Verslag Oordeel 20.3.2025.pdf
Tekst van het document
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE OORDEELSVORMENDE VERGADERING d.d. 20 maart 2025. Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www. papendrecht.nl Aanwezig: De heer P.J. van der Giessen, voorzitter; Mevrouw H.M. van Wijngaarden (PAB), de heer L. Bruijniks (PAB), de heer X. Janssen (PAB), mevrouw H.C.T.J. Hoekstra (OP), de heer I. Brands (OP), de heer D. Stouthart (VVD), mevrouw A. Verschoor-De Winter (CDA), de heer R. Schuil (CDA), de heer J. Mulder (CDA), de heer A. Rietveld (CU), de heer E. den Boef (CU), mevrouw D. YildizKarso (PvdA), de heer T.H. Wolters (PvdA), mevrouw T.C. van Es (D66), de heer N. van Heteren (D66), de heer A.J. Boersma (SGP), de W. Goudriaan (SGP), de heer P.C Grimmius (GL) en de heer B.H. Grimmius (GroenLinks). Mevrouw M.J.M. van Driel, burgemeester; De heer J.D. van der Borg, portefeuillehouder; De heer J.L. van Erk, portefeuillehouder; De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder; De heer A.J. Kosten, portefeuillehouder. De heer M. Hermans, interim griffier. De heer J. Lier, pl. griffier/raadsadviseur. De heer de heer Bruijninckx, inspreker agendapunt 09. Afwezig: Mevrouw W. Renzen-Van Leeuwen, portefeuillehouder. 01.
Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.
02.
Vaststellen agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
03.
Mededelingen. Er zijn geen mededelingen.
04.
Vaststellen verslagen 13 en 20 februari. De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld.
05.
Vragenkwartier.
1
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
De heer VAN HETEREN stelt de volgende vragen inzake het onderzoek naar misstanden bij de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD), die aanzienlijke kosten (€ 700.000, -). 1. Wat is de exacte financiële bijdrage van de gemeente Papendrecht aan het onderzoek naar de misstanden bij de SDD, en op welke wijze is deze bijdrage berekend? 2. Uit welke budgetten of financiële reserves wordt het onderzoek gefinancierd? Kan het college garanderen dat deze bijdrage niet ten koste gaat van het reguliere budget voor sociale voorzieningen en ondersteuning van kwetsbare inwoners? Wethouder VAN ERK geeft aan dat er een regionaal voorstel in de maak is om een deel van het positieve resultaat over 2024 van de gemeenschappelijke regeling Sociaal te bestemmen voor de dekking van de kosten van het onderzoek en hiervoor een bestemmingsreserve te vormen. Bij de voorjaarsbrief 2025 zal een voorstel worden gedaan om de betreffende middelen uit deze reserve vrij te laten vallen ter dekking van deze kosten. De gemeenteraden zullen via een zienswijze betrokken worden bij het besluit. 3.
Welke maatregelen worden er genomen dat dit onderzoek daadwerkelijk leidt tot structurele verbeteringen in de dienstverlening van de SDD, zodat kwetsbare inwoners niet de dupe worden van organisatorische misstanden? Wethouder VAN ERK zegt dat mogelijke maatregelen zullen afhangen van de constateringen die worden gedaan in het onderzoek. Omdat het onderzoek nog niet is afgerond kan nog niet worden aangegeven welke maatregelen er daadwerkelijk genomen kunnen of moeten worden. Het bestuur van de GR bepaalt na de oplevering van de resultaten van het onderzoek een bestuurlijk standpunt en bepaalt dan ook de eventueel te zetten vervolgstappen. Dit zal medio mei het geval zijn. 4. Hoe wordt geborgd dat de gemeenteraad en inwoners van Papendrecht transparant worden geïnformeerd over zowel de voortgang als de mogelijke gevolgen van dit onderzoek voor de dienstverlening van de SDD? Wethouder VAN ERK zegt dat alle 7 gemeenteraden periodiek worden meegenomen in de voorgang van het proces via procesbrieven. De volgende brief, nummer 7, volgt eind maart. Als er uit het onderzoek aanpassingen voortkomen die effecten gaan hebben op de algemene dienstverlening van de sociale dienst, worden de inwoners daarover op de gebruikelijke wijze geïnformeerd, zoals dat altijd gebeurt bij wijzigingen in de dienstverlening.
Dit kan via algemene berichten zijn, maar dat kan ook via persoonlijke berichten zijn. Mevrouw HOEKSTRA vraagt inzake vervuiling in de leidingen van de douches in Gymnastieklokaal De Kooy/douches zonder douchekoppen wat hier aan de hand is, waarom dit probleem niet direct wordt aangepakt en wanneer gaan de douches weer naar behoren werken. Wethouder JANSSEN zegt dat de kwestie sinds eind vorige week -ook na een bericht van de tafeltennisvereniging- bij het college bekend is. Verder merkt hij op dat de tafeltennisvereniging zelf een beetje verbaasd is over de vragen van de OP-fractie. Dit vooral omdat men in goed 2
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
contact staat met de verhuurder, het sportbedrijf Papendrecht. M.b.t. de kwestie zelf is er tijdens de periodieke controle net na de zomervakantie van 2024 opnieuw legionella in de leidingen van de douches vastgesteld. Daarop heeft de verhuurder deze douches direct buiten bedrijf gesteld. Hoe de communicatie de afgelopen maanden verder is verlopen tussen huurder en verhuurder, weet men niet. Wel is duidelijk dat er inmiddels een gespecialiseerd bedrijf is ingeschakeld om tot een structurele oplossing te komen. 06.
Ingekomen stukken. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN noemt inzake D04. RIB Westeind 32 windmolen ontwerp omgevingsvergunning de molen/windturbine op Papendrechts grondgebied en kan de beantwoording en handelswijze hieromtrent accepteren. Verder is haar fractie buitengewoon blij dat er is afgezien van de windturbines bij Kinderdijk en de grens van Papendrecht. De heer VAN HETEREN geeft aan dat in A.24. Uitkomst intaketafel Poldermolen 8 (als reden dat een bedrijf zich hier niet mocht vestigen) wordt benoemd dat er weinig tot geen maatschappelijke voorzieningen zijn en dat dit wel gewenst is. Er wordt als voorbeeld vooral genoemd dat vooral zorgfaciliteiten dichtbij huizen gewenst zijn. (Bij de Poldermolen zit gezondheidscentrum Zorgmolen.) Zijn fractie vraagt waarom in het kader van maatschappelijke voorzieningen continue zorgfaciliteiten worden genoemd en bijvoorbeeld geen sport, cultuur of ander soort maatschappelijke voorzieningen. Wethouder JANSSEN zegt dat over het algemeen maatschappelijke/zorginstellingen vooraan staan bij dit soort plinten. Het is niet gezegd dat het alleen maatschappelijke instellingen zouden moeten zijn en het staat tussen haakjes in het bericht. Men heeft vooral geconstateerd dat de kantoorfunctie minder wenselijk is. De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken door te leiden naar de gemeenteraad.
07.
Insprekers over niet geagendeerde onderwerpen. -
08.
Oplegnotitie Coffeeshopbeleid. De heer GRIMMIUS spreekt (samen met mevrouw Van Es) de wens uit vanavond een open gesprek over dit onderwerp te kunnen hebben en daarbij niet met frames te spreken en over feiten i.p.v. fictie. Het eerste feit is dat dit bestaat in onze samenleving. Het is er nou eenmaal en daar moet men wat mee doen. Dat kan men niet wegdenken of wegwensen. Het gemeentebestuur heeft daarop te anticiperen en te reageren. Er zijn genoeg mensen in de Nederlandse en Papendrechtse samenleving die cannabis gebruiken. Als men weet dat de vraag 3
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
bestaat, is de vraag voor het gemeentebestuur en daarmee ook de raad die daarop volgt, hoe men het aanbod gaat organiseren. Dat kunnen we doen door het te controleren en te reguleren. Dat zou iets zijn waar de GL-fractie voorstander van zou zijn. Of men kan het overlaten aan de straathandel en het onzichtbaar laten worden/lijken, maar in de samenleving alle nadelige gevolgen daarvan wel elke dag voelen. Want niet alleen het feit dat het vraag en aanbod is, maar ook het feit dat het een veiligheidsaspect met zich meebrengt, zorgt ervoor dat het gemeentebestuur daar absoluut iets van moet vinden. Verder noemt de heer GRIMMIUS de (landelijke) ondermijning en de incidenten rondom explosieven die in 9 van de 10 gevallen gerelateerd zijn aan drugscriminaliteit. Met de kop in het zand steken en heel hard roepen dat men het niet wil gaat het fenomeen niet weg, nog alle positieve en negatieve gevolgen die daaraan kleven.
