D04. 20251211 RIB nota parkeernormen Papendrecht 2025.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad datum behandeld door
9 december 2025 A. de Hoog
ons kenmerk
2025-0124192
doorkiesnummer
+316-51788119
Onderwerp
Nota parkeernormen Papendrecht 2025
Geachte leden van de Raad, Met deze raadsinformatiebrief informeren wij u over de nieuwe nota parkeernormen Papendrecht 2025. Inleiding Onze huidige parkeernormen nota Papendrecht dateert uit 2018 en heeft een actualisatie slag nodig. We bouwen daarom aan nieuw parkeerbeleid met de parkeerstrategie 2035 waarvan deze parkeernormen nota een eerste product is in Papendrecht. We geven met deze nieuwe nota parkeernormen 2025 invulling aan de toetsing van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op basis van het Mobiliteitsplan Papendrecht 2035 en de Omgevingsvisie 2.0 Papendrecht. Mogelijkheid tot pakken van kansen om ambities waarmaken De druk op de schaarse openbare ruimte neemt toe. De geparkeerde auto neemt veel ruimte in. Dit zet druk op de breed geformuleerde ambities voor Papendrecht in de openbare ruimte: • Vergroten leefbaarheid en verkeersveiligheid • Stimuleren van gezondheid door bewegen, ontmoeten en spelen (vitaliteit) • Klimaat adaptie / tegengaan van hittestress (vergroening) De nota parkeernormen Papendrecht 2025 zet op hoofdlijnen in op de volgende punten: Eerst de fiets dan de auto Papendrecht ziet de fiets als een lokale en regionale kans en alternatief voor de auto. Het grote belang van de fiets moet in bouwplannen tot uiting komen in de aanleg van voldoende fietsparkeerplaatsen van goede kwaliteit.
Parkeernormen naar gebiedstypen De omgevingsvisie Papendrecht stelt als prioriteit: lagere parkeernormen bij nieuwbouw. In de gebieden waar het parkeren in de openbare ruimte is gereguleerd en/of parkeergarages zijn is de inzet het toepassen van een lagere vraag sturende parkeernorm. In andere gebieden waarin het parkeren in de openbare ruimte ongereguleerd is, is het hanteren van een vraag volgende parkeernorm nodig. Richtlijnen van CROW als basis met 1 norm per type functie De fiets- en autoparkeernormen zijn gebaseerd op parkeerkencijfers van het landelijke kennisplatform CROW. De cijfers van het CROW worden door gemeenten in Nederland voor het bepalen van de parkeernormen gebruikt. Nieuw is dat per type functie en type gebied in Papendrecht een standaard parkeernorm is opgenomen in plaats van een parkeernorm met een bandbreedte zoals in de nota uit 2018. Dit schept meer duidelijkheid voor initiatiefnemers en gemeente. Meer realistisch onderscheid naar vierkante meters per functie Daarnaast wordt parkeernorm in de nieuwe nota 2025, bijvoorbeeld bij koop- en huurwoningen, nu meer realistisch gedifferentieerd naar het aantal vierkante meters vloeroppervlakte in plaats van typeringen als goedkoop, midden of duur in prijs.
Een aantal nieuwe ruimtelijke projecten in Papendrecht zijn inmiddels naar tevredenheid doorgerekend met de nieuwe parkeernormen nota 2025 met vierkante meters per functie in plaats van genoemde typeringen goedkoop, midden of duur voor koop- en huurwoningen.
Toepassen van een mobiliteitscorrectie De mobiliteitscorrectie is een aanpak waarmee de inzet van een of meerdere mobiliteitsconcepten – zoals Rnet, Waterbus, MaaS (deelmobiliteit) - en goede fietsenstallingen kunnen leiden tot een vermindering van het aantal autoparkeerplaatsen dat nodig is. De initiatiefnemer is verantwoordelijk De initiatiefnemer van een bouwplan is primair verantwoordelijk voor het bieden van een goede, toekomstbestendige oplossing voor het parkeren van fietsen en auto's. Wij als gemeente hebben een adviserende en toetsende rol. De gemeente Papendrecht kan ook zelf initiatiefnemer zijn en derhalve verantwoordelijk zijn voor het bieden van een goede, toekomstbestendige oplossing. Parkeren op eigen terrein als uitgangspunt Hiermee wordt de openbare ruimte door (nieuwe) ontwikkelingen niet extra belast door de aanvullende fiets en auto parkeerbehoefte. Als dit op eigen terrein niet mogelijk is biedt de nota hier kaders voor. Het vastleggen van de parkeerrechten Voor ieder bouwplan geldt dat de parkeeroplossing in de omgevingsvergunning wordt vastgelegd. Hierbij hebben we in het bijzonder aandacht voor het vastleggen van eventuele parkeerrechten. Met parkeerrecht wordt bedoeld of een adres wel of niet in aanmerking komt voor een parkeervergunning of -ontheffing.
Hoe verder? De nota parkeernormen 2025 Papendrecht zal worden toegepast bij omgevingsaanvragen voor nieuwe ruimtelijke projecten in Papendrecht.
Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris, de burgemeester,
J.M. Ansems
M.J.M. van Driel
Bijlage: 1. Nota parkeernormen 2025 Papendrecht
Nota parkeernormen 2025
Nota parkeernormen 2025 Gemeente Papendrecht
9 december 2025
Nota parkeernormen 2025
Colofon Titel Nota parkeernormen 2025 Versie Definitief Datum 9 december 2025
2
Nota parkeernormen 2025
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ............................................................................................................................... 5 1.1 Nieuw beleid voor parkeren in ruimtelijke ontwikkelingen ............................................... 5 1.2 Wat is een parkeernorm? ................................................................................................. 6 1.3 Leeswijzer ......................................................................................................................... 6
2.
Bovenliggende uitgangspunten .......................................................................................... 7 2.1 Eerst de fiets, daarna de auto .......................................................................................... 7 2.2 Lagere autoparkeernormen bij nieuwbouw ...................................................................... 7 2.3 Mobiliteitscorrectie ............................................................................................................ 8 2.4 De initiatiefnemer is verantwoordelijk............................................................................... 8 2.5 De richtlijnen van CROW als basis .................................................................................. 8 2.6 Parkeren op eigen terrein als uitgangspunt ..................................................................... 8 2.7 Het vastleggen van de parkeerrechten ............................................................................ 9
3.
Juridisch kader .................................................................................................................. 10 3.1 Wanneer geldt dit beleid? ............................................................................................... 10 3.2 Omgevingsplan en Parapluherziening parkeernormen Papendrecht ........................... 10 3.3 De omgevingsvergunning ............................................................................................... 10 3.4 Overgang van het oude naar het nieuwe beleid ............................................................ 11 3.5 Hardheidsclausule .......................................................................................................... 11
4.
Fietsparkeernormen .......................................................................................................... 12 4.1 Bepaling van de fietsparkeernormen ............................................................................. 12 4.2 Kwaliteitseisen fietsparkeren .......................................................................................... 12
5.
Autoparkeernormen .......................................................................................................... 13 5.1 Bepaling van de autoparkeernormen ............................................................................. 13 5.2 Autoparkeernormen voor verschillende soorten functies .............................................. 14 5.3 Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen .............................................................. 15 5.4 Gehandicaptenparkeren ................................................................................................. 15 5.5 Laden en lossen ............................................................................................................. 15
6.
Toepassingskader............................................................................................................. 16 6.1 Van parkeernorm naar parkeereis ................................................................................. 16 6.2 Uitgangspunten toepassingskader ................................................................................. 17 6.3 Stappenplan .................................................................................................................... 20 6.4 Consequenties niet oplossen van de parkeervraag....................................................... 22
7.
