CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-010 03 BP Lange Heide 11 - Rapport toelichting ontwerp.pdf

Raad 23 maart 2021, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Vaststellen herziening bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree waarbij de bestemming “agrarisch grondgebonden” wordt gewijzigd in een “woonbestemming” (2021-010)13.004 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Pagina | 2

BESTEMMINGSPLAN Lange Heide 11 Maasbree Gemeente Peel en Maas

| bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 3

VERANTWOORDING EN STATUS Titel:

bestemmingsplan ‘Lange Heide 11 Maasbree’ gemeente Peel en Maas

Opdrachtgever: Contactpersoon:

J.H.M. Heijnen, Alsem 33, 5993 HJ Maasbree J.H.M. Heijnen

Aantal pagina’s:

43

IDN:

NL.IMRO.1894.BPL0233-ON01

e

1 Concept: e 2 Concept: e 3 Concept: e 4 Concept: Ontwerp: Definitief:

20-02-2020 11-03-2020 17-03-2020 29-05-2020 29-09-2020

Opsteller:

mr. A.W.C.M. Jansen

paraaf:

Controleur:

mr. J.C.M.G. Beusmans

paraaf:

COLOFON BEUSMANS & JANSEN Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Post- en kantooradres: Steeg 12 5975 CE Sevenum T/F: 077-3744817 M: 06-30202996 E: I:

beusmans-jansen@kpnplanet.nl www.beusmans-jansen.nl

© 2020 Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd en met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening geeft in ieder geval geen toestemming aan de opdrachtgever om dit document te gebruiken of te laten gebruiken indien facturen niet of niet volledig voldaan zijn. Alle rechten voorbehouden.

|bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 4

PLANTOELICHTING

| bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 5

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4

INLEIDING

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Ligging plangebied Voorgaande plannen Leeswijzer

HOOFDSTUK 2

ANALYSE VAN HET PLANGEBIED EN PLANBESCHRIJVING

2.1 Analyse van het plangebied e.o. 2.2 Ruimtelijke ontwikkeling HOOFDSTUK 3 3.1 3.2 3.3 3.4

BELEIDSKADER

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

HOOFDSTUK 4

MILIEU-PLANOLOGISCHE ASPECTEN EN ONDERZOEKEN

4.1 Geluidhinder 4.2 Bodem 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Geur 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Externe veiligheid 4.7 Niet Gesprongen Explosieven (NGE) 4.8 Ecologie 4.9 Cultuurhistorie en archeologie 4.10 Verkeer en parkeren HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

WATERPARAGRAAF

Waterbeheerplan Waterschap Limburg Legger en Keur Waterschap Limburg Waterhuishoudkundige situatie plantgebied Toepassing wateruitgangspunten op het plangebied Overleg met Waterschap

|bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

7 7 7 9 9 10 10 12 16 16 17 19 20 23 23 23 24 25 27 30 31 31 32 33 36 36 36 36 38 39

Pagina | 6

HOOFDSTUK 6 6.1 6.2 6.3 6.4

JURIDISCHE VORMGEVING

Algemeen Planmethodiek Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels

HOOFDSTUK 7

40 40 40 40 41

UITVOERBAARHEID

42

7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Omgevingsdialoog 7.3 Procedure

42 42 42

BIJLAGEN BIJ TOELICHTING Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2: Vooronderzoek bodem Bijlage 3: Quickscan geurhinder Bijlage 4: Quickscan milieuzonering Bijlage 5: Soortenonderzoek flora en fauna Bijlage 6: Eindverslag omgevingsdialoog

| bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

44 44 44 44 44 44 44

Pagina | 7

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan

De heer en mevrouw Heijnen, nu nog woonachtig aan het Alsem 33 te Maasbree, (hierna ook te noemen: de initiatiefnemers) hebben het voornemen om de woning op de locatie Lange Heide 11 te Maasbree te kopen, deze woning te verbouwen en te gaan gebruiken als eengezinswoning. Deze woning is nu nog eigendom van de (schoon)moeder van de initiatiefnemers. Het betreft hier een woning die formeel nog beschouwd moet worden als een agrarische bedrijfswoning, maar die feitelijk al jaren gebruikt wordt als burgerwoning. De locatie Lange Heide 11 is gelegen binnen de ‘beheerverordening Klavertje 4’ en heeft daarin – onder meer – de bestemming ‘Agrarisch-grondgebonden’. De regels van deze bestemming stellen dat er uitsluitend een agrarische bedrijfswoning mag zijn. Voor de realisatie van het plan - verbouw en omzetting van de agrarische bedrijfswoning in een burgerwoning – is een afzonderlijk – herzien – bestemmingsplan noodzakelijk. Bij brief van 26 juni 2019 hebben de initiatiefnemers een verzoek tot principe-medewerking ingediend bij de gemeente Peel en Maas om de bestemming van de woning aan de Lange Heide 11 om te zetten van een agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning (hierna ook te noemen: het project). Op 11 september 2019 heeft B&W van Peel en Maas besloten om hier – onder een aantal voorwaarden – medewerking aan te verlenen.

Het voorliggende bestemmingsplan 'Lange Heide 11' voorziet in een adequate planologisch-juridische regeling ten behoeve van de herontwikkeling c.q. de herbestemming van deze locatie. Het bestemmingsplan 'Lange Heide 11 Maasbree' bestaat uit een digitale en analoge verbeelding met de daarbij behorende regels waaraan een toelichting is toegevoegd. Naast de digitale versie is er tevens een versie op papier van het bestemmingsplan beschikbaar.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied van het onderhavige bestemmingsplan is gelegen ten noordoosten van de kern Maasbree, in het agrarische gebied (buitengebied) tussen de A67/glastuinbouwgebied Siberië, (noorden) en de kern Maasbree en bedrijventerrein De Schor (zuiden). Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Maasbree, sectie R. nrs. 91 en 92 en plaatselijk bekend als Lange Heide 11 . Het plangebied heeft een omvang van 3597 2 m. Op onderstaande afbeelding is de indicatieve ligging van het plangebied weergegeven.

|bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 8

Op onderstaande afbeelding wordt de begrenzing van het plangebied weergegeven.

plangebied

| bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 9

1.3

Voorgaande plannen

Voor het plangebied vigeert het volgende juridisch-planologische regime:

Naam bestemmingsplan

Bestemmingen en aanduidingen

Vaststelling Raad

Beheersverordening buitengebied Klavertje 4

- Agrarisch-Grondgebonden - bouwvlak - Waarde-Archeologie -2 - Waarde-Archeologie-4 - bebouwingsconcentratie - reconstructiewetzone-verwevingsgebied - mozaieklandschap

25-06-2013

uitsnede verbeelding vigerende beheersverordening

De bouw- en gebruiksregels van de beheersverordening staan ter plaatse geen burgerwoningen toe. Wonen is uitsluitend toegestaan in een bedrijfswoning (zie de artikelen 5.1 onder f, 5.2.1 onder b en 5.2.4).

