CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0 - Voorstel.pdf

Gemeenteraad Papendrecht 1 juli 2021, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 14: Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0 - Voorstel38.959 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

10.4.4 Bovenregionale warmtebronnen

10.4.5 Warmtevraag en verduurzaming van warmtebronnen

In de Drechtsteden is er technisch gezien voldoende perspec-

(Toekomstige) Warmtevraag

mogelijkheden voor VvE’s en utiliteit om de gecreëerde spring-

tief op lokale, duurzame warmtebronnen. Restwarmte uit het

In 2019 was het energiegebruik voor de gebouwde omgeving

plank te kunnen benutten. Voor verder bezit (zowel particulier,

Rotterdamse havengebied (Rotterdam-Zuid) of uit Moerdijk

(aardgas, elektriciteit, warmtenet) 2,8 TWh. We gaan er van

als van woningcorporaties) zullen aanvullende randvoorwaar-

kan op termijn een wenselijke, maar niet noodzakelijke, aan-

uit dat het energiegebruik in de gebouwde omgeving in 2030

den vanuit het Rijk nodig zijn.

vulling zijn op de warmtebronnen. Onder de volgende voor-

afgerond 80% zal zijn t.o.v. 2020 (zie Bijlage I Warmte).

Op de korte termijn zien de partners in de Drechtsteden nog

Omdat er aanzienlijke onduidelijkheden zijn over de invulling

waarden kan dit een interessante optie zijn: In de Drechtsteden zijn al flink wat gebouwen aangesloten

van deze randvoorwaarden, onderscheiden we verschillen-

voldoende warmte beschikbaar om naast andere stedelijke

op warmtenetten. Ook zijn er diverse kleinschalige collectieve

de scenario’s over de ontwikkeling van het warmtenet: laag,

gebieden ook de Drechtsteden van restwarmte te voorzien;

oplossingen met warmte-koudeopslag (WKO). Vanwege onze

midden en hoog. De mate van invulling van randvoorwaarden

gunstige uitgangspositie willen we voor 2030 tenminste een

leidt tot aanzienlijke verschillen in tempo en resultaat.

• Er is vanuit het Rotterdamse havengebied of Moerdijk

• De warmte kan op een kosteneffectieve manier naar de

aanvullende 12.000 woningequivalenten (WEQ) aardgasvrij

Drechtsteden getransporteerd worden; • Bovenregionale restwarmte heeft voldoende lange termijn leveringsperspectief. Op dit moment wordt voor verschillende stedelijke gebieden

maken doormiddel van aansluiting op een warmtenet, maar

Verduurzaming warmtenetten

realiseren wij nog liever 25.000 aansluitingen. Dat is bovenop

De bronnen voor de warmtenetten worden stap voor stap

de 7.500 al aangesloten woningequivalenten in Dordrecht,

verduurzaamd. Als in 2030 de warmte voor de 19.000 woning-

Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht.

equivalenten (7.500 al aangesloten en 12.000 erbij) voor minimaal 50% duurzaam is, komt dat overeen met 0,1 TWh. Naar

in Zuid-Holland verkend of restwarmte uit het Rotterdamse havengebied een interessante optie zou kunnen zijn. Zowel

Om deze ambitie te realiseren zetten wij nadrukkelijk in op

verwachting komt dat percentage bij de verdere uitwerking

richting het noorden (Den Haag, Rotterdam en Delft) als het

een regio-brede clusteraanpak. Deze clusteraanpak is de basis

hoger uit, voor geothermie en aquathermie loopt dit percenta-

oosten (Barendrecht en Ridderkerk) zijn er aanzienlijke afzet-

waarop de wijkaanpakken verder kunnen bouwen om invulling

ge op tot 80%.

gebieden mogelijk. Na Rotterdam-Zuid is een logische vervolg-

te geven aan de genoemde ambities. Clusters worden gedefi-

stap om in oostelijke richting Barendrecht of Ridderkerk aan

nieerd door wat er nú haalbaar is, op een manier waarbij de

Als we 32.000 woningequivalenten (7.500 al aangesloten en

te sluiten op restwarmte. Het aansluiten van gebieden gelegen

belangen van alle lokale stakeholders worden vertegenwoor-

25.000 erbij) op een warmtenet aansluiten in 2030 en de bron-

tussen de warmtebron en de Drechtsteden in maakt eventueel

digd.

nen voor 50% duurzaam zijn, komt dat overeen met 0,16 TWh. Naar verwachting komt dat percentage bij de verdere uitwer-

transport van warmte naar de Drechtsteden aantrekkelijker. Transport van warmte vanuit Rotterdam-Zuid naar de weste-

De aanpak heeft er in 2020 toe geleid dat er voor 5.930 wonin-

king hoger uit. Voor geothermie en TEO loopt dit percentage

lijke gemeenten in de Drechtsteden (Hendrik-Ido-Ambacht en

gen in de bestaande bouw een Stimuleringsregeling Aardgas-

namelijk op tot 80%, wat overeenkomt met 0,26 TWh.

Zwijndrecht) kan worden onderzocht als er meer zekerheid

vrije Huurwoningen is toegekend aan de woningcorporaties in

is over de omgeving Barendrecht en Ridderkerk. Pas als er in

de Drechtsteden. De verwachting is dat de woningcorporaties

Met het aansluiten van woningen op duurzame warmtebron-

deze gebieden meer duidelijkheid bestaat qua volumes en

deze woningen met behulp van de ontvangen subsidie in de

nen wordt veel CO2-uitstoot voorkomen. In de TVW’s wordt

tijdlijn, wordt het logisch om ook verder na te denken over een

komende vijf jaar zullen aansluiten op een warmtenet van

dieper ingegaan op de mogelijkheden voor verduurzaming

24 Provincie Zuid-Holland, 2021. Systeem-studie. https://www.zuid-holland.nl/actueel/nieuws/februari-2021/toekomstscenario-zuid-hollandse-energievoorziening/

59/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

53

WEQ aardgasvrij te maken middels aansluiting op een warmtenet. Met 12.000 extra WEQ zouden we tussen het laag en midden scenario zitten, met 25.000 tussen het midden en hoog scenario. De scenario’s laag, midden en hoog staan gelijk aan de scenario’s vertragen, basis en versnellen zoals die in de Transitievisies Warmte worden gebruikt.

Warmtescenario’s Momenteel zijn er bijna 7.500 WEQ aangesloten op het warmtenet. Ons doel is voor 2030 tenminste 12.000, maar liever 25.000 meer

2021

2025 7.000

laag

Dordrecht

6.087

Zwijndrecht & Hendrik-IdoAmbacht

Alblasserdam

HardinxveldGiessendam &

Totaal (WEQ)

1.289

-

4.000

midden

4.000

7.500

hoog

5.000

10.000

1.000

2.500

midden

2.500

5.000

hoog

4.000

7.000

laag

-

midden

-

1.500

hoog

-

3.000

-

-

In onderzoek

10.500

laag

7.451

20.500

2.000

laag

75

14.000

13.000

laag

2050

10.700

10.000

midden hoog

Sliedrecht & Papendrecht

2030

16.500

midden

0

10.000

20.000

30.000

maximaal (theoretisch) 80.000 - 100.000

26.500

22.000

hoog

Afbeelding 33: Warmtescenario’s laag, midden, hoog scenario

17.200 37.500 40.000

50.000

0

10.000

20.000

30.000

40.000

50.000

60/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

54

van de warmtebronnen. Bij het organiseren en in de toekomst

genaar op ieder moment de keuze maken om zijn huis niet

duurzaam gas. Randvoorwaarde is dan wel dat er op termijn

realiseren van deze warmtestructuur is de lokale vraag altijd

alleen te isoleren, maar ook de gasketel te vervangen door

voldoende duurzaam gas zoals groengas of waterstofgas be-

het vertrekpunt.

bijvoorbeeld een warmtepomp. De individuele vastgoedeige-

schikbaar is. Daarbij moet er bovendien rekening mee worden

naar is bij een all-electric oplossing dus veel minder afhankelijk

gehouden dat duurzaam gas ook voor andere doeleinden

van keuzes en beperkingen van andere vastgoedeigenaren in

nodig is, zoals in de industrie, zwaar transport en voor de piek-

de straat of in de buurt.

voorziening van warmtenetten.

