Verslag Besluitvorming 4.12.2025.pdf
Tekst van het document
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
VERSLAG VAN DE OPENBARE BESLUITVORMENDE RAADSVERGADERING VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN PAPENDRECHT d.d. 4 december 2025 (aanvang 20.00 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www.papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw M.J.M. van Driel, (voorzitter); De dames: A. Bokma (VVD), T.C. van Es (D66), A. van Gent (PAB), H.C.T.J. Hoekstra (OP), A.A.S. Stigter (CU), A. Verschoor - De Winter (CDA), H.M. van Wijngaarden (PAB), D. Yildiz-Karso (PvdA) en de heren: H.G. Bezemer (CU), A.J. Boersma (SGP), I. Brands (OP), heer L.T. van den Dool (CDA), P.J. van der Giessen (VVD), W. Goudriaan (SGP), P.C. Grimmius (GL), N. van Heteren (D66), X.D.R. Janssen (PAB), R. Lammers (OP), R. Schuil (CDA), K. Spitsbaard (OP), A. Tieleman (PAB) en M.H.A. Verweij (PAB). Mevrouw W. Renzen - Van Leeuwen en de heren J.W. van der Borg, J.L. van Erk, A.M.J.M. Janssen en A.J. Kosten; wethouders. Mevrouw C. Madern, griffier; De heer A.N.C. Mullenders, pl. griffier/raadsadviseur; Verslaglegging: Jeanine Nieuwstraten. Afwezig: de heer H.D. Stouthart (VVD). 01.
Opening. De VOORZITTER opent de laatste besluitvormende vergadering van dit jaar en heet eenieder van harte welkom. De heer Stouthart is afwezig en er zijn 22 besluitvormende stemmen.
02.
Vastellen agenda. Er worden 3 moties vreemd aan de orde van de dag toegevoegd onder agendapunt 17. Verder wil mevrouw Van Es een amendement indienen inzake agendapunt 11, dat al een hamerstuk is. De raad is akkoord om het amendement toe te voegen aan dit hamerstuk. De agenda wordt aldus vastgesteld.
03.
Mededelingen. Er zijn geen mededelingen.
04.
Vaststellen verslagen 3 en 6 november 2025. De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld.
05.
Vragenkwartier. 1
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
Mevrouw VAN WIJNGAARDEN stelt de volgende vragen inzake stopzetting samenwerking sportschool met AZC: 1. Is het college door het COA geïnformeerd over de gebeurtenissen bij de sportschool? 2. Wordt het college ook op de hoogte gesteld van de uitkomst van het onderzoek naar de gang van zaken en zo ja wil het college die uitkomst delen met de raad? 3. Welke mogelijkheden heeft het college/de gemeente om invloed uit te oefenen om onwenselijk gedrag te voorkomen, temeer daar dit niet bijdraagt aan draagvlak? 4. Kan het college duidelijkheid geven over de rol en verantwoordelijkheden van COA, Nidos en de gemeente? Ook mevrouw BOKMA stelt vragen over stopzetting samenwerking sportschool met AZC: 1. Hoe beoordeelt het college deze schending van afspraken en wat gaat het college doen om ervoor te zorgen dat het COA zijn afspraken nakomt, zodat het minimale draagvlak wat er nog is niet alsnog verdwijnt? Wethouder JANSSEN zegt dat het college door het COA is geïnformeerd over de recente gebeurtenissen en dat het COA een zorgvuldig onderzoek uitvoert naar wat er is gebeurd. Hij merkt op dat de uitkomsten van dit onderzoek zullen worden gedeeld met de ondernemers, het college en later, in samenhang met het uitvoeringsprogramma Integratie dat momenteel wordt ontwikkeld, ook met de raad.
Het uitvoeringsprogramma zal duidelijke afspraken bevatten en de resultaten van het COA-onderzoek zullen hierin worden meegenomen. De raad wordt hierover geïnformeerd zodra er meer voortgang is. Verder zegt hij dat de gemeente nauw contact onderhoudt met het COA over integratie en participatie van jongeren. Over het algemeen verloopt dit goed, maar de wethouder merkt op dat in dit geval afspraken niet zijn nagekomen, wat het draagvlak voor de wettelijke taken rond vluchtelingenopvang schaadt. Het gaat om een nieuw instroomgroep jongeren die nog moet wennen aan lokale omgangsvormen en een veilige omgeving. Extra begeleiding blijft noodzakelijk. De wethouder merkt op dat de rollen en verantwoordelijkheden helder zijn. Het COA is verantwoordelijk voor de opvang en begeleiding van asielzoekers, voor de veiligheid en leefbaarheid in opvanglocaties, voor handhaving en het voorzien van noodzakelijke middelen. Stichting Nidos voert de voogdijtaak uit voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen en verzorgt ondertoezichtstellingen van kinderen die met hun gezin in een COA-voorziening verblijven. De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid en het welzijn van alle inwoners, inclusief de vluchtelingen die in Papendrecht verblijven. De wethouder sluit af met de opmerking dat goede samenwerking tussen het COA, Stichting Nidos en de 2
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
gemeente essentieel is, en dat ook de betrokkenheid van inwoners, ondernemers en verenigingen van groot belang is voor een succesvolle integratie. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN vraagt binnen welke termijn men het uitvoeringsprogramma Integratie kan verwachten en of dit gecombineerd kan worden met de gewenste beeldvormende avond waarbij men in gesprek kan gaan met alle betrokken disciplines. Wethouder JANSSEN hoopt deze informatie over ca. anderhalve maand met de raad te kunnen delen. 06.
Ingekomen stukken. I. het voorstel om de onder categorie I ingekomen stukken voor kennisgeving aan te nemen (de betreffende stukken zijn al als ingekomen stuk te boek gesteld en aan de orde geweest in de vergaderingen van de raadscommissies): de raad gaat hiermee akkoord. II. Het voorstel om de onder categorie II ingekomen stukken (die hierbij rechtstreeks te boek worden gesteld ten behoeve van de onderhavige vergadering van de gemeenteraad) als volgt te behandelen: II.A. De ingekomen stukken (afkomstig van derden) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II. D. de ingekomen stukken (afkomstig van het college) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II. E. De antwoorden (afkomstig van het college) op RvO ex art. 40 vragen voor kennis aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. Er zijn geen bijzonderheden en dit agendapunt wordt afgesloten.
07.
Benoeming duo-raadslid Loek Bruijniks De heer GRIMMIUS, voorzitter van de commissie geloofsbrieven, geeft aan dat deze commissie d.d. 4.12.2025 bij elkaar is gekomen. De commissie heeft de ingediende bescheiden van de heer L. Bruijniks onderzocht en adviseert dat hij kan worden benoemd tot duo-gemeenteraadslid. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. Aansluitend legt de heer BRUIJNIKS de eed af en wordt hij benoemd tot duogemeenteraadslid.
08.
Wijziging samenstelling auditcommissie. Wegens het beëindigen van het raadslidmaatschap van de heer M.G.C.H. Hardam is zijn lidmaatschap van de auditcommissie van rechtswege beëindigd. Namens de OP-fractie wordt de heer Brands voorgedragen als lid van de auditcommissie. 3
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 09.
Benoeming lid begeleidingscommissie Rekenkamer. Wegens het beëindigen van het raadslidmaatschap van de heer M.G.C.H. Hardam is zijn lidmaatschap van de begeleidingscommissie van de rekenkamer Papendrecht van rechtswege beëindigd. Namens de oppositiepartijen wordt de heer Lammers voorgedragen als lid van de begeleidingscommissie van de rekenkamer Papendrecht. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. HAMERSTUKKEN:
10.
Verlenging ontheffing ingezetenschap wethouder Renzen-Van Leeuwen. Stemverklaring de heer LAMMERS: De fractie van Onafhankelijk Papendrecht is geen voorstander van wethouders van buiten, maar stemt in dit bijzondere geval in met de verlening van ontheffing van ingezetenschap. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.
11.
