CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Oordeel 26.6.2025.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 18 september 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen verslag 26 juni 202516.908 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE OORDEELSVORMENDE VERGADERING d.d. 26 juni 2025. Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www. papendrecht.nl Aanwezig: De heer P.C Grimmius (GL) voorzitter; De heer M.H.A. Verweij (PAB), mevrouw H.M. van Wijngaarden (PAB), de heer A. Tieleman (PAB), de heer K. Spitsbaard (OP), de heer R. Lammers (OP), de heer M.G.C.H. Hardam (OP), mevrouw A. Bokma (VVD), de heer D. Stouthart (VVD), de heer L.T. van Den Dool (CDA), de heer R. Schuil (CDA), de heer J. Mulder (CDA), mevrouw A.A.S. Stigter (CU), mevrouw T.C. van Es (D66), mevrouw D. Yildiz-Karso (PvdA), de heer Th. Wolters (PvdA), de heer N. van Heteren (D66), de heer A.J. Boersma (SGP), de heer A. Rietveld (SGP) en de heer B.H. Grimmius (GroenLinks). Mevrouw J. van Houwelingen-Moret, inspreker inzake agendapunt 06; De heer R. Klaassen, steunpunt Stadsboer, inspreker inzake agendapunt 06. Mevrouw M.J.M. van Driel, burgemeester; Mevrouw W. Renzen - Van Leeuwen, portefeuillehouder; De heer J.D. van der Borg, portefeuillehouder; De heer J.L. van Erk, portefeuillehouder; De heer A.J. Kosten, portefeuillehouder; De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder. De heer M. Hermans, interim griffier; De heer J. Lier, pl. griffier/raadsadviseur. 01.

Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.

02.

Vaststellen agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

03.

Mededelingen. Er zijn geen mededelingen.

04.

Vaststellen verslag 12 juni 2025. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

05.

Vragenkwartier. Er zijn geen vragen.

1

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

06.

Insprekers over niet geagendeerde onderwerpen. De heer KLAASSEN van Steunpunt Stadsboer spreekt in over de voedselvisie. Geachte gemeenteraadsleden van deze mooie gemeente. Ik dank u dat ik namens Steunpunt Stadsboer vandaag het woord tot u mag richten. De gemeenteraadsverkiezingen van 2026 komen eraan. In aanloop daarheen is het belangrijk dat we het met elkaar hebben over schoon, eerlijk en gezond voedsel. Bijvoorbeeld: Geef de korte voedselketen een kans. Doe aan voedselvoorlichting. Bevorder de gezonde keuze. Stop voedselverspilling. Neem uw voedselomgeving kritisch onder de loep. Uw visie op voedsel doet ertoe. Uw beleid maakt het verschil. Wat we in de regio de voorbije decennia aan welvaart hebben gewonnen, leveren we rap aan welzijn in. Wilt u in uw verkiezingsprogramma rekening houden met achteruitgang van de natuur, de opwarming van het klimaat, afnemende gezondheid? Heeft u ook oog voor de toekomst van onze boeren? Als hoeder van het landschap is de boer onderdeel van de oplossing. U staat er misschien niet elke dag bij stil, maar al deze beleidsopgaven hebben een lijntje met ons gangbaar voedselsysteem. De lineaire keten van primaire productie via vervoer en distributie tot verwerking en consumptie moet anders ingericht worden. Eerlijk. Gezond. Duurzaam. Maar 2 gemeenten in Nederland hebben een voedselwethouder. Dat kan beter.

Dit inzicht is in 2021 voor 12 steden en 3 ministeries reden geweest zich te verbinden aan duurzaam beleid met City Deal Voedsel. In 2025 maakt LVVN werk van de ‘Green Deal Farm to Fork’ opgave om het aandeel biologisch te verhogen naar 15% in 2030. Van Boer tot Bord. Hoe kunnen we onze inwoners en ondernemers helpen inspireren om vaker te kiezen voor lokale en biologische producten? Wat kan de gemeente doen? Samenwerken in sterke bio regio’s. In de papieren versie van deze speech vindt u concrete ambities die het Ministerie voor de Bio regio ZuidHolland Zuid heeft geformuleerd. Ik heb mijzelf nog niet goed voorgesteld. Ik ben Robert Klaassen, medeoprichter van Stichting Steunpunt Stadsboer. In 2014 is Stadsboer opgericht met als doel de korte keten aan te jagen, stadslandbouw te professionaliseren en stad met land te verbinden. Voedsel is de grond van ons bestaan. Eten is wat wij met elkaar delen. ‘Iedereen van goede wil voedselbewust’ is ons streven. Voedselvaardigheid helpt, jong geleerd is oud gedaan. Voor een overzicht van onze talloze projecten en behaalde resultaten, verwijs ik naar onze website: https://www.drechtstadsboer.nl.

Komende weken, maanden zelfs, tot de dag van de verkiezingen, 18 maart én de eerste honderd dagen erna biedt Stadsboer aan om de gemeentelijke politieke partijen met raad en daad bij te staan met het opstellen van uw verkiezingsprogramma en aansluitend coalitieprogramma, waar het bijdraagt aan goed, gezond, eerlijk voedsel als de makkelijke keuze in Papendrecht. De Drechtsteden en Gorinchem vormen samen het vijfde stedelijke gebied van Nederland. Onze regio is met bijna 400.000 consumenten 1 van de grotere agglomeraties van Nederland. Wat doet Papendrecht? De sector landbouw telt Papendrecht 10 boerenbedrijven. Het 2

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

gemeentebeleid van Papendrecht richt zich op het verduurzamen van de voedselvoorziening en het stimuleren van lokaal voedsel. Er is aandacht voor thema's zoals voedselbossen, buurtkastjes en het tegengaan van eendjes voeren. Papendrecht werkt met Stichting Moestuinherstel aan herstel van de bodem. JOGG en Gezonde School zijn actief met onderwijsprogramma’s op basisscholen. Wie van u is bekend met de sportraad, of jeugdraad? Mooie voorbeelden van initiatieven ten dienste van de samenleving. En wie van u is bekend met voedselraden? Welnu. Een voedselraad agendeert integraal onderwerpen die normaliter op verschillende bordjes liggen. Dat werkt. Samen kunnen gemeente en voedselraad voedsel agenderen en met maatwerk aansturen op lokale uitvoeringsagenda’s. De regionale voedselstrategie, die burgerinitiatief Stadsboer voorstaat, is gericht op een Drechtsteden Zuid-Holland Zuid regio voor meer duurzame boeren in de directe toekomst en een voedselsysteem in stapsgewijze transitie op termijn. Mooie voorbeelden van gebiedsgerichte deals helpen de regio vooruit: de RES voor energie, Smart Deal voor brede welvaart en het Deltaprogramma Rijnmond Drechtsteden voor waterveiligheid. Tot ons verdriet moeten we constateren, dat voedsel als beleidsthema en uitvoeringsambitie (vooralsnog) ontbreekt in de gebiedsgerichte agenda’s. Dordrecht en Molenlanden uitgezonderd.

U kunt als gemeenteraadslid helpen dit spreekwoordelijke gat in de dijk voor de komende coalitieperiode te dichten met een voedselvisie naar voorbeeld van Dordrecht bijvoorbeeld. Geachte gemeenteraadsleden, wij vragen om in uw partijprogramma expliciet op te nemen dat uw fractie: 1. Gebiedsgericht inzet op duurzaam voedselbeleid, gezond eten. 2. ‘Voedsel-verbindingsplekken’ ondersteunt in stadswijken en/of dorpskernen. 3. Aanbestedingsprocessen doorlicht op streek- en seizoensgebonden criteria. 4. Regionale voedselketens omarmt en nieuwe initiatieven verwelkomt. 5. Een uitvoeringsagenda voedselbeleid opneemt in het coalitieprogramma. Papendrecht is al goed bezig, maar meer doen, kan natuurlijk altijd. Vragen en antwoorden: Mevrouw VAN WIJNGAARDEN vraagt hoe de heer Klaassen erbij komt dat er in Papendrecht 10 boerenbedrijven zijn, waarop de heer KLAASSEN aangeeft dat de opgave van het kadaster en de Kamer van Koophandel dit aangeeft. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN zegt dat dit niet juist is en dat er alleen nog een paar hobbyboeren zijn maar geen bedrijfsmatige boeren, alleen een aantal fruitkwekerijen. Verder vraagt zij de bijdrage schriftelijk te kunnen ontvangen.

