Voorstel Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0 - Voorstel.pdf
Tekst van het document
Commissie Ruimte Papendrecht Vergadering van 16 juni 2021 Zaaknummer: 2021-0068313
Voorstel Openbaar
Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0 Bevoegde portefeuillehouder:
Arno Janssen
Fatale termijn: De RES 1.0 wordt 25 mei 2021 gepubliceerd en moet op 1 juli 2021 door de raad zijn vastgesteld.
Gevraagd besluit 1. De Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0 vast te stellen.
Inhoud Inleiding De Nederlandse politiek heeft een doel vastgesteld: in 2030 stoten we in Nederland bijna de helft (49%) minder broeikasgassen uit dan we in 1990 deden. De maatregelen die we de komende jaren nemen om dit doel te halen staan in het Nationaal Klimaatakkoord. Dertig energieregio's zijn verantwoordelijk voor een deel van de landelijke opgave: de verduurzaming van de warmtevraag in de gebouwde omgeving en de duurzame opwekking van elektriciteit op land. De strategie voor deze energieopgave is vastgelegd in de Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0 (RES 1.0). De RES 1.0 is een verdere uitwerking van de in 2020 door het college vastgestelde concept RES. In de nu aangeboden RES 1.0 is het bod uit de concept RES verder uitgewerkt met grootschalige opwekking van elektriciteit door zon en wind en met een inventarisatie van potentiële restruimten. De RES 1.0 bestaat uit drie onderdelen: 1.
energiegebruik:
besparen in gebouwen en verduurzamen mobiliteit.
2. energiebronnen: de opwek van duurzame elektriciteit en warmte (Regionale Structuur Warmte (RSW) en bronnenstrategie). 3.
energiesysteem:
het transport en de opslag van de energie en de organisatie.
Toelichting op de drie onderdelen: 1. Voor energiegebruik ligt de nadruk op besparen met als doelstelling tenminste 20% energie te besparen ten opzichte van 2020. We gaan hiervoor handelingsperspectief bieden aan inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties vanuit het regionaal energiebesparingsprogramma. We hebben daarnaast de mobiliteitsparagraaf verder uitgewerkt. 2. Voor energiebronnen zijn vanaf oktober 2020 potentiële restruimten voor zonnepanelen geïnventariseerd en drie zoekgebieden (A15, A16 en Kijfhoek) verkend voor grootschalige opwekking van elektriciteit door wind en zon. Voor Papendrecht was het gebied ten Noorden van de A15 aangemerkt als zoekgebied (hoofdstuk 9, par. 9.4). Met een uitgebreid participatietraject is dit gebied verkend en is de strook langs de Betuweroute aangemerkt als uitwerkingsgebied voor zon met
randvoorwaarden en spelregels. Er is geen draagvlak voor windmolens. Ook is onderzocht welke warmtebronnen te gebruiken zijn zodat wijken en gebouwen op termijn van het aardgas af kunnen. 3. Voor het energiesysteem is uitgebreide afstemming geweest met netbeheerders en is gekeken naar lokale, regionale en regio-overschrijdende warmtebronnen. Ook is een eerste inschatting gemaakt van de gevolgen van de energieopgave voor de (gemeentelijke) organisatie en is een voorstel gedaan voor de borging van de opgaven in lokaal beleid. Het bod van de Drechtsteden: Als energieregio Drechtsteden beschrijven we in de RES 1.0 wat onze bijdrage is aan de landelijke opgave om in 2030 in totaal 35 Terawattuur[1] (TWh) duurzame elektriciteit op land op te wekken én 1,5 miljoen woningen aardgasvrij te maken: 0,37 TWh aan duurzame energieopwekking in 2030. 12.000 maar liever 25.000 aanvullende woningequivalenten aardgasvrij voor 2030 door aansluiting op een warmtenet. Het bod bestaat uit een hoge inzet op zon op dak (0,21 TWh), zonnepanelen in restruimten (0,02 TWh) en grootschalige opwekking van zonne-energie en windenergie in vier uitwerkingsgebieden (0,11 TWh)[2]. Het verduurzamen van de warmtevraag in de gebouwde omgeving is in de Transitievisie Warmte 2021 uitgewerkt. Deze wordt u separaat maar wel gelijktijdig met de RES 1.0 aangeboden ter vaststelling.
De RES 1.0 Drechtsteden is opgesteld door de zeven gemeenten, Provincie Zuid-Holland en de waterschappen Hollandse Delta en Rivierenland. Alle partijen vinden het belangrijk om keuzes te maken die gebaseerd zijn op gedegen analyses en kunnen rekenen op een breed draagvlak in onze samenleving. Een praktische aanpak met een ‘gezonde dosis nuchterheid’ staat hierbij centraal.
[1] In de concept-RES werd het bod weergegeven in Petajoule (PJ). In deze RES 1.0 zijn wij aangesloten bij de eenheid die landelijk wordt gehanteerd, namelijk TerraWattuur (TWh). Het bod van 0,37 TWh zoals opgenomen in de RES 1.0 komt overeen met 1,33 PJ. [2] Zon op kleine daken wordt niet tot ons bod gerekend. In de Drechtsteden gaan we uit van de opwekking van 0,07 TWh aan zonne-energie op kleine daken in 2030. Beoogd effect Een betaalbare, betrouwbare, duurzame en rechtvaardige energievoorziening, waarbij de balans met onze regionale en lokale economie, leefbaarheid en kwaliteit van landschap en natuur voorop staat. We spelen hiermee actief in op kansen voor onder andere werkgelegenheid en het versterken van onze sociaal economische positie. Argumenten 1.1 We voldoen hiermee aan de voorwaarde vanuit het Nationaal Programma RES (NP RES) NP RES heeft als voorwaarde gesteld dat op 1 juli 2021 elke RES-regio een vastgestelde strategie heeft. Eventuele opmerkingen en aandachtspunten van de raad worden meegestuurd naar NP RES. 1.2 De gekozen aanpak is eerlijk en realistisch Onze regio is qua oppervlakte de kleinste energieregio van het land en bovendien een sterk verstedelijkt gebied. Dit betekent dat er ten opzichte van grotere en minder verstedelijkte energieregio's minder ruimte is voor grootschalige opwek van elektriciteit. Tegelijk willen wij wel onze
2/319
verantwoordelijkheid nemen door (binnen onze mogelijkheden) een eerlijk en realistisch deel van de landelijke opgave van 35 TWh op ons te nemen. 1.3 We zetten fors in op de opwek van elektriciteit op daken Voor onze verstedelijkte regio is het niet meer dan logisch om fors in te zetten op de opwek van elektriciteit op daken en in restruimtes. Zonnepanelen op daken van woningen, bedrijven, kantoren en maatschappelijke instellingen en in restruimtes kunnen binnen onze regio cumulatief leiden tot een enorme potentie aan op te wekken zonne-energie. Alle energie die op deze manier wordt opgewekt hoeft bovendien niet in open landschappen te worden gerealiseerd. 1.4 Ons gebied is kansrijk voor warmtenetten Waar de compactheid en bevolkingsdichtheid van onze regio het grootschalig opwekken van elektriciteit bemoeilijkt, bieden onze regionale kenmerken juist kansen met betrekking tot de warmtetransitie. De dichte bebouwing en ruime aanwezigheid van warmtebronnen maakt het toepassen van collectieve oplossingen, zoals warmtenetten, kansrijk. Dit voorkomt een deel van de elektriciteitsvraag. 1.5 Iedereen heeft mee kunnen denken en mee kunnen werken aan de RES 1.0 De RES 1.0 is tot stand gekomen na een uitgebreid participatietraject, waarbij de samenleving centraal stond.
In het proces richting de RES 1.0 hebben we onderzocht hoe we tot een realistisch en gedragen bod en aanpak kunnen komen. Een bod en aanpak die niet alleen aansluiten bij de mogelijkheden van onze regio, maar ook bij de wensen en ideeën van onze inwoners. Ons doel was om wederzijds begrip te creëren voor elkaars standpunten en ideeën. Uiteraard blijft het bereiken en blijven betrekken van inwoners een permanent aandachtspunt. Het platform Denk mee! blijft om die reden ook na vaststelling van de RES 1.0 in de lucht. 1.6 Uw zienswijze op de concept RES (1 oktober 2020) is meegenomen in het proces richting de RES 1.0 Op hoofdlijnen kon u zich vinden in de inhoud en de nuchtere en realistische bijdrage. Als aandachtspunt gaf u mee dat onderzoek naar grootschalige opwek van duurzame energie in goede afstemming met de overige opgaven en ambities van Papendrecht moet plaatsvinden. Er waren zorgen over de haalbaar- en betaalbaarheid van de energietransitie en u vroeg expliciet aandacht voor het belang van het zorgvuldig meenemen van de samenleving in de vervolgtrajecten naar de Regionale Energiestrategie (RES 1.0) en de Transitievisie Warmte (TVW 2021). De aandachtspunten uit uw zienswijze zijn in het proces meegenomen, er zijn uitgebreide participatietrajecten doorlopen waarin de samenleving centraal stond.
