2021-012 04 Toelichting.pdf
Tekst van het document
| bestemmingsplan Dorpsstraat-Kurversweg Meijel | status: vastgesteld |
Pagina | 32
Afbeelding 19: al verstoorde bodem rood omkaderd
4.4
Geluidhinder
De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit art. 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De zonebreedte is afhankelijk van het gebied (stedelijk of buitenstedelijk) en het aantal rijstroken. Binnen de zones moet een akoestisch onderzoek worden verricht. De voorkeursgrenswaarde voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen bedraagt in die zone op de buitengevel 48 dB (art. 82 Wgh). Het plangebied ligt niet binnen de geluidszone van wegen waar een maximum snelheid van meer dan 30 km/u is toegestaan. Aan de Dorpsstraat en de Kurversweg geldt een maximum snelheid van 30 km/u en hebben daardoor geen geluidszone. Hierdoor is het niet noodzakelijk om een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uit te voeren.
Op het moment dat de omgevingsvergunningaanvraag voor de activiteit bouwen zal worden aangevraagd, zal de geluidsisolatie van de gevels worden toegevoegd; hieruit zal blijken dat de binnenwaarden in de verblijfsruimten zullen voldoen aan de geluidsnormen, waardoor een aanvaardbaar binnenklimaat qua geluid gewaarborgd wordt.
| bestemmingsplan Dorpsstraat-Kurversweg Meijel | status: vastgesteld |
Pagina | 33
Spoorweglawaai In de nabijheid van het plangebied is geen spoorlijn gesitueerd.
4.5
Bodem- en grondwaterkwaliteit
In het kader van het onderhavige plan worden binnen het plangebied nieuwe bodemgevoelige functies toegelaten in de vorm van 6 woningen. Het uitvoeren van een bodemonderzoek is voor deze locatie derhalve noodzakelijk. Op 27 januari 2020 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy BV. Hierin is het volgende geconcludeerd: 'De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot sterk siltig, matig fijn tot matig grof zand. De bodem is plaatselijk zwak humeus en zwak tot sterk grindig. De ondergrond is plaatselijk matig gleyhoudend en bevat in zwakke tot matige mate keien. De bodem is plaatselijk zwak kolengruis- en zwak baksteenhoudend. Tijdens het nader bodemonderzoek is geconstateerd dat in de bodem plaatselijk in zwakke tot matige mate zinkassengruis aanwezig is. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. Verkennend bodemonderzoek De zwak kolengruis- en baksteenhoudende laag is analytisch licht verontreinigd met cadmium, lood en PAK en licht tot sterk verontreinigd met zink. De zintuiglijk schone bovengrond is licht verontreinigd met lood, minerale olie, koper en PAK en eveneens sterk verontreinigd met zink. De zintuiglijk schone ondergrond is analytisch licht verontreinigd met zink. Het grondwater is analytisch licht verontreinigd met barium.
Op basis van de analyseresultaten is er een nader bodemonderzoek naar de sterke zinkverontreiniging uitgevoerd. Nader bodemonderzoek Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd ten gevolge van het aantreffen van een sterke zinkverontreiniging op de onderzoekslocatie. Op basis van analyseresultaten wordt de sterke zinkverontreiniging, evenals de (waarschijnlijk) aanwezige lood en koperverontreiniging, tot aan de perceelsgrenzen als volledig afgeperkt beschouwd. Gezien de mate en omvang van de sterke verontreiniging wordt het gehele parkeerterrein als sterk verontreinigd beschouwd. Het oppervlakte van de verontreiniging bedraagt in totaal 650 m2, waarbij de maximale diepte van de verontreiniging varieert tussen de 0,50 tot 1,50 m -mv. Het volume van de koper- en loodverontreinigingen zullen naar verwachting op basis van de XRF gegevens en de onderzoeksresultaten niet groter zijn dan 25 m3.
