CConstaterende datPeel en Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-003 03 Toelichting Jacobusstraat 42 Egchel.pdf

Raad 9 februari 2021, gemeente Peel en MaasBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Jacobusstraat 42 Egchel, uitbreiding bouwvlak bij een intensieve veehouderij voor verplaatsing bedrijfswoning, oprichting loods met ondergrondse kadaverkoeling (2021-003)9.448 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting bestemmingsplan Jacobusstraat 42, Egchel

Gemeente Peel en Maas Gemeente xx

Titel - straat+plaats

0

Colofon

Plannaam

Jacobusstraat 42, Egchel

Datum

13 maart 2020, gewijzigd 02 november 2020

Status

Vastgesteld

IMRO-code

NL.IMRO.1894.BPL0225.VG01

Opgesteld door

Van Dun Ontwerp & Planologie Dorpsstraat 54 5113 TE Ulicoten T. 013 519 94 58 Postel 8 5711 ET Someren T. 0493 745 015 E. info@ontwerp-planologie.nl I. www.ontwerp-planologie.nl

Auteur

Frank v.d. Aalst

Projectleider

P. Mandemakers

Projectnummer

18377-003

Inhoudsopgave 1.

INLEIDING..................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding en doel ............................................................................................................. 5 1.2 Geldend planologisch regime .............................................................................................. 5 1.3 Procedure ......................................................................................................................... 6 1.4 Leeswijzer ......................................................................................................................... 7 2. PLANBESCHRIJVING ..................................................................................................... 8 2.1 Bestaande situatie ............................................................................................................. 8 2.2 Beoogde situatie ................................................................................................................ 8 3. BELEIDSKADER ............................................................................................................

11 3.1 Nationaal beleid ................................................................................................................11 3.2 Provinciaal beleid ..............................................................................................................11 3.2.1 POL 2014 ..................................................................................................................11 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 .........................................................................12 3.3 Gemeentelijk beleid ..........................................................................................................12 3.3.1 Structuurvisie Buitengebied ........................................................................................12 3.3.2 Structuurvisie gebiedsontwikkeling Egchel ...................................................................13 3.3.3 Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas .................................................................13 3.3.4 Bestemmingsplan ......................................................................................................13 4. MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN..............................................

14 4.1 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling.......................................................14 4.2 Waterhuishouding ............................................................................................................14 4.2.1 Waterrelevant beleid ..................................................................................................14 4.2.2 Bestaande waterhuishoudkundige situatie ...................................................................15 4.2.3 Beoogde waterhuishoudkundige situatie .....................................................................15 4.3 Natuur .............................................................................................................................16 4.3.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN) ................................................................................16 4.3.2 Wet natuurbescherming .............................................................................................17 4.4 Bodemkwaliteit .................................................................................................................18 4.5 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie ..........................................................................19 4.5.1 Cultuurhistorie en aardkunde .....................................................................................19 4.5.2 Archeologie

...............................................................................................................19 4.6 Landschappelijke inpassing ...............................................................................................19 4.7 Bedrijven en milieuzonering ..............................................................................................20 4.8 Luchtkwaliteit ...................................................................................................................21 4.9 Geluid ..............................................................................................................................21 4.10 Verkeer en parkeren .........................................................................................................21 4.11 Externe veiligheid .............................................................................................................21 4.11.1 Regelgeving ..............................................................................................................22 4.11.2 Toetsing aan beleid ...................................................................................................22 4.12 Technische infrastructuur ..................................................................................................22 5.

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING .............................................................................. 23 5.1 Juridische achtergrond ......................................................................................................23 5.2 Toelichting verbeelding .....................................................................................................23 5.3 Toelichting regels .............................................................................................................24 6. UITVOERBAARHEID ..................................................................................................... 25 6.1 Financiële uitvoerbaarheid .................................................................................................25 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................25 6.2.1 Vooroverleg en omgevingsdialoog ..............................................................................25 6.2.2 Zienswijzen en beroep ...............................................................................................25 7. BIJLAGEN..................................................................................................................... 26

1. Inleiding In dit hoofdstuk komen de aanleiding en het doel, de ligging van het plangebied, het geldend planologisch regime en de procedure aan bod. Daarnaast is in dit hoofdstuk een leeswijzer opgenomen. 1.1 Aanleiding en doel Aan de Jacobusstraat 42 te Egchel (gemeente Peel en Maas) is een varkenshouderij gevestigd. In het vigerende bestemmingsplan is ter plaatse een bedrijfswoning toegestaan. Een vergunning voor een bedrijfswoning is ook verleend echter is de eigenaar van het perceel voornemens om de woning elders bij het bedrijf te realiseren. Het voornemen is om de woning aan de achterzijde van het perceel te realiseren, gericht aan de Huiskensweg. Tevens is de eigenaar voornemens om een loods te realiseren ten behoeve van de varkenshouderij. In deze loods zullen materialen, machines en de vrachtwagen die ten dienste staan van de varkenshouderij worden gestald. Nabij deze loods wordt een ondergrondse kadaverkoeling voorzien om kadavers met de beste beschikbare techniek op te slaan. De ondergrondse kadaverkoeling komt de gezondheidsstatus van het bedrijf ten goede. Deze ontwikkelingen zijn niet passend binnen het vigerende bestemmingsplan omdat de beoogde bouwwerken buiten het bouwvlak worden gesitueerd. Middels een herziening van het bestemmingsplan kan het bouwvlak worden vergroot/van vorm worden veranderd waardoor de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt.

Daarnaast wordt met deze bestemmingsplanprocedure ook het bouwvlak gecorrigeerd zodat de bestaande, vergunde, stal binnen het bouwvlak wordt gesitueerd. Voor de beoogde ontwikkeling is door de eigenaar een principeverzoek ingediend bij de gemeente Peel en Maas. De gemeente heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief onder de volgende voorwaarden: - de verleende vergunning van de huidige woning wordt ingetrokken; - het bouwvlak waar de verleende woning was beoogd wordt geschrapt; - ter plaatse van de uitbreiding van het bouwvlak is geen intensieve veehouderij toegestaan; - het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 15.000 m2;| - de nut en noodzaak voor de bedrijfswoning moet worden aangetoond; - de inhoud van de woning mag niet meer dan 1000 m3 bedragen; - er is sprake van een goede landschappelijke inpassing; Middels dit bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan de beoogde ontwikkeling en wordt rekening gehouden met de door de gemeente gestelde voorwaarden. 1.2 Geldend planologisch regime He vigerende bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas. Onderstaande afbeelding is een uitsnede van dit bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied.