1.4

Leeswijzer

De plantoelichting bestaat uit de volgende delen. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met een analyse van het plangebied en een beschrijving van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling (het plan). In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het relevante rijks-, provinciale - en gemeentelijke beleid. Hoofdstuk 4 bevat een expliciete toetsing van het plan aan alle relevante milieu-planologische aspecten. De gevolgen voor de waterhuishouding (waterparagraaf) zijn beschreven in hoofdstuk 5. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan wordt behandeld in hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 behandelt de economische uitvoerbaarheid van dit plan, de omgevingsdialoog en beschrijft de gevolgde procedure.

|bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 10

HOOFDSTUK 2

2.1

ANALYSE VAN HET PLANGEBIED EN PLANBESCHRIJVING

Analyse van het plangebied e.o.

2.1.1 Feitelijke staat van het plangebied Het plangebied bestaat uit een perceel waarop een vrijstaande woning aanwezig is. Daarnaast bevindt zich achter de woning een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een voormalig agrarisch bedrijfsgebouw (glastuinbouwloods). Dit gebouw wordt nu gebruikt als garage en opbergschuur. Voor, links en rechts van de woning is een tuin aanwezig. Links naast de woning ligt een ruime oprit die naar het achtererf leidt. Deze oprit en achtererf bestaat uit een halfverharding (grindpad).

woonperceel (1)

woonperceel (2)

| bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 11

directe omgeving plangebied

2.1.2 Ruimtelijke - en functionele aspecten en korte historische schets Het plangebied e.o maakt deel uit van de Greenport Venlo. Dit is de vooruitstrevende, duurzame regio in fresh, food, flowers en logistiek rondom Venlo. Het is ook het tweede tuinbouwgebied van Nederland. Geschiedenis en specifieke ruimtelijke functie van het plangebied e.o. Het landschap binnen Klavertje 4 / Greenport Venlo zoals we dat nu kennen is ontstaan door het samenspel van mens en natuur. De natuur was in de periode tot grofweg 1900 de bovenliggende partij. Daarna heeft de mens in rap tempo de ontwikkeling van het landschap gestuurd en gedomineerd. Uit het oorspronkelijke aaneengesloten en uitgestrekte (oer)bos zijn onder invloed van de mens verschillende landschappen ontstaan. Halverwege de 20e eeuw zijn door een eerste ontginning de volgende landschappen aanwezig: boslandschap, beekdalenlandschap, kampen-/esdorpenlandschap, woeste gronden (hoogveen en heide) en stuifduinenlandschap. Deze grote afwisseling aan verschijningsvormen leverde de grootst denkbare biodiversiteit op. Door de industrialisatie en toename in bevolkingsomvang werden landbouwmechanisatie-werktuigen, kunstmest en prikkeldraad uitgevonden. Toepassing hiervan heeft geleid tot een ongekende schaalvergroting en ruimtelijk-functionele verschuiving van het landschapsbeeld tot dan toe.

De mens is haar landschap op intensievere wijze gaan gebruiken. Door de kunstmest konden voedselarme gronden worden verrijkt en geschikt worden gemaakt voor akkerbouw. Prikkeldraad maakte kleinschalige landschapselementen (bijv. (vlecht)hagen en houtwallen) overbodig. Er ontstonden grotere gebruikseenheden. Door het graven van waterlossingen (bijv. Lange Heide en Gekkengraaf) werden van oorsprong natte heideterreinen ontwaterd en geschikt gemaakt voor akkerbouw. Hierdoor ontstond het jonge ontginningslandschap, met haar kenmerkende openheid en grootschaligheid. Sinds 1960 is er een veranderde maatschappelijke kijk op de samenleving en dus expliciet ook op het landschap. Het normbesef dat landschap, plant, dier en de mens met meer respect behandeld moeten worden neemt nog steeds toe. Voor het totale gebied van Klavertje 4 is een landschapsplan opgesteld. Dit landschapsplan is de basis voor de groene ontwikkeling van het Klavertje 4 gebied. Uitgangspunt bij de vorming van de werklandschappen in Klavertje 4 is dat het bestaande landschap als ‘groen casco’ dient. Dit betekent dat de huidige landschapsstructuur waardevol wordt geacht, zodanig zelfs dat deze als leidend ontwerpprincipe voor de verdere uitwerking van de stedenbouwkundige plannen is gehanteerd. Het landschapsplan voor Klavertje 4 bestaat in het totaal uit een 11tal deelgebieden.

|bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 12

Het plangebied is gelegen binnen het zogenaamde gebied ‘S2’. Voor dit gebied geldt met dit gebied een oost-west verbinding wordt gemaakt die van een primaire ecologische betekenis is. De zone moet zorgen voor de fysieke ecologische verbinding, voor doelsoorten als ree en das. Het plangebied e.o. is een relatief open landbouwgebied. Volle grondteelten en verspreid liggende agrarische bebouwing bepalen het huidige beeld. De ontwikkeling van de projectvestiging glastuinbouw Siberië zorgt aan de noordzijde voor een begrenzing door een (landschappelijke ingepaste) glazen gevel met een lengte van ca. 2,5 km. Het plangebied e.o. ligt binnen het jonge ontginningslandschap en kenmerkt zicht door een rechthoekige verkaveling en dito wegenstructuur. De wegen worden geflankeerd door laanbomen en her en der staan enkele kleinere bosjes (overhoeken). De wegen Lange en Korte Heide vormen de overgang tussen de jonge ontginningen en het oude bouwland ten noorden van Maasbree. Functies binnen het plangebied e.o. Het plangebied zelf is een feitelijk al jarenlang een woonperceel. Langs de Lange Heide bevinden zich nog diverse andere - verspreid liggende – woningen. De agrarische functie en natuur zijn de overheersende functies binnen het plangebied.

2.2

Ruimtelijke ontwikkeling

De initiatiefnemers zijn voornemens om de huidige agrarische bedrijfswoning te gaan verbouwen en bewonen als eengezins(burger)woning. Daartoe hebben zij een bouwplan opgesteld. De nieuwe woning bestaat uit het bestaande gebouw dat vergroot wordt. Tevens krijgt het bestaande pand een ingrijpende architectonische ‘upgrading’. De bestaande kelder wordt gehandhaafd. Het bestaande bijbehorende bouwwerk (voormalige glastuinbouwloods) zal worden gesloopt. In het buitengebied van de gemeente Peel en Maas ondergaat deze jaren ’70 woning op een voormalig boerenerf een complete transformatie. Beleving van het omliggende landschap, eigentijdse expressie, een hoog wooncomfort en toekomstbestendigheid vormen de belangrijkste parameters van de opgave. Aangezien het perceel al geruime tijd niet meer voor agrarische activiteiten wordt gebruikt, zal de beeldbepalende loods aan de achterzijde worden verwijderd waardoor alle aandacht naar het wonen uit kan gaan. De bestaande draagstructuur van het woonhuis zal waar mogelijk worden gehandhaafd, tegelijk zal de gebouwschil volledig worden vernieuwd. Het bestaande silhouet van de ‘traditionele tuinderswoning’ wordt in de basis gehandhaafd, waardoor aansluiting bij de omliggende bebouwing gewaarborgd blijft.

