SAL D01. 20221004 RIB 1e Voortgangsbericht Sociaal Domein 2022 Monitor Sociaal 2021.pdf
Tekst van het document
Soort mantelzorg Mantelzorgers kunnen verschillende taken op zich nemen. In figuur 3.4 zien we dat veel mantelzorgers gezelschap en/of emotionele ondersteuning bieden (65%). Ook ondersteunen zij regelmatig in het huishouden (57%) en helpen ze bij regeltaken, zoals de financiële administratie of het maken van afspraken (55%). In 2017 zagen we een vergelijkbaar beeld. 1: SCP (2021). Een jaar met corona. Ontwikkelingen in de maatschappelijke gevolgen van corona. Den Haag: SCP.
3.3 Aantal uren mantelzorg per week 2021
17%
13%
27%
2019
23%
15%
2017
24%
14%
0%
20% incidenteel
24%
10%
24%
5%
13%
16%
12%
9%
20% 25% 40%
< 2 uur
60% 2-4 uur
80%
4-8 uur
9%
100%
8-20 uur
>20 uur
Toelichting: gearceerde staven in de grafiek wijzen op een significant verschil t.o.v. 2019; als er geen gearceerde staven staan is er dus geen verschil met 2019.
3.4 Soort mantelzorg gezelschap/emotionele steun
65%
huishoudelijke ondersteuning
57%
regeltaken
55%
klussen
31%
medische ondersteuning
19%
persoonlijke verzorging
19%
anders
17%
0%
20%
40%
60%
80%
100%
Toelichting: meerdere antwoorden mogelijk
30
Partner voor bestuur en beleid
Mantelzorg Hulp van anderen Mantelzorgers staan er vaak niet alleen voor. Zij kunnen hulp krijgen van bijvoorbeeld andere familieleden, vrienden, buren of vrijwilligers. In Papendrecht zeggen zes op de tien mantelzorgers hulp van anderen te krijgen (figuur 3.5). Dit is vergelijkbaar met de metingen hiervoor.
3.5 Hulp van anderen
59%
Spilzorg Vier op de tien mantelzorgers pakken de zorg voor hun naaste alleen op. Mantelzorgers die er alleen voor staan en meer dan 20 uur per week zorgen, noemen we spilzorgers. Zij zijn de spil in het leven van hun naaste. In de Drechtsteden gaat het om 5% van alle mantelzorgers.1 Dit komt neer op 1% van alle Drechtstedelingen van 18 jaar en ouder, wat gelijk is aan 2017 en 2019. Hoewel het om een kleine groep gaat, is het risico op overbelasting bij spilzorgers groot.
2021 2019 2017
0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90%
100%
Toelichting: omkaderde staven in de grafiek wijzen op een significante toename of afname t.o.v. 2019; als er geen kaders om de staven staan is er dus geen verschil met 2019.
Ervaren belasting Aan de ene kant kan het geven van mantelzorg een gevoel van voldoening geven bij de mantelzorger. Aan de andere kant kunnen mantelzorgers overbelast raken door het geven van langdurige en/of intensieve zorg. Figuur 3.6 laat zien dat twee derde van de mantelzorgers in Papendrecht (68%) hun mantelzorgtaken goed kan combineren met hun dagelijkse activiteiten. De overige 32% heeft in meer of mindere mate moeite met het combineren van mantelzorgtaken met hun eigen dagelijkse bezigheden. Naar eigen zeggen geldt voor 1% dat zij overbelast zijn geraakt door het geven van mantelzorg. Vergeleken met 2017 zeggen meer mantelzorgers dat zij de taken goed kunnen combineren. Het aandeel overbelaste mantelzorgers is afgenomen van 4% naar 1%. In ons onderzoek vragen we naar het gemak waarmee de mantelzorgtaken gecombineerd kunnen worden met de gebruikelijke dagelijkse activiteiten. Het aandeel mantelzorgers in Papendrecht dat hier moeite mee heeft is in vier jaar tijd afgenomen. Uit landelijk onderzoek van I&O Research komt naar voren dat veel mantelzorgers de zorg tijdens de coronacrisis echter wel als zwaarder ervaren.
Er is minder hulp van anderen beschikbaar, mantelzorgers zijn bang om hun naaste te besmetten en men heeft minder mogelijkheden voor ontspanning naast de mantelzorg.2 1: Vanwege het lage aantal waarnemingen per gemeente rapporteren we dit cijfer voor de Drechtsteden. 2: I&O Research (2021). Mantelzorg tijdens de coronacrisis. Amsterdam: I&O Research.
3.6 Ervaren belasting mantelzorgers
2021
68%
2017
26%
57% 0%
20%
33% 40%
kan mantelzorg goed combineren vaak moeite om te combineren
60%
5%
6% 4% 80%
100%
soms lastig om te combineren overbelast geraakt
Toelichting: gearceerde staven in de grafiek wijzen op een significant verschil t.o.v. 2017; als er geen gearceerde staven staan is er dus geen verschil met 2017.
Partner voor bestuur en beleid
Mantelzorg Gebruik van mantelzorgondersteuning Met de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor de ondersteuning van mantelzorgers. Ook in Papendrecht worden verschillende vormen van mantelzorgondersteuning aangeboden. We hebben mantelzorgers gevraagd of zij gebruik maken van deze ondersteuning. Slechts 4% van hen zegt hier gebruik van te maken. Dit is vergelijkbaar met de voorgaande metingen. Ook in landelijk onderzoek blijft het gebruik van mantelzorgondersteuning stabiel in de afgelopen jaren.1
Wil men (meer) gebruik maken van mantelzorgondersteuning? De vraag is of mantelzorgers meer gebruik van mantelzorgondersteuning zouden willen maken. Figuur 3.7 laat zien dat zes op de tien mantelzorgers het prima redden zonder mantelzorgondersteuning of met de huidige ondersteuning die zij al gebruiken. Daarnaast zegt een kwart zich geen mantelzorger te voelen. Deze groep bestaat voornamelijk uit mensen die incidenteel of minder dan 4 uur per week zorgen. Het merendeel geeft dus aan geen behoefte te hebben aan mantelzorgondersteuning. Een kleine groep zegt wel meer gebruik te willen maken van ondersteuning, maar mist bijvoorbeeld informatie over de mogelijkheden of weet niet hoe men dit kan regelen.
3.7 Wil men (meer) ondersteuning gebruiken?
nee, red het nog prima
nee, voel me geen mantelzorger
23%
ja, bij meer/betere informatie over mantelzorgondersteuning
7%
ja, bij nieuwe vormen die beter aansluiten op behoefte
5%
ja, als duidelijker wordt hoe mantelzorgondersteuning te regelen
4%
ja, als regelen ervan minder tijd/geld kost
2%
ja, als ik meer tijd heb om bijeenkomsten/cursussen te volgen
2%
Het gebruik van mantelzorgondersteuning is dus beperkt. Daar tegenover kunnen we stellen dat veel mantelzorgers hier ook geen behoefte aan hebben. Ondersteuning is het meest belangrijk voor degenen die zich het zwaarst belast voelen. 1: SCP (2021). Een jaar met corona. Ontwikkelingen in de maatschappelijke gevolgen van corona. Den Haag: SCP.
