CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0 - Voorstel.pdf

Commissie Ruimte Papendrecht 16 juni 2021, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 8: Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0 - Voorstel38.942 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

én van de toekomstige maatschappelijke kosten die voorna6%

melijk op die generatie worden verhaald.

14%

5%

Andersom: de beslissingen die we nu nemen, bepalen deels in 18%

wat voor wereld zij straks in leven. Dat maakt hen een belang-

19%

Omgaan met duurzame energie in de toekomst

rijke stakeholder. Hun stem is cruciaal bij het ontwerpen en

(Later) meer betalen voor duurzame energie

aanscherpen van de plannen en de uitvoering in de komende 3%

jaren. Jongeren zijn aangehaakt bij de RES via Jong RES. Richting de RES 2.0 zal de stem van jongeren een grotere rol gaan spelen op zowel lokaal als regionaal niveau. Eind 2020 werd in

36%

D-steden

40%

27%

Nederland

40%

31%

29% 27%

samenwerking tussen NP RES en Jong RES een jongerenenquê-

23% 37%

40%

te over de houding en belangen van jongeren in Nederland

(Later) zuiniger omgaan met energie

en de regio gepresenteerd. Hieruit bleek dat jongeren overtuigend een positieve houding hebben tegenover het opwekken van meer duurzame energie.

D-steden

53%

Nederland

53%

22%

28%

17%

(Later) alleen maar duuzame energie gebruiken

3.3 Bestuurlijke participatie Binnenring: tieners (12-18 jaar) Buitenring: jongvolwassenen (19- 30 jaar)

23%

Bestuurders van de zeven gemeenten, twee waterschappen en

D-steden

65%

25%

8%

Nederland

64%

27%

7%

provincie zijn vertegenwoordigd in het Bestuurlijk Overleg (BO) Niet bij betrokken worden

RES. De regionale afstemming met betrekking tot de totstand-

Wel informatie krijgen, maar geen mening geven Mening geven over de plannen Betrokken worden bij het maken van de plannen Weet niet

koming vond hier plaats. Parallel aan de maatschappelijke participatie zijn ook de volksvertegenwoordigers van de tien

(Helemaal) mee eens

(Helemaal) niet mee eens

Neutraal

Weet niet

overheden meegenomen in het proces en geconsulteerd op hun rol in lokale bijeenkomsten.

Afbeelding 8: Jongeren en de energietransitie

De RES 1.0 is in april 2021 via het BO RES aangeboden aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, Gedeputeerde Staten van de provincie en het dagelijks bestuur van de waterschappen met het verzoek deze ter

Afbeelding 7: Jongeren en de energietransitie

besluitvorming voor te leggen aan de volksvertegenwoordigers. De volksvertegenwoordigers nemen uiterlijk 1 juli 2021

23/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

17

3.4 Maatschappelijke participatie zon en wind

deze aandachtspunten heeft betrekking op de uitvoering.

om zo de lokale kennis te toetsen en te vertalen naar crite-

Voor het participatieproces is ruim de tijd genomen om alle

ria. Voor restruimten is in deze fase de wenselijkheid van

informatie op te halen en te verwerken. Het participatietraject

zonnepanelen op verschillende soorten locaties getoetst.

zon en wind bestond uit drie fases die in een periode van vier • Fase III: uitwerken & opleveren

Met name de (grootschalige) energieopwekking door zon en

maanden zijn doorlopen. Tijdens dit proces stonden meepra-

wind is uitgebreid aan bod gekomen tijdens de participatie.

ten en meedenken centraal. De strategie was opgedeeld in

Het doel van de derde fase was het maken van keuzes voor

We hebben het hier dan over zon in restruimten en windtur-

drie fases:

het verfijnen van de zoekgebieden naar uitwerkingsgebieden en het toetsen van de criteria en voorwaarden voor

bines en zonneparken. Zon op dak is in dit participatietraject niet meegenomen aangezien we hier al beleid op hebben.

grootschalig opwekking door zon en wind. Voor restruimten

• Fase I: analyseren & vormgeven Het doel van de eerste fase was het voeren van het ‘open

is in deze fase op basis van voorbeeldsituaties nagegaan on-

Het doorlopen participatieproces heeft inzicht gegeven welke

gesprek’ en het ophalen van lokale kennis en waarden over

der welke voorwaarden zon in restruimten mogelijk kan zijn.

toepassingen van (grootschalige) energieopwekking door

zoekgebieden en restruimten. Hierbij stonden de vragen

zon en wind in de Drechtsteden maatschappelijk draagvlak

centraal: ‘waar zou u energieopwekking door zon en/of

Het online participatieproces bestond uit online participatie-

bestaat. Ook zijn er randvoorwaarden, criteria en spelregels

wind wel of niet willen?’ en ‘wat is hiervoor uw reden?’

avonden, themagesprekken en een serie vraagstukken op het energie-participatieplatform ‘Denk mee!’.

vastgesteld tijdens dit proces. Die moeten gelden voor grootschalige energieopwekking in de uitwerkingsgebieden voor

• Fase II: toetsen & inpassen

zon en wind evenals duurzame energieopwekking met zon-

Het doel van de tweede fase was het schetsen van discus-

nepanelen in restruimten in de Drechtsteden. Een aantal van

siebeelden voor grootschalige opwekking door zon en wind

Fase I - Analyseren & Vormgeven Zoekgebieden • Participatie-avond per zoekgebied (drie keer) • Verrijkingssessie gemeenten • Een-op-eengesprekken

Fase II - Toetsen & Inpassen Zoekgebieden • Participatie-avond per zoekgebied (drie keer) • Verrijkingssessie gemeenten • Werksessie raadsleden per gemeente • Themagesprekken met natuurorganisaties, grondeigenaren en marktpartijen • Online vraagstuk ‘Verdeling lusten en lasten zon en wind’

Restruimten • Online enquête soorten locaties voor restruimten • Interactieve kansenkaart met mogelijke locaties

Fase III - Uitwerken & Opleveren Zoekgebieden • Participatie-avond per zoekgebied (drie keer) • Verrijkingssessie gemeenten • Werksessie raadsleden per gemeente Restruimten • Online enquête toetsing juiste randvoorwaarden en criteria

Restruimten • Online vraagstuk ‘Verdeling lusten en lasten zon en wind’ • Online enquête verkennen draagvlak voor mogelijke locaties op interactieve kaart

“Schetsen en scenario’s o.b.v. de lokale kennis toetsen en vertalen naar criteria”

“Een open gesprek voeren en ophalen lokale kennis”

“Keuzes maken voor definitieve locaties restruimtes en criteria voor zoekgebieden”

Afbeelding 9: Participatieproces restruimten en onderzoeksgebieden: participatiemomenten per fase

24/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

18

Strategie: van het ‘open gesprek’ naar concrete randvoorwaarden en criteria Het participatieproces was erop gericht om zo veel mogelijk mensen te bereiken en mee te laten denken, draagvlak te peilen en begrip te creëren. Daarom wilden we zoveel mogelijk

Wilt u meer weten over ons online participatieproces?

mensen meenemen in het proces richting duurzame energieopwekking door zon en wind in de Drechtsteden. Hierbij kwamen de volgende vragen aan bod: 1) welke factoren spelen een rol? 2) welke keuzes kunnen worden gemaakt? en 3) hoe

Participatieplatform ‘Denk Mee!’

moet het proces eruit zien? Ga naar ‘Denk Mee!’

Het was in dit proces van belang dat mensen de mogelijkheid hadden om hun ideeën, meningen en zorgen te delen. De drie fases hierboven zijn ingezet om de inwoners en andere belanghebbenden geleidelijk mee te nemen in het proces.

Wilt u meer weten over hoe Nederlandse jongeren denken over de energietransitie?

Hierbij was de focus nadrukkelijk gelegd op het voortbouwen op resultaten uit elke voorgaande fases. Resultaat participatie zon en wind Het participatieproces heeft bijgedragen aan de totstandko-

I&O Research in opdracht van het NP RES, 2020. Rap-

ming van een set randvoorwaarden en criteria voor de reali-

portage ‘Jongeren en de Energietransitie’.

satie van grootschalige duurzame energie in de Drechtsteden. Deze randvoorwaarden en criteria gaan o.a. over (financiële)

Ga naar de rapportage

participatie, netimpact, sociaal-maatschappelijke impact, ruimtelijke inpassing & meervoudig ruimtegebruik, natuur & biodiversiteit, tijdelijkheid van vergunningen, gebiedsafspraken en marktstrategie. Ook hebben we door de participatie de

Wilt u meer weten over onze participatiestrategie?

koppelkansen in kaart gekregen. Al deze onderwerpen hebben geleid tot criteria en spelregels voor de uitwerkings- en onderzoeksgebieden. De uitkomsten

Ga naar de bijlagen

van het participatieproces zon en wind zijn gebundeld in hoofdstuk 8 en 9. Voor een gedetailleerde omschrijving van betrokkenen in het participatieproces, een overzicht van alle participatiemomenten en gesproken partijen kunt u Bijlage C Participatiestrategie zon en wind raadplegen.