De bestemmingen en aanduidingen die van toepassing zijn op deze locatie zijn: - Enkelbestemming Agrarisch – intensieve veehouderij; - Enkelbestemming Agrarisch; - Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 2; - Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 5; - Bouwvlak (ter plaatse van bestemming Agrarisch – intensieve veehouderij); - Functieaanduiding: groen (gedeeltelijk); - Functieaanduiding: intensieve veehouderij uitgesloten (gedeeltelijk); - Gebiedsaanduiding: kernrandzone; - Gebiedsaanduiding: overig – wijziging niet toegestaan; - Gebiedsaanduiding: reconstructiewetzone – verwevingsgebied; - Gebiedsaanduiding: wro-zone – wijzigingsgebied 4 go; - Gebiedsaanduiding: wro-zone – wijzigingsgebied 1 ob; Zoals reeds in de inleiding is beschreven worden de beoogde ontwikkelingen niet gerealiseerd binnen het vigerende bouwvlak waardoor een aanpassing van het bestemmingsplan benodigd is.

Toelichting bestemmingsplan Jacobusstraat 42, Egchel

5

Afbeelding 1: uitsnede vigerend bestemmingsplan 1.3 Procedure Voor het beoogde initiatief dient een bestemmingsplan te worden vastgesteld, conform artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Volgens artikel 3.8 Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken voor iedereen ter inzage wordt gelegd. Tijdens deze periode van 6 weken kan een ieder hun zienswijzen kenbaar maken. Binnen 12 weken nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, moet de gemeente beslissen over de vaststelling van het bestemmingsplan. Hierbij worden eventuele zienswijzen in acht genomen. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, wordt het opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze 6 weken kunnen belanghebbenden die tijdig zienswijzen kenbaar hebben gemaakt bij het ontwerp en belanghebbenden die kunnen aantonen dat zij niet in de gelegenheid zijn geweest om tijdig zienswijzen kenbaar te maken, beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als er geen beroep wordt ingesteld, dan is het bestemmingsplan daags na afloop van de beroepsperiode onherroepelijk. Zodra het bestemmingsplan in werking is getreden kunnen de benodigde omgevingsvergunningen voor het beoogde initiatief worden aangevraagd.

Toelichting bestemmingsplan Jacobusstraat 42, Egchel

6

1.4 Leeswijzer In deze toelichting is in het eerste hoofdstuk een inleiding op het initiatief gegeven, waarin de aanleiding, het doel, het geldend planologische regime en de te doorlopen procedure zijn beschreven. In hoofdstuk 2 wordt de bestaande en beoogde situatie omschreven. Het van toepassing zijnde nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid wordt uiteengezet in hoofdstuk 3. Hierna worden in hoofdstuk 4 de milieuhygiënische en planologische aspecten beschreven. De juridische achtergrond van het bestemmingsplan, een toelichting op de verbeelding en een toelichting op de regels wordt gegeven in hoofdstuk 5. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief wordt verantwoord in hoofdstuk 6.

Toelichting bestemmingsplan Jacobusstraat 42, Egchel

7

2. Planbeschrijving In dit hoofdstuk worden de bestaande en beoogde situatie beschreven. Hierin komt naar voren welke veranderingen er plaatsvinden binnen het plangebied. 2.1 Bestaande situatie Het plangebied is gelegen aan de Jacobusstraat 42 te Egchel. Egchel is een kleine kern binnen de gemeente Peel en Maas en heeft ca 1000 inwoners. Het plangebied is gelegen ten zuiden van de kern aan de Jacobusstraat die de kern aansluit aan de provinciale weg N562. Ter plaatse van het plangebied is momenteel een varkenshouderij gevestigd bestaande uit 5 varkensstallen. Ten noordoosten van de stallen is de vergunde bedrijfswoning beoogd. Deze is echter nog niet gerealiseerd. Het perceel wordt aan de noordzijde afgeschermd door een brede houtsingel. De ontsluiting van het bedrijf vindt hoofdzakelijk plaats door de twee inritten die ontsluiten aan de Huiskensweg, een zijweg van de Jacobusstraat. Het plangebied is weergegeven op onderstaande afbeelding.

Afbeelding 2 Luchtfoto bestaande situatie, plangebied blauw omlijnd, situatie vergunde woning omcirkeld (bron maps.google.nl) 2.2 Beoogde situatie De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op het verplaatsen van de bedrijfswoning met bijgebouw, bouw van een loods en het corrigeren van het bouwvlak voor de vergunde varkensstal. Met de beoogde ontwikkeling wordt het gehele bedrijf landschappelijk ingepast middels houtsingels rondom het bedrijf. Op onderstaande afbeelding is het beoogde bouwvlak weergegeven (max 15.000 m2) waarbij tevens de locaties van de nieuwe te bouwen loods en woning is weergegeven. Met de ontwikkeling vinden er geen veranderingen plaats in de aanwezige varkensstallen. De ontwikkeling zal dan ook geen invloed hebben op de emissies vanuit de varkenshouderij. Het varkensbedrijf is een zeugenhouderij waar, volgens de laatste vergunning 1373 zeugen gehouden mogen worden. Het bedrijf is gespecialiseerd in het houden van zeugen waarbij de gespeende biggen elders worden opgefokt. Het bedrijf is van voldoende omvang om als een volwaardig agrarisch bedrijf te worden geclassificeerd. In het vigerende bestemmingsplan is een definitie van volwaardig agrarisch bedrijf opgenomen: “indien het samenstel van de economische waarde van de agrarische productie ten minste 70 NGE bedraagt kan het bedrijf als volwaardig worden aangemerkt”. NGE staat voor

Toelichting bestemmingsplan Jacobusstraat 42, Egchel

8

Nederlandse Grootte Eenheden, een eenheid om verschillende (agrarische) bedrijfsvormen in economische omvang te kunnen vergelijken. De laatste versie van de NGE-tabel dateert uit 2012. Sindsdien wordt de omvang berekend in Standaard-Opbrengst (SO). Deze SO-normen zijn minder geschikt voor de bepaling van de volwaardigheid van een agrarisch bedrijf. De omvang van de varkenshouderij aan de Jacobusstraat 42 heeft volgens de laatste NGE-tabel een omvang van 381 NGE. De Standaard-Opbrengst van het bedrijf bedraagt 1.781.780 euro. Op basis van de NGE-normen is het bedrijf als een volwaardig agrarisch bedrijf aan te merken waardoor de bouw van een bedrijfswoning planologisch te verantwoorden is. Nut en noodzaak bedrijfswoning Een van de voorwaarden van de gemeente is dat voor de bedrijfswoning de nut en noodzaak dient te worden aangetoond. In deze paragraaf wordt hiervoor een nadere toelichting gegeven. De eigenaar van de varkenshouderij is momenteel elders woonachtig. Het voornemen om een nieuwe woning te realiseren bij het bedrijf heeft de volgende achterliggende redenen: - wanneer bewoning plaats vindt op het bedrijf kan de eigenaar snel ingrijpen bij calamiteiten. Deze calamiteiten kunnen bestaan uit het uitvallen van de ventilatie of uitbreken van brand in de stal.