63%
anders
4% 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90%
100%
Toelichting: meerdere antwoorden mogelijk
32
Partner voor bestuur en beleid
Vrijwillige inzet Partner voor bestuur en beleid
Vrijwillige inzet Inleiding Naast mantelzorg zijn er meer manieren waarop mensen op vrijwillige basis iets voor anderen kunnen betekenen. Bijvoorbeeld door het doen van vrijwilligerswerk.
Vrijwilligerswerk definiëren we als:
“Werk dat in enig georganiseerd verband onverplicht en onbetaald wordt verricht ten behoeve van anderen of de samenleving.“ 1 Het gaat hierbij dus om niet-beroepsmatige participatie in een organisatie. Naast vrijwilligerswerk kunnen inwoners ook vrijwillig actief zijn in de eigen buurt. In dit hoofdstuk bekijken we deze twee vormen van vrijwillige inzet.
Inhoudsopgave
Vrijwilligerswerk
Actief in de buurt
1: Definitie ontleend aan het CBS
34
Partner voor bestuur en beleid
Vrijwillige inzet Vrijwilligerswerk Bijna een kwart van de inwoners van Papendrecht (23%) heeft in de afgelopen 12 maanden vrijwilligerswerk gedaan. Dit percentage ligt significant lager dan in 2017, toen 37% aangaf zich vrijwillig te hebben ingezet. We verwachten dat de beperkingen tijdens de coronacrisis hier een rol hebben gespeeld. Contacten met anderen werden beperkt en veel sociale activiteiten gingen niet of in aangepaste vorm door. Toch zien we verderop in het hoofdstuk Effect van de Coronacrisis dat er ook inwoners zijn die aangeven juist meer vrijwilligerswerk te zijn gaan doen tijdens de coronacrisis. Ook uit landelijke onderzoeken1,2 komt naar voren dat
Nederlanders tijdens de pandemie over het algemeen minder vrijwilligerswerk deden dan daarvoor. Hoewel we geen exacte vergelijking kunnen maken met deze onderzoeken, zien we wel overal een daling. Figuur 4.1 toont ook het aandeel vrijwilligers per wijk. In Wilgendonk doen meer inwoners aan vrijwilligerswerk dan gemiddeld in Papendrecht (31%). In Kraaihoek vinden we daarentegen juist minder vrijwilligers (15%). Ten opzichte van 2017 is in alle wijken het aandeel vrijwilligers afgenomen, behalve in Molenvliet en Wilgendonk.
Waar doet men vrijwilligerswerk? De meeste vrijwilligers in Papendrecht zijn actief bij een godsdienstige of levensbeschouwelijke organisatie (30% van de vrijwilligers niet in tabel), een sportvereniging (25% niet in tabel) of een zorg/welzijnsorganisatie (17% niet in tabel). In tabel 4.1 hebben we het aandeel vrijwilligers ten opzichte van het totaal aantal inwoners in Papendrecht weergegeven. Het percentage inwoners dat vrijwilligerswerk doet voor een sportvereniging of zorg/welzijnsorganisatie is noemenswaardig kleiner dan vier jaar geleden. Vergeleken met 2017 is vrijwilligerswerk voor school, crèche of peuterspeelzaal uit de top 5 gevallen. Dit aandeel is gedaald van 5% in 2017 naar 1% in 2021. 1: SCP (2021). Een jaar met corona. Ontwikkelingen in de maatschappelijke gevolgen van corona. Den Haag: SCP. 2: Cijfers uit het onderzoek Sociale samenhang en welzijn van het CBS.
4.1 Vrijwilligerswerk gedaan in afgelopen 12 maanden 19%
Westpolder
27%
Molenvliet 15%
Kraaihoek
27%
Middenpolder
2021
31%
Wilgendonk De Kooy-Oosteind
25%
Oostpolder
25%
2017
23%
Papendrecht 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Toelichting: omkaderde staven in de grafiek wijzen op een significante toename of afname t.o.v. 2017; als er geen kaders om de staven staan is er dus geen verschil met 2017. Wijken met een omcirkeld percentage scoren in 2021 significant boven of onder het gemiddelde van Papendrecht; als er geen omcirkelde percentages staan is er in 2021 dus geen verschil tussen de wijk en het Papendrechts gemiddelde.
Tabel 4.1 Top 5 vrijwilligerswerk (%) 2017
2021
godsdienstige of levensbeschouwelijke organisatie
9
7
sportvereniging
9
6
zorg/welzijnsorganisatie
8
4
goed doel / organisatie met maatschappelijk doel
3
3
culturele organisatie
2
2
Toelichting: % van totaal aantal inwoners van Papendrecht. De vraag is alleen gesteld aan respondenten die 'ja' antwoordden op de vraag 'Heeft u in de afgelopen 12 maanden vrijwilligerswerk gedaan?'. Pijltjes wijzen op een significante toename of afname t.o.v. 2017; als er geen pijltjes staan is er dus geen verschil met 2017.
Partner voor bestuur en beleid
Vrijwillige inzet Vrijwillig actief zijn in de eigen buurt Naast het doen van vrijwilligerswerk kunnen inwoners ook vrijwillig actief zijn in hun eigen buurt. In tegenstelling tot vrijwilligerswerk, hoeft dit niet altijd plaats te vinden in georganiseerd verband. Dit kan ook zijn het helpen van een eenzame buurtbewoner of het schoonhouden van de straat.
Eén op de tien inwoners van Papendrecht is in de afgelopen 12 maanden vrijwillig actief geweest in de eigen buurt (11%). Voor Papendrecht als geheel is dit, in tegenstelling tot vrijwilligerswerk, niet anders dan in 2017. Als we kijken naar de verschillende wijken is er voor twee wijken wel een noemenswaardig verschil met vier jaar geleden te zien. In De Kooy-Oosteind is het aandeel inwoners dat zich inzette voor de eigen buurt gedaald van 21% naar 11%. In de wijk Molenvliet is het aandeel juist gestegen (van 7% naar 16%).
Wat doet men in de buurt? De meeste Papendrechters die actief geweest zijn in hun eigen buurt hebben buurtbewoners geholpen die dat nodig hadden. Bijvoorbeeld door even langs te gaan, boodschappen te doen of toe te zien op de kinderen (54% van de actieven). Ruim een derde (36%) heeft schoongemaakt, opgeruimd of groen bijgehouden in de buurt en 13% heeft buurtactiviteiten georganiseerd. Ook hier hebben we deze cijfers afgezet tegen de totale bevolking in Papendrecht (tabel 4.2). Er zijn geen verschillen met 2017. Wel is buurtpreventie uit de top 3 gevallen.
4.2 Vrijwillig actief geweest in de buurt 11%
Westpolder
16%
Molenvliet
12%
Kraaihoek
10%
Middenpolder
2021
7%
Wilgendonk De Kooy-Oosteind
11%
Oostpolder
10%
Papendrecht
11% 0%
10%
20%
2017
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90%
100%
Toelichting: omkaderde staven in de grafiek wijzen op een significante toename of afname t.o.v. 2017; als er geen kaders om de staven staan is er dus geen verschil met 2017. Wijken met een omcirkeld percentage scoren in 2021 significant boven of onder het gemiddelde van Papendrecht; als er geen omcirkelde percentages staan is er in 2021 dus geen verschil tussen de wijk en het Papendrechts gemiddelde.
