van een time-outvoorziening is nog niet gelukt.
3.2
Het lokale zorgnetwerk blijft een constante factor in het aanpakken van lokale complexe multi-problematiek en casussen, waarbij we steeds kijken naar andere nieuwe mogelijkheden en betere samenwerking tussen de partijen. Het lokale zorgnetwerk ziet een toename van langdurige complexe casussen en een afname van enkelvoudige GGZproblematiek. In 2020 zijn er twee casussen geweest in het kader van de nieuwe Wet verplichte GGZ waaruit bleek dat 43
de nieuwe aanpak (crisiszorg thuis i.p.v. bij de crisisdienst) effectief kan zijn, maar ook nog nadere uitwerking verdient.
4 We faciliteren gemeenschappen en (groepen) burgers bij het bevorderen van een gezonde leefstijl.
3.3
We versterken de gemeentelijke samenwerking tussen het veiligheidsdomein en het sociaal domein. Daarbij zoeken we onze externe partners nadrukkelijker op. We hebben een aantal casussen aangeleverd die op basis van de zogenoemde MDA++ aanpak door een extern onderzoekbureau worden onderzocht op samenwerking. Het gaat daarbij om casussen van gezinnen met complexe problematiek op veel levensgebieden waarbij veel zorgverleners zijn betrokken. Het doel is om inzicht te verkrijgen in de samenwerking rondom dat gezin en hoe we kunnen komen tot een effectievere aanpak.
4.1
We agenderen de beweging naar positieve gezondheid in gemeenschappen, zodat er van onderop een beweging in de gezondheidszorg ontstaat. We faciliteren initiatieven uit de dorpen. Zo lopen er initiatieven in Baarlo door het Kernteam WWZ, in Beringe door de huisarts en in Meijel door Peelgeluk. De betrokkenen bij deze initiatieven zijn afgelopen jaar als gevolg van corona minder actief geweest.
4.2
Aanvullend zetten wij in op preventie om een gezonde leefstijl te bevorderen. Voor gezond opgroeien, werken we samen met het onderwijs en kinderopvang. Voor gezond leven in Peel en Maas werken we aan een bredere inzet van de combinatiefunctionaris (nu medewerker gezonde leefstijl). Zie ook het lokaal netwerk onder 4.3. We hebben meegedacht met onze partners Hoera en Prisma over gezonde kindcentra. Door het bewustzijn van kinderen rondom gezonde voeding en beweging te verbeteren verwachten we hun gedrag te beïnvloeden waardoor ze gezonder opgroeien. Voor het regionale project ‘Valpreventie bij thuiswonende ouderen’ zijn we gestart met voorbereidingen voor de lokale uitvoering. Omdat de besluitvorming is vertraagd door corona hebben ook lokale ontwikkelingen die hierop wilden aansluiten (Koningslust en Helden) hierdoor stil gelegen.
4.3
We dagen maatschappelijke partners en onszelf uit om te werken aan positieve gezondheid. Bij deze benadering is niet de zorg het uitgangspunt, maar wat aanvullend nodig is voor het goede leven vanuit het individu én het gemeenschapsbelang. In 2020 werken we verder aan relaties met de maatschappelijke partners en maken afspraken over ieders houding, werkwijze en rol in de beweging naar positieve gezondheid. Betrokken partners zijn o.a. GGD Limburg Noord, Vorkmeer, huisartsen, zorgkantoor, Zorgverzekeraar VGZ, kinderopvang en scholen. Sinds eind 2019 is er een lokaal netwerk gezonde leefstijl actief die nieuwe initiatieven lokaal en regionaal afstemt en verbindingen legt. Elke twee maanden komt deze groep bij elkaar. Dit heeft er o.a. toe geleid dat initiatieven aan elkaar worden gehaakt en we een bredere visie met elkaar delen over hoe we gezamenlijk tot het bevorderen van een 44
gezonde leefstijl kunnen komen. Begin 2020 heeft de raad het meerjarenbeleidsplan van de Veiligheidsregio Limburg-Noord, waaronder de GGD, vastgesteld. Hierin zijn vijf beleidslijnen opgenomen waaronder samenwerking met lokale partijen en sociaal domein. GGD Limburg Noord gaat daarbij meer inzetten op het concept positieve gezondheid en (meer) samenwerking met gemeenten en welzijn. De verdiepingsslag van deze doelstellingen heeft nog niet plaatsgevonden. In het kader van Waardevolle Zorg, onderdeel van het regioprogramma Vitaal en Gezond (zie ook programma 3.1) zijn we betrokken bij diverse projecten rondom Positieve gezondheid, zoals het project Huisartsenzorg en burgerparticipatie, dat voorgedragen is in de Regio Deal. In samenwerking met VGZ zorgverzekeraar en zorgkantoor en de andere regiogemeentes is afgelopen jaar gewerkt aan een gezamenlijk regiobeeld. Dit vormt de basis voor een aantal projecten op het snijvlak van medisch, zorg- en sociaal domein. De thema’s zijn daarbij ouderen, GGZ en preventie.