25/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

19

4 De hoogst haalbare maatschappelijke opbrengst

D

e energietransitie leidt tot aanpassingen in onze landschappen en verandert de manier waarop we wonen,

werken en reizen. Op welke wijze en hoeveel dit alles verandert, ligt grotendeels aan de keuzes die we de komende jaren maken op nationaal, regionaal en lokaal niveau . In de Drechtsteden streven we nadrukkelijk naar een rechtvaardige energietransitie. Rechtvaardig voor de huidige én toekomstige inwoners van de regio en voor de planeet als geheel. In de keuzes rondom duurzame energie moeten al deze belangen worden afgewogen. We hebben als regio een aantal basisprincipes die centraal staan in de afwegingen rondom het hoe, wat en waar van de energietransitie. Ze hebben een rol gespeeld in de keuzes die in de RES 1.0 zijn gemaakt en zullen ook in de vervolgstappen belangrijk blijven. Ze bouwen op de drie duurzaamheidspijlers: ecologische, sociale en economische duurzaamheid. Echte duurzaamheid kan in onze ogen alleen worden bereikt als de drie duurzaamheidspijlers met elkaar in balans zijn. Als je alles op ecologische duurzaamheid zet, riskeer je bijvoorbeeld de kans op negatieve maatschappelijke gevolgen. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van een windmolen direct naast een woonwijk. Die levert misschien wel schone energie op, maar vermindert de woonkwaliteit van de mensen in die omgeving. Dat is in onze ogen niet écht duurzaam.

In de energietransitie zoeken we daarom naar een systeem dat het klimaat, de kwaliteit van landschap en natuur, de leefbaarheid, en een gezonde sociale economie balanceert. We noemen dit de hoogst haalbare maatschappelijke opbrengst.

26/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

20

Deel I Energiegebruik 5

Energiegebruik gebouwde omgeving

6

Energiegebruik mobiliteit

6.1 Inleiding

5.1 Inleiding

6.2 Regionale Agenda Laadinfrastructuur

5.2 Energiebesparing woningen 5.3 Energiebesparing maatschappelijk vastgoed

6.3 Regionaal Mobiliteitsprogramma

5.4 Energiebesparing bedrijfsvastgoed

6.4 Verduurzaming van het openbaar vervoer

5.5 Vervolgstappen

6.5 Vervolgstappen

27/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

21

5 Energiegebruik gebouwde omgeving

Woningen, bedrijven en maatschappelijke

met een lagere temperatuur vragen namelijk om

vastgoed

meer isolatie. In de energiebesparingsopgave voor

We onderscheiden in onze aanpak particuliere

woningen maken we in onze aanpak onderscheid

e energietransitie en het reduceren van

woningeigenaren, woningbouwcorporaties en

tussen drie doelgroepen: particuliere woningeige-

de CO2-uitstoot beginnen in onze regio bij

Verenigingen van Eigenaren. Ook is er een verschil

naren, woningbouwcorporaties en Verenigingen

energiebesparing. Energie die niet wordt gebruikt,

tussen energiebesparingsmaatregelen voor de

van Eigenaren (VvE’s).

hoeft immers niet te worden opgewekt. Ook kun-

huurder en maatregelen waarvoor de eigenaar

nen we de warmtetransitie alleen realiseren als

verantwoordelijk is.

5.1 Inleiding

D

5.2.1 Iedereen kan besparen

gebouwen transitie-gereed zijn. Een (aardgasvrije)

Hoewel we ons op drie specifieke doelgroepen

warmtebron met lagere temperatuur vraagt na-

Met betrekking tot ondernemers is er ook een

richten, zijn er besparende maatregelen die elke

melijk om meer isolatie en andere installaties om

grote variatie en is er veel verscheidenheid in

bewoner kan nemen. Hiervoor is het niet relevant

woon- en werkcomfort te behouden.

mogelijkheden en verplichtingen op het gebied

of iemand huiseigenaar is; ook huurders kunnen

van energiebesparing. Voor bedrijven is relevant of

eenvoudige stappen zetten om het energiegebruik

In 2030 willen we tenminste 20% minder energie

de energiebesparingsplicht en informatieplicht op

van de woning te verlagen en het wooncomfort te

(elektriciteit en gas) verbruiken in de gebouwde

hen van toepassing zijn.

verhogen. Om hierbij te helpen, werken we samen

omgeving ten opzichte van 2020. Om dit doel te

met het Regionaal Energieloket en ontwikkelen we

realiseren zien we het als onze taak om inwoners,

Maatschappelijk vastgoed verwijst naar alle ge-

ondernemers en maatschappelijke partners han-

bouwen met een publieke functie. Het is er in vele

delingsperspectief te bieden en hen te stimuleren

varianten en kent verschillende sectoren

om zoveel mogelijk energie te besparen.

stimulerende regelingen. Regionaal Energieloket (REL) Binnen de Drechtsteden werken we sinds 2015

Dashboard

samen met het Regionaal Energieloket (REL). Hier

Ook is er een voorbeeldfunctie voor ons als over-

Om de voortgang op de besparingsambitie goed

kunnen alle inwoners en bedrijven3 terecht voor in-

heden. Zo zijn gemeenten begonnen met het in

in beeld te brengen, lanceren we in 2021 een

formatie en algemeen advies over energiebesparing.

kaart brengen van de CO2-voetafdruk. Hiermee

dashboard waarop relevante en actuele data over

krijgen deze gemeenten inzicht in de CO2 -uitstoot

energiegebruik vanuit verschillende bronnen

Het loket geeft antwoord op vragen als: wat zijn

van eigen vastgoed en activiteiten. Dit is een be-

worden gepubliceerd. Dit dashboard wordt zo snel

mijn besparingsopties, wat levert het me op en

langrijke stap in een effectieve aanpak naar meer

mogelijk toegankelijk gemaakt voor het publiek.

welk bedrijf kan het werk uitvoeren? Voor VvE’s biedt het REL daarnaast een stappenplan aan om

energiebesparing in maatschappelijk vastgoed.

te komen tot energiezuinige appartementen. Voor Regionale samenwerking op energiebesparing

5.2 Energiebesparing woningen

De Drechtsteden werken nauw samen op dit the-

bewoners biedt het REL verschillende energiebesparende maatregelen.

ma om capaciteit en middelen zo effectief mogelijk in te zetten, om een duidelijk gezamenlijk hande-

Energiebesparende maatregelen zorgen voor een

Het REL werkt samen met (lokale) installateurs en

lingsperspectief te creëren én om te voorkomen

lager elektriciteit- en gasgebruik en kunnen zo

bedrijven die actief zijn op het gebied van ener-

dat binnen de regio steeds opnieuw het wiel wordt

de woonkosten flink verlagen, het wooncomfort

giebesparende maatregelen als isolatie, zonnepa-

uitgevonden. In onze gezamenlijke aanpak maken

verhogen en het binnenklimaat verbeteren. Ook is

nelen, isolerend glas en zonneboilers. Daarnaast

we voor energiebesparing onderscheid tussen wo-

het belangrijk dat woningen beter worden geïso-

verzorgt het energieloket groepsaankopen op het

ningen, bedrijven en maatschappelijk vastgoed.

leerd. Toekomstige (aardgasvrije) warmtebronnen

gebied van isolatie en het opwekken van duur-

3

In het eerste kwartaal van 2021 is het zakelijk energieloket in de Drechtsteden gelanceerd. Hier kunnen bedrijven met hun vragen terecht.

28/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

22

zame energie (zonnepanelen), om zo kostenvoordelen te

Nieuwe Wonen die woningeigenaren individueel adviseren en

worden per gemeente energie-gerelateerde afspraken met

behalen.

helpen om maatregelen te nemen. Aanvullend stimuleren de

iedere corporatie gemaakt. Daarnaast zetten de lokale overhe-

gemeenten kleine maatregelen. Voor koopwoningen hebben

den zich in om de (financiële) randvoorwaarden voor corpo-

Het REL vormt een belangrijke bron van informatie, maar is

de gemeenten hiervoor in 2020 bijvoorbeeld in het kader van

raties op orde te krijgen. Dit zodat zij de energiebesparende

ook een nuttige schakel tussen woningeigenaren, installateurs

de RRE-subsidie een maatregelenpakket samengesteld.

maatregelen geïntegreerd met hun primaire taken kunnen realiseren.

en isolatie- en bouwbedrijven. Het heeft daarom een centrale rol binnen de energiebesparingsopgave. Zie voor meer informatie de website van het Regionaal energieloket.

