Verslag Besluitvorming 17.4.2025.pdf
Tekst van het document
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
VERSLAG VAN DE OPENBARE BESLUITVORMENDE RAADSVERGADERING VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN PAPENDRECHT d.d. 17 april 2025 (aanvang 20.00 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www.papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw M.J.M. van Driel, (voorzitter); De dames: A. Bokma (VVD), T.C. van Es (D66), H.C.T.J. Hoekstra (OP), A.A.S. Stigter (CU), A. Verschoor - De Winter (CDA), H.M. van Wijngaarden (PAB), D. Yildiz-Karso (PvdA) en de heren: A.J. Boersma (SGP), L. Bruijniks (PAB), L.T. van den Dool (CDA), P.J. van der Giessen (VVD), W. Goudriaan (SGP), P.C. Grimmius (GL), G.C.H. Hardam (OP), N. van Heteren (D66), X.D.R. Janssen (PAB), R. Lammers (OP), A. Rietveld (CU), R. Schuil (CDA) (vanaf 20.30 uur?), H.D. Stouthart (VVD), A. Tieleman (PAB) en M.H.A. Verweij (PAB). Mevrouw W. Renzen - Van Leeuwen en de heren J.W. van der Borg, J.L. van Erk, A.M.J.M. Janssen en A.J. Kosten; wethouders. De heer M. Hermans, interim griffier; De heer J. Lier, pl. griffier/raadsadviseur; Mevrouw J.L. Moree, griffiemedewerkster (vanaf 21.30 uur) Verslaglegging: Jeanine Nieuwstraten Afwezig: de heer K. Spitsbaard (OP). 01.
Opening. De VOORZITTER opent de raadsvergadering en heet eenieder van harte welkom. M.b.t. de omgevingsvisie zijn er 30 amendementen en 4 moties ingediend. Hierbij is de voorkeur uitgesproken vanavond alle besluiten af te handelen. Men heeft besloten de amendementen per blok van 10 amendementen met een eerste en tweede termijn gevolgd door besluitvorming te behandelen. Er zal worden afgesloten met de 4 moties. Rond 23.30 uur zal men het verloop van de vergadering afstemmen.
02.
Vaststelling van de agenda. De agenda wordt ongewijzigd en vastgesteld.
03.
Mededelingen. Er zijn geen mededelingen.
04.
Vaststelling verslagen raadsvergadering 27 maart 2025. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
05.
Vragenkwartier. 1
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
Mevrouw HOEKSTRA vraagt naar een eerdere toezegging m.b.t. de terugplaatsing van een parkeerverbodsbord op de Randweg en de bevindingen van het college, waarop wethouder JANSSEN aangeeft dat de nachturen in de bebouwde kom geparkeerde vrachtwagen volgens de APV verboden is. Hierop kan gehandhaafd worden. Het overige parkeren is, ook al wordt het soms als hinderlijk ervaren, niet verboden binnen 30 km per uur zones. Op dit moment wordt daarom negatief geadviseerd om een parkeerverbod in te voeren. Dit omdat de parkeerdruk in de achterliggende wijk zodanig toeneemt dat er gevaarlijke situaties ontstaan. Vooral de bereikbaarheid van de nood- en hulpdiensten kan dan niet worden gegarandeerd. Inmiddels heeft de IV Groep aangegeven dat ze bijna zover zijn dat er 45 extra parkeerplekken worden gecreëerd op het terrein van 1 van de buren. Mevrouw HOEKSTRA stelt de volgende vragen inzake de staat van de betonkwaliteit van het tunneltje onder de N3: 1. Is bij het college bekend dat het beton er niet al te best aan toe is? 2. Is het bekend dat dat een inwoner van ons Papendrecht nog niet zolang geleden een stukje beton op haar hoofd heeft gekregen tijdens het uitlaten van haar hond? 3. Wat gaat men hieraan doen en wanneer gaat men dat doen? Wethouder JANSSEN vraagt zich af of het vragenkwartier voor dit soort vragen is bedoeld en vindt dat deze bij de meldpunten thuishoren.
Hij heeft zelf, omdat de tunnel en het onderhoud daarvan bij RWS is ondergebracht, geen meldingen ontvangen. Op dit moment vraagt men e.e.a. na bij RWS en hij hoopt dat de schade voor mevrouw en haar hond meevalt. Hij gaat ervan uit dat RWS als dat nodig is ook de gebruikers van de tunnel en de gemeente verder zal informeren. Over de kwaliteit van de tunnel zal hij verder geen oordeel geven. Wel vraagt hij zich af waar de expertmening van mevrouw Hoekstra vandaan komt. De heer GRIMMIUS doet een ordevoorstel de 14 door mevrouw Hoekstra gestelde vragen omtrent het vernevelen van de fonteinen schriftelijk te beantwoorden, waarop mevrouw HOEKSTRA aangeeft het hier niet mee eens te zijn, omdat zij i.o.m. de griffie een antwoord op deze dringende vragen wenst te krijgen en gang in dit dossier wil hebben. De heer VAN DEN DOOL ondersteunt het ordevoorstel van de heer Grimmius. Diverse andere fracties zijn het hiermee eens, terwijl de heer BOERSMA opmerkt dat men een beroep op mevrouw Hoekstra kan doen, maar dat het reglement van orde niet de mogelijkheid biedt hierover te besluiten. Mevrouw HOEKSTRA vindt het jammer, omdat haar fractie als sinds 1 april op de beantwoording van deze urgente vragen wacht, maar zij zal meegaan met het verzoek van de raad, onder de voorwaarde dat zij haar vragen z.s.m. beantwoord krijgt.
De VOORZITTER zegt dat het college hun best zal doen om met een spoedig antwoord te komen. 2
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
06.
Er zijn verder geen vragen. Ingekomen stukken en ter inzage gelegde stukken. Ter inzage gelegde stukken: I. het voorstel om de onder categorie I ingekomen stukken voor kennisgeving aan te nemen (de betreffende stukken zijn al als ingekomen stuk te boek gesteld en aan de orde geweest in de vergaderingen van de raadscommissies): de raad gaat hiermee akkoord. II. Het voorstel om de onder categorie II ingekomen stukken (die hierbij rechtstreeks te boek worden gesteld ten behoeve van de onderhavige vergadering van de gemeenteraad) als volgt te behandelen: II.A. De ingekomen stukken (afkomstig van derden) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II.B. de ingekomen stukken in handen stellen van het college ter afdoening (van derden); de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II.C. de ingekomen stukken in handen stellen van het college voor advies (van derden); de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II. D. de ingekomen stukken (afkomstig van het college) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II. E. De antwoorden (afkomstig van het college) op RvO ex art. 40 vragen voor kennis aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. Voor het overige zijn er geen bijzonderheden en wordt dit agendapunt afgesloten.
HAMERSTUKKEN
07.
Normenkader 2024. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. BESPREEKSTUKKEN:
08.
PIT: Papendrechtse Ideeën Tafel. De heer GRIMMIUS geeft, als lid van de initiatiefgroep, aan dat de raad in juli 2023 met grote meerderheid een motie heeft aangenomen inzake de burgerbegroting, hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot het voorstel voor de PIT. Om deze stap te zetten is de raadwerkgroep, bestaande uit de heren Van den Dool, Van Heteren en hemzelf en de dames Van Wijngaarden en Verschuren, ondersteund door de griffier, aan de slag gegaan. Er is gekozen voor de ontwikkeling van een platform c.q. initiatieftafel bestaande uit een aantal inwoners van de gemeente Papendrecht. In december 2024 is over dit idee een 3
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
beeldvormende vergadering van de gemeenteraad gehouden. In deze vergadering is draagvlak voor dit initiatief ontstaan en is er afgesproken dat de initiatiefgroep voortvarend aan de slag kan om het initiatief verder vorm en inhoud te geven. Dit heeft zich ontwikkeld tot de Papendrechtse Ideeën Tafel (PIT). Aansluitend worden de heren Hardam, Nieuwstraten, De Rave, Ragoebier, Kwakernaat en Maliepaard benoemd als leden van de PIT. Zij zullen als enthousiaste Papendrechters met dit initiatief aan de slag gaan, zodat inwoners hun initiatieven daar kunnen aanbrengen en men serieus concrete zaken voor de Papendrechtse inwoners kan gaan realiseren. Niets mee aan de orde zijn wordt het voorstel van burgemeester en wethouders met 21 stemmen voor unaniem aangenomen. Aansluitend worden de leden van de ideeëntafel gefeliciteerd. 09.