Wat hebben we verder binnen dit programma gedaan?
Uitvoeren van de Wet maatschappelijke ondersteuning door het oppakken van ondersteuningsvragen van inwoners; Inhoud geven aan integraal team jongvolwassenen; Aansturen van het lokale zorgnetwerk voor complexe GGZ-problematiek; Aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld; Facilitering en subsidiëring van algemene voorzieningen: de dorpsinfoloketten, dorpsontmoetingen, dorpsvervoer, pilot hulp bij het huishouden, TWP, begeleidingsdienst en Plattelandshoes; Faciliteren stuurgroep Hart voor Peel en Maas m.b.t. onderhoud en aanschaf AED’s en op peil houden van het aantal burgerhulpverleners. Regionaal inkopen van maatwerkvoorzieningen Wmo: hulp bij huishouden, dagbesteding, begeleiding individueel, logeren en persoonlijke verzorging. Dit loopt via de MGR Limburg Noord; Regionale contractering van hulpmiddelen; Regionaal inkopen van collectief vervoer via GR Omnibuzz en gezondheidszorg (GGD) via GR VRLN; Handhaving op rechtmatig en doelmatig gebruik van middelen en toezicht houden op kwaliteit en rechtmatigheid via regionale toezichthouders; Periodiek overleg met belangengroepen (mantelzorgforum, gehandicaptenplatform) en Adviesraad Sociaal Domein.
45
Heeft het gekost wat het mocht kosten?
Baten Lasten Saldo
Realisatie begrotingsjaar 296.439 12.881.031 -12.584.592
Raming begrotingsjaar ná wijziging 225.000 12.322.270 -12.097.270
Raming begrotingsjaar vóór wijziging 225.000 11.186.420 -10.961.420
Het programma 2.2 laat over 2020 een negatieve afwijking van € 487.322 zien. De baten zijn € 71.439 hoger dan begroot en de lasten zijn € 558.761 hoger dan begroot zodat er per saldo een negatieve afwijking resteert. De afwijkingen kunnen (afgerond op € 1.000) als volgt worden verklaard: Lasten: Hogere lasten vervoersvoorzieningen Wmo: -/- € 78.000 Onder de vervoersvoorzieningen Wmo vallen de kapitaallasten en de kosten voor onderhoud van verstrekte scootmobielen e.d. aan inwoners. Daarnaast bevat dit product de kosten voor het doelgroepenvervoer via Omnibuzz. In 2020 blijken de onderhoudskosten voor de vervoersvoorzieningen hoger dan begroot omdat er meer voorzieningen ‘uit staan’ dan geraamd. Daardoor zijn ook de kapitaallasten hoger dan het budget in de begroting. M.b.t. Omnibuzz hebben we op basis van een compensatieregeling deels doorbetaald aan aanbieders, ook als er minder ritten zijn geweest. Hogere lasten Wmo Begeleiding: -/- € 156.000 Corona heeft in 2020 invloed op de kosten in het sociaal domein. Bij de Wmo Begeleiding zien we een afname van de kosten voor dagbesteding maar daar staat een stijging van de kosten voor individuele begeleiding tegenover. Dat betekent dat in 2020 meer inwoners gebruik hebben gemaakt van individuele begeleiding en minder van groepsbegeleiding.