Door de buitengevel van de woning in te pakken met een dik isolatiepakket of te voorzien van spouwmuurisolatie en de gevel te voorzien van een stuclaag, wordt de woning enerzijds van een frisse nieuwe look voorzien, anderzijds wordt de energetische voetafdruk aanzienlijk verkleind. Hetzelfde uitgangspunt geldt voor het vervangen van het kozijnwerk en het vernieuwen van het hellend dak. Aan de achterzijde zal een extra vleugel worden toegevoegd om aan het nieuwe woonprogramma te kunnen voldoen: het vergroten van de leefruimte op de begane grond en een extra slaapvertrek.. Hierbij wordt de vormentaal van de woning doorgezet, en door de toevoeging van grote glaspartijen zal er volledige openheid worden gecreëerd naar de tuin en aangrenzende landerijen. Verder wordt er aan de zijkant van de woning een carport/garage gerealiseerd. Deze zal in schaal en beeldtaal ondergeschikt zijn aan het hoofdvolume, en tegelijk door de horizontale belijning een logische continuering van dit hoofdvolume vormen. Vanuit de straat gezien manifesteert de woning zich als een robuuste moderne villa met in het oog springende details en bijpassende materialisering. Terugliggende houten vlakken en statige verticale dakkappellen zorgen in de verder strak gestucte gevel voor de juiste dynamiek. De onderstaande afbeeldingen geven het laatste DO (Definitief Ontwerp) van de woning weer.

| bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 13

|bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 14

3

Het beoogde woongebouw (incl. carport) blijft met een inhoud van 997 m , een goothoogte van 3 meter en een bouwhoogte van 7 meter ruim binnen de maximale bouwkundige maatvoering die de bouwregels van de bestemming ‘Wonen’ uit dit bestemmingsplan voorschrijven.

landschappelijk inpassing Het nieuwe woonperceel (plangebied) heeft nu al een uitgesproken groen karakter, bestaande uit de bestaande voor-en zijtuinen en de bomen-en hagenstructuur op de zijdelings –en achterperceelsgrens, grenzend aan camping ‘Breebronne’. Groen en Ruimte heeft een ontwerp opgesteld voor een goede landschappelijke inpassing van het toekomstige woonperceel en de toekomstige woonbebouwing.

| bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 15

voorgestelde landschappelijke inpassing

Voor het volledige landschappelijke inpassingsplan wordt verwezen naar het ontwerp dat als bijlage 1 integraal deel uitmaakt van deze plantoelichting.

|bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 16

HOOFDSTUK 3 3.1

BELEIDSKADER

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Deze vervangt de Nota Ruimte. De SVIR is het nieuwe kader dat de (nieuwe) ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 benoemt. Een van de kernbegrippen in de Structuurvisie is decentralisatie. Dit kabinet wil beslissingen over ruimtelijke ontwikkelingen dichter bij burgers en bedrijven brengen en provincies en gemeenten letterlijk de ruimte geven om maatwerk te leveren voor regionale opgaven. Overheden, burgers en bedrijven krijgen de ruimte om oplossingen te creëren. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de belangen voor Nederland als geheel, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer (waaronder buisleidingen), energie en natuur, alsook ondergrond en ruimte voor militaire activiteiten. Ook waterveiligheid en milieukwaliteit (lucht, geluid, bodem, water en externe veiligheid) horen daarbij, evenals de bescherming van ons werelderfgoed (zoals de Waddenzee en de Nieuwe Hollandse Waterlinie). Verstedelijkings- en landschapsbeleid laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten.

Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei geënt op het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur en landschap krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. Met de onderhavige planontwikkeling zijn geen nationale belangen gemoeid. Er is slechts sprake van een kleinschalig lokaal initiatief en een gebruikswijziging van reeds bestaande bebouwing, waarbij geen van de in de SVIR genoemde nationale belangen in het geding zijn. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen en er is geen sprake van aantasting van natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden.

3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Vanaf 1 juli 2017 moeten ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken worden getoetst aan de nieuwe Ladder Duurzame Verstedelijking. De grondslag voor de nieuwe Ladder-toets is het nieuwe artikel 3.1.6 lid 2 Bro. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.

Voor woningbouwlocaties geldt dat in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden.

| bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 17

Indien niet meer dan 11 woningen binnen een bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is er volgende de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen sprake van de ruimtelijke ontwikkeling van een woningbouwlocatie of een andere stedelijke voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Bro (zie uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 (dorpskern Annen)). De woning aan de Lange Heide 11 is een bestaande woning. Er is sprake van een functiewijziging van (voormalige) agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. Gezien de functiewijziging en de kleinschalige ontwikkeling is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ((Barro) voorheen ook genoemd: AMvB Ruimte) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro bevat alle ruimtelijke rijksbelangen uit de eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB’s) en geeft middels regels en plankaarten (juridisch) de mogelijkheid om de rijksbelangen veel directer door te laten werken in de ruimtelijke plannen van andere overheden. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur (EHS), nationale landschappen, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Er is slechts sprake van een kleinschalig lokaal initiatief en een gebruikswijziging van bestaande bebouwing, waarbij geen van de genoemde rijksbelangen rechtstreeks doorwerken in dit wijzigingsplan. In het gebied is verder ook geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Het wijzigingsplan is dan ook in lijn met het Barro en de eerste aanvulling hierop.

3.2

Provinciaal beleid

Op 12 december 2014 zijn door Provinciale Staten het POL2014, de Omgevingsverordening Limburg 2014 en het Provinciaal Verkeer en- Vervoersprogramma 2014 vastgesteld. Zowel het POL 2014 als de Omgevingsverordening als het PVVP zijn op 16 januari 2015 in werking getreden.