Een samenvatting van alle ingediende zienswijzen op de concept RES is als bijlage toegevoegd. 1.7 Uw reacties op de RES 1.0 worden meegestuurd naar NP RES maar ook lokaal meegenomen in het borgen van de opgaven in lokale beleidskaders De borging van de RES 1.0 in het lokale beleid is een proces waar ruimte is voor lokale bestuurlijke afwegingen en zorgvuldige afstemming met lokale ambities uit aangrenzende domeinen. Uw opmerkingen en aandachtspunten worden hier in meegenomen. U als raad besluit uiteindelijk hoe keuzes worden verankerd in de instrumenten van de Wet Ruimtelijke Ordening of de Omgevingswet. Kanttekeningen 1.1 De randvoorwaarden voor de energietransitie zijn nog niet op orde Op dit moment is (landelijke) wet- en regelgeving nog in ontwikkeling en zijn er op onderdelen onvoldoende uitvoeringsmiddelen, subsidies en andersoortige (financiële) regelingen om de energietransitie volledig te realiseren. Met oog hierop kiezen wij in deze tussenfase voor een aanpak
3/319
waar wij inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties stimuleren en faciliteren, om stappen te zetten waar het nu wél kan of op basis van geldende wetgeving noodzakelijk is. Ook maken we bewust een pas op de plaats met betrekking tot stappen die nog niet haalbaar en betaalbaar gezet kunnen worden. 1.2 De elektriciteits- en gasnetten zijn door de energietransitie ingrijpend aan het veranderen De netimpact analyse die ten behoeve van de RES 1.0 is uitgevoerd door netbeheerder Stedin beschrijft de impact van de RES op de energie-infrastructuur en geeft een eerste inzicht in de financiële investeringen die hier voor Stedin mee samenhangen. Om alle ontwikkelingen te faciliteren en betaalbaar te houden, is het noodzakelijk om naar het totale energiesysteem te kijken. Door de systeemefficiëntie te vergroten, wordt de gemiddelde benutting van het net verbeterd. 1.3 In de komende jaren zijn waarschijnlijk aanvullende stappen nodig De RES 1.0 geeft invulling aan de afspraken in het Klimaatakkoord. De realisatie van het Klimaatakkoord komt echter langzaam op gang en we liggen momenteel niet op schema om de gewenste CO₂-reductie te halen. Ook zal een nieuw kabinet besluiten of en hoe Nederland het doel van 49% minder CO₂-uitstoot in 2030 bijstelt naar 55%.
Het is dan ook waarschijnlijk dat er in de komende jaren aanvullende stappen nodig gaan zijn om deze doelstellingen te behalen én de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 maar maximaal 2 graden Celsius. Nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen in de tweejaarlijkse herijking van de RES. Financiën De vaststelling van de RES 1.0 heeft op zichzelf geen directe financiële consequenties. De uitvoering van de RES 1.0 valt primair onder de regie en verantwoordelijkheid van de gemeenten. De uitvoering zal vanwege de benodigde inzet, capaciteit en investeringen wel aanvullende financiële middelen vergen. Vanuit de huidige opgave gaan we aan de slag met verder uitwerken van de benodigde inzet in het kader van de RES 1.0. Kwantificeren benodigde organisatie Het uitvoeren van onze energiestrategie vergt inzet op energiebesparing, de opwekking van duurzame energie, de verduurzaming van mobiliteit én de warmtetransitie. Om dit allemaal in goede banen te leiden, is het belangrijk om in de komende jaren te zorgen voor een goede organisatie, aansturing en uitwerking. Het is van belang om te komen tot een organisatie die passend is voor de opgave, maar tegelijk ook rekening houdt met de financiële situatie waarin de decentrale overheden zich bevinden. Momenteel werken wij met de buurgemeenten en regio samen om de benodigde organisatie verder te concretiseren en kwantificeren.
Deze uitwerking zal leiden tot een bestuurlijk voorstel, waarin u wordt gevraagd om aanvullende middelen beschikbaar te stellen. Besluitvorming over aanvullende activiteiten en financiële middelen hangt samen met aanvullende financiële middelen vanuit het Rijk en loopt altijd volledig via de lokale besturen en bij voorkeur via de reguliere planning & control cyclus. Financiële consequenties kunnen bovendien per organisatie verschillen omdat ze afhankelijk zijn van de lokale bestuurlijke afwegingen en keuzes. Of en hoeveel middelen er ter beschikking worden gesteld, blijft dus nadrukkelijk een lokale bestuurlijke afweging. Uitvoering Lokale borging van de RES 1.0 De RES 1.0 is een beleidsdocument en omvat ambities en een aanpak die perspectief en kansen biedt. De RES 1.0 is ontwikkeld op basis van input vanuit betrokken partijen, inhoudelijke onderzoeken en het participatieproces. De opgehaalde gedeelde conclusies zijn verwerkt in dit document. De uiteindelijke keuzes en het mandaat voor de uitvoering ligt bij de gemeenten, provincie en waterschappen. Vanwege de relatie met het Klimaatakkoord, vraagt de RES 1.0 om commitment op het wat en is er lokaal maatwerk mogelijk op het hoe.
4/319
De plannen uit de RES 1.0 kunnen worden uitgevoerd nadat ze zijn vastgelegd in het gemeentelijke en provinciale beleid en regels voor de leefomgeving. De decentrale overheden zijn zelf verantwoordelijk voor deze borging in de eigen lokale beleidskaders. De borging van de RES 1.0 in het lokale beleid is een proces waar ruimte is voor lokale bestuurlijke afwegingen en zorgvuldige afstemming met lokale ambities uit aangrenzende domeinen. Tweejaarlijkse herijking van de RES De RES 1.0 wordt vastgesteld door de zeven gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van de twee waterschappen. Elke twee jaar herijken de decentrale overheden van iedere energieregio de RES op grond van nieuwe inzichten, innovaties en ervaringen. Zo ontwikkelt de RES zich stapsgewijs. Communicatie & participatie De RES 1.0 is gepubliceerd op 25 mei 2021. Hier is een persbericht voor uitgegaan. Duurzaamheid & ecologie De strategie voor deze energieopgave is vastgelegd in de RES 1.0. Energie is ook een van de vijf thema's uit de duurzaamheidsagenda Papendrecht. Juridisch kader De RES 1.0 heeft grondslag in het bestuurlijk afgesproken Klimaatakkoord. De decentrale overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) hebben ingestemd met de uitvoering van het Klimaatakkoord. De RES is een strategische verkenning.
De opgaven en ambities uit de RES krijgen juridische status in de verankering in het instrumentarium van de Wet Ruimtelijke Ordening of Omgevingswet. ICT Niet van toepassing
Alle relevante stukken zijn voor u ter inzage gelegd. Burgemeester en wethouders van Papendrecht,
Bijlagen 1. Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0 17 mei 2021.pdf 2. Bijlage 1 RES Onderbouwing bod.pdf 3. Bijlage 2 RES Participatiestrategie RES 1.0 Drechtsteden.pdf 4. Bijlage 3 RES Participatiestrategie zon en wind.docx.pdf 5. Bijlage 4 RES Communicatie & Participatieplatform 'Denk mee!'.pdf 6. Bijlage 5 RES Landschap en ruimtegebruik.pdf 7. Bijlage 6 RES Netimpact.pdf 8. Bijlage 7 RES Onderzoekstraject Restruimte.pdf 9. Bijlage 8 RES Onderzoekstraject zoekgebieden.pdf 10. Bijlage 9 RES Warmte.pdf 11. Bijlage 10 RES Kansen groen gas.pdf 12. Bijlage 11 RES Omgevingsvisies.pdf 13. Bijlage 12 RES samenvatting zienswijzen.pdf
5/319
CONCEPT RAADSBESLUIT Datum:
De raad van de gemeente Papendrecht,
besluit: 1. De Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0 vast te stellen.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van ,
6/319
Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0
7/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
Voorwoord
5 Energiegebruik gebouwde omgeving
7 Zon op dak
11 Energiesysteem 2030-2050
12 Het vervolg
Samenvatting 1 Inleiding
6 Vervolgstappen
8 Zon in restruimten 9 Grootschalige opwekking van duurzame energie
2 Context
3 Participatie
10 Regionale Structuur Warmte
4 De hoogsthaalbare maatschappelijke opbrengst
8/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
2
Bijlagen
Afkortingenlijst
A.
