CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Oordeel 26.6.2025.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 18 september 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen verslag 26 juni 202516.908 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hierbij merkt de wethouder op dat Papendrecht goed voldoet aan de sociale huuropgave, maar dat het van belang is inwoners te voorzien van goede sociale huurwoningen, waarvoor men moet samenwerken met omliggende gemeenten. De vraag vanuit de CDA-fractie inzake het warmtenet laat hij aan de raad om daarop te reflecteren. De discussie over het eigendom van het warmtenet wenst de wethouder hier op dit moment niet te voeren. Hij stelt voor hier in de raad apart over te spreken. In dit kader merkt hij wel op dat de risico’s die er zijn nu ook worden gedragen door de ontwikkelende partijen, waarvan HVC een heel grote partner is. Tegelijkertijd steken zij ook hun nek uit om in Papendrecht een warmtenet mogelijk te maken, waaraan heel veel andere gemeenten in het HVCgebied bijdragen, zoals Papendrecht eerder ook bijdroeg aan het warmtenet dat is ontwikkeld in Westland. Daarnaast merkt de wethouder op dat HVC ervoor vecht om de onrendabele toppen -om de aansluitingen naar woningen te realiseren- er af te krijgen. Van winst is weinig sprake, van een break even of net iets daaronder op dit moment wel. Hij is blij met een partner als HVC, die er zonder winstoogmerk in zit. Als de raad hier anders over denkt, hoort hij dat graag.

In reactie op de opmerking van de heer Van den Dool dat het knooppunt Dordrecht nogal centraal staat zegt de wethouder dat dit -kijkend naar de Drechtsteden- een terechte conclusie is. Vanuit Papendrecht kijkt men veel breder naar andere zaken, waaronder de verbreding A15, die niet doorgaat. Verder noemt hij de regionale contacten over de waterbusconcessie, die onder druk staat en waarvoor men hun best blijft doen om de verbinding in stand te houden. De lightrail genoemd door de heer Lammers wordt echt heel lastig, niet alleen financieel, maar deze zou eventueel pas over 10 - 20 jaar een oplossing voor het probleem van nu bieden. Men kijkt vooral naar de provincie voor de 22

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

openbaar vervoer knelpunten en verder naar alle vervoersmodaliteiten, met het oog op de afsluiting van de brug volgend jaar. Er is ook voor Papendrecht voldoende te doen op het gebied van bereikbaarheid, met name betere openbaar vervoer verbindingen. Men blijft lobbyen naar de provincie om meer verbindingen mogelijk te maken en meer geld ter beschikking te stellen voor allerlei zaken. In het bestuurlijk overleg Bereikbaarheid en Mobiliteit heeft men het doorlopend over veel meer dan wat er in dit stuk staat. TWEEDE TERMIJN RAAD De heer RIETVELD vindt dat de A15 en A16 in het stuk en door de wethouder voldoende is genoemd. Zo ziet hij zaken als OV-hubs, die misschien ook voor Papenrecht mogelijk zijn. De heer VAN DEN DOOL merkt per interruptie op dat het zijn vraag was of het niet zinvol zou zijn om juist met die partijen die direct aan die A15 en A16 liggen apart over de problematiek die men gezamenlijk ervaart te spreken. Constaterende dat er in de regio ook een aantal gemeenten zijn die daar geen enkel belang bij hebben en die men dus ook niet in beweging krijgt om wat extra te doen. De heer RIETVELD vindt dit een goed idee, maar vraagt zich af of dat al niet gebeurt. Verder vindt hij het m.b.t. het warmtenet een goed idee om in een beeldvormende vergadering voor Papendrecht meer duiding richting de toekomst te krijgen m.b.t.

het eigenaarschap, wat het betekent voor de tariefstelling en voor de woningeigenaren. De heer WOLTERS stelt per interruptie voor hier mee te wachten tot na 1 januari, wanneer de nieuwe warmtewet naar verwachting- in werking treedt en het een en ander nog zal wijzigen. De heer RIETVELD begrijpt dit, maar zegt dat er vanuit het perspectief van de inwoners duidelijk moet zijn wat er op de achtergrond gebeurt en wat het nut en de noodzaak van het warmtenet is. Hoe kan men hiervan profiteren? Wat zijn de bedreigingen, etc.? De heer VAN DEN DOOL juicht dit toe en merkt per interruptie op dat er voortdurend veranderingen zijn m.b.t. wetgeving, maar dat er na de zomer weer nieuwe ontwikkelingen zijn en dat dit een goed moment is voor de beeldvorming. Hierbij merkt hij op dat men een jaar geleden een motie heeft aangenomen, maar dat het vanwege alle onduidelijke ontwikkelingen moeilijk is geweest een dergelijke avond te organiseren. Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat bij de laatste beeldvormende sessie over de warmtenet toelichting is gegeven op de wijkplannen, welke wijk als eerste aan de beurt is en dat koopwoningen daar onderdeel van uitmaken. Op dit moment kan men hier niet mee verder omdat de nieuwe wetgeving nodig is, maar kan men hier waarschijnlijk ook niet meer over vertellen.