Oprichting en deelname Smart Delta en Partners B.V. Mevrouw VAN ES merkt op dat tijdens de oordeelsvormende vergadering van 20 november wensen en bedenkingen zijn ingediend. Deze zijn later schriftelijk bevestigd en vastgesteld. Om dit te formaliseren is een amendement ingediend om het besluit te wijzigen van ‘geen wensen en bedenkingen’ naar ‘wensen en bedenkingen’, zoals opgenomen in de bijlage. Amendement A11.01. Wensen en bedenkingen oprichting en deelname Smart Delta en Partners BV wordt toegevoegd aan het hamerstuk, het dictum luidt als volgt: Besluit: Beslispunt 1: 1. De gemeenteraad voor te stellen geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen over de voorgenomen oprichting en deelname van Smart Delta en Partners B.V. Als volgt te wijzigen en aan te vullen: 1. In de oordeelsvormende commissievergadering van 20 november 2025 wel wensen en bedenkingen ter kennis van het college te hebben gebracht over de voorgenomen oprichting en deelname van Smart Delta en Partners B.V. 4
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
2. De bijlage bij het raadsvoorstel “Brief resultaat wensen en bedenkingenprocedure gemeente Papendrecht.doc” te laten vervallen. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het amendement en het geamendeerde voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 12.
Zienswijzeverzoek GR Sociaal op 4e begrotingswijziging GR Sociaal 2025. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.
13.
Concernrapportage 2025. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.
14.
Belastingverordeningen 2026. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. Aansluitend wordt de vergadering geschorst (van 20.23 – 20.30 uur) t.b.v. de felicitaties van de heer Bruijniks. BESPREEKSTUKKEN:
15.
Voorstel tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Papendrecht (eerste wijziging). De heer VAN DEN DOOL spreekt zijn waardering uit voor de indieners van de motie, het inhoudelijke sterke werk dat ervoor is gedaan en het feit dat er daarmee ook oog is voor een kwetsbare groep. Zijn fractie zal de ingediende motie steunen. De heer BOERSMA merkt op dat na de oordeelsvormende vergadering van vorige week duidelijk werd hoe complex de materie is. Hij verwijst naar een uitspraak van Socrates om te benadrukken dat hoe dieper men zich erin verdiept, hoe meer vragen er ontstaan. Het belangrijkste punt dat de SGP-fractie naar voren brengt, is dat het tarief voor het pgb in alle gevallen toereikend moet zijn. Dit is cruciaal om te voorkomen dat zorgverleners onvoldoende betaald krijgen of besluiten geen zorg meer te verlenen, waardoor budgethouders in de problemen komen omdat zij geen passende zorg kunnen inkopen. Hij geeft aan dat zijn fractie aanvankelijk dacht aan een amendement, maar dat dit een te zwaar instrument bleek. Daarom is gekozen voor een motie die als extra waarborg dient. Deze motie dringt er bij het college op aan om ervoor te zorgen dat de tarieven altijd 5
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
toereikend zijn, niet alleen in de huidige situatie, maar ook in toekomstige gevallen die onder de verordening vallen. Hij benadrukt het belang van deze preventieve werking. Tot slot bedankt hij de CDA-fractie voor de steun en spreekt de hoop uit dat ook andere fracties zich achter de motie zullen scharen. Tevens is hij benieuwd naar de reactie van het college op dit punt. Het dictum van motie M15.01. Toereikende tarieven pgb die zijn fractie samen met de GL en PvdAfracties indient luidt als volgt: Verzoekt het college: Er scherp op toe te zien dat de hoogte van een persoonsgebonden budget in alle gevallen toereikend is, en er rekening mee te houden dat het percentage werkgeverslasten in 2026 hoger zal uitvallen dan in 2025; Bij de toepassing van de nieuwe Wmo-verordening ervoor te zorgen dat het bruto uurloon voor de pgb-zorgverlener met een arbeidsovereenkomst in ieder geval niet omlaaggaat; De gemeenteraad vóór de behandeling van de nieuwe verordening Jeugdhulp in januari 2026 de te informeren over de eventuele consequenties van de genoemde wetswijziging voor pgbhouders onder de Jeugdwet. Mevrouw BOKMA geeft aan dat de VVD-fractie m.b.t. de motie de reactie van het college afwacht voordat men een definitief standpunt inneemt. In de memo wordt vermeld dat er op een later moment een goed gesprek zal plaatsvinden over de informele pgb-tarieven.
Dit lijkt haar enigszins te botsen met de inhoud van de motie. Mevrouw VAN ES merkt op dat haar fractie in de oordeelsvormende vergadering heeft overwogen om een amendement in te dienen m.b.t. de tariefswijziging voor de Drecht -en Wijkhopper. Het doel van het voorstel is om meer gebruik van vervoer in de daluren te stimuleren, maar zij merkt op dat alle tarieven stijgen en het verschil tussen dal- en spitstarief kleiner wordt, wat zij niet logisch vindt. Zij vraagt zich af of het klopt dat de portefeuillehouder in de tweede termijn heeft aangegeven dat dit gemonitord zal worden. Om deze reden heeft haar fractie afgezien van het indienen van een amendement. T.a.v. de motie over de pgbtarieven geeft zij aan dat haar fractie begrijpt dat het gaat om een reparatie in de verordening, om een uitzonderlijk nadelige situatie voor pgb-houders te voorkomen. Hoewel het op dit moment slechts enkele gevallen betreft, vindt de D66-fractie het belangrijk om dit te corrigeren. Zij verwijst naar een eerdere situatie in de jeugdzorg waarbij ouders gedupeerd raakten door fouten in regelgeving, en waarbij de rechter de gemeenteraad aansprak op haar verantwoordelijkheid. Zij benadrukt dat de raad een eigen verantwoordelijkheid heeft om dit soort situaties te voorkomen en complimenteert de SGP-fractie voor het initiatief. De D66-fractie zal deze motie steunen. 6
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
Ook mevrouw KARSO geeft aan dat de motie bedoeld is als een reparatie, om ervoor te zorgen dat het pgb-budget voor mensen die het hard nodig hebben altijd toereikend blijft, ook in toekomstige gevallen. De PvdA-fractie is medeindiener van de motie en zal deze uiteraard steunen. T.a.v. het voorstel over Wmo-vervoer heeft haar fractie in de oordeelsvorming uitgebreid stilgestaan bij de extra kosten die ontstaan door de sluiting van de Papendrechtse brug. Hierbij heeft de wethouder toegezegd om in gesprek te gaan met Stroomlijn, de aanbieder van het Wmo-vervoer. Zij vraagt bevestiging dat dit gesprek inderdaad zal plaatsvinden en benadrukt hierbij dat het niet alleen moet gaan om een gesprek, maar ook om het onderzoeken van andere mogelijkheden om de extra kosten voor Wmo-gebruikers te beperken. Zij verwacht niet dat Stroomlijn deze kosten (volledig) zal overnemen en stelt dat er alternatieven moeten worden bekeken, zoals compensatie door RWS. Afsluitend vraagt zij de wethouder de raad z.s.m. mogelijk te informeren over welke maatregelen de gemeente kan nemen om deze kosten te beperken. De heer LAMMERS merkt op dat zijn fractie kan instemmen met de voorliggende verordening. Hij noemt voordelen zoals sneller aanvragen, passend her indiceren, efficiënter vervoer en toekomstbestendigheid. T.a.v.
de ingediende motie over toereikende pgb-tarieven verwijst hij naar de bijgevoegde notitie van de Sociale Dienst Drechtsteden. In deze notitie wordt gesteld dat de kan-bepaling in de verordening is opgenomen op basis van de overwegingen dat de Drechtsteden gemeenten al voldoen aan de wettelijke plicht om een toereikend pgb-tarief te hanteren en dat er nog geen volledige zekerheid is over de inwerkingtreding van de wijziging van de RDAH (Regeling dienstverlening aan huis). De SD adviseert om het gesprek over informele pgb-tarieven op een later moment te voeren, op basis van een uitgebreid voorstel waarin zowel de looncomponent als de werkgeverslasten integraal worden afgewogen om tot een nieuwe tariefstelling te komen. Dit gesprek zou dan in alle gemeenteraden in de regio op basis van hetzelfde voorstel plaatsvinden. Tenslotte meldt de notitie dat het om 2 cliënten uit Papendrecht gaat. Zijn fractie vindt dit een heldere stellingname en wil graag de reactie van het college in eerste termijn afwachten voordat men een besluit neemt over de motie. De heer GRIMMIUS zegt in te stemmen met de voorgestelde wijziging van de verordening, maar blijft zorgen houden over de gevolgen van de tariefswijzigingen zodra de Papendrechtse brug gesloten wordt.