De heer VAN HETEREN vraagt wat de gemeente -mede gezien het feit dat er in Papendrecht geen boeren zijn- qua beleid zou kunnen ontwikkelen, waarop de heer KLAASSEN aangeeft dat Papendrecht weinig primaire producenten heeft, 3

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

maar wel veel consumenten, diëtisten, artsen en andere professionals die zich bezighouden met dagelijkse voeding. De gemeente zou invloed kunnen uitoefenen middels het paal en perk stellen aan fastfoodzaken, met name rond scholen. Verder zijn er pogingen vanuit de overheid om het aanbod in kantines te verduurzamen. De gemeente zou bij het aanbesteden van pachtgronden deze kunnen uitgeven aan pachters die duurzame doelen hebben. Mevrouw KARSO vraagt of de heer Klaassen op de hoogte is van de 17 sustainable development goals, zoals geen honger, armoede en voedselverspilling. De heer KLAASSEN zegt dat hij deze omwille van de tijd heeft weggelaten, maar dat doelen 11,15 en 17 echt voedsel gerelateerd zijn, waarop mevrouw KARSO opmerkt dat doel 2: geen honger ook voedsel gerelateerd is. De heer B. GRIMMIUS vraagt of het steunpunt zich alleen bezighoudt met de Drechtsteden, Gorinchem en Zuid-Holland Zuid en of er in andere delen van het land ook steunpunten zijn. De heer KLAASSEN zegt dat dit zeker het geval is, maar dat ze daar anders heten. Zo is er het landelijk werkende Nationaal Voedsel Beraad en de Voedselraad Nederland. Omdat de persoonlijke relaties, de kennis van en de bekendheid met de regio, de uitdagingen en de kansen toch in de Drechtsteden liggen, heeft men ervoor gekozen zich hier primair op te richten.

Wanneer er een verzoek vanuit elders komt, is men uiteraard bereid daar ook assistentie te verlenen. Omdat de heer VAN DEN DOOL niet precies voor ogen heeft wat de speerpunten voor Papendrecht zijn, zou hij de heer KLAASEN graag uitnodigen om in de fractie te komen spreken, die hier uiteraard toe bereid is. Mevrouw VAN HOUWELINGEN spreekt in inzake haar ingezonden brief over de luierafvalpas. Geachte gemeenteraad, bij de aanvraag van een luierpas werd mij medegedeeld dat de pas geldig is tot het moment dat onze dochter 3 jaar oud wordt. Dit verbaast mij ten zeerste. Papendrecht wil een diverse en inclusieve gemeente zijn. Dit wordt onder andere zichtbaar in een regenboog voetgangersoversteekplaats en de onlangs uitgebreide speelfaciliteiten in het Vondelpark: nu ook toegankelijk voor minder valide kinderen. Prachtig, maar het contrast met de luierpas kan niet groter. Google op de gemiddelde leeftijd waarop kinderen zindelijk worden en het antwoord luidt: tussen de 2,5 en 3 jaar. Voilà, zal de gemeente hebben gedacht, die grens houden we aan. Toch voegt Google (en belangrijker: wetenschappelijk onderzoek) er nog iets aan toe: ‘Voor nachtzindelijkheid ligt de gemiddelde leeftijd tussen de 3 en 4 jaar. Het is belangrijk te onthouden dat dit slechts een gemiddelde is en dat elk kind zich in zijn eigen tempo ontwikkelt.

Sommige kinderen zijn al eerder zindelijk, terwijl anderen er langer over doen. ’Hoe kan de 4

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

gemeente bij de geldigheid van de luierpas voorbijgaan aan het feit dat ieder kind zich op een eigen tempo ontwikkelt en dus ieder kind over één kam scheert? Ik begrijp daar niets van. Ik lees de krantenartikelen terug die verschenen bij het ingaan van de nieuwe manier van afvalscheiding- en betaling vanaf. 1 januari 2024. De gemeente kwam jonge gezinnen tegemoet, maar in plaats daarvan worden gezinnen nu verplicht om vanaf het moment dat hun kind 3 jaar oud is extra te betalen voor het restafval waar de luiers vervolgens in verdwijnen. En hoe mooi is het dat luiers tegenwoordig niet meer de verbrandingsoven ingaan, maar gerecycled worden. Voor de luiers die vanaf 3 jaar bij het restafval belanden zal dit niet het geval zijn. Is het trouwens niet zo dat de gemeente Papendrecht een bedrag ontvangt voor het gescheiden aanbieden van luiers? Nu worden gezinnen op kosten gejaagd, want veel kinderen zijn met 3 jaar oud nog niet zindelijk. Toen ik navraag deed naar de reden waarom de houdbaarheid van de luierpas beperkt is, werd mij ook verteld dat de luiercontainers anders vaker geleegd moeten worden, wat extra kosten met zich meebrengt. In plaats daarvan jaagt de gemeente jonge gezinnen nu dus op kosten, door hen zelf te laten betalen voor de luiers bij het restafval. Onbegrijpelijk. Vanaf 3 jaar zal het aantal luiers per dag/nacht aanzienlijk zijn verminderd t.o.v.

baby’s, dus zoveel meer luiers zullen er niet in de containers gaan. Daarnaast zal het restafval groeien, wat ook overlast kan opleveren door te volle containers en de zakken die er vervolgens naast gezet worden. U merkt: ik ben boos over deze behandeling van jonge gezinnen door een gemeente die pretendeert dat iedereen zichzelf mag zijn, behalve dus die 3-jarige peuter van wie verwacht wordt dat hij/zij zindelijk is, want dat is immers gemiddeld… Ik zie geen bezwaar om de geldigheid van de luierpas te verhogen naar minstens 4-jarige leeftijd of onbeperkte geldigheidsduur. Vragen en antwoorden: De heer VAN DEN DOOL zegt dat het voor de raad ingewikkeld is om hier werk van te maken, maar zou de wethouder afval willen vragen of hieraan gewerkt kan worden. De heer B. GRIMMIUS zegt dat mevrouw Van Houwelingen deze vraag bij de raad neerlegt, maar vraagt welke wegen zij -omdat dit meer bij het college thuishoortal heeft geprobeerd in te zetten. Mevrouw VAN HOUWELINGEN zegt dat dit de eerste weg is, maar dat zij open staat voor andere wegen. Ook mevrouw KARSO vraagt de wethouder -via de voorzitter- hier op te reflecteren. Mevrouw VAN ES hoopt dat dit met een afspraak kan en dat hier geen motie voor nodig is. 5

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

De heer SPITSBAARD is het hiermee eens. Mevrouw BOKMA vraagt of de pas 2 of 3 jaar geldig is, waarop mevrouw VAN HOUWELINGEN antwoordt dat de luierpas vanaf het moment dat het kind 3 jaar wordt vervalt. TWEEDE RONDE INSPREKER: Mevrouw VAN HOUWELINGEN wilde met geldigheid tot 4 jaar voorzichtig beginnen maar ziet, gezien het enthousiasme waarmee haar betoog wordt ontvangen, ook geen bezwaren om de geldigheidsduur te wijzigen in oneindig. Zij gaat ervan uit dat de pas voor mensen met incontinentiemateriaal ook onbeperkt geldig is. Als de pas nog iets langer geldig is, zou dit voor de nacht zinnelijkheid heel fijn zijn. Het enige dat men er tegenin zou kunnen brengen, is dat mensen hun restafval stiekem in de luiercontainer deponeren. Zij hoopt echter dat iedereen daarin zijn/haar verantwoordelijkheid neemt. De VOORZITTER merkt op dat de raad en wethouder aandachtig hebben geluisterd en dankt de insprekers voor hun inbreng. Niets meer aan de orde zijnde wordt dit agendapunt afgesloten. 07.