Vastleggen van de parkeeroplossing ............................................................................... 24 3
Nota parkeernormen 2025
7.1
Vastlegging van de parkeerafspraken ..................................................................... 24
7.2
Communicatie richting de eindgebruikers................................................................ 24
Bijlage 1 Gebiedsindeling......................................................................................................... 25 Bijlage 2 Fietsparkeernormen .................................................................................................. 27 Bijlage 3 Autoparkeernormen................................................................................................... 33 Bijlage 4 Aanwezigheidspercentages ...................................................................................... 39 Bijlage 5 Omrekenfactoren parkeren op eigen terrein............................................................. 40 Bijlage 6 Kwaliteitseisen parkeervoorzieningen ...................................................................... 41 Bijlage 7 Rekenvoorbeelden .................................................................................................... 44 Bijlage 8 Begrippenlijst ............................................................................................................. 49
4
Nota parkeernormen 2025
1. Inleiding 1.1 Nieuw beleid voor parkeren in ruimtelijke ontwikkelingen Op 17 april 2025 stelde de gemeenteraad van Papendrecht de Omgevingsvisie 2.0 Papendrecht 1 (hierna: de omgevingsvisie) vast. Deze visie bevat in brede zin de kaders voor de fysieke leefomgeving. In de visie zijn onder andere prioriteiten uitgewerkt voor de mobiliteit in Papendrecht en de manier waarop het fiets- en autoparkeren wordt georganiseerd. Deze prioriteiten raken direct of indirect aan parkeren in een ruimtelijke ontwikkeling en hebben aanleiding gevormd om de Parkeernormennota Papendrecht 2018 te herzien. Deze Nota parkeernormen 2025 vervangt de oude parkeernormennota. Hieronder wordt een toelichting gegeven op de drie aanleidingen voor het uitvoeren van de actualisatie.
STOMP-principe De omgevingsvisie stelt dat Papendrecht het STOMP-principe hanteert. Dit principe brengt een voorkeursvolgorde aan in de manier waarop mensen zich verplaatsen; Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a service en tenslotte gebruik van de eigen Pers onenauto. Het STOMP-principe draagt bij aan het behalen van bovenliggende doelstellingen zoals het creëren van een leefomgeving zonder milieuhinder, een veilige leefomgeving en het beperken van de uitstoot van broeikasgassen. Vanuit bouwplannen gezien ligt er een grote kans om met het STOMP-principe aan de slag gaan. Een bouwplan gaat in veel gevallen namelijk over een nieuwe situatie. Dit betekent dat sprake is van een verandermoment: een moment waarop mensen kunnen worden gestimuleerd om andere, meer duurzame, mobiliteitskeuzes te overwegen. Dit kan voor nieuwe bewoners, die bewust voor een bepaalde woonvorm of woonconcept kiezen, bijvoorbeeld betekenen dat zij afstand van een tweede auto doen en overstappen op een deelauto. Vanuit deze nota parkeernormen wordt onder meer een bijdrage geleverd aan het STOMP-principe door het mogelijk maken van reducties op de parkeerbehoefte bij inzet op duurzame mobiliteitsconcepten.
Inzetten fiets als kans en alternatief voor de auto De omgevingsvisie beschrijft onder de prioriteiten voor parkeren dat Papendrecht de fiets inzet als kans en alternatief voor de auto. In deze nota parkeernormen is dit op verschillende manieren uitgewerkt. Deze beleidsnota bevat fietsparkeernormen, waarmee voor een bouwplan het minimaal benodigde aantal fietsparkeerplaatsen is aangegeven. De fietsparkeervoorzieningen die worden aangelegd moeten aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen. Als een initiatiefnemer fietsparkeervoorzieningen van een excellente kwaliteit aanlegt, dan leidt dit tot een vermindering van het aantal autoparkeerplaatsen dat nodig is.
Lagere parkeernormen bij nieuwbouw De omgevingsvisie stelt als prioriteit: lagere parkeernormen bij nieuwbouw. Deze prioriteit wordt concreet uitgewerkt in deze nota parkeernormen. Welke autoparkeernormen passen bij de ambities en doelstellingen van Papendrecht? Hoe verhouden deze normen zich tot de mate waarin bewoners en andere doelgroepen voor bepaalde verplaatsingen afhankelijk zijn van de auto?
Parkeren op een grotere loopafstand Een rode draad binnen het overkoepelende parkeerbeleid van de gemeente Papendrecht is de transitie naar het parkeren op een grotere loopafstand van de bestemming. Richting de toekomst is het, zeker in relatie tot bouwplannen, niet meer vanzelfsprekend dat bewoners, werknemers en andere doelgroepen voor de deur van hun bestemming kunnen parkeren. De inzet is om auto’s op
1 Hyperlink naar de Omgevingsvisie 2.0 Papendrecht
5
Nota parkeernormen 2025
enkele honderden meters te laten parkeren. In deze nota parkeernormen komt die beleidsrichting tot uiting in de maximaal acceptabele loopafstanden die voor verschillende soorten functies gelden.
1.2 Wat is een parkeernorm? Een parkeernorm is een getal dat aangeeft hoeveel fiets- en autoparkeerplaatsen nodig zijn voor een functie binnen een bouwplan. De parkeernorm gaat gepaard met rekenregels en regels over de manier waarop de norm moet worden toegepast. Toepassing van de parkeernorm leidt tot een fietsen autoparkeereis. De parkeereis staat voor het aantal parkeerplaatsen dat beschikbaar moet worden gesteld voor het desbetreffende bouwplan. Het niet volledig oplossen van de fiets - of autoparkeereis vormt een weigeringsgrond voor het krijgen van een omgevingsvergunning.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 zijn de bovenliggende uitgangspunten opgenomen die op deze nota parkeernormen van toepassing zijn. In hoofdstuk 3 is het juridisch kader uitgewerkt dat voor deze beleidsnota geldt. Hierin is onder andere de overgangsregeling opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat een toelichting op de totstandkoming van de fietsparkeernormen. Voor de autoparkeernormen is dit in hoofdstuk 5 toegelicht. Het stappenplan op basis waarvan de fiets- en autoparkeernormen worden toegepast is opgenomen in hoofdstuk 6. Tot slot staat hoofdstuk 7 stil bij het vastleggen van de parkeeroplossing die voor een bouwplan is gevormd. De onderstaande tabel bevat een opsomming van de bijlagen die een integraal onderdeel uitmaken van deze nota parkeernormen.
Bijlagenummer
Omschrijving
Bijlage 1
Gebiedsindeling
Bijlage 2
Fietsparkeernormen
Bijlage 3
Autoparkeernormen
Bijlage 4
Aanwezigheidspercentages
Bijlage 5
Omrekenfactoren parkeren op eigen terrein
Bijlage 6
Kwaliteitseisen parkeervoorzieningen
Bijlage 7
Rekenvoorbeelden
Bijlage 8
Begrippenlijst
Tabel 1 Bijlagen nota parkeernormen
6
Nota parkeernormen 2025
2. Bovenliggende uitgangspunten 2.1 Eerst de fiets, daarna de auto Papendrecht ziet de fiets als kans en alternatief voor de auto. Het grote belang van de fiets moet in bouwplannen tot uiting komen in de aanleg van voldoende fietsparkeerplaatsen. Naast het aantal fietsparkeerplaatsen moet ook de kwaliteit van de voorzieningen goed zijn. Een fietser moet bijvoorbeeld de mogelijkheid hebben om zijn fiets ergens aan vast te maken (ook wel aanbindmogelijkheid genoemd) en er moet ruimte zijn voor zogenoemde buitenmodel fietsen. Dit zijn fietsen met andere maatvoeringen dan de standaard stadsfiets, zoals bakfietsen of fietsen met een fietskrat. Wanneer de fietsenstalling een gunstige plek krijgt bij het ontwerpen van een gebouw, stimuleert dit de fiets te gebruiken voor een verplaatsing. Om de aanleg van voldoende fietsparkeerplaatsen te waarborgen geldt in deze nota parkeernormen de fietsparkeernorm. De fietsparkeernorm geeft het aantal fietsparkeerplaatsen aan dat minimaal nodig is, meer ruimte voor de fiets aanbrengen kan altijd. Naast fietsparkeernormen bevat deze beleidsnota kwaliteitseisen waar nieuw aan te leggen fietsparkeervoorzieningen aan moeten voldoen.
2.2 Lagere autoparkeernormen bij nieuwbouw De omgevingsvisie stelt als prioriteit: lagere parkeernormen bij nieuwbouw. Voor de uitwerking van deze prioriteit is het verschil tussen vraagvolgende en -sturende parkeernormen van belang. Het onderstaande tekstkader gaat hierop in.
