CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken GR DG&J 2020.pdf

Gemeenteraad Papendrecht 3 juni 2021, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 15: Zienswijze jaarrekening 2020 en begroting 2022 Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd - Voorstel37.773 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Naast de 3 teams in de pilot-gemeenten, zijn er ook samenwerkende teams gevormd om de 15 andere lokale teams in de regio. Met middelen uit het Transformatiefonds heeft de SOJ de teams gefaciliteerd met externe procesbegeleiding om het proces van elkaar leren kennen en het op gang brengen van samenwerking te ondersteunen en stimuleren. Daarnaast zit de SOJ het Actieteam Veilig opgroeien is teamwerk voor, waarin de Stichting Jeugdteams, Veilig Thuis, Gecertificeerde Instellingen en Raad voor de Kinderbescherming met elkaar de uitrol volgen en waar nodig bijsturen.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

43

Product/activiteit/project

Beoogd resultaat

Stand van zaken Verder zijn in 2020 de voorbereidingen getroffen om de regionale beschermingstafel te vervangen door lokale beschermingsgesprekken als onderdeel van de werkwijze Veilig opgroeien is teamwerk. Tot slot heeft de SOJ in 2020 vanuit het regionale jeugdhulpbudget bijgedragen aan de procesregie voor de jeugd(straf)tafel in het Veiligheidshuis. Humanitas heeft in het kader van het project Wel Thuis in 2020 20 koppelingen van vrijwilligers gerealiseerd met gezinnen waarin de veiligheid van kinderen in het geding was en/of de ontwikkeling werd bedreigd. Er zijn 15 koppelingen gemaakt met gezinnen met een kinderbeschermingsmaatregel en 5 met gezinnen in het vrijwillig kader al dan niet in de combinatie met de werkwijze Veilig opgroeien is teamwerk. Aanpassing Nee, tenzij-regeling: het Algemeen Bestuur heeft op 24 september 2020 besloten tot het ontwikkelen van een normenkader als alternatief voor de Nee-tenzij regeling. Tevens is besloten dat de regeling in 2021 strenger moet worden toegepast totdat het normenkader is ontwikkeld en contractueel ingebed. Het normenkader maakt onderdeel uit van de inkoop voor 2022 en verder. Analyse aanpak versterking zelfredzaamheid en dagbesteding: de analyse die is uitgevoerd heeft geen afzonderlijk vervolg gekregen in 2020.

Versterking zelfredzaamheid en dagbesteding maken onderdeel uit van de voorbereidingen op de inkoop voor 2022 en verder. Perspectiefbenadering: de SOJ heeft in 2020 een eerste voorstel gedaan voor de uitwerking van de perspectiefbenadering. Hieruit bleek dat dit thema niet uitsluitend vanuit de jeugdhulp is te benaderen, maar een sociaal domein brede aanpak vraagt. In overleg met gemeenten is de opdracht in 2020 overgedragen aan het regionale Netwerk MT plus van de 10 gemeenten. Expertiseteam: in 2020 is intensief gewerkt aan de (landelijke) kerntaken die een regionaal expertteam moet vervullen. Tevens is onderzocht hoe verschillende casuïstiekoverleggen in de regio samengevoegd kunnen worden tot een goed werkend regionaal expertteam dat de expertise (lokaal) dichtbij brengt. De ervaringen met het crisismeldpunt dat in 2020 is ontstaan als gevolg van de Corona-crisis zijn hierbij betrokken. Een voorstel voor een regionaal expertteam is aangeboden aan het regionale Netwerk MT plus van de 10 gemeenten ter besluitvorming. Contractmanagement 2.0: contractmanagement is een continue proces om in control te blijven i.r.t. contractuele afspraken. In 2019 zijn stappen gezet voor de verdere borging van contractmanagement

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

44

Product/activiteit/project

Uitvoeren van projecten in het kader van het transformatiefonds

Faciliteren gemeenten voor bezwaar en beroep

Beoogd resultaat

Stand van zaken binnen de SOJ. Eén van de stappen hierin is de aanschaf en start van implementatie van een contract- en leveranciersmanagementsysteem. Dit systeem (Negometrix) stelt ons samen met het dashboard inkoop in staat om op termijn nog beter in control te komen voor wat betreft contractuele afspraken tussen de SOJ en gecontracteerde partijen. Ontwikkelingen zoals Jeugdhulp naar Voren vragen om verdere doorontwikkeling van het contractmanagement, waarbij wordt getoetst op basis van ervaringen van jeugdprofessionals en cliënttevredenheid over zowel de geleverde jeugdhulp als de mate van samenwerking van aanbieder(s) met de Stichting Jeugdteams. De SOJ en gemeenten werken dit verder uit in 2021.

Er is een Alliantie van jeugdhulpaanbieders die zorgt voor maatwerkoplossingen voor kinderen die complexe hulp nodig hebben die niet in de regio voorhanden is.

De Alliantie heeft in meerdere casussen langdurige buitenregionale plaatsingen weten te voorkomen. De leerresultaten zijn verwerkt in de voorstellen voor het regionaal expertteam en de perspectiefbenadering en worden betrokken bij de voorbereidingen op de inkoop voor 2022 en verder.

Versnelling van de transformatie van de jeugdhulp.

Voor vier projecten in het kader van het Transformatiefonds (Overbruggingszorg, Harmonicavoorziening, Alliantieteam en Expertiseteam) is in 2020 aan de hand van de methodiek van het 'social profit canvas' de (maatschappelijk toegevoegde) waarde van de projecten en de samenhang tussen de projecten in kaart gebracht. Dit heeft de samenwerking tussen de betrokken partijen versterkt. De adviezen vanuit dit proces zijn verwerkt in de voorstellen voor het regionaal expertteam en de perspectiefbenadering.

De ingekomen bezwaarschriften zijn behandeld door de bezwaarschriftencommissie Jeugd ZHZ.

In 2020 zijn er in totaal 8 bezwaarschriften ingekomen. Van de 8 zaken zijn er 2 bezwaarschriften ingetrokken en 6 ongegrond verklaard.

De bezwaarschriftencommissie Jeugd ZHZ maakt een eigen jaarverslag over 2020.

Er stonden nog 4 zaken open uit 2019. Daarvan zijn 4 openstaande bezwaarschiften in 2020 afgerond. De resultaten zijn als volgt: 1 ingetrokken, 2 gegrond en 1 ongegrond.

De ingekomen (hoger) beroepschriften zijn behandeld. Bij de behandeling van beroepschriften is de SOJ juridisch ondersteund door het Juridisch Kenniscentrum van het Servicecentrum Drechtsteden.

Er is 1 voorlopige voorziening hangende een bezwaarschrift ingediend die door de rechtbank ongegrond is verklaard. In 2020 is er 1 beroepschrift bij de rechtbank Rotterdam ingediend en zijn er 3 hoger beroepschriften bij de Centrale Raad van Beroep ingekomen. Het beroep staat open en wacht op behandeling. De hoger beroepschriften staan nog open en wachten op een zitting bij de Centrale Raad van Beroep. De rechtbank heeft in 2020 uitspraak gedaan in 10 zaken met het resultaat: 4 gegrond en 6 ongegrond. 7 beroepen zijn ingetrokken.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

45

Product/activiteit/project

Beoogd resultaat

Stand van zaken In 2020 zijn 3 uitspraken van de Centrale Raad van Beroep geweest. Het resultaat was: 1 ongegrond en 2 gegrond. 1 hoger beroep is ingetrokken. De wachttijd bij zowel rechtbank als Centrale Raad van Beroep was in 2020 erg lang vanwege de Corona-crisis, zowel voor de inhoudelijke behandeling/zitting als de uitspraak. Opvallend is dat over 2020 redelijk veel beroepen zijn ingetrokken. Dit is altijd op verzoek van advocaat en/of ouders. Dit kan zonder opgaaf van reden worden gedaan. Het aantal bezwaarschriften over 2020 is minimaal afgenomen in aantal. De resultaten in 2020 zijn wel opvallend meer ongegrond dan gegrond zoals voorgaande jaren.

Borgen van inbreng cliëntervaringen

Het Jeugd ervaringsdeskundigen team (JET) geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de SOJ. Het Ouderplatform behartigt de belangen van ouders uit de regio wiens kind te maken heeft (gehad) met jeugdhulp of jeugdbescherming.