Jaarstukken 2024. Plv. voorzitter van de auditcommissie mevrouw BOKMA geeft een toelichting op het adviesformulier aan de raad. Hierbij merkt zij op dat de auditcommissie uitvoerig met de accountant heeft gesproken, waarbij ook de voorlopige goedkeurende verklaring aan de orde is geweest. Hoewel deze nog niet goedgekeurd kan worden, omdat er nog gewacht wordt op de gegevens van de Sociale Dienst Drechtsteden, heeft men wel aangegeven dat het rijp is voor bespreking. Juist omdat de accountant heeft aangegeven dat voor de stukken van Papendrechts zelf de verklaring wel positief is. Alleen om een definitief positieve verklaring te kunnen geven, moet er ook weer een positieve verklaring vanuit de SDD worden aangeleverd. Het voorstel is om de stukken wel in de raadsvergadering van 3 juli te bespreken. Mocht het zo zijn dat de formele accountantsverklaring er dan nog niet is, kan men op een later moment de formele besluiten nemen om over de jaarrekening te stemmen. De heer VAN DEN DOOL vraagt m.b.t. de deadline waarvoor de jaarrekening vastgesteld moet worden, wat er gebeurt als de verklaring er dan nog niet is, waarop mevrouw BOKMA aangeeft dat wanneer men de politieke bespreking in de raadsvergadering van 3 juli doet en het formele besluit in de vergadering van 10 of 14 juli, dit geen probleem moet zijn. De griffier bevestigt dit. 6

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

EERSTE TERMIJN RAAD De heer HARDAM zegt m.b.t. programma 1. Veiligheid dat hier wordt aangegeven dat de vraag naar inzet groter is dan de beschikbare capaciteit. Hierbij vraagt hij welke specifieke beslissingen het college vanaf 2025 neemt om dit tekort aan te pakken. En hoe deze keuzes de prioriteiten beïnvloeden die zijn vastgelegd in het integrale veiligheidsplan? Zijn vraag hoe de effectiviteit van de extra boa-inzet wordt gemeten, in relatie tot de gestelde doelen van de integrale wijkaanpak is technisch en wordt schriftelijk beantwoord. Inzake openbare orde en veiligheid wordt gesteld dat van de 108 signalen van ondermijning er 38 nog niet zijn opgepakt of in een onderzoek zijn. Hierbij gaat het bv. over drugshandel, productie, gokken, prostitutie, witwassen en wapenbezit.

Hoe zorgt het college ervoor dat deze resterende signalen snel en adequaat worden afgehandeld om achterstanden te voorkomen en welke risico's ziet het college als deze signalen langer blijven liggen? Verder vraagt de heer HARDAM welke meetbare doelen het college in 2025 stelt om de verduurzaming van het Papendrechtse bedrijfsleven te stimuleren en welke concrete baten deelname aan de regiodeal Papendrechtse economie en werkgelegenheid in 2024 heeft opgeleverd en hoe wordt gewaarborgd dat deze investeringen in de regionale samenwerkingsverbanden ook daadwerkelijk ten goede komen van de lokale bedrijven en inwoners. Ook dit is een technische vraag die schriftelijk zal worden beantwoord. M.b.t. de investering in passend beleid voor winkelgebieden en industrieterreinen vraagt de heer HARDAM wat op dit moment de belangrijkste knelpunten zijn die het college identificeert in de huidige winkelgebieden en bedrijfsterreinen van Papendrecht. En welke concrete verbeteringen met dit nieuwe programma worden nagestreefd om de aantrekkelijkheid en vitaliteit van deze locatie te vergroten? In programma 6. Sociaal domein leest men over problematische schulden voorkomen en bestrijden, maar ziet men verder geen data. De heer HARDAM weet dat het percentage in 2024 met 8,2 % hoger was dan het afgelopen decennium.

Als maatregelen worden enkele bijeenkomsten genoemd, zowel als het voorkomen van uithuisplaatsingen. De vraag is of het college vertrouwen heeft dat deze 2 maatregelen adequaat genoeg zijn voor de gevallen van dit jaar. Mevrouw KARSO geeft aan dat haar fractie, omdat men zich nog wil beraden op de antwoorden uit het technische vragenuurtje -dat men zeer op prijs stelt-, nog geen politiek standpunt inneemt. De heer SCHUIL zegt dat een positief resultaat van bijna 3 miljoen goed nieuws is, dat men kon verwachten op basis van de laatste concernrapportage. Zijn fractie is het meest kritisch over de bestemming van het gerealiseerde resultaat. Er blijft 7

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

na aftrek van allerlei grote en kleine doelen minder dan 1 miljoen over voor de Reserve Grote Investeringen. Waarom wordt er een pot gevormd voor de besteding van de degeneratie vergoeding? Destijds heeft zijn fractie kritische vragen gesteld over de wijze van aanleg van de internetkabels van Delta. Uit de beantwoording bleek dat er niets viel te leren van deze ervaring. Maar nu is er wel een miljoenen nodig om alle schade aan te pakken. Hoe pakt het college dit volgende keer aan met minder overlast en schade? Daarnaast noemt hij de tegenvaller op voor het complex Veerpromenade, de ontwikkeling duurt daar ontzettend lang. Hij vraagt of de wethouder hierover iets te melden heeft en zo nee, welke maatregelen men treft om de projectontwikkelaar in beweging te krijgen? Tenslotte geeft hij nogmaals aan dat er erg weinig overblijft voor de grote investeringen. In de begroting van 2024 was hiervoor € 847.000, opgenomen. Dit bedrag valt vrij in de concernrapportage en uiteindelijk wordt er ca. 1 miljoen toegevoegd aan de investeringen. Hierbij merkt de heer SCHUIL op dat er qua prioritering sprake is van een sluitpost. Het komt als laatste, terwijl dit wat de CDA-fractie betreft bovenaan zou moeten staan. Mevrouw STIGTER is blij met het positieve resultaat dat opvalt.

Haar fractie heeft een technische vraag gesteld over hoe bepaalde zaken via de resultatenrekening lopen als baten en het positieve beeld versterken, terwijl eigenlijk de lasten in de toekomst via een reserve terugkomen en daardoor dus niet drukken op het resultaat. Men ziet dat alle kengetallen t.o.v. de begroting zijn verbeterd. Haar fractie is blij dat Papendrecht nog steeds een gezond financieel perspectief heeft. Verder heeft de gemeente er bij de degeneratie vergoeding niet voor gekozen om de 1,1 miljoen in een voorziening te plaatsen, maar om deze naar een bestemmingsreserve over te hevelen. Dit terwijl men dit geld niet zomaar ergens anders voor kan inzetten. Als men deze post buiten beschouwing laat, ziet men nog steeds zwarte cijfers. Tenslotte wil de CU-fractie een compliment geven aan de portefeuillehouder en de organisatie. Mevrouw BOKMA zegt dat 2024 opnieuw positief is afgesloten, dat klinkt veelbelovend. Het is echter wel belangrijk te benoemen dat er een aantal posten om diverse redenen- zijn doorgeschoven naar 2025. In de jaarcijfers zijn voor de VVD-fractie de plussen en de minnen t.o.v. de concernrapportage duidelijk toegelicht. Het is dan ook duidelijk wat daarvan de oorzaak is. Verder heeft haar fractie een technische vraag gesteld inzake de vorming van een reserve voor de aanleg van het warmtenet in het Land van Matena.

Uit het antwoord is duidelijk geworden dat het hier gaat om de verbinding tussen het warmtenet van Sliedrecht en het warmtenet van Papendrecht. Daarnaast heeft de VVD-fractie een verzoek m.b.t. de onrechtmatigheidscontrole en het onderdeel aanbestedingen. Het is momenteel niet duidelijk in welk jaar de onjuiste aanbesteding heeft plaatsgevonden en haar fractie zou graag zien dat in de 8

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

verklaring van volgend jaar ook het jaar van ontstaan en waar mogelijk ook de einddatum van het contract wordt vermeld. Ook de heer VERWEIJ is blij met het technische vragenuur. De jaarrekening met het onderdeel jaarverslag heeft als format: doelstelling, maatregelen, wat hebben we daarvoor gedaan en wat heeft het gekost? Het is nog mooier als men, bv. op grond van de indicatoren, ook kan lezen wat de inwoners hier in de praktijk van hebben gemerkt en dat men een nog mooier Papendrecht heeft gekregen. Tevens zou men kunnen werken met een situatieschets voor en na de genomen maatregelen, soms letterlijk met een foto. Denk aan een mooiere groenvoorziening in een wijk of straat. De volgende vragen kunnen daarmee beter beantwoord worden: is het onderhoud van openbaar groen op peil gebleven? Is men geslaagd in het behouden van biodiversiteit en het tegengaan van verdere verstening? Ook dit jaar wijst men er (t.b.v. de inwoners) weer op dat het positieve resultaat vooral zit in incidentele bedragen en doorschuif bedragen. Volgend jaar kunnen deze allemaal verdwenen zijn. Vandaag spreekt men ook over de voorgestelde bestemming van het gerealiseerde resultaat 2024. Het is goed dat er sprake is van een overschot, maar zoals altijd geldt dat een positief resultaat niet automatisch een reden tot tevredenheid is.