De capaciteit in het bestaande elektriciteitsnet is echter beperkt

Aangezien duurzaam gas zeer schaars is en voorlopig ook zal

en is bijvoorbeeld ook nodig voor de realisatie van laadpalen

blijven, is in buurten waar het gasnet wordt gehandhaafd wel

Warmtenet

voor elektrische mobiliteit. Het elektriciteitsnet zal daarom op

gasbesparing nodig. Ook zullen in die wijken aanpassingen

Door het stedelijke karakter van de Drechtsteden is een groot

termijn verzwaard moeten worden en kan wel een barrière

nodig zijn aan het gasnet en in de woning aan de verbran-

deel van de bestaande bouw geschikt voor warmtenetten. Een

vormen. Overigens niet alleen op buurtniveau, maar ook op

dingsinstallaties

warmtenet is een infrastructuur van ondergrondse, geïsoleer-

gemeentelijk, regionaal, nationaal en internationaal niveau.

10.5 Warmte infrastructuur en warmteopties

Warmteopslag

de leidingen die warm water vervoeren naar meerdere gebouwen en afgekoeld water terugvoeren naar de bron. Er is dan

Een variant van all-electric is het lokale bron-net. Een bron-

Warmteopslag maakt het mogelijk om het benodigde piekver-

dus sprake van een collectieve warmtevoorziening.

net is een lokale, kleinschalige warmtevoorziening in de vorm

mogen van een warmteopwekker, zoals een warmtepomp,

van een zeer lage temperatuur warmtenet waar één of en-

verder te verkleinen. Ook kan er meer warmte uit dezelfde

De woning heeft in vergelijking met all-electric oplossingen

kele gebouwen op zijn aangesloten. Net zoals bij all-electric

warmtebron worden benut. Een traditionele gasketel is een

minder ingrepen aan de binnen-installatie nodig. Zo is in de

staat in het gebouw een warmtepomp. Deze warmtepomp

goedkope technologie waarbij het gebruikelijk is om het be-

woning qua techniek alleen een aflever-set aanwezig. De tem-

gebruikt het aangevoerde water van het bron-net in plaats

nodigde ketelvermogen te dimensioneren op de piekwarmte-

peratuur van het aangeleverde water moet voldoende zijn om

van de bodem of buitenlucht. Het aangevoerde water kan

vraag voor ruimteverwarming en warm tapwater. Het huidige

de woningen te kunnen verwarmen.

ook gebruikt worden voor koeling. De bron van het bron-net

gasnet heeft hiervoor voldoende capaciteit.

is vaak een warmte-koude opslag (WKO) of oppervlaktewater Voor oudere bestaande woningen betekent dit bijvoorbeeld

(aquathermie). Ook bij deze variant moet de capaciteit van het

Het huidige elektriciteitsnet heeft deze capaciteit echter bij lan-

dat een midden-temperatuur warmtenet dat op de koudste

elektriciteitsnet in de buurt vaak worden verhoogd. Bron-net-

ge na niet. In het geval van de massale overstap van een gas-

dagen van het jaar 70°C levert de laagste maatschappelijke

ten worden veel toegepast bij utiliteitsgebouwen, omdat deze

ketel naar warmtepompen moet de capaciteit van het huidige

kosten heeft. Bij nieuwbouw en bij nieuwere bestaande wo-

gebouwen naast een vraag naar warmte vaak ook een kou-

net daarom verhoogd worden. Als dit voorkomen of beperkt

ningen kan ook een laagtemperatuurwarmtenet interessant

devraag hebben. Het energierendement van een bron-net is

kan worden, bespaart dat veel geld voor de maatschappij om-

zijn. In de TVW’s wordt rekening gehouden met de samenhang

hoger dan van individuele warmtepompen.

dat de netbeheerder in dat geval veel kosten bespaart.

Duurzaam gas

Warmteopslag is ook interessant omdat de investering in een

In oude binnensteden en oude (dijk)linten is zowel een warm-

warmtepomp relatief hoog is. De benodigde investeringen zijn

All-electric

tenet als all-electric met de huidige stand van de techniek vaak

hierbij lager als de benodigde warmtepomp kleiner is.

‘All-electric’ betekent dat er in principe alleen nog een elektri-

kostbaar of niet inpasbaar. Dat komt onder andere door druk-

Daarnaast werkt een warmtepomp het meest optimaal wan-

citeitsnet in de buurt aanwezig is. Er is dan een warmte-op-

te in de ondergrond en de oude, soms monumentale staat

neer deze continu kan draaien en is de technologie minder

wekinstallatie in de woning of het gebouw nodig die alleen

van de bebouwing die werkzaamheden kostbaar en technisch

geschikt om in een korte tijdspanne een grote hoeveelheid

elektriciteit gebruikt. Dit kan bijvoorbeeld een warmtepomp

ingewikkeld maken.

water te verwarmen.

zijn die warmte uit de buitenlucht of de bodem haalt.

Met de kennis van nu is het daarom logisch om het bestaan-

Bij all-electric oplossingen kan iedere individuele vastgoedei-

de gasnet hier te handhaven en op termijn te gebruiken voor

in brontemperaturen, temperaturen waarmee gebouwen verwarmd worden, isolatieniveaus en infrastructuren.

61/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

55

De TVW biedt hiervoor de belangrijkste gespreksonderwerpen.

Monitoring

Deze bestaan uit (I) de uitgangspunten,(II) de afwegingscriteria

Periodiek gaan we na of we nog op koers zitten en of de lande-

voor warmteopties en (III) een duidelijk ontwikkelingsperspec-

lijke context is veranderd. Een aantal zaken krijgt de komende

Uitnodigingskader collectieve warmte

tief dat inzicht geeft in de transitiepaden van de buurten in de

periode verder vorm: de Wet collectieve warmtevoorziening

Vanuit de Omgevingswet kiezen we er steeds meer voor om

gemeente, de verwachte infrastructuur, temperatuurniveaus

(zie volgende paragraaf) en de invulling van financiële rand-

de kracht van de samenleving te benutten en minder op de

en de bronnenstrategie én de samenhang met het energiesys-

voorwaarden voor de wijkaanpak. Bij elk van deze mijlpalen

overheid die alles zelf doet. Dat vraagt om een stimulerende

teem.

nemen we het uitnodigingskader onder de loep en maken we

10.6 Afwegingscriteria en spelregels

aanpassingen in ons beleid waar nodig.

en uitnodigende cultuur die initiatiefnemers in de warmtetranDaarnaast bestaan deze uit (IV) de koppelkansen met werk-

sitie op weg helpt.

zaamheden in de openbare ruimte en ondergrond of natuurlij-

Aankomende Wet Collectieve Warmtevoorziening

Tegelijk zitten we in een fase waarin wetgeving in ontwik-

ke vervangingsmomenten25 en (V) het voorkomen van energie-

Er is wetgeving in ontwikkeling om gemeenten meer sturings-

keling is en randvoorwaarden voor de warmtetransitie nog

armoede bij kwetsbare doelgroepen.

instrumenten te geven in de warmtetransitie. De nieuwe Wet Collectieve Warmtevoorziening wordt naar verwachting in

deels ontbreken (onder andere op financieel vlak). Dé manier

2022 van kracht.

om deze periode te overbruggen en ondanks die missende

Hoe werkt het uitnodigingskader

randvoorwaarden toch al tempo te maken, is in onze ogen het

Het uitnodigingskader nodigt initiatiefnemers uit om met de

verlenen van medewerking aan initiatieven uit de markt en de

gemeente in gesprek te gaan. Het initiatief ligt hiervoor bij

Hierin is voorzien dat gemeenten via een transparante proce-

samenleving.

gebouweigenaren (woningcorporaties, utiliteit, VvE’s, groe-

dure (publieke aanwijzing) een warmtebedrijf aanwijzen, die

pen particulieren), die samen met een warmtebedrijf of een

binnen een bepaald gebied (een warmtekavel) verantwoorde-

De TVW’s bieden daarom een ‘uitnodigingskader’. De uitgangs-

andere samenwerkingspartner in gesprek kunnen gaan. Het

lijk wordt voor de aanleg en levering van warmte. Het uitnodi-

punten, criteria en perspectiefkaart in de TVW bieden hiertoe

initiatief kan klein- of grootschalig zijn. Elk initiatief en elke par-

gingskader is transparant, non-discriminatoir en toegankelijk

richting om met initiatiefnemers uit de samenleving het ge-

tij kan een aanvraag doen. Er is geen exclusieve positie voor

voor alle warmtebedrijven. In het kader van de beoogde nieu-

sprek aan te gaan. Op die manier creëren we houvast in deze

welke partij dan ook.

we wet is het uitnodigingskader een mogelijke tussenstap, ná vaststelling van de Transitievisie Warmte en vóór aanwijzing

tussenfase en bieden we partijen de kans om ook nu waar mogelijk al stappen te zetten.