Tabel 4.2 Top 3 actief zijn in de buurt (%) 2017
2021
buurtbewoners helpen die dat nodig hebben
6
7
buurt schoonmaken, opruimen of groen bijhouden
4
4
buurtactiviteiten organiseren
2
1
Toelichting: % van totaal aantal inwoners van Papendrecht. De vraag is alleen gesteld aan respondenten die 'ja' antwoordden op de vraag ' Bent u in de afgelopen 12 maanden in uw buurt vrijwillig actief geweest?'. Pijltjes wijzen op een significante toename of afname t.o.v. 2017; als er geen pijltjes staan is er dus geen verschil met 2017.
Partner voor bestuur en beleid
Participatie Partner voor bestuur en beleid
Participatie Inleiding In dit hoofdstuk kijken we naar participatie, ofwel: meedoen in de samenleving. Het uitgangspunt is dat dit voor iedereen geldt, ongedacht leeftijd, geslacht, beperking enzovoort. Meedoen in de samenleving draagt bij aan meer sociale contacten en eigen kracht. Movisie omschrijft participatie als volgt:
“Het hebben van werk, het volgen van onderwijs, het verrichten van vrijwilligerswerk en betrokken zijn bij leefbaarheid van de eigen omgeving” In de volgende pagina’s behandelen we allereerst de indexscore Participatie. Deze index geeft een algeheel beeld van de mate waarin inwoners van Papendrecht participeren in hun gemeente. Daarna gaan we meer in detail in op enkele aspecten van participatie. Vrijwillige inzet valt eveneens onder participatie maar hebben we in het vorige hoofdstuk al in kaart gebracht.
Inhoudsopgave
Indexscore Participatie
Lidmaatschap van verenigingen en organisaties
Activiteiten binnen en buiten verenigingsverband
Sportfrequentie
38
Partner voor bestuur en beleid
Indexscore Participatie Net als voor Eigen Kracht hebben we een indexscore ontwikkeld die een algeheel beeld geeft van de participatie van inwoners van Papendrecht. Zie figuur 5.1 hiernaast. De indexscore wordt opgebouwd door een aantal onderwerpen samen te nemen, zie het blauwe blok hieronder. De hoogte van de indexscore bepaalt vervolgens in welke groep iemand valt: <3=laag
>3 en <7= gemiddeld
>7 =hoog
De gemiddelde score is in 2021 met 5.4 significant lager dan in 2017 (6.9). In figuur 5.1 is dit bijvoorbeeld terug te zien in de meer dan verdrievoudiging van de groep die ‘laag’ scoort. De groep die ‘hoog’ scoort, is juist kleiner geworden. Dit lijkt een logisch gevolg van de beperkingen door de coronacrisis (zie ook het volgende hoofdstuk). Zes van de tien Papendrechters (59%, niet in figuur) hebben betaald werk of volgen een opleiding. Dertien procent volgt een studie of gaat naar school, iets meer dan 2017. Op andere plekken in de rapportage zien we hoe de verschillende componenten van de index zich ontwikkelden tussen 2017 en 2021. Vier van de vijf onderdelen wijken significant af van 2017 en leiden tot de daling in de Indexscore Participatie. Dit geldt voor 'activiteiten ondernemen', sociaal isolement', 'vrijwilligerswerk' en ‘subjectieve beleving aantal contacten'.
Indexscore ‘Participatie’ Onderwerpen die gezamenlijk de index bepalen: • activiteiten ondernemen • sociaal isolement • subjectieve beleving aantal contacten • werk/opleiding • vrijwilligerswerk
Participatie 5.1 Index Participatie
2021
31%
2017
52%
54%
0%
20%
41%
40%
hoog
17%
60%
gemiddeld
5%
80%
100%
laag
Toelichting: gearceerde staven in de grafiek wijzen op een significant verschil t.o.v. 2017; als er geen gearceerde staven staan is er dus geen verschil met 2017.
“Ik ben mantelzorger voor mijn 86-jarige moeder” Inwoner van Papendrecht
Passieve participatie (zoals niet-actief lidmaatschap van verenigingen of het steunen van organisaties) sluiten we uit, omdat mensen hiervoor niet altijd de deur uit hoeven of in contact hoeven te treden met anderen. Toelichting: het gaat in dit onderzoek om inwoners van 18 jaar of ouderen die zelfstandig wonen. Een uitgebreide beschrijving van de indexscore vindt u in de bijlage.
39
Partner voor bestuur en beleid
Participatie 5.2 Index: aandeel laag participerende inwoners per wijk Inwoners die weinig participeren Lage participatie duidt op een meer kwetsbare groep mensen. In figuur 5.2 is de groep Papendrechters die laag scoort (17%) op de participatie index uitgesplitst naar wijk. De wijken Westpolder, Molenvliet, Middenpolder, De KooyOosteind en Oostpolder volgen ongeveer hetzelfde patroon als Papendrecht als geheel en hebben allen te maken met een significante toename van laag participerende inwoners in vergelijking met 2017. Voor de wijken Kraaihoek en Wilgendonk is er geen significante toename ten opzichte van 2017.
Er zijn verschillende redenen voor het feit dat de participatie in de ene wijk lager ligt dan in de andere. Dit is mede afhankelijk van de samenstelling en kenmerken van de wijk. In de volgende pagina bekijken we de relatie tussen een aantal persoonskenmerken en de mate van participatie.
22%
Westpolder
17%
Molenvliet
19%
Kraaihoek
16%
Middenpolder
11%
Wilgendonk
2021 2017
17%
De Kooy-Oosteind
16%
Oostpolder
17%
Papendrecht 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Toelichting: Omkaderde staven in de grafiek wijzen op een significante toename of afname t.o.v. 2017; als er geen kaders om de staven staan is er dus geen verschil met 2017. Wijken met een omcirkeld percentage scoren in 2021 significant boven of onder het gemiddelde van Papendrecht; als er geen omcirkelde percentages staan is er in 2021 dus geen verschil tussen de wijk en het Papendrechts gemiddelde
Partner voor bestuur en beleid
Participatie Tabel 5.1 Participatie naar achtergrondkenmerken (%) Participatie naar ervaren gezondheid, opleiding, leeftijd en langdurige gezondheidsbeperkingen
score op index Participatie laag
gemiddeld
hoog
17
52
31
zeer goed
7
54
39
Ervaren gezondheid heeft de grootste invloed op de mate waarin iemand participeert. Hoe beter iemand zijn eigen gezondheid ervaart, hoe meer hij/zij participeert. Van de mensen met een zeer goed ervaren gezondheid heeft 39% een hoge score hoog op de index, tegenover 5% van de Papendrechters met een (zeer) slechte gezondheid.
goed
9
54
37
gaat wel
32
48
20
(zeer) slecht
60
35
5
Opleiding is de tweede factor van belang. Drie op de tien Papendrechters zonder opleiding of met een lage opleiding heeft een lage score op de participatie index. De meeste participatie zien we bij hoogst opgeleiden, 43% van de hbo/wo opgeleiden scoort hoog.
opleiding geen opleiding/basisonderwijs
32
59
9
vmbo, mavo, mulo, lbo/mbo 1
30
56
14
mbo 2, 3 of 4/havo, vwo, hbs, mms
15
49
36
hbo/wo
8
49
43
18-34 jaar
9
53
38
35-64 jaar
18
46
36
65 jaar en ouder
26
61
13
ja
33
50
17
nee
9
52
39
In de tabel hiernaast staan de vier achtergrondkenmerken die het meest bepalend zijn voor de mate van participatie van Papendrechters in volgorde van belangrijkheid. We zien hoe ervaren gezondheid, opleiding, leeftijd en het al dan niet hebben van een langdurige ziekte of beperking, samenhangen met de score op de participatie index.