Vervolgens stelt hij de andere fracties de volgende vragen: - Heeft men de antwoordbrief van 12 augustus 2024 van het college over drugs in Papendrecht gelezen? - Is men bereid om een werkbezoek aan de coffeeshop in Zwijndrecht te brengen en zich verder te laten informeren? - Erkent men dat men hier het gesprek moeten voeren en dat het een open gesprek over de feiten moet zijn? Zijn de fracties bereid zich hierover te laten informeren? Daarnaast is hij benieuwd naar het antwoord op de aan het college gestelde vragen: - Is men bereid om in gesprek te treden met portefeuillehouders uit de omringende gemeente, waar wel reeds een of meer coffeeshops zijn gevestigd, over ervaringen daarmee? - Wat is de kijk van het college op kweek, handel en gebruik van softdrugs in Papendrecht, de ontwikkeling hierin in de afgelopen jaren en de verwachte verdere ontwikkeling? - Wat ziet het college als oplossingen en hoort hier ook eventueel het openen van een coffeeshop bij? De heer BOERSMA geeft aan dat zijn fractie zeker bereid is tot een open gesprek, maar zegt dat het beleid t.a.v. coffeeshops zijns inziens niet primair vraagt om pragmatische maar om normatieve keuzes. Vanuit dat perspectief merkt hij op dat de verkoop en het gebruik van wiet in coffeeshops Nederland wordt gedoogd en dat gemeenten zelf mogen kiezen of ze coffeeshops toestaan of niet.
De SGP is landelijk en lokaal (zoals de meerderheid van de raad) tegen dat gedoogbeleid. In het bestuursakkoord is ook niet voor niets opgenomen dat men in Papendrecht geen coffeeshops wil toestaan. Drugsgebruik is schadelijk voor de gezondheid, al helemaal voor jongeren. De SGP-fractie is van mening dat het coffeeshopbeleid niet alleen slecht is voor de gebruikers zelf, maar dat ook de maatschappij er 4
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
schadelijke gevolgen van ondervindt. Denk aan financiële problematiek, inzet van politie en justitie en extra kosten voor de gezondheidszorg. Men wil daarom dat er wordt gestopt met gedogen en dat men de wet gaat handhaven. Voor gezondheidsrisico's van cannabis geldt dat ze toenemen naarmate men op jongere leeftijd start met gebruik, men meer en frequenter gebruikt en men sterkere cannabis gebruikt. Een coffeeshop zou volgens de GL-fractie illegale drugshandel, overlast, criminaliteit die daarmee gepaard gaat, mogelijk doen afnemen en kunnen voorkomen dat jongeren risico lopen om met drugscriminaliteit in aanraking te komen. Volgens de heer BOERSMA vraagt het coffeeshopbeleid niet primair om pragmatische, maar ook om normatieve keuzes. Daarbij is het niet gezegd dat de regulering van wietverkoop de illegale kweekverkoop en het gebruik van wiet ook werkelijk zal doen afnemen. Sowieso blijft de productie van wiet ook bij coffeeshops illegaal. Dit is het probleem van het gedoogbeleid: de achterdeur is niet legaal en niet gereguleerd. Verder merkt hij op dat wietgebruik in Nederland al jarenlang significant boven het Europese gemiddelde ligt. Verder blijkt uit de beantwoording van de schriftelijke vragen dat de drugsproblematiek zich sterk voordoet in de groep hoog risico jongeren van 8 (?) tot 23 jaar.
Het is dus zeer aannemelijk dat een groot deel hiervan nog geen 18 is en dus ook geen toegang heeft tot een coffeeshop. Een coffeeshop lost daarom drugsgebruik onder jongeren niet op. Verder vindt de SGP-fractie het onwenselijk dat een coffeeshop drugsgebruik normaliseert. Men hecht daarentegen aan goede voorlichting op scholen en noemt de inzet van straatcoaches, credible messengers en interventies gericht op de digitale leefwereld van jongeren. Verder noemt hij het IJslandse preventiemodel, een op gemeenschappen gebaseerde preventieaanpak die wordt gebruikt om het middelengebruik, alcohol, drugs en tabak aan te pakken onder jongeren en het welbevinden onder jongeren te verbeteren. Zijn vraag aan het college is welke preventieaanpak men in Papendrecht en de GGD-regio gebruikt en of hier ook elementen van dat preventiemodel uit IJsland inzitten. In antwoord op de gestelde vragen geeft hij aan dat de SGP-fractie geen meerwaarde ziet in een werkbezoek aan de coffeeshop. Wat hen betreft komt er geen coffeeshop in Papendrecht, ook niet in een later stadium. Verder blijkt uit de beantwoording van de schriftelijke vraag van de D66-fractie dat in vrijwel geheel Papendrecht een verbodsbepaling geldt voor coffeeshops. Alleen voor de bedrijventerreinen Noordhoek en Oosteind en het bestemmingsplan voor het Land van Matena zou vestiging mogelijk zijn.
Daarnaast blijkt dat in de huidige Omgevingsvisie nu niets is opgenomen m.b.t. het wel of niet toestaan van de vestiging van coffeeshops. In het kader van het besluit over de aanpassing van de Omgevingsvisie zal zijn fractie een amendement indienen om in heel Papendrecht geen coffeeshops toe te staan. De heer RIETVELD zegt dat de CU-fractie de zorgen over de toename van 5
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
softdrugsgebruik en illegale handel in Papendrecht begrijpt. Hij onderschrijft daarom ook de noodzaak om in gesprek te gaan over dit probleem en effectieve oplossingen te zoeken. Men is echter van mening dat het openen van een coffeeshop in Papendrecht niet de juiste aanpak is. Het uitgangspunt van de initiatiefnemers lijkt logisch door verkoop te reguleren. Via een coffeeshop wordt illegale handel beperkt en staat er meer controle op de kwaliteit van producten. Toch moet de gemeenteraad breder kijken dan alleen de handhavingskant. Een coffeeshop draagt bij aan de normalisering van drugsgebruik, iets waar de CUfractie principieel afstand van neemt. Softdrugs zijn niet onschuldig en het gebruik ervan brengt -zeker voor jongeren- gezondheidsrisico's met zich mee. Daarnaast is er geen garantie dat een coffeeshop de illegale handel daadwerkelijk vermindert. Er blijft altijd een parallelcircuit bestaan dat is gericht op jongeren die niet in de coffeeshop terecht kunnen of op klanten die drugs willen die niet via de reguliere weg worden aangeboden. Daarbij merkt hij op dat de meeste problematiek in Papenrecht zit bij de jeugd onder de 18. Wanneer iemand van 18 jaar en ouder legaal softdrugs zou kunnen kopen, ontstaat het risico dat dat het nieuwe normaal gaat worden.
Bij alcohol ziet men al dat het geaccepteerd is om vanaf 18 jaar te drinken, maar bij drugs heeft men nog de kans om het signaal af te geven dat het gebruik hiervan niet normaal is en dit ontmoedigd moet worden. I.p.v. te kiezen voor een coffeeshop pleit zijn fractie voor een steviger preventie- en handhavingsbeleid (bv. voorlichting gericht op jongeren, maar ook ouders en scholen) en samenwerking met de omliggende gemeenten om een regionale aanpak te versterken. De CU-fractie wil niet wegkijken van de realiteit, maar wil ook niet meegaan in de gedachte dat legalisering de enige of de beste oplossing is. In reactie op de gestelde vragen geeft de heer RIETVELD aan dat men de antwoordbrief van het college heeft gelezen. Signalen over de toename in softdrugsbezit en vervaardiging daarvan onderstrepen voor zijn fractie juist het belang en de noodzaak voor een sterkere preventie en een striktere handhaving i.p.v. faciliteren van drugsgebruik via een coffeeshop. Men ziet, omdat het standpunt van zijn fractie is dat normaliseren van drugsgebruik niet de juiste oplossing voor deze problematiek is, geen toegevoegde waarde van een werkbezoek aan een coffeeshop in Zwijndrecht. Men richt zich veel meer op preventie, educatie en een structurele aanpak van de achterliggende oorzaken van drugsgebruik en de handel die dus plaatsvindt in onze gemeente.