Wat is de RRE-regeling? De Regeling Reductie Energiegebruik stimuleert eigenaren van een koopwoning om kleine energiebesparende

Stimulerende regelingen Ook maken de gemeenten gebruik van stimulerende regelingen. Zo hebben alle Drechtsteden- gemeenten in 2021 de eenmalige Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW) aangevraagd én toegekend gekregen. Hiermee kunnen de gemeenten eenvoudige energiebesparende maatregelen aanbie-

maatregelen te treffen. Zo kunnen bewoners met een waardebon energiebesparende producten aanschaffen. Ook kan het gaan om het inregelen van de cv-installatie, het aanbrengen van radiatorfolie en tochtstrippen of het plaatsen van ledlampen.

5.2.4 Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) Energiebesparing brengt voor VvE’s aanvullende complexiteit met zich mee. Zo zijn er VvE- maatregelen waar de vereniging zelf over behoort te besluiten, maar kan er ook sprake zijn van maatregelen waar alle eigenaren van de appartementen mee in moeten stemmen. Bovendien kan er binnen VvE’s sprake zijn van een combinatie van particulier en coöperatief bezit (een vorm van gespikkeld bezit).

den en advies uitbrengen over energiebesparing. Zo kunnen zij huurders en eigenaar-bewoners stimuleren om energie te

Energiearmoede

Welke energiebesparende maatregelen een VvE kan nemen,

besparen in hun woning. Door deze regeling vermindert de

Het gemiddelde inkomensniveau in de regio ligt onder het

hangt af van de staat en het bouwjaar van het appartementen-

CO2-uitstoot en worden de woonlasten verlaagd. De huurders

Nederlandse gemiddelde. Dit is een complicerende factor

gebouw en de wensen en het budget van de bewoners. Voor

en eigenaar-bewoners worden zich bovendien meer bewust

met betrekking tot particuliere woningeigenaren. Een grote

VvE’s geldt daarom vaak maatwerk, waarvoor het complex

van hun mogelijkheden om energie te besparen. Hiernaast

groep bewoners heeft onvoldoende middelen om te investe-

door een adviseur bezocht moet worden.

lopen in de gemeenten ook lokale initiatieven en worden er op

ren in isolatie en energiebesparing, terwijl dit juist (financieel)

lokale schaal geschikte toepassingen gezocht om energiebe-

voordeel op kan leveren op de langere termijn. We vinden het

Het REL brengt VvE’s in contact met specialisten. De specialist

sparing te bewerkstelligen.

belangrijk dat iedereen mee kan doen in de energietransitie

helpt op verzoek van de VvE met kennis over bijvoorbeeld

en willen energiearmoede voorkomen. We hebben daarom

financiële mogelijkheden en met het overtuigen van de eige-

specifiek aandacht voor deze doelgroep.

naren van de aangesloten appartementen. Dit biedt tegelijk

5.2.2 Particuliere woningeigenaren

de kans om hen te adviseren over kleinere maatregelen of

In 2019 bedroeg het aantal koopwoningen in de Drechtsteden 77.306.4 Dit is ruim 60% van de 127.000 woningen die de regio

5.2.3 Woningcorporaties

telt. We bieden woningeigenaren handelingsperspectief door

Het corporatiebezit in de regio beslaat met ruim 40.000 wo-

middel van informatie, groepsaankopen en wijkaanpakken.

ningen bijna een derde van de bestaande woningvoorraad.5

Communicatie is hiervoor een belangrijk instrument.

De woningbouwcorporaties worden bovendien als een belang-

gedrag.

rijke startmotor gezien voor de warmtetransitie en daarmee Het REL is een belangrijke partner waar woningeigenaren

voor de energiebesparingsopgave.

terecht kunnen voor informatie en algemeen advies. Daarnaast zijn er energiecoaches van de Drechtse Stromen en het

4 5

In de regionale prestatieafspraken voor de langere termijn

Klimaatmonitor 2019 https://www.aedes.nl/artikelen/warmtenetten/corporaties-in-drechtsteden-werken-gezamenlijk-aan-warmtenet.html

29/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

23

5.3 Energiebesparing maatschappelijk vastgoed

5.4 Energiebesparing bedrijfsvastgoed

5.5 Vervolgstappen

Onder bedrijfsvastgoed verstaan we winkels, bedrijventerrei-

Ons doel is 20% aan energiebesparing in 2030 vergeleken met

Maatschappelijk vastgoed betreft gebouwen met een publie-

nen en kantoorgebieden. Binnen de Drechtsteden zijn 4.816

2020. Hiervoor zetten we de komende jaren vooral in op het

ke functie die (gedeeltelijk) met publieke middelen worden

bedrijfspanden aanwezig.6 Panden van zelfstandigen of een-

bieden van handelingsperspectief aan inwoners, ondernemers

bekostigd. Hieronder verstaan we: scholen, culturele centra,

manszaken worden hier niet tot gerekend. Hiervan verbruiken

en maatschappelijke partners. Ook helpen we hen om zoveel

theaters, opvangtehuizen, gezondheidscentra, buurthuizen,

circa 1.555 bedrijfspanden op jaarbasis meer dan 50.000 KWh

mogelijk energie te besparen. Daarbij nemen we ook onze

sportaccommodaties, gemeentehuizen en dergelijke. Het

aan elektra of meer dan 25.000 m3 aardgas.7 Voor deze bedrij-

voorbeeldfunctie als overheden serieus. Specifieke acties waar

maatschappelijk vastgoed bestaat uit een aantal sectoren:

ven geldt een energiebesparingsplicht.

we ons de komende jaren op richten, zijn:

Rijksvastgoedbedrijf, gemeenten, provincies, onderwijs, zorg-

Deze plicht houdt in dat deze bedrijven verplicht zijn om

• Opzetten van een revolverend fonds voor energiebespa-

en sportvastgoed en monumenten.

energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van

ringsmaatregelen voor woningeigenaren;

vijf jaar of minder te nemen. Ook zijn deze bedrijven sinds juli

• Uitbouwen van het energieloket voor VvE’s;

Voor elke sector is landelijk een routekaart opgesteld met als

2019 verplicht om te rapporteren welke energiebesparende

• Besparingsmaatregelen actief promoten door de realisatie

uitgangspunt het terugdringen van het gebouw gebonden

maatregelen zij al hebben uitgevoerd. De naleving van deze

van een fysieke winkel of mobiele kraam waar inwoners

energiegebruik middels verduurzamingsmaatregelen. Ten

verplichting wordt door de Omgevingsdienst Zuid-Holland-

informatie kunnen ophalen en vragen kunnen stellen;

behoeve van het maatschappelijk vastgoed treden wij met de

Zuid (OZHZ) gemonitord via een handhavend spoor.

• Uitrollen van gerichte communicatie over energiebesparing, om zo groepen met specifieke uitdagingen rond energiebe-

eigenaren in contact en stimuleren en ondersteunen we hen om uitvoering te geven aan de routekaart die op het betreffen-

Daarnaast hanteren we met betrekking tot bedrijven een

sparing zoals moeilijk te isoleren woningen of gebrek aan

de vastgoed van toepassing is.

stimulerend spoor, waarbij we ons vooral richten op boven-

financiële mogelijkheden te benaderen.

wettelijke maatregelen. In de toekomst willen we een energieRoutekaart gemeentelijk maatschappelijk vastgoed & CO2-

makelaar inzetten om de grotere bedrijven te stimuleren om

voetafdruk

meer te doen dan wettelijk verplicht is.

