Voorstel Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0 - Voorstel.pdf
Tekst van het document
naast elkaar plaatsvinden (20);
• Een zonneveld mag geen ecologische barrière 2 opwerpen,
land | Publicatie | Klimaatakkoord13) opgesteld. Deze is vooral
24
8 18 • Bestaande ecosystemen mogen geen negatieve invloed
P
6 ervaren van zonnepanelen. Indien mogelijk moet de plaat-
maar moet in haar inrichting bestaande of gewenste ecolo-
van toepassing op zonneparken. De drie basisprincipes en de
gische corridors versterken en/of aanhalen (13);
spelregels voor procesparticipatie en financiële participatie zijn
• De inrichting van een zonneveld in de buurt van een natuur-
sing van zonnepanelen ecologische19waarden versterken 5
4
echter ook goed toe te passen op zon in restruimten:
P of toevoegen, bijvoorbeeld door toevoeging van drijvende
gebied moet worden ingericht zodat de biodiversiteit en/of
ecologische eilanden;
ecologische waarde verhoogd9wordt. Dit kan bijvoorbeeld
1.
gerealiseerd worden door voldoende afstand tussen de
Betrekken van omwonenden in de keuzes over het plan, het
panelen en begroeiing te garanderen.
ontwerp en de mogelijkheid financieel te participeren.
7
• Houdt bij plaatsing rekening met het recreatieve zicht op de 14
panelen. Zorg voor een zicht op de panelen en niet eronder 16
(21);
1
Samen met stakeholders
15
• Zorg bij plaatsing van zonnepanelen14op water voor voldoende rustplaats voor trekvogels (22);
Wat de wensen ten aanzien van een park zijn is iets wat van geval tot geval verschillend zal zijn. De sector zal werken met
11
• Plaats geen zonnepanelen op het vaarnetwerk (23).
een op het project afgestemde vorm van procesparticipatie. Bij
20
17
• Nadrukkelijk wordt aansluiting gezocht bij de criteria die de
ieder project denken de stakeholders inclusief inwoners uit de
21
waterschappen willen stellen P vanuit hun P bevoegdheid als
13
waterbeheerder om geen hinder te veroorzaken aan ande-
omgeving vanaf het begin mee over de locatie, vormgeving en
22
ontwikkeling van het beoogde zonneveld.
10
re functies (vaarwegen /recreatie /natuur /waterbeheer / 12
ecologie).
2.
Meerwaarde omgeving
Door een goede locatiekeuze en vormgeving meerwaarde
23
bieden aan de omgeving: de natuur ter plekke zal erop vooruit
Afbeelding 17: Visualisatie criteria restruimte natuurgebied
moeten gaan; omwonenden zullen mee kunnen profiteren.
13 https://hollandsolar.nl/u/files/gedragscode-zon-op-land.pdf
41/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
35
Naast economische motieven voor ontwikkelaar en grondei-
ders. Dit doen zij vanaf het begin van de ontwikkelfase van
scherp vastgelegd. Dit is ook geen zaak voor uniforme regels
genaar spelen er voor de omgeving andere belangen, zoals
een concreet project. Wat dat betekent zal van geval tot geval
maar iets dat per project vorm kan krijgen. De gedachte dat
landschap, biodiversiteit en (financiële) waarde voor de om-
verschillend zijn, gezien de verschillen tussen de gebieden en
omwonenden de mogelijkheid krijgen om financieel te inves-
geving. Zonneparken bieden, mits goed vormgegeven op een
wensen van de stakeholders.
teren en daarmee mee te profiteren en mee te doen aan de
goed gekozen locatie ook een kans om de omgeving mooier
energietransitie staat centraal. Meer informatie over financiële
en voor de natuur waardevoller te maken. De sector neemt
Financiële participatie
het principe op zich dat, in overleg met stakeholders, het
Rond het onderwerp ‘participatie’ verwelkomen de onderteke-
zonneveld per saldo een verbetering voor de landschappelijke
nende partijen van de gedragscode zon op land14 de afspraken
en natuurwaarde van het gebied betekent. Deels zal dit per
uit het Klimaatakkoord, zoals hier letterlijk verwoord:
definitie subjectief zijn; in de ogen van de omgeving. Waar mo-
• ‘De initiatiefnemer doorloopt een proces om te komen tot
participatie is te vinden in afbeelding 29.
8.5 Vervolgaanpak
gelijk wordt dit geobjectiveerd; bijvoorbeeld met een meetbare
een wenselijke en haalbare vormgeving van participatie. Het
toename aan biodiversiteit.
gaat hierbij om de participatiewaaier; dit kan zijn procespar-
Ons doel is om in 2030 tenminste 0,02 TWh (22,1 hectare) aan
ticipatie, financiële participatie, financiële obligaties, eigen-
duurzame elektriciteit op te wekken met zonnepanelen in
domsparticipatie, een omgevingsfonds of een combinatie
restruimten. Om de mogelijkheden te onderzoeken zijn loca-
Zorgen dat het oorspronkelijk grondgebruik desgewenst mo-
hiervan. Het bevoegd gezag controleert dat initiatiefnemers
ties geïnventariseerd en is een kansenkaart ten behoeve van
gelijk blijft na de levensduur van het zonnepark, zowel planolo-
en omgeving hierover het gesprek aangaan. Afspraken met
het vervolgproces opgesteld.
gisch als fysiek (geen afval, vervuiling; goede bodemkwaliteit).
de omgeving worden bij voorkeur vastgelegd in een omge-
Het derde principe is dat de zonneparken zo zijn inricht dat er
vingsovereenkomst. Op basis hiervan wordt er een pro-
In de regio hechten we bij de totstandkoming van zonneparken
geen onomkeerbare ontwikkeling plaatsvindt. Het oorspron-
jectplan gemaakt waarin wordt beschreven hoe binnen het
in restruimten grote waarde aan goede landschappelijke en
kelijke of een ander grondgebruik moet, indien gewenst door
project de participatie optimaal wordt ingericht.
ecologische inpassing, het betrekken van omwonenden en de ne-
3.
Oorspronkelijk grondgebruik mogelijk
grondeigenaar én bevoegd gezag, na het zonneveld weer mo-
• Om de projecten voor de bouw en exploitatie van hernieuw-
timpact op het elektriciteitsnet en mogelijkheden voor financiële
gelijk zijn; zowel beleidsmatig als fysiek. Daarbij hoort ook dat
bare energie op land in de energietransitie te laten slagen,
participatie. Voorstellen zullen daar mede op worden getoetst.
er geen vervuiling optreedt of dat er spullen achterblijven.
gaan in gebieden met mogelijkheden en ambities voor hernieuwbare opwekking partijen gelijkwaardig samenwer-
Na vaststelling van de RES 1.0 volgt inventarisatie van initiatie-
Projectparticipatie
ken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie van een project.
ven en borging van de in dit hoofdstuk behandelde minimum-
De kwaliteit van een duurzaam energieproject bestaat uit een
Dit vertaalt zich in evenwichtige eigendomsverdeling in een
eisen en criteria voor duurzame opwekking in restruimten in
technisch optimale inpassing in een gebied met eigen kenmer-
gebied waarbij gestreefd wordt naar 50% eigendom van de
het lokale en provinciale beleid (omgevingsvisies). Hierbij vindt
ken en waarden. Door het organiseren van projectparticipatie
productie van de lokale omgeving (burgers en bedrijven).
nadere afstemming met aangrenzende domeinen en een na-
kunnen stakeholders inclusief omwonenden bijdragen aan het
Investeren in een zon –en/of windproject is ondernemer-
dere lokale bestuurlijke afweging plaats en worden de criteria
ontwerp door specifieke (gebieds-)kennis in te brengen. De
schap. Dat vergt ook mee-investeren en risicolopen. Het
nader uitgewerkt. Vervolgens zullen de gemeenten een regis-
initiatiefnemer organiseert de participatie met de omgeving
streven voor de eigendomsverhouding is een algemeen
serende rol op zich nemen om grondeigenaren en potentiële
zodat omwonenden en belanghebbenden in staat zijn om ge-
streven voor 2030. Er is lokaal ruimte om hier vanwege
initiatiefnemers te stimuleren om voorstellen in te dienen en
ïnformeerd mee te doen aan het proces. De ondertekenende
lokale project-gerelateerde redenen van af te wijken.’
onder de geldende voorwaarden zonneparken te realiseren.
partijen van de gedragscode hechten aan het gelijkwaardig en in vertrouwen optrekken van energiecoöperaties, commerciële
De exacte vorm van de financiële participatie en de defini-
ontwikkelaars, inwoners in de omgeving en andere stakehol-
ëring van ‘de lokale omgeving’ is met het Klimaatakkoord niet
14 Het gaat om de brancheorganisatie Holland Solar. Dit is een samenwerking tussen verschillende organisaties.. Samen vertegenwoordigen ze meer dan twee miljoen Nederlanders, 400 energiecoöperaties, 1000 lokale natuuren milieugroepen, vele bewonersgroepen en 170 bedrijven in de zonne-sector.