In 2020 is extra geïnvesteerd in het betrekken van het cliëntperspectief. Door het JET is een regionaal cliëntennetwerk opgericht met adviesen cliëntenraden uit de gehele regio. Het JET en het Ouderplatform zijn sinds 2020 op structurele wijze betrokken bij lopende en nieuwe projecten in de regio. De SOJ overlegt maandelijks met het JET, waarbij het JET input geeft op belangrijke thema's, zoals het inkoopproces voor 2022 en verder, de impact van de Corona-crisis en het project Veilig opgroeien is teamwerk. Vertegenwoordigers van het JET en het Ouderplatform hebben actief deelgenomen aan de gesprekken met alle stakeholders aan de ontwikkeltafels voor de inkoop voor 2022 en verder. Dit heeft geleid tot concrete aandachtspunten voor de inkoop, onder andere bijvoorbeeld over het inzetten van ervaringsdeskundigheid door jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen. Daarnaast hebben het JET, het Ouderplatform en de Adviesraad WMO/Jeugd Dordrecht gezamenlijk een brief aan de gemeenten geschreven over de impact van de Corona-crisis op de jeugdhulp. Verschillende gemeenten en de SOJ hebben hier vervolgens acties op ondernomen.

De ervaringen van cliënten met jeugdhulp zijn kwantitatief en kwalitatief gemeten door middel van het cliëntervaringsonderzoek (CEO)

Vanaf 2019 wordt het CEO middels continue meten uitgevoerd. Gemeenten beschikken over een digitaal dashboard met actuele cijfers, zowel regionaal als lokaal. De uitkomsten van het CEO 2019 zijn in 2020 besproken met de gemeenten. Een belangrijke uitkomst is dat cliënten over het algemeen tevreden zijn met de jeugdhulp in de regio. De werkwijze van het CEO is geëvalueerd met een werkgroep van gemeenten, cliëntvertegenwoordigers, Stichting Jeugdteams en de SOJ. Dit heeft geresulteerd in korte termijn verbeteringen in vragenlijsten en de organisatie van focusgroepen met cliënten. Daarnaast is nagedacht over de verdere doorontwikkeling van het CEO vanaf 2022 in

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

46

Product/activiteit/project

Beoogd resultaat

Stand van zaken nauwe samenhang met de voorbereidingen op de inkoop voor 2022 en verder.

Wat heeft het gekost? (bedragen x € 1.000)

Begroting 2020* Lasten

Baten

Realisatie 2020 Saldo

Lasten

Baten

Afwijking 2020 Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Producten

114.751

114.751

0

121.050

121.050

0

-6.299

6.299

0

Saldo baten en lasten

114.751

114.751

0

121.050

121.050

0

-6.299

6.299

0

Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat

0

0

0

0

0

0

0

0

0

114.751

114.751

0

121.050

121.050

0

-6.299

6.299

0

*Het betreft hier de begroting na alle wijzigingen, ofwel de begroting zoals deze is vastgesteld in het AB van 9 juli 2020 (1ste burap 2020).

**Met ingang van 2018 mogen de overhead en de algemene dekkingsmiddelen niet meer aan de programma's worden toegerekend. Deze dienen in een afzonderlijk begrotingsprogramma te worden gepresenteerd. Indien rekening wordt gehouden met de overhead en de algemene dekkingsmiddelen bedragen de begrote baten en lasten € 119,2 mln en de werkelijke baten en lasten € 125,3 mln. Waarbij bij de baten rekening is gehouden dat het tekort nog wordt opgehaald bij de gemeenten.

Resultaatanalyse Hieronder wordt inzicht gegeven in de financiële resultaten over 2020, hierbij is wel rekening gehouden met de overheadkosten en de algemene dekkingsmiddelen. Overzicht van baten en lasten Tabel 1 Prim aire begroting 2020

Saldo van baten en lasten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

107.415

107.158

-257

119.157

118.925

-232

257

257

-

232

232

-

119.157

Mutaties reserve (Gerealiseerd) resultaat

107.415

107.415

Saldo

Actuele begroting 2020

119.157

Saldo

-

Afw ijking tov actuele begroting

Resultaat 2020 Lasten

Baten

Lasten

Baten

125.295

125.064

-232

6.139

6.139

0

232

232

-

-0

-0

125.295

0

6.139

6.139

0

125.295

Saldo

Saldo

De primaire begroting met begrote lasten van € 107,4 mln. is in twee stappen aangepast. De eerste wijziging betrof de begrotingswijziging van € 5,2 mln. bij de Omdenknotitie. Hier is enerzijds een hoger kostenniveau 2019 van € 10,2 mln. verwerkt en anderzijds de eerste jaarschijf van € 5,0 mln. aan te realiseren besparingen. De tweede wijziging betrof de begrotingswijziging van € 6,6 mln. bij de eerste bestuursrapportage 2020. Hier is een hoger kosten niveau 2019 en 2020 van € 11,6 mln. verminderd met een taakstelling van € 5,0 mln. verwerkt. Dit is opgenomen in onderstaand schema. Tabel 2 (bedragen x € 1 mln) Lasten primaire begroting

107,4

Begrotingswijziging omdenknotitie -

hogere lasten 2019

10,2

-

1

-5,0

ste

jaarschijf kostenreductie

Subtotaal begrotingswijziging omdenknotitie

5,2

Begrotingswijziging 1ste bestuursrapportage 2020 -

hogere lasten 2019 en 2020

11,6

-

taakstelling

-5,0

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

47

Subtotaal 1ste begrotingswijziging

6,6

Actuele begroting

119,2

Toelichting op overzicht van baten en lasten Tabel 3 Bedragen * € 1.000,-

Realisatie 2020

Realisatie 2019

Raming na wijziging (1e burap)

Prognose 2e burap

89.617 5.311 5.503 12.927 3.797 117.155 1.026 118.181

89.899 5.600 6.000 13.252 4.406 119.157

96.200 5.600 5.800 13.252 4.406 125.258

119.157

125.258

118.925

125.026

232 125.295

116.802 1.026 353 118.181

232 119.157

232 125.258

0

0

0

0

Regionale zorgmarkt LTA PGB Stichting Jeugdteams Serviceorganisatie Totaal lasten exclusief reserve uittreding Leerdam + Zederik Vorming reserve frictiekosten uittreding Leerdam + Zederik Totaal lasten inclusief vorming reserve frictiekosten

96.496 5.602 5.700 13.252 4.246 125.295

Baten exclusief uittreding reserve Leerdam + Zederik Ontvangst vergoeding uittreding Leerdam + Zederik Ontrekking reserve frictiekosten uittreding Leerdam + Zederik Totaal baten

125.064

125.295

Saldo baten -/- laten

Realisatie Realisatie 2020 -/2020 -/Prognose 2e realisatie 2019 burap 296 2 -100 0 -160 37 37

6.879 291 197 326 448 8.141

37 0 37

8.262 -1.026 -121 7.115

0

-0

-

7.115

Samenvatting resultaat en aandachtspunten Samenvatting resultaat De realisatie 2020 is nagenoeg gelijk aan de prognose in de tweede bestuursrapportage. De gemelde overschrijdingen gedurende het jaar zijn als volgt gerapporteerd: Tabel 4 (bedragen x € 1 mln) Stand begroting 1-1-2020

112,6

1ste bestuursrapportage

11,6

Waarvan 6,6 verwerkt in een begrotingswijziging

2de bestuursrapportage

1,1

Geen begrotingswijziging

Voorlopige jaarrekening

0

Totaal mutaties

12,7

Realisatie 2020

125,3

Het overgrote deel hiervan zit op de post regionale zorgmarkt. De toelichting hierop en op de overige posten is opgenomen in onderstaande paragraaf 'Afwijkingen ten opzichte van de prognose 2e bestuursrapportage en realisatie 2019'. Ten opzichte van 2019 zijn de kosten met € 8,1 mln. gestegen. Gecorrigeerd voor prijsindexatie is de overschrijding € 5,1 mln. (4,3%). De kostenstijging van afgelopen jaar is daarmee lager dan het jaar ervoor (10,9% gecorrigeerd voor indexatie). In de volgende grafiek is de kostenontwikkeling van 2018 tot en met 2020 weergegeven.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

48

Nee tenzij regeling Wegens ontoereikende budgetten en toegepaste afslagen op budgetten door onzekerheid over de spreiding van de zorg over alle aanbieders is een groot bedrag aan jeugdhulp via de Nee tenzij regeling in opdracht gegeven. De Nee tenzij regeling is een regeling waarbij een aanbieder welke geen ruimte meer heeft in zijn budget, een jeugdige toch in zorg mag nemen als de zorg niet uitstelbaar is en er bij een andere aanbieder geen (budget)ruimte is. Dit heeft geleid tot een forse administratieve belasting voor alle betrokkenen en maakt de uitkomst minder voorspelbaar ten opzichte van een situatie van vaste budgetten zonder Nee tenzij regeling. Het volume van de Nee tenzij regeling 2020 is € 14,3 mln. (2019 € 14,8 mln.). Overproductie De door de zorgaanbieders gemaakte zorgkosten zijn € 0,8 mln. hoger dan in de jaarrekening opgenomen wegens niet vergoede overproductie boven budget. Dit betekent dat aanbieders meer zorg hebben geleverd dan budget, maar deze zorg niet vergoed krijgen. Vorig jaar was dat € 1,0 mln. Aanbieders sturen hier steeds scherper op. Verwacht mag worden dat de zorgaanbieders die het betreft druk zullen uitoefenen om de overproductie alsnog vergoed te krijgen. Voorspelbaarheid De realisatie is nagenoeg gelijk aan de prognose. De prognose was mede gebaseerd op de prognose van aanbieders.