Ook leeftijd heeft invloed op iemands participatie. De 18 tot 34 jarigen participeren het meest (38% heeft een hoge score) en de 65+ers het minst (13% heeft een hoge score). Tenslotte is het hebben van een of meer langdurige ziekten, aandoeningen of beperkingen van invloed op de mate van participatie. Papendrechters met dit soort beperkingen participeren minder dan zij die geen gezondheidsbeperkingen ervaren. In tabel 5.1 zie u alles op een rij: • Hoe hoger de ervaren gezondheid, hoe meer participatie. • Hoe hoger de opleiding, hoe meer participatie. • Hoe jonger, hoe meer participatie. • Langdurige ziekte hangt samen met minder participatie.
gemiddelde Papendrecht
ervaren gezondheid
leeftijd
langdurige ziekte, aandoening of beperking
Partner voor bestuur en beleid
Participatie Lidmaatschap vereniging/organisatie In totaal is 76% van de Papendrechters van 18 jaar en ouder lid van een vereniging/organisatie. Dit is praktisch gelijk aan 2017. Ook tussen de wijken is geen verschil met 2017. In tabel 5.4 staat de top 5 meest voorkomende verenigingen/organisaties waar inwoners lid van zijn. Er zijn geen noemenswaardige veranderingen ten opzichte van 2017. Uitzondering hierop is het aantal mensen dat lid is van een sportvereniging. Dit aandeel nam wel aanzienlijk af van 36% in 2017 tot 24% in 2021. Landelijk was 22% van de volwassenen eind 2020 lid van een sportvereniging1. Omdat het lidmaatschap bij overige sportaanbieders, zoals een fitnesscentrum, in 2017 niet en in 2021 wel is uitgevraagd is de daling bij sportverenigingen waarschijnlijk hier mede debet aan. Op de volgende pagina gaan we verder in op de sportfrequentie.
Activiteiten doen Naast activiteiten in verenigingsverband kunnen mensen ook andere activiteiten samen doen, zoals samen koffie drinken, samen koken of een uitstapje maken. In figuur 5.4 en 5.5 staat hoe actief inwoners binnen en verenigingsverband zijn.
5.2 Top 5 lidmaatschap vereniging/organisatie 2017
2021
28
27
-
26
bibliotheek
28
25
sportvereniging
36
24
organisatie met maatschappelijk doel
14
15
kerk/moskee overige sportaanbieders
Toelichting: % van totaal aantal inwoners Papendrecht;
- = niet voorgelegd in 2017 pijltjes wijzen op een significante toename of afname t.o.v. 2017; als er geen pijltjes staan is er dus geen verschil met 2017.
5.4 Activiteiten in verenigingsverband doen: afgelopen 12 maanden 2021
15%
24%
2017
61%
43% 0%
20%
23% 40% (heel) vaak
34% 60%
af en toe
80%
100%
(bijna) nooit
Duidelijk zichtbaar is de afname in activiteit voor de groep inwoners die (heel) vaak activiteiten onderneemt in verenigingsverband vergeleken met 2017. De groep die (bijna) nooit activiteiten in verenigingsverband doet, is juist sterk gestegen.
5.5 Activiteiten buiten verenigingsverband doen: afgelopen 12 maanden
De activiteiten buiten verenigingsverband worden juist iets meer ondernomen dan in 2017.
2021
Ook hierbij is aannemelijk dat de coronacrisis van invloed is. Het past hierbij dat de impact op activiteiten in verenigingsverband daarbij groter is dan daarbuiten. 1: Dool, R. van den (2021). Sportdeelname en lidmaatschap 20122020, factsheet 2021/20. Mulier instituut, Utrecht.
28%
2017
30%
22% 0%
42%
32% 20%
40% (heel) vaak
46% 60% af en toe
80%
100%
(bijna) nooit
Toelichting: gearceerde staven in de grafiek wijzen op een significant verschil t.o.v. 2017; als er geen gearceerde staven staan is er dus geen verschil met 2017.
Partner voor bestuur en beleid
Participatie Sport
5.6 Sportfrequentie in de afgelopen 12 maanden
In de pagina hiervoor hebben we gezien dat 26% van de Papendrechters lid is van een ‘overige sportaanbieder’(zoals een sportschool) en/of een sportvereniging (24%). Uiteraard sporten mensen ook buiten verenigingsverband. Figuur 5.6 laat de sportfrequentie van inwoners zien volgens de volgende definitie: "Het gaat om activiteiten die u in de afgelopen twaalf maanden heeft gedaan volgens gebruiken en regels uit de sportwereld. U moet dus denken aan bijvoorbeeld voetbal, badminton, fitness, toerfietsen en schaken, maar niet aan yoga, tuinieren, puzzelen of fietsen naar het werk of naar de supermarkt. Sporten die u tijdens de vakanties heeft beoefend, tellen wel mee." Er zijn duidelijke veranderingen opgetreden in de sportfrequentie van Papendrechters tussen 2017 en 2021. Er wordt minder gesport. Alleen de groep fanatiekste sporters bleef even groot. Ruim 5 van de 10 inwoners van Papendrecht zegt niet te hebben gesport in het afgelopen (corona) jaar. Vier jaar geleden waren dat er nog ruim 4 van de 10. De groep die in ieder geval een keer per week sportten daalde van 14% naar 10%.
2021
54%
2017
7%
44%
0%
20% 0 keer
8%
40% 1-11 keer
12-59 keer
15%
19%
10%
14%
60%
80%
60-119 keer
120 keer of meer
14%
15%
100%
Toelichting: gearceerde staven in de grafiek wijzen op een significant verschil t.o.v. 2017; als er geen gearceerde staven staan is er dus geen verschil met 2017.
Afgezet naar leeftijd blijkt de sportfrequentie af te nemen met de leeftijd. Zo geldt voor 35% van de 18-34 jarigen dat ze nooit sporten. Dit is 55% voor de leeftijdsgroep 3564 jarigen en 70% voor de groep 65+’ers. Ruim 2 op de 10 Papendrechters van 18 tot en met 34 jaar sport meer dan twee keer per week. Uit onderzoek van het RIVM1 naar sport- en beweeggedrag in 2020 blijkt dat 30 tot 50 procent van de bevolking aangeeft dat ze tijdens de coronacrisis minder zijn gaan sporten/bewegen. 1: Sport- en Beweeggedrag in 2020. p. 37, 40-41. RIVM, 2020
43
Partner voor bestuur en beleid
Suggesties van inwoners voor de gemeente De gemeente Papendrecht wil graag dat zo veel mogelijk inwoners kunnen meedoen in Papendrecht. Heeft u hiervoor suggesties of een advies voor de gemeente? Van de 927 respondenten hebben 92 inwoners in de open ruimte hun suggesties gedaan op de vraag wat de gemeente Papendrecht kan doen zodat zoveel mogelijk inwoners mee kunnen doen. Veel suggesties kunnen we onderbrengen in één van de volgende categorieën:
Communicatie(-middelen) & burgerparticipatie “Blijf adviezen, bekendmakingen e.d. voor ouderen vooral ook op papier of krant uitgeven.” 46 inwoners benoemen het belang van communicatie of hebben een suggestie op dit gebied. Het belang van offline communiceren wordt meermaals benadrukt, met name om de informatie toegankelijk voor ouderen te houden. Ditzelfde geldt voor persoonlijk in contact komen met inwoners. Een tiental inwoners doen suggesties voor manieren om het contact te verbeteren, zoals een buurtpanel of meer communiceren via de sportvereniging. Ook roepen meerdere bewoners op om in contact te zijn met de burgers, hen betrokken te houden en de keuzes samen met hen te maken: “Luisteren naar wat er speelt en... er ook ècht iets mee doen!”