De gemeente gaat aan de hand van de bovengenoemde inhou-

van een warmtekavel.

delijke criteria met de initiatiefnemer in gesprek om de aanHet uitnodigingskader geldt voor alle initiatieven met collectie-

vraag te optimaliseren. De aanvrager moet verder voldoen aan

Het door ons gehanteerde uitnodigingskader sluit daarom

ve warmte waarbij de medewerking van de gemeente nodig is

alle reguliere vergunningen voor aanleg van een warmtenet.

goed aan op de beoogde Wet Collectieve Warmtevoorziening. We sorteren hiermee alvast voor en zorgen voor een over-

(zoals aanleg van warmte-infrastructuur op gemeentegrond of afwijking van een omgevingsvergunning of bestemmingsplan).

Nieuwbouw

brugging in deze tussenfase. Bij inwerkingtreding van de Wet

Dat kan van zeer kleinschalig (enkele gebouwen), maar ook

Bij locatieontwikkelingen wordt in relevante documenten

Collectieve Warmtevoorziening zullen we het uitnodigingska-

grootschalig op bijvoorbeeld cluster- of wijkniveau. Als gebou-

(waaronder nieuwe bestemmingsplannen en de selectiepro-

der op de wet toetsen en eventuele aanpassingen doorvoeren.

weigenaren stappen willen zetten richting aardgasvrij, en die

cedure voor de ontwikkelaar) een verwijzing opgenomen naar

stappen passen binnen de kaders van de gemeentelijk transi-

de TVW en het hierboven beschreven uitnodigingskader voor

tievisie warmte, verlenen gemeenten medewerking om deze

collectieve warmte.

initiatieven uit te voeren.

25 Hierbij kan gedacht worden renovatiemomenten van woningcorporaties of andere grote eigenaren, vervanging of sanering van het huidige gasnet, rioolvervanging, werkzaamheden aan de openbare ruimte, verbouwingen of de vervanging van Cv-ketels en nieuwbouwwerkzaamheden.

62/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

56

verder bezit (zowel particulier, als van woningcorporaties) zijn

10.7 Vervolgstappen

aanvullende randvoorwaarden vanuit rijkswege nodig.

Ten behoeve van de warmtetransitie werken we aan zowel

Schaalbare en kopieerbare aanpak

collectieve aanpakken voor het realiseren van aansluitingen

De Drechtsteden werken nauw samen op dit thema om

op het warmtenet, als aan individuele maatregelen. Voor

capaciteit en middelen zo effectief mogelijk in te zetten én te

individuele maatregelen als isolatie, hybride warmtepompen

voorkomen dat binnen de regio steeds opnieuw het wiel wordt

of de overstap naar all-electric werken we per doelgroep een

uitgevonden.

aanpak uit om gebouweigenaren te ondersteunen. Om de warmtetransitie mogelijk te realiseren zetten wij daarVoor collectieve maatregelen gelden de gemeentelijke Tran-

om in op een regio brede schaalbare en kopieerbare aanpak.

sitievisies Warmte als kader voor het gesprek met initiatieven

We gebruiken hiervoor de lessen die zijn opgedaan in de ge-

van gebouweigenaren en marktpartijen. We noemen dit een

meente Dordrecht en nog worden opgedaan in de proeftuin in

uitnodigingskader, waarmee we houvast bieden in de ‘tussen-

Sliedrecht-Oost en andere gemeenten, om zoveel mogelijk tot

fase’ waarin randvoorwaarden als de Wet Collectieve Warmte-

een uniforme werkwijze te komen.

Wilt u meer weten over de Regionale Structuur Warmte? Ga naar bijlage I. Warmte

Wilt u meer weten over de Transitie Visies Warmte?

voorziening nog niet beschikbaar zijn. Versterken handelingsperspectief Focus op collectieve aanpak in warmtenetbuurten

Tot slot zetten wij in op het versterken van het handelingsper-

In warmtenetbuurten ligt de focus op de collectieve aanpak.

spectief én goed informeren van onze inwoners, bedrijven en

We zetten samen met onze maatschappelijke partners volop

maatschappelijke partners. Hierbij stimuleren wij bovendien

in op de doorontwikkeling van de warmtenetten.

isolatie en energiebesparende maatregelen, zodat CO2 -uit-

Hierbij bieden we ondersteuning voor inbreiding en uitbrei-

stoot direct wordt gereduceerd, comfort toeneemt, energielas-

ding van de bestaande warmtenetten in Dordrecht, Papend-

ten dalen én gebouwen reeds worden voorbereid op alterna-

recht en Sliedrecht. Dit geldt binnenkort eveneens voor de

tieve warmtevoorzieningen.

Ga naar de website

warmtenetten die momenteel in Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht in ontwikkeling zijn. Gezamenlijke inzet startmotor In de komende jaren zetten we gezamenlijk met de corporaties en HVC in op de aansluiting van de 5.930 woningen waarvoor een Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen is verkregen. Parallel zoeken we naar de volgende kansrijke clusters van woningen die haalbaar en betaalbaar op een warmtenet kunnen worden aangesloten. Op de korte termijn zien de partners in de Drechtsteden nog mogelijkheden voor VvE’s en utiliteit, echter om de gecreëerde springplank te kunnen benutten voor

63/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

57

Deel III Energiesysteem 11

Energiesysteem 2030-2050

11.1 Leidende principes

11.2 Energiesysteem 2021-2030 11.3 Energiesysteem na 2030

11.4 Vervolgstappen energiesysteem

64/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

58

11 Energiesysteem 2030-2050

D

e energietransitie is in 2030 nog niet klaar.

Denk bijvoorbeeld aan energieopwekking, flexibili-

aan het wooncomfort en beperkt de kosten en de

Ook na deze belangrijke periode gaan we hier-

teit om verschillen tussen vraag en aanbod te over-

ruimtelijke impact van de energietransitie.

mee door. Het is belangrijk om nu al na te denken

bruggen, en energievraag. En ook aan de verschil-

over deze volgende periode, zodat we in de nabije

lende energie-infrastructuren: het elektriciteitsnet,

III.

toekomst de juiste keuzes maken. We geven in dit

het aardgasnet en de warmtenetten. Elke stap die

We zetten energiedragers en lokale bronnen slim

hoofdstuk inzicht in ons energiesysteem in 2030,

we zetten, beïnvloedt de andere onderdelen.

in. Zo is elektriciteit een energiedrager van hoge

Hoogwaardige benutting lokale bronnen

kwaliteit, maar is warmte van geothermie van

en een doorkijk naar 2050. Daarbij letten we goed op kansen voor koppelingen tussen verschillende

Het energiesysteem is één geheel: winsten in

lage kwaliteit. Het is inefficiënt om elektriciteit te

onderdelen van het energiesysteem.

een onderdeel kunnen elders ten koste gaan van

gebruiken voor warmte als er ook lokale geother-

ruimte, geld of energie. Het is daarom belangrijk

mische bronnen aanwezig zijn. Met oog hierop

om integraal te werk te gaan om te komen tot

zetten wij de lokale (warmtebronnen) zo efficiënt

een systeem met de hoogst haalbare maatschap-

mogelijk in.

11.1 Leidende principes

pelijke en ecologische baten en laagst mogelijke maatschappelijke en landschappelijke kosten. Een

Een ander voorbeeld is waterstof. In het geval dat

Ons energiesysteem verandert stap voor stap.

integrale aanpak is zeer complex. Op dit moment

blauwe of groene waterstof in de toekomst groot-

We schakelen over van fossiele brandstoffen naar

is er bovendien nog onvoldoende inzicht in de

schalig en goedkoop geproduceerd kan worden uit

duurzame energiebronnen, daarbij worden steeds

totale kosten en baten van de transitieopgave om

duurzame energiebronnen, moet er onthouden

meer decentrale energiebronnen ingezet en we

de afweging voor de volledige periode tot 2050

worden dat verbranding van waterstof gebeurt

zoeken naar slimme en efficiënte oplossingen om

integraal te maken.

bij hoge temperaturen. Het is energetisch onlo-

de pieken in vraag en aanbod op te vangen en te

gisch om hier woningen mee te verwarmen tot 20

overbruggen.

graden Celcius. Daarom willen we dit soort hoogWat is een integrale aanpak?

waardige energie eerst inzetten voor processen

We zetten samen met stakeholders in op een

Een integrale aanpak binnen de energietransitie

die hoge temperaturen vereisen. Blijft er warmte

duurzaam, betrouwbaar, betaalbaar, en efficiënt

betekent een aanpak waar alle effecten van ons

over, dan kan dat als restwarmte voor woningen

energiesysteem. Hierin staan de volgende princi-

energiesysteem – zoals het nu werkt én van veran-

worden gebruikt. In de energietransitie kijken we

pes centraal:

deringen – in beeld zijn en in overweging worden

altijd eerst naar de beschikbare lokale bronnen en

I.