Gemeentelijk maatschappelijk vastgoed betreft alle gebouwen waarvan de gemeente ook juridisch eigenaar is. Gemeenten

Kantoorruimten

hebben een belangrijke voorbeeldfunctie met het eigen ge-

In 2018 waren er in de Drechtsteden 1.711 kantoorruimten.8 In

meentelijk vastgoed. Ook voor deze gebouwen is op nationaal

2012 is nationaal besloten dat kantoren met minstens 100 m²

niveau een routekaart ontwikkeld. Gemeenten maken met oog

aan oppervlakte per 1 januari 2023 minimaal energielabel C

op deze routekaart in 2021 de eigen CO2-voetafdruk inzich-

moeten hebben. Halen bedrijven dit niet, dan mogen ze deze

telijk en stellen een reductieplan op. De voetafdruk dient als

kantoren niet langer gebruiken. Op dit moment heeft bijna

nulmeting voor het bepalen van de totale CO2-reductie van de

40% van de kantoren met minstens 100 m² aan oppervlakte

eigen gemeentelijke organisatie.

een energielabel lager dan C. Met het oog hierop wordt in 2021 samen met de OZHZ een kantorenaanpak gestart. Kantooreigenaren ontvangen een persoonlijk, vrijblijvend advies,

Wilt u kijken wat het Energieloket kan betekenen? Voor particulieren

Ga naar het energieloket

een formele brief en een e-book. Voor bedrijven: 6 7 8

Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) 2020 Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 2018 https://www.onderzoekcentrumdrechtsteden.nl/Publicaties/Economie/Publicaties_economie/Monitor_Kantorenmarkt_Drechtsteden_2018

Ga naar het energieloket

30/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

24

6 Energiegebruik mobiliteit

Unie stellen aan brandstofgebruik en emissies van

6.1 Inleiding

voertuigen. Desalniettemin zijn er ook veel manieren waarop we als regio kunnen bijdragen aan de

M

6.2 Regionale Agenda Laadinfrastructuur

obiliteit is een van de vijf belangrijke secto-

verduurzaming van de sector. Zo zijn we onderdeel

ren waarover in het Klimaatakkoord afspra-

van de Regionale Aanpak Laadinfrastructuur Zuid-

De ambitie in het Klimaatakkoord is dat in 2030

ken zijn gemaakt. Ook deze sector gaat overstap-

west (RAL ZW) om elektrisch rijden te stimuleren.

alle nieuwe auto’s emissieloos zijn. We gaan dan

pen van fossiele brandstoffen op hernieuwbare

naar een wagenpark van 1,9 miljoen elektrische

energiebronnen om zo de CO2-uitstoot te vermin-

Om inwoners te stimuleren van de auto naar duur-

personenvoertuigen in Nederland. Daarnaast

deren. Hiervoor moet er nog veel gebeuren, de

zamere vervoersmiddelen over te stappen, werken

wordt een sterke groei verwacht in elektrische

sector is momenteel bijna geheel afhankelijk van

we in meerdere gemeenten aan vernieuwing van

bussen, bestelauto’s, vrachtwagens, binnenvaart-

fossiele brandstoffen.

OV-bussen én stimuleren we fietsgebruik via een

schepen, light electric vehicles (LEVs) en overig

fietsstimuleringsprogramma en het plaatsen van

elektrisch transport/vervoer.

Veel mobiliteit is niet regio-gebonden. Zo heeft

meer fietsstallingen. Ook vragen we van de tran-

85% van het vrachtverkeer een herkomst en

sportsector om een efficiëntieslag te slaan op hun

De Drechtsteden willen in 2030 een laadinfrastruc-

bestemming buiten de regio. Daarom zal veel

slimmere logistieke systemen om zo de CO2-voet-

tuur hebben die een gedeelte van de beoogde

afhangen van eisen die het Rijk en de Europese

afdruk van deze sector verder te verminderen.

1,9 miljoen elektrische personenauto’s én elektrische busnetwerken kan ondersteunen. Hiervoor moeten grote stappen worden gezet. In 2019 reed slechts 1,63% van onze inwoners elektrisch en

Wat is de trias mobilica?

waren er 900 laadpalen in de regio.9

De trias mobilica (afbeelding 10) is een driehoeksmodel met drie typen maatregelen om mobiliteit effectief te verduur-

Om ons doel te halen is een toekomstbestendig,

zamen. Eerst wordt er gekeken naar vermindering van

toegankelijk en betrouwbaar netwerk van laad-

1

het aantal gereisde kilometers (slimmer reizen), bij-

infrastructuur nodig. Daarom heeft de Rijksover-

voorbeeld door effectieve ruimtelijke ontwikkeling.

heid met decentrale overheden, marktpartijen en

Dan wordt gekeken naar het verduurzamen van de

netbeheerders afspraken gemaakt over de ont-

Verminderen

vorm van mobiliteit (anders reizen). Bijvoorbeeld

wikkeling van voldoende laadinfrastructuur en een

door mensen uit de auto te krijgen en in het

dekkend, toegankelijk en betrouwbaar netwerk.

ov, of op de fiets. Dan wordt er gekeken naar

Deze afspraken zijn opgenomen in de Nationale

verduurzaming van bestaande mobiliteit (schoner reizen). Een voorbeeld is de

3

2

overstap van een auto op benzine naar

Regionale Aanpak Laadinfrastructuur Zuidwest

een elektrische auto. De Drechtsteden zetten bewust in op elk punt van deze driehoek.

De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het Verduurzamen

Veranderen

mogelijk maken van voldoende laadinfrastructuur en het verkorten van de doorlooptijd. Om

Afbeelding 10: Trias mobilica

9

Agenda Laadinfrastructuur (NAL).

gemeenten hierin te ondersteunen is in de NAL

https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/mobiliteit/

31/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

25

afgesproken om samenwerking op landsdeelniveau te organi-

een instrument om toekomstbestendige bereikbaarheidsop-

ook steeds meer elektrische bussen in gebruik genomen. Zo

seren. Zuid-Holland en Zeeland zijn door het Rijk ingedeeld als

lossingen te realiseren. Daarbij ligt de focus op het verbeteren

rijdt de stadsdienst in Dordrecht elektrisch. Ook het vervoer

samenwerkingsregio Zuidwest (RAL ZW). Gedeputeerde Staten

van de leefbaarheid, bereikbaarheid, verkeersveiligheid en

over water wordt verduurzaamd. Zo wordt de veerpont tussen

van Zuid-Holland en Zeeland hebben de RAL ZW in januari

gezondheid van onze regio.

Dordrecht en de Biesbosch/Werkendam in 2022 volledig elek-

2021 vastgesteld. Hierin staat hoe invulling wordt gegeven aan

trisch. Ook de Waterbus in de Drechtsteden, die jaarlijks bijna

de regionale samenwerking en aan de afspraken met het Rijk.

Het Rijk werkt aan de ontwikkeling van een Nationaal Mobili-

twee miljoen passagiers vervoert, zal in de komende jaren

Het is de ambitie van de NAL om ervoor te zorgen dat de laad-

teitsprogramma. De totstandkoming en inhoud van het RMP

elektrisch worden aangedreven.

infrastructuur geen drempel vormt bij de uitrol van elektrisch

is een regionale verantwoordelijkheid. De regionale uitwerking

vervoer. Dit is noodzakelijk om te zorgen dat het voor de con-

is ook vormvrij. Uitgangspunt is om zo veel mogelijk gebruik te

sument aantrekkelijk is om nu én in de toekomst elektrisch te

maken van bestaande regionale samenwerkingsverbanden en

rijden. De NAL neemt activiteiten op die zorgen voor:

bestaande regionale mobiliteits- en bereikbaarheidsprogram-

• Een dekkende laadinfrastructuur;

ma’s. Binnen de regio Drechtsteden wordt voortgeborduurd

• Een verkorting van de doorlooptijden en een strategische

op de in 2020 vastgestelde ‘Gebiedsagenda Bereikbaarheid

Er gebeurt op dit moment veel op het vlak van mobiliteit. Zo

Drechtsteden’. In deze Gebiedsagenda is met name aandacht

wordt de RAL ZW jaarlijks geactualiseerd. De RAL ZW zal zich in

voor het anders reizen; het stimuleren van fietsgebruik en

de komende periode richten op:

openbaar vervoer. Ook wordt er gebouwd op gemeentelijke

• Inzicht krijgen in de opgave voor gemeenten;

plannen.

• Opstellen van een integrale visie op laadinfrastructuur;

plaatsing van laadinfrastructuur; • Toegankelijke informatie zoals de locatie en beschikbaarheid van de laadpunten en de laadtarieven; • Een toekomstbestendige laadinfrastructuur om capaciteitsbelasting van het elektriciteitsnet zoveel mogelijk te voorko-

6.5 Vervolgstappen

• Ondersteunen van gemeenten bij het opstellen van plaat-

men.

singsbeleid; Wat is de relatie russen de RES, RAL en RMP?