Vraagvolgende en -sturende parkeernormen Met een vraagvolgende parkeernorm wordt een norm bedoeld waarmee een zo realistisch mogelijke inschatting wordt gemaakt van de werkelijke vraag naar parkeerplaatsen vanuit een nieuwe functie. Om deze parkeernorm te onderbouwen wordt een zo goed mogelijk beeld gevormd van het autobezit en -gebruik onder de toekomstige gebruikersgroepen van de desbetreffende functie. Een vraagsturende parkeernorm is ingegeven vanuit bovenliggende ambities om enkel te voorzien in een bepaald gewenst ruimtegebruik van parkeren. Een vraagsturende parkeernorm ligt lager dan de werkelijke parkeervraag. De toepassing van vraagsturende parkeernormen kent als randvoorwaarde dat in de openbare ruimte sprake moet zijn van parkeerregulering. Via de uitgifte van parkeervergunningen of -ontheffingen heeft de gemeente in gereguleerd gebied ‘grip’ op het gebruik van de openbare parkeercapaciteit. De gemeente kan besluiten om een adres in gereguleerd gebied uit te sluiten van het recht op een parkeervergunning of -ontheffing. Via deze weg wordt het parkeren in de openbare ruimte onaantrekkelijk of zelfs onmogelijk gemaakt. Met de inzet van parkeerregulering kan de gemeente ervoor zorgen dat een bouwplan, waarin een vraagsturende parkeernorm is toegepast, niet leidt tot een ongewenste stijging van de parkeerdruk in de openbare ruimte.
7
Nota parkeernormen 2025
In deze nota parkeernormen is de prioriteit rond lagere parkeernormen bij nieuwbouw op de volgende manier uitgewerkt:
●
●
In delen van Papendrecht waarin het parkeren in de openbare ruimte is gereguleerd, is de inzet het toepassen van een lagere vraagsturende parkeernorm. In relatie tot de gebiedsindeling (zie paragraaf 5.5.1), geldt dit uitgangspunt voor het centrumgebied. In delen van Papendrecht waarin het parkeren in de openbare ruimte ongereguleerd is, is het hanteren van een vraagvolgende parkeernorm nodig. Met dit uitgangspunt is in een bouwplan de aanleg van voldoende parkeerplaatsen gewaarborgd.
In paragraaf 5.1 wordt een toelichting gegeven op de bepaling van de parkeernormen en de keuzes die hierbinnen zijn gemaakt.
2.3 Mobiliteitscorrectie Belangrijk onderdeel van het stappenplan op basis waarvan de parkeernormen worden toegepast is de mobiliteitscorrectie. De mobiliteitscorrectie is een aanpak waarmee de inzet van een of meerdere mobiliteitsconcepten kan leiden tot een vermindering van het aantal autoparkeerplaatsen dat nodig is. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat een mobiliteitsconcept leidt tot een afname van het autobezit en -gebruik. Inzetten op mobiliteitsconcepten legt bij de initiatiefnemer van een bouwplan een belangrijke verantwoordelijkheid neer. De initiatiefnemer moet ervoor zorgen dat een in te zetten mobiliteitsconcept aansluit bij de behoeften van eindgebruikers. Een mobiliteitsconcept moet robuust en toekomstbestendig zijn. De mobiliteitscorrectie is uitgewerkt in paragraaf 6.2.1.
2.4 De initiatiefnemer is verantwoordelijk Achter ieder bouwplan dat in Papendrecht plaatsvindt bevindt zich een initiatiefnemer. Dit kan een lokale ondernemer zijn die zijn winkelpand wil uitbreiden, een projectontwikkelaar die een appartementencomplex wil neerzetten of een particuliere initiatiefnemer. De gemeente Papendrecht kan zelf ook initiatiefnemer zijn, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van sociaal -maatschappelijke functies. Voor iedere ontwikkeling geldt in de basis hetzelfde: de initiatiefnemer is primair verantwoordelijk voor het bieden van een goede, toekomstbestendige oplossing voor het parkeren van fietsen en auto’s. In het proces van de totstandkoming van deze oplossing heeft de gemeente Papendrecht een toetsende en adviserende rol. De initiatiefnemer stelt alle benodigde onderbouwingen en berekeningen op, zoals het uitwerken van de parkeerbalans.
2.5 De richtlijnen van CROW als basis De fiets- en autoparkeernormen zoals uitgewerkt in deze nota parkeernormen zijn gebaseerd op de fiets- en autoparkeerkencijfers van CROW. CROW is een landelijk kennisplatform voor onder andere infrastructuur, mobiliteit en parkeren. De parkeerkencijfers van CROW worden door veel gemeenten in Nederland als uitgangspunt gebruikt voor het bepalen van parkeernormen.
2.6 Parkeren op eigen terrein als uitgangspunt De gemeente Papendrecht past in deze nota parkeernormen het uitgangspunt toe dat in een bouwplan de volledige behoefte aan fiets- en autoparkeerplaatsen op eigen terrein moet worden opgelost. Eigen terrein is gedefinieerd als grond waarover de initiatiefnemer kan beschikken ter plaatse van het bouwplan of in de directe nabijheid hiervan (binnen de maximaal acceptabele loopafstand, zie paragraaf 6.2.5). Als het parkeren niet volledig op eigen terrein kan worden opgelost, dan kan de initiatiefnemer alternatieve oplossingen onderzoeken. Deze nota parkeernormen biedt hier de kaders voor.
8
Nota parkeernormen 2025
2.7 Het vastleggen van de parkeerrechten Voor ieder bouwplan dat in Papendrecht plaatsvindt geldt dat de parkeeroplossing in de omgevingsvergunning wordt vastgelegd. De omgevingsvergunning is het publiekrechtelijke instrument voor de vastlegging van de parkeerafspraken. Bij deze vastlegging heeft de gemeente Papendrecht in het bijzonder aandacht voor het vastleggen van de eventuele parkeerrechten. Met parkeerrecht wordt bedoeld of een adres wel of niet in aanmerking komt voor een parkeervergunning of -ontheffing. In deze nota parkeernormen wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen twee scenario’s.
Scenario 1: parkeereis volledig op eigen terrein of in private parkeervoorzieningen opgelost In dit eerste scenario is de parkeereis volledig door de initiatiefnemer opgelost. Dit kan op eigen terrein zijn of door gebruik te maken van private parkeervoorzieningen, gelegen binnen de geldende maximale loopafstanden. De parkeereis is niet opgelost door gebruik te maken van parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Dit maakt dat alle adressen die tot de ontwikkeling behoren van alle parkeerrechten zijn uitgesloten.
Scenario 2: parkeereis (deels) in de openbare ruimte opgelost Belangrijk onderdeel van deze nota parkeernormen is het stappenplan dat een initiatiefnemer volgt om zijn parkeerbehoefte op te lossen (zie paragraaf 6.3.6). Dit stappenplan biedt de mogelijkheid om, onder gestelde voorwaarden, hiervoor gebruik te maken van bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Als (een deel van) de parkeerbehoefte op deze manier wordt opgelost, dan betekent dit dat adressen bepaalde parkeerrechten kunnen hebben. Via huisnummers of bouwnummers worden de parkeerrechten in de omgevingsvergunning vastgelegd.
9
Nota parkeernormen 2025
3. Juridisch kader 3.1 Wanneer geldt dit beleid? Deze nota parkeernormen is van toepassing op een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit zoals bedoeld in artikel 5.1, lid 1 onder a van de Omgevingswet 2. Onder de omgevingsplanactiviteit worden op basis van de Omgevingswet de drie volgende activiteiten verstaan:
● ● ●
Een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan. Een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan. Een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan.
3.2 Omgevingsplan en Parapluherziening parkeernormen Papendrecht De voorliggende nota parkeernormen heeft een directe relatie met het gemeentelijke omgevingsplan. Het omgevingsplan is van toepassing op het gehele grondgebied van Papendrecht en bevat de regels die gelden voor de fysieke leefomgeving. Bij de inwerkingtreding van het omgevingsplan zijn de gemeentelijke bestemmingsplannen van rechtswege opgegaan in het omgevingsplan. Deze nota parkeernormen is van toepassing op het omgevingsplan via de Parapluherziening parkeernormen Papendrecht, vastgesteld door de gemeenteraad op 8 november 2018 3. De parapluherziening is een bestemmingsplan dat van toepassing is op het gehele grondgebied van de gemeente Papendrecht. In artikel 3.1 van de parapluherziening is opgenomen dat een omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien is aangetoond dat in voldoende mate ruimte is voorzien voor parkeren. Hierbij gelden de parkeernormen zoals vastgelegd in de Parkeernormennota Papendrecht of diens rechtsopvolger. Deze nota parkeernormen is de rechtsopvolger van de oude parkeernormennota en geldt via de parapluherziening ook voor alle bestaande bestemmingsplannen.