Het is niet verkeerd om kritisch te kijken naar het hoe en waarom van een dergelijk overschot. Hoe komt het dat ambities bijgesteld of doorgeschoven moeten worden? Had er bv. eerder bijgestuurd moeten worden en had de raad erbij betrokken moeten worden? Hoe houdt men meer grip op de lopende zaken? De omvangrijke post van 1,1 miljoen degeneratievergoeding vanwege kabel- en leidingwerk lijkt een meevaller. Mogelijk krijgen straten en stoepen nog meer van deze ingrepen te verduren, hetgeen een grotere slijtage tot gevolg heeft. Zijn fractie vraagt zich daarom af of men dat geld ook kan benutten voor een betere afstemming tussen groenherstel en duurzame herinrichting van de openbare ruimte. Niet alleen repareren, maar verbeteren, hetgeen leidt tot een bijgesteld beleid t.a.v. onderhoud in de gemeente. Een andere opvallende post is de verliesgevende grondexploitatie Centrum van ruim 1 miljoen euro. De vertraging en lagere opbrengsten van het project leiden tot bijstellingen. Het lijkt hem verstandig de raad vaker informatie te verstrekken over de voortgang van de strategische projecten en bijbehorende risico's. Positief is dat middelen voor alleenverdieners problematiek en energiekostenverlichting worden doorgezet naar 2025, zodat ze terecht komen bij inwoners die ze nodig hebben.

Maar ook hier geldt: laten we deze middelen niet alleen doorschuiven, maar ook zorgen dat de uitvoering daadwerkelijk plaatsvindt en dat de raad terugkoppeling krijgt over de werking daarvan. De resultaatbestemming laat zien dat de gemeente Papendrecht haar financiën beheerst managet, maar ook dat men zichzelf een spiegel mag voorhouden. Het blijft de taak om niet alleen te reserveren, maar ook om te realiseren. Ook de heer B. GRIMMIUS is positief over het technische vragenuur en de inzet van de ambtenaren. Hierbij heeft men gesproken over het zorgvuldig, nuchter en 9

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

realistisch begroten, waarop zijn fractie ook graag een reflectie van het college ontvangt. Wat betekent een overschot van 2,8 miljoen, komt dit voort uit het feit dat stukken zijn doorgeschoven of anders zijn ingericht en heeft men wel zorgvuldig, nuchter en realistisch begroot? Daarnaast noemt hij de op pag. 181 genoemde integriteit, waarbij wordt aangegeven dat er een risico-inventarisatie en evaluatie heeft plaatsgevonden en dat enkele aandachtspunten worden verder uitgewerkt. Hij vraagt wat deze aandachtspunten zijn, hoe deze uitgewerkt gaan worden en wanneer men daarin wordt meegenomen? Deze technische vraag zal schriftelijk beantwoord worden. De heer BOERSMA merkt m.b.t. de integrale wijkaanpak op dat er echt resultaten zichtbaar lijken te zijn en dat bewoners ervaren dat de dagelijkse aanwezigheid van de boa bijdraagt aan het grotere veiligheidsgevoel en een betere leefbaarheid in de wijk Kraaihoek. M.b.t. de herontwikkeling van Kraaihoek Oost wordt aangegeven dat Woonkracht10 bezig is met het nadenken over de verdere ontwikkeling, de herontwikkeling en herstructurering van die hele wijk. Zodra dit behandeld wordt op de omgevingstafel ontvangt de raad het verslag en mocht het nodig zijn om aanpassingen te doen aan het omgevingsplan, komt de raad in positie.

Hierbij merkt hij op dat zijn fractie al enige tijd de wens heeft om vanuit de raad meer betrokken te zijn bij het hele proces van deze belangrijke ontwikkeling midden in het hart van de gemeente. Hij vraagt het college daarom of de raad op enige manier meer betrokken kan worden bij de herontwikkeling van dit gebied. Men vindt dit te belangrijk om het alleen over te laten aan het perspectief van de woningbouw/Woonkracht10. M.b.t. personeel is het goed dat het college nu ook inzet op de doelstelling om de inhuur in de richting van het landelijk gemiddelde te laten bewegen. In dit kader noemt hij de motie die zijn fractie vorig jaar heeft ingediend over de wijsheid van de grijsheid. Men vindt het belangrijk te zien dat hier lokaal ook invulling aan wordt gegeven en dat er ook aandacht is voor het werven van nieuwe medewerkers. Van de samenwerkingsagenda regionale samenwerking wordt gezegd dat deze eind 2025 wordt opgeleverd en op de strategische visie wacht. Zijn fractie vindt het jammer dat dit niet eerder op gang is gekomen. De inzet is al geformuleerd in het bestuursakkoord en eigenlijk is de hele periode een beetje gewacht op andere belangrijke ontwikkelingen die voorrang moeten krijgen. Zijn fractie roept het college op om er werk van te maken en de ruimte die er regionaal is te pakken. Denk nu al na over prioriteiten die men kan stellen en waar men ook wat mee gaat doen.

Verder vraagt de heer BOERSMA wat het politieke doel is van een gemeente breed ondernemersfonds. Verder sluit hij zich aan bij de vragen over de degeneratievergoeding en vindt ook hij dat de streefwaarden en indicatoren die zijn opgenomen in de begroting onvoldoende terugkomen in het jaarverslag. Er wordt toegezegd om hier op een later moment op terug te komen, maar zijn fractie vindt het jammer dat dit nu nog niet gebeurd is, zodat men een beter 10

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

beeld had kunnen krijgen van wat er daadwerkelijk is gebeurd. Verder heeft zijn fractie vragen gesteld over de sustainable development goals, net als vorig jaar geeft het college aan dat die er wel in staan, maar dat die nauwelijks een rol hebben gespeeld bij de beleidsvorming en de verantwoording van de gemeente Papendrecht. Zijn fractie stelt daarom voor om deze niet meer op te nemen in de jaarverslagen en te kiezen voor andere indicatoren, die beter aansluiten bij de manier waarop de gemeente Papendrecht werkt. Verder laat het resultaat van vorig jaar zien dat er sprake is van prudent financieel beleid van de afgelopen jaren. Zo ziet men dat de reserves in 10 jaar tijd zijn gegroeid van ongeveer 20 miljoen naar 63,5 miljoen. Dit laat zien dat men in de afgelopen jaren heel consequent de reserves heeft aangevuld, hetgeen een goede basis geeft voor de komende jaren. Tenslotte noemt de heer BOERSMA de belastingcapaciteit. De belofte in het bestuursakkoord was niet boven het landelijk gemiddelde uit te komen. Men ziet dat dat de OZB in het land hard is gestegen, maar dat Papendrecht met een belastingcapaciteit van maar 84% onder het landelijk gemiddelde is gebleven. Mevrouw VAN ES merkt op dat haar fractie technische vragen heeft gesteld over betere sturingsinformatie. In de hele cyclus van begroting naar perspectiefnota en de jaarstukken moet dat zichtbaar zijn.

Wat men nu ziet is dat streefwaarden en indicatoren die in de begroting wel genoemd werden, niet op dezelfde manier terugkomen. Wat haar fractie heel belangrijk vindt, is dat men moet zorgen voor herkenbaarheid: dezelfde taal en dezelfde indeling. Haar fractie heeft gevraagd of men dit overzicht alsnog kan ontvangen, waarop het antwoord was dat men dit niet direct kan verstrekken, maar hierop (hopelijk voor de besluitvorming) terug zal komen. Hierbij merkt mevrouw VAN ES op dat het hen veel meer gaat om de lange termijn. Daarom vraagt haar fractie, ook omdat men hier al heel lang mee bezig is, een toezegging dat zaken in de volgende begroting en jaarstukken op eenzelfde manier terugkomen, zodat het voor de raad mogelijk is zaken te controleren. Verder heeft men een vraag gesteld inzake personeel. In de afgelopen jaren zijn er concrete aanwijzingen geweest dat er -op welke manier dan ook- heel veel personeel bij is gekomen. De vraag betreft de externe inhuur (en al het andere) versus vaste krachten. Er wordt aangegeven dat de vervuiling in de cijfers wel meevalt en dat dit te maken heeft met het feit dat er te veel elementen zijn opgenomen die niet onder de noemer inhuur vallen.