Mevrouw VAN WIJNGAARDEN vindt het jammer dat het lijkt of alleen de coffeeshop besproken moet worden en dat de opmerking door weg te kijken en te doen alsof wat je niet ziet er ook niet is, verdwijnt een probleem niet de indruk wekt dat iedereen, behalve de indieners van dit onderwerp, wegkijkt. Uiteraard is dit allerminst het geval. Raadsbreed ziet men het probleem van het drugsgebruik. Op de gestelde vragen inzake het werkbezoek geeft zij aan dat een eerdere presentatie door de heer Baks de PAB-fractie niet heeft aangemoedigd 6
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
voor een coffeeshop in Papendrecht te zijn. Zij gaat er daarom vanuit dat een werkbezoek ter plekke ook niet veel zin heeft. Op de vraag of men erkent dat het gesprek over dit onderwerp moet voeren geeft zij aan dat dit absoluut het geval is. Men vindt het alleen jammer dat in dit gesprek te veel op de coffeeshop wordt gefocust. M.b.t. de beantwoording van de schriftelijke vraag 1. vindt zij het jammer dat men geen duidelijk beeld van de cijfers krijgt. Verder spreekt ook zij de voorkeur van haar fractie uit voor een verbodsbepaling voor coffeeshops in geheel Papendrecht. M.b.t. de opmerking van de heer Grimmius dat het plaatsen van explosieven 9 van de 10 keer drugs gerelateerd is vraagt zij hem deze stelling te onderbouwen. Tenslotte geeft zij aan op een ander moment graag over de aanpak, dit is volgens haar fractie geen coffeeshop in Papendrecht, van dit probleem te spreken. Mevrouw HOEKSTRA zegt dat men het in de OP-fractie nog niet over eens is over dit onderwerp en dit nog verder zal bespreken. Wel vraagt men zich af welk probleem een coffeeshop in Papendrecht oplost en noemt de overlast voor omwonenden. Omdat er geen sprake is van een commerciële instelling informeert zij naar het verdienmodel.
Mevrouw VERSCHOOR vindt het goed om dit onderwerp te bespreken, maar zegt dat in het bestuursakkoord staat opgenomen dat men geen coffeeshops in de gemeente Papendrecht wenst en dat men zich hier ook aan moet houden. Softdrugs werkt verslavend en kan leiden tot gebruik van en verslaving aan andere drugs. De CDA-fractie gelooft dat de mens bedoeld is om vrij van verslavingen te leven en vindt niet dat men, door het vestigen van een coffeeshop, de drempel nog lager moet maken. Verder vindt men het verdienmodel van een coffeeshop discutabel en is men van mening dat de illegale drugshandel niet wordt oplost door het openen van een coffeeshop. Daarnaast wil men ook niet meewerken aan het faciliteren van drugs (aan jongeren) en wil men niet meewerken aan ondermijning. Verder merkt zij op dat drugsverslavingen een grote maatschappelijke kostenpost zijn, waar de samenleving op allerlei manieren voor betaalt. Tevens geeft zij aan dat de in de Drechtstreek aanwezige coffeeshops tot overlast voor de buurt leiden en is men geschrokken van de lage pakkans voor drugsgebruik. M.b.t. de gestelde vragen merkt zij op dat de CDA-fractie niet negatief is t.o.v. een werkbezoek, maar dan ook graag een werkbezoek aan het afkickcentrum van De Hoop wil afleggen.
Mevrouw VAN ES noemt de 2 belangrijkste punten voor een coffeeshop in Papendrecht: een betrouwbare ondernemer en dat men wil dat Papendrechters in een veilige omgeving softdrugs moeten kunnen kopen en niet in aanraking komen met het illegale harddrugsmilieu. De Zwijndrechtse ondernemer werkt zonder winstoogmerk met goed gecontroleerde producten en preventieve 7
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
voorlichting. Haar fractie is van mening dat volwassenen zelf kunnen beslissen of ze genotsmiddelen kunnen gebruiken. Hierbij geeft zij aan dat alcohol en tabak veel verslavender is dan hasj en wiet en dat het de beeldvorming over drugs is die de mening stuurt en dat drugs als één groep producten wordt gezien. De belangrijkste reden om dit te bespreken is dat men met wegkijken en een taboe opwerpen de veiligheid en de gezondheid van de inwoners geen dienst bewijst. De Papendrechtse inwoners kopen hun softdrugs ofwel in buurgemeenten of via straathandel en tegenwoordig vooral online. In het illegale circuit loopt de verkoop van soft- en harddrugs, met alle gevaren van dien, door elkaar. Ook bestaat er een groot risico om geronseld te worden voor het criminele drugscircuit. Met een coffeeshop voorkomt men niet alle problemen, maar men kan wel de verkoop van softdrugs aan veel jonge mensen wegtrekken uit het criminele harddrugsmilieu. Uit onderzoek van het Trimbos Instituut blijkt dat het gebruik van cannabis in tien jaar tijd nauwelijks is veranderd. (Zo'n 25 procent van alle volwassenen heeft ooit has of wiet gebruikt, dat zijn de cannabisproducten. Als men uitrekent hoeveel inwoners regelmatig cannabis gebruiken, dat is iets minder dan het landelijk gemiddelde, zijn dat ca.
1.500 personen.) Iedereen in Papendrecht die het durft te zien, weet dat op parkeerplaatsen zonder direct aangrenzende huizen s ‘avonds vanuit auto's wordt gehandeld in drugs (en vast niet alleen in softdrugs). Rond de locatie van VV Papendrecht, de Andoornlaan, bij het Van de Palmpad, bij de kerk en het park bij VV Drechtstreek. Toen er in 2016 het idee was om een scholenpark te bouwen in het Oostpolderpark was 1 van de redenen voor deze locatie, dat daar heel erg veel in drugs werd gehandeld en dat hiermee ook meteen aan te pakken. De fracties van GL en D66 willen graag dat de raad zorgt dat men weet waar men het over heeft. Dit begint met de scheiding te maken in hard- en softdrugs. Aan het college wordt gevraagd om hun kijk op de situatie in Papendrecht te geven, met name over de scheiding tussen hard- en softdrugs. Zij is zich ervan bewust dat burgemeesters, i.v.m. de extra handhaving, meestal tegenstander van een coffeeshop zijn. De heer STOUTHART geeft aan dat zijn fractie de beantwoording van het college uiteraard heeft gelezen. Hij zegt dat rondom softdrugs al lang een vreemde situatie bestaat. Terwijl de verkoop van cannabis aan de voordeur van de winkel wordt gedoogd, is de inkoop aan de achterdeur illegaal. De VVD-fractie wil dit slimmer regelen. Daarom is men ook erg benieuwd naar de uitkomsten van het huidige wiet-experiment.
Mensen zijn volgens zijn fractie zelf verantwoordelijk voor hun eigen gezondheid. Men vindt niet dat de overheid alles wat slecht is voor mensen moet verbieden. Maar bij een effectieve preventieaanpak van drugs moeten de overheid en ook de lokale overheid drugsgebruikers wel wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid. Daarom zou men op dit moment veel meer willen inzetten op een actieve voorlichtingscampagne. Daarnaast is in het. De VVDfractie staat op dit moment gewoon achter de afspraak in het bestuursakkoord 8
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
opgenomen dat men geen coffeeshops in Papendrecht wil. Op de vraag of er bereidheid is om de coffeeshop in Zwijndrecht te bezoeken is zijn fractie verdeeld. Mevrouw KARSO geeft aan dat de D66 en GL-fracties ervan uitgaan dat men met een coffeeshop in Papendrecht het illegale circuit de pas wordt afgesneden. Binnen de fractie begrijpt men dat er een probleem is, maar men weet niet zeker of het openen van een coffeeshop een oplossing is. Van oudsher is de D66fractie hier terughoudend in. Omdat men het belangrijk vindt zichzelf te informeren is men wel bereid een werkbezoek af te leggen. Men wil niet ontkennen dat er sprake is van gebruik van soft- of harddrugs en wil daarom kijken wat de gemeente eraan kan doen om dit op te lossen. De PvdA-fractie is geen voorstander van meer handhaven, maar weet dat alleen preventie het niet oplost. Om deze reden moet de gemeente (of landelijk omdat Nederland een grote speler is als het gaat om drugshandel) iets anders doen. M.b.t. de beantwoording van de gestelde vragen inzake overlast door jongeren geeft het college aan dat men geen aanleiding ziet om met Zwijndrecht in gesprek te gaan over dit onderwerp. Haar fractie vraagt wat er nodig is om dit gesprek wel te voeren, waarom men zich niet laat informeren over (on)mogelijkheden en of er een oplossing is gevonden in Zwijndrecht.