3.2.1 Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Het POL 2014 heeft vier wettelijke functies: structuurvisie (Wet ruimtelijke ordening), provinciaal milieubeleidsplan (Wet milieubeheer), regionaal waterplan (Waterwet), provinciaal verkeer- en vervoersplan (Planwet verkeer en vervoer). In het POL 2014 formuleert de provincie een aantal zogenoemde ‘Limburgse principes’ welke de komende jaren richtinggevend zijn voor de ruimtelijke ontwikkeling van Limburg. Belangrijke principes in dit nieuwe omgevingsbeleid zijn: 1. Kwaliteit. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto ‘meer stad, meer land’, het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. 2. Algemene principes voor duurzame verstedelijking. De ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen. 3. Uitnodigen. De manier waarop de provincie samen met de partners het voortreffelijke leef- en vestigingsklimaat willen realiseren. Met instrumenten op maat en ruimte om te experimenteren. De provincie wil hierbij selectief zijn: het POL richt zich alleen op die zaken die er op provinciaal niveau echt toe doen en vragen om regionale oplossingen.

|bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 18

Het POL 2014 kent een aantal gebiedszones waarover specifieke beleidsuitspraken worden gedaan. Het plangebied is gelegen in de zone ‘Buitengebied’. Deze zone omvat gebieden met een overwegend landbouwkundig karakter waarbij plaatselijk ook omgevingskwaliteiten aan de orde kunnen zijn. Met respect voor de aanwezige kwaliteiten wordt de inrichting en ontwikkeling van de gebieden in belangrijke mate bepaald door de landbouw. Daarnaast wordt extra belang gehecht aan verbreding van de plattelandseconomie. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied aangegeven op de POL-kaart zonering Limburg.

Uitsnede POL-kaart zonering Limburg

Transformatie woningvoorraad In dit geval is er sprake van een functiewijziging van een voormalige agrarische bedrijfswoning in een burgerwoning. De woning in kwestie wordt al meerdere jaren feitelijk als burgerwoning gebruikt. Hoewel deze zone niet direct bedoeld is voor woondoeleinden, zijn functiewijzigingen ten behoeve van woondoeleinden wel toegestaan, mits deze passend zijn in de omgeving en niet in strijd zijn met de provinciale belangen. In het voorliggende geval is sprake van een functiewijziging die als passend kan worden aangemerkt binnen de omgeving.

3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 De Omgevingsverordening Limburg 2011 was een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. In 2014 is de Omgevingsverordening opnieuw gewijzigd, vanwege de vaststelling van POL 2014, waarin is bepaald dat er een nieuw hoofdstuk Ruimte aan de Omgevingsverordening wordt toegevoegd. Dat hoofdstuk Ruimte is gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van POL 2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. Het hoofdstuk Ruimte heeft twee kenmerkende verschillen met de andere onderdelen van de Verordening: 1. Het hoofdstuk bevat geen gedragsvoorschriften die gelden voor iedereen, maar uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Elders in de Omgevingsverordening wordt zeer incidenteel gebruik gemaakt van deze methodiek, maar het hoofdstuk Ruimte kent geen andere bepalingen dan opdrachten aan gemeentebesturen, die door de besturen in acht moeten worden genomen bij het vaststellen van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. 2. Het tweede verschil met de overige onderdelen van de Omgevingsverordening is dat de Wet ruimtelijke ordening slechts zeer beperkte mogelijkheden biedt om ontheffing te verlenen van een bepaling uit het hoofdstuk Ruimte.

| bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 19

Reikwijdte verordening Artikel 2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 1. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, houdt rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 2. Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, worden tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2.2.3, onderzocht. 3. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid. In de toelichting bij dit wijzigingsplan is aangetoond dat door middel van dit plan niet voorzien wordt in een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' zoals bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. De omgevingsverordening is verder niet van toepassing op dit plan. Artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening stelt verder dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg.

De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg respectievelijk de regio Midden-Limburg respectievelijk de regio Zuid-Limburg, dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, bevat verder een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bovenstaande. De paragrafen 3.3.1 en 3.4.2 van deze plantoelichting bevat de resultaten van de toetsing van het plan aan de Regionale structuurvisie Wonen en het gemeentelijke Masterplan Wonen. Hieruit blijkt dat het plan in overeenstemming is met het regionale en gemeentelijke woonbeleid. Verwezen wordt hier naar beide paragrafen.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Structuurvisie Wonen Noord-Limburg De nieuwe Regionale Structuurvisie Wonen Limburg-Noord is een visie waarmee de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg sturing geven aan de regionale woningmarkt. Samen met alle woonpartners zijn vijf inhoudelijke pijlers geïdentificeerd die de kern vormen van deze visie. De pijlers rusten op een stevig fundament: krachtige gemeenten en een sterke regio. Ze zijn samen te vatten in: 1. Een gezonde woningmarkt in balans: nieuwbouw naar behoefte; 2. De juiste woning op de juiste plek en dynamisch voorraadbeheer; 3. Goed wonen voor iedereen, maar met extra aandacht voor specifieke groepen; 4. Kwaliteit bestaande voorraad en kernen meer centraal; 5. Een levensloopvriendelijke en duurzame regio. Samen willen de regio een breed palet aan woonmilieus bieden dat aansluit bij de huidige en toekomstige inwoners van onze regio. Er is in de visie een afwegingskader ontworpen dat regionaal en lokaal het instrument vormt om tot een heldere prioritering en onderbouwing van nieuwbouwplannen te komen. De werkwijze sluit aan bij de principes van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Integrale afweging en integraal voorraadbeleid zijn sleutelwoorden. Per saldo blijft het aantal woningen gelijk.

Het betreft hier een bestaande woning, waarbij een functiewijziging plaats vindt.

|bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 20

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Kaderstelling Ruimte en Economie

In het coalitieakkoord 2014 is vastgelegd dat het college met de omgeving in gesprek gaat over de gewenste koers van de gemeente Peel en Maas waarbij de gemeente de drie kernwaarden, diversiteit, duurzaamheid en zelfsturing als richtsnoer heeft. De belangrijkste aspecten hebben geleid tot een door de gemeenteraad vastgesteld ontwikkelplan; de aspecten betreffen: het perspectief van het goede leven; de waardenoriëntaties/spanningsbogen; de uitgangspunten van het nieuwe besturen. Geconstateerd is dat demografische veranderingen oorzaak zijn van afname en veranderende samenstelling van de bevolking (vergrijzing) en daarmee veranderende samenstelling van de woningvoorraad. Dit heeft rechtstreeks gevolgen voor de vitaliteit en leefbaarheid van de kernen. Om vitaliteit en leefbaarheid van de kernen te behouden is het zaak om samen met de samenleving het woningbestand toekomstgericht duurzaam in balans te brengen. De gemeente staat voor een duurzaam woningbestand waarin ze op een voorwaarde scheppende manier kwalitatief zorgt voor een passend woonaanbod voor iedereen en daarmee de leefbaarheid van de dorpen op peil houdt. Kernwoorden hierbij zijn dorps, levensloopbestendig en duurzaam. Met betrekking tot het juiste aantal woningen wordt vraag en aanbod kwantitatief met elkaar in overeenstemming gebracht.

