CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

SAL D01. 20221004 RIB 1e Voortgangsbericht Sociaal Domein 2022 Monitor Sociaal 2021.pdf

Commissie ABZ Papendrecht 17 oktober 2022, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Lijst ingekomen stukken en mededelingen17.579 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aan de gemeenteraad

datum

4 oktober 2022

behandeld door

J.C. Westenberg

ons kenmerk

2022-0154769

telefoonnummer

14 078

onderwerp

1ste Voortgangsbericht Sociaal Domein 2022 & Monitor Sociaal 2021

Geachte mevrouw, heer, In het Kompas Sociaal Domein 2021-2024 hebben wij onze missie op het sociaal domein opgenomen: een gezond, veilig, sterk, sociaal en inclusief Papendrecht waar alle inwoners de ruimte hebben om mee te doen. Hierbij staan vier ontwikkellijnen centraal in onze visie op het sociaal domein, te weten: 1. Intensiveren transformatie binnen het sociaal domein, 2. Doorbouwen op een stevige sociale basis, 3. Preventief werken en 4. Iedereen kan meedoen. Wij willen u graag informeren over de voortgang van het uitvoeren van het Kompas Sociaal Domein. 1ste Voortgangsbericht Sociaal Domein 2022 In de Uitvoeringsagenda Sociaal Domein 2021 hebben we concreet gemaakt hoe we uitvoering geven aan het Kompas Sociaal Domein. Om u op de hoogte te houden van de voortgang binnen het sociaal domein treft u in de bijlagen het 1ste Voortgangsbericht Sociaal Domein 2022 aan met de belangrijkste ontwikkelingen en behaalde resultaten tot en met augustus 2021. Belangrijke ontwikkelingen zijn onder meer de start van de GR Sociaal, invulling geven aan het Nationaal Programma Onderwijs en uitvoering geven aan de nieuwe Wet inburgering en de energietoeslag. Monitor Sociaal 2021 Wij willen u ook attenderen dat het Onderzoekcentrum Drechtsteden de Monitor Sociaal 2021 heeft uitgebracht die u aantreft in de bijlagen.

De monitor is een grootschalig vragenlijstonderzoek over de ervaringen van inwoners op allerlei sociale onderwerpen. Onder meer: kunnen inwoners de dingen doen die zij willen, zijn zij lid van een vereniging, hebben zij voldoende sociale contacten, de financiële situatie naar aanleiding van de coronacrisis en hoeveel inwoners bieden mantelzorg? Een aantal inzichten uit de monitor die wij extra willen belichten: - Een groot deel van de inwoners heeft het gevoel problemen zelf te kunnen oplossen (eigen kracht, 93%). Daarentegen geven inwoners met een ziekte, aandoening of beperking aan dat zij zich belemmerd voelen in het kunnen meedoen in de samenleving. - De bekendheid van Sterk Papendrecht is hoog met 70% in vergelijking met andere voorzieningen. Daarentegen blijkt uit het onderzoek dat het jeugd- en jongerenwerk Suppord heeft ingeboet op de bekendheid. - De Coronacrisis heeft op het grootste deel van de inwoners geen financieel effect gehad. De lagere inkomenscategorieën geven wel aan getroffen te zijn. - Het ervaren van eenzaamheid en sociaal isolement is toegenomen. Onderzoekers geven aan dat dit zeer waarschijnlijk het effect is van de coronamaatregelen. - Tot slot, blijkt uit het onderzoek dat het aantal inwoners dat sport en vrijwilligerswerk doet is gedaald. Onderzoekers houden ook hierbij rekening met een effect van de coronamaatregelen.

Ondanks dat de monitor op veel onderdelen interessante en bruikbare (beleids)inzichten bevat, moeten we ook concluderen dat de wereld niet stil heeft gestaan. De huidige ontwikkelingen met onder andere de oorlog in Oekraïne en de stijgende energiekosten hebben impact op onze inwoners die logischerwijs niet zitten in de monitor. Uitvoeringsagenda Sociaal Domein 2023 De uitkomsten van de Monitor Sociaal 2021 alsmede de actuele ontwikkelingen betrekken wij bij de uitwerking van het bestuursakkoord (onder meer op het terrein van eenzaamheid) en de uitvoeringsagenda sociaal domein voor komend jaar. Wij verwachten deze nieuwe uitvoeringsagenda begin 2023 gereed te hebben. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris, de waarnemend burgemeester,

J.M. Ansems, MSc

mr. drs. A.M.M. Jetten

1 ste Voortgangsbericht Uitvoeringsagenda Sociaal Domein 2022

Inleiding In het Kompas Sociaal Domein 2021-2024 staat onze visie op het sociaal domein: een gezond, veilig, sterk, sociaal en inclusief Papendrecht waar alle inwoners de ruimte hebben om mee te doen. Zoals in het Kompas Sociaal Domein aangegeven, leggen wij de concrete uitvoering jaarlijks vast in uitvoeringsagenda's. Door met een jaarlijkse uitvoeringsagenda te werken, spelen we beter en sneller in op (innovatieve) ontwikkelingen in de samenleving, veranderende wet- en regelgeving en veranderende financiële omstandigheden. Ook kan hiermee adaptief worden gewerkt met de kaders die de gemeenteraad jaarlijks vaststelt bij de programmabegroting. Wij hebben voor de overzichtelijkheid gekozen om de opbouw van de programmabegroting als leidraad te hanteren voor de uitvoeringsagenda en de bijbehorende voortgangsberichten. Tegelijkertijd geven we met sterren de verschillende ontwikkellijnen aan die bij het Kompas Sociaal Domein zijn vastgesteld. We pakken daarbij de meest dominante ster(ren) zoals ze ook in het Kompas Sociaal Domein zijn gerubriceerd:

Ontwikkellijn 1: Intensivering transformatie binnen het sociaal domein

Ontwikkellijn 2: Doorbouwen op een stevige sociale basis

Ontwikkellijn 3: Preventief werken

Ontwikkellijn 4: Iedereen kan meedoen

Uitvoering en monitoring Jaarlijkse uitvoeringsagenda's worden gebruikt om de uitvoering van het Kompas Sociaal Domein 2021-2024. Met deze uitvoeringsagenda maken we zo concreet mogelijk inzichtelijk waar we samen met onze maatschappelijke partners en inwoners aan willen werken om inwoners die het nodig hebben te ondersteunen en het sociaal domein verder te transformeren en te hervormen. Om u te informeren over de voortgang op beleidsinhoudelijk niveau stellen wij twee keer per jaar een voortgangsbericht op. Eventuele financiële bijstellingen betrekken wij bij de reguliere planning & control-cyclus.

2

Voortgang activiteiten in 2022

Wat gaan we hiervoor doen?

Waar staan we?

Versterken verbinding onderwijs en jeugdhulp

•

Op 10 mei is de lokale leertafel passend verbinden georganiseerd waar samen met het onderwijs, Sterk Papendrecht en andere partners casussen zijn uitgewisseld en signalen zijn besproken rondom de verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp.

Uitvoeren Nationaal Programma Onderwijs (NPO)

•

Op 1 februari is de Uitvoeringsagenda Nationaal Programma Onderwijs vastgesteld. De agenda bevat acties om invulling te geven aan de onderwijsachterstanden die zijn ontstaan naar aanleiding van de Coronacrisis. In overleg met de partners wordt onder meer extra ingezet op cultuurprojecten in het primair onderwijs, voortzetting van de jeugdhulpprofessional op school, extra inzet van de schoolmaatschappelijk werker en extra inzet van het jeugd- en jongerenwerk.

Kansrijk opvoeden en opgroeien

•

Op 12 april is de Uitvoeringsagenda Jeugd(hulp) 2022 vastgesteld en is ook een nieuwe lokale jeugdhulpanalyse uitgebracht. De agenda bevat acties om verder invulling te geven aan het beleidsterrein jeugdhulp, zoals de afbakening van jeugdhulp, het voeren van regie op de inzet van jeugdhulp en de beweging jeugdhulp naar voren. Vanuit Suppord zijn verschillende activiteiten uitgevoerd. Zo zijn weerbaarheidstrainingen aangeboden en is de Suppprd Skills Week tijdens de zomervakantie georganiseerd. Gelet op de impact van de Coronacrisis is begin 2022 besloten om het adviespunt Scheiden, Kind en Ouderschap ook dit jaar nog voor te zetten om ook de activiteiten beter te kunnen borgen. De verwachting is dat de Coronacrisis heeft geleid tot meer relatieproblemen.

