CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Besluitvorming 22.5.2025.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 3 juli 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen verslag raadsvergadering 22 mei 202515.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

VERSLAG VAN DE OPENBARE BESLUITVORMENDE RAADSVERGADERING VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN PAPENDRECHT d.d. 22 mei 2025 (aanvang 20.00 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www.papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw M.J.M. van Driel, (voorzitter); De dames: A. Bokma (VVD), T.C. van Es (D66), H.C.T.J. Hoekstra (OP), A.A.S. Stigter (CU), H.M. van Wijngaarden (PAB), D. Yildiz-Karso (PvdA) en de heren: A.J. Boersma (SGP), L. Bruijniks (PAB), L.T. van den Dool (CDA), P.J. van der Giessen (VVD), W. Goudriaan (SGP), P.C. Grimmius (GL), G.C.H. Hardam (OP), N. van Heteren (D66), X.D.R. Janssen (PAB), R. Lammers (OP), A. Rietveld (CU), R. Schuil (CDA) (vanaf 20.30 uur), K. Spitsbaard (OP), H.D. Stouthart (VVD), A. Tieleman (PAB) en M.H.A. Verweij (PAB). Mevrouw W. Renzen - Van Leeuwen en de heren J.W. van der Borg, J.L. van Erk, A.M.J.M. Janssen en A.J. Kosten; wethouders. De heer M. Hermans, interim griffier; De heer J. Lier, pl. griffier/raadsadviseur. Verslaglegging: Jeanine Nieuwstraten Afwezig: mevrouw A. Verschoor - De Winter (CDA). 01.

Opening. De VOORZITTER opent de raadsvergadering en heet eenieder van harte welkom. Mevrouw Verschoor is afwezig. Zij noemt in het bijzonder het raadsvoorstel dat de kinderburgemeester wil bespreken met de raad.

02.

Vaststelling van de agenda. De heer VAN DEN DOOL vindt dat de motie oproep geweld Gaza niet op de raadsagenda van de gemeente thuishoort. Men ziet onvoldoende lokale aanknopingspunten om zich hierover in de vorm van een motie uit te spreken. De gemeenteraad gaat hier niet over en hij stelt voor dit agendapunt niet te behandelen. Omdat men gezien de inzet van andere partijen voorziet dat hiervoor geen meerderheid zal zijn, kondigt hij alvast aan bij deze motie niet aan het debat te zullen deelnemen en tegen te zullen stemmen. De heer BOERSMA vindt ook dat het onderwerp eigenlijk niet thuishoort op de agenda, maar zal dit tijdens het agendapunt verder toelichten. Er wordt geconcludeerd dat dit agendapunt toch behandeld zal worden en de agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 1

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

03.

Mededelingen. Er zijn geen mededelingen.

04.

Vaststelling verslagen raadsvergadering 17 april 2025. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

05.

Vragenkwartier. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN stelt de volgende vragen inzake maatregelen veiligheid/schuilplekken: 1. Is het evacuatieplan (vooral bedoeld voor extreem hoog water en overstromingen) helemaal bijgewerkt en zo ja, waar is dit voor inwoners in te zien? 2. Is er al contact geweest met de veiligheidsregio inzake het instellen van veilige plekken/schuilplekken voor onze inwoners? 3. Zo nee, kunt u aangeven op welke termijn dit gaat gebeuren? 4. Heeft het college zelf al een idee waar deze plekken zouden moeten komen? De BURGEMEESTER vindt dit een terechte vraag en terechte zorg. Het is een belangrijk onderwerp dat ook wat breder ligt. Dit betreft niet alleen de hoge waterstanden, maar men kan zich hetzelfde voorstellen op het gebied van hitte, droogte en energiebeperkingen. Er is een handelingskader dat is vastgelegd in het hoogwater bestrijdingsplan van Papendrecht. Omdat zij wat uitgebreider op de vragen wil ingaan, zegt zij toe hier binnen 4 weken schriftelijk bij de raad op terug te komen.

06.

Er zijn verder geen vragen. Ingekomen stukken en ter inzage gelegde stukken. Ter inzage gelegde stukken: I. het voorstel om de onder categorie I ingekomen stukken voor kennisgeving aan te nemen (de betreffende stukken zijn al als ingekomen stuk te boek gesteld en aan de orde geweest in de vergaderingen van de raadscommissies): de raad gaat hiermee akkoord. II. Het voorstel om de onder categorie II ingekomen stukken (die hierbij rechtstreeks te boek worden gesteld ten behoeve van de onderhavige vergadering van de gemeenteraad) als volgt te behandelen: II.A. De ingekomen stukken (afkomstig van derden) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II.B. de ingekomen stukken in handen stellen van het college ter afdoening (van derden); de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II. D. de ingekomen stukken (afkomstig van het college) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. 2

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

II. E. De antwoorden (afkomstig van het college) op RvO ex art. 40 vragen voor kennis aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. Zonder bijzonderheden wordt dit agendapunt afgesloten. HAMERSTUKKEN 07.

Verlening ontheffing ingezetenschap wethouder Van der Borg. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. BESPREEKSTUKKEN:

08.

Schaduwplekken zwembad sportcentrum. De VOORZITTER merkt op dat de kinderburgemeester Mees van Veen bij zijn sollicitatiegesprek als speerpunt het belang van bewustwording van de schade die overmatig zon gebruik kan veroorzaken heeft genoemd. Hij heeft hiervoor een plannetje bedacht dat hij heeft besproken met de directeur van het zwembad en de gemeente, die hiervoor gezamenlijk een voorstel hebben opgesteld. Omdat men het belangrijk vindt dat de kinderburgemeester ook onderdeel van het democratisch proces uitmaakt, kan men met deze werkwijze een stimulans geven aan de jongerenparticipatie en aan het functioneren van de kinderburgemeester. Aansluitend verzorgt MEES VAN VEEN een korte PowerPointpresentatie, waarna de fracties vragen kunnen stellen. Op de vraag van de heer GRIMMIUS, die het heel erg eens met dit idee, of er i.p.v. 1 grote boom niet (stiekem) meer bomen geplaatst kunnen worden antwoordt MEES dat er 10 jaar geleden al meerdere (dure) bomen zijn gekocht, die ook nog eens heel klein waren. Misschien is het wel mogelijk, maar voor nu is het voorstel 1 grote boom. Mevrouw KARSO is ook ontzettend blij met het voorstel.

Op haar vraag of hij van plan is om ook te kijken of er elders in de gemeente nog meer schaduwplekken gecreëerd kunnen worden antwoordt MEES dat er wel meer punten zijn waar men meer schaduwplekken kan creëren, maar dat hij hier nog niet naar heeft gekeken. Hij heeft meer gekeken naar de plekken waar het echt heel druk is. Mevrouw VAN ES leest in het voorstel dat er € 2.000,- voor zonnebrandcrème wordt gebruikt. Op haar vraag of iemand heeft berekend of dit een correct bedrag is antwoordt MEES dat dit voor 2 jaar is berekend. 3

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

Mevrouw BOKMA dankt de kinderburgemeester voor het indienen van het voorstel ter bescherming tegen schadelijke straling. Omdat zonnebrandcrème op veel plaatsen al gratis beschikbaar wordt gesteld, is zij blij dat Papendrecht daar nu ook bij hoort. Omdat schaduwplekken heel belangrijk zijn, is haar fractie ook heel blij dat er 1 grote boom en parasols worden geplaatst. Haar fractie zal daarom van harte instemmen met het voorstel. Ook de heer VAN DEN DOOL is bij met het goede voorstel. Op zijn vraag of de kinderburgemeester nog een keer bij de raad terugkomt met een ander voorstel antwoordt MEES dat hij veel ideeën heeft, maar dat hij niet denkt dat die nog uitgewerkt gaan worden. De BURGEMEESTER geeft aan dat er in september een gesprek met de kinderburgemeester wordt gevoerd over wat dit jaar hem heeft gebracht, welke leerpunten er zijn en wat hij graag wil doorgeven aan de volgende kinderburgemeester. De heer HARDAM vindt het een mooi voorstel. Hierbij wil hij wel meegeven dat er i.v.m. de wortels van de bomen rekening gehouden moet worden met de leidingen, waarop de BURGEMEESTER aangeeft dat dit wordt meegenomen binnen de mogelijkheden van het zwembad. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN zal ook instemmen met het voorstel. Verder merkt zij op dat Mees op 4 mei als kinderburgemeester een prachtig gedicht heeft voorgelezen bij de herdenking.