Stapsgewijze en integrale aanpak;

genomen. Er is dan oog voor alle aspecten van

naar de kwaliteit van energiebronnen.

II.

Energie-efficiëntie en energiebesparing;

onderlinge afhankelijkheden.26

III.

Hoogwaardige benutting van lokale bronnen;

IV.

IV.

Flexibiliteit;

We streven naar een balans tussen energievraag

V.

Niet afwentelen.

Flexibiliteit

Energie-efficiëntie en energiebesparing

en -energieproductie. In het bestaande energie-

We gebruiken zo weinig mogelijk energie, onder

systeem draaien we door de afstemming tussen

meer door goed te isoleren en energiezuinige

die twee vooral aan de productieknop: bij meer

We kunnen het huidige energiesysteem niet van

apparaten te gebruiken. Dit wordt bereikt door

vraag, produceren we meer. In het toekomstige

de ene op de andere dag ingrijpend veranderen.

een combinatie van technische verbeteringen in

systeem is de energieproductie, door de inzet van

Het energiesysteem is complex en bestaat uit aller-

isolatie en elektronica én gedragsveranderingen

zonne- en windenergie, minder stuurbaar. Daarom

lei kleinere systemen.

in huis en op de werkvloer. Dit samen draagt bij

ontwikkelen we manieren om ook aan de vraag-

I.

II.

Stapsgewijze en integrale aanpak

26 De website http://www.ruimtevoorenergie.nl illustreert hoe veel daar bij komt kijken.

65/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

59

knop te draaien: bij minder productie verkleinen we de vraag.

gie en de ruimte die nodig is voor transport, conversie en

ten voor grootschalige opwekking van zonne-energie voor de

Binnen onze regio zal er overigens geen volledige balans tus-

opslag?

gebouwde omgeving, evenals een aantal kleine windmolens.

sen vraag en aanbod mogelijk zijn.

• Kunnen keuzes aan de kant van de gebruiker ook ruimtelij-

Energieuitwisseling met andere regio’s is daarom noodzakelijk. Duurzame energiebronnen zijn namelijk weersafhankelijk en daardoor minder stuurbaar dan fossiele bronnen. Restwarmte

ke gevolgen hebben?

Er zijn daarnaast 7.500 woningequivalenten aangesloten op een warmtenet.

• Hoeveel energie gaat er bij opslag en omzetting naar een Toekomstbeeld 2030

andere energiedrager verloren?

en geothermie zijn daarentegen continu beschikbaar, maar

• Op basis van een zorgvuldige afweging van deze vraagstuk-

In 2030 is dat veranderd. We gebruiken 20% minder energie in

bewegen niet mee met de vraag. Deze kunnen in combinatie

ken willen wij komen tot een eerlijke en realistische invulling

onze gebouwde omgeving. Een groter deel van de energie die

met opslag bijdragen aan de benodigde flexibiliteit.

van de energietransitie in onze regio. We willen hiermee

we nog gebruiken, is nu opgewekt middels lokale zon en wind

nadrukkelijk voorkomen dat we deze opgave onevenredig

en warmtebronnen. Daarnaast heeft 30% van de geschikte

Ook opslag en omzetting van energie spelen hierbij een

afwentelen op andere regio’s of landen of andere genera-

grote daken zonnepanelen en wekken een stuk meer huishou-

belangrijke rol om tot een betrouwbaar energiesysteem te

ties. Deze afweging

dens en MKB energie op middels zonnepanelen op hun dak.

kunnen komen. Dit is nodig om resterende verschillen tussen

• vraagt om een brede systeemblik. Keuzes hebben immers

vraag en aanbod (zowel in tijd als ruimte) te overbruggen.

onderlinge verbanden: iedere keuze kan een andere beïn-

Ondertussen is het aantal woningequivalenten aangesloten op

Opslag en omzetting kunnen de belasting op de energienet-

vloeden.

een warmtenet flink toegenomen. Ook in andere sectoren zijn

ten op piekmomenten verlagen. Hiermee kan een deel van de

er grote stappen gemaakt. Zo rijdt nu een beduidend deel van

verzwaring van deze netten en de daaraan gekoppelde kosten

de regio in elektrische auto’s.

worden voorkomen.

11.2 Energiesysteem 2021-2030

Opslag en omzetting kunnen echter ook veel geld kosten en

11.3 Energiesysteem na 2030

veel ruimte eisen. Bovendien kan er energie verloren gaan in

Ons doel voor 2030 is om tenminste 0,37 TWh bij te dragen

het proces. Het moet daarom niet de enige oplossing zijn maar

aan de nationale opgave van 35 TWh aan duurzame energie-

worden ingezet in combinatie met andere oplossingen. Met

opwekking op land én om 12.000 – 25.000 woningen te ver-

Ook na 2030 moeten er nog grote stappen gezet worden in de

een blik op integraliteit pleiten we daarom voor het instellen

duurzamen en op duurzame warmtebronnen aan de sluiten.

verduurzaming van ons energiesysteem.

van prijsprikkels om opslagsystemen rendabel te maken. Hier

Daarnaast willen we zo veel mogelijk energie besparen n 0,07

moet worden onthouden dat technologieën voor opslag en

TWh aan energie middels kleinschalig zon op dak realiseren.

Elektriciteit uit zon & wind & water

omzetting nog volop in ontwikkeling zijn.

In de komende paragrafen leggen we uit wat het verschil in

Voor de opwekking van elektriciteit uit zon, wind en water na

het energiesysteem zal zijn vergeleken met nu, gebaseerd op

2030 houden we technologische ontwikkelingen en innovaties

cijfers uit de nationale Klimaatmonitor.

nauwlettend in de gaten. We kunnen zo inspelen op belangrij-

V.

Niet afwentelen

Keuzes in de energietransitie hebben ruimtelijke consequen-

ke veranderingen.

ties. Dit leidt bij de energietransitie tot vragen zoals:

Op dit moment gebruikt de regio Drechtsteden ruim 5 TWh

• Wat is het ruimtebeslag van het totale energiesysteem?

aan energie per jaar (Klimaatmonitor 2018). Dit is de gehele

Warmtebronnen

• Wat zijn de onderlinge afhankelijkheden binnen het sys-

regio, inclusief landbouw en industrie. Mobiliteit is hierbij niet

Ook voor het benutten van lokale warmtebronnen zullen we

meegenomen omdat het vaak bovenregionaal is. Ongeveer de

inspelen op innovaties.

teem? • Wanneer kunnen functies als wonen, natuur, werken en

helft daarvan wordt gebruikt door de gebouwde omgeving. In

energieopwekking gecombineerd worden en wanneer slui-

2019 werd ongeveer 1,63 TWh aan energie gebruikt in wo-

Kernenergie

ten ze elkaar uit?

ningen. Een kleine 8% van de woningen in de regio wekken al

Kernenergie valt buiten de RES-opgave voor 2030. Vanwege

elektriciteit op middels zon op dak en er zijn meerdere projec-

de lange bouwtijden zal (extra) kernenergie voor 2030 ook

• Wat is de relatie tussen de keuze voor de opwek van ener-

66/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

60

geen bijdrage kunnen leveren aan de benodigde CO2 -reductie.

Gedurende het transport van afvalwater de verwerking in een

er een overschot is aan duurzame elektriciteit. Er gaat bij de

Kernenergie kan wel invloed hebben op het verloop van de

afvalwaterzuivering gaat energie verloren. Energieverlies kan

omzetting van elektriciteit naar waterstof en terug naar elek-

transitie in de elektriciteitssector in de periode ná 2030. Een

worden beperkt door afvalwater dichter bij de bron te behan-

triciteit echter veel energie verloren: de helft tot twee derde28.

groter aandeel van kernenergie in de elektriciteitsproductie

delen. Zo wordt voorkomen dat methaan prematuur wordt

Bij de inzet van waterstof als structurele energiedrager moet

kan dan leiden tot een afname van druk op uitrol van her-

gevormd, blijft de temperatuur van de afvalstromen zo hoog

er dus veel meer (duurzame) energie worden opgewekt. Ook

nieuwbaar (en de ruimte die daarvoor nodig is), infrastructuur

mogelijk (wat helpt met gisting) en wordt directe vergisting

is nog onderzoek gaande naar verschillende manieren waarop

en flexibiliteitsdiensten na 2030.

mogelijk doordat de organische stroom niet wordt gemengd

waterstof getransporteerd en opgeslagen kan worden.

met hemelwater. Kernenergie kent echter ook een aantal belangrijke nadelen.