•

•

Versterken 'voorliggend veld' van algemene voorzieningen

•

•

•

Begin 2022 is besloten om de Tijdelijke subsidieregeling impuls buurthuisfuncties te verlengen om de maatschappelijke gevolgen van de coronacrisis op te vangen. Tot eind dit jaar kunnen organisaties met een buurthuisfunctie maximaal 3.000 euro aanvragen voor activiteiten die bijdragen aan ontmoeting. Op 28 maart is een bijeenkomst met maatschappelijke partners georganiseerd om met partners het gesprek aan te gaan over de impact van de coronacrisis, signalen op te halen en elkaar te inspireren hoe om wordt gegaan met het organiseren van activiteiten. Op 30 juni is een bijeenkomst met alle organisatoren van kofiemomenten georganiseerd om van elkaar te leren, te inspireren en meer verbinding te zoeken. We gaan onder meer werken aan een gezamenlijk programma tijdens de week tegen eenzaamheid.

3

Een inclusieve samenleving

•

Op 7 juni is een besluit genomen over het aanleggen van een regenboogpad aan de Veerweg, waarmee uitvoering wordt gegeven aan de motie regenboogpad.

Mantelzorgers waarderen

•

In het kader van de Week van de Jonge Mantelzorgers in juni zijn door Sterk Papendrecht en Suppord twee workshops georganiseerd voor jonge mantelzorgers. Daarnaast is een bioscoopbon overhandigd aan jonge mantelzorgers om waardering te tonen voor hun inzet.

Mantelzorgers ondersteunen

•

Op 21 maart zijn spiegelgesprekken uitgevoerd door Sterk Papendrecht met mantelzorgers. De spiegelgesprekken hebben geleid tot meer inzicht over de ervaring van mantelzorgers bij de ondersteuning die Sterk Papendrecht beidt en de behoeften van mantelzorgers in het algemeen. Eén van de bevindingen uit de gesprekken is de locatie van de gesprekken met mantelzorgers. Mantelzorgers gaven aan dat het vaak niet fijns is om het thuis te doen, maar soms juist prettig om er even uit te zijn en op een andere plek je verhaal te doen. Ook het taboe op hulpvragen is voorbij gekomen. Dit is niet nieuw en onverwacht, maar vormt wel een blijvend aandachtspunt.

Vrijwilligerswerk stimuleren •

Op vrijdag 11 en zaterdag 12 maart heeft NLdoet plaatsgevonden waarbij de handen flink uit de mouwen gestoken bij diverse instellingen door veel vrijwilligers die zich hadden aangemeld. De organisatie vond plaats door Sterk Papendrecht in samenwerking met 15 deelnemende organisaties. Op 26 april hebben negen inwoners een Koninklijke Onderscheiding ontvangen voor hun maatschappelijke inzet.

•

Uitvoeren van de nieuwe Wet inburgering

•

In samenwerking met Vluchtelingenwerk en andere betrokken partners is onderzoek gedaan naar de (ondersteunings)behoeften van statushouders in Papendrecht. De uitkomsten zijn met elkaar gedeeld. Belangrijke punten zijn de samenwerking tussen en de overdracht naar de verschillende organisaties, de eenzaamheid onder de doelgroep en de taalbarrière waardoor communicatie en informatiedeling met gezinnen moeizaam verloopt. Samen met de lokale partners bepalen we hoe we verder aan de slag kunnen met de gedane aanbevelingen.

• De taakstelling vanuit het Rijk om 19 statushouders te huisvesten in het eerste halfjaar van 2022 is behaald met behulp van inzet van Vluchtelingenwerk en Woonkracht10. Subsidieopdracht Sterk Papendrecht

•

In het kader van de lokale contractering van Stichting Jeugdteams is besloten om voorlopig in te zetten op versterking van casusregie bij jeugdigen die hulp ontvangen vanuit de regionale zorgmarkt. Hiervoor wordt tijdelijk 2Fte extra jeugdprofessionals ingezet. Daarnaast is gestart vanuit Stichting Jeugdteams met de inzet van een beschikkingenmonitor om deze inzet beter te kunnen monitoren.

4

Armoedebestrijding en schuldenaanpak

•

•

• •

•

Het actieplan Armoede & schuldenproblematiek (2022-2025) is vastgesteld en met de gemeenteraad gedeeld via een informatiebrief. Tijdens een netwerkbijeenkomst is dit actieplan gepresenteerd en is gestart met de uitvoering hiervan. In regionaal verband is gestart met de herijking van het minimabeleid. In dit kader is tijdens de commissie Samenleving van 30 mei een informatieve presentatie verzorgd in samenwerking met de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD). In samenwerking met de SDD wordt uitvoering gegeven aan de energietoeslag vanwege de stijging van de energieprijzen. Vanuit SUN Drechtsteden is gestart met uitvoering te geven aan het sociaal leenfonds. Bij dit leenfonds kunnen hulpvragers met een kleine schuld terecht voor een renteloze lening om grotere schulden te voorkomen. Vanuit het Rijk hebben we aanvullende gelden om huishoudens te ondersteunen met energiebesparende maatregelen. Door middel van een informatiebrief van 7 juli jl. is de gemeenteraad geïnformeerd over de stand van zaken rondom energiearmoede.

•

In het kader van de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling Sociaal zijn in januari alle verordeningen (opnieuw) vastgesteld door de gemeenteraad.

Versterken samenwerking • SDD en Sterk Papendrecht

De SDD en Sterk Papendrecht zijn samen aan de slag met de gemeentelijke opdracht Gezamenlijk transformeren om de dienstverlening verder te ontwikkelen en een versnelling te maken in de transformatie van het sociaal domein. De betrokken partijen hebben in dit kader een tussenrapportage Gezamenlijk transformeren opgesteld die met een brief van 19 april 2022 is gedeeld met de gemeenteraad.

•

Op 24 februari is de nieuwe verordening Jeugdhulp vastgesteld door de gemeenteraad. Met deze verordening wordt meer duidelijkheid gecreëerd over de inzet en grenzen van jeugdhulp. In het kader van het project Veilig opgroeien is teamwerk heeft op 17 mei een bijeenkomst plaatsgevonden met Veilig thuis, Sterk Papendrecht en gecertificeerde instellingen. Daarnaast is vanuit het Netwerk MT Jeugd besloten om een regionaal programmamanager aan te stellen om een verbetering te bewerkstelligen in de ketensamenwerking tussen partners. In het verlengde van de nieuwe inkoop en verordening wordt uitvoering gegeven aan de implementatie van het zgn. normenkader. Het normenkader is een belangrijk instrument en sturingsmiddel om hulpvragen goed te trechteren aan de toegang voor het inzetten van jeugdhulp. Over de voortgang van de implementatie is op 24 mei een raadsinformatiebrief toegezonden richting de gemeenteraad.

Aanpassen governance GR Sociaal

Maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp

•

•

5

Aanpassen governance Jeugdhulp

•

In het kader van het regionale AEF-rapport uit 2022 wordt de SOJ als organisatieonderdeel ondergebracht binnen de Dienst Gezondheid & Jeugd. Om dit te bewerkstellingen heeft de gemeenteraad op 5 juli ingestemd met de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd.

Maatwerkvoorzieningen Beschermd Wonen en Opvang

•

In het kader van de regionale samenwerkingsagenda Huisvesting kwetsbare groepen wordt invulling gegeven aan een woontraining voor jongeren dat in oktober start. De woontraining wordt vormgegeven door Enver in samenwerking met Woonkracht10. Ook de verkenning naar een locatie voor Skaeve huse is afgerond. Geconcludeerd is dat er geen geschikte locatie is om deze voorziening binnen Papendrecht te starten.

•

Doorontwikkeling Openbare • GGZ (OGGZ)

Samen met partners heeft in het eerste kwartaal een evaluatie plaatsgevonden omtrent de Wijk GGD'er en de inzet van ervaringsdeskundigen. Gezamenlijk is geconcludeerd dat een de inzet in 2022 wordt vervolgd. De Wijk GGD'er werkt preventief, ontzorgt de politie en vermindert de inzet of plaatsing bij een GGZinstelling.

•

Op 27 januari is het preventie- en handhavingsplan alcohol vastgesteld door de gemeenteraad dat is opgesteld naar aanleiding van de nieuwe Alcoholwet. Samen met ruim 70 aangesloten partners wordt uitvoering gegeven aan het Vitaliteitsakkoord. Inmiddels hebben tien subsidieverleningen plaatsgevonden die goedgekeurd zijn door stuurgroep.

Uitvoeren lokaal gezondheidsbeleid

•

Uitvoeren jeugdgezondheidszorg

•

In regionaal verband is besloten om aan te sluiten bij de landelijke actieprogramma 'Kansrijke Start' en hiervoor middelen aan te vragen bij de Rijksoverheid. Het actieprogramma richt zich specifiek op kinderen die geboren worden in een kwetsbare situatie. Het programma zet zich omwille van deze kinderen in op het verbeteren van de verbinding tussen het medische en sociale domein.