3.3 De omgevingsvergunning Voor een bouwplan wordt in de omgevingsvergunning vastgelegd welke fiets - en autoparkeereis bij de geplande functies hoort. In de omgevingsvergunning moet gemotiveerd worden hoe de parkeereis tot stand is gekomen. Voor parkeren geldt dat in de omgevingsvergunning ten minste de volgende aspecten uitgewerkt moeten zijn:
● ● ● ●
het aantal te realiseren parkeerplaatsen, indien nodig uitgesplitst naar functie; de ligging van de parkeervoorziening(en) waar de benodigde parkeerplaatsen beschikbaar worden gesteld: op eigen terrein, in een private parkeervoorziening en/of in de openbare ruimte; de maatvoering van de parkeervoorziening(en) en de bijbehorende weginrichting; de parkeerrechten die al dan niet verbonden zijn aan de adressen of bouwnummers gelegen binnen de ontwikkeling.
In een voorschrift bij de omgevingsvergunning kunnen de voorwaarden voor bereikbaarheid van de parkeerplaatsen worden opgenomen:
2 Hyperlink naar Artikel 5.1 Omgevingswet 3 Hyperlink naar raadsbesluit
Parapluherziening parkeernormen Papendrecht (agendapunt 12).
10
Nota parkeernormen 2025
● ●
hoe de fysieke toegankelijkheid van de parkeervoorziening voor verschillende gebruikersgroepen is geregeld; de beschikbaarheid van de parkeervoorziening(en) in de tijd.
3.4 Overgang van het oude naar het nieuwe beleid Bouwplannen kunnen een lange doorlooptijd hebben. Een overgangsregeling is van belang om bij de overgang van het oude naar het nieuwe beleid duidelijkheid en rechtszekerheid te bieden aan initiatiefnemers en belanghebbenden. Deze nota parkeernormen bevat de volgende overgangsregeling: ‘Een aanvraag voor een omgevingsvergunning die is ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van deze Nota parkeernormen 2025, wordt in beginsel getoetst aan de eisen zoals opgenomen in de Parkeernormennota Papendrecht 2018, vastgesteld door de gemeenteraad op 6 februari 2018. Indien toepassing van deze nota parkeernormen voor de initiatiefnemer gunstiger is, dan wordt de aanvraag aan die parkeernormennota getoetst.’
3.5 Hardheidsclausule In artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de inherente afwijkingsbevoegdheid opgenomen waarover een bestuursorgaan beschikt. Omdat de afwijkingsbevoegdheid in de Awb alleen van toepassing is op situaties waarin een of meerdere belanghebbenden door toepassing van het beleid onevenredig worden benadeeld, bevat deze nota parkeernormen een aanvullende afwijkingsbevoegdheid: ‘Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten om deze nota parkeernormen niet toe te passen of daarvan af te wijken, als het voldoen aan de fiets - of autoparkeereis zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard’.
11
Nota parkeernormen 2025
4. Fietsparkeernormen 4.1 Bepaling van de fietsparkeernormen Als basis voor haar fietsparkeernormen kiest de gemeente Papendrecht voor de meest recente CROW fietsparkeerkencijfers. Deze kencijfers zijn opgenomen in de publicatie: fietsparkeerkencijfers 2025, basis voor parkeernormering, uitgebracht in januari 2025. Deze paragraaf licht toe hoe de CROW kencijfers zijn vertaald in parkeernormen die aansluiten bij de gemeente Papendrecht.
Huidig fietsgebruik in combinatie met de ambitie om het fietsgebruik te vergroten In de bepaling van de hoogte van de fietsparkeernormen hebben twee aspecten een belangrijke rol gespeeld: het huidige fietsgebruik in Papendrecht en de uitgesproken ambities rond het stimuleren en vergroten van het fietsgebruik in de gemeente. Op basis hiervan is een gemotiveerde keuze gemaakt binnen de gegeven bandbreedtes van de CROW fietsparkeerkencijfers. De kencijfers bevatten een minimum en maximum bandbreedte. Cijfers over het gebruik van de fiets in Papendrecht zijn beperkt beschikbaar. CROW Fietsberaad deelt Papendrecht in als een gemeente met een laag tot gemiddeld fietsgebruik. Mede vanuit de ambitie om het fietsgebruik te stimuleren is ervoor gekozen om de gemiddelde bandbreedte van de CROW parkeerkencijfers aan te houden als de fietsparkeernorm die voor een functie geldt. In bijlage 2 zijn op basis van dit uitgangspunt de fietsparkeernormen bepaald.
4.2 Kwaliteitseisen fietsparkeren Fietsparkeerplaatsen die voor een bouwplan worden aangelegd moeten aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen. Bijlage 6 bevat de kwaliteitseisen die vanuit deze nota parkeernormen worden gesteld. Met deze eisen zijn de bruikbaarheid en het gewenste kwaliteitsniveau van de fietsparkeervoorzieningen gewaarborgd.
4.2.1 Parkeren scootmobielen Een trend in Papendrecht en breder in Nederland is de toenemende vergrijzing. Op 1 januari 2025 behoorde 23,2% van de inwoners van Papendrecht volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 4 (hierna: CBS) tot de doelgroep ouderen (65 jaar of ouder). Landelijk gezien ligt het percentage ouderen volgens CBS op 20,8%, waarmee het aantal ouderen in Papendrecht op een bovengemiddeld niveau ligt. Vanuit deze nota parkeernormen geldt een norm voor het minimum aantal stallingsplaatsen voor scootmobielen bij nieuw te bouwen seniorencomplexen. Per zeven woningen moet tenminste één stallingsplaats voor scootmobielen worden aangebracht. De stalling voor scootmobielen kan in een afgesloten ruimte binnen het gebouw zijn of in een afgesloten binnen- of buitenstalling, mogelijk als onderdeel van een gemeenschappelijke fietsenstalling.
4 Hyperlink naar gegevens van CBS over ouderen in Nederland
12
Nota parkeernormen 2025
5. Autoparkeernormen 5.1 Bepaling van de autoparkeernormen Als basis voor haar autoparkeernormen kiest de gemeente Papendrecht voor de meest recente CROW autoparkeerkencijfers. Deze kencijfers zijn opgenomen in de publicatie: parkeerkencijfers 2024, basis voor parkeernormering, uitgebracht in juli 2024. Deze parag raaf licht toe hoe de CROW kencijfers zijn vertaald in parkeernormen die aansluiten bij de gemeente Papendrecht.
5.1.1 Gebiedsindeling De gemeente Papendrecht is in deze nota parkeernormen in vier verschillende gebieden ingedeeld. In ieder gebied kan de parkeernorm verschillend zijn. In bijlage 1 is de gebiedsindeling op een kaart ingetekend. In Tabel 2 zijn de gebieden opgenomen en wordt per gebied een omschrijving gegeven. Gebied
Omschrijving gebied
centrum
Het centrumgebied waarin winkels, bedrijvigheid en wonen de belangrijkste functies zijn. In veel straten die binnen dit gebied liggen is een parkeerschijfzone (blauwe zone) van kracht.
schil centrum
Gebied gelegen aan de noord- en zuidzijde van het centrum. Dit gebied ligt binnen de invloedsfeer van de centrum voorzieningen. Dit heeft effect op de autoafhankelijkheid.
rest bebouwde kom
Overige wijken gelegen binnen de bebouwde kom van Papendrecht.
buitengebied
Een gebied gelegen aan de overzijde van de A15 (Alblasserwaard) dat tot het grondgebied van Papendrecht behoort.
