CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

D10. 20220322 RIB Bestemmingsplan P.C. Hooftlaan 180.pdf

Gemeenteraad Papendrecht 28 maart 2022, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Ingekomen stukken en mededelingen25.806 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Aan de gemeenteraad

datum behandeld door ons kenmerk Onderwerp

22 maart 2022 mr. Q.W.J. de Ruijter 2022-0036646 Bestemmingsplan P.C. Hooftlaan 180

Geachte mevrouw, heer,

De gemeente is voornemens de locatie P.C. Hooftlaan 180 te slopen en op de plek van het huidige parkeerterrein een nieuw woongebouw te realiseren. De nieuwbouw zal ruimte bieden aan maximaal 30 appartementen, gericht op starters. Om de nieuwbouw te kunnen realiseren, zal het openbaar parkeren ter plaatse moeten verdwijnen, en zal een nieuwe ontsluiting moeten worden gerealiseerd voor de naastgelegen kerk. De locatie maakt onderdeel uit van de centrumranden. Er zijn hier goede kansen voor woningbouwontwikkeling. Stedenbouwkundig is het gewenst dat op de locatie een volume wordt toegevoegd dat reageert op het woongebouw aan de overzijde van de markt. Met de herontwikkeling wordt de realisatie van een woongebouw beoogd voor mensen die aan het begin van hun woon carrière staan, waarmee het woningaanbod wordt verruimd. Ook wordt een kwaliteitsslag beoogd van de centrumrand. Een secundaire doelstelling is verder terugdringen van het openbaar parkeren in het centrum op straat. Het plan is niet mogelijk op basis van de 'Reparatie Beheersverordening Papendrecht', zoals vastgesteld door uw raad op 28 maart 2019. Om medewerking te kunnen verlenen aan het initiatief is daarom het voorontwerpbestemmingsplan 'P.C. Hooftlaan 180 te Papendrecht' opgesteld. De vooraankondiging van het opstellen van het bestemmingsplan wordt gepubliceerd in het Papendrechtse Nieuwsblad en in de Staatscourant.

Vervolgens zal het voorontwerpbestemmingsplan worden gezonden aan de wettelijke overlegpartners ten behoeve van het vooroverleg. Na de vooroverlegfase wordt het ontwerpbestemmingsplan opgesteld. Het ontwerp bestemmingsplan wordt bekend gemaakt op de gemeentelijke website en ook op www.ruimtelijkeplannen.nl. Daarnaast wordt het ontwerpbestemmingsplan in het gemeentehuis ter inzage gelegd. De terinzagelegging wordt aangekondigd in het Papendrechts Nieuwsblad en de Staatscourant. Een ieder heeft de mogelijkheid tegen het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze in te dienen.

Na afloop van de ter inzage termijn worden de zienswijzen verwerkt en voorzien van een antwoord. Met inachtneming van de zienswijzen kunt u besluiten het bestemmingsplan al dan niet vast te stellen. Om het plan mogelijk te maken, heeft het college besloten om het kunstwerk Bilaterally, een betonelement in het talud, te laten afvoeren. De kunstenaar is hierover geïnformeerd. Tevens heeft het college besloten om geen milieueffectrapportage op te stellen, aangezien er geen belangrijke nadelige milieueffecten te verwachten zijn.

Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris, de waarnemend burgemeester,

J.M. Ansems MSc

mr. drs. A.M.M. Jetten

Bijlagen: - (Voorontwerp)bestemmingsplan 'P.C. Hooftlaan 180 te Papendrecht'. - Bestemmingsplankaart behorende bij bestemmingsplan 'P.C. Hooftlaan 180 te Papendrecht'. - Bijlagenboek behorende bij bestemmingsplan 'P.C. Hooftlaan 180 te Papendrecht'. - (Concept) hogere waarden besluit 'P.C. Hooftlaan 180 te Papendrecht'.

1

Besluit Hogere waarden Wet geluidhinder PC Hooftlaan 180 te Papendrecht 1 Inleiding Middels de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van een perceel gelegen aan de PC Hooftlaan 180 te Papendrecht wordt de ontwikkeling van een appartementencomplex met in totaal 28 woningen mogelijk gemaakt. In het kader van het bestemmingsplan dienen hogere waarden te worden vastgesteld. De ligging van de woningen waarvoor een hogere waarde benodigd is en de aan te vragen hogere waarden zijn samengevat in tabel 1 en weergegeven in figuur 1. Tabel 1: Hogere waarden Wet geluidhinder Kavel

Hogere waarde

geluidbron

PC Hooftlaan 180

49 dB (T08 – 4 woningen)

P.C. Hooftlaan

49 dB (T09 – 4 woningen)

P.C. Hooftlaan

Figuur 1: Hogere waarden Wet geluidhinder

P.C. Hooftlaan: 49 dB - T08 4 woningen VERD1-4 - T09 4 woningen VERD2-3

2

2 Onderzoek Het besluit is gebaseerd op het akoestisch onderzoek van Kragten. De onderzoeksresultaten zijn weergegeven in rapportage: ƒ Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai – PC Hooftlaan 180 Papendrecht, rapportnummer 20201030-BRO110-RAP-AKO 3.0, d.d. 30 augustus 2021. In de onderzoeken is berekend wat de geluidbelasting is afkomstig van wegverkeer. In het onderzoek wordt aangegeven welke maatregelen genomen (kunnen) worden om de geluidbelasting te beperken en op welke wijze aan het geluidbeleid van de gemeente Papendrecht wordt voldaan. In verband hiermee en in verband met de goede ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan wordt in het onderzoek tevens aandacht besteed aan de niet-wettelijke bronnen wegverkeer op 30 km/u-wegen. Het akoestisch onderzoek ligt bij dit besluit ter inzage. Uit de rapportage blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Veerweg voldoet aan de voorkeurswaarde van 48 dB. Ten gevolge van het wegverkeer op de PC Hooftlaan wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. De overschrijding bedraagt maximaal 1 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt daarmee niet overschreden. De geluidbelasting exclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder van alle (30 km/uur-)wegen tezamen bedraagt maximaal 56 dB ter plaatse van de gevels van de woningen alwaar de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden.

3 Overwegingen Het akoestisch onderzoek voldoet aan de bepalingen van de Wet geluidhinder en geeft voldoende informatie over de akoestische situatie. In de rapportages wordt een motivering gegeven voor de aangevraagde hogere waarden. Het geluidbeleid is door de gemeente Papendrecht vastgelegd in haar notitie “Geluidbeleid hogere waarden Wgh en 30 km-wegen gemeente Papendrecht”, d.d. 29 april 2009.