Zijn fractie verwijst naar de toezegging van de wethouder in de oordeelsvormende vergadering en sluit zich aan bij de oproep van mevrouw Karso om te onderzoeken hoe deze extra kosten eventueel met derden, zoals RWS of vervoerders, kunnen worden aangepakt. De GL-fractie vraagt de wethouder om te bevestigen dat dit wordt meegenomen. De motie over toereikende pgb7
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
tarieven zal zijn fractie als mede-indiener uiteraard steunen. Hij verwijst naar artikel 4.11 lid 3, waarin de kan-bepaling is opgenomen. De motie beoogt volgens zijn fractie niets anders dan het college mee te geven hoe de raad vindt dat de beleidsruimte moet worden ingezet, namelijk dat het pgb altijd toereikend moet zijn. Zijn fractie onderschrijft deze visie volledig en complimenteert de heer Boersma voor de duidelijke formulering. De heer BEZEMER geeft aan dat zijn fractie de wijziging van de verordening zal steunen. Ook spreekt hij steun uit voor de motie over toereikende pgb-tarieven. Zijn fractie had deze motie zelf graag mede ingediend en onderschrijft de argumenten die door de heer Boersma zijn toegelicht. Hij benadrukt dat het om een kwetsbare groep gaat en dat er, ongeacht het kleine aantal betrokkenen, een regeling moet zijn. Hij vindt dat de aantallen niet leidend mogen zijn en bevestigt dat zijn fractie de motie van harte steunt. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN ERK verwijst naar de uitgebreide bespreking in de oordeelsvormende vergadering, waarin o.a. 1 technische wijziging, waarover een motie is ingediend, en de sluiting van de Papendrechtse brug aan bod kwamen. M.b.t. de vraag van mevrouw Van Es over de monitoring van de impact van de tariefstijging op het ontmoedigen van reizen in het spitstarief bevestigt hij dat dit inderdaad zal plaatsvinden.
Na verloop van tijd zal hierover een terugkoppeling worden gegeven, niet alleen aan de raad, maar ook aan de andere raden in de regio. Vervolgens gaat de wethouder in op de situatie rond de Papendrechtse brug. Er is inmiddels meer informatie beschikbaar dan vorige week. Stroomlijn is bezig met een verkenning en voert gesprekken met RWS over het gebruik van de Baanhoekbrug en over financiële compensatie. Deze gesprekken worden als hoopvol omschreven. Daarnaast wordt onderzocht of tijdens de sluiting de omrijdkosten niet worden doorberekend aan Wmo-klanten. Dit hangt af van de afweging tussen de nadelige gevolgen voor inwoners en de stijgende vervoerskosten voor de gemeentelijke begroting. Een eventuele compensatie door RWS speelt hierbij een rol. Zoals eerder toegezegd volgt uiterlijk 1 maart een stand van zaken. Hij benadrukt dat de inzet is om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om deze specifieke groep deels gebruik te laten maken van de Baanhoekbrug. De verdere uitwerking volgt uiterlijk aan het eind van het eerste kwartaal. T.a.v. de motie Toereikende tarieven Pgb geeft wethouder VAN ERK aan dat de zorgen die in de motie worden geuit begrijpelijk zijn en door hem worden gedeeld. Hij zegt toe te onderzoeken wat de wijziging betekent voor de toereikendheid van het budget van de 2 huidige pgb-houders op wie de wijziging van toepassing is.
Indien blijkt dat het budget niet toereikend is, zal dit onder het overgangsrecht worden hersteld. Bij nieuwe aanvragen zal zorgvuldig worden 8
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
doorgerekend of het budget toereikend is en zal zo nodig het tarief individueel worden aangepast. De wethouder merkt op dat er altijd, ook vanaf 2026, rekening wordt gehouden met de wettelijke stijging van de werkgeverslasten. Daarnaast adviseert de Sociale Dienst om op regionaal niveau een diepgaand gesprek te voeren over de hoogte van de informele pgb-tarieven, wat op termijn kan leiden tot een nieuwe wijziging van de Wmo-verordening. Tot slot merkt hij m.b.t. het verzoek in de motie om de raad te informeren over de gevolgen van deze wijziging voor de nieuwe jeugdverordening op, dat de verwerking van de wetswijziging is geborgd in de tarieven die door het algemeen bestuur van de DG&J worden vastgesteld. Wethouder VAN ERK sluit af met een positief advies over de motie en laat het definitieve oordeel aan de raad. TWEEDE TERMIJN RAAD De heer BOERSMA dankt de wethouder voor de beantwoording, is blij met het positieve advies op de ingediende motie en spreekt de hoop uit dat de motie ook steun krijgt van fracties die nog twijfelen. M.b.t. de opmerking uit de memo merkt hij op dat dit is geschreven n.a.v. het amendement dat zijn fractie oorspronkelijk van plan was om in te dienen, om de kan-bepaling volledig te schrappen. Hij benadrukt dat dit belangrijk is om mee te nemen bij het lezen van het stuk.
Hij heeft begrip voor de wens van de GR Sociaal om zaken regionaal af te stemmen, maar wijst erop dat het uiteindelijk gaat om de gemeentelijke Wmo-verordening en dat de gemeente zelf verantwoordelijk blijft voor de tarieven. Hij erkent dat regionale afstemming uitvoeringstechnisch eenvoudiger is. Verder zegt hij dat de discussie over informele pgb-tarieven in essentie gaat over de vraag of moet worden uitgegaan van cao-lonen of van het minimumloon. Het huidige beleid hanteert cao-lonen, maar als gekozen wordt voor het minimumloon, zou het tarief worden verlaagd. Hij merkt op dat er argumenten voor en tegen beide opties zijn en dat zijn fractie open staat voor dat gesprek. Wel vindt hij het belangrijk dat de raad zich bewust is van de achterliggende vraag. Tot slot spreekt hij zijn waardering uit voor de hulp van de raadsadviseur bij het opstellen van de motie, die volgens hem over veel kennis van dit onderwerp beschikt. Mevrouw BOKMA geeft n.a.v. de toelichting van de wethouder en de opmerkingen over kostenstijgingen door de afsluiting van de Papendrechtse brug aan dat iedere inwoner die gebruik maakt van het openbaar vervoer of de auto te maken krijgt met hogere kosten. Volgens haar fractie is het daarom niet eerlijk om 1 specifieke groep inwoners, zoals Wmo-gebruikers, wel te compenseren op kosten van de gemeente, terwijl andere inwoners dat niet worden.
De VVD-fractie pleit er daarom sterk voor dat RWS de compensatie voor haar rekening neemt. Zij wijst erop dat RWS al heeft aangegeven dat er voor OV9
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
abonnementen kortingen komen om extra kosten te beperken en zij vraagt waarom datzelfde principe niet zou gelden voor Wmo-gebruikers. De heer LAMMERS geeft aan dat de toelichting van de heer Boersma duidelijk heeft gemaakt dat de memo van de Sociale Dienst is opgesteld n.a.v. het oorspronkelijke idee om een amendement in te dienen i.p.v. een motie. Dit is nu helder. Daarnaast stelt hij dat er, gezien de toezegging van wethouder Van Erk, weinig strijdigheid is tussen het dictum van de motie en hetgeen door het college naar voren is gebracht. Zijn fractie zal daarom instemmen met de motie. Stemming raadsvoorstel: Niets meer aan de orde zijn wordt het voorstel van burgemeester en wethouders met 22 stemmen voor unaniem aangenomen. Stemming motie M15.01. Toereikende tarieven pgb: Aansluitend wordt de motie met 22 stemmen voor unaniem aangenomen. 16.