Tabel 2 Gebiedsindeling
5.1.2 Stedelijkheidsgraad Een belangrijke stap binnen het kalibreren van de CROW parkeerkencijfers tot parkeernormen is het bepalen van de stedelijkheidsgraad van Papendrecht. Volgens CBS gegevens had Papendrecht in 2024 gezien over de gehele gemeente een gemiddelde stedelijkheid v an 1.906 adressen per vierkante kilometer. Binnen de CBS categorisering voor de stedelijkheid van gebieden betekent dit dat de gemeente een sterk stedelijk karakter heeft. In sterk stedelijke gebieden ligt de stedelijkheid tussen de 1.500 en 2.500 adressen per vierkante kilometer.
5.1.3 Keuzes binnen bandbreedtes CROW parkeerkencijfers CROW parkeerkencijfers zijn in een bandbreedte uitgedrukt. Binnen deze bandbreedtes zijn gemotiveerde keuzes gemaakt voor Papendrecht. Voor iedere functie in Papendrecht is één parkeernorm per functie per gebied bepaald. De keuzes zijn het resultaat van de autoafhankelijkheid waar in Papendrecht sprake van is, in combinatie met de mobiliteitsstrategie waar Papendrecht voor heeft gekozen.
Autobezit gemeente Papendrecht Over de gehele gemeente gezien heeft Papendrecht volgens het CBS gegevens een gemiddeld autobezit van 1,1 personenauto’s per huishouden. Het autobezit in Papendrecht is hiermee gelijk aan het gemiddelde voor heel Nederland. Het gemiddelde autobezit in de provincie Zuid-Holland is minder dan 1 auto per huishouden, waarmee Papendrecht zich boven het provinciaal gemiddelde bevindt.
13
Nota parkeernormen 2025
Mede op basis van gedetailleerde gegevens 5 over autobezit, beschikbaar gesteld vanuit de provincie Zuid-Holland, is per gebied een keuze gemaakt binnen de bandbreedtes van CROW. Tabel 3 bevat de uitgangspunten op basis waarvan de CROW parkeerkencijfers zijn gekalibreerd. Zoals in de tabel is opgenomen zijn de parkeernormen in het gebied centrum gebaseerd op de waarde die binnen de kencijfers ligt tussen het minimum en gemiddelde. Voor de functie ‘koop, huis, tussen/hoek’ ligt de minimum bandbreedte in het gebied centrum op 0,7 parkeerplaats per woning voor bewoners en het gemiddelde op 1,1. Op basis van het eerder genoemde uitgangspunt bedraagt de bewonersparkeernorm voor deze functie 0,9 parkeerplaats per woning. De bezoekersparkeernorm van 0,10 parkeerplaats per woning (zie paragraaf 5.2.1) moet hier nog bij worden opgeteld. Voor de drie overige gebieden is de conclusie getrokken dat de gemiddelde bandbreedte enerzijds past bij de autoafhankelijkheid van Papendrecht en anderzijds bij de uitgesproken ambities. Gebied
Bandbreedtekeuze
centrum
minimum-gemiddelde
schil centrum
gemiddelde
rest bebouwde kom
gemiddelde
buitengebied
gemiddelde
Tabel 3 Keuzes binnen bandbreedtes CROW parkeerkencijfers
5.2 Autoparkeernormen voor verschillende soorten functies Bijlage 3 van deze nota parkeernormen bevat parkeernormen voor uiteenlopende functies, onder andere voor: woonfuncties, verschillende soorten bedrijvigheid, winkelfuncties en maatschappelijke functies. Als voor een geplande functie geen parkeernorm is opgenomen, dan moet de parkeernorm worden gehanteerd die voor de meest vergelijkbare functie geldt. Als dit niet mogelijk blijkt te zijn, dan moet de initiatiefnemer hierover contact opnemen met de gemeente Papendrecht. De gemeente neemt dan een besluit over hoe de parkeerbehoefte van de desbetreffende functie wordt bepaald.
5.2.1 Woonfuncties De gemeente Papendrecht maakt in deze nota parkeernormen onderscheid tussen verschillende soorten woonfuncties. Voor sociale huurwoningen geldt de huurliberalisatiegrens als criterium. Deze grens wordt jaarlijks door de Rijksoverheid vastgesteld, in 2025 bedraagt de liberalisatiegrens een rekenhuur van maximaal € 1.184,82 per maand. Voor woonfuncties geldt het aantal vierkante meter bruto vloeroppervlakte (afgekort tot bvo) of het woningtype (bijvoorbeeld vrijstaand, tussen/hoek of aanleunwoning) als uitgangspunt voor de geldende parkeernorm.
Norm voor bezoekersparkeren bij woonfuncties Bij de realisatie van woonfuncties moet er naast parkeerruimte voor bewoners ook voor bezoekers van bewoners (visite) ruimte worden aangebracht om te kunnen parkeren. Voor de bepaling van het aantal bezoekersparkeerplaatsen geldt de bezoekersparkeernorm. De per gebied geldende bezoekersparkeernorm is in Tabel 4 opgenomen. Alle parkeernormen voor woonfuncties zijn exclusief de bezoekersparkeernorm. Centrum
Schil centrum
Rest bebouwde
Buitengebied
kom bezoekersparkeernorm
0,10
0,10
0,15
0,20
Tabel 4 Bezoekersparkeernormen woonfuncties
5 Hyperlink naar CBS onderzoek autobezit van huishoudens
in Zuid-Holland
14
Nota parkeernormen 2025
5.2.2 Overige functies Deze nota parkeernormen bevat parkeernormen voor een groot aantal niet-woonfuncties. Voor veel functies geldt dat de parkeernorm is uitgedrukt in de eenheid ‘per 100 vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo)’. Voor sommige functies geldt dat de parkeernorm op een andere manier wordt uitgedrukt, voor een huisartsenpraktijk is dit bijvoorbeeld per behandelkamer en voor een middelbare school per 100 leerlingen.
Norm voor bezoekersparkeren bij overige functies Ook bij niet-woonfuncties moeten parkeerplaatsen voor bezoekers worden aangelegd. Het aantal bezoekersparkeerplaatsen dat voor een functie nodig is wordt bepaald door toepassing van een bezoekerspercentage. Deze percentages zijn per functie verschillend en opgenomen in bijlage 4. De percentages geven per functie de verhouding weer tussen de parkeerbehoefte van vaste gebruikers en bezoekers. Het bezoekerspercentage wordt in een parkeerbalans toegepast, waarmee op basis van de parkeernorm het aantal bezoekersparkeerplaatsen en het aantal parkeerplaatsen voor vaste gebruikers wordt bepaald.
5.3 Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen Het aantal elektrische voertuigen in Nederland en in Papendrecht neemt de aankomende jaren verder toe. Als gevolg hiervan stijgt ook de vraag naar laadinfrastructuur. De strategie van de gemeente Papendrecht om te voorzien in laadinfrastructuur is uitgewerkt in het programma laden gemeente Papendrecht6. Het programma laden bevat voor de aanleg van laadinfrastructuur in bouwplannen een verwijzing naar het Besluit bouwwerken leefomgeving 7 (Bbl).
5.4 Gehandicaptenparkeren Bij bouwplannen is het van belang dat er voor gehandicapten voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Gehandicapten zijn mensen die als gevolg van een lichamelijke beperking niet ver kunnen lopen. Zij hebben een officiële gehandicaptenparkeerkaart (bestuurder of passagier). De gemeente Papendrecht beschikt over een beleidsregel gehandicaptenparkeren.
5.5 Laden en lossen Wanneer een bouwplan wordt ontwikkeld waarbij sprake is van laden en lossen moet een geschikte laad- en losvoorziening worden gemaakt. Het voertuig waarmee geladen en gelost gaat worden is hierbij maatgevend. Laden en lossen moet volledig op eigen terrein plaatsvinden. Bij bijzondere omstandigheden kan het college van burgemeester en wethouders gemotiveerd afwijken van de eis dat de laad- en losvoorziening op eigen terrein moet worden aangebracht. Het college beoordeelt, als de initiatiefnemer heeft aangetoond dat op eig en terrein geen veilige laad- en losvoorziening aangebracht kan worden, of in de openbare ruimte een overtuigend en veilig alternatief mogelijk is.