Beleidsplan schuldhulpverlening 2025-2028. Mevrouw KARSO merkt op dat het de bedoeling is dat het college vanuit haar bevoegdheid aan de slag gaat met een actieplan voor armoede en schulden. In het beleidsplan mist haar fractie echter extra aandacht voor de risicogroep jongeren van 18 t/m 26 jaar. Dit is een groep die men anders dan het reguliere schuldhulptraject zou moeten benaderen. Wat precies weet haar fractie ook niet, maar hier zijn lokaal wel onderzoeken naar gedaan. In de beeldvorming heeft zij reeds aangegeven een motie in te zullen dienen waarvoor zij ambtelijke bijstand nodig had. In deze motie heeft men uiteengezet waarom men van mening is dat deze jongeren extra aandacht nodig hebben. Jongeren die doorgaans lage inkomsten hebben, vanwege de leeftijdsfase waarin ze zitten. Vanaf 18 jaar hebben ze te maken met levensveranderingen, (stoppen met) studeren, verhuizen of kinderen krijgen, etc. Dit kan nog wel eens zorgen voor hoge rekeningen, waarvoor men rond die leeftijd niet altijd een spaarpot heeft. Daarbij komt dat jongeren op die leeftijd niet altijd weten hoe ze met een aantal zaken moeten omgaan. Dit betekent dat men moet kijken welke producten en diensten er binnen de gemeente zijn en wat men aanvullend zou kunnen aanbieden, zodat men meer maatwerk kan leveren.
Dit heeft uiteindelijk geleid tot een aantal ideeën, waarover men in de motie echter bewust niets zegt. Dit laat men over aan de ambtelijke organisatie en het college. In deze motie wordt gevraagd door een ambtelijk onderzoek te verkennen welke producten er extra ingezet kunnen worden. Zij noemt bv. het opkopen van schulden, waarbij de gemeente de schuld van een jongere (gedeeltelijk) overneemt, een extra instrument dat men kan inzetten voordat men een minnelijk of een wettelijk traject gaat volgen. Dit minnelijk of een wettelijk traject is dat de GR Drechtsteden met schuldeisers in gesprek en onderhandelt over de uitstaande schuld. In deze onderhandelingen wordt een bepaald bedrag overeengekomen dat wordt kwijtgescholden. 4
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
Doorgaans is het bij een wettelijk of een minnelijk traject - dat vaak minimaal 8 maanden duurt- dat het bedrag flink wordt teruggebracht. Dit zou een oplossing kunnen zijn. Haar fractie ziet echter meer in het opkopen van de schulden. Dat is een fase voordat een minnelijk traject wordt ingezet. De uitkomst kan hetzelfde zijn, dat de schuld wordt teruggebracht, maar het voordeel hierbij is dat de schuldeisers niet meer achter de jongere aangaan. Dat er geen sprake meer is van deurwaarders, boetes, aanmaningen, incassokosten, etc. Vervolgens gaat de gemeente een contract aan met de jongere inzake de teruggebrachte schuld en een tegenprestatie, zoals het volgen van een budgettraining, het doen van vrijwilligerswerk als ambassadeur, of het halen van een startkwalificatie. Het is niet alleen erg belangrijk dat de schulden snel afgelost worden, maar dat de jongere vertrouwen krijgt en aan de slag gaat om meer bewust en financieel vaardig te worden en daardoor blijvend uit de schulden komt. Haar fracties heeft hier bepaalde ideeën over en heeft begrepen dat het middels gesloten beurs zou kunnen zijn. Men weet echter niet wat er uit de ambtelijke verkenning komt en of het überhaupt effectief en haalbaar is. Men zou hierover -en over de eventuele financiële consequenties- echter wel geïnformeerd willen worden.
Verder merkt zij op dat het aan het college is om de voorwaarden te bepalen. Men zou ook kunnen kiezen voor een experiment met 10 jongeren per jaar. Men is er nog niet van overtuigd dat het opkopen van schulden succesvol is, maar als men de verkenning uitvoert heeft men dat in ieder geval onderzocht. Het dictum van motie M9.01. Jongeren (18 – 26) sneller uit de schulden (PvdA, CU, OP en GL) luidt als volgt: Verzoekt het college: Met een ambtelijk onderzoek te verkennen welke producten of diensten ingezet kunnen worden om jongeren in Papendrecht tussen 18 en 26 jaar sneller uit de schulden te krijgen. In dit onderzoek ook het opkopen van schulden onder bepaalde voorwaarden (zoals bijvoorbeeld het succesvol afronden van een budgettraining of andere tegenprestaties) mee te nemen. De raad uiterlijk 1 augustus 2025 over de uitkomst van dit ambtelijk onderzoek te informeren en daarin te motiveren of het college bereid is om deze in het nieuwe actieplan armoede en schulden te betrekken. Eventuele financiële consequenties bij de behandeling van de begroting 2026 aan de raad voor te leggen. De heer GRIMMIUS kan instemmen met het beleidsplan, hoewel hij opmerkt dat dit niet alles bevat wat men zou willen. Een van de missende zaken is schulden onder jongeren, waarop mevrouw Karso een goede toelichting heeft gegeven, de reden waarom zijn fractie mede-indiener van de motie is.
Hij benadrukt dat juist bij deze groep personen de juiste inzet van schuldhulpverlening (bv. met budget 5
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
training) serieus resultaat kan hebben voor hun toekomst en het voorkomen van het ontstaan van nieuwe schulden op latere leeftijd. Dit is voor de GL-fractie een meerwaarde om juist dit voor deze specifieke groep jongeren extra in te zetten. De heer VAN HETEREN stemt in met het voorstel en staat op dit moment neutraal t.o.v. de motie, omdat men hier nog niet van overtuigd is. Dit omdat de portefeuillehouder zijn fractie in de oordeelsvorming ervan heeft overtuigd dat hij de doelgroep jongeren expliciet aandacht gaat geven. Tevens was een van de antwoorden op de technische vragen inzake het opkopen van schuld van jongeren dat dit in 2018 door de SDD is gedaan en dat hier al resultaat en aanbevelingen uit voort zijn gekomen, die ook al zijn geïmplementeerd. Tevens verwees het college in de antwoorden naar de gemeente Arnhem, waar dit ook zonder zichtbare resultaten - is geprobeerd. Zijn fractie vindt het belangrijk dat men in het sociaal domein werkt met maatregelen die aantoonbaar werkbaar zijn. Zijn fractie hoopt dat het college een reflectie kan geven op bullet 2 van de motie: het opkopen van schuld, of dat men zijn fractie in de tweede termijn kan overtuigen. Ook mevrouw BOKMA beperkt zich tot de motie, omdat men instemt met het voorstel. De VVD-fractie is van mening dat er in het uitvoeringsprogramma nadrukkelijk aandacht moet zijn voor jongvolwassenen.
Het dictum van de motie gaat haar fractie echter te ver. De VVD-fractie heeft vertrouwen in de toezegging van de portefeuillehouder dat er nadrukkelijk aandacht voor de jongvolwassenen komt in het actieplan. Daarnaast kan het opkopen van schulden een oplossing zijn, de gemeente kan dit echter niet zelf, daarvoor is aansluiting bij een kredietbank nodig. Om deze reden is het dictum ook niet compleet. Daarnaast is de wet recent aangepast en zijn er wijzigingen doorgevoerd, zowel in het minnelijke als wettelijke schuldsaneringstraject, waardoor de aflossingstermijn is teruggebracht van 36 naar 18 maanden. Er is overigens ook geen verschil tussen een saneringskrediet via de kredietbank en de schuldsanering. Bij beiden gelden dezelfde eisen voor een inwoner: maximaal aflossen, wat dus betekent een minimaal leef budget. Voor de VVD-fractie zou het voldoende zijn als de portefeuillehouder kan aangeven dat er in het onderzoek wordt meegenomen of men zich aansluit bij de kredietbank of niet. Daarnaast heeft de jongere ook tijdens de schuldsanering de benodigde rust, want tijdens het minnelijk traject van 18 maanden mag een schuldeiser ook niet aan de deur komen. Verder is voor haar fractie onduidelijk waarom reguliere schuldhulpverlening voor een jongvolwassene niet passend is.