Resultaten wegverkeer Uit de rekenresultaten voor het wegverkeer blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB vanwege verkeer op de PC Hooftlaan ter plaatse van de noordgevel van het appartementencomplex met maximaal 1 dB wordt overschreden. Ter plaatse van de overige gevels is de geluidbelasting vanwege wegverkeer 48 dB of lager. Deze gevels zijn als een geluidluwe gevel te beschouwen.

Geluidbeleid Op basis van het beleid kan gesteld worden dat de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, bestaand uit een appartementencomplex met maximaal 28 woningen, aangemerkt moet worden als een grootschalige ontwikkeling (meer dan 25 woningen). Voor grootschalige ontwikkelingen waarbij de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder worden overschreden dient daarom onderzoek naar bron- en/of overdrachtmaatregelen plaats te vinden. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in de rapportage van het akoestisch onderzoek. Aangetoond dat deze maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of uitvoering daarvan op bewaren stuit. Derhalve kunnen hogere waarden worden vastgesteld met aanvullende eisen.

3

In het gemeentelijk geluidbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende drie situaties: ƒ Een of meerdere geluidbronnen veroorzaken gezamenlijk een cumulatieve geluidsbelasting Lcum* van ten hoogste 53 dB; ƒ Een of meerdere geluidbronnen veroorzaken gezamenlijk een cumulatieve geluidsbelasting Lcum* hoger of gelijk aan 54 dB maar niet hoger dan 64 dB; ƒ Een of meerdere geluidbronnen veroorzaken gezamenlijk een cumulatieve geluidsbelasting Lcum* hoger of gelijk aan 65 dB. In onderstaande tabel 2 (= samenvatting van bijlage B2 uit het akoestisch onderzoek in) zijn de gecumuleerde geluidbelastingen Lcum* weergegeven. Tabel 2: Gecumuleerde geluidbelasting wegverkeer met aftrek artikel 110g Wgh Naam

Omschrijving

Hoogte

Lcum*

T08_A T08_B

Noordgevel

3,5

56

Noordgevel

6,5

56

T08_C

Noordgevel

9,5

56

T08_D

Noordgevel

12,5

56

T09_A

Noordgevel

3,5

56

T09_B

Noordgevel

6,5

56

T09_C

Noordgevel

9,5

56

T09_D

Noordgevel

12,5

56

De gecumuleerde geluidbelastingen Lcum* bedraagt 56 dB. Bij een Lcum* van maximaal 64 dB geldt als basisregel binnen het hogere waardenbeleid dat één geluidluwe gevel (‘Een (deel van een) gevel waarvoor geen hogere waarde hoeft te worden vastgesteld. ’) noodzakelijk is om het woon- en leefklimaat als acceptabel te achten. De zuidgevel voldoet aan deze vereiste. Op basis van bovenstaande rekenresultaten kan gesteld worden dat de kwaliteit van de woonen leefomgeving ter plaatse van de woningen als acceptabel aangemerkt kan worden.

4

4 Conclusie Op grond van bovenstaande overwegingen kunnen voor 8 woningen in het appartementencomplex onder voorwaarden hogere waarden als gevolg van wegverkeer worden verleend. Op basis van het akoestisch onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: x

Ten gevolge van het wegverkeer wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor de PC Hooftlaan overschreden met maximaal 1 dB; De ruimtelijke ontwikkeling kan aangemerkt worden als een grootschalige ontwikkeling (28 woningen); Voor de woningen is een geluidluwe gevel aanwezig; De gecumuleerde geluidsbelasting (Lcum*) staat het verlenen van hogere waarden niet in de weg.

x x x

5 Besluit Op grond hiervan besluit het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht, gelet op bovenstaande overwegingen en de bepalingen als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene Wet bestuursrecht en artikelen 83 en 110a van de Wet geluidhinder: Als gevolg van de bijdrage van wegverkeer op de PC Hooftlaan te Papendrecht, de volgende hogere waarden vast te stellen. Zie onderstaande tabel 3. Tabel 3: Vast te stellen hogere waarden Kavel

Hogere waarde

geluidbron

PC Hooftlaan 180

49 dB (T08 – 4 woningen)

P.C. Hooftlaan

49 dB (T09 – 4 woningen)

P.C. Hooftlaan

6 Zienswijzen Gereserveerd. PM

Bestemmingsplan P.C. Hooftlaan 180 Gemeente Papendrecht Ontwerp

Bestemmingsplan P.C. Hooftlaan 180 Gemeente Papendrecht Ontwerp

Rapportnummer:

P04515_4

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.0590.BPPCHooftlaan180-2001

Datum:

8 maart 2022

Opdrachtgever:

Gemeente Papendrecht

Projectteam BRO:

ADi, LvK, TAu

Concept:

september 2021

Voorontwerp:

--

Ontwerp:

maart 2022

Vaststelling:

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Toelichting

Inhoudsopgave

pagina

1.INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend plan 1.4 Leeswijzer

4 4 4 6 7

2.PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Ruimtelijke en stedenbouwkundige uitgangspunten

8 8 8 10

3.BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid

12 12

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid

12 12 13 15

3.2.1 Omgevingsbeleid Zuid-Holland 3.2.2 Omgevingsvisie Zuid-Holland (2019) 3.3 Regionaal beleid

15 15 18

3.3.1 Woonvisie 2017-2031 3.3.2 Groeiagenda Drechtsteden 2030 (2018) 3.4 Gemeentelijk beleid

18 19 20

3.4.1 Structuurvisie ‘Papendrecht 2020 – een venster naar de toekomst (2009) 3.4.2 Omgevingsvisie Papendrecht 3.4.3 Papendrechts woonplan 2020-2030 (2019)

20 20 21

4.MILIEUHYGIENISCHE EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN 4.1 Inleiding 4.2 Verkeer en parkeren

23 23 23

4.2.1 Verkeer 4.2.2 Parkeren 4.3 Geluid

23 24 25

4.3.1 Toetsingskader 4.3.2 Onderzoek 4.3.3 Conclusie 4.4 Luchtkwaliteit

25 26 27 27

Inhoudsopgave

1

4.4.1 Toetsingskader 4.4.2 Onderzoek 4.4.3 Conclusie 4.5 Bedrijven en milieuzonering

27 28 28 28

4.5.1 Toetsingskader 4.5.2 Onderzoek 4.5.3 Conclusie 4.6 Geur agrarisch

28 29 30 30

4.6.1 Toetsingskader 4.6.2 Onderzoek 4.6.3 Conclusie 4.7 Kabels en leidingen 4.8 Externe veiligheid

30 30 30 31 31

4.8.1 Toetsingskader 4.8.2 Onderzoek 4.8.3 (Beperkte) verantwoording groepsrisico 4.8.4 Conclusie 4.9 Natuur

31 31 34 35 35

4.9.1 Toetsingskader 4.9.2 Onderzoek 4.9.3 Conclusie 4.10 Bodem

35 37 41 41

4.10.1 Toetsingskader 4.10.2 Onderzoek 4.10.3 Conclusie 4.11 Water

41 41 42 42

4.11.1 Toetsingskader 4.11.2 Onderzoek 4.11.3 Conclusie 4.12 Archeologie

42 44 45 45

4.12.1 Toetsingskader 4.12.2 Onderzoek 4.12.3 Conclusie 4.13 Cultuurhistorie

45 46 47 47

4.13.1 Toetsingskader 4.13.2 Onderzoek 4.13.3 Conclusie 4.14 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

47 47 47 48

4.14.1 Toetsingskader 4.14.2 Aanmeldingsnotitie m.e.r 4.15 Duurzaamheid 4.16 Energie en infrastructuur warmte

48 48 48 49

4.16.1 Beschrijving energiesysteem 4.16.2 Energie

49 49

Inhoudsopgave

2

4.17 Bezonning

50

5.JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding 5.2 Systematiek 5.3 Toelichting op de regels

