D08. 20210531 RIB Bestemmingsplan Kraaihoek fase 1.pdf
Tekst van het document
Door het aanbrengen van steeds meer verharding vermindert de waterdoorlaatbaarheid van de bodem. De versnelde afvoer van regenwater leidt tot overbelasting van het riool en het stedelijk water en kan zo schade veroorzaken in straten en gebouwen. Door meer waterberging te realiseren met bijvoorbeeld meer groen, kan waterschade worden voorkomen en overlast als gevolg van hitte en droogte worden beperkt. Voor het volledige plangebied –zowel privaat als openbaar -geldt een waterbergingseis van 20 mm. Dit water dient tenminste 24 uur te worden vastgehouden en na uiterlijk 48 uur weer beschikbaar zijn. Bij de inrichting van het openbaar gebied wordt gekozen voor volledige vervanging. Straatmeubilair en materialen worden gekozen op basis van duurzaamheid, veiligheid en zo energetisch zuinig mogelijk. Bij de inrichting gaat bijzondere aandacht uit naar een overzichtelijk toekomstig goed verlicht straatbeeld. Zo worden maatregelen genomen om parkeren buiten de vakken te voorkomen en dienen trafo's en bijvoorbeeld warmtestations inpandig of buiten het directe straatbeeld te worden gerealiseerd. Mobiliteit met aandacht voor ouderen Helaas beschikt de gemeente Papendrecht niet over een uitgebreid aanbod van openbaar vervoer. Dit leidt ertoe dat relatief veel gebruikt gemaakt wordt van de auto.
De gemeente streeft ernaar het autogebruik in de toekomst meer te gaan reguleren en het fietsgebruik aan te moedigen. De parkeerplaatsen in Kraaihoek zullen daarom op uitgegeven gronden worden gekoppeld aan adressen en in het openbaar gebied geldt een parkeerregime. Voor de mobiliteit van ouderen is Woonkracht10 in overleg met zorgpartijen om haar concept Senior+ verder af te stemmen. Aansluiting met de opgave van Woonkracht10 De huidige woningvoorraad binnen Kraaihoek wordt gekenmerkt door een zeer slechte isolatie. De nieuwe woningen/gebouwen worden getoetst met de methode GPR-Gebouw (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn Gebouw). Dit is een middel om duurzaam bouwen meetbaar en bespreekbaar te maken. Het gaat hierbij om duurzaamheid in brede zin. Bij GPR-Gebouw worden prestatie-eisen geformuleerd op het gebied van energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. In het Convenant Kwaliteit Nieuwbouw Drechtsteden zijn afspraken vastgelegd over de minimaal te behalen scores.
Hoofdstuk 4
48
Door nieuwbouw aan kwaliteitseisen te toetsen, hopen wij dat het aanpassen van woningen in de toekomst eerder uitzondering dan regel zal zijn. Woningen die aan GPR Gebouw voldoen, zijn namelijk in principe aanpasbaar en levensloopbestendig. Er is sprake van duurzaam bouwen. De woningen worden gerealiseerd met een zo laag mogelijke CO2 footprint, gedeeltelijk circulair gebouwd worden, gebouwd worden door een conceptbouwer en de woningen zullen voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Op het gebied van energie wordt een bijdrage geleverd aan de doelstelling van een gasloze aanleg van woningen en CO2-neutrale gemeente in 2050 met de realisatie van een warmtenet, dat op termijn gevoed zal worden door een duurzame energiebron. De gemeente is coördinator van de activiteiten van de nutsbedrijven binnen fase 1 en draagt vanuit die verantwoordelijkheid zorg voor het tijdig ter beschikking stellen van digitale plankaarten aan de nutsbedrijven, daaronder begrepen de warmtenet leverancier.
4.16 Bezonning Er is door Studio Hartzema een Schaduwstudie opgesteld. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlage. De conclusie is dat er wordt voldaan aan de minimum normering van TNO. De streefnorm wordt door een paar woningen niet behaald, dit betreft de meest zuidelijke woningen van het rijtje dat tegenover het makelaarskantoor staat.
Hoofdstuk 4
49
5.
JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding Het bestemmingsplan bestaat uit de juridisch bindende regels en verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en de overheid bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.
5.2 Systematiek In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De planregels van het bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het bestemmingsplan ‘Reparatie Beheersverordening Papendrecht’ van de gemeente Papendrecht. In onderstaande paragraaf zullen de regels nader worden uiteengezet.
5.3 Toelichting op de regels Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
Hoofdstuk 5
50
Bestemmingsregels In dit hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde. Het betreft een indeling van bestemmingen in hoofdgroepen waarin de meest voorkomende functies kunnen worden ondergebracht. De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat gebruik van de gronden voor de verschillende bestemmingen direct mogelijk is. Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen heeft verleend. Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt verleend indien zij voldoet aan onder meer de regels van het bestemmingsplan en overige regelgeving. Groen Aan de noordzijde van het plangebied ligt een groenstrook. Deze heeft conform de geldende beheersverordening reeds een bestemming ‘Groen’. Deze is overgenomen in dit bestemmingsplan. Binnen de bestemming zijn o.a. groenvoorzieningen, zoals trapvelden, plantsoenen, waterpartijen met de daarbij behorende voet- en fietspaden toegestaan. Gebouwen mogen niet gebouwd worden. Wel sommige ‘andere’ bouwwerken, zoals verlichtingsarmaturen, kleinschalige speelvoorzieningen en culturele kunstwerken.