Onderbouwing bod
AVI
Afvalverbrandingsinstallatie
B.
Participatiestrategie RES 1.0
BAG
Basisregistratie Adressen en Gebouwen
C.
Participatiestrategie zon en wind
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
D.
Communicatie en participatieplatform ‘Denk Mee!’
GFT
Groente-, tuin- en fruitafval
E.
Landschap en ruimtegebruik
HS
Hoogspanning
F.
Netimpact elektriciteitsnet
HT
Hoge temperatuur
G.
Onderzoekstraject restruimten
KEV
Klimaat – en Energieverkenning
H.
Onderzoekstraject zoekgebieden
LEV
Light electric vehicle
I.
Warmte
LS
Laagspanning
J.
Potentie groen gas
LT
Lage temperatuur
K.
Omgevingsvisies
MIRT
Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport
Ga naar de Bijlagen
MKB
Middel- en kleinbedrijf
MT
Midden-temperatuur
NAL
Nationale Aanpak Laadinfrastructuur
NOVI
Nationale Omgevingsvisie
OZHZ
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
PARK
Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit
PBL
Planbureau voor de Leefomgeving
RAL
Regionale Aanpak Laadinfrastructuur
REL
Regionaal Energieloket
RES
Regionale Energiestrategie
RMP
Regionaal Mobiliteitsprogramma
ROB
Raad voor het Openbaar Bestuur
RREW Regeling Reductie Energiegebruik Woningen RSW
Regionale Structuur Warmte
RWZI
Rioolwaterzuiveringsinstallatie
SVI
Slibverbrandingsinstallatie
TS
Tussenspanning
TVW
Transitievisie Warmte
TWh
TeraWattuur (1 TWh is 3,6 petajoule)
VvE
Vereniging van Eigenaren
WKO
Warmte- en koudeopslag
WEQ
Woningequivalenten
9/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
3
Inleiding 4
Voorwoord
2
Context
Samenvatting
2.1 Wat is er aan de hand?
De hoogst haalbare maatschappelijke opbrengst
2.2 Wat doen we er aan? 2.3 Typering van de regio
1
Inleiding
3
Participatie
1.1 Introductie
3.1 Introductie
1.2 Ons bod
3.2 Maatschappelijke participatie
1.3 Leeswijzer
3.3 Bestuurlijke participatie 3.4 Maatschappelijke participatie zon en wind
10/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
4
Voorwoord
D
e Drechtsteden gaan samen voor nieuwe
naar een nieuw energiesysteem in onze regio écht
energie. We werken toe naar een duurzaam
duurzaam maken. Niet alleen in ecologische zin
systeem voor het opwekken van elektriciteit en
door over te stappen op duurzame energiebron-
het verwarmen van onze gebouwde omgeving. We
nen, maar ook in sociale en economische zin.
doen dit omdat ons huidige systeem veel CO2 uitstoot en daarmee bijdraagt aan de opwarming van
Met het vaststellen van deze Regionale Energiestra-
de aarde, met veel negatieve gevolgen voor het kli-
tegie zijn we er nog niet. De RES is een belangrijk
maat. Het is een immense en urgente opgave waar
beleidsdocument dat vertaling vraagt naar lokale
we de komende jaren de schouders onder moeten
projecten en (ruimtelijk) beleid. Partijen zijn aan zet
zetten, zodat we een leefbare aarde kunnen door-
om dit samen met inwoners en andere lokale sta-
geven aan de generaties na ons.
keholders op te pakken. Waterschappen, provincie en gemeenten dragen ieder naar hun eigen bevoegdheden en mogelijkheden bij aan de aanpak.
In de Drechtsteden streven we nadrukkelijk naar een rechtvaardige energietransitie waar de lusten en lasten eerlijk worden verdeeld en waarin nie-
We kiezen in de Drechtsteden voor een realistische
mand achter blijft. De balans met onze regionale
en nuchtere aanpak die begrepen en gedragen
en lokale economie, leefbaarheid en kwaliteit van
wordt door inwoners, ondernemers en maat-
landschap en natuur staat hierbij voorop.
schappelijke partners in de regio. We trekken in de komende jaren samen op om de strategie in
Het is daarom belangrijk om goed doordachte keu-
uitvoering te brengen en spelen waar en wanneer
zes te maken die kunnen rekenen op draagvlak.
nodig in op nieuwe ontwikkelingen. We gaan sa-
We hebben ruim een jaar de tijd genomen om
men voor nieuwe energie!
beleid op te stellen én een intensief participatieNamens het Bestuurlijk Overleg RES,
proces te doorlopen om inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en overheden bij dit
Jacqueline van Dongen
vraagstuk te betrekken.
Voorzitter Op basis van dit proces zijn we gekomen tot een gedeelde en gedragen visie op de toekomst van ons energiesysteem. Een systeem dat iedereen in de Drechtsteden voorziet van schone, duurzame en betaalbare energie. Onze visie hebben we vastgelegd in de Regionale Energiestrategie 1.0. Het uitvoeren van onze energiestrategie vergt inzet op energiebesparing, de duurzame opwekking van elektriciteit, de verduurzaming van mobiliteit én de warmtetransitie. Bovendien willen we de transitie
11/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
5
Samenvatting
D
e globale temperatuur is sinds de negentien-
samenleving. Een praktische aanpak met een ‘ge-
besparing. Energie die niet wordt gebruikt, hoeft
de eeuw met ruim een graad Celsius toege-
zonde dosis nuchterheid’ staat hierbij centraal.
immers niet te worden opgewekt. Ook kunnen we de warmtetransitie alleen realiseren als gebouwen
nomen. De opwarming van de aarde zet langzaam maar zeker een groot aantal veranderingen in
Bovendien willen we de energietransitie nadruk-
transitie gereed zijn. Een (aardgasvrije) warmte-
gang, van stijgende zeeniveaus tot groeiende
kelijk realiseren met de hoogst haalbare maat-
bron met lagere temperatuur vraagt namelijk om
woestijnen. Als de opwarming van de aarde tot
schappelijke opbrengst. We gaan daarom voor een
meer isolatie om woon -en werkcomfort te garan-
boven de 1,5 graden Celsius komt, zal er onom-
betaalbare, betrouwbare, duurzame en rechtvaar-
deren.
keerbare schade aan de ecosystemen op aarde
dige energievoorziening, waarbij de balans met
zijn aangericht. Om de aarde leefbaar te houden
onze regionale en lokale economie, leefbaarheid
In 2030 willen we tenminste 20% minder energie
voor komende generaties is het daarom belangrijk
en kwaliteit van landschap en natuur voorop staat.
gebruiken in de gebouwde omgeving ten opzichte
om het klimaat zo snel mogelijk te stabiliseren.
We spelen hiermee actief in op kansen voor onder
van 2020. Om dit doel te realiseren zien we het als
andere werkgelegenheid en het versterken van
onze taak om inwoners, ondernemers en maat-
onze sociaal economische positie.
schappelijke partners handelingsperspectief te
In 2019 werd het Nederlandse Klimaatakkoord
bieden en hen te stimuleren om zoveel mogelijk
gepubliceerd. In het akkoord staat hoe Nederland de afspraken uit de klimaatovereenkomst van Parijs
Participatie
energie te besparen. Ook zien we hierbij een be-
nationaal uit gaat werken. Het doel is om onze
Iedereen in de Drechtsteden krijgt te maken met
langrijke voorbeeldfunctie voor (lokale) overheden.
nationale CO2-uitstoot in 2030 met 49% te reduce-
de energietransitie. Daarom is het belangrijk dat
ren vergeleken met 1990. Dit is een belangrijke stap
ook iedereen de kans krijgt om mee te denken
Energiegebruik mobiliteit
voor het lange termijndoel om in 2050 tenminste
en te doen. Nu, en bij alle stappen tot 2030. De
Mobiliteit is een van de vijf belangrijke sectoren
95% minder CO2 uit te stoten. De energietransitie is
Drechtsteden zetten participatie met de hele sa-
waar in het Klimaatakkoord afspraken over zijn
een belangrijke opgave om deze doelen te bereiken.
menleving daarom centraal. Ons doel is om zoveel
gemaakt. Ook deze sector gaat overstappen van
mogelijk belanghebbenden te betrekken zodat
fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie-
Voor een deel van deze opgave is Nederland op-
onze stappen naar een duurzaam energiesysteem
bronnen om zo de CO2-uitstoot te verminderen.
gedeeld in 30 regio’s. In de Regionale Energiestra-
écht duurzaam zijn en gedragen worden.