Zij stelt voor de griffier te vragen of hij dat gedicht nog een keer kan delen, zodat iedereen het kan lezen. Op haar vraag of er naast die ene grote boom ook over nagedacht kan worden of er voor extra schaduw buiten de omheining van het zwembad ook bomen geplaatst kunnen worden antwoordt MEES dat dit op die plek (bij de muur) niet mogelijk was. De heer GOUDRIAAN zegt dat ook zijn fractie het een goed voorstel vindt. Ook mevrouw STIGTER zegt dat de ChristenUnie blij is met het voorstel van de kinderburgemeester. Niets meer aan de orde zijnde wordt het voorstel van burgemeester en wethouders met 22 stemmen voor unaniem aangenomen. Aansluitend volgt er een korte schorsing om kort van gedachten te kunnen wisselen met de kinderburgemeester en om het 55-jarig huwelijk van de heer Bruijniks en zijn vrouw te vieren met een lekkere vlaai die hij heeft meegenomen.

4

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

09.

Vaststelling 8e wijziging GR DG&J. De heer GRIMMIUS zegt dat duidelijk is geworden dat deze wijziging door alle raden aangenomen moet worden. Gezien het feit dat de wens van de Papendrechtse raad voor het opnemen van een periodieke evaluatie niet is overgenomen, is dit het moment dat men de overweging moet maken of dit een reden is om hier niet mee in te stemmen. Omdat het feitelijk zo is dat men alleen niet mee kan instemmen als er strijd is met het recht of vanwege het algemeen belang, is het de vraag of men vindt dat het niet opnemen van een dergelijke evaluatie termijn in strijd is met het algemeen belang. De GL-fractie overweegt om daar wel zo over te denken en niet in te stemmen met het voorstel. De wethouder heeft in de oordeelsvorming aangegeven dat voor zover men weet Papendrecht de enige is die in de zienswijze naar voor heeft bracht graag een periodieke evaluatie in het reglement opgenomen te hebben. Dit betekent niet dat de andere raden dat niet ook zouden vinden, maar alleen dat zij dat niet bedacht hebben. Wellicht dat op het moment dat dit aan de orde komt in de andere raden, daar wel degelijk steun voor zou kunnen zijn. Hij is van mening dat er wel argumenten voor zouden kunnen bestaan dat het in het belang van het algemeen belang zou kunnen zijn daartegen te stemmen.

Verder merkt hij op dat er in de raad vaker is gesproken over het feit dat er bij herhaling meer geld naar de DG&J moet. Juist in reactie daarop heeft men gezegd kritisch naar de organisatie te kijken en de organisatie kritisch naar zichzelf te laten kijken. Om deze reden heeft men om de periodieke evaluatie gevraagd. Op het moment dat dit niet in het reglement wordt opgenomen, kan men zich afvragen of het algemeen belang daarmee gediend is. Nu de wethouder heeft aangegeven dat het DB bezig is met een voorstel om een vorm van evaluatie te introduceren, staat men voor de vraag of men de wijziging aanneemt terwijl men nog niet weet hoe dat voorstel eruit gaat zien. Afsluitend merkt hij nogmaals op dat zijn fractie overweegt om tegen dit voorstel te stemmen. Ook mevrouw KARSO is in dubio over de door de heer Grimmius aangegeven situatie. Wanneer men de evaluatie opneemt in een bepaling, weet men met zekerheid dat een dergelijke evaluatie uitgevoerd gaat worden. Dit omdat de middels zienswijzen eerder gedane dringende verzoeken aan de DG&J niet altijd tot actie en resultaten hebben geleid. Haar fractie wacht hierover het debat af. Ook de heer GOUDRIAAN noemt de vraag of het terecht zou zijn om tegen het voorstel te stemmen, nu het punt van de vaste termijn van evaluatie niet is overgenomen.

In de aanvullende informatie van het college staat heel duidelijk dat de raad de toestemming alleen kan onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. De SGP-fractie heeft zichzelf de vraag gesteld of het niet overnemen van de evaluatie termijn -terwijl er nog gesproken gaat worden over de wijze van evalueren- valt onder in strijd zijn met het recht of algemeen 5

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

belang. Deze vraag heeft men -omdat dit hun te ver gaat en daarbij het gegeven dat de 9 andere gemeenten hier niet mee ingestemd hebben - met ‘nee’ beantwoord. Om deze reden zal men voor het voorstel stemmen. Mevrouw STIGTER geeft aan dat haar fractie het, ondanks dat men het helemaal niet eens is met het feit dat de DG&J zelf wil bepalen wanneer en op welke manier zij wil evalueren, -omdat er dus een unaniem besluit nodig is van alle gemeenten - een te zwaar middel vindt om tegen te stemmen. Om deze reden zal de CU-fractie instemmen met deze wijziging, maar wil men wel een signaal afgeven richting de DG&J en naar de wethouder -die daarvoor mag pleiten en dat in het verleden ook al heeft gedaan- dat men zorgen heeft over de DG&J en dat deze zorgen serieus genomen mogen worden. Ook de heer VAN HETEREN is namens zijn fractie kritisch over het niet opnemen van de periodieke evaluatie, omdat een goed bestuur zichzelf moet willen laten controleren. Ondanks het feit dat ook de D66-frachtie het zwaar vindt met het oog op het algemeen belang tegen te stemmen, blijft deze optie wel openstaan. Men vraagt de portefeuillehouder hen ervan te overtuigen om hiermee in te stemmen en te zorgen dat men vertrouwen krijgt in het DB. Mocht dit niet lukken is men wel genoodzaakt om tegen te stemmen.

De heer VAN DEN DOOL vindt het mooi om te zien dat de mogelijkheid tot evaluatie expliciet is opgenomen. Hiertoe moet echter initiatief genomen worden. Omdat het bestuur dit niet direct als een verplichte exercitie heeft opgenomen, had de gemeente Papendrecht actiever bij de andere raden moeten lobbyen om in te stemmen met deze oproep. Nu tegenstemmen vindt de CDAfractie in het kader van interbestuurlijke verhoudingen niet te verdedigen. Feit is dat men politiek bestuurlijk initiatief kan nemen tot een evaluatie als men dit nodig acht. Om deze redenen kan men instemmen met deze regeling. Mevrouw BOKMA geeft aan dat haar fractie het voorstel en met name de reactie op de eerder gediende zienswijze nogmaals heeft doorgenomen. Men heeft geconcludeerd dat het gevraagde besluit weliswaar technisch is, maar ook volledig voorbijgaat aan de wens van een driejaarlijkse evaluatie. Twee gemeenten hebben in hun zienswijze gevraagd om een vaste evaluatie termijn, waaraan de GR niet tegemoetkomt. Het AB of de gemeenteraden kunnen hier echter wel om vragen. Een van de redenen om tegen een technisch voorstel te stemmen, is wanneer blijkt dat er niet/niet afdoende met een zienswijze is gedaan. Ondanks dat hiervan sprake is, vraagt men of dit zwaar genoeg is om tegen het voorstel te stemmen.