Faciliteiten “Laat de bibliotheek blijven! Onmisbaar!” 21 mensen noemen een faciliteit of voorziening in hun opmerking. Hiervan noemt een groot deel de waarde van de bibliotheek en het belang om deze te behouden. Ook wordt meerdere keren een ontmoetingscentrum, buurthuis of een soortgelijke plek genoemd waarin inwoners elkaar kunnen ontmoeten.
Activiteiten & evenementen “Het zou leuk zijn als er nog meer georganiseerd kon worden in Papendrecht, zoals verschillende soorten markten.” Er wordt diverse keren (16) de wens aangegeven dat er meer wordt georganiseerd in Papendrecht. Een aantal keer wordt een concrete activiteit en/of evenement gesuggereerd, zoals een het organiseren van ouderengymnastiek, een activiteitendag en jeugdtoernooien. Tot slot valt op dat er regelmatig expliciet aandacht wordt gevraagd voor jongeren.
44
Partner voor bestuur en beleid
Effecten van de Coronacrisis Partner voor bestuur en beleid
Effect van de Coronacrisis De invloed van de Coronapandemie
6.1 Invloed op werk
We zagen in het vorige hoofdstuk dat de coronacrisis invloed heeft gehad op de participatie mogelijkheden en het gedrag van mensen in Papendrecht. De coronacrisis heeft dus invloed gehad op het sociaal functioneren van mensen. Bij de open vragen over mantelzorg en vrijwilligerswerk bijvoorbeeld geven respondenten aan dat corona een negatieve invloed heeft gehad op hun activiteiten en zorg verlenende handelingen naar anderen. Aan het einde van de vragenlijst was er ruimte voor opmerkingen. Ook daar troffen we opmerkingen aan die betrekking hadden op de coronaepidemie. Zo schreef iemand "Door corona wordt je leven heel anders. Je kunt niet zomaar bij iemand op bezoek gaan en ook het verenigingsleven en kerkbezoek ligt stil.
kan werk behouden werk kwijt geraakt
4%
onzeker
5%
tijdelijk ander werk
Invloed op financiën In Papendrecht heeft het grootste deel van de volwassenen in de werkzame leeftijd geen verandering meegemaakt in hun financiën tijdens de coronacrisis (77%). Voor 16% gold dat hun financiën verslechterde en voor 7% verbeterde de financiën. Het Sociaal Cultureel Planbureau1 constateert in een onderzoek over de effecten van de coronacrisis dat een verslechtering van de financiële situatie vooral voorkomt bij mensen die al een laag inkomen hadden. Dit effect zien we ook in Papendrecht terug. Onder Papendrechters die hun inkomen typeren als minimuminkomen/bijstandsniveau verslechterde bij 32% hun inkomen. Bij degenen die hun spaargeld moesten aanspreken of schulden moeten maken, zag 58% hun financiële positie verslechteren door de coronacrisis.
2%
geen van bovenstaande
Invloed op werk Op het gebied van werk is het beeld niet helemaal duidelijk. Al heeft de helft van de Papendrechters in de werkzame leeftijd zijn of haar werk behouden (52%); 40% lijkt geen antwoordcategorie te hebben gevonden voor zijn of haar situatie, hetgeen moeilijk verder te duiden is. Wel duidelijk is dat slechts 4% zijn werk is kwijt geraakt, 2% heeft tijdelijk ander werk gevonden en voor 5% is het onzeker op werkgebied.
52%
40% 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90%
100%
Toelichting: % van werkzame inwoners in Papendrecht van 18-68 jaar, meerdere antwoorden mogelijk
6.2 Invloed op financiën 7%
0%
77%
10%
20%
30%
beter geworden
40%
50%
16%
60%
niet veranderd
70%
80%
90%
100%
slechter geworden
Toelichting: % van werkzame inwoners in Papendrecht van 18-68 jaar
1: Een jaar met Corona. Ontwikkelingen in de maatschappelijke gevolgen van corona. Sociaal en Cultureel Planbureau, Den Haag 2021
Partner voor bestuur en beleid
Effect van de Coronacrisis Financiën die verslechterden verschillen per wijk In twee wijken zien we noemenswaardige verschillen met Papendrecht als geheel. In de wijk Kraaihoek geven meer mensen dan gemiddeld in Papendrecht aan dat hun financiële situatie verslechterde in de coronacrisis, te we weten een op de vier. In de wijk Wilgendonk daarentegen geldt dat slechts voor 8% van de inwoners.
6.3 Financiën slechter geworden naar wijk Westpolder
21%
Molenvliet
8%
Kraaihoek
25%
Middenpolder
16%
Wilgendonk
8%
De Kooy-Oosteind
12%
Oostpolder
17%
Papendrecht
16% 0
0,1
0,2
0,3
0,4
0,5
0,6
0,7
0,8
0,9
1
Toelichting: Wijken met een omcirkeld percentage scoren in 2021 significant boven of onder het gemiddelde van Papendrecht; als er geen omcirkelde percentages staan is er in 2021 dus geen verschil tussen de wijk en het Papendrechts gemiddelde
Partner voor bestuur en beleid
Effect van de Coronacrisis Vrijwillige inzet tijdens de coronacrisis Sinds het uitbreken van de pandemie heeft de overheid ons in meer of mindere mate beperkingen opgelegd met betrekking tot sociale activiteiten en het ontmoeten van andere mensen. De mogelijkheden voor het doen van vrijwilligerswerk werden hierdoor kleiner. Aan de andere kant hielden sommigen juist meer vrije tijd over door het wegvallen van bestaande activiteiten of werk. Hoe heeft de coronacrisis invloed gehad op de vrijwillige inzet van Papendrechters? Eén op de zes inwoners (16%) zegt door het uitbreken van de coronacrisis minder vrijwilligerswerk te hebben gedaan dan normaal. Daar tegenover staat 5% die aangeeft juist méér vrijwilligerswerk te zijn gaan doen door de epidemie. De reden hiervoor is niet uitgevraagd in dit onderzoek, maar wellicht hadden zij meer tijd om zich vrijwillig in te zetten of waren ze meer gemotiveerd. Voor bijna acht op de tien heeft de coronacrisis geen invloed gehad op de hoeveelheid vrijwilligerswerk die zij verrichtten.
Extra aandacht voor anderen Tijdens de coronacrisis ontstonden er groepen mensen die meer aandacht of hulp nodig hadden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om mensen die besmet raakten met het virus of in sociaal isolement raakten. Nieuwe initiatieven om kwetsbaren te helpen werden opgericht. Bijna de helft van de Papendrechters geeft aan familie, vrienden of buren te hebben geholpen die extra hulp of aandacht nodig hadden door de coronacrisis. Eén op de twaalf heeft zich vanuit een organisatie of vereniging vrijwillig ingezet voor mensen die extra hulp of aandacht nodig hadden.