Hiervoor moet nog veel gebeuren, de sector is
tegie 1.0 (RES 1.0) beschrijft elke energieregio de
momenteel bijna geheel afhankelijk van fossiele
eigen keuzes en afwegingen in relatie tot de ener-
In het proces richting de RES 1.0 hebben we onder-
gietransitie. Dit is de RES 1.0 van de Drechtsteden.
zocht hoe we tot een realistisch en gedragen bod en
We bouwen in dit document voort op het Toe-
aanpak kunnen komen. Een bod en aanpak die niet
komstperspectief Drechtsteden Energieneutraal
alleen aansluiten bij de mogelijkheden van onze
veel afhangen van eisen die het Rijk en de Europe-
2050, de Energiestrategie Drechtsteden Energie-
regio, maar ook bij de wensen en ideeën van onze
se Unie stellen aan brandstofgebruik en emissies
neutraal uit 2017 én de concept-RES uit 2020.
inwoners. Ons doel was om wederzijds begrip te
van voertuigen. Desalniettemin zijn er ook veel
brandstoffen. Veel mobiliteit is niet regio gebonden. Daarom zal
creëren voor elkaars standpunten, uitwerkingen en
manieren waarop we als regio wel kunnen bij-
Onze aanpak: nuchter, betaalbaar en
ideeën. Het is tenslotte belangrijk dat we stappen
dragen aan de verduurzaming van de sector. Zo
evenwichtig
nemen die draagvlak hebben, en niet dat we draag-
werken we aan een uitgebreide laadinfrastructuur,
In de Drechtsteden streven we naar een energie-
vlak creëren voor van tevoren bepaalde stappen.
aan de vernieuwing van OV-bussen, het stimuleren
transitie waar de lusten en lasten eerlijk worden
van fietsgebruik via een fietsstimuleringsprogram-
verdeeld. Het is voor ons belangrijk om, op basis
Energiegebruik in de gebouwde omgeving
van een gedegen analyse, keuzes te maken die
De energietransitie en het reduceren van de
kunnen rekenen op een breed draagvlak in onze
CO2-uitstoot beginnen in onze regio bij energie-
ma én het plaatsen van meer fietsstallingen.
12/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
6
Energiebronnen
We kiezen ervoor om zoveel mogelijk elektriciteit op te wek-
Gebaseerd op zorgvuldige overwegingen, ons participatie-
ken middels zon op dak. Met zon op dak alleen komen we er
proces én landschappelijk en technisch onderzoek, zijn wij
Elektriciteit
echter niet. Daarom willen wij opwekking van zonne-energie
gekomen tot een bod van 0,37 TWh aan duurzame energie-
De nationale opgave van de dertig RES-regio’s is om in 2030
in restruimten onder strikte voorwaarden en criteria toestaan.
opwekking in 2030. Dit bod is realistisch én betekent dat onze
minstens 35 TWh aan hernieuwbare elektriciteit op te wekken
Ook heeft het participatief ontwerpend onderzoek geleid tot
regio een eerlijk deel van de landelijke opgave op zich neemt.
op land. We willen in de Drechtsteden een eerlijk en realistisch
vier uitwerkingsgebieden waar de betreffende gemeenten
Het bod bestaat uit hoge inzet op zon op dak, zonnepanelen in
deel van deze opgave op ons nemen.
duurzame opwekking van energie onder strikte randvoorwaar-
restruimten en grootschalige opwekking van zonne-energie en
den en criteria willen toestaan.
windenergie in vier uitwerkingsgebieden.
Opwekking duurzame Opwekking elektriciteit: duurzame Ons bod elektriciteit: Ons bod
Ons totaalbod is om in 2030 0,37 TWh aan duurzame Ons totaalbod is om in 2030 Ons 0,37 totaalbod TWh aanisduurzame om in 2030elektriciteit 0,37 TWh aan binnen duurzame de regio elektriciteit binnen de regio elektriciteit binnen de regio op te wekken. Daarbij dragen op te wekken. Daarbij dragen op tewe wekken. 1,1% bijDaarbij aan dedragen nationale we opgave 1,1% bijvan aan35 deTWh. nationale opgave van 35 TWh. we 1,1% bij aan de nationale opgave van 35 TWh.
Opwekking duurzame elektriciteit: Ons bod
1
1 2 Zon op dak
Zon & wind
Zon & wind
In uitwerkingsgebieden 7 Kijfhoek, A15, A16 westzijde en de Betuwelijn 0,11 TWh
7 In uitwerkingsgebieden Kijfhoek, A15, A16 westzijde en de Betuwelijn 0,11 TWh
2
In restruimten 0,02 TWh
6
In restruimten 0,02 TWh
In de pijplijn 0,04 TWh
3
5
In de pijplijn 0,004 TWh
5
In de pijplijn 0,004 TWh
Aanvullend 0,15 TWh
4
Al gerealiseerd 0,03 TWh
4
Al gerealiseerd 0,03 TWh 6
7
6
2
h i7n 2 W T TWh in 20 1 Gerealiseerd 7 7 0 3 30 0,3 30 0,02 TWh 0,
0,16 TWh
bronnen en kleinschalig zon op dak tellen niet voor ons bod, maar We doen meer dan tot ons bod dragen wel mee aan een duurzaam energiesysteem. wordt gerekend. Duurzame warmtebronnen en kleinschalig zon op dak tellen niet voor ons Zon & wind grootschalig bod, maar dragen wel mee aan een 0,16 TWh (bod) duurzaam energiesysteem.
Totaal zon op dak
0,21 TWh
6 3
Totaal zon & wind
Duurzame,lokale lokalebronnen in 2030 Duurzame, We doen meer dan ons bod wordt gerekend. Duurzame warmtebronnen in tot 2030
Totaal zon 5& wind
3
5
0,16 TWh
4
Zon & wind grootschalig 0,16 TWh (bod) Zon op dak grootschalig 0,21 TWh (bod) Zon op dak grootschalig Zon dak(bod) kleinschalig 0,21op TWh 0,07 TWh Warmte ZonTWh op dak kleinschalig 0,16 0,07 TWh
4
Warmte Totaal lokale, duurzame energie in 2030 0,16 TWh TWh
0,60
Totaal lokale, duurzame energie in 2030
Afbeelding 1: Ons bod
0,60 TWh 13/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
7
Het vervolg
Daarnaast streven we nadrukkelijk naar een rechtvaardige
minstens 1,5 miljoen woningen aardgasvrij te maken. De com-
Lokale borging
deeld en waarin niemand achter blijft. Met oog hierop kiezen
pactheid en bevolkingsdichtheid in onze regio bieden goede
De plannen uit de RES 1.0 kunnen pas worden uitgevoerd
wij in deze tussenfase voor een aanpak waarbij wij inwoners
kansen voor deze opgave. We hebben bovendien al collectieve
nadat deze zijn vastgelegd in het gemeentelijke en provinciale
en bedrijven stimuleren en faciliteren om stappen te zetten
warmtenetten in meerdere gemeenten en een divers aanbod
beleid en de regels voor de leefomgeving. Na het regionale
waar het al wel kan of op basis van geldende wetgeving nood-
aan warmtebronnen.
proces waarin de RES 1.0 is opgesteld volgt daarom nog een
zakelijk is, maar maken wij bewust een pas op de plaats met
lokaal proces om de plannen in de lokale omgevingsvisies en
betrekking tot stappen die nog niet haalbaar en betaalbaar
Met oog op deze gunstige uitgangspositie willen we in de
programma’s vast te leggen. Pas hierna kunnen initiatiefne-
gezet kunnen worden.
Drechtsteden voor 2030 tenminste 12.000 woningequivalen-
mers een vergunning aanvragen om uitvoering te geven aan
ten aardgasvrij maken door middel van een aansluiting op een
een passend project.