Het gaat om zaken als onderzoeks -en adviesopdrachten, medewerkers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst, het uitbesteden van resultaatopdrachten en werkzaamheden van facilitaire dienstverlening en algemeen verzorgende functies, de uitbesteding van dienstverlening aan de gemeentelijke organisatie binnen het concern of aan intergemeentelijke samenwerking in de vorm van shared services en het inlenen van personeel vanuit de organisaties zonder winstoogmerk. Deze zaken worden niet meer meegeteld bij het berekenen van 11

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

het percentage externe inhuur, maar ook niet bij het vaste personeel. Het gaat de raad om de vraag hoeveel geld er in totaal wordt uitgegeven aan personeel en hoe dit wordt opgesplitst, zodat men het kan vergelijken met een aantal jaar geleden. De vraag aan het college is waarom er elke keer zo wordt gegoocheld? (Omdat de voorzitter aangeeft dat dit een technische vraag is, merkt mevrouw VAN ES op dat dit niet het geval is en zegt zij dat haar fractie hier genoeg van heeft en overweegt hier een motie voor in te dienen. Het probleem met technische vragen is dat men daar ook een technisch antwoord op krijgt en geen politiek antwoord. Tenslotte complimenteert zij het college en de ambtenaren voor de beantwoording van de vragen. Verder is zij blij dat het college extra aandacht gaat besteden aan het hoge percentage jongeren zonder startkwalificatie, dat hoger is dan het landelijk gemiddelde. (Schorsing 21.00 – 21.10 uur) EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder JANSSEN merkt inzake de degeneratie vergoeding op dat men deze ontvangt n.a.v. het leggen van de kabels en leidingen. Ondanks dat aannemers de tegels zo dat zo goed mogelijk terug leggen, is dit niet altijd even netjes of verzakt het daarna nog. Om deze reden wacht men vaak met de werkzaamheden, maar kijkt men uiteraard wel of het veilig is. Tegelijkertijd wacht men soms ook op een reconstructie die aanstaande is.

In de afgelopen jaren heeft de gemeente een grote hoeveelheid geld ontvangen voor de aanleg van de glasvezel, maar ook daar wacht met nog even met de reconstructie. Verder merkt hij op dat Kraaihoek Oost past in een eerder concept dat niet definitief is vastgesteld, maar waarvoor wel samen met Woonkracht10, omwonenden, architecten en projectontwikkelaars een soort visievormingstraject is gelopen. Dit past in hoe men de hele wijk Kraaihoek wil hervormen. Kraaihoek Zuid is daar een goede eerste uitrol van en Kraaihoek Oost komt eraan. Dit is nog niet zover, maar zal binnenkort naar de omgevingstafel komen. In dit kader merkt de wethouder op dat Woonkracht10 heeft aangeboden in het najaar een beeldvormende avond te willen houden, o.a. over Kraaihoek Oost, maar ook over de andere projecten die in Papendrecht lopen. Dit lijkt hem de gelegenheid om niet alleen met Woonkracht10, maar ook met de gemeente in overleg te gaan over de plannen. (De VOORZITTER merkt op dat de griffie aangeeft dat men hier volgende week al een overleg over heeft.) M.b.t. het Van der Keviepand zegt de wethouder: hand in eigen boezem, ook bij de gemeenteraad en omwonenden. Het heeft wat langer geduurd, maar binnen nu en 2 weken vindt het ondertekenmoment tussen de burgemeester en de aannemer plaats. Hij hoopt dat het plaatje dat eruit is gekomen iedereen gaat bevallen.

Uiteraard wil men daar pas mee naar buiten komen als er definitief getekend is. 12

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

Wethouder RENZEN merkt m.b.t. de vraag naar de meetbare doelen in 2025 voor verduurzaming van het bedrijfsleven op dat er een gezamenlijke energiecoöperatie in oprichting is bij bedrijfsterrein Oosteind. Op de vraag m.b.t. de regiodeal/de innovatieve regio en de concrete baten van 2024 voor de Papendrechtse economie en de werkgelegenheid antwoordt de wethouder dat Papendrechtse bedrijven in de regio deelnemen aan de zgn. innovatietafels. Via deze tafels kunnen ze meeprofiteren van mogelijke nieuwe ontwikkelingen en kansen grijpen. De komende jaren moet blijken hoe succesvol dit in de praktijk zal zijn. M.b.t. de vraag naar de knelpunten bij de winkelgebieden en industrieterreinen zegt de wethouder dat er in principe geen grote knelpunten op de bedrijventerreinen zijn, met uitzondering van de bereikbaarheid als gevolg van filevorming op en rond de A15. Hiervoor is een regionale lobby gaande en hier heeft men alle aandacht voor. Inzake de opmerking van de CDA-fractie dat er weinig resultaat overblijft voor de grote investeringen merkt de wethouder op dat in de begroting een structureel budget is opgenomen om te sparen voor toekomstige investeringslasten. Aanvullend daarop wordt voorgesteld om het incidentele niet bestede rekeningresultaat te storten in de bestemmingsreserve.

De heer SCHUIL merkt per interruptie op dat in de concernrapportage het bedrag vrijvalt dat men opneemt voor de investeringen. Op zijn vraag of het klopt dat alleen dit bedrag wordt toegevoegd aan de investeringen zegt wethouder RENZEN dat deze vrijvalt bij de concernrapportage, in de algemene reserve. Wat men hier doet is deze aan de bestemmingsreserve toevoegen. Op de vraag van de VVD-fractie of vermeld kan worden in welk jaar de onjuiste aanbesteding heeft plaatsgevonden, welk jaar deze is ontstaan en om de einddatum van het contract te verwerken in de jaarrekening geeft de wethouder aan dit te zullen oppakken. M.b.t. het verlies van de grondexploitatie Centrum en de vraag de raad vaker te informatie te verstrekken over strategische projecten en risico’s, merkt zij op dat men probeert de raad zoveel mogelijk te informeren bij alle ontwikkelingen die gaande zijn. De grondexploitaties stelt men één keer per jaar vast bij de jaarrekening. Inzake de opmerking van (o.a.) de GL-fractie over het zorgvuldig, nuchter en realistisch begroten zegt de wethouder dat men altijd realistisch begroot, maar dat de posten onvoorzien -die men de laatste jaren in de begroting zag staan- er nu uit zijn gehaald. Het is niet zo dat men nu begroot en hoopt dat men aan bepaalde zaken ook minder gaat uitgeven.

Er is nog steeds realistisch geraamd wat men denkt kwijt te zijn aan de verschillende zaken die men uitvoert. Op de vraag van de heer GRIMMIUS of het klopt dat dit soms kan betekenen dat het ook wat risicovoller is antwoordt de wethouder ‘ja en nee’. Men heeft naar verwachting alle posten begroot en als deze verwachtingen uitkomen, doet men het precies goed. Hierbij is echter geen marge meer opgenomen en dus niet iets ruimer begroot. Wanneer zich ergens een nadeel 13

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

voordoet, gaat men dat ook zien. Op de vraag van de SGP-fractie naar het ondernemersfonds zegt de wethouder dat men in gesprek is met ondernemers over de mogelijkheid om gemeente breed een ondernemersfonds op te richten. Ondernemers moeten hier het nut, de noodzaak en meerwaarde van inzien. Ook vroeg men of de streefwaarden en indicatoren in het jaarverslag opgenomen kunnen worden, waarvan zij toezegt de raad dit overzicht voor de komende raadsvergadering te doen toekomen. Ook in de nieuwe programmabegroting, het jaarverslag en de jaarrekening 2025 zal men dit opnemen, zodat de raad een herkenbaar beeld krijgt van de streefwaarden. T.a.v. de SDG’s merkt zij op dat het heel lastig is om deze bij de praktijk te laten aansluiten. Men moet bekijken of men dit nog beter kan laten aansluiten, of dat men moet bepalen of het net niet is wat men ervan verwacht. Op de vraag van de heer Schuil om de investeringsreserve meer een prioriteit dan een sluitpost te maken antwoordt de wethouder dat deze vraag bij de perspectiefnota/begroting aan de orde is. Wethouder VAN DER BORG merkt richting de SGP-fractie op dat de samenwerking in de regio en samenwerkingsagenda volop in beweging is. Op dezelfde vraag heeft hij vorig jaar aangegeven dat er zoveel gaande is in de regio m.b.t.