| bestemmingsplan Dorpsstraat-Kurversweg Meijel | status: vastgesteld |
Pagina | 34
Gemiddeld genomen bevindt de sterke verontreiniging zich voor 260 m2 op een diepte van 1,0 m -mv. Op het overige terreindeel (390 m2) bevindt de verontreiniging zich op een gemiddelde diepte van 0,5 m -mv. Het totaal volume aan sterk verontreinigde grond bedraagt met deze gegevens 455 m3. Er kan geconcludeerd worden dat er in de zin van de Wet Bodembescherming op de locatie sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Uit de milieuhygiënische beoordeling is gebleken dat er geen sprake is van onaanvaardbare humane, ecologische of verspreidingsrisico's. Hierdoor is er geen sprake van spoed om de verontreiniging in de grond te saneren. Conclusies en Advies Op de locatie is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. Hierdoor is er in principe sprake van een saneringsnoodzaak. Echter, is er bij het huidige gebruik van de locatie geen sprake is van onaanvaardbare humane, ecologische of verspreidingsrisico’s als gevolg van de verontreiniging met zink in de grond. Er is derhalve geen sprake van spoed om de locatie te saneren. Econsultancy adviseert de sterk met metalen verontreinigde grond voorafgaand aan de voorgenomen bouwplannen te saneren conform een door het bevoegd gezag (Provincie Limburg) goedgekeurd saneringsplan of BUS-melding.
De vrijkomende verontreinigde grond dient afgevoerd te worden naar een erkend verwerker. Algemeen Voor de overige grond op de locatie geldt dat voor eventueel vrijkomende grond, die niet op de locatie kan worden hergebruikt, de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn.' Het verkennend bodemonderzoek is als bijlage aan de planstukken toegevoegd.
4.6
Luchtkwaliteit
4.6.1
Kleine en grote projecten
De regels inzake luchtkwaliteit kennen het onderscheid tussen 'kleine' en grote' projecten. Kleine projecten dragen niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in het Besluit “Niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten - die jaarlijks meer dan 3 procent van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 en NO2 bijdragen- een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing.
4.6.2
Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)
Dit is een Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van
| bestemmingsplan Dorpsstraat-Kurversweg Meijel | status: vastgesteld |
Pagina | 35
31 oktober 2007, nr. DJZ2007004707, houdende regels omtrent de aanwijzing van categorieën van gevallen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer (Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)). Het gaat hierbij om de volgende categorieën: a. inrichtingen b. infrastructuur c. kantoorlocaties d. woningbouwlocaties Voor woningbouw geldt dat woningbouwprojecten van netto niet meer dan 1500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) niet in betekende mate bedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 4 lid 1 Besluit NIBM jo. art. 4 lid 2, bijlage 3B.2 Regeling NIBM). Het onderhavige project valt met de bestemmingswijziging naar een woonfunctie voor 6 nieuwe woningen en een voor huisvesting van 12 arbeidsmigranten in gebruik te nemen bovenwoning, onder de Regeling NIBM. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het project per saldo niet in betekende mate bedraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor het project.
4.7
Externe veiligheid
4.7.1
Risicovolle inrichtingen (Bevi)
De veiligheid rond bedrijven wordt gereguleerd in de vigerende milieuvergunning (of een geldende Algemene Maatregel van Bestuur) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In het Bevi heeft iedere risicovolle inrichting een veiligheidszone gekregen. Dit heet de plaatsgebonden risicocontour (PR-contour). Binnen deze contour mogen nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen, grootschalige kantoren, hotels, winkelcentra, campings) of beperkt kwetsbare objecten (zoals verspreid liggende woningen, bedrijfswoningen dan wel bedrijfsgebouwen van derden, kleinere kantoren, hotels en winkels, sporthallen, zwembaden) niet of niet zonder meer worden opgericht. Het Bevi gaat uit van een PR-contour 10-6/jr. Bij het nemen van een planologisch besluit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan) moet het bevoegd gezag deze contour in acht nemen voor kwetsbare objecten. Hierbij geldt de PR-contour 10-6/jr. als grenswaarde. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de contour als richtwaarde, d.w.z. in principe moet PR 10-6/jr. aangehouden worden, maar er mag gemotiveerd van worden afgeweken. Naast het plaatsgebonden risico kent het Bevi ook het groepsrisico (GR).
Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met tenminste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde bron. De woningen zijn te kwalificeren als kwetsbaar object. Volgens de Risicokaart van de provincie Limburg ligt in de directe omgeving van het plangebied (straal van 300 m) géén risicovolle inrichtingen, zodat hierdoor geen belemmeringen bestaan voor het project.
| bestemmingsplan Dorpsstraat-Kurversweg Meijel | status: vastgesteld |
Pagina | 36
Het aspect externe veiligheid inrichtingen staat derhalve niet aan het project in de weg.
