CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

E01. 20210105 Beantwoording artikel 40 vragen OP Coronasteun.pdf

Commissie ABZ Papendrecht 11 januari 2021, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Lijst ingekomen stukken en mededelingen27.448 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Als alternatief kan het totale bedrag van 4 miljard gestoken worden om het oude eerste schijftarief (tot circa € 21.000) met 2 procentpunt te verlagen. Het inkomensbeeld is dan redelijk evenwichtig, maar de onderkant heeft wel een klein negatief inkomenseffect. De werkgelegenheidseffecten liggen tussen de 0,1% en 0,2%. Dat betekent 7.000 à 14.000 banen extra. De variant met het verhogen van de algemene heffingskorting heeft het grootste werkgelegenheidseffect. Tabel 1 Inkomens- en werkgelegenheidsvarianten optie OZB-verhoging en compensatie via inkomstenbelasting OZB

Schijf 1/2/3

Schijf 1/2/3 + AHK

Schijf 1

‐1,6% ‐1,5% ‐1,2% ‐1,0% ‐0,9%

‐0,6% ‐0,1% ‐0,2% 0,2% 0,5%

0,0% 0,1% 0,1% 0,2% 0,1%

‐0,2% 0,1% 0,1% 0,3% 0,1%

‐1,0% ‐1,4% ‐1,6%

0,2% ‐0,7% ‐0,3%

0,2% ‐0,1% 0,0%

0,2% 0,0% ‐0,3%

‐1,0% ‐1,4% ‐1,3%

0,0% 0,0% ‐0,4%

0,2% 0,0% 0,0%

0,2% 0,0% ‐0,2%

‐1,0% ‐1,1%

0,0% 0,1%

0,0% 0,2%

0,1% 0,2%

Inkomensgroep

1e (<=115% WML) 2e (115‐184% WML) 3e (184‐268% WML) 4e (268‐392% WML) 5e (>392% WML)

Inclusief compensatie IB

Inkomensbron Werkenden Uitkeringsgerechtigden Gepensioneerden Huishoudtype Tweeverdieners Alleenstaanden Alleenverdieners Kinderen Huishoudens met kinderen Huishoudens zonder kinderen

Pagina 63 van 72

Rapport werkgroep Herziening gemeentelijk belastinggebied | 1 mei 2020

OZB

Inkomensgroep

Inclusief compensatie IB

Schijf 1/2/3

Schijf 1/2/3 + AHK

Schijf 1

Alle huishoudens

-1,2%

0,0%

0,1%

0,1%

Werkgelegenheidseffecten

0,0%

0,1%

0,2%

0,1%

Maatregelen OZB Tarief schijf 1 Tarief schijf 2 Tarief schijf 3 Tarief schijf 4 Algemene heffingskorting

+ 4 mld 0 0 0 0 0

+ 4 mld ‐1,15% ‐1,15% ‐1,15% 0 0

+ 4 mld ‐0,60% ‐0,60% ‐0,60% 0 + €230

+ 4 mld ‐2,00% 0 0 0 0

Figuur 1 Inkomenseffecten OZB-optie, variant schijf1/2/3 + algemene heffingskorting

B 6.3.2

Ingezetenenheffing Een alternatief is de vier miljard op te halen via een ingezetenenheffing. Het gaat om een heffing voor ieder volwassen inwoner. Dat betekent een heffing van ongeveer € 300 per inwoner. De eerste kolom van Tabel 2 laat zien dat het beeld ongeveer net zo denivellerend is als wanneer de 4 miljard via een verhoging van de OZB-belasting wordt opgehaald. Belangrijkste verschil is dat uitkeringsgerechtigden en alleenverdieners te maken hebben met negatievere inkomenseffecten. Ook hier is het terugsluizen via de oude eerste drie schijftarieven (ofwel het huidige lage schijftarief) wel voldoende om een doorsnee neutraal inkomenseffect te bereiken, maar

