2021-037 03 Jaarstukken 2020.docx
Tekst van het document
1
2
Inhoud Voorwoord ......................................................................................................................5 I
Kerngegevens en indicatoren..................................................................................7
II
Analyse van het resultaat ......................................................................................11
Jaarverslag III
Programmaverantwoording ...................................................................................15
IV
Paragrafen.............................................................................................................93 A
Weerstandsvermogen en risicobeheersing........................................................94
B
Onderhoud kapitaalgoederen ..........................................................................105
C
Financiering .....................................................................................................109
D
Bedrijfsvoering .................................................................................................114
E
Verbonden partijen...........................................................................................117
F
Grondbeleid .....................................................................................................136
G
Lokale heffingen...............................................................................................155
H
Demografische verschuivingen........................................................................161
I
Corona 2020 ....................................................................................................162
Jaarrekening V
Waarderingsgrondslagen en grondslagen voor bepaling van resultaat ..............173
VI
Balans met toelichting .........................................................................................175
VII Integraal overzicht baten en lasten .....................................................................197 VIII Baten en lasten ..................................................................................................202 A.
Programma’s...................................................................................................203
B.
Algemene dekkingsmiddelen ...........................................................................204
C.
Onvoorziene uitgaven .....................................................................................206
D. Overzicht incidentele baten en lasten ..............................................................207 F.
Wet normering topfunctionarissen publiek en semi-publieke sector (WNT) ....212
G. Verantwoordingsinformatie Single Information Single Audit ............................213 H. Taakvelden ......................................................................................................219
Bijlagen A:
Overzicht baten en lasten op productniveau....................................................221
B:
Projecten overzicht ..........................................................................................223
C: Overzicht reserves en voorzieningen meerjarenverloop..................................227
3
4
Voorwoord Geachte raadsleden, Dit is de laatste jaarrekening van deze raads- en collegeperiode. We maken van de gelegenheid gebruik om niet alleen terug te blikken op 2020, maar ook op de jaren daarvoor. In 2018 zijn we deze periode gestart met het coalitieakkoord met de titel ‘Geef de ruimte!’. In het coalitieakkoord hebben we aangegeven waar we deze periode op inzetten. Drie jaar later mogen we constateren dat we voor de meeste onderdelen op schema zitten. Tegelijkertijd is er nog veel werk te doen en hebben we sinds het afgelopen jaar ook te maken met corona. De bestrijding van het virus en de effecten daarvan vragen veel aandacht. In Peel en Maas geven we inwoners, verenigingen en vrijwilligers de ruimte om zelf met initiatieven aan de slag te gaan. Deze filosofie heeft de gemeenschappen, in de ruim tien jaar dat de gemeente Peel en Maas bestaat, veel opgeleverd. Als gemeente ondersteunen en faciliteren we, zoeken we actief de samenwerking of laten we het helemaal aan de mensen zelf over. Zo komt de diversiteit van de kernen, de schat aan kennis en ervaring bij de inwoners en de kracht van de gemeenschappen maximaal tot uiting. Ook tijdens het moeilijke jaar 2020. Het coronavirus greep in het voorjaar 2020 flink om zich heen in Peel en Maas. Het zorgde voor pijn en verdriet. De gemeenschappen werden hard geraakt. Het virus veranderde ook het normale leven.
Ondernemers moesten hun zaak sluiten, verenigingsactiviteiten gingen niet door en bijeenkomsten en evenementen werden afgelast. Ook hier lieten de gemeenschappen hun kracht en saamhorigheid zien. Ondernemers zochten naar nieuwe verdienmodellen, mensen hadden extra aandacht voor elkaar en er ontstonden nieuwe manieren om elkaar te ontmoeten, digitaal of op afstand van elkaar. Zo leidt een crisis ook tot nieuwe mogelijkheden en ideeën. Het toont de veerkracht, gemeenschapszin en inventiviteit van de gemeenschappen in Peel en Maas. Veel geplande activiteiten konden in 2020 niet doorgaan of moesten op een andere manier ingevuld worden. Inwoners, ondernemers en verenigingen hebben juist ook gekeken naar wat wel mogelijk is. Wij als gemeente hebben ook hier onze ondersteunende en faciliterende rol gepakt. Met compensatiemaatregelen, een steunfonds voor stichtingen en verenigingen, het geven van tips en adviezen en het beantwoorden van vragen. Hier is veel tijd en aandacht naar uitgegaan. Tegelijkertijd draaide de winkel ‘gewoon’ door. Samen met onze medewerkers – veelal vanuit huis – en met lokale maatschappelijke partners zijn we ons blijven inspannen om de zaken die de afgelopen jaren in gang zijn gezet een vervolg te geven. Ook kwamen nieuwe ontwikkelingen van de grond.
De gemeenschappen in Peel en Maas organiseren voor een groot deel zelf de hulp en ondersteuning voor kwetsbare inwoners. Met dorpsontmoetingen, dorpsvervoer en hulp bij het huishouden. Bij dat laatste zijn alle kernen, op één na, nu aangesloten. Samen met ondernemers werken we vanuit het ondernemersnetwerk ‘Wij maken werk van werk’ aan duurzame uitstroom uit de bijstand. De uitstroomcijfers zijn goed, een teken dat de kracht van samenwerking ook hier het verschil maakt. Voor de taken waar we zelf aan de lat staan, zoeken we ook de samenwerking op met partijen in de samenleving. Bijvoorbeeld met de huisartsen, waar gezinscoaches actief zijn in de praktijk. En we werken samen in de regio, met onder anderen gezamenlijke sturing en inkoop. In 2020 werd het werk voor onze medewerkers van WIJZ er door corona niet makkelijker op. Veel huisbezoeken konden niet afgelegd worden. Met digitale contacten en maatwerkoplossingen zijn we er toch in geslaagd de inwoners de hulp te bieden die zij nodig hebben. De jeugd van Peel en Maas geven we zo veel mogelijk ruimte om zich te ontwikkelen. We steunen initiatieven die verbinding maken tussen jeugd, onderwijs en de omgeving. En we blijven inzetten op goede onderwijshuisvesting.
Bijvoorbeeld met de basisschool in Koningslust, de nieuwe basisschool in Meijel waarvan de bouw in 2020 is gestart en de vernieuwbouw van de Odaschool in Helden, die in de pijplijn zit. We kijken uit naar de komst van het Agora onderwijs. Er is een start gemaakt met de voorbereidingen van een Integraal HuisvestingsPlan. 5
Als het gaat om kunst en cultuur laten de gemeenschappen van Peel en Maas ook hun vermogen en creativiteit zien. De nieuwe Dijkknoop Tajiri en 800 jaar Baarlo zijn sprekende voorbeelden. En er worden meer mooie plannen ontwikkeld, zoals de Maasboulevard in Kessel, het Heljes Pedje en het Pius Park in Panningen. Allemaal voorbeelden die laten zien waar onze gemeenschappen toe in staat zijn. En het bewijs dat zelfsturing werkt. Dit blijft dan ook onze leidraad. Met de pilot Zelfsturing 3.0 geven we hier samen met de dorpsoverleggen verder invulling aan. De vraag naar woningen blijft onverminderd groot. Er ontstaan allerlei woningbouwinitiatieven: sociale huurwoningen, zorgwoningen, starterswoningen, kangoeroewoningen en tiny houses. Door het nieuwe beleid dat is ingezet, heeft het aantal vergunningaanvragen een vlucht genomen. Daarnaast investeren woningeigenaren, corporaties en particuliere verhuurders volop in het verduurzamen en levensloopbestendig maken van bestaande woningen. In de coronaperiode is er misschien wel meer geklust dan ooit. Zo werken we samen aan een goed en gevarieerd woningaanbod. Tegelijkertijd realiseren we ons dat dit een flinke uitdaging blijft. Deze collegeperiode zijn er in Peel en Maas flinke stappen gezet als het gaat om duurzaamheid. Naast het verduurzamen van woningen gaat het ook om de opwek van duurzame energie.
