CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

De Rapportage houdbaarheid Wmo: Tijd voor stevige keuzes (oktober 2025)

Beeldvormende bijeenkomst Papendrecht 8 oktober 2026, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Herstelgerichte ondersteuning binnen de huishoudelijke ondersteuning74.125 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 9 van 9

Behoefte aan maatwerk en lokale afstemming: Noodzaak tot nauwe samenwerking met lokale uitvoerders en cliënten. Transactiekosten en coördinatiebehoefte: Lokaal goed te beheersen. Totaalconclusie: Lokale inkoop is het meest passend. Respijt/ logeerzorg Lokale verantwoordelijkheid. Kan individueel per gemeente ingekocht worden. Veel gemeenten kopen producten ook gezamenlijk in (“in de regio”). Daartoe is echter geen verplichting. Aanbod/markt: Blijkt een lastige voorziening te zijn om in te kopen, hier zit namelijk veel overlap met andere “bedden” uit andere zorgdomeinen (bijvoorbeeld ELV-bedden). Ook de beschikbaarheid daardoor onder druk. Aard van de dienstverlening: Vraagt overzichtelijke coördinatie en samenwerking met “dezelfde bedden, met andere titel”, hetgeen een argument is om regionaal (schaalgrootte zorgkantoren) in te kopen. Verantwoordelijke entiteit voor inkoop: Gemeenten individueel of in regionale samenwerking. Samenwerking aanpalende domeinen: zeer noodzakelijk voor goede coördinatie en afstemming van (mantelzorg)behoefte. Marktstructuur en leveringscapaciteit: Beperkt aantal plekken, verweven met andere bedsystemen (zoals ELV). Complexiteit en specialisatie van de dienst: Vergt afstemming en overzicht over diverse zorgdomeinen. Behoefte aan maatwerk en lokale afstemming: Maatwerk is minder belangrijk; plaatsingslogistiek is leidend.

Transactiekosten en coördinatiebehoefte: Regionale afstemming is nodig voor beschikbaarheid en planning. Totaalconclusie: Regionale inkoop is logisch gezien de overlap en complexiteit, coördinatieproblematiek en de benodigde inkoopmacht. Vervoersdiensten Wmo-vervoer is lokaal georganiseerd, met regionale samenwerking in sommige gebieden. Valys is landelijk georganiseerd door het Rijk. Wmo-vervoer en Valys verschillen vooral in afstand, organisatie en doel. Wmo-vervoer is bedoeld voor mensen met een mobiliteitsbeperking die zich lokaal moeten verplaatsen, bijvoorbeeld naar de huisarts, supermarkt of dagbesteding. Het wordt georganiseerd door de gemeente en is meestal beschikbaar voor ritten tot 25 kilometer of maximaal 5 OV-zones vanaf het woonadres. Een Wmo-indicatie is vereist en de toegang wordt lokaal geregeld. Wmo-vervoer is een gemeentelijke verantwoordelijkheid, maar wordt in de praktijk vaak regionaal georganiseerd via samenwerkingsverbanden om efficiëntie en afstemming te bevorderen. Denk aan regiotaxi. Valys is aanvullend vervoer voor dezelfde doelgroep, maar dan voor bovenregionale, sociaal-recreatieve uitstapjes – zoals familiebezoek of een dagje uit buiten de regio. Het wordt georganiseerd door het ministerie van VWS en is bedoeld voor ritten die langer zijn dan 25 kilometer of meer dan 5 OV-zones.

Hiervoor is een aparte Valyspas nodig, die men kan aanvragen op basis van een Wmo-indicatie of andere bewijsstukken. Kortom, Wmo-vervoer is gericht op dagelijkse, regionale mobiliteit en lokaal georganiseerd; Valys biedt aanvullend, landelijk vervoer voor langere afstanden en wordt centraal gecoördineerd. Daarboven op bestaat er ook hoog persoonlijk kilometerbudget o.b.v. zuiver medische redenen. Aanbod/markt: Beperkt aantal aanbieders op lokaal niveau; regionale en landelijke vervoerders actief. Schaalgrootte kan leiden tot efficiëntere inzet van middelen en betere dekking. Aard van de dienstverlening: Niet-complexe logistieke dienstverlening, maar vereist hoge organisatiegraad en afstemming, vooral voor kwetsbare groepen. Verantwoordelijke entiteit voor inkoop: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor Wmo-vervoer; Valys wordt landelijk aanbesteed door het ministerie van VWS. Verantwoordelijke entiteit voor inkoop: Gemeenten individueel of in regionale samenwerking, danwel landelijke overheid. Marktstructuur en leveringscapaciteit: Beperkt aantal aanbieders; schaalvergroting bevordert efficiëntie. Complexiteit en specialisatie van de dienst: Logistiek eenvoudig, maar organisatiegraad vereist. Behoefte aan maatwerk en lokale afstemming: Afstemming op routes en doelgroepen vereist enige lokale inbedding.