Uiteraard zal men jongvolwassenen via andere kanalen moeten bereiken en zullen er wellicht andere vormen van preventie nodig zijn. Maar dat geldt feitelijk voor iedere doelgroep. Vooralsnog kan men de motie daarom niet steunen. 6
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
Ook de heer VAN DEN DOOL miste tijdens de oordeelsvorming een inhoudelijk gesprek over het opkopen van schulden bij jongeren. Omdat zijn fractie daar wel behoefte aan heeft, vindt men deze besluitvormende vergadering daar minder geschikt voor. Daarmee zet de motie hen echter voor het blok. Men heeft bij dit soort onderwerpen de behoefte om contact te hebben met de CDA-achterban, waarin mensen actief zijn bij zowel schuldhulpmaatje als bij diaconieën van de kerken. Omdat men niet in deze gelegenheid is geweest begrijpt men onvoldoende waartoe wordt opgeroepen. Na de uitleg van mevrouw Karso begrijpt men wel beter wat er achter die ene zin schuilgaat. Toch geeft hij de indieners van de motie in overweging of het niet verstandiger zou zijn om dit gesprek op een ander moment met een oplegnotitie voort te zetten, zodat men nog steeds kan aansluiten bij de begrotingsbehandeling later dit jaar. Verder is men ook benieuwd naar de reactie van de wethouder. De heer HARDAM heeft in de oordeelsvorming reeds aangegeven hier positief tegenover te staan. Men steunt het voorstel en heeft de motie, die pleit voor een verkennend onderzoek om met name jongeren met schulden te helpen, mede ingediend. Verder merkt hij op dat de motie oproept om te verkennen welke producten of diensten ingezet kunnen worden om deze doelgroep sneller uit de schulden te krijgen.
Daarnaast vraagt bullet 2 alleen om het opkopen van de schulden als een optie mee te nemen in het verkennend onderzoek. Dus dat er een onderzoek is geweest naar dat dat specifieke punt is voor zijn fractie niet volwaardig genoeg om dit te sluiten. Dat gezegd hebbende vindt zijn fractie deze toevoeging aan het beleidsplan een positieve bijdrage aan het welzijn en de ontwikkeling van onze gemeente. De heer VERWEIJ stemt in met het beleidsplan. Het schetst op duidelijke wijze handvatten om tot een uitvoeringsplan te komen en de raad wordt hierbij hoewel het een college aangelegenheid is om een actieplan op te stellenbetrokken. M.b.t. de motie staat in het beleidsplan specifiek voor de groep jongeren het volgende: de gemeente spreekt haar zorg uit over het ontstaan van schulden bij jongeren. Ook op de pof kopen leidt tot een onrealistisch beeld van financiële verantwoordelijkheid. De gemeente is zich er bewust van dat er voor deze groep maatwerk moet komen in de manier van voorlichting geven. Te lezen valt dat extra ingezet wordt op preventie dat tot grotere bewustwording moet leiden met opvoeding op financieel gebied, wat tot gedragsverandering moet leiden. In de motie worden deze zaken in principe ook genoemd. Scholen en verenigingen worden genoemd als plaatsen waar signalen over deze problemen opgepakt kunnen worden en zo tot preventieve maatregelen kunnen leiden.
Er is weliswaar geen apart hoofdstuk over de groep 18 tot 26-jarigen, in de motie is dit een andere bewoordingen zo gesteld, maar deze groep is zeker niet vergeten. De 7
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
gemeente Papendrecht herkent dat jongeren een verhoogd risico lopen op schulden en stemt haar beleid af met gerichte communicatie, preventie en samenwerking met lokale partners in de leefomgeving van de jongeren. Voor het opzetten van een actieplan moet men op de volgende zaken letten. In dit beleidsplan wordt veel beschreven, maar dat moet uiteraard nog naar de praktijk worden vertaald. Daarbij kan dan ook specifiek de aanpak van de motie worden meegenomen, besproken en bekeken of dat passend is. Meer maatwerk bij interventies in verschillende doelgroepen, jongeren, werkende armen en mensen met psychische problematiek zal ook bij het opstellen van het actieplan aan de orde moeten komen. De vraag is daarom of de motie nodig is om tot dat gewenste plan aanpak te komen? Of biedt dit beleidsplan inderdaad voldoende handvatten om een aparte paragraaf in het actieplan op te nemen, waarin een speciale aanpak van voorkomen van schulden en helpen bij uitzichtloze schulden van 18 tot 26-jarigen wordt beschreven? Tot slot merkt de heer VERWEIJ m.b.t. de motie zelf op dat men vindt dat voor elke nieuwe generatie geldt dat de meeste jongeren starten met een lager salaris. Dat is dus geen handicap, maar een natuurlijk gegeven. Ook geldt dat de meeste jongeren nog niet beschikken over een flinke spaarrekening en/of ander vermogen.
Daar zullen ze aan moeten werken en zich hier richting het volwassen worden steeds bewuster van zijn, hetgeen moet leiden tot verantwoordelijk, volwassen gedrag. 2 van de 19 kenmerken van volwassen zijn, zijn immers dat je je aan je budget houdt en dat je op tijd om hulp vraagt. Dit laatste geldt niet alleen voor financiële problemen. De PAB-fractie is van mening dat het niet zo kan zijn dat de overheid elke hobbel op de weg naar volwassenheid en zelfstandigheid met belastinggeld oplost. Hoe meer faciliteiten men aanbiedt, hoe meer de vraag kan stijgen, mogelijk ook bij het opkopen van schulden. Mevrouw STIGTER is blij met het beleidsplan schuldhulpverlening. Wel wil haar fractie meer aandacht voor jongeren en meer onorthodox experimenten om hen te helpen. Als motivatie hiervoor noemt zij de Bijbelse gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus. De rijke man ziet elke dag de arme Lazarus liggen In de straat. Nadat beide mannen zijn gestorven vraagt de rijke man of hij terug mag gaan in het leven, om zijn familie en vrienden te waarschuwen om vooral de armen te gaan helpen. Het antwoord dat hij krijg is dat er genoeg aanwijzingen in de heilige boeken staan waar ze naar kunnen luisteren. Tim S. Jongers, iemand van deze tijd, gaat een stap verder. Hij zegt dat wanneer je nooit armoede en schulden hebt gevoeld, je ook niet wat het is.
Verder noemt zij het boek ‘Er komt een land bij de dokter’ door Michelle van Tongerlo. Zij zegt dat de overheid ziek is. De overheid heeft een systeemwereld opgetuigd waardoor de hulpvragers nauwelijks geholpen kunnen worden, waardoor mensen ook een enorme drempel ervaren om überhaupt hulp te vragen. Dan de praktijk: in Rotterdam is een groot fonds van een zeer bekende, welvarende ondernemersfamilie die deze systeemfout zag 8
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
en besloot om onorthodoxe maatregelen te nemen. Zij hebben in 2023 1.633 gezinnen en jongeren geholpen met een gemiddelde schuld van € 43.000, -. Die hebben ze afbetaald en volledig gesaneerd. Hun tweede fonds heeft nog eens 47 gezinnen geholpen met een totaalbedrag van € 17.399, -. En niet alleen deze mensen zijn geholpen, maar ook ondernemers worden geholpen, want hun medewerkers hebben geen loonbeslag meer dat zij moeten regelen. Ze hebben minder ziekteverzuim en zijn meer geconcentreerd. De door hun fractie mede ingediende motie gaat veel minder ver dan dit. Men vraagt het college om te onderzoeken en te helpen om schulden af te lossen/kopen, zodat de jongeren maar 1 schuldeiser hebben. Hierbij merkt zij op dat het 8 maanden duurt voordat een minnelijk traject geregeld is. Kan het niet op een onorthodoxe wijze, zodat het wat sneller kan? Daarom dit voorstel en deze manier van begeleiding geven. Echte begeleiding en jongeren leren dat ze maandelijks hun schulden moeten betalen. Hun tegenprestatie zou heel goed ingezet kunnen worden dat zij als ervaringsdeskundige andere jongeren gaan helpen. Dat gebeurt in Rotterdam ook en het werkt heel goed. Ze krijgen daar soms een volwassen buddy bij, waardoor problemen echt flink opgelost worden. Wat zou het fijn zijn om in de Drechtsteden ook een groot fonds te hebben: eerdergenoemde familie, Sun Drechtsteden of misschien de kerken.