Op aanbiederniveau (ook per gemeente) zijn er net als voorgaande jaren significante verschillen tussen jaarverantwoording en hun prognose. Op regioniveau hebben de plussen en minnen elkaar gecompenseerd. Hierbij wordt opgemerkt dat er voor € 0,9 aan baten (niet meer gedeclareerde of gecrediteerde zorg) uit voorgaande jaren zijn gerealiseerd. Landelijke ontwikkeling kosten jeugdhulp In opdracht van het Ministerie heeft onderzoeksbureau AEF een landelijk onderzoek uitgevoerd naar de kostenstijging en tekorten op de jeugdhulp. Geconcludeerd werd dat er in 2019 een landelijk tekort van € 1,6 tot 1,8 miljard is (exclusief incidentele rijksbijdragen). Dit tekort is met name ontstaan in de laatste jaren. De regio ZHZ heeft een aandeel van circa 2,6 procent. Dit komt overeen met € 44 mln. Daaruit kan geconcludeerd worden dat de tekorten in onze regio zich ruim onder het landelijk gemiddelde bewegen. Onderzoeksbureau It's-Public heeft een landelijke benchmark over de tekorten 2019 van alle gemeenten gepubliceerd. Daarin wordt geconcludeerd gat het gemiddelde tekort op jeugdhulp inclusief kosten voorveld 30 procent bedroeg. Voor de gemeenten in onze regio was dat gemiddeld 13%. Opgemerkt wordt dat er binnen onze regio grote verschillen zijn in het tekort per gemeente en de rijksmiddelen voor jeugdhulp per jeugdige per gemeente.

De tekorten worden voornamelijk veroorzaakt door kostenstijgingen in de laatste jaren.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

49

De belangrijkste oorzaken genoemd in het AEF-rapport zijn dat jeugdigen langer in zorg blijven en de kosten per jeugdige stijgen. Daarbij wordt opgemerkt dat investering in preventie en het voorveld niet tot lagere kosten hebben geleid in de jeugdwet. Het AEFrapport en de brief van de staatssecretaris signaleren dat de oplossing moet komen uit een combinatie van meer middelen en te treffen maatregelen. Het te realiseren voorzieningenniveau moet hierbij worden betrokken. Daarnaast wordt het invoeren van een eigen bijdrage genoemd. AEF stelt dat de budgetten voor jeugdhulp zijn gestoeld op onrealistische aannames en dat de onderzochte maatregelen maar voor een klein deel van het tekort soelaas bieden. Bij ongewijzigde kaders (discussie over voorzieningenniveau, wat is jeugdhulp en wat niet en (ontbrekende) eigen bijdragen) wordt een verdere stijging van de kosten van jeugdhulp verwacht door AEF. Bovenstaande betekent dat het naar het oordeel van AEF niet mogelijk is de tekorten te overbruggen met maatregelen. Extra middelen van het Rijk zijn nodig al dan niet in combinatie met eigen bijdragen van burger en fundamentele aanpassing van het voorzieningenniveau. Onzekerheden Deze voorlopige jaarrekening is gebaseerd op de voorlopige productieverantwoordingen van zorgaanbieders.

Bij de opmaak van de jaarrekening was naar eurovolume voor 95 procent van het totaal een voorlopige productieverantwoording ontvangen. Voor het resterend deel is een inschatting gemaakt. In de definitieve jaarrekening zullen de productieverantwoording met controleverklaring van de accountant worden verwerkt. Dit, samen met de nog te ontvangen productieverantwoordingen, kan nog tot afwijkingen leiden. Dit geldt ook voor de kosten per gemeente, gezien de gedeeltelijke afbouw van de solidariteit met 20%. Vooruitblik financieel De kosten in 2020 zijn in reële termen in 2020 (4,3 procent) beperkter gestegen dan in 2019 (10,9 procent). In de begroting 2021 is geen groei, maar een ombuiging verwerkt van € 5,0 mln. Op basis van de recent ontwikkelde forecast tool wordt een overschrijding van € 5,0 mln. verwacht. Deze overschrijding van € 5,0 mln. is inclusief de thans door gemeenten aangegeven verwachte kosten voor jeugdhulp naar van € 3,3 mln. Hierbij wordt opgemerkt dat de begroting 2021 is gebaseerd op het verwachte kostenniveau 2020 uit de eerste bestuursrapportage minus € 5 mln. kostenreductie. In de tweede bestuursrapportage is de prognose 2020 nog met € 1,1 mln. naar boven bijgesteld. Op basis van de voorlopige jaarrekening wordt geconstateerd dat de werkelijke productie 4 % hoger is dan de forecast volgens de forecast tool ten tijde van de tweede bestuursrapportage.

Inclusief vrijval lasten voorgaande jaren (zorg die uiteindelijk niet meer gedeclareerd wordt en crediteringen van onterechte declaraties) is dat 3%. Indien dit representatief blijkt voor 2021 levert dit een totale overschrijving op de begroting op van € 8 mln. De prognose van de declaraties regionale zorgmarkt, LTA en PGB per maand is in onderstaande tabel opgenomen. Hierin zijn niet meegenomen jeugdhulp naar voren, subsidies en overige vergoedingen regionale zorgmarkt, jeugdteams en apparaatskosten Serviceorganisatie

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

50

Het is van groot belang dat de voorgenomen maatregelen uit het Aanjaagplan voortvarend worden uitgevoerd. De afschaffing van de Nee tenzij regeling is overigens op verzoek van gemeenten niet doorgevoerd. Als alternatief is voor het jaar 2021 scherpere sturing op de Nee tenzij door contractmanagement en versterken van casus regie door de jeugdprofessionals ingesteld. Toelichting per post: afwijkingen t.o.v. de prognose 2e bestuursrapportage en realisatie 2019 Regionale zorgmarkt De post is € 0,3 mln. hoger dan de prognose bij de tweede bestuursrapportage en € 6,9 mln. hoger dan vorig jaar. Ontwikkeling kosten en aantal jeugdigen 2020 ten opzichte van 2019 In onderstaand overzicht is per jeugdhulpcategorie (perceel) de ontwikkeling van de declaraties en het aantal jeugdigen 2020 ten opzichte van 2019 weergegeven, alsmede de kosten per jeugdige. De declaraties en aantal jeugdigen 2019 zijn geëxtrapoleerd voor de nog niet gedeclareerde zorg (€ 9,4 mln.). In dit overzicht zijn niet de omzetcompensatie en meerkosten COVID-19, de vrijgevallen last voorgaande jaren en subsidies voor in totaal € 1,3 mln. opgenomen. Dit verklaart het verschil tussen totaal regionale zorgmarkt volgens tabel 3 en onderstaande tabel 5. Tabel 5 Perceel / jeugdhulp categorie

2019

Declaraties * € 1.000 2020 2020 per 15-3-'21 extrapolatie

2019

Aantal jeugdigen 2020 2020 per 15-3-'21 extrapolatie

Kosten per jeugdige 2019 2020

SGGZ (specialistische geestelijke gezondheidszorg)

22.998

21.137

23.463

5.649

5.007

5.187

4.071

4.523

BGGZ (basis geestelijke gezondheidszorg) EED (ernstige enkelvoudige dyslexie Jeugd en opvoedhulp Pleegzorg Jeugdbescherming & jeugdreclassering AWBZ (algemene wet bijzondere ziektekosten) Vervoer (taxikosten)