Wat voor de VVD-fractie ook nog onduidelijk is, is of 1 raad een evaluatie kan aanvragen of dat dit door alle raden gezamenlijk moet gebeuren. Wanneer dit door 1 raad kan gebeuren, zou haar fractie 6

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

voorstellen deze direct aan te vragen en over 3 jaar weer. De VVD-fractie vreest echter dat het AB een besluit neemt over een verzoek van 1 gemeenteraad en er dus meerdere raden nodig zijn. Ook is haar fractie het ermee eens dat het echt tijd wordt voor een signaal richting de GR. De eis was een periodieke evaluatie. Wanneer de GR de periode te kort vindt, had men met een ander voorstel kunnen komen. Hier helemaal niet op in gaan is een teken dat de mening van de gemeenteraad er niet toe doet. De gemeenteraad is nog steeds het hoogste orgaan, dat is voor de GR niet anders. Met het vage wegredeneren van een zienswijze wordt daar niet echt blijk van gegeven. De heer HARDAM vindt het jammer dat de wenst tot periodieke evaluatie niet expliciet is overgenomen, maar wat zijn factie betreft is het signaal overgekomen op het DB en hoeft men niet het vetorecht in de strijd te gooien voor dit onderwerp. Om deze reden stemt zijn fractie in met het voorstel zoals het nu voorligt en wacht men de reactie van het DB af over hoe zij de periodieke evaluatie wil in vullen. De heer VERWEIJ ondersteunt het betoog van de heer Grimmius. Al ca. 10 jaar lang probeert de raad er zicht op te krijgen hoe de GR-en met het gemeente geld omgaat. Elke keer vraagt de raad aan welke knoppen zij kan draaien, maar voorlopig heeft men nog weinig macht om de zaak bij te sturen.

Wanneer men vraagt om een middel om enigszins meer inzicht te krijgen, zodat men als raad wat beter op de zaken kan inspelen, wordt dat genegeerd. Dat is bijzonder jammer. Daarnaast stelt de zin: ‘het AB kan mede op verzoek van de raden van de deelnemende gemeenten besluiten het functioneren van de regeling periodiek te evalueren’ hem niet gerust. Daarbij gaan zij zelf de doelen, reikwijdte en de wijze van evalueren bepalen. Wordt dat echt een knop waaraan de raad kan draaien? Concluderend heeft de PAB-fractie voorlopig de neiging om een keer een duidelijker signaal af te geven, omdat zienswijzen in het algemeen vaak niet gehonoreerd worden. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN DER BORG begrijpt het dilemma dat bij sommige fracties leeft. Men heeft in een eerder stadium bij de zienswijze niet voor niets een amendement ingediend, waarin men het bestuur oproept om de mogelijkheid tot driejaarlijkse evaluatie op te nemen in de regeling van de GR. De reactie van het DB hierop is dat een termijn van 3 jaar in de regeling geen logische zou zijn. Hierop heeft hij in het AB aangegeven dat de evaluatie voor de raad een heel belangrijk punt is. Dit gesprek heeft ertoe geleid dat het DB heeft aangegeven dat zij met een nader voorstel over hoe zij deze periodieke evaluatie willen gaan opzetten en hoe dat er verder uit gaat zien gaan komen. Hiermee wordt zijns 7

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

inziens, mede gezien de reacties van de andere deelnemende gemeenten, voldaan aan de wens om een periodiek evaluatie te hebben. Wel merkte hij dat er unaniem steun voor een periodieke evaluatie was. De gemeenteraad van Papendrecht wil graag een signaal wil afgeven waarbij duidelijk wordt dat een periodieke evaluatie heel erg belangrijk is en dat dit in beginsel een plek zou moeten hebben in de tekst van de gemeenschappelijke regeling. Op de vraag wat het betekent als Papendrecht tegen het voorstel stemt geeft de wethouder aan dat er unanimiteit nodig is en dat elke deelnemende gemeente instemming moet geven. Omdat dit een zware verantwoordelijkheid is heeft de wethouder, na overleg met de organisatie en de DG&J, 3 opties op een rij gezet die antwoord geven op de gestelde vragen. De eerste optie is: niet instemmen met de wijziging: in dat geval moet het hele proces van zienswijzen opnieuw doorlopen worden en komt er uiteindelijk een nieuwe regeling met deze wijziging een tweede keer bij de gemeenteraad terecht en is men zomaar een heel aantal maanden verder. Dat kan een keuze zijn, die op zich niet het ergste is. Wat hierbij wel belangrijk is, is de rol van de gemeenteraad om op zoek te gaan naar die collega gemeenteraden die dan wel zouden moeten instemmen. Dit kan weer leiden tot een ingewikkelde situatie.

De tweede optie is om ervoor te kiezen om de stemming tot nadere orde op te schorten. Het college moet voor 1 oktober een besluit nemen over deze regeling. Dit betekent dat de raad het college hier voor 1 oktober toestemming voor moet geven. In dit geval zal de wethouder dit voornemen meenemen naar het AB en hen voorleggen wat deze situatie betekent, waarbij duidelijk wordt aangegeven dat de raad deze evaluatie een plek zou willen geven in de regeling. Als derde optie stemt men in met de wijziging, waarmee men de portefeuillehouder als vertegenwoordiger van de raad verzoekt de opdracht tot 3-jaarlijkse evaluatie opnieuw in te brengen bij het AB richting het DB. In de tussen liggende tijd zou men kijken wat het voorstel van het DB precies inhoudt. Op het moment dat dit voorstel duidelijk is, kan de raad dit nader beoordelen. Op de vraag van de VVD-fractie of de raad om een evaluatie kan vragen antwoordt de wethouder dat de regeling spreekt over raden. Het AB neemt hier bij meerderheid van stemmen een besluit over. Men kan hier wel om vragen, maar het AB gaat om de invulling hiervan. (5 minuten schorsing) TWEEDE TERMIJN RAAD De heer VERWEIJ geeft aan dat de PAB-fractie voor optie twee kiest. Bij een voorstel waarin een 8e wijziging wordt aangeboden, dient er ook direct een concreet plan te zijn m.b.t. hoe men e.e.a.

gaat evalueren en dus niet opnieuw een zin waarin staat dat het eventueel mogelijk is. 8

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

De heer HARDAM is het hier volledig mee eens en kiest ook voor optie 2: opschorten. Ook mevrouw BOKMA kiest voor optie 2: opschorten, in combinatie met het vooruitzicht voor 1 oktober het voorstel voor de evaluatie te krijgen, waarin de wensen van Papendrecht en Gorinchem en de andere gemeentes nadrukkelijk naar voor komen, zodat blijk wordt gegeven dat er wel degelijk rekening wordt gehouden met de zienswijze. De heer VAN DEN DOOL vindt opschorten een vorm van het gijzelen van de algemene bestuursleden die unaniem voor een evaluatie waren en vindt het de mederaden in de buurgemeente onder druk zetten. Men wil allemaal een evaluatie en die gaat er ook komen, dus zijn fractie zou ervoor zijn om gewoon nu in te stemmen met dit voorstel. De heer VAN HETEREN geeft aan dat ook de D66-fractie voor optie 2 kiest. Men vindt het verbijsterend dat er zo moeilijk wordt gedaan over een simpele evaluatie en wil daarom een signaal af geven. Mevrouw STIGTER zegt dat haar fractie niet voor optie 2 gaat, maar dat men eigenlijk wil instemmen en een signaal wil afgeven. Wat zij van de portefeuillehouder hoort, is dat wanneer men voor optie 1 of 2 kiest, men als gemeenteraad een grote verantwoordelijkheid krijgt. Deze verantwoordelijkheid is ook dat men moet samenwerken met andere gemeenteraden en hen ook moet betrekken in de ideeën en visie. Zij is benieuwd hoe men dat gaat doen.

Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat zij de portefeuillehouder dit inderdaad heeft horen zeggen, maar zij legt deze verantwoordelijkheid gewoon terug. De uitvoerende macht, de portefeuillehouder, dus het college, moet gewoon zorgen dat hetgeen de raad vraagt goed wordt overgebracht. Dat is geen taak van de raad. De vraag of de CU-fractie dit met haar eens is kan mevrouw STIGER natuurlijk niet ontkennend beantwoorden. Maar wanneer men iets wil bereiken, zal men ook moeten samenwerken. Ook hierin heeft men een verantwoordelijkheid. Mevrouw BOKMA vraagt per interruptie of zij het goed heeft gehoord dat optie 1 inhoudt: tegenstemmen en zorgen dat er een nieuw wijzigingsvoorstel komt, waarbij men moet samenwerken met de andere gemeentes. Omdat zij dit niet bij optie 2 en 3 heeft gehoord, kan men in principe afwachten waar het DB mee komt als voorstel voor de evaluatie. Mevrouw STIGTER weet niet of zij dit juist het gehoord, zij pleit ervoor om meer samen te werken. De heer GOUDRIAAN geeft aan dat zijn fractie kiest voor optie 3 en zal instemmen met dit voorstel en de portefeuillehouder met een boodschap op pad 9

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

te sturen. In art. 42 lid 3 van de nieuwe regeling staat ‘daarbij worden de deelnemende gemeente gehoord over de wijze van evalueren’. Mevrouw KARSO geeft aan dat men in eerste instantie al heeft gekozen voor optie 3 en daarmee de wethouder een opdracht heeft gegeven. Hoe dat allemaal is gegaan met afstemmen met andere regiogemeenten en gelobby weet men niet. Het heeft in ieder geval niet geleid tot het resultaat dat men wil. Om deze reden kiest haar fractie voor optie 2: opschorten en wacht men het voorstel van de DG&J af, waarbij het woordje kan gewijzigd wordt, tot men weet wat de reikwijdte is van het onderzoek, de periodiek, hoe vaak en hoe men het wil aanpakken. Ook de heer GRIMMIUS kiest namens de GL-fractie voor optie 2: opschorten, zodat men -zoals mevrouw Bokma zei- het voorstel over de evaluatie, zoals de DB dat zelf gaat doen, kan afwachten en dit kan meenemen in de uiteindelijke afweging of men al dan niet met de wijziging instemt. Op die manier geeft men het DB de ruimte om dat voorstel te kunnen doen, waarin de wensen van de gemeente Papendrecht -de periodieke evaluatie- worden verwoord en waarbij het niet zo kan zijn dat de raden kunnen verzoeken en het DB daar dan niets mee doet, maar dat de gemeenteraden gehoord worden m.b.t. de wijze van evaluatie, de reikwijdte daarvan en de evaluatie opdracht.

De heer VAN DEN DOOL vraagt per interruptie hoe de heer Grimmius het -in het kader van de samenwerking die mevrouw Stigter terecht noemt- voor zich ziet om met de andere deelnemende gemeente over dat voorstel te communiceren, omdat men in een gemeenschappelijke regeling zit, waarop de heer GRIMMIUS aangeeft dat zijn fractie goed contact heeft met gemeenteraadsfracties en de PvdA-fracties in andere gemeenten. Het onderlinge contact tussen de verschillende raden ziet hij niet als een probleem. Bovendien speelt dit meer bij optie 1, als men de wijzigingen niet aanneemt en er een nieuw wijzigingsvoorstel moet komen. Bij de opschorting is dat niet het geval en neemt men op dit moment gewoon geen besluit en wacht men het voorstel over de evaluatie van het AB of DB. Hij is op zich ook bereid om tegen het voorstel te stemmen, maar ziet ook in dat dat m.b.t. de interbestuurlijke verhoudingen misschien niet het allerhandigst is. Om deze reden ziet hij optie 2 als een goede oplossing. TWEEDE TERMIJN COLLEGE Het is wethouder VAN DER BORG duidelijk dat de meerderheid ervoor kiest om het voorstel op te schorten. Hierop zegt hij toe in het AB het gesprek aan te gaan met het DB over hoe zij het evaluatieplan willen gaan opstellen en hen daarnaast te verzoeken hier z.s.m. mee te komen. Hij hoopt en gaat ervan uit dat dit ook voor 1 oktober gaat lukken.

Hij begrijpt dat de wijze waarop dat voorstel 10

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

gepresenteerd wordt voor de raad uitsluitsel gaat geven over hoe men uiteindelijk gaat stemmen over de toestemming voor de regeling. Op de vraag van de heer SCHUIL of men na het opschorten vanwege het tijdsbestek alleen nog de optie heeft om voor te stemmen antwoordt wethouder VAN DER BORG dat men geen uitstel hoeft aan te vragen. Op dit moment staat ook al in de brief richting het college dat men uiterlijk tot vóór 1 oktober een collegebesluit over de regeling moet nemen. Dit betekent dat de raad vóór dat besluit van het college hier toestemming voor moet geven. Men hoeft hier geen toestemming voor te vragen, maar kan deze ruimte zelf pakken. Dit betekent dat de situatie daarin feitelijk ook niet verandert. In feite vraagt de raad alleen om extra informatie over hoe AB en DB omgaan met de evaluatie om een besluit te kunnen nemen. In antwoord op de opmerking van de D66-fractie dat het verantwoordelijkheid van het college is om het spel in de regio te spelen geeft wethouder VAN DER BORG aan dat het niet zijn taak als wethouder is om de gemeenteraden van andere gemeenten te overtuigen. Het is nadrukkelijk de opdracht van de gemeenteraad om in alle gezamenlijkheid te zoeken naar een stukje consensus.

Op de vraag van de heer VAN DEN DOOL of de wethouder hier naast het aanspreken van collega fracties nog suggesties voor heeft antwoordt wethouder VAN DER BORG dat het lastig is dat deze regeling vanavond niet wordt aangenomen, omdat in de regeling de mogelijkheid tot een raadscommissie wordt genoemd. Dit zou een mooie plek zijn om dit soort zaken te bespreken. Misschien dat dit in de toekomst een mogelijkheid biedt. De heer VAN DEN DOOL merkt op dat dit vanuit de raad een aantal keer is voorgesteld, maar dat hier vanuit de regio nooit gehoor aan is gegeven. In antwoord op de opmerking van mevrouw Bokma dat het wanneer de raad voor optie 2 kiest, waarbij men het voorstel van de DB afwacht/of meer informatie vanuit de DB krijgt over de evaluatie, daarvoor niet nodig is dat men met andere gemeenteraden op één lijn komt geeft wethouder VAN DER BORG aan dat dit in beginsel niet het geval is, maar dat het een morele oproep richting de raad is dat men wel een rol heeft op het moment dat men standvastig blijft over de opvatting. Een tegenstem betekent dat had men al in alle gezamenlijkheid met alle andere raden tot een conclusie moet gaan komen. De VOORZITTER concludeert aansluitend dat de GL, PvdA, D66, VVD, OP en PABfracties en daarmee de meerderheid van de raad kiest voor optie 2: het opschorten van de besluitvorming hierover naar de raadsvergadering van september.

Niets mee aan de orde sluit zij dit agendapunt. 10.

Stelstelwijziging rioolheffing. Omdat het verzoek tot bespreekstuk is gedaan door de VVD-fractie gaat het woord naar de heer STOUTHART, die aangeeft dat zijn fractie hierover in de oordeelsvorming haar mening heeft gegeven. Men heeft daar ook geproefd dat het merendeel van de raad 11

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

een groot voorstander van deze nieuwe heffing is en men daarom over kan gaan tot stemming. Niets mee aan de orde zijn wordt het voorstel van burgemeester en wethouders met 19 stemmen voor en 3 stemmen (mevrouw Bokma en de heren Van de Giessen en Stouthart) tegen aangenomen. 11.

Samenlevingsvisie Papendrecht. De heer VAN HETEREN heeft in de oordeelsvorming reeds aangegeven niet te kunnen instemmen met dit voorstel, omdat men hierin onvoldoende aanknopingspunten vindt m.b.t. hun visie op de samenleving. In de oordeelsvorming merkte hij dat de portefeuillehouder heel uitgebreid inging op alle vragen die gesteld werden en ook een soort analyse deed van hun woordvoering. Hierbij miste hij echter een persoonlijke visie van de portefeuillehouder, bv. m.b.t de prioriteiten waar hij in het laatste jaar nog aandacht aan zou willen besteden. De heer GOUDRIAAN is tijdens de oordeelsvorming reeds inhoudelijk ingegaan op de samenlevingsvisie. Tijdens deze vergadering heeft de wethouder o.a. aangegeven dat alle problemen op relationeel vlak zeker prioriteit hebben. Zijn fractie overweegt hier tijdens een beeldvormende sessie verder op terug te komen, waarbij het adviespunt Scheiden, Kind en Ouderschap de gelegenheid krijgt te vertellen wat ze doen. Zijn fractie zal instemmen met de voorliggende visie. Mevrouw KARSO vindt dat er een goed proces is doorlopen om komen tot een samenlevingsvisie. Men leest in het voorstel dat er gesproken is met inwoners en partners, dat er een grote netwerkbijeenkomst is gehouden en dat er gebruik is gemaakt van diverse data, literatuur, onderzoeken en externe deskundigen.