Het gebruik van PGB’s is opnieuw afgenomen en de kosten zijn daardoor ook lager dan de raming. Hogere lasten bedrijfsvoering sociaal domein -/- € 480.000 In 2020 zijn er een tweetal compensatieregelingen voor aanbieders in het sociaal domein ingesteld. Dat betreft regionale regelingen voor de compensatie van lagere omzet tijdens de eerste lockdown in de maanden maart, april, mei en juni. In het kader van deze regeling is door Peel en Maas € 543.000 uitgekeerd. Verder is er een compensatie-regeling voor de meerkosten van aanbieders om te kunnen voldoen aan de RIVM-richtlijnen. In totaal is voor de meerkostencompensatie € 10.000 uitgekeerd. De overige bedrijfsvoeringskosten zijn lager dan begroot o.a. vanwege minder inzet van (extern) personeel. Lagere lasten Wonen, welzijn en zorg € 24.000 Het project Thoeshoes is doorgeschoven naar 2021. Daarnaast hebben we in 2020 geen gebruik gemaakt van externe advisering en hebben we minder faciliteringskosten gehad voor burgerinitiatieven omdat bijeenkomsten of activiteiten door corona niet doorgingen of georganiseerd werden. Lagere lasten mensen met verward gedrag € 47.000 Voor mensen met verward gedrag is een budget opgenomen in de begroting van € 75.000. Hier is € 47.000 minder uitgegeven dan begroot.
De reden dat we fors minder hebben uitgegeven dan begroot is het feit dat we voor zowel herstelhuis als het niet acuut meldpunt subsidie hebben gekregen vanuit de centrumgemeente en zij behoeven in 2020 dus geen gemeentelijke bijdrage. Daarnaast zijn trainingen in het kader van MHFA niet doorgegaan, daar deze digitaal niet gegeven kunnen worden. Ook de inloop is een groot deel van de tijd gesloten geweest door corona. 46
Lagere lasten GIDS-gelden € 36.000 De gelden voor Gezond in de Stad (GIDS) waren in 2020 gereserveerd voor het project Heljes Pedje. Dit project is in 2020 niet uitgevoerd. Overige lasten per saldo: € 48.000 Bij de andere producten binnen programma 2.2 zijn kleinere afwijkingen op de lasten die per saldo leiden tot een voordeel van € 48.000. Baten: Hogere baten m.b.t. Wmo Begeleiding en maatschappelijke opvang € 106.000 Bij het product Wmo Begeleiding zijn baten opgenomen vanwege een bijdrage van de centrumgemeente voor kosten persoonlijke verzorging en begeleiding. Ook in het kader van enkele specifieke projecten m.b.t. maatschappelijke opvang hebben we in 2020 een bijdrage ontvangen. Lagere baten m.b.t. eigen bijdragen Wmo en Omnibuzz: -/-€ 85.000 Als gevolg van de coronapandemie is er in 2020 minder gebruik gemaakt van het doelgroepenvervoer via Omnibuzz en zijn de eigen bijdragen van cliënten dus ook een stuk lager. Voor de overige eigen bijdragen geldt dat die door het Rijk tijdens de eerste lockdown zijn stopgezet en dus hebben we daar ook een lagere opbrengst dan begroot. Overige baten per saldo: € 50.000 Bij de andere producten binnen programma 2.2 zijn kleinere afwijkingen op de baten die per saldo leiden tot een voordeel van € 50.000.
47
Programma: 2.3 Jeugd en onderwijs Opvoeden en opgroeien zien wij als een ‘gemeenschapsverantwoordelijkheid’. Wij stimuleren gemeenschappen om ‘hun jeugd’ (0-23 jaar) te laten ontdekken wat ze willen in dit leven, met ruimte voor ontwikkeling van het sociale en culturele. Basisvoorzieningen zoals onderwijs en kinderopvang spelen hierin een belangrijke rol. Als daarvoor aanleiding is spreken we deze partijen aan op hun rol en verantwoordelijkheid. Als ouders tegen vragen of problemen aanlopen, is er professionele hulp die erop is gericht de opvoedvaardigheden van ouders te bevorderen. Daarnaast zetten we erop in de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, zijn ouders en de sociale omgeving in te schakelen en te herstellen. Daarbij richten wij ons op het voorkómen van en vroege interventie bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. Deze hulp zetten we waar mogelijk aanvullend in op wat de gemeenschap hierin zelf kan betekenen. Als er sprake is van meervoudige problematiek wordt integrale hulp aan de jeugdige en zijn ouders geboden. Bij dit soort interventies staat het kind voorop. We geven ruim baan aan vakmanschap van de zorgprofessional en brengen regelgeving en protocollen terug tot het verantwoorde minimum. Wij bevorderen de veiligheid van de jeugdige in de opvoedsituatie waarin hij opgroeit.