42/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
36
9 Grootschalige opwekking van duurzame energie
uitwerking van een specifiek initiatief moet aan
in de toekomst te onderzoeken of in dit gebied
deze criteria worden voldaan en moet aandacht
kleinere windmolens met een as-hoogte van circa
besteed worden aan de koppelkansen. Hoe de
35 meter geplaatst kunnen worden. Deze windtur-
e Drechtsteden zetten maximaal in op ener-
initiatieven worden beoordeeld, staat beschreven
bines vallen niet onder grootschalige opwekking
giebesparing en zon op dak. Daarnaast
in de spelregels (zie paragraaf 9.4).
met wind. Dit onderzoeksgebied staat om die
9.1 Inleiding
D
reden niet vermeld op de onderstaande kaarten.
hebben we een kader gecreëerd om restruimten in onze regio effectief te benutten. We hebben
Er is ook een onderzoeksgebied aangewezen voor
echter ook een aantal plekken in de regio die zich
grootschalig zon en/of wind (zie afbeelding 18). Het
De aangewezen gebieden sluiten aan op verschil-
in potentie lenen voor grootschalige opwekking
betreft een gebied aan de oostzijde van Hardinx-
lende snelwegen en spoorwegen. Door aan te slui-
van zonne- en windenergie (zon en wind). Aan de
veld-Giessendam en sluit aan op een mogelijke
ten bij deze infrastructuur wordt de open groene
ontwikkeling van deze gebieden worden specifieke
locatie voor wind op bedrijventerrein Avelingen
ruimte zo veel mogelijk gespaard en vrijgehouden.
eisen gesteld, die aansluiten bij het landschap en Zon
Opbrengst
Wind
Opbrengst
Opbrengst totaal
Uitwerkingsgebied
ha
TWh/jr
Turbines
TWh/jr
TWh/jr
Kijfhoek
30
0,029
0
0
0,029
Zon en wind westzijde A16
8
0,008
1
0,01089
0,018
Zon Betuwelijn A15
55
0,052
0
0
0,052
strook langs de Betuwelijn en een gebied langs de
Zon A15
10
0,010
0
0
0,010
A15 (zie afbeelding 18).
Subtotaal uitwerkingsgebieden
103
0,098
1
0,01089
0,109
Subtotaal restruimten
22
0,021
0
0
0,021
125,1
0,119
1
0,011
0,130
erop gericht zijn om ook kwaliteit aan het gebied toe te voegen. Voor grootschalige opwekking van zonne- en windenergie zijn vier nieuwe uitwerkingsgebieden en een onderzoeksgebied aangewezen. De uitwerkingsgebieden bevinden zich aan de noordzijde van Kijfhoek, aan de westzijde van de A16, een
De gebieden die eerder door de provincie in de Visie Ruimte en Mobiliteit (2018) zijn aangewezen als
Totaal
geschikte locaties voor wind zijn niet in het participatief ontwerpend onderzoek meegenomen. Dit
Tabel 1: Jaarlijkse energieproductie uit zon en wind in uitwerkingsgebieden en restruimten
omdat voor de locaties Groote Lindt (Zwijndrecht) en Oosteinde (Papendrecht) al eerder is gebleken
(Gorinchem, RES-regio Alblasserwaard). Dit gebied
De ontwikkelingen voor grootschalige opwekking
dat hier geen draagvlak voor is. In Dordrecht wordt
wordt mogelijk op een later moment verder onder-
van zon en wind langs infrastructuur kunnen daar-
op de locatie Krabbegors één windmolen gereali-
zocht en vormgegeven.
naast een positieve bijdrage leveren aan het landschap. De criteria zijn gericht op groene inpassing,
seerd. Daarnaast is er een onderzoeksgebied voor klein-
het behoud van openheid en het toevoegen van
In de uitwerkingsgebieden is realisatie van groot-
schalige windenergie in Sliedrecht. Voor groot-
waarden ten aanzien van recreatie en ecologie.
schalige zonne- of windenergie in principe onder
schalige windenergie is dit onderzoeksgebied niet
voorwaarden mogelijk. Per uitwerkingsgebied
kansrijk vanuit het oogpunt van landschap, partici-
Op basis van het ‘middenscenario’ kan in de
zijn criteria vastgesteld en worden koppelkansen
patie, belemmeringen en netaansluiting. Gemeen-
Drechtsteden 0,13 TWh per jaar aan elektriciteit
en spelregels voor de uitwerking gegeven. Bij de
te Sliedrecht wil de mogelijkheid openhouden om
worden opgewekt met grootschalig wind en zon in
43/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
37
Afbeelding 18: Uitwerkingsgebieden en onderzoeksgebied voor grootschalige opwekking van elektriciteit met zon en/of wind
44/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
38
oWindturbines moeten gecertificeerd zijn conform NEN-
agrarische gebied richting het rangeerterrein. Zonne-energie
EN-IEC-61400;
is hier landschappelijk goed in te passen doordat het gebied
Er is een toetsingsplicht voor radarverstoring (Regeling
aansluit op het spoor.
algemene regels ruimtelijke ordening);
Het doel is om 20%-30% van het uitwerkingsgebied in te zetten
Bij windprojecten van meer dan 15 MW moet een mi-
voor zon, met een opwekking van 0,019-0,031 TWh. Dit komt
gekomen is beschreven in Bijlage H Onderzoekstraject zoekge-
lieueffectrapportage gemaakt worden (Besluit m.e.r.).
overeen met circa 20 tot 32 hectare aan zonneveld. Voor
bieden.
Onder 15 MW dient een m.e.r.-beoordeling te worden
projecten van meer dan 10 MW zijn er momenteel nog twee
uitgevoerd.
beschikbare aansluitingen en 60 MW vermogen op het tussen-
uitwerkingsgebieden en restruimten (zie tabel 1).
-
Op de volgende bladzijden staan de overzichtskaarten van de uitwerkingsgebieden en van de aan te houden zoekgebie-
-
den. Vervolgens wordt per gebied een toelichting gegeven. Hoe deze uitwerkings- en onderzoeksgebieden tot stand zijn
-
spanningsstation (TS) Walburg.
Criteria voor de ontwikkeling van uitwerkingsgebieden We hanteren drie soorten criteria. Ten eerste zijn er minimumcriteria, waar elk project op grond van wet- en regelgeving aan moet voldoen (hieronder). Ten tweede is er voor elk uitwerkingsgebied een set criteria die aansluit bij de unieke karakte-
9.2 Uitwerkingsgebied voor zon bij Kijfhoek
Criteria Zonnevelden in dit uitwerkingsgebied kunnen bijdragen aan een goede landschappelijke inpassing van het rangeerterrein en de kassen. De zonnevelden moeten hiervoor met een
ristieken van dat gebied (hoofdstuk 9.2, 9.3 en 9.4). Ten derde Uitwerkingsgebied Kijfhoek ligt in de gemeente Zwijndrecht.
groene omzoming afgeschermd worden. De openheid van het
Het gebied ligt ten noorden van het rangeerterrein en wordt
gebied moet zo goed mogelijk in stand gehouden worden.
Minimumcriteria
momenteel gebruikt voor landbouw en glastuinbouw (zie
Om dit te bereiken zijn de volgende criteria voor ontwikkeling
Alle initiatieven voor duurzame opwekking van elektriciteit
afbeelding 20). Vanaf de Langeweg (aan de noordzijde en
geformuleerd:
dienen aan de Nederlandse wet- en regelgeving te voldoen. Bij
parallel aan het rangeerterrein) is er zicht over het veelal open
zijn er spelregels met criteria voor participatie (hoofdstuk 9.7).