Warmte De nationale opgave van de dertig RES-regio’s is om in 2030
energietransitie waar de lusten en lasten eerlijk worden ver-
Beperken van opwarming van de aarde Omdat de realisatie van het Klimaatakkoord niet op schema
warmtenet. Liever nog sluiten we voor 2030 tenminste 25.000 woningequivalenten op een warmtenet aan. Dit zou overeen-
De decentrale overheden zijn zelf verantwoordelijk voor deze
ligt en nieuwe metingen laten zien dat de opwarming van de
komen met 0,16 TWh aan duurzame energie.
borging in de eigen lokale beleidskaders, die op dit moment
aarde sneller gaat dan verwacht, zijn er mogelijk aanvullende
onder andere voortkomen uit de Wet ruimtelijk ordening
stappen nodig om de opwarming van de aarde voldoende te
Energiesysteem
(Wro). De borging van de RES 1.0 in het lokale beleid is een
beperken. Het nieuwe kabinet zal naar verwachting besluiten
Ons energiesysteem verandert stapsgewijs. We schakelen over
proces waar ruimte is voor lokale bestuurlijke afwegingen
om de CO2-uitstoot voor 2030 met 55 procent (in plaats van
van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen, de
en zorgvuldige afstemming met ambities uit aangrenzende
49) te verminderen. Een soortgelijk besluit zal ook leiden tot
energievoorziening wordt meer decentraal georganiseerd en
domeinen.
benodigde aanscherpingen op de RES 1.0.
we komen met slimme en efficiënte oplossingen om de pieken in vraag en aanbod op te vangen en te overbruggen. We zetten
Financiële consequenties
hierbij samen met stakeholders in op een duurzaam, betrouw-
Het uitvoeren van onze energiestrategie vergt inzet op ener-
baar, betaalbaar en efficiënt energiesysteem.
giebesparing, de opwekking van duurzame energie, de verduurzaming van mobiliteit én de warmtetransitie. Om dit
Hierin staan de volgende principes centraal: (I) Stapsgewijze en
allemaal in goede banen te leiden, is het belangrijk om in de
integrale aanpak; (II) Energie-efficiëntie en energiebesparing;
komende jaren te zorgen voor een goede organisatie, aanstu-
(III) Hoogwaardige benutting van lokale bronnen; (IV) Flexibili-
ring en uitwerking.
teit en (V) Niet afwentelen. Daarnaast vraagt de uitvoering van de strategie om investeringOok na 2030 moeten er nog grote stappen worden gezet om
en in gebouwen en infrastructuur. Deze benodigde investe-
ons energiesysteem te verduurzamen. We houden technologi-
ringen moeten deels door (lokale) overheden, maar ook door
sche ontwikkelingen en innovaties daarom nauwlettend in de
inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners worden
gaten. We kunnen zo inspelen op belangrijke veranderingen.
gedaan. Op dit moment is (landelijke) wet en regelgeving nog in ontwikkeling en zijn er onvoldoende subsidies en andersoortige (financiële) regelingen om de benodigde investeringen voor iedereen haalbaar en betaalbaar te maken.
14/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
8
1 Inleiding
1.1
D
Introductie
steden een eerlijk en realistisch deel van deze
en braakliggende terreinen. De randvoorwaarden
opgave op ons nemen.
en criteria die hierop van toepassing zijn, baseren wij onder andere op het grote aantal reacties dat
it is de RES 1.0 van de regio Drechtsteden,1
Terwijl er uit enquêtes naar voren komt dat zeven
hierop via ons participatieplatform ‘Denk mee!’ is
een van de 30 energieregio’s uit het
op de tien inwoners de energietransitie belangrijk
verkregen.
Klimaatakkoord. De regio’s onderzoeken hoe
vinden, is het draagvlak voor de opwekking van
en waar duurzame elektriciteit op land (zon
duurzame energie in onze open landschappen en
Grootschalige energieopwekking
en wind) opgewekt kan worden en welke
natuurgebieden beperkt. Tijdens de consultatie-
De afgelopen vijf maanden is er een uitgebreid
duurzame warmtebronnen te gebruiken zijn
bijeenkomsten met volksvertegenwoordigers en
participatief ontwerpend onderzoek uitgevoerd in
zodat gebouwen van het aardgas af kunnen.
tijdens het maatschappelijke participatietraject
de eerder aangewezen zoekgebieden bij rangeer-
Waar is ruimte en hoeveel? En wat betekent dit
bleek er bovendien veel terughoudendheid te zijn
terrein Kijfhoek, langs de A15 en langs de A16. Dit
voor het landschap en voor de mensen die er
rond de inzet van windturbines. Dit maakt dat we
heeft geleid tot een viertal uitwerkingsgebieden
wonen en werken? Het Klimaatakkoord heeft de
uitermate terughoudend zijn met het toestaan van
waar gemeenten de duurzame opwekking van
energieregio’s als doel gesteld om in 2030 samen
opwekking van zonne- en windenergie in deze ge-
elektriciteit onder strikte randvoorwaarden en
35 TWh aan duurzame elektriciteit grootschalig
bieden en dat we gebruik maken van twee andere
criteria willen toestaan. Bij Kijfhoek, langs de A15
op te wekken en 1,5 miljoen bestaande gebouwen
eigenschappen van onze regio: dichte bebouwing
en langs de Betuwelijn betreft dit mogelijkheden
aardgasvrij te maken.
en veel grote daken.
voor zonne-energie. Het uitwerkingsgebied langs de A16 westzijde leent zich voor grootschalige
In een Regionale Energiestrategie (RES) beschrijft
Zon op dak als eerste keuze
opwekking middels zon, waarbij windenergie met
elke energieregio de eigen keuzes en afwegingen.
We kiezen ervoor om zoveel mogelijk elektriciteit
inachtneming van de Dordtse structuurvisie wind
Dit document beschrijft de aanpak in de energiere-
op te wekken middels zon op daken. Dit draagt
niet op voorhand wordt uitgesloten.
gio Drechtsteden. Hierbij bouwen we in onze regio
bij aan de gewenste bescherming van het land-
voort op het Toekomstperspectief Drechtsteden
schap. Alles dat op daken wordt opgewekt, hoeft
Gebaseerd op deze overwegingen, ons participa-
Energieneutraal 2050, de Energiestrategie Drecht-
niet elders in het openbare landschap opgewekt
tieproces én landschappelijk en technisch onder-
steden Energieneutraal uit 2017 én de concept-RES
te worden. Opwekking van duurzame elektriciteit
zoek, zijn wij gekomen tot een bod van 0,37 TWh
uit 2020.
op daken genoot ook nadrukkelijk de voorkeur in
aan duurzame energieopwekking in 2030. Dit bod
onze participatiegesprekken en online enquêtes
is realistisch én betekent dat onze regio een eerlijk
over duurzame energieopwekking.
deel van de landelijke opgave op zich neemt. Dit bod bestaat uit zonnepanelen in restruimten,
1.2 Ons bod
We gaan door met zon
grootschalige opwekking doormiddel van zon en
Met zon op daken alleen komen we er echter niet.
wind in vier uitwerkingsgebieden en vooral een
Duurzame elektriciteit
Daarom willen wij opwekking van duurzame elek-
hoge inzet op zon op dak.
De nationale opgave van de 30 RES-regio’s is om in
triciteit met zonnepanelen onder strikte voorwaar-
2030 minstens 35 TWh aan hernieuwbare elektrici-
den toestaan in restruimten. Het gaat hierbij onder
De opbouw van het bod is op de volgende pagina
teit op te wekken op land. We willen in de Drecht-
andere over bermen, (voormalige) stortplaatsen
geïllustreerd.
1
Deze RES 1.0 is opgesteld door de gemeenten van de regio Drechtsteden (Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht), Provincie Zuid-Holland en de waterschappen Hollandse Delta en Rivierenland.
15/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
9
Opwekking duurzame elektriciteit: Ons bod Opwekking duurzame Opwekking elektriciteit: duurzame Ons bod elektriciteit: Ons bod Ons Ons totaalbod is omis inom 2030 TWh aan duurzame totaalbod in 0,37 2030 Ons 0,37 totaalbod TWh aanisduurzame om in 2030elektriciteit 0,37 TWh aan binnen duurzame de regio elektriciteit binnen de regio elektriciteit binnen de regio op te Daarbij dragen op te wekken. Daarbij dragen opwekken. tewe wekken. 1,1% bijDaarbij aan dedragen nationale we opgave 1,1% bijvan aan35 deTWh. nationale opgave van 35 TWh. we 1,1% bij aan de nationale opgave van 35 TWh.
1
1 2 Zon op dak
Zon & wind
Zon & wind
In uitwerkingsgebieden 7 Kijfhoek, A15, A16 westzijde en de Betuwelijn 0,11 TWh
7 In uitwerkingsgebieden Kijfhoek, A15, A16 westzijde en de Betuwelijn 0,11 TWh
2
In restruimten 0,02 TWh
6
In restruimten 0,02 TWh
In de pijplijn 0,04 TWh
3
5
In de pijplijn 0,004 TWh
5
In de pijplijn 0,004 TWh
Aanvullend 0,15 TWh
4
Al gerealiseerd 0,03 TWh
4
Al gerealiseerd 0,03 TWh 6
7
6
2
7 h in 2 TWh in 20 7 7 TW 03 1 Gerealiseerd 3 3 3 , , 00 0 0,02 TWh 0
0,16 TWh
bronnen en kleinschalig zon op dak tellen niet voor ons bod, maar We doen meer dan tot ons bod dragen wel mee aan een duurzaam energiesysteem. wordt gerekend. Duurzame warmtebronnen en kleinschalig zon op dak tellen niet voor ons Zon & wind grootschalig bod, maar dragen wel mee aan een 0,16 TWh (bod) duurzaam energiesysteem.