Hebben we bereikt wat we wilden bereiken ? 1 Veilig en gezond opgroeien van kinderen en jongeren.
Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen? 1.1
We faciliteren dat ouders regie voeren over de opvoeding van hun kind. De verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen ligt primair bij de ouders en de jeugdige zelf. Professionele hulp is erop gericht ouders regie te laten voeren en toe te rusten, zodat zij zoveel mogelijk vanuit de eigen kracht en het eigen sociale netwerk oplossingen vinden voor vragen en eventuele problemen. In het multidisciplinair overleg en de caseloadbesprekingen worden gezinscoaches gecoacht in hun rol als professional. Een professional die niet overneemt maar faciliteert en die ouders in hun kracht zet om de regie over de opvoeding te kunnen voeren. Ondanks de coronamaatregelen zijn de multidisciplinaire overleggen altijd doorgegaan, zelfs geïntensiveerd om ook op afstand de gezinscoaches goed te kunnen coachen in hun rol.
1.2
We stimuleren dat een gemeenschap bewust en actief vorm en inhoud geeft aan het opvoeden en opgroeien van kinderen. Voor kinderen en jongeren vormen het eigen gezin, familie, vrienden, de kinderopvang, de school en de verenigingen hun dagelijkse leefwereld. Deze leefwereld heeft invloed op het gezond en veilig opgroeien. We ondersteunen de beweging dat de omgeving waar de jeugdige opgroeit daarvoor de verantwoordelijkheid neemt. We ondersteunen initiatieven die in de dorpen aan het ontstaan zijn (nog niet gereed). Voorbeelden zijn: een BMX baan in Baarlo en een stuntstepbaan in Maasbree. Het jongerenwerk faciliteert hierbij.
1.3
We versterken waar nodig het opvoedkundig klimaat. Dit wordt als dat nodig is versterkt door professionele inzet in gezinnen, dorpskernen, scholen en in voorzieningen zoals 48
kinderopvang. Daar waar professionele ondersteuning nodig is, richt die zich zoveel mogelijk op preventie. We investeren als gemeente in preventieve activiteiten en programma’s van Vorkmeer zoals Gezin Gezien en Veerkacht (weerbaarheid en Kinderen in Echtscheiding Situaties). Er zijn in het voorbije jaar drie gezinnen vanuit Gezin Gezien ondersteund. Het aantal deelnemers voor weerbaarheidstrainingen is 38. Jongerenwerkers houden signalen en ontwikkelingen in de gaten op het gebied van verslavingen bij jongeren en hebben hierover korte lijnen met de geestelijke gezondheidszorg. Dit leidde in 2020 tot voorlichting door verslavingswerkers. 2 Kinderen, jongeren en gezinnen krijgen de hulp die nodig is.
2.1
We zetten gezinscoaches in die zelf hulp en ondersteuning kunnen bieden aan gezinnen en die indien nodig andere beschikbare ondersteuning binnen het sociaal domein of gespecialiseerde hulp in kunnen zetten. De-medicaliseren, ontzorgen en normaliseren, en werken aan het herstel van het gewone leven inclusief deelname aan de gemeenschap, zijn hierbij uitgangspunt. Vanwege de coronamaatregelen hebben de gezinscoaches op een aangepaste wijze hun werk gedaan. Zij konden een aantal maanden geen huisbezoeken doen. Dit heeft er toe geleid dat er naar andere oplossingen is gezocht om gezinnen te helpen. Zo is er bijvoorbeeld bij gezinnen waar de gezinscoaches niet op huisbezoek mochten gaan vaker doorverwezen naar geïndiceerde hulp. Het aantal in behandeling zijnde gezinsplannen aan het eind van 2020 is 520 waarvan 18 jongeren begeleid worden vanuit het integraal team jong volwassenen (2019: 480 waarvan 18 jongeren ITJV).