De gemeente staat voor een duurzaam woningbestand waarin er wordt gezorgd voor een passend woonaanbod voor iedereen. Daarmee wordt de leefbaarheid van onze dorpen op peil gehouden en wordt er ruimte gemaakt voor passende nieuwbouwplannen. De plancapaciteit zal daarom worden afgestemd op de natuurlijke behoefte voor Peel en Maas, waarmee uitvoering wordt gegeven aan de vastgestelde Regionale structuurvisie Wonen.

3.4.2 Structuurvisie Klavertje 4 In de Structuurvisie Klavertje 4, zoals op 26 juni 2012 door de raad van de gemeente Peel en Maas is vastgesteld staan – onder meer - de volgende doelen centraal: Versterking van bestaande landschapskwaliteiten door het landschap als ontwerpprincipe te hanteren bij de vormgeving van stedelijke ontwikkelingen in het huidige (agrarische) landschap. Dit geldt voor zowel de ontwikkeling van de werklandschappen (klavers: bedrijventerreinen, glastuinbouwgebieden en infrastructuur) als voor uitbreiding/nieuwbouw van solitair liggende functies in het buitengebied. Versterking van natuur- en landschapswaarden door aanleg van de Robuuste Groenstructuur (RGS), waardoor een samenhangend en robuust ecologisch netwerk ontstaat. De regeling in de beheersverordening legt primair de bestaande situatie vast. Binnen de kaders van de verordening zijn ruimtelijke ontwikkelingen niet toegestaan.

3.4.3 Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas De Wet ruimtelijke ordening verplicht gemeenten een structuurvisie voor het gehele grondgebied vast te stellen. Daarin regelt de gemeenteraad op hoofdlijnen het gebruik van de ruimte voor het hele grondgebied en voor de lange termijn: welke grondgebruik wordt waar gerealiseerd, wanneer en hoe. De structuurvisie Buitengebied Peel en Maas is door de raad vastgesteld op 15 december 2015. Het doel van deze structuurvisie is tweeledig: 1.

Beleidskader voor het Buitengebied; de Structuurvisie is de bundeling van het beleid dat als basis dient voor de juridische vertaling in het Bestemmingsplan Buitengebied.

| bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 21

2.

Instrument om kostenverhaal mogelijk te maken; de Structuurvisie vormt de grondslag voor het toepassen van bovenplanse verevening en bijdragen in de ruimtelijke ontwikkeling in het kader van de ontwikkelingsplanologie.

De structuurvisie gaat specifiek in op het thema ‘Wonen in het buitengebied’. In het buitengebied van Peel en Maas worden steeds meer voormalige agrarische bedrijfswoningen bewoond door derden. In feite is sprake van strijdig gebruik. Aan de andere kant is het hergebruik van de voormalige agrarische bedrijfswoningen een wenselijk ontwikkeling in verband met de leefbaarheid van ons buitengebied. Algemeen uitgangspunt De gemeente Peel en Maas vindt het hergebruik van voormalige agrarische gebouwen belangrijk in verband de leefbaarheid van het buitengebied. Daarom is het algemene beleidsuitgangspunt ten aanzien van burgerwonen in het buitengebied als volgt: “Voormalige agrarische bedrijfswoningen mogen enkel bewoond worden door anderen dan agrariërs wanneer de nabijgelegen agrarische bedrijven daarvan geen nadeel ondervinden met betrekking tot hun huidige en toekomstige bedrijfsvoering en waar ter plaatse van die woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd”. Omzetting in een woonbestemming Voormalige agrarische bedrijfswoningen op een locatie waar feitelijk geen agrarisch bedrijf meer geëxploiteerd wordt kunnen niet automatisch omgezet worden in een woonbestemming. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient onderzocht te worden of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

De omzetting naar een woonbestemming mag ook geen nadelige gevolgen opleveren voor de omliggende (agrarische) bedrijven (zoals beschreven in het algemeen uitgangspunt). Om een voormalige agrarische bedrijfswoning om te zetten in een woonbestemming dient aangetoond te worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat en dat voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening. Toetsingscriteria voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat zijn: geur, fijnstof, geluid, externe veiligheid en volksgezondheid. Een punt van aandacht bij de eventuele omzetting van een agrarische bestemming naar een woonbestemming is ook de grootte van het bouwvlak. Een agrarische bedrijf beschikt over het algemeen over een ruim bouwvlak. Door deze één op één om te zetten in een woonbestemming wordt de mogelijkheid gecreëerd om binnen de woonbestemming vergunningvrij milieugevoelige gebouwen op te richten. Deze kunnen nadelige gevolgen opleveren voor de omliggende agrarische bedrijven. Om die reden wordt bij een omzetting van de plattelandswoning kritisch gekeken naar de grootte van het bouwvlak en daar waar nodig en indien mogelijk zal een verkleining plaatsvinden, dan wel een begrenzing plaatsvinden door middel van het uitsluitend van geur- en/of geluidgevoelige functies. Op deze manier vormt het omzetten in een woonbestemming geen belemmering voor omliggende bedrijven.

3.4.4

Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas

Het Limburgs Kwaliteitsmenu van provincie Limburg heeft zijn uitwerking naar lokaal niveau gekregen in de Structuurvisie Buitengebied Peel en Maas. Het doel van het hierin opgenomen kwaliteitsmenu is het bieden van een instrument om noodzakelijke en/ of wenselijke ontwikkelingen in het buitengebied te kunnen combineren met kwaliteitsverbetering. Ontwikkelingen die niet passen in het bestemmingsplan worden op basis hiervan alleen toegestaan als er een tegenprestatie wordt geleverd in de vorm van landschappelijke inpassing en waterhuishoudkundige voorzieningen voor een duurzame verwerking van hemelwater. Als basis voor omvang van de inpassing geldt dat sprake moet zijn van een oppervlakte ‘landschappelijke inpassing’ of ander groen/natuur dat overeenkomt met 10% van de oppervlakte van het deel van het bouwvlak -al dan niet bestemmingsvlak- waar de nieuwe bebouwing en erf komt. Dit vormt een basiskwaliteitsverbetering die altijd geleverd moet worden. Daarnaast is er in veel gevallen sprake van een basiskwaliteitsverbetering-plus en een aanvullende kwaliteitsverbetering (AK) van toepassing.

|bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 22

Deze kwaliteitsverbetering dient te bestaan uit fysieke maatregelen die bijdragen aan het versterken van het landschap. Dat kan bijvoorbeeld bestaan uit: sloop, aanleg van natuur, versterking van het landschap of uit extra investering in architectonische kwaliteit. In het Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas is per gebiedstypologie bepaald of en hoeveel aanvullende kwaliteit er gevraagd wordt. De bedoeling hiervan is de gevolgen van een ontwikkeling die ingrijpt in het buitengebied te compenseren. Daarbij wordt de zogenaamde „drietrapsraket‟ gehanteerd. Pas als feitelijke compensatie niet mogelijk is op de locatie van de aanvrager (1), dan wel op een alternatieve locatie (2), kan een bijdrage gestort worden in het ‘Kwaliteitsfonds ruimtelijke ontwikkeling’ (3). Onderdeel van dit plan is de realisatie van een uitgebreide landschappelijk inpassing van de te verbouwen woning conform de voorwaarden uit het geldende Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas. Deze landschappelijke inpassing is in paragraaf 2.2 van deze plantoelichting uitgebreid behandeld.