51 51 51 51

6.UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid

54 54

6.1.1 Kostenverhaal 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

54 55

6.2.1 Inspraak 6.2.2 Vooroverleg 6.2.3 Vaststellingsprocedure 6.2.4 Beroep / hoger beroep

55 55 55 55

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 2: Concept Besluit Hogere waarden Wet geluidhinder Bijlage 3: Quickscan Flora en fauna Bijlage 4: Nader onderzoek vleermuizen Bijlage 5: AERIUS-berekening Bijlage 6: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 7: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek Bijlage 8: Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 9: Bezonningsstudie

Inhoudsopgave

3

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding De gemeente Papendrecht is voornemens de locatie P.C. Hooftlaan 180 te amoveren en op de plek van het huidige parkeerterrein een nieuw woongebouw realiseren. Tevens wordt een nieuwe brug gerealiseerd die de naastgelegen kerk verbindt met de P.C. Hooftlaan. De nieuwbouw moet ruimte bieden aan maximaal 30 appartementen, gericht op starters. Om de nieuwbouw te kunnen realiseren, zal het openbaar parkeren ter plaatse moeten verdwijnen, en zal een nieuwe ontsluiting moeten worden gerealiseerd voor de naastgelegen kerk. Deze ontsluiting wordt gerealiseerd door het toevoegen van een brug die de kerk verbindt met de P.C. Hooftlaan. De locatie maakt onderdeel uit van de centrumranden. Er zijn hier goede kansen voor woningbouwontwikkeling. Stedenbouwkundig is het gewenst dat op de locatie een volume wordt toegevoegd dat reageert op het woongebouw aan de overzijde van de Markt. Met de herontwikkeling wordt in de eerste plaats de realisatie van een woongebouw beoogd voor mensen aan het begin van hun wooncarrière, waarmee het woningaanbod wordt verruimd. Ook wordt een kwaliteitsslag beoogd van de centrumrand. Een secundaire doelstelling is verder terugdringen van het openbaar parkeren in het centrum op straat. Deze ontwikkeling is echter niet mogelijk op basis van de geldende beheersverordening ‘Reparatie Beheersverordening Papendrecht’.

Ter plaatse van de beoogde nieuwbouw geldt de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Voorliggend bestemmingsplan biedt het benodigde juridisch-planologisch kader om de herontwikkeling van de locatie mogelijk te maken.

1.2 Plangebied Het plangebied bevindt zich aan de rand van het centrum van Papendrecht. De locatie is gelegen in de wijk Westpolder en wordt ten noordoosten omsloten door een watergang parallel aan de P.C. Hooftlaan, ten westen door de Elimkerk, ten zuiden door woonbebouwing aan de Schooldwarsstraat en ten zuidoosten door een woongebouw van Woonkracht 10 aan de Markt. Het plangebied staat kadastraal bekend Gemeente Papendrecht, Sectie A, perceel 8077 (ged.) en heeft een oppervlakte van circa 1.825 m² (excl. beoogde brug bij de kerk). Aan de overzijde van de Markt is in het kader van de centrumontwikkeling een 7-laags woongebouw gerealiseerd. Ten zuidwesten van de locatie bevindt zich een instelling voor beschermd-wonen van Philadelphia. Voorbij de Elimkerk ligt basisschool De Kameleon. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1 en de globale begrenzing van het plangebied is weergegeven in figuur 1.2. De exacte begrenzing van het plangebied volgt uit de verbeelding van dit bestemmingsplan.

Hoofdstuk 1

4

Papendrecht

Figuur 1.1 Ligging plangebied binnen Papendrecht (rood omcirkeld)

Figuur 1.2 Globale begrenzing plangebied (rood omkaderd)

Hoofdstuk 1

5

1.3 Vigerend plan Voor het plangebied geldt de ‘Reparatie Beheersverordening Papendrecht’, vastgesteld op 1 juli 2021. De gronden van het plangebied hebben binnen deze beheersverordening de bestemmingen ‘Verkeer – Verblijfsgebied’, ‘Wonen – 3’, ‘Maatschappelijk’, ‘Water’ en ‘Groen’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ (zie figuur 1.3). ‘Groen’ Binnen de bestemming groen mogen onder andere groenvoorzieningen aanwezig zijn. Voetgangersbruggen zijn enkel toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – voetgangersbrug’. ‘Maatschappelijk’ Binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ is het toegestaan verscheidene functies te realiseren (onder andere openbaar bestuurd, dienstverlening van overheidswege, sociale en culturele doeleinden). Voetgangersbruggen zijn enkel toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – voetgangersbrug’. ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ De voor ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ aangewezen gronden zijn o.a. bestemd voor fiets- en voetpaden, groenvoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen en verblijfsgebied. Binnen de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ is wonen niet toegestaan. ‘Water’ De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor water(lopen) en waterhuishoudkundige voorzieningen, maar bijvoorbeeld ook voor bruggen, duikers en andere kunstwerken voor kruisingen met (weg)verkeer.

‘Wonen – 3’ Binnen de bestemming ‘Wonen – 3’ is wonen in zelfstandige woonruimte (gestapeld) toegestaan. Tevens is ter plaatse van het plangebied de aanduiding ‘maatschappelijk’ opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding zijn tevens maatschappelijke doeleinden toegestaan. ‘Waarde – Archeologie’ De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud en bescherming van de aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Het plangebied ligt, conform de Beleidskaart Archeologie van de gemeente in een stroomrug. Hierdoor is er sprake van een hoge archeologische verwachting. Bij bodemverstorende ingrepen dieper dan 0,3 meter beneden het maaiveld in plangebied met een oppervlakte groter dan 250 vierkante meter is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Op dit aspect wordt nader ingegaan in paragraaf 4.12 ‘Archeologie’. Afwijking De herontwikkeling van de locatie P.C. Hooftlaan 180 past niet binnen de contouren van de vigerende beheersverordening ‘Reparatie Beheersverordening Papendrecht’. De afwijkingen voor het realiseren van de woningen ten opzichte van deze beheersverordening betreffen het bouwen buiten de bouwvlakken en het bouwen van woningen op het huidige parkeerterrein (ter plaatse van de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’).