De aanleg van het windpark Egchelse Heide is in 2020 gestart. Onze inwoners en de woningcorporaties zijn goed bezig. Peel en Maas heeft relatief gezien de meest energiezuinige huizen van Limburg, veel daken zijn bedekt met zonnepanelen en een kleine 500 huishoudens hebben al een warmtepomp aangeschaft. Verder zijn we in Peel en Maas zo’n beetje kampioen afval scheiden. Dit is een mooi vertrekpunt om op verder te bouwen, op weg naar een klimaat- en energieneutraal Peel en Maas in 2050. De duurzaamheidsagenda, die in 2020 is vastgesteld, zal daarbij als ons kompas dienen. We hebben als college veel aandacht besteed aan het thema arbeidsmigranten. We vinden het belangrijk dat de mensen die naar ons land komen om te werken, zich ook welkom voelen om hier te leven. Met nieuw beleid is ingezet op een goed huisvestingsklimaat en in contact komen met de arbeidsmigranten. De arbeidsmigranten zouden zo veel als mogelijk moeten kunnen participeren met activiteiten of als lid van een vereniging. In 2020 hebben we pas op de plaats gemaakt en het beleid geëvalueerd, om zo de ervaringen en verbeterpunten in beeld te brengen. Een ander belangrijk aandachtspunt is de transitie van het landelijk gebied. De veranderingen worden steeds zichtbaarder. In 2020 eindigde de stoppersregeling en konden varkenshouders deelnemen aan de warme sanering.
Een vaak moeilijk en emotioneel traject voor de betrokken boeren. Door gesprekken aan de keukentafel en coachingstrajecten, ondersteund door Vorkmeer, komen steeds meer concrete voorstellen voor een nieuwe invulling van de grond. Klimaatadaptatie, veranderende regels, de roep om circulaire landbouw, de stikstofaanpak en een vermenging met andere functies in het landelijk gebied spelen een steeds grotere rol. Een mooi voorbeeld van klimaatadaptatie is Kwistbeek. Samen met het waterschap, inwoners, ondernemers en andere betrokken partijen hebben we bij dit project al geëxperimenteerd met de Omgevingswet. In 2020 ging de schop in de grond. Samen met inwoners, ondernemers en veiligheidspartners zetten we in op een veilige leefomgeving en maatschappelijke weerbaarheid. Dit met als doel om (ondermijnende) criminaliteit buiten de deur te houden. Zo zijn er buurtapps opgezet en steken we in op het Keurmerk Veilig Ondernemen op het bedrijventerrein en in het buitengebied. Als het gaat om de aanpak van (ondermijnende) criminaliteit werken we volop samen met de regio, vanuit de Regio Deal. Dat geldt ook voor andere thema’s, zoals talent, vitaal en gezond, future farming en grensoverschrijdende samenwerking. Samen met het rijk, de provincie en regiogemeenten investeren we miljoenen in Noord-Limburg. We sluiten 2020 af met een positief resultaat van € 2,1 miljoen.
Daarmee blijft het huishoudboekje, net als de afgelopen jaren, op orde. Om onze solide financiële positie te behouden, moeten we de komende jaren blijven sparen. Tegelijkertijd willen we gericht en gedegen blijven investeren in het goede leven in Peel en Maas. En willen we de gemeenschappen blijven faciliteren met mooie initiatieven aan de slag te gaan. Het college van burgemeester en wethouders
6
I
Kerngegevens en indicatoren A. Sociale Structuur Aantal inwoners
31 december 2018
31 december 2019
31 december 2020
0 – 3 jaar
1.489
1.508
1.492
4 – 16 jaar
5.795
5.665
5.603
17 – 64 jaar
26.510
26.504
26.553
65 jaar en ouder
9.525
9.753
10.013
43.319
43.430
43.661
31 december 2018
31 december 2019
31 december 2020
Baarlo
6.510
6.510
6.484
Beringe
2.122
2.127
2.148
Egchel
1.268
1.290
1.329
Grashoek
1.649
1.650
1.656
Helden
6.227
6.210
6.245
Kessel
3.416
3.403
3.354
Kessel - Eik
794
808
802
Koningslust
1.229
1.235
1.253
Maasbree
6.520
6.512
6.626
Meijel
6.098
6.159
6.146
Panningen
7.486
7.526
7.618
43.319
43.430
43.661
Inwoners per kern
7
Aantal uitkeringsgerechtigden
31 december 2018
31 december 2019
31 december 2020
Participatiewet inkomen
315
305
334
Bijstandsbesluit Zelfstandigen (BBZ)
0
2
0
IOAW / IOAZ Werkzame personen in het kader van Wet Sociale Werkvoorziening (WSW)
59
56
48
275
220
194
31 december 2019
31 december 2020
15.940 ha.
15.940 ha
18.399
18.527
B: Fysieke structuur Oppervlakte Peel en Maas Aantal woningen
8
Indicatoren Met ingang van 2017 is de wetgeving met betrekking tot begroting en verantwoording provincies en Gemeenten (BBV) op een aantal onderdelen aangepast. Gemeenten zijn onder andere verplicht een aantal voorgeschreven prestatie-indicatoren op te nemen. Die indicatoren worden door de gemeenten niet zelf gevuld. Op landelijk schaal worden op uniforme wijze de gegevens en indicatoren verzameld en ingevuld. Op die manier heeft elke gemeente gegevens die op dezelfde manier zijn verzameld en is een betere vergelijking tussen gemeenten mogelijk. Via de website www.waarstaatjegemeente.nl worden deze gegevens ontsloten. Naast deze landelijk ter beschikking gestelde indicatoren, zijn er nog vijf indicatoren die op basis van eigen gemeentelijke informatie moeten worden ingevuld. Formatie: Fte. per 1.000 inwoners Bezetting Fte. per 1.000 inwoners Apparaatskosten: Kosten per inwoner Externe inhuur: Kosten als % van de totale loonsom + totale kosten externe inhuur Overhead: % van de totale kosten
Formatie
Fte. per 1.000 inwoners
329,18
Inwoners (per 31-12-2020) 43.661
Bezetting
Fte. per 1.000 inwoners
309,00
43.661
7,08
7,17
7,29
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
Apparaatskosten * 26.660.437
43.661
610,62
619,70
604,26
23.204.936
9,26%
7,5%
11,8%
Totale uitgaven 111.955.088
10,44%
13,6%
12,2%
FTE
Externe inhuur Ecl 30.001 - 30.099 Externe inhuur
% van loonsom Kosten externe inhuur
Overhead
% van totale lasten
2.149.231
Overheadkosten 11.686.408
INDICATOR Jaarstukken 2020 7,54
INDICATOR Begroting 2020 7,33
INDICATOR Jaarstuk k en 2019 7,46
Loonkosten
*apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken. Apparaatskosten zijn dus alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur.
9
Eenheid
Peel en Maas
Gemeenten van 25.000 - 50.000 inwoners
Jaar
Peel en Maas
Jaar
Woonlasten éénpersoonshuishouden
euro
691
700
2020
675
2019
Woonlasten meerpersoonshuishouden
euro
741
773
2020
725
2019
Gemiddelde WOZ waarde
x € 1.000
261
270
2020
246
2019
Nieuw gebouwde woningen
per 1.000 w oningen
8,1
9,2
2019
8,1
2018
kg per inw oner
38
163
2019
36
2018
%
7,1
17,6
2018
7,3
2018
Winkeldiefstal
per 1.000 inw oners
0,6
2,3
2019
0,7
2018
Diefstal uit woning
per 1.000 inw oners
2,0
2,3
2019
2,3
2018
Geweldsmisdrijven
per 1.000 inw oners
2,8
4,8
2019
1,7
2018
Vernieling en beschadigingen (in de openbare ruimte)
per 1.000 inw oners
3,7
5,9
2019
3,2
2018
Verwijzingen Halt
per 10.000 jongeren
50
132
2019
33
2018
Jongeren met delict voor rechter
%
1
1
2019
0
2018
Demografische druk
%
73,8
70,0
2020
73,7
2019
Niet-sporters
%
46,6
48,7
2016
46,6
2016
Banen
per 1.000 inw . van 15-64 jr
661,6
792,1
2019
621,5
2018
Vestigingen (van bedrijven)
per 1.000 inw 15 t/m 64 jr
145,0
151,6
2019
139,2
2018
Netto arbeidsparticipatie
%
72,5
68,8
2019
71,7
2018
Functiemenging
%
49,9
53,2
2019
48,7
2018
Personen met een bijstandsuitkering
per 10.000 inw oners
173,4
459,7
2020
146,5
1e hlfjr 2019
Cliénten met een maatwerkarrangement Wmo
INDICATOR
Omvang huishoudelijk restafval Hernieuwbare elektriciteit
per 10.000 inw oners
420
640
2020
450
1e halfjr 2019
Kinderen in uitkeringsgezin
%
3
6
2019
3
2018
Werkloze jongeren
%
1
2
2019
1
2018
Voortijdige schoolverlaters zonder start kwalificatie
%
1,10%
2,00%
2019
1,3
2018
Absoluut verzuim
per 1.000 leerlingen
1,9
2,4
2019
1,1
2017
Relatief verzuim
per 1.000 leerlingen
10
26
2019
9
2018
% van alle jongeren tot 18 jr
9,0
12,3
2019
7,2
1e halfjr 2019
Jongeren met jeugdreclassering
%
0,2
-0,4
2019
0,2
1e hlfjr 2019
Jongeren met jeugdbescherming
%
1,0
1,2
2019
0,9
1e halfjr 2019
Lopende re-integratievoorzieningen
per 10.000 inw . 15-64 jaar
268,9
202,0
2020
501,1
1e hlfjr 2018
Jongeren met jeugdhulp
Regelmatig worden de cijfers op de website www.waarstaatjegemeente.nl ververst. In de kolom “Jaar” staat het jaartal waarop de indicator betrekking heeft.