Om bovenstaande redenen is brede toepassing van waterstof

Financieel is de bouw van een kerncentrale veel ongunstiger

Lokaal geproduceerd groen gas kan op verschillende manieren

pas wenselijk bij grootschalige en goedkope beschikbaarheid

dan installaties voor zonne- of windenergie. Dit leidt tot een

worden ingezet. Denk bijvoorbeeld aan de piekvoorziening van

van duurzame energiebronnen. Ook is waterstof een hoog-

hogere productieprijs van energie. Kernenergie kan ook niet

warmtenetten, wijken waar andere aardgasvrije opties moei-

waardige energiedrager die hoge temperaturen kan genere-

flexibel worden geproduceerd. Dat betekent dat het altijd de-

lijk toegepast kunnen worden of toevoeging aan het gasnet.

ren. Het is gewenst om waterstof (en groen gas) op een zo

zelfde hoeveelheid energie produceert. Dit maakt het slechter

Ook zijn er verschillende technieken waarbij groen gas kan

hoogwaardig mogelijke manier toe te passen als:

te combineren met de investeringen die gedaan zijn in meer

worden ingezet voor de flexibiliteit van ons energiesysteem,

• Grondstof en proceswarmte voor industrie;

flexibele vormen van energieopwekking zoals zon en wind.

door energieproductie en energievraag beter op elkaar aan te

• Brandstof voor zwaar transport (vrachtverkeer, zee- en

Ook kan de veilige berging van kernafval op lange termijn

laten sluiten. Meer informatie over groen gas staat in Bijlage J

niet worden gegarandeerd, wat ernstige problemen voor de

Potentie groen gas.

binnenvaart); • Opslag piekproductie en flexibiliteit elektriciteit;

toekomst creëert.

• Opslag voor piekproductie warmtenetten en bepaalde Flexibiliteit, waterstof en accu’s

delen van de gebouwde omgeving waarvoor elektriciteit en

Technisch zijn er ook nog veel vraagstukken. Nieuwe soorten

Met de opkomst van hernieuwbare energie groeit ook het aan-

warmtenetten geen uitkomst bieden (zoals de historische

kernreactoren, bijvoorbeeld met thorium als splijtstof, zijn

deel energie dat afkomstig is uit weersafhankelijke bronnen

binnenstad of dijklinten).

nog in ontwikkeling en is nog veel onderzoek nodig.27 Experts

zoals zon en wind. Flexibiliteit is nodig om energieproductie en

verwachten niet dat er voor 2050 in Europa een commerciële

-vraag op elkaar te laten aansluiten.

Wij zullen voor flexibiliteit naar de combinatie van technieken kijken: waterstof, accu’s en andere manieren om vraag en aan-

thoriumcentrale kan komen. Deze noodzakelijke flexibiliteit kan op diverse manieren worGroen gas

den gecreëerd: flexibele opwek, demand-response systemen,

Voor de RES 1.0 hebben we laten verkennen wat mogelijke

conversie naar andere energiedragers, opslag van energie en

kansen zijn voor productie van groen gas uit rioolwater en

de connecties met omringende landen. Technieken daarvoor

groente, fruit en tuin (GFT) afval. In de regio is de maximale

zijn echter nog volop in ontwikkeling. Iedere techniek heeft ei-

theoretisch haalbare groen gas productie vanuit rioolwater

genschappen voor specifieke toepassingen. Naar verwachting

en GFT 0,04 TWh. Indien andere reststromen ook omgezet

zal in de toekomst een combinatie het meest efficiënt zijn.

bod van energie op elkaar te laten aansluiten.

kunnen worden, kan dit aandeel met een factor 5-6 vergroot worden. Deze theoretische berekening is puur op energetische

Waterstof is een energiedrager die een rol kan spelen bij

basis gemaakt en zal in de praktijk lager uitvallen.

transport en opslag van energie, zeker in die gevallen waarbij

27 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/duurzame-energie/opwekking-kernenergie 28 De omzetting van elektriciteit in waterstof met een elektrolyser heeft een efficiëntie tussen de 60% en de 80% (hydrogeneurope.eu). De omzetting van waterstof naar elektriciteit in een brandstofcel heeft een efficiëntie van maximaal 60% (SOFC-type) (energy.gov). De totale efficiëntie ligt dus indicatief tussen de 36% en 48%.

67/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

61

Netimpact warmte

11.4 Vervolgstappen energiesysteem

Het warmtenet is een belangrijk onderdeel van het energiesysteem in de Drechtsteden. Dankzij de sterke inzet op warm-

In het vervolg op de RES 1.0 maken we samen met onze stake-

tenetten kan de netimpact vanuit de warmtetransitie op het

holders een verdiepingsslag op het energiesysteem en daar-

elektriciteitsnet worden beperkt ten opzichte van de totale

voor benodigde infrastructuur. Belangrijke thema’s daarbij zijn:

benodigde netuitbreidingen. Net als voor elektriciteit, brengen we ook de netimpact voor warmtenetten in beeld.

Wilt u meer weten over groen gas?

Netimpact elektriciteit Onze elektriciteits- en gasnetten zullen door de energietransi-

Ga naar bijlage J. Kansen groen gas

tie ingrijpend moeten veranderen. Zo moet het elektriciteitsnet in hoog tempo worden verzwaard en uitgebreid en moeten er aanpassingen worden gemaakt in het gasnet. Niet alles is tegelijkertijd mogelijk. Het is een grote uitdaging om tijdig

Wilt u meer weten over het energiesysteem in onze provincie?

de benodigde aanpassingen en uitbreidingen te realiseren. Het is belangrijk dat we deze uitbreidingen slim en efficiënt ontwerpen. Systeemefficiëntie speelt hier een cruciale rol. Daarnaast moeten we rekening houden met ander ruimte-

Energiesysteemstudie Zuid-Holland

gebruik. Met Stedin vindt actieve afstemming en verdieping plaats op dit onderwerp. Hier kan meer over worden gelezen

Ga naar de website

in Bijlage F Netimpact elektriciteitsnet). Aandachtspunten daarbij zijn: • Concretisering van benodigde uitbreidingen voor bestaande

Wilt u meer weten over het nationaal Programma Energiehoofdstructuur?

en nieuwe elektriciteitsstations; • Zon op dak levert in alle scenario’s het grootste aandeel in opgesteld vermogen en dat leidt tot een groot aantal knelpunten op lagere netvlakken. In het vervolg van het RES-proces is het nodig om gezamenlijk met Stedin de vervolgstappen gedetailleerder in beeld te brengen om het

Nationaal Programma Energiehoofdstructuur

aantal knelpunten te verminderen. De planvorming van regionale ontwikkelingen op het vlak van warmtetransitie,

Ga naar de website

warmtebronnen, elektrisch vervoer en andere ontwikkelingen moeten worden samengebracht naar een integraal regionaal uitvoeringsplan voor de energie-infrastructuur; • Samenhang met de energievraag voor industrie en mobiliteit.