Verder merkt zij op dat de jongere er met een snelle aflossing van de schuld nog niet is. Ze staan na het aflossen van hun schulden nog 5 jaar geregistreerd bij het BKR. Tot slot merkt zij op dat de gehele raad de schuldenproblematiek wil aanpakken en dat de CU-fractie zich extra wil inzetten voor jongeren met een kleine, onorthodoxe maatregel, te beginnen met het ambtelijk onderzoek, zoals verwoord in de motie. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN ERK merkt op dat er tijdens de oordeelsvorming en vanavond uitgebreid is gesproken over de risicogroep van de jongeren en hoe men kan voorkomen dat geldzorgen overgaan in geldproblemen. In dit kader merkt hij op dat het college de motie, met een kleine aanpassing, kan overnemen. De genoemde datum is vanwege het zomerreces niet haalbaar. Om deze reden vraagt het college de datum te verzetten naar begin september. Dan zal het eerste college na het reces plaatsvinden en zal men de raad, zoals in de motie wordt gevraagd, na afloop over de uitkomst van het onderzoek informeren. Daarbij merkt hij met het oog op de korte termijn op dat de gevraagde analyse beknopt zal zijn. Men zal in die analyse vooral gebruik maken van landelijke onderzoeken en lopende initiatieven voor deze doelgroep in de regiogemeenten. Ook zal men putten uit een evaluatie van een eerder uitgevoerd idee in de regio gekoppeld aan deze doelgroep. M.b.t.
de vraag van de D66-fractie inzake het experiment dat in 2018 in de regio en in Arnhem is uitgevoerd, of dit geen herhaling van zetten is antwoordt wethouder VAN ERK ‘ja’ en ‘nee’. Het initiatief 9
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
in de regio is alweer 7 jaar geleden en hij sluit niet uit dat er uit het beknopte onderzoek toch nieuwe initiatieven naar voren kunnen komen die men kan gaan gebruiken in het nieuwe actieplan. Om deze reden kan het college de motie omarmen. Richting de VVD-fractie merkt de wethouder inzake de reguliere schuldhulpverlening en de positie van de banken op dat men de schulden nu ook in 1 hand legt. Wat de motie vraagt zit echter meer aan de voorkant en niet in het schuldhulpverleningstraject zelf. Daarnaast vraagt de motie ook om een mogelijke tegenprestatie. Dit is in de uitwerking anders dan bij reguliere schuldhulpverlening. Inzake de vraag van de CDA-fractie om het inhoudelijke gesprek hierover te voeren staat de wethouder neutraal. Hij heeft het standpunt van het college weergegeven ten opzichte van deze motie en heeft aangegeven dat er vanuit het beknopte onderzoek mogelijk vernieuwende ideeën naar voren kunnen komen die men ook direct kan doorvertalen in het actieplan. Zou men eerst kiezen voor de oplegnotitie, zou dit de uiteindelijke keuze wellicht wat meer uitstellen. Op de vraag van de PAB-fractie of datgene wat in de motie staat een plek kan krijgen in het actieplan antwoordt de wethouder dat dit inhoudelijk mogelijk is, maar dat dit niet direct een doorvertaling kan krijgen in een vernieuwend idee. Hiervoor is wel een beknopt onderzoek nodig.
Om deze reden zou het college adviseren de motie te steunen. Wellicht kan deze motie en de uitwerking daarvan nog een extra aanvulling zijn om te komen met een vernieuwend idee. TWEEDE TERMIJN RAAD Mevrouw KARSO dankt de portefeuillehouder voor de reactie op de motie en vindt het fijn dat hier veel aandacht voor is. M.b.t. de vraag van de D66-fractie of men al niet eerder een dergelijk experiment heeft gedaan merkt zij op dat zij deze vraag ook heeft gesteld in het gesprek met de ambtenaar. Hierbij werd aangegeven dat men dat in deze vorm, het opkopen van schulden en het vragen van een tegenprestatie, nooit eerder heeft gedaan. Er is dus sprake van een nieuw product en een nieuwe werkwijze. Haar fractie stelt voor niet alleen in gesprek te blijven met maatschappelijke werkers en schuldeisers, maar wil die tijd en energie steken in gesprekken met de jongeren en hen begeleiden. Hierbij geeft de wethouder aan dat dit uit de beknopte analyse naar voren zou moeten komen. Richting de VVD-fractie die sprak over een schuldhulptraject van 18 maanden merkt mevrouw KARSO op dat bv. het opkopen van schulden onder bepaalde voorwaarden met een tegenprestatie voorafgaat aan het schuldhulptraject. Het gaat veel sneller en zou kunnen betekenen dat er binnen 3 maanden is onderhandeld met de schuldeisers en een overeenkomst met de jongere is bereikt.
Op de interruptie van mevrouw BOKMA hoe de terugbetaling door de jongeren verloopt geeft mevrouw KARSO aan dat de schuld (van bv. € 5.000, -) wordt teruggebracht naar bv. € 1.000, -. (Sommige schuldeisers accepteren men 10
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
het bedrag niet terugkrijgt.) De schuld die dan door de gemeente wordt overgenomen is dan € 1.000 geworden, waarna de gemeente kan aangeven dat ze liever zien dat de jongeren aan de slag gaan met bv. een budgettraining dan het terugbetalen van de schuld, zodat de jongere naar de toekomst kan kijken en financieel vaardig wordt. Op de vraag van mevrouw BOKMA of de jongere dan niets hoeft terug te betalen antwoordt mevrouw KARSO dat ze aan de slag gaan, hetgeen al een kostenbesparing is. Wanneer de gemeente vasthoudt aan het terugbetalen en de jongere het niet kan betalen, is men veel meer kwijt omdat men daarna ook weer andere trajecten moet inzetten voor deze jongere om echte uitval te voorkomen. De vraag van de CDA-fractie om een oplegnotitie en de wens om met de eigen achterban in gesprek te gaan begrijpt mevrouw KARSO. Zij is ervan overtuigd dat dit ook gaat gebeuren en denkt niet dat deze motie dat in de weg staat. Als men het beknopte analyseonderzoek heeft kan men dit meenemen in de gesprekken, die het college hierover wil voeren. Zij stelt voor misschien ook een beeldvormende sessie in te plannen om daar verder over van gedachten te wisselen en alle betrokken partijen die in het schulden domein bezig zijn hierbij te betrekken.
Als een en ander uiteindelijk een (kleine) financiële consequentie heeft en dit wordt voorgelegd bij de behandeling van de begroting, heeft men het er ook weer over. M.b.t. de opmerking vanuit de PAB-fractie inzake maatwerk, voorlichting en financieel vaardig zijn merkt mevrouw KARSO op dat het hier niet altijd mee te maken heeft en dat er ook mensen zijn die gewoon even pech hebben gehad. Die bv. hun medicijnen niet kunnen betalen, of een ziekenhuisopname hebben gehad. Zij stelt voor dat het college bij de selectie afweegt welke 10 jongeren men zou willen begeleiden met een dergelijk traject. Zij is van mening dat alleen voorlichting niet voldoende is en dat de meeste jongeren zich er wel van bewust zijn dat ze schulden hebben. De vraag is echter: wat dan? De heer VERWEIJ vraagt per interruptie hoe men juist die jongeren die echt in de problemen zijn gekomen kan bereiken, als voorlichting niet voldoende is, waarop mevrouw KARSO aangeeft dat ze uit de gesprekken met de ambtenaren heeft begrepen dat aanbellen niet altijd werkt bij deze doelgroep. Het gaat erom dat men ze iets kan aanbieden en dat de ervaringsdeskundige jongeren hen kunnen vertellen dat het heeft gewerkt. Zij is van mening dat deze positieve informatie/communicatie ingezet kan worden om andere jongeren te bereiken.