Pagina 64 van 72

Rapport werkgroep Herziening gemeentelijk belastinggebied | 1 mei 2020

niet om het denivellerende effect weg te nemen. Om dat te bereiken moet de algemene heffingskorting met € 170 worden verhoogd. Alleen bij de alleenverdieners blijft er dan nog een minnetje over. Dat zou weggewerkt kunnen worden via bijvoorbeeld het verhogen van het kindgebonden budget of de afbouw van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting te verminderen. Het volledig compenseren via het oude eerste schijftarief is wel voldoende om over de inkomensgroepen een redelijk gelijkmatig beeld te creëren, maar voor de alleenverdieners wordt de min groter dan in de variant met de algemene heffingskorting. De spreiding van de variant met de algemene heffingskorting is minder dan bij de OZBoptie, zo is in figuur 2 te zien. Negentig procent van de huishoudens heeft een inkomenseffect tussen de -1,3% en 0,5%. De werkgelegenheidseffecten liggen ook hier tussen de 0,1% en 0,2%, wat 7.000 à 14.000 extra banen betekent. De variant met het verhogen van de algemene heffingskorting heeft het grootste werkgelegenheidseffect.

Tabel 2 Inkomens- en werkgelegenheidsvarianten optie ingezetenenheffing en compensatie via inkomstenbelasting IH

Inclusief compensatie IB Schijf 1/2/3

Schijf 1/2/3 + AHK

Schijf 1

‐1,5% ‐1,4% ‐1,5% ‐1,2% ‐0,9%

‐0,5% ‐0,1% ‐0,2% 0,2% 0,5%

0,0% 0,2% 0,1% 0,2% 0,3%

0,1% 0,3% 0,3% 0,2% 0,2%

‐1,2% ‐1,7% ‐1,5%

0,2% ‐0,6% ‐0,3%

0,2% 0,0% 0,2%

0,3% 0,0% 0,0%

‐1,3% ‐1,2% ‐1,8%

0,0% 0,0% ‐0,4%

0,1% 0,3% ‐0,3%

0,1% 0,3% ‐0,6%

‐1,2% ‐1,3%

0,0% 0,1%

0,0% 0,2%

0,0% 0,3%

Alle huishoudens

-1,3%

0,0%

0,2%

0,2%

Werkgelegenheidseffecten

0,0%

0,1%

0,2%

0,1%

Inkomensgroep

1e (<=115% WML) 2e (115‐184% WML) 3e (184‐268% WML) 4e (268‐392% WML) 5e (>392% WML) Inkomensbron Werkenden Uitkeringsgerechtigden Gepensioneerden Huishoudtype Tweeverdieners Alleenstaanden Alleenverdieners Kinderen Huishoudens met kinderen Huishoudens zonder kinderen

Pagina 65 van 72

Rapport werkgroep Herziening gemeentelijk belastinggebied | 1 mei 2020

Maatregelen Ingezetenenheffing Tarief schijf 1 Tarief schijf 2 Tarief schijf 3 Tarief schijf 4 Algemene heffingskorting

+ 4 mld 0 0 0 0 0

+ 4 mld ‐1,15% ‐1,15% ‐1,15% 0 0

+ 4 mld ‐0,75% ‐0,75% ‐0,75% 0 + €170

+ 4 mld ‐2,00% 0 0 0 0

Figuur 2 Inkomenseffecten ingezetenenheffing, variant schijf1/2/3 + algemene heffingskorting