Door de ondernemer zijn verschillende voorzorgsmaatregelen getroffen om deze incidenten te voorkomen maar als een dergelijke calamiteit voorvalt kunnen de gevolgen voor het bedrijf groot zijn. Door de voorzorgsmaatregelen wordt de ondernemer tijdig gewaarschuwd waardoor direct maatregelen kunnen worden getroffen wanneer er permanente bewoning plaatsvind bij het bedrijf. Ook vanuit de verzekering worden steeds strengere eisen gesteld om bij calamiteiten zo snel mogelijk bij het bedrijf te zijn. Door woonachtig te zijn op de bedrijfslocatie wordt ook hier aan tegemoet gekomen; - Er is reeds een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woning. De eigenaar is voornemens om de woning elders te realiseren omdat hiermee betere controle kan worden gehouden op de vervoersbewegingen voor het bedrijf. Het overgrote deel van de vervoersbewegingen vindt plaats aan deze zijde van het bedrijf; - Initiatiefnemer en partner zijn beide werkzaam op het bedrijf. Daarnaast hebben zij opgroeiende kinderen. In de huidige situatie wonen zij niet bij het bedrijf waardoor er oppas moet worden geregeld om de kinderen op te vangen. Wanneer de woning bij het bedrijf wordt gesitueerd kan het werk beter met de zorg voor de kinderen in de woning worden gecombineerd; Nut en noodzaak loods De beoogde loods wordt tussen de bestaande stallen en de Huiskensweg voorzien.

Deze loods is bereikbaar vanaf de bestaande inrit aan de achterzijde van het bedrijf. De loods wordt gerealiseerd om: - Machines en werktuigen inpandig te kunnen stallen. Het bedrijf heeft een vrachtwagen in eigendom om de gespeende biggen zelf af te voeren naar een andere locatie. Daarnaast wordt ook het mesttransport in eigen beheer uitgevoerd. Door het in eigen beheer transporteren van dieren en mest is de insleep van mogelijke ziektekiemen tot een minimum beperkt. Aan de voorzijde van het bedrijf is een bestaande loods aanwezig, deze loods is echter niet hoog genoeg om de machines in te kunnen plaatsen. Door het inpandig plaatsen van de machines wordt tevens de levensduur verlengd. - Door het inpandig stallen van de vrachtwagen voor biggentransport zal de vrachtwagen droog en, in de winter, op temperatuur meteen gereed zijn voor het transport van de jonge biggen. Wanneer deze dieren in een vochtige, onverwarmde, vrachtwagen komen zijn ze vatbaarder voor ziekten. - Volgens de landelijke ketencertificering voor de varkenshouderij in Nederland is ieder bedrijf verplicht om op het bedrijf ruimte te hebben om, bij calamiteiten, dieren minimaal 6 weken op te vangen. Op het bedrijf worden iedere week biggen geboren en afgevoerd.

Wanneer, bij bijvoorbeeld de uitbraak van dierziekten in de omgeving, dieren niet afgevoerd mogen worden blijft de aanwas van biggen bestaan waardoor er mogelijk gezondheids- en welzijnsproblemen bij de dieren kunnen ontstaan. In de bestaande loods en nieuw te bouwen loods is dan nog ruimte om de dieren op te kunnen vangen. De bestaande loods blijft ook in gebruik op het bedrijf, in deze loods zijn de bestaande nutsvoorzieningen aanwezig zoals aansluiting gas, water en elektra, breektank voor watervoorziening

Toelichting bestemmingsplan Jacobusstraat 42, Egchel

9

(wettelijk verplicht) en noodstroomaggregaat. Daarnaast wordt hier klein materieel (zakgoed, reserveronderdelen hokinrichting) ten behoeve van de varkenshouderij opgeslagen.

Rood: te behouden bouwvlak Paars: te verwijderen bouwvlak Blauw: toe te voegen bouwvlak arcering ruit: bestaande/vergunde bebouwing arcering stip: locatie nieuwe bebouwing

Afbeelding 3: situatietekening beoogd bouwvlak

Toelichting bestemmingsplan Jacobusstraat 42, Egchel

10

3. Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid uiteengezet. Het initiatief wordt getoetst aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. 3.1 Nationaal beleid Het relevante nationaal ruimtelijk beleid bestaat uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de regels die hieraan zijn gekoppeld in het Barro. Het beleid is beschreven in de structuurvisie. Hierbij wordt ingegaan op beleid van nationaal belang zoals rijkswegen, defensie, natuurnetwerk Nederland, en nationale luchthaven en havens. De Barro vormt de juridische basis van het nationaal beleid rondom de ruimtelijke ordening. Het besluit bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In de Barro staan regels omschreven voor bijvoorbeeld grote rivieren en defensie. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen aanduidingen aanwezig die van nationaal belang zijn. Verdere toetsing aan het nationaal beleid kan dan ook achterwege worden gelaten. 3.2 Provinciaal beleid Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Limburg is omschreven in de POL2014 en de omgevingsverordening Limburg 2014.

3.2.1

POL 2014

Het POL 2014 is op 12 december 2014 vastgesteld In het POL staat de ambitie voor de provincie Limburg weergeven voor wat betreft de (fysieke) kwaliteit van het leef- en vestigingsklimaat en hoe deze behouden en versterkt kan worden. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, het versnellen van de energietransitie, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. Afhankelijk van de bestemmingen en aanduidingen op de kaarten van het POL, kan een bepaalde locatie zich ontwikkelen. De volgende thematische kaarten zijn opgenomen in het POL: Zonering Limburg, Limburg Regionaal, Economie, Infrastructuur en bereikbaarheid, energie, Wonen en leefbaarheid, Natuur, Maasvallei, Regionaal water, Landschap en cultuurhistorie, Landbouw en Ondergrond. In het POL is de locatie gelegen in het buitengebied. Dit is een van de 7 deelgebieden van de provincie. Het landelijk gebied is opgedeeld in 4 zones waarbij het plangebied is gelegen in het ‘buitengebied’. Binnen deze zone staat de ontwikkeling van agrarische bedrijven voorop. Om het leefklimaat te verbeteren heeft de provincie als doelstelling op de milieubelasting vanuit de landbouw terug te dringen.