Vaststellen kanaalaanwijzingsbesluit Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. Mevrouw VAN ES geeft aan dat het voorstel om het kanaalaanwijzingsbesluit vast te stellen in het kader van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer op het eerste gezicht technisch en bureaucratisch lijkt, maar in feite toegankelijkheid van de gemeente bij aanvragen van inwoners zou moeten heten. Zij benadrukt dat de raad altijd moet kijken naar de gevolgen van besluiten voor inwoners. Het voorstel regelt dat inwoners het recht hebben om elke aanvraag digitaal te doen en bepaalt via welk kanaal een aanvraag moet worden ingediend om te voorkomen dat aanvragen lukraak binnenkomen. Haar fractie wijst echter op een probleem in artikel 3 van het voorstel: als een aanvraag naar een verkeerd kanaal wordt gestuurd, bv. een fout e-mailadres, wordt deze niet in behandeling genomen en hoeft er verder niets te gebeuren. Dit kan ertoe leiden dat inwoners weken of maanden wachten in de veronderstelling dat hun aanvraag in behandeling is, terwijl dat niet zo is. Men vindt dit onwenselijk en ziet hierin een inhoudelijk argument voor wijziging. Daarnaast noemt zij een juridisch argument: artikel 3 wijkt af van artikel 216 van de Algemene wet bestuursrecht, dat per 1 januari 2026 in werking treedt. Het gemeentelijke artikel is strenger dan de nationale wet, wat niet is toegestaan.
De raad heeft de plicht om regels vast te stellen die niet in strijd zijn met de wet. Haar fractie dient daarom, samen met de GL en PvdA-fractie, amendement A16.01. Aanpassing vaststellen kanaalaanwijzingsbesluit Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer in. Het dictum luidt als volgt: Besluit: Het gevraagde besluit, dat luidt: 10
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
Het Besluit aanwijzing elektronische- en schriftelijke communicatiekanalen vast te stellen. Te wijzigen in: Het Besluit aanwijzing elektronische- en schriftelijke communicatiekanalen vast te stellen, waarbij artikel 3 van bijlage 1 “Besluit aanwijzing elektronische- en schriftelijke communicatiekanalen Papendrecht” als volgt is gewijzigd: Van: “Artikel 3 Niet aangewezen kanalen Berichten als bedoeld in artikel 1 die worden ingediend via en/of die worden verzonden aan andere adressen dan die genoemd in de artikelen 1 en 2, zoals persoonlijke emailadressen van medewerkers van de gemeente, gelden niet als officieel ingediend en worden niet in behandeling genomen.” Naar: “Artikel 3 Niet aangewezen kanalen Behoudens de uitzonderingen opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht hoeft niet gereageerd te worden op berichten als bedoeld in artikel 1 die worden ingediend via andere kanalen dan die genoemd in de artikelen 1 en 2.” De heer BEZEMER geeft aan dat er vorige week een uitgebreid debat is gevoerd over artikel 3 van het kanaalaanwijzingsbesluit, waarbij de mening van de portefeuillehouder en enkele raadsleden uiteenliep. Hij erkent dat de argumentatie van de D66-fractie en de andere indieners van het amendement plausibel lijkt, zeker nu er een koppeling is gemaakt met de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Hij merkt op dat het besluit hierdoor wel wat technisch wordt en benadrukt dat het uiteindelijk niet om techniek gaat, maar dat de koppeling met de AWB wel een inhoudelijke verandering betekent. De heer BEZEMER is benieuwd naar de mening van de portefeuillehouder nu deze koppeling is aangebracht en vraagt of hij hiermee kan instemmen. De heer BOERSMA merkt op dat het amendement vorige week al is besproken in de oordeelsvormende vergadering en dat hij toen een onderscheid probeerde te maken tussen de context waarin het amendement werd aangekondigd en het feitelijke punt waarover het ging. In dat laatste punt kan de SGP-fractie zich wel vinden. Hij heeft echter een specifieke vraag over de huidige formulering van het amendement. Naast de toevoeging van de verwijzing naar de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is er verderop in de tekst ook gesleuteld. In het oorspronkelijke voorstel van het college stond dat een aanvraag geldt als niet officieel ingediend, terwijl in het voorstel van de indieners staat dat er niet gereageerd hoeft te worden. Zijn fractie vraagt of dit een bewuste keuze is of slechts een subtiele formulering zonder betekenis. Afsluitend is de heer BOERSMA benieuwd naar het advies en oordeel van het college hierover. 11
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
De heer GRIMMIUS geeft aan dat zijn fractie zal instemmen met het kanaalaanwijzingsbesluit, maar benadrukt dat dit niet kan zonder het aannemen van het amendement dat zijn fractie mede heeft ingediend. Hij verwijst naar de toelichting van mevrouw Van Es, die volgens hem duidelijk heeft uitgelegd waarom het amendement noodzakelijk is. Hij voegt daaraan toe dat de voorgestelde wijziging in het amendement het besluit in lijn brengt met de werkwijze die binnen de organisatie zal worden gehanteerd, zoals blijkt uit de beantwoording van technische vragen die door D66-fractie zijn ingediend. De eerdere formulering van artikel 3 sloot daar niet volledig op aan. T.a.v. de vragen van de SGP-fractie merkt de heer GRIMMIUS op dat hij op dit moment niet namens alle indieners kan spreken om die te beantwoorden en hij verwacht dat dit in de tweede termijn zal gebeuren. Ook mevrouw KARSO zegt dat mevrouw Van Es het amendement duidelijk heeft toegelicht en benadrukt dat het niet zozeer gaat om de technische kant, maar om de gevolgen voor inwoners. Daarbij is het van belang dat lokale regelgeving niet strenger is dan wettelijk toegestaan, wat met het huidige voorstel wel het geval lijkt te zijn. Het amendement zorgt ervoor dat deze strijdigheid wordt weggenomen en biedt duidelijkheid, zowel richting inwoners als richting ambtenaren over hoe zij hiermee moeten omgaan.
Om die reden heeft de PvdA fractie het amendement mede ingediend. De heer VAN DEN DOOL geeft aan dat de discussie in de oordeelsvormende vergadering vooral ging over de vraag of het ambtelijk apparaat wel of niet klantvriendelijk is, wat volgens hem losstaat van het huidige voorstel. Hij complimenteert mevrouw Van Es voor de duidelijke toelichting en stelt dat het amendement, zoals het nu voorligt, juridisch correct is en een waardevolle aanvulling vormt voor inwoners. Zijn fractie zal het amendement steunen. Mevrouw BOKMA zegt dat de VVD-fractie de achtergrond van het amendement begrijpt, maar dat men de beantwoording van de portefeuillehouder wil afwachten voordat men een definitief standpunt inneemt. Dit geldt zeker gezien de aanpassing in de tekst van het amendement, waarbij ‘niet reageren’ is toegevoegd i.p.v. ‘beoordeeld als niet ingediend’. Daarnaast gaat zij ervan uit dat in de werkprocessen en werkinstructies duidelijk wordt vastgelegd wat er moet gebeuren wanneer een officieel bericht niet via het juiste kanaal wordt ingediend. Haar fractie verwacht dat daarin is opgenomen dat inwoners actief worden geholpen om het juiste kanaal voor indiening te kiezen. De heer VERWEIJ zegt dat zijn fractie het amendement en het raadsvoorstel zal steunen. Hij merkt op dat de argumenten in de aanloop duidelijk zijn toegelicht en dat de wet- en regelgeving helder is.