.

| bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 23

HOOFDSTUK 4

4.1

MILIEU-PLANOLOGISCHE ASPECTEN EN ONDERZOEKEN

Geluidhinder

De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit art. 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De zonebreedte is afhankelijk van het gebied (stedelijk of buitenstedelijk) en het aantal rijstroken. Binnen de zones moet een akoestisch onderzoek worden verricht. De voorkeursgrenswaarde voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen bedraagt in die zone op de buitengevel 48 dB (art. 82 lid 1 Wgh). Er geldt verder een maximale ontheffingswaarde binnen buitenstedelijk gebied van 53 dB (artikel 83 lid 1 Wgh). Echter niet alle ruimtelijke ontwikkelingen behoeven op grond van de Wgh onderzocht te worden. Op basis van art. 76 lid 3 Wgh hoeft de geluidsbelasting van een aanwezige weg (waar geen wijzigingen optreden) op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Hieronder valt het omzetten van een bestaande agrarische bedrijfswoning in een burgerwoning. Deze situatie doet zich in dit plan voor. Nader akoestische onderzoek is niet noodzakelijk.

4.2

Bodem

In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient aangegeven te worden of de plaatselijke bodemkwaliteit geschikt is voor de wijziging van de bestemming. In het voorliggende geval is sprake van de functiewijziging van de voormalige agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning, waarbij de woning wordt bestemd tot ‘Wonen’. Voor het plangebied is weliswaar sprake van een bestaande woonfunctie, maar omdat de bestemming wijzigt van ‘Agrarisch-grondgebonden’ naar ‘Wonen’ is er sprake van een bestemmingswijziging naar een voor de bodem gevoeliger gebruik. Een bodemonderzoek is dan ook noodzakelijk. Het is verboden om bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven te bouwen op verontreinigde grond. Teneinde de kwaliteit van de bodem zeker te stellen dient in zo'n geval een onderzoeksrapport naar de kwaliteit van bodem en grondwater overlegd te worden. Door HMB te Maasbree is een vooronderzoek uitgevoerd. Het doel van het vooronderzoek is vast te stellen of er aanleiding is om bodemverontreiniging te verwachten binnen de beschouwde locatie. De te hanteren werkwijze voor uitvoering van het vooronderzoek is gebaseerd op de NEN 5725. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt verwacht dat binnen het plangebied sprake zal zijn van de aanwezigheid van (bodem)verontreiniging. Er is sprake van een verdachte deellocatie.

Dit is in onderstaande tabel benoemd en omschreven.

|bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 24

Ter plaatse van de in de tabel genoemde deellocatie zal een verkennend bodemonderzoek plaatsvinden voor er gestart wordt met de (ver)bouwwerkzaamheden c.q. voor er een omgevingsvergunning-activiteit bouwen wordt verleend. Een en ander is ook juridisch geborgd in de bouwregels van dit bestemmingsplan. Het overige gedeelte van de onderzoekslocatie is op basis van het vooronderzoek als onverdacht te beschouwen. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 2 integraal deel uitmaakt van deze plantoelichting.

4.3

Luchtkwaliteit

De normering met betrekking tot luchtkwaliteit is geregeld in hoofdstuk 5.2 van de Wet milieubeheer (‘Wet Luchtkwaliteit’). Hierin wordt de programma-aanpak geïntroduceerd. Alle projecten binnen een programmagebied kunnen hierdoor doorgang vinden mits de Nederlandse overheden voldoende maatregelen nemen om overal in het gebied aan de grenswaarden te voldoen. De programma-aanpak is gekoppeld aan inwerkingtreding van de nieuwe Europese richtlijn voor luchtkwaliteit. De programma-aanpak uit de Wet krijgt vorm in gebieden waar de luchtkwaliteit de Europese normen overschrijdt (overschrijdingsgebieden). Gezamenlijk wordt gewerkt door gemeenten, WGR+-regio's, provincies en Rijk, aan dit Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. De Wet luchtkwaliteit introduceert het onderscheid tussen 'kleine' en grote' projecten. Kleine projecten dragen niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in het Besluit “Niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”.

Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten - die jaarlijks meer dan 3 procent van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM 10 en NO2 bijdragen- een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. De Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) bevat de aanwijzing van categorieën van gevallen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij om de volgende categorieën: inrichtingen infrastructuur kantoorlocaties woningbouwlocaties Voor woningbouw geldt dat woningbouwprojecten van netto niet meer dan 1500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) niet in betekende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 4 lid 1 Besluit NIBM jo. art. 4 lid 2, bijlage 3B.2 Regeling NIBM). Het onderhavige plan voorziet slechts in de functiewijziging van één bestaande (voormalige) agrarische bedrijfswoning in een burgerwoning. Het aantal woningen ter plaatse verandert niet als gevolg van dit plan. Het plan is te kleinschalig om in betekende mate bij te dragen aan een verandering/verslechtering van de luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.

| bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 25

4.4

Geur

Juridisch kader Vanaf 1 januari 2007 vormt de Wet geurhinder en veehouderij (hierna: Wgv) het toetsingskader als het gaat om geurhinder afkomstig van dierenverblijven van veehouderijen. De geuremissie is afhankelijk van het aantal en soort dieren dat binnen de inrichting aanwezig is. In de aan de Wgv gekoppelde Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is per diercategorie een geuremissiefactor vastgesteld, uitgedrukt in Europese odour units per tijdseenheid per dier (ouE/s/dier). De totale geuremissie van een veehouderij is de som van alle geuremissies van de verschillende diercategorieën die binnen de inrichting aanwezig zijn. Voor diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, gelden minimaal aan te houden afstanden. Daarnaast zijn minimale afstanden opgenomen vanaf een veehouderij tot een geurgevoelig object behorende bij een (voormalige) veehouderij en vanaf de buitenzijde van een dierenverblijf tot de buitenzijde van een geurgevoelig object. De gemeente Peel en Maas is gelegen in concentratiegebied II, zoals geregeld in de Meststoffenwet. Dit betekent dat de geurnormen voor de geurgevoelige objecten in het buitengebied 3 ingevolge artikel 3, lid 1b van de Wgv 14,0 odour units per kubieke meter lucht (ouE/m ) bedragen.