1.042 1.733 20.367 10.493 10.117 20.591 1.392

723 1.979 19.254 11.150 9.294 20.741 1.527

964 2.197 21.374 12.377 10.317 23.025 1.527

1.222 816 1.752 747 1.710 1.919 369

781 829 2.141 762 1.520 2.147 402

1.041 859 2.218 789 1.575 2.224 402

853 2.124 11.625 14.047 5.916 10.730 3.773

926 2.558 9.636 15.679 6.552 10.351 3.800

Totaal

88.733

85.805

95.244

10.418

9.769

10.121

8.517

9.411

Uit bovenstaande tabel valt af te leiden dat het aantal jeugdigen licht is gedaald (-3%) en dat de kosten (ingezette zorg) per jeugdige fors is gestegen (+10% inclusief tariefsverhoging, exclusief COVID-19 vergoeding). De oorzaak van de kostenstijging ligt dus bij een gestegen inzet van zorg per jeugdige. Opgemerkt wordt dat het totaal aantal unieke jeugdigen fors lager is dan de som van de percelen (som der percelen is 41% hoger). Dit wordt veroorzaakt door het feit jeugdigen in toenemende mate in meerdere percelen en van meerdere aanbieders zorg krijgen. Aanbieders zetten ook andere aanbieders in. Perceel overstijgende inzet van zorg draagt vermoedelijk bij aan de kwaliteit van de zorg, maar veroorzaakt mogelijk ook extra kosten.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

51

Ten slotte wordt opgemerkt dat nog € 9,4 mln. gedeclareerd moet worden en daarom de werkelijke uitkomst per perceel anders kan uitpakken dan de nu opgenomen extrapolatie. De totale last kan ook nog wijzigen als de definitieve productieverantwoordingen zijn ontvangen. LTA Het LTA (Landelijk Transitie Arrangement) is conform de prognose bij de tweede bestuursrapportage. Ten opzichte van vorig jaar stijgt de post € 0,3 mln. Voor corona meerkosten en omzetcompensatie is € 0,4 mln. opgenomen. De contracten worden gesloten door de VNG, contractbeheer en monitoring wordt uitgevoerd door de VNG en gemeenten moeten de werkelijke kosten betalen. PGB De post PGB is € 0,1 mln. lager dan de prognose bij de tweede bestuursrapportage en € 0,2 mln. hoger dan vorig jaar. De kosten PGB stijgen sinds 2019 fors. Dit wordt mede veroorzaakt door het feit dat zowel het afgegeven budget per jeugdige als het gedeclareerde bedrag per jeugdige stijgt.

Tabel 6

budget * € 1.000 declaraties * € 1.000 * aantal unieke jeugdigen budget per jeugdige * € 1 declaratie per jeugdige * € 1 *

2017 8.059 5.254 1.006 8.011 5.223

2018 8.043 4.987 979 8.215 5.094

2019 8.789 5.383 929 9.460 5.794

2020 9.499 5.918 953 9.968 6.210

Ten tijde van het bepalen van de last in jaarrekening waren de declaraties nog fors lager dan bovenstaande geactualiseerde tabel. Bij de definitieve jaarrekening zal de last waarschijnlijk nog iets toenemen. Verder is er een vrijval van € 0,4 mln. in 2020 vanwege uiteindelijk lagere lasten 2019 dan ingeschat bij de jaarrekening 2019.

De budgetten zijn veel hoger dan de besteding. PGB-houders hebben het recht niet benutte budgetten uit voorgaande jaren nog te besteden. Over de afgelopen 4 jaar is dat € 13,1 mln. In de praktijk doet dit risico zich zeer beperkt voor. De SVB geeft aan dat landelijk gemiddeld 10 procent van het budget niet besteed wordt. Stichting Jeugdteams Deze post is conform begroting en prognose bij de tweede bestuursrapportage. De besteding per gemeente, exclusief de verstrekte subsidie voor het project Anders zorgen ten laste van het transformatiefonds is als volgt Bron: Jaarstukken Stichting Jeugdteams

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

52

Budgetcategorie

Stichting Jeugdteams Zuid-Holland zuid Service Organisatie Hardinxveld- Hendrik-Ido- Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Giessendam Ambacht

Hoeksche Waard

Molenlanden

Totaal SO

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Alblasserdam

Dordrecht

Gorinchem

Realisatie

Realisatie

Realisatie

SLEUTEL fte jeugdprof regulier

5,78

38,77

10,14

4,65

6,15

8,07

7,54

12,88

15,76

9,56

119,30

Regulier budget SO

632.631

4.139.150

1.047.960

452.405

734.681

817.406

852.243

1.363.946

1.708.346

1.019.279

12.768.046

JPT

23.993 656.624

156.981 4.296.130

39.745 1.087.704

17.158 469.562

27.863 762.544

31.001 848.407

32.322 884.565

51.729 1.415.675

64.790 1.773.137

38.657 1.057.936

484.239 13.252.285

Jeugdprof

385.231

2.708.234

683.755

288.286

425.997

524.863

539.450

837.171

1.093.366

644.945

8.131.298

JPT

15.379

100.620

25.475

10.998

17.860

19.871

20.717

33.157

41.529

24.778

310.382

Gedragswetenschapper

22.573

147.693

37.393

16.143

26.215

29.167

30.410

48.668

60.957

36.370

455.588

Gebiedsmanagers

44.595

291.773

73.872

31.890

51.788

57.620

60.075

96.146

120.423

71.850

900.032

Secretariaat

9.860

64.512

16.333

7.051

11.451

12.740

13.283

21.258

26.626

15.886

199.002

Staf

8.063

52.752

13.356

5.766

9.363

10.418

10.862

17.383

21.772

12.990

162.725

Opbrengsten Loonkosten

Ondernemingsraad

2.287

14.965

3.789

1.636

2.656

2.955

3.081

4.931

6.176

3.685

46.162

Expertteam

25.444

166.477

42.149

18.196

29.549

32.876

34.277

54.858

68.710

40.995

513.532

Zorgbemiddelaar

4.046

26.469

6.701

2.893

4.698

5.227

5.450

8.722

10.924

6.518

81.649

Care & Able

23.508

153.804

38.941

16.811

27.300

30.374

31.668

50.682

63.479

37.875

474.441

Totaal Loonkosten

540.986

3.727.299

941.764

399.669

606.877

726.110

749.273

1.172.977

1.513.963

895.893

11.274.810

Apparaatskosten

35.067

229.434

58.089

25.077

40.724

45.309

47.240

75.604

94.694

56.499

707.736

Arbeidskosten overig

31.229

204.327

51.732

22.333

36.267

40.351

42.071

67.330

84.332

50.316

630.288

Verzorgingskosten

1.247

8.162

2.066

892

1.449

1.612

1.681

2.690

3.369

2.010

25.177

Huisvestingskosten

32.063

209.778

53.112

22.928

37.235

41.427

43.193

69.127

86.581

51.658

647.102

-640.592

-4.379.000

-1.106.763

-470.899

-722.551

-854.809

-883.457

-1.387.727

-1.782.939

-1.056.376

-13.285.113

16.032

-82.869

-19.059

-1.337

39.994

-6.402

1.108

27.948

-9.802

1.559

-32.828

Totaal kosten

Eindtotaal (Opbrengsten -/- Kosten)

Serviceorganisatie De kosten van de Serviceorganisatie zijn € 160k lager dan de geactualiseerde begroting en de prognose bij de tweede bestuursrapportage. In 2020 is er veel personeelsverloop geweest. In de begrotingswijziging en de prognose was uitgegaan van een forse post aan extra kosten vanwege het verloop, het project inkoop 2022, de kosten van AEF governance onderzoek, uitvoering codvd-19 regelingen meerkosten en omzetcompensatie en controle aanbieders met een omzet van minder dan 100k. De kosten voor extra verloop en inkoop 2022 zijn iets lager uitgevallen. Verder zijn de ICT kosten iets lager uitgepakt en heeft de lagere inzet voor bezwaar en beroep door het SCD tot een lagere nota geleid (terwijl contractueel de afgesproken inzet betaald moest worden). Hieronder is een specificatie van de kosten van de Serviceorganisatie opgenomen. (bedragen x € 1,-) Omschrijving