De heer VERWEIJ vindt het hierbij wel heel belangrijk dat hierbij niet de belofte wordt gedaan dat € 5.000, - altijd € 1.000, - wordt, waarop mevrouw KARSO aangeeft dat het ook veel minder kan worden. Maar dat het belangrijk is eerder met deze jongeren aan de slag te gaan en afspraken te maken i.p.v. de energie 18 maanden lang in gesprekken met schuldeisers te steken. Daar ligt uiteindelijk niet de oplossing. De heer GRIMMIUS is blij dat het college de motie steunt. T.a.v. het opkopen van schulden benadrukt hij dat de motie een verkenning van de beschikbare 11
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
instrumenten betreft. Hiervan kan het opkopen van schulden onder voorwaarden 1 van de mogelijkheden zijn. Hiermee is niet gezegd dat men dit daadwerkelijk gaat doen, althans niet voor zover dat in de motie staat. Daarnaast merkt hij richting de CDA-fractie op dat men na de verkenning door het college het gesprek daarover kan aangaan. Zoals de wethouder aangaf komt bij een aparte oplegnotitie de verkenning waarschijnlijk pas daarna en is men weer verder in de tijd. Tenslotte merkt de heer GRIMMIUS op dat de woordvoering van mevrouw Stigter in de eerste termijn hem erg aansprak. De heer VAN HETEREN zegt dat men, zoals de portefeuille aangaf, na 7 jaar inderdaad tot nieuwe inzichten kan komen. Zijn fractie stelt voor het op de Papendrechtse manier te doen en te leren van fouten die anderen misschien hebben gemaakt en in te stemmen met de motie. Mevrouw BOKMA zegt dat de VVD-fractie niet zal instemmen met de motie. Voor de VVD is het van belang dat als schulden worden gemaakt, er minimaal een deel wordt terugbetaald. Dat kan al geregeld worden via een saneringskrediet. Mevrouw STIGTER merkt per interruptie op dat in het voorstel niet staat dat ze de schulden niet hoeven terug te betalen, mevrouw Karso noemde alleen deze mogelijkheid.
Uiteraard bestaat er ook de mogelijkheid om in het begeleidingsplan vast te leggen dat er afloscapaciteit is, hetgeen betekent dat er wordt terugbetaald. Mevrouw BOKMA ziet daarom geen verschil tussen het aansluiten bij de gemeentelijke kredietbank of het traject van de schuldsanering, waarbij iemand in die 8 maanden al wel degelijk kan starten met aflossen en/of sparen voor de aflossing. Omdat dit in mindering wordt gebracht op de 18 maanden zijn die 8 maanden voorbereidingstijd nooit weggegooid. Haar fractie blijft tegen het opkopen door de gemeente zelf. Nog een ander belangrijk argument daarvoor is dat men vindt dat iedere jongvolwassene gelijkwaardig behandeld moet worden. Het kan niet zo zijn dat de gemeente het voor 10 jongeren wel doet en voor de rest niet. De heer VAN DEN DOOL zegt dat zijn fractie, alles gehoord hebbende, voor de motie zal stemmen. Men ziet bevlogen raadsleden en een wethouder die aangeeft dit voor september te kunnen opleveren. Wat hij echter nog wel met klem wil vragen, is om in september ook de maatschappelijke instellingen die zich hiervoor inzetten uit te nodigen om over de resultaten van het onderzoek te spreken. Dit zodat men de fouten die in het verleden zijn gemaakt niet herhaalt en men met elkaar tot een misschien wel nóg betere aanpak kan komen.
De heer HARDAM kan zich heel erg kan vinden in het betoog van mevrouw Stigter, de heer Grimmius en de heer Van den Dool. Het is een verkennend onderzoek en men ziet wel wat eruit komt. Dit betekent echter niet dat zijn 12
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
fractie in eerste instantie voor of tegen de uitkomst zal zijn. De heer VERWEIJ hoopt dat in het onderzoek de ervaringen van elders zo geanalyseerd worden, dat daar ook een duidelijk beeld uit ontstaat van welk deel van de schuld inderdaad door de schuldeisers wordt kwijtgescholden. Graag ziet hij een overzicht met cijfers, zodat men ziet hoe het in werkelijkheid heeft uitgepakt. Men ziet dat de aanpak meer naar de voorkant gaat en daar is men voor. Verder zou zijn fractie het terugbetalen wel als verplichting willen stellen. Tenslotte merkt hij op dat het college de bevoegdheid heeft om het actieplan op te stellen. Hij gaat er echter vanuit dat de raad haar mening nog kan geven over de uitkomst van het onderzoek en in hoeverre dat inderdaad in het actieplan terecht komt. Mevrouw STIGTER is het eens met de heer Van den Dool dat ook vrijwilligersorganisaties betrokken moeten worden bij dit plan. Zij hebben heel veel ervaring in het begeleiden van jongeren en gezinnen, en die ervaring is noodzakelijk om mee te nemen in het uitvoeringsplan. Zij is het eens met de heer Verweij dat jongeren moeten aflossen als er afloscapaciteit is. Zij zullen er ook iets van moeten leren en dat moet zeker in het plan verwoord worden.
Vanuit haar ervaring als schuldhulpverlener geeft zij ook aan dat het als je zomaar iets cadeau geeft, makkelijk is om opnieuw terug te vallen In de schuldenproblematiek. De heer GOUDRIAAN zal instemmen met het beleidsplan en -gehoord hebbend wat de wethouder in de eerste termijn heeft gezegd- ook met de motie. TWEEDE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN ERK zegt dat de uitkomst van het onderzoek uiteraard schriftelijk wordt teruggekoppeld. Verder komt er (richting december) sowieso een bijeenkomst voor de maatschappelijke organisaties, inwoners en de raad om mee te denken over het nieuwe actieplan. Het streven is het actieplan richting december gereed te hebben en de uitkomsten van het onderzoek en mogelijk ook de vernieuwende ideeën op die avond goed met elkaar te wegen. Is er meer nodig, kan men er altijd nog voor kiezen om dit middels een oplegnotitie te formaliseren en het in een beeldvormende vergadering terug te laten komen. Mocht het zo zijn dat er een vernieuwend idee uitkomt dat financiële consequenties heeft, zal het college uiteraard bij de raad terugkomen. Wanneer e.e.a. binnen het reguliere budget past, is het actieplan een collegebevoegdheid. Uiteraard zal men echt goed luisteren naar wat men op de informatiebijeenkomst zegt n.a.v. de uitkomsten van het onderzoek. 13
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
Mevrouw KARSO merkt op dat men de motie n.a.v. het verzoek van de wethouder inzake de datum wenst aan te passen naar 1 september. Stemming voorstel Beleidsplan schuldhulpverlening 2025-2028. Met 22 stemmen voor wordt het voorstel van burgemeester en wethouders unaniem aangenomen. Stemverklaring de heer TIELEMAN: Met name vanuit mijn beroepsmatige werk waar ik mee te maken heb, steun ik met name het verkennen van producten en diensten om jongeren sneller van schuld af te helpen. Er is grote behoefte bij mensen die met dit dagelijks werk te maken hebben, om deze diensten te kunnen bieden en de jongeren te kunnen bereiken. Dus ik ben blij dat dat verkend gaat worden. Stemverklaring mevrouw VAN WIJNGAARDEN: Ik hoop dat bij de uitwerking een verschil zal zijn tussen schulden waar jongeren niets aan kunnen doen en schulden die te maken hebben met slecht koopgedrag. En dan zal ik de motie steunen. Stemming motie M9.01. Jongeren (18 – 26) sneller uit de schulden: Met 19 stemmen voor en 3 stemmen (mevrouw Bokma en de heren Van der Giessen en Stouthart) tegen wordt de motie aangenomen. (De VOORZITTER schorst de vergadering van 21.17 tot 21.28 uur.)
10.