• Omdat in de buurt maar één aansluiting beschikbaar is,
een vergunningaanvraag wordt hier op getoetst. Hier komen onder andere de volgende onderdelen terug:
dient hiervan maximaal gebruik te worden gemaakt. Daar-
• Nieuwe ontwikkelingen mogen geen afbreuk doen aan
om moet een initiatief of samenwerking van initiatieven voor zonne-energie minstens 20 MWp groot zijn.
beschermde natuurgebieden of beschermde soorten (wet
• De polderstructuur dient in stand te blijven:
Natuurbescherming);
-
• Er moet voldaan worden aan de eisen met betrekking tot
De verkavelingsstructuur dient in stand te worden gehou-
beschermingszones rondom infrastructuur, zoals wegen,
den. Slootstructuren kunnen daarbij een ruimtevormende
spoor, hoogspanning en dijken (zie ook Bijlage E Landschap
structuur zijn waarlangs groenstructuren of rietstructuren
en ruimtegebruik);
de kavelrichting van de polder benadrukken. -
• Er moet gezorgd worden voor (behoud van) een goede wa-
Bestaande watergangen en groenstructuren moeten
terhuishoudkundige situatie in het gebied (bijvoorbeeld via
behouden blijven en kunnen vorm en richting geven aan
de Watertoets). Hier moet o.a. gelet worden op behoud van
ontwikkeling van zonnevelden. • Zichtlijnen over de polder dienen behouden te blijven;
waterbergend vermogen;
-
• Er moet gekeken worden naar het effect op archeologische
worden gehouden;
en cultuurhistorische waarden (Erfgoedwet); -
• Specifiek voor windenergie: -
Direct achter woningen aan de Langeweg dient minimaal 250 meter vrij zicht over de polder te blijven.
Er moet voldaan worden aan milieunormen, zoals geluid -
(Wet geluidhinder), slagschaduw en veiligheid (Activiteitenbesluit en Activiteitenregeling milieubeheer);
De zichtlijnen vanuit de woningen dienen in stand te
Dit geldt ook voor de kavels naast woningen. Deze dienen aan de straatzijde vrij te blijven, zodat het woonlint
Afbeelding 19: Uitwerkingsgebied Kijfhoek
45/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
39
niet dichtgezet wordt en zichten op de polder en parallel -
-
De groene inpassing kan worden gekoppeld met water-
aan de Langeweg behouden blijven.
structuren en recreatieve ontsluiting. Tegen het rangeer-
Daar waar geen bebouwing aan de Langeweg staat, kan
terrein kan dit resulteren in een recreatieve, groen-blau-
een zonneveld tot aan de Langeweg reiken, mits met
we structuur die enerzijds de zonnepanelen en het
groen ingepast.
rangeerterrein uit het zicht haalt en anderzijds een
• Zonnevelden dienen aan te sluiten op het spoor/het ran-
nieuwe recreatieve verbinding vormt die aan kan sluiten
geerterrein, zodat het spoor ingepast wordt in de omgeving.
op bijvoorbeeld het Waalbos en bestaande recreatieve/
Een zonneveld dient gecombineerd te worden met groene
educatieve functies in de omgeving.
vegetatie en/of waterstructuur (‘groen-blauwe structuur’),
• Zo mogelijk dient in extra waterberging te worden voorzien;
zodat het zicht op het rangeerterrein vanaf de Langeweg
• Zo mogelijk dient de ecologie te worden versterkt.
substantieel wordt verminderd of weggenomen.
Aanvullend zijn er diverse andere maatregelen waarmee in de
• Zonnevelden dienen met groen te worden ingepast:
uitwerking maatschappelijke meerwaarde kan worden bereikt.
-
De landschappelijke inpassing dient aan te sluiten bij het
Deze kansen zijn weergegeven in Bijlage H Onderzoekstraject
landschapstype van de polder. Dit kan bijvoorbeeld door
zoekgebieden. Bij de uitwerking streven we naar de hoogst
middel van groenstructuur in de vorm van bosschages
haalbare maatschappelijke meerwaarde. Bovenstaande koppel-
met bomen, sloten/waterlopen met rietstroken met een
kansen kunnen in de uitwerkingsfase worden meegenomen.
minimale breedte van 8 meter. -
Door de groene inpassing en plaatsing van zonnevelden met bestaande glastuinbouw/ kassenbouw te combineren kunnen deze eveneens beter ingepast worden in het landschap.
Afbeelding 20: Uitwerkingsgebied voor zon en wind A16 westzijde
9.3 Uitwerkingsgebied voor zon en wind A16 westzijde
• Ontwikkelingen dienen ecologische waarde in het gebied te verhogen.
Het doel is om 25% van het uitwerkingsgebied in te zetten voor zon, met een opwekking van 0,008 TWh per jaar. Dit komt overeen met circa acht hectare aan zonneveld. Windenergie
Ten westen van de A16 is een uitwerkingsgebied voor zon en
wordt met inachtneming van de Dordtse structuurvisie wind
wind aangewezen. Dit gebied zit ingeklemd tussen de A16,
in dit uitwerkingsgebied op voorhand niet uitgesloten. Dit uit-
De provincie ziet Kijfhoek als een groene buffer (bescher-
Rijksstraatweg en de uitbreiding van bedrijventerrein Dordtse
werkingsgebied is in samenhang met de huidige Structuurvisie
mingscategorie 2). Het is daarom nodig om een integrale
Kil (zie afbeelding 21). Op de Dordtse Kil staan al vier windtur-
Windenergie Dordrecht.
verkenning met behulp van een ontwerpend onderzoek uit te
bines langs het water. Ook is er een zonnepark op een aanwe-
voeren. Hierbij wordt samen met de bewoners, gekeken naar
zige vuilstort aangelegd. Een vijfde windmolen is in ontwikke-
Aansluiting op het elektriciteitsnet is momenteel alleen mogelijk
de daadwerkelijke mogelijkheden die passen bij een plek met
ling op Duivelseiland. De A16 profileert zich daarmee als een
voor tussenspannings- (TS) station Sterrenburg. Hier is nog één
deze functie.
duurzame entree tot de Drechtsteden.
aansluiting beschikbaar voor maximaal 60 MW. Een eventueel windpark kan ook hierop aangesloten worden. Door ‘cable-poo-
Koppelkansen
Het industriële karakter rondom het uitwerkingsgebied biedt
ling’15 kan een kleiner zonneveld in combinatie met windenergie
De aanleg van zonnevelden creëren koppelkansen voor de
kansen voor verdere ontwikkeling. In de omgeving zijn echter
economisch aangesloten worden op TS Sterrenburg.
omgeving. Enkele geïdentificeerde koppelkansen voor uitwer-
ook nog oude landschappelijke structuren aanwezig, zoals de
kingsgebied bij Kijfhoek zijn:
beplante Rijksstraatweg en agrarische slotenverkaveling. Hier
Criteria
• Zo mogelijk dienen recreatieve routes door het gebied te
zijn ook ecologische waarden aanwezig.
Nieuwe zonnevelden in dit uitwerkingsgebied dienen aan te
worden aangelegd;
sluiten bij de bedrijfsactiviteiten en infrastructuur. Hierbij kan
15 ‘Cable-pooling’: de kabel voor de netaansluiting wordt ingezet voor meerdere stroomopwekkende bronnen, zoals fotovoltaïsche zonne-energie en windturbines.
46/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
40
een zonneveld duidelijk groen toevoegen en de historische
te verhogen.
9.4 Uitwerkingsgebied zon langs Betuwelijn
structuren van de polder en bebouwingslinten benadrukken.
Indien er windenergie wordt toegevoegd moet dit passen
Om dit te bereiken gelden de volgende criteria voor ontwikke-
binnen kaders van de door de gemeenteraad van Dordrecht
ling:
op 22 maart 2016 vastgestelde Structuurvisie Windenergie
• De polderstructuur blijft in stand:
Dordrecht. Hier is aangegeven dat medewerking aan mogelijke
De Betuwelijn is de scheidslijn tussen de verstedelijking van
De verkavelingsstructuur dient in stand te worden ge-
initiatieven in het middengebied op Dordtse Kil IV (DK IV) kan
de Drechtsteden en het Groene Hart (zie afbeelding 21). Het
houden. Slootstructuren kunnen daarbij een ruimtevor-
worden verleend, mits deze zijn gekoppeld aan de toekom-
gebied ten noorden van de spoorlijn heeft een belangrijke
mende structuur zijn waarlangs groen- of rietstructuren
stige uitgifte (bedrijfsgebonden) en voldoen aan een aantal
functie in de regio als uitloopgebied en wordt gewaardeerd
de kavelrichting van de polder benadrukken;
voorwaarden. Gezien de duurzaamheidsdoelstellingen van DK
vanwege het open landschap. Daarom is het originele zoekge-
Bestaande watergangen en groenstructuren dienen be-
IV staat gemeente Dordrecht open voor initiatieven.
bied flink ingeperkt en geconcentreerd als uitwerkingsgebied
-
-
houden te blijven en kunnen vorm en richting geven aan Koppelkansen
lijn passen in het landschap zonder de openheid aan te tasten.