Transactiekosten en coördinatiebehoefte: Voordelen bij regionale coördinatie en gezamenlijke aansturing. Totaalconclusie: Regionale inkoop is aanbevolen, met lokale afstemming voor toegang en gebruik. NB er is regionaal wat monopolievorming aan het ontstaan m.a.w. dat je niet om bepaalde aanbieders heen kan. Het vergroten van het schaalniveau bij inkoop kan helpen om monopolieposities te doorbreken en concurrentie te stimuleren. Door samenwerking kunnen overheden hun onderhandelingspositie versterken en betere contractvoorwaarden bedingen. Zie ook PIANOo- handboek “Ken de Markt. Verder is het belangrijk om heel scherp te zijn op mededingingsafspraken (art. 6 Mw) en aandelentransacties. Huidige situatie Overwegingen Conclusie Beschermd Wonen en Beschermd Thuis Vanaf 2015 ingekocht d.m.v. centrumgemeente constructie. In drie regio’s worden deze middelen doorgedecentraliseerd naar alle gemeenten. Dure voorziening, maar wordt relatief weinig gebruikt (t.o.v. andere voorzieningen).Betreft complexere doelgroepen en complexere vorm van inkoop (want ook huisvesting is onderdeel van de inkoop). Gemeenten zetten in de op de transitie van beschermd wonen naar een beschermd thuis. In de Tweede Kamer ligt een wetsvoorstel woonplaatsbeginsel beschermd wonen dat die beweging versterkt. Aanbod/markt: Markt is redelijk versnipperd; er zijn grote, kleinere en hele kleine aanbieders.

Aanbod kan ook gefinancierd worden uit de Wlz. Aard van de dienstverlening: Belangrijk dat er garanties zijn dat er een veilige plek beschikbaar is voor deze kwetsbare doelgroep, waarbij veiligheid een grote rol speelt. Specialistische kennis nodig om cliënten begeleiding te bieden. Verantwoordelijke entiteit voor inkoop: Centrumgemeenten; beweging naar decentralisatie naar alle gemeenten. Er geldt landelijke toegankelijkheid Samenwerking aanpalende domeinen: GGZ-domein, Veiligheidsregio’s (verward gedrag enz.). Beschermd Wonen en beschermd thuis Marktstructuur en leveringscapaciteit: Markt versnipperd; landelijk aanbod met centrumgemeenten als inkoper. Complexiteit en specialisatie van de dienst: Zeer specialistisch aanbod, met zware zorg en wooncomponent. Er is echter ook een lichtere groep die regelmatig begeleiding thuis nodig heeft en toezicht. Behoefte aan maatwerk en lokale afstemming: Maatwerk nodig, maar regionale spreiding belangrijker dan lokale koppeling. Transactiekosten en coördinatiebehoefte: Hoog; vraagt veel organisatie en overzicht op grotere schaal. Totaalconclusie: Structurele regionale organisatie/ samenwerking is/blijft noodzakelijk. Bij beschermd thuis is dit anders. Verwezen wordt naar begeleiding (scheiden wonen zorg) al blijft de complexiteit wel hoog; het doet vooral wat met de marktstructuur (immers geen vastgoed nodig).

Het is voor begeleid thuis vergelijkbaar met hetgeen bij begeleiding is opgenomen met dien verstande dat er meer complexe vormen van begeleiding zijn waarbij regionale inkoop meer aangewezen is. Doordecentralisatie van middelen staat het regionaal inkopen van beschermd wonen (met wooncomponent) niet in de weg. Dat vastgoed staat immers niet in elke gemeente. Maatschappelijke opvang; opvang van dakloze mensen Wordt ingekocht d.m.v. centrumgemeente constructie. In drie regio’s worden deze middelen doorgedecentraliseerd naar alle gemeenten. Dure voorziening, maar wordt relatief weinig gebruikt (t.o.v. andere voorzieningen). Betreft complexere doelgroepen en opvang ook niet overal (in elke gemeente) noodzakelijk. Beschikbaarheid staat wel fors onder druk (door toename en nieuwe doelgroepen daklozen en toename complexiteit doelgroep). Aanbod/markt: Markt is redelijk versnipperd; er zijn grote, kleinere en hele kleine aanbieders. Aard van de dienstverlening: Belangrijk dat er garanties zijn dat er een veilige plek beschikbaar is voor deze kwetsbare doelgroep, waarbij veiligheid een grote rol speelt. Specialistische kennis nodig om cliënten begeleiding te bieden. Dit is niet in elke gemeente beschikbaar en vraagt zodoende regionale beschikbaarheid. Verantwoordelijke entiteit voor inkoop: Centrumgemeenten; landelijke toegankelijkheid.