Aanvraag voorbereidings- en uitvoeringskrediet flexwonen Noordhoek. De heer STOUTHART zal dit voorstel steunen. Ook de motie verwacht men - in afwachting van de reactie van de wethouder- te zullen steunen. De heer HARDAM zegt dat zijn fractie hun standpunt vorige week al duidelijk heeft gemaakt. Dit voorstel spiegelt een motie die zijn fractie jaren geleden heeft ingediend. Uiteraard zal men hiermee instemmen. De motie vindt men overbodig en erg verrassend, maar dit heeft zijn fractie in de vorige vergadering reeds aangegeven. De heer TIELEMAN heeft de fracties tijdens de oordeelsvorming gevraagd naar hun standpunt t.o.v. het voorstel voor volledige toevoeging van de 80 flexwoningen aan de reguliere woningvoorraad zonder specifieke reservering voor een doelgroep. Dit mede op basis van het huidige woningtoewijzingsbeleid en de aanhoudende druk op de woningmarkt. Wat men niet langer kan uitleggen aan woningzoekenden, is de voorwaarde die de rijksoverheid stelt bij de SFTsubsidie (stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen), dat minimaal 30% 14
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
van de woningen gedurende minstens 10 jaar moet worden gereserveerd voor statushouders. Die verplichting acht zijn fractie niet in verhouding tot de woningnood onder woningzoekenden in de regio. Tijdens de raadsvergadering van 9 november 2023 werd door de OP-fractie een motie ingediend, die voorstelde om flexwoningen voor 75% toe te wijzen aan jongeren en starters en 25% aan statushouders en Oekraïners. Deze motie werd toen, niet alleen door het PAB, door alle fracties niet gesteund. Tijdens deze vergadering heeft de heer Verweij aangegeven zich aan te sluiten bij de woordvoering van de SGP-fractie. Er zou op een later moment een raadsvoorstel komen waarin deze discussie breder gevoerd kon worden. De PAB-fractie vond het toen te vroeg om deze motie te steunen. Deze motie stelde in feite dezelfde verdeling voor als nu bij de SFTregeling geldt. Het verschil is dat de OP-fractie het als wens formuleerde en het Rijk het koppelt aan financiële voorwaarden. Het gaat om langdurige, exclusief reserveren van een aanzienlijk deel van de woningen voor 1 doelgroep. Het PAB kiest er bewust voor om dat in dit project niet te doen. Tijdens de oordeelsvorming van afgelopen week werd door enkele partijen gesuggereerd dat het PAB 180 graden zou zijn gedraaid t.o.v. 1,5 jaar geleden. Dat is zeker niet het geval.
Er is niet alleen sprake van voortschrijdend inzicht, maar ook van veranderende feiten. In 2023 ging men allemaal nog uit van het ook huisvesten van vluchtelingen op deze plek aan de Noordhoek. Men weet nu echter zo goed als zeker dat tegen de tijd dat de flexwoningen in 2026 betrokken kunnen worden, de vluchtelingenstatus voor Oekraïners mogelijk niet langer toepasselijk zal zijn. Daarnaast is met het besluit van afgelopen jaar voor een AMV-locatie aan de Weteringsingel een satelliet AMV- locatie aan de Noordhoek inmiddels, ook voor het COA, een gepasseerd station. Er werd ook gesuggereerd dat de PABfractie met dit voorstel doelgroepen tegenover elkaar zou zetten. Ook dit is niet het geval. Binnen het huidige toewijzingsbeleid wordt 30-35% van de woningen toegewezen aan voorrangsgroepen, waaronder statushouders en vluchtelingen die momenteel 6-8% van het totaal uitmaken. Het voorstel verandert hier niets aan, de beleidsruimte voor deze groepen blijft bestaan. Het PAB vindt daarom dat het niet nodig is om verder onderzoek te doen naar de mogelijkheid van de SFTsubsidie en/of het anders dan gebruikelijk toewijzen van woningen aan de verschillende doelgroepen. Dus ook de jongeren, starters en woningzoekenden uit de regio en dus ook de statushouders. Zijn fractie zal daarom vandaag de motie indienen, zoals deze in concept is gedeeld met de fractievoorzitters.
Het dictum van motie M10.01 Volledige toevoeging 80 flexwoningen aan de reguliere woningvoorraad luidt als volgt: Verzoekt het college: 1. om af te zien van het aanvragen van de SFT-subsidie, indien de voorwaarde van 30% gereserveerde woningen voor statushouders onvermijdelijk blijft; 2. om de 80 flexwoningen volledig toe te voegen aan de reguliere huurwoningvoorraad; 15
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
3. om te onderzoeken of het mogelijk is om deze woningen, met name in de eerste jaren, bij voorrang toe te wijzen aan woningzoekenden uit Papendrecht en omliggende gemeenten; 4. de raad over de uitkomsten en vervolgstappen zo spoedig mogelijk te informeren. De heer BOERSMA zal het raadsvoorstel steunen. De motie van de PAB-fractie vraagt te onderzoeken of een deel van de flexwoningen al dan niet tijdelijk kan worden gereserveerd voor woningzoekenden uit Papendrecht of de regio. Dit is iets wat de SGP-fractie aanspreekt, men heeft eerder meermaals gevraagd of het mogelijk is te sturen op het bij voorkeur toekennen van woningen aan Papendrechters. Dit deel van de motie is daarmee in lijn en heeft de volledige steun. Daarnaast verzoekt de motie om af te zien van de zogenaamde SFTsubsidie, de belangrijkste voorwaarde hiervan is dat Papendrecht voor 10 jaar 24 sociale huurwoningen reserveert voor statushouders of Oekraïners. Deze subsidie kan voor de flexwoningen worden aangevraagd, maar ook op gemeenteniveau worden ingevuld binnen de totale voorraad sociale huur. Het college geeft zelf in het raadsvoorstel aan dat dit een lastige vereiste is en de wethouder heeft daar tijdens de oordeelsvorming het nodige over gezegd. Het is onzeker of die subsidie wordt toegekend en daarom is deze ook niet meegenomen als dekking voor het raadsvoorstel. Dit vindt de SGP-fractie verstandig.
De vraag is vervolgens of men alsnog moet proberen een beroep op die subsidie te doen. Zijn fractie is tot de conclusie gekomen dat men dit beter niet kan doen en zal daarom de motie van het PAB steunen. Een van de redenen daarvoor is dat oorspronkelijk vanuit de langetermijnvisie over de opvang van vluchtelingen de inzet was, dat de helft van de woningen van de flexwoningen zou worden ingezet voor statushouders en 30 AMV-ers als satellietlocatie van de Seringenstraat. Toen de OP-fractie in november 2023 een motie indiende om die verdeelsleutel te wijzigen, heeft hij aangegeven beter te kunnen wachten op een concreet raadsvoorstel. Dit is verstandig gebleken omdat in de tussentijd is besloten om de Weteringsingel als tweede AMV-locatie te openen voor 80 kinderen. Daarmee vervalt voor zijn fractie de urgentie om alsnog een deel van de flexwoningen te reserveren voor statushouders. Daarnaast vindt men dat de SFT-subsidieregeling ingewikkeld is en dat overleg met Woonkracht10 de nodige tijd en energie zal kosten. Hier hoeft men nog geen definitief besluit over te nemen. Zijn fractie zet liever vol in op het daadwerkelijk realiseren van de flexwoningen.