Met de beoogde vergroting van het bouwvlak worden ook de ontwikkelingsmogelijkheden van de varkenshouderij beperkt. Door de ligging van de varkenshouderij nabij de kern van Egchel is het niet wenselijk dat het bedrijf zich verder uitbreidt met het houden van dieren. De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op de bouw van een loods en verplaatsing van een woning. Deze activiteiten zorgen niet voor een verslechterend leefklimaat voor de omgeving. Verdere regels voor de ontwikkeling zijn er niet opgenomen in het POL2014

Toelichting bestemmingsplan Jacobusstraat 42, Egchel

11

Afbeelding 4: Uitsnede kaart POL2014 3.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2014

De provinciale omgevingsverordening Limburg 2014 is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. Het belangrijkste hoofdstuk waar bij ruimtelijke ontwikkeling aan getoetst dient te worden is hoofdstuk 2 (ruimte). Ander hoofdstukken zijn specifiek van belang op locaties waar de aanduidingen zijn gelegen. Hier is in onderhavige situatie geen sprake van. In hoofdstuk 2 zijn regels opgenomen voor ruimtelijke ontwikkelingen die worden verankerd in een bestemmingsplan of omgevingsvergunning. Er zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen, ontwikkelingen nabij natuurgebieden en ontwikkelingen voor de intensieve veehouderij en glastuinbouwbedrijven. Omdat de beoogde ontwikkeling geen betrekking heeft op een ontwikkeling die specifiek is genoemd in dit hoofdstuk kan verdere toetsing achterwege worden gelaten. Er is weliswaar sprake van de vergroting van een bouwvlak waar een intensieve veehouderij is gevestigd maar ter plaatse van de vergroting van het bouwvlak wordt, conform de voorwaarde van de gemeente, in de regels verankerd dat uitbreiding ten behoeve van de intensieve veehouderij niet is toegestaan. 3.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is omschreven in de gemeentelijke structuurvisies en het bestemmingsplan.

3.3.1

Structuurvisie Buitengebied

Op 20 december 2011 is door de gemeenteraad van Peel en Maas de structuurvisie ‘Buitengebied Peel en Maas’. Deze structuurvisie is een overkoepelend document bestaande uit verschillende deelaspecten dat dient ter voorbereiding van het nieuwe bestemmingsplan buitengebied. Onderdeel van de integrale structuurvisie is het structuurplan Buitengebied Peel en Maas waarin beleidsuitgangspunten zijn opgenomen met betrekking tot landschap en functies. Binnen dit structuurplan is de locatie van de woning gelegen binnen de structuur ‘grootschalige open ontginningslandschap’. Dit gebied heeft met name een belangrijke functie voor de landbouw. Vergroting van agrarische bouwvlakken voor intensieve veehouderijen zijn in principe enkel toegestaan binnen daartoe aangewezen gebieden (LOG). Met de voorgenomen ontwikkeling is er weliswaar sprake van een vergroting van het bouwvlak maar worden de uitbreidingsmogelijkheden in stallen niet verder vergroot. De vergroting van het bouwvlak naar een omvang van 1,5 hectare heeft met name het doel om de bedrijfswoning elders op het bedrijf te kunnen realiseren en een nieuwe

Toelichting bestemmingsplan Jacobusstraat 42, Egchel

12

loods te kunnen realiseren ten behoeve van het agrarisch bedrijf. Voor deze ontwikkeling zijn er geen specifieke randvoorwaarden opgenomen in het structuurplan. Het archeologiebeleid is ook opgenomen binnen de structuurvisie. De projectlocatie is in dit beleid opgenomen binnen een gebied met lage archeologische verwachting. Nader archeologisch onderzoek is voor de beoogde ontwikkeling niet nodig.

3.3.2

Structuurvisie gebiedsontwikkeling Egchel

3.3.3

Kwaliteitskader buitengebied Peel en Maas

3.3.4

Bestemmingsplan

Specifiek voor het buitengebied ten zuiden van Egchel heeft de gemeente op 7 februari 2012 de structuurvisie ‘Gebiedsontwikkeling Egchel’ vastgesteld. Deze structuurvisie gaat specifiek in op de ontwikkelingen binnen het LOG en de ontwikkeling van woningbouw ten zuidoosten van Egchel. Binnen het overige gebied is het beleid gericht op het toestaan van ontwikkelingen mits deze ontwikkelingen de mogelijkheden binnen de twee specifieke deelgebieden niet benadelen. De primaire doelstelling van deze gebiedsontwikkeling is op de leefbaarheid van het dorp Egchel te behouden. Met deze ontwikkeling wordt het bouwvlak van een bestaande bedrijf van vorm veranderd/vergroot. Door in de regels te verankeren dat verdere uitbreiding van de varkenshouderij niet mogelijk is worden de ontwikkelingsmogelijkheden binnen de deelgebieden, met name ter plaatse van het woningbouwgebied, niet benadeeld. Met de ontwikkeling is er geen strijdigheid met deze structuurvisie. Binnen de gemeente Peel en Maas dienen ruimtelijke ontwikkelingen ook bij te dragen aan de kwaliteit van het buitengebied. Om hiervoor handvaten te geven is, als onderdeel van de structuurvisie Buitengebied, het kwaliteitskader Buitengebied Peel en Maas vastgesteld. Bij iedere ontwikkeling dient ook een bijdrage te worden geleverd aan het omliggende landschap en milieu.

Formeel is het kwaliteitskader niet aan de orde omdat hier de Structuurvisie gebiedsontwikkeling Egchel geldt, maar bij de inpassing wordt wel aansluiting gezocht bij het kwaliteitskader buitengebied. De projectlocatie is gelegen op de grens tussen grootschalig open ontginningslandschap en oude bouwlanden. Binnen de oude bouwlanden zijn voornamelijk de woongebieden en bedrijventerreinen gelegen. In het grootschalig open ontginningslandschap bestaat de inrichting voornamelijk uit rationele landschapsstructuren met grotendeels parallelle wegen. Ten westen van Egchel is er sprake van een grootschalig open landschap. In het kwaliteitskader is beleid opgenomen voor kwaliteitsverbetering. Bij uitbreiding van agrarische bedrijven tot de referentiemaat is een basisinspanning voldoende wat betekent dat het bedrijf goed dient te worden ingepast in het landschap. Als basis geldt dat 10% van de oppervlakte van het bouwvlak dient te worden ingezet voor landschappelijke inpassing. Om invulling aan het kwaliteitskader te geven is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld en als bijlage bij deze onderbouwing toegevoegd. De oppervlakte aan inpassing bedraagt 1.535 m2. Omdat totale oppervlakte van het bouwvlak 15.000 m2 bedraagt wordt voldaan aan 10% inpassing. In hoofdstuk 4 wordt een nadere toelichting gegeven op de landschappelijke inpassing van het initiatief.

