D04. 20210430 RIB Dagvaarding Chemours, DuPont en Corteva.pdf
Tekst van het document
Aan de leden van de raadscommissie Ruimte
datum behandeld door ons kenmerk doorkiesnummer onderwerp
30 april 2021 M.H. Merkelbach. 2021-0025114 Maissan 14-078 Dagvaarding
Geachte leden van de commissie Ruimte, Donderdag 22 april jl. heb ik u geïnformeerd over de dagvaarding die wij hebben laten betekenen aan Chemours, DuPont en Corteva. Van een commissielid van Commissie Fysiek in Dordrecht is de vraag gekomen de dagvaarding zelf te mogen ontvangen. Om de informatieverstrekking bij de 4 gemeenten gelijkluidend te houden, stuur ik u de dagvaarding in de bijlage mee. In dit document vindt u de juridische opbouw van het dossier en de grondslagen waarop wij deze dagvaarding baseren. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, namens dezen,
Arno Janssen Wethouder VROM, Duurzaamheid, Recreatie & Cultureel Erfgoed
Bijlage: dagvaarding Chemours cs
Heden, de
2021, ten verzoeke van
de publiekrechtelijke rechtspersonen GEMEENTE DORDRECHT, GEMEENTE PAPENDRECHT, GEMEENTE SLIEDRECHT en GEMEENTE MOLENLANDEN, van wie de zetel respectievelijk gevestigd is te Dordrecht, Papendrecht, Sliedrecht en Hoornaar, te dezer zake woonplaats kiezende te Den Haag aan de Bezuidenhoutseweg nr. 57, ten kantore van mrs. E.H.P. Brans en K. Winterink (postbus 11756, 2502 AT), die tot advocaat worden gesteld;
heb ik
GEDAGVAARD:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CHEMOURS NETHERLANDS B.V., geregistreerd in het handelsregister onder nummer 54013445 en waarvan de statutaire zetel is gevestigd te Dordrecht, kantoorhoudende te Dordrecht aan de Baanhoekweg 22, aldaar mijn exploot doende en een afschrift dezes latende aan:
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DU PONT DE NEMOURS (NEDERLAND) B.V., geregistreerd in het handelsregister onder nummer 60725400 en
Alle werkzaamheden worden verricht op grond van een overeenkomst van opdracht met de naamloze vennootschap Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. gevestigd te Den Haag en ingeschreven in het Handelsregister onder nr. 27283716. Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van toepassing, die zijn gedeponeerd ter griffie rechtbank Den Haag onder nr. 36/2020. Daarin is een aansprakelijkheidsbeperking opgenomen. De algemene voorwaarden worden op verzoek toegezonden of zijn te raadplegen op www.pelsrijcken.nl. Kwaliteitsrekening notariaat 21.30.13.495
2/132
waarvan de statutaire zetel is gevestigd te Dordrecht, kantoorhoudende te Dordrecht aan de Baanhoekweg 22, aldaar mijn exploot doende en een afschrift dezes latende aan:
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CORTEVA HOLDING NETHERLANDS 2 B.V., geregistreerd in het handelsregister onder nummer 23026458 en waarvan de statutaire zetel is gevestigd te Bergen op Zoom, kantoorhoudende te Bergen op Zoom aan de Zuid-Oostsingel 24 d, aldaar mijn exploot doende en een afschrift dezes latende aan:
OM:
op woensdag, de 7 juli 2021, des voormiddags te 10.00 uur, niet in persoon, doch vertegenwoordigd door een advocaat, te verschijnen ter terechtzitting van de rechtbank Rotterdam, zittingsplaats Dordrecht, die alsdan en aldaar gehouden zal worden in het Gerechtsgebouw aan de Steegoversloot 36, 3311 PP Dordrecht;
MET DE UITDRUKKELIJKE VERMELDING:
dat van elk van de gedaagden bij verschijning een griffierecht zal worden geheven en dat dit griffierecht verschuldigd is vanaf haar verschijning in het geding en binnen vier weken nadien dient te zijn voldaan;
dat van gedaagden die bij dezelfde advocaat verschijnen en gelijkluidende conclusies nemen of gelijkluidend verweer voeren, op basis van artikel 15 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken slechts eenmaal een gezamenlijk griffierecht wordt geheven;