Begroot

Realisatie

Verschil

1.836.000

1.857.778

21.778

Personeel van derden

778.287

704.293

-73.994

Uitbestede ICT Dienstverlening en overige ICT kosten

971.000

940.500

-30.500

Dienstverlening SCD

225.000

163.251

-61.749

Overige kosten

595.253

579.696

-15.557

Totale kosten

4.405.540

4.245.518

-160.022

Personeelskosten eigen personeel

Baten De baten volgen de lasten. De kosten worden in rekening gebracht bij de deelnemers. Gemeentelijke bijdragen In onderstaande tabel zijn de voorlopige gemeentelijke bijdragen voor 2020 op basis van de voorlopige productieverantwoordingen van zorgaanbieders opgenomen. Bij opmaak van de definitieve jaarrekening op basis van de definitieve verantwoordingen van zorgaanbieders zullen de definitieve bijdragen vastgesteld worden.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

53

Het gering verschil met de baten wordt verklaard door overige opbrengsten.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

54

2.4 Algemene dekkingsmiddelen Door de wijziging van de BBV voorschriften mogen baten en lasten als overhead en de algemene baten niet meer toegerekend worden aan de verschillende programma's. Wat heeft het gekost? (bedragen x € 1.000)

Begroting 2020* Lasten

Baten

Realisatie 2020 Saldo

Lasten

Baten

Afwijking 2020 Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Financiering

0

0

0

-2

0

2

2

0

2

Vpb heffing

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Onvoorzien

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Algemene dekkingsmiddelen

0

7.565

7.565

1.551

14.875

13.324

-1.551

7.310

5.759

Overhead

5.360

60

-5.300

6.494

81

-6.413

-1.134

22

-1.113

Saldo baten en lasten

5.360

7.625

2.265

8.044

14.956

6.912

-2.684

7.331

4.648

0

0

0

105

1.495

1.390

-105

1.495

1.390

5.360

7.625

2.265

8.149

16.451

8.302

-2.789

8.826

6.038

Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat

*Het betreft hier de begroting na alle wijzigingen, ofwel de begroting zoals deze is vastgesteld in het AB van 12 november 2020 (2e burap 2020) voor wat betreft de DG&J en 9 juli 2020 (1ste burap 2020) voor wat betreft de SOJ.

Het positieve resultaat ontstaat door de COVID-19 lasten welke zijn gedeclareerd bij het Ministerie, in de 2de bestuursrapportage was hier nog geen rekening mee gehouden. De COVID-19 lasten zijn ook deels bij dit programma verantwoord (overhead gerelateerde COVID-19 kosten). Daarnaast zijn de COVID-19 kosten verantwoord op programma 1. De onttrekking aan de reserve heeft betrekking op het jaarrekeningresultaat 2019. Dit resultaat is gestort in de reserve en in 2020 aan de reserve onttrokken om aan de gemeenten uit te keren. De uitkering aan de gemeenten zorgt voor een verhoging van de lasten. Hieronder wordt een toelichting gegeven op de over- en onderschrijdingen welke geen verband houden met COVID-19.   

Afname diensten SCD € 100.000 (N) Storting voorziening bovenformatieve medewerkers € 131.000 (N) Lagere overhead kosten bij de SOJ € 160.000 (V) (zie paragraaf 2.3)

Toelichting: Er zijn in 2020 meer diensten van het SCD afgenomen. Het betreffen hier voornamelijk extra kosten in verband met thuiswerken. Deze kosten mogen conform de regeling niet worden gedeclareerd bij het Ministerie als COVID-19 kosten. Een aanvullende storting in de voorziening was nodig in verband met een WW verplichting aan een voormalige medewerker. In 2019 was de verwachting dat deze voormalige medewerker permanent een baan zou gaan betrekken. Dit is helaas niet gelukt, waardoor er voor de DG&J (weer) een WW-verplichting ontstaat.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

55

3 Verplichte paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Dienst Gezondheid en Jeugd (DG&J) Kaders In het AB van 13 december 2018 is de nota risicomanagement en weerstandvermogen vastgesteld. Hierin is vastgelegd hoe risico's binnen de Dienst Gezondheid en Jeugd worden geïnventariseerd, gekwalificeerd beheerst en waar nodig gekwantificeerd. Beleid omtrent weerstandsvermogen Voor het bepalen van een gewenst weerstandsvermogen is inzicht nodig in de omvang en in de achtergronden van de risico’s. De Dienst Gezondheid en Jeugd maakt gebruik van het volgende model om de risico's te rangschikken. Kans

Financiële impact

Dat het risico zich voordoet 4

3

2

1

x > € 2 mln

€ 2 mln < x <

€ 0,5 mln < x <

x < € 0,1 mln

€ 0,5 mln

€ 0,1 mln

4 zeer grote kans >75%

16

12

8

4

3 grote kans 50-75%

12

9

6

3

2 middelgrote kans 25-50%

8

6

4

2

1 kleine kans < 25%

4

3

2

1

In onderstaande tabel zijn de geïnventariseerde risico’s weergegeven. Ook is aangegeven of het risico incidenteel dan wel structureel is en of er ten opzichte van de vorige rapportage wijzigingen zijn opgetreden. Deze risico's omvatten slechts dat deel van de totaal door de DG&J in kaart gebrachte risico's welke gekwantificeerd kunnen worden en 'resteren' na het nemen van beheersmaatregelen (vermijden/verzekeren/voorzien). Omschrijving

Kans

Omvang

1

Batenraming

2

2

Incidenteel/ structureel S

2

Bedrijfsvoering

3

3

Claims-restrisico's

1

2 2

I S

4

Effecten uittreding L-Z

1

5

CAO-loonkosten

4

2 2

S S

Totaal

Risicobedrag

Gewijzigd 2

€ 300.000

Nee

€ 150.000 € 150.000

Nee Nee

€ 150.000 € 100.000

Nee Nee

€ 850.000

Hieronder volgt een toelichting per risico. 1. Batenraming De producten van de DG&J worden hoofdzakelijk gefinancierd uit inwonerbijdrage en directe gemeentelijke bijdragen. Een deel van de inkomsten hebben een fluctuerend karakter, zoals de subsidies in het kader van Veilig Thuis, OGGZ/Maatschappelijke zorg, de opbrengst van de polikliniek (ca. € 0,5 miljoen) en inspecties toezicht Kinderopvang.

2

Aangegeven wordt of er ten opzichte van de vorige inventarisatie (uitgevoerd ten behoeve van de 2 e

bestuursrapportage 2020) een wijziging van risico's is opgetreden. Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

56

In de begroting 2021 zijn ramingen opgenomen voor onder meer WMO toezicht en kinderopvang waarover nog een traject met gemeenten moet worden doorlopen (offerte/DVO). Hierdoor is er risico dat de realisatie van deze baten afwijkt van de raming. 2. Bedrijfsvoering/primair proces. Onder dit risico wordt verstaan de mogelijke extra inzet van mensen en middelen indien er een hoger dan voorzien beroep wordt gedaan op de dienstverlening in brede zin (Veilig Thuis, GGD ZHZ, LVS ZHZ en hiermee samenhangende ondersteuning) van de DG&J. Een voorbeeld hiervan is ook de (extra) inzet in crisissituaties. 3. Claims De DG&J kent een grote verscheidenheid aan producten. Om de kwaliteit hiervan te borgen worden de nodige inspanningen geleverd, mede in het kader van de HKZcertificatie. Risico's op fouten (miscommunicatie, foutieve registraties) en hieruit mogelijk voortkomende schadeclaims zijn echter nooit in zijn geheel uit te sluiten. 4. Uittreding L-Z (Leerdam-Zederik) Met de uittreding van Leerdam en Zederik uit de GR is de batenraming structureel neerwaarts bijgesteld. Voor het weer structureel in evenwicht brengen zijn maatregelen genomen waarbij rekening is gehouden met de inzet van de overeengekomen uittredingssom. Er wordt een beperkt risico gezien in het niet volledig kunnen realiseren van de maatregelen. 5.