EERSTE TERMIJN COLLEGE Op de vraag of men bereid is in gesprek te gaan met portefeuillehouders uit omliggende gemeenten geeft burgemeester VAN DRIEL aan dat er op dit moment geen aanleiding voor het college is om in gesprek te gaan over de keuze die gemaakt is om coffeeshops toe te staan in hun gemeente. Uiteraard is men, mocht die wel aanleiding komen, wel bereid dat te doen. Verder geeft zij aan dat zij zelf wel op bezoek is geweest bij de coffeeshop in Zwijndrecht. Op de vraag naar de kijk van het college op wat er nu gebeurt met stofdrugs in Papendrecht en wat men verwacht van de verdere ontwikkeling geeft zij aan dat er een toename te zien is in de politiecijfers m.b.t. het bezit en of de handel in softdrugs. De handel en het gebruik zelf is echter minder zichtbaar geworden. Dit komt door de toegenomen rol van social media bij de verkoop en doordat er een jeugdbende die heel veel dealde uit het straatbeeld is verdwenen. Uit de politiecijfers blijkt dat er in de periode van 2019 tot 2023, ook in de kweek van softdrugs een toename te zien is. Men verwacht ook niet dat dit in de toekomst zal verminderen, omdat het gebruik van softdrugs met name onder jongeren ook een landelijke trend is. M.b.t.
de vraag wat het college als oplossingen ziet en of hier eventueel het openen van een coffeeshop in Papendrecht bij hoort antwoordt de burgemeester dat dit niet door cijfers of concrete feiten gestaafd kan worden. Het vestigen van een coffeeshop in Papendrecht betekent dat het gebruik en 9
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
handel van softdrugs gereguleerd wordt door afgifte van een exploitatievergunning c.q. gedoogverklaring met bijbehorende voorschriften. Omdat een coffeeshop alleen toegankelijk is voor personen van 18 jaar en ouder, zal dit in ieder geval geen oplossing bieden voor het reguleren van het gebruik en de handel bij jongeren in de leeftijd onder de 18 jaar. Daarnaast is het gezondheidsbeleid van deze gemeente erop gericht om de inwoners zo gezond mogelijk te krijgen en te houden. Een onderdeel van het beleid is verslavingen zoals roken en alcohol te voorkomen of te beëindigen. Het vestigen van een coffeeshop waarin men cannabis kan verkrijgen, kan een verslaving in de hand werken. Dit staat haaks op het gemeentelijk gezondheidsbeleid dat gevoerd wordt en dat in beleidsnota's is vastgelegd. M.b.t. de vraag van de SGP-fractie wat men aan preventie doet verwijst de burgemeester naar de nota lokaal gezondheidsbeleid waarin staat dat het beleid erop gericht is dat het drugs- en lachgasgebruik onder Papendrechters afneemt. Als gemeente richt men zich specifiek op kinderen en jongeren en hun ouders. Bij aanpassing van het lokale gezondheidsbeleid kan zij zich voorstellen dat er ook naar het IJslandse model gekeken gaat worden.
Ten tweede verwijst zij naar de beantwoording van de vragen (vraag 2) die in augustus hebben plaatsgevonden, waarin wordt aangegeven welke bekende interventies er mogelijk zijn om jongeren buiten de drugscriminaliteit te houden. Zij noemt o.a. de straatcoaches, credible messengers (professionals die de wereld van straat en geweld kennen) en het onderwijsprogramma Kapot Sterk, om jonge jeugd weerbaar te maken tegen de invloed van drugscriminaliteit en de aanpak Jonge Aanwas. Op de vraag van de CDA-fractie of er voldoende handhaving is antwoordt de burgemeester dat er eigenlijk nooit genoeg handhaving is. Continu handhaven vraagt om een hele andere aanpak, waarbij men ook een hele andere maatschappij wordt. TWEEDE TERMIJN COLLEGE De heer GRIMMIUS denkt dat het goed is dat de D66 en GL-fractie dit onderwerp hebben geagendeerd, omdat de wens/noodzaak om zich te laten informeren en te praten over feiten wel duidelijk is geworden. M.b.t. overlast, de al dan niet aanzuigende werking, het ontstaan van verslavingen en andere gevolgen van cannabis gebruikt, maar ook de vraag naar een zaak zonder winstoogmerk. Het is verleidelijk om het gesprek te voeren over wat allemaal feiten en ficties zijn, maar dat is niet de bedoeling van de oplegnotitie. Wel vindt hij het belangrijk in te gaan om het verzamelbegrip drugs, waar alles -onterecht- onder wordt geschaard.
Coffeeshops verkopen softdrugs, voornamelijk cannabis en in een goed geval alleen cannabis. Dat is echt iets anders dan alle andere soorten drugs. Het gevaar van het aan de straathandel overlaten, is dat daar heel veel winstoogmerk achter zit, waardoor andere drugs gepusht wordt. Dat is veel gevaarlijker voor het ontstaan van verslavingen dan alleen het gebruik van cannabis zelf. Gebruik van 10
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
cannabis op zich ziet de heer GRIMMIUS niet als een probleem. Het is ook niet voor niks niet strafbaar. Misbruik van alle soorten drugs, maar ook van alcohol en ook tabak, is een ander verhaal. Een verantwoordelijke coffeeshop zou eraan bij kunnen dragen dat het bij normaal verantwoord gebruik blijft en niet overgaat naar misbruik. De heer BOERSMA merkt per interruptie op dat de heer Grimmius zegt het gebruik van cannabis niet als een probleem te zien, maar wel het verschil te zien tussen gebruik en misbruik. Hij vindt dat hierbij sprake is van een normatieve discussie. De heer GRIMMIUS is het daarmee eens, hij heeft daar dezelfde normatieve gevoelens bij als bij tabak en alcohol. In dat kader verwijst hij naar de gemaakte opmerking dat een coffeeshop kan bijdragen aan het normaliseren en eventueel ontstaan van bepaalde ongewenste gevolgen. Hierbij merkt hij op dat men er ook niet op aandringt dat alle slijterijen of tabakszaken gesloten moeten worden. Terwijl deze zaken veel verslavender werken dan cannabis. Hij is het eens met de heer Boersma, daar kan een bepaalde vorm van normatief denken in gevonden worden. Maar dan moet men dat wel doen op het niveau waarop dat ook moet, en moet men niet voor bepaalde producten -alleen omdat deze meer sociaal geaccepteerd zijn- een andere lijn kiezen.
Op de vraag van mevrouw HOEKSTRA hoe een coffeeshop kan zorgen voor meer verantwoord gebruik geeft de heer GRIMMIUS aan dat er wordt gewerkt met een pasjessysteem. Hierdoor wordt precies bijgehouden wie, wanneer, hoeveel koopt en kan er indien nodig ingegrepen worden. Mevrouw HOEKSTRA zegt dat men als men meer wil gebruiken naar een andere coffeeshop kan gaan, waarop de heer GRIMMIUS antwoordt dat een verantwoordelijke coffeeshop de behoefte aan steeds meer voorkomt er ook geen andere troep aangesmeerd wordt. Uiteraard zijn er mensen die er moeite mee hebben om het binnen de perken te houden, maar hierin kan hij zich vinden in de woorden van de heer Stouthart, dat volwassen zelf mogen kiezen wat ze met hun leven doen. Uiteraard is een coffeeshop in Papendrecht geen wonderoplossing, maar het kan wel een onderdeel zijn van een breder pakket. In dit kader vindt hij het belangrijk ook het gesprek over preventie en voorlichting verder te voeren. De heer BOERSMA vraagt per interruptie naar de mening van de heer Grimmius naar het gebruik van softdrugs door minderjarigen, waarop deze aangeeft hier absoluut niet voor te zijn. Ook tabak en alcohol onder de 18 moet men niet willen. Mensen boven de 18 kunnen in Nederland echter altijd zelf bepalen wat ze met hun leven doen. Er zijn bepaalde zaken in de samenleving die men niet 100% kan oplossen.