Volgens hem is dit voorstel comfortabeler 12
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
voor inwoners en er is geen reden om hierover meningen te vragen, omdat de regels duidelijk aangeven hoe zaken geregeld moeten worden De heer LAMMERS geeft aan het raadsvoorstel te steunen en staat positief tegenover het amendement. Hij merkt hierbij wel op dat als de gemeente duidelijk communiceert wat het juiste adres is, het voor iedereen duidelijk moet zijn waar men op moet reageren. Hij vraagt het college of dit werkbaar is en hoe het college tegen het amendement aankijkt. EERSTE TERMIJN COLLEGE Burgemeester VAN DRIEL geeft het voorzitterschap tijdelijk over aan mevrouw Van Es. Aansluitend dankt zij de raad voor de verbeterde redactie van artikel 3. Het college vindt het belangrijk om verwarring en vertraging in besluitvorming zoveel mogelijk te voorkomen. Bij officiële berichten die via een verkeerd kanaal binnenkomen, zal het college de Awb volgen en zich dienstverlenend opstellen. Persoonlijke e-mailadressen van medewerkers zijn nooit een aangewezen kanaal, waardoor het gewenste effect met de aangepaste redactie van artikel 3 wordt bereikt. Aansluitend geeft mevrouw Van Es het voorzitterschap weer terug aan de burgemeester. TWEEDE TERMIJN RAAD Mevrouw VAN ES vindt dat de toelichting van het college duidelijkheid biedt en voldoende vertrouwen geeft. N.a.v.
een vraag van de SGP-fractie heeft zij juridisch advies ingewonnen, waaruit bleek dat het wettelijk geregeld is en geen verschil maakt. Zij hoopt dat het amendement wordt gesteund, zodat alles goed wordt vastgelegd. De heer BEZEMER zal het amendement steunen. Mevrouw BOKMA begrijpt uit de beantwoording van de portefeuillehouder dat de regeling alleen maar beter wordt door dit amendement en dankt daarvoor ook de indieners en kan het van harte steunen. Stemming amendement A16.01. Aanpassing vaststellen kanaalaanwijzingsbesluit Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer: Niets meer aan de orde zijn wordt het amendement met 22 stemmen voor unaniem aangenomen. 13
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
Stemming voorstel: Aansluitend wordt het geamendeerde voorstel van burgemeester en wethouders met 22 stemmen voor unaniem aangenomen. (Schorsing 21.15 – 21.20 uur) 17.
Moties vreemd aan de orde van de dag. Motie M17.A. Aanmelding Papendrecht als gastgemeente voor TIPS4UA 2026: De heer VAN HETEREN verwijst naar een recente agenda van de landelijke fracties van CDA en D66, waarin wordt opgeroepen dat Nederland weer een land moet zijn dat ‘over de dijken kijkt’. Een land dat verantwoordelijkheid neemt in Europa, solidariteit toont en begrijpt dat veiligheid begint buiten de eigen grenzen. Hij benadrukt dat Nederland daarom investeert in militaire en humanitaire steun aan Oekraïne, omdat een vrij Oekraïne bijdraagt aan een veilig Europa. Volgens hem gaat het echter niet alleen om grote bedragen of geopolitiek, maar ook lokale overheden kunnen een bijdrage leveren. Hij wijst op een verzoek van het Europese Comité van de Regio’s aan gemeenten om stageplekken aan te bieden voor Oekraïense ambtenaren of bestuurders. Het betreft korte stages van 1 tot 2 weken, gericht op het delen van kennis over democratie, bestuur en projecten. De reis wordt door Europa vergoed; de lokale kosten zijn voor Papendrecht. Zijn fractie vraagt daarom dat Papendrecht zich aanmeldt voor dit programma, als logisch en betaalbaar vervolg op de steun die de gemeente eerder aan Oekraïne heeft getoond, zoals opvang van mensen en het hijsen van de vlag. Hij noemt deelname een kleine inspanning met een grote symbolische waarde: Papendrecht kijkt over de dijk heen.
De D66-fractie dient motie M17.A. Aanmelding Papendrecht als gastgemeente voor TIPS4UA 2026 in. Het dictum van de motie luidt als volgt: Verzoekt het college: 1. Papendrecht vóór 20 december 2025 aan te melden als gastgemeente voor TIPS4UA 2026; 2. een korte uitvoeringsnotitie op te stellen over de praktische organisatie, begeleiding en lokale kosten; 3. de lokale kosten in 2026 te dekken binnen de reguliere begrotings- en organisatiebudgetten; 4. de raad hierover te informeren. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN geeft aan dat de PAB-fractie in beginsel positief staat tegenover de motie. Zij verwijst naar bestaande banden met Oekraïne en naar de langdurige samenwerking met de Duitse gemeente Blomberg, die onlangs nieuw leven is ingeblazen. Haar fractie ziet deelname aan het voorgestelde programma daarom als positief, maar benadrukt dat het goed moet worden uitgelegd aan inwoners. Zij vraagt, om verwarring te voorkomen, om een 14
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
duidelijke Nederlandse vertaling van wat er precies gaat gebeuren. Daarnaast vraagt zij het college naar haar mening over deze motie, aangezien begeleiding vanuit het college noodzakelijk is. Als de gemeente meedoet, moet het goed worden georganiseerd en inhoudelijk waardevol zijn voor de Oekraïense deelnemers, niet slechts symbolisch. Verder is er onduidelijkheid over het aantal deelnemers: gaat het om 1 persoon of meerdere? Dit is belangrijk voor de benodigde inzet. Tot slot vraagt zij of bij aanmelding kan worden aangegeven dat daadwerkelijke deelname afhankelijk is van eventuele voorwaarden, zodat de gemeente niet zomaar ergens instapt. Mevrouw KARSO zal deze motie van harte steunen, het is een goed en passend initiatief dat aansluit bij de solidariteit die Papendrecht het afgelopen jaar al richting Oekraïne heeft getoond. Daarnaast sluit het aan bij hun visie op een gemeente met een open en lerende houding richting de omgeving. De motie bevordert internationale samenwerking waar beide partijen van kunnen leren en profiteren. Zij benadrukt dat het belangrijk is om bij te dragen aan wederopbouw en democratische versterking in Oekraïne. De heer VAN DEN DOOL complimenteert de D66-fractie voor dit initiatief en stemt hier van harte mee in.
De heer SPITSBAARD vindt het initiatief sympathiek en begrijpt de intentie om Oekraïense gemeenten bij wederopbouw en capaciteitsopbouw te ondersteunen. Toch ziet hij duidelijke redenen om niet deel te nemen. Ten eerste vraagt deelname aanzienlijke financiële en personele middelen, terwijl de gemeentelijke begroting en ambtelijke capaciteit al zwaar belast zijn. Dit kan leiden tot overbelasting van ambtenaren en minder aandacht voor kerntaken die direct van belang zijn voor inwoners. Daarnaast noemt hij politieke en strategische gevoeligheid: deelname kan worden gezien als een expliciete stellingname in een geopolitiek conflict, terwijl de verantwoordelijkheid primair bij de lokale gemeenschap ligt. Het is de vraag of dit de juiste rol is voor de gemeente. Ook de effectiviteit van deelname is onzeker; er is geen garantie dat de inzet concrete resultaten oplevert en het risico bestaat dat deelname vooral symbolisch blijft. Het programma is top-down en staat haaks op de uitgangspunten van zijn fractie, die staat voor democratie van onderop. Tot slot noemt hij alternatieve vormen van steun via nationale overheden of gespecialiseerde organisaties, die beter toegerust zijn. De OP-fractie vindt de intentie nobel, maar acht deelname niet verantwoord. Mevrouw BOKMA vindt het een sympathieke motie en staat positief tegenover het principe van hulp, maar plaatst wel een kanttekening.