2.2
Er wordt integrale hulp aan gezinnen verleend. We hanteren hierbij het uitgangspunt ‘één gezin, één plan, één regisseur’. Kinderen, jongeren en/of ouders hoeven slechts één keer een hulpvraag te stellen. En het gezin wordt met zo min mogelijk hulpverleners geconfronteerd. Jongeren van 18 t/m 26 jaar hebben een vast aanspreekpunt binnen het sociaal domein via het integraal team jongvolwassenen waar de gezinscoach deel van uitmaakt. In 2020 hebben we de 10 duurste jeugdhulpcasussen bekeken op integraliteit en kostenbewustzijn. De samenhang tussen het terrein jeugd en andere terreinen zoals burgerzaken, handhaving en openbare orde en veiligheid wordt voortdurend gezocht en gevonden. Er was ook goed kostenbewustzijn aanwezig.
2.3
We leveren maatwerk (licht waar kan, zwaar waar nodig, dichtbij waar kan, op afstand waar nodig). Kinderen, jongeren en gezinnen uit Peel en Maas worden zoveel mogelijk tijdig en effectief ondersteund in hun eigen leefomgeving. Hulp wordt zoveel mogelijk dichtbij georganiseerd en in verbinding met lokale voorzieningen. De hulp is zo intensief als nodig en duurt zo lang als nodig. De vraag van het gezin staat centraal. Het gezin en de gezinscoach bepalen gezamenlijk welke ondersteuning en hulp worden ingezet. De gezinscoaches evalueren geregeld 49
samen met het gezin of de hulp en ondersteuning de juiste is. 2.4
We grijpen actief in als de veiligheid van het kind in het geding is. Als ouders de verantwoordelijkheid voor de opvoeding niet meer kunnen dragen, de omgeving niet adequaat aanvult en de veiligheid van het kind in het geding is, stellen we ons actief op om de juiste hulp in te zetten. Zo nodig kan dat ook gedwongen hulp zijn. Sinds het afgelopen jaar werken alle gezinscoaches met de veiligheidskaart waarin alle afspraken staan (wie doet wat wanneer en waarom) die gemaakt worden met een gezin waarbij veiligheid geen vanzelfsprekendheid is. Dit is één van de afspraken uit de regiovisie “Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling 2019-2022”.
2.5
We stimuleren samenwerking in de jeugdhulpketen. De ondersteuning en zorg die wordt aangeboden is zo effectief dat herhaling van dezelfde zorgvraag van een gezin zo min mogelijk voorkomt. Om dit te bereiken stimuleren we de samenwerking tussen de partners in de jeugdhulpketen in Peel en Maas (en de regio Noord-Limburg). In 2018 zijn we gestart met de pilot Hendig Jeugdhulp. In de pilot bespreken we gezamenlijk met de cliënt en jeugdhulppartners de hulpvraag waarbij partners hun eigen systeem even los laten bij het zoeken naar een oplossing. Het draait in de pilot om het kennen van elkaars toegevoegde waarde, betere samenwerking en afstemming en het verminderen van administratieve rompslomp. In 2019 is de pilot kleinschalig vormgegeven en in 2020 wordt dit verder uitgebreid. Het eigene van Hendig was het fysiek ontmoeten van ouders, jeugdhulppartners en gezinscoach in ‘de expertisetent’ om samen tot een oplossing te komen. Door de coronamaatregelen heeft het uitbreiden van de pilot vertraging opgelopen. De expertisetent is in digitale vorm opgepakt. Andere ontwikkelingen zoals het deelnemen van Vorkmeer en MEE aan de multidisciplinaire overleggen van de gezinscoaches zijn pas in de tweede helft van 2020 in digitale vorm opgepakt.