6

Monitor Sociaal De meting 2021 van Papendrecht in een notendop

Sociaal netwerk

Participatie

39%

Participeren:

Voldoende contacten met andere mensen

Index Participatie

2021

weinig 5% gemiddeld 41%

Eigen kracht

17% veel 54%

2017

veel

6%

17%

ja, maar zou meer willen

nee

Sociaal Isolement 2021

22%

2017

33% Niet geïsoleerd

gemiddeld

12%

56%

9%

52%

neutraal

10%

enigszins geïsoleerd

6%

Sociaal geïsoleerd

52%

weinig 5% gemiddeld 37%

2021

77% ja, zeker

2021

Index Eigen kracht 8%

30%

34%

2017

31%

“De mate waarin iemand over middelen en capaciteiten beschikt om zich te redden in de samenleving”

36%

weinig

Eigen kracht:

weinig

Is vaker eenzaam door de coronapandemie

“Het hebben van werk, volgen van onderwijs, doen van vrijwilligerswerk en betrokken zijn bij leefbaarheid van de eigen omgeving”

Vrijwillige inzet

Mantelzorg 2017

veel 59%

Mantelzorger:

Vrijwilligerswerk gedaan in afgelopen 12 maanden

“Iemand die meer dan 8 uur per week en/of langer dan 3 maanden mantelzorg verleent”

2021

23%

2017

veel

57%

37%

Aandeel mantelzorgers

gemiddeld

2021

35%

2017

Vrijwillig actief geweest in de buurt

20% 24%

2021

11%

2017

12%

De data is verzameld in april en mei 2021.

De Monitor Sociaal is een grootschalig vragenlijstonderzoek dat het OCD elke vier jaar uitvoert in alle Drechtstedengemeenten. In 2021 vond de vierde meting plaats.

927

33%

Het aantal ingevulde vragenlijsten

Responspercentage

Meer weten? Ga naar: onderzoekcentrumdrechtsteden.nl

Partner voor bestuur en beleid

Monitor Sociaal 2021 Papendrecht

START

Partner voor bestuur en beleid

Inhoudsopgave Eigen kracht

Sociaal netwerk Bijlagen

Samenvatting

Mantelzorg

Vrijwillige inzet

Terug naar inhoudsopgave

Participatie

Effect van Corona

Inleiding

Partner voor bestuur en beleid

Inleiding Partner voor bestuur en beleid

Inleiding Voor u ligt de derde editie van de Monitor Sociaal, een grootschalig vragenlijstonderzoek over de ervaringen van inwoners uit Papendrecht op allerlei sociale onderwerpen. Bijvoorbeeld: Kunnen inwoners de dingen doen die zij willen, zijn zij lid van een vereniging en hoeveel inwoners bieden mantelzorg? De vragenlijst is ingevuld in april en mei 2021. Alle cijfers uit de Monitor Sociaal zijn gebaseerd op zelfrapportage. Het gaat om de beleving van de inwoners van 18 jaar en ouder. Voor registratiecijfers verwijzen we graag naar andere bronnen. De Monitor Sociaal is uitgevoerd in alle zeven Drechtsteden gemeenten. Op verzoek van de gemeenten hebben we voor elke gemeente een eigen rapportage gemaakt, zodat de focus op de eigen gemeente ligt. In deze rapportage leest u de stand van zaken en de ontwikkelingen in de tijd voor Papendrecht als geheel én per wijk. Waar relevant vergelijken we met landelijke cijfers of trends.

Decentralisaties van Rijk naar gemeenten De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet traden op 1 januari 2015 in werking*. Deze wetgeving betekende een forse uitbreiding van de gemeentelijke verantwoordelijkheid op het gebied van de ondersteuning van mensen met een beperking, de hulp aan jeugdigen en ouders en de begeleiding van mensen met een arbeidsbeperking of afstand tot de arbeidsmarkt. Inwoners moeten de zorg krijgen die zij nodig hebben wanneer de eigen kracht en het eigen sociaal netwerk niet voldoende toereikend zijn. Daarom zullen wij – net als in 2017 aandacht besteden aan de ervaringen van inwoners met zorg en zorgvoorzieningen in hun gemeente mede in het licht van de decentralisaties. Een belangrijk uitgangspunt bij de drie decentralisaties is: 'zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig'.

Ontwikkelingen & Coronapandemie Naast de drie decentralisaties zien we de afgelopen jaren verschillende andere maatschappelijke trends, zoals het langer thuis wonen, van curatieve naar preventieve zorg en de vergaande digitalisering. Ook speelt de coronapandemie een rol. De pandemie begon in Nederland in februari 2020 en vanaf maart zijn maatregelen genomen tegen de verspreiding van het virus. Tussen april en mei 2021, de periode waarin het onderzoek is uitgevoerd, waren opnieuw verschillende maatregelen van kracht om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Bijvoorbeeld de avondklok, een beperking van winkelopeningstijden en een verbod op samenkomsten en andere bijeenkomsten.

4

Partner voor bestuur en beleid

Inleiding Uit cijfers van het centraal planbureau (CPB) blijkt dat de consumptie door huishoudens, export van goederen en investeringen enorm zijn gekrompen. Inmiddels trekt de economie weer aan en hebben meer mensen een baan en er zijn minder werklozen. Ook al deze ontwikkelingen zijn van invloed op de onderwerpen die in deze Monitor Sociaal aan bod komen. Waar nodig duiden we bepaalde significante ontwikkelingen op basis van de coronapandemie.

Demografische ontwikkelingen in de Drechtsteden De resultaten uit deze Monitor Sociaal en de ontwikkelingen ten opzichte van eerdere metingen kunnen we niet los zien van de bevolkingssamenstelling in Papendrecht en veranderingen hierin. We schetsen hier daarom kort de demografische situatie en ontwikkelingen in Papendrecht. Op 1 januari 2021 telde Papendrecht 32.170 inwoners. De leeftijdsgroep 0 t/m 19 jaar is goed voor 22% van de bevolking, 55% is tussen de 20 en 65 jaar oud en 23% is 65 jaar of ouder. Het aandeel 65+-ers neemt toe; in 2017 was dit 21%. Ten opzichte van 2017 is de bevolking in Papendrecht licht gekrompen in omvang. De Nederlandse bevolking groeide in deze periode met 2,3%. Er is sprake van bescheiden natuurlijke aanwas, het aantal geboorten is groter dan het aantal sterfgevallen over de hele periode gerekend. Het migratiesaldo is negatief, het aantal mensen dat vertrok uit Papendrecht is groter dan het aantal dat zich vestigde. De laatste Primos prognoses (2021) voorspelt een voortzetting van de krimp de komende jaren. Het aandeel 65-plussers neemt naar verwachting toe tot 27,9% in 2040.

Leeswijzer Deze rapportage is een doorklikbaar pdf-bestand. Op pagina 2 kunt u aanklikken welk onderwerp u wilt bekijken. Ook op andere plekken staan links waarmee u snel uitkomt bij de onderwerpen die u zoekt. Zo is elke pagina is op zichzelf te lezen. In de grafieken en tabellen staat aangegeven waar er sprake is van een noemenswaardig (= statistisch significant) verschil of ontwikkeling. Een uitgebreide methodologische verantwoording vindt u in de bijlage. De belangrijkste cijfers per gemeente hebben we opgenomen in het tabellenboek in de bijlage (daar kunt u Papendrecht met de andere zes Drechtstedengemeenten vergelijken).

5

Partner voor bestuur en beleid

Samenvatting Partner voor bestuur en beleid

Samenvatting Eigen kracht •

•

• •

•

Mate van eigen kracht: De meeste inwoners van Papendrecht beschikken over gemiddeld of veel eigen kracht. De groep met weinig eigen kracht is iets toegenomen van 5% in 2017 naar 8% in 2021. Ervaren gezondheid is de belangrijkste bepaler voor de mate van eigen kracht: hoe beter de ervaren gezondheid, hoe meer eigen kracht. Ook opleidingsniveau en het hebben van werk/studie hebben invloed. Begrijpen brieven, formulieren en internet: In het contact met officiële instanties heeft één op de zes inwoners (17%) vaak of altijd moeite met het via internet regelen van zaken. Daarnaast heeft 6% vaak of altijd moeite met het begrijpen van brieven en 8% met het invullen van formulieren. Dit is niet veranderd ten opzichte van 2017. Omgaan met problemen: Vergeleken met 2017 zijn er iets meer inwoners die moeilijk kunnen omgaan met onverwachte problemen (toename van 7% naar 10%). Financiële zelfredzaamheid: De financiële huishoudenssituatie van de meeste Papendrechters is in orde. In 2021 kunnen meer inwoners maandelijks geld overhouden (29%) dan in 2017 (20%). Wel is er een kleine financieel kwetsbare groep die spaargeld moet uitgeven (5%) of schulden moet maken (3%); dit komt overeen met 2017. Weg vinden naar professionele hulp: Veel inwoners weten, indien nodig, de weg te vinden naar professionele hulp.