Voor haar fractie is het belangrijk dat deelname voortkomt uit een wens van lokale Oekraïense 15
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
overheden en niet uit een opgelegde verplichting vanuit het Europees Comité of de Europese Unie. Zij vraagt een toelichting op de vraag wie het initiatief neemt voor de ondersteuningsvraag. De heer BOERSMA dankt de D66-fractie voor het indienen van de motie en geeft aan dat de SGP-fractie sympathiek tegenover het voorstel staat, mede omdat Papendrecht al steun heeft betuigd aan Oekraïne, bv. door het hijsen van de vlag. Volgens hem lijkt het om een beperkte vraag te gaan: een klein aantal Oekraïense deelnemers voor een korte periode (1 à 2 weken). Hij doet de suggestie om te onderzoeken of dit in regionaal verband kan worden georganiseerd, zodat het aantrekkelijker wordt voor deelnemers en het meer toegevoegde waarde biedt, bv. door samenwerking met regionale industrie. Verder vraagt hij om meer context over het achterliggende doel van het programma. Hij begrijpt dat het gericht is op herstel en versterking van Oekraïne, maar ziet ook een link met EUlidmaatschap, wat volgens hem een bredere politieke dimensie heeft waar de SGP-fractie landelijk anders in staat. Ook hij wil weten of het initiatief echt vanuit Oekraïne komt of vanuit Europese instellingen. Tot slot merkt hij op dat de kosten verder beperkt kunnen worden door gastvrijheid van Papendrechtse gezinnen, wat ook de verbondenheid met de samenleving vergroot.
Mevrouw STIGTER vindt de motie van de D66-fractie verrassend en positief. Zij benadrukt dat het delen van kennis en kunde essentieel is voor de ontwikkeling van een democratie en dat het belangrijk is om dit ook in de praktijk te brengen. De CU-fractie steunt dit uitgangspunt volledig. Tegelijkertijd vraagt zij zich af of Papendrecht wel de juiste gemeente is om dit uit te voeren, gezien de ambtelijke organisatie al zwaar belast is. Zij stelt voor het i.s.m. andere gemeenten breder op te zetten, zodat het voor deelnemers interessanter wordt en de belasting beter wordt verdeeld. Zij vraagt het college of er voldoende ruimte en tijd is om deelnemers goed te begeleiden, zonder dat dit ten koste gaat van de huidige werkzaamheden. Dit antwoord is voor haar fractie belangrijk voordat zij een definitief oordeel velt over de motie. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN DER BORG bedankt de D66-fractie voor het indienen van de motie en benadrukt dat deze de betrokkenheid en solidariteit van Papendrecht richting Oekraïne onderstreept, iets wat de gemeente sinds het begin van de oorlog al heeft laten zien. Het college ondersteunt het doel van de motie om bij te dragen aan wederopbouw en bestuurlijke versterking in Oekraïne, omdat lokale overheden daarin een waardevolle rol kunnen spelen.
Tegelijkertijd merkt hij bij de vraag om de gemeente Papendrecht aan te melden als een gastgemeente op dat Oekraïne nog in oorlog verkeert, waardoor onzekerheden 16
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
bestaan en de vraag rijst of dit het juiste moment is. Daarnaast legt een werkbezoek van 5 tot 10 werkdagen, inclusief voorbereiding en het onderhouden van contacten, een aanzienlijk tijdsbeslag op de ambtelijke organisatie en het college. Dit vraagt om keuzes. Hoewel de reis door Europa wordt vergoed, is er ook een financieel component. Verder merkt de wethouder op dat beantwoording van een aantal vragen aan de heer Van Heteren voor verdere verduidelijking zou kunnen zorgen. Tot slot ondersteunt hij de suggestie om regionale samenwerking te verkennen. Het college laat het uiteindelijke oordeel over aan de raad, maar geeft de genoemde punten ter afweging mee. TWEEDE TERMIJN RAAD De heer VAN HETEREN bedankt alle fracties en de portefeuillehouder voor hun reacties. Hij verduidelijkt dat het om maximaal 1, hooguit 2 Oekraïense deelnemers gaat en dat de voorwaarden vooraf duidelijk zijn via de website, zodat er geen verrassingen ontstaan. Over de begeleiding merkt hij op dat dit nog nader besproken moet worden. M.b.t. de opmerkingen over de effectiviteit van deelname erkent hij dat de impact van dergelijke initiatieven niet altijd meetbaar is. Hij vergelijkt dit met andere symbolische maatregelen, zoals het hebben van een kinderburgemeester, waarbij de waarde niet eenvoudig te duiden is.
Volgens hem zijn uitvoeringsmaatregelen zoals deze vaak gericht op organisatie en kennisdeling en niet direct zichtbaar in het dagelijks leven van het dorp. Toch vindt hij dat er ruimte moet zijn voor dit soort initiatieven, omdat zij bijdragen aan bredere doelen zoals internationale samenwerking en democratische ontwikkeling. T.a.v. de vraag van de VVD-fractie geeft hij aan dat het initiatief waarschijnlijk vanuit Europa komt, maar hij benadrukt dat Oekraïense gemeenten zich massaal aanmelden en op een wachtlijst staan, wat wijst op groot enthousiasme. Hij reageert op de suggestie van de SGP-fractie om het regionaal te organiseren en zegt dit te ondersteunen, evenals het idee om deelnemers bij gezinnen onder te brengen, wat hij persoonlijk ook zou willen doen. Over de bredere context van EU-lidmaatschap erkent hij dat dit een landelijk thema is, maar hij geeft aan dat zijn fractie daar positief tegenover staat. Tot slot sluit hij zich aan bij het college dat samenwerking binnen de Drechtsteden wenselijk is, al merkt hij op dat de praktische uitvoering lastig is omdat elke gemeente zich afzonderlijk moet aanmelden. Mevrouw BOKMA vraagt per interruptie of er sprake is van een jaarlijkse aanmelding, waarop de heer VAN HETEREN aangeeft dat dit een eenmalige aanmelding is.
Op de vraag van mevrouw BOKMA of men zich ook in 2026 zou kunnen aanmelden antwoordt de heer VAN HETEREN dat hij dit niet zeker weet, maar dat hij veronderstelt dat het een eenmalige oproep is. De heer BOERSMA merkt per interruptie op dat hij het argument van de wethouder begrijpt over het juiste moment om aan dit initiatief deel te nemen. Hij wijst erop dat er in 2025 al 17
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
een ronde van het programma heeft plaatsgevonden in veel Europese steden en dat nu de oproep voor 2026 loopt. Gezien de situatie in Oekraïne, waar wederopbouw nog in volle gang is, verwacht hij dat er ook in 2027 een nieuwe ronde zal komen. Daarom stelt hij voor om te overwegen deelname uit te stellen naar volgend jaar, zodat er meer tijd is om het breder op te zetten, bv. in regionaal verband, en om beter inzicht te krijgen in de financiële en personele consequenties. Dit zou voorkomen dat de gemeente nu onder tijdsdruk een beslissing moet nemen zonder volledig zicht op de impact. De heer VAN HETEREN zegt dat juist het uitstellen onzekerheid creëert, omdat niet zeker is of de kans later opnieuw komt. Hij pleit ervoor om nu gebruik te maken van de mogelijkheid. Volgens hem is het feit dat Oekraïne nog in oorlog is juist een reden om dit nu te doen, om hoop en perspectief te bieden aan Oekraïense collega’s. Hij erkent dat het initiatief serieus beslag legt op de ambtelijke capaciteit en ondersteunt daarom het idee om het in Drechtstedenverband op te pakken. Tegelijkertijd merkt hij op dat dit praktisch lastig is, omdat aanmelding per gemeente moet gebeuren en zijn fractie geen collega-fractie heeft in de centrumgemeente Dordrecht.