Gemeentelijk geurbeleid De gemeente Peel en Maas heeft het gebied waar het plangebied (Lange Heide 11 te Maasbree) ligt niet middels een geurverordening aangewezen als gebied waarvoor een andere dan de wettelijke maximale waarde voor geurbelasting van een veehouderij geldt. Derhalve dient te worden aangesloten bij de wettelijke waarde 3 van 14,0 ouE/m voor geurgevoelige objecten in het buitengebied. Geurhinder binnen plangebied Voor de geurbeoordeling van agrarische bedrijven in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij geldt een specifiek toetsingsregime. Dit toetsingsregime dient andersom ook te worden toegepast bij de RO-beoordeling van mogelijke nieuwe projectlocaties volgens het principe van de omgekeerde werking. Volgens artikel 1 Wgv is een geurgevoelig object : “ een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt, waarbij onder “gebouw, bestemd voor menselijk wonen of menselijk verblijf” wordt verstaan: gebouw dat op grond van het bestemmingsplan (………..) mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf ”. Het project beoogt de realisatie van een burgerwoning. Er is hier sprake van een geurgevoelig object.

Geurhinder en woon- en leefklimaat De gemeente Peel en Maas heeft niet in een gemeentelijke geurverordening vastgelegd wat op basis van geurhinderpercentages voor de achtergrondbelasting een acceptabel woon- en leefklimaat is. De handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij attendeert in bijlage 7 op een vijftal punten (a t/m e) welke als achtergrondinformatie gebruikt kunnen worden voor het bepalen van een acceptabel geurniveau voor een bepaald gebied. Nu dit niet door de gemeente is vastgesteld wordt in dit plan uitgegaan van de wettelijke waarden (artikel 3) en maxima (artikel 6) voor de voorgrondbelasting en de bijbehorende geurhinderpercentages uit bijlage 7d van de handreiking, zoals in onderstaande tabel is opgenomen. Aan de hand van tabel A uit bijlage 6 van de handreiking zijn vervolgens de geurhinderpercentages vertaald naar bijbehorende waarden voor de achtergrondbelasting en eveneens weergegeven in onderstaande tabel. Een voorgrondbelasting van 14 3 3 ouE/m staat qua percentage geurgehinderden dus gelijk aan een achtergrondbelasting van 28 ouE/m .

tabel: wettelijke waarden en maxima voor geurbelasting en geurhinder in een concentratiegebied.

|bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 26

Kragten BV heeft met betrekking tot dit plan een quickscan naar geurhinder uitgevoerd. Voor de volledige quickscan wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 3 integraal deel uitmaakt van deze plantoelichting. De belangrijkste bevindingen zijn hieronder opgenomen. Omliggende veehouderijen Op basis van het Bestand Veehouderij Bedrijven (Web-BVB) van de provincie Limburg zijn in een straal van 2 kilometer 19 veehouderijen gelegen. In onderstaande tabel zijn de meest nabijgelegen veehouderijen opgenomen.

Woon- en leefklimaat Bij de realisatie van geurgevoelige objecten dient rekening te worden gehouden met de achtergrondbelasting voor het aspect geur ten gevolge van de omliggende veehouderijen. Daarnaast dient eveneens te worden onderzocht of sprake is van een goed woon- en leefklimaat op basis van de vergunde rechten van de omliggende veehouderijen. Voor de beoordeling wordt aangesloten bij de “Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij – Aanvulling: Bijlagen 6 en 7” d.d. 1 mei 2007. Hierin is een relatie tussen de voor- en achtergrondbelasting en de geurhinder weergegeven voor een concentratiegebied en een niet-concentratiegebied. Voorgrondgeurbelasting Op basis van de quickscan wordt geconcludeerd dat de realisatie van een burgerwoning, een geurgevoelig object, aan de Lange Heide 11 géén inbreuk maakt op de vergunde en/of planologische geurrechten van omliggende veehouderijen. Achtergrondgeurbelasting Uit de quickscan blijkt dat sprake is van meerdere relevante veehouderijen met intensieve diersoorten (OU-dieren) die binnen een afstand van 2 kilometer rondom het plangebied zijn gelegen. Derhalve dient een aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd naar de achtergrondgeurbelasting ter beoordeling van het woonen leefklimaat ter plaatse van de planontwikkeling.

Nadere beschouwing achtergrondgeurbelasting Met behulp van het programma V-stacks gebied is de achtergrondbelasting berekend. De achtergrondbelasting varieert ter plaatse van het plan van 2,1 tot 2,2 ouE/m³. Het percentage geurgehinderden binnen een concentratiegebied II blijft beperkt tot < 5%. Op basis van het percentage geurgehinderden en de GGD-richtlijn kan gesteld worden dat de milieukwaliteit ten gevolge van de gezamenlijke veehouderijen zeer goed zal zijn. Voor de directe omgeving van het plangebied zijn op basis van de berekende geurbelastingen contouren vastgesteld. In onderstaande afbeelding zijn de 98-percentiel contouren van de achtergrondbelasting ten gevolge van de gezamenlijke veehouderijen weergegeven:

| bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 27

Achtergrondgeurbelasting (plangebied rood omcirkeld)

4.5

Bedrijven en milieuzonering

Vooruitlopend op de komst van de nieuwe Omgevingswet in 2021 heeft de VNG een nieuwe publicatie opgesteld (‘Rapport Milieuzonering nieuwe stijl’ (mei 2019)). De nieuwe Omgevingswet zorgt voor een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Het maatschappelijk doel hierbij is ‘ruimte voor ontwikkeling en waarborgen voor kwaliteit’. Gelet op dit doel is het logisch dat in de Omgevingswet het ruimtelijk spoor en het milieuspoor verder worden geïntegreerd. Het gemeentelijke omgevingsplan is straks hét instrument waarin deze integratie op lokaal niveau plaatsvindt. Een belangrijke vraag bij de integratie van ruimte en milieu is hoe om kan worden gegaan met bedrijvigheid. Binnen het programma ‘Aan de slag met de Omgevingswet’ is hiervoor door de VNG de staalkaart ‘bedrijfsmatige activiteiten’ voor het omgevingsplan opgesteld. De opgestelde staalkaart is bedoeld als uitnodiging en startpunt richting gemeenten om na te denken over de wijze waarop zij bedrijfsmatige activiteiten binnen hun grondgebied willen reguleren. De staalkaart bevat een aantal mogelijkheden (niet uitputtend) voor de wijze van regulering van bedrijfsmatige activiteiten. De VNG ziet goede kansen om onderdelen van de staalkaart nu al toe te passen.