Zoals al in de inleiding van deze toelichting beschreven is voor het plangebied het bestemmingsplan ‘Buitengebied Peel en Maas’ van toepassing. In paragraaf 1.2 zijn de aanwezige bestemmingen en aanduidingen weergegeven. In het bestemmingsplan is de beoogde ontwikkeling niet rechtstreeks mogelijk. Ook kan geen gebruik worden gemaakt van de opgenomen wijzigingsbevoegdheden voor vergroting van een bestemmings/bouwvlak voor een bestaande intensieve veehouderij. Dit komt doordat er ter plaatse van het bedrijf de aanduiding ‘wijziging niet toegestaan’ is opgenomen. Deze aanduiding is opgenomen om te voorkomen dat op het bedrijf uitbreiding in dieraantallen/emissie mogelijk wordt. De beoogde ontwikkeling ziet echter niet op de uitbreiding van het aantal dieren of toename van emissies vanuit de stallen. Naar aanleiding van een ingediend principeverzoek heeft de gemeente Peel en Maas besloten om medewerking te verlenen aan het gevraagde initiatief mits worden rekening gehouden met diverse voorwaarden. Om deze reden wordt een herziening van het bestemmingsplan voorbereid waarbij ook de voorwaarden van de gemeente worden betrokken. De regels van deze herziening zullen zo veel mogelijk aansluiten bij het vigerende bestemmingsplan.

Toelichting bestemmingsplan Jacobusstraat 42, Egchel

13

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten. In dit hoofdstuk worden deze aspecten beschreven. 4.1 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming over plannen en projecten. Het gaat hierbij enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waardoor het milieu mogelijk nadelig wordt beïnvloed. Als uitgangspunt gelden voor plannen, zoals bestemmingsplannen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: - Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. - Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; Ten aanzien van het eerste criterium geldt dat er in deze situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. In paragraaf 4.3.2 is een uitgebreide toelichting opgenomen voor de mogelijke effecten van het plan op de Natura 2000-gebieden.

Op basis van deze paragraaf kan worden geconcludeerd dat de gewenste ontwikkeling geen negatief effect heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. De beoogde ontwikkeling ziet op vormverandering/vergroting van het bouwperceel voor het verplaatsen van een bedrijfswoning en mogelijk maken van de bouw van een loods. Voor deze ontwikkeling zijn er geen grenswaarden opgenomen in het besluit. Er kan dus geconcludeerd worden dat er geen sprake is van een toekomstige m.e.r.-(beoordelings)plichtig besluit. Wat betreft het tweede criteria geldt er daarom geen plicht tot het opstellen van een MER. Er is daarom geen sprake van een toekomstig m.e.r.-(beoordelings)plichtig besluit. 4.2 Waterhuishouding Sinds 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Door middel van deze watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente voorafgaand aan de procedure het voornemen van de ruimtelijke ingreep aan het waterschap te verzenden.

De gemeente en het waterschap kunnen afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: - Beschrijving waterrelevant beleid; - Bestaande waterhuishoudkundige situatie; - Beoogde waterhuishoudkundige situatie.

4.2.1

Waterrelevant beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven door middel van de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven. Het beleid van de provincie Limburg is opgenomen in het POL 2014. Hierbij richt men zich vooral om te komen tot een robuuste en natuurlijk functionerende, veerkrachtig watersysteem. Hierdoor worden de risico’s op enerzijds verdroging en anderzijds op overstromingen in de hand gehouden. Ook de

Toelichting bestemmingsplan Jacobusstraat 42, Egchel

14

kwaliteit van de bestaande watergangen en de natte natuur rond deze watergangen dient behouden en waar nodig verbeterd te worden. Binnen de themakaart ‘normering regionale wateroverlast’ zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Limburg 2014 is de aanduiding ‘normering 1:25’ opgenomen. Deze aanduiding geeft aan wat de norm is van de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren. Omdat er op de projectlocatie geen regionale wateren aanwezig zijn is bovenstaande aanduiding niet relevant voor de beoogde ontwikkeling. Waterschap Limburg is de beheerder van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de omgeving van het plangebied. Door het waterschap is het ‘Waterbeheerplan 2016 – 2021’ vastgesteld. In dit waterbeheerplan wordt beschreven hoe het watersysteem op orde wordt gebracht en welke maatregelen er worden uitgevoerd om het water op een deugdelijke manier te beheren. Daarnaast zijn er enkele thema waar het waterschap mee aan de slag gaat. Het waterschap staat voor een aantal complexe uitdagingen, die zij in veel gevallen niet alleen kan realiseren. Deze uitdagingen geven invulling aan de verbinding van water met de maatschappelijke ontwikkelingen. Daarom zet het waterschap sterk in op samenwerking.

In het Waterbeheerplan nodigt het waterschap waterpartners, stakeholders, boeren, burgers en bedrijven nadrukkelijk uit om gezamenlijk te werken aan slimme, innovatieve oplossingen voor de complexe wateropgaven. Dit betekent onder meer dat het waterschap de bestaande samenwerking met al de partners in het gebied wil uitbreiden en ‘grenzeloos’ organiseren vanuit de kracht van ieders rol en verantwoordelijkheid.

4.2.2

Bestaande waterhuishoudkundige situatie

4.2.3

Beoogde waterhuishoudkundige situatie

In de bestaande waterhuishoudkundige situatie wordt het bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard geloosd in de drijfmestkelders onder de stallen. In de huidige situatie is reeds een bedrijfswoning vergund maar nog niet gerealiseerd. De lozing van afvalwater van deze woning vindt dan ook nog niet plaats maar is planologisch wel toegestaan. Voor het overige wordt er uit de inrichting enkel niet-verontreinigd hemelwater geloosd. Dit hemelwater is afkomstig van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Gemiddeld valt er jaarlijks 0,8 m3 niet-verontreinigd hemelwater per m2 verhard oppervlak. Dit hemelwater wordt door middel van afschot van daken en erfverharding geloosd op omliggende perceelsloten. Op het bedrijf wordt aandacht besteed aan het schoonhouden van het verhard oppervlak. Er is sprake van goodhouse-keeping management. De erfverharding en de daken worden zo vaak als voor de goede orde noodzakelijk is schoon gehouden. Op het bedrijf vinden geen bijzondere activiteiten plaats die ertoe kunnen leiden dat er stoffen in aanraking kunnen komen met het hemelwater. Het niet-verontreinigde hemelwater kan dus zonder problemen worden geloosd op de omliggende perceelsloten. Ten zuidoosten van het bedrijf is een secundaire watergang gelegen (Kattensteerterbeek). Andere belangrijke watergangen zijn er in de directe omgeving niet gelegen.