Hoofdstuk 1

6

De brug zal gerealiseerd worden binnen de bestemmingen ‘Maatschappelijk’, ‘Water’ en ‘Groen’. Enkel binnen de bestemming ‘Water’ is dit reeds toegestaan.

Figuur 1.3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan (plangebied rood omkaderd)

1.4 Leeswijzer Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting bestaat uit een planbeschrijving met bijlagen waarin relevante onderzoeksresultaten zijn opgenomen. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zes hoofdstukken en enkele bijlagen. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 ‘Planbeschrijving’. Dit hoofdstuk gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en directe omgeving. Daarnaast worden de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op een rij gezet. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden.

In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

Hoofdstuk 1

7

2.

PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie De locatie P.C. Hooftlaan 180 bevindt zich aan de rand van het centrum, op de rand van de woonwijk Westpolder. De locatie biedt kansen voor een hoogwaardige invulling van de centrumrand. De plek is hoofdzakelijk in gebruik als parkeerterrein dat vooral overdag wordt benut. Het parkeerterrein vormt ook de voornaamste ontsluiting van de naastgelegen Elimkerk (ten oosten van het plangebied in onderstaande figuur 2.1). De kerk valt met (hulp)voertuigen niet op een andere wijze te bereiken. Binnen het plangebied is een éénlaagse bebouwing aanwezig. Dit pand stamt uit 1983, en huisvestte voorheen o.a. het jeugd- en jongerenwerk en de kunstuitleen. Het pand staat sinds 2 jaar grotendeels leeg.

Figuur 2.1 Impressie huidige situatie

2.2 Toekomstige situatie Beoogd wordt de locatie P.C. Hooftlaan 180 te amoveren en op de plek van het huidige parkeerterrein en de voormalige jeugd- en jongerenvoorziening een nieuw woongebouw realiseren. De nieuwbouw moet ruimte bieden aan maximaal 30 appartementen, gericht op starters. Om de nieuwbouw te kunnen realiseren, zal het openbaar parkeren moeten verdwijnen, en zal een nieuwe ontsluiting (brug) moeten worden gerealiseerd voor de kerk over het water vanaf de P.C. Hooftlaan. De brug is bedoeld voor beperkt autoverkeer, zoals de ontsluiting van rouw- en trouwauto’s en invalide parkeren. En tevens voor voetgangers en fietsers. Er worden enkele nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd op het terrein van de Elimkerk. Omdat de brug niet mogelijk is op basis van het vigerend bestemmingsplan, is deze meegenomen in voorliggend bestemmingsplan.

Hoofdstuk 2

8

Programmatisch betreft het planinitiatief een woongebouw dat ruimte biedt aan maximaal 30 startersappartementen met bijbehorende parkeervoorziening, herinrichting van het achter het gebouw gelegen plantsoen tot parkeerterrein en een beperkte aanpassing van de openbare ruimte ter plaatse van de Markt. Het parkeren zal plaatsvinden in de beoogde bebouwing en op het binnenterrein. Voor het parkeren op het binnenterrein wordt gekeken naar klimaatadaptieve maatregelen, door bijvoorbeeld grasbetontegels te plaatsen. In de bouwlagen boven de parkeerlaag komt de woonbebouwing. Hierboven komt aan de zijde van de Markt een éénlaags stedenbouwkundig accent. De woningen hebben een oppervlakte van circa 65 tot 80 m². Woningen hebben een privé buitenruimte aan de P.C. Hooftlaan. Deze is op noord georiënteerd. Om deze reden wordt ook gedacht om de galerij - gelegen aan de zuidgevel - riant te dimensioneren en te voorzien van gedeelde balkons. Zo kunnen bewoners alsnog genieten van de zon zonder het gebouw te verlaten. Het bevordert ontmoetingen tussen de bewoners onderling, en versterkt het gemeenschapsgevoel. Met de herontwikkeling wordt in de eerste plaats de realisatie van een woongebouw beoogd voor mensen aan het begin van hun wooncarrière, waarmee het woningaanbod wordt verruimd. Ook wordt een kwaliteitsslag beoogd van de centrumrand.

Een secundaire doelstelling is verder terugdringen van het openbaar parkeren in het centrum op straat. Tot slot is het vanuit stedenbouwkundig oogpunt gewenst dat op de locatie een volume wordt toegevoegd dat reageert op het woongebouw aan de overzijde van de Markt. In onderstaande figuren zijn de (indicatieve) plattegrond, doorsnede en een impressie van de toekomstige woonbebouwing weergegeven.

Figuur 2.2 Plattegrond woongebouw (indicatief), variant bergingen en parkeren op de begane grond. Locatie brug wordt anders dan in deze afbeelding

Hoofdstuk 2

9

Figuur 2.3 Langdoorsnede

Figuur 2.4 Impressie toekomstige bebouwing vanaf de P.C. Hooftlaan

2.3 Ruimtelijke en stedenbouwkundige uitgangspunten De nieuwe ontwikkeling wordt ruimtelijk en stedenbouwkundig acceptabel ingepast in het plangebied door onder andere aan te sluiten op de reeds bestaande bebouwing in de omgeving van het plangebied, en een aantrekkelijke entree naar het centrum te vormen.

Hoofdstuk 2

10

Entree naar het centrum De locatie vormt een entree naar het centrum. Daarom moet het gebouw worden ontworpen met een open uitstraling naar de omgeving. Gevels worden met zorg ontworpen, met variatie in grootte van gevelopeningen en in neggendieptes. Het gebouw krijgt geen open galerijen en de plint oogt aantrekkelijk en is integraal in het architectonisch ontwerp opgenomen. De entree is uitnodigend en ook het dak (en de installaties op het dak) worden meegenomen in het ontwerp. Gevels en dak kunnen worden benut voor het aanbrengen van groen en voor bijvoorbeeld nestkasten. Tot slot wordt de halfverdiepte parkeergarage ook aantrekkelijk ontworpen naar de omgeving toe, door de gevel van de garage aan de zijde van de P.C. Hooftlaan (visueel) te sluiten. Aansluiting bestaande bebouwing De beoogde bebouwing zal aansluiting zoeken bij de reeds bestaande bebouwing in de nabijheid van het plangebied. Zo zal de toekomstige bebouwing in hoogte ongeveer gelijk zijn aan de bebouwing aan de Markt 2. De nieuwbouw ontneemt tevens het zicht op de blinde kopgevel van het gebouw aan de Markt 2. Ook zijn er uitstekende balkons aanwezig aan de gevel van de woonbebouwing op de Markt 2. Hierdoor is het mogelijk ook uitstekende balkons te realiseren aan de voorzijde (Marktzijde) van de toekomstige ontwikkeling.