Samenwerking aanpalende domeinen: GGZ-domein, Veiligheidsregio’s (verward gedrag) Totaalconclusie: Structurele regionale organisatie/ samenwerking is/blijft noodzakelijk. Huidige situatie Overwegingen Conclusie Vrouwenopvang Inkoop d.m.v. centrumgemeenten-constructie. Gemeenten financieren de vrouwenopvang middels de Decentralisatie Uitkering Vrouwenopvang (DUVO) en (evt.) Algemene Uitkering. De indexatie op de DUVO wordt toegevoegd aan de Algemene Uitkering die alle gemeenten ontvangen. Dit zijn ongeoormerkte middelen. Beschikbaarheid staat fors onder druk door gebrek aan capaciteit, toename doelgroep en knelpunten rondom uitstroom (t.a.v. woningmarkt). Al gedurende langere tijd worden gesprekken gevoerd over capaciteit en de norm voor ‘voldoende’ opvangplaatsen. De vrouwenopvang is ook toegankelijk voor slachtoffers zonder rechtmatig verblijf. De vrouwenopvang vormt de eigen toegang. Er geldt geen kwaliteitsstandaard/norm - er zijn regionale verschillen. Aanbod/markt: Aantal grotere en kleinere aanbieders, landelijk dekkend netwerk. Aard van de dienstverlening: Belangrijk dat er garanties zijn dat er een veilige plek beschikbaar is voor deze kwetsbare doelgroep, waarbij veiligheid een grote rol speelt. Vraagt om specialistische kennis. Noodzakelijk aan te sluiten op individuele behoeften slachtoffer. Bovenregionale plaatsing moet mogelijk zijn i.v.m.

veiligheid, woonplaatsbeginsel leidt nog wel eens tot knelpunten. Verantwoordelijke entiteit voor de inkoop: Centrumgemeenten. Samenwerking aanpalende domeinen: Veiligheidsdomein, jeugdhulp, Zvw/Wlz-zorg, werk en inkomen. Marktstructuur en leveringscapaciteit: Beperkt aantal gespecialiseerde aanbieders, vaak regionaal of landelijk werkend. Complexiteit en specialisatie van de dienst: Complexe en kwetsbare doelgroepen met specialistische begeleiding. Behoefte aan maatwerk en lokale afstemming: Beperkte lokale afstemming; veiligheid en (boven)regionale plaatsing zijn leidend. Transactiekosten en coördinatiebehoefte: Hoog; grote kans op versnippering en wachtlijsten. Totaalconclusie: Regionale schaal en samenwerking nodig; landelijke afspraken zijn wenselijk. Specialistische vrouwenopvang Bedoeld voor slachtoffers van eergerelateerd geweld en seksuele uitbuiting met specialistische hulpvraag. Deze opvang betreft een gespecialiseerde bovenregionale voorziening met landelijke functie, bedoeld voor slachtoffers vanuit het gehele land. De inkoop wordt gedaan door twee centrumgemeenten bij twee opvanglocaties. Financiering verloopt d.m.v. een SPUK. De huidige wijze van financiering legt het financieel risico bij de kassiersgemeenten.

Aanbod/markt: Beperkt aantal aanbieders Aard van de dienstverlening: Belangrijk dat er garanties zijn dat er een veilige plek beschikbaar is voor deze kwetsbare doelgroep, waarbij veiligheid een grote rol speelt. Vraagt om hoogspecialistische expertise en betreft kleine doelgroep. Domeinoverstijgend hulpaanbod, aansluitend op behoeften slachtoffer. Lokale uitstroom van een complexe doelgroep; gevolgen/ kosten voor die gemeenten. Verantwoordelijke entiteit voor de inkoop: Centrumgemeenten. Samenwerking aanpalende domeinen: Veiligheidsdomein, jeugdhulp, Zvw/Wlz-zorg, werk en inkomen. Marktstructuur en leveringscapaciteit: Beperkt aantal gespecialiseerde aanbieders, vaak regionaal of landelijk werkend. Complexiteit en specialisatie van de dienst: Complexe en kwetsbare doelgroepen met specialistische begeleiding. Behoefte aan maatwerk en lokale afstemming: Beperkte lokale afstemming; veiligheid en bovenregionale plaatsing zijn leidend. Transactiekosten en coördinatiebehoefte: Hoog; grote kans op versnippering en wachtlijsten. Totaalconclusie: Bovenregionale schaal en samenwerking nodig; landelijke afspraken zijn wenselijk. Opvang slachtoffers mensenhandel Bedoeld voor slachtoffers met rechtmatig verblijf. Gemeenten kopen deze opvang (regionaal) in, weinig zicht op de manier waarop ze dat doen. Betreft vaak geen ‘eigen’ voorziening zoals VO/ MO178 (vaak generieke inkoop i.c.m.