Verkeer ‐ Verblijfsgebied Bij 'Verkeer ‐ Verblijfsgebied' gaat het om wegen en gebieden met verblijfsfunctie en erftoegangswegen, waaronder de verlegde De Overtoom en de nieuwe wegen binnen de wijk Kraaihoek fase 1. Ook parkeerplaatsen, speelvoorzieningen, fiets‐ en voetpaden en groenvoorzieningen worden met dit artikel mogelijk gemaakt. Op deze gronden mogen alleen kleine gebouwtjes ten behoeve van de bestemming (voorzieningen van openbaar nut) en andere bouwwerken worden gebouwd. Wonen - 1 De gronden met de bestemming 'Wonen - 1' zijn bestemd voor wonen in eengezinsrijenwoningen. Het maximum aantal woningen is vastgelegd op 78. Onder voorwaarden is bij deze bestemming de uitoefening van aan huis gebonden beroepen, bedrijfsmatige activiteiten en webshops toegestaan. Hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd. Bijbehorende bouwwerken zijn buiten het bouwvlak toegestaan. De maximale oppervlakte is afhankelijk van de omvang van het achtererfgebied. De maximale bouw- en goothoogte van de woningen zijn op de verbeelding aangeduid. Erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mogen niet meer bedragen dan 2 meter. Voor de voorgevelrooilijn mag de erfafscheiding niet hoger zijn dan 1 meter. Voor de voorgevel is de ‘specifieke bouwaanduiding – 1’ opgenomen voor de zogenaamde intermediaire zone tussen voorgevel en openbaar gebied. Hier zijn o.a.
erkers, luifels, franse balkons, entrees, uitkragingen en andere architectonische elementen toegestaan. Tevens zijn stedenbouwkundige accenten zoals de bewerking van de kopgevel en een plaatselijke verspringing van de voorgevelrooilijn toegestaan. Dit alles tot een bepaald percentage. Wonen - 3 De gronden met de bestemming 'Wonen - 3' zijn bestemd voor de 2 nieuw te bouwen appartementengebouwen. Het maximum aantal appartementen is vastgelegd op 62, mits het totale aantal woningen van de bestemmingen Wonen – 1 en Wonen - 3 niet meer dan 139 bedraagt. Onder voorwaarden is
Hoofdstuk 5
51
bij deze bestemming de uitoefening van aan huis gebonden beroepen, bedrijfsmatige activiteiten en webshops toegestaan. Hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd. De maximale bouwhoogte van de hoofdgebouwen is op de verbeelding aangeduid. Bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan, maar vrijstaande bijgebouwen zijn niet toegestaan. Erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mogen niet meer bedragen dan 2 meter. Voor de voorgevelrooilijn mag de erfafscheiding niet hoger zijn dan 1 meter. Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een inpassingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In dit artikel wordt ingegaan op bouwregels die algemeen gelden, zoals overschrijding van bouwgrenzen, boomgeleidingsconstructies en de bouwhoogte van andere bouwwerken met dak als daar in de bestemmingsregels niets over is vastgelegd. Dit artikel bevat ook een regel over het parkeren. Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van functies die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Dit artikel bevat ook een regel over het parkeren.
Algemene afwijkingsregels Door middel van de 'Algemene afwijkingsregels' kan bij omgevingsvergunning worden afgeweken van de bestemmingsplanregels voor onder andere geringe overschrijding van bepaalde bouwvoorschriften, bouwwerken van openbaar nut, straatmeubilair enzovoort. Deze bevoegdheid vergroot de flexibiliteit van het plan. Overige regels In de 'Overige regels' is een verwijzing naar andere wettelijke regelingen en een dynamische verwijzing naar de Bomenverordening Papendrecht 2017 opgenomen. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning kan worden verleend. Er kan dus in beginsel nog gewoon gehandhaafd worden. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
Hoofdstuk 5
52
6.
UITVOERBAARHEID In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.1.1 Kostenverhaal Op grond van afdeling 6.4. van de Wro geldt voor de gemeente de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Bro. Het Bro stelt kostenverhaal verplicht in geval er sprake is van een van de volgende bouwplannen: de bouw van één of meer woningen en andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte. Als sprake is van een bouwplan en kostenverhaal dus verplicht is, moet gelijktijdig met het besluit een exploitatieplan vastgesteld worden. Deze plicht vervalt als het gemeentelijk kostenverhaal anderszins is verzekerd. Artikel 6.12 lid 2 Wro bepaalt dat de gemeenteraad kan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: a.
het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd (bijvoorbeeld via gronduitgifte of een anterieure overeenkomst over grondexploitatie) b. het niet noodzakelijk is een tijdvak voor de exploitatie, dan wel een fasering in de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen vast te stellen c. het stellen van eisen voor de werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied, dan wel het stellen van regels omtrent het uitvoeren van die werkzaamheden, dan wel een uitwerking van de regels met betrekking tot de uitvoerbaarheid niet nodig is. In voorliggend geval is sprake van een bouwplan en is kostenverhaal dus verplicht. Het kostenverhaal is geregeld via een anterieure overeenkomst.