dat de hoogte van de griffierechten is vermeld in de meest recente bijlage behorend bij de Wet griffierechten burgerlijke zaken, die onder meer is te vinden op de website: http://wetten.overheid.nl/BWBR0028899/;
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
3/132
dat van een persoon die onvermogend is, een bij of krachtens de wet vastgesteld griffierecht voor onvermogenden wordt geheven, indien hij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven heeft overgelegd: 1°
een afschrift van het besluit tot toevoeging, bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan hem zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Wet op de rechtsbijstand, dan wel
2°
een verklaring van het bestuur van de raad voor rechtsbijstand als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel e, van de Wet op de rechtsbijstand waaruit blijkt dat zijn inkomen niet meer bedraagt dan de inkomens, bedoeld in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 35, tweede lid, van die wet;
dat indien een gedaagde niet in het geding verschijnt door advocaat te stellen of het door haar verschijning verschuldigde griffierecht niet tijdig voldoet, en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen, de rechtbank verstek tegen haar zal verlenen en de vordering zal toewijzen, tenzij deze de rechtbank onrechtmatig of ongegrond voorkomt;
dat indien ten minste één van de gedaagden in het geding verschijnt door advocaat te stellen en (tijdig) het door verschijning verschuldigde griffierecht voldoet, en ten aanzien van de niet-verschenen gedaagde of de gedaagde die niet het met verschijning verschuldigde griffierecht (tijdig) heeft voldaan de voorgeschreven formaliteiten en termijnen in acht zijn genomen, tegen laatstgenoemde gedaagde verstek wordt verleend en tussen eiseressen en de overige gedaagde(n) wordt voortgeprocedeerd en er één vonnis wordt gewezen dat als een vonnis op tegenspraak ook ten aanzien van gedaagde(n) tegen wie verstek is verleend zal worden beschouwd;
TENEINDE:
alsdan namens mijn requiranten als eiseressen te horen eis doen op de volgende gronden:
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
4/132
1
Inleiding
1.1
Ten gevolge van de uitstoot door gedaagde sub 3, Corteva Holding Netherlands 2 B.V. (KvK.nr. 23026458, hierna: “Du Pont de Nemours (oud)”)) en door gedaagde sub 1 Chemours Netherlands B.V. (KvK.nr.: 54013445, hierna: “Chemours”) van perfluoroctaanzuur (hierna: PFOA) en de verbindingen FRD-9021, FRD-9032 en E13 (hierna: GenX-stoffen), is een zeer aanzienlijk deel van het grondgebied van eiseressen, waaronder ook grondwater, verontreinigd geraakt. Deze stoffen behoren tot de groep PFAS oftewel polyen perfluoralkylstoffen, en zijn over het algemeen zeer slecht afbreekbaar en mobiel. Zowel PFOA als GenX-stoffen behoren tot de categorie van Zeer Zorgwekkende Stoffen (hierna ook: ZZS-stoffen). Dat zijn stoffen die evident gevaarlijk zijn voor mens en milieu omdat de stoffen bijvoorbeeld kankerverwekkend zijn, de voortplanting belemmeren of zich in de voedselketen ophopen, en met betrekking tot welke op nationaal en Europees niveau is beslist dat deze stoffen moeten worden vervangen of dat de uitstoot ervan moet worden geminimaliseerd.
In de periode van 1967 tot 2012 was Du Pont de Nemours (oud) eigenaar van het fabrieksterrein gelegen aan de Baanhoekweg 22 in Dordrecht (hierna: het Fabrieksterrein) en ontplooide Du Pont de Nemours (oud) de vervuilende activiteiten. In die tijd werd uitsluitend gewerkt met PFOA. Du Pont de Nemours (oud) was in die periode nog genaamd: “Du Pont de Nemours (Nederland) B.V.”