De heer RIETVELD zegt dat de timing voor deze avond van belang is, maar dat men hier -zeker in het licht van de actualiteit- veel meer over geïnformeerd dient te worden. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN steunt het voorstel van de heer Van den Dool, om per onderwerp -dit geldt ook voor de dijkverzwaring- aansluiting te zoeken bij de desbetreffende gemeenten. M.b.t. HVC merkt zij op dat zij indertijd al tegen de 23

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

overstap was van de eigen organisatie naar Netwerk en daarna naar HVC, waarbij het aantal aandelen steeds verminderde. In dit kader deelt zij de zorg van de CDAfractie in hoeverre men hier nog over gaat. De wethouder gaf aan dat er geen sprake is van een commerciële organisatie, maar men zou toch meer grip willen hebben op wat er gebeurt. M.b.t. de beeldvormende vergadering stelt zij voor deze te combineren met Woonkracht10, omdat zaken voor een groot deel in elkaar overlopen. Ondanks de nieuwe wetgeving in januari vindt zij het wel belangrijk dat inwoners op de hoogte worden gehouden, ook m.b.t. de gang van zaken inzake koopwoningen. De heer VAN HETEREN merkt inzake de mobiliteit A15/A16 op dat het de verantwoordelijkheid van de wethouder is -hetgeen hij al doet- om hier in de bestuurlijke overleggen voor te pleiten, maar dat het Rijk niet over de brug komt. M.b.t. het warmtenet/HVC las hij in de dagmail een uitnodiging voor een webinar op 22 september over de positie van de raad voor de uitvoering van de warmtetransitie. Daarna zou men de positie van HVC, etc. kunnen bespreken, hetgeen men recent echter ook al heeft gedaan. Hij is daarom van mening dat er al redelijk veel aandacht aan wordt besteed en iedereen ervan op de hoogte is dat dit eraan komt en dat men hier aandacht aan moet besteden.

De heer WOLTERS merkt op dat hij vanuit een andere functie heel nauw betrokken is bij het warmtenet en HVC en dat HVC graag voorlichting geeft aan de raad of hen de mogelijkheid geeft HVC te bezoeken. De vraag van de CDAfractie over de gemeentes langs de A15 wenst hij binnen de fractie te bespreken. Tenslotte vraagt hij de wethouder m.b.t. de regionale afspraken inzake wonen of hij iets van de raad nog heeft om tot deze regionale afspraken te komen of in ieder geval een terugkoppeling te geven van wat er speelt, zodat men tijdig bij kan sturen. De heer B. GRIMMIUS sluit zich m.b.t. het mobiliteitsvraagstuk aan bij hetgeen reeds is gezegd. Verder vindt zijn fractie het een goede zaak om partijen bij elkaar te brengen, maar is ook hij van mening dat dit al gebeurt. Daarnaast merkt hij op dat zijn fractie hier regelmatig met de provincie over in gesprek is en dat men probeert een en ander in beweging te krijgen. M.b.t. het warmtenet en HVC is hij het met mevrouw Van Es eens dat hierover onlangs een bijeenkomst is geweest, waar de heer Van den Dool dezelfde vraag heeft gesteld. Voordat hij inhoudelijk ingaat op het antwoord van de wethouder, neemt hij e.e.a. eerst mee richting zijn fractie. De heer VAN DEN DOOL merkt op dat de Warmtewet 2025 -net als bij de Omgevingswet- bekend is, maar dat deze maar niet wordt ingevoerd.

Hij vindt het zinvol om te bespreken wat dit betekent, wetende dat de invoering steeds wordt uitgesteld. 24

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

Verder is hij benieuwd naar de reactie van de wethouder m.b.t. de A15, etc. De heer BOERSMA is per interruptie van mening dat er in de afgelopen periode vanuit de Drechtsteden vrij actief richting de Tweede Kamer en het kabinet is gelobbyd, ook om omdat de verbreding on hold is gezet omdat hier geen middelen voor zijn- met het doorstroomplan vanuit het Drechtsteden alternatieven te bewerkstelligen. Omdat dit het moment is dat partijen verkiezingsprogramma's schrijven, is dit ook het moment om het ijzer te smeden als het heet is. Hij spoort de heer Van den Dool daarom aan om na te denken over hoe de raad/raden dat signaal richting Den Haag kan afgeven. De heer VAN DEN DOOL zegt dat men dit intern en richting de provincie zeker wil oppakken, maar dat hij dit niet de plek vond om dat te bespreken, maar zich meer te richten op de vraag hoe men dit gezamenlijk met gemeenten kan doen. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder JANSSEN merkt op dat men uiteraard, niet alleen via de regio('s), vaak spreekt met andere gemeenten. Over de verbreding van de A15 natuurlijk ook met Gorinchem en alles wat daartussen zit en als het gaat om de A16 ook met Rotterdam. De laatste tijd heeft men, i.v.m. de waterbusconcessie, wat meer contact met bv. Ridderkerk en voert men soms 1 op 1 gesprekken vanuit Papendrecht met de provincie, het Rijk en RWS. Er zijn dus inderdaad allerlei vormen van overleg.

Heel vaak probeert men dat richting provincie en het Rijk wat meer gewicht bij te zetten door vooral de regionale trekkers uit Dordrecht daar het voortouw in te laten nemen. Als voorbeeld noemt de wethouder dat er in de mitigerende maatregelen rondom het niet doorgaan van de verbreding van de A15 er extra geld ter beschikking is gesteld door de minister. Een van de zaken die hier waarschijnlijk uit bekostigd kan worden is de betere verbinding van fietsers met Alblasserdam (d.m.v. een lus). Samen met Alblasserdam probeert men dit jaar al te zorgen dat het gefinancierd wordt uit deze maatregelen. De heer GRIMMIUS informeert per interruptie naar de lus die de wethouder noemde, waarop deze aangeeft dat dit gaat om de fietsverbinding tussen Alblasserdam en Papendrecht. Hier moet het fietsverkeer vaak bij het verkeerslicht wachten, hetgeen veel onveilige situaties geeft. Hiervan is gezegd dat men dit op een andere wijze moet oplossen. Dit kan d.m.v. een onder de Rijksweg doorgaande lus, die is bedoeld om het fietsverkeer van Alblasserdam naar Papendrecht en vice versa (o.a. naar de school aan de Vijzellaan) veel veiliger te laten plaatsvinden. Omdat Alblasserdam niet de mogelijkheid heeft om dit te financieren, heeft men samen gekeken om de werkzaamheden uit gelden van de mitigerende maatregelen te laten bekostigen. M.b.t.