Hoofdstuk 6
53
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro). 6.2.1 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zullen worden geïnformeerd. Het resultaat hiervan zal te zijner tijd beschreven worden in deze paragraaf. 6.2.2 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure zal het ontwerp bestemmingsplan voor de duur van zes weken ter inzage worden gelegd. Te zijner tijd zullen de uitkomsten van de ter inzage legging worden beschreven in deze paragraaf.
6.2.3 Beroep / hoger beroep Het bestemmingsplan wordt na vaststelling voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden, die een zienswijze hebben ingediend tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
Hoofdstuk 6
54
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 2: Parkeerkundige onderbouwing Bijlage 3: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 4: Quickscan Flora en fauna Bijlage 5: AERIUS-berekening Bijlage 6: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 7: Waterparagraaf Bijlage 8: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek Bijlage 9: Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 10: Schaduwstudie
Regels
Kraaihoek, fase 1
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
4 12
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
14
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Groen Verkeer - Verblijfsgebied Wonen - 1 Wonen - 3
14 15 16 19
Hoofdstuk 3
Algemene regels
21
Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
21 22 24 26 27
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
28
Artikel 12 Artikel 13
Overgangsrecht Slotregel
28 29
Bijlage bij regels
2
31
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
Regels
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
bestemmingsplan
het bestemmingsplan 'Kraaihoek, fase 1' van de gemeente Papendrecht met identificatienummer NL.IMRO.0590.BPKraaihoekFase1-1001 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.2
aanbouw:
een gebouw dat is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw, maar er functioneel onderdeel van uitmaakt. Een aanbouw wordt aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk. 1.3
aan huis gebonden beroep of bedrijf:
het door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, dan wel het verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geldt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.4
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6
achtererfgebied:
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen. 1.7
achterpad:
het pad aan de achterzijde van een woning dat bij de oorspronkelijke bouw bij de woning aanwezig was. 1.8
ander bouwwerk:
bouwwerk geen gebouw zijnde. Een ander bouwwerk met dak wordt aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk. 1.9
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
4
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
1.10
bebouwingspercentage:
het oppervlak dat maximaal mag worden bebouwd met bouwwerken, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het perceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming. 1.11
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak. 1.12
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.13
bevoegd gezag:
het bevoegd gezag in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Als hoofdregel is dit het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht. 1.14
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.15
bijgebouw:
een vrijstaand gebouw dat functioneel en architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw waar het bij hoort. Een bijgebouw bij een woning is ondergeschikt aan de woonfunctie, bijvoorbeeld een garage of berging. Een bijgebouw wordt aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk. 1.16
boomgeleidingsconstructie:
een bouwwerk ten dienste van de geleiding van de groeirichting van bomen. 1.17
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.18
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak. 1.19
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
5
1.20
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.21
bruto-vloeroppervlak:
de vloeroppervlakte van de ruimte(n) van een gebouw gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsconstructie, die de desbetreffende ruimte(n) omhullen. 1.22
carport
een op de grond staande overkapping van één bouwlaag bij een bestaande (bedrijfs)woning of een bestaand woongebouw, die bedoeld is als een overdekte stallingsruimte voor motorvoertuigen, die geen eigen wanden of deuren heeft en waarvan de begrenzing wordt gevormd door de (bedrijfs)woning of daarbij behorende bijgebouwen en/of ondersteuningen van de overkapping. Een carport wordt aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk. 1.23
dakkapel
Uitspringend dakraam dat op het dakvlak van een gebouw wordt aangebracht. Hiermee worden de bestaande goot- en bouwhoogte niet verhoogd en het hoofdgebouw niet vergroot. 1.24
dakopbouw
uitbreiding van de woning waarbij een (gedeeltelijke) verdieping bovenop de woning wordt aangebracht, waarmee een nieuwe ruimte wordt gecreëerd of een bestaande ruimte wordt vergroot. Dit resulteert in een wijziging van de vorm en het profiel van het dak, waarbij de bestaande bouw- of goothoogte meestal wordt verhoogd.
Verschillende vormen van dakopbouw
6
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
1.25
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel moet ook verstaan worden commerciële dienstverlening zoals schoenmakers en vergelijkbare bedrijven. 1.26
erf:
al dan niet bebouwd perceel exclusief hoofdgebouw, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, voor zover het bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt. 1.27
erfafscheiding:
bouwwerk ten behoeve van de afbakening van een erf. 1.28
erftoegangsweg:
een weg met een verblijfsfunctie, bestemd voor het toegankelijk maken van percelen en die gekenmerkt wordt door het ontbreken van rijbaanscheiding en een scheiding van snel- en langzaam verkeer. 1.29
erker
ondergeschikte toevoeging van maximaal één bouwlaag aan de gevel van een gebouw. Een erker wordt aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk. 1.30
garage(box):
een stallingsruimte hoofdzakelijk bedoeld voor het stallen van een auto, motor of ander vervoermiddel op het maaiveld (niet onder de grond), alsmede een berg- en/of bewaarplaats voor niet bedrijfsmatige opslag van particuliere goederen. 1.31
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.32
hoofdgebouw:
een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. Het hoofdgebouw bij de woonbestemmingen is aangegeven door middel van een bouwvlak. 1.33
horeca
een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie.