Hoofdstuk 2

11

3.

BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI is per 11 september 2020 in werking getreden. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is hiermee geheel vervallen, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die op 1 juli 2022 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kan men in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. In de nationale omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie aan voor de toekomstige ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor urgente maatschappelijke opgaven die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal gelden, zoals klimaatverandering, de energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een perspectief om voort te bouwen op bestaande landschappen en historische steden.

In de NOVI zijn vier prioriteiten opgesteld:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio's;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doorwerking plangebied In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling.

Doorwerking plangebied Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt in onderhavig bestemmingsplan die in strijd zijn met één van de nationale belangen. Onderhavig bestemmingsplan is dus in overeenstemming met het Barro.

Hoofdstuk 3

12

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet toe op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.

Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling van maximaal 30 woningen betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit blijkt uit de volgende gegevens:  Het plangebied heeft in de vigerende beheersverordening de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ en ‘Wonen – 3’. Op basis van deze beheersverordening is wonen op de locatie niet toegestaan, gezien de bouwvlakken, de bouwhoogte en wonen ter plaatse van gronden die bestemd zijn met ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Een wijziging van de bestemming is noodzakelijk.

 Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zee-haventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het initiatief om maximaal 30 woningen te bouwen kan onder deze definitie worden geschaard.  Vanaf 12 nieuwe woningen is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Aangezien het om de toevoeging gaat van per saldo 30 woningen, kan het initiatief gekwalificeerd worden als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Passend binnen beleidskaders Geconcludeerd kan worden dat het beoogde initiatief past binnen de beleidskaders en tevens bijdraagt aan de beleidsdoelen van de provincie, regio en de gemeente.  Beleidsmatig wordt ingezet op woningbouw binnen bestaand stedelijk gebied, inbreiding en compacte nieuwbouw binnen de gemeentegrenzen. Het planinitiatief voorziet in de bouw van maximaal 30 woningen op een binnenstedelijke locatie en zet daarmee in op zorgvuldig ruimtegebruik.  Op regionaal en gemeentelijk niveau is er speciale aandacht voor jongeren, starters en ouderen, evenals voor doorstromers. De beoogde ontwikkeling realiseert 30 woningen geschikt voor éénen tweepersoonshuishoudens voor het middeldure koopsegment. Met de beoogde ontwikkeling wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van startersappartementen.

Hoofdstuk 3

13

Volgens het gemeentelijk beleid is het belangrijk om aantrekkelijke plekken te creëren die gelegenheid bieden om te ontmoeten, ontspannen en te bewegen. Het planinitiatief draagt hieraan bij door een locatie te (her)ontwikkelen nabij het centrum van Papendrecht. Centrumgebieden bevorderen en dragen bij aan spontane ontmoetingen. Passend binnen behoefte van het ruimtelijk verzorgingsgebied Voor de onderbouwing van de woonbehoefte is gekeken naar de afbakening van de relevante regio, om zo de behoefte in beeld te brengen. Hiervoor is gekeken naar de regionale woningmarkt, die gedefinieerd wordt op basis van verhuisbewegingen. In dit behoefteonderzoek gaat het om het primaire verzorgingsgebied gemeente Papendrecht en het secundaire verzorgingsgebied regio Drechtsteden. Kwantitatieve behoefte De beoogde ontwikkeling van maximaal 30 woningen voorziet in een kwantitatieve behoefte:  Hoewel de bevolking in de gemeente Papendrecht in de periode tot 2030 licht afneemt, neemt deze in de regio toe en stijgt zowel in gemeente als regio het aantal huishoudens. Dit vraagt om de groei van de woningvoorraad.  Uit de provinciale behoefteraming blijkt een kwantitatieve woningbehoefte in de gemeente Papendrecht van 970 woningen tot 2030. In de regio Drechtsteden ligt de woningbehoefte op 6.680 woningen.

 Op dit moment is er onvoldoende plancapaciteit (660 woningen) om in de groeiende woningbehoefte in de gemeente Papendrecht te voorzien. Dit betekent dat er ruimte is voor de ontwikkeling van nieuwe woningen. De beoogde ontwikkeling voorziet daarmee in een kwantitatieve behoefte binnen het primaire verzorgingsgebied.  In de regio Drechtsteden zijn er netto plannen voor bijna 16.700 woningen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de autonome behoefte van 10.000 woningen en wordt deels rekening gehouden met reservecapaciteit van 15.000 woningen. Rekening houdend met de provinciale behoefteprognose (+ extra 30%) is dit ruim voldoende om in de behoefte te voorzien. Kwalitatieve behoefte Het initiatief omvat de realisatie van maximaal 30 starterswoningen. Het initiatief voorziet hiermee in een kwalitatieve behoefte:  De woningbehoefte in de Drechtsteden neemt tot 2030 grotendeels toe in de koopsector, zowel in de behoefte aan eengezins- als meergezinswoningen.  Regiobreed is er behoefte aan koopwoningen in zowel het goedkopere, als middeldure en dure segment. Met onderhavig plan worden woningen in het middeldure segment toegevoegd.  Tevens is er regiobreed in de koopsector voornamelijk behoefte aan eengezinswoningen door de toename van het aantal eenpersoonshuishoudens en de groeiende groep ouderen.

Onderhavig initiatief voorziet in de realisatie van 30 woningen geschikt voor kleine huishoudens (één- en tweepersoonshuishoudens).  Daarbij wordt verwacht dat de beoogde groei van de werkgelegenheid in de regio op de middellange termijn (5-10 jaar, dus van 2022 tot 2027) zal resulteren in een toenemende vraag naar middeldure (koop)woningen.  Op regionaal en gemeentelijk niveau wordt onder meer aandacht gegeven aan het vasthouden van jongeren/studenten. In het planinitiatief worden 30 starterswoningen gerealiseerd voor jongeren t/m 35 jaar.

Hoofdstuk 3

14

Geen onaanvaardbare effecten Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het realiseren van maximaal 30 woningen aan de rand van het centrum van Papendrecht onaanvaardbare effecten zullen optreden. De woningbehoefte is immers dusdanig groot dat ook na het realiseren van het planinitiatief behoefte blijft bestaan voor het realiseren van nieuwe woningen. Gesitueerd binnen bestaand stedelijk gebied Voor de onderbouwing is relevant of de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. Het plangebied heeft in de vigerende beheersverordening deels de bestemming ‘Wonen - 3’. Dit betekent dat het plangebied een stedelijke functie heeft. Gezien het voorgaande is dus sprake van een ligging ‘binnen bestaand stedelijk gebied’ en is een verder motivering op dit punt niet nodig.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 20 april 2019 is het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland in werking getreden. Het omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en –plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. 3.2.2 Omgevingsvisie Zuid-Holland (2019) Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken.