regionale samenwerking, zoals de nieuwe groeiagenda, de regiodeal en het Common Eye-rapport, dat aangeeft hoe men de regionale samenwerking structureel beter vormgegeven moet worden. E.e.a. heeft ertoe geleid dat de samenwerkingsagenda geen prioriteit heeft gekregen. Men heeft echter wel een soort samenwerkingsagenda light opgesteld, die het college als een handvat heeft gepakt om te kijken naar de strategische relaties. De strategische visie die op komst is en de verdere uitwerking van het Common Eye-rapport, waarin wordt nagedacht over de RIA’s (Regionale Investeringsagenda’s) hebben zoveel prioriteit, dat men er nog niet aan toe is gekomen om de samenwerkingsagenda stevig te formuleren en voor te leggen. Wethouder VAN ERK merkt inzake de vraag van de OP-fractie, naar de genoemde adequate maatregelen in 2024 m.b.t. schuldhulpverlening -in het bijzonder naar Sterk in de wijk- op dat dit nog niet zo heel lang operationeel is en dat dit in 2025 doorloopt. Men gelooft in dit project omdat het onderdeel uitmaakt van een breder pakket van maatregelen. In april heeft men in het kader van het beleidsplan schuldhulpverlening uitgebreid gesproken over de lokale en regionale taken die men heeft om de schulden te voorkomen en waar nodig te bestrijden.

Burgemeester VAN DRIEL merkt in antwoord op de vraag van de OP-fractie hoe men omgaat met het feit dat er meer inzet wordt gevraagd dan er capaciteit is en wat de relatie met de integrale wijkaanpak en het integrale veiligheidsplan op, dat er inderdaad een verschil zit tussen wat gevraagd wordt en wat de capaciteit is. Hoe men hiermee omgaat is door prioriteiten te stellen, deze op te 14

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

pakken en vooral met de gemeentes en met partners daarin samen te werken. Dat betekent dat men ook kijkt hoe men samen slimmer kan zijn. In het IVP is bv. 1 van de pijlers ondermijning, hierin heeft men geïnvesteerd met de regisseur ondermijning en ondersteuning voor aangesteld. Daarnaast is er standaard 1 vaste boa in de wijk Kraaihoek aangesteld, hetgeen ook resultaten oplevert. Vanuit diverse teams, waaronder ook dat van openbare orde en veiligheid, wordt er heel veel inzet geleverd aan het integrale veiligheidsplan. De vraag inzake de programmatische aanpak van de leefbaarheid en het effect van de boa is een technische vraag, die schriftelijk beantwoord zal worden. M.b.t. de signalen die zijn binnengekomen op het gebied van ondermijning geeft de burgemeester aan dat wanneer ergens aandacht op wordt gevestigd, dit gaat groeien. Er zijn inderdaad meer signalen binnengekomen, maar die gaan door naar 2025. Sommige signalen zijn soms zo dun dat ze onderzoek nodig hebben om te kijken of het ergens toe kan leiden. Dit vraagt tijd. Soms volgt men een signaal en is het niks. Inzake de vraag van de D66-fractie over de externe inhuur merkt de burgemeester op dat men hier n.a.v.

een toezegging hier elk kwartaal op terug te komen, is gebleken dat de gemeente Papendrecht -omdat het verschil wel heel erg groot was- een andere normatief hanteerde voor de externe inhuur (of wat hier onder externe inhuur viel) dan landelijk. Hierop heeft men besloten terug te gaan naar de landelijke definitie, die gebruikt wordt door alle andere gemeenten. Dit heeft door deze afschaling eenmalig geleid tot dat percentage. Mevrouw Van Es gebruikte het woord gegoochel, maar de burgemeester definieert het op deze manier. Vanaf nu is het deze definitie. Verder zegt zij toe -voor de besluitvormende vergadering- een overzicht van alle kosten op het gebied van personeel te zullen verstrekken. TWEEDE TERMIJN RAAD De heer HARDAM merkt op dat hij vorig jaar ook al had gevraagd om de doelstellingen te formuleren in smart KPI 's (kritieke prestatie indicatoren). Op zijn vraag over programma 3.2, met als doel aantrekkelijke bedrijfslocaties, is de maatregel: blijven investeren in passend beleid. Dit zou betekenen dat zolang men niet stopt met investeren, het doel volgend jaar behaald is. Dit zegt echter niets over de effectiviteit van de maatregelen waarin men investeert. Op zijn vraag naar een concrete maatregel werd de innovatietafels genoemd, waarbij de komende jaren moet blijken of het effectief is geweest. Hij stelt hierbij nogmaals de vraag hoe dat gemeten gaat worden.

Bij het doel van aantrekkelijke bedrijfslocaties kan hij zich voorstellen dat een KPI kan zijn of er een verschil is in de uitloop van de bedrijven en op welk terrein dat het ergst is en of er een correlatie is met de branche in Papendrecht. De politieke vraag is of het college vindt dat de gestelde doelstelling voldoende meetbaar is, om volgend jaar de effectiviteit te kunnen evalueren. En wat het college daarnaast nodig zou hebben om meer verdieping te geven in de jaarstukken op dit gebied? 15

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

De heer BOERSMA merkt m.b.t. zijn vraag in eerste termijn -inzake de herontwikkeling van Kraaihoek Oost- op dat men in 2022 heeft ingestemd met de herontwikkeling van de eerste fase, Kraaihoek Zuid. Pas daarna is het idee van de zorgzame buurt omarmt en toegepast op die wijk. Idealiter zou er eerst een visie moeten zijn over hoe een dergelijke buurtgemeenschap eruit zou moeten zien, om vervolgens te komen tot herontwikkeling van het gebied. Nu is dat concept pas daarna toegepast. Zijn fractie vindt dat als er vergelijkbare ideeën zijn voor de rest van de Kraaihoek, deze nu eigenlijk al expliciet doordacht moeten worden. Hierbij moet men zich ook afvragen wat de gemeente daar voor doelen in wil bereiken. Hierbij doelt hij niet alleen op woningbouw, maar ook op voorzieningen, inrichting van de wijk, groen, verduurzaming, speeltuintjes, etc. Zijn fractie is daarom blij dat is aangegeven dat er in het najaar een beeldvorming komt met Woonkracht10 over de planvorming van o.a. dat gebied. M.b.t. de SDG ’s merkt hij nogmaals op dat het zijns inziens niet nodig is om deze op te blijven nemen als indicatoren. M.b.t. de samenwerkingsagenda light inzake regionale samenwerking is hij blij te horen dat het college zelf al heeft nagedacht over de strategische relaties. Juist in een heel veranderende regionale omgeving is dit wel van belang.

Zijn fractie ziet uit naar de vertaling van de strategische visie in een samenwerkingsagenda. Mevrouw VAN ES vraagt inzake het personeel of het klopt dat men inzicht krijgt in het vaste en inhuur personeel en andere uitbesteden werkzaamheden. Waar het haar fractie om gaat is al datgene wat de gemeente aan menskracht inhuurt en betaalt, zodat men een vergelijking kan maken tussen de huidige kosten en hoeveel dat 5-10 jaar geleden was of in de toekomst wordt. Verder heeft zij het antwoord gemist op haar verzoek om een toezegging om de streefwaarden en indicatoren de komende jaren op dezelfde wijze in alle stukken terug wil zien en wat de werkelijke uitkomsten zijn in de jaarstukken. De VOORZITTER merkt op dat wethouder Renzen heeft aangegeven dat dit vanaf 2025 op die wijze verwerkt gaat worden. Ook op haar eerste vraag heeft hij een toezegging van de burgemeester gehoord. TWEEDE TERMIJN COLLEGE Wethouder RENZEN merkt inzake de vraag van de heer Hardam over de economie op, dat men op technische vragen een technische antwoord krijgt.