Totaal zon op dak
0,21 TWh
6 3
Totaal zon & wind
Duurzame,lokale lokalebronnen in 2030 Duurzame, We doen meer dan ons bod wordt gerekend. Duurzame warmtebronnen in tot 2030
Totaal zon 5& wind
3
5
0,16 TWh
4
Zon & wind grootschalig 0,16 TWh (bod) Zon op dak grootschalig 0,21 TWh (bod) Zon op dak grootschalig Zon dak(bod) kleinschalig 0,21op TWh 0,07 TWh Warmte ZonTWh op dak kleinschalig 0,16 0,07 TWh
4
Warmte Totaal lokale, duurzame energie in 2030 0,16 TWh TWh
0,60
Totaal lokale, duurzame energie in 2030
0,60 TWh
Afbeelding 2: Ons bod voor duurzame elektriciteitsopwekking
Afbeelding 3: Totaal aan lokale, duurzame energie in de regio in 2030
16/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
10
Duurzame warmte
Totaal aan duurzame, lokale energiebronnen
De compactheid en bevolkingsdichtheid in onze regio bieden
Ons bod voor duurzame energieopwekking beslaat enkel
goede kansen voor de warmtetransitie. We hebben al collec-
grootschalige elektriciteitsopwekking middels zon en wind op
tieve warmtenetten in meerdere gemeenten en een divers
land. Andere vormen van duurzame elektriciteitsopwekking,
aanbod aan warmtebronnen. Op basis hiervan hebben wij de
zoals kleinschalige zon op dak, zijn niet meegerekend in dit
volgende keuzes gemaakt:
bod. Ook de duurzame energie uit lokale warmtebronnen
• We hebben een voorkeur voor het benutten van direct
wordt niet meegerekend. Deze elementen dragen echter wel
bruikbare warmte, zoals geothermie en restwarmte met
degelijk bij aan een duurzaam energiesysteem. Het totaalover-
een hoge temperatuur;
zicht van de energie die onze regio in 2030 haalt uit lokale en
• Onze tweede voorkeur gaat uit naar met warmtepompen
duurzame bronnen, is te zien in afbeelding 3.
Wilt u de onderbouwing van ons bod lezen? Ga naar bijlage A. Onderbouwing bod
en elektriciteit op te waarderen warmte, zoals aquathermie, restwarmte met een lage temperatuur of retourwarmte van een warmtenet; • Minder voorkeur gaat uit naar de toepassing van te maken
1.3 Leeswijzer
warmte, bijvoorbeeld uit hernieuwbare gassen zoals groene waterstof en groen gas. Voor de meeste woningen zijn er
Deze RES is opgedeeld in drie delen. Na bespreking van de
meer geschikte alternatieven. Bovendien is het de verwach-
context (hoofdstuk 2), de totstandkoming van de strategie
ting dat hernieuwbare gassen pas na 2030 grootschalig
(hoofdstuk 3) en de basisprincipes van onze aanpak (hoofd-
toegepast kunnen worden.
stuk 4) volgt Deel I: Energiegebruik
. In deel I behandelen
we de onderdelen van de strategie die zich op de energievraag Wij komen op basis van deze keuzes tot een bod van het
richten. Dat zijn energiebesparing (hoofdstuk 5) en mobiliteit
aardgasvrij maken van 12.000 bestaande woningequivalenten.
(hoofdstuk 6).
Deze worden in samenwerking met en door onze maatschappelijke partners vóór 2030 aangesloten op een warmtenet.
Vervolgens behandelen we in Deel II: Energiebronnen
De bronnen voor de warmtenetten worden stap voor stap
vraagstuk hoe we onze huidige, niet-duurzame energiebron-
verduurzaamd. Als in 2030 de warmte voor de 12.000 wo-
nen kunnen vervangen voor schonere alternatieven. Voor
ningequivalenten voor minimaal 50% duurzaam is, komt dat
elektriciteit zetten we groot in op zon op dak (hoofdstuk 7),
overeen met 0,06 TWh. Het percentage aan duurzame warmte
maar ook op zon in restruimten (hoofdstuk 8) en grootschalige
zal gestaag toenemen.
opwekking (hoofdstuk 9). Tot slot brengen we in kaart wat het
het
potentieel van lokale warmtebronnen in de regio is (hoofdstuk Wij hebben de intentie om méér dan 12.000 woningequivalen-
10).
ten van het aardgas te halen en willen voor 2030 in totaal het liefst 25.000 woningequivalenten op een warmtenet aanslui-
In Deel III: Energiesysteem
ten. Dit zou overeenkomen met 0,16 TWh. De haalbaarheid
ons energiesysteem er nu voor, en waar kunnen we naartoe
van deze ambitie wordt voor een groot deel bepaald door de
ontwikkelen in 2030 en 2050? Dit bespreken we in hoofdstuk
economische haalbaarheid.
11. Ten slotte bespreken we in hoofdstuk 12 wat de vervolg-
kijken we vooruit. Hoe staat
stappen zijn.
17/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
11
2 Context
2.1 Wat is er aan de hand?
D
atmosfeer terechtkomen en daar warmte vasthou-
industrie, landbouw & landgebruik en mobiliteit. Ie-
den. Een van de grootste bronnen van broeikas-
dere sector zal zijn bijdrage moeten leveren om de
gassen is het gebruik van fossiele brandstoffen;
doelstelling van 49% CO2-reductie in 2030 te halen.
e aarde warmt op. Deze opwarming zet lang-
gas en olie die we uit de grond halen en gebruiken
zaam maar zeker een groot aantal verande-
voor energie.
2.2.2 Regionale Energiestrategie (RES)
ringen in gang; van stijgende zeeniveaus tot snel
Eén van de afspraken in het Klimaatakkoord is
groeiende woestijnen. De globale temperatuur is
We moeten dus af van het gebruik van fossiele
dat Nederland wordt opgedeeld in 30 regio’s. Alle
sinds de negentiende eeuw met ruim een graad
brandstoffen. Dat is een grote opgave die raakt
regio’s hebben de taak om te onderzoeken hoe
Celsius toegenomen. Als de opwarming van de
aan het dagelijkse leven. Op dit moment is onze
en waar ze het best duurzame elektriciteit op land
aarde tot boven de 1,5 graden Celsius komt, zal
manier van wonen, werken, reizen en consumeren
(zon en wind) kunnen opwekken, welke warm-
er onomkeerbare schade aan de ecosystemen op
afhankelijk van het gebruik van fossiele brandstof-
tebronnen ze kunnen gebruiken om aardgas te
aarde worden aangericht. Dit zal gevolgen hebben
fen. Gelukkig zijn er alternatieven. Zo kunnen we
vervangen en wat er nodig is om deze duurzame
voor de natuur, onze gezondheid en veiligheid en
energie halen uit zon en/of wind. Ook staan we
energie te kunnen opslaan en transporteren. De
de beschikbaarheid van voedsel en water. Gebie-
er in deze opgave niet alleen voor: in het Klimaat-
energieregio’s zijn dus aan zet voor een bijdrage
den kunnen onleefbaar worden omdat deze te
akkoord van Parijs uit 2015 heeft Nederland met
aan de sectoren elektriciteit (elektriciteitsopwek-
droog, te nat (overstromingen) of te warm worden.
ruim 190 andere landen besloten om zo snel mo-
king, -opslag en -infrastructuur) en gebouwde om-
Om de aarde leefbaar te houden voor komende
gelijk onze CO2-uitstoot omlaag te brengen.
geving (duurzame warmte). Daarbij kunnen regio’s
generaties is het daarom belangrijk om het klimaat
kiezen om elementen van andere sectortafels mee
zo snel mogelijk te stabiliseren.
te nemen in de eigen RES.
Wat betekent dit voor Nederland? Het KNMI heeft gemeten dat de gemiddelde temperatuur in Nederland twee keer zo snel is toegenomen als het wereldwijde gemiddelde is toegenomen. De helft van deze opwarming heeft tussen 1980 en nu plaatsgevonden. Dat klinkt misschien wel fijn, een warmer klimaat. Echter, daarmee komen er ook grotere weersextremen en een stijging van de zeespiegel.