10
II
Analyse van het resultaat
De jaarstukken 2020 sluiten met een positief resultaat van € 2.109.000. De tabel hieronder bevat een globale verschillenanalyse waarbij de grootste verschillen (> € 100.000) worden verklaard tussen de begroting en het werkelijke resultaat. Een positief bedrag wil zeggen dat dit een gunstig effect heeft op het resultaat. Voor een uitgebreide verschillenanalyse en –verklaring verwijzen we u naar hoofdstuk III; de programmaverantwoording. Externe kosten afvalinzameling Peuterprogramma en SMI Diversiteit/inburgering Sociaal domein Steunfonds Corona Afroming reserve risico grondexploitatie Saldo baten en lasten/onvoorzien Overig
-/- 700.000 122.000 122.000 -/- 200.000 368.000 2.000.000 228.000 169.000 2.109.000
Externe kosten Afvalinzameling De inzamelkosten zijn fors hoger dan begroot. Door corona (hoger aanbod en regulering drukte) was het milieupark meer uren geopend. Om besmetting door corona te voorkomen, is met vaste bezetting van de vuilniswagens gewerkt en dat heeft geleid tot meerkosten. Meer aanbod van de hoeveelheid afval (mensen zijn meer thuis) leidt tot hogere inzamelkosten en hogere verwerkingskosten. Daarnaast zijn er minder inkomsten uit het afvalfonds. In 2020 hebben we een negatieve eindafrekening ontvangen van Nedvang over 2018 en hebben we moeten terugbetalen. In 2020 hadden we te maken met de naweeën van de brand in de sorteerinstallatie van Veolia in 2019 waardoor er minder PMD is gesorteerd/vermarkt en we minder inkomsten hebben ontvangen. Peuterprogramma en SMI We hebben minder uitgegeven aan Peuterprogramma en SMI. Er heeft een verschuiving plaatsgevonden in de uitgaven van Peuterprogramma en SMI naar Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) waarvoor we een specifieke uitkering van het Rijk ontvangen. Deze specifieke uitkering is fors gestegen. Deze extra middelen zijn om het mogelijk te maken dat kinderen met een VVE indicatie in plaats van 10 uur per week, nu 16 uur per week VVE-programma krijgen.
Daarnaast zijn in het budget van Onderwijsachterstandenbeleid ook extra rijksmiddelen opgenomen voor de peuteropvang om te stimuleren dat zoveel mogelijk kinderen vanaf 2,5 jaar de kinderopvang bezoeken. De derde reden voor de stijging van het Onderwijsachterstandenbudget is dat we nu ook een tegemoetkoming krijgen voor kinderen in de leeftijd van 2 jaar tot 6 jaar die een SMI indicatie krijgen. Dus uitgaven die voorheen gedekt werden uit ons eigen budget Peuterprogramma en SMI vallen nu onder de specifieke uitkering Onderwijsachterstandenbeleid. De specifieke uitkering voor OAB moeten we jaarlijks verantwoorden richting het Rijk. Diversiteit/inburgering In 2020 hebben we via de algemene uitkering een bedrag ontvangen van € 86.000 voor de invoering van de nieuwe Wet inburgering. Door de coronacrisis hebben we dit bedrag in 2020 niet uitgegeven. Dit bedrag is nodig voor de diverse pilots die in 2021 opgezet worden voor de invoering van de nieuwe Wet inburgering. Daarnaast zijn er minder activiteiten geweest vanwege de coronacrisis. 11
Sociaal domein Binnen het sociaal domein is in 2020 een tekort ontstaan van € 200.000 ten opzichte van de begroting. Het sociaal domein omvat de domeinen Participatie, Wmo en Jeugd en betreft zowel algemene als maatwerkvoorzieningen. De oorzaak van het tekort in 2020 wordt in de verschillenanalyse bij de programma’s 2.1, 2.2 en 2.3 specifiek toegelicht. In hoofdzaak zijn er drie oorzaken voor het tekort: - Door een toename van de (bijstands)uitkeringen. - In 2020 is er een compensatieregeling ingesteld om aanbieders in het sociaal domein een omzet te garanderen op het niveau van 2019. De (meer)kosten voor die regeling waren in de begroting niet opgenomen. - Bij jeugdhulp zijn er enkele specifieke casussen die ook financieel grote impact hebben. Steunfonds corona In de 1e bijstellingsrapportage van 2020 is € 500.000 beschikbaar gesteld voor een steunfonds Corona, waar verenigingen en stichtingen waarvan het voortbestaan in gevaar is vanwege corona een beroep op kunnen doen. De uitgaven in 2020 ten laste van dit steunfonds zijn € 132.000. Het ‘overschot’ willen we via resultaatbestemming weer terugstorten in de algemene reserve. Afroming reserve risico grondexploitatie Bij het stelsel van baten en lasten zoals geformuleerd in het BBV zijn het toerekeningbeginsel, het voorzichtigheidsbeginsel en het realisatiebeginsel essentiële uitgangspunten.
Baten en lasten – en het daaruit vloeiende resultaat – moeten worden toegerekend aan de periode waarin deze zijn gerealiseerd. Bij de grondexploitatieprojecten betekent dit dat de (verwachte) winst niet pas aan het eind van het project als gerealiseerd moet worden beschouwd, maar gedurende de looptijd van het project tot stand komt en ook als zodanig moet worden verantwoord. Het verantwoorden van tussentijdse winst is daarmee geen keuze maar een verplichting die voortvloeit uit het realisatiebeginsel. Bij het bepalen van de tussentijdse winst is het wel noodzakelijk de nodige voorzichtigheid te betrachten. In 2020 is volgens de voorschriften POC-winst toegevoegd aan de reserve risico grondexploitatie. Volgens de nota reserves en voorzieningen die is vastgesteld door de raad kan er € 2.000.000 vrijvallen ten gunste van het rekeningresultaat. Saldo baten en lasten/onvoorzien Het saldo van de begroting 2020 is € 172.000. Op de post onvoorzien resteert een saldo van € 56.000. Beide bedragen maken deel uit van het batig jaarrekeningsaldo 2020.
12
13
14
III
Programmaverantwoording
Op de volgende bladzijden vinden jullie de beleidsmatige verantwoording van de programma’s aan de hand van de volgende drie vragen: Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen? Heeft het gekost wat het mocht kosten?