De aanleg van zonnevelden creëert koppelkansen voor de
Dit biedt ook kansen om het zicht op de Betuwelijn te vermin-
De landschappelijke inpassing dient aan te sluiten bij het
omgeving. Enkele geïdentificeerde koppelkansen voor uitwer-
deren en de overgang tussen stedelijk en groen te verbeteren.
landschapstype van de polder. De landschappelijke in-
kingsgebied A16 zijn:
passing kan bestaan uit: een groenstructuur in de vorm
• Koppel windturbines en zonnevelden aan parkmanagement
Om ruimte te houden voor onder andere zorgvuldige afstem-
van bosschages met bomen, sloten/waterlopen met
of een collectieve energievoorziening op bedrijventerrein
ming met ambities uit aangrenzende domeinen en de gewens-
rietstroken. De totale landschappelijke inpassing heeft
Dordtse Kil IV;
te landschappelijke inpassing, is het doel om 25% van het uit-
de ontwikkeling van zonnevelden. • Zonnevelden dienen met groen te worden ingepast: -
-
langs het spoor. Zonnevelden met aansluiting aan de Betuwe-
een minimale breedte van 8 meter;
• Zo mogelijk dient in extra waterberging te worden voorzien;
werkingsgebied in te zetten voor zon, met een opwekking van
De groene inpassing dient gekoppeld te worden aan
• Waar mogelijk dient de ecologie te worden versterkt.
0,052 TWh per jaar. Dit zal de vorm hebben van verschillende
waterstructuren; -
-
zonnevelden verspreid over het uitwerkingsgebied. In totaal is
Gebruik de groene inpassing aan de randen tevens om
Er zijn diverse andere maatregelen waarmee maatschap-
naastgelegen bedrijven te voorzien van een groene
pelijke meerwaarde kan worden bereikt in de uitwerking.
omzoming;
Deze kansen zijn weergegeven in Bijlage H Onderzoekstraject
Voor zonnevelden voor minder dan 10 MW ligt TS-station
Geef de Rijksstraatweg een meer groene uitstraling door
zoekgebieden. Bij de uitwerking streven de Drechtsteden naar
Alblasserdam het dichtstbij. Alleen het uiterst westelijke stuk
aan die zijde van het uitwerkingsgebied de laanbeplan-
de hoogst haalbare maatschappelijke meerwaarde. Boven-
van het uitwerkingsgebied ligt binnen de richtafstand van vijf
ting terug te brengen.
staande koppelkansen kunnen in de uitwerkingsfase worden
kilometer. TS-station Alblasserdam heeft een aansluiting en
meegenomen.
200 MW beschikbaar.
• Er dient rekening te worden gehouden met bebouwingslin-
dit ongeveer 55 hectare.
ten: -
Zorg voor voldoende afstand van de woningen en kassen tot de windturbines;
-
Woonhuizen dienen niet direct naast zonnevelden te liggen. Een groene inpassing en/of open grasland dient het zicht op de zonnepanelen weg te nemen;
-
Groenstructuren langs woonlinten en infrastructuur dienen aangezet te worden zodat zij als landschappelijke dragers kunnen blijven functioneren.
• Ontwikkelingen dienen de ecologische waarde in het gebied
Afbeelding 21: Uitwerkingsgebied zon langs Betuwelijn
47/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
41
Op de middenspannings- (MS) stations Papendrecht en Har-
-
Zorg dat de groene inpassing langs de Betuweroute de
dinxveld zijn momenteel geen velden beschikbaar. In Papend-
entrees tot het Groene Hart onder de spoorlijn door
recht zijn naar verwachting vanaf 2024 velden beschikbaar, en
aantrekkelijker maakt voor recreant en bezoeker. Bij
in Hardinxveld na 2027 (zie Bijlage F Netimpact elektriciteits-
deze entrees is minder plek voor zonnevelden.
net).
• Ontwikkelingen dienen ecologische waarde in het gebied te verhogen.
Criteria
Afbeelding 22: Uitwerkingsgebied A15
Langs het spoor kunnen verschillende zonneparken een plek
Koppelkansen
krijgen zonder grote inbreuk op de groene, open ruimte. De
De aanleg van zonnevelden creëren koppelkansen voor de
zonneparken dienen groen ingepast te worden, waardoor de
omgeving. Enkele geïdentificeerde koppelkansen voor uitwer-
Ten noorden van het uitwerkingsgebied moet de relatieve
overgang van stedelijk naar groene ruimte wordt versterkt.
kingsgebied zon langs Betuwelijn zijn:
openheid behouden blijven. Daarom valt dit deel buiten het
Om dit te bereiken gelden de volgende criteria voor ontwik-
• Verfraaiing van de uitstraling van de Betuwelijn door zon
uitwerkingsgebied, zonnevelden zijn hier niet passend.
keling:
met groen;
• De polderstructuur dient in stand te blijven: -
• Versterking van de ecologie;
Het doel is om hier ongeveer tien hectare aan zonneveld te
Verkavelingsstructuur dient in stand te worden gehou-
• Het creëren van recreatieve routes;
realiseren. Dit draagt ongeveer 0,010 TWh bij aan elektrici-
den. Slootstructuren kunnen daarbij een ruimtevormen-
• Het aanleggen van extra geluidswering;
teitsopwekking.
de structuur zijn waarlangs groenstructuren of rietstruc-
• Het voorzien in extra waterberging.
turen de kavelrichting van de polder benadrukken;
Voor dit gebied wordt uitgegaan van één of twee zonnevelden
Bestaande watergangen en groenstructuren dienen be-
Bij de uitwerking streven de Drechtsteden naar de hoogst
met een gezamenlijk vermogen van circa tien MWp. Hiervoor
houden te blijven en kunnen vorm en richting geven aan
haalbare maatschappelijke meerwaarde. Bovenstaande
is aansluiting op een MS-station nodig. Het MS-station Har-
ontwikkeling van zonnevelden.
koppelkansen kunnen in de uitwerkingsfase worden mee-
dinxveld ligt het dichtste bij. De afstand tot het uitwerkings-
genomen. Aanvullend hierop zijn er diverse andere kansen
gebied is meer dan drie kilometer, wat voor de meeste busi-
gen niet verder dan halverwege de wetering komen en niet
waarmee in de uitwerking maatschappelijke meerwaarde kan
ness cases net te ver is. Daarnaast heeft dit station pas weer
dieper dan 250 meter zijn.
worden bereikt. Deze kansen zijn weergegeven in Bijlage H
capaciteit na 2027.
-
• Zonnevelden dienen tegen de Betuweroute te liggen, mo-
• Openheid en zichtlijnen van de polder dienen behouden te
Onderzoekstraject zoekgebieden.
blijven;
In dit gebied speelt ook de ontwikkeling van een nieuw boe-
-
zemkanaal. In de mogelijke realisatie van een zonneveld in
Behoudt de openheid van de grote polder, er is geen ruimte voor grote windmolens;
-
Kavels naast woningen bij de Betuweroute dienen te
9.5 Uitwerkingsgebied zon langs A15
worden vrijgehouden, zodat het zicht op de polder behouden blijft. • Zonnevelden dienen groen te worden ingepast: -
dit gebied dient rekening te worden gehouden met de aanleg van dit boezemkanaal. Dit betekent dat er gekeken dient te worden naar mogelijke combinaties en rekening dient te wor-
Dit uitwerkingsgebied ligt in de polder ten noorden van de
den gehouden met de mogelijk impact van het kanaal op de
A15, ter hoogte van Boven-Hardinxveld. Dit gebied kenmerkt
beoogde capaciteit van het zonneveld.
De landschappelijke inpassing dient aan te sluiten bij
zich door kleine, ingesloten polders, met de karakteristieke
het landschapstype van de polder. De landschappelijke
verkavelingskenmerken, lintbebouwing en slotenstructuur van
Criteria
inpassing kan bestaan uit een groenstructuur in de vorm
de grote Alblasserwaard. De dynamiek in deze gebieden wordt
In het geval dat hier zonnevelden komen, moeten deze toe-
van bosschages met bomen, sloten/waterlopen met
bepaald door de nabijheid van infrastructuur, waterlopen en
voegingen een bijdrage leveren aan de inpassing van de A15.
rietstroken. De totale landschappelijke inpassing heeft
bebouwing. Deze terreinen zijn door hun ligging nabij steden
Om inpassing in het landschap te garanderen, gelden de vol-
een minimale breedte van 8 meter;
ook een uitloopgebied voor de omliggende bebouwing.
gende criteria voor ontwikkeling:
48/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
42
passing kan bestaan uit: een groenstructuur in de vorm
Koppelkansen
Verkavelingsstructuur dient in stand te worden gehou-
van bosschages met bomen, sloten/waterlopen met
Zo mogelijk dienen de volgende koppelkansen te worden
den. Slootstructuren kunnen daarbij een ruimtevormen-
rietstroken. De totale landschappelijke inpassing heeft
benut:
de structuur zijn waarlangs groenstructuren of rietstruc-
een minimale breedte van acht meter;
• Verfraaiing van het zicht op de A15 door inpassing van zon
• De kavelstructuur dient in stand te blijven: -
turen de kavelrichting van de polder benadrukken; -
-
Koppel de groene inpassing met waterstructuren.