4.7.2
Vervoer gevaarlijke stoffen
Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Daarmee wordt de opdracht aan het bevoegd gezag voor ruimtelijke besluiten nadrukkelijk vastgelegd om rekening te houden met de risico's van transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. In het basisnet is de omvang voor de verschillende transportmodaliteiten vastgelegd. De dichtstbijzijnde weg waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt is de provinciale weg N279. De PR-contour 10-6/jr bedraagt hier 0 meter; de locatie van de bestemmingswijziging ligt op een afstand van ruim 870 m van deze weg, waardoor vervoer van gevaarlijke stoffen geen belemmering vormt voor het project.
4.8
Milieuzonering
Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering'.
4.8.1
Bedrijven en Milieuzonering; Staat van bedrijfsactiviteiten
De indeling van de bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten is vastgelegd een Staat van bedrijfsactiviteiten die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009. In deze Staat worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in een zestal categorieën met toenemende potentiële milieuemissies. Per bedrijfsactiviteit is voor elk ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven die in beginsel moet worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kortere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In zo'n geval is het ruimtelijk aanvaardbaar dat de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd.
4.8.2
Invloed milieuhinder op het plangebied
Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Meijel, temidden van de centrumfuncties, zoals winkels, woningen (al dan niet met aan huis verbonden beroep en -bedrijvigheid), horeca, maatschappelijke dienstverlening en kantoren, en op grotere afstand enkele verspreid liggende bedrijven en de sporthal.
| bestemmingsplan Dorpsstraat-Kurversweg Meijel | status: vastgesteld |
Pagina | 37
Het betreffen allemaal functies welke vallen onder milieucategorie 1 waarbij een richtafstand hoort van 10 m tot aan omliggende functies. Dergelijke functies verhouden zich goed met woningen en kunnen zonder onaanvaardbare belemmeringen over en weer naast elkaar worden gesitueerd en het goede woon- en leefklimaat is niet in het geding. De sporthal betreft een functie in de milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 m; de feitelijke afstand bedraagt ruim 80 m, zodat ook hier geen belemmeringen zijn. Milieuzonering staat derhalve niet aan de ontwikkeling in de weg.
4.9
Kabels, leidingen en straalpaden
4.9.1
Gas-, olie-, brandstof- of watertransportleidingen en hoogspanningskabels
In het Besluit externe veiligheid buisleidingen zoals dit per 1 januari 2011 geldt, staan veiligheidseisen voor buisleidingen; exploitanten hebben een zorgplicht en moeten ervoor zorgen dat hun buisleidingen veilig zijn en gemeenten moeten buisleidingen in hun bestemmingsplannen opnemen en bij nieuwbouw zorgen voor genoeg afstand tot de buisleidingen. In de omgeving van het plangebied liggen geen leidingen welke impact kunnen hebben op het plangebied.
4.9.2
Obstakelbeheer- en radarverstoringsgebied
Het plangebied bevindt zich niet binnen een straalpad van telecomvoorzieningen of radarverstoringsgebied.
| bestemmingsplan Dorpsstraat-Kurversweg Meijel | status: vastgesteld |
Pagina | 38
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf 5.1 Uitgangspunten en randvoorwaarden waterhuishoudkundig systeem Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Limburg. In het kader van het beleid van zowel de gemeente Peel en Maas als het waterschap dient binnen het projectgebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. Concreet betekent dit dat er sprake moet zijn van gescheiden schoon- en vuilwaterstromen die afzonderlijk worden verwerkt. Vanuit de gemeente Peel en Maas en het waterschap Limburg gelden daarbij de volgende uitgangspunten: 1. afkoppelen van 100% van het verhard oppervlak, waarbij de beslisboom verantwoord afkoppelen van toepassing is; 2. de trits vasthouden-bergen-afvoeren is van toepassing, waarbij hergebruik dan wel infiltratie van schoon regenwater de voorkeur heeft; 3. verontreiniging van het water dient door bronmaatregelen voorkomen te worden; 4. grondwateroverlast dient voorkomen te worden; 5. een gelimiteerde afvoer naar het oppervlaktewatersysteem is toegestaan.