6 Hyperlink naar Programma laden 7 Hyperlink naar Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl).
15
Nota parkeernormen 2025
6. Toepassingskader 6.1 Van parkeernorm naar parkeereis De parkeernormen worden toegepast op basis van een vastgesteld stappenplan. In Figuur 1 is het stappenplan schematisch weergegeven. Het stappenplan leidt tot de bepaling van de parkeereis, het aantal fiets- en autoparkeerplaatsen dat fysiek beschikbaar moet worden gesteld voor het bouwplan. Paragraaf 6.2 bevat een toelichting op de uitgangspunten die van toepassing zijn op het stappenplan (zoals de maximaal acceptabele loopafstanden, de omrekenfactoren voor parkeren op eigen terrein en de afrondingsregel). In paragraaf 6.3 wordt iedere stap uit het stappenplan toegelicht. Stappenplan (1 t/m 6)
Parkeervraag
•
•
Resultaat per stap •
+ … parkeerplaatsen
2. Mobiliteitscorrectie
- … parkeerplaatsen - … parkeerplaatsen
3. Salderen bestaande parkeerbehoefte •
•
•
•
•
•
•
•
•
Vaststelling parkeervraag
Resultaat = parkeervraag
•
•
•
•
•
•
•
•
Parkeeraanbod
•
•
1. Normatieve parkeerbehoefte
4. Parkeerplaatsen op eigen terrein
= … parkeerplaatsen
5. Parkeerplaatsen privaat
= … parkeerplaatsen = … parkeerplaatsen
6. Parkeerplaatsen openbaar •
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Toets dubbelgebruik per stap 4 t/m 6
•
Resultaat = parkeereis
Figuur 1 Schematische weergave stappenplan
Het stappenplan geldt voor fiets- en autoparkeren Het stappenplan voor het toepassen van de parkeernorm geldt in de basis voor fiets- en autoparkeren. Tegelijkertijd geldt dat sommige stappen die op autoparkeren van toepassing zijn, niet of minder voor fietsparkeren gelden. Concreet zijn stap 2 (mobiliteitscorrectie), stap 3 (salderen bestaande parkeerbehoefte) en stap 5 (parkeerplaatsen privaat) niet op fietsparkeren van toepassing.
De toets op dubbelgebruik Het stappenplan in Figuur 1 bevat de ‘toets dubbelgebruik per stap 4 t/m 6’. Dubbelgebruik is van toepassing op bouwplannen waarin verschillende functies worden gerealiseerd. De doelgroepen die bij deze functies horen hebben ieder een eigen aanwezigheid gedurende de week. Van de doelgroep bewoners is overdag een deel niet thuis. Bedrijven hebben op ditzelfde moment juist hun maximale parkeerbehoefte. Als gevolg hiervan kunnen er in een ontwikkeling waarin beide doelgroepen voorkomen kansen ontstaan om parkeerplaatsen ‘dubbel’ te gebruiken. De mogelijkheden tot het ‘dubbel’ gebruiken van parkeerplaatsen worden inzichtelijk gemaakt door het opstellen van een parkeerbalans. In paragraaf 6.2.3 zijn de uitgangspunten opgenomen die gelden voor het toepassen van dubbelgebruik. Hierin is opgenomen dat de toets dubbelgebruik per verschijningsvorm (van het parkeeraanbod) moet worden uitgevoerd. De reden hiervoor is dat in een ontwikkeling doelgroepen toegewezen kunnen worden aan bepaalde parkeervoorzieningen, met mogelijke consequenties voor het dubbelgebruik. Dubbelgebruik geldt voor fiets- en autoparkeren.
16
Nota parkeernormen 2025
6.2 Uitgangspunten toepassingskader 6.2.1 Mobiliteitscorrectie De initiatiefnemer van een bouwplan kan voor het voorzien in de mobiliteitsbehoefte inzetten op het aanbieden van een of meerdere mobiliteitsconcepten. In deze nota parkeernormen wordt die keuze via de mobiliteitscorrectie vertaald in een reductie op de autoparkeerbehoefte. In Papendrecht wordt aan de volgende mobiliteitsconcepten een correctie toegekend:
● ● ●
aanleg excellente fietsparkeervoorzieningen: in het bouwplan worden fietsparkeervoorzieningen met een excellente kwaliteit aangelegd; hoogwaardig openbaar vervoer: het bouwplan is gelegen in de directe nabijheid van een halte van het hoogwaardig Openbaar Vervoer (R-net). autodeelconcept bij woningbouw: toekomstige bewoners krijgen de mogelijkheid om gebruik te maken van een autodeelconcept.
Een bouwplan kan in aanmerking komen voor een of meerdere mobiliteitscorrecties. De correcties zijn stapelbaar. Dit betekent dat op een bouwplan meerdere correcties van toepassing kunnen zijn.
Excellente fietsparkeervoorzieningen De initiatiefnemer van een bouwplan moet een bepaald aantal fietsparkeerplaatsen aanleggen. Naast het aantal fietsparkeerplaatsen, toetst de gemeente Papendrecht of de fietsparkeervoorzieningen die worden aangelegd voldoen aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in bijlage 6. Deze eisen gelden als een minimum waar aan voldaan moet worden. Een initiatiefnemer die fietsparkeervoorzieningen van een excellente kwaliteit aanlegt, krijgt een correctie op zijn autoparkeerbehoefte. Omdat per situatie verschillend is wat onder een excellente kwaliteit wordt verstaan, is deze correctie niet in een aantal vooraf bepaalde eisen uitgewerkt. De gemeente Papendrecht vraagt een initiatiefnemer die voor deze correctie in aanmerking wil komen, om te onderbouwen welke aspecten van zijn fietsparkeeroplossing als hoogwaardig gelden. Deze motivatie wordt door de gemeente beoordeeld. Voorbeelden van as pecten waar de gemeente naar kijkt zijn: de situering van de fietsenstalling, de toegepaste stallingssystemen (geen of minder dubbellaagse systemen) en het comfort van de stalling. Als de gemeente van mening is dat sprake is van fietsparkeervoorzieningen met een excellente kwaliteit, dan wordt de autoparkeerbehoefte van alle functies die in het bouwplan worden ontwikkeld met tien procent gereduceerd.
Hoogwaardig Openbaar Vervoer (R-net en Waterbus) De mogelijkheid om deze correctie toe te passen hangt af van ligging van een bouwplan. Als een bouwplan in de nabijheid van een HOV-halte of Waterbus-halte ligt, kan een correctie op de parkeerbehoefte worden toegepast. De gemeente Papendrecht kent geen correcties toe aan haltes van het openbaar vervoer anders dan de R-net en Waterbus haltes. Voor de maximale afstand tussen de locatie van de R-net / Waterbus halte en de locatie van het bouwplan geldt als richtlijn 400 meter werkelijke loopafstand, waarbij aspecten zoals de directheid en kwaliteit van de looproute een rol spelen. Als de HOV-correctie op een bouwplan van toepassing is, dan wordt de parkeerbehoefte van alle functies die in het bouwplan worden gerealiseerd met tien procent gereduceerd.
Autodeelconcept bij woningbouw De initiatiefnemer van een bouwplan waarin woonfuncties worden gerealiseerd, kan kiezen voor het aanbieden van een autodeelconcept. Op het moment dat de initiatiefnemer een autodeelconcept wil inzetten, dan gelden hiervoor bepaalde eisen en randvoorwaarden. Deze eisen en randvoorwaarden zijn tot stand gekomen op basis van de meest actuele landelijke inzichten. Als deze inzichten in de loop der tijd wijzigen, dan sluit de gemeente Papendrecht zich hierbij aan.
17
Nota parkeernormen 2025
De eisen en randvoorwaarden die gelden voor de inzet van een autodeelconcept zijn:
● ● ● ● ● ●
●
Een autodeelconcept kan alleen leiden tot een reductie van de parkeerbehoefte van woonfuncties. Maximaal tien procent van de bewonersparkeerbehoefte kan worden ingevuld met een autodeelconcept. Iedere deelauto die wordt ingezet vervangt vijf reguliere auto's van bewoners. Voor iedere deelauto wordt een geoormerkte autodeelparkeerplaats aangelegd. Als sprake is van een elektrische deelauto, dan is deze parkeerplaats voorzien van een elektrische laadpaal. De inzet van het autodeelconcept moet voor ten minste vijf jaar zijn gewaarborgd, aan te tonen middels een ondertekende overeenkomst tussen de initiatiefnemer en deelauto leverancier. In de bovengenoemde overeenkomst moet worden vastgelegd hoe het autodeelconcept in stand wordt gehouden wanneer, bijvoorbeeld als gevolg van faillissement, de gecontracteerde leverancier niet meer in staat is om de deelauto's aan te bieden. Het autodeelconcept moet operationeel zijn vanaf het moment dat de eerste woningen in het bouwplan zijn opgeleverd.