Op de vraag van mevrouw VERSCHOOR of men met een coffeeshop de drempel niet verlaagt antwoordt de heer GRIMMIUS dat dit niet het geval is, omdat het overal heel makkelijk te verkrijgen is. Mevrouw VERSCHOOR begrijpt dit, maar vindt het geen fijn idee dat de gemeente door het openen van een coffeeshop het drugsgebruik zou faciliteren. Zij zegt dat de overheid nu ook al veel moeite moet doen om het roken terug te dringen en dat dit voor softdrugs -wanneer dit genormaliseerd wordt- hetzelfde zou gelden. De heer GRIMMIUS vindt dat het 11
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
niet aan hem is om te bepalen of het normaal is om alcohol te gebruiken, maar zegt dat hij dit persoonlijk (in beperkte mate) wel vindt. Hetzelfde geldt voor cannabis, dat minder verslavingsgevoelig is dan alcohol. In aanvulling op de opmerking van mevrouw van Es merkt hij op dat ook op de parkeerplaats aan de Douwes Dekkerlaan wordt gedeald. Op de vraag van mevrouw van Wijngaarden inzake ondermijning en drugscriminaliteit noemde ook de burgemeester deze twee zaken in één adem. Ook op de website van de Rijksoverheid gaat het in relatie tot ondermijning alleen maar over drugscriminaliteit. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN begrijpt dat, maar vindt niet dat de berichtgeving over explosieven altijd drugs gerelateerd hoeft te zijn. De heer GRIMMIUS zegt dat dit volgens de media vaak wel zo is. Mevrouw VAN ES is blij dat een aantal fracties heeft aangegeven mee te willen op werkbezoek om zich verder te laten informeren. Wel vindt zij het zorgelijk dat de burgemeester aangaf dat de verwachting is dat het gebruik, de overlast en de misbruik niet zal afnemen omdat dat gewoon ook een landelijke trend is. Verder zou zij een aantal van de vragen kunnen beantwoorden, maar het lijkt haar goed om deze vragen tijdens een werkbezoek zelf te stellen. Zij begrijpt het gevoel bij het woord drugs, dat is heel anders dan bij het woord alcohol en zelfs tabak.
Terwijl dit heel veel schadelijker is dan cannabis. Dit komt waarschijnlijk omdat het woord drugs in Nederland geldt voor zowel soft- als harddrugs, terwijl drugs in het Engels ook medicijnen zijn. Verder merkt zij op dat bijna iedere jongere weet waar je het kunt krijgen, waar het wordt gebruikt en wie het doen. Als moeder van iemand tussen de 20 en 30 (de groep die het meest gebruikt) heeft zij -vooropgesteld dat iedere ouder het allerliefst wil dat hun kinderen niet drinken, niets roken en geen cannabis gebruiken- liever dat haar kind cannabis gebruikt. Cannabis is minder bekend, minder geaccepteerd, minder genormaliseerd, maar zou dat volgens haar fractie niet moeten zijn. Daarnaast zou zij als ouder liever hebben dat haar kind het niet uit de achterbak van een auto koopt, maar bij een coffeeshop die als het kan ook nog controleert op schimmels of pesticiden. Die weten wat erin zit, kunnen adviseren en kunnen vanwege het pasjessysteem zichtbaar maken hoeveel er wordt gebruikt. Om deze reden vindt de D66-fractie dat dit niet het laatste gesprek over dit onderwerp zou moeten zijn en dat is het voor hen ook niet. Afsluitend merkt zij richting de fracties die mee willen op werkbezoek op, dat er een datum zal worden geprikt die voor iedereen uitkomt.
Mevrouw VERSCHOOR vindt de vraag hoe groot het risico is en hoe snel en hoe makkelijk de volgende stap wordt gezet heel belangrijk. Mevrouw VAN ES zegt dat dit zeker geen automatisme is en de heer GRIMMIUS vraagt of zij het verschil ziet tussen een straatdealer of een coffeeshop met een winstoogmerk die graag zijn geld wil verdienen en daarom andere drug pusht en een coffeeshop zonder winstoogmerk. Mevrouw VERSCHOOR begrijpt dit en zou ook liever zien dat haar 12
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
kind -wanneer deze zou gebruiken- liever naar een coffeeshop zou gaan waar het product gecontroleerd is. Maar of deze coffeeshop in Papenrecht moet staan blijft nog wel een ding. Men zou net zo makkelijk naar Dordrecht kunnen gaan. De heer GRIMMIUS bevestigt dit, maar zegt dat men nog een veel laagdrempeligere optie heeft, namelijk de straathandel. Om deze reden kan een coffeeshop in Papendrecht een voordeel zijn. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN geeft richting mevrouw Van Es aan dat zij de betrouwbaarheid van de ondernemer niet ter discussie heeft gesteld. Haar vraag blijft hoe een coffeeshop in Papendrecht het probleem van drugsgebruik onder jongeren onder de 18 zou oplossen. Terwijl zij net heel stellig was over het feit dat haar fractie niet mee zou gaan met het werkbezoek, merkt zij op dat dit voor haarzelf geldt en dat de andere fractieleden dit nog zullen aangeven. Verder vond zij het argument dat er een scholengemeenschap in het Oostpolderpark gebouwd zou worden mede omdat daar zoveel gedeald werd heel apart, waarop mevrouw VAN ES aangeeft dat zij dit niet heeft verzonnen en dat het niet haar argument was. Dit had echter wel een probleem opgelost. Verder heeft mevrouw VAN WIJNGAARDEN moeite met de vergelijking met alcohol en tabak, omdat de regels hiervoor strenger zijn geworden.
En met uitzondering van grote overvallen hoort zij weinig berichten over mensen die voor hun sigaretjes de criminaliteit ingaan. De heer GRIMMIUS zegt dat er veel makkelijker aan tabak en alcohol te komen is dan aan cannabis en het inderdaad steeds meer wordt beperkt, maar dat het nog altijd overal vrij toegankelijk te kopen en te gebruiken is. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN geeft aan het niet helemaal eens te zijn over de beleving tussen drugs en alcohol en tabak. De heer GRIMMIUS zegt m.b.t. het verdienmodel van de crimineel dat wanneer men zaken legaliseert de winst voor de criminelen weg is. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN vond het heel fijn te horen dat er inmiddels een groep in Papendrecht die zich hiermee bezighield is opgerold. En zij hoopt dat de boa's en politieagenten als ze even tijd hebben, extra langs kunnen gaan bij de genoemde locaties waar gedeald wordt. Verder wil zij met het oog op voorlichting en controle, zeker voor de jongere kinderen, een beroep doen op de ouders. Uiteraard is ook zij zich bewust van het verschil tussen harddrugs en softdrugs. Op de vraag naar de oplossing denkt haar fractie nog steeds niet dat een coffeeshop in Papendrecht het antwoord is. De heer GRIMMIUS weet dat een coffeeshop niet de oplossing biedt, maar vraagt per interruptie of het een onderdeel van de oplossing kan zijn.