• Uitwerken van de visie in beleid en beleidsregels, die naar

Samenwerking tussen de Drechtsteden

Provincies, gemeenten en netbeheerders leggen de

verwachting in het derde kwartaal van 2021 aan de colleges

Naast samenwerking binnen de RAL ZW-regio, werken we als

verbinding tussen uitwerkingen van afspraken in het

wordt aangeboden;

Drechtstedengemeenten intensief samen om de aanpak, de

Klimaatakkoord, zoals de Regionale Energiestrategie, de

visie en het beleid rond laadinfrastructuur zo veel mogelijk te

Regionale Aanpak Laadinfrastructuur en het Regionale

uniformeren én ruimte te behouden voor een lokale invulling.

Mobiliteitsprogramma. De inhoudelijke samenhang tus-

De afzonderlijke gemeenteraden hebben de verantwoordelijk-

sen deze werelden is een gedeelde verantwoordelijkheid

De afzonderlijke gemeenteraden hebben de verantwoorde-

heid om de integrale visie op laadinfrastructuur vast te stellen.

van gemeenten, regio’s en provincies.

lijkheid om de integrale visie laadinfrastructuur vast te stellen.

• Opzetten van een loket voor kennisdeling en informatievoorziening.

De colleges van burgermeester en wethouders gaan over het

Deze staan gepland voor september 2021. Voor het opstellen

plaatsingsbeleid.

en uitvoeren van de RAL ZW in de periode tot en met 2023

6.3 Regionaal Mobiliteitsprogramma

6.4 Verduurzaming van het openbaar vervoer

hebben de provincies Zeeland en Zuid-Holland een Rijksbijdrage toegekend gekregen. Om te komen tot een RMP wordt de komende periode ingezet

Openbaar vervoer is in principe een duurzame manier van

op:

De transitie naar een duurzaam en zorgeloos mobiliteits-

personentransport. Toch kan de sector nog een stuk schoner

• Het bundelen van reeds bestaande duurzame mobiliteits-

systeem vergt een integrale aanpak en regionaal maatwerk.

door verder te elektrificeren en effectiever te werk te gaan.

Daarom is in het Klimaatakkoord afgesproken om Regionale

De elektrificatie van onder andere bussen wordt gestimuleerd

Mobiliteitsprogramma’s (RMP’s) te ontwikkelen. Het RMP is

en gefaciliteerd door de uitrol van de NAL. In de regio worden

plannen door de regio en gemeenten; • Inzicht krijgen in de opgave en ambities van de gemeenten en de regio;

32/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

26

• Inzicht krijgen in nut en noodzaak van extra maatregelen en acties om CO2-reductie te bewerkstelligen. Aan de hand van de bundeling en inzichten zal een paragraaf duurzame mobiliteit worden toegevoegd aan de reeds be-

Wilt u meer weten over mobiliteit?

staande Gebiedsagenda Bereikbaarheid Drechtsteden. Dit vormt het RMP voor de regio Drechtsteden en staat gepland voor eind 2021.

De Nationale Agenda Laadinfrastructuur Zuidwest: Op het vlak van duurzaam openbaar vervoer werken we samen met de provincie Zuid-Holland toe naar een zero-emissie

Ga naar de website

OV-netwerk na 2030. Dit doen we onder andere door steeds strengere eisen te stellen in nieuw te verlenen vergunningen voor de concessies binnen het gebied - zoals met de concessie

De Gebiedsagenda Bereikbaarheid Drechtsteden:

Drechtsteden, Molenlanden en Gorichem en de waterbusconcessie is gebeurd - waarbij elektrificatie van vervoersmiddelen

Download het PDF

opgenomen is in het programma van eisen. Ten slotte, de markt is volop in ontwikkeling. Het staat daarom ook nog niet vast hoe de wereld van elektrisch rijden en laden er in 2030 uitziet. De verwachting is dat de vraag naar laadinfrastructuur de komende jaren toeneemt en dat er een flinke opgave ligt om in die behoefte te voorzien.

33/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

27

Deel II Energiebronnen 7

9

Zon op dak

7.1 Inleiding

Grootschalige opwekking van duurzame energie

10

10.1 Inleiding

9.1 Inleiding

7.2 Zon op dak grootschalig 7.3 Zon op dak kleinschalig

9.2 Uitwerkingsgebied voor zon bij Kijfhoek

7.4 Vervolgstappen

9.3 Uitwerkingsgebied voor zon en wind A16 Westzijde

8

9.4 Uitwerkingsgebied zon langs Betuwelijn

Zon in restruimten

Regionale Structuur Warmte

10.2 Nationale en indicatieve regionale opgave 10.3 Transitievisies Warmte in samenhang met de Regionale Structuur Warmte

10.4 Warmtebronnen

8.1 Inleiding

9.5 Uitwerkingsgebied zon langs A15

10.5 Warmte infrastructuur en warmteopties

8.2 Typologie

9.6 Onderzoeksgebied Avelingen

10.6 Afwegingscriteria en spelregels

8.3 Koppelkansen

9.7 Spelregels

10.7 Vervolgstappen

8.4 Spelregels en gedragscode zon op land

9.8 Vervolgaanpak

8.5 Vervolgaanpak 34/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

28

7 Zon op dak

maatschappelijke instellingen waarop met zonne-

7.1 Inleiding

panelen een vermogen van meer dan 15 kWp kan

Wat is een SDE-subsidie?

worden gerealiseerd. Dat staat gelijk aan ongeveer

Dat is de subsidie Stimulering Duurza-

e Drechtsteden is een sterk verstedelijkte regio

50 zonnepanelen. We rekenen overkappingen

me Energieproductie en Klimaattransitie

en beschikt daardoor over relatief veel dakop-

boven parkeerplekken en kleine bijgebouwen

(SDE++). Deze regeling stimuleert duurza-

pervlak. We hebben zowel de ruimte en het maat-

zoals schuurtjes niet als geschikte daken voor

me energieproductie en CO2-reductie en is

schappelijke draagvlak voor zon op dak. Het kwam

de grootschalige opwekking van zonne-energie.

bedoeld voor bedrijven en (non-)profitinstel-

namelijk zowel tijdens online participatieavonden

Overkappingen boven parkeerplaatsen hebben

lingen in sectoren als de industrie, mobiliteit,

als op ons online participatie-platform ‘Denk mee!’

wel potentie voor zon en worden verder bespro-

elektriciteit, landbouw en de gebouwde

consistent naar voren als een manier van energie-

ken in Hoofdstuk 8: Zon in restruimten.

omgeving.

D

opwekking die op veel steun kan rekenen. Vooral bij grotere bedrijfspanden is er een forse

Onze inzet: 0,21 TWh aan grootschalig zon op dak

Om deze redenen vinden we het een logische keuze

potentie voor grootschalige opwekking. Dit geldt

in 2030

om in onze regio sterk in te zetten op zon op dak.

voor zowel bestaande als nieuwe gebouwen. Het

Ons doel is om tenminste 0,21 TWh aan zon-

Door daken in ons verstedelijkte gebied te voorzien

installeren van zonnepanelen op bestaande be-

ne-energie op grote daken op te wekken in 2030.

van een dubbele functie, houden we ruimte over

drijfsdaken gaat niet vanzelf. Ervaring met eerdere

Dit is de uitkomst van berekeningen en overwe-

op andere plekken. Zo kunnen we stappen zetten

projecten voor collectieve inkoop laat zien dat on-

gingen waarbij een combinatie van nuchterheid en

richting een duurzaam energiesysteem zonder onze

dersteuning van ondernemers de uitrol van PV-in-

ambitie centraal stonden.

open landschappen en natuur aan te tasten.

stallaties kan versnellen. Ook zijn we met Stedin in overleg over een gebiedsgerichte samenwerking

Op basis van de bovenstaande definitie van grote

Zonnepanelen op daken van woningen, bedrijven,

om de capaciteit van het net zo optimaal mogelijk

daken blijft er in de Drechtsteden ruim zes vier-

kantoren en maatschappelijke instellingen hebben

te benutten en te komen tot tijdige uitbreidingen

kante kilometer aan grootschalige dakoppervlakte

in onze regio bij elkaar een enorme potentie voor

op de netcapaciteit.

over. Helaas is niet de gehele oppervlakte geschikt

de opwekking van duurzame energie. Daken kun-

om zonnepanelen op te plaatsen. Sommige gebou-

nen echter ook ongeschikt of een onlogische keuze

Naar verwachting krijgen gemeenten bij de in-

wen hebben namelijk niet de juiste dakconstructie

zijn voor zon. Daken zijn bijvoorbeeld ongeschikt

voering van de Omgevingswet in 2022 een extra

om zonnepanelen te kunnen dragen en soms is er

omdat de dakconstructie te zwak is om het ge-

bevoegdheid, waarmee ze zonnepanelen op grote

geen aansluiting op het elektriciteitsnet mogelijk.

wicht van de panelen te dragen of omdat er geen

bedrijfspanden kunnen verplichten.10 Deze moge-

Geschikte daken kunnen daarnaast niet helemaal

aansluiting op het elektriciteitsnet mogelijk is.

lijkheid wordt meegenomen bij de verdere uitwer-

vol worden gelegd; aan de dakranden en rond licht-

king van de RES 1.0, bij zowel bestaande gebou-

straten en technische installaties blijft bijvoorbeeld

wen, nieuwe gebouwen als nieuw te ontwikkelen

verplicht ruimte over. Daarnaast is zon niet de

bedrijventerreinen.

enige manier om een dubbele functie toe te voe-

7.2 Zon op dak grootschalig

gen aan daken. Daken kunnen ook een rol spelen in onder andere de bevordering van biodiversiteit

Met grote daken bedoelen we daken van meer-

of het opnemen van overtollig regenwater middels

dere woningen, bedrijven, kassen, kantoren en

intensieve of extensieve groene dakbedekking.