68/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

62

Vervolg 12

Het vervolg

12.1 Inleiding 12.2 Financiële consequenties 12.3 Borging lokaal beleid / Inpassing in de Omgevingswet

12.4 Afstemming buurregio’s en het Groene Hart

12.5 Draagvlak 12.6 Aansluiting nationale programma’s

12.7 Beperken van de opwarming van de aarde

69/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

63

12 Het vervolg

12.1 Inleiding

D

12.2 Financiële consequenties

Bestuur (ROB) is gepubliceerd geldt in dit organisatievraagstuk als belangrijke informatiebron. Het rapport is gebaseerd op een onderzoek naar de

eze RES 1.0 beschrijft de energiestrategie voor

Vaststelling van de RES 1.0 heeft op zichzelf geen

uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor ge-

de regio Drechtsteden. Met de strategie bou-

directe financiële consequenties. De uitvoering van

meenten, provincie en waterschappen, dat de ROB

wen we voort op het Toekomstperspectief Drecht-

de RES 1.0 valt primair onder de regie en verant-

op verzoek van het kabinet heeft uitgevoerd.

steden Energieneutraal 2050, de Energiestrategie

woordelijkheid van de gemeenten. De uitvoering zal

Drechtsteden Energieneutraal en de concept-RES

vanwege de benodigde inzet, capaciteit en investe-

Het rapport sluit aan op een onderzoek van het

uit 2020. Met dit document zetten we een belang-

ringen wel aanvullende financiële middelen vergen.

onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF) in opdracht van het ROB. Het geeft nader inzicht in

rijke stap in de beleidsontwikkeling. We omschrijven hier welke financiële consequen-

de benodigde financiën en de complexiteit rond

De ambities uit de RES 1.0 moeten voor 2030 in

ties er naar huidig inzicht worden voorzien om in

de sturing van de energietransitie. Het rapport

uitvoering worden gebracht en worden gereali-

de komende jaren uitvoering te kunnen geven aan

wordt als zwaarwegend advies meegenomen bij de

seerd door initiatiefnemers. De decentrale over-

de RES 1.0. Ook omschrijven we op welke wijze de

komende landelijke coalitieonderhandelingen.

heden zijn daarbij onder andere verantwoordelijk

financiële consequenties in de komende maanden

voor de planologische inpassing in het kader van

nader worden geconcretiseerd én op welke manier

Wat betreft de bekostiging, adviseert de ROB in het

lokale beleidskaders. Op dit moment staan deze

er bestuurlijke besluitvorming over de benodigde

rapport om de uitkomsten van het onderzoek van

regels onder andere in de Wet ruimtelijk ordening.

middelen plaats kan vinden.

AEF over te nemen, met uitzondering van bepaalde door AEF meegerekende uitvoeringskosten

Vanaf 1 januari 2022 worden deze wetten en reBenodigde organisatie

voor provincies en gemeenten. In 2024 (het meest

Het uitvoeren van onze energiestrategie vergt inzet

‘gemiddelde’ jaar in de onderzochte periode) gaat

Op het regionale proces waarin de RES wordt

op energiebesparing, de opwekking van duurzame

het voor gemeenten om een bedrag van € 599,6

opgesteld, volgt dus nog een lokaal proces om de

energie, de verduurzaming van mobiliteit én de

miljoen ter compensatie van de uitvoeringslasten.

plannen in het lokale beleid vast te leggen. Pas

warmtetransitie. Om dit allemaal in goede banen

In dat jaar hebben gemeenten volgens het rapport

hierna kan door initiatiefnemers een vergunning

te leiden, is het belangrijk om in de komende jaren

gemiddeld 14 tot 17 extra fte nodig.29 Voor de

worden aangevraagd om uitvoering te geven aan

te zorgen voor een goede organisatie, aansturing

provincies gaat het om € 37,5 miljoen en voor de

een passend project.

en uitwerking. Het is van belang om te komen tot

waterschappen om € 22,6 miljoen. De investerings-

een organisatie die passend is voor de opgave en

kosten in onder andere eigen verduurzaming zijn

In dit laatste hoofdstuk gaan wij in op dit vervolg.

de te uitvoeren werkzaamheden. Tegelijk moet de

niet opgenomen in deze bedragen en zijn waar-

Ook geven we inzicht in de financiële consequen-

organisatie ook rekening houden met de financiële

schijnlijk ook zeer substantieel.

ties, de wijze waarop de RES 1.0 nader wordt

situatie waarin de decentrale overheden zich

geborgd en hoe wij in onze aanpak aansluiten bij

bevinden.

gels gebundeld in de Omgevingswet.

Het werkelijke bedrag dat de gemeenten, provin-

buurregio’s en nationale programma’s.

cies en waterschappen ter compensatie van de Rapport van de Raad voor het Openbaar Bestuur

uitvoeringslasten zullen ontvangen, zal door het

In dit hoofdstuk staan de algemene vervolgstap-

‘Van Parijs naar praktijk’

nieuwe kabinet worden bepaald en is daarmee nog

pen. Het is een verdieping op de concrete vervolg-

Het rapport ‘Van Parijs naar praktijk’, dat in janu-

onzeker. Het rapport van de ROB zien wij met oog

stappen besproken in voorgaande hoofdstukken.

ari van dit jaar door de Raad voor het Openbaar

op de status hiervan als een belangrijke indicatie.

29 Dit is een gewogen gemiddeld van 86 tot 100 fte extra voor G4 gemeenten, 39 tot 49 fte voor G40 gemeenten, 17 tot 19 fte voor middelgrote gemeenten en 8 tot 9 fte voor kleine gemeenten.

70/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

64

Concretiseren van de benodigde organisatie in de

dak) wordt toegepast. Zo vergen bestaande rijwoningen die na

De netimpact analyse (Bijlage F Netimpact elektriciteitsnet) die

Drechtsteden

2005 zijn gebouwd naar huidig inzicht tussen de € 16.500 en

ten behoeve van de RES 1.0 is uitgevoerd door netbeheerder

Momenteel werken de gemeenten en regio samen om de be-

€ 27.000 aan investeringen om deze volledig aardgasvrij te ma-

Stedin beschrijft de impact van de RES op de energie-infra-

nodigde organisatie verder te concretiseren en kwantificeren.

ken, terwijl dit voor rijwoningen van voor 1950 op kan lopen

structuur en geeft een eerste inzicht in de financiële investe-

Hierbij brengen we voor elke gemeente en de regio in beeld

tot € 71.000.30

ringen die hier voor Stedin mee samenhangen.

hoeve van de energieambities en welke capaciteit en middelen

Op dit moment is (landelijke) wet- en regelgeving nog in ont-

p basis van de analyse stelt Stedin dat zij tot 2030 tenminste €

hiervoor beschikbaar zijn.

wikkeling en zijn er onvoldoende subsidies en andersoortige

60 miljoen (scenario laag) en maximaal € 203 miljoen (scenario

(financiële) regelingen om dit soort benodigde investeringen

hoog) aan benodigde investeringen verwachten om hun ener-

voor alle gebouwen te realiseren.

gie-infrastructuur in de Drechtsteden voldoende te kunnen

welke activiteiten er momenteel worden uitgevoerd ten be-

De volgende stap bestaat uit het identificeren van de aanvullende activiteiten (vervolgstappen) die nodig zijn om de

verzwaren. Zeer relevant met betrekking tot deze getallen is

gestelde ambities te realiseren en om dit te kwantificeren naar

Zoals eerder is gezegd, betekent de urgentie van de energie-

dat de impact op het elektriciteitsnet vanuit de warmtetransi-

benodigde capaciteit en middelen. Nadat alles in kaart is ge-

transitie niet dat alles voor deze opgave kan wijken en streven

tie beperkt is ten opzichte van de totale netuitbreidingen. Dit

bracht, wordt gekeken waar er kansen zijn voor publiek-priva-

we nadrukkelijk naar een rechtvaardige energietransitie waar

komt door de inzet op warmtenetten.

te, meervoudig lokale, regionale en provinciale samenwerking

niemand achter blijft. De kosten die netbeheerders (binnen én buiten de Drecht-

om de strategie zo efficiënt en effectief mogelijk uit te voeren. Met oog hierop kiezen wij in deze tussenfase voor een aanpak

steden) ten behoeve van de energietransitie maken, worden

Deze uitwerking zal lokaal leiden tot een bestuurlijk voorstel

waar wij inwoners en bedrijven stimuleren en faciliteren om

doorberekend aan al hun eindgebruikers. Dit betekent dat

aan de gemeenteraad waarin wordt gevraagd om de aanvul-

stappen te zetten waar het nu wel kan of op basis van gelden-

inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties deze

lende middelen beschikbaar te stellen. Dit voorstel zal sterk

de wetgeving noodzakelijk is. Echter maken wij ook bewust

kosten uiteindelijk terugzien op hun energierekening. Dit zal

gerelateerd zijn aan de aanvullende middelen die het Rijk via

een pas op de plaats met betrekking tot stappen die nog niet

samen met de toenemende belasting op aardgas een structu-

het gemeentefonds beschikbaar stelt ten behoeve van de

haalbaar en betaalbaar gezet kunnen worden.

rele verhoging van (woon)lasten tot gevolg hebben. Dit geeft

uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord.

de noodzaak voor systeemefficiëntie weer. Het stimuleren en faciliteren van energiebesparende en iso-