Per 1 januari 2012 heeft een splitsing plaatsgevonden (hierna: de 2012-splitsing) waarbij Du Pont de Nemours (oud) een gedeelte van haar vermogen, waaronder het Fabrieksterrein, afsplitste naar Chemours (die vóór de splitsing was genaamd: “DuPont Transistion B.V.”). Direct na deze splitsing is de statutaire naam van Chemours gewijzigd in: “Du Pont de Nemours (Nederland) B.V.” terwijl de statutaire naam van Du Pont de Nemours (oud) (die tot 1 januari 2012 die naam had) wijzigde in: “DuPont Holding Netherlands B.V.” De statutaire naam “Du Pont de Nemours (Nederland) B.V.” werd dus ten tijde van de 2012-splitsing ‘meegegeven’ aan Chemours als verkrijgende vennootschap. In de loop van 2012, toen Chemours de vervuilende activiteiten op het Fabrieksterrein ontplooide, is de transitie gemaakt naar het gebruik van GenX-stoffen.
1
De volledige naam van FRD-902 is ammonium 2,3,3,3-tetrafluoro-2-(heptafluoropropoxy)-propanoate. Het CAS-nummer is 6203780-3 en het EC-nummer: 700-242-3.
2
De volledige naam van FRD-903 is 2,3,3,3-tetrafluoro-2-(heptafluoropropoxy)propanoic acid. Het CAS-nummer is 13252-13-6 en het EC-nummer is: 236-236-8.
3
De volledige naam van E1 is heptafluoropropyl 1,2,2,2-tetrafluoroethyl ether. Het CAS-nummer is 3330-15-2 en het EC-nummer is 671-353-1.
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
5/132
Vervolgens heeft per 1 januari 2015 opnieuw een splitsing plaatsgevonden (hierna: de 2015-splitsing) waarbij Chemours een gedeelte van haar vermogen afsplitste naar gedaagde sub 2, Du Pont de Nemours (Nederland) B.V. (KvK.nr.: 60725400, hierna: Du Pont de Nemours (nieuw), die vóór de splitsing was genaamd: “DuPont Transition 2 B.V.”). Direct na deze splitsing is deze naam gewijzigd in “Du Pont de Nemours (Nederland) B.V.”, haar huidige naam. De statutaire naam van Chemours wijzigde toen in “Chemours Netherlands B.V.”, haar huidige naam. Ook bij de 2015splitsing werd dus de statutaire naam “Du Pont de Nemours (Nederland) B.V.” meegegeven aan de verkrijgende vennootschap.
Per 1 oktober 2020 wijzigde Du Pont de Nemours (oud) tot slot haar naam in “Corteva Holding Netherlands 2 B.V.” (hierna: Corteva), haar huidige naam.
Met de 2012-splitsing is beoogd om (milieu)aansprakelijkheidsrisico’s die gerelateerd zijn aan de activiteiten die Du Pont de Nemours (oud) vanaf 1967 tot 2012 ontplooide, onder te brengen bij Chemours. Met de 2015-splitsing is kennelijk (geheel duidelijk is dat niet) beoogd om deze (milieu)aansprakelijkheidsrisico’s en de (milieu)aansprakelijkheidsrisico’s die zijn ontstaan in de periode dat Chemours de activiteiten ontplooide, achter te laten bij Chemours. Ook na 2015 is Chemours de vervuilende activiteiten blijven ontplooien. Zie hiervoor uitgebreider paragraaf 3.1 en verder.
1.2
De Gemeenten gebruiken in het navolgende de volgende namen.
Chemours (KvK.nr. 54013445) en Du Pont de Nemours (Oud) (KvK.nr.: 23026458) zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als Chemours/Du Pont. Chemours (KvK.nr. 54013445) en Du Pont de Nemours (Nieuw) KvK.nr.: 60725400) zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als Chemours c.s.
1.3
De uitstoot van PFOA en GenX-stoffen, die over een zeer lange periode heeft plaatsgevonden en ten dele nog steeds plaatsvindt, heeft verontreiniging veroorzaakt van de leefomgeving van de inwoners van de gemeenten Dordrecht, Papendrecht, Sliedrecht en Molenlanden (Gemeenten). Deze emissie en de daardoor veroorzaakte verontreiniging heeft, gezien de milieu- en gezondheidsrisico’s die verbonden zijn aan PFOA en GenXstoffen, geleid en leidt nog steeds tot een grote onrust bij de inwoners van de Gemeenten en
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
6/132
– gezien de taken die de Gemeenten hebben op het gebied van volksgezondheid en milieu – bij de Gemeenten. Daarnaast constateren de Gemeenten dat de emissie van deze stoffen heeft geleid en leidt tot een aantasting van percelen die bij hen in eigendom zijn. Deze zijn verontreinigd geraakt en Chemours/Du Pont hebben nagelaten deze verontreiniging ongedaan te maken.