Met de beoogde ontwikkeling is er sprake van een beperkte uitbreiding van bebouwing ten opzichte van de bestaande planologische situatie. De beoogde nieuwbouw heeft met name betrekking op de bouw van een nieuwe woning met bijgebouw en de bouw van een loods ten behoeve van het agrarisch bedrijf. De loods heeft een afmeting van ca 700 m2 en de woning eveneens ca 250 m2. Samen met de nieuwe erfverharding zal er sprake zijn van een toename aan verharding van maximaal 1500 m2. Daar staat tegenover dat de vergunde woning niet zal worden gerealiseerd (de vergunning wordt ingetrokken) waardoor per saldo de toename lager zal zijn. In een eerdere procedure voor de bouw van de varkensstal is beschreven dat het hemelwater wordt opgevangen in een infiltratiesloot ten zuiden van de stallen. Deze stal heeft een oppervlakte van ca 2500 m2. De totale oppervlakte aan recente gerealiseerde en beoogde bebouwing bedraagt 4.000 m2. Voor deze toename aan oppervlakteverharding zal een nieuwe infiltratievoorziening worden gerealiseerd ten zuidoosten van het bedrijf. De bergingsvoorziening dient volgens het waterschap voldoende capaciteit te hebben om een bui van 100 mm per etmaal te kunnen bergen. Dit betekent dat de infiltratie/bergingsvoorziening een inhoud dient te hebben van minimaal 400 m3.

In deze voorziening kan het water infiltreren in de bodem en bij extreme buien wordt er een overloop aangebracht op de bestaande watergang.

Toelichting bestemmingsplan Jacobusstraat 42, Egchel

15

Doordat de infiltratiecapaciteit van de bodem ter plaatse als goed is te kwalificeren (ca 1 m/dag, zie onderstaande afbeelding) en de bergingsvoorziening een oppervlakte krijgt van minimaal 400 m2 (bodemoppervlakte) zal het water binnen 24 uur kunnen infiltreren in de bodem. Dit betekent dat er met deze bergingsvoorziening geen overlast verwacht wordt in de omgeving.

Beoogde locatie bergingsvoorziening

Afbeelding 5: uitsnede kaart bodemdoorlatendheid Waterschap Limburg Het huishoudelijk afvalwater van de nieuwe woning zal rechtstreeks worden afgevoerd naar het gemeentelijk riool. Hiervoor wordt een huisaansluiting aangevraagd bij de gemeente en wordt in overleg met de gemeente wordt de locatie van het lozingspunt bepaald. Het afvalwater van kantine en hygiënesluis van het bedrijfsgedeelte wordt ook aangesloten op deze bedrijfsriolering. 4.3 Natuur Voorafgaand aan de beoogde wijziging dient onderzocht te worden of er sprake is van een aantasting van wettelijk beschermde natuurwaarden op basis van de groene wet- en regelgeving. Onderstaand zijn de diverse aspecten ten aanzien van natuurwaarden beschreven.

4.3.1

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

In de twintigste eeuw is veel Nederlandse natuur verdwenen. De overgebleven gebieden zijn vaak klein en liggen veelal ver uit elkaar. Hierdoor hebben bepaalde organismen moeite om gebieden te bereiken en zich er te handhaven, waardoor de diversiteit van planten, dieren en micro-organismen (de biodiversiteit) ook sterk achteruit gaat. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken is het Natuurnetwerk Nederland opgericht. De Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. In het NNN liggen: - Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; - Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; - Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; - Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van Noordzee en de Waddenzee; - Alle Natura 2000-gebieden.

Toelichting bestemmingsplan Jacobusstraat 42, Egchel

16

Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgelegd. Op grond van artikel 2.10.2 van het Barro moeten provincies bij provinciale verordening de NNN-gebieden aanwijzen en nauwkeurig begrenzen. Op grond van artikel 2.10.3 Barro moeten zij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden vastleggen. Daarnaast wijzen de provincies de natuurdoelen in de NNN aan. Elk NNN-gebied heeft een zogenaamd natuurdoel. Een natuurdoel beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijke voor de begrenzing en de ontwikkeling van het NNN. De provincie Limburg heeft de gebieden opgenomen in de omgevingsverordening als ‘Goudgroene natuurzone’. De zones in de omgeving van de projectlocatie zijn groen weergegeven in onderstaande afbeelding. Zoals is te zien is in de directe omgeving van het plangebied geen goudgroene natuurzone gelegen. De ontwikkeling zal dan ook geen aantasting veroorzaken op deze gebieden.

Afbeelding 6: Uitsnede kaart Goudgroene natuurzone, locatie rood omlijnd 4.3.2

Wet natuurbescherming

In de Wet natuurbescherming zijn regels gesteld met betrekking tot gebiedsbescherming, soortenbescherming en bescherming van houtopstanden. In deze paragraaf wordt getoetst of de ontwikkeling invloed heeft op de beschermde gebieden en soorten die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is beperkt tot de Natura 2000-gebieden en eventueel buiten het Natuur Netwerk liggende bijzondere provinciale natuurgebieden. De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland is al beschermd in het Barro en provinciale verordening. In Nederland zijn 164 Natura 2000-gebieden aangewezen. Voorbeelden van de Natura 2000-gebieden zijn Leudal en Grote Peel. De provincie Limburg heeft geen bijzondere provinciale natuurgebieden vastgesteld. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning in het kader van Wet Natuurbescherming (Wnb) wordt aangevraagd. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000beheerplannen.

Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Het dichtstbij liggende Natura 2000-gebied betreft Leudal, dat op een afstand van circa 6 kilometer van het plangebied ligt. De voorgenomen verandering heeft betrekking op het verplaatsen van de vergunde bedrijfswoning en realisatie van een loods. Gelet op de grote afstand tot het Natura 2000-gebied kunnen enkel de effecten van emissie van stikstof zorgen voor verzuring binnen de gebieden. De wijzigingen hebben

Toelichting bestemmingsplan Jacobusstraat 42, Egchel

17

geen wijziging tot gevoel van de uitstoot van ammoniakemissie vanuit de varkensstallen. Bij de nieuwe te realiseren gebouwen is geen sprake van een relevante stikstofemissie die nadelig effect kan hebben op de instandhoudingsdoelstellingen. Enkel tijdens de bouwfase van de woning is er sprake van uitstoot van stikstof door de mobiele bronnen en bouwbedrijven. Om de effecten hiervan inzichtelijk te maken is een AERIUS-berekening gemaakt van verschillende bronnen voor de bouw van een woning. Deze berekening is als bijlage toegevoegd (Bijlage 3). Uit deze berekening blijkt dat er tijdens de bouwfase geen sprake is van een relevante stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat negatieve effecten op soorten en habitattypen in beschermde Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Bescherming van soorten De soortenbeschermende werking is rechtstreeks opgenomen in de Wnb. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Hieronder zijn de drie beschermingsregimes weergegeven: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). 2.