de opmerking van mevrouw Van Wijngaarden inzake de dijkverzwaring, zegt de wethouder dat hier inderdaad sprake is van een ander gebied en dat in de 16 overleggen die plaatsvinden over de Alblasserwaard ook overleggen zijn over alles wat men kan bedenken over verkeer en vervoer, over groen, blauw, dooradering, het Groene Hart, dijken en veiligheid. Verder is er in de Smart Delta een verbinding, hetgeen nu voorligt met Dordrecht en alles wat bij de Smart Delta zit. Ook daarvanuit kijkt men 25

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

al veel vaker naar de Hoekse Waard, Gorinchem en Molenlanden. Men ziet elkaar soms meer dan de nog grotere regio dan de 7 gemeenten die daarbij zitten. Verder merkt de wethouder inzake het eigenaarschap van HVC op dat de eerder gehouden beeldvormende vergadering vooral over techniek ging en dat de uitnodiging destijds richting de CDA-fractie is geweest om ook die bijeenkomst te gebruiken om ook die andere discussie aan te zwengelen. Dit is om welke reden dan ook niet helemaal gelukt, maar hij ziet dit als een goede mogelijkheid om het totaalpakket nog eens te bespreken. In dit kader vindt hij de invoering van de warmtenet niet relevant, omdat men daadwerkelijk bezig is met het aansluiten van het warmtenet op de sociale huurwoningen en met de Grand Design Drechtsteden om het warmtenet in de Drechtsteden voor de toekomst volledig aan elkaar te verbinden. Daarnaast is men bezig met een backbone vanuit Dordrecht via Sliedrecht naar Papendrecht en vervolgens onder de rivier door weer naar Zwijndrecht. HVC doet hard haar best om dit te financieren, omdat dit vooral het onrendabele is dat voorafgaat aan het maken van een warmtenet. Daarnaast is men bezig met een wijkuitvoeringsprogramma, dat na de zomer richting het college gaat. Hierover zal de wethouder de raad uiteraard informeren m.b.t. de stappen die men de komende 10 jaar kan zetten in Papendrecht in de verschillende wijken.

M.b.t. de vraag over de regionale afspraken inzake wonen geeft de wethouder aan dat hij niet weet of hij de raad daarvoor nodig heeft. Hierbij geeft hij aan dat hij op verschillende opdrachten van de raad loopt m.b.t. wonen en doelgroepen die bediend moeten worden. Niet alleen het woonplan van 2019, maar ook wat men in de omgevingsvisie heeft vastgesteld. Papendrecht heeft zich gecommitteerd aan 30% sociaal, 2/3 betaalbaar. Over het algemeen ziet men bij de projecten in Papendrecht dat men hieraan kan voldoen. De vraag die nu voorligt is wat men -omdat men alle doelgroepen op een juiste manier wil bedienen en men volgend jaar of het jaar erop wil zien dat de wachtlijsten dalen- regionaal voor elkaar kan betekenen. Omdat de wensen voor de beeldvormende vergadering niet geheel duidelijk zijn stelt mevrouw VAN WIJNGAARDEN per interruptie voor de avond te combineren met Woonkracht 10, zodat hierover nieuwe ontwikkelingen gemeld kunnen worden. De heer VAN DEN DOOL is het nog steeds niet eens met de zorg die de wethouder kennelijk wat veel minder heeft dan hij m.b.t. het eigenaarschap. Hij vindt zijn voorstel om het op deze avond niet te hebben over de techniek, maar over het wettelijk kader, de rolverdeling, het eigenaarschap, etc. wel een goed idee. Wanneer deze vergadering plaatsvindt vindt hij minder belangrijk.

De heer VAN HETEREN steunt dit voorstel, maar zou er ook voor willen pleiten om HVC dan niet uit te nodigen, omdat de informatie vanuit de gemeente komt en het niet HVC is die wat komt vertellen. Aansluitend geeft de VOORZITTER aan dat de griffie dit zal regelen. Niets meer aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als hamerstuk doorgeleid naar de gemeenteraad. 26

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

10.

Verbonden Partijen. De heer VAN DEN DOOL merkt op dat de nota een zienswijze een gemeentelijk sturingsmiddel noemt. Dit middel wordt krachtiger als gemeenten samen dezelfde zienswijze indienen en zo een meerderheid vormen in een AB. Daarbij is ook timing belangrijk, bv. door ambtelijk al vroeg in het jaar en vanuit alle deelnemende gemeenten eenzelfde brief of eenzelfde kader en een eenzelfde budgettaire ruimte mee te geven. Hij vraagt het college of dit nu gebeurt en of daar anders nog ruimte in is om hierin nog krachtiger met elkaar op te treden. De heer GRIMMIUS vraagt waarom de in het voorstel genoemde punten en de vele zienswijzen in 1 besluit worden voorgelegd en wat er precies wordt gevraagd. Als men het niet eens is met 1 van deze onderdelen, zou men automatisch tegen kunnen stemmen. Dit betekent echter niet dat men ook tegen al de andere voorstellen is. Zijns inziens is het verstandiger om ze allemaal apart in een raadsbesluit voor te leggen. Omdat zijn fractie hier geen tijd voor heeft gehad zal men niet ingaan op de zienswijze van de DG&J. Hier komt men indien nodig in de raadsvergadering op terug. Mevrouw KARSO merkt op dat men het effect van de zienswijzen al vaak met elkaar heeft besproken. Zij merkt richting het college op dat het belangrijk is dat ook vanuit de bestuurders de goede gesprekken gevoerd gaan worden en ook daar een soort lobby wordt opgestart.