Daarbij moet men nog maar zien of het gaat lukken om de planning te halen en is het de vraag of het uiteindelijk lukt om aan de subsidievoorwaarden te voldoen en hoeveel geld men, gelet op de eventuele beheerskosten, uiteindelijk overhoudt. Daarbij vraagt zijn fractie zich af of men financiële prikkels bij dit soort vraagstukken leidend moet laten zijn. Omdat er zoveel factoren en risico’s meespelen kiest zijn fractie liever voor de eenvoudige route. Los de huisvesting van statushouders op via de reguliere 16
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
huisvestingsprocedures, waarbij ook gebruik gemaakt kan worden van de bestaande voorrangsregeling. Hierbij is het uiteraard prima als er ook een aantal statushouders gevestigd wordt in de flexwoningen. De heer GRIMMIUS stemt namens zijn fractie van harte in met het voorstel om 80 woningen toe te voegen aan het woningbestand op deze locatie voor tenminste 15 jaar. Echter heeft hij nog wel een vraag over de communicatie, waarvoor de gemeente niet altijd de allerbeste reputatie heeft. De communicatie rondom dit voorstel ligt primair bij Woonkracht10, maar toch wenst zijn fractie het college op te roepen om met Woonkracht10 af te stemmen dat dit richting de mensen in die buurt op een goede, degelijke wijze gebeurt. M.b.t. de motie merkt de heer GRIMMIUS nogmaals op dat de financiële prikkel hiervoor, positief nog negatief, absoluut geen enkele overweging is. Verder verzoekt hij de PAB-fractie de motie aan te houden, omdat in het voorstel zelf op pagina 2 in de toelichting wordt aangegeven dat er nog wordt gewerkt aan een voorstel waarbij inzicht wordt geboden in de verschillende scenario’s bij het huisvesten van statushouders in de flexwoningen. Dit in relatie tot de beheerskosten waarover Woonkracht10 spreekt, al dan niet i.c.m. de subsidie.
Het bespreken van deze motie lijkt hem op het moment de voorkeur hebben, omdat men dan inzicht heeft in de verschillende scenario's, kosten en subsidies. In aanvulling op zijn opmerking over dat financiële prikkels is het, i.v.m. de beheerskosten, ook nog maar de vraag of de subsidie onderaan de streep geld oplevert of kost. In reactie op de opmerking van de PAB en SGP-fracties dat men dit voorstel in 2023 te vroeg vonden, merkt de heer GRIMMIUS op dat hij het nog steeds te vroeg vindt en voorstelt op de scenario’s te wachten om het gesprek aan te gaan of men wel of niet 30% van de flexwoningen wil reserveren en of daar een subsidie aan verbonden zit. Hierbij merkt hij op dat als de motie vanavond in stemming komt, de GroenLinks-fractie daar tegen zal stemmen. Hetzelfde geldt waarschijnlijk op het moment dat het volgende voorstel komt. De heer VAN DEN DOOL merkt op dat ook zijn fractie zal instemmen met het voorstel voor 80 flexwoningen en daarmee 80 kansen om mensen die urgent een woning zoeken van huisvesting te voorzien. Hierbij merkt hij wel op dat het zijn fractie wel moeite kostte om de visie op asielopvang op dit punt los te laten. Een visie die de raad gezamenlijk heeft vastgesteld. Uiteindelijk heeft de wethouder hen ervan overtuigd dat het erg lang zou gaan duren om hierover de afspraken te maken die men eerst voor ogen had.
In die zin vindt men het een goed alternatief dat men het beleid van Woonkracht10 volgt, dat iedere persoon die hoog scoort voor urgentie het eerst in aanmerking komt. De ene keer is dat een jongere, of een gescheiden moeder, de volgende keer een statushouder. M.b.t. de motie merkt hij op deze gedachtegang moeilijk te kunnen volgen. Er wordt voorgesteld het urgentiebeleid van Woonkracht10 te volgen en te zien welk scenario het 17
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
meest waarschijnlijk uitkomt. In principe is men ook nooit tegen een subsidie als deze relevant is en de gemeente goed uitkomt. Daarom begrijpt men niet waarom men deze op voorhand zou moeten uitsluiten. Of deze ook daadwerkelijk benut gaat worden is nog wel de vraag. Maar om daar nu een motie over aan te nemen voegt in zijn beleving niet veel toe. De heer RIETVELD zegt dat zijn fractie het raadsvoorstel zal steunen. M.b.t de motie van de PAB-fractie onderschrijft zijn fractie bullet 2 van de constateringen, dat er een grote woningnood heerst. Men heeft echter ook een hele grote verantwoordelijkheid waar het gaat om het aanbieden van woonruimte aan statushouders. Als zijn fractie het goed heeft begrepen, staat de SFT-subsidie los van het nieuwbouwproject en is het mogelijk om aan de voorwaarden te kunnen voldoen binnen de breedte van de gehele woningvoorraad binnen Papendrecht. Men steunt de motie niet, omdat men van mening is dat de generieke bestaande methode van verdelen van doelgroepen moet worden toegepast, ook op deze nieuwe woningen. Men wil ook niet de suggestie wekken dat wanneer men afziet van het aanvragen van de SFT-subsidie, er geen statushouders worden gehuisvest in de nieuwe flexwoningen. Vanuit het Rijk bestaat een taakstelling om binnen het woningaanbod wat in Papendrecht een aantal statushouders te huisvesten.
Het zou dan misschien heel onwenselijk zijn als de woonruimte die men steeds bijbouwt ook niet beschikbaar zou komen. Ook de heer VAN HETEREN kan namens zijn fractie instemmen met het voorstel. Verder zal men tegen de motie stemmen, omdat men van mening is dat deze overbodig is. Een van de antwoorden van het college op hun technische vragen was: Het project Flexwoningen Noordhoek valt onder de reguliere toewijzing van sociale huurwoningen. Zijn fractie begrijpt niet dat de PAB-fractie vervolgens een motie indient om dit project toe te voegen aan de reguliere woningvoorraad. Verder zijn met Woonkracht10 afspraken gemaakt dat de genoemde doelgroepen conform de algemene afspraken zullen worden gehuisvest in de flexwoningen. Er zijn kwetsbare doelgroepen zoals spoedzoekers, jongeren en niet alleen statushouders die volgens afspraak net wat meer voorrang krijgen. M.b.t. de wens van de PAB-fractie dat meer Pandrechters en andere inwoners van omliggende gemeenten voorrang moeten krijgen, merkt de heer VAN HETEREN op dat men werkt via het woonkeussysteem Woonkeus Drechtsteden, waarbij de meeste jongeren uit Papendrecht en omliggende gemeenten vanaf hun 18e zijn ingeschreven. Om deze reden vindt men de motie volledig overbodig. Mevrouw KARSO zal namens haar fractie uiteraard instemmen met het voorstel en de realisatie van 80 flexwoningen in Papendrecht.
De motie zal men echter niet steunen, om de reden dat men verantwoordelijkheid moet nemen m.b.t. de opvang en huisvesting van statushouders. Zoals de heer Van den Dool aangaf zal 18
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
men als men subsidie kan ontvangen als bijvangst, daar zeker geen nee tegen zeggen. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder JANSSEN merkt op dat hij in de oordeelsvorming al veel heeft gezegd, veel vragen heeft beantwoord en vooral een goed gevoel heeft gegeven aan o.a. de heer Van den Dool over de verhouding tussen de lange termijnvisie vluchtelingen en hoe men op deze plek met de gewone doelgroepen wil omgaan. Alle 80 flexwoningen worden met dit besluit inderdaad toegevoegd aan de reguliere woningvoorraad. M.b.t. de communicatie merkt hij op dat men dit uiteraard zo goed mogelijk zal afstemmen met Woonkracht10. Er wordt momenteel voor half mei een eerste inloop voor de bewoners voorbereid. Uiteraard gaat men Woonkracht10 vanuit de gemeente hierbij zo breed en goed mogelijk ondersteunen. Verder noemt hij de onderhandelingen met o.a. Woonkracht10 over de SFT-regeling en de mogelijkheid hiervoor, bij een bepaalde manier van toewijzen van de woningen op een andere plek in Papendrecht, in aanmerking te kunnen komen. Het passend toewijzen wordt, omdat er vaak woningen met meerdere kamers beschikbaar zijn en de gemiddelde statushouders op dit moment een alleenstaande zonder gezinshereniging is, lastig. Daarentegen vindt het college € 14.000 per woning wel veel geld. Daar tegenover staan echter wel weer de beheerskosten, al dan niet voor de komende 10-15 jaar.