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
7
1.34
kampeermiddel:
een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan; enig ander onderkomen en enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelten daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.35
kunstwerk:
een dragende bouwconstructie in weg, spoorlijn of watergang, waaronder begrepen zijn viaducten, bruggen, tunnels, duikers, alsmede hiermee vergelijkbare bouwwerken. 1.36
luifel:
een niet zelfstandig dragende horizontale overbouwing, welke slechts bestaat uit een constructie tegen weersinvloeden tegen de muur van een gebouw aangebracht meestal boven een deur, raampartij of gehele pui. Een luifel wordt aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk. 1.37
nokverhoging
vergroting van de ruimte onder een zadeldak, waarbij het voordakvlak wordt verlengd en de nok hoger en verder naar achter komt te liggen. Aan de achterkant wordt een nieuwe goot gecreëerd, met tussen die goot en het dakvlak een kozijn.
Nokverhoging 1.38
nutsvoorzieningen:
een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de warmte-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, bemalingsinstallaties, gemalen, bluswatervoorzieningen en zendmasten.
8
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
1.39
openbaar toegankelijk gebied:
een weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is. 1.40
overkapping:
een op de grond staand bouwwerk geen gebouw zijnde van één bouwlaag, voorzien van een gesloten dak zonder wanden. Een overkapping wordt aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk. 1.41
peil:
a. voor hoofdgebouwen waarvan de voorgevel direct grenst aan een weg of een dijk, waarbij een afstand van maximaal 10 meter uit de as van de dijk is inbegrepen: de door de gemeenteraad of burgemeester en wethouders vastgestelde hoogte van de weg of dijk ter plaatse van de voorgevel; b. voor hoofdgebouwen waarvan de voorgevel op meer dan 10 meter uit de as van de dijk grenst: de hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld ter plaatse van de voorgevel bij voltooiing van de bouw; c. voor hoofdgebouwen waarvan de voorgevel niet direct aan een weg grenst: de hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld ter plaatse van de voorgevel ter plaatse van de voorgevel bij voltooiing van de bouw; d. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.42
perceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.43
perceelsgrens:
een grens van een perceel. 1.44
seksinrichting:
een gebouw of een gedeelte van een gebouw waarin bedrijfsmatig handelingen plaatsvinden van erotische en/of pornografische aard. Hieronder worden tevens begrepen: een seksbioscoop: een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin filmvoorstellingen van erotische en/of pornografische aard worden gegeven; een seksautomatenhal: een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en liveshows van erotische en/of pornografische aard worden gegeven; een sekswinkel: een ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van seksartikelen. 1.45
serre:
een grotendeels uit glas bestaande uitbouw op de begane grond aan de achterzijde van een huis.
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
9
1.46
speelvoorziening:
openbaar toegankelijke voorziening bestaande uit een of meer speeltoestellen en daarmee vergelijkbare bouwwerken, met de daarbij behorende voorzieningen. 1.47
straatmeubilair:
de op of bij de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals: verkeerstekens, wegbebakeningen, bewegwijzeringen, verlichting, halte-aanduidingen, parkeerregulerende constructies, roadbarriers, afvalinzamelsystemen, brandkranen, informatie- en reclameobjecten, rijwielstandaards, papier- en plantenbakken, zitbanken, communicatievoorzieningen, beeldende kunst, gedenktekens, speelvoorzieningen, abri's e.d.. 1.48
tuin:
gedeelte van het erf dat geheel of gedeeltelijk is ingericht met gazons, planten en/of bomen. 1.49
voorerfgebied:
erf dat geen onderdeel uitmaakt van het achtererfgebied. 1.50
voorgevel:
gevel van een gebouw die is gelegen aan de zijde van de weg (danwel evenwijdig aan de dijk) en die in ruimtelijk opzicht de voorkant van het gebouw vormt. 1.51
voorgevelrooliijn:
een denkbeeldige lijn ter plaatse van de voorgevel van een gebouw, zoals dat blijkens de verbeelding aanwezig is, en het verlengde daarvan (tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen). 1.52
voorkant:
die zijde van een hoofdgebouw waar zich de voorgevel bevindt. 1.53
waterhuishoudkundige voorzieningen:
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede water aan- en/of afvoer, waterberging en waterkwaliteit. 1.54
webshops:
verkoop van goederen zonder dat sprake is van uitstalling ten verkoop en een baliefunctie of anderszins een publieksaantrekkende werking, waarbij uitsluitend contact wordt gelegd via internet en het enkel verzending van goederen vanuit de woning betreft. 1.55
weg:
alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten.
10
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
1.56
werk:
een werk, geen gebouw of bouwwerk zijnde. 1.57
wonen:
het houden van verblijf, het huren en tevens (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een woning, evenwel met uitzondering van woonvormen met een maatschappelijk karakter met intensieve begeleiding, met dien verstande dat kamerverhuur in een pand beperkt is en blijft tot maximaal vier personen. 1.58
woning:
een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
11
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afstand tot de zijdelingse perceelgrens:
tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het op dat perceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een ander bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Indien zich op enige zijde van een gebouw één of meer dakkapellen of dakopbouwen bevinden waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 70% van de breedte van de achtergevel of meer dan 50% van de breedte van de overige gevels, is de goot, de druiplijn of het boeiboord van die dakkapel of dakopbouw maatgevend voor het bepalen van de goothoogte. 2.4
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of) het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5
de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk:
de buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten grootste afstand. 2.6
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7
hoogtematen
de in deze regels genoemde maximaal toelaatbare goot- en bouwhoogtes van gebouwen mogen worden overschreden door hellende dakvlakken, topgevels, dakkapellen, trappenhuizen, liftkokers, schoorstenen en ander aan het bouwwerk ondergeschikte bouwdelen. 2.8
ondergeschikte bouwdelen:
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden bij overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 0,5 m bedraagt.