Tot slot stelt hij voor om de motie aan te nemen met de kanttekening dat uitvoering alleen plaatsvindt als er voor de deadline voldoende regionale partners gevonden worden; anders gaat het niet door. Hiermee wil hij tegemoetkomen aan zorgen over uitvoerbaarheid en capaciteit. De heer VAN DEN DOOL vraagt per interruptie of de heer Van Heteren het niet veel te ingewikkeld maakt. Het gaat om max. 2 personen voor max. 2 weken. Hij kan zich voorstellen dat dit met een telefoontje naar een aantal maatschappelijke organisaties, buurgemeenten en onderwijsinstellingen geregeld is. Vanuit zijn fractie heeft men aangeboden om hierover na te denken, zodat de ambtelijke capaciteit hier niet volledig mee belast hoeft te worden. De heer VAN HETEREN is het hiermee eens, hij vindt het echter wel belangrijk dat het college dit omarmt en men dit niet zomaar oplegt. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN geeft aan geen voorstander te zijn van uitstel. Zij benadrukt dat er al lang wordt gehoopt op vrede in Oekraïne, maar dat zij daar niet optimistisch over is. Daarom vindt zij dat de gemeente nu moet handelen en niet wachten. Ze verwijst naar een voorbeeld uit het programma Café Kokkelman, waarin een Nederlandse gemeente vertelde over een succesvolle samenwerking met een Oekraïense gemeente, wat volgens haar laat zien dat dergelijke initiatieven mooie uitwisselingen en voordelen kunnen opleveren.
Zij is het eens met het standpunt dat er mogelijkheden zijn om de uitvoering zo te organiseren dat het niet uitsluitend een zware belasting vormt voor de ambtelijke organisatie. Over regionale samenwerking is zij niet zeker, maar zij benadrukt dat de deadline voor aanmelding op 20 december ligt, waardoor de raad vandaag een besluit moet nemen. Met de voorgestelde kanttekening over uitvoerbaarheid kan haar fractie de motie steunen. 18
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
Mevrouw KARSO zegt begrip te hebben voor de zorgen van het college en enkele fracties, maar benadrukt dat het uitspreken van steun en solidariteit niet iets is waar je op moet wachten. Volgens haar is het altijd het juiste moment om dat te doen, zoals Papendrecht in het verleden ook heeft laten zien. Ze sluit zich aan bij de opmerking dat het programma eenvoudig of uitgebreid kan worden ingericht en ziet het als een wederzijds leerproces: niet alleen waardevol voor Oekraïne, maar ook voor Papendrecht. Haar fractie wil hier actief aan bijdragen en zij geeft zelfs aan bereid te zijn om 2 deelnemers thuis op te vangen, waarmee zij de praktische uitvoerbaarheid wil onderstrepen. Tot slot benadrukt zij dat dit initiatief een mooie kans biedt om solidariteit concreet vorm te geven. De heer SPITSBAARD zegt dat hij op de website van het programma heeft gezien dat het initiatief niet alleen gericht is op herstel en wederopbouw, maar ook op het voorbereiden van Oekraïense gemeentelijke leiders en ambtenaren op een toekomstig EU-lidmaatschap. Dit triggert zijn fractie, omdat het volgens hem een duidelijke politieke dimensie toevoegt aan het programma. Hij benadrukt dat dit voor zijn fractie een belangrijk punt is, aangezien deelname daarmee ook kan worden gezien als een expliciete politieke stellingname.
De heer VAN HETEREN vraagt per interruptie of hij niet onderschrijft waar de EU voor staat, waarop de heer SPITSBAARD aangeeft dat dit zeker het geval is, maar hij benadrukt dat er volgens hem een andere bedoeling achter het programma zit, namelijk het toewerken naar EU-lidmaatschap voor Oekraïne. Hij geeft aan dat dit aspect eerder niet duidelijk naar voren is gebracht en dat hij daar geen antwoord op heeft gekregen toen er eerder een vraag over werd gesteld. Dit roept bij hem zorgen op, omdat het programma daarmee een politieke dimensie krijgt die vooraf niet expliciet is benoemd. Mevrouw BOKMA geeft aan dat haar fractie de overwegingen van het college kan volgen, mede gezien de impact op de capaciteit. Toch vindt de VVD-fractie het op dit moment niet verantwoord om snel een besluit te nemen zonder duidelijk inzicht in wat dit betekent voor de organisatie. Er is nog onduidelijkheid of het gaat om een verplichting vanuit de EU of om een vrijwillige keuze van lokale overheden in Oekraïne, die zich mogelijk aanmelden omdat zij het gevoel hebben dat dit moet. Zij benadrukt dat dit niet betekent dat haar fractie Oekraïne niet wil steunen, maar dat de motie op dit moment te vroeg komt. De heer BOERSMA geeft aan dat zijn fractie in principe sympathiek staat t.o.v.
de strekking van de motie, maar dat hij ook de argumentatie van het college begrijpt, vooral wat betreft de impact op ambtelijke capaciteit en de praktische uitvoering. Hij stelt voor om dit op een later moment te organiseren, bv. door aan te sluiten bij de call van volgend jaar en dit regionaal goed op te pakken. Volgens 19
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
hem is het niet realistisch om dit volledig uit te werken voor de huidige deadline van 22 december. Alles afwegende neigt zijn fractie daarom, met waardering voor het initiatief, naar een tegenstem. De heer VAN DEN DOOL vraagt per interruptie, kijkend vanuit de Christelijk overtuiging en de Bijbelse oproep de naaste en vreemdelingen te steunen ook in tijden van nood, of de heer Boersma niet te gemakkelijk zegt dat dit nog een jaar kan wachten. De heer BOERSMA zegt dat hij dit niet lichtvaardig stelt en benadrukt dat hij eerder expliciet heeft gesproken over de Russische agressieoorlog, waarmee hij wil onderstrepen dat de SGPfractie volledig achter steun aan Oekraïne staat. Het verschil zit volgens hem niet in de intentie, maar in de praktische uitvoerbaarheid op korte termijn. Hij onderschrijft de motie inhoudelijk, maar ziet het als een kwestie van realistische planning, niet van principiële onwil. Mevrouw STIGTER geeft aan dat zij met een dilemma zit en zoekt naar een oplossing. Zij waardeert de woorden van meneer Van den Dool en stelt voor om de motie aan te passen, zodat de verantwoordelijkheid niet alleen bij de ambtelijke organisatie ligt, maar ook bij de raad, waarbij gezamenlijk een programma wordt gemaakt.
Meneer VAN HETEREN antwoordt per interruptie dat dit volgens hem bij de uitvoering hoort en dat hij de motie niet wil aanpassen om concreet in de uitvoering te treden. Hij laat de afweging aan mevrouw Stigter, maar benadrukt dat de motie in stand blijft. Mevrouw STIGTER geeft aan dat zij het lastig vindt en nog niet weet hoe zij zal stemmen. TWEEDE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN DER BORG geeft aan dat er behoefte lijkt te zijn aan duidelijkheid over hoe het college zal handelen als de motie wordt aangenomen. Hij benadrukt dat het indienen van een voorstel in regionaal verband mogelijk is, eventueel samen met andere gemeenten of een regionaal instituut, al is de korte termijn een uitdaging. Indien de motie wordt aangenomen, stelt hij voor om deze in de regio te verspreiden met een oproep om ermee aan de slag te gaan. Hij biedt aan dit als portefeuillehouder op zich te nemen. Daarnaast merkt hij op dat verschillende raadsleden hebben aangegeven zelf een bijdrage te willen leveren aan het proces, wat volgens hem in de uitvoering kan worden meegenomen. Tot slot bevestigt hij dat het college de motie zal uitvoeren indien deze wordt aangenomen. De heer TIELEMAN vraagt of het ambtelijk apparaat de uitvoering van de motie aankan, waarop wethouder VAN DER BORG aangeeft dat dit moeilijk te voorspellen is, maar hij erkent dat de druk op de betrokken onderdelen al groot is.