Bestaande watergangen en groenstructuren dienen be-
• Aanleg van zonnevelden in dit gebied zal geïntegreerd en
houden te blijven en kunnen vorm en richting geven aan
aansluitend moeten plaatsvinden met realisatie van het
ontwikkeling van zonnevelden.
boezemkanaal dat het Waterschap Rivierenland voorne-
met groen; • Versterking van de ecologische waarde; • Het voorzien in extra waterberging.
mens is in dit zoekgebied te realiseren. Er moet rekening
Aanvullend hierop zijn er diverse andere maatregelen waar-
veel mogelijk in het groen te blijven, zodat de bewoners zo
worden gehouden met vooraf bepaalde gebiedsvoorwaar-
mee in de uitwerking maatschappelijke meerwaarde kan
min mogelijk uitkijken op de zonnevelden.
den.
worden bereikt. Deze kansen zijn weergegeven in Bijlage H
• Het zicht vanuit de woningen aan de parallelweg dient zo
• Ontwikkelingen dienen ecologische waarde in het gebied te
• Zonnevelden dienen groen te worden ingepast: -
De landschappelijke inpassing dient aan te sluiten bij het
verhogen.
de Drechtsteden naar de hoogst haalbare maatschappelijke meerwaarde.
landschapstype van de polder. De landschappelijke in-
Voorbeeld: Zonnevelden als inpassing (1) Zonnevelden kunnen in de uitwerkingsgebieden ingezet wor-
Onderzoekstraject zoekgebieden. Bij de uitwerking streven
langs de snelweg en de spoorlijn. Een zonneveld langs de in-
principevoorbeeld voor de inpassing van de Betuweroute en
frastructuur kan ingepast worden in het landschap, waardoor
het rangeerterrein bij Kijfhoek, maar heeft geen betrekking op
het ook de infrastructuur afschermt.
een specifieke locatie of gebied in de Drechtsteden. Dezelfde principes gelden ook voor wegen.
den om aanwezige infrastructuur beter landschappelijk in te passen. Voor uitwerkingsgebied bij Kijfhoek gaat het dan om
Onderstaande impressies tonen verschillende situaties van
het inpassen bij het rangeerterrein en bij de A15 om inpassing
inpassing bij een spoorlijn in een open polder. Dit is een
Zicht op spoorlijn vanaf een parallelweg in de polder (uitgangssituatie). Dit is een voorbeeld, de specifieke locatie ligt buiten de Drechtsteden, maar heeft gelijke karakteristieken.
Afbeelding 23: Voorbeeld polder
49/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
43
Voldoet niet aan de criteria Niet ingepaste zonnevelden tot aan de parallelweg. De openheid wordt aangetast en er is geen groene inpassing. Het zicht over de polder is verdwenen.
Afbeelding 24: Voorbeeld onjuiste inpassing
Voldoet niet aan de criteria Niet ingepaste zonnevelden tot halverwege de parallelweg (250 meter diepe zonnevelden). De openheid wordt minimaal aangetast, geen groene inpassing. Het zicht over de polder is nog aanwezig, echter minder aantrekkelijk door zicht op de zonnevelden.
Afbeelding 25: Voorbeeld onjuiste inpassing
50/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
44
Voorbeeld: zonnevelden als inpassing (2) Voldoet wel aan de criteria Ingepaste zonnevelden tot halverwege de parallelweg (250 meter diepe zonnevelden). De openheid wordt minimaal aangetast. Het zicht over de polder is nog aanwezig, de groene inpassing zorgt ervoor dat het zicht over de polder aantrekkelijk blijft. Afbeelding 26: Voorbeeld juiste inpassing
Voldoet niet aan de criteria Met riet ingepaste zonnevelden tot aan de parallelweg. De rietstructuren passen de zonnevelden in, maar ze zullen wel zichtbaar blijven. Het zicht over de polder is verdwenen, waardoor de openheid aangetast wordt en het dus niet aan alle criteria voldoet.
Afbeelding 27: 26: Voorbeeld onjuiste inpassing
51/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
45
9.7 Spelregels Voor grootschalige opwek zijn de gedragscode zon op land (zie hoofdstuk 8.6) en de gedragscode acceptatie en participatie wind op land van toepassing.16 17 Hierbij gelden de volgende spelregels: 1.
Grootschalige projecten worden binnen de uitwerkingsgebieden volgens de genoemde criteria ontwikkeld. De initiatiefnemer dient een projectplan te maken, waarin hij/ zij aangeeft: a. hoe wordt voldaan aan de criteria; b. welke koppelkansen worden benut en op welke manier;
2. Afbeelding 28: Onderzoeksgebieden wind Avelingen (ten zuiden van de A15, Hardinxveld-Giessendam).
9.6 Onderzoeksgebied Avelingen Naast de uitwerkingsgebieden is er een onderzoeksgebied
Project participatie is een uitgangspunt. Diverse Nederlandse organisaties18 hebben hiervoor gezamenlijk een
Financiële participatie
gedragscode ontwikkeld. De omgeving moet kunnen
In de participatierondes zijn de stakeholders geïnformeerd
meedenken met het project. Een initiatiefnemer moet dus
over de mogelijke vormen van financiële participatie zoals
ook aangeven:
beschreven in de “Participatiewaaier zon- en windprojecten op
a. op welke manier invulling is gegeven aan participatie;
land”.19 Deze waaier is opgesteld in 2019 aan de Elektriciteits-
b. waarom dit past bij het gebied;
tafel in het kader van het Klimaatakkoord. De afbeelding op de
c. op welke manier de uitkomsten van participatie meege-
volgende pagina geeft een samenvatting.
nomen zijn.
voor zonne- en/of windenergie aangewezen bij Avelingen. Dit
Financiële participatie voor omwonenden wordt mogelijk
In de participatierondes hebben per zoekgebied de deelne-
plaatsvindt naar de mogelijkheden en wenselijkheid van wind
gemaakt. De omgeving moet kunnen meedoen met het
mers aangegeven welke vormen van financiële participatie
op deze locatie.
project. Hiervoor wordt één van onderstaande mogelijk-
past bij hun situatie. Meer dan 20% van de respondenten geeft
heden gebruikt. In onderstaande figuur vindt u uitleg over
aan belangstelling te hebben voor deelname.
betekent dat er in de toekomst mogelijk verder onderzoek
Het uitnodigingskader dat hieronder wordt beschreven, is dan
3.
verschillende vormen van financiële participatie.
ook niet van toepassing op deze onderzoeksgebieden. Voor beide locaties geldt dat de mogelijkheden en wenselijkheid van zonne- en/of windenergie in een later stadium nader worden onderzocht.
16 https://hollandsolar.nl/gedragscodezonopland 17 https://www.nwea.nl/gedragscode-wind-op-land 18 De Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA), Energie Samen, Greenpeace Nederland, Vereniging Milieudefensie, Stichting Natuur & Milieu en de Natuur en Milieufederaties hebben een gedragscode ondertekend met als doel dat de omgeving van windenergieprojecten volwaardig kan meepraten over projecten, zodat de belangen van iedereen serieus worden meegenomen. Initiatiefnemers moeten handelen naar deze gedragscode. 19 https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/11/18/participatiewaaier
52/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
46
Financiële Financiële participatie participatie
Financiële participatie
aan de hand van de vier uitwerkingsgebie-
9.8 Vervolgaanpak
den en criteria geven de Drechtsteden aan waar en onder welke voorwaarden groot-
Ons doel is om in 2030 tenminste 0,11 TWh
schalige opwekking van elektriciteit door
aan duurzame elektriciteit op te wekken
middel van zon en wind binnen de regio
€ de€ middels grootschalige zon en wind. Om €
€
duurzame opwekking niet zelf. Hiervoor zijn
mogelijkheden te onderzoeken, zijn in dit
€ €
wezen.