Dit doet de PvdA ook vanuit de eigen fractie. Zoals de heer Van den Dool opmerkte, alleen een zienswijze en alleen de politieke lijn volgen is soms niet voldoende. Daarom mag de bestuurlijke lijn ook stevig bewandeld worden. De heer VAN HETEREN geeft aan dat zijn fractie ook altijd worstelt met de zienswijzen. Hij weet dat het college deze opstelt als technische voorbereiding als instrument van de raad om daar een politieke sturing in te geven. De vraag is wat men daar, als men dit met 7 gemeentes doet, mee gaat bereiken. Verder heeft men een aantal zorgwekkende zaken gezien m.b.t. de Veiligheidsregio, die een onrechtmatig inkoop van € 890.000, heeft gedaan en dat er nog een aantal tekortkomingen is geconstateerd. Zijn vraag daarbij is waarom men daar in de zienswijze niet veel steviger op stuurt? Kennelijk zitten de processen daar, omdat hier vanuit de accountant stevige kritiek op is geweest, helemaal verkeerd in elkaar. Ook de Omgevingsdienst voldoet, als belangrijke speler m.b.t. de kwaliteit van lucht, bodem, etc., niet aan hun wettelijke toezichtstaken. Ook dit vindt zijn fractie zorgwekkend. Hoe kan men deze regeling kritisch bevragen en de controlerende taak voor de inwoners invullen, als men alleen maar een brief schrijft? Zijn fractie overweegt een amendement om hier stevigere taal te gebruiken.

Bij de GR Sociaal gaan de uitgaven voor heel de regio weer met 13 miljoen stijgen. Zijn fractie heeft al vaker gevraagd wat men daarvoor terugkrijgt. Hij begrijpt dat men in het sociaal domein geen economische resultaten met KPI 's kan berekenen, maar hij is van mening dat men ook maatschappelijke resultaten moet kunnen kwantificeren en rapporteren. 27

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

De uitgaven blijven met miljoenen stijgen, terwijl men geen trends zien veranderen. Waar is de sturing van de raad? Mevrouw BOKMA kan namens de VVD-fractie instemmen met de zienswijzen. In de zienswijze van de Veiligheidsregio leest men een hele kritische noot over de hoogte van de reserves. Deze oproep ondersteunt de VVD-fractie van harte; de gemeenschappelijke regeling is er niet om geld op te potten. Men is van mening dat het begrotingsoverschot altijd terug moet naar de deelnemende gemeente, tenzij er een goed onderbouwde reden is om deze middelen als reserve aan te houden. De VVD-fractie maakt zich wel zorgen over de stijgende kosten bij de Sociale Dienst Drechtsteden en de DG&J. In de zienswijze wordt hier per GR nadrukkelijk aandacht voor gevraagd. Men gaat er dan ook vanuit dat de portefeuillehouder in het AB/DB van de betreffende GR de voortgang van het bestuursopdracht nauwgezet volgt. Mochten er signalen zijn dat deze opdrachten niet haalbaar zijn, verwacht men dat het eerder dan via de reguliere P&C-cyclus met de raad wordt gedeeld. De heer VERWEIJ merkt inzake de zienswijze voor de GR Sociaal op dat wordt aangegeven dat men een overschot van het resultaat over 2024 wil bestemmen voor de dekking van de kosten die gemaakt zijn voor dat onderzoek en dat het nog veel meer zal gaan kosten.

Zijn vraag is of de gemeente Papendrecht bereid is deze open einde rekening te blijven betalen. Verder ziet men dat er sprake is van een bestuursopdracht, maar dat in de voorjaarsbrief direct wordt aangegeven dat zij dit niet gaan halen en het al neerwaarts is bijgesteld. I.p.v. het vragen om reflectie hierop, stelt zijn fractie voor om te vragen om informatie die verklaart waarom zij niet kunnen voldoen aan wat hen is opgedragen. M.b.t. het aantal bijstandsgerechtigden hoort men elk jaar opnieuw dat het niet lukt om de kaartenbak te legen en hen naar werk te begeleiden. Ook nu blijkt dat er weer andere maatregelen verzonnen worden om dit voor elkaar te krijgen. Men gaat dit probleem voortaan op de risicopagina noteren. Dan ziet men dat de GRS, omdat het belangrijk is om duurdere hulp te voorkomen, meer gaat investeren aan de voorkant. Zijn fractie stelt voor om te vragen om concrete cijfers van positieve resultaten, als het gevolg van het aan de voorkant investeren. Verder wordt er gezegd dat men zich beseft dat de zienswijze korte tijd verwerkt moet worden. Dit zal voor 2026 niet lukken. Kortom, 2026 wordt een jaar dat alle mogelijke interventies en aanpassingen voorlopig niets opleveren. Men geeft aan dat men hopelijk verwacht dat dit in 2027 wel gebeurt. Hij stelt voor hen te vragen of zij over 2026 ook wel successen gaan boeken.

Tot slot wordt in de zienswijze van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid gewezen op het feit dat men aangeeft dat naar verwachting in 2025 het afgesproken minimale weerstandsvermogen wordt bereikt. De gemeente geeft hierop aan dat men ervan uitgaat dat indien dit conform de afspraak is gerealiseerd, de toekomstige positieve rekeningenresultaten terugvloeien naar de gemeente. In plaats van ‘wij gaan ervan uit’ stelt de heer VERWEIJ voor te zeggen dat er is afgesproken dat dit terugvloeit naar de gemeente. Tenslotte blijkt dat de bestuursopdracht volledig is 28