Het meest bekend is men met het vinden van hulp bij psychische problemen, lichamelijke beperkingen en het vinden van werk. Het minst bekend zijn instanties voor hulp bij problemen rond eenzaamheid, opvoedondersteuning, relatieproblemen, mantelzorgondersteuning en echtscheiding. Voor de laatste twee typen instanties is de bekendheid wel toegenomen ten opzichte van 2017.

Sociaal netwerk •

• • • •

Aantal sociale contacten: Ruim een derde van de inwoners van Papendrecht had, naar eigen zeggen, in het afgelopen jaar voldoende sociale contacten. Dit is een groot verschil met 2017, toen driekwart aangaf genoeg contacten te hebben. Het aandeel inwoners met onvoldoende sociale contacten is gegroeid van 6% in 2017 naar 30% in 2021. Zeer waarschijnlijk is dit een effect van de coronamaatregelen, waarbij mensen werd gevraagd hun sociale contacten te beperken. Sociaal isolement: Ook het aandeel inwoners dat (enigszins) sociaal geïsoleerd is, is toegenomen. In 2021 wordt 22% gekenmerkt als (enigszins) sociaal geïsoleerd, in 2017 was dit nog 15%. Hulp van anderen: Veel inwoners kunnen terugvallen op hun sociaal netwerk als het gaat om hulp op verschillende gebieden. Relaties: Bijna twee derde van de Papendrechters van 18 jaar en ouder heeft een relatie. Zij beoordelen hun relatie gemiddeld met een 8,5. Ouderschap: De meeste ouders met één of meer minderjarige kinderen zijn samen met de vader of moeder van hun kind(eren). Zij zijn over het algemeen tevreden over hun gezamenlijk ouderschap en geven hiervoor een 8,4. Gescheiden ouders (één op de vijf ouders) beoordelen het gedeeld ouderschap met hun ex-partner met een 5,8 duidelijk minder goed.

7

Partner voor bestuur en beleid

Samenvatting Mantelzorg •

•

• •

•

Aandeel mantelzorgers: Eén op de vijf Papendrechters verleent mantelzorg aan een naaste (minimaal 8 uur per week en/of langer dan 3 maanden). Dit is vergelijkbaar met 2017 en 2019. Ook de tijd die zij besteden aan de zorg is vergelijkbaar met de twee voorgaande metingen. Soort mantelzorg: De meeste mantelzorgers verlenen gezelschap en emotionele steun (65%). Ook ondersteunen veel mantelzorgers in het huishouden (57%). Hulp van anderen: Zes op de tien mantelzorgers krijgen hulp van anderen, vier op de tien mantelzorgers staan er dus alleen voor. Dit is gelijk aan de afgelopen metingen. Overbelasting: Een derde heeft in meer of mindere mate moeite met het combineren van de mantelzorgtaken met hun eigen dagelijkse activiteiten. Naar eigen zeggen is 1% overbelast geraakt. In 2017 was dit nog 4%. Meer mantelzorgers geven aan dat zij de mantelzorg goed kunnen combineren met hun eigen bezigheden (68% in 2021 vs. 57% in 2017). Gebruik mantelzorgondersteuning: Het gebruik van mantelzorgondersteuning is beperkt, slechts 4% zegt hiervan gebruik te maken. Dit is niet anders dan in 2017 en 2019. De meeste mantelzorgers hebben geen behoefte aan (meer) ondersteuning. Zij redden het nog prima zonder ondersteuning / met de huidige ondersteuning die zij gebruiken of zeggen zich geen mantelzorger te voelen.

Vrijwillige inzet •

• •

•

Vrijwilligers: Een kwart van de inwoners van Papendrecht heeft in de afgelopen 12 maanden vrijwilligerswerk gedaan. Dit is minder dan in 2017, toen 37% aangaf zich vrijwillig te hebben ingezet. Waarschijnlijk spelen de beperkingen tijdens de coronacrisis hier een rol. Soort vrijwilligerswerk: De meeste vrijwilligers zijn actief bij een godsdienstige of levensbeschouwelijke organisatie, een sportvereniging of een zorg-/welzijnsorganisatie. Actief in de buurt: Eén op de tien inwoners is in de afgelopen 12 maanden vrijwillig actief geweest in de eigen buurt. Dit is gelijk aan 2017. Soort activiteiten: Dit gebeurde meestal door buurtbewoners te helpen of de buurt schoon te houden/het groen bij te houden.

8

Partner voor bestuur en beleid

Samenvatting Participatie •

•

•

•

Mate van participatie: De meeste inwoners van Papendrecht hebben een hoge (31%) of gemiddelde (52%) score op de index Participatie. Eén op de zes Papendrechters heeft een lage score. Vergeleken met 2017 is de groep met een hoge score een stuk kleiner en zijn er meer inwoners met een gemiddelde of lage score. Ervaren gezondheid is de belangrijkste bepaler voor de mate van participatie. Hoe beter de ervaren gezondheid, hoe meer men participeert. Ook opleidingsniveau, leeftijd en het al dan niet hebben van een langdurige aandoening hebben hier invloed op. Lidmaatschap vereniging of organisatie: Driekwart van de Papendrechters is lid van een vereniging of organisatie. Dit is gelijk aan 2017. Lidmaatschap van een kerk/moskee, een sportvereniging of overige sportaanbieder en van een bibliotheek worden het vaakst genoemd. Activiteiten doen: Inwoners hebben in de afgelopen 12 maanden minder vaak activiteiten binnen verenigingsverband gedaan. Slechts 15% deed dit (heel) vaak, tegenover 43% in 2017. De groep ‘(bijna) nooit’ is gegroeid van 34% naar 61%. De invloed van de coronamaatregelen is hier duidelijk zichtbaar. De mate waarin Papendrechters samen met anderen activiteiten buiten verenigingsverband ondernamen, is juist iets toegenomen.

Sportfrequentie: Vergeleken met vier jaar geleden is het aandeel inwoners dat in de afgelopen 12 maanden aan sport heeft gedaan, gedaald van 56% naar 46%.

Effect van de Coronacrisis • • • • •

•

Invloed van de coronacrisis op werk: Ruim de helft van de Papendrechters in de werkzame leeftijd behield zijn of haar werk in de coronacrisis. Slechts 4% raakte het werk kwijt. Financieel: Voor de meeste werkzame inwoners bleef de financiële situatie onveranderd in die periode (77%), 16% ging er op achteruit en een kleine groep van 7% ging er op vooruit. Vrijwilligerswerk: Voor acht op de tien inwoners veranderde hun inzet voor vrijwilligerswerk niet, 16% ging minder vrijwilligerswerk doen tijdens de coronacrisis en 5% deed juist meer dan daarvoor. Aandacht voor anderen: Bijna de helft van de inwoners gaf extra aandacht aan familie, vrienden of buren tijdens de coronacrisis. Sociale contacten: Het aantal contacten nam af sinds de vorige meting zagen we al hiervoor. Drie van de vier Papendrechters vonden het moeilijk dat ze minder konden afspreken met familie en vrienden door de coronamaatregelen. Een even grote groep miste familie en vrienden om zich heen en een kwart gaf aan dat kwaliteit van de contacten daar onder leed. Eenzaamheid: Vier op de tien inwoners voelden zich soms eenzaam in de afgelopen 12 maanden, nog eens 10% voelde zich vaak of altijd eenzaam. Voor 39% geldt dat zij zich vaker eenzaam voelden door de coronacrisis. Met name jongeren tussen de 18 en 34 jaar waren vaker eenzaam (48%).

9

Partner voor bestuur en beleid

Eigen kracht Partner voor bestuur en beleid

Eigen kracht Inleiding Eigen kracht van bewoners wordt steeds belangrijker. Natuurlijk zijn er algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen, maar ook vanuit daar wordt ingezet op zoveel mogelijk eigen kracht. Het begrip eigen kracht kan op verschillende manieren worden ingevuld. De kern van eigen kracht ligt bij het 'zelf kunnen'. In dit onderzoek definiëren we eigen kracht als:

“de mate waarin iemand over middelen en capaciteiten beschikt om zich te redden in de samenleving. In hoeverre is men in staat om zelfstandig zijn of haar leven te leiden en om problemen op te lossen?” De door ons samengestelde indexscore ‘Eigen Kracht’ geeft in één oogopslag een beeld van de eigen kracht van de Papendrechters. Daarna gaan we meer in detail in op enkele aspecten van eigen kracht.

Inhoudsopgave: 

Indexscore Eigen Kracht

Ervaren belemmeringen door beperking of ziekte

Zelfstandig zaken kunnen regelen met instanties

Probleemoplossend vermogen

Financiële zelfredzaamheid

Bekendheid met voorzieningen voor hulpvervelening

11

Partner voor bestuur en beleid

Eigen kracht 1.1 Index Eigen Kracht Indexscore Eigen Kracht In figuur 1.1 is te zien dat de meeste inwoners van Papendrecht gemiddeld of veel eigen kracht hebben. De groep met weinig eigen kracht betreft 8% van de inwoners en is hiermee toegenomen t.o.v. 2017.