Dat deze opwarming door menselijke activiteit
2.2 Wat doen we er aan?
Er zijn twee concrete doelen voor de energieregio’s bepaald:
2.2.1 Klimaatakkoord
1.
In 2030 moeten de 30 energieregio’s gezamen-
In 2019 werd het Nederlandse Klimaatakkoord
lijk minstens 35 TWh aan duurzame elektrici-
gepubliceerd. Het was het eindproduct van de
teit op land (zon en wind) opwekken;2
samenwerking tussen ruim honderd partijen. In
2.
In 2030 moeten de 30 energieregio’s gezamen-
het akkoord staan afspraken om de internationale
lijk minstens 1,5 miljoen woningen hebben
klimaatovereenkomst van Parijs nationaal uit te
verduurzaamd en op meer duurzame warmte-
werken. Het doel is om onze nationale CO2-uitstoot
bronnen hebben aangesloten.
met 49% te reduceren in 2030 vergeleken met 1990. Dit is een belangrijke stap voor het lange
Elke energieregio beschrijft in een RES welke
termijndoel om in 2050 tenminste 95% minder CO2
bijdrage zij kan en wil leveren aan deze doelen. De
uit te stoten.
Drechtsteden is één van de 30 energieregio’s. In de RES 1.0 wordt ingegaan op bovenstaande onder-
komt, durven wetenschappers met 99,99997% nauwkeurigheid te zeggen. De opwarming van de
Om dit te bereiken, zijn er afspraken gemaakt aan
werpen én op de lokale en gemeentelijke inzet
aarde komt door extra broeikasgassen die in de
vijf sectortafels: elektriciteit, gebouwde omgeving,
op het vlak van energiebesparing en mobiliteit.
2
Windenergie op zee draagt niet bij aan deze opgave. Voor wind op zee is een afzonderlijke landelijke doelstelling bepaald: 49 TWh in 2030.
18/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
12
In de RES zijn dus niet alle initiatieven voor CO2-vermindering
Cijfers uit 2019 laten zien dat ongeveer 8% van de huizen in de
opgenomen. Zo vallen energiegebruik in de industrie, wind op
Drechtsteden zonnepanelen op eigen dak hebben. Hiermee
zee en andere vormen van elektriciteitsopwekking dan zon en
loopt de regio flink achter op het nationale gemiddelde van
wind (zoals kernenergie) buiten de opgave van de RES.
12,5%. Het percentage zon op dak neemt wel gestaag toe in de regio. Daarbij geeft ongeveer 40% van de inwoners aan van plan te zijn om de komende drie jaar verduurzamende maat-
Gaan we de goede kant op? Het Planbureau voor de Leefomgeving publiceert sinds 2019 een jaarlijkse Klimaat- en Energieverkenning (KEV). In de KEV uit 2020 wordt geconcludeerd dat de nationale CO2-reductie veel te langzaam gaat. Ook zet het Klimaatakkoord hoog in op de energiesector: in 2020 moet de CO2-uitstoot meer dan gehalveerd zijn. In 2019 stootte de sector echter meer uit dan in 1990. We zullen dan ook flink door moeten pakken om de nationale doelen te halen.
regelen te nemen.
Wilt u meer weten over het Nederlandse Klimaatakkoord en de afspraken rondom de RES’en?
Inwoners die geen maatregelen treffen of willen treffen, geven aan dat ze deze te duur vinden, niet vinden passen bij de wo-
Website met alle informatie over het Nederlandse
ning of er nog te weinig van weten.
Klimaatakkoord:
Op dit moment wordt 90% van de huizen verwarmd door centrale verwarming op aardgas. Als alternatief voor aardgas
Lees meer over het Klimaatakkoord
denkt 30% van de inwoners van Dordrecht aan een warmtenet en een vijfde aan een systeem dat gebruik maakt van elektri-
Website van het Nationaal Programma RES:
citeit. Als alternatief wordt soms ook waterstof genoemd. De rest heeft geen voorkeur of weet het nog niet.
2.3 Typering van de regio
Lees meer over het NP RES
We zien dat de energietransitie leeft in de Drechtsteden. Veel Uit gesprekken en onderzoeken die in 2020 zijn gehouden,
inwoners vinden het belangrijk om over te schakelen op ande-
komt naar voren dat de inwoners van de Drechtsteden ener-
re energiebronnen. Ook zien we dat inwoners zich zorgen ma-
giebesparing en duurzame energieopwekking belangrijk vin-
ken over de inpassing van energieopwekking in het landschap,
den. Dit staat hoog in de top vijf van belangrijkste duurzaam-
de kosten van de energietransitie of het veranderen van het
heidsthema’s. Acht op de tien inwoners hebben zich weleens
woon- en werkcomfort. Meer informatie over energie in onze
verdiept in de verandering op energiegebied en wat dat voor
regio staat in afbeelding 4.
Wilt u meer weten over wat onze inwoners denken? Onderzoekscentrum Drechtsteden, 2020. Energie-
hen betekent.
transitie nulmeting in de Drechtsteden.
In maart 2021 hebben inwoners middels een enquête op het
Bekijk het PDF
energie-participatieplatform ‘Denk Mee!’ kunnen aangeven hoe ze aankijken tegen klimaatverandering en duurzame energie. Hieruit blijkt dat 93% van de respondenten zich in kleine
Online Participatieplatform Denk Mee!, 2021. Resul-
of grote mate zorgen maakt om klimaatverandering en dat
taten enquête ‘Klimaatverandering en ons energie-
vier op de vijf de klimaatdoelen voor 2030 van belang vinden.
systeem’.
Hierbij wordt de energietransitie belangrijk gevonden door 70% van de respondenten. Negen op de tien inwoners zien
Bekijk de resultaten
vormen van duurzame energieopwekking in hun leefomgeving en driekwart plek voor méér.
19/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
13
Ons RES-bod is 0,37 TWh bij te dragen aan de nationale opgave van 35 TWh. Dat is 1,1% van de opgave.
In 2018 gebruikte de regio 5,4 TWh aan energie*. Daarvan werd 1,67 TWh door woningen gebruikt.
7.500 van de 127.000 woningequivalenten in de regio zijn aangesloten op een warmtenet.
In 2019 had 7.9% van de woningen in de regio zonnepanelen op dak.
Het gemiddelde huishouden in de Drechtsteden gebruikte in 2019 2600 KWh aan elektriciteit.
Op dit moment zijn er vier windmolens en vier zonnevelden gerealiseerd in de regio.
*mobiliteit niet meegerekend
Dat is onder het nationale gemiddelde van 12.5%.
Alle 289.000 inwoners van de Drechtsteden vormen samen.
1
7 ,%
van alle 17.475.000 inwoners uit Nederland.
Bijna 80% van het regionale energiegebruik in de gebouwde omgeving is middels gas en de rest middels elektriciteit.
Er zijn zo’n 127.000 woningen in de Drechtsteden.
Hier zijn ongeveer 9 zonnepanelen per huishouden voor nodig.
77.000 koopwoningen a 40.000 sociale huurwoningen b 10.000 overige huursector c
b
c
a
79.4%
20.6%
Bronvermelding: Klimaatmonitor https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/
Afbeelding 4: Gebiedskenmerken energieregio Drechtsteden
20/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
14
3 Participatie
3.1 Introductie
3.2 Maatschappelijke participatie
3.2.1 Participatiestrategie ‘We informeren en betrekken inwoners, onderne-
I
edereen in de Drechtsteden krijgt te maken met
Wat vinden inwoners, maatschappelijke en natuur-
mers en maatschappelijke organisaties online op
de energietransitie. Daarom is het belangrijk dat
organisaties, het bedrijfsleven, agrariërs en landei-
onderwerpen die voor de deelnemers relevant zijn
ook iedereen de kans krijgt om mee te denken en
genaren en energiecoöperaties uit de Drechtste-
en de benodigde input geven voor besluitvorming.
doen. Nu, en bij alle stappen tot 2030 en verder.
den belangrijk als het gaat om de energietransitie?