Mevrouw VAN WIJNGAARDEN -en zij is hier niet de enige in- denkt niet, mede omdat dit ook in het coalitieakkoord staat, dat dat het geval is. Misschien is er volgend jaar een ander college dat hier wel voor open staat en kan deze discussie alsnog worden gevoerd. Zij vindt het wel heel goed het gesprek over dit onderwerp te voeren en zegt zeker open te staan voor een vervolggesprek over een andere manier waarop men dit kan aanpakken. De heer GRIMMIUS vraagt of men er bij de 13
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
verkiezingscampagne dan nog over zal spreken, waarop mevrouw VAN WIJNGAARDEN antwoordt dat het niet bovenaan haar lijstje staat. Een nieuw college van welke samenstelling dan ook gaat ook een coalitieakkoord opstellen en zal hierin misschien wel aangeven dat er coffeeshops komen. Haar fractie is hier echter geen voorstander van. De heer RIETVELD begrijpt het verschil tussen soft- en harddrugs, maar zegt wel dat er een relatie tussen bestaat en dat het een het ander kan versterken. Hij is wel van mening dat men breder moet kijken dan alleen de coffeeshops. Zijn fractie is voorstander van meer informatie, maar zou dit wel in een breder perspectief zien en noemt de problematiek van gebruik door jongeren onder de 18. De heer BOERSMA hoort dat alle fracties de problematiek m.n. onder jongeren onderkennen. Hij dankt de burgemeester voor de beantwoording t.a.v. zijn vraag over het IJslandse preventiemodel. Het is goed om hier bij de nota gezondheidsbeleid inhoudelijk breder op terug te komen. M.b.t. drugs, tabak en alcohol is er een heel belangrijk verschil waar het gaat over de werkelijkheid onder ogen zien. Is de werkelijkheid is er een grote verwevenheid tussen criminaliteit en soft- en harddrugs. Ook kan men niet negeren dat bij de coffeeshops de achterdeur is niet geregeld.
Mevrouw VAN ES vraagt per interruptie of hij ook van mening is dat dit komt omdat het meeste daarvan illegaal is. Illegaliteit en de hoge verdiensten zorgen ervoor dat dit verweven is. Op haar vraag of hij van mening is dat deze verwevenheid, als alle softdrugs legaal zouden zijn, er nog steeds zou zijn antwoordt de heer BOERSMA dat dit de kern van de discussie is. In een ideale situatie zou de D66-fractie alles willen legaliseren, maar zou de SGP-fractie op een nullijn gaan zitten en dit uit de samenleving willen weren. Zijn fractie gelooft dus niet dat de verwevenheid tussen drugs en criminaliteit bij legalisering volkomen verdwijnt. Op de vraag die de heer GRIMMIUS per interruptie stelt of deze verwevenheid wel compleet zou verdwijnen als men het helemaal zou verbieden antwoordt de heer BOERSMA dat hij niet de illusie heeft dat deze verwevenheid ooit gaat verdwijnen. Wel denkt hij dat er ook een normatief aspect aan deze discussie zit. En zijn fractie vindt dit niet oké en wenst in te zetten op preventief en repressief. Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat er niet per se twee mogelijkheden zijn waarop men naar deze situatie kan kijken. Men kan ook kiezen voor een scheiding van de situatie, waarbij volwassen mensen hun eigen keuzes maken, zeker als het gaat om middelen die minder verslavend zijn dan alcohol en tabak. Dat is ook een norm.
De heer BOERSMA zegt dat men m.b.t. tabak en alcohol vanwege de verschrikkelijk negatieve impact op de gezondheid een beweging ziet dat men het gebruik hiervan wil terugdringen. De SGP-fractie is een partij die aan de rechterkant van het politieke spectrum zit en is een van de weinige rechtste 14
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
partijen met een vergaand preventiebeleid m.b.t. alle vormen van verslavingen. Dit omdat men van mening is dat de overheid een heel belangrijke plicht heeft om het leven te beschermen. Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat de D66-fractie helemaal niet voor verslavingen is en men ook helemaal niet voor het promoten van meer tabak- en alcoholgebruik is. Maar men is ook een pragmatische partij die vindt dat het helemaal verbieden van bv. alcohol tot zoveel ellende leidt, dat men dit beter kan reguleren i.c.m. preventie en goede voorlichting. De heer BOERMSA is hiervan op de hoogte, maar geeft nogmaals aan dat men eindelijk stapsgewijs allerlei maatregelen neemt om de schadelijke effecten van alcohol en tabak terug te dringen, terwijl hij bij softdrugsgebruik vanuit de D66-fractie een beweging de andere kant op ziet. Mevrouw VAN ES merkt op dat volgens haar fractie het verbieden van alcohol en tabak nooit de manier is om de schadelijke gevolgen te beperken. Men is van mening dat dit het probleem groter zou maken. De heer GRIMMIUS is het per interruptie eens met de opmerking van de heer Boersma dat het een plicht voor de overheid is om om te gaan met zaken die verslavingsgevoelig zijn en dat het een goede trend is dat men die zaken steeds meer gaat reguleren. In dat kader merkt hij op dat zijn fractie van mening is dat een coffeeshop hierbij kan helpen.
Nu is het verboden en laat men het over aan de straatcriminaliteit. De heer BOERSMA zegt dat zijn fractie het openen van een coffeeshop niet ziet als het beperken van het aanbod. Niets meer aan de orde zijn sluit de VOORZITTER dit agendapunt af. 09.
Vaststelling Omgevingsvisie 2.0. Inspreker de heer BRUIJNINCKX: Omgevingsvisie 2024. ‘Je moet gewoon goede relaties hebben met het gemeentehuis’. Dat was het antwoord op de vraag waarom iemand gratis gebruik kreeg van gemeentegrond. 2022: ‘Die vergunning, dat wordt gewoon geregeld met de gemeente of dat je nou meewerkt of niet.’ Ik geloof dit niet en ik geloof het eigenlijk nog steeds niet en ik wil het eigenlijk ook niet geloven. Het ontwerpbestemmingsplan kwam eind 2023. Daarin kon het plan wat mij voorgelegd was in ieder geval niet, dus dat ging goed. Tegelijkertijd bleek op het gemeentehuis de omgevingstafel positief over 5 tot 7 woningen. Dat is inmiddels opgelopen tot een kleine 20 woningen. En dat is heel erg strijdig met het bestemmingsplan. Dat bijgebouw (er is een foto zichtbaar van het dijklint), het gaat om die schuur daar, om die kas, die mag, als het teniet gaat, niet worden gebouwd. Dat gebied helemaal daarachter mag ook niet worden gebouwd. Het moeten grondgebonden woningen zijn. En er zit ook nog, als klap op de vuurpijl, erfdienstwaardigheid op, dat als er achter gebouwd wordt er een boete geldt van per jaar een kleine twee ton. Maar dat schijnt allemaal geen probleem te zijn. Eind 2024 hebben we het bestemmingsplan Dijklint.
Daarin, op de zienswijze, staat de uitzondering dat de gemeente of B&W zich voor kan stellen dat als dit bijgebouw weggaat -wat dus dan niet gebouwd mag worden- er toch 1 of meerdere woningen mogen komen. 15
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
Tegelijkertijd komt de ontwerp omgevingsvisie, waar we ineens een haakse bocht zien. Prioriteit 1 is toevoegen van woningen aan het dijklint. En dat staat haaks op het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan was gericht op het behoud van het dijklint. Hoe daar invulling aan is gegeven, is dat er juist zeer beperkt -en daar was het bestemmingsplan ook zo sterk in- woningen bij zouden komen. Sterker nog, je mag niet buiten je bouwvlakje komen, je mag niet in de tuin bouwen. Als er bijgebouwen te niet gaan, mag je niet herbouwen. Doordat dit nu in de omgevingsvisie staat, is het natuurlijk een walhalla voor projectontwikkelaars. Want je hebt natuurlijk een grotere kans dat je met een BOPA, dus met een afwijking op het bestemmingsplan waarin eigenlijk geen woningen bij mochten, dat dat nu wel kan. Want tenslotte, er is een nieuwe prioriteit, woningen toevoegen. En dat betekent dat als dit zo doorgaat, dat we twee werelden hebben. We hebben het strenge bestemmingsplan voor de gewone bewoner, die er allemaal geen kennis van heeft, die kan nog geen millimeter buiten zijn woonvlak. En dan hebben we het voor de ontwikkelaars die met de omgevingsvisie in de hand, als ik dit zo zie, een grote kans tot aan de Raad van State zullen hebben om hun plannen erdoorheen te krijgen.