12
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
13
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Groen
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Doeleinden
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, zoals trapvelden, plantsoenen, waterpartijen met de daarbij behorende voet- en fietspaden en andere voorzieningen; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. openbare nutsvoorzieningen; d. voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling; e. calamiteitenontsluiting.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
3.2.2
Andere bouwwerken
Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd andere bouwwerken ten behoeve van of in de vorm van: a. b. c. d.
de regeling van het verkeer; de verlichting van wegen, rijwiel- en voetpaden; het openbaar nut; recreatieve voorzieningen, zoals recreatieve bewegwijzering, informatieborden en kleinschalige uitzicht- en rustpunten; e. straatmeubilair, kleinschalige speelvoorzieningen, pergola's, culturele kunstwerken en daarmee gelijk te stellen bouwwerken. 3.2.3
Overige regels
De bouwhoogte van andere bouwwerken mag maximaal 5 meter bedragen, met uitzondering van: a. voorzieningen voor verlichting en het verkeer, waarvan de bouwhoogte maximaal 9 meter mag bedragen; b. culturele kunstwerken, waarvan de bouwhoogte maximaal 10 meter mag bedragen; c. pergola's, waarvan de bouwhoogte maximaal 4 meter mag bedragen; d. erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte maximaal 3 meter mag bedragen.
14
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
Artikel 4
Verkeer - Verblijfsgebied
4.1
Bestemmingsomschrijving
4.1.1
Doeleinden
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. erftoegangswegen met de daarbij behorende kunstwerken en voorzieningen (waaronder parkeervoorzieningen); b. fietspaden; c. voetpaden; d. speelvoorzieningen; e. openbare nutsvoorzieningen, f. groenvoorzieningen, bermen en taluds; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen waaronder duikers, overkluizingen en bruggen; h. voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling; i. voorzieningen behorend bij en/of passend in de genoemde functies, zoals culturele kunstwerken; j. voorzieningen ten behoeve van het openbaar vervoer.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. er zijn uitsluitend kleine gebouwtjes toegestaan in de vorm van nutsvoorzieningen, abri's fietsenhokken e.d.; b. de maximale oppervlakte per gebouwtje bedraagt 15 m²; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter. 4.2.2
Andere bouwwerken
Voor het bouwen van andere bouwwerken, gelden de volgende regels: a. vaste bouwwerken ten behoeve van terrassen zijn niet toegestaan; b. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag maximaal 5 meter bedragen, met uitzondering van: 1. voorzieningen voor verlichting en het verkeer, waarvan de bouwhoogte maximaal 9 meter mag bedragen; 2. culturele kunstwerken, waarvan de bouwhoogte maximaal 10 meter mag bedragen; 3. vlaggenmasten, waarvan de hoogte maximaal 8 meter mag bedragen; 4. pergola's, waarvan de bouwhoogte maximaal 4 meter mag bedragen.
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
15
Artikel 5
Wonen - 1
5.1
Bestemmingsomschrijving
5.1.1
Doeleinden
De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in maximaal 78 eengezinsrijenwoningen b. aan huis gebonden beroep of bedrijf (inclusief webshops) met inachtneming van het in artikel 5.3.1 bepaalde; c. erven, tuinen, parkeerplaatsen en overige verhardingen en (al dan niet ondergrondse) parkeervoorzieningen ten behoeve van toegelaten functies d. water. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Op de voor Wonen - 1 aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. woningen in de vorm van eengezingsrijenwoningen; b. bijbehorende bouwwerken; c. andere bouwwerken zonder dak. 5.2.2
Woningen
Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: a. het hoofdgebouw dient binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. voor het bouwen van hoofdgebouwen dient voldaan te worden aan het geluidbeleid van de gemeente Papendrecht; c. uitbreiding van hoofdgebouwen is niet toegestaan; d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte'; e. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte'. f. nokverhogingen en dakopbouwen zijn niet toegestaan. 5.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen alleen worden gebouwd in het achtererfgebied, op minimaal 1 m achter de voorgevelrooilijn, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 1', waar ook bijbehorende bouwwerken op het voorerfgebied zijn toegestaan; b. de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 50% van het achtererfgebied bedragen, tot een maximum van: 1. 50 m² bij percelen met een oppervlakte tot 250 m²; 2. 75 m² bij percelen met een oppervlakte van 250 m² tot 500 m²; 3. 100 m² bij percelen met een oppervlakte groter dan 500 m²; c. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 1' mogen bijbehorende bouwwerken ook op het voorerfgebied worden gerealiseerd, waarbij: 1. de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken op het voorerf niet meer dan 30% van het voorerfgebied mag bedragen; 2. uitbreiding aan de voorzijde van de woning in de vorm van een erker is toegestaan onder de 16
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
d. e. f. g. h. i.