10 https://www.gemeente.nu/ruimte-milieu/energie/zonnepanelen-op-bedrijfspanden-mogelijk-lokaal-verplicht/

35/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

29

Met inachtneming van onder andere de bovenstaande factoren

Daarbij heeft zon op kleine daken als voordeel dat, in het licht

Verzilveren kansen voor regionale economie en arbeidsmarkt

achten wij het realistisch dat in 2030 tenminste 30% van het

van de verdergaande elektrificatie van huishoudens en het

De realisatie van duurzame opwekking kan gepaard gaan met

beschikbare grootschalige dakoppervlakte in onze regio wordt

MKB, deze vorm van energieopwekking de mogelijkheid biedt

aanzienlijke investeringen en werkzaamheden. Niet alleen het

benut voor duurzame energieopwekking met zonnepanelen.

om opwek en verbruik dichter bij elkaar te brengen. In de

plaatsen, maar ook de inkoop van benodigde materialen levert

Drechtsteden gaan we uit van de opwekking van 0,07 TWh aan

een bijdrage aan de werkgelegenheid. Daarnaast kunnen

Hiermee realiseren we 0,21 TWh aan zonne-energie op grote

zonne-energie op kleine daken in 2030. Hiermee hopen we in

duurzame investeringen voor inwoners, bedrijven en maat-

daken in 2030. Dit is een optelsom van al gerealiseerde zon-

lijn te blijven met de verwachtte groei van autonome opwek-

schappelijke organisaties een flinke kostenbesparing opleve-

neprojecten op grote daken (0,02 TWh), projecten die op dit

king op kleine daken zoals omschreven in het Klimaatakkoord.

ren, wat de toekomstbestendigheid versterkt.

moment in de pijplijn zitten (0,04 TWh) en nog te realiseren Met bovenstaande in achtneming zetten wij ons in om kansen

projecten (0,15 TWh). De volledige berekening van ons bod voor zon op dak staat in Bijlage A: onderbouwing bod.

voor de regionale economie en arbeidsmarkt te verzilveren.

7.4 Vervolgstappen

Hiervoor zoeken we de samenwerking met onderwijsinstellingen en bestaande initiatieven als Baanbrekend Drechtsteden

Ons doel is om in 2030 tenminste 0,21 TWh aan zonne-ener-

7.3 Zon op dak kleinschalig

en Werk In Zicht.

gie op grote daken en 0,07 TWh aan zonne-energie op kleine daken te realiseren. Om dit te bereiken proberen we zon op

Stimuleringsmiddelen

Zon op kleine daken wordt niet tot ons bod gerekend. Hiermee

dak zo toegankelijk mogelijk te maken en inwoners en onder-

Om de gestelde duurzaamheidsambities te realiseren én met

wordt verwezen naar zonneprojecten die minder dan 15 kWp

nemers te enthousiasmeren om autonoom elektriciteit op te

het oog op bovenstaande, onderzoeken gemeenten of zij

(ongeveer 50 zonnepanelen) aan zonne-energie realiseren. Er

wekken.

aanvullende stimuleringsmiddelen in kunnen zetten of fondsen vorm kunnen geven. Dit om energieopwekking en andere

is in het Klimaatakkoord uitgegaan van een groei van 7 TWh Hiervoor zetten we de komende jaren sterk in op het bie-

aan autonome opwekking op kleine daken tot 2030.

duurzame investeringen aan te jagen.

den van handelingsperspectief aan inwoners, ondernemers Zon op kleine daken speelt echter wel een significante rol in

en maatschappelijke partners en helpen we hen om zoveel

De provincie Zuid-Holland heeft daarnaast het aanvalsplan ‘Zon

de energietransitie. Het geeft inwoners en het midden- en

mogelijk energie op te wekken. Gemeenten brengen hiervoor

op Dak’ en de subsidieregeling ‘Zonnig Zuid-Holland’ om de

kleinbedrijf (MKB) een duidelijk handelingsperspectief en laat

bijvoorbeeld de potentie van geschikte daken nader in beeld

opwekking van energie op dak te stimuleren. Het plan bestaat

zien wat ze zelf kunnen doen. Het is bovendien een effectieve

én richten zich specifiek op de eigenaren van gebouwen met

onder andere uit een subsidieregeling van € 4 miljoen om on-

en persoonlijke manier van bijdragen aan de energietransi-

veel potentie.

geschikte daken geschikt te maken voor de installatie van zonnepanelen. De subsidieregeling richt zich op gebouweigenaren

tie. Onze inzet in relatie tot zon op kleine daken is dus vooral

die hun daken beschikbaar stellen voor energiecoöperaties.11

bedoeld om mensen en bedrijven op te roepen om mee te

Programmatische aanpak

doen. Hier speelt onder andere het Regionaal Energieloket een

Met het oog op de netimpact en noodzakelijke aanpassingen

belangrijke rol. Bij dit loket kunnen huiseigenaren en onderne-

aan het elektriciteitsnet, streven wij samen met netbeheerder

Als regio zetten we sterk in op zon op dak. Dit alleen is echter

mers terecht voor informatie over de kosten en mogelijkheden

Stedin naar een programmatische en geclusterde aanpak. Zo

niet genoeg. Bovendien is het belangrijk om te zoeken naar

van het plaatsen van zonnepanelen op hun dak. Ook kunnen

kan Stedin gerichter in het net investeren én kunnen we de

een gezonde balans tussen zon en wind (meer hierover in

ze hier vrijblijvend en volledig op maat gemaakt advies van

verzwaring van het net en de realisatie van duurzame opwek-

hoofdstuk 11). Daarom zien de Drechtsteden zon op dak als

installatie-adviseurs aanvragen.

king op daken beter op elkaar afstemmen.

een belangrijke stap binnen de grotere opgave om tot een duurzaam en gebalanceerd energiesysteem te komen.

11 https://www.zuid-holland.nl/overons/bestuur-zh/gedeputeerde-staten/besluiten/2020/juni/2-juni/energietransitie-aanvalsplan-zon-dak/

36/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

30

8 Zon in restruimten

hectare) aan duurzame elektriciteit opwekken in

VII. Op water;

restruimten.

VIII. Nabij natuurgebied.

n het vorige hoofdstuk is besproken hoe we

Waar deze opwekking komt, is nog niet besloten.

Naast het type is ook het landschap waarin de

in de Drechtsteden maximaal inzetten op zon

Voor zon in restruimten worden in de RES 1.0

restruimte zich bevindt van groot belang. Dit

op dak. Omdat we als regio een eerlijk en realis-

geen specifieke locaties of gebieden aangewezen.

wordt bijvoorbeeld duidelijk in gebieden zoals de

tisch deel van de nationale opgave op ons willen

In principe kan zon in restruimen gerealiseerd

Alblasserwaard. Hier is de leegte een belangrijk

nemen, moeten we echter meer aan duurzame

worden als de ruimte aan bovenstaande definitie

onderdeel van de landschappelijke waarde. Een

energieopwekking doen dan enkel zon op dak.

voldoet, een initiatief is getest én aan de gestelde

zonneveld op een ongebruikt agrarische kavel kan

In de concept-RES is met oog hierop gesproken

criteria en spelregels voldoet. Om de mogelijkhe-

in zo’n geval afbreuk doen aan de kwaliteit van het

over zonnepanelen in o.a. spoor- en wegbermen,

den te onderzoeken zijn wel mogelijke locaties ge-

gebied. Met het oog hierop hebben wij landschap-

op (voormalige) stortplaatsen en braakliggende

ïnventariseerd en als onderdeel van het participa-

pelijke criteria opgesteld.

terreinen als een manier om open landschappen

tieproces indicatief beoordeeld door inwoners van

te ontzien. Dit werden restruimten genoemd.

de Drechtsteden (zie Bijlage C Participatiestrategie

Om per type restruimte algemene landschap-

Samen met de inwoners van de Drechtsteden is in

zon en wind voor het gehele proces). Het resultaat

pelijke criteria op te stellen, is gekeken naar de

het traject naar de RES 1.0 een omschrijving van

is een kansenkaart waar bij het vervolgproces op

waarden van het type restruimte, de verschillende

restruimten tot stand gekomen. Een restruimte

de RES 1.0 nadrukkelijk nog uitwerking, projectpar-

landschappen waar restruimten in kunnen liggen

voor zon is op basis van dit traject omschreven als

ticipatie en gemeentelijke en provinciale besluit-

en welke aspecten er vanuit dat landschap van

een gebied waar:

vorming zal plaatsvinden.

belang zijn voor de plaatsing van zonnepanelen.