6.2.2 Salderen bij het verdwijnen van bestaande functies Als gevolg van een bouwplan kunnen bestaande functies komen te vervallen. Als een functie vervalt, dan verdwijnt daarmee ook de theoretische, op basis van parkeernormen bepaalde, parkeerbehoefte die bij deze functie hoorde. De gemeente Papendrecht wil voorkomen dat er in de openbare ruimte ongebruikte parkeerplaatsen ontstaan door het verdwijnen van bestaande functies. Om die reden wordt de parkeerbehoefte van een functie die komt te vervallen, in mindering gebracht op de parkeerbehoefte van de nieuwe functie(s). Dit principe wordt salderen genoemd. Salderen betekent dus het verrekenen van de parkeerbehoefte van de nieuw te realiseren functie(s) met de theoretische parkeerbehoefte van de bestaande functie. Salderen is van toepassing op autoparkeren en geldt in principe niet voor fietsparkeren. De gemeente Papendrecht hanteert de volgende uitgangspunten voor salderen:
● ● ●
Het bouwplan betreft een ontwikkeling waarin één of meerdere bestaande functies komen te vervallen. Parkeerplaatsen die worden gesaldeerd moeten behouden blijven binnen de contouren van het bouwplan. De omgevingsvergunning wordt aangevraagd tot maximaal twee jaar nadat de laatste vergunde functie is vervallen, aan te tonen door de initiatiefnemer.
De parkeerbehoefte van de verdwenen functies wordt bepaald op basis van de geldende autoparkeernormen (zie bijlage 3). De parkeerbehoefte die kan worden gesaldeerd wordt per dagdeel berekend op basis van aanwezigheidspercentages (zie bijlage 4).
6.2.3 Dubbelgebruik In een bouwplan worden soms verschillende functies gerealiseerd. Iedere functie trekt zijn eigen doelgroepen aan; bewoners, bezoekers van bewoners, werknemers en bijvoorbeeld bezoekers van bedrijven of instellingen. Iedere doelgroep is op verschillende momenten van de dag/week aanwezig. Bij combinaties van meerdere functies in één bouwplan ontstaat de mogelijkheid om dezelfde parkeerplaatsen voor meerdere doelgroepen in te zetten. Overdag maakt bijvoorbeeld een kantoormedewerker gebruik van een parkeerplaats, in de avond en nacht is diezelfde parkeerplaats beschikbaar voor een bewoner. Dit principe staat bekend als dubbelgebruik.
18
Nota parkeernormen 2025
Om de mogelijkheden op het vlak van dubbelgebruik te onderzoeken moet voor ieder bouwplan, ook bouwplannen waarin enkel woonfuncties worden gerealiseerd, een parkeerbalans worden opgesteld. In een parkeerbalans wordt op basis van de aanwezigheidspercentages opgenomen in bijlage 4 de normatieve parkeerbehoefte van iedere geplande functie voor verschillende dagdelen berekend. Aan de hand van deze percentages wordt in de parkeerbalans het dagdeel vastgesteld waarop de gezamenlijke parkeerbehoefte van de functies het hoogst is. Dit moment wordt de maatgevende parkeerbehoefte genoemd. In bijlage 7 is een rekenvoorbeeld opgenomen waarin op basis van dubbelgebruik de maatgevende parkeerbehoefte is bepaald. Wanneer voor een functie geen geschikt aanwezigheidspercentage is opgenomen, dan moet het percentage worden gehanteerd dat geldt voor de meest vergelijkbare functie. De initiatiefnemer kan ook een motivering opstellen waarmee het gebruik van afwijkende aanwezigheidspercentages wordt onderbouwd. Een parkeervoorziening moet, om dubbelgebruik te kunnen laten plaatsvinden, in het bijzonder aan de volgende eisen voldoen:
● ● ●
De parkeerplaatsen zijn niet gereserveerd of toegewezen aan specifieke gebruikers (dit geldt bijvoorbeeld voor gehandicapten of deelauto’s). De parkeerplaatsen moeten zich binnen de maximaal acceptabele loopafstand bevinden die geldt voor de desbetreffende functie(s) en gebruikersgroepen (zie paragraaf 6.2.5). De parkeerplaatsen zijn bereikbaar en fysiek toegankelijk voor alle gebruikersgroepen. Als bezoekers van bewoners bijvoorbeeld in een parkeergarage moeten parkeren, dan moeten zij toegang tot deze garage kunnen krijgen.
6.2.4 Hoofd- en nevenfuncties Een bouwplan of een gebouw binnen een groter plan kan uit meerdere verschillende functies bestaan. Uitgangspunt binnen het stappenplan is dat de parkeerbehoefte van iedere functie apart moet worden berekend. De maximaal planologische mogelijkheden binnen het Omgevingsplan zijn hierbij leidend.
6.2.5 Maximale loopafstanden Binnen dit stappenplan bestaat de mogelijkheid om parkeerplaatsen op enige loopafstand van een ontwikkellocatie aan te leggen. Om de bruikbaarheid en aantrekkelijkheid van deze parkeerplaatsen te waarborgen hanteert de gemeente Papendrecht maximaal acceptabele loopafstanden. Bij de bepaling van deze afstanden heeft de uitgesproken ambitie om het parkeren meer op afstand van de bestemming te laten plaatsvinden meegewogen. De loopafstanden kunnen per gebied en per type functie verschillend zijn. De loopafstanden voor fietsparkeren zijn opgenomen in Tabel 5 en voor autoparkeren in Tabel 6. Een loopafstand wordt gemeten als de kortst mogelijke looproute, gemeten vanaf de voetgangersingang van de parkeervoorziening tot de voetgangersingang van het bestemmingsadres. Voor het meten van de loopafstand wordt gebruik gemaakt van een online routenavigatiesysteem (bijvoorbeeld via Google Maps). Loopafstanden fietsparkeren naar
Centrum
functie
Schil
Rest bebouwde kom
Buitengebied
centrum
wonen, bewoners
50 meter
50 meter
50 meter
50 meter
wonen, bezoekers
75 meter
75 meter
75 meter
75 meter
overige functies vaste gebruikers*
75 meter
75 meter
75 meter
75 meter
overige functies bezoekers
50 meter
50 meter
50 meter
50 meter
Tabel 5 Maximale acceptabele loopafstanden fietsparkeren
19
Nota parkeernormen 2025
*Onder vaste gebruikers worden fietsers verstaan die met een vaste regelmaat terugkeren bij de bestemming (bijvoorbeeld werknemers of vrijwilligers). Loopafstanden fietsparkeren naar
Centrum
Schil
functie
Rest bebouwde kom
Buitengebied
centrum
wonen, bewoners
300 meter
250 meter
200 meter
100 meter
wonen, bezoekers
300 meter
250 meter
150 meter
100 meter
bedrijven
800 meter
600 meter
400 meter
200 meter
detailhandel
600 meter
300 meter
200 meter
100 meter
supermarkt
150 meter
150 meter
100 meter
100 meter
gezondheidszorg
100 meter
100 meter
100 meter
100 meter
onderwijs
300 meter
200 meter
200 meter
100 meter
overige functies
300 meter
200 meter
100 meter
100 meter
Tabel 6 Maximale acceptabele loopafstanden autoparkeren
6.2.6 Omrekenfactoren parkeren op eigen terrein Zoals opgenomen in paragraaf 2.6 geldt binnen deze nota parkeernormen het uitgangspunt dat de fiets- en autoparkeervraag op eigen terrein moet worden opgelost. Voor autoparkeren geldt dat een parkeerplaats op eigen terrein verschillende verschijningsvormen kan hebben. Denk hierbij aan een parkeergarage onder het gebouw, een oprit of een aan de woning verbonden garagebox. Omdat in de praktijk blijkt dat parkeerplaatsen op eigen terrein niet altijd volledig worden benut voor het parkeren van de auto, bevat deze nota omrekenfactoren (zie bijlage 5). De omrekenfactoren geven per type parkeervoorziening een theoretische parkeercapaciteit en een berekeningsaantal. Een enkele oprit zonder garage heeft bijvoorbeeld een theoretische capaciteit van 1 parkeerplaats, het opgenomen berekeningsaantal is 0,8 parkeerplaats. In een parkeerbalans moet het berekeningsaantal worden toegepast.