de beurt. Het is aan hen met goede plannen
€€
van grootschalige opwekking grote waarde aan goede landschappelijke en ecologische
% % De gemeenten blijven bevoegd gezag voor
inpassing, het betrekken van omwonenden
de realisatie van projecten voor de groot-
en mogelijkheden voor financiële participa-
schalige opwekking van zon en wind. Zij gaan
Omwonenden nemen risicodragend deel aan stemmingsplannen en vergunningverlening. Voorstellen zullen mede op deze onderwerDirect Direct omwonenden omwonenden ontvangen ontvangen Een deel van de vanopbrengsten de opbrengsten komtkomt ten ten Omwonenden nemen nemen risicodragend risicodragend eenOmwonenden project, bijvoorbeeld door aandelen, certi- Een deel De gemeenten zullen plannen van initiatiefpen worden getoetst. Deze vervolgstappen ficaten obligaties. voordeel, voordeel, bijvoorbeeld bijvoorbeeld in deinvorm de vorm goede goede aan aan maatschappelijke maatschappelijke doelen doelen deel deel aan of aan een een project, project, bijvoorbeeld bijvoorbeeld doordoor
nemers worden uitgelegd in afbeelding 31. van verduurzaming van verduurzaming van hun van hun woning woning beoordelen aan de hand van eerder in deinbuurt de buurt zoalszoals een een sportclub sportclub of of
er ad k gs
Af w Elek eg t i W n
it ric
t ei
g
k
ad
en
be
st
uu
r li
jk
sk
in
ad
eg
er
Af w
lij
of korting of korting op groene op groene stroom. stroom.
sk
pe
wijkvereniging. wijkvereniging.
hap
in de buurt in de buurt zoals een zoalssportclub een sportclub of of
Direct omwonenden ontvangen voordeel, bijDirect Direct omwonenden omwonenden ontvangen voorbeeld in de vorm vanontvangen verduurzaming van voordeel, bijvoorbeeld degroene vorm in de vorm hunvoordeel, woning ofbijvoorbeeld kortinginop stroom. van verduurzaming van verduurzaming van hun vanwoning hun woning
goede goede aan maatschappelijke aan maatschappelijke doelen doelen orbeeld d door door een sportclub of wijkvereniging.
M aat s c
Een deel van de opbrengsten komt ten goede Een deel Eenvan deeldevan opbrengsten dedoelen opbrengsten komt ten zoals ten aan maatschappelijke inkomt de buurt
Omwonendenregeling Omwonendenregeling Omwonendenregeling
m
Af w eg i
ar
te m
st ee
r ade sk ng
% %
lneming ming Omgevingsfonds Omgevingsfonds Omgevingsfonds
es. ligaties.
Sy
it ite nt
ie nt cië
Kw a
€
€ €
odragend end
% %
effi
€
€
of korting of korting op groene op groene stroom. stroom.benoemde criteria.
er
d ra
Af
g we
in
g
R
a g v lak
ik
aandelen, aandelen, certificaten certificaten of obligaties. of obligaties.
€ €
€
de RES.
Financiële deelneming over de nadere uitwerking, verwerking in betie en de netimpact op het elektriciteitsnet. Financiële Financiële deelneming deelneming Omgevingsfonds Omgevingsfonds Omwonendenregeling Omwonendenregeling
€
€
te komen die passen binnen de kaders van
In de regio hechten we bij de totstandkoming
wijkvereniging. wijkvereniging.
€
€
ru
Omwonenden profiteren mee als medeeigeOmwonenden Omwonenden profiteren meemee als via medealseen medenaar van een windofprofiteren zonneproject, eigenaar eigenaar van een van een windwindof zonneproject, of zonneproject, vereniging of coöperatie. via een via een vereniging vereniging of coöperatie. of coöperatie.
initiatiefnemers zoals grondeigenaren aan
€
eb
Mede-eigenaarschap Mede-eigenaarschap Mede-eigenaarschap
hoofdstuk vier uitwerkingsgebieden aange-
€ €
€ €
% %mogelijk is. De gemeenten realiseren de
m ui
te
g
Afbeelding 30: Afwegingskader Afbeelding 29: Financiële participatie
53/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
47
Zo werken we in stappen toe naar vergunningverlening
We geven alle betrokkenen inzicht over hoe en wanneer zij hun inbreng kunnen geven in d e uitwerking en bij het proces t ot vergunningverlening. Omwonenden van mogelijke u itwerkingsgebieden worden door initiatiefnemers nauw betrokken tijdens het proces om te komen tot voorstellen. Dit is een centrale e is voor het krijgen van een v ergunning.
In de RES 1.0 leggen de gemeenten uitwerkingsgebieden en basiscriteria voor de opwekking van duurzame energie vast. De RES 1.0 is niet de basis voor vergunningverlening. E r volgt een proces om de plannen in lokaal beleid vast te leggen. W el gaan we op basis hiervan initiatiefnemers uitnodigen om m et voorstellen voor de opwekking van duurzame energie te komen.
werken en we we rie appen toestappen toe toe nggunningr vergunninggening
Stap 1 Stap Stap 1 1
2 Stap 2Stap Stap 2
3 patS
Stap 3 Stap Stap 3 3
enten Sen1.0 deleggen gemeenten de gemeenten den ngsgebieden criteria en basiscriteria voor en basiscriteria voor voor energie kking duurzame van vast. duurzame energie vast. energie vast. de .0vergunbasis is nietvoor de basis vergunvoor vergunrlening. nnen een s omproces de plannen om de plannen st beleid te leggen. vast te leggen. nasis wehiervan op basis hiervan m nemers tnodigen uitnodigen om om oor kking rstellen de van opwekking voor de opwekking van van meteenergie komen.te komen.
Uitnodigen Uitnodigen Uitnodigen Uitnodigen
nelletsrooV mo tiu sremenfeitaitini negidon eW nedrow ezeD .nemok et nelletsroov tem airetirc ed nav dnah ed naa negowegfa njiz 0.1 SER ed nav negnilletsleod ne .nemonegpo
gn -r
Beoordelen ideeën Voorstellen Beoordelen Beoordelen ideeën Beoordelen ideeën ideeën Voorstellen Voorstellen Voorstellen
-gninnugreV gninelrev brengen. Zebrengen. worden persoonlijk brengen. Ze worden Zepersoonlijk worden persoonlijk deling en kijken deling zeen naar deling kijken de samenhang en ze kijken naar de zesamenhang naar deafgewogen samenhang aan afgewogen de hand afgewogen aan vande dehand criteria aanvan de hand de criteria van de criteria
In de eerste ronde benaderen we initiatiefnemers om ideeën in te Op basis van de ingebrachte ideeën d oen de gemeenten een miliWe nodigen initiatiefnemers uit ommet voorstellen te komen. Deze eerste ronde eerste benaderen Indede ronde eerste benaderen we Op basis we van Op debasis ingebrachte van Opzebasis de ingebrachte ideeën van de ingebrachte Weideeën nodigenWe initiatiefnemers nodigen We initiatiefnemers nodigen uit om initiatiefnemers uitde om uit brengen.In Ditde gebeurt aanIn dede hand van criteria iwe n deronde RES 1.0:benaderen particieubeoordeling en kijken naar de samenhang e ideeën n landschappelijke worden afgewogen aan de hand van criteria en om doelstellingen die patie, landschap & natuur en aansluitbaarheid op het elektriciteitsnet. inpassing. Natuure n milieuorganisaties worden hier nadrukkelijk bij in het kader van de RES zijn opgenomen. initiatiefnemers initiatiefnemers om ideeën initiatiefnemers in om teideeën om inideeën te doen in te de gemeenten doen de gemeenten een doen milieubeoorde gemeenten een milieubeooreen milieubeoormet voorstellen met voorstellen te komen. met voorstellen Deze te komen. worden teDeze komen. worden Deze worden Ook vragen we aan initiatiefnemers hoe zij omwonenden betrekken. betrokken.
betrokkenen en en alle betrokkenen uitgenodigduitgenodigd aan te schuiven uitgenodigd aan te aan schuiven aan te schuiven aan en landschappelijke aan en landschappelijke inpassing. en landschappelijke Natuurinpassing.inpassing. Natuuren doelstellingen Natuuren doelstellingen vanen dedoelstellingen RESVergunningverlening 1.0 vanzijn de RES van 1.0de zijn RES 1.0 zijn e eer over enzij wanneer hoe en wanneer zij zij gebiedstafels. gebiedstafels. gebiedstafels. en milieuorganisaties en milieuorganisaties en worden milieuorganisaties hierworden hier worden opgenomen. hier opgenomen. opgenomen. en breng nnen in kunnen geven ingeven in nadrukkelijk nadrukkelijk bij betrokken. nadrukkelijk bij betrokken. bij betrokken. werking proces en bij het enproces bij het proces Dit gebeurt aan Ditde gebeurt hand Dit van aan gebeurt de decriteria hand aan van dede hand criteria van de criteria gunningverlening. verlening. in de RES 1.0: participatie, in de RES 1.0: inlandschap de participatie, RES 1.0:& participatie, natuur landschap & landschap natuur & natuur Afbeelding 31: vervolgstappen naar vergunningverlening
en aansluitbaarheid en aansluitbaarheid op het en elektriciteitsnet. aansluitbaarheid op het elektriciteitsnet. Ook op het elektriciteitsnet. Ook Ook
nenden mogelijke van mogelijke vragen we aanvragen initiatiefnemers we vragen aan initiatiefnemers hoe we zij aanomwoinitiatiefnemers hoe zij omwohoe zij omwoden ngsgebieden doorworden door worden doorbetrekken. nenden nenden betrekken. nenden betrekken. Deel I Energiegebruik Inleiding auw nemers en tijdens betrokken nauw betrokken tijdens tijdens
54/319
Deel II Energiebronnen
VergunningVergunningVergunningDeel III Energiesysteem Vervolg verlening verlening verlening
48
10 Regionale Structuur Warmte
warmtebronnen en onze bronnenstrategie (10.4).