De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen:  een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur;  de ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing;  een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit;  de samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Ruimtelijke hoofdstructuur In de ruimtelijke hoofdstructuur is het plangebied gelegen in de stedelijke agglomeratie Drechtsteden. Voor dit gebied streeft de provincie naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie en specialisatie binnen het

Hoofdstuk 3

15

bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Het plangebied ligt tevens binnen de hoogstedelijke zone rond de lijn Leiden – Dordrecht, die zich kenmerkt door een goede connectiviteit, hoogwaardige stedelijke voorzieningen en een internationaal onderscheidende kennisinfrastructuur van universiteiten, kennis- en onderzoeksinstellingen en science parken. Ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving:  naar een klimaatbestendige delta;  naar een nieuwe economie: the next level;  naar een levendige meerkernige metropool;  energievernieuwing;  best bereikbare provincie;  gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Beschrijving van de Omgevingskwaliteit van Zuid-Holland Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ verstaat de provincie 'het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepaalt.

Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De Omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een 'kwaliteitskaart' en bijbehorende 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit'. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten:  De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied (‘korrelgrootte’) bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het ‘laadvermogen’ van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder.  Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid.

 Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen.  Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie.

Hoofdstuk 3

16

Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de relevante richtpunten. Beleidskeuzes De provincie heeft twaalf provinciale ’Opgaven Omgevingskwaliteit’ gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en regels in de verordening. Voor Wonen is de opgave het 'Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen'. Deze opgave is erop gericht dat de woonbehoeften van verschillende doelgroepen kunnen worden gerealiseerd, zowel wat betreft de beschikbaarheid van passende woningen als de aantrekkelijkheid van de woon- en leefomgeving. De hiermee samenhangende beleidskeuzes gaan o.a. over 'Verstedelijking en wonen". Beleidskeuze provincie: De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer.

De provincie is terughoudend over het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stadsen dorpsgebied en vraagt om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO²-neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn. Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving in Zuid-Holland. Nieuwe woningen zijn energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering (heftige regenbuien, perioden van droogte en hittestress) en bodemdaling. Gemeenten maken in samenspraak met de provincie regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's waarin bovengenoemde doelstellingen zijn uitgewerkt. Voor een Zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied is de opgave de zorg voor een goede ruimtelijke ontwikkeling, binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Onderdeel van deze opgave is het bevorderen van een optimaal gebruik van de binnenstedelijke ruimte. De hiermee samenhangende beleidskeuzes gaan onder meer over ‘Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied’. Beleidskeuze provincie: In lijn met de maatschappelijke behoefte zet de provincie in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied.

Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in nationale wet- en regelgeving Toepassing is van provinciaal belang, daarom is in de verordening een verwijzing opgenomen naar de Rijksladder. Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte. De provincie wil bevorderen dat de ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. De gemeenten stemmen de geplande opgave met behulp

Hoofdstuk 3

17

van actuele regionale visies af met andere gemeenten in de regio, voor in ieder geval wonen en kantoren. Het is aan gemeenten zelf om te bepalen of zij ook behoefte hebben aan regionale visies ter afstemming van het beleid met betrekking tot bedrijventerreinen en detailhandel, of aan regionale ruimtelijke visies. Gedeputeerde Staten kunnen echter voor een bepaalde regio aangeven dat het nodig is om een regionale visie voor bedrijventerreinen te maken. Doorwerking plangebied Beleidsmatig wordt ingezet op woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgezicht, inbreiding en compacte nieuwbouw binnen de gemeentegrenzen. Het planinitiatief voorziet in de bouw van maximaal 30 woningen op een binnenstedelijke locatie en zet daarmee in op zorgvuldig ruimtegebruik. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de opgaven voor wonen.

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Woonvisie 2017-2031 Eind 2017 is de regionale Woonvisie 2017-2031 – goed wonen in de Drechtsteden vastgesteld. In deze visie worden op grond van verschillende onderzoeken de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgaven benoemd. De Drechtstedengemeenten hebben in de regionale woonvisie twintig afspraken gemaakt. In hoofdlijn gaat het om de volgende uitgangspunten:  het bouwen van 10.000 woningen voor de autonome huishoudensgroei;  het bouwen van 15.000 woningen voor de groeiopgave;  inzetten op de groei van het duurdere segment;  kiezen voor de sociale huurwoningvoorraad voor een pas-op-de-plaatsbeleid;  ontwikkelen van een gezamenlijke strategie om beleggers te stimuleren om in de vrije huursector te investeren;  het realiseren van onderscheidende woonmilieus;  in 2035 is de gebouwde omgeving in de Drechtsteden energieneutraal;  samen met betrokken partners werken aan het duurzaam huisvesten van kwetsbare huishoudens. Reactie Gedeputeerde Staten Zuid-Holland op de Regionale Woonvisie Drechtsteden 2017-2031 De Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland heeft ingestemd met de Regionale Woonvisie Drechtsteden 2017-2031, met daarbij onder andere het volgende aandachtspunt:  Een realistisch kwantitatief en kwalitatief onderbouwd woningbouwprogramma.

De Gedeputeerde Staten stemmen in met het woningbouwprogramma met genoemde uitzonderingen op basis van de geschatte kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Er wordt gevraagd om een betere aansluiting tussen vraag en aanbod en het ontwikkelen van woonmilieus binnen de invloedsfeer van hoogwaardig openbaar vervoer. Wonen in de Drechtsteden 2020 (voortgang Woonvisie per 1-12-2020 / Woningbouwprogramma 2020)  Als er wordt uitgegaan van de ambities van de lokale woonprogramma’s, is de regio op de goede weg voor het behalen van de regionale doelstelling op het gebied van woningbouw. Prioriteit is om te zorgen dat gemeenten daadwerkelijk (kunnen) gaan bouwen.  Ten aanzien van koopwoningen (zowel eengezins als meergezins) blijft de behoefte aanwezig. In totaal is in het jaar 2020 voorzien in een behoefte aan 5.220 koopwoningen tot het jaar 2030. Deze behoefte is aanwezig in alle prijsklassen (<200.000 tot >450.000).