VO of MO). VO/MO vaak onvoldoende toegerust op hulpvraag en begeleiding van deze specifieke doelgroep; verschillende uitbuitingsvormen vragen verschillende expertises. Beschikbaarheid groot knelpunt. Signalen dat gemeenten voor deze doelgroep niet (specifiek) inkopen. Groot aantal slachtoffers wordt niet op (passende) opvangplek geplaatst. Er is geen zicht op de omvang van deze doelgroep in relatie tot het aantal opvangplekken waar door hen gebruik van wordt gemaakt. Aanbod/markt: Beperkt aantal aanbieders Aard van de dienstverlening: Belangrijk dat er garanties zijn dat er een veilige plek beschikbaar is voor deze kwetsbare doelgroep. Vraagt om specialistische kennis. Noodzakelijk aan te sluiten op individuele behoeften slachtoffer. Bovenregionale plaatsing moet mogelijk zijn i.v.m. veiligheid, woonplaatsbeginsel leidt nog wel eens tot knelpunten. Verantwoordelijke entiteit voor de inkoop: Centrumgemeenten. NB. Er loopt op dit moment een ontwikkeltraject waarin de organisatie en schaalgrootte van opvang voor slachtoffers mensenhandel centraal staat. Samenwerking aanpalende domeinen: Veiligheidsdomein, Zvw/ Wlz-zorg, werk en inkomen. Marktstructuur en leveringscapaciteit: Beperkt aantal gespecialiseerde aanbieders, vaak regionaal of landelijk werkend. Complexiteit en specialisatie van de dienst: Complexe en kwetsbare doelgroepen met specialistische begeleiding.

Behoefte aan maatwerk en lokale afstemming: Beperkte lokale afstemming; veiligheid en (boven)regionale plaatsing zijn leidend. Transactiekosten en coördinatiebehoefte: Hoog; grote kans op versnippering en wachtlijsten. Totaalconclusie: (Boven)regionale schaal en samenwerking nodig; landelijke afspraken zijn wenselijk. 178 VO = Vrouwenopvang MO = Maatschappelijke Opvang. Huidige situatie Overwegingen Conclusie Opvang slachtoffers mensenhandel met multiproblematiek Bedoeld voor slachtoffers met rechtmatig verblijf met multiproblematiek. Het betreft een relatief kleine doelgroep die (langdurig) specialistische hulp nodig heeft. Deze opvang betreft een gespecialiseerde bovenregionale voorziening met landelijke functie, bedoeld voor slachtoffers vanuit het gehele land. De inkoop wordt gedaan door zes centrumgemeenten. Financiering verloopt d.m.v. een SPUK. De huidige wijze van financiering legt het financieel risico bij kassiersgemeenten. Er bestaat veel onduidelijkheid en discussie over de governance, regie en verantwoordelijkheidsverdeling als gevolg van de organisatieschaal en het financieringsmodel. Beschikbaarheid staat fors onder druk door toename doelgroep en wachtlijst en knelpunten rondom uitstroom naar vervolghulp. Toegang verloopt via CoMensha. Aanbod/markt: Beperkt aantal aanbieders.

Aard van de dienstverlening: Belangrijk dat er garanties zijn dat er een veilige plek beschikbaar is voor deze kwetsbare doelgroep, waarbij veiligheid een grote rol speelt. Vraagt om hoogspecialistische expertise en betreft kleine doelgroep. Domeinoverstijgend hulpaanbod, aansluitend op behoeften slachtoffer. Lokale uitstroom van een complexe doelgroep; gevolgen/ kosten voor die gemeenten. Verantwoordelijke entiteit voor de inkoop: Centrumgemeenten. Samenwerking aanpalende domeinen: Veiligheidsdomein, Zvw/ Wlz-zorg, werk en inkomen. Leveringscapaciteit: Beperkt aantal gespecialiseerde aanbieders, vaak regionaal of landelijk werkend. Complexiteit en specialisatie van de dienst: Complexe en kwetsbare doelgroepen met specialistische begeleiding. Behoefte aan maatwerk en lokale afstemming: Beperkte lokale afstemming; veiligheid en bovenregionale plaatsing zijn leidend. Transactiekosten en coördinatiebehoefte: Hoog; grote kans op versnippering en wachtlijsten. Totaalconclusie: Bovenregionale schaal en samenwerking nodig; landelijke afspraken zijn wenselijk. Categorale Opvang Slachtoffers Mensenhandel (COSM) Bedoeld voor slachtoffers zonder rechtmatig verblijf. Betreft een doelgroep die niet onder gemeentelijke verantwoordelijkheid valt op basis van de Wmo 2015, maar wel recht op opvang heeft o.b.v. internationale verdragen en richtlijnen.