CAO-loonkosten Conform de notitie kaderstelling op de GR-en houdt de DG&J rekening met een loon en prijs indexatie bij het opstellen van de begroting. Daarvoor moet, conform deze notitie, uitgegaan worden van de indices van de septembercirculaire van het vorige begrotingsjaar. Er is een risico dat de daadwerkelijke stijgingen hoger uitvallen. Impact op risico-inventarisatie bij deelnemers aan de GR De deelnemers aan de GR benoemen in hun gemeentelijke begroting welke risico's er zijn ten aanzien van hun deelname aan de gemeenschappelijke regeling. Daarbij worden verschillenden modellen en benaderingen gehanteerd. In dat kader worden de volgende aantekeningen geplaatst;  De DG&J acht het zeer onwaarschijnlijk dat alle risico's zich in hetzelfde jaar zullen voordoen en schat in dat de beschikbare € 500.000 afdoende is om alle risico's af te dekken.  Indien de risico's zich voordoen zal er eerst in de lopende begroting naar mogelijke dekking worden gekeken, vervolgens (te accorderen door het Algemeen bestuur) naar het weerstandsvermogen en zal uiteindelijk pas daarna om een (aanvullende) bijdrage van de deelnemers worden gevraagd  Indien er een bijdrage wordt gevraagd van de deelnemers zal dit naar rato van het aantal inwoners c.q. de relatieve inwonerbijdrage zijn.

 Indien een risico als structureel is benoemd betekent dit dat (als het zich voordoet) het effect ervan zal zijn verwerkt in de eerstvolgende begroting. Daarmee zal de omvang van dit risico zijn afgenomen/beperkt. COVID-19 Gemeenten, GGD’en en veiligheidsregio’s zijn vanaf het begin van COVID-19 actief bezig met het bestrijden van de uitbraak van dit virus. Hoewel de bekostiging van de inzet van de GGD'en via gemeenten loopt is het, zeker vanaf het moment dat COVID-19 als Aziekte volgens de wet PG werd gecategoriseerd, reëel dat het Rijk garant staat voor de extra kosten die zijn en worden gemaakt.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

57

Op verzoek van de VNG heeft AEF in 2020 in beeld gebracht wat de financiële gevolgen zijn van de COVID-19-crisis voor de GGD'en. In het rapport van AEF zijn de meerkosten gedefinieerd als:  Specifieke meerkosten: Extra gemaakte kosten die direct aan COVID-19activiteiten zijn toe te wijzen (bron- en contactonderzoek, bemonstering, etc.) € 368 mln.  Overige meerkosten: Extra gemaakte kosten voor reguliere taken (bijvoorbeeld voor uitgestelde dienstverlening die moet worden ingehaald en leidt tot externe inhuur) € 51 mln.  Minder inkomsten: Inkomstenderving (bijvoorbeeld door wegvallen van inkomsten uit reizigersvaccinaties)  Minder uitgaven: Kosten die GGD’en minder hebben gemaakt voor reguliere dienstverlening die later niet wordt ingehaald (bijvoorbeeld de inkoop van vaccins)  Laboratoriumkosten: Kosten van GGD’en voorzover deze niet worden gedekt door de vergoeding van het RIVM De minister van VWS heeft toegezegd dat de GGD-en de meerkosten vergoed krijgen en heeft deze toezegging gestand gedaan middels bevoorschotting van declaraties in 2020 en 2021. Laat onverlet dat er in de toekomst sprake kan zijn van gewijzigde inzichten en over specifieke posten het gesprek moet worden gevoerd. Bijvoorbeeld als de vaccinatiegraad in regio's achterblijft en er aanvullende inspanningen moeten worden geleverd.

Vooralsnog is er echter geen aanleiding om een risicobedrag op te nemen in deze begroting ten aanzien van het niet vergoed krijgen van de kosten van de uitvoering van onze taken bij de bestrijding van COVID-19. Regionale Ambulance Voorziening (RAV) Door de overgang naar de Coöperatie zijn de risico's beperkt. De Coöperatie heeft per 31 december 2020 openstaande verplichtingen uitstaan bij de RAV het niet kunnen voldoen van de verplichtingen is een beperkt risico.

Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) Weerstandsvermogen De Serviceorganisatie heeft, met uitzondering van de reserve frictiekosten uittreding Leerdam en Zederik geen weerstandsvermogen/reserves. Tegenvallers (en meevallers) ten opzichte van de begroting komen, zoals opgenomen in de bijdrageverordening, ten laste (ten gunste) van de deelnemende gemeenten. Risicobeheersing De financiële risico's focussen zich primair op de ontwikkeling van de zorgvraag in relatie tot het budget. In de loop van 2021 zal moeten blijken of de genomen maatregelen voldoende effect sorteren om de beoogde reductiedoelstelling te realiseren. Elke maatregel is voorzien van een geschat besparingsbedrag, waardoor de impact van het niet implementeren van de maatregel of het niet halen van het beoogd effect bekend is. In deze begroting worden gemeenten geadviseerd rekening te houden met een risicomarge van 15 procent van de gemeentelijke bijdrage zoals die is opgenomen in deze begroting. Deze risicomarge is hoog vanwege de opgenomen reductiedoelstelling in de begroting en de onzekerheid in de opgenomen verdeling van de kosten als gevolg van de afbouw van de solidariteit. Aanvullend hierop worden de volgende specifieke risico's met een potentieel significante impact onderscheiden.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

58

PGB-budgetten Van de verstrekte budgetten wordt circa 65 procent besteed. Volgens de huidige ZHZregels / verordening zijn geen beperkingen opgelegd aan het met terugwerkende kracht over oude jaren indienen van declaraties, behoudens de algemene wettelijke regel dat dit na 5 jaar niet meer kan. Over de afgelopen vier jaar betreft dit € 13,1 mln. Dit bedrag zou nog gedeclareerd kunnen worden. De ervaring heeft geleerd dat hier zeer beperkt gebruik van wordt gemaakt. Tarieven jeugdbescherming en reclassering Verder wordt nog een risico gelopen met de tarieven van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Voor 2021 en verder is al op provinciaal niveau een tariefsverhoging (bovenop indexatie) afgesproken van 5 procent (€0,5 mln.) voor harmonisatie van tarieven (3 procent) naar het provinciegemiddelde en 2 procent risico-opslag voor vermogensvorming. De overige regio's wensen de tarieven nog fors verder op te hogen voor caseload verlaging en meer uit te geven aan wachtlijstbemiddeling. Indien onze regio door landelijke (politieke) druk gedwongen wordt hierin mee te gaan is dit een extra kostenpost van € 1,7 mln. Gewijzigde producten en tarieven nieuwe inkoop 2022 en verder Voor de nieuwe inkoop worden de oude percelen, producten en tarieven van voor de decentralisatie losgelaten.

Er worden nieuwe segmenten en nieuwe jeugdhulp producten gedefinieerd met daaraan gekoppelde nieuwe tarieven. Alhoewel hier een zo zorgvuldig mogelijk proces wordt gelopen, brengt een dergelijke wijziging altijd risico's met zich mee. Het belangrijkste risico is dat de faire tarieven voor de nieuwe producten (de oude producten vervallen), welke worden berekend door een extern bureau op basis van een landelijke benchmark/database, per saldo leiden tot een kostenstijging. Jeugdhulp naar voren Gemeenten mogen tot 13% van het jaarbudget aan jeugdhulp naar voren inkopen, waarbij de kosten kunnen worden ingebracht in de regionale exploitatie en meelopen in de solidariteitsafspraken. Hierbij wordt opgemerkt dat tot en met 2021 de aanbestedingsgrens 750k is. Vanaf 2022 geldt die aanbestedingsgrens niet meer omdat jeugdhulp naar voren dan is ondergebracht in de nieuwe inkoop 2022. Indien deze jeugdhulp naar voren niet leidt tot lagere kosten in de tweedelijns gespecialiseerde zorg, kunnen de totale kosten oplopen. Naast bovengenoemde specifieke risico's zijn binnen de Serviceorganisatie de reguliere bedrijfsvoeringrisico's, zowel financieel als niet financieel, voor alle processen in kaart gebracht. Dit heeft geleid tot een omvangrijke lijst. Op alle risico's zijn beheersmaatregelen geformuleerd. Deze worden periodiek geëvalueerd en indien nodig bijgesteld.

De risico's zijn geclassificeerd volgens onderstaand model.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

59

De oranje en rode risico's zijn in onderstaand schema geplot.