volgende voorwaarden: de breedte van de uitbreiding mag niet meer bedragen dan 30% van de breedte van de voorgevel; de bouwhoogte van de uitbreiding mag niet meer bedragen dan 3 meter; 3. luifels, franse balkons, entrees, uitkragingen en andere architectonische elementen zijn toegestaan; 4. stedenbouwkundige accenten zoals de bewerking van de kopgevel en een plaatselijke verspringing van de voorgevelrooilijn zijn toegestaan; de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 3 m ten opzichte van het aangrenzend maaiveld; de bouwhoogte van een overkapping of luifel mag niet meer bedragen dan 3 meter; de oppervlakte van bijbehorende overkappingen (zonder of met maximaal twee wanden) en daarmee gelijk te stellen andere bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 25 m²; de diepte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken aan de achtergevel en zijgevel mag niet meer bedragen dan 3 meter; opbouwen op (aangebouwde) bijbehorende bouwwerken zijn niet toegestaan; het oprichten van dakterrassen en balkons is niet toegestaan, met uitzondering van het bepaalde in 5.2.3 onder c sub 3.
5.2.4
Andere bouwwerken zonder dak
Voor het bouwen van andere bouwwerken zonder dak gelden de volgende regels: a. b. c. d.
de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 2 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 1 m. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken zonder dak mag niet meer bedragen dan 3 meter. de welstandscommissie dient een positief advies uit te brengen.
5.3
Specifieke gebruiksregels
5.3.1
Aan huis gebonden beroep of bedrijf
De uitoefening van aan huis gebonden beroepen en bedrijven is onder de volgende voorwaarden toegestaan: a. de uitoefening van de bedrijfs- of beroepsmatige activiteiten is uitsluitend toegestaan in het hoofdgebouw met inbegrip van aan- en uitbouwen; b. de wijziging in gebruik betekent geen uitbreiding van het aantal woningen; c. het gebruik ten behoeve van bedrijfs- of beroepsmatige activiteiten beslaat niet meer dan 25% van het bebouwde brutovloeroppervlak, tot een maximum van 60 m²; d. er is niet meer dan één arbeidsplaats; e. de activiteiten leveren geen ernstige c.q. onevenredige hinder op voor de directe woonomgeving en doen geen ernstige afbreuk aan het woonkarakter van de buurt en de woning; f. er is geen sprake van bedrijfsactiviteiten die normaliter in een winkelcentrum of winkelstraat worden uitgeoefend; g. de woonfunctie blijft als hoofdfunctie gehandhaafd; h. degene die de bedrijfs- of beroepsactiviteit uitoefent bewoont permanent de woning; i. detailhandel is niet toegestaan, uitgezonderd ondergeschikte detailhandel en detailhandel in de vorm van webshops, onder de voorwaarde dat het enkel verzending vanuit de woning en geen balieverkoop betreft; j. horeca is niet toegestaan; k. het onbebouwde deel van het perceel mag niet voor bedrijfs- of beroepsactiviteiten worden gebruikt; l.
aan de buitenzijde of elders op het perceel mogen slechts reclame-uitingen overeenkomstig het gemeentelijk reclame- en welstandsbeleid worden opgericht; m. de activiteit maakt niet dat er een inrichting ontstaat als genoemd in bijlage I van het Besluit omgevingsrecht;
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
17
n. er is geen sprake van een duurzame ontwrichting van bestaande distributievoorzieningen en/of verstoring van de verzorgingsstructuur; o. de parkeerdruk en/of de verkeersbelasting in het openbare gebied mag niet onevenredig toenemen.
18
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
Artikel 6
Wonen - 3
6.1
Bestemmingsomschrijving
6.1.1
Doeleinden
De voor 'Wonen - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in maximaal 62 appartementen, mits het totale aantal woningen van de bestemmingen Wonen - 1 en Wonen - 3 niet meer dan 139 bedraagt; b. aan huis gebonden beroep of bedrijf (inclusief webshops) met inachtneming van het in artikel 6.3.1 bepaalde; c. erven, tuinen, parkeerplaatsen en overige verhardingen en (al dan niet ondergrondse) parkeervoorzieningen ten behoeve van toegelaten functies d. water. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
Op de voor Wonen - 3 aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. woningen in de vorm van appartementengebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. andere bouwwerken zonder dak. 6.2.2
Woningen
Voor het bouwen van appartementengebouwen gelden de volgende regels: a. het hoofdgebouw dient binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. voor het bouwen van hoofdgebouwen dient voldaan te worden aan het geluidbeleid van de gemeente Papendrecht; c. uitbreiding van het hoofdgebouwen is niet toegestaan; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte'. e. nokverhogingen en dakopbouwen zijn niet toegestaan. 6.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken in de vorm van bijgebouwen zijn niet toegestaan; b. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 meter. 6.2.4
Andere bouwwerken zonder dak
Voor het bouwen van andere bouwwerken zonder dak gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 2 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 1 m; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken zonder dak mag niet meer bedragen dan 3 meter.