2021

57%

2017

59%

0%

20%

35%

37%

40% veel

8%

60% gemiddeld

5%

80%

100%

weinig

Toelichting: gearceerde staven in de figuur wijzen op een significante toename of afname t.o.v. 2017.

Inwoners met weinig eigen kracht In Kraaihoek is het aandeel inwoners met weinig eigen kracht relatief groot; één op de zes inwoners (15%) valt in deze groep.

1.2 Inwoners met weinig eigen kracht

In Wilgendonk heeft slechts 2% van de inwoners weinig eigen kracht.

Molenvliet

In de overige wijken is de eigen kracht gelijk aan het gemiddelde in heel Papendrecht.

Kraaihoek

Indexscore ‘Eigen Kracht’ De indexscore Eigen Kracht geeft in één oogopslag een beeld van de eigen kracht van de Papendrechters. Onderwerpen in de score Eigen Kracht: • belemmering door beperking/ziekte; • begrijpen van brieven en invullen van formulieren; • omgaan met onverwachte problemen; • financiële zelfredzaamheid; • de weg weten te vinden naar instanties (indien nodig). Toelichting: het gaat in dit onderzoek om zelfstandig wonenden van 18 jaar of ouder. Een uitgebreide beschrijving van de indexscore vindt u in de bijlage.

9%

Westpolder

6% 15% 6%

Middenpolder Wilgendonk

2%

2021

De Kooy-Oosteind

4%

2017

Oostpolder

8%

Papendrecht

8% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Toelichting: Omkaderde staven in de grafiek wijzen op een significante toename of afname t.o.v. 2017; als er geen kaders om de staven staan is er dus geen verschil met 2017. Wijken met een omcirkeld percentage scoren in 2021 significant boven of onder het gemiddelde van Papendrecht; als er geen omcirkelde percentages staan is er in 2021 dus geen verschil tussen de wijk en het Papendrechts gemiddelde

12

Partner voor bestuur en beleid

Eigen kracht Tabel 1.1 Eigen kracht naar achtergrondkenmerken (%) Eigen kracht naar gezondheid, opleiding, werk/studie Wat maakt dat iemand weinig, gemiddeld of veel eigen kracht heeft? In de tabel hiernaast staan de drie achtergrondkenmerken die het meest bepalend zijn voor de mate van eigen kracht van Papendrechters, in volgorde van belangrijkheid.

Score op index Eigen kracht

gemiddelde Papendrecht

laag

gemiddeld

hoog

8

35

57

ervaren gezondheid

Ervaren gezondheid is de belangrijkste bepaler voor de mate van eigen kracht. Hoe beter iemand zijn eigen gezondheid ervaart, hoe meer eigen kracht hij/zij heeft. Van de inwoners met een zeer goede ervaren gezondheid bijvoorbeeld, heeft 70% een hoge score op index ‘Eigen Kracht’, tegenover nog maar 21% van de Papendrechters met een slechte ervaren gezondheid.

zeer goed

0

30

70

goed

3

28

69

gaat wel

16

57

27

slecht

35

44

21

Opleidingsniveau is de tweede bepalende factor voor de mate van eigen kracht. Hoe hoger het opleidingsniveau, hoe meer eigen kracht. Zo heeft één op de vijf laagst opgeleiden (18%) een lage eigen kracht; bij hbo/wo opgeleiden betreft dit slechts 3%.

zeer slecht

86

14

0

geen opleiding/basisonderwijs

18

68

14

vmbo, mavo, mulo, lbo/mbo1

10

44

46

mbo 2, 3 of 4/havo, vwo, hbs, mms

8

32

60

hbo/wo

3

28

69

ja

5

28

67

nee

14

49

37

Ook het al dan niet hebben van werk of studie is van invloed; Papendrechters die werken of een studie volgen, hebben duidelijk meer eigen kracht dan Papendrechters zonder werk/studie. In tabel 1 ziet u alles op een rij: • Hoe hoger de ervaren gezondheid, hoe meer eigen kracht. • Hoe hoger de opleiding, hoe meer eigen kracht. • Inwoners met werk en/of een studie hebben meer eigen kracht dan inwoners zonder werk/studie.

opleiding

werk/studie

Partner voor bestuur en beleid

Eigen kracht 1.3 Mate van belemmering in vier situaties Belemmering door beperking of ziekte Het grootste gedeelte van de inwoners uit Papendrecht omschrijft hun gezondheid als (zeer) goed (69%). Vier op de tien (37%) inwoners zeggen één of meer langdurige ziekten, aandoeningen of beperkingen te hebben. Ook ouderdomsklachten en psychische klachten tellen hierbij mee*. In hoeverre dat belemmeringen met zich meebrengt ziet u in figuur 1.3 voor vier verschillende gebieden. Het leidt met name tot ernstige belemmeringen voor vrijetijdsbesteding, maar ook op andere terreinen speelt het een rol. Vergeleken met 2017 is de groep die zich ernstig belemmerd voelt bij sociale contacten nu iets groter geworden (11% toen, 17% nu). Voor de overige gebieden is de situatie niet veranderd t.o.v. 2017. * Voor een overzicht van het aantal mensen met beperkingen in deze regio verwijzen we naar de Gezondheidsmonitor van de Dienst Gezondheid & Jeugd: https://www.hoegezondiszhz.nl/dashboard/dashboard4/beperki ngen-en-aandoeningen

Begrijpen van brieven en formulieren Vanuit officiële instanties worden er regelmatig brieven en formulieren verzonden. Deze zijn niet voor iedereen altijd even makkelijk te begrijpen; 28% van alle Papendrechters heeft hier soms moeite mee. Daarnaast heeft 6% vaak of altijd moeite met het begrijpen van brieven en 8% met het invullen van formulieren. Hiermee is de omvang van deze groep niet noemenswaardig veranderd ten opzichte van 2017. Door de digitalisering kiezen instanties er vaker voor om bewoners hun zaken via het internet te laten regelen, bijvoorbeeld bij banken, de Belastingdienst en de gemeente. 29% van de Papendrechters vindt het weleens lastig om dit soort dingen zelf via internet te regelen. Eén op de zes Papendrechters (17%) vindt dit zelfs vaak of altijd lastig. Dit is niet veranderd ten opzichte van de situatie in 2017.

vrijetijdsbesteding

27%

school/werk

21%

thuis

18%

sociale contacten

17%

49%

24%

41%

38%

57%

25%

36%

0%

20%

47%

40%

ernstig belemmerd

60%

een beetje belemmerd

80%

100%

niet belemmerd

Toelichting: % van mensen met één of meer langdurige ziekten, aandoeningen of beperkingen

1.4 Zelfstandig zaken kunnen regelen met instanties begrijpen van brieven

3%

28%

66%

invullen formulieren

4%

28%

64%

zaken via internet regelen

8%

0% altijd moeite mee

14

9%

29%

20% vaak moeite mee

54%

40%

60%

soms moeite mee

80%

100%

geen moeite mee

Partner voor bestuur en beleid

Eigen kracht 1.5 Probleemoplossend vermogen Probleemoplossend vermogen Iedereen komt in zijn of haar leven – in meer of mindere mate – problemen tegen, maar niet iedereen gaat hier op dezelfde manier mee om. Drie kwart van de Papendrechters heeft een goede mentale weerbaarheid in de zin dat zij kunnen omgaan met onverwachte problemen. Eén op de tien Papendrechters (10%) vindt dit echter lastig; deze groep is iets groter geworden dan in 2017 (7%). Negen op de tien inwoners zeggen problemen zelf of samen met bekenden (eigen sociaal netwerk) op te lossen. Dat was ook in 2017 het geval.

Ik kan omgaan met onverwachte problemen.

10%

Ik kan problemen zelf of samen met bekenden oplossen.

5%

0% (zeer) mee oneens

15%

75%

93%

20% neutraal

40%

60%

80%

100%

(zeer) mee eens

Partner voor bestuur en beleid

Eigen kracht 1.6 Financiële zelfredzaamheid Financiële zelfredzaamheid De financiële zelfredzaamheid is iets verbeterd ten opzichte van 2017; momenteel kunnen meer Papendrechters veel geld overhouden (29%) dan in 2017 (20%). Hoewel de financiële gezinssituatie van de meeste inwoners in Papendrecht in orde is, is er een kleine financieel kwetsbare groep die spaargeld uit moet geven (5%) of schulden moet maken (3%). De omvang van deze financieel kwetsbare groep komt overeen met 2017. Voor het merendeel van de Papendrechters heeft de coronacrisis geen invloed gehad op hun financiële zelfredzaamheid, maar 7% van de inwoners heeft wel een verslechtering ervaren. U leest het in het Coronahoofdstuk

Financieel kwetsbare inwoners (spaargeld uitgeven of schulden maken)

2021

29%

2017

45%

20% 0%

18%

49% 20%

22%

40%

60%

kan veel geld overhouden

kan beetje geld overhouden

moet spaargeld uitgeven

moet schulden maken

5%

6% 3%

80%

100%

kan precies rondkomen

1.7 Financieel kwetsbare inwoners (spaargeld uitgeven of schulden maken)

In Molenvliet is de financiële redzaamheid verbeterd ten opzichte van 2017; het aandeel financieel kwetsbare inwoners is hier gedaald van 10% naar 4%. In de overige wijken komt de situatie overeen met 2017.