Hoofdstuk 3

18

Doorwerking plangebied Zoals blijkt uit het bovenstaande is er een behoefte aan een toename in woningen. Voor koopwoningen geldt dat ver behoefte bestaat aan verschillende woningtypologieën in alle prijsklassen. Onderhavig initiatief voorziet in middeldure koopwoningen, wat zowel bijdraagt aan de woningbouwopgave als aan de behoefte voor koopwoningen. Op regionaal en gemeentelijk niveau is er speciale aandacht voor jongeren, starters en ouderen, evenals voor doorstromers. De beoogde ontwikkeling realiseert maximaal 30 starterswoningen, waarmee aan deze behoefte wordt voldaan. Het plan is daarbij opgenomen in de vast te stellen woningbouwprogrammering. Na afronding van de planologische procedure en het aanbestedingstraject wordt het programma als hard plan opgenomen en kan de uitvoering starten. 3.3.2 Groeiagenda Drechtsteden 2030 (2018) De Drechtsteden hebben gezamenlijk de ‘Groeiagenda 2030’ opgesteld, die doelen en ambities bevat om van de Drechtsteden een nóg aantrekkelijker woon- en werkgebied te maken voor zowel nieuwe als bestaande inwoners. Daarin is de ambitie uitgesproken om uit te groeien tot een regio met meer dan 300.000 inwoners. De Groeiagenda 2030 brengt de actiepunten in kaart waaraan gewerkt moet worden, uitgesplitst naar vier pijlers: ‘Wonen’, ‘Werken’, ‘Bereikbaarheid’ en ‘Energietransitie.’ De aandachtspunten variëren lokaal.

Ten aanzien van het thema wonen wordt ingezet op het realiseren van 25.000 nieuwe woningen. Er wordt geïnvesteerd in nieuwe woningen én de voorzieningen die bijdragen aan een fijne woon- en leefomgeving. Zo worden huidige inwoners behouden, nieuwe inwoners aangetrokken en toeristen verleid tot een bezoek. Speerpunten zijn:  evenwichtig woningaanbod voor elke doelgroep;  slim omgaan met de beschikbare ruimte;  optimaal gebruikmaken van de gebiedsdiversiteit: wonen aan het water of in de historische binnenstad;  zorgen voor duurzame en gezonde woongebieden, zowel nieuw als bestaand;  ontwikkelen en/of verbreden van hoger onderwijs en andere voorzieningen;  aantrekkelijke binnensteden. Voor de gemeente Papendrecht is de pijler Wonen uitgewerkt in de volgende ambitie: De gemeente beschikt vrijwel niet meer over locaties om te bouwen (uitbreiding). Daar waar ruimte voor inbreiding is, vindt een zorgvuldige afweging plaats. De focus ligt in eerste instantie bij de huisvestingvraag (kwantitatief en kwalitatief) van de eigen inwoners en als dit mogelijk is kan daarna een passende bijdrage aan de regionale opgave geleverd worden. Speciale aandacht is er voor starters en jongeren en het langer thuis kunnen wonen van ouderen, eventueel middels mantelzorgwoningen, tiny houses en kangaroo-woningen.

Doorwerking plangebied Met onderhavige ontwikkeling wordt invulling gegeven aan (enkele van) de speerpunten uit de Groeiagenda Drechtsteden. Zo wordt een bestaande locatie welke momenteel deels ongebruikt is en deels

Hoofdstuk 3

19

dienst doet als parkeerplaats ingezet voor woningbouw (inbreiding). Daarbij worden de woningen opgeleverd in het starterssegment. Hiermee wordt voorzien in een kwalitatieve behoefte in de gemeente Papendrecht.

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie ‘Papendrecht 2020 – een venster naar de toekomst (2009) De gemeente Papendrecht heeft ten aanzien van wonen als ambitie het bevorderen van de diversiteit en kwaliteit van het aanbod in samenwerking met de regio:  meer kwaliteit in de sociale sector (zowel huur als koop);  meer aanbod voor hogere inkomenshuishoudens;  meer aanbod voor senioren (meer levensloopbestendige woningen in combinatie met voorzieningen;)  meer aanbod voor speciale doelgroepen;  versterken van bestaande woningvoorraad door gericht te investeren (herstructurering). De veranderende levensstijlen van de bevolking stellen andere eisen aan de woning en woonomgeving. Aanpassing van de bestaande woningvoorraad aan de veranderende kwaliteitseisen zijn daarom noodzakelijk. De gemeente wil dit bereiken door onder meer:  bij herziening van bestemmingsplannen voor woongebieden het aanpassen van woningen door particulieren, woningcorporaties en beleggers, planologisch juridisch optimaal te faciliteren;  groot onderhoud en herinrichting van de woonomgeving af te stemmen op de veranderende wensen ten aanzien van de kwaliteit van de woonomgeving; Papendrecht zal plannen en initiatieven voor woningbouw en herstructurering van de bestaande woningvoorraad beoordelen op de bijdrage aan de kwaliteiten van de woonwijk en waar het plan wordt gerealiseerd.

De volgende criteria worden gehanteerd:  de bijdrage aan de gewenste diversiteit van de opbouw van de woningvoorraad in de wijk;  de bijdrage aan de gewenste verhuisdynamiek in de wijk;  de bijdrage aan gewenste stimulering van voor de wijk belangrijke doelgroepen;  de bijdrage aan de ruimtelijke karakteristiek van de wijk. Doorwerking plangebied Op gemeentelijk niveau is er speciale aandacht voor jongeren, starters en ouderen, evenals voor doorstromers. Met de beoogde ontwikkeling worden maximaal 30 appartementen voor starters gerealiseerd, waarmee wordt bijgedragen aan deze doelstelling. Tevens worden deze binnen het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd, aan de rand van het centrum. Hiermee wordt een bestaande locatie herstructureerd. 3.4.2 Omgevingsvisie Papendrecht Met de Omgevingsvisie schetst de gemeente Papendrecht een flexibel kompas aan de hand waarvan de koers tot 2035 wordt uitgestippeld. Uitgangspunten zijn onder andere het verwezenlijken van een duurzame gemeente waar mensen graag wonen, werken en verblijven. Daarbij hoort een gezonde en veilige leefomgeving met oog voor de benodigde klimaatadaptatie en energietransitie. Deze focus op

Hoofdstuk 3

20

sociale en fysieke duurzaamheid is richtinggevend voor keuzes over ontwikkelingen in onze leefomgeving. Wat betreft het aspect ‘wonen’ richt de gemeente zich op een tweetal pijlers; het behouden/creëren van toereikend woonaanbod en het behouden/realiseren van een aantrekkelijke woonomgeving. Wat betreft het woonaanbod wordt ingezet op het realiseren van extra woningen en het stimuleren van doorstroming op de woningmarkt door woningen in het duurdere segment aan de woningvoorraad toe te voegen. Ook wordt ingezet op een aantrekkelijke woonomgeving. Concreet wordt er ingezet op het realiseren van voldoende woningen, het uitbreiden van de woningvoorraad door het toevoegen van met name duurdere koopwoningen, compacte nieuwbouw binnen de bestaande grenzen van de gemeente te realiseren, waar mogelijk bijzondere woon(zorg)concepten en levensloopbestendige woningen toevoegen, duurzame woningen realiseren en het creëren van aantrekkelijke plekken die ontmoeten, ontspannen en bewegen stimuleren. Doorwerking plangebied Er worden woningen toegevoegd aan de bestaande woningvoorraad. Zoals uit het voorgaande (onder andere uit de onderbouwing voor de ladder van duurzame verstedelijking) blijkt, bestaat er behoefte aan het type woningen dat wordt gerealiseerd. Daarbij wordt ook ingezet op het creëren van een milieu waarin ontmoetingen plaats kunnen vinden.