15
Programma 1.1 Vitale leefomgeving In Peel en Maas zijn we trots op de kwaliteiten die onze leefomgeving vitaal maken en dragen we dit uit. De fysieke leefomgeving ondersteunt een vitale gemeenschap. Gemeenschappen wonen, werken en verblijven er aangenaam met elkaar en geven zelf mee inhoud aan de ontwikkelingen en behoeftes in hun omgeving. We stellen onszelf en elkaar bij nieuwe ontwikkelingen de vraag of deze ook daadwerkelijk bijdragen aan een vitale gemeenschap. Vanuit de gemeente leveren we een bijdrage aan het behouden en versterken van een vitale gemeenschap, onder anderen door het scheppen van ruime kwalitatieve kaders met oog voor diversiteit die aansluiten bij het karakter van het dorp, gemeenschap en bestaande kwaliteiten. Dit doen we met inbreng van de gemeenschap aan de hand van een duidelijke integrale gebiedsgerichte visie met focus, die gemeenschappen uitnodigt zich verder te ontwikkelen. Tevens spelen we daarbij in op uitdagingen voor de toekomst die noodzakelijk zijn voor behoud van een vitale gemeenschap. Soms doen we dit als regisseur, vaak als partner en soms als ondersteuner van processen in de dorpen. Daarbij zoeken we naar en staan we open voor de creativiteit en kwaliteit van de mensen in de omgeving en laten dat meewegen bij de uiteindelijke vormgeving.
We geloven in deze dynamische tijden meer en meer in tijdelijkheid en flexibiliteit door uit te gaan van doelen, in plaats van uitgaan van in beton gegoten regels. We geven inwoners en bedrijven vanuit hun gemeenschap de gelegenheid zelf te komen met initiatieven die passend zijn binnen de kwalitatieve kaders. Daarbij stellen we ons uitnodigend, ondersteunend, faciliterend waar nodig en als vraagbaak op in de planontwikkeling en coöperatief in de uitvoering.
Hebben we bereikt wat we wilden bereiken ? 1 Behouden van het goede en ruimte voor het betere.
Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen? 1.1
We ondersteunen de beweging om de identiteit van de dorpen en het landschap te behouden en te versterken. We ondersteunen actief bij het beschrijven en uitwerken van die identiteit, voorbeelden daarvan zijn de dorpen Helden, Baarlo, Kessel en Maasbree. De identiteit van deze verschillende dorpen en landschappen zijn in 2020 binnen verschillende projecten versterkt. Het vormt een leidraad in ruimtelijke ontwikkelingen. Bijvoorbeeld in Helden, door de aanpak van het Mariaplein, samen met het Heljes Pedje. De Heldense Bossen vormt in de ontwerpen de basis. Ook in het buitengebied herkennen we de parels van Peel en Maas en hierop is verder gebouwd in 2020. Zo is het Omgevingsplan Kwistbeek vastgesteld, waarin we ruimte geven voor aanpassingen met oog voor de kwaliteiten van het gebied.
1.2
We benutten bestaande bebouwing en sturen op hergebruik én transformatie boven uitbreiding en nieuwvestiging. Daar waar dit niet mogelijk is, wordt er zorg gedragen voor hetgeen achterblijft. In 2020 is het beleid rond Wonen verder uitgewerkt. Hierin geven we hergebruik en inbreiding boven uitbreiding het primaat. In dit kader zijn we gestart met een project om herstructureringslocaties in beeld te brengen. In 2021 ronden we dit af. Hiermee zorgen we voor inzicht in de opgaven voor de dorpen en ontwikkelaars. Daarnaast benutten we in het buitengebied bestaande bebouwing. Diverse vrijkomende agrarische bebouwingen 16
zijn omgezet naar nieuwe functies. Ook zijn er concrete plannen opgepakt in 2020 waarbij inbreiding en herinvulling een grote rol speelt, zoals: - Herontwikkeling Voormalig SIF terrein - Herontwikkeling Hoek Veersepad-Beeselseweg - Uitbreiding De Paast (St. Jozef) Meijel - Herontwikkeling Roode Eggeweg 1.3
We gaan op een duurzame, bewuste wijze om met onze fysieke leefomgeving en koesteren de diversiteit hiervan. Hierin stimuleren en faciliteren we het gemeenschappelijk eigenaarschap van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Vanuit de kernwaarde duurzaamheid spelen diverse zaken die effect hebben op de fysieke leefomgeving. Denk hierbij vooral ook aan de realisatie van wind- en zonne-energie. In de duurzaamheidsagenda die de raad vaststelde in 2020 is aangegeven hoe we deze ontwikkelingen een plaats geven in de fysieke leefomgeving. Voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) hebben wij in oktober 2019 een koersdocument vastgesteld. Op basis van dit koersdocument zijn in 2020 veel gesprekken gevoerd met bewoners en ondernemers in de gebieden nabij de Maas. Hieruit ontstaan vanuit de gemeenschap mooie ideeën om de gebieden te transformeren. Hierbij komen ruimte voor de rivier, economische potentie en veiligheid samen. In die diversiteit van ontwikkeling vinden we ook de opgave op het gebied van energietransitie terug. In dit kader kan vermeld worden de start bouw in 2020 van Windpark Egchelse Heide.
1.4
We zorgen voor verbindingen en balans tussen de verschillende functies en waarden van de fysieke omgeving. Onze rol hierin is faciliterend. Zodra nieuwe initiatieven zich voordoen, wegen we deze integraal af. We onderzoeken hoe deze zich verhouden tot de omgeving en zoeken daarin de juiste balans. Denk daarbij aan de woon- en leefkwaliteit maar ook ruimte voor ondernemen. We herkennen dat ieder dorp uniek is. We erkennen dat er gebieden zijn die zich meer lenen voor bepaalde functies dan andere gebieden. Daarnaast zien we ook de kansen voor de vervlechting van deze functies. Drie concrete voorbeelden die in 2020 in uitvoering zijn gebracht zijn de VMBO locatie in Panningen, Piushof in Panningen en kindcentrum Meijel.
1.5
Daar waar dit wettelijk nodig is verlenen we toestemming en maken hierdoor, klantgericht en vraaggestuurd, activiteiten mogelijk van inwoners en bedrijven en zien daarop toe. Dit betreft de reguliere werkzaamheden voor vergunningverlening en toezicht die conform planning en kwaliteitseisen zijn uitgevoerd. Ondanks corona zijn de aantallen vergunningen nagenoeg gelijk gebleven en zijn de legesinkomsten zelfs iets hoger dan vorig jaar. 17
Bij vergunningen en toezicht zetten we standaard in op preventie, vertrouwen en communicatie. We informeren en adviseren over het te volgen proces, stellen randvoorwaarden en managen verwachtingen zodat het gevraagde initiatief gerealiseerd kan worden. Deze adviesrol wordt overigens ook ingenomen door de ruimtelijke adviseurs van de gemeente die aan de voorzijde van een initiatief betrokken zijn. Bij toezicht werken we branchegericht, gebiedsgericht en informeren/adviseren we over geldende regels en op welke manier men hier het beste aan kan voldoen binnen de eigen bedrijfsvoering. We geven daarbij ruimte voor eigen verantwoordelijkheid. Voor zover hierbij sprake is van zogenoemde basistaken (het milieudeel) vindt uitvoering plaats binnen de (kaders van de) GR Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord. Via een RIB stelden wij u ook in 2020 elk kwartaal op de hoogte van alle afgehandelde omgevingsvergunningen en principeverzoeken. Wij spraken met u af om u sneller te informeren over principestandpunten. Vanaf november 2020 bieden wij de antwoordbrief op een principeverzoek ter informatie aan u aan. 2 Een fysieke leefomgeving die samen met de gemeenschap ontwikkeld is.
2.1
We dagen gemeenschappen uit om mee inhoud te geven aan hun fysieke leefomgeving. En we sluiten met onze beleidsprocessen aan op deze beweging. We faciliteren in gemeenschappen diverse processen die gericht zijn op hun fysieke leefomgeving, zie uitvoeringsafspraak 1.1 en 2.2. Dit gebeurt in samenspraak en afstemming met programma 3.1 van de kaderstelling Vitale gemeenschappen. Net als in 2019 hebben we in 2020 onder andere op initiatief van de dorpen Helden, Maasbree, Baarlo en Kessel-Eik ondersteuning geboden in hun proces om te komen tot of uitvoering te geven aan een toekomstvisie en daaruit voortvloeiende deelprojecten. Ook faciliteerden we het proces van de samenwerkingspartners van Pius Park om te komen tot een toekomstbestendige sportieve omgeving in Panningen. In het kader van de invoering van de Omgevingswet werken we aan één integrale omgevingsvisie voor Peel en Maas. Deze integrale omgevingsvisie vervangt ons sectoraal ingestoken beleid. De visie heeft als doel een waardevolle bijdrage te leveren aan het goede leven in Peel en Maas. De omgevingsvisie moet onze gemeenschappen en initiatiefnemers uitnodigen en handvaten bieden om samen met ons invulling te geven aan de opgaven in de fysieke leefomgeving. In het pilotproject Kwistbeek hebben we geëxperimenteerd met de instrumenten uit de Omgevingswet.