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage onderdeel A en B van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren. In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren.

Bij het beoordelen van de in het plangebied voorkomende beschermde soorten gaat het primair om soorten die door de ingreep direct beïnvloed worden, doordat: - Zij fysiek aangetast worden (doden/verwonden van dieren, verwijderen van planten); - Zij verstoord worden (toename van geluid of licht); - Hun vaste verblijfplaatsen c.q. groeiplaatsen aangetast of verstoord worden. Door de werkgroep flora en fauna van het IVN Helden is een quickscan uitgevoerd om te beoordelen of er ter plaatse van de beoogde ontwikkeling bijzondere planten of dieren te verwachten zijn. Op basis van het locatiebezoek en kennis van de werkgroep is geconcludeerd dat er geen bijzonderheden aanwezig zijn. Hiermee is verstoring van flora en fauna dan ook niet te verwachten met de beoogde ontwikkeling. 4.4 Bodemkwaliteit Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling waar sprake is van het toevoegen van woningen of andere verblijfsplaatsen waar personen langere tijd kunnen verblijven (zoals kantoren, winkels) dient onderzocht te worden of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde ontwikkeling. In onderhavige ontwikkeling is er sprake van de nieuwbouw van een woning. Ter plaatse van de beoogde woning is door Lankelma Geotechniek Zuid B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting toegevoegd.

Uit het uitgevoerde onderzoek wordt geconcludeerd dat er vanuit milieuhygienisch oogpunt geen belemmeringen zijn op de woning op deze locatie toe te staan. Ter plaatse van de nieuw te bouwen loods is niet uitgesloten dat er bodembedreigende activiteiten plaatsvinden. Deze activiteiten kunnen bestaan uit het onderhoud aan de werktuigen en de opslag van

Toelichting bestemmingsplan Jacobusstraat 42, Egchel

18

materialen.. In het Activiteitenbesluit zijn regels opgenomen voor de bescherming van de bodemkwaliteit. Door gebruik te maken van zeer reguliere voorzieningen, zoals vloeistofkerende vloeren, vloeistofdichte mestkelders, lekbakken en afgesloten kasten wordt het bodembedreigende risico verwaarloosbaar gemaakt 4.5 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie Voorafgaand aan de realisatie van de beoogde bedrijfsopzet moet onderzocht worden of er sprake is van aantasting van archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden.

4.5.1

Cultuurhistorie en aardkunde

4.5.2

Archeologie

De beoogde uitbreiding van het bouwvlak vindt plaats binnen het jonge ontginningslandschap. De gronden waar deze ontwikkeling plaatsvindt zijn momenteel in gebruik als weiland en bevatten om deze reden geen cultuurhistorische waarden. De ontsluiting van de woning en het bedrijf zal plaatsvinden via de Huiskensweg. Deze weg is wel kenmerkend voor het jonge ontginningslandschap. Omdat ter plaatse van de weg geen ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt is er geen sprake van een aantasting van de cultuurhistorische waarden. Verdere toetsing is derhalve niet noodzakelijk. De zorg voor archeologische monumenten wordt geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is wettelijk bepaald dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Bij deze nieuwe plannen kunnen voorwaarden worden gesteld aan omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw, aanleggen e.d. Vooruitlopend op opname in bestemmingsplannen is door de gemeente Peel en Maas een beleidsplan Archeologie vastgesteld. In dit plan is onderzocht waar de archeologische waarden te verwachten zijn op basis van historisch onderzoek en bekende archeologische vindplaatsen. Uit dit onderzoek is een archeologische beleidskaart opgesteld dat kan worden gebruikt bij het opstellen van bestemmingsplannen.

Onderstaande afbeelding is een uitsnede van de archeologische beleidskaart ter plaatse van het plangebied en de directe omgeving. De locatie waar sprake is van uitbreiding van het bouwperceel heeft een lage archeologische verwachting. Dit betekent dat er geen archeologische waarden te verwachten zijn. Een aanvullend onderzoek wordt om deze reden niet noodzakelijk geacht.

Afbeelding 7: Uitsnede archeologische beleidskaard, plangebied rood omlijnd 4.6 Landschappelijke inpassing Met deze bestemmingsplanprocedure wordt het bouwperceel van vorm veranderd en wordt deze vergroot. Een voorwaarde van de gemeente om medewerking te verlenen aan dit initiatief is dat er

Toelichting bestemmingsplan Jacobusstraat 42, Egchel

19

voldoende landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd waardoor de huidige bebouwing aan het zicht wordt onttrokken vanuit de kern van Egchel. Het perceel is reeds aan de noordzijde voorzien van een robuuste houtsingel. Deze singel is doorgetrokken tot op de kruising van de Huiskensweg en Jacobusstraat. Ook aan de zuidzijde is een bomenrij aangeplant na de bouw van de stal. Aan voorzijde is enkel tegen kruising van de Huiskensweg een bomenrij met onderbeplanting aanwezig. Om het gehele bedrijf goed landschappelijk in te passen zal rond de stallen een houtsingel worden aangebracht. Deze houtsingel bestaat uit boomvormer en struiken. Om een afwisselend beeld te krijgen, waardoor een natuurlijke uitstraling ontstaat, worden de planten willekeurig in driehoeksverband aangeplant. Aan de achterzijde van het bedrijf, waar de nieuwe woning is beoogd, zal het bouwperceel worden ingericht als tuin behorend bij de woning. Om de tuin af te scheiden van de rest van het buitengebied zal hier een haag of groen hekwerk worden geplaatst. Door aan deze zijde geen opgaande houtsingel aan te brengen blijft het uitzicht vanuit de woning naar percelen rondom behouden. In de bijlage is een inpassingsplan opgenomen. Tevens is hierbij het beplantingsen onderhoudsplan beschreven. De inpassing wordt zekergesteld door een voorwaardelijke verplichting op te nemen in het bestemmingsplan.