5.2
Toepassing wateruitgangspunten op het plangebied
5.2.1
Hemelwater
Binnen het plangebied moet een duurzaam waterhuishoudkundig systeem aanwezig zijn om de hoeveelheid regenwater te verwerken dat gelet op het ter plaatse aan de orde zijnd (nieuw) afvoerend verhard oppervlak binnen het plangebied valt. De bestaande bebouwing wordt deelt gesloopt en de verharding wordt verwijderd. Hiervoor in de plaats komen 6 woningen met bergingen en bijbehorende verhardingen, tevens in de vorm van parkeergelegenheid. Het te verharden oppervlak zal na uitvoering van het project circa 600 m2 bedragen. De K-waarde (geeft de mate van infiltratiegeschiktheid aan) van het plangebied bedraagt volgens de kaart inzake de bodemdoorlatendheid (K-waarde) van de gemeente Peel en Maas van het waterschap 0,45 -0,75 m/dag. Uit geohydrologisch onderzoek, uitgevoerd door Econsultancy BV (rapportage daterend van 1 juli 2019 is integraal als bijlage bijgevoegd) blijkt dat de doorlatendheid van de onderzochte bodemlagen over het algemeen wordt geclassificeerd als goed doorlatend, waarbij k-waarden tussen de 1,4 en 2,1 m/dag zijn aangetoond. Kwantiteitsberekening Sinds het in werking treden van de nieuwe Keur (1 april 2019) gaat het waterschap bij de berekening van bergingen/infiltratievoorzieningen uit van een neerslaggebeurtenis van 100 mm in 24 uur.
Gelet op het nieuwe verharde oppervlak (nieuwe bebouwing, inclusief parkeergelegenheid) van circa 500 m2 moet 50 m3 (500 m2 x 100 mm) hemelwater kunnen worden geborgen. De infiltratie van dit hemelwater is voorzien onder de 14 parkeerplaatsen langs de Kurversweg, in de vorm van 3 infiltratieputten met elk een capaciteit van 15 m3; de resterende 5 m3 kan infiltreren in het enigszins verlaagd aanleggen van de groenvoorziening tussen de parkeerplaatsen en de voorgevels van de nieuwe woningen.
| bestemmingsplan Dorpsstraat-Kurversweg Meijel | status: vastgesteld |
Pagina | 39
Figuur: situering en dimensionering infiltratieputten
Voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater zal aangesloten worden op de gemeentelijk riolering. Bouwmaterialen De gemeente Peel en Maas streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Dit aspect is als aanbeveling opgenomen in het pakket duurzaam bouwen. Er zal derhalve, voorzover relevant, bij (ver)bouwactiviteiten geen gebruik worden gemaakt van uitlogende bouwmaterialen.
5.2.2
Afvalwater
Het huishoudelijk afvalwater zal op de bestaande riolering geloosd worden.
5.3
Overleg Waterschap
Vooroverleg met en advies van het waterschap Limburg maakt onderdeel uit van de watertoets. Het waterschap Limburg heeft evenwel aangegeven dat bij plannen met een toename van het nieuw afvoerend verhard oppervlak van minder dan 2000 m2 en waarbij het plangebied niet is gelegen in specifieke aandachtsgebieden, geen vooroverleg plaats hoeft te vinden met het watertoetsloket. Het plan leidt net niet tot een toename van het afvoerend verhard oppervlak van meer dan 2000 m2. Specifiek wateradvies door het waterschap is niet noodzakelijk.
| bestemmingsplan Dorpsstraat-Kurversweg Meijel | status: vastgesteld |
Pagina | 40
Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving 6.1
Algemeen
Het bestemmingsplan heeft als doel het planologisch-juridisch kader te geven voor de ontwikkeling van het beschreven plan. De nadere juridische invulling is gedetailleerd geregeld. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: plantoelichting planregels; verbeelding. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Waar dat noodzakelijk was, is afgeweken van de standaard en is het plan specifiek toegesneden op de feitelijke situatie in het onderhavige plangebied. De plansystematiek voldoet aan de volgende RO-standaarden 2012: Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012; PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP) 2012; Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) 2012.
6.2
Planmethodiek
Er is, volgens de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Er is in de basis aansluiting gezocht bij de regels van het vigerende bestemmingsplan; deze zijn aangepast aan de situatie 'Dorpsstraat-Kurversweg Meijel'. Niet relevante bestemmingen en aanduidingen zijn derhalve niet overgenomen en voor wat betreft de tijdelijke huisvesting van arbeidskrachten is aansluiting gezocht bij de regeling van vergelijkbare locaties elders binnen de gemeente Peel en Maas, zodat uniformiteit zoveel mogelijk wordt gewaarborgd.