Samen met het waterschap en de dorpsoverleggen Baarlo en Helden hebben we de bewoners, ondernemers en stakeholders in het gebied betrokken. In 2020 zijn we samen gekomen tot een vastgesteld omgevingsplan voor het gebied Kwistbeek en zijn we gestart met de uitvoering ervan. 18
2.2
We stimuleren dialoog over invulling van ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. We sturen actief in de principeverzoekfase op dialoog met de omgeving en faciliteren waar nodig gesprekken tussen initiatiefnemer en omgeving. In processen en projecten betrekken we aan de voorkant alle stakeholders en voeren we de dialoog over invulling van hun fysieke leefomgeving. Bij de invoering van de Omgevingswet vanaf 1 januari 2022 krijgt participatie een nog belangrijkere rol. In het kader hiervan is in 2020 een aanzet gemaakt om tot een handreiking participatie te komen. De handreiking is een hulpmiddel voor initiatiefnemers om hen op weg te helpen met het voldoen aan de eis van participatie in de Omgevingswet.
2.3
We werken aan partnership en netwerkontwikkeling. Binnen de diverse thema’s werken we samen met de regiogemeenten en de P10-gemeenten. In de dagelijkse praktijk vooral ook met de dorpen in het kader van gebiedsgericht werken. Deze samenwerking is meer kracht bijgezet door de inzet van kerncontactpersonen. Hiermee is er een vast aanspreekpunt per dorp. De kerncontactpersonen hebben in 2020 diverse gesprekken gevoerd met de dorpen. Daardoor is de relatie verder uitgebouwd en weet de gemeente beter wat er speelt in de dorpen. De gemeenschappen weten de weg naar de gemeente ook steeds beter te vinden. Verder spelen de kerncontactpersonen een rol in het bewaken van de rolzuiverheid tussen gemeenschap en gemeente. Daarover worden zowel intern als extern gesprekken gevoerd. Voor dit onderdeel wordt verder verwezen naar programma 3.1 van de kaderstelling Vitale gemeenschappen.
3 Bedrijvigheid in balans met de omgeving.
3.1
We zorgen voor verbindingen en balans tussen economische en ruimtelijke waarden. Zie hiervoor ook 1.4. Om uitvoering te geven aan het principe dynamisch voorraadbeheer, zoals vastgesteld in het POL en de bijbehorende bestuursafspraken, hebben we in de afgelopen jaren op regionaal niveau gewerkt aan een ruimtelijk kwaliteitskader om samenhangende afwegingen te kunnen maken. Deze kaders vormen de basis voor de beoordeling van initiatieven die voorbij zijn gekomen in 2020. In verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is in 2020 een start gemaakt om te komen tot een omgevingsvisie voor Peel en Maas. In dit proces maken we de vertaling van de nu nog sectorale kwaliteitskaders naar een integrale visie.
3.2
We hebben aandacht voor de transitie in het landelijk gebied. Hiervoor stellen wij een plattelandsagenda op. In 2020 zijn we gestart met het Programma Vitaal en Verbonden Buitengebied (plattelandsagenda). Het doel van het programma is het bieden van houvast bij de strategische (verander)opgaven welke spelen in het 19
buitengebied. Het programma is een manier van samenwerken gericht op het behalen van de strategische doelen voor het buitengebied zoals geformuleerd in de door de gemeenteraad vastgestelde kaderstellingen. Speerpunten in dit programma zijn de landbouw- en voedseltransitie, leegstand en wonen. Daarnaast hebben we in 2020 deelgenomen aan diverse processen met het oog op de transitie in het landelijk gebied: - Project stoppers Wet ammoniak en veehouderij (Stoppers 2020): Met ingang van 1 januari 2020 moesten alle veehouderijen voldoen aan het Besluit emissiearme huisvesting. Ondernemers die onder de werkingssfeer van actieplan Ammoniak en veehouderij vielen, zijn in de afgelopen jaren meermaals aangeschreven en er hebben diverse keukentafelgesprekken plaatsgevonden. Zij hebben de mogelijkheid gekregen om zich in te schrijven voor een coachingstraject “Samen aan de Keukentafel”. Fysieke milieucontroles of er daadwerkelijk voldaan werd aan het Besluit emissiearme huisvesting zijn verricht. In geval er niet voldaan werd aan het besluit, is er handhavend opgetreden. Vergunningen zijn aangepast, en daar waar van toepassingen zijn deze komen te vervallen. Ondernemers die alsnog een doorstart wensen te maken, zijn begeleid in het vergunningentraject. In december 2020 is het project afgerond. In totaal zijn 75 agrarische bedrijven betrokken geweest bij dit project.
Deze zijn begeleid bij een eventuele doorstart, het stopzetten of omvormen van hun bedrijf. Van deze 75 bedrijven: Gaan er 26 locaties door als intensieve veehouderij Staken de overige 49 ondernemers hun intensieve veehouderij activiteiten waarbij ze omschakelen naar een andere extensieve diercategorie of andere agrarische activiteiten of stoppen als agrariër. - Saneringsregeling Varkenshouderij (Warme sanering): Naar verwachting zal een tiental varkenshouders in onze gemeente gebruikmaken van het aanbod van het Rijk om vervroegd hun intensieve veehouderij activiteiten te staken. In 2020 hebben deze ondernemers de mogelijkheid gekregen om zich in te schrijven voor een coachingstraject “Samen aan de Keukentafel”. Ondernemers zijn daarnaast begeleid in het maken van toekomstplannen voor hun locatie.
Hebben we bereikt wat we wilden bereiken ? 4. Een klimaatadaptieve en klimaatneutrale fysieke leefomgeving. We zijn klimaat- en energieneutraal in 2050.
Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen? 4.1
We passen onze fysieke leefomgeving aan het klimaat aan. Specifiek op het gebied van wonen betekent dit dat we: Bestaande woonwijken klimaatadaptief maken en bij nieuwbouw het goede voorbeeld geven; 20
Werken aan de energietransitie in de bestaande woningvoorraad en bij nieuwbouw het goede voorbeeld geven; Het gebruik van duurzame bouwmaterialen stimuleren. Om onze fysieke leefomgeving aan het klimaat aan te passen hebben we in 2020 de volgende acties opgepakt: We startten met het opstellen van de Transitievisie Warmte. Deze Transitievisie Warmte is een plan van aanpak waaruit blijkt wanneer welke wijk losgekoppeld wordt van het aardgas. We actualiseerden de basisinformatie op de website voor het verduurzamen van woningen. We stelden achtereenvolgens de uitgangspuntennotitie Regionale Energie Strategie en de concept Regionale Energie Strategie (RES) vast. Daarnaast zijn er enkele concrete projecten opgestart en/of uitgevoerd in 2020. We startten onder anderen met de realisatie van de nieuwe, duurzame basisschool Den Doelhof als onderdeel van het Kindcentrum Meijel. In de loop van 2020 is ook de herinrichting van deze omgeving opgepakt. Hierin wordt voorzien in het aanleggen van klimaatadaptieve voorzieningen waardoor het gehele gebied, inclusief bebouwing en terreinen, afgekoppeld wordt. Daarnaast is er veel aandacht voor de vervanging en het aanplanten van bomen en struiken. De uitvoering loopt door in 2021.
Verder is in 2020 gestart met de voorbereidingen en de bestemmingsplanwijziging voor de aanleg van een nieuwbouwwijk van 12 woningen, De Groene Pijl in Beringe en het plan Meester Cruijsberghof in Grashoek. De uitvoering vindt plaats in 2021. Deze wijken worden volledig klimaatadaptief ingericht.