Directe aanbesteding vanuit VWS, JenV , AenM en (per 2026) SZW; momenteel drie opvanginstellingen, per 2026 een nieuwe aanbesteding van kracht. Toegang verloopt via CoMensha. Aanbod/markt: Heel beperkt aantal aanbieders. Aard van de dienstverlening: Belangrijk dat er garanties zijn dat er een veilige plek beschikbaar is voor deze kwetsbare doelgroep, waarbij veiligheid een grote rol speelt. Specialistische zorg, kleine doelgroep. Verantwoordelijke entiteit voor de inkoop: Rijksoverheid. Samenwerking aanpalende domeinen: Veiligheidsdomein, asielketen. Landelijke inkoop. Opvang grote groepen slachtoffers mensenhandel Bedoeld voor grote groepen slachtoffers met onrechtmatig verblijf die gelijktijdig worden aangetroffen. Huidige financiering verloopt d.m.v. een subsidie van VWS aan CoMensha. CoMensha sluit contracten af met de twee opvanginstellingen. Per 2026 wordt deze vorm van opvang onderdeel van de COSM-aanbesteding. Zie hierboven (COSM). Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating (LKHA) Voorziening met landelijk bereik, voor slachtoffers huwelijksdwang en achterlating vanuit het gehele land, ongeacht woonplaats. Financiering verloopt d.m.v. een SPUK. Den Haag fungeert als kassiersgemeente en heeft inkooprelatie met LKHA. LKHA is onderdeel van aanpak huiselijk geweld, maar is geen expliciet onderdeel van Wmo. Aanbod/markt: één organisatie.

Aard van de dienstverlening: Kleine, specifieke en kwetsbare doelgroep. Vraagt om specifieke expertise. Belang van voortbestaan van deze dienst is groot voor de veiligheid van de doelgroep. Huidige wijze van financieren brengt risico’s t.a.v. voorbestaan met zich mee, mede omdat gemeenten niet verplicht zijn deze dienst in de lucht te houden. Verantwoordelijke entiteit voor de inkoop: Centrumgemeente. Samenwerking aanpalende domeinen: Veiligheidsdomein, internationaal. Landelijke afspraken wenselijk. Huidige situatie Overwegingen Conclusie Regionale Centra Seksueel Geweld (CSG) Inkoop d.m.v. centrumgemeenten-constructie. Er zijn 16 CSG-regio’s. Financiering d.m.v. de DUVO (35 DUVO-gemeenten). Regionale CSG’s hebben door verschil in regio-indelingen vaak te maken met inkoop door meerdere centrumgemeenten; veelal kortdurende financiering (jaarlijks opnieuw vaststellen). De wijze van financiering is arbeidsintensief (incongruentie aantal organisaties/ centrumgemeenten; wijze van verrekening indexatie). Gemeenten hebben nu niet de verplichting een CSG te organiseren en te financieren. Hier wordt met de implementatie van de EU-richtlijn wel aan gewerkt. Aanbod/markt: niet van toepassing. Aard van de dienstverlening: Samenwerkingsverband tussen politie, ziekenhuis en GGD, GGZ, Slachtofferhulp. Deze diensten zelf worden op andere wijzen gefinancierd.