Of dat lood om oud ijzer is weet hij, nog Woonkracht10, niet. Het college heeft aangegeven dit samen met Woonkracht10 te willen doen, maar heeft ook aangegeven dat er behoorlijk wat mitsen en maren aan zitten. De wethouder heeft ook niet het gevoel dat men daar snel uitkomt. Dat is 1 van de redenen om hier voor nu vanaf te zien, maar wel de woningen te bouwen. Als de raad dit anders wil, dan doet men dat niet. Het college laat het oordeel van de motie bij de raad. TWEEDE TERMIJN RAAD De heer STOUTHART zal de motie steunen. De heer TIELEMAN dankt de portefeuillehouder voor de reactie en is het uiteraard eens met de heer Van Heteren over het inschrijven bij Woningnet. Waar het de PAB-fractie met name om gaat is dat er voor de komende 10 jaar, wanneer de SFT-subsidie zou worden toegekend, een behoorlijke claim op het aantal woningen wordt gelegd om aan statushouders toe te wijzen. De statushouders worden sowieso vanuit het reguliere toewijzingsbeleid meegenomen. Hij is blij met de steun vanuit de VVD en de SGP-fracties. Uiteraard is men ook van mening dat heel veel jongeren, starters en jonge gezinnen in Papendrecht en omgeving 19
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
naarstig op zoek zijn om zich hier te kunnen vestigen. Om deze reden heeft men gevraagd een onderzoek te doen om dit eventueel mogelijk te maken. Daarbij is het natuurlijk zo dat de gemeente er alles aan doet om te voldoen aan de opgave vanuit het Rijk m.b.t. de toewijzing van woningen aan statushouders en vluchtelingen. De heer GRIMMIUS vraagt per interruptie een reactie op zijn oproep om de motie voor nu aan te houden en te betrekken bij het voorstel, waarop de heer TIELEMAN aangeeft zijn fractie daarover te willen raadplegen. Op het moment dat dit aan de orde is, zal hij verzoeken een kort moment te schorsen om dit te doen. De heer VAN DEN DOOL merkt op dat de logica van zijn pleidooi, om eerst het urgentiebeleid te volgen en dan alsnog het besluit te nemen, in feite onderstreept om later over de subsidie te beslissen en dat dit daarom aansluit bij het verzoek dat is gedaan richting de PAB-fractie. Niets meer aan de orde zijn sluit de VOORZITTER de beraadslagingen. Op verzoek van de heer Tieleman wordt er kort geschorst (schorsing 21.57 – 22.59 uur). Aansluitend merkt de heer TIELEMAN op dat zijn fractie na beraad heeft besloten de motie toch in stemming te brengen. Stemming voorstel Aanvraag voorbereidings- en uitvoeringskrediet flexwonen Noordhoek. Met 22 stemmen voor wordt het voorstel van burgemeester en wethouders unaniem aangenomen.
Stemming motie M10.01 Volledige toevoeging 80 flexwoningen aan de reguliere woningvoorraad. Met 10 stemmen (de dames Bokma en Van Wijngaarden en de heren Van der Giessen, Stouthart, Janssen, Verweij, Bruijniks, Tieleman, Boersma en Goudriaan) voor en 12 stemmen tegen wordt de motie verworpen. 11.
Vaststelling Omgevingsvisie 2.0. Zoals eerder aangegeven merkt de VOORZITTER nogmaals op dat de amendementen in 4 blokken van 10 per keer in een eerste en tweede termijn worden behandeld. Daarna zullen deze in stemming worden gebracht, gevolgd door een schorsing en afgesloten met de 4 moties en schorsing t.b.v. het effect van de amendementen.
Aansluitend gaat men over tot de bespreking van de amendementen A11.01 t/m A11.10. De heer GRIMMIUS geeft aan dat zijn fractie mede-indiener is van amendement 11.A01. Positieve benadering bijzondere doelgroepen en hier uiteraard mee zal 20
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
instemmen. Hetzelfde geldt voor amendement A11.02. Duidelijkheid over energieneutraal en ambitie klimaatneutraal en A11.03. Wonen voor alle leeftijden. Ook zal men instemmen met amendement A11.04. STOMP als leidend principe in ruimtelijke ordening, dat zijns inziens in eerste instantie bij het mobiliteitsplan thuishoort. De extra opsomming in de omgevingsvisie kan echter geen kwaad. M.b.t. amendement A11.06. Sportvoorzieningen als motor voor een beweegvriendelijke leefomgeving twijfelt men over het eerste punt. De vraag richting de D66-fractie is om ‘Als sportverenigingen het openbaar toegankelijk maken van sportvelden overwegen, denkt de gemeente graag mee over de uitvoering’ te vervangen door ‘dat de gemeente zich actief inzet om Samen met die sportverenigingen de sportparken meer open en multifunctioneel te maken voor buurten samenleving’. Men vraagt zich af in hoeverre sportverenigingen erop zitten te verwachten om hun sportpark breder open te stellen, kijk bv. naar hoe dat bij het kunstgrasveld van Drechstreek gaat dat regelmatig met schade te maken heeft door brandjes van vuurwerk, etc. Men kan zich meer vinden in de huidige verwoording: als de sportvereniging het zelf wil, wil de gemeente wel meedoen. Maar het omdraaien, zodat de gemeente de sportvereniging daartoe moet stimuleren vindt zijn fractie te ver gaan. Als medeindiener van amendement A11.7.
Verankering Lokale Inclusie Agenda zal men hiermee uiteraard instemmen. Dank aan het college voor de suggestie die overgenomen is in het amendement. Ook met amendement A11.8. Geen bebouwing in parken zal men als mede-indiener instemmen. Omdat het niet bouwen in parken al jaren een standpunt van de meerderheid van de raad is, vindt men het jammer dat dit met een amendement in de omgevingsvisie herbevestigd moet worden. Wanneer men de omgevingsvisie, waarin wordt aangegeven dat men gebouwen niet toestaat, ongeamendeerde zou aannemen zou er een parkeerplaats, wat geen gebouw is, in een park gebouwd kunnen worden. Om deze reden wenst men dit aan te passen naar het überhaupt niet bouwen in parken, conform hetgeen men in de raad al jarenlang zegt. Inzake amendement A11.9. Goede bereikbaarheid vindt zijn fractie het goed dat de 4 prioriteiten worden genoemd in de omgevingsvisie, maar wat zijn fractie en de mede-indieners betreft hoort goede bereikbaarheid hier ook bij. Goede bereikbaarheid wordt wel beschreven in de omgevingsvisie, maar er is niks op tegen om dat ook als specifieke prioriteit toe te voegen aan de andere 4, om dat nog extra kracht bij te zetten. Afsluitend merkt de heer GRIMMIUS op amendement A11. 10. Degelijk saneren niet te zullen steunen, omdat dit suggereert dat men dit momenteel niet voldoende doet.
Hij vertrouwt erop dat het college voldoende ambitie heeft om dit op een voldoende niveau te doen en vindt het amendement overbodig. Mevrouw KARSO zal amendement A11.01 positieve benadering bijzondere doelgroepen als mede-indiener steunen. Men is er voorstander van dit veel 21
Verslag besluitvormende raadsvergadering 17 april 2025
positiever te benaderen. Men ondersteunt de suggestie die gewekt wordt niet, dat bij het opvangen van veel statushouders in een cluster de leefbaarheid onder druk staat. Laat men dit vooral niet op deze manier in de communicatie naar buiten en in het beleid en de uitvoering uitdragen. De PvdA-fractie is ook voorstander van amendement A11.02 Duidelijkheid over energieneutraal en ambitie klimaatneutraal, het is goed om scherp te formuleren dat men in 2050 volledig klimaatneutraal wil zijn. Men is ook voorstander van amendement A11.03. Wonen voor alle leeftijden, omdat nieuwbouw niet alleen voor senioren moet zijn, maar ook voor de jonge gezinnen. Ook met amendement A11.04. STOMP als leidend principe in ruimtelijke ordening zal men instemmen. Meer aandacht voor voetgangers en fietsers mag zeker een prioriteit worden genoemd. M.b.t. amendement A11.06. Sportvoorzieningen als motor voor een beweegvriendelijke leefomgeving merkt mevrouw KARSO op dat de suggestie van het college op dit moment niet wordt aangepast in het amendement door de D66-fractie. Zij vraagt zich af wat dat betekent en wat de verenigingen daarvan vinden. De ervaring leert ook dat er als de sportvoorzieningen zo breed toegankelijk zijn, daar heel veel mensen gebruik van maken. Men weet dat ook in de zomermaanden alle andere mensen/verenigingen vanuit andere regio's ook gebruik maken van onze kunstgrasvelden.