Westpolder

Anno 2022 verschilt het aandeel financieel kwetsbare inwoners niet noemenswaardig per wijk. De omvang van deze groep komt in alle wijken overeen met het gemiddelde in Papendrecht.

Kraaihoek

10% 4%

Molenvliet

12% 10%

Middenpolder 6%

Wilgendonk

2021

3%

De Kooy-Oosteind

2017 5%

Oostpolder

8%

Papendrecht 0%

2%

4%

6%

8%

10%

12%

14%

16%

18%

20%

Toelichting: geel omkaderde staven in de figuur wijzen op een significante toename t.o.v. 2017; paars omkaderde staven in de figuur wijzen op een significante afname t.o.v. 2017

Partner voor bestuur en beleid

Eigen kracht 1.8 Professionele hulp kunnen vinden indien nodig Weg vinden naar professionele hulp Eigen kracht heeft ook te maken met, indien nodig, de weg weten te vinden naar professionele hulp. Op verschillende gebieden is uitgevraagd of mensen weten waar ze terecht kunnen in het geval dat zij hulp nodig zouden hebben. In Papendrecht weten inwoners vooral de instanties op het gebied van psychische problemen (77%), lichamelijke beperkingen (74%), het vinden van werk (73%) en het vinden van huisvesting (71%) goed te vinden. Het minst bekend zijn instanties voor hulp bij problemen rond eenzaamheid (56%), opvoedondersteuning (56%), mantelzorgondersteuning (56%), echtscheiding (57%) en relatieproblemen (57%).

Vergeleken met vier jaar terug is er nu een grotere bekendheid met hulp voor problemen bij echtscheiding en mantelzorgondersteuning. De bekendheid is gelijk gebleven voor hulp bij psychische problemen, lichamelijke beperkingen, vinden van werk, schulden, ontmoeten van/contact met mensen en opvoedondersteuning (Naar de overige gebieden in figuur 1.8 is in 2017 niet gevraagd en kan dus geen vergelijking worden gemaakt).

psychische problemen

77%

lichamelijke beperkingen

74%

vinden van werk

73%

vinden van huisvesting*

71%

kindermishandeling*

67%

huiselijk geweld*

67%

ontmoeten van/contact met mensen

61%

moeite met rondkomen/geldzorgen*

60%

schulden

58%

relatieproblemen*

57%

echtscheiding

57%

mantelzorgondersteuning

56%

opvoedondersteuning

56%

eenzaamheid*

56%

0%

25%

50%

75%

100%

De voorzieningen waar een * achter staat, zijn in voorgaande jaren (2017 en/of 2019) niet in de vragenlijst opgenomen. Voor de beschikbare cijfers over 2017 en 2019 verwijzen we u naar tabel B.2 in de bijlage.

Partner voor bestuur en beleid

Eigen kracht Professionele hulp kunnen vinden, naar doelgroep Op de vorige pagina staat in weergegeven welk aandeel van alle inwoners van Papendrecht weet waar ze terecht kunnen voor professionele hulp mocht dat nodig zijn. Echter, niet iedereen hoeft persé van alle voorzieningen op de hoogte te zijn. Daarom is in de tabel hiernaast voor opvoedondersteuning, mantelzorgondersteuning, hulp bij schulden en echtscheiding de bekendheid binnen de doelgroep weergeven. De bekendheid met professionele hulp bij opvoedproblemen is onder ouders aanzienlijk hoger dan gemiddeld onder alle Papendrechters (56%); zeven op de tien ouders (71%) weten waar zij terecht kunnen. Ook mantelzorgers weten beter dan gemiddeld waar ze terecht kunnen voor professionele hulp op dit gebied; twee derde van de mantelzorgers (65%) zegt dit te weten tegenover 56% gemiddeld.

Tabel 1.2 Professionele hulp kunnen vinden, naar doelgroep (%) hulpgebied

doelgroep

2017

2021

opvoeding

ouders kinderen tot 23 jaar

77

71

mantelzorg

mantelzorgers

61

65

schulden*

mensen die spaargeld moeten uitgeven of mensen met schulden

55

43

echtscheiding

gehuwden/samenwonenden en tweeoudergezinnen

48

56

* Vanwege het beperkte aantal respondenten met schulden in de responsgroep zijn de percentages voor deze groep met grote onzekerheidsmarges omgeven en is de ontwikkeling over de jaren niet vast te stellen.

Voor problemen bij schulden en echtscheiding zien we dit effect echter niet. De bekendheid met het vinden van professionele hulp is onder de doelgroepen niet noemenswaardig veranderd t.o.v. vier jaar geleden.

Partner voor bestuur en beleid

Eigen kracht 1.9 Bekendheid voorzieningen Bekendheid voorzieningen In figuur 1.9 is de bekendheid opgenomen van specifieke voorzieningen. Veel inwoners zijn bekend met Woonkracht 10 (79%), Dienst Gezondheid & Jeugd (71%) en Sterk Papendrecht (70%). De bekendheid van Sterk Papendrecht (geopend onder deze naam in 2018) is het meest toegenomen in de afgelopen periode. Het minst bekend zijn Stichting Buurtgezinnen (24%), Jeugd en Jongerenwerk Suppord (27%), Stichting Leergeld (28%) en Meldpunt Zorg en Overlast (30%). Vergeleken met 2017 is de bekendheid gestegen voor Puur Papendrecht (+18%), Veilig Thuis (+11%) en Stichting Leergeld (+6%). De bekendheid van Jeugd en Jongerenwerk (Suppord) is juist afgenomen (-40%). Dit laatste is mogelijk een gevolg van de naamwisseling van het Jeugd en Jongerenwerk eind 2018.

Woonkracht 10*

79%

Dienst Gezondheid & Jeugd*

71%

Sterk Papendrecht*

70%

Sociale Dienst Drechtsteden

61%

Woonkeus Drechtsteden*

60%

Alzheimer Café*

49%

Veilig Thuis

47%

PuurPapendrecht

40%

Odensehuis*

37%

Meldpunt Zorg en Overlast

30%

Stichting Leergeld

28%

Jeugd en Jongerenwerk Suppord

27%

Stichting Buurtgezinnen*

24% 0%

25% goed bekend

50%

75%

100%

beetje bekend

Toelichting: De voorzieningen waar een * achter staat, zijn in voorgaande jaren (2017 en/of 2019) niet in de vragenlijst opgenomen Voor de cijfers over 2017 en 2019 verwijzen we u naar tabel B.3 in de bijlage.

Partner voor bestuur en beleid

Sociaal netwerk Partner voor bestuur en beleid

Sociaal netwerk Inleiding Hiervoor zagen we dat eigen kracht gaat om 'zelf kunnen'. Dit betekent echter niet dat iemand zijn of haar problemen helemaal alleen moet oplossen. Veel mensen kunnen een beroep doen op hun sociale netwerk van familie, vrienden, buren en bekenden als zij hulp nodig hebben. Sociale netwerken zijn daardoor van grote waarde. Ook professionals en zorgaanbieders zetten de sociale netwerken van inwoners in bij het aanpakken van hulpvragen van deze inwoners. In dit hoofdstuk bekijken we verschillende thema’s die te maken hebben met het sociaal netwerk van Papendrechters.

Inhoudsopgave 

Beleving sociale contacten

Sociaal isolement

Hulp van anderen

Gezinssituatie

Ouderschap

21

Partner voor bestuur en beleid

Sociaal netwerk Contacten met andere mensen We hebben de inwoners van Papendrecht gevraagd of zij, naar eigen zeggen, in de afgelopen 12 maanden voldoende contacten hadden met andere mensen. Ruim een derde (36%) beantwoordt deze vraag bevestigend en zegt dat zij zeker voldoende sociale contacten hadden (zie figuur 2.1). Voor 34% geldt dat zij voldoende contacten hadden, maar graag meer sociale contacten hadden willen hebben. Drie op de tien vinden dat zij te weinig contacten hadden in het afgelopen jaar. Er zijn geen verschillen tussen de verschillende wijken. We zien een heel ander beeld dan vier jaar geleden. Toen gaf driekwart (77%) aan genoeg contacten te hebben en had slechts 6% naar eigen zeggen onvoldoende sociale contacten. De maatregelen om de verspreiding van het coronavirus te beperken hebben hier vrijwel zeker een rol gespeeld. Toch heeft dit niet voor iedereen geleid tot een gemis aan sociaal contact.