De keuze voor een alternatieve warmtevoorziening
Ook geven we inzicht in de benodigde infrastruc-
is van vele aspecten afhankelijk, waaronder de
tuur en warmteopties (10.5). Daarnaast bepalen
beschikbaarheid van warmtebronnen, de CO2-uit-
In 2050 gebruiken we in Nederland geen aardgas
we in de RSW afwegingscriteria en spelregels (10.6)
stoot van de vervangende warmtebron, de warm-
meer in onze gebouwde omgeving. Dat is nodig
en geven we inzicht in benodigde vervolgstappen
tevraag, de bouwtechnische mogelijkheden om
om de uitstoot van CO2 terug te dringen, klimaat-
(10.7).
te isoleren, de kosten én de mogelijkheid om de
10.1 Inleiding
warmtetransitie te combineren met andere maat-
verandering tegen te gaan en de afhankelijkheid van aardgas uit zowel Groningen als het buiten-
Voor een succesvolle warmtetransitie is het be-
land te verminderen.
langrijk om inzicht te hebben in de warmtevraag
schappelijke opgaven en ruimtelijke aspecten.
en het warmteaanbod. De vraagzijde van warmte
Vanuit ruimtelijk perspectief heeft duurzame
Ook in de Drechtsteden gaan we onze gebouwen
wordt beschreven in de Transitievisie Warmte van
warmteproductie vaak het voordeel dat het
en huizen op een andere manier verwarmen.
iedere gemeente.
minder zichtbare installaties nodig heeft dan voor
Deze overstap noemen we de warmtetransitie. De
duurzame elektriciteit nodig zou zijn. Dat is bij-
regio kenmerkt zich als een verstedelijkt gebied.
voorbeeld het geval als veel restwarmte vanuit de
Bij de warmtetransitie maken we gebruik van
10.2 Nationale en indicatieve regionale opgave
deze compactheid door ons primair te richten op warmtenetten met warmte uit lokale bronnen.
industrie aanwezig is, of als er mogelijkheden voor geothermie aanwezig zijn. Door met warmtenetten gebruik te maken van
Ook is het onze overtuiging dat de warmtetransitie alleen slaagt als het voor iedereen haalbaar en
In het Klimaatakkoord staat als doelstelling een
aanwezige warmtebronnen, wordt elders ruimte
betaalbaar is en als iedereen mee kan doen. Dit is
aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Dit
gespaard voor de productie van duurzame elektri-
momenteel nog niet het geval.
betekent dat zeven miljoen woningen en een
citeit (zon of wind). In dit opzicht draagt de aanleg
miljoen gebouwen in Nederland van het aardgas
van warmtenetten bij aan het afwegingsprincipe
We pakken de warmtetransitie in de Drechtsteden
af moeten stappen. Als eerste stap worden tot
‘voorkomen van afwenteling’.
daarom stap voor stap aan en starten alleen met
2030 tenminste 1,5 miljoen bestaande woningen
een volledige transitie naar aardgasvrij waar het
verduurzaamd.
Vanwege deze aspecten en onze gunstige uitgangspositie willen wij voor 2030 tenminste 12.000
wél kan. Daar waar de overstap naar aardgasvrij nog niet haalbaar en betaalbaar is, gaan we op
De warmtetransitie in de gebouwde omgeving
extra woningequivalenten (WEQ) aardgasvrij ma-
zoek naar tussenstappen. In alle gevallen geldt dat
vraagt om een strategie op regionale en lokale
ken, maar liever nog realiseren wij 25.000 aardgas-
het toepassen van isolatie en andere vormen van
schaal. In deze strategie is energiebesparing een
vrije WEQ20. Het realiseren van de gehele ambitie
energiebesparing een belangrijke eerste stap is.
belangrijke eerste stap. Voor de resterende warm-
vergt dat randvoorwaarden zoals betaalbaarheid
tevraag moeten alternatieven voor verwarmen
en wetgeving worden ingevuld.
Inzicht in warmtevraag en warmteaanbod
met aardgas worden gerealiseerd. Voorbeelden
In de Regionale Structuur Warmte (RSW) beschrij-
zijn restwarmte uit afvalverbranding, geothermie,
ven we de aanbodzijde van warmte. De RSW wer-
aquathermie, duurzame gassen en all-electric
ken we in dit hoofdstuk nader uit. Hierbij bieden
oplossingen met een warmtepomp.
we inzicht in de beschikbare (boven)regionale
20 Bovenop de 7.500 WEQ die nu aangesloten zijn in Dordrecht, Sliedrecht en Papendrecht.
55/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
49
10.3 Transitievisies Warmte in samenhang met de Regionale Structuur Warmte
Een belangrijke functie van de TVW is om een handelings-
nier hoeft het niet te worden opgewekt. Zo wordt onder ande-
perspectief aan gebouweigenaren te bieden. Het bevat een
re onnodige elektrificatie van het energiesysteem voorkomen.
perspectiefkaart die voor iedere buurt inzicht geeft in het
Voorbeelden van direct bruikbare warmte zijn restwarmte uit
transitiepad. Hierin schetsen gemeenten per buurt de route
afvalverbranding en diepe geothermie.
om tot een duurzame warmteoptie te komen. Deze route In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is voor de warmtetran-
beschrijft zowel een fasering als tussenstappen en wat voor
Tweede voorkeur: Op te waarderen warmte
sitie een ruimtelijk kader meegegeven. De algemene NOVI-ka-
soort aanpak erbij hoort, zoals een wijkgerichte aanpak of een
De tweede voorkeur gaat uit naar op te waarderen warmte. Dit
ders worden meer concreet ingevuld in gemeentelijke Transi-
doelgroepgerichte aanpak.
is duurzame warmte uit omgevingswarmte, zoals oppervlaktewater en andere vormen van aquathermie21, laagtemperatuur
tievisies Warmte en de Regionale Structuur Warmte. In ons eerdere toekomstperspectief hebben we ons voor de
(rest)warmtebronnen, ondiepe geothermie en (ventilatie)lucht.
De RSW en de gemeentelijke TVW zijn complementair aan el-
gebouwde omgeving gericht op energieneutraal in 2035. In de
Die moet worden opgewaardeerd met een elektrische warm-
kaar. Met het oog op de nauwe samenhang zijn de documen-
huidige context is een energie neutrale omgeving in 2035 niet
tepomp voordat het gebruikt kan worden voor verwarming
ten in onze regio gelijktijdig opgesteld. Hieronder beschrijven
realistisch, we zetten wel een flinke stap richting een energie
van gebouwen22. Afhankelijk van de gebruikte omgevings-
we wat er in de TVW staat.
neutrale gebouwde omgeving.
warmte zijn er grote verschillen in rendement, (ventilatie)lucht heeft een relatief laag rendement.
Transitievisies Warmte Transitievisies Warmte beschrijven de vraagzijde van warmte. Gemeenten hebben samen met partners en met input
Minste voorkeur: Te maken warmte
10.4 Warmtebronnen
De minste voorkeur gaat uit naar te maken warmte. Dit is
vanuit een participatieproces samenhang gecreëerd én een
warmte die nog geheel moet worden opgewekt en niet reeds
gezamenlijk beeld bepaald voor de aanpak en fasering van de
10.4.1 Voorkeursvolgorde warmtebronnen
‘aanwezig’ is in de omgeving. Onder deze categorie vallen
warmtetransitie in de Drechtsteden.