Dit heeft geleid tot een nieuwe publicatie: het met een ‘milieuzonering nieuwe stijl’ reguleren van bedrijven in omgevingsplannen en – vooruitlopend daarop – nu al in bestemmingsplannen verbrede reikwijdte in het kader van de Crisis-en herstelwet. Voor de reguliere bestemmingsplannen en buitenplanse omgevingsvergunningen blijft de bestaande VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ bruikbaar. De nieuwe VNG-publicatie is dan ook een alternatief naast de bestaande VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. In het kader van het onderhavige plan wordt gekozen om de afwegingen rondom milieuzonering te doen plaatsvinden met behulp van de toepassing van de bestaande VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009).

|bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 28

Bedrijven en Milieuzonering; Staat van bedrijfsactiviteiten De VNG Handreiking is ingedeeld in een zestal categorieën met toenemende potentiële milieuemissies. Per bedrijfsactiviteit is voor elk ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven die in beginsel moet worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstype 'rustige woonwijk' , 'rustig buitengebied' of vergelijkbare omgevingstypen; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld.

De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand: categorie 1: grootste afstand 10 meter; categorie 2: grootste afstand 30 meter; categorie 3.1: grootste afstand 50 meter; categorie 3.2: grootste afstand 100 meter; categorie 4.1: grootste afstand 200 meter; categorie 4.2: grootste afstand 300 meter; categorie 5.1: grootste afstand 500 meter; categorie 5.2: grootste afstand 700 meter; categorie 5.3: grootste afstand 1.000 meter; categorie 6: grootste afstand 1.500 meter. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kortere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In zo'n geval is het ruimtelijk aanvaardbaar dat de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd. Invloed milieuhinder op en vanuit het plangebied De meest bepalende potentieel milieubelastende bedrijven in de omgeving van het plangebied zijn: grondgebonden agrarisch bedrijf Lange Heide 24, niet zijnde een intensieve -of rundveehouderij, milieucategorie 2, aanbevolen afstand tot woningen: 30 meter. De feitelijke afstand tot het plangebied bedraagt ca. 15 meter. Camping ‘Breebronne’ Lange Heide 9, kampeerterreinen, vakantiecentra e.d. (met keuken), milieucategorie 3.1, aanbevolen afstand tot woningen: 50 meter.

De feitelijke afstand van de nieuwe woning tot het campingterrein bedraagt ca. 8 meter tot de parkeerplaats van de camping en ca. 100 meter tot het restaurant. De richtafstanden tussen beide functies en de beoogde burgerwoning worden niet gehaald. In beide gevallen geldt dat de maximale richtafstand door het hinderaspect ‘geluid’ wordt veroorzaakt. Voor wat betreft de andere hinderaspecten (geur, stof en gevaar) worden de voorgeschreven richtafstanden wel allemaal gehaald. Kragten BV heeft met betrekking tot dit plan een akoestische beschouwing uitgevoerd. Voor de volledige beschouwing wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 4 integraal deel uitmaakt van deze plantoelichting. De belangrijkste bevindingen zijn hieronder opgenomen. Lange Heide 24 Aan de Lange Heide 24 kan een grondgebonden agrarisch bedrijf gevestigd worden. Ook deze activiteiten vallen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. In onderstaande tabel is ook voor deze activiteit een overzicht van de relevante geluidvoorschriften opgenomen.

| bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 29

Camping ‘ BreeBronne’ De camping valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Geluidvoorschriften zijn opgenomen in de artikelen 2.17 tot en met 2.22. In tabel 2.17a van het artikel 2.17 van dit Besluit zijn de geldende geluidvoorschriften voor inrichtingen opgenomen. Navolgende tabel geeft een overzicht van de relevante geluidvoorschriften.

In artikel 2.18 lid 1 onder b is verder aangegeven dat de in de tabel opgenomen geluidniveaus niet van toepassing zijn op het stemgeluid van bezoekers op het open terrein van een inrichting voor sport- of recreatieactiviteiten. Beoordeling De betreffende woning aan de Lange Heide 11 te Maasbree is in het bestemmingsplan opgenomen als een agrarische woning. Voor agrarische woningen geldt hetzelfde toetsingskader voor geluid als voor reguliere burgerwoningen. Concreet betekent dit dot de geluidimmissie van de omliggende bedrijven, te weten Camping ‘BreeBronne’ en het agrarisch bedrijf aan de Lange Heide 24, reeds beoordeeld is en voldoet aan het Activiteitenbesluit. Hieruit blijkt dat voor de huidige situatie sprake is van een goed woon- en leefklimaat. In de toekomstige situatie, als de bestaande agrarische woning omgezet wordt naar burgerwoning, is er geen sprake van een wijziging van de (potentiële) bedrijvigheid in de directe omgeving, waardoor de akoestische situatie gelijk blijft. Voor beide bestaande bedrijfsactiviteiten leidt de omzetting van de agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning niet tot (extra) belemmeringen in hun bedrijfsvoering. Beide bedrijven moeten nu en in de toekomst voldoen aan landelijke milieu-eisen die gelden ter plaatse van ‘woningen van derden’.

De bestaande agrarische burgerwoning wordt omgezet in een burgerwoning waarbij deze woning wordt verbouwd. Deze verbouwing is echter gepland aan de achtergevel en rechterzijgevel van de bestaande woning. De bestaande (kortste) afstand van de bestaande woning tot de grens van de beide bedrijfspercelen verandert niet als gevolg van dit plan.

|bestemmingsplan Lange Heide 11 Maasbree | status: ontwerp |

Pagina | 30

4.6

Externe veiligheid

Het wettelijk kader voor risicovolle bedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), voor het transport van gevaarlijke stoffen is het vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en voor buisleidingen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het Nederlandse externe veiligheidsbeleid is gebaseerd op twee elementen: een harde norm in de vorm van het plaatsgebonden risico (PR) en een oriënterende waarde in de vorm van het groepsrisico (GR). De norm -6 voor het plaatsgebonden risico bedraagt één op de miljoen (10 ) per jaar, ofwel 1 op de miljoen blootgestelde personen. Het hanteren van een norm voor het plaatsgebonden risico biedt een basisveiligheidsniveau voor de individuele burger in de omgeving van een risicovolle activiteit. Voor nieuwe situaties geldt deze norm als -6 grenswaarde. Dat wil zeggen dat kwetsbare objecten buiten de 10 contour moeten zijn gelegen. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de plaatsgebonden risico-contour ook, maar daar geldt de contour alleen als richtwaarde. Het groepsrisico gaat over de impact van een calamiteit met veel dodelijke slachtoffers tegelijk. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied (1 % letaliteitgrens) gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal personen, de oriënterende waarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=a4d1a4db-94fd-4757-9a09-1e4fc6325668