Sociaal isolement Dat iemand vindt dat hij weinig contacten heeft, betekent niet automatisch dat hij zich sociaal geïsoleerd voelt. Andersom geldt hetzelfde: bij veel contacten kan het toch zijn dat iemand sociaal geïsoleerd is. De behoefte aan meer sociale contacten en sociaal isolement zijn twee verschillende dingen. Bij sociaal isolement gaat het om de aard van de contacten die iemand heeft. Om sociaal isolement in kaart te brengen, hebben we de methode van het SCP gebruikt. Aan de hand van de antwoorden op zes stellingen (zie figuur 2.3) wordt iemand geclassificeerd als al dan niet sociaal geïsoleerd.

In figuur 2.2 zien we dat het aandeel inwoners dat in sociaal isolement leeft is toegenomen ten opzichte van vier jaar geleden. In 2021 wordt 22% gekenmerkt als (enigszins) sociaal geïsoleerd, in 2017 was dit nog 15%. De groep niet geïsoleerden is kleiner geworden (van 33% naar 22%). Bekijken we de verschillende wijken, dan is het aandeel sociaal geïsoleerden niet anders dan in Papendrecht als geheel. Voor Westpolder en Molenvliet geldt dat het aandeel sociaal geïsoleerden wel is toegenomen ten opzichte van vier jaar geleden (zie tabel B.1 in de bijlage). Net als in de subjectieve beleving van het aantal contacten (figuur 2.1), zien we bij sociaal isolement een negatieve ontwikkeling. Niet alleen vinden veel inwoners dat zij te weinig sociale contacten hadden, ook is de kwaliteit van de contacten voor veel van hen veranderd.

2.1 Voldoende contacten met andere mensen 2021

36%

34%

2017

30%

77%

0%

20%

17%

40%

ja, zeker

60%

6%

80%

ja, maar zou meer willen

100%

nee

Toelichting: In het licht van de coronacrisis is de vraagstelling iets aangepast t.o.v. 2017: vraagstelling 2021: Vindt u dat u in de afgelopen 12 maanden voldoende contacten met andere mensen had? vraagstelling 2017: Vindt u dat u voldoende contacten met andere mensen hebt? Toelichting: gearceerde staven in de grafiek wijzen op een significant verschil t.o.v. 2017; als er geen gearceerde staven staan is er dus geen verschil met 2017.

2.2 Sociaal isolement 2021

22%

2017

56%

33%

0%

52%

20% niet geïsoleerd

12%

40% neutraal

60%

enigszins geïsoleerd

10%

9%

80%

6%

100%

sociaal geïsoleerd

Toelichting: gearceerde staven in de grafiek wijzen op een significant verschil t.o.v. 2017; als er geen gearceerde staven staan is er dus geen verschil met 2017.

22

Partner voor bestuur en beleid

Sociaal netwerk Stellingen sociaal isolement Figuur 2.3 geeft de resultaten op de onderliggende stellingen van de sociaal isolementsschaal weer. Het gaat hierbij om de bovenste zes stellingen. Voor alle stellingen geldt dat de resultaten verschillen met die uit 2017. Op de positief geformuleerde stellingen (de eerste vier stellingen) ligt het percentage ‘ja’ 4% tot 8% lager. Op de negatief geformuleerde stellingen ligt het percentage ‘nee’ 9% lager voor ‘mijn sociale contacten zijn oppervlakkig’ en 22% lager voor ‘ik voel me van andere mensen geïsoleerd’.1

Overige stellingen over contact met anderen De onderste twee stellingen in figuur 2.3 behoren niet tot de schaal om sociaal isolement te meten, maar hebben wel betrekking op contact met andere mensen. Eén op de zeven (14%) heeft behoefte aan meer ontmoetingsplekken in de buurt of wijk. Deze groep is toegenomen ten opzichte van vier jaar geleden (9%). De groep die hier geen behoefte aan heeft is kleiner geworden (van 76% naar 65%).2 Een kleine groep van 5% geeft aan steun te vinden bij anderen op internet, bijvoorbeeld op online forums. Voor de meeste inwoners is dit echter geen bron van steun. Deze stelling is in 2021 voor de eerste keer voorgelegd.

2.3 Stellingen over contact met andere mensen STELLINGEN SOCIAAL ISOLEMENT

Er zijn mensen bij wie ik terecht kan.

84%

13%

Er zijn mensen met wie ik goed kan praten.

82%

17%

Er zijn mensen die me echt begrijpen.

73%

Ik maak deel uit van een groep vrienden.

56%

Mijn sociale contacten zijn oppervlakkig.

Ik voel me van andere mensen geïsoleerd.

18%

10%

22%

17%

41%

5%

27%

41%

36%

54%

OVERIGE STELLINGEN 1 & 2: De resultaten van 2017 zijn niet in de figuur opgenomen.

Ik heb behoefte aan meer ontmoetingsplekken in mijn buurt/wijk.

14%

21%

65%

Ik vind steun bij andere mensen op internet. 5% 9% 0%

86% 20%

ja

23

40%

60%

soms

80%

100%

nee

Partner voor bestuur en beleid

Sociaal netwerk Hulp van anderen We hebben inwoners gevraagd of zij, indien nodig, een beroep kunnen doen op hun netwerk als het gaat om hulp op verschillende gebieden. Het kan daarbij gaan om praktische ondersteuning in bijvoorbeeld het huishouden, maar ook om emotionele steun, zoals hulp bij het omgaan met tegenslagen.

Veel inwoners kunnen terugvallen op hun sociale netwerk wanneer zij hulp nodig hebben (figuur 2.4). Ook uit onderzoek van het SCP blijkt dat in tijden van adviezen en maatregelen om sociale contacten zoveel als mogelijk te beperken, de bereidheid om andere mensen te helpen nog steeds groot is.1 Toch is er op elk aspect ook een groep inwoners die hiervoor niet op anderen kan terugvallen. Deze groep varieert van 15% bij ‘leuke dingen doen’ tot 41% bij ‘persoonlijke verzorging’. Als we de resultaten vergelijken met 2017 (niet in figuur) zien we dat voor de aspecten ‘boodschappen doen’, ‘vervoer’ en ‘huishouden’ het aandeel inwoners dat hiervoor op anderen kan terugvallen in 2021 4% tot 5% groter is.2 1: SCP (2021). Een jaar met corona. Ontwikkelingen in de maatschappelijke gevolgen van corona. Den Haag: SCP. 2: De aspecten ‘vragen over opvoeding’, ‘relatieproblemen’ en ‘opvang kinderen’ zijn niet voorgelegd in 2017.

2.4 Kent iemand die helpt of kan helpen bij…

leuke dingen doen

85%

boodschappen doen

81%

vervoer

81%

omgaan met tegenslagen

80%

vinden van informatie

80%

huishouden

79%

administratie

76%

vragen over opvoeding *

69%

relatieproblemen *

67%

opvang kinderen *

66%

persoonlijke verzorging

59% 0%

25%

50%

75%

100%

* Inwoners waarbij dit aspect niet van toepassing is zijn hier buiten beschouwing gelaten

Partner voor bestuur en beleid

Sociaal netwerk Gezinssituatie en ouderschap

2.5 Soort relatie

Op deze en de volgende pagina zoomen we nader in op relaties, gezinssituatie en ouderschap.

Relaties 63% van de inwoners van Papendrecht van 18 jaar en ouder heeft een relatie (zie figuur 2.5). De meesten van hen zijn getrouwd. Geregistreerd partnerschap, samenwonend met of zonder samenlevingscontact en de LAT-relatie komen minder vaak voor. Ruim een derde van de Papendrechters heeft geen relatie.

gehuwd geregistreerd partnerschap 37%

samenwonend met samenlevingscontract

44%

samenwonend zonder samenlevingscontract

Inwoners met een relatie beoordelen deze gemiddeld met een 8,5. Meer dan 80% geeft een rapportcijfer van 8 of hoger, slechts 2% geeft een onvoldoende.