8.1 Inleiding

I

1.

de toevoeging van zonne-energie inpasbaar is

We hebben het dan over minimumeisen, criteria,

en ondergeschikt is aan het bestaande land-

maatschappelijke koppelkansen en spelregels voor

schap, of het bestaande landschap versterkt; 2.

de participatie en vervolgaanpak.

8.2 Typologie

de toevoeging van zonne-energie de bestaan-

De ruimte waar een initiatief betrekking op heeft,

de functie en waarde niet significant belemMiddels ons onderzoek hebben we zicht gekre-

moet voldoen aan de omschrijving voor restruimte

gen op de verschillende typen restruimten. Op

zoals omschreven in de inleiding van dit hoofd-

Deze geschikte restruimten kunnen op verschillen-

basis van het onderzoek kunnen we de volgende

stuk. Daarnaast moeten alle zonneweides aan de

de manieren zijn ontstaan, bijvoorbeeld door:

acht typen restruimten (in willekeurige volgorde)

Nederlandse wet- en regelgeving voldoen. Bij een

• Wettelijke beperking(en) in een gebied;

onderscheiden waar zonne-energie kan worden

vergunningaanvraag wordt hier altijd op getoetst.

• Overruimte in planologie;

toegepast:

mert en/of waarde toevoegt.

Hierbij komen onder andere de volgende onderde-

• Mogelijkheid voor dubbel ruimtegebruik; • Ruimte die (tijdelijk) niet in gebruik is. Regionale inzet zon in restruimten: 0,02 TWh

I.

Boven parkeerplaatsen;

len terug:

II.

Industriegebied;

• Er dient voldaan te worden aan de eisen voor

III.

Bermen en geluidsschermen langs infrastruc-

beschermingszones rondom infrastructuur,

tuur/op knooppunten;

zoals wegen, spoor, hoogspanning en dijken: -

Op basis van het participatief ontwerpend on-

Er dient een bufferzone van tenminste één

derzoek naar de landschappelijke, technische en

IV.

Dijken;

maatschappelijke mogelijkheden, willen wij in

V.

Stedelijk gebied;

meter te worden aangehouden tussen een

2030 met zonnepanelen tenminste 0,02 TWh (22,1

VI.

Nabij agrarisch polderlandschap;

zonneveld en een weg en buiten- of midden-

37/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

31

-

te voorkomen.

• Een parkeerplaats mag geen overkapping krijgen als dat

berm bij knooppunten; Bij watergangen met een afvoerfunctie moet een buf-

afbreuk doet aan aanwezige landschappelijke openheid;

• Andere functies van en gebruik op de parkeerplaats (zoals

ferzone van tenminste 3,5 meter worden aangehouden.

• De overkapping van een parkeerplaats mag belangrijke en

een markt, kermis, evenement) moeten na plaatsing van

Bij hoofdwatergangen moet de bufferzone tenminste 4

waardevolle zichten niet belemmeren. Het overkappen van

meter zijn.

parkeerplaatsen in een historische stads- of dorpsgezicht of

• nen vinden;

nabij monumentale gebouwen kan niet (18);

• Houdt rekening met reflectie van de verhoogde zonnepane-

• Nieuwe ontwikkelingen mogen geen afbreuk doen aan beschermde natuurgebieden of beschermde plant- en dier-

een overkapping met zonnepanelen nog steeds plaats kun

len naar de omgeving;

• Bij parkeerplaatsen dient een zichtbare en veilige verkeers-

• Creëer een groene inpassing en meer ruimtelijke kwaliteit

situatie behouden te blijven wanneer deze overkapt wor-

soorten (wet Natuurbeheer); • Er dient voldaan te worden aan de eisen met betrekking tot

den. Zorg voor een sociaal veilige parkeerplaats. Vermijd

van de parkeerplaats bij plaatsing van zonnepanelen boven

waterhuishoudkundige situatie in het gebied. Zo mag het

afscherming van de omgeving om ongewenste activiteiten

de parkeerplaats (19).

waterbergend vermogen op of rond het betreffende gebied niet worden aangetast;

3

• Er dient voldaan te worden aan de eisen ten behoeve van (behoud van) archeologische en/of cultuurhistorische waarden (Erfgoedwet). Criteria per type restruimte

8

Een restruimte voor zon is een gebied waar de toevoeging van

P

6

zonnepanelen inpasbaar is en de bestaande functie en waarde niet significant belemmert. Daarnaast dient elk nieuw initiatief

19

4

5

P

voor zon in een restruimte rekening te houden met de land-

2

24

18

schappelijke context en bijbehorende kwaliteiten en karakte-

9

7

ristieken van de omgeving waarin deze geplaatst wordt.

14

1 16

Per landschap en per restruimte zijn criteria gedefinieerd waar een initiatief voor zon in restruimte aan dient te voldoen. Deze

15

14

criteria komen voort uit inbreng vanuit de participatie en de landschappelijke analyse. De nummers in de onderstaande

11

tekstuele uitwerking verwijzen naar nummers in de visualisa-

20

17

tie(s).

21

P I.

13

P

Boven parkeerplaatsen

22

10

Parkeerplaatsen zijn vaak monofunctionele gebieden met

12

weinig ruimtelijke kwaliteit. Ze kunnen een multifunctionele inrichting krijgen door er zonnepanelen boven te plaatsen. Dit

23

zorgt zowel voor energie als beschutting onder de panelen. • Bij parkeerplaatsen nabij bedrijvigheid dienen de zonnepanelen boven parkeerplaatsen voor een ruimtelijke kwalitatieve impuls te zorgen (17);

Afbeelding 11: Visualisatie zon in restruimten

38/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

32

19

4

5

P

9

7 II.

Industriegebied

14

De verschillende gemeenten in de regio kennen allemaal ge-

1

bieden met een sterk industrieel karakter. Aan de rivier ligt van

16

oudsher de grootschalige industrie en bedrijvigheid. Hier is

14

ruimte voor innovatie en ontwikkeling, met een sterke identi-

15

3

teit van de rivier.

11 Deze gebieden kennen ruimte voor een meer industriële invullingen waar zonnepanelen goed bij kunnen passen. Industriegebieden kennen daarnaast vaak een tekort aan groenstructuren, hier kunnen nieuwe zonnevelden een bijdrage aan leveren.

8

18

P

20

Afbeelding 13: Visualisatie criteria restruimte infrastructuur en knooppunten 17

P

III.

Bermen en geluidsschermen langs infrastructuur/op 13 P 2 24 knooppunten

21 • Ecologische waarden worden beschermd en zo veel mogelijk versterkt 22 of toegevoegd: -

Bermen en geluidsschermen 10 langs grote infrastructuur zoals

Indien mogelijk dient de plaatsing van zonnepanelen

spoorwegen of hoofdwegen, bieden kansen voor de opwek-

langs de weg of het spoor de barrièrewerking van de

worden met groenstructuren en ecologische waarden toe te

king van zonne-energie. Het spoor en de hoofdwegen zijn de

infrastructuur voor ecologie te verzachten door bijvoor12

voegen (10); 19

belevingsaders van de Drechtsteden. Inpassing langs deze

beeld grotere groenstructuren. Dit kan bijvoorbeeld 4

• Zonnevelden 6 in industriegebieden dienen gecombineerd te

5

P

de visuele relatie met deze rivier door de inrichting van het

aders valt op. Zonnevelden langs de snelweg dienen daarom 23 aantrekkelijk ingepast te zijn. Bermen langs spoorwegen en

veld versterkt te worden (11).

snelwegen kennen daarnaast vaak een ecologische waarde als

• Wanneer zonnevelden aan de rivier geplaatst worden dient

7

weg aan te leggen;

9

-

1

gebied. Dit kan op verschillende manieren; -

Hiervoor gelden de volgende criteria:

16

17

geluidsschermen zijn. Daar waar restruimten langs de

groenstructuur versterkt worden. Denk hierbij aan het

snelweg geen onderdeel zijn van de groenstructuur, dienen

aanhalen en doorzetten van lanen en bomenrijen (16);

de zonnevelden met hun inpassing bij te dragen aan een

11

De aanleg van zonnevelden mag niet ten koste gaan van

15 de huidige hoofdgroenstructuur. Indien mogelijk kan de

• Restruimten langs infrastructuur kunnen bermen en

14

Het plaatsen van zonnepanelen moet gepaard gaan met het versterken van de ecologische waarde van het

corridor tussen verschillende natuurgebieden.