5. Gezonde, veilige, toegankelijke en slimme(re) mobiliteit.
4.2
We stellen een duurzaamheidsagenda op. In 2020 is de Duurzaamheidsagenda vastgesteld. Deze duurzaamheidsagenda geeft kaders voor de uitvoering van de programmadoelen die gaan over energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie. Verder participeren we in andere lokale en regionale initiatieven en processen op het gebied van duurzaamheid zoals bijvoorbeeld de Regionale Energie Strategie (RES).
5.1
We zorgen voor een goede bereikbaarheid van voorzieningen. In projecten en overleggen houden wij rekening met bereikbaarheid van voorzieningen in de openbare ruimte, zoals openbaar vervoer en toegankelijkheid voor mindervaliden in de openbare ruimte.
5.2
We behouden en verbeteren de verkeersveiligheid. Lokaal hebben we ingezet op het verbeteren van verkeersveiligheid door middel van reconstructies van wegen conform de principes Duurzaam Veilig. Voor concrete projecten, zie programma 1.2. 21
In overleg met scholen zijn op een aantal locaties kleine verkeersmaatregelen getroffen of zijn gesprekken gevoerd over het beïnvloeden van verkeersgedrag rond de scholen. Daarnaast overlegden wij met bewoners, dorpsoverleggen, Arriva en de provincie Limburg o.a. over het afhandelen van vragen, meldingen, het nemen van verkeersmaatregelen en het uitwerken van initiatieven en projecten. In 2020 zijn op basis hiervan andere snelheidsremmende maatregelen gerealiseerd op locaties in Beringe en Panningen en zijn er led attentieborden geplaatst op de Kennedylaan in Panningen i.v.m. het oversteken door scholieren. Regionaal dragen we bij aan het regionale mobiliteitsbeleid Trendsportal (www.trendsportal.nl). Met RMO zetten we in op regionale afstemming voor verkeersveiligheid/gedragsbeïnvloeding, actieve mobiliteit, fietsbereikbaarheid en openbaar vervoer.
6. Woningbestand duurzaam in balans.
5.3
We stimuleren en faciliteren initiatieven die betrekking hebben op het verbeteren van het milieu en het versnellen van de energietransitie op het gebied van mobiliteit. Samen met alle Noord Limburgse gemeenten werken we binnen Trendsportal samen aan Slimme Mobiliteit voor morgen. Het doel is een structureel aanbod van duurzaam deelvervoer in de gemeenten. In 2020 is een aanbesteding gedaan en in 2021 komt duurzaam deelvervoer beschikbaar voor de medewerkers, burgers en bedrijven.
6.1
De juiste woning: we brengen, met het oog op morgen, in samenwerking met gemeenschappen en overige betrokkenen, vraag en aanbod kwalitatief in overeenstemming. Dit doen we op de volgende manieren: Bestaande woonwijken transformeren naar woningen geschikt voor ouderen en kleine huishoudens; Nieuw te bouwen woningen moeten geschikt zijn voor de behoefte van morgen: woningen voor ouderen en kleine huishoudens; Met flexibele/ tijdelijke woningen spelen we in op de vraag van vandaag: woningen voor jongeren en andere urgente doelgroepen. In 2020 is het woningmarktonderzoek voor Peel en Maas definitief vastgesteld. Dit onderzoek geeft ook inzicht in het type woningen waar behoefte aan is. Nieuwe plannen worden hieraan getoetst. Iedere woning moet levensloopbestendig of anderszins toekomstbestendig zijn. Dit woningmarktonderzoek is tot stand gekomen in overleg met de zogenoemde woontafel. In deze woontafel hebben zitting vertegenwoordigers van: makelaars, corporaties, zorgaanbieders, aannemers, financiële instellingen en producenten van tijdelijke concepten. Begin 2021 wordt het woningmarktonderzoek geactualiseerd. Op die manier monitoren we of we met de goede dingen bezig zijn en of het nodig is zaken bij te stellen. Met de dorpen voeren we het ‘goede gesprek’ waarin de 22
kwalitatieve opgave, inclusief de maatschappelijke vraagstukken, worden besproken. Met een aantal dorpen hebben we dit proces opgepakt in 2020. In de andere dorpen wordt dit in 2021 opgepakt. Om leegstand in de toekomst te voorkomen en te voorzien in de acute vraag van vandaag, zijn we met partijen in overleg om een deel van de behoefte ingevuld te krijgen met tijdelijke concepten. Deze voorzien in de behoefte van nu, maar kunnen op termijn (over 10 tot 15 jaar) weer uit de markt gehaald worden. Daarbij gaan we ervan uit dat er dan een meer ontspannen woningmarkt is en de bestaande voorraad deze behoefte weer kan opvangen. 6.2
Het juiste aantal woningen: we brengen, met het oog op morgen, in samenwerking met de gemeenschappen vraag en aanbod kwantitatief in overeenstemming. Dit doen we door onze planvoorraad af te stemmen op de behoefte, met een ambitie om instromers aan ons te binden. De uitkomsten van het woningmarktonderzoek verwerken we continu in de woningbouwprogrammering. We zien dat er in het laatste kwartaal van 2020 veel ontwikkelingen gaande zijn waardoor de marktruimte plus, zoals die in het marktonderzoek in 2020 is vastgesteld, al voor een groot deel ingevuld wordt. Daar bovenop is vanwege de verwachte instroom van arbeidsmigranten een extra woningvraag van 30 tot 40 woningen per jaar te motiveren, mits aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan. Daarom zal goed gemonitord moeten worden of deze trend zich daadwerkelijk voordoet. Deze monitoring volgt uit het actualiseren van het woningmarktonderzoek in 2021. Hierbij ook wordt ingegaan op de effecten van corona, en de verwachte instroom van internationale werknemers wordt meegenomen. Indien nodig wordt de woningbouwprogrammering bijgesteld. Ook in het gesprek met de dorpen bespreken we het onderdeel ten aanzien van de aantallen. Verder informeren we u ieder kwartaal over wat er per kern gebeurt op het gebied van wonen via de kwartaalrapportage wonen.
6.3
We bouwen op de juiste plek: op duurzame locaties. Dit doen we door: wonen in principe plaats te laten vinden in de kernen; te sturen op hergebruik boven uitbreiding en nieuwvestiging. Tegelijkertijd dragen we zorg voor hetgeen achterblijft. Uitgangspunt is en blijft dat er in iedere kern gebouwd kan worden. Dat kan op particuliere bouwkavels, gemeentelijke woningbouwplannen of in plannen van ontwikkelende partijen. Daarnaast geeft ook de beleidsregel woningbouwverzoeken 2018 ruimte om de realisering van aanvullende woningen toe te staan, waarbij we nauwgezet 23
kijken dat dit op de juiste locatie gebeurt. We hebben daarom de locaties waar op de kortere of langere termijn een herbestemming nodig is in beeld gebracht (de zogenoemde herstructureringslocaties zoals eerder al beschreven). Deze locaties stemmen we af met de dorpen en andere partners en stakeholders. Vervolgens brengen we de kansen en mogelijkheden voor deze locaties in beeld. We zien dat er al verschillende herstructureringslocaties opnieuw ingevuld worden met nieuwe woningen. Hiervan houden we u op continue basis op de hoogte middels de principebesluiten die met u als raad gedeeld worden. 6.4
We dragen bij aan het realiseren van een passend en voldoende huuraanbod. Dit doen we door: bij te dragen aan het betaalbaar houden van huurwoningen voor inwoners die niet zelf in een woning kunnen voorzien en jongeren; oog te hebben voor voldoende vrije sector huur voor de middeninkomens. In de concrete woningbouwverzoeken, ook van particuliere investeerders, sturen we nadrukkelijk op het bouwen van sociale en midden huurwoningen. Dat heeft onder meer geleid tot ten minste 44 vergunning(aanvragen) op uiteenlopende locaties in Peel en Maas. Ook hebben we met de corporaties afgesproken dat we in 2021 nog intensiever gaan samenwerken in een versnellingsteam. Doel is om de komende jaren minimaal 100 (sociale) huurwoningen toe te voegen en die onderdeel te laten zijn van de bredere maatschappelijke opgaven. Dit met een doorkijk naar de totale opgave zoals die uit (de update van) het marktonderzoek wonen blijkt. Onder meer zijn hiervoor locaties in Maasbree, Panningen en Kessel concreet in beeld.