LAT-relatie

Kinderen Twee derde van de volwassen Papendrechters (63%) heeft kinderen. Eén op de vijf (18%) heeft één of meer kinderen in de leeftijd tot 18 jaar (minderjarige kinderen). In figuur 2.6 zien we hoe de gezinssituatie voor deze ouders er uitziet. De meerderheid, te weten 80%, is samen met de vader of moeder van hun kind(eren). Eén op de vijf (20%) is gescheiden van de vader of moeder. Verder heeft 4% bewust gekozen voor alleenstaand ouderschap, heeft 3% stiefkinderen en heeft 1% adoptie- of pleegkinderen. Er zijn meerdere situaties mogelijk per persoon. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat het aandeel kinderen dat te maken krijgt met een scheiding van hun ouders licht is toegenomen tussen 1999 en 2019. Eind 2019 hadden twee op de tien minderjarigen ouders die niet samenwoonden.1 CBS-cijfers laten ook zien dat steeds meer huishoudens te maken hebben met complexe gezinsverbanden (via stiefrelaties en halfbroers of -zussen). Het aandeel minderjarige kinderen met één of twee stiefouders, stiefbroers of –zussen of halfbroers of –zussen is toegenomen van 10% in 1997 naar 16% in 2017.2 In Papendrecht geeft 10% van de ouders met minderjarige kinderen aan dat zij in een samengesteld gezin wonen, waarbij één of beide ouders kinderen uit een vorige relatie hebben meegenomen.

1: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2021/50/iets-meer-kinderenmaakten-scheiding-mee 2: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/40/ruim-een-half-miljoenminderjarigen-in-complexe-gezinsverbanden

7%

geen relatie

4% 5% 2%

2.6 Gezinssituatie 80%

samen met vader/moeder 20%

gescheiden van vader/moeder

bewust alleenstaande ouder

4%

samen met stiefkinderen

3%

samen met adoptie/pleegkinderen

1% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Toelichting: situatie voor ouders met één of meer kinderen tot 18 jaar, meerdere antwoorden mogelijk

25

Partner voor bestuur en beleid

Sociaal netwerk Ouderlijk gezag In figuur 2.7 zien we dat de meeste ouders van minderjarige kinderen gezamenlijk gezag hebben over hun kinderen. Slechts 3% heeft eenhoofdig gezag, waarbij het gezag bij één ouder ligt. Een kleine groep ouders (5%) heeft geen gezag.

Gezamenlijk ouderschap Ouders van minderjarige kinderen die samenleven met de vader of moeder van hun kind(eren) beoordelen hun gezamenlijke ouderschap over het algemeen goed. Zij geven gemiddeld een rapportcijfer van 8,4. Negen op de tien geven een 8 of hoger. Slechts 3% geeft een onvoldoende.

2.7 Ouderlijk gezag 90%

gezamenlijk gezag

3%

eenhoofdig gezag

5%

geen gezag

2%

niet voor alle kinderen hetzelfde

Gedeeld ouderschap Gescheiden ouders met minderjarige kinderen beoordelen het gedeelde ouderschap met hun ex-partner minder goed. Zij geven gemiddeld een 5,8. Een derde geeft een 8 of hoger, eveneens een derde geeft een onvoldoende. We hebben gescheiden ouders ook gevraagd hoe vaak zij contact hebben met hun kinderen. De meesten hebben (bijna) elke dag contact met hun kind(eren) (figuur 2.8).

0%

20%

40%

60%

80%

100%

Toelichting: situatie voor ouders met één of meer kinderen tot 18 jaar

2.8 Contact gescheiden ouders met kinderen 77%

(bijna) elke dag

13%

paar keer per week

6%

(bijna) nooit

4%

niet voor alle kinderen hetzelfde 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Toelichting: situatie voor gescheiden ouders met één of meer kinderen tot 18 jaar

26

Partner voor bestuur en beleid

Mantelzorg Partner voor bestuur en beleid

Mantelzorg Inleiding In het vorige hoofdstuk stond het sociaal netwerk centraal en de mate waarin mensen hierop kunnen terugvallen voor hulp en ondersteuning. Wanneer hulp aan anderen verder gaat dan af en toe een boodschap doen of samen koffie drinken, kan er sprake zijn van mantelzorg. Onder mantelzorg verstaan we:

“De zorg die iemand geeft aan een bekende uit zijn of haar omgeving, zoals een partner, kind of vriend, als deze persoon voor langere tijd ziek, hulpbehoevend of gehandicapt is. Mantelzorg wordt niet betaald. “ 1 We definiëren iemand als mantelzorger als hij of zij op dit moment minimaal 8 uur per week zorg biedt en/of de zorg langer duurt dan 3 maanden.2

Mantelzorg ontvangen In dit hoofdstuk staan de mantelzorgers, oftewel de verleners van zorg, centraal. Aan de andere kant vinden we de ontvangers van zorg. In Papendrecht gaat het dan om 7% van de inwoners, die naar eigen zeggen mantelzorg ontvangen. We verwachten dat steeds meer inwoners mantelzorg nodig hebben in de toekomst. Prognoses voorspellen dat zowel het aantal als aandeel ouderen in de gemeente de komende jaren toeneemt.3 Daarnaast blijft de overheid aanmoedigen om langer thuis te blijven wonen. In dit hoofdstuk kijken we naar de groep mantelzorgers in Papendrecht. Een aantal vragen uit het thema ‘mantelzorg’ heeft ook meegelopen in de Tussenmeting Monitor Sociaal uit 2019. Waar mogelijk maken we een vergelijking met zowel 2017 als 2019.

Inhoudsopgave 

Aantal mantelzorgers

Wat doen ze?

Hulp van anderen, spilzorg en overbelasting

Mantelzorgondersteuning

1 & 2: Definitie ontleend aan het CBS 3: Primos prognose

28

Partner voor bestuur en beleid

Mantelzorg Mantelzorg gegeven in afgelopen 12 maanden Een kwart van de inwoners van Papendrecht zegt in de afgelopen 12 maanden mantelzorg te hebben gegeven (figuur 3.1). Dit aandeel is niet significant anders dan in 2017 en 2019.

3.1 Mantelzorg gegeven in afgelopen 12 maanden

26%

Aantal mantelzorgers

2021 2019

In Papendrecht bestempelen we 20% van de volwassen inwoners als mantelzorger (figuur 3.2). Zij verlenen op dit moment minimaal 8 uur per week zorg en/of zorgen langer dan 3 maanden. Ook hier zien we geen verschillen met de twee voorgaande metingen. In hoeverre de coronacrisis een rol heeft gespeeld in het verlenen van mantelzorg is moeilijk te zeggen. Uit angst voor besmetting van hun naaste en door de (tijdelijke) bezoekbeperkingen in zorginstellingen, zullen sommige mantelzorgers minder hulp hebben verleend. Vanwege het wegvallen van professionele hulp zullen anderen juist meer zorg op zich hebben genomen. In Papendrecht zien we alles bij elkaar genomen dus geen verschil in het aandeel mantelzorgers vergeleken met de metingen voor de pandemie.

2017

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

Toelichting: omkaderde staven in de grafiek wijzen op een significante toename of afname t.o.v. 2019; als er geen kaders om de staven staan is er dus geen verschil met 2019.

3.2 Aandeel mantelzorgers

In het vervolg van dit hoofdstuk kijken we alleen naar de mantelzorgers die voldoen aan de hiervoor genoemde definitie (meer dan 8 uur per week en/of minimaal 3 maanden zorgen). 20%

Wie geven mantelzorg? Uit landelijk onderzoek blijkt dat het aandeel mantelzorgers onder vrouwen hoger ligt dan onder mannen.1 Dit is ook zo in Papendrecht. Dit kan te maken hebben met het feit dat vrouwen vaker parttime werken, sneller signalen opvangen dat er hulp nodig is en zich vaker verantwoordelijk voelen voor zorgtaken. Als we kijken naar leeftijd is het aandeel mantelzorgers landelijk gezien vooral hoog onder 45-64 jarigen.2 Deze groep heeft relatief vaak te maken met hulpbehoevende ouders. Ook in Papendrecht vinden we de meeste mantelzorgers in deze leeftijdscategorie. (Niet in figuur.)

2021 2019 2017

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

Toelichting: omkaderde staven in de grafiek wijzen op een significante toename of afname t.o.v. 2019; als er geen kaders om de staven staan is er dus geen verschil met 2019. Definitie mantelzorger = iemand die meer dan 8 uur per week en/of langer dan 3 maanden mantelzorg verleent

1 & 2: SCP (2020). Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019. Den Haag: SCP.

Partner voor bestuur en beleid

Mantelzorg Tijd besteed aan mantelzorg Figuur 3.3 geeft aan hoeveel tijd mantelzorgers per week besteden aan de zorg voor hun naaste(n). De meeste mantelzorgers (57%) besteden maximaal 4 uur per week aan hun zorgtaken. Eén op de vijf zorgt meer dan 8 uur per week. Er zijn geen noemenswaardige verschillen met de cijfers uit 2017 en 2019. De invloed van de coronacrisis is ook hier moeilijk te bepalen. Uit onderzoek van het SCP komt naar voren dat voor twee derde van de mantelzorgers weinig is veranderd in de hoeveelheid zorg die zij verlenen. De groep die meer is gaan zorgen, is even groot als de groep die minder zorgt.1 Dit lijken we ook terug te zien in Papendrecht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/553/documents/9414