Wanneer men spreekt over de economie, innovatie, hoe het gaat met de bedrijven, wat men doet om ervoor te zorgen dat de bedrijven goed kunnen ondernemen, dat men het economische vestigingsklimaat versterkt en men de maritieme maakindustrie in het Drechtsteden versterkt en de banen behouden blijven, hoeft men niet breed landelijk/Europees te vragen aan bedrijven om zich de Drechtsteden te vestigen, omdat hier geen ruimte meer voor is. De bedrijven die in de Drechtsteden gevestigd zijn, zijn dat omdat iedereen hier zit. Dat maakt 16

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

de maritieme maakindustrie en nog heel veel andere soorten maakindustrie die daaromheen zit en zorgt voor een sterke economie in de Drechtsteden en met name in Papendrecht. Op de vraag wat de gemeente eraan doet om ervoor te zorgen dat die bedrijven goed kunnen blijven ondernemen geeft de wethouder aan dat het goed is om naar de behoeften van de bedrijven te luisteren. Daarnaast is het belangrijk, en dit doet men binnen de regionale samenwerking, binnen de provincie Zuid-Holland en via de economische lijn ook naar de ministeries, dat de bedrijven blijven innoveren. Men ziet alleen al m.b.t. energiezekerheid dat het belangrijk is dat bedrijven hierin vooruitkijken en zorgen dat ze met elkaar in samenwerkingsverbanden tussen gemeente, onderwijs en bedrijfsleven blijven innoveren. De gemeente heeft hier, omdat men dit faciliteert en probeert aan te jagen wanneer men hier kans toe ziet, een bescheiden rol in. Hiermee geeft de wethouder geen duidelijk antwoord op de smart kpi's, maar dit is waar men mee bezig is. Volgens haar is dit de juiste manier om met de verschillende disciplines te kijken naar een economisch vestigingsklimaat en dat door samen te innoveren te versterken, te behouden en verder te brengen. Op de vraag van mevrouw van Es zegt zij nogmaals dat men bezig is met een nieuwe programmabegroting, met een bepaalde opbouw, waarin ook de streefwaarden worden opgenomen.

De bedoeling is dat deze volgend jaar herkenbaar in de jaarrekening 2025 terugkomen. De heer HARDAM trekt niet in twijfel dat Papendrecht aantrekkelijke bedrijfslocaties heeft en dat de juiste maatregelen hiervoor worden genomen. Hij vindt echter wel dat dit erg gering in de jaarstukken staat opgenomen en men daardoor niet elk jaar kan meten of het doel behaald is. Kan men ervoor zorgen dat de raad a.d.h.v. de jaarstukken elk jaar kan meten of het doel en de maatregelen behaald zijn? Wethouder RENZEN zegt dat de heer Hardam hier gelijk in heeft, maar dat dit erg lastig is. Men kan KPI 's opschrijven en daar handig naartoe schrijven dat ze zijn behaald. Het gaat echter meer om met elkaar de juiste dingen doen, zoals zij eerder heeft aangegeven en waarvan zij van mening is dat men dit ook doet. Het college vindt dat de economie, juist in deze tijd, veel aandacht verdient en heeft hier veel aandacht voor. Uiteraard is zij bereid hier nogmaals naar te kijken en eventueel over van gedachten te wisselen hoe men dat goed kan vormgeven. Hierbij merkt zij wel opdat het meetbaar opschrijven van zaken niet altijd betekent dat men daarmee verder komt. De VOORZITTER noemt nogmaals de toezegging dat de raad voor 3 juli een overzicht van streefwaarden en indicatoren zal ontvangen. Daarnaast ontvangt men voor 3 juli een overzicht van de kosten die gemoeid gaan met al het personeel.

17

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

Aansluitend adviseert de commissie de onderhavige stukken als bespreekstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 08.

Subsidieplafonds 2026. De heer BOERSMA is namens zijn fractie blij met de structurele financiering van het adviespunt Scheiden, Kind en Ouderschap conform de afspraken in het bestuursakkoord. De heer GRIMMIUS vraagt waarom de indexatie over de verleende subsidie wordt berekend en niet over het subsidieplafond van het voorgaande jaar. Op deze wijze is er sprake van een verkapte bezuiniging, maar brengt men het subsidieplafond ieder jaar omlaag. De heer RIETVELD geeft aan dat ook zijn fractie kan instemmen met de subsidieplafonds. De indexatie leek hen in eerste instantie aan de lage kant, maar is wel binnen de lijn van het Centraal Planbureau. De verhoging van het sociaal domein was hen onduidelijk, maar is mede dankzij de vraag van de D66-fractie duidelijk. Ook de heren STOUTHART en WOLTERS zullen namens hun fracties instemmen met het voorstel. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN zegt dat hun zorgen over of er ook nog geld overblijft voor mensen die niet binnen de reguliere subsidie met de vragen en antwoorden van de D66-fractie zijn weggenomen. Verder heeft ook haar fractie geconstateerd dat er heel veel geld (4/5) van alle subsidie naar het sociaal domein gaat. Zij zou graag antwoord krijgen op de technische vraag hoeveel er in totaal wordt uitgegeven aan het sociaal domein. Afsluitend merkt zij op dat haar fractie zal instemmen met het voorstel.

Ook de heer SPITSBAARD kan instemmen met de subsidieplafonds. Wel ontvangt hij graag antwoord op de technische vraag wanneer incidentele subsidies structureel worden. Verder vraagt hij hoe de controle plaatsvindt of subsidieaanvragers de subsidie nog daadwerkelijk nodig hebben. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder RENZEN merkt m.b.t. de vraag inzake indexatie over de verleende subsidie op dat er per subsidie door de raad een plafond is gegeven, waarbinnen het college subsidie mag verstrekken. Hierop sluit men het jaar daarop aan, omdat het niet voor de hand ligt dat men meer nodig zou hebben. De heer WOLTERS merkt per interruptie op dat als een activiteit waar subsidie voor is gevraagd onverhoopt niet wordt uitgevoerd, men het volgende jaar niets ontvangt. Wethouder RENZEN zegt dat het in dat geval geen structurele subsidie 18

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

betreft, waarop de heer WOLTERS zegt dat dit wel het geval is, maar dat zijn vraag een situatie betreft als de activiteit 1 jaar door omstandigheden niet wordt uitgevoerd (het lichtjesfeest) en men dus geen inflatie ontvangt. Wethouder RENZEN komt hier schriftelijk op terug. De heer B. GRIMMIUS merkt per interruptie op dat in art. 5 van de verordening staat dat de raad een subsidieplafond kan verlagen als… Dit betekent dat de bevoegdheid bij de raad ligt, maar dat het nu het college is die de subsidie verlaagt. Hij vraagt zich af of dit congruent is met de verordening. Wethouder RENZEN zegt dat het voorstel voorligt aan de raad en de raad er dus over gaat. Op de (technische) vraag van de heer Spitsbaard wanneer een incidentele subsidie structureel wordt antwoordt de wethouder dat zij hier schriftelijk op terugkomt, maar dat het (waarschijnlijk) na 3 jaar is. TWEEDE TERMIJN RAAD Mevrouw VAN ES gaat akkoord met dit voorstel en roept de andere fracties omdat er veel werd verwezen naar de antwoorden op de door haar fractie gestelde vragen- op ook technische vragen te stellen. Ook het antwoord op de vraag van mevrouw Van Wijngaarden -hoeveel er in totaal wordt uitgegeven voor het sociaal domein- vindt men bij de door hen gestelde vragen bij de perspectiefnota. Niets meer aan de orde zijnde worden de onderhavige stukken als bespreekstuk doorgeleid naar de gemeenteraad.

(Schorsing 22.04 – 22.15 uur) 09.