6.5
We hebben extra oog voor doelgroepen met bijzondere aandacht. Dit doen we door te zorgen voor: kwantitatief en kwalitatief voldoende woonruimte voor nieuwkomers, zorgbehoevenden/kwetsbare groepen; zorgdragen voor voldoende woonwagens en/of standplaatsen; wijken inrichten op het ontmoeten en zorgen voor elkaar. In het woningmarktonderzoek is rekening gehouden met een aandeel woningen voor de instroom van internationale werknemers. In de update van dit onderzoek wordt dit onderdeel meegenomen. Tevens is er aandacht voor het goed monitoren in hoeverre deze doelgroep zich daadwerkelijk permanent vestigt in onze gemeente. Voor de huisvesting van statushouders hebben we afspraken gemaakt met de corporaties in de prestatieafspraken. Huisvesting van deze doelgroep wordt meegenomen in de maatschappelijke opgave waar we met de corporaties versneld aan gaan werken (versnellingsteam). 24
Ook hebben we aandacht voor de realisatie van (mantel)zorgwoningen. Ieder kwartaal wordt de raad op de hoogte gebracht wat er per kern gebeurt op dit gebied in de kwartaalrapportage wonen. Verder stimuleren we het zorgen voor elkaar en faciliteren we plannen die daarin voorzien. Een voorbeeld daarvan is het woon/zorg-complex aan het Veersepad in Kessel. Verder wordt beleid ontwikkeld op het gebied van mantelzorg. In 2020 hebben we 9 startersleningen verstrekt waarmee starters een eerste woning konden kopen. Daarvan neemt de provincie 75% voor haar rekening. Er liggen nog 9 aanvragen om een starterslening ter beoordeling bij SVN. Verder is het type starterswoning een woonsoort waar we nadrukkelijk op sturen bij woningbouwverzoeken. Bij het ontwikkelen van nieuwe woningbouwplannen wordt de openbare ruimte zo ingericht dat ontmoeten en zorgen voor elkaar logisch aansluit. Een voorbeeld daarvan zijn de nieuwe woningen aan Piushof en de ontwikkeling van de voormalige VMBO locatie. Samen met de corporaties zetten we stappen om te voorzien in de behoefte aan woonwagens en standplaatsen. Dit naar aanleiding van het onderzoek dat provinciebreed is uitgevoerd.
Wat hebben we verder binnen dit programma gedaan?
Advisering binnen ruimtelijke procedures; Coördinatie, begeleiding en planning van project- en procesactiviteiten; Actueel houden en monitoren van beleidsonderdelen zoals intensieve veehouderij en huisvesting short-stay arbeidsmigranten; Afhandeling van ruimtelijke procedures en projecten en reguliere werkzaamheden in het kader van vergunningverlening en toezicht; Aankoop en verkoop van gronden; Grondexploitatie.
Heeft het gekost wat het mocht kosten?
Baten Lasten Saldo
Realisatie begrotingsjaar 7.310.398 8.893.890 -1.583.492
Raming begrotingsjaar ná wijziging 4.550.543 10.258.142 -5.707.599
Raming begrotingsjaar vóór wijziging 1.432.404 5.110.686 -3.678.282
Het programma 1.1 laat over 2020 een positieve afwijking van € 4.124.107 zien. De baten zijn € 2.759.855 hoger dan begroot en de lasten zijn € 1.364.252 lager dan begroot zodat er per saldo een positieve afwijking resteert.
25
De afwijkingen kunnen (afgerond op € 1.000) als volgt worden verklaard: Lasten: Lagere doorverdeelde kosten team OO € 96.000. De doorverdeelde kosten voor inzet van personeel op product 1.1 voor het deel Omgevingsontwikkeling zijn in 2020 lager geweest dan begroot. Met name voor onderdeel beleid ruimtelijke ordening zijn deze lager geweest. Lagere kapitaallasten € 92.000 door een lager toe te rekenen renteaandeel. Lagere uitgaven meerjarenprojecten € 675.000. Voor de projecten Kwistbeek en Toekomstbeeld Helden zijn de beschikbaar gestelde budgetten in 2020 geheel opgenomen terwijl dit meerjaren projecten betreft. De bedragen die in 2020 zijn uitgegeven, zijn ook gedekt door eveneens lagere uitnames uit reserves. Het deel van de budgetten dat niet is uitgegeven zal de komende jaren nog beschikbaar zijn en worden ook gedekt door uitnames uit reserves. Lagere uitgaven projectonderzoek verkabeling hoogspanningsleiding Kessel € 80.000. Dit projectonderzoek is in 2020 nog niet volledig opgepakt. Dit zal in 2021 verder worden opgepakt. Tegenover deze lagere uitgaven staat ook een lagere uitname uit reserves. Lagere uitgaven meerjarig project invoering Omgevingswet € 198.000. Door een verder uitstel van de invoering van deze wet zullen sommige onderdelen later plaatsvinden. Het budget zal de komende jaren verder nodig zijn.
Tegenover deze lagere uitgaven staat ook een lagere uitname uit reserves. Lagere advieskosten en inhuur voor procedures € 119.000. Er is in 2020 minder extern advies en expertise ingehuurd voor (formele) procedures bestemmingsplanwijzigingen dan begroot. Lagere uitgaven voor duurzaamheid € 41.000. Er zijn minder bijdragen verstrekt en advieskosten gemaakt voor duurzaamheidszaken. Lagere kosten (erf)pachten door lagere rente € 40.000. De door te verdelen rentekosten zijn door regelgeving lager uitgevallen. Hogere doorverdeelde kosten team VTH -/- € 41.000. Er zijn meer uren administratieve ondersteuning nodig geweest in verband met meer vergunningaanvragen. Overige uitgaven per saldo € 64.000 lager. Per saldo zijn er op de diverse producten binnen 1.1 vele kleinere afwijkingen geweest. Per saldo is er € 64.000 minder uitgegeven. Baten: Hogere (erf)pacht -,huuropbrengsten en recht van opstal € 66.000. Er zijn in 2020 meer percelen uitgegeven. Hogere opbrengsten leges en kostenverhaal € 147.000. In 2020 zijn meer opbrengsten ontvangen voor zaken die zijn afgerond. Resultaat grondexploitaties € 2.485.000. In 2020 is er een hoger resultaat door tussentijdse winstneming en het afsluiten van projecten. Zie hiervoor ook de paragraaf grondbeleid voor een toelichting per project. Hogere inkomsten RUD € 17.000.
De extra baten komen voort uit een verrekening die plaatsvindt omdat Peel en Maas incidenteel meer producten aan het netwerk heeft geleverd.. 26
Hogere inkomsten omgevingsvergunning € 48.000. De inkomsten zijn hoger dan begroot door meer aanvragen omgevingsvergunning. Overige baten per saldo € 3.000 lager. Per saldo zijn er op de diverse producten binnen 1.1 vele kleinere afwijkingen geweest. Per saldo is er € 3.000 minder ontvangen.
27
Programma: 1.2 Beheer fysieke leefomgeving
Een goed toegankelijke, kwalitatief goede, duurzaam ingerichte en onderhouden openbare ruimte is van grote waarde voor vitale gemeenschappen. De openbare ruimte staat ten dienste van de gemeenschap en nodigt inwoners en bedrijven uit zich te ontwikkelen. Het is de plek waar mensen elkaar ontmoeten, waar gemeenschappen hun activiteiten ontplooien en het draagt bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor mensen en bedrijven. Het eigenaarschap van de openbare ruimte mag dan mogelijk juridisch bij de overheid liggen, mentaal is de omgeving – straat, buurt, wijk, dorp – eigenaar van de openbare ruimte. Die visie op de openbare ruimte is een uitdaging voor de overheid, maar ook voor de mensen die gewend zijn zich in hun eigen privédomein terug te trekken. Die visie schept letterlijk een ruimte waar eenieder vrij in kan stappen, die ook beleefd en gevoeld wordt als gemeenschappelijk, als openbaar, als van ons allen. Als gemeente kunnen wij dat gevoel niet afdwingen of opdringen, maar we kunnen samen met inwoners wel manieren bedenken om dat mentaal eigenaarschap weer meer terug te geven aan de omgeving, waarbij we oog hebben voor de diversiteit aan dorpen, wijken en buurten. We stellen ons meedenkend en meewerkend op wat betreft zaken waar mensen om vragen, waar ze enthousiast over zijn.