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
19
6.3
Specifieke gebruiksregels
6.3.1
Aan huis gebonden beroep of bedrijf
De uitoefening van aan huis gebonden beroepen en bedrijven is onder de volgende voorwaarden toegestaan: a. de uitoefening van de bedrijfs- of beroepsmatige activiteiten is uitsluitend toegestaan in het hoofdgebouw met inbegrip van aan- en uitbouwen; b. de wijziging in gebruik betekent geen uitbreiding van het aantal woningen; c. het gebruik ten behoeve van bedrijfs- of beroepsmatige activiteiten beslaat niet meer dan 25% van het bebouwde brutovloeroppervlak, tot een maximum van 60 m²; d. er is niet meer dan één arbeidsplaats; e. de activiteiten leveren geen ernstige c.q. onevenredige hinder op voor de directe woonomgeving en doen geen ernstige afbreuk aan het woonkarakter van de buurt en de woning; f. er is geen sprake van bedrijfsactiviteiten die normaliter in een winkelcentrum of winkelstraat worden uitgeoefend; g. de woonfunctie blijft als hoofdfunctie gehandhaafd; h. degene die de bedrijfs- of beroepsactiviteit uitoefent bewoont permanent de woning; i. detailhandel is niet toegestaan, uitgezonderd ondergeschikte detailhandel en detailhandel in de vorm van webshops, onder de voorwaarde dat het enkel verzending vanuit de woning en geen balieverkoop betreft; j. horeca is niet toegestaan; k. het onbebouwde deel van het perceel mag niet voor bedrijfs- of beroepsactiviteiten worden gebruikt; l.
aan de buitenzijde of elders op het perceel mogen slechts reclame-uitingen overeenkomstig het gemeentelijk reclame- en welstandsbeleid worden opgericht; m. de activiteit maakt niet dat er een inrichting ontstaat als genoemd in bijlage I van het Besluit omgevingsrecht; n. er is geen sprake van een duurzame ontwrichting van bestaande distributievoorzieningen en/of verstoring van de verzorgingsstructuur; o. de parkeerdruk en/of de verkeersbelasting in het openbare gebied mag niet onevenredig toenemen.
20
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
21
Artikel 8 8.1
Algemene bouwregels
Aangrenzende terreinen
Het is verboden enig terrein of perceel zodanig te bebouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein, bouwvlak of perceel een toestand zou ontstaan, die aldaar niet meer met de regels van dit bestemmigngsplan zou overeenstemmen, of voor zover er reeds aldaar een afwijking van de regels bestaat, zodanig te bebouwen, dat deze afwijking zou worden vergroot. 8.2
Overschrijding bouwgrenzen
De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, aanduidingen en bestemmingsregels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 meter; b. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 meter; c. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 1' is geen overschrijding van de bouwgrenzen toegestaan, met uitzondering van hetgeen geregeld is in 5.2.3 sub c. 8.3
Boomgeleidingsconstructies
Voor het bouwen van boomgeleidingsconstructies gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag, in afwijking van het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedragen dan 4 meter; b. de afstand tot de erfgrens, zoals deze bepaald is voor de plaatsing van een houtopstand in de gemeentelijke Bomenverordening, bedraagt minimaal 0,5 meter; c. het aantal staanders is maximaal gelijk aan het aantal stammen van de bomen die door de constructie worden geleid, vermeerderd met één. 8.4
Bouwhoogte andere bouwwerken met dak
8.4.1
Maximum hoogte
Voor zover in de bestemmingsregels over de (goot)hoogte van andere bouwwerken met dak niets is bepaald, mag de bouwhoogte van andere bouwwerken met dak niet meer bedragen dan 3 meter. 8.4.2
Afwijken van de maximum hoogte
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.4.1 tot een hoogte van maximaal 5 meter, mits dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt verantwoord is en er geen sprake is van een onevenredige aantasting van belangen. 8.5
Parkeren
1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk en/of het veranderen van het gebruik van gebouwen en/of gronden, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, wordt slechts verleend indien gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw in voldoende mate ruimte aanwezig is of blijft voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 2. Bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen wordt aan de hand van de Parkeernormennota Papendrecht 2018, vastgesteld op 6 februari 2018, bepaald of er sprake is
22
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
van voldoende parkeergelegenheid. 3. In afwijking van het bepaalde onder 2. geldt voor appartementen een parkeernorm van 0,8. 4. Als de Parkeernormennota Papendrecht 2018 gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging.
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
23
Artikel 9 9.1
Algemene gebruiksregels
Gebruiksverbod
Het is verboden de gronden en bouwwerken in het bestemmingsplan te gebruiken en/of te laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en). 9.2
Strijdig gebruik
Onder gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt, tenzij in de afzonderlijke bestemming anders is geregeld, in ieder geval verstaan het (laten) gebruiken van de gronden en/of bouwwerken: a. voor de opslag van al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen, voer- en vaartuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe (bouw-) materialen, afval, puin, grind, grond en brandstoffen anders dan in het kader van een normaal gebruik overeenkomstig de bestemming; b. voor het opslaan of storten van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, buiten erven van gebouwen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; c. opslagplaats voor bagger- en grondspecie; d. opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen, voer- en vaartuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe (bouw-) materialen, afval, puin, grind en brandstoffen; e. als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voorzover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f.