In onderstaande tabel zijn de risico's beschreven. Hierin is niet opgenomen, vanwege lage kans maal impact, het risico dat onderhanden werk financiering voor zorgaanbieders niet wordt terugbetaald of kan worden verrekend met declaraties in het geval een zorgaanbieder haar activiteiten beëindigt vanwege faillissement of andere oorzaken. In het kader van de jaarrekening moet dit risico opgenomen worden. De onderhandenwerkfinanciering bedraagt ruim € 11 mln. De onderhandenwerkfinanciering wordt in 2021 overigens afgebouwd.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

60

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

61

Financiële kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat de gemeenschappelijke regelingen een aantal kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarstukken. Naast de door het BBV voorgeschreven kengetallen is tevens de weerstandsratio toegevoegd. Kengetallen:

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Jaarrekening 2020

netto schuldquote

-3,13%

- 1,36%

-0,98%

netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-3,15%

-1,37%

-2,17%

solvabiliteitsratio

11,56%

3,89%

6,38%

structurele exploitatieruimte

0,00%

0,00%

0,00%

2,8

3,2

3,5

weerstandsratio

Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de DG&J ten opzichte van de eigen middelen. Een percentage tussen de 0% en 100% is voldoende. Een quote boven de 130% is een indicatie voor een te hoge schuld. De norm houdt in dat de netto schuldquote ruim onder de 130% dient te zijn wanneer zij voornemens is een grote investering te doen. De GR DG&J heeft een netto schuldquote van -0,98%. Dit betekent dat ruim onder de norm wordt gebleven. Het kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen laat een nog beter beeld zien: -2,17%. Dit komt omdat bij dit kengetal geen rekening wordt gehouden met de verstrekte leningen aan de Stichting Breedband € 27.503 per 31.12.2020, CAZ € 2.141.071 per 31.12.2020. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee het bezit gefinancierd is met eigen vermogen. Het ratio is de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal en geeft aan in hoeverre het bezit op de balans is afbetaald. Normaal bevindt het solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. De GR DG&J heeft een ratio van 6,38% wat zou aangeven dat het bezit van de GR DG&J zwaar belast is met schuld. Gezien de wijze waarop de afrekening met zorgaanbieders van de SOJ plaatsvindt, ontstaat per balansdatum een hoge schuld.

Tegenover deze schuld staat een hoge vordering/liquide positie. Dit betekent dat de GR DG&J tegenover de schulden voldoende vorderingen/liquide middelen heeft staan heeft staan. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is een maatstaf voor het verschil tussen structurele baten en lasten met in achtneming van beperkingen en verruimingen van de exploitatie door dotatie en onttrekking aan reserves. De maatstaf geeft aan welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Er is geen VNG norm voor het niveau van dit kengetal. Weerstandsratio De weerstandsratio geeft de verhouding tussen de risico's en het weerstandsvermogen van de GR DG&J. Het weerstandsvermogen bestaat uit het totaal van de reserves, de post onvoorzien en de stille reserves. De GR DG&J heeft geen post onvoorzien en stille reserves. Dit betekent dat de weerstandscapaciteit gelijk is aan de omvang van de reserves, ofwel € 3,0 miljoen. Gezien de financiële omvang van de risico's, € 850.000, leidt dit tot een weerstandsratio van 3,5. Dit betekent dat de GR DG&J beperkte ruimte heeft om onvoorziene risico's op te kunnen vangen.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

62

Hierbij moet tevens de kanttekening worden geplaatst, dat van de reserves (€ 3,0 miljoen) € 2,5 miljoen is bestemd voor het opvangen van de frictiekosten als gevolg van de uittreding Leerdam/Zederik. Als deze reserve buiten beschouwing wordt gelaten, dan bedraagt de weerstandsratio 0,6. De SOJ heeft geen reserves/weerstandsvermogen om risico's op te kunnen vangen. Kengetallen in relatie tot de financiële positie De GR DG&J hoeft tot op heden geen langlopende leningen af te sluiten om haar activiteiten te financieren. Het niet hoeven afsluiten van langlopende leningen heeft een gunstig effect op de netto schuldquote en op de begroting. De begroting wordt niet belast met langlopende renteverplichtingen vanuit aangetrokken langlopende geldleningen. Zoals bij de solvabiliteitsratio aangegeven, ontstaat er door de wijze waarop de afrekening met zorgaanbieders van de SOJ plaatsvindt, per balansdatum een hoge schuld. Tegenover deze schuld staat echter een hoge liquide positie. Dit betekent dat de GR DG&J tegenover de schulden voldoende vorderingen/liquide middelen heeft staan. Hierdoor is de lage ratio op dit moment niet zorgwekkend. Daarnaast is in de nota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgelegd in hoeverre de GR DG&J reserves mag aanhouden. Hierdoor wordt een verbetering van de ratio door een toename van de reservepositie beperkt.

Tevens zorgt dit ervoor dat de GR DG&J in beperkte mate haar risico's kan afdekken. Hier staat tegenover dat mogelijke tekorten ten laste van de deelnemende gemeenten kunnen worden gebracht.

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen De DG&J heeft beperkte investeringen in gebouwen en installaties. Op de vaste activa wordt lineair afgeschreven. De jaarlijkse kapitaal- en onderhoudslasten zijn in de jaarstukken verwerkt. De SOJ heeft geen kapitaalgoederen.

3.3 Financiering In december 2018 heeft het Algemeen Bestuur het vernieuwde financieringsstatuut vastgesteld. In het financieringsstatuut zijn de doelstellingen van de financiële functie aangegeven en uitgewerkt:  beheersen, beperken en spreiden van financiële risico’s;  zorgdragen voor effectief en efficiënt kas- en saldobeheer;  zorgdragen voor een goed relatiebeheer;  opereren binnen de kaders zoals die zijn gesteld in de wet Fido;  realiseren van gedegen informatiestromen. Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn de kasgeldlimiet, de renterisico’s en de kredietrisico’s. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het bedrag dat een gemeente c.q. gemeenschappelijke regeling per jaar maximaal met kort geld mag financieren. Volgens de Wet fido bedraagt deze limiet 8,2% van het totaal van de exploitatiebegroting voor een gemeenschappelijke regeling. Gezien de omvang van de begroting 2020 (ca. € 151,3 miljoen) betekende dit dat de GR DG&J haar financiële huishouding voor maximaal circa € 12,4 miljoen met kort geld mocht financieren.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

63

In 2020 zijn zeven kasgeldleningen van gemiddeld € 8,5 miljoen aangetrokken. Deze hadden een looptijd van gemiddeld 33 dagen en een rente van ca. -0,15%. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel om binnen de portefeuille aan langlopende leningen een overmatige afhankelijkheid van de rente in een zeker jaar te voorkomen. Omdat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm niet meer dan 20% zijn van het begrotingstotaal. De GR DG&J heeft echter in 2020 geen opgenomen leningen, waardoor deze norm niet van toepassing is. Kredietrisico’s De GR DG&J heeft één uitzetting (o.a. verstrekte geldleningen) en geen leningen waarop door haar een borgstelling is afgegeven. De uitzetting heeft betrekking op een lening die is verstrekt aan de Coöperatie Ambulancezorg Zuid-Holland. De lening heeft te maken met de overgedragen activa van de Regionale Ambulance Voorziening naar de Coöperatie Ambulancezorg Zuid-Holland per 1.1.2019. De lening kent een beperkte looptijd tot en met 2022. Financiering In de met de BNG afgesloten Financieringsovereenkomst fungeert de rekening van de RAV als hoofdrekening. Naast een rekening voor de DG&J zijn er twee rekeningen opgenomen ten behoeve van de SOJ.

Eén rekening bevat het inkomend- en uitgaand betalingsverkeer van de SOJ zelf; de andere rekening houdt verband met betalingen en afrekeningen zoals deze door Stipter worden verstrekt. De BNGkredietlimiet voor het gehele stelsel van bankrekeningen bedraagt € 5 miljoen. Relatiebeheer De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is huisbankier van de GR DG&J. Administratieve Organisatie Via een DVO zijn de treasury-activiteiten belegd bij het SCD, welke met name zijn gericht op het reguliere betalingsverkeer van de GR DG&J. Schatkistbankieren Eind 2013 is het verplicht schatkistbankieren ingevoerd. Toegestaan blijft dat decentrale overheden een bedrag van 0,75% van het begrotingstotaal buiten de Schatkist mogen houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag, voor 2020 berekend op € 1.135.000 mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. In onderstaande tabel staat per kwartaal aangegeven wat het gemiddelde positieve banksaldo was. (bedragen x € 1.000) 1.

Benutting drempelbedrag Schatkistbankieren 2020:

Begrotingstotaal

€ 151.272

Wettelijk percentage

0,75%

Drempelbedrag

€ 1.135

2.