B 6.3.3

Combinatie OZB-belasting, ingezetenenheffing en leidingwaterbelasting Een derde doorgerekend alternatief is een combinatie van beide opties, plus een deel in hogere leidingwaterbelasting, in de verhouding 40-40-20. Voor de leidingwaterbelasting is een kwijtschelding voor de groepen onder sociaal minimum niet mogelijk. Het inkomensbeeld van deze optie is ongeveer vergelijkbaar denivellerend als de vorige twee opties en terugsluizen via de oude eerste drie schijftarieven bereikt ook ongeveer hetzelfde denivellerende beeld als de vorige twee opties. Om een neutraal inkomensbeeld te bereiken moet de algemene heffingskorting wel meer worden verhoogd, namelijk met € 250 (waardoor de schijftarieven minder verlaagd kunnen worden). Doordat de leidingwaterbelasting niet kwijtgescholden kan worden, resteert voor uitkeringsgerechtigden wel een negatief inkomenseffect. De vier miljard volledig terugsluizen via het oude eerste schijftarief levert voor de laagste inkomensgroep ook een negatief beeld op, wederom door het niet kunnen kwijtschelden van de leidingwaterbelasting voor sociale minima. De spreiding van de variant met de algemene heffingskorting is minder dan bij de OZBoptie en ongeveer net zo groot als bij de optie ingezetenenheffing, zo is in figuur 3 te zien. Negentig procent van de huishoudens heeft een inkomenseffect tussen de -1,1% en 0,7%.

Pagina 66 van 72

Rapport werkgroep Herziening gemeentelijk belastinggebied | 1 mei 2020

De werkgelegenheidseffecten liggen ook hier tussen de 0,1% en 0,2%, wat 7.000 à 14.000 extra banen betekent. De variant met het verhogen van de algemene heffingskorting heeft het grootste werkgelegenheidseffect. Tabel 3 Inkomens- en werkgelegenheidsvarianten optie OZB-verhoging en compensatie via inkomstenbelasting

IH 40%,

Inclusief compensatie IB

OZB 40%,

Schijf 1/2/3

Schijf 1/2/3 + AHK

Schijf 1

‐1,6% ‐1,5% ‐1,4% ‐1,2% ‐0,9%

‐0,7% ‐0,3% 0,0% 0,2% 0,4%

0,0% 0,1% 0,1% 0,1% 0,1%

‐0,3% 0,1% 0,1% 0,2% 0,1%

‐1,2% ‐1,7% ‐1,5%

0,2% ‐0,6% ‐0,4%

0,1% ‐0,3% 0,1%

0,2% ‐0,3% ‐0,1%

‐1,2% ‐1,3% ‐1,6%

0,1% ‐0,1% ‐0,2%

0,1% 0,1% ‐0,3%

0,1% 0,1% ‐0,4%

‐1,2% ‐1,2%

0,0% 0,2%

‐0,2% 0,2%

‐0,1% 0,2%

Alle huishoudens

-1,3%

0,0%

0,1%

0,1%

Werkgelegenheidseffecten

0,0%

0,1%

0,2%

0,1%

+ 1,6 mld + 1,6 mld + 0,8 mld 0 0 0 0 0

+ 1,6 mld + 1,6 mld + 0,8 mld ‐1,15% ‐1,15% ‐1,15% 0 0

+ 1,6 mld + 1,6 mld + 0,8 mld ‐0,55% ‐0,55% ‐0,55% 0 + €250

+ 1,6 mld + 1,6 mld + 0,8 mld ‐2,00% 0 0 0 0

Water

Inkomensgroep

1e (<=115% WML) 2e (115‐184% WML) 3e (184‐268% WML) 4e (268‐392% WML) 5e (>392% WML)

20%

Inkomensbron Werkenden Uitkeringsgerechtigden Gepensioneerden Huishoudtype Tweeverdieners Alleenstaanden Alleenverdieners Kinderen Huishoudens met kinderen Huishoudens zonder kinderen

Maatregelen OZB Ingezetenenheffing Leidingwaterbelasting Tarief schijf 1 Tarief schijf 2 Tarief schijf 3 Tarief schijf 4 Algemene heffingskorting

Pagina 67 van 72

Rapport werkgroep Herziening gemeentelijk belastinggebied | 1 mei 2020

Figuur 3 Inkomenseffecten combinatie-optie, variant schijf1/2/3 + algemene heffingskorting