Benodigde investeringen

latiemaatregelen achten wij van groot belang, omdat ener-

Een tweede aandachtspunt voor de gemeenten die aandeel-

giearmoede door de stijgende energieprijzen juist ook op kan

houder zijn van Stedin is de aanwezigheid van voldoende

Investeringskosten gebouwen

treden op het moment dat deze maatregelen niet (kunnen)

investeringsruimte. Dit heeft Stedin nodig om zelf investe-

De energietransitie brengt ook de nodige investeringen aan

worden doorgevoerd.

ringen te doen. Vanwege deze randvoorwaarde hebben alle aandeelhoudende gemeenten eind maart een voorstel van

gebouwen met zich mee. Zo is er voor bedrijven veel verscheidenheid in mogelijkheden en verplichtingen op het gebied van

Investeringskosten netimpact

Stedin ontvangen om collectief een bedrag van € 200 miljoen

energiebesparing, geldt voor veel grote kantoren dat deze per

De elektriciteits- en gasnetten zijn door de energietransitie

aandelenvermogen te storten. De gemeenteraden van de

1 januari 2023 minimaal energielabel C moeten hebben én

ingrijpend aan het veranderen. Om alle ontwikkelingen als

aandeelhoudende gemeenten zullen over dit voorstel moeten

moeten alle gebouwen uiterlijk in 2050 aardgasvrij zijn.

gevolg van de energietransitie te faciliteren en betaalbaar te

besluiten. Relevant met betrekking tot dit voorstel is dat een

houden, is het noodzakelijk om naar het totale energiesysteem

groot deel van het verzorgingsgebied van Stedin buiten het

De investeringskosten per gebouw zijn zeer afhankelijk van de

te kijken. Door de systeemefficiëntie te vergroten, wordt de

gebied van aandeelhoudende gemeenten ligt.

specifieke situatie en zullen variëren op basis van de gekozen

gemiddelde benutting van het net verbeterd.

Een laatste aandachtspunt is dat de benodigde investeringen gevolgen hebben voor het uit te keren dividend. Met oog op

oplossing én de mate waarin ook opwek van energie (zon op

30 Dit is een gewogen gemiddeld van 86 tot 100 fte extra voor G4 gemeenten, 39 tot 49 fte voor G40 gemeenten, 17 tot 19 fte voor middelgrote gemeenten en 8 tot 9 fte voor kleine gemeenten.

71/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

65

het bovenstaande wordt duidelijk dat de eerste gevolgen van-

Stimuleringsmiddelen en fondsvorming

le proces waarin de RES 1.0 is opgesteld, volgt daarom nog

uit de netimpact zich inmiddels al voordoen voor de aandeel-

Met de realisatie van duurzame opwekking van energie en

een lokaal proces om de plannen in het lokale beleid vast te

houdende gemeenten.

isolatiemaatregelen kunnen aanzienlijke investeringen en

leggen. Pas hierna kan door initiatiefnemers een vergunning

werkzaamheden gepaard gaan. Zowel de plaatsing als de

worden aangevraagd om uitvoering te geven aan een passend

Met betrekking tot dit onderwerp roepen wij de Rijksoverheid

inkoop van benodigde materialen levert een bijdrage aan de

project.

op om een stevigere eigen verantwoordelijkheid te nemen in

werkgelegenheid. Daarnaast kunnen duurzame investeringen

dit financiële vraagstuk. Ook roepen we op om de regulering in

voor inwoners, bedrijven en maatschappelijke bedrijven een

De decentrale overheden zijn zelf verantwoordelijk voor deze

het belang van snelle transitie niet teveel over te laten aan de

flinke kostenbesparing opleveren, wat de toekomstbestendig-

borging in de eigen lokale beleidskaders. Die komen op dit

toezichthouder (Authoriteit Consument & Markt).

heid versterkt.

moment onder andere voort uit de Wet ruimtelijk ordening. De borging van de RES 1.0 in het lokale beleid is een proces

Een eigen substantiële bijdrage van het Rijk (al dan niet via

Met oog op het bovenstaande en om de gestelde duurzaam-

waar ruimte is voor lokale bestuurlijke afwegingen en zorgvul-

participatie) in regionale netbeheerders is noodzakelijk. De

heidsambities te realiseren, is het een overweging om vanuit

dige afstemming met ambities uit aangrenzende domeinen.

netbeheerders en het financiële reguleringssysteem dat op

de overheden stimuleringsmiddelen in te zetten, deel te ne-

hen van toepassing is, passen niet bij de opgave van de ener-

men in energiecoöperaties of fondsen vorm te geven. Dit om

Zo zal in de gemeente Papendrecht bij de borging van het uit-

gietransitie én is nu nog teveel geënt op zeer lage rente, net-

energieopwekking en andere duurzame investeringen aan te

werkingsgebied zon langs de Betuwelijn nadrukkelijk rekening

onderhoud en kleine netuitbreidingen. Ook is het van belang

jagen. Bijkomend voordeel is dat de lokale overheden hier-

worden gehouden met het amendement ‘niet bouwen boven

dat het Rijk op een gebalanceerde manier invulling geeft aan

mee meer regie kunnen pakken en er bijvoorbeeld op kunnen

de A15’ dat op 21 januari door de gemeenteraad is aangeno-

benodigde investeringen voor de verschillende energie-infra-

sturen dat zoveel mogelijk investeringen lokaal of regionaal

men.

structuren voor waterstof, elektriciteit en warmte.

bijdragen aan de economie en arbeidsmarkt. Omgevingswet

De transitie naar andere vormen van energiegebruik heeft ook

Besluitvorming over aanvullende financiële middelen

Met de invoering van de Omgevingswet wil de overheid de

desinvesteringen in gasnetten als gevolg. Dit vergt dan ook

Besluitvorming over aanvullende activiteiten en financiële

regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en sa-

adequate compensatie door het Rijk om te voorkomen dat de

middelen loopt altijd volledig via de lokale besturen en bij

menvoegen. Met de Omgevingswet komen alle onderwerpen

financiële gevolgen ervan onevenredig bij netbeheerders, hun

voorkeur via de reguliere planning & control cyclus. Financiële

uit de fysieke leefomgeving samen. Thema’s als gezondheid,

klanten en lokale overheden neer slaan.

consequenties kunnen bovendien per organisatie verschillen

veiligheid, geluid, natuur, bouw en water maken integraal

omdat ze afhankelijk zijn van de lokale bestuurlijke afwegingen

onderdeel uit van de Omgevingsvisies en beleid.

Aandeelhouderspositie HVC

en keuzes. Of en hoeveel middelen er ter beschikking worden

Ontwikkeling van warmtenetten is vanwege de aandeelhou-

gesteld, blijft dus nadrukkelijk een lokale bestuurlijke afweging.

De Omgevingswet biedt ook het kader om te sturen op de

derspositie van gemeenten in HVC ook een financieel aan-

maatschappelijke opgaven. De vier meest omvangrijke maat-

dachtspunt. HVC heeft namelijk een financieringsstructuur

schappelijke opgaven met een grote ruimtelijke impact zijn:

waarbij alle aandeelhoudende gemeenten tot dusver risicodrager zijn voor de financiering van de onderneming. Het gevolg van benodigde investeringen is dat de zelfstandige

12.3 Borging lokaal beleid / Inpassing in de Omgevingswet

financierbaarheid van HVC tenminste enkele jaren opschuift.

klimaatadaptatie, landbouwhervorming, de verstedelijkingsopgave en de energietransitie.31 De inzet van nieuwe energiesystemen zoals zonneweides,

Bovendien is nog niet bekend wat de effecten van de nieuwe

Huidige lokale regels en beleidskaders

windturbines op land, aardgasvrije wijken en bodemener-

Warmtewet en de daarbij horende regulering zullen zijn. Deze

De plannen uit de RES 1.0 kunnen pas worden uitgevoerd

gie heeft een impact op de fysieke, sociale en economische

ontwikkelingen worden nauwlettend gevolgd.

nadat ze zijn vastgelegd in het gemeentelijke en provinciale

leefomgeving. Dat vraagt om keuzes over hoe we die fysieke

beleid en de regels voor de leefomgeving. Op het regiona-

leefomgeving willen benutten of juist beschermen.