Warmteopties die de meeste CO2-reductie leveren en waarbij
duurzame brandstoffen zoals groene waterstof en groen gas.
lokale energiebronnen kunnen worden ingezet, hebben in
Deze categorie heeft de minste voorkeur omdat deze hoog-
Elke TVW geeft een onderzoeksbeeld van de meest kostenef-
onze regio de voorkeur. Het gaat hierbij niet alleen om ver-
waardig toepasbaar is voor industriële grondstoffen & proces-
fectieve warmteopties, geeft richting aan partijen die dagelijks
duurzaming op korte termijn, maar ook om het kiezen voor de
sen en voor zware mobiliteit.
investeringen doen, biedt een uitnodigingskader voor actuele
infrastructuur die toekomstige duurzame bronnen (warmte,
initiatieven én houvast voor een gesprek over de verdere
elektriciteit en duurzaam gas) het beste kan ontsluiten.
10.4.2 Technische potentie en verdeling van warmtebronnen
vormen voor de warmtetransitie in de Drechtsteden:
Terwijl onze regio weinig ruimte heeft voor de opwekking van
In en nabij de Drechtsteden zijn veel warmtebronnen (potenti-
1.
Voortvarend aan de slag met isolatie en andere vormen
duurzame elektriciteit, is het juist rijk aan warmtebronnen. Bij
eel) beschikbaar.23 Deze bronnen zijn op afbeelding 32 weerge-
van energiebesparing;
de toepassing van warmtebronnen hanteren we de volgende
geven.
2.
Iedereen moet mee kunnen doen;
voorkeursvolgorde van warmtebronnen.
3.
Keuzevrijheid in alternatieven, maar aardgas is op termijn
uitwerking. De TVW’s bevatten de uitgangspunten die de basis
4.
geen keuze meer;
Eerste voorkeur: Direct bruikbare warmte
Durven stappen te zetten naar een duurzame gebouwde
De eerste voorkeur gaat in onze regio uit naar direct bruikbare
omgeving.
warmte. Deze warmte kan direct worden benut. Op deze ma-
21 Aquathermie gaat over het gebruik van omgevingswarmte uit water. Dat kan bijvoorbeeld gaan om warmte uit oppervlaktewater (TEO), uit afvalwater (TEA), uit drinkwater (TED), bodem (WKO) of riothermie. 22 In sommige gevallen is een combinatie met topkoeling mogelijk. 23 We gaan hierbij uit van het technisch potentieel van de Warmteatlas.
56/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
50
basislast een bronnenmix van geothermie en aquathermie,
Technisch potentieel* (TJ)
Restwarmte (MT/HT)**
Diepe geothermie
Middeldiepe geothermie
Restwarmte (LT)**
Ondiepe geothermie
Aquathermie***
Alblasserdam
40
-
400
40
-
+
1.190
150
800
60
300
+
Dordrecht
aangevuld met nog beschikbare restwarmte. Voor de pieklast benutten we op de langere termijn opslag en duurzaam gas. Technische potentie: isolatieniveau van gebouwen Een belangrijk aandachtspunt voor de verduurzaming van de
HardinxveldGiessendam
-
-
-
40
-
+
woningen (en andere gebouwen) is de samenhang tussen het temperatuurniveau van de warmtebronnen en het warmtenet
Hendrik-IdoAmbacht
-
-
400
10
-
+
Papendrecht
-
450
-
-
-
+
Door deze warmte hoogwaardig te benutten, zijn er minder
Sliedrecht
-
450
-
-
-
+
aanpassingen nodig aan de gebouwen.
Zwijndrecht
100
150
400
40
300
+
Totaal
1.330
1200
2.000
190
150
Ruim aanbod
en het isolatieniveau van de woning. In de Drechtsteden zijn midden- en hoog temperatuur warmtebronnen aanwezig.
Duurzame brandstoffen kunnen daarnaast als laatste keuze worden ingezet in gebouwen die moeilijk en duur te isoleren zijn of waar warmtenetten niet mogelijk zijn. Denk bijvoor-
Tabel 2: Warmtebronnen voor Regio Drechtsteden
beeld aan oude gebouwen in de historische gebouwde omgeving en dijklinten.
Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
bovenstaande tabel, concluderen we dat er technisch gezien
• Het technisch potentieel is inclusief de huidige warmtebron-
ruim voldoende warmte in de Drechtsteden beschikbaar is.
Economische haalbaarheid
Bronnenstrategie
Het tempo waarin wij de warmtetransitie kunnen realiseren,
• Restwarmte MT/HT: hoog- en midden temperatuur bronnen
Met betrekking tot het warmtenet hanteren wij op basis van
wordt bepaald door de economische haalbaarheid. In het
groter dan 1 MW zijn meegeteld. Dat is 80% van theoretisch
de voorkeursvolgorde en technische beschikbaarheid een
Klimaatakkoord wordt de term woonlastenneutraal centraal
potentieel;
bronnenstrategie per gemeente. Per gemeente geven wij in
gesteld. Bij een deel van de nieuwbouw, grootverbruikers,
onderstaande figuur aan wat het basisscenario is met welke
corporatiewoningen en particuliere VvE’s is er sprake van
warmtebronnen zullen in praktijk niet of lastig aan te sluiten
bron het warmtenet ontwikkeld en in de toekomst uitgebreid
economische haalbaarheid en kunnen we hele goede stappen
zijn op een warmtenet vanwege beperkte vermogens, lange
wordt. Daarnaast geven we met de bronnenstrategie aan wat
zetten. Op andere locaties en bij de meeste bestaande koop-
termijn potentieel of praktische haalbaarheid. Daarom is
de eventuele alternatieven zijn voor het geval het basisscena-
woningen is dit echter veelal nog niet het geval. Vanuit het Rijk
10% van theoretisch potentieel meegenomen;
rio niet realiseerbaar blijkt. In de eerste jaren zal aardgas in
is onder andere meer duidelijkheid nodig over financiële en
sommige situaties nodig zijn voor tijdelijke warmtecentrales en
juridische kaders om de transitie per wijk voor alle woningen
om de pieklast aan te kunnen.
economisch haalbaar te maken.
Op de langere termijn zullen bronnen steeds verder worden
Benutten warmtebronnen om elektrificatie te voorkomen
Indien 35% van de woningen in de Drechtsteden op een warm-
verduurzaamd naar aanleiding van nationale wetgeving die
We gebruiken zoveel mogelijk warmte uit lokale en regionale
tenet aangesloten zou worden, zou dit een warmtevraag van
stap voor stap de duurzaamheidseisen zal verhogen. Dan
bronnen en zetten waar nodig (boven)regionale bronnen in.
de orde 0,8 TWh betekenen. Gezien het technisch potentieel in
worden de warmtenetten verbonden en benutten we voor de
We zetten onze regionale warmtebronnen hierbij zo hoog-
nen voor warmtenetten;
• Restwarmte LT-bronnen. De meeste lage temperatuur
• Aquathermie vraagt veel elektriciteit voor het opwaarderen van warmte (in mindere mate geldt dit ook voor LT restwarmte en ondiepe geothermie).
57/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
51
Alblasserdam
Bronnenstrategie
B
Aquathermie
O
Middeldiepe geothermie, lokale restwarmte
Sliedrecht
E
Mix
B A
Papendrecht Hendrik-Ido-Ambacht B
Geothermie Koppeling met Dordrecht (SVI) lokale restwarmte, aquathermie
B
Geothermie
A
Koppeling met Dordrecht (SVI)
E
Mix
E
Mix
lokale restwarmte
Mix van lokale restwarmte
Hardinxveld-Giessendam
en aquathermie
A
Aquathermie*
O
Lokale restwarmte
E
Mix
B
Aquathermie
A
Geothermie, groen gas
E
Mix
Zwijndrecht B
Mix van restwarmte
Legenda
en aquathermie
A O
Aquathermie* Ondiepe geothermie of lokale restwarmte
E
Dordrecht
Mix
B
Restwarmte (AVI)
A
Aquathermie en
B
Basisscenario
A
Alternatieven
O
Optimalisatie
E
Eindsituatie
middeldiepe geothermie
E
Mix
* Indien restwarmte niet beschikbaar
Afbeelding 32: Regionale bronnenstrategie
58/319
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
52
waardig mogelijk in. De inzet van warmtelevering in plaats van
eventuele verbinding richting de Drechtsteden. Er wordt geen
warmtebedrijf HVC. Daarbij wordt een mix aan duurzame
verwarming met elektrische warmtepompen vermindert de
grote kans gemist door op dit moment deze mogelijkheid niet
warmtebronnen ingezet.
overbelasting van het elektriciteitsnet.24 Elektrificatie van de
verder uit te werken. Deze eerste clusters bieden (mits de kaders daarvoor op orde
verwarmingsvraag wordt daarom waar mogelijk voorkomen.
zijn) het technische perspectief om verder door te groeien.