B 6.3.4

Combinatie OZB-belasting en ingezetenenheffing Een vierde doorgerekend alternatief is een combinatie van hogere OZB-belasting en een ingezetenenheffing. Door de leidingwaterbelasting niet mee te nemen is het probleem met de kwijtschelding voor de groepen onder sociaal minimum uit de vorige variant opgelost. Het inkomensbeeld van deze optie is ongeveer gelijkaardig denivellerend als de eerste twee opties en terugsluizen via de oude eerste drie schijftarieven bereikt ook ongeveer hetzelfde denivellerende beeld. Om een evenwichtig inkomensbeeld te bereiken moet de algemene heffingskorting met € 230 worden verhoogd. Aangezien de helft van het bedrag via een ingezetenenheffing wordt opgehaald, komen alleenverdieners in de varianten in deze optie ook iets minder uit. Maar wel minder negatief dan in de varianten waarin de totale vier miljard via een ingezetenenheffing wordt opgehaald. De vier miljard volledig terugsluizen via het oude eerste schijftarief levert ook een redelijk evenwichtig beeld op, met een minimale min voor de laagste inkomens, maar wel een iets grotere min voor alleenverdieners. De spreiding van de variant met de algemene heffingskorting is ongeveer gelijk aan die van de ingezetenenoptie, zo laat figuur 4 zien. Negentig procent van de huishoudens heeft een inkomenseffect tussen de -1,2% en 0,7%.

De werkgelegenheidseffecten liggen ook hier tussen de 0,1% en 0,2%, wat 7.000 à 14.000 extra banen betekent. De variant met het verhogen van de algemene heffingskorting heeft het grootste werkgelegenheidseffect.

Pagina 68 van 72

Rapport werkgroep Herziening gemeentelijk belastinggebied | 1 mei 2020

Tabel 4 Inkomens- en werkgelegenheidsvarianten optie OZB-verhoging en compensatie via inkomstenbelasting Inclusief compensatie IB IH 50%,

Schijf 1/2/3

Schijf 1/2/3 + AHK

Schijf 1

‐1,6% ‐1,5% ‐1,3% ‐1,1% ‐0,9%

‐0,7% ‐0,3% 0,0% 0,2% 0,4%

0,0% 0,1% 0,1% 0,2% 0,1%

‐0,1% 0,1% 0,1% 0,2% 0,1%

‐1,1% ‐1,6% ‐1,6%

0,2% ‐0,6% ‐0,4%

0,1% 0,0% 0,0%

0,2% ‐0,1% ‐0,2%

‐1,2% ‐1,4% ‐1,6%

0,1% ‐0,1% ‐0,2%

0,1% 0,1% ‐0,2%

0,1% 0,1% ‐0,4%

‐1,1% ‐1,2%

0,0% 0,2%

‐0,1% 0,2%

0,0% 0,2%

Alle huishoudens

-1,3%

0,0%

0,1%

0,1%

Werkgelegenheidseffecten

0,0%

0,1%

0,2%

0,1%

Maatregelen OZB Ingezetenenheffing Tarief schijf 1 Tarief schijf 2 Tarief schijf 3 Tarief schijf 4 Algemene heffingskorting

+ 2 mld + 2 mld 0 0 0 0 0

+ 2 mld + 2 mld ‐1,15% ‐1,15% ‐1,15% 0 0

+ 2 mld + 2 mld ‐0,60% ‐0,60% ‐0,60% 0 + €230

+ 2 mld + 2 mld ‐2,00% 0 0 0 0

OZB

Inkomensgroep

1e (<=115% WML) 2e (115‐184% WML) 3e (184‐268% WML) 4e (268‐392% WML) 5e (>392% WML)

50%

Inkomensbron Werkenden Uitkeringsgerechtigden Gepensioneerden Huishoudtype Tweeverdieners Alleenstaanden Alleenverdieners Kinderen Huishoudens met kinderen Huishoudens zonder kinderen

Pagina 69 van 72

Rapport werkgroep Herziening gemeentelijk belastinggebied | 1 mei 2020

Figuur 4 Inkomenseffecten combinatie-optie, variant schijf1/2/3 + algemene heffingskorting