Kijkend naar de inhoud deelt haar fractie echter niet de volledige visie zoals deze verwoord is. In de oordeelsvorming heeft men aangegeven dat men een aantal thema’s onvoldoende in het stuk ziet terugkomen, zoals gelijke kansen voor iedereen. Een thema dat niet alleen bij hun fractie, maar ook bij heel veel inwoners leeft. Toch ziet men dat dit niet nadrukkelijk in het document wordt genoemd. Wanneer men een probleem wil aanpakken, moet het op zijn minst benoemd worden door het probleem te erkennen in documenten, zodat er in de uitvoering werk van gemaakt wordt. Hierbij merkt zij op dat het soms ook in de definitie zit. Zij is van mening dat de portefeuillehouder en zij in de oordeelsvorming niet hetzelfde bedoelden. Zo noemt zij de term preventie en de rol van de gemeente in het voorkomen van problemen. Haar fractie heeft er bewust voor gekozen om niet met moties en amendementen te komen en zal men met deze kanttekening toch instemmen met de visie. Dit omdat het proces doorlopen is en zaken grotendeels wel goed verwoord zijn. Ook de zaken waarmee men het niet eens is bevatten goede elementen. Tevens laat het in ieder geval zien dat men een opgave

12

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

heeft. Verder verwacht zij met de strategische visie en wellicht ook volgend jaar met een nieuwe raad dat er een logisch moment ontstaat om nieuwe accenten aan te brengen. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN ERK merkt op dat er in de afgelopen 1,5 jaar in de samenleving heel veel aandacht is geweest voor dit onderwerp, hetgeen heeft geleid tot een zeer uitgebreid participatieverslag waarin de 3 gekozen sporen op een hele mooie manier samenkomen. Zeker het eerste spoor: inwoners vormen de samenleving, waarbij men vol inzet op het behouden en versterken van alles wat men in Papendrecht al aan goede en mooie dingen heeft opgebouwd. Op de vraag van de D66-fractie naar een persoonlijke visie merkt hij op dat hij spreekt namens het college, maar dat hij persoonlijk de afgelopen 1,5 jaar een grote betrokkenheid heeft gehad op de 3 gekozen sporen, door daar samen met de ambtenaren heel gericht mee bezig te zijn en voortdurend aandacht te hebben voor de vraag of men hiermee bij de visie samen leven en samen doen op de inhoud het spoor pakt dat men in de samenleving tegenkomt.

Dit is zeker het geval, bij spoor 1 vormen inwoners de samenleving, bij spoor 2 voorkomt men zoveel mogelijk problemen door in te zoomen op onderliggende oorzaken en daar vol mee aan de slag gaan en bij spoor 3 zorgt men dat bij alles wat men de komende jaren verder zal inzetten, dat de meest kwetsbare inwoners zoveel mogelijk in de luwte kunnen blijven en dat men daar als gemeente een goed sociaal vangnet voor kan blijven bieden. Niets mee aan de orde zijn wordt het voorstel van burgemeester en wethouders met 20 stemmen voor en 2 stemmen (mevrouw Van Es en de heer Van Heteren) tegen aangenomen. 12.

Vaststelling eerste wijziging van de huisvestingsverordening gemeente Papendrecht. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN dankt voor het buitengewoon duidelijke was/wordt overzicht. Omdat men gaat publiceren op www.Overheid.nl en zij dit geen gemakkelijke website vindt, verzoekt haar fractie e.e.a. in verkorte vorm in het gemeentenieuws te publiceren i.p.v. op overheid.nl. De heer RIETVELD vindt het goed dat Papendrecht oog heeft voor kwetsbare mensen die in de dakloosheid terecht dreigen te komen, dat er ook meer woningen beschikbaar gaan komen en men -mocht het aan de orde zijn- echt kan gaan handelen. Mevrouw KARSO zegt dat het aantal woningen dat beschikbaar is voor inwoners die dakloos dreigen te raken met dit voorstel wordt verhoogd van 4 naar 11 13

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

woningen. Haar fractie vraagt zich af of dit afdoende en realistisch is. Wanneer dit niet het geval is, wat is het college dan voornemens te doen om dit aantal aan te vullen, zodat men deze mensen een dak boven het hoofd kan blijven bieden? De heer GRIMMIUS sluit zich aan bij de woorden van mevrouw Karso en zou hieraan toe willen voegen dat de voorgestelde verdeling op basis van de regio is, waarbij het percentage van Papendrecht op 8% zit. Dit hoeven echter niet allemaal mensen uit Papendrecht te zijn. Andersom zou het inderdaad ook de vraag kunnen zijn of 11 woningen wel genoeg is. Verder is hij het niet eens met de opmerking van mevrouw Van Wijngaarden over de website overheid.nl., die hij dagelijks gebruikt. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder JANSSEN zegt, ondanks zijn vraag naar de relevante meerwaarde hiervan, toe zich in te spannen om een verkorte versie van de gewijzigde huisvestingsverordening in het gemeentenieuws te zullen laten plaatsen. Men dient dit in ieder geval altijd te publiceren op overheid.nl. Verder merkt hij richting de heer Rietveld en diverse andere fracties op dat men uiteraard oog blijft houden voor kwetsbare mensen. Op de vraag van mevrouw Karso en de heer Grimmius inzake het aantal woningen voor kwetsbare mensen antwoordt hij dat dit vooralsnog voldoende en een realistisch aantal is.

In een regionale bijeenkomst vorige week is de wenselijkheid van kwetsbare mensen in een opvanginstelling besproken. Met alle kosten die daarmee gemoeid gaan en het feit dat dit niet altijd bevorderlijk is voor de mensen, is het zijns inziens beter om meer in te zetten op housing first. Eerst een huis en later kijken of de problemen opgelost kunnen worden. Hiermee zijn in de rest van het land goede ervaringen opgedaan. Hier wordt nu wel naar gekeken, maar dat is wel een ander traject dan het verlaten van instellingen zoals hier omschreven. Daarmee probeert men juist te voorkomen dat mensen in een instelling komen. Regionaal is destijds met de ambtenaren en betrokken instellingen geconstateerd dat men hiermee aan de slag moest gaan en nu wordt dat aantal opgehoogd. Zoals de heer Grimmius aangaf zullen het niet altijd alleen Papendrechters zijn, maar wel mensen uit de regio en er zijn ook Papendrechters die men moet bedienen waar het gaat om huisvesting. Dat is wat hier nu geregeld wordt en wat ook regionaal is afgestemd. De VOORZITTER concludeert dat er door de wethouder een toezegging is gedaan om zich in te spannen om dit bericht -binnen 4 weken- ook in de lokale media te plaatsen.

14

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

TWEEDE TERMIJN RAAD Mevrouw VAN WIJNGAARDEN merkt richting de heer Grimmius op dat zij haar eigen grenzen kent en dat die -op dit onderwerp- lager zijn dan die van hem. Niets mee aan de orde zijn wordt het voorstel van burgemeester en wethouders met 22 stemmen voor unaniem aangenomen. (schorsing 5 minuten) 13.