als terrein voor het al dan niet voor de verkoop opslaan of opstellen van ongebruikte en/of gebruikte, dan wel geheel of gedeeltelijk uit gebruikte onderdelen samengestelde machines, voer-, vaar- of vliegtuigen c.q. onderdelen daarvan, die bruikbaar en niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken zijn, behoudens voorzover het betreft parkeren en overigens voorzover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; g. als opslagplaats van hout en/of aannemersmaterialen, behoudens voorzover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond, of ten behoeve van bouw of andere tijdelijke werkzaamheden; h. als uitstalling-, opslag-, stand- of ligplaats voor kampeer- en/of verblijfsmiddelen; i. voor (permanente) bewoning van niet voor bewoning bestemde gebouwen of ruimten, daaronder begrepen kampeermiddelen en zomerhuizen; j. voor het uitoefenen van een ambachtelijk, industrieel- of handelsbedrijf, horeca, detailhandel of zelfstandig kantoor tenzij dit expliciet is toegelaten; k. voor straatprostitutie, het (doen) exploiteren van een seksinrichting, een escortbedrijf of (het laten uitoefenen van) raamprostitutie; l. als coffeeshop; m. als standplaats voor kampeermiddelen. 9.3
Parkeren
1. Bij het veranderen van het gebruik van gebouwen en/of gronden dient de inrichting van elk perceel zodanig te zijn dat voldoende ruimte aanwezig is of blijft om op eigen terrein in de behoefte aan gelegenheid voor parkeren en eventueel laden en lossen te kunnen voorzien. 2. Bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning voor het uitbreiden en/of het veranderen van het gebruik van gebouwen en/of gronden wordt aan de hand van de Parkeernormennota Papendrecht 2018, vastgesteld op 6 februari 2018, bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid.
24
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
3. In afwijking van het bepaalde onder 2. geldt voor appartementen een parkeernorm van 0,8. 4. Als de Parkeernormennota Papendrecht 2018 gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging.
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
25
Artikel 10 10.1
Algemene afwijkingsregels
Algemene afwijkingen
Het bevoegd gezag kan, mits hierdoor geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken, een omgevingsvergunning verlenen voor: a. het afwijken van de in het bestemmingsplan voorgeschreven maten (waaronder percentages) met maximaal 10%; b. de bouw van niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen, mits deze bouwwerken geen grotere goothoogte dan 3 meter en geen grotere oppervlakte dan 50 m² hebben; c. de bouw van straatmeubilair en andere bouwwerken, die om waterstaatkundige of verkeerskundige redenen noodzakelijk zijn, zoals duikers of keermuren, mits de bouwhoogte niet meer dan 2,5 meter bedraagt; d. de bouw van andere bouwwerken ten dienste van het ontvangen en zenden van radio- en televisiesignalen, mits deze voorzieningen van geringe horizontale afmetingen zijn en mits de bouwhoogte niet meer dan 15 meter bedraagt; e.
overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken, dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits deze overschrijdingen niet meer bedraagt dan 3 meter en het bouwvlak met niet meer dan 10% wordt vergroot. 10.2
Parkeren
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 8.5 en 9.3: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit of; b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
26
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
Artikel 11 11.1
Overige regels
Werking wettelijke regelingen
De wettelijke regelingen, waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan. 11.2
Velverbod Beschermde houtopstand
1. Het is verboden een Monumentale of Waardevolle houtopstand, Belevingsbomen, of in Boomzones staand hakhout of bomen (indien groter of gelijk aan 20 cm stamdiameter), zoals aangewezen in de Bomenverordening gemeente Papendrecht 2017, vastgesteld op 14 september 2017, te vellen, te doen vellen of te laten vellen; 2. Afwijken van lid 1 is mogelijk binnen de kaders gesteld in de Bomenverordening gemeente Papendrecht 2017; 3. Indien de Bomenverordening gemeente Papendrecht 2017 wordt gewijzigd of herzien, wordt rekening gehouden met de gewijzigde of herziene verordening.
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
27
Hoofdstuk 4 Artikel 12 12.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het bestemmingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 12.2
Overgangsrecht gebruik
1. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met het bestemmingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
28
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
Artikel 13
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Kraaihoek, fase 1
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
29
30
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
Bijlage bij regels
Bestemmingsplan "Kraaihoek, fase 1" (ontwerp)
31
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl
LEGENDA Plangebied Plangebied
Enkelbestemmingen G
Groen
V-VB
Verkeer - Verblijfsgebied
W-1
Wonen - 1
W-3
Wonen - 3
Bouwvlakken
G W-3
bouwvlak [sba-1]
17
Bouwaanduidingen
7
[sba-1]
11
[sba-1]
W-1
Maatvoeringen
11
W-1 W-1 7
W-1
11 [sba-1]
W-1
11
11
maximum bouwhoogte (m)
7
maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
11
[sba-1]
[sba-1]
7
specifieke bouwaanduiding - 1
7
W-3
7
Verklaringen ondergrond
11
W-1
V-VB
14
7 11
11
[sba-1] [sba-1]
7
[sba-1]
11
W-1
7 11
W-1 BESTEMMINGSPLAN KRAAIHOEK, FASE 1 Gemeente Papendrecht NL.IMRO.0590.BPKraaihoekFase1-1001
schaal:
1:1000
voorontwerp:
..-..-.... / tekenaar
projectnr. BRO:
P03661
formaat:
A3
ontwerp:
28-04-2021 / ES
projectnr. VWP:
21BROBO004
concept:
20-01-2021 / ES
vastgesteld:
..-..-.... / tekenaar
bestandsnaam:
21BROBO004-002.dwg
Bosscheweg 107
Ruimte omin
te leven
5282 WV Boxtel
www.bro.nl
verbeelding: Viewpoint ©
T 0411 850 400
info@bro.nl
www.viewpoint.nl