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

mislukt. Er is inderdaad gepoogd 5% te bezuinigen, maar dit gaat meteen weer op aan CAO 's, inflatie, etc.. Zijns inziens moet men een nieuwe bestuursopdracht naar voor brengen waar in staat 5% netto bezuinigen, ongeacht CAO, inflatie, etc. Afsluitend merkt hij op dat zijn fractie een aantal amendementen overweegt om e.e.a. scherper te formuleren. Mevrouw STIGTER is namens haar fractie blij met alle positieve resultaten en ziet dat de noodzaak voor verschillende GR-en voor een goed financieel beleid wat toegenomen is. In de verschillende zienswijze leest men de voorgestelde reacties om steeds kritisch naar hun financiële beleid te blijven kijken. De CU-fractie verwacht en wenst een verdere stabilisatie in de toekomst en spreekt de verwachting uit dat de kwaliteit van de verschillende GR-en daar niet onder zal leiden. Dus ook als het financieel minder gaat, verwacht men een goede kwalitatieve inzet. Verder verheugt het hen dat zoveel inwoners blij zijn met de inzet van de GR Sociaal en men steunt de aanbeveling in de zienswijze t.a.v. de begroting. Zij vraagt wat er precies wordt bedoeld met de zin bij de concrete voorstellen draag zorg voor een robuuste, maar ook flexibele bedrijfsvoering. Verder blijft men voorstander van goede en tijdige informatievoorzieningen, zeker wanneer er problemen zijn binnen de verschillende GR-en m.b.t.

personeel, waardoor de uitvoering in gevaar kan komen en dit gevolgen kan hebben voor de inwoners. Enerzijds is men blij met de zienswijze richting de DG&J, dat er aandacht moet zijn voor de jeugd en dat deze moet aansluiten bij de bestaande projecten. Daarnaast is men bezorgd als het gaat om veiligheid voor vrouwen en kinderen. Men spreekt de hoop uit dat de DG&J de keuze zal maken om Veilig Thuis professioneel te blijven ontwikkelen. Men is van mening dat hierover een opmerking mag worden toegevoegd in de zienswijze en overweegt hiervoor een amendement. De heer BOERSMA merkt op dat de financiële kaderbrief vanuit het college als een nieuw sturingsinstrument wordt gepresenteerd voor de verschillende GR-en, met als bedoeling om voorafgaand aan de hele begrotingscyclus (op een ander moment in het jaar) eerder duidelijkere financiële kaders mee te geven voor het opstellen van de begroting en deze samen met de regiogemeenten op te stellen. Dit klinkt als een betekenisvolle stap en een serieus initiatief dat recht doet aan heel verschillende opmerkingen die zijn gemaakt. Zijn fractie is echter wel heel benieuwd hoe dit proces eruit gaat zien en verzoekt de wethouder hier een toelichting op te geven. Hierbij vraagt men zich ook af hoe de raad daarbij wordt betrokken, omdat het een instrument van de raad is om een zienswijze te leveren op te begroting.

Dit komt op zijn fractie meer over als een instrument vanuit het college om al iets mee te geven voorafgaand aan het opstellen van de begroting. Hoe wordt voorkomen dat een zienswijze vanuit de raad nog verder uitgehold zou kunnen worden? Dit zou een onbedoeld effect kunnen zijn op het moment dat het college aan de voorkant van het proces, met goede redenen, sterk gaat sturen op de kaders die meegegeven worden bij het opstellen van de begroting. Verder noemt de heer BOERSMA de verschillende bestuurlijke opdrachten, met name 29

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

bij de GR Sociaal en Jeugd. Bij de GR Sociaal wordt m.b.t. de aanpassingen in het beleidsprogramma gezegd dat gemeenten primair verantwoordelijk zijn voor het maken van de inhoudelijke beleidskeuzes, die dan effect kunnen hebben op de geldstroom. De GR Sociaal heeft meer een adviserende en coördinerende rol, maar de raad is aan zet om keuzes te maken. In de zienswijze wordt gezegd dat men de GR vraagt om deze rol in te vullen en de gemeente te voeden en te adviseren. In dit kader vraagt hij het college wat voor rol het college hierin, ook vanuit de samenlevingsvisie en de andere beleidsvisies die men heeft geformuleerd, gaat pakken. Verder vindt men de zienswijze DG&J m.b.t. de besparing een goede tekst bevatten. Hierin wordt concreet gevraagd om tenminste 5 inhoudelijke voorstellen die een gezamenlijk besparing van minimaal 5% van de inwonerbijdrage realiseren. Hierbij gaat het om € 650.000, -. Volle steun voor deze stevige ambitie! Verder wordt er een opmerking gemaakt over de herverdeling van het financiële risico dat men gezamenlijk zou oppakken. Dat vindt zijn fractie een interessante suggestie. Hierbij vraagt men echter naar de inschatting van het regionale krachtenveld en hoe de andere colleges hierover denken. T.a.v.

de Veiligheidsregio sluit hij zich aan bij de opmerkingen en vragen van de VVD-fractie over het bedrag dat in de reserve van de Veiligheidsregio is opgenomen. Hij stelt voor de opmerking dat men duidelijkheid moet bieden over waar het aan wordt besteed aan te scherpen. Verder wordt aangegeven dat de begroting is gebaseerd op het oude beleid, omdat het nieuwe beleidsplan nog niet gereed was. Er is een begroting gemaakt, waarbij men aangeeft dat deze i.v.m. nieuw beleid misschien weer wordt aangepast. Onder de opmerking van het college dat dit hen bevreemdt, mag volgens zijn fractie een dikke streep worden gezet. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder RENZEN zegt dat men zich in een periode bevindt waarin de gemeente(n) druk bezig zijn geweest met de financiën. Hoe men de begroting, met alles wat er gaande is, sluitend krijgt voor het komend jaar en op de langere termijn. Men heeft erover nagedacht hoe men kan voorkomen dat de helft van de gemeenten in de samenwerkingsverbanden zich voornemen om heel erg op bepaalde verbonden partijen te bezuinigen en de andere helft van de gemeenten dat anders doet. Hiermee zit men elkaar dwars en eindigt men in een worstcasescenario. Omdat men dit wil voorkomen heeft men met de andere gemeenten afgesproken hierin gezamenlijk op te trekken.