2.6
We verbeteren het jeugdhulpstelsel duurzaam (transformatie). We maken (regionale) afspraken met onder meer jeugdhulpaanbieders, de instellingen voor kinderbescherming en jeugdreclassering (gecertificeerde instellingen), Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming om de transformatie te realiseren. We zijn hierbij ook in dialoog met de jeugd zodat we weten wat er bij hen speelt en wat zij belangrijk vinden. Verder geven we binnen de regio Noord Limburg vorm en inhoud aan de Regionale transformatieagenda jeugdhulp NoordLimburg 2019-2020 waarbij de focus ligt op het meer kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien. Tenslotte zetten we regionaal in op het Project Sturing en Inkoop. In 2020 hebben we inhoudelijk geïnvesteerd in en zijn we gestart met 6 projecten van de Regionale transformatieagenda jeugdhulp Noord-Limburg 2019-2020. Het doel is dat we de jeugdzorgketen verbeteren en innovaties ontwikkelen die de jeugdhulp in onze regio 50
aantoonbaar beter en/of goedkoper maken en tegelijkertijd overdraagbaar zijn naar andere regio’s. De coronamaatregelen hebben tot vertragingen en aanpassingen van projecten geleid. Vanwege de vertragingen is de Regionale Transformatieagenda verlengd. Maar zaken die opgepakt en voorbereid konden worden, zijn gerealiseerd. Zo hebben de gezinscoaches de online-trainingen van het project Nu niet zwanger gevolgd. Hoe voer je het gesprek over kinderwens, seksualiteit en anticonceptie met kwetsbare mensen zodat ze niet onbedoeld zwanger raken. Daarnaast hebben we twee moeders begeleid naar het traject Voorzorg, een intensief traject van twee jaar voor jonge vrouwen die zwanger zijn van hun eerste kind en te maken hebben met een opeenstapeling van problemen. In de regio waren elf trajecten beschikbaar. Steun voor jou, het ontlasten van ouders en gezinnen met een zorgbehoevend kind en het vergroten van hun draagkracht, is in december gestart. Met de campagne Steun door jou zijn we op zoek naar mensen die van betekenis willen zijn voor een ander (als potentiële oppas, vrijwilliger, logeergezin etc.). Voordat de pilot officieel van start ging hadden we al twee gezinnen in Peel en Maas gematcht met een oppas.
De wervingscampagne en het aanmeldpunt voor Thuis door jou (gezamenlijk werven en ondersteunen van gezinsgericht verblijf door jeugdhulppartners) zijn voorbereid en gaan medio januari 2021 van start. En tenslotte zijn we gestart met de projecten Gelukkig ouderschap en Back on Track. In 2020 is heel veel aandacht gegaan naar het regionale project Sturing en Inkoop. Voor jeugd zijn keuzes gemaakt voor de inkoopstrategie en zijn inkoopdocumenten opgesteld zodat op 1 februari 2021 de aanbestedingsprocedure kan starten. Daarmee gaan we langdurige verbintenissen aan die moeten leiden tot duurzame en intensievere relaties, meer partnership en meer innovatie en transformatie. Vanaf 2022 zal er sprake zijn van een andere bekostigingssystematiek voor jeugdhulpaanbieders. Dit moet leiden tot een effectievere en efficiëntere inzet van middelen. 3 Kinderen en jongeren zijn in staat om te groeien naar zelfstandigheid, om zo voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren.
3.1
We dragen bij aan een gezonde en veilige omgeving voor kinderen. Waardoor ieder kind de kans krijgt zich te ontwikkelen tot een zelfbewuste, betrokken en leergierige jongvolwassene met een maatschappelijke startkwalificatie. Een jongvolwassene die in staat is om verantwoordelijkheid te nemen voor zijn omgeving en die bijdraagt aan de eigen vitale gemeenschappen. We stimuleren een infrastructuur die talentontwikkeling van jeugdigen (in de brede zin van het woord) faciliteert. In 2020 hebben we een stappenplan jongereninitiatieven opgesteld. Dit stappenplan moet helpen om initiatieven 51
sneller bestuurlijk (integraal) te kunnen afwegen en realiseren. Dit stappenplan was een samenwerking van jongerenwerk en opbouwwerk van Vorkmeer en diverse teams van onze organisatie. 3.2
We stimuleren samenwerking, gezamenlijke visieontwikkeling, vernieuwing en uitvoering bij organisaties die zich bewegen op de terreinen van jeugd en onderwijs. In 2020 is veel aandacht gegaan naar afstemming met onderwijs en kinderopvang over het regelen van noodopvang voor kinderen vanwege de coronamaatregelen.