Motie vreemd aan de orde van de dag: gewortelde kinderen. De heer GRIMMIUS voert het woord namens de indieners van de motie (GL, PvdA, OP, CDA en CU-fracties). Hij merkt op dat er aan de tekst van de motie, maar vooral ook aan het inspreken van de 2 dames namens de Stichting Noodopvang Papendrecht enkele weken geleden, niet is toe te voegen. Het gaat over kinderen die hier soms geboren zijn of hier op vroege leeftijd naartoe zijn gekomen en onderdeel uitmaken van onze maatschappij. Bij het uitblijven van het optreden van het kabinet om met een nieuwe regeling te komen, lopen deze kinderen nu allemaal het risico om weer terug te worden uitgezet. Hierbij gebruikt hij expres het woord weer terug cynisch, omdat het naar een land is waar ze zeer waarschijnlijk nooit -of niet in hun eigen actieve herinnering- zijn geweest. Vandaag stond een bericht in de Volkskrant van een familie -die 8 jaar in Nederland is en waarvan het jongste kind 7 is- die uitgezet wordt naar Nigeria. Dit kind heeft nog nooit een ander land gezien dan Nederland, maar moet vanaf morgen door het leven in Nigeria. Dat is waar deze motie om gaat. De heer GRIMMIUS sluit af met een verzoek aan alle fracties om deze motie uiteraard te steunen, want uiteindelijk zijn deze kinderen waar het over gaat onderdeel van onze samenleving. Maar andersom is de samenleving ook een onderdeel van hen.

Het dictum van motie gewortelde kinderen luidt als volgt: Spreekt uit:  Bij de Staten-Generaal te pleiten voor een humane en structurele verblijfsregeling voor in ons land en in onze gemeente gewortelde kinderen, omdat ze, door de tijdsduur die verblijfsprocedures in beslag nemen, langer dan 5 jaar in Nederland zijn. Meneer STOUTHART zegt dat de VVD-fractie zal deze motie niet zal steunen. Men erkent dat er altijd schrijnende situaties zullen zijn, maar tegelijkertijd staat men voor een helder en een rechtvaardig migratiebeleid. Dat betekent ook wanneer iemand geen recht heeft op een verblijfsvergunning, die persoon Nederland moet verlaten. Deze regels zijn er met een reden en men kan niet iedereen opvangen in Nederland. Als men echte vluchtelingen -mensen die alles hebben moeten achterlaten vanwege oorlog en geweld- wil blijven helpen, moet men streng en 15

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

eerlijk zijn in de richting van degenen die geen recht hebben op verblijf. De VVDfractie wil hulp bieden waar dat het meest nodig is, bij voorkeur in de eigen regio en als dat echt niet kan in beperkte mate in Papendrecht. Het draagvlak daarvoor staat of valt met het feit dat mensen die veilig kunnen terugkeren, dat ook daadwerkelijk doen. Men vertrouwt er dan ook op dat het college handelt volgens de wet, en mocht het nodig zijn haar medewerking verleent wanneer de Dienst Terugkeer en Vertrek daartoe een verzoek doet. Ook mevrouw VAN WIJNGAARDEN refereert aan de indrukwekkende inspraak van de dames Vos en Kouwenhoven. Zij merkt echter wel op dat de gemeenteraad echter niet over landelijk beleid gaat. Haar fractie is heel terughoudend met het behandelen van moties over onderwerpen waar men eigenlijk niet over gaat. Eigenlijk zou dit ook voor deze motie moeten gelden en toch heeft men met extra aandacht naar deze motie gekeken. Deze gaat over kinderen die hier soms zelfs geboren zijn en waarover men ook regelmatig in berichten kan lezen dat hun omgeving er soms letterlijk omheen staat om te voorkomen dat zij worden uitgezet. Een dergelijke situatie zou zich ook in Papendrecht kunnen voordoen en zolang de procedures nog zo eindeloos lang duren, zouden er voor deze kinderen uitzonderingen gemaakt moeten worden.

Men vindt echter wel dat de motie in zijn huidige vorm niet kan worden gesteund. I.p.v. het laatste gedeelte verzoekt het college zouden men liever zien dat deze passage helemaal wordt geschrapt en er alleen wordt gezegd: de gemeenteraad spreekt uit en men het tweede en derde bolletje laat vervallen. De heer VAN DEN DOOL merkt op dat de geschiedenis zich soms herhaalt, in 2020 ontstond er in deze raad een initiatief voor een motie om gevluchte kinderen uit Syrië -gestrand op Griekse eilanden- op te nemen in de Drechtsteden en Papendrecht. Deze motie kwam -overigens tegen de landelijke trend in- van o.a. GL en het CDA en werd breed ondersteund. Er waren slechts 2 stemmen tegen. De Stichting Noodopvang Papendrecht, een lokale Papendrechtse stichting, heeft vorige maand laten weten dat er in de kern nog niets is veranderd. Men zit lokaal met een probleem dat kinderen die hier wonen, naar school gaan en zelfs hier geboren zijn, toch na soms wel 11 of 12 jaar het land uit moeten. Ze worden dan gestuurd naar landen waar ze nooit geweest zijn en lopen daar grote kans op problemen en zelfs vervolging. De gemeente gaat niet over de verblijfsstatus, maar heeft wel direct met de gevolgen te maken. Het gaat om buren, klasgenoten of mensen waarvoor men zich als inwoners vrijwillig inzet. Dit levert ook een moreel dilemma op. Voor inwoners, maar ook voor het college. Kan het college bv.

bij instanties vragen stellen als er jarenlang geen antwoorden komen, kan men adviezen geven als inwoners in regels en procedures verstrikt dreigen te raken? Hoe handelt men als mensen en kinderen -hangende de procedure- op straat terechtkomen als er een uitzetting gaat plaatsvinden? Informeert men de 16

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

klas, heeft men oog voor de gevoelens van de buren? Men kent de wet, maar de motie vraagt het college vooral ook in de laatste bullet, hoe men in dit dreigende morele dilemma staat. De heer LAMMERS merkt op dat Nederland in 1995 het VN Verdrag voor de kinderrechten bekrachtigde. In artikel 2 staat geschreven dat het kind niet nadelig mag worden behandeld op basis van de acties van de ouders. In artikel 3 staat: ‘Bij alle maatregelen betreffende kinderen, ongeacht of deze worden genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk welzijn of door rechterlijke instanties, bestuurlijke autoriteiten of wetgevende lichamen, vormen de belangen van het kind, de eerste overweging. Dit is volgens zijn fractie belangrijk om in het oog te houden bij het bespreken van deze motie die zijn fractie mede indient. Wanneer gezinnen asiel aanvragen in Nederland kan het soms nog jaren duren voordat zij een definitief antwoord krijgen op hun asielaanvraag. In die tijd gaat hun leven in Nederland door, ook de kinderen leven in veel onzekerheid. Mogen zij in Nederland blijven of worden ze uitgezet naar een land wat misschien inmiddels vreemd voor ze geworden is of waar zij nooit zijn geweest? Uit wetenschappelijk onderzoek is vastgesteld dat het schadelijk is voor de psychische- en fysieke gezondheid van kinderen als ze langdurig in onzekerheid leven over hun verblijfsstatus.

Ook doordat ze na jaren alsnog kunnen worden uitgezet. In 2012 kwam er een kinderpardon voor kinderen zonder verblijfsvergunning die langer dan 5 jaar in Nederland waren. Hiermee krijgen ze de kans om te blijven. Dit maakte voor honderden kinderen een einde aan jarenlange onzekerheid over hun toekomst. Toch werden veel kinderen vanwege strikte eisen, waaronder het meewerkcriterium binnen deze regeling, uitgesloten. In 2019 werd er door de toenmalige regering besloten om het kinderpardon af te schaffen. Ook werd er besloten om de discretionaire bevoegdheid, de mogelijkheid om in schrijnende gevallen een vergunning te verlenen, weg te halen bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. In plaats daarvan kan de IND nu alleen nog in de eerste procedure toetsen of er sprake is van schrijnende omstandigheden. Sinds 2019 bestaat er geen regeling meer voor kinderen die langer dan 5 jaar in Nederland wonen, maar geen verblijfsvergunning hebben. De verblijfsprocedures duren echter steeds langer door de lange wachttijden bij de IND en eventuele lange beroepsprocedures, die zowel door de IND als de ouder kunnen worden gestart. Hij citeert uit de brief van de werkgroep: ‘Honderden kinderen leven al meer dan 5 jaar in Nederland zonder verblijfsvergunning. Ze groeien hier op, gaan naar school, hebben vriendjes en vriendinnetjes en spreken vaak alleen thuis een andere taal.