Het is niet nieuw dat men hier met elkaar naar kijkt, maar bovenop het feit dat de vak wethouders dagelijks samen werken met hun collega-wethouders in de regio en de algemene besturen, heeft men hier ambtelijk en bestuurlijk extra aandacht aan besteed. Hierbij heeft men nogmaals alle verbonden partijen van bovenaf bekeken, om daar een gemeenschappelijke lijn in te ontdekken en op te pakken, waardoor men er gezamenlijk sterker uitkomt. Dit heeft men meegenomen in de zienswijzen zoals deze voorliggen. Regionaal samenwerken en het liefst ook ambtelijk vroeg gezamenlijk bepaalde zaken agenderen bij de verbonden partijen, zodat men ook eerder in het 30

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

proces een punt kan maken op het moment dat de discussie nog openligt. Zoals de heer Boersma aangaf, eerder bij de begroting kijken hoe men gezamenlijk met alle gemeenten kan samenwerken. De vak wethouders, ondersteund door de concerncontrollers bij gemeenten die hun kennis inbrengen. E.e.a. om ervoor te zorgen dat de kwaliteit t.a.v. de werkzaamheden van de verbonden partijen goed blijft. Met ook in gedachten dat het efficiënt gaat en men niet te veel geld uitgeeft. Men heeft nou eenmaal te maken met wettelijk openeinderegelingen, maar hoe kan men hier meer controle op krijgen? Op de vraag van de heer Grimmius waarom de in het voorstel genoemde punten en de vele zienswijzen in 1 besluit worden voorgelegd antwoordt wethouder RENZEN dat men de zienswijzen in gezamenlijkheid beziet. Daarnaast is dit de gangbare werkwijze die men hanteert. De heer BOERSMA vraagt of de raden betrokken worden bij het financiële kader dat vroeg in het proces opgesteld gaat worden, waarop de wethouder aangeeft dat dit lastig is. Dit maakt onderdeel uit van de werkzaamheden die het college voor de raad doet. Zij is van mening dat het wat ver gaat om alle raden te betrekken bij de bestuurlijke overleggen die de wethouders daarover hebben.

Als er echt belangrijke zaken zijn, mag men erop vertrouwen dat de raad via de inhoudelijke vak wethouders op de hoogte wordt gesteld van ontwikkelingen die zich afspelen bij de verbonden partijen. De heer GRIMMIUS vraagt of de zienswijze vanuit de gemeente Papendrecht overeenkomt met de zienswijze uit de andere gemeenten en als dat zo is waarom er dan in het raadsvoorstel bij de kanttekeningen staat dat zienswijze niet bindend zijn en dat het nog heel goed zou kunnen zijn dat er een contrair standpunt wordt ingenomen? Wethouder Renzen zegt dat hoezeer men ook probeert hier gemeenschappelijk in op te trekken en lijn in probeert aan te brengen, die zekerheid er nooit is omdat de raad over deze zienswijze gaat en men hierop kan amenderen. Men heeft wel geprobeerd de zienswijzen zoveel mogelijk onderling af te stemmen. De heer VERWEIJ vraagt nogmaals of de gemeente Papendrecht bereid is de open einde rekening voor de kosten voor het onderzoek en de maatregelen die genomen gaan worden te blijven betalen. Wethouder RENZEN geeft aan dat de vak wethouder deze vraag zal beantwoorden. De heer VAN DEN DOOL vroeg in de eerste termijn ook naar die vroegtijdige kaderbrief die vorig jaar ook is gebruikt. Hij refereerde vorig jaar aan de regio Rijnmond, waar dit al heel lang zo gebeurt. Zijn vraag hierbij is of de raad in een vroegtijdig stadium betrokken kan worden.

Hij weet dat in de regio Rijnmond de gevoelens van de raad worden opgehaald voordat de kaderbrief de deur uitgaat. Dit geeft geen garantie dat er in alle gemeenten hetzelfde speelt, maar het biedt wel de gelegenheid om in een eerder 31

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

stadium betrokken te worden. Wethouder RENZEN geeft aan dat het college hierop terugkomt. Wethouder VAN ERK merkt m.b.t. de vraag van de PAB-fractie inzake de kosten die worden gemaakt voor het onderzoek en de uitkomsten daarvan op, dat de raden toestemming hebben gegeven om te gaan tot een bedrag van € 700.00, -, maar dat dit bedrag overschreden zal gaan worden. In de najaarsbrief van de GR Sociaal zal men melden hoe hoog dat bedrag verder is opgelopen. Op de vraag of er nog meer kosten zijn die daaronder gaan vallen antwoordt de wethouder dat er parallel daaraan hard wordt gewerkt aan het opstellen van een verbeterplan en dat men recent een interimdirecteur heeft aangesteld. Zij is volop bezig met het inventariseren van wat er speelt. Gekoppeld aan de conclusies en aanbevelingen leidt dat tot een verbeterplan. Hieruit vloeien mogelijk ook nog kosten voort die betaald moeten worden. De rekening hiervoor valt binnen het geheel van de GRS. De visie die de raad hierop heeft kan men op dat moment delen. Wethouder VAN DER BORG merkt m.b.t. de vraag van de SGP-fractie in welke mate de herinvoering van de solidariteit op draagvlak kan rekenen in de rest van de regio op, dat hij het op dit moment nog somber inziet en dat hij verwacht dat dit in de komende jaren weinig succes zal hebben. Wellicht dat dit in de toekomst nog verandert.