We sluiten aan op ontwikkelingen in kernen en op de behoefte van mensen om betekenis te hebben. Door de omgeving invloed uit te laten oefenen op ontwerp en beheer kan een leef, werk- en vrijetijdsomgeving ontstaan die van en voor iedereen is en waar inwoners actief gebruik van maken en zich mentaal eigenaar voelen. Bij het maken van keuzes over het beheer van de openbare ruimte speelt duurzaamheid en klimaatadaptatie uitdrukkelijk een rol.
Hebben we bereikt wat we wilden bereiken ? 1 Een kwalitatief goede, duurzaam ingerichte en onderhouden openbare ruimte die de eigen identiteit versterkt.
Hebben we gedaan wat we ervoor zouden doen? 1.1
We nemen de eigen identiteit als uitgangspunt bij de herinrichting van de openbare ruimte. Vele projecten zijn afgerond, zijn in uitvoering of worden voorbereid samen met de omgeving (bewoners, bedrijven en belangengroeperingen etc.). Binnen de randvoorwaarden wordt volop ruimte gegeven aan wensen van onze burgers om een gedragen invulling aan deze projecten te geven. Dit kan bij het ontwerpen, maar ook bij het maken van afspraken over het beheer en onderhoud. Ondanks corona loopt de uitvoering ‘gewoon’ door en lukt het ons om de projecten toch goed voor te bereiden. Er wordt, binnen de vigerende regels, gezocht naar creatieve manieren om burgers en belanghebbenden nauw te betrekken bij de voorbereiding. Dit gebeurt nu vooral digitaal en in hele kleine groepen met slechts enkele personen en dat verloopt naar tevredenheid. Onderstaand een overzicht van de projecten. Afgeronde projecten: Baarlo: reconstructie de Berckt-Brangk-Ingweg Helden: realisatie parkeerplaats Molenstraat Kessel: reconstructie Baarskampstraat Maasbree: vervanging probleembomen buurt Heierveld Meijel: reconstructie Jan Truijenstraat Panningen: herinrichting omgeving Huis van de Gemeente en Parklaan, afkoppelen en herinrichting Panningen-Zuid, Peel en Maas: renovatie vrijverval riolering-IBA’s-gemalen, aanpassing diverse drempels en plateaus, groot onderhoud wegen, aanleg glasvezel buitengebied etc. 28
Projecten in uitvoering: Beringe: woonrijp maken St. Josephschool, reconstructie wegen en aanpassing riolering industrieterrein Grashoek: bouwrijp maken Mr. Cruijsberghof Kessel: realisatie Maasboulevard Maasbree: woonrijp maken Kloostertuin, groot onderhoud en verkeersmaatregelen Rozendaal-Sevenumseweg Meijel: afkoppelen en herinrichten Hagelkruisveld Panningen: woonrijp maken Piushof Peel en Maas: advisering en toezicht diverse inbreidingsen uitbreidingsplannen van RvR en projectontwikkelaars Projecten in voorbereiding: Baarlo: reconstructie Napoleonsbaan incl. gedeelte riolering en nieuwe aansluiting Kuukven, aanpassen parkeerplaats de Kazing, aanleg fietspad Kuukven - VV Baarlo, deelprojecten Kwistbeek: afkoppelen KieënwegBong-Scheresweg en de herinrichting van het Kasteelpark Beringe: reconstructie Meijelseweg, fietspad (en eventuele aanpassing nabij rotonde), aanpassing infrastructuur Beringe Buiten en Past. Geurtsstraat, bouwrijp maken Groene Pijl Egchel: herinrichting Muldersweg-Thomassenstraat-Van Agchelstraat, herinrichting gedeelte Ghielenhofweg Grashoek: groot onderhoud/herinrichting Helenaveenseweg- Ontginningsweg-Marisstraat-Roomweg Helden: Heljes Pedje, herinrichting rijbaan Schrames, herinrichting wegvak Neerseweg, deelprojecten Kwistbeek: waterberging Schans en Stogger Kessel: herinrichting Merwijck-Perkerveld-Keverbergplein e.o.
Koningslust: afkoppelen gedeelte Poorterweg Maasbree: afkoppelen en reconstructie buurt Achter de Hoven, Groot onderhoud wegen en riolering Oude Heldenseweg-Leeuwerik-Laar-Schuttenbos, groot onderhoud riolering Siberië Meijel: herinrichting openbare ruimte kindcentrum, groot onderhoud/herinrichting Jan Thijssensteeg-SteegstraatKapelkesweg, voorbereiding groot onderhoud Heldensedijk en vervanging brug Peel en Maas: groot onderhoud diverse bruggen, viaducten, enz., aanleg glasvezel kleine kernen, groot onderhoud riolering en renovatie hoofdgemalen, groot onderhoud wegen, bomenplan aanplant 7319 bomen, uitvoering geven aan 1 miljoen bomenplan van de provincie. We zorgen gebiedsgericht voor een kwalitatief goed ingerichte en onderhouden openbare ruimte. We maken daarbij onderscheid in de na te streven beeldkwaliteit volgens de landelijke standaard voor beeldkwaliteitsniveaus: (A is het hoogste onderhoudsniveau)
29
Gebieden Niveau Woongebieden B Centrumgebieden en toeristische gebieden A Bedrijventerreinen – wegen B Bedrijventerreinen – overige onderdelen C Buitengebied – wegen B Buitengebied – overige onderdelen C Het dagelijks beheer en onderhoud voeren we uit volgens het Uitvoeringsplan openbare ruimte 2016-2021 en het Gemeentelijk Riolerings Plan 2017-2021. Ondanks corona wordt er voldaan aan de door de raad vastgestelde beeldkwaliteitsniveaus. Het werk is ‘gewoon’ doorgegaan. 1.2
Ontwerp en onderhoud is gericht op een lange levensduur zonder dat onderdelen (op termijn) ontoelaatbare overlast en schade opleveren. Onderhoud van de openbare ruimte gebeurt zowel door onze Buitendienst als door externe aannemers. Sociale duurzaamheid is daarbij een zeer belangrijk uitgangspunt. Ook worden mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt ingezet. Het Mens Ontwikkel Bedrijf van onze Buitendienst is onveranderd succesvol: in 2020 was er een instroom van 18 personen. De uitstroom bestond uit 25 personen, waarvan er 7 zijn uitgestroomd naar een betaalde baan. Vanwege de coronamaatregelen is het aantal personen per bedrijfsauto en de groepsgrootte om op locatie te werken beperkt gehouden. Daardoor was er minder instroom van nieuwe kandidaten mogelijk dan eerdere jaren.
2 Een openbare ruimte die van en voor iedereen is.
2.1
We ontwerpen en onderhouden de openbare ruimte met aandacht voor toegankelijkheid. We stemmen dit af met belanghebbenden. Bij alle aanleg- en reconstructieprojecten bekijken we expliciet of de openbare ruimte goed toegankelijk is voor iedereen. We hanteren de gebruikelijke landelijke CROWnormen én stemmen goed af met bedrijven en bewoners. Ook maken we gebruik van (lokale) belangengroeperingen die hier kundig in zijn.
3 Een fysieke leefomgeving waarvan de gebruikers zich ‘mentaal eigenaar’ voelen.
3.1
We dagen gemeenschappen uit om mee vorm te geven aan de inrichting van hun eigen fysieke leefomgeving vanuit het perspectief van gemeenschapsontwikkeling. We bereiden samen met de omgeving (bewoners, bedrijven en belangengroeperingen etc.) herinrichtingsprojecten voor. We onderhouden de openbare ruimte zodat die voldoet aan de door de raad vastgestelde kwaliteitsniveaus. Bij het inrichten en onderhouden van de openbare ruimte betrekken we inwoners in een zo vroeg mogelijk stadium en geven we hen alle ruimte om in het ontwerpproces inbreng te leveren.
3.2
We stimuleren en faciliteren participatie en adoptieprojecten in de openbare ruimte. We staan open voor, en werken mee aan, gemeenschapsinitiatieven waarbij (groepen) inwoners het beheer van de openbare ruimte overnemen, mits de 30