3.3
We bevorderen dat kinderen en jongeren met of zonder beperking of chronische ziekte samen opgroeien in een inclusieve samenleving: samen spelen, samen naar school, samen sporten en gebruik maken van dezelfde voorzieningen. Dit doen we door met het onderwijs duidelijke afspraken te maken over de inzet van extra zorg, ondersteuning of hulpmiddelen. Ook leveren we extra inspanning om jongeren met een beperking aan een duurzame arbeidsplaats te helpen, in samenwerking met onderwijs en arbeidsmarkt. We werken samen met het onderwijs in casussen op het snijvlak van onderwijs en jeugdhulp om ervoor te zorgen dat de jeugdige de juiste zorg en ondersteuning krijgt. Ook ons Integraal Team Jongvolwassenen is in 2020 bij de nodige casussen betrokken geweest om jongeren te begeleiden richting scholing en werk. (zie ook programma 2.2 Zorg en Ondersteuning).
Wat hebben we verder binnen dit programma gedaan?
Ondersteuning van goede basisvoorzieningen zoals de kinderopvang, school, consultatiebureau, jeugd- en jongerenwerk en gezinscoach; Faciliteren van deelname aan kinderopvang (twee ochtenden Peuterprogramma) voor kinderen waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag en kinderopvang op maat via Sociaal Medische Indicatie; Het stimuleren van deelname aan voor- en vroegschoolse educatie voor kinderen met een spraak-taalontwikkeling; De uitvoering van wettelijke taken op het gebied van (preventieve) gezondheid; Inzet van de leerplichtambtenaar om voortijdig schoolverlaten te voorkomen en schoolverzuim te minimaliseren; Leerlingenvervoer; De uitvoering van de wettelijke taken met betrekking tot handhaving en toezicht van de kwaliteit van de kinderopvang; Op het gebied van handhaving en toezicht informeren we zorgaanbieders en jongeren en/of hun ouders vroegtijdig over hun contractuele verplichtingen en rechten om fraude te voorkomen. Wij reageren snel en adequaat op signalen van jongeren en/of hun ouders, zorgverleners, derden en de SVB.
Bovengenoemde structurele werkzaamheden zijn uitgevoerd maar corona heeft uiteraard invloed gehad op de uitvoering. Zo zijn de inspecties van de kinderopvang vanwege corona stopgezet. Ook is het leerlingenvervoer tijdens de lockdown gestopt. Er zijn regionaal afspraken gemaakt met aanbieders over compensatie als gevolg van corona. 52
Heeft het gekost wat het mocht kosten?
Baten Lasten Saldo
Realisatie begrotingsjaar 564.254 13.870.137 -13.305.883
Raming begrotingsjaar ná wijziging 631.986 13.986.486 -13.354.500
Raming begrotingsjaar vóór wijziging 316.053 12.775.153 -12.459.100
Het programma 2.3 laat over 2020 een positieve afwijking van € 48.617 zien. De baten zijn € 67.732 lager dan begroot en de lasten zijn € 116.349 lager dan begroot zodat er per saldo een positieve afwijking resteert. De afwijkingen kunnen (afgerond op € 1.000) als volgt worden verklaard: Lasten: Hogere lasten jeugdhulp: -/- € 64.000 Het totale budget voor jeugdhulp (inclusief interne kosten) bedraagt ruim € 10 miljoen. Dat betreft het budget ná de mutatie in de 2e bijstellingsrapportage 2020. In werkelijkheid zijn de uitgaven in 2020 € 64.000 hoger dan de raming. In vergelijking met 2019 valt op dat de kosten m.b.t. verblijf van jeugdigen in 2020 een stuk hoger liggen. Dat is het gevolg van enkele specifieke casussen die ook financieel grote invloed hebben. De kosten voor GGZ-hulpverlening en begeleiding zijn in vergelijking tot 2019 ongeveer op hetzelfde niveau. Lagere lasten onderwijs: € 72.000 Op het product onderwijs vervallen de afschrijvingskosten voor de kinderopvanglocatie in Meijel. Het gebouw is per 1-1-2020 verkocht aan Stichting kinderopvang Meijel. Tegenover de lagere lasten staan ook lagere opbrengsten omdat ook de huurinkomsten wegvallen. Lagere lasten peuterprogramma € 122.000 We hebben minder uitgegeven aan het budget dat was begroot bij Peuterprogramma en SMI.