Hij vindt dit, net als de raad, wel belangrijk en voelde daarom de ruimte deze opmerking in de zienswijze op te nemen. M.b.t. de vraag van de CU-fractie over Veilig Thuis zegt de wethouder dat zij al een aantal jaar te maken hebben met een extra vraag qua aantal fte’s en dat men in het AB heeft geconcludeerd dat hier een streep getrokken moest worden. Dit heeft men ook gedaan en dit betekent financieel gezien een demping. Dit betekent niet dat de casussen zomaar afnemen bij Veilig Thuis. Het is echter wel goed om zich af te vragen of elke casus bij Veilig Thuis daar ook echt hoort. Het feit dat dit besluit genomen gaat worden betekent wel dat de druk op het lokale team gaat toenemen en dat dit gevolgen gaat hebben. Daarom is men goed aan het monitoren wat dit betekent. De opmerking dat dit niet ten koste mag gaan van de kinderen neemt men ter harte. Wethouder VAN ERK merkt inzake de vraag van de PAB-fractie over de bestuursopdracht, waarbij men aangaf dat deze in de financiële zin niet gerealiseerd gaat worden, op dat de presentatie van de eerste duiding van wat de bestuursopdracht mogelijk gaat inhouden gekoppeld aan de 3 sporen (met name spoor 1) m.b.t. de eerste uitkomsten, plaatsvindt op 10 juli in het AB.

Spoor 1 is de afdeling bedrijfsvoering van de GR Sociaal, spoor 2 betreft alles wat te maken heeft met beleid en spoor 3 betreft innovatie, samenwerking en alles wat daar eventueel uit te halen is. Bv. m.b.t. de samenwerking tussen de GRS en de DG&J. Hieruit komen in de toekomst vermoedelijk mooie dingen voort. M.b.t. de vraag over de bijstandsgerechtigden merkt de wethouder op dat men binnen de regio een behoorlijke ambitie (2,5% ja boven de CBS32

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

prognose) heeft gesteld, die men wil blijven hanteren. Hierbij merkt hij op dat er een nieuwe wet Participatiewet in balans aankomt. Daarnaast weet men dat de doelgroep (ouderen, jongeren en statushouders) steeds ingewikkelder wordt. Tegelijkertijd wordt op allerlei mogelijke manieren met heel veel creativiteit steeds specifieker ingezoomd op de verschillende doelgroepen en geprobeerd vanuit beleid een vertaling te maken naar de uitvoering. Dit is ingewikkeld, maar men gelooft er nog steeds in. Daarnaast refereerde men aan de risicoparagraaf, waarin staat dat men in beleid en uitvoering krachtig verder uitvoering wil blijven geven. Verder vroeg de PAB-fractie om positieve cijfers m.b.t. het investeren aan de voorkant. In dit kader noemt de wethouder het gemeentelijk dashboard, wat niet zozeer toegankelijk is voor de raden maar wel voor de gemeente. Via de zienswijze roept men opnieuw op om dat dashboard -gekoppeld aan de verschillende beleidsterreinen- nog specifieker te maken, zodat men positieve resultaten kan melden wanneer deze aan de orde zijn. De wethouder zegt toe deze positieve resultaten, wanneer deze aan de orde zijn, te zullen melden aan de raad.

Op de vraag van de CU-fractie inzake de robuuste en flexibele bedrijfsvoering antwoordt de wethouder dat dit een bedrijfsvoering is die voortdurend inspeelt op goede dienstverlening richting de inwoners, die kwalitatief op de juiste wijze uitgevoerd kan worden en die gekoppeld is aan spoor 1 van de bestuurlijke opdracht. Hier valt nog het nodige te winnen als het gaat om efficiëntie. Uiteraard mag dit niet ten koste gaan van de brede dienstverlening van de Dienst zelf en van de verschillende gemeenten. In antwoord op de vraag van de CU-fractie of er m.b.t. spoor 2 van de bestuursopdracht en de aanpassingen van gemeentelijk vertaalde beleidsprogramma’s samenwerking met de Dienst is, geeft de wethouder aan dat dit inderdaad het geval is. Buiten de bestuurlijke opdracht is er in de begroting 17 miljoen euro aan besparingen richting 2029 ingeboekt. Deze besparingen raken ook aan spoor 2 en kunnen alleen worden waargemaakt als er door de gemeente -samen met de Dienst- daadwerkelijk op de juiste wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan het eventueel aanpassen van de beleidsprogramma's, hetgeen op onderdelen al is gedaan. Denk hierbij aan het minimabeleid en de Wmo. In de verdere verkenning van de bestuursopdracht denkt men samen met de Dienst en de gemeenten na over wat men nog meer, beter en anders kan doen m.b.t. de Wmo.

Bij alle ideeën die daaruit voortkomen moet men er alert op zijn wat men lokaal kan vertalen, omdat men daarmee de mogelijke aanpassingen van de beleidsprogramma’s kan realiseren. TWEEDE TERMIJN RAAD De heer VAN HETEREN krijgt (net als de heren Van den Dool en Grimmius) door de opmerking van wethouder RENZEN dat het -omdat alles onderling zo goed is afgestemdheel lastig wordt wanneer de fracties amendementen gaan indienen, het gevoel dat de raad hiermee het proces in de war brengt en men het beter aan de ambtenaren en het 33

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

college kan overlaten. De raad wordt hiermee op grotere afstand en meer buitenspel gezet en krijgt minder controle, terwijl zij aan de voorkant betrokken dient te worden. De heer VAN DEN DOOL kan zich per interruptie enerzijds herkennen in zijn woorden m.b.t. het belang om aan het begin bij het opstellen van de Kaderbrief het gevoelen van de raad op te halen, zodat men dat kan meenemen naar de andere bestuurders en samen een krachtige Kaderbrief kan opstellen richting de GR. Anderzijds heeft hij niets gezegd over de amendementen. De heer VAN HETEREN merkt op dat hij hierbij verwijst naar de woorden van de portefeuillehouder. Mevrouw BOKMA zegt per interruptie dat zij de portefeuillehouder niet heeft horen zeggen dat amenderen niet mogelijk is, zij heeft alleen het mogelijke risico daarvan genoemd. Zij vraagt waarop de heer Van Heteren baseert dat er vanuit het college een oproep wordt gedaan om niet te amenderen. De heer VAN HETEREN zegt dat dit een interpretatie is, maar dat hij dit niet zo bedoelt. De heer VERWEIJ heroverweegt -en zal in de fractie bespreken- of het zinvol is om een enkele zin te gaan veranderen en hier bij de volgende vergadering weer veel tijd aan te besteden.