Indien de motie wordt uitgevoerd, zal dit keuzes vergen: extra capaciteit inhuren of bepaalde werkzaamheden niet uitvoeren. Welke gevolgen dit precies 20
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
heeft, kan hij nu nog niet aangeven, maar hij benadrukt dat elke keuze van de raad consequenties heeft. (Schorsing 22.04 – 22.10 uur) Stemverklaring Mevrouw STIGTER: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik zei al dat ik een dilemma had. En het dilemma voor ons is toch echt dat we ons zorgen maken over de capaciteit die het de ambtelijke organisatie gaat kosten. En wij vinden het een prima voorstel als het in regionale samenwerking zou zijn. En daarom gaan we nu dan toch tegenstemmen. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN: Onze fractie zal verdeeld stemmen. De andere fractieleden die zullen de argumentatie volgen van de portefeuillehouder en dus tegenstemmen. En ik ga voorstemmen en vanuit de gedachte dat we gewoon echt iets kleins kunnen doen wat iets moois kan betekenen en zonder er allerlei dingen bij te halen gewoon van de ene gemeente naar de andere. Ik geloof hierin en net als een paar andere fracties die medewerking toezeggen om hun bijdrage te leveren, daar meld ik me ook bij deze voor aan. Dank. Stemming motie M17.01. Aanmelding Papendrecht als gastgemeente voor TIPS4UA 2026: Met 9 stemmen (de dames Van Es, Karso, Verschoor en Van Wijngaarden en de heren Van Den Dool, Grimmius, Van Heteren, Lammers en Schuil) voor en 13 stemmen tegen wordt deze motie verworpen. (Schorsing 22.15 – 22.20 uur) Motie M17.B.
Strengere aanpak overlast pest/intimidatiegedrag jongeren: Mevrouw HOEKSTRA geeft aan dat de PAB en CDA-fracties vragen hebben gesteld over het pestgedrag van jongeren in Papendrecht en dat de OP-fractie is benaderd door mensen die woonachtig zijn in de Wilgendonk, met vele voorbeelden waaronder een schokkend verhaal. Dit gaat verder dan jongensgedrag. Naar aanleiding hiervan dienen de fracties motie M17.B. Strengere aanpak overlast pest/intimidatiegedrag jongeren in. Het dictum van de motie luidt als volgt: Verzoekt het college: 1. Een vervolgstap te zetten richting de jongeren en hun ouders/verzorgers van wie de identiteit bekend is, in de vorm van bijvoorbeeld een boete en/of doorverwijzing naar HALT; 2. In het Gemeentenieuws nogmaals aandacht te vragen voor het terugdringen van pest/intimidatie gedrag en inwoners op te roepen dit vooral te (blijven) 21
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
melden om aldus beter in kaart te krijgen, waar en door wie deze ongeregeldheden zich voordoen; 3. Te onderzoeken of er inmiddels stappen zijn gezet door Suppord om deze jongeren te bereiken en invloed uit te oefenen inzake hun gedrag; 4. Te onderzoeken of het haalbaar is om zogenaamde ‘buurtvaders/buurtmoeders’ in te zetten, een methode die in andere gemeenten succesvol is gebleken; 5. De eventuele kosten te betalen uit de voorzieningen Maatschappelijke Ontwikkelingen en Jeugd & Jongerenoverlast (uit de beantwoording van een vraag in de vergadering van 20 november bleek dat er in deze “potten” nog geld beschikbaar is); 6. De onder 1 en 2 genoemde maatregelen en onder 3 en 4 genoemde onderzoeken met onmiddellijke ingang op te starten; 7. De raad op de hoogte te houden van de vervolgstappen en verslag te doen van de resultaten bij de evaluatie rondom de feestdagen/oud en nieuw. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN benadrukt dat dit probleem zich steeds verder uitbreidt en dat zij van mening is dat het, in het kader van ‘wie niet horen wil moet maar voelen’, tijd is om vervolgstappen te zetten. Zij pleit voor het nemen van andere maatregelen en doet een serieuze oproep voor brede steun vanuit de fracties, aangezien zij verwacht dat ook andere partijen deze problemen herkennen of zelf hebben ervaren.
De heer VAN HETEREN geeft aan dat zijn fractie de achtergrond van de motie begrijpt, ook zijn fractie ontvangt dergelijke signalen. Toch heeft hij bezwaar tegen de manier waarop de motie, m.n. het dictum, is opgesteld. Hij noemt specifiek punt 1, waarin wordt gesproken over vervolgstappen richting jongeren en hun ouders in de vorm van boetes of doorverwijzingen naar Halt. Volgens hem raakt dit aan trias politica en plaatst de raad zich hiermee op de stoel van de rechterlijke macht. Dit is onverenigbaar met de waarden en principes van zijn fractie. Ook is men het niet eens met punt 2, omdat het oproepen van inwoners om elkaar te melden volgens hem een gevoel van klikken oproept, wat zij niet wenselijk vinden. Om deze redenen kan zijn fractie niet instemmen met de motie. Desondanks benadrukt de heer VAN HETEREN dat hij de zorgen achter de motie deelt en stelt hij een alternatieve aanpak voor. Hij pleit voor het organiseren van een beeldvormende avond met betrokken partijen, zoals Suppord, wijkagenten, scholen en het college, om gezamenlijk te onderzoeken hoe dit probleem kan worden aangepakt. Hij wijst erop dat dit niet alleen een lokaal probleem is, maar een breder maatschappelijk probleem dat ook in andere gemeenten speelt, zoals Amsterdam. Zijn fractie voelt meer voor een constructieve samenwerking met deze partijen dan voor het aannemen van de huidige motie. 22
Verslag besluitvormende raadsvergadering 4 december 2025
De heer GRIMMIUS geeft aan dat zijn fractie de strekking en intentie van de motie begrijpt en erkent dat er sprake is van zorgwekkend gedrag onder jongeren in Papendrecht. Desondanks zal de GL-fractie de motie, om meerdere redenen niet steunen. Ten eerste stoort de fractie zich aan het taalgebruik in de motie, waarin wordt gesproken over ‘misselijk makende praktijken’. Hij vindt het, ook al moet pestgedrag altijd worden afgekeurd, niet gepast om kinderen op deze manier te betitelen. Daarnaast heeft zijn fractie ook moeite met het dictum, waarin de raad volgens hem op de stoel van de rechterlijke macht wordt gezet door te bepalen welke sancties, zoals boetes of doorverwijzingen naar Halt, moeten worden toegepast. Hij benadrukt dat dit niet de taak van de raad is. Verder wijst hij op het voorstel om buurtvaders en buurtmoeders in te zetten. Volgens hem werkt dit alleen bij specifieke groepen kinderen, m.n. jongeren met een migratieachtergrond, en heeft het geen bewezen effect bij andere groepen. Hij pleit in plaats daarvan voor regulering, omdat onderzoek aantoont dat dit wél effectief is om ongewenst gedrag op straat terug te dringen. Hij roept het college op om deze mogelijkheid te onderzoeken. Verder is hij niet gecharmeerd van het proces rondom de motie.
Hij zegt dat de indieners geen ruimte hebben geboden voor overleg of aanpassing van de tekst, waardoor andere fracties geen invloed konden uitoefenen. Volgens hem had een open houding geleid tot een breed gedragen motie. Tot slot merkt hij op dat er eerder aandacht voor dit probleem is gevraagd richting het college en dat zijn fractie (er misschien als enige) vertrouwen in heeft dat het college dit oppakt. Hij vindt het voorbarig dat de indieners van de motie daar kennelijk geen vertrouwen in hebben en het college hier geen tijd voor willen geven. Ook mevrouw KARSO benadrukt dat haar fractie de strekking van de motie volledig onderschrijft: wangedrag, intimidatie en pestgedrag moeten worden aangepakt, zodat mensen zich veilig voelen in hun eigen buurt. Toch kan haar fractie de motie in de huidige vorm niet steunen. Een belangrijk bezwaar betreft de gebruikte terminologie en toon, zoals de uitdrukking “misselijkmakende praktijken”. Volgens mevrouw KARSO heeft de raad een voorbeeldfunctie en moet scherp afkeuren van gedrag op een manier gebeuren die niet verhardt, juist om de verbinding met inwoners en jongeren te behouden. Het doel moet zijn om jongeren terug te winnen voor de samenleving, niet om hen af te stoten. Daarnaast wijst zij erop dat de motie verzoeken bevat die sterk raken aan de uitvoering.