6.3
Verbeelding
In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis ingevolge het voorliggende plan, indien en voor zover deze in de regels daaraan wordt gegeven. Als een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis heeft, is deze niet opgenomen in de verbeelding. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn bij de verbeelding opgenomen in een renvooi.
| bestemmingsplan Dorpsstraat-Kurversweg Meijel | status: vastgesteld |
Pagina | 41
6.4
Planregels
De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, in bestemmingsregels, in algemene regels en in overgangs- en slotregels. De Inleidende regels (hoofdstuk 1) bestaan uit begrippen en de wijze van meten, teneinde te voorkomen dat discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In de Begrippen (artikel 1) wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als gebruikte begrippen niet in deze lijst voorkomen, dan geldt de uitleg/interpretatie conform het dagelijks taalgebruik. In het artikel over de "Wijze van meten" (artikel 2) worden de te gebruiken meetmethodes vastgelegd. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingen. De bestemmingen vangen steeds aan met de bestemmingsbenaming. Daarna wordt in de doeleindenomschrijving weergegeven voor welke doeleinden de betreffende gronden bestemd zijn. Indien er sprake zou kunnen zijn van conflicterende belangen, is er een nadere detaillering van de doeleinden opgenomen waarin wordt vermeld welke doeleinden prevaleren. Vervolgens wordt in de bebouwingsregeling aangegeven welke bouwwerken bij recht mogen worden opgericht en welke situerings- en maatvoeringseisen hiervoor gelden. In sommige bestemmingen wordt bovendien nader ingegaan op de toegestane voorzieningen. Vervolgens is een gebruiksbepaling opgenomen waarin wordt aangegeven dat gronden en opstallen niet in strijd met de bestemming mogen worden gebruikt.
Voor de duidelijkheid is een aantal situaties aangegeven die in ieder geval in strijd met de bestemming worden geacht. In de Algemene regels (hoofdstuk 3) zijn opgenomen de Anti-dubbeltelbepaling, de algemene bouwregels, de algemene gebruiksregels, de algemene aanduidingsregels, de algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels. In de Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen.
| bestemmingsplan Dorpsstraat-Kurversweg Meijel | status: vastgesteld |
Pagina | 42
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid, kostenverhaal en planschade De realisatie van het project geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. Verder zijn de gronden eigendom van de initiatiefnemer. Deze gronden zijn niet belast met beperkt zakelijke rechten van derden. Kostenverhaal is geregeld in een tussen de gemeente Peel en Maas en de initiatiefnemer afgesloten overeenkomst, waarin het planschadeverhaal wordt opgenomen. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente Peel en Maas komt maar voor rekening van de initiatiefnemer.
| bestemmingsplan Dorpsstraat-Kurversweg Meijel | status: vastgesteld |
Pagina | 43
Hoofdstuk 8 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1. Bro
Het voornemen tot voorbereiding van het bestemmingsplan is op de gebruikelijke wijze bekendgemaakt.
8.2
Omgevingsdialoog
Op 4 december 2017 is onderhavige ontwikkeling besproken in het 'Dorpsoverleg Meijel'. In 2018 en 2019 zijn enkele omwonenden geïnformeerd en op 19 juni 2020 heeft initiatiefnemer in het 'Dorpsoverleg Meijel' een update gegeven van de plannen. Voorafgaand aan het in procedure brengen van onderhavig bestemmingsplan, worden alle omwonenden volledig geïnformeerd middels een brief waarin de plannen worden beschreven. Deze uitvoering alsmede de resultaten van de omgevingsdialoog worden ter hand gesteld aan het bevoegd gezag.
8.3
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
In het kader van het wettelijk overleg heeft overleg plaatsgevonden met de provincie Limburg.
8.4
Procedure ontwerp-bestemmingsplan
Alvorens de bestemmingsplanprocedure formeel is gestart, heeft initiatiefnemer overleg gehad met de aangrenzende eigenaren. Een kort verslag van het overleg is als bijlage bij de stukken gevoegd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken, van 22 oktober 2020 voor de duur van 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend.
| bestemmingsplan Dorpsstraat-Kurversweg Meijel | status: vastgesteld |