6.4 Vrijwilligerswerk in de coronacrisis
ben meer vrijwilligerswerk gaan doen
5%
ben minder vrijwilligerswerk gaan doen
16%
geen van beide
79%
0%
20%
40%
60%
80%
100%
6.5 Extra aandacht voor anderen in de coronacrisis extra aandacht familie, vrienden of buren extra aandacht vanuit organisatie/vereniging
47%
8% 0%
92% 20% ja
48
53%
40%
60%
80%
100%
nee
Partner voor bestuur en beleid
Effect van de Coronacrisis Sociale contacten tijdens de coronacrisis Tijdens de coronacrisis zijn er minder mogelijkheden (geweest) om familie en vrienden te ontmoeten. In hoeverre hebben Papendrechters hier moeite mee? Driekwart (33% + 41%) vindt het moeilijk minder af te kunnen spreken met familie en vrienden. Een derde vindt dit zelfs heel moeilijk (figuur 6.5). Daarnaast zegt 72% familie en vrienden om zich heen te missen. Toch is de helft (49%) tevreden over de kwaliteit van het contact met de mensen om zich heen; ruim een kwart is hier echter niet tevreden over. We kunnen hieruit concluderen dat een groot deel van de Papendrechters moeite heeft (gehad) met de beperking van sociale contacten. Een kleine groep ondervindt (of ondervond) weinig problemen.
Eenzaamheid tijdens de coronacrisis
6.6 Stellingen over contact tijdens coronacrisis Ik vind het moeilijk dat ik minder kan afspreken met familie en vrienden
33%
Ik mis familie en vrienden om me heen
31%
Ik ben tevreden over de kwaliteit van het contact met familie en vrienden
17%
41%
8%
41%
0%
20%
zeer mee eens
mee eens
17%
25% 40%
neutraal
6.7 Eenzaam gevoeld in afgelopen 12 maanden
De helft van de inwoners heeft zich in de afgelopen 12 maanden eenzaam gevoeld (figuur 6.6). Vier op de tien gaven aan zich soms eenzaam te voelen, 8% voelde zich vaak eenzaam en een enkeling (2%) altijd. In figuur 6.7 zien we welke rol de coronacrisis hierbij heeft gespeeld. Bijna vier op de tien inwoners (39%) zegt zich vaker eenzaam te voelen door de crisis. Een kleine groep van 6% voelt zich juist minder eenzaam. Voor de meerderheid (55%) maakt het geen verschil. Jongeren van 18 t/m 34 jaar geven significant vaker aan zich vaker eenzaam te voelen door de coronacrisis (48%). Dit is in lijn met bevindingen van I&O Research. 1 Het gemis aan contacten op school en met vrienden, het gebrek aan activiteiten en het missen van een perspectief zorgen voor gevoelens van eenzaamheid onder jongeren.2
41%
8%
18%
60% mee oneens
7%
8%
80%
100%
zeer mee oneens
6.8 Vaker eenzaam door coronacrisis?
2% 8%
39% 50%
55%
40%
6%
1: https://www.ioresearch.nl/actueel/veel-jongeren-voelen-zich-nuslechter-dan-voor-coronacrisis/ 2: https://www.movisie.nl/artikel/eenzaamheid-onder-jongerentijdens-coronacrisis
nee
ja, soms
ja, vaak
ja, altijd
geen verschil
minder vaak
vaker
Partner voor bestuur en beleid
Bijlage 1 Tabellen Partner voor bestuur en beleid
Kernindicatoren per wijk B.1 Aandeel inwoners van Papendrecht dat… is/heeft (in %) Middenpolder
De KooyOosteind
Westpolder
Molenvliet
Kraaihoek
Wilgendonk
Oostpolder
Papendrecht
2017
2021
2017
2021
2017
2021
2017
2021
2017
2021
2017
lid vereniging
71
79
76
79
72
73
81
78
76
70
onvoldoende sociale contacten a
8
31
5
29
5
29
4
25
6
sociaal geïsoleerd
4
14
2
8
10
13
4
6
mantelzorger b
22
19
27
23
27
21
25
mantelzorger bekend met ondersteuning b
73
62
69
68
56
66
mantelzorger die zich overbelast voelt b c
-
-
-
-
-
vrijwilliger
35
19
36
27
actief in de buurt
13
11
7
weinig eigen kracht (o.b.v. indexscore)
5
9
nauwelijks participeert (o.b.v. indexscore)
4
22
regio
2021
2017
2021
2017
2021
2017
2021
80
78
80
80
75
76
76
77
27
4
31
5
40
6
30
8
29
6
7
4
9
5
8
6
10
8
10
22
22
19
28
23
25
21
24
20
25
22
42
60
63
70
67
43
50
74
61
65
56
63
-
-
-
-
-
-
-
-
-
4
1
3
2
38
15
43
27
33
31
42
25
41
25
37
23
36
25
16
13
12
15
10
8
7
21
11
14
10
12
11
13
11
6
6
9
15
2
6
0
2
5
4
4
8
5
8
5
6
2
17
11
19
3
16
5
11
0
17
6
16
5
17
6
14
a in 2021 is de vraagstelling iets aangepast: 2017: Vindt u dat u voldoende contacten met andere mensen hebt?
2021: Vindt u dat u in de afgelopen 12 maanden voldoende contacten met andere mensen had? b mantelzorgers die meer dan 8 uur per week en/of langer dan 3 maanden zorgen c vanwege het beperkte aantal respondenten kunnen we geen uitsplitsing maken op wijkniveau
Toelichting: = significante toename t.o.v. vorige meting; = significante afname t.o.v. vorige meting dikgedrukte cijfers zijn significant hoger of lager dan het totaal in Papendrecht in hetzelfde jaar
Partner voor bestuur en beleid
Professionele hulp B.2 Professionele hulp kunnen vinden indien nodig (in %) 2017
2019
2021
psychische problemen
77
57
77
lichamelijke beperkingen
70
47
74
vinden van werk
70
55
73
kindermishandeling
.
49
67
huiselijk geweld
.
48
67
vinden van huisvesting
.
61
71
moeite met rondkomen/geldzorgen
.
37
60
schulden
55
38
58
ontmoeten van/contact met mensen
57
52
61
.
.
57
opvoedondersteuning
51
40
56
mantelzorgondersteuning
48
38
56
relatieproblemen
eenzaamheid
.
.
56
echtscheiding
46
32
57
Toelichting: . = niet gevraagd in betreffende meting = significante toename t.o.v. vorige meting; = significante afname t.o.v. vorige meting In het rapport worden in de tekst bij figuur 1.8 de cijfers uit de jaren 2017 en 2021 met elkaar vergeleken. De reden hiervoor is dat de cijfers uit de tussenmeting uit 2019 (net als die in 2015) consistent en onverklaarbaar veel lager liggen dan die in de grote metingen. Omdat het hier een patroon betreft kiezen we er in dit geval voor om uitsluitend de cijfers uit de grote metingen met elkaar te vergelijken in de tekst. Voor de volledigheid nemen we hier in de bijlage wel de cijfers op uit de tussenmeting van 2019. De pijltjes voor 2021 hebben betrekking op de vergelijking met 2019 en gaan niet op voor de vergelijking met 2017 zoals gepresenteerd in de tekst bij figuur 1.8.