6.2.7 Compensatie van vervallen parkeerplaatsen Wanneer als gevolg van een bouwplan openbare fiets- en/of autoparkeerplaatsen komen te vervallen, dan moeten deze in de openbare ruimte worden gecompenseerd binnen de maximale loopafstand die voor de desbetreffende functie geldt (zie paragraaf 6.2.5). De kosten die gepaard gaan met de aanleg van deze parkeerplaatsen zijn voor rekening van de initiatiefnemer.
6.2.8 Afrondingsregel Bij het doorlopen van het stappenplan moeten verschillende berekeningen worden uitgevoerd. Bij de vaststelling van de parkeereis wordt op hele parkeerplaatsen afgerond. Dit betekent dat een aantal parkeerplaatsen kleiner of gelijk aan 0,49 naar beneden wordt afgerond en groter of gelijk aan 0,50 naar boven wordt afgerond. Indien van toepassing vindt de afronding plaats per parkeervoorziening (eigen terrein, privaat en openbaar).
6.3 Stappenplan 6.3.1 Stap 1: de normatieve parkeerbehoefte berekenen De normatieve parkeerbehoefte vormt het uitgangspunt voor de bepaling van het aantal benodigde fiets- en autoparkeerplaatsen. De normatieve parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de fietsparkeernormen in bijlage 2 en de autoparkeernormen in bijlage 3. De gebiedsindeling zoals opgenomen in bijlage 1 is hierbij leidend. Om de normatieve parkeerbehoefte te berekenen moet voor iedere geplande functie of voor de uitbreiding / wijziging van een bestaande functie de berekening worden uitgevoerd.
20
Nota parkeernormen 2025
Resultaat stap 1: voor alle functies die in het bouwplan worden gerealiseerd is de normatieve parkeerbehoefte bepaald.
6.3.2 Stap 2: een mobiliteitscorrectie toepassen Een bouwplan kan in aanmerking komen voor een of meerdere mobiliteitscorrecties. De eisen en randvoorwaarden die hierbij gelden zijn opgenomen in paragraaf 6.2.1. Als een van de correcties op het bouwplan van toepassing is, dan wordt in deze stap het effect hiervan op de normatieve autoparkeerbehoefte berekend. Bij de correctie excellente fietsparkeervoorzieningen en de correctie Hoogwaardig Openbaar Vervoer (R-net) wordt een procentuele correctie van tien procent toegepast. Bij het aanbieden van een autodeelconcept is het effect hiervan op de parkeerbehoefte afhankelijk van het aantal deelauto’s dat wordt ingezet, waarbij de correctie is gemaximeerd op tien procent van de bewonersparkeerbehoefte. Resultaat stap 2: de mobiliteitscorrectie(s) waarvoor het bouwplan in aanmerking komt zijn op de normatieve autoparkeerbehoefte in mindering gebracht.
6.3.3 Stap 3: het salderen van een bestaande parkeerbehoefte Bij het salderen van een parkeerbehoefte moeten aanwezigheidspercentages en de geldende omrekenfactoren voor parkeren op eigen terrein worden toegepast. Per dagdeel moet de parkeerbehoefte van de oude functie(s) in mindering worden gebracht op de parkeerbehoefte van de nieuwe functie(s). Het dagdeel met de hoogste parkeerbehoefte geldt als de nieuwe maatgevende parkeerbehoefte van het bouwplan. In de rekenvoorbeelden zoals opgenomen in bijlage 7 wordt dit toegelicht. Resultaat stap 3: indien van toepassing is de parkeerbehoefte van een of meerdere bestaande functies op de juiste wijze in mindering gebracht op de normatieve autoparkeerbehoefte uit stap 1 of de gereduceerde normatieve parkeerbehoefte uit stap 2.
Vaststelling parkeervraag Nadat stap 1 t/m 3 van het stappenplan zijn doorlopen kan de (gereduceerde) parkeervraag van het bouwplan worden vastgesteld. Vervolgens wordt in stap 4 t/m 6 door de initiatiefnemer onderzocht welke parkeervoorzieningen beschikbaar worden gesteld om in de parkeervraag te voorzien.
6.3.4 Stap 4: aanleg parkeerplaatsen op eigen terrein Zoals opgenomen in paragraaf 2.6 is het uitgangspunt binnen deze nota parkeernormen dat de volledige vraag naar fiets- en autoparkeerplaatsen op eigen terrein moet worden opgelost. Om deze reden moet in de eerste plaats door de initiatiefnemer worden bepaald hoeveel parkeerplaatsen op eigen terrein beschikbaar gesteld kunnen worden. Indien van toepassing moeten hierbij de berekeningsaantallen voor parkeren op eigen terrein worden toegepast met de geldende omrekenfactor (zie bijlage 5). Onder eigen terrein wordt ook verstaan parkeerplaatsen in de openbare ruimte die, binnen de contouren van het bouwplan, op maaiveld worden gerealiseerd. Resultaat stap 4: het aantal parkeerplaatsen dat op eigen terrein beschikbaar wordt gesteld voor het bouwplan is bepaald en in mindering gebracht op de vastgestelde parkeervraag.
6.3.5 Stap 5: gebruik bestaande private parkeercapaciteit In de directe omgeving van een ontwikkellocatie kan, op het moment dat de geplande functies hun parkeerbehoefte genereren, (gedeeltelijk) ongebruikte private parkeercapaciteit aanwezig zijn. Op het moment dat de vastgestelde parkeereis niet (volledig) op eigen terrein kan worden opgelost, kan worden onderzocht of gebruik van nabijgelegen private parkeervoorzieningen mogelijk is. Deze voorzieningen moeten binnen de maximale loopafstanden van de ontwikkellocatie liggen (zie paragraaf 6.2.5).
21
Nota parkeernormen 2025
Het gebruik van eventuele private parkeerplaatsen dient voor ten minste tien jaar contractueel te worden vastgelegd (inclusief kettingbeding). De initiatiefnemer moet aantonen hoe parkeerders toegang krijgen tot de desbetreffende parkeervoorziening op de vereiste momenten van de dag/week en hoe de beschikbaarheid van de benodigde parkeerplaatsen is gewaarborgd. Resultaat stap 5: het aantal private parkeerplaatsen dat door de initiatiefnemer wordt gekocht of gehuurd om in de parkeervraag te kunnen voorzien is bepaald en in mindering gebracht op de resterende parkeervraag uit stap 4.
6.3.6 Stap 6: gebruik bestaande openbare parkeercapaciteit De situatie kan zich voordoen dat het voor de initiatiefnemer niet mogelijk is om de vastgestelde parkeervraag op eigen terrein op te lossen of door het kopen of huren van private parkeerplaatsen. De initiatiefnemer kan in dit geval onderzoeken of de resterende parkeervraag opgelost kan worden door gebruik te maken van bestaande openbare parkeercapaciteit. Om te voorkomen dat dit leidt tot een ongewenste stijging van de parkeerdruk hanteert de gemeente Papendrecht het uitgangspunt dat de parkeerdruk in de eindsituatie (na afwenteling van de parkeervraag vanuit het bouwplan) maximaal 80% mag zijn. De gemeente wil voorkomen dat dezelfde openbare parkeercapaciteit aan meerdere ontwikkelingen tegelijkertijd beschikbaar wordt gesteld. Om deze reden moet de initiatiefnemer expliciet bij de gemeente verifiëren of er in de omgeving van zijn ontwikkellocatie andere bouwplannen plaatsvinden, ontwikkelingen waarin mogelijk ook gebruik wordt gemaakt van openbare parkeerplaatsen. Om te kunnen beoordelen of gebruik van openbare parkeercapaciteit mogelijk is, is een actueel beeld nodig van de bestaande parkeerdruk in het gebied rondom het bouwplan. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het in kaart brengen van de parkeerdruk.