Er wordt een locatie (her)ontwikkeld nabij het centrum van Papendrecht. Centrumgebieden bevorderen en dragen bij aan spontane ontmoetingen. 3.4.3 Papendrechts woonplan 2020-2030 (2019) Met het Papendrechts woonplan 2020-2030 geeft Papendrecht uitvoering aan de Regionale woonvisie 2017-2031 – goed wonen in de Drechtsteden en daarmee ook aan de Groeiagenda – goed leven in de Drechtsteden. Hiervoor zijn de volgende strategische uitgangspunten gekozen:  Wij realiseren voldoende woningen om de autonome huishoudensgroei op te kunnen vangen.  Wij realiseren woningen om een bijdrage te leveren aan de regionale groeiagenda.  Toevoeging van de woningvoorraad vindt vooral plaats in het duurdere segment.  Het nieuwbouwprogramma stimuleert doorstroming, zodat in de bestaande woningvoorraad woningen vrijkomen voor starters, huishoudens met een laag inkomen en beginnende doorstromers.  Wij staan open voor experimentele bouwinitiatieven voor starters en bijzondere woonvragen. De experimenten zijn beperkt in opzet en ruimtebeslag.  Initiatieven die leiden tot verbetering en grotere diversiteit van de sociale huurwoningvoorraad ondersteunen wij actief.  Nieuwe woningen zijn duurzaam en dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.  Wij streven naar duurzame huisvesting van kwetsbare groepen.

 Wij houden de leefbaarheid in de Papendrechtse wijken op peil en zullen deze waar mogelijk verbeteren. Doorwerking plangebied Gemeentelijk wordt er ingezet op het toevoegen van woningen voor onder andere starters. Met onderhavig initiatief wordt voorzien in maximaal 30 starterswoningen waarmee wordt bijgedragen aan deze doelstelling.

Hoofdstuk 3

21

Daarbij komt dat er op dit moment onvoldoende plancapaciteit is om in de groeiende woningbehoefte in de gemeente Papendrecht te voorzien. Dit betekent dat er ruimte is voor de ontwikkeling van nieuwe woningen. De beoogde ontwikkeling van de P.C. Hooftlaan 180 voorziet daarmee in een kwantitatieve behoefte binnen het primaire verzorgingsgebied.

Hoofdstuk 3

22

4.

MILIEUHYGIENISCHE EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN 4.1 Inleiding Het al dan niet voldoen aan verschillende randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of een nieuw bestemmingsplan ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. Hierbij dient te worden onderzocht welke milieuhygiënische aspecten daarbij een rol spelen. In dit hoofdstuk worden de verschillende voor dit bestemmingsplan relevante milieuaspecten behandeld.

4.2 Verkeer en parkeren De beoogde ontwikkeling dient niet te leiden tot verkeerskundige knelpunten en er dient in voldoende parkeergelegenheid te worden voorzien. Hierbij wordt voor het aspect parkeren getoetst aan de gemeentelijke Parkeernormennota. De verkeersaantrekkende werking wordt beoordeeld aan de hand van CROW-kengetallen. 4.2.1 Verkeer Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie voor het plangebied is berekend volgens de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Hierbij is uitgegaan van de stedelijkheidsgraad ‘sterk stedelijk’ en de ligging ‘centrum’ conform de Parkeernormennota Papendrecht 2018. Ook is er uitgegaan van de maximale normen om een worst case verkeersgeneratie te berekenen. Op basis van de normen zal het nieuwbouwplan 135 motorvoertuigbewegingen per etmaal genereren voor een gemiddelde weekdag. Tabel 4.1: Berekening verkeersgeneratie Woningtype conform CROW

Aantal woningen

Verkeersgeneratie

Verkeersgeneratie

per woning Koop, appartement, midden

30

4,5

135

Ontsluiting en verkeersafwikkeling De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de Markt. Als de extra verplaatsingen worden toegedeeld aan deze weg dan wordt verwacht dat dit extra verkeer goed verwerkt kan worden, zeker omdat het verkeer dat oorspronkelijk via de Markt de Elimkerk bereikte, nu via de P.C. Hooftlaan de Elimkerk kan bereiken aangezien er een nieuwe ontsluiting voor beperkt autoverkeer voor de Elimkerk wordt gerealiseerd. Voorheen werd de kerk ontsloten via het huidige parkeerterrein. De nieuwe ontsluiting zal plaatsvinden middels een brug die naar de P.C. Hooftlaan leidt. Tevens werd voorheen ook verkeer gegenereerd door het jongerencentrum en de bibliotheek. Deze functies zijn op deze locatie komen te vervallen en de 135 verkeersbewegingen betreft dus niet enkel toename, maar ook een deel vervanging.

Hoofdstuk 4

23

4.2.2 Parkeren Autoparkeren Voor het autoparkeren zijn twee documenten van belang. Het gaat hier om in de 'Nota Hoofdlijnen Parkeerbeleid centrum 2013' en de `Parkeernormennota Papendrecht 2018'. In het eerstgenoemde document wordt gesteld dat bewoners van het centrumgebied voldoende parkeergelegenheid moeten hebben om hun auto nabij hun woning te kunnen parkeren. In de parkeernormennota zijn de parkeernormen opgenomen. Volgens deze nota valt het plangebied te typeren als gebiedstype 'centrum' en kan de gemeente Papendrecht worden aangemerkt als een ‘sterk stedelijke' gemeente. Op basis van deze gegevens geldt voor middeldure koopappartementen een parkeernorm van minimaal 0,9 tot maximaal 1,7 parkeerplaatsen per woning. In de afweging nemen we tevens de ambitie zoals verwoord in de Omgevingsvisie van Papendrecht mee. Voor deze ontwikkeling gaan we uit van het maximum van 1,7 parkeerplaatsen per woning. In deze norm zit tevens een aandeel van 0,3 parkeerplaatsen voor bezoekers. Het bezoekersparkeren van 0,3 per woning laten we vervallen. Dit betekent dat deze vraag opgevangen wordt binnen de bestaande openbare ruimte en dat hiervoor geen extra voorzieningen gerealiseerd worden. Op basis hiervan zijn specifiek voor de bewoners (1,4 per woning) 39 (gewogen) parkeerplaatsen nodig voor de voorziene 28 appartementen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/475/documents/8190