Partner voor bestuur en beleid
Bekendheid voorzieningen B.3 Bekendheid voorzieningen totaal (in %) 2017 totaal bekend
2019
beetje bekend
goed bekend
2021
totaal bekend
beetje bekend
goed bekend
totaal bekend
beetje bekend
goed bekend
.
.
.
60
36
24
70
45
25
67
47
20
34
24
10
27
21
6
.
.
.
22
13
9
24
18
6
PuurPapendrecht
22
16
6
37
27
10
40
29
11
Stichting Leergeld
22
13
9
27
18
9
28
17
11
Sociale Dienst Drechtsteden (SDD)
63
35
28
62
36
26
61
36
25
Meldpunt Zorg en Overlast
30
24
6
33
23
10
30
23
7
Veilig Thuis
36
24
12
43
25
17
47
28
19
Alzheimer Café Papendrecht
.
.
.
55
38
17
49
37
12
Odensehuis Papendrecht
.
.
.
33
23
10
37
29
8
Woonkracht10
.
.
.
84
28
56
79
30
49
Woonkeus Drechtsteden
.
.
.
54
19
35
60
26
34
Dienst Gezondheid & Jeugd / GGD ZHZ
.
.
.
69
38
31
71
37
34
Sterk Papendrecht Jeugd en Jongerenwerk Interval (2017) / Jeugd en Jongerenwerk Suppord (2019 en 2021) Stichting Buurtgezinnen
Toelichting: de kolom 'totaal bekend' is een optelling van de kolommen 'beetje bekend' en 'goed bekend‘ . = niet gevraagd in betreffende meting = significante toename t.o.v. vorige meting; = significante afname t.o.v. vorige meting; er is enkel getoetst voor de totale bekendheid (kolom 'totaal bekend‘) In het rapport worden in de tekst bij figuur 1.9 de cijfers uit de jaren 2017 en 2021 met elkaar vergeleken. De reden hiervoor is dat de cijfers uit de tussenmeting uit 2019 (net als die in 2015) consistent en onverklaarbaar veel hoger of lager liggen dan die in de grote metingen. Omdat het hier een patroon betreft kiezen we er in dit geval voor om uitsluitend de cijfers uit de grote metingen met elkaar te vergelijken in de tekst. Voor de volledigheid nemen we hier in de bijlage wel de cijfers op uit de tussenmeting van 2019. De pijltjes voor 2021 hebben betrekking op de vergelijking met 2019 en gaan niet op voor de vergelijking met 2017 zoals gepresenteerd in de tekst bij figuur 1.9.
Partner voor bestuur en beleid
Bekendheid voorzieningen B.4 Bekendheid voorzieningen, % van de doelgroep 2017
2019
2021
totaal bekend
beetje bekend
goed bekend
totaal bekend
beetje bekend
goed bekend
totaal bekend
beetje bekend
goed bekend
Jeugd en Jongerenwerk Interval (2017) / Jeugd en Jongerenwerk Suppord (2019 en 2021)
71
45
26
42
24
18
42
29
13
Stichting Leergeld
30
18
12
40
24
16
48
25
23
Jeugd en Jongerenwerk Interval (2017) / Jeugd en Jongerenwerk Suppord (2019 en 2021)
70
45
25
39
24
15
42
28
14
Stichting Leergeld
31
18
13
40
25
15
50
24
26
% van ouders met kinderen van 0 tot 23 jaar
% van ouders met kinderen van 0 tot 18 jaar
Toelichting: de kolom 'totaal bekend' is een optelling van de kolommen 'beetje bekend' en 'goed bekend‘ = significante toename t.o.v. vorige meting; = significante afname t.o.v. vorige meting; er is enkel getoetst voor de totale bekendheid (kolom 'totaal bekend')
Partner voor bestuur en beleid
Kernindicatoren per gemeente B.5 Aandeel inwoners dat… is/heeft (in %) Alblasserdam
Dordrecht
HardinxveldGiessendam
Hendrik-IdoAmbacht
Papendrecht
Sliedrecht
Zwijndrecht
regio
2017
2021
2017
2021
2017a
2021
2017
2021
2017
2021
2017
2021
2017
2021
2017
2021
lid vereniging
82
80
75
74
-
86
77
80
75
76
79
85
74
75
76
77
onvoldoende sociale contacten b
6
28
9
30
-
22
5
30
6
30
7
27
8
29
8
29
sociaal geïsoleerd
6
9
9
10
-
7
5
7
6
10
9
11
9
10
8
10
mantelzorger c
27
21
24
22
-
19
25
24
24
20
27
22
25
22
25
22
mantelzorger bekend met ondersteuning c
48
64
56
62
-
70
50
56
61
65
56
69
53
62
46
63
mantelzorger die zich overbelast voelt c
4
2
3
3
-
1
5
3
4
1
6
2
4
3
3
2
vrijwilliger
41
28
34
24
-
34
36
24
37
23
43
30
34
23
36
25
actief in de buurt
16
12
13
10
-
13
12
15
12
11
13
10
14
9
13
11
weinig eigen kracht (o.b.v. indexscore)
3
6
5
5
-
5
3
4
5
8
5
7
7
8
5
6
nauwelijks participeert (o.b.v. indexscore)
6
16
8
13
-
11
4
11
5
17
5
13
7
16
6
14
a voor Hardinxveld-Giessendam zijn geen cijfers uit 2017 beschikbaar b in 2021 is de vraagstelling iets aangepast: 2017: Vindt u dat u voldoende contacten met andere mensen hebt?
2021: Vindt u dat u in de afgelopen 12 maanden voldoende contacten met andere mensen had? c mantelzorgers die meer dan 8 uur per week en/of langer dan 3 maanden zorgen
Toelichting: = significante toename t.o.v. vorige meting; = significante afname t.o.v. vorige meting
55
Partner voor bestuur en beleid
Bijlage 2 Verantwoording onderzoek Partner voor bestuur en beleid
Methode, steekproef en respons Methode Het onderzoek is uitgevoerd via een online vragenlijst. Geselecteerde inwoners kregen per brief het verzoek om aan het onderzoek deel te nemen en de vragenlijst op internet in te vullen. Indien gewenst konden zij een schriftelijke vragenlijst opvragen.
Steekproef De steekproef bestaat uit inwoners van Papendrecht van 18 jaar en ouder, die niet in een verzorgingshuis of andere instelling wonen. De tabel hieronder geeft per wijk het aantal verstuurde enquêtes en de respons weer.
verstuurde enquêtes (aantal)
respons (aantal)
respons (%)
Westpolder
400
131
33
Molenvliet
400
128
32
Kraaihoek
400
107
27
Middenpolder
400
131
33
Wilgendonk
400
146
37
De Kooy-Oosteind
400
140
35
Oostpolder
400
144
36
2.800
927
33
Papendrecht
Het databestand is herwogen naar wijk en leeftijd.a
Veldwerkperiode april en mei 2021
a In 2017 was er een Drechtsteden-brede weging, waardoor cijfers licht kunnen afwijken van die in de rapportage uit 2017.