Kwartaaluitkomsten benutting drempelbedrag 2020:

Gemiddeld positieve banksaldi

1e kwartaal

2e kwartaal

3de kwartaal

4de kwartaal

€ 857

€ 815

€ 936

€ 713

Het drempelbedrag is in 2020 niet overschreden. Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

64

De in 2019 door de VNG-IPO-UVW gedane oproep tot vereenvoudiging van het verplichte schatkistbankieren, heeft in 2020 nog niet geleid tot een andere invulling van het schatkistbankieren.

3.4 Bedrijfsvoering In deze paragraaf wordt ingegaan op de organisatie van de GR DG&J, personeel, verzuim, en financiën. De Gemeenschappelijke Regeling bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

De organisatieonderdelen geven, elk op hun eigen terrein, invulling aan de aan hen toebedeelde taken. De Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) doet dit op het gebied van publieke en preventieve gezondheidszorg (GGD-taken) en aan taken op het gebied van leerplicht en voortijdig schoolverlaten en Veilig Thuis. Bij de GGD-taken is ook de COVID19 uitvoeringorganisatie ondergebracht. De Regionale Ambulance Voorziening ZuidHolland Zuid (RAV) draagt zorg het detacheren van personeel naar de Coöperatie AmbulanceZorg ZHZ en de Service Organisatie Jeugd (SOJ) geeft invulling aan een aantal essentiële taken op het gebied van de jeugdzorg. Dienst Gezondheid en Jeugd (DG&J) Personeel In 2020 is op HRM gebied een enorme prestatie geleverd. Gepland waren zaken als de invoering van de WNRA, het aanbesteden van de broker functie voor inhuur derden en de implementatie van een nieuw HRM systeem. Stuk voor stuk zaken die een organisatiebrede impact hebben en de nodige inspanning en zorgvuldigheid vragen. Stuk voor stuk gerealiseerd. En daarbovenop is een nieuw cluster vormgegeven rond de bestrijding van COVID-19. Dit leidde tot een verdubbeling van de omvang van de organisatie voor het kunnen uitvoeren van testen, het doen van bron-en contactonderzoek, het voorzien in een callcenter, backoffice voor de administratie en het zetten van vaccinaties.

Ruim 250 nieuwe collega's, vrijwilligers, parttimers en full-timers voor nieuwe taken en nieuwe functies. Niet voor 5 dagen/week en op kantoortijden maar 7 dagen per week op de tijden die nodig zijn. Dat betekent nogal wat, voor wat betreft het opstellen van functieprofielen, waardering, werving & selectie en (salaris-)administratie. Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

65

Het SCD die onder meer de ondersteuning op het gebied van HRM aan ons levert, heeft hierin haar rol goed opgepakt en doet dat nog steeds. Van een 'rustig' vaarwater is op dit vlak nog zeker geen sprake. De bezetting voor de priklocaties wordt momenteel (februari 2021) gerealiseerd en die voor de testlocaties en BCO/backoffice periodiek herijkt. Ziekteverzuim Het streven was om de verzuimcijfers van de dienst op of onder de 5% uit te laten komen. Dat is gerealiseerd. Ziekteverzuim 2016

Ziekteverzuim 2017

Ziekteverzuim 2018

Ziekteverzuim 2019

Ziekteverzuim 2020

Meldingsfrequentie 2020

5,9 %

7,7 %

5,5 %

5.2 %

4.6 %

0,49

Communicatie Voor 2020 was onder meer voorzien dat de merkenstrategie verder werd ingevuld en de website (die gedateerd was) zou worden vervangen. COVID-19 heeft echter een enorm beslag gelegd op de capaciteit en het ook noodzakelijk gemaakt om deze uit te breiden. De ontwikkeling van de website is getemporiseerd en de focus van de communicatie functie is vooral gelegd op de GGD-taken rond infectieziektebestrijding. Ook hier geldt dat er 7 dagen/week hard gewerkt is om onze burgers, besturen, pers en collega's van informatie te voorzien die betrouwbaar en eenduidig is en afgestemd met partners zoals VWS, het RIVM, de Veiligheidsregio en de GGD-GHOR, dat is vormgegeven met onder meer het call center, persberichten, 'early warning berichten, flyers, huis aan huis en via de website. Huisvesting Op het gebied van huisvesting was gepland om voor Veilig Thuis meer ruimte te realiseren en deze ook efficiënter in te richten. Het eerst is gerealiseerd maar de voorziene investering (waar ook een voorbereidingskrediet voor is aangevraagd) zal in 2021 gedaan worden. In het kader van COVID-19 zijn diverse maatregelen getroffen op de bestaande locaties om deze 'veilig' te kunnen gebruiken. Voor het huisvesten van de 'nieuwe' collega's was het ook noodzakelijk om aanvullende ruimte te huren op het HNK-gebouw waar we ook 7 dagen/week terecht kunnen.

Ook de gemeente Dordrecht was bereid om een etage beschikbaar te stellen in het Stadskantoor waarvan dankbaar gebruik wordt gemaakt. Verder is door de gemeente Dordrecht meegeholpen aan het beschikbaar stellen en realiseren van de eerste testlocaties. Inmiddels zijn er 3 locaties (1 per 'regio') ingericht en bieden deze de landelijk afgesproken testcapaciteit. Eenzelfde aanpak en verdeling wordt ingevuld voor de priklocaties. Het mag duidelijk zijn dat er ook hier een grote inspanning is verricht ten aanzien van locatiekeuze, inrichting, beheer en beveiliging. ICT Voor de ICT infrastructuur wordt gebruik gemaakt van de dienstverlening van het SCD. In 2020 zijn we zowel voor het werken op afstand als ook het 'online' krijgen van de nieuwe huisvesting, test- en vaccinatielocaties goed door het SCD gefaciliteerd.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

66

Er is, samen met OZHZ, gewerkt aan een programma van eisen waarin we zo concreet mogelijk hebben benoemd wat we nodig hebben op ICT gebied. We zijn met het SCD in gesprek om vast te stellen of en tegen welke voorwaarden/kosten hieraan invulling kan worden gegeven. Privacy Een belangrijk thema voor 2020 was de structurele invulling en uitvoering van het privacy beleid wat voortkomt uit de wettelijke eisen die de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) aan onze organisatie stelt. De GR DG&J heeft voor de uitvoering van haar brede takenpakket zowel toegang tot privacygevoelige informatie, verwerkt deze zelf en deelt deze met haar ketenpartners. In 2020 is gewerkt aan verdere bewustwording, communicatiemiddelen en ook capaciteit. Zie hiervoor ook de bijdrage van de Functionaris Gegevensbeheer aan dit verslag. Financiën De resultaten van de DG&J zijn de afgelopen jaren positief. Dat is een resultaat van zowel behoedzaam ramen vooraf als ook een gerichte en kritische bewaking van de budgetten gedurende het jaar. Dat vroeg in 2020 een extra inspanning omdat met de bestrijding van COVID-19 omvangrijke personele en materiele uitgaven gedaan zijn die niet in de oorspronkelijke begroting konden worden voorzien. Daarnaast zijn er ook uitgaven niet gedaan en ontvangsten niet gerealiseerd.

Met de dwingende spoed die moet worden betracht voor het realiseren van test- en vaccinatielocaties en de hieraan gerelateerde dienstverlening (beveiliging, verkeersregelaars, schoonmaak ed.) was en is het nodig om af te wijken van het reguliere aanbestedingsbeleid. Dat is gedocumenteerd en ook middels een afwijkbesluit door het DB bekrachtigd. Hetzelfde geldt overigens voor de 24 andere GGD-en. Omdat het nog onduidelijk is voor hoe lang en met welke intensiteit (groei/afname) de DG&J haar rol in de bestrijding van COVID-19 moet invullen is het ook lastig om een afweging te maken of en welke dienstverlening, al dan niet Europees, moet worden aanbesteed. Uitgangspunt voor de vergoeding van de meerkosten door VWS is dat de GGD over de in 2021 gerealiseerde activiteiten geen (financieel) resultaat behaald. Dat uitgangspunt is ook toegepast bij de totstandkoming van de jaarstukken en zo transparant mogelijk gemaakt. Voor de (naar verwachting) over 2022 door het bestuur af te geven rechtmatigheidsverklaring is een intern controleplan ontwikkelt waarin we samen met de SOJ optrekken. Kwaliteit en audits In maart 2020 heeft Lloyds de DG&J bezocht in het kader van de certificering op basis van de landelijke norm voor Harmonisatie Kwaliteitszorg (HKZ). Daarbij is vastgesteld dat ons kwaliteitssysteem zowel in opzet, bestaan als werking voldoet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/269/documents/5369