Uitvoeringsprogramma Groeiagenda 2025 en Jaarverantwoording 2024 Smart Delta Drechtsteden. De heer RIETVELD vindt het opvallend dat het programma op een aantal thema’s abstract en erg ambitieus is. Verder vindt men het -omdat Papendrecht niet zonder de regio kan- belangrijk dat aan de inwoners veel meer duidelijk gemaakt wordt hoe belangrijk de regionale samenwerking voor Papendrecht is en wat het Papendrecht oplevert. Hij stelt voor hieraan in het gemeentenieuws en op de social media meer aandacht te besteden. Ook mevrouw VAN WIJNGAARDEN vindt het een heel -en bij vlagen onduidelijkambitieus verhaal. Ondanks dat haar fractie heel erg voor samenwerking is, vindt men het belangrijk om alles wat men zelf kan doen, ook zelf te blijven doen en samen te werken waar men het niet zelf kan. Daarbij vindt men het m.b.t. de 19

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

woningbouw heel belangrijk om zeggenschap te houden. De PAB-fractie zal instemmen met het voorstel. Ook de heer LAMMERS geeft aan dat zijn fractie kan instemmen met het voorstel. T.a.v. de duurzaamheid en bereikbaarheid merkt hij op dat het onderzoek naar een lightrailverbinding via de noordflank van de Drechtsteden naar de Rotterdamse regio volgens hen nog steeds nodig is. Dit hoewel het Rijk daarvoor de benodigde gelden niet beschikbaar wil stellen, dan wel heeft wegbezuinigd. Bereikbaarheid van Papendrecht blijft echter zeker met de sluiting van de Merwedebrug in het verschiet een heet hangijzer. Dit zou ervoor pleiten om alternatieve opties voor mobiliteit in onderzoek te nemen. Ook de milieuvervuiling uit het verleden en heden blijft aandacht vragen. Wil men in een schone omgeving leven, dan is de sanering van gifgrond van groot belang. Een actieve opstelling van de lokale en de regionale overheid blijft niet alleen gewenst, maar is ook noodzakelijk. Het is goed te lezen dat in de Drechtsteden 766 woningen werden bijgebouwd, maar de druk op de woningmarkt is groot. Het is van belang hiermee door te gaan en de OP-fractie staat achter de ambitie om een gezonde, groene en veilige leefomgeving te realiseren. Het is een goede zaak dat de woningmarkt beter aansluit op de behoefte van de regio. Een actieve sturing op de woningbouwopgave is daarom van belang.

In het verleden is de woningbouwopgave te veel aan marktpartijen overgelaten en zijn publieke woningbestanden geliberaliseerd en daardoor onttrokken aan de sociale woningvoorraad. De insteek is nog steeds om te komen tot 30% sociale verhuur via woningcorporaties. De nadruk op sociaal en betaalbaar bouwen is goed om vast te houden. Bij de externe betrekkingen en de lobby richting provincie en Rijk richten de boodschap zich op 3 kernpunten. Het wegwerken van het woningtekort, het versterken van de regio door de woningbouw te concentreren rondom OV-verbindingen en het toegankelijk maken van financieringsbronnen. In combinatie met een plan voor de hedendaagse vormen van openbaar vervoer kan dit voor Papendrecht nog steeds aantrekkelijk zijn. Er is een goede aanpak gekozen voor het versterken van de arbeidsmarkt en het stimuleren van economische groei. Verder noemt de heer LAMMERS de grootschalige baggeroperatie die volledig batterij elektrisch is uitgevoerd en die is ontstaan vanuit het samenwerkingsverband Zet-Up, i.s.m. Smart Delta Drechtsteden, Van Oort, de gemeente Dordrecht en Havenbedrijf Rotterdam. Dit soort innovaties hebben de toekomst, het gaat om het terugdringen van de CO2-footprint. De Drechtsteden doen het goed op dit vlak.

Het afgelopen jaar werkten alle 7 Drechtsteden gemeenten aan projecten, slimme oplossingen en nieuwe samenwerkingen in het kader van de groeiagenda Drechtsteden 2030. De jaarverantwoording over 2024 lezend, werkt dat inspirerend.

20

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

De heer VAN HETEREN onderschrijft namens zijn fractie het belang van regionale samenwerking (voor heel veel thema’s) en zal instemmen met het voorstel. Hij is het eens met de heer Rietveld dat de communicatie over wat Smart Delta Drechtsteden voor Papendrecht kan betekenen veel beter moet zijn. Hierbij vindt hij de vraag wat Papendrecht voor Smart Delta kan betekenen ook van belang. Zijn fractie vindt het belangrijk dat men er bestuurlijk op inzet dat Papendrecht zich veel meer gaat profileren in Smart Delta Drechtsteden. Dat als de positie van vicevoorzitter vrijkomt, Papendrecht gaat lobbyen om daar een Papendrechtse wethouder of burgemeester neer te zetten. De D66-fractie wil ervoor pleiten dat Papendrecht veel ambitieuzer wordt om zich regionaal veel meer zichtbaar te maken en zich in te zetten voor het Papendrechts belang. De heer WOLTERS vraagt inzake de nieuwe regionale afspraken over de woningbouwopgave of dit wederom PALT-afspraken worden, of dat dit eenvoudigere afspraken worden waarbij de woonvisies van de diverse gemeenten leidend zijn. De heer VAN DEN DOOL vindt het goed om te lezen dat men de woningbouw in de regio versnelt van 800 naar 1.500 woningen per jaar. Hierbij vraagt hij zich af of Papendrecht – in het kader van de strategische visie en gezien de beschikbare locaties- uiteindelijk moet gaan temporiseren. M.b.t.

de mobiliteit vindt men het opvallend dat de focus erg sterk op het knooppunt Dordrecht Centraal ligt. Dit is voor veel Papendrechters veel minder relevant en het roept de vraag op hoe men hier strategisch mee om moet gaan. Hij vraagt de andere fracties of Papendrecht niet meer contact moet zoeken met gemeenten langs de A15 en de A16 in de richting van Rotterdam en de andere kant op, voor een verbetering van het openbaar vervoer en voor meer doorstroming op die route. Tenslotte noemt de heer VAN DEN DOOL de energietransitie. Zijn fractie heeft meerdere malen aangekaart dat men problemen ziet in de toekomst waar het gaat om het eigenaarschap van het warmtenet dat aangelegd gaat worden. HVC heeft enkele tientallen gemeentelijke eigenaren, die allemaal mede-eigenaar worden van het regionale warmtenet. Men is en blijft van mening dat de regiogemeente Drechtsteden dit zelf in handen moeten houden, al dan niet via een aparte constructie als aandeelhouder van HVC. Zijn fractie hoor daar heel weinig reactie op en vraagt -voor het te laat is- zowel het college als de andere fracties hoe zij daarin staan. EERSTE TERMIJN RAAD Wethouder VAN DER BORG zegt allereerst dat communicatie zeker van belang is en neemt de oproep van de CU-fractie zeker ter harte. Hierbij merkt hij op dat men trots mag zijn op de samenwerking die er is en dat de totaal begroting van de Smart Delta Drechtsteden ca.

5 miljoen euro per jaar bedraagt en dat Papendrecht voor een dubbeltje op de eerste rang zit. Helemaal wanneer men dit vergelijkt met andere samenwerkingsverbanden in het land. Als men ziet wat er is bereikt met het binnenhalen van de regiodeal en op welke thema’s men in staat is 21

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 26 juni 2025

om successen te behalen, doet men het goed. Tegelijkertijd moet er ook een tandje bij, hetgeen men in de komende maanden verder zal uitwerken. In dit kader noemde hij eerder de regionale investeringsagenda 's. Om deze reden is het belangrijk dat men blijft communiceren waarom deze samenwerking nodig is, waarom de resultaten worden behaald en waarom het zo belangrijk is dat men daarop inzet. Daarom hoopt hij dit via de communicatie beter te gaan uitzetten. Richting de D66-fractie zegt de wethouder het er helemaal mee eens te zijn dat daar ook bestuurlijke posities voor nodig zijn. Hierbij merkt hij wel op dat als hij zou aangeven hier interesse in te hebben, hij het zeker niet zou worden. Niemand van het college gaat hier in het openbaar op reflecteren. Wethouder JANSSEN merkt m.b.t. de PALT-afspraken op dat in het bestuurlijk overleg Wonen samen met woningbouwverenigingen en andere partijen de woonopgave, in het bijzonder de sociale huuropgave, opnieuw -vooral regionaalwordt bekeken. Of de afspraken hierover opnieuw PALT-afspraken worden kan de wethouder niet zeggen. Het worden in ieder geval afspraken tussen de verschillende partijen, om te kijken hoe men dat regionaal beter kan oppakken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1090/documents/16047