57
Partner voor bestuur en beleid
Achtergrondkenmerken Achtergrondkenmerken respondenten De tabellen hieronder laten zien hoe de groep respondenten er uitziet op de kenmerken leeftijd, opleidingsniveau en huishoudinkomen.a
leeftijd
%
18-34 jaar
18
35-44 jaar
8
45-54 jaar
10
55-64 jaar
17
65+ jaar
47
opleidingsniveau
%
geen opleiding / basisonderwijs
9
vmbo, mavo, mulo, lbo/mbo 1
32
mbo 2, 3 of 4 / havo, vwo, hbs, mms
34
hbo / wo
25
huishoudinkomen (zelf gerapporteerd)
%
minimuminkomen / bijstandsniveau
14
tussen minimum en modaal
32
modaal (ca. € 35.000 bruto)
26
1,5x tot 2x modaal
21
meer dan 2x modaal
7
a De cijfers zijn ongewogen.
58
Partner voor bestuur en beleid
Betrouwbaarheid Betrouwbaarheidsmarges
bij een respons van:
In steekproefonderzoek heb je te maken met betrouwbaarheidsmarges, omdat niet alle personen in de doelgroep bevraagd zijn of meegedaan hebben. Een betrouwbaarheidsmarge rond een onderzoeksuitkomst is kleiner naarmate het aantal respondenten in het onderzoek groter is. Daarnaast is de betrouwbaarheidsmarge afhankelijk van het gemeten percentage. De tabel hiernaast geeft als voorbeeld de betrouwbaarheidsmarges voor een uitkomst van 50% en ter illustratie ook voor een uitkomst van 10% of 90%. Er hebben bijna 1.000 respondenten aan het onderzoek deelgenomen. Wanneer 50% van hen een bepaalde mening heeft, dan bedraagt de marge ±3% en kunnen we met 95% zekerheid zeggen dat dit percentage in werkelijkheid (onder de totale doelgroep) zal liggen tussen de 47% en 53%.
is 10% eigenlijk:
is 50% eigenlijk:
is 90% eigenlijk:
50
10% + 8%
50% + 14%
90% + 8%
100
10% + 6%
50% + 9%
90% + 6%
150
10% + 5%
50% + 8%
90% + 5%
250
10% + 4%
50% + 6%
90% + 4%
500
10% + 3%
50% + 4%
90% + 3%
750
10% + 2%
50% + 4%
90% + 2%
1.000 (totaal)
10% + 2%
50% + 3%
90% + 2%
95%-betrouwbaarheidsmarges gemeten %
Wanneer is er sprake van een significant verschil tussen 2017 en 2021? Om te toetsen of verschillen in percentages veroorzaakt zijn door het toevalskarakter van de steekproef of dat er werkelijk een verschil is, zijn ook weer de betrouwbaarheidsmarges van belang. Een percentage van de meting uit 2021 verschilt pas significant van het percentage uit de meting van 2017 als het hoger of lager is dan het betrouwbaarheidsmarge dat om de uitkomsten van de jaren heen ligt.
76% lidmaatschap 75%
0%
20%
40%
60%
80%
100%
Bijvoorbeeld: in 2017 is 75% van de inwoners lid van een vereniging. Dit moet, gezien de betrouwbaarheidsmarges, gelezen worden als 73% à 77%. De uitkomst voor 2021 is 76%, wat gelezen moet worden als 74% à 78%. Beide betrouwbaarheidsmarges overlappen elkaar (zie de streepjes rond de balken in de figuur hiernaast). Er is dus géén sprake van een significant verschil. Als we in de rapportage spreken over verschillen zijn dit altijd significante verschillen.
59
Partner voor bestuur en beleid
Indexen & regressieanalyse Indexen Op basis van de resultaten van het onderzoek hebben we twee indexen opgesteld: 'Eigen Kracht' en 'Participatie'. Hieronder laten we zien uit welke variabelen de twee indexen zijn opgebouwd. Voor elke variabele hebben we zogenaamde standaard scores berekend. Deze scores zijn opgeteld en omgerekend tot een schaal van 0 tot 10. Deze scores zijn tot slot voor beide indexen ingedeeld in drie categorieën (laag-gemiddeld-hoog).
variabelen in index Eigen kracht
toelichting
belemmering door beperking of ziekte
mate waarin men wordt belemmerd door een ziekte, aandoening of beperking in verschillende situaties
begrijpen van brieven en formulieren
mate waarin men moeite heeft met het begrijpen van brieven van officiële instanties en het invullen van formulieren
omgaan met problemen
mate waarin men kan omgaan met onverwachte problemen en in staat is om problemen op te lossen
financiële gezinssituatie
hoe is de huidige financiële situatie van het gezin of huishouden
weg vinden naar instanties
weet men waar men terecht kan voor professionele hulp op verschillende gebieden indien nodig
variabelen in index Participatie
toelichting
ondernemen van activiteiten
mate waarin men activiteiten in en buiten verenigingsverband onderneemt
sociaal isolement
mate waarin men contacten heeft met andere mensen
beleving aantal sociale contacten
mate waarin men zelf vindt of men voldoende contacten met andere mensen heeft
werk of opleiding
heeft men betaald werk of een eigen bedrijf of volgt men een studie
vrijwilligerswerk
heeft men in de afgelopen 12 maanden vrijwilligerswerk gedaan
Regressieanalyse Regressieanalyse is een analyse van de data om te kijken of een bepaalde variabele invloed heeft op een andere variabele (of samengestelde index van variabelen). Ook kan bij regressieanalyse getoetst worden of dit een positieve of een negatieve invloed is. Het voordeel van regressieanalyse is dat je ook het effect van meerdere variabelen kan meten. Het kan dan zijn dat sommige variabelen relatief gezien minder van invloed zijn omdat er één andere belangrijke variabele is die veel invloed heeft. Bijvoorbeeld leeftijd en gezondheid. Apart kunnen beiden belangrijk zijn, maar neem je deze samen in een analyse dan zien we dat gezondheid de belangrijkste invloed heeft (leeftijd hangt namelijk ook samen met gezondheid; een hogere leeftijd gaat vaak samen met een minder goede gezondheid).
60
Partner voor bestuur en beleid
Over ons Over het OCD Partner voor bestuur en beleid! Dat wil het OCD zijn voor haar opdrachtgevers in de Drechtsteden en daarbuiten. Wij bieden ondersteuning op maat met onderzoek, advies en informatie. Zodat beleid optimaal ontwikkeld, uitgevoerd en waar nodig bijgesteld kan worden. Meer weten? Bezoek onze website!
Contact Wilt u tips of informatie doorgeven of heeft u misschien een vraag over dit product? Neem dan gerust contact op ons door te bellen naar 078 770 3905 of te mailen naar ocd@drechtsteden.nl.
Auteurs
K.F.J. (Kristel) Kuijstermans-Lambregts
W.P. (Willem Paul) Peters
E.L. (Liesbeth) Heering
W. (Wanda) van den Boogaard
I.A.C. (Ingrid) Soffers
M.J. (Michel) Borst
61
Partner voor bestuur en beleid
Colofon Monitor Sociaal 2021 Papendrecht
Onderzoekcentrum Drechtsteden
Juli 2022 Adres Industrieweg 11 3361 HJ Sliedrecht
Postbus 619 3300 AP Dordrecht Telefoon 078 770 3905 Website onderzoekcentrumdrechtsteden.nl
Partner voor bestuur en beleid