Nederland is hun thuis, maar ze leven in constante onzekerheid en dreigen te worden uitgezet naar een land dat ze niet kennen. Ook in Papendrecht doen zich dergelijke situaties voor. In Papendrecht heeft de stichting Noodhulp Papendrecht momenteel 3 gezinnen onder haar hoede. Op grond van onder meer het rapport Scherder is in 17

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

2019 besloten tot een kinderpardon, waardoor gezinnen met kinderen die al 5 jaar of langer in de asielprocedure zaten een verblijfsvergunning kregen. Daarbij is ook afgesproken de asielprocedure te versnellen, zodat er niet opnieuw een kinderpardon nodig zou zijn. Maar helaas is dat niet gelukt, waardoor er nu opnieuw zo'n 300 kinderen al zo lang in de procedure zitten dat de schade door uitzetting onverantwoord groot is. Een nieuw kinderpardon lijkt daarom een logische stap.’ Dit is de reden waarom zijn fractie samen met de andere indieners deze motie indient en men de motie van harte aanbeveelt om te steunen. Mevrouw VAN ES worstelt met deze motie, hetgeen niets te maken heeft met de inhoud. Men vindt het schrijnend als kinderen die hier geboren zijn of hier vanaf zeer jonge leeftijd wonen, meedoen in de samenleving, de taal heel vaak goed spreken en vriendjes en vriendinnetjes hebben, alsnog naar een voor hen vreemd land moeten worden uitgezet. Het punt is ook niet dat als men deze kinderen een pardon zou geven, er een handjevol mensen extra bijkomt in Nederland. Waar het haar fractie om gaat is dat men hier als landelijke fractie of onderdeel van een landelijke partij andere kanalen voor heeft. Men vindt niet dat men hiervoor lokaal met moties moet komen, waarbij men de Eerste of Tweede Kamer tot iets oproept.

Daarnaast vraagt de tweede bullet om een onderzoek naar hoeveel kinderen het hier in Papendrecht betreft. Op het moment dat het ook Papendrecht treft, is het misschien een ander verhaal, omdat men daar als gemeenteraad ook een verantwoordelijkheid voor heeft. In dat geval had men het logischer gevonden als inzake bullet 2 art. 40 vragen zouden zijn gesteld. Wanneer daaruit blijkt dat er in Papendrecht 4 of 12 kinderen in een dergelijke situatie zitten, zou het een andere afweging zijn om vervolgens een motie op te stellen en voor die kinderen op te komen en die oproep ook aan Den Haag te doen. Om deze reden stelt haar fractie een wijziging van het dictum voor en wacht men de rest van het debat hierover af. Mevrouw KARSO is het eens met de woordvoering van de heer Grimmius. Ook haar fractie is van mening dat men, als de procedures in Nederland niet zo strak ingeregeld zijn en deze situaties voorkomen kunnen worden, moet zorgen voor een pardon. Kinderen die hier nu al zo lang zijn en vaak ook zelfs hier zijn geboren, mogen van haar fractie een pardon krijgen. Dit dient men als gemeente ook zo uit te spreken. Het is zelfs twijfelachtig of een terugkeer naar het land van herkomst voor deze kinderen gezinnen wel veilig is. Zij noemt het voorbeeld van een gezin dat werd teruggestuurd naar Nigeria, een land dat op dit moment als onveilig bestempeld wordt.

Ondanks de regels die zijn afgesproken vindt men dat men in een onveilige situatie altijd moet opkomen voor de kinderen in de gemeente, het land of elders in de wereld. Dus of er sprake is van 5 of 6 kinderen of 0 kinderen maakt volgens haar fractie helemaal niet uit. Het gaat erom dat men niet moet willen pleiten voor een onveilige situatie voor kinderen, waar dan ook. 18

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

Dus een pardon, maar wel alleen als de procedures te lang hebben geduurd, hetgeen hier heel vaak aan de orde is. De heer BOERSMA zegt dat de gemeente Papendrecht wettelijk verplicht is om asielzoekers op te vangen en mensen te huisvesten als zij een verblijfsvergunning hebben gekregen. De gemeente speelt echter geen rol bij het bepalen van iemands verblijfsstatus. De motie over kinderen die al lang in Nederland zijn en wachten op een verblijfsbesluit wekt de suggestie dat de gemeente hier wel een rol in zou kunnen spelen. Er wordt een moreel appel op de raad en het college gedaan. Dit vindt zijn fractie ingewikkeld. De discussie over deze groep minderjarige asielzoekers die lang in Nederland zijn speelt ook al heel lang. Er worden veel juridische procedures gevoerd tot aan de hoogste bestuursrechter. Dat is het goed recht van een asielzoeker, maar dat speelt ook mee bij de lange tijd tot aan een definitief besluit. Keer op keer is voor groepen kinderen een regeling getroffen, waardoor ze uiteindelijk toch mochten blijven. De landelijke SGP-fractie is altijd tegen dit soort algemene pardon regelingen geweest, omdat in hun de visie een generaal pardon vrijwel altijd onrechtvaardige situaties oplevert.

Door telkens weer -als de druk weer oploopt- een algemene regeling toe te staan, ontstaat ook een prikkel dat mensen -al dan niet tegen beter weten inblijven procederen in de hoop dat hun lange verblijfsduur ook mee gaat wegen in een besluit over een vergunning. Het laatste kinderpardon was in 2019 en het is ook eigenlijk door de heer Lammers al heel goed toegelicht. Als onderdeel van dat compromis is ook de zgn. discretionaire bevoegdheid -de mogelijkheid voor bewindspersonen om individuele situaties een uitzondering te kunnen maken op de regels- afgeschaft. De IND heeft dus nog wel mogelijkheid, maar dan alleen helemaal aan het begin van een asielprocedure bij de eerste aanvraag. Voor de situaties waar deze motie over gaat, is er dus eigenlijk geen juridische oplossing. De landelijke SGP-fractie heeft daar destijds over gezegd dat het er alle schijn van heeft dat hier sprake is van een typisch Haags tekentafel compromis, waarbij op de korte termijn de rechtvaardigheid en op de lange termijn de barmhartigheid wordt ingeleverd. Dat blijkt nu. Er zijn opnieuw pijnlijke situaties ontstaan, maar dat kan zijns inziens ook alleen door de landelijke politiek worden opgelost, niet door de gemeentelijke. Met een aantal specifieke punten van deze motie heeft de SGP extra moeite.

De motie stelt dat de gemeente vanuit de Jeugdwet en ook uit het Internationale Kinderrechtenverdrag de plicht heeft om deze kinderen te beschermen. Zijns inziens is dat niet juist. Er wordt dan ook een beeld gecreëerd alsof de gemeente tekort zou schieten als men niet met deze motie zou instemmen. Dat is niet zo. De motie verzoekt het college om de raad te informeren over het aantal minderjarigen dat in Papendrecht verblijft en al lang wacht op een verblijfsvergunning. Dat is ook niet juist, ze wachten op een oordeel of ze een verblijfsvergunning krijgen. Dat is iets anders. Er kan dus ook een beslissing volgen dat ze terug moeten (naar het land waar hun ouders 19

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

oorspronkelijk vandaan komen). Zijn fractie heeft niet de indruk dat het college deze informatie zomaar heeft, omdat het college daar ook geen rol in heeft. Dus hoe kan het college in een informatieverzoek daarop ingaan, op het moment dat ze niet over die informatie beschikken? Helemaal ingewikkeld vond men het laatste onderdeel van het dictum, omdat het college daarin wordt verzocht om de raad te informeren hoe zal worden omgegaan met een verzoek van de dienst Terugkeer en Vertrek tot uitzetting. In het licht van alle overwegingen van deze motie, de achtergrond en het verzet van de partijen die deze motie hebben ingediend tegen uitzetting van deze kinderen, heeft zijn fractie zich afgevraagd of dit moet worden gelezen als een suggestie dat het college ervoor zou kunnen kiezen om zich in woord en daad of op wat voor manier dan ook te verzetten tegen uitstellen, uitzetting of inbewaringstelling van deze kinderen? Als dit inderdaad de bedoeling van de motie is, zou zijn fractie dat problematisch vinden, omdat het college deze positie niet heeft. Het enige antwoord van het college zou dan volgens hem kunnen zijn dat men hier niets van vindt of dat men hieraan meewerkt als dat van hen zou worden gevraagd. Wat volgens hem ook niet aan de orde zal zijn. Dit gaat om een situatie waarin de hoogste bestuursrechter een uitspraak heeft gedaan.