Voor de CSG’s zitten de kosten onder meer in casemanagement. Betreft gespecialiseerde hulp waarbij uniforme kwaliteit in het land wenselijk is. Verantwoordelijke entiteit voor de inkoop: Centrumgemeenten. Samenwerking aanpalende domeinen: Veiligheidsdomein, Zvw/ Wlz-zorg. Ontwikkelingen rond het Toekomstscenario zijn relevant t.a.v. de schaalgrootte waarop we CSG’s organiseren. Sommige regio’s organiseren het CSG met andere diensten zoals Veilig Thuis. Landelijke afspraken wenselijk om congruentie in regio-indeling te realiseren, inkoop op (boven)regionale schaal. Landelijk Centrum Seksueel Geweld (LCSG) Financiering verloopt d.m.v. een SPUK. Utrecht fungeert als kassiersgemeente. Aanbod/markt: niet van toepassing, het betreft één organisatie. Aard van de dienstverlening: Coördinatie en ondersteuning regionale centra. Verantwoordelijke entiteit voor de inkoop: Centrumgemeente. Samenwerking aanpalende domeinen: zie hierboven (CSG). Zie hierboven, dient in samenhang met regionale centra vormgegeven te worden. Veilig Thuis Alle gemeenten zijn op grond van de Wmo (H4) verantwoordelijk voor het organiseren en financieren van Veilig Thuis (VT) organisaties. Taken zijn specifiek benoemd. Er zijn 25 Veilig Thuis regio’s. Inkoop via centrumgemeenten vrouwenopvang (35 gemeenten). Gemeenten kunnen voor de financiering van VT’s de DUVO gebruiken.

De indexatie op de DUVO wordt toegevoegd aan de Algemene Uitkering die alle gemeenten ontvangen. Dit zijn ongeoormerkte middelen. Aanbod/markt: niet van toepassing. Aard van de dienstverlening: Wettelijke taken ten aanzien van huiselijk geweld; advies- en meldpunt, onderzoeken meldingen. Doorverwijzing naar passend vervolgtraject. Vraagt specifieke expertise en domeinoverstijgende afstemming. Verantwoordelijke entiteit voor de inkoop: Centrumgemeenten. Samenwerking aanpalende domeinen: Veiligheidsdomein, GGD, jeugdbescherming. Aanpalende ontwikkeling: Vanuit het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming is het voornemen om 25 publiekrechtelijke, decentraal georganiseerde Regionale Veiligheidsteams (RVT’s) te ontwikkelen op het niveau van de veiligheidsregio’s. Een deel van de taken van Veilig Thuis wordt overgedragen naar deze RTV’s. Deze ontwikkeling wordt momenteel verder uitgewerkt. Deze transitie vereist aanpassing van de Wmo obv uiteindelijke besluiten. Gezamenlijke afspraken over zowel de versterking van Veilig Thuis binnen de huidige taken vanuit de Wmo 2015, als gezamenlijk acteren in de richting van het Toekomstscenario. Bij beide ontwikkelingen is afstemming met het Landelijk Netwerk Veilig Thuis onontbeerlijk.

Huidige situatie Overwegingen Conclusie Snijvlak veiligheid/sociaal domein (zoals bemoeizorg, levensloopcoördinatie enz.) Openbare ggz/bemoeizorg Lokale verantwoordelijkheid. De manier waarop gemeenten bemoeizorg organiseren is erg divers. De meeste gemeenten besteden het uit aan de GGD, maar er zijn ook gemeenten die het inkopen bij GGZ-aanbieders of welzijnsaanbieders. In de meeste gevallen is er sprake van multidisciplinaire teams, waarbij zowel professionals uit het zorgdomein als het sociaal domein betrokken zijn. Sommige gemeenten kopen bemoeizorg individueel in, andere gemeenten doen dit in regio verband. Met de inwerkingtreding van de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) wordt bemoeizorg weer explicieter opgenomen in de Wmo. Coördinatie levensloopaanpak Op dit moment zijn er 31 aanbieders die de coördinatietaak leveren. Dit zijn voornamelijk forensische zorg of ggz instellingen. De coördinatietaak wordt vanuit diverse stelsels bekostigd: voor forensische cliënten door Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), voor cliënten die onder de Zvw uit de Zvw, cliënten met een Wlz-indicatie uit de Wlz en de overige groep ook door DJI. Dit is een tijdelijke vorm van bekostiging. Er wordt al sinds 2022 gezocht naar een structurele vorm van bekostiging.

Openbare ggz/bemoeizorg Aanbod/markt: Sommige partijen uiten de behoefte aan meer landelijke uniformiteit in de organisatie van bemoeizorg. Het gaat hierbij niet perse om landelijke inkoop, maar wel meer landelijke randvoorwaarden voor de organisatie van bemoeizorg. Aard van de dienstverlening: Op dit moment is er een erg grote differentiatie aan organisatie en uitvoering van bemoeizorg. Er is behoefte aan meer landelijke uniformiteit in de organisatie en uitvoering van bemoeizorg (zie ook hierboven). Verantwoordelijke entiteit voor de inkoop: gemeente. Samenwerking aanpalende domeinen: GGZ en veiligheidsdomein Coördinatie levensloopaanpak Aanbod/markt: De coördinatietaak past bij de verantwoordelijkheid van gemeenten. Daarom is gaat er een redenering op om de bekostiging van de coördinatie van de levensloopaanpak via gemeenten te laten lopen. Op dit moment is dat echter niet wenselijk, omdat het teveel administratieve lasten oplevert om individuele gemeenten (of eventueel centrumgemeenten) dit individueel of regionaal in te laten kopen. Met andere woorden: de inhoud past op zichzelf bij gemeenten; de omvang en aantal (van gemeenten) niet. Het zou goed zijn als er in de toekomst een passende manier van financieren mogelijk is waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn, maar dit niet tot extra ‘loketten’ leidt.