We voeren de gesprekken lokaal en faciliteren het
De Drechtsteden zetten participatie met de hele
Vanwege de corona-pandemie was het niet moge-
regionaal. Door lokaal uit te nodigen, zijn we her-
samenleving daarom centraal. Ons doel is om zo-
lijk om fysieke bijeenkomsten te organiseren om
kenbaar en relevant voor de deelnemers. Door re-
veel mogelijk stakeholders te betrekken zodat de
dit gesprek aan te gaan met onze stakeholders.
gionaal te faciliteren werken we efficiënt binnen de
stappen naar een duurzaam energiesysteem écht
Alle activiteiten op het gebied van participatie von-
beschikbare tijd. Samen met heldere en transpa-
duurzaam zijn en gedragen worden.
den daarom online plaats. Dit was enerzijds een
rante communicatie, draagt dit bij aan het creëren
beperking, maar gaf ons anderzijds de kans om
van wederzijds begrip voor de energietransitie.’
Daarbij is het belangrijk dat we stappen nemen die
onze online participatie (verder) te professionalise-
draagvlak hebben, en niet dat we draagvlak creë-
ren en te verduurzamen. We hebben hier als regio
ren voor van tevoren bepaalde stappen. Met deze
belangrijke stappen in gemaakt. Hiervoor maakten
invalshoek hebben we de afgelopen maanden een
we gebruik van de volgende digitale media:
uitgebreid participatief ontwerpend onderzoek
1.
Het energie-participatieplatform ‘Denk mee!’;
doorlopen. Tijdens een intensief participatiepro-
2.
Online bijeenkomsten via MS Teams.
Participatieladder
Afbeelding 5: Participatieladder
ces hebben we inwoners, professionals en andere stakeholders (zie Bijlage D. Communicatie en
Meedenken én meepraten
Participatieplatform ‘Denk mee!’ voor de stakehol-
We voerden het gesprek volledig online. Hierdoor
deranalyse) gevraagd om mee te denken én mee
bereikten we nieuwe stakeholders, zowel tijdens
te praten. Ook inwoners van aangrenzende regio’s
bijeenkomsten als op het platform. Het gesprek
konden deelnemen. Ieder vanuit zijn of haar ex-
met onze samenleving was een écht gesprek.
pertise ván en betrokkenheid mét onze regio.
Op de participatieladder (afbeelding 5) is dit aan
Meebeslissen
Coproduceren
te duiden als raadplegen en adviseren, oftewel In het proces naar de RES 1.0 hebben we onder-
meedenken én meepraten. Van te voren stond
zocht hoe we tot een realistisch en gedragen bod
nog niets vast. We zijn de participatie om die reden
kunnen komen; een bod dat niet alleen aansluit
‘open’ ingegaan. Hiermee bedoelen we: Wat is
bij de mogelijkheden van onze regio, maar ook bij
aangedragen tijdens de participatie is daadwer-
de wensen en ideeën van onze inwoners. Ons doel
kelijk voeding geweest voor wat er nu in onze RES
was steeds om wederzijds begrip te creëren voor
1.0 staat. Hoe? Dat leggen we graag hieronder uit.
elkaars standpunten, uitwerkingen en ideeën voor
Voor een uitgebreide omschrijving zie Bijlage B.
de te nemen stappen in de komende periode.
Participatiestrategie RES 1.0.
...
Adviseren ?
Raadplegen
Informeren 21/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
15
Online bijeenkomsten via MS Teams
én beantwoord. De bijeenkomsten waren voor inwoners uit
van belangrijke data die het mogelijk maakten om de belang-
Via online bijeenkomsten betrokken we onze stakeholders bij
de buurgemeenten laagdrempeliger omdat er geen fysieke
stelling te meten en te visualiseren. Ook na vaststelling van
onderwerpen die voor hen relevant waren, inhoudelijk dan wel
afstand was.
de RES 1.0 blijft het energie-participatieplatform ‘Denk mee!’
geografisch. Ons doel was om zo input te verzamelen voor het
actief. Een overzicht van onze online participatie-inzet kan
vervolg van het besluitvormingsproces. Voor de organisatie
Energie-participatieplatform ‘Denk mee!’
van de bijeenkomsten hebben gemeenten en regio effectief
Naast online bijeenkomsten konden belangstellenden op het
samengewerkt.
online platform op een voor hen geschikt moment meepra-
Heldere en transparante communicatie
ten over verschillende vraagstukken rond de energietransitie.
Een belangrijke pijler voor een succesvolle participatiestrategie
Door deelnemers lokaal uit te nodigen, waren we als afzender
De ene keer door ideeën aan te dragen, de andere keer door
is ook de inzet van heldere en transparante communicatiemid-
herkenbaar en relevant. Door de bijeenkomsten regionaal
argumenten aan te voeren of een stem uit te brengen. Alle
delen. We hebben in de Drechtsteden onder meer gekozen
te faciliteren konden we de beschikbare tijd efficiënt gebrui-
vraagstukken stonden enkele weken open, wat betekende dat
voor lokale sociale media, gemeentepagina’s in huis-aan-huis-
worden gevonden in afbeelding 6.
belangstellenden op en in hun tijd konden participeren. Het Maatschappelijke participatie Maatschappelijke participatie
ken. Groot voordeel aan de online bijeenkomsten was dat
bladen, persberichten en gerichte (digitale) uitnodigingen. Om
belangrijke voordeel van het platform was dat we hiermee een ook mensen die publiek spreken lastig vinden, toch hun stem Wat vinden inwoners uit de Drechtsteden belangrijk Wat vinden inwoners uit de Drechtsteden belangrijk bredere doelgroep konden bereiken dan met de (reguliere) konden laten horen viahet de gaat chat en online tool ‘Mentimeals omde de alsenergietransitie? het gaat om de energietransitie? online bijeenkomsten. Bovendien voorzag het platform ons ter’. Ook konden er in korte tijd veel vragen worden gesteld
inwoners in de zoekgebieden te bereiken, zijn ook per post
Maatschappelijke participatie ‘Ons
Wat vinden inwoners gezamenlijke uit de Drechtsteden probleem
vraagt om een om de energietransitie? gezamenlijke aanpak.’
belangrijk a ls het gaat
‘Ik wil niet dat wij als bewoners hier overlast van hebben.’
brieven gestuurd. Zie Bijlage B. Participatiestrategie RES 1.0 voor een compleet overzicht van de communicatiemiddelen.
Afbeelding 6: Overzicht van onze online participatie
Energie-participatieplatform Online Energie-participatieplatform Online ‘Denk mee!’ bijeenkomsten ‘Denk mee!’ bijeenkomsten
Op ons online energie-participatieplatform ‘Denk mee!’ konden ‘Denk mee!’ Tijdens 21 online bijeenkomsten hebben Op ons online energie-participatieplatform konden Tijdens 21 online bijeenkomsten hebben inwoners en ondernemers op verschillende manieren hun inwoners en ondernemers meegepraat ‘We hebben in de Drechtsteden inwoners en ondernemers op verschillende manieren hun inwoners en ondernemers meegepraat ‘We hebben in de Drechtsteden ‘Ons mening geven over duurzame energie. Vooral de enquêtes over de onderwerpen ‘zonde & onderwerpen wind’ en veel grote daken. Begin met mening geven over duurzame energie. Vooral de enquêtes over ‘zon & wind’ en veeldaar grote daken. Begin daar met gezamenlijke zijn vaak ingevuld. zijn vaak ingevuld. ‘de overstap naar aardgasvrij’. het plaatsen van zonnepanelen.’ ‘de overstap naar aardgasvrij’.
het plaatsen van zonnepanelen.’ probleem vraagt om een gezamenMeedenken Meepraten Enquêtes Zon & wind De&overstap Meedenken Meepraten Enquêtes Zon wind De overstap lijke aanpak.’ naar ‘Ik wil geen naar ‘Ikgeen vind het ‘Ik wil ‘Ik vind het windmolens aardgasvrij belangrijk windmolens aardgasvrij belangrijk in mijn dat vooral in mijn dat vooral achtertuin!’ gezinnen achtertuin!’ gezinnen met lagere met lagere inkomens ‘Ik wil niet inkomens profiteren dat wij als profiteren van de bewoners van de energiehier overlast energietransitie.’ van hebben.’ transitie.’
173 Ideeën
475 475 1.434 1.434 7.371 7.371 796 796 173 Stemmen Ideeën
Ingevuld Stemmen
Aanmeldingen Ingevuld
Aanmeldingen Aanmeldingen
Aanmeldingen
22/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
16
Meedenken over plannen voor duurzame energie in eigen woonplaats
3.2.2 Jongeren en de RES
een besluit over de RES 1.0. Alle reacties hierop zullen worden
In de RES hebben we het over onderwerpen die van grote in-
verzameld en worden meegezonden bij het indienen van de
vloed zijn op de toekomst van onze regio. De jongeren van nu
RES 1.0 bij het NP RES. Deze reacties worden verwerkt in het
zullen het meeste merken van landschappelijke veranderingen
proces naar de RES 2.0.