31 https://www.collegevanRijksadviseurs.nl/projecten/panorama-nederland

72/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

66

g in el Monitoring & evaluatie

Omgevingsvergunning / Projectbesluit

erk rw

Programmatische aanpak

oo

oe

welke wijze we elkaar ondersteunen en versterken.

gebouwen of een doelstelling voor te benutten dakoppervlak-

Het Groene Hart

te voor duurzame energieopwekking. Uiteindelijk zal in de

Het gebied aan de noordzijde van de Betuwelijn is onderdeel

omgevingsplannen de einddatum voor aardgas per gebied

van het Groene Hart. Dit is een internationaal uniek gebied,

worden opgenomen.

bestaande uit veel verschillende landschappen met bijzondere delen, drie provincies en zeven RES-regio’s. De aanwezigheid

Instructieregels

Ui

tv

Het omgevingsplan maakt maatwerkvoorschriften mogelijk.

kwaliteiten. Het Groene Hart strekt zich uit over twee lands-

Programma’s Algemene regels

in contact met onze buurregio’s om vast te stellen waar en op

Omgevingsvisie / Omgevingswaarden

in g

Toezicht & handhaving

• Omgevingsplannen Bijvoorbeeld via een strenge energieprestatie-eis voor nieuwe

ng eli kk

Ter ug ko pp

Bele ids on tw i

i

d ds

12.4 Afstemming buurregio’s en het Groene Hart

van dit gebied is belangrijk voor de leefbaarheid van de gehele Randstad. Zowel in het provinciale beleid als in het Rijksbeleid wordt het belang van dit gebied benadrukt. Het noordelijk deel van RES-regio Drechtsteden sluit aan op RES-regio Alblasserwaard en ligt in het Groene Hart.

Afstemming buurregio’s Onze regio grenst aan de RES-regio’s Alblasserwaard, Metropool Regio Rotterdam Den Haag en West-Brabant. Verschillen-

De energietransitie vraagt om een integrale benadering en

de waterwegen en de corridors A15 en A16 doorkruisen meer-

een passende weging van belangen. Dat speelt des te meer

dere van deze regio’s. Ten behoeve van de energiestrategie

in kwetsbare gebieden met een unieke ruimtelijke kwaliteit.

is afstemming met onze buurregio’s daarom van belang. Dit

Zonder passende afstemming kunnen veel gelijktijdige ontwik-

richt zich op het verkennen van de mogelijkheden van cluste-

kelingen leiden tot onsamenhangende keuzes. De energietran-

De RES 1.0 krijgt een plaats in de instrumenten van de

ring van grootschalig zon en wind én de zorgvuldige inpassing

sitie in het Groene Hart vraagt daarom om een zorgvuldige

beleidscyclus van de Omgevingswet waaronder:

hiervan. Dit is concreet aan de orde bij het uitwerkingsgebied

afweging. Als RES-regio hebben we een verantwoordelijkheid

zon langs de A15, het uitwerkingsgebied zon langs de Betu-

om keuzes met regio-overstijgende effecten af te stemmen

• Omgevingsvisies

welijn en het aan te houden onderzoeksgebied voor wind bij

met omliggende RES-regio’s. Deze afstemming is gericht op

In de omgevingsvisie leggen de gemeenten, provincie en

Avelingen.

een goede kwaliteit van de leefomgeving en op het voorkomen

rin

le Be

g

Afbeelding 34: Beleidscyclus van de Omgevingswet

van afwenteling.

waterschappen hun ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. Door als overheden

Ook heeft afstemming betrekking op het efficiënt benutten

gezamenlijk met elkaar te praten en kennis te bundelen, ont-

van de netcapaciteit. Waar er uitbreiding noodzakelijk is, zullen

Het bestuurlijk Platform Groene Hart heeft de drie Provinciaal

staat een overzicht van de risico’s, kansen, belangen en afwe-

we kijken of we samen met de buurregio’s kunnen optrekken.

Adviseurs Ruimtelijke Kwaliteit (PARK’s) gevraagd om op basis

gingen per gebied. Voor energie staan er strategische keuzes

Op deze wijze gaan we zorgvuldig om met ons landschap en

van de concept-RES’en van de zeven regio’s die (deels) in het

in voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen

zetten we in op lage maatschappelijke kosten voor de investe-

Groene Hart liggen aan te geven hoe de zoekgebieden zich

op hun grondgebied.

ringen in netcapaciteit.

verhouden tot de kwaliteiten van het gebied en waar kansen liggen om de verschillende RES-plannen op elkaar af te stemmen, zodat deze elkaar versterken.

• Programma’s

Een ander punt waarover we afstemming zoeken, is de we-

In programma’s krijgt de omgevingsvisie een concrete uit-

derzijdse maatschappelijke participatie. Met onze buurregio’s

werking met een samenhang aan projecten en initiatieven.

hebben we contact over het betrekken van elkaars inwoners

Het advies bevat vijf hoofdpunten, die zijn gebruikt in het con-

Bijvoorbeeld voor het stoppen met aardgas (‘uitfaseren’ van

bij locaties die gevolgen hebben voor de leefomgeving buiten

cretiseringsproces van de zoekgebieden:

aardgas; aardgasvrije wijken).

de eigen RES-regio. Bij het vervolg van de RES 1.0 blijven we

1.

Kijk over grenzen, zie het Groene Hart als geheel;

73/319

Inleiding

Deel I Energiegebruik

Deel II Energiebronnen

Deel III Energiesysteem

Vervolg

67

2. 3. 4. 5.

Respecteer de verscheidenheid; investeer in ruimtelijke

“Een burgerberaad laat inwoners politici helpen om beslissin-

namelijk investeringen in de infrastructuur voor elektriciteit,

kwaliteit;

gen te nemen over complexe - vaak polariserende - onderwer-

(hernieuwbaar) gas en warmte nodig. De huidige systematiek

Verbind de energie-opgave aan andere grote opgaven en

pen. Een groep gelote burgers doet, op basis van uitgebreide

gaat uit van reguliere vervanging van bestaande kabels en

kom zo tot integrale gebiedsperspectieven;

informatie en overleg, aanbevelingen over beleid.”

leidingen en de gebruikelijke uitbreidingen. Dit systeem heeft

Een goed georganiseerd energienetwerk helpt heldere

meerdere decennia goed gewerkt, maar is niet meer toerei-

ruimtelijke ontwikkeling – en omgekeerd;

In het proces naar de RES 2.0 en 2030 blijven we in de Drecht-

kend. Er moeten voortijdig investeringen worden gedaan in de

Gebruikmakend van de RES-documenten is een poging ge-

steden realistisch en nuchter in onze energietoekomst die

verzwaring van kabels, opslag en aanleg van warmtenetten.

daan zoekgebieden te vinden in de vorm van een serie van

aansluit bij de mogelijkheden van onze regio, maar ook bij de

testbeelden en afwegingsprincipes. De testbeelden zijn

wensen en ideeën van onze inwoners. Een brede campagne

De ontoereikende financieringssystematiek raakt ons direct

bedoeld om grip te krijgen op de opgave op de bovenregi-

maakt onderdeel uit van de participatie én bewustwording

vanuit onze deelnemingen in de netbeheerder voor gas en

onale schaal en om te laten zien dat een samenhangend

over het belang van de energietransitie.

elektriciteit en in het warmtebedrijf. Om de infrastructuur

beeld kán ontstaan en er dus iets te kiezen valt.

tijdig en betaalbaar te realiseren, zijn er nieuwe financieringsvormen nodig om de oplopende investeringen te bekostigen.

Dit advies geeft voeding voor het verder concretiseren en uitwerken van de zoekgebieden én het vasthouden van de

12.6 Aansluiting nationale programma’s

Het gaat om een nationaal vraagstuk dat in het verlengde ligt van de aansluiting van nationale programma’s op de RES’en.

samenwerking met de andere omliggende energieregio’s en het Groene Hart.

Energie-infrastructuur: investeringsruimte en integrale doorkijk 2050 We verwachten van het Rijk dat de RES’en en de nationale programma’s goed op elkaar aansluiten en op elkaar invoeren. Wij

12.5 Draagvlak

12.7 Beperken van de opwarming van de aarde

willen daar actief aan bijdragen. We willen zicht krijgen op de hoogte van de benodigde investeringen, de beschikbare inves-

Deze RES 1.0 geeft invulling aan de afspraken in het Klimaa-

Om te komen tot de RES 1.0 hebben we een intensief partici-

teringsruimte en de wijze waarop deze investeringsruimte kan

takkoord, waarbij de RES-regio’s samen 35 TWh elektriciteit

patietraject doorlopen en met veel stakeholders gesproken.

worden vergroot. Ook willen we bekijken welke geldstromen

grootschalig opwekken en 1,5 miljoen woningen verduur-

Uitgangspunt was dat we stappen nemen die draagvlak heb-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/273/documents/5907