De suggestie wekken dat het mogelijk zou zijn dat het college zich hiertegen zou verzetten vindt men ‘linke soep’ om in terecht te komen. Zijn fractie is benieuwd naar een toelichting van de indieners hoe zij dit zien, of kunnen verduidelijken. Maar alles overwegende zal zijn fractie deze motie niet steunen. Mevrouw STIGTER merkt op dat haar fractie mede-indiener is van deze motie. Hun landelijke partij heeft er altijd voor gepleit om oog te hebben voor de gevolgen van langdurige processen, waar de overheid later dan de afgesproken termijn besluiten neemt op asielaanvragen. In een opvang voor minderjarige asielzoekers hoorde zij dat sommige jongeren al 2 jaar wachten op hun eerste besluit. Daarom is men van mening dat de overheid ook barmhartig moet zijn om de gevolgen van kinderen te verzachten, zeker zolang de overheid zelf faalt. Barmhartigheid is een deugd en als men als samenleving deze deugt serieus zou nemen, zou de overheid ook veel zorgvuldiger moeten handelen wanneer haar beleid faalt. Dat faalt als de termijnen worden overschreden. Omdat men in Papendrecht ook te maken heeft met deze kinderen, is het niet alleen een probleem dat landelijk opgelost moet worden, maar waarover Papendrecht een signaal af moet willen geven. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder JANSSEN zal de empathische woorden rond kinderen waar en hoe ze in Nederland ook zijn niet herhalen.

Men is het erover eens dat alle kinderen een fijn thuis horen te hebben en goede mogelijkheden om zich te kunnen 20

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

ontwikkelen. M.b.t. de 3 verzoeken in de motie merkt hij inzake de eerste bullet op dat men voor een dergelijke oproep het college niet nodig heeft. Vanuit de raad kan men een dergelijke oproep zelf doen. M.b.t. de tweede bullet zegt hij dat men geen zicht heeft op het aantal gewortelde kinderen in de gemeente Papendrecht en dat men daar ook niet achter kan komen. Als ze er al kennis van hebben, mogen instanties van Justitie en IND deze informatie niet met de gemeente delen. De wethouder vraagt zich hierbij af wat men überhaupt met die informatie zou willen doen. M.b.t. de derde bullit inzake de kwestie van de gewortelde kinderen merkt de wethouder op dat dit valt onder de verantwoordelijkheid van het Rijk en de IND. Het college heeft daarin geen enkele bevoegdheid. Men hoort hierin een eventuele oproep tot wederrechtelijk handelen, die vanuit het college niet kan worden ondersteund. En voor de duidelijkheid, mocht het niet duidelijk genoeg zijn, het college zal de motie niet alleen ontraden, maar mocht deze worden aangenomen, ook niet uitvoeren. TWEEDE TERMIJN RAAD (10 minuten schorsing op verzoek van de heer Grimmius)

De heer GRIMMIUS merkt op dat de fracties een wijziging in de motie hebben aangebracht. De wethouder gaf aan dat hij eventuele informatie inzake het aantal gewortelde kinderen in Papendrecht niet met de raad zou kunnen delen. Om deze reden heeft men de tweede bullit verwijderd. Voor de rest is de motie hetzelfde gebleven. Verder merkt hij richting de heer Boersma op dat hij zich erg kan vinden in zijn woordvoering. Het is een feit dat men telkens met tijdelijke regelingen werkt en na afloop van een dergelijke regeling weer in dezelfde discussie vervalt, omdat er opnieuw schrijnende gevallen ontstaan. Om deze reden doet men in de eerste bullet de oproep te zorgen voor een structurele regeling: een humane regeling die rechtvaardig is, zodat men deze discussie voor eens en voor altijd kan sluiten en men weet hoe men hiermee kan omgaan en er geen kinderen meer tussen wal en schip raken. M.b.t. de tweede bullet is er een kleine aanpassing gedaan, hier is aan toegevoegd dat het gaat om hoe het college omgaat met de maatschappelijke gevolgen die een verzoek tot uitsluiting met zich meebrengt. Precies zoals de heer Van den Dool aangaf, het is geenszins een oproep aan het college om wederrechtelijk te handelen.

Het gaat erom dat het op het moment dat zoiets speelt, impact heeft in de Papendrechtse samenleving, op de buren, op de kinderen, vriendjes op school, op voetbal, korfbal, de tennisvereniging, etc. Hoe gaat men daar mee om? Dat is wat men het college vraagt. Hoe gaat het college daarmee om? Doet men daar iets mee? Zijn er bijeenkomsten voor mensen die banden hebben met het gezin wat zojuist uitgezet is? Als laatste gaat de heer GRIMMIUS in op een argument dat vaak wordt gehoord in de raad, het punt dat de lokale raad zich niet zou mogen uitspreken over zaken waar men 21

Verslag besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025

geen bevoegdheid over heeft. Papendrecht is niet geïsoleerd, er is een wereld buiten deze zaal. Er is een wereld buiten de gemeentegrenzen van Papendrecht en het is een illusie om te denken dat alles wat er in de grote boze wereld gebeurt niks met Papendrecht te maken heeft. Wij zijn volksvertegenwoordigers, ons uitspreken is ons vak, daarvoor zitten we hier! Hij stelt voor een keer kritisch te kijken naar het argument om zich nooit bezig te kunnen houden met een oproep die buiten de eigen bevoegdheden gaat en hier afstand van te nemen. De raad zit hier niet alleen voor haar eigen beleid en de Papendrechters, men heeft te maken met een samenleving in een groter verband. De heer BOERSMA vraagt per interruptie wat de heer Grimmius ervan zou vinden als de Tweede Kamer zich periodiek zou gaan uitlaten over de gemeentepolitiek in Papendrecht, waarop de heer GRIMMIUS zegt dat men zich niet uitspreekt over de landelijke politiek. Met doet een oproep, waarmee Den Haag kan doen wat zij willen, waarmee men naar de samenleving laat zien dat men vindt dat Den Haag dit moet regelen. Het is een oproep, zoals de raad ook aan het college kan doen, geen verplichtende gedragscode die men Den Haag oplegt. Uiteraard zou hij het niet accepteren als Den Haag zich zou uitspreken onze de gemeentelijke politiek.

De heer BOERSMA is het hier geheel mee oneens, omdat de gemeenteraad een heel andere verhouding heeft tot het college dan tot de Staten-Generaal. De gemeenteraad is er niet om boodschappen te zenden richting de Staten-Generaal. Men kan niet op dezelfde manier verzoeken of oproepen doen aan het college als men dat aan de Staten-Generaal zou kunnen doen. Hij zou het ook heel ingewikkeld vinden wanneer men dat criterium los zou laten, omdat daarmee elk denkbaar onderwerp hier onderwerp van gesprek zou kunnen worden, terwijl men hier geen directe zeggenschap over heeft. De heer GRIMMIUS bevestigt dat de heer Boersma m.b.t. de staatsinrichting volledig gelijk heeft. Hij is wel van mening dat men als volksvertegenwoordigers -los van de precieze verhouding tussen de gemeenteraad en landelijke politiek- ook een eigen functie heeft en is van mening dat het zich uitspreken daar ook bij hoort. Als men zich alleen beperkt tot wat wettelijk gezien wel of niet de bevoegdheid is, dan beperkt men zich in de volks vertegenwoordigende taak. De heer VAN DEN DOOL is het niet eens met de heer Grimmius dat men zich overal en altijd over zou mogen uitspreken, maar ook niet met de heer Boersma dat men zich volledig zou moeten beperken tot lokale zaken, omdat dat wat er landelijk gebeurt ook lokaal impact en gevolgen kan hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1076/documents/15753