14

P

door ecologische stepping-stones aan weerszijde van de

• De gehele berm mag niet dichtgezet worden, er moet altijd

20 versterking van de groenstructuur (14);

ruimte overblijven.

• Verrommeling van het zicht vanaf de infrastructuur dient

P

voorkomen te worden. Zorg voor een21 eenduidige uitvoering

IV.

en 13opstelling van zonnepanelen langs de infrastructuur;

De Drechtsteden zijn rijk aan een groot aantal dijken, van oude

22 • Hooggewaardeerd zicht op landschappen dient behouden 10

23

zeedijken, tot rivierdijken en lage polderdijken in stedelijke

worden. Belangrijke zichten zijn bijvoorbeeld die op de

gebieden, industriegebieden, natuurgebieden en poldergebie-

open polder, de Merwede, stadsparken en kenmerkende

den. Nadrukkelijk wordt aansluiting gezocht bij de criteria die

dorpsgezichten. Op deze locaties willen we geen zonnevel-

12 de waterschappen willen stellen vanuit hun bevoegdheid als

den om zichten vanaf de infrastructuur op de landschappen

waterbeheerder om geen hinder te veroorzaken aan andere

te behouden (15);

functies (vaarwegen /recreatie /natuur /waterbeheer /ecolo-

• Zonnepanelen mogen geen gevaar of belemmering vormen voor het verkeer. Er moet rekening gehouden worden met

Afbeelding 12: Visualisatie criteria restruimte industriegebied

Dijken

gie). Dit maakt de mogelijkheid voor zonnepanelen op dijken in de Drechtsteden beperkt.

reflectie van zonnepanelen;

39/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

33

3

Toch sluiten we niet uit dat er mogelijkheden zijn om zonne-

3

panelen te plaatsen op dijken in de regio. Aanvullende criteria hiervoor zijn: • Een dijk is ongeschikt voor de plaatsing van zonnepanelen

8

wanneer het onderdeel is van een open polder of een recreatieve route (15); steken zodat de dijk als element herkenbaar kan blijven. Binnen het stedelijk gebied zijn zonnepanelen mogelijk op

8

P 5

P

P

14 7

14 16

11

14

• Zonnevelden op restruimten binnen de stedelijke structuur 17

20

van de openheid van de polder. Dit zien we niet als rest-

groene 17 en ecologische inrichting. Daarnaast kunnen eventu-

groenstructuur. Op stedelijke groenstructuur mogen geen

ruimten en hier mogen geen zonnevelden komen, omdat

ele recreatieve verbindingen tussen stad en land verbeterd te worden (9).

P

13

dienen ingepast te worden met nieuwe groenstructuren

VI.

ten behoeve van de biodiversiteit en de uitstraling van de

Onze regio kent meerdere agrarische gebieden; de 13 open

ruimte (6);

polderlandschappen van de Alblasserwaard, de zeekleipolders

P

21 dit de openheid en het zicht over de polder aantast (2); 20

11

P

• Zonnevelden dienen ecologische waarden toe te voegen

22

Nabij agrarisch polderlandschap

P

door middel 21 van de inrichting van een zonneveld en combi-

10

natie met ecologie verhogende elementen zoals vernatting,

22 of sloten; beplanting

• Restruimten grenzend aan de groenstructuur van de stad,

ten zuidoosten 10 van Dordrecht en de agrarische gebieden bij

• In de buurt van kassen dienen zonnevelden ruimtelijk ge-

dienen bij plaatsing van zonnepanelen gebruikt te worden

Kijfhoek. In dit laatstgenoemde gebied worden open polders

koppeld te worden aan de aanwezige glastuinbouw (3);

om de bestaande groenstructuur te versterken of uit te

afgewisseld met glastuinbouw. Locaties die ook als restruim-23

12 • Rioolwaterzuiveringen (RWZI’s) en oude vuilstortplaatsen

breiden (7);

ten bestempeld kunnen worden in deze gebieden zijn bijvoor-

zijn mogelijk geschikt voor zonnevelden. De plaatsing van

beeld rioolwaterzuiveringen (RWZI’s),12 de overgang tussen

zonnevelden moet dan wel ecologische kwaliteiten of recre-

glastuinbouwlocaties en agrarisch land en vuilstortplaatsen.

atieve mogelijkheden toevoegen (4).

• Historische stads- en dorpsgezichten dienen behouden te blijven. Zonnepanelen zijn hier ongewenst (8);

15

15 Afbeelding 15: Visualisatie criteria restruimten in agrarisch polderlandschap

Afbeelding 14: Visualisatie criteria restruimten in stedelijk gebied

• Restruimten mogen niet concurreren met de stedelijke zonnevelden worden gerealiseerd (5);

1

14

drik-Ido-Ambacht, Alblasserdam, Papendrecht, Sliedrecht en criteria:

1

9

16

Het stedelijk gebied van de Drechtsteden bestaat uit de his-

Hardinxveld-Giessendam. Hier identificeren we de volgende

4

5

Stedelijk gebied

torische stad Dordrecht en de kernen van Zwijndrecht, Hen-

9

7

19

restruimte type vijf: zonnepanelen langs infrastructuur (14).

2

24

18

19

6

dijken/taluds langs infrastructuur. Zie daarvoor de criteria voor

V.

18

P

6

• Zonnepanelen mogen niet boven de kruin van de dijk uit

2

24

23

12

• De stadsrand kent een meer divers karakter met de overgang naar het landelijke gebied als waardevol kenmerk.

Voor deze typen restruimten gelden de volgende criteria:

VII. Op water

Zonnevelden op restruimten bij de stadsrand dienen de

• Zicht over de open polder mag niet worden belemmerd (1);

Onze regio is rijk aan natte landschappen. Polders wisselen

overgang naar het landelijke gebied te verbeteren door een

• Locaties op agrarisch land in open polders zijn onderdeel

af met grote rivieren, kleinere kreken en waterplassen. Het

12 Veel rioolwaterzuiveringen in de regio zijn al voorzien van zonneparken.

40/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

34

17 21

P

13

P

22

10

8.3 Koppelkansen 12 Koppelkansen verschillen van criteria; het zijn mogelijkheden voor maatschappelijke meerwaarde die overwogen zouden

23

moeten worden in het proces. Vanuit het participatieproces zijn de volgende kansen geïdentificeerd: • Combinatie met maatregelen voor meer biodiversiteit, zoals

Afbeelding 16: Visualisatie criteria restruimten op water

inheemse begroeiing tussen de zonnepanelen of plasdras-zones;

gebruik van het water is zeer uiteenlopend, van hoofdvaar-

VIII. Nabij natuurgebied

netwerk tot ecologie, waterberging en recreatie. We moeten

De regio kent meerdere grote natuurgebieden, zoals de Bies-

• Recreatie;

zeer voorzichtig omgaan met het plaatsen van zonnepanelen

bosch, Merwelanden en de Sophiapolder. Gebieden met grote

• Educatie.

op water. We hebben daarom de volgende criteria geïdentifi-

recreatieve en vaak unieke ecologische waarden. Om de aan-

ceerd:

wezige natuurwaarden te beschermen, mogen hier in principe

• Zorg dat de bestaande functies op het water niet onmo-

geen zonnevelden komen (12).

3

8.4 Spelregels en gedragscode zon op land

gelijk worden gemaakt door zonnepanelen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan waterski-routes, zwemgebieden, zeil-,

Nabij natuurgebieden kan wel plek voor zon in restruimten

windsurf- en visgebieden. Indien mogelijk moeten deze

zijn. Hiervoor gelden de volgende criteria:

Voor zon op land is een gedragscode (Gedragscode zon op

naast elkaar plaatsvinden (20);

• Een zonneveld mag geen ecologische barrière 2 opwerpen,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/266/documents/5598