Aard van dienstverlening: Specialistisch: het gaat niet om de zorg zelf, maar om diverse coördinatietaken zoals: eerste aanspreekpunt van cliënt, coördineren van op- en afschalen van behandeling & zicht houden op ondersteuningsbehoefte. Vraagt specifieke expertise en domeinoverstijgende afstemming. Verantwoordelijke entiteit voor de inkoop: Op dit moment zijn gemeenten niet verantwoordelijke voor de inkoop. Samenwerkende aanpalende domeinen: GGZ en veiligheidsdomein. Openbare ggz/bemoeizorg Lokaal/regionaal inkopen is passend en efficiënt. Er is echter wel behoefte aan meer landelijke kaders. Opties om hieraan te voldoen zijn bestuurlijke afspraken en/of het opnemen van de kenmerken van bemoeizorg in de wet. Coördinatie levensloopaanpak Behoefte aan een landelijke gemeentelijke vorm van inkoop, die op dit moment nog niet bestaat. Huidige situatie Overwegingen Conclusie Snijvlak medisch-sociaal (IZA/GALA en AZWA) Lokale verantwoordelijkheid. Kan individueel per gemeente ingekocht worden. In IZA en GALA zijn afspraken gemaakt over samenwerking op het snijvlak medisch sociaal (met name rond ggz-huisartsen-sociaal domein en de GALA ketenaanpakken). In AZWA is het voornemen om landelijke afspraken te maken over basisfunctionaliteiten (waaronder mentale gezondheidsnetwerken, sociaal verwijzen, valpreventie) die gemeenten en zorgverzekeraars in elke (IZA-)regio moeten realiseren.

Het ‘hoe’ wordt aan de regio overgelaten, er is wel een gereedschapskist met bewezen interventies. In elke basisfunctionaliteit is de verantwoordelijkheid van zorgverzekeraars en gemeenten, en dus welke zorg en ondersteuning er moet worden ingekocht, beschreven. Dit zullen ten aanzien van de Wmo vaak in eerste instantie algemene voorzieningen zijn, maar kunnen ook toeleiding naar individuele voorzieningen bevatten. Domeinverstijgende samenwerking gemeenten-zorgverzekeraars maakt noodzaak tot samenwerking op regionaal niveau groter, waaronder dus samenwerking rond inkoop. Daartoe is echter geen verplichting. Aanbod/markt: nog in ontwikkeling. Er bestaan veel goede initiatieven, belangrijk dat dit wordt opgeschaald en landelijk dekkend wordt. Innovatie is daarin nodig. Aard van de dienstverlening: Dienstverlening is niet per se heel specialistisch. Wel vraagt het een andere manier van samenwerken van aanbieders (over domeinen heen). Stevig contractmanagement is daarom belangrijk. Ook vraagt het nauwe samenwerking tussen zorgverzekeraars en gemeenten; inkopen op regionaal niveau lijkt daarom wenselijk. Verantwoordelijke entiteit voor inkoop: Gemeenten individueel of in regionale samenwerking.

Eventueel op termijn gemeenten in GR verband? Samenwerking aanpalende domeinen: zorgverzekeraars in zorgkantoorregio’s, GGD-en, regionale samenwerkingsverbanden eerstelijn (RESV , in ontwikkeling. Gezamenlijke coördinatie op regionaal niveau, mogelijk ook gezamenlijk inkopen. Tolk voor auditief beperkten leefdomein De doventolkvoorziening van het UWV is een gespecialiseerde dienst die mensen met een auditieve beperking ondersteunt bij communicatie bij maatschappelijke participatie (leefdomein). Deze voorziening omvat het inzetten van professionele tolken die communicatie mogelijk maken tussen doven, slechthorenden of doofblinden en hun omgeving. Afhankelijk van de voorkeur en situatie van de cliënt kan dit een gebarentolk, schrijftolk of een tolk op afstand zijn. De tolkvoorziening is gericht op het wegnemen van communicatiebarrières, zodat cliënten volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Het UWV is verantwoordelijk voor de uitvoering van de tolkvoorziening. Zij beoordelen aanvragen, verstrekken tolkuren en zorgen voor de vergoeding van de tolkdiensten. De tolken zijn geregistreerd in het Register Tolken Gebarentaal en Schrijftolken (RTGS) en worden door het UWV ingezet op basis van de behoeften van de cliënt.