Mevrouw STIGTER spreekt haar bezorgdheid over Veilig Thuis nogmaals uit, omdat wanneer hier geen professionalisering plaatsvindt ook de lokale organisaties hierdoor niet goed kunnen inspelen op de problematiek. Men overweegt nog steeds een amendement voor de toevoeging van deze tekst. Het lijkt de heer BOERSMA een goed idee om het gesprek over de rol van de raad bij de totstandkoming van de financiële kaderbrief op een later moment -eventueel bij de besluitvorming -te vervolgen. Omdat het college hier nog geen definitief standpunt over heeft ingenomen, is er ruimte om hier als raadsfracties verder over na te denken. M.b.t. de herinvoering van de financiële solidariteit verklaart hij zich solidair met de wethouder die dit gaat voorstellen. De VOORZITTER betwijfelt of de raadsvergadering, i.v.m. de vele bespreekstukken op de agenda, het juiste moment is om het gesprek over de rol van de raad bij de totstandkoming van de financiële kaderbrief aan te gaan. TWEEDE TERMIJN COLLEGE Wethouder RENZEN merkt richting de D66-fractie op dat het zeker niet haar bedoeling is om het beeld op te roepen dat wanneer de zienswijzen niet 1 op 1 worden vastgesteld, er een regionaal kaartenhuis in elkaar zou vallen. Het is ook niet zo dat alle raden 1 op 1 precies dezelfde zienswijzen zullen aannemen.

Wel is er voorafgaand aan het opstellen van de zienswijzen overleg geweest om zoveel mogelijk gemeenschappelijk een bepaalde lijn af te spreken, om te voorkomen dat men allemaal iets anders doet en daarmee als gemeenteraden geen optimaal resultaat behaalt. 34

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

Mevrouw KARSO vraagt de wethouder per interruptie wat er zou gebeuren wanneer Papendrecht de enige gemeente zou zijn die bv. 2 miljoen wil bezuinigen op de GR Sociaal. Zou er omdat Papendrecht in de minderheid is niets worden gedaan met de zienswijze en oproep dat er bezuinigd moet worden op het sociaal domein? Wethouder RENZEN zegt dat de vak wethouder hier een beter antwoord op kan geven, maar dat men sterker staat wanneer de raden eenzelfde lijn trekken. Hierbij merkt zij op dat wanneer gemeenten gezamenlijk in de verbonden partijen zitten, zaken kunnen schuiven en het ook zo kan schuiven dat men uiteindelijk helemaal niet voordeliger uit is. Om deze reden is het het beste om zoveel mogelijk gezamenlijk op te trekken, hetgeen uiteraard niet betekent dat men niet een eigen zienswijze kan vaststellen. Ook dan wordt er serieus met de zienswijze omgegaan en zullen er regionaal gesprekken worden gevoerd over dat punt. Niets meer aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als bespreekstuk doorgeleid naar de gemeenteraad. 11.

Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 23.55 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de 2025. De heer M. Hermans (Interim griffier)

De heer P.C. Grimmius (voorzitter)

35

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

Lijst met toezeggingen 1.

Jaarstukken 2024 Portefeuillehouder Renzen De portefeuillehouder zegt toe de raad voor de komende raadsvergadering een overzicht van de streefwaarden en indicatoren te doen toekomen. De bedoeling is dat deze volgend jaar herkenbaar in de jaarrekening 2025 terugkomen. De vragen welke meetbare doelen het college in 2025 stelt om de verduurzaming van het Papendrechtse bedrijfsleven te stimuleren, welke concrete baten deelname aan de regiodeal Papendrechtse economie en werkgelegenheid in 2024 heeft opgeleverd en hoe wordt gewaarborgd dat deze investeringen in de regionale samenwerkingsverbanden ook daadwerkelijk ten goede komen van de lokale bedrijven en inwoners worden schriftelijk beantwoord.

2.

Jaarstukken 2024: Portefeuillehouder Van Driel De portefeuillehouder zegt toe de vraag inzake de programmatische aanpak van de leefbaarheid en de effectiviteit van de extra boa-inzet, in relatie tot de gestelde doelen van de integrale wijkaanpak wordt gemeten, schriftelijk te beantwoorden. Verder zegt zij toe voor de besluitvormende vergadering een overzicht van alle kosten op het gebied van personeel te zullen verstrekken.

3.

Subsidieplafonds 2026. Portefeuillehouder Renzen De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vraag of het klopt dat als een activiteit waar subsidie voor is gevraagd onverhoopt niet wordt uitgevoerd, men het volgende jaar niets ontvangt. De technische vraag wanneer een incidentele subsidie structureel wordt zal schriftelijk worden beantwoord.

4.

Verbonden Partijen. Portefeuillehouder Renzen De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op de vraag of de raad vroegtijdige betrokken kan worden bij de financiële kaderbrief.

5.

Verbonden Partijen. Portefeuillehouder Van Erk De portefeuillehouder zegt toe de positieve resultaten inzake investeren aan de voorkant, wanneer deze aan de orde zijn, te zullen melden aan de raad. 36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1090/documents/16047