4.7 Bedrijven en milieuzonering De handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (editie 2009) is een publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en dient als hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar nodig ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: - Het al in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; - Aan bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. De VNG-publicatie is een hulpmiddel om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen concreet in te vullen. Gemeenten beslissen uiteindelijk zelf over een bepaalde locatie. De handreiking geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten en bijbehorende richtafstanden van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt in de omgevingstypen: - Rustige woonwijk en rustig buitengebied: een woonwijk (of vergelijkbaar omgevingstype) die is ingericht volgens het principe van functiescheiding.

Er komen enkel wijkgebonden voorzieningen voor en er is weinig verstoring door verkeer. - Gemengd gebied: een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen functies zoals winkels, horeca en kleine bedrijven voor of er is sprake lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Ook gebieden die direct naast de hoofdinfrastructuur liggen behoren tot het omgevingstype gemengd gebied, hier is sprake van verhoogde milieubelasting door geluid. Het plangebied ligt in omgevingstype ‘rustig buitengebied’ daar er rondom het plangebied geen andere bedrijven zijn gelegen en er geen sprake is van hoofdinfrastructuur. De beoogde ontwikkeling ziet op het verplaatsen van de bedrijfswoning. Met het verplaatsen van deze woning bestaat de kans dat bedrijven in de omgeving nadelig worden beïnvloed en dat de woning binnen een milieucontour van bedrijven in de omgeving wordt gesitueerd. Wanneer de woning binnen de milieucontour is gelegen kan het woon- en leefklimaat als niet-aanvaardbaar worden beschouwd. In de directe omgeving van het plangebied zijn echter geen andere bedrijven gelegen die een belemmering kunnen vormen voor de gewenste ontwikkeling. Het dichtstbijzijnde bedrijf is gelegen op 220 meter ten zuiden van het plangebied en betreft een glastuinbouwbedrijf.

Voor glastuinbouwbedrijven is een richtafstand van 30 meter opgenomen in de handreiking Bedrijven en milieuzonering. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan de richtafstanden voor een verantwoorde afstand tussen bedrijvigheid en woningen.

Toelichting bestemmingsplan Jacobusstraat 42, Egchel

20

4.8 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn geïmplementeerd op het gebied van grenswaarden voor diverse stoffen. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico's van luchtverontreiniging. Voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn in bijlage 2 bij de Wm bepaalde milieukwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. Deze milieukwaliteitseisen betreffen grenswaarden van concentraties voor zwaveldioxide, stikstofoxiden (NO x als NO2) zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5), lood, koolmonoxide en benzeen. Met de voorgenomen ontwikkeling is er geen sprake van een uitbreiding van de gebruiksactiviteiten van de varkenshouderij. Hierdoor heeft de ontwikkeling ook geen effect op de luchtkwaliteit ten opzichte van de huidige, planologische, situatie. Ten aanzien van luchtkwaliteit zijn er daarom geen bezwaren ten aanzien van de beoogde ontwikkeling. 4.9 Geluid De Wet geluidhinder is sinds 1979 het juridisch kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. Deze wet zorgt voor de bescherming van geluidsgevoelige bestemmingen tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Hierbij wordt o.a. gebruik gemaakt van zonering en geluidsnormen. De ontwikkeling heeft geen betrekking op een uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten.

Door de realisatie van de loods en de woning aan de achterzijde van het bedrijf zal de bedrijvigheid ook meer aan deze zijde worden geconcentreerd. Hierdoor zal de geluidsuitstraling van het bedrijf op woningen in de directe omgeving ook verminderen. Voor de bouw van de woning op de nieuwe locatie dient onderzocht te worden of er ter plaatse van deze woning sprake is van een aanvaardbaar geluidsniveau als gevolg van het wegverkeer. In de directe omgeving zijn geen spoorwegen of andere bedrijven aanwezig waardoor deze aspecten buiten beschouwing kunnen worden gelaten. Om het geluid afkomstig van de wegen in beeld te brengen is een akoestisch onderzoek opgesteld door GBS milieuadvies. In dit onderzoek is onderzocht wat het geluidsniveau is ter plaatse van de beoogde woning. Uit dit onderzoek blijkt dat het geluidsniveau als gevolg van verkeer over de Huiskensweg, Rongvenweg en Jacobusstraat ruimschoots voldoet aan de voorkeurgrenswaarden van 48 dB. Dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting toegevoegd. 4.10 Verkeer en parkeren Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling dient ook onderzocht te worden wat de effecten zijn op de aspecten verkeer en parkeren. Met de voorgenomen verandering is er echter geen sprake van uitbreiding van bedrijfsactiviteiten waardoor er geen sprake is van een verkeersaantrekkende werking met het initiatief.

Als gevolg van het verplaatsen van de woning zullen wel de vervoersbewegingen van en naar deze woning wijzigen. In de huidige planologische situatie is de woning ontsloten aan de Jacobusstraat. In de nieuwe situatie zal de woning gebruik maken van de aanwezige inrit aan de Huiskensweg. De verkeersaantrekkende werking van de woning op de Huiskensweg is beperkt. Volgens de CROWpublicatie ‘toekomstbestendig parkeren’ is er sprake van een verkeersgeneratie van 9 voertuigen. De Huiskensweg wordt met name gebruikt voor de ontsluiting van woningen en bedrijven die zijn gelegen aan deze straat. De beperkte toename van verkeer als gevolg van het verplaatsen van de woning heeft geen negatief effect op verkeersafwikkeling van de weg. Ook met betrekking tot parkeren is er geen sprake van een verandering ten opzichte van de huidige situatie. Doordat de woning aan de achterzijde wordt gerealiseerd zal ook het bezoek voor het bedrijf naar de achterzijde van het bedrijf komen. Op het bedrijf is voldoende erfverharding aanwezig om te voorzien in de parkeerbehoefte. 4.11 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen).

Externe veiligheid gaat nadrukkelijk niet over de veiligheid van de mensen die werkzaam zijn binnen het bedrijf of binnen een risicogebied van een transportroute.

Toelichting bestemmingsplan Jacobusstraat 42, Egchel

21

4.11.1 Regelgeving De regelgeving rondom externe veiligheid is opgenomen in diverse besluiten en regelingen. Besluiten en regelingen, waarin de aanvaardbare risico’s zijn vastgelegd kunnen zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) De normen in de besluiten zijn vastgelegd in de vorm van grenswaarden en richtwaarden. De grenswaarden geven de milieukwaliteit aan die op een bepaald tijdstip ten minste moet zijn bereikt, en die, waar zij aanwezig is, ten minste in stand moet worden gehouden. De richtwaarden geven de kwaliteit aan die op een bepaald tijdstip zoveel mogelijk moet zijn bereikt en die, waar zij aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=PeelenMaas&id=1a0aa562-9538-4e3b-8e1a-dad8bcb13cb7