Het aantal mensen in Nederland dat gebruikmaakt van de doventolkvoorziening via het UWV is niet exact bekend, maar op basis van beschikbare gegevens kunnen we een schatting maken. In 2023 registreerde het UWV ruim 140.000 tolkopdrachten. Volgens Tolkcontact zijn er ongeveer 700 tolken actief in Nederland. Er zijn naar schatting 30.000 mensen in Nederland die doof zijn vanaf de geboorte of op jonge leeftijd, en voor wie Nederlandse Gebarentaal de moedertaal is. Aanbod/markt: De markt voor doventolkvoorzieningen is klein en gespecialiseerd, met een beperkt aantal professionele aanbieders. Deze aanbieders opereren vaak landelijk, maar de regionale spreiding is beperkt. Hoewel de markt niet versnipperd is, is zij kwetsbaar bij uitval van aanbieders. Er is enige krapte. Aard van de dienstverlening: De dienstverlening is specialistisch en vereist directe beschikbaarheid en afstemming in communicatie. De tolkvoorziening ondersteunt mensen met een auditieve beperking in werk-, onderwijs- en privésituaties, en is gericht op participatie in de samenleving. De inzet van tolken is afhankelijk van de individuele behoeften van de gebruiker. Verantwoordelijke entiteit voor inkoop: De tolkvoorziening is landelijk georganiseerd en wordt uitgevoerd door het UWV . Deze centrale uitvoering zorgt voor eenduidigheid en landelijke toegankelijkheid.

De inkoop van tolkdiensten verloopt via landelijke aanbestedingen. Deze centrale organisatie via het UWV zorgt voor eenduidigheid, efficiëntie en landelijke toegankelijkheid van de tolkvoorziening, waardoor mensen met een auditieve beperking beter kunnen participeren in de samenleving. Met een kleine groep ambtenaren kan de toegang en toewijzing kosteneffectief worden geregeld op nationaal niveau. Conflicten zien vooral op de hoogte van de tarieven voor de tolken. Landelijke inkoop. 177 | Eindrapportage Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015 Verklarende woordenlijst Deze lijst is alleen samengesteld met afkortingen uit het rapport en niet uit de bijlagen en is dus mogelijk niet compleet AenM Ministerie van Asiel en Migratie AOW Algemene Ouderdomswet AU Algemene Uitkering Gemeentefonds Awb Algemene wet bestuursrecht AWBZ Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten AWIR Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen AZWA Aanvullend Zorg en Welzijn Akkoord BFU Bijzondere Fondsuitkering Gemeentefonds BZK ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties CAK Centraal Administratie Kantoor CEBEON Centrum Beleidsadviserend Onderzoek CIZ Centrum Indicatiestelling Zorg CPB Centraal Planbureau DOS Wet domeinoverstijgende samenwerking DU Decentralisatie Uitkering Gemeentefonds GALA Gezond en Actief Levenakkoord GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst GGZ Geestelijke Gezondheidszorg GHOR Geneeskundige

Hulpverleningsorganisatie in de Regio HLO Hoofdlijnenakkoord Ouderen HLZ hervorming langdurige zorg IBO Interdepartementaal Beleidsonderzoek IU Integratie Uitkering Gemeentefonds IVB Inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage IZA Integraal Zorgakkoord JenV Ministerie van Justitie en Veiligheid LASA Longitudinal Aging Study Amsterdam MinFin Ministerie van Financiën MKBA Maatschappelijke kosten-baten analyse Nibud Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting P-wet Participatiewet RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RVS Raad voor Volksgezondheid en Samenleving SCP Sociaal en Cultureel Planbureau SEH Spoedeisende Hulp SER Sociaals-Economische Raad SPUK Specifieke Uitkering Gemeentefonds SVB Sociale Verzekeringsbank TWMZ Technische Werkgroep Macrobeheersing Zorguitgaven VNG Vereniging van Nederlandse Gemeenten VOG Verklaring Omtrent het Gedrag VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Wgs Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening Wibz Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders Wlz Wet Langdurige Zorg Wmo 2015 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 WOZO Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen Wpg Wet publieke gezondheid WRR Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid Wvggz Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg Wzd Wet zorg en dwang ZIK Zorgkeuzes in Kaart Zvw Zorgverzekeringswet

Dit rapport is een uitgave van: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 | 2500 EJ Den Haag t 070 340 79 11 Oktober 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1243/documents/18794