Want uiteindelijk, die BOPA, dat is een afwijking van het bestemmingsplan dat voor iedereen geldt, wordt uiteindelijk getoetst aan de omgevingsvisie. En die omgevingsvisie is dus in die zin belangrijk. De omgevingsvisie is echt 180 graden gedraaid, van geen woningen, amper woningen, naar woningen toevoegen. Dat is alsof een oliemaatschappij zegt ‘ik ga alleen maar windmolens doen’ en de dag erop de prioriteit heeft om olie op te pompen. Als u akkoord gaat met de omgevingsvisie, met het toevoegen van die woningen, dan is het hek van de dam. Dan geeft de raad het nu weg. En uiteindelijk, want dit soort plannen worden denk ik wel gerealiseerd, het gelijkheidsbeginsel, er zullen er meer zijn, oftewel het karakteristiek van de dijkwoning om een open gebied te houden, gaat verdwijnen. En wat het ook afroept, want het gaat nu helemaal buiten de raad om en er is ook een vrijbrief gekregen om van het bestemmingsplan af te wijken, want de omgevingsrevisie is tenslotte het hoogste wat we hebben. Er komt ook willekeur om de hoek. Het gaat helemaal buiten eenieder om. En als ik nu kijk hoe hier de laatste 10 jaar gehandeld is, we vieren nu het tienjarig bestaan met dit kavel, dat er systematisch weggekeken wordt, er niet gehandhaafd wordt en dat er gunsten verleend worden. De gemeente is gehouden aan het voorkomen van de schijn van partijdigheid. En dat gaat zo niet gebeuren.
Als dit er is, dan wordt het risico groter dat er gewoon willekeur komt. En als we hier kijken, want dit is een fantastisch verdienmodel, ook voor dat kavel: van 1 woning naar ongeveer 20 woningen. Geen boetebeding, etc., het is bingo. Het is aan de raad of dat u dit weg wilt geven. En als u dat doet, is het een politieke beslissing en hebben we ons allemaal daarbij neer te leggen. En dat accepteer ik dan ook. Dat is geen enkel probleem. Maar ik vind wel dat iedereen zich moet realiseren: die omgevingsvisie is belangrijker dan uiteindelijk de dijkvisie die daaronder ligt, dan wel het bestemmingsplan. Dank u.
16
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
Mevrouw VAN WIJNGAARDEN geeft aan dat de heer Bruijninckx dit verhaal al eerder heeft verteld. Zij heeft moeite met het plaatje en de kreten en zegt dat het karakteristiek de woningen aan de dijk zijn, waarvoor heel lang geleden een plan is opgesteld. In de omgevingsvisie wordt iets meer vrijheid aan eigenaren toebedacht. Zij vraagt zich af wat zijn betoog toevoegt aan zijn eerder gehouden betoog in reactie op een zienswijze, waarop de heer BRUIJNINCKX aangeeft dat dit een reactie op een zienswijze is en dat het dijklint niet alleen toeziet op de woningen aan de dijk. In de reactie van de gemeente op de dijkvisie wordt aangegeven dat de suggestie niet past binnen de gewenste ontwikkelkaders van deze visie. Zijn reactie is gericht op de nieuwe ontwikkelkaders, die worden veranderd. De suggestie die wordt gewekt is dat alles hetzelfde is, terwijl dat niet het geval is. Met deze omgevingsvisie is de kans groter dat dit soort ontwikkelingen standhouden bij de Raad van State. Als de raad het passend vindt om alles vol te bouwen, is dat een politieke keuze. Zijn keuze is het niet en er zijn meerdere mensen die daar niet voor kiezen. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN vraagt hoe de andere bewoners hier over denken, waarop de heer BRUIJNINCKX zegt dat er een aantal bewoners aanwezig zijn, waarvan het om hun achtertuin gaat. EERSTE TERMIJN RAAD De heer B.
GRIMMIUS noemt de 2 gevraagde besluiten: de staat van verwijzingen en de Omgevingsvisie 2.0. De GL-fractie is van mening dat de staat van wijzigingen uitgebreid zou moeten worden. De omgevingsvisie zelf is een strategische en integrale langetermijnvisie op de fysieke leefomgeving. Hierin komen 4 nationale belangen naar voor: ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie, duurzaam economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio's en toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. M.b.t. figuur 2 op pagina 14 van de Omgevingsvisie merkt hij op dat de Lage Waard is gesaneerd. Daarnaast ziet men bij beide voetbalverenigingen dat de velden 1 en 2 als sportterreinen zijn weergegeven en de overige velden groen geworden. Zijn er plannen waarvan de raad nog niet weet? Daarnaast merkt hij op dat de sportvelden in het Vanderpalmgebied ook niet op het kaartje staan. Op pagina 18 staan de 4 ambities: een gezonde en veilige leefomgeving: de vestiging van nieuwe bedrijven en verplaatsing van bestaande bedrijven die hinder veroorzaken voor de gezondheid en veiligheid gebeurt zoveel mogelijk af van onze woongebieden. In dit kader legt hij de link met Fokker, omdat dit alles strookt met de huidige situatie rondom Fokker. Het is de bedoeling dat we een gezonde balans nastreven tussen economische belangen en de gezondheid en veiligheid van onze inwoners.
Ook dit staat volgens de heer GRIMMIUS op dit moment onder druk. Gemeenten zijn wettelijk verplicht een omgevingsvisie op te stellen en het moet geen stuk papier worden wat in een bureau verdwijnt of, als we de moderne variant daarop loslaten, een document wat ergens opgeslagen wordt in 17
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
een mapje op de pc. Op pagina 20 staat: Er ligt een aantrekkelijk skatepark voor zowel skaters, steppers en BMX'ers. Zijn fractie is echter van mening dat het skatepark niet als aantrekkelijk wordt ervaren. Verder vraagt men opheldering over de opmerking: we hebben nog steeds een zwembad, sporthallen en voldoende gymzalen. Waarom staat er op pagina 23 bij 4.2 klimaatbestendig en bijna energie neutraal. Verder vraagt de heer GRIMMIUS hoe men (pag. 35) de situatie gaat oplossen dat de Burgemeester Keizerweg niet voldoet aan de functionaliteit. Op pag. 51 vraagt hij een toelichting op 1 van de prioriteiten: het niet toestaan van gebouwen in parken. Verder vraagt hij duidelijkheid over de tegenstrijdigheid van het behouden van groenstroken langs de hoofdwegen en het wonen langs drukke wegen zoals de BK-weg en Veerweg mogelijk maken. Op pag. 55 wordt het openhouden van de Vriesenpolder genoemd. Hij vraagt een bevestiging van zijn interpretatie dat hier wordt bedoeld dat de polder wordt opengehouden en niet de besluitvorming hierover. De heer WOLTERS heeft dezelfde opmerking over gebouwen in parken. Zijn fractie mist het niet bouwen op de groenstroken en velden en vindt het belangrijk dat de wijken ook groen blijven. Men begrijpt dat er om aan de vraag te voldoen extra moet worden gebouwd. Aan bouwen in de hoogte is daarom bijna niet te ontkomen.
Men vindt echter nergens een maximale hoogte. Omdat Papendrecht vol raakt mist zijn fractie in de visie tot hoever men gaat. Tot 35.000 of 40.000? Om de vorige gemeenteraden is de kreet Manhattan aan de Merwede wel eens gevallen, zijn fractie is hier geen voorstander van. Mevrouw BOKMA mist, in het kader van de risico's en vluchtmogelijkheden bij een overstroming, een lokaal evacuatieplan. In de omgevingsvisie staat opgenomen dat de parkeernorm voor nieuwbouw omlaaggaan. De VVD-fractie vindt het echter belangrijk dat de normen uit de parkeernormennota van 2018 gehandhaafd blijven. Welke norm heeft het college in gedachte bij een verdere daling? Verder vraagt men zich af hoe het opgeven van parkeerplaatsen voor groen of verbetering van de leefomgeving bij de zorg voor langer zelfstandig thuis wonen past? Om die reden wil de VVD-fractie voor bestaande wijken dat er altijd minimaal één auto dicht bij de woning (100 meter) geparkeerd kan worden. En voor de tweede en volgende maximaal 150 meter. Men is zeker tegen parkeren aan de rand van de wijk, omdat dit niet bijdraagt aan langer zelfstandig kunnen blijven wonen. M.b.t de aangepaste tekst voor de huisvesting van statushouders is de VVD-fractie juist voorstander van de oude tekst, waarin staat dat huisvesting van statushouders niet ten koste mag gaan van de reguliere woningvoorraad.