Pagina 70 van 72

Rapport werkgroep Herziening gemeentelijk belastinggebied | 1 mei 2020

Bijlage 7 – Uitwerking relatieve koppeling OZB-tarieven

B 7.1

Inleiding In deze bijlage is een voorstel uitgewerkt voor een relatieve koppeling van OZB-tarieven. De werkgroep beschouwt dit voorstel niet als concrete bouwsteen voor de herziening van het gemeentelijk belastinggebied, maar als een voorbeeld van wat mogelijk is.

B 7.2

Relatieve koppeling OZB-tarieven De relatieve koppeling beoogt dat de OZB-tarieven voor verschillende categorieën belastingplichtigen (woningen en niet-woningen, eigenaren en gebruikers) zich evenredig ontwikkelen. Omdat een dergelijke koppeling de financiële autonomie van gemeenten beperkt, zou toepassing vooral opportuun zijn wanneer er eerder sprake is geweest van aantoonbaar onevenredige ontwikkeling van de OZB-tarieven. Zoals reeds beschreven in § 5.3 heeft het COELO in 2019 onderzoek gedaan naar de gemiddelde jaarlijkse stijging van de OZB-tarieven van woningen en niet-woningen in de periode 1998-2019.72 Hieruit bleek niet dat gemeenten in dit tijdvak van 20 jaar op grote schaal het OZB-tarief voor niet-woningen veel harder hebben laten stijgen dan dat voor woningen of omgekeerd. Om die reden lijkt het aanbrengen van een relatieve koppeling tussen de OZB-tarieven voor woningen en niet-woningen op dit moment niet opportuun. Voor een relatieve koppeling tussen de eigenaars- en gebruikerstarieven (voor zowel woningen als niet-woningen) zou kunnen worden teruggegrepen op artikel 220g van de Gemeentewet zoals dat van kracht was van 1998 tot en met 2007. Deze koppeling hield in dat het eigenarentarief maximaal 125% mocht bedragen van het gebruikerstarief (zowel bij woningen als bij niet-woningen).

Uiteraard zou in plaats van 125% ook voor een ander percentage gekozen kunnen worden. Het aanbrengen van een koppeling tussen de eigenaars- en gebruikerstarieven kan op gespannen voet staan met gemeentelijk beleid om leegstand in winkelstraten te beperken. Soms wordt met dit doel het OZB-tarief voor gebruikers niet-woningen substantieel verlaagd of zelfs op nul gesteld. Als de tarieven voor gebruikers en eigenaren aan elkaar worden gekoppeld is dit niet langer mogelijk.

72

COELO (2019): Ontwikkeling ozb woningen en niet-woningen 1998-2019

Pagina 71 van 72

Rapport werkgroep Herziening gemeentelijk belastinggebied | 1 mei 2020

Bijlage 8 – Ledenlijst werkgroep

De werkgroep Herziening gemeentelijk belastinggebied was samengesteld als volgt:

Arslan Güçlü (secretaris) Imane Kharchoufa Pieter Jan van Nispen Martijn Zwart (voorzitter) Nathalie van Seumeren Derck Stäbler Arne Speijer René Schulenberg Robbert Verkuijlen Reinier Kunst

BZK BZK BZK BZK Financiën Financiën

Bestuur, Financiën en Regio’s Bestuur, Financiën en Regio’s Bestuur, Financiën en Regio’s Bestuur, Financiën en Regio’s Algemene Fiscale Politiek Algemene Financiële en Economische Politiek Financiën Inspectie der Rijksfinanciën SZW Arbeidsmarkt en sociaal-economische aangelegenheden Vereniging van Nederlandse Gemeenten Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Specifieke expertise is ingebracht door: Gerber van Nijendaal Corine Hoeben Arjen Schep Minke van den Oever

Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden (ESBL) Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB)

Pagina 72 van 72

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/214/documents/4052