De aangepaste tekst is voor de VVD-fractie reden om deze te amenderen, omdat de eigen woningzoekenden toch eindelijk voorrang moeten krijgen bij de toewijzing van reguliere woningen. M.b.t. de eisen van het dijklint merkt mevrouw BOKMA op dat in de omgevingsvisie is opgenomen dat bij 18
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
beoogde dijkversterking kleinschalige bebouwing toegevoegd kan worden aan het dijklint. De VVD-fractie vraagt zich af wat kleinschaligheid inhoudt (1 of 20 woningen?). Verder vraagt zij wat de ambitie om het dijklint verder te vergroenen concreet betekent voor de groene erven en tuinen, in relatie tot het gegeven dat er woningen bij mogen komen. En wat betekent de prioriteit: juist extra bebouwing toestaan of wordt hiermee juist een beperking beoogd? Daarnaast mist men aandacht voor het geschikt maken voor bewoning door meerdere generaties van bestaande woningen. Om deze reden overweegt de VVD-fractie een amendement in te dienen, om de regels voor verruiming van het woonoppervlak bij bestaande woningen te versoepelen. Verder is ook zij verbaasd over de tekst inzake het skatepark en vindt men het belangrijk dat de omgevingsvisie iedere twee jaar wordt geëvalueerd en daar waar nodig geactualiseerd. De heer VAN HETEREN zegt dat de thema’s duurzaamheid, mobiliteit, klimaatadaptiviteit, vergroening, een gezonde leefomgeving, een beweegvriendelijke omgeving zijn fractie aan het hart gaan. Hij merkt op dat op pagina 18 wordt gesproken over bijna klimaatneutraal, terwijl op pagina 19 (en verder) wordt gesproken over bijna energieneutraal. Wel vindt men het belangrijk in de omgevingsvisie te verankeren dat de gemeente in 2050 100% klimaatneutraal wil zijn.
Inzake het (bijna) energieneutraal zijn zal zijn fractie met een amendement komen. Verder merkt hij op dat Papendrecht op de 6e plek van de slechtste gemeente staat inzake schone lucht. Ondanks het feit dat dit genoemd wordt in de Omgevingsvisie vindt zijn fractie dat hiervoor iets meer urgentie moet komen. Om deze reden zal men met een motie komen. M.b.t. mobiliteit is men blij dat het STOMP-principe wordt genoemd. Bij de prioriteiten mist men echter wel een duidelijke invulling van het principe. Ook hiervoor zal men met een amendement komen. Waarschijnlijk zal men ook een motie indienen voor het meer inzetten op fietspaden rondom scholen. M.b.t. het skatepark stelt hij voor dit te omschrijven als urban sports, dan biedt men zichzelf de vrijheid om hier meer mogelijkheden voor te zoeken. Ook hiervoor komt men misschien met een amendement. Verder is men blij dat de beweegvriendelijk omgeving wordt aangehaald, maar men zou dit graag steviger verankerd willen zien en komt daarom met een amendement. Inzake de buitenruimte pleit de D66-fractie voor meer inclusiviteit. Men mist de verwerking van de aangenomen motie lokale inclusieagenda. Ook hiervoor zal men een amendement indienen. Daarnaast heeft men een aantal ideeën om de parkinrichtingen, die zich vaak richt op mannen, te verbeteren.
Omdat men pleit voor een evenwichtig ontwerp in de buitenruimte die ook aansluit bij de wensen van vrouwen en jonge meiden zal men hiervoor een motie indienen. M.b.t. gebouwen in parken zal zijn fractie ook zeker met een amendement komen, om niet te bouwen in parken. Wel kan men zich voorstellen dat er wordt gekeken naar slimme toevoegingen in parken, 19
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
zoals bredere paden en natuurlijke speelplekken. Verder begrijpt men -i.v.m. de sociale veiligheid in parken- de stelling geen verlichting in parken niet. Hij noemt opties als darklights en batlamps. M.b.t. het dijklint vraagt men duidelijkheid over de stelling dat er buitendijks geen nieuwe gebouwen worden toegestaan en dat er terughoudendheid is bij bouwwerken in de beschermingszone van de dijk. (Zijn fractie kon de dijkvisie online niet vinden.) Hoe rijmt het college deze ambitie met de huidige bouwplannen van 20 zorgwoningen? Omdat de omgevingsvisie boven andere visies zal gaan vindt men het belangrijk dit goed en duidelijk te regelen. Inzake woningbouw legt de omgevingsvisie terecht de nadruk op belang van doorstroming als oplossing voor de woningcrisis. Tegelijkertijd ziet men dat het college actief inzet op het aanpassen van woningen, zodat mensen juist langer in een huis kunnen blijven wonen. Men vraagt het college om te verduidelijken hoe deze twee ambities zich tot elkaar verhouden en welke maatregelen echt bijdragen aan een gezonde doorstroming. Daarnaast mist men de prioriteiten voor woningen voor jonge gezinnen. Ook hiervoor zal men met een amendement komen. Verder zou men graag een debat openen over de Vriesenpolder. Men zal met een motie komen om het college op te roepen om een visie te ontwikkelen waarin alle mogelijkheden worden onderzocht en gewogen.
Wat de D66-fractie betreft blijft het een groen recreatiegebied. Verder noemt de heer VAN HETEREN de formulering over statushouders, waarbij ervan wordt uitgegaan dat statushouders een negatieve invloed hebben op de leefbaarheid van onze inwoners. Dat vindt men een erg ongelukkige en polariserende formulering. Men stelt voor dit te wijzigen en dient hiervoor een amendement in. Afsluitend noemt hij een taalkundig puntje op pagina 65, daar staat de rivéauto i.p.v. privéauto. Zijn fractie hoopt dat deze visie geen papieren werkelijkheid blijft, maar een concreet uitvoeringsprogramma krijgt. De heer MULDER is positief over de aangebrachte aanpassingen van de omgevingsvisie. Er zijn van diverse zijden vele zienswijzen ingebracht, uiteraard zijn die niet allemaal gehonoreerd in de voorliggende visie 2.0. Men is van mening dat een en ander na een zorgvuldig proces is ontstaan en spreekt de waardering uit voor het feit dat er redelijk principieel voor gewaakt is om een behoorlijk abstractieniveau vast te houden, dat ervoor zorgt dat weinig tot niets als reeds dicht getimmerd betiteld kan worden. Dat ziet zijn fractie als een voordeel. Als mooie verbeteringen noemt hij de verbeterde omschrijving m.b.t. de opvang van vluchtelingen en de huisvesting van statushouders.
Daarnaast stelt men het op prijs dat de gemeente prioriteit geeft aan het toevoegen van meer woningen in het betaalbare koop- en huursegment. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN merkt n.a.v. de inbreng van de heer Bruijninckx op dat de PAB-fractie het juist een toevoeging aan de nieuwe omgevingsvisie vindt dat de mogelijkheden om te bouwen, zolang het dijklint zelf intact blijft, wat verruimd worden. Dit omdat mensen die erg aan hun dijkwoning gehecht zijn deze kunnen uitbreiden naar 20
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 20 maart 2025
een mantelzorgwoning of t.b.v. de kinderen. Zij merkt op dat het niet het geval is dat hier groen voor moet wijken. Verder noemt ook zij de cryptische opmerking over het skatepark. Voor het overige vindt men omgevingsvisie 2.0 een verbetering t.o.v. van 1.0. en is men van mening dat er serieus is omgegaan met de bezwaren die er waren, maar dat uiteraard niet alles gehonoreerd kon worden. Voor de rest is er, als deze niet in beton is gegoten, altijd de mogelijkheid om hier op een goede manier mee om te gaan. Wanneer de raad van mening is dat er niet goed mee om wordt gegaan, kan men dit altijd aangeven. De heer DEN BOEF dankt voor de prettig leesbare Omgevingsvisie. Het geeft richting aan de hoofdlijnen van de visie en de kwaliteit van de inrichting van de omgeving. Men is van mening dat deze elke twee jaar geactualiseerd kan worden, hoewel er een aantal onderwerpen zijn die een snellere actie dan twee jaar vragen. In dit kader noemt hij bv. de klimaatbestendigheid en energieneutraliteit. Vanwege de huidige geopolitieke, nationale of andere ontwikkelingen kan het ook al onzekerheden brengen in de uitvoering. Daarnaast kunnen de gedetailleerde onderwerpen ook knellend zijn voor de maatschappij, waarvoor de raad moet waken. Men is blij dat er wordt gestreefd naar meer bomen in de omgeving. M.b.t. de woningbouw vindt zijn fractie de plannen duidelijk en goed voor jong tot oud.