1.4
Als gevolg van de vorenbedoelde onrust bij de bevolking hebben de Gemeenten het RIVM en diverse andere deskundigen verzocht onderzoek te doen naar de risico’s van de uitstoot van PFOA (tevens bekend als C-8) en GenX-stoffen voor omwonenden van Chemours/Du Pont en de omvang van de verspreiding ervan in het gebied waar Chemours/Du Pont zijn gevestigd. Zo is er bloedonderzoek gedaan, is beoordeeld waar als gevolg van de uitstoot van deze stoffen er depositie heeft plaatsgevonden en een verontreiniging van de bodem, grondwater en oppervlaktewateren is veroorzaakt, is het water bemonsterd dat inwoners gebruiken voor de irrigatie van volkstuinen, zijn de gewassen die worden geteeld in deze volkstuinen onderzocht op de aanwezigheid van PFOA en GenX-stoffen en is onderzocht of PFOA en GenX-stoffen aanwezig zijn in eieren, melk, kaas en andere producten die uit het gebied nabij Chemours/Du Pont komen, uit de Alblasserwaard4. Voorts zijn er met betrekking tot de blootstelling aan PFOA en GenX-stoffen risico-inschattingen gemaakt en zijn er humane risico-grenzen afgeleid. Het is op basis van deze RIVM-onderzoeken en de onderzoeken die door anderen – veelal in vervolg hierop – zijn verricht, waaronder het Expertisecentrum PFAS, evident dat de uitstoot door Chemours/Du Pont van PFOA en GenX-stoffen tot een zeer aanzienlijk probleem heeft geleid en leidt voor de Gemeenten en haar inwoners.
1.5
De Gemeenten lijden als gevolg van de uitstoot door Chemours/Du Pont een aanzienlijke schade. Zo zijn percelen grond die in eigendom zijn van de Gemeenten verontreinigd geraakt, blijkt het niet meer mogelijk te zijn om grond die binnen de Gemeenten vrijkomt vanwege bouw- of andere werkzaamheden zonder meer naar buiten de Gemeenten te verplaatsen, hetgeen leidt tot stagnatie en de noodzaak grond op te slaan, en hebben de Gemeenten aanzienlijke onderzoeks- en andere kosten gemaakt die niet hadden behoeven te worden gemaakt als Chemours/Du Pont geen of veel minder PFOA en GenX-stoffen hadden geëmitteerd. Daarvan zou in ieder geval sprake zijn geweest, zo is aannemelijk, indien Chemours/Du Pont het bevoegd gezag en de Gemeenten expliciet, ondubbelzinnig en tijdig hadden gewaarschuwd voor de negatieve gevolgen van deze stoffen, hetgeen is nagelaten. Met de categorie andere kosten zijn onder meer de kosten bedoeld die de Gemeenten hebben gemaakt vanwege de enorme ambtenareninzet die de uitstoot door Chemours/Du Pont van deze stoffen vereist alsook kosten van communicatie met de inwoners van de Gemeenten vanwege de zorgen die bij de bewoners zijn ontstaan vanwege de uitstoot.
4
Ter zake van het laatste verwijzen de Gemeenten naar het advies van NVWA over de chemische stoffen PFOA en GenX in voedsel, 16 juli 2019 (te raadplegen via: https://www.nvwa.nl/documenten/consument/eten-drinken-roken/overigevoedselveiligheid/risicobeoordelingen/advies-van-buro-over-de-chemische-stoffen-pfoa-en-genx-in-voedsel). De overige in deze paragraaf genoemde onderzoeken worden elders in deze dagvaarding besproken.
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
7/132
1.6
Met deze dagvaarding wensen de Gemeenten vastgesteld te krijgen dat Chemours/Du Pont, en/of Du Pont de Nemours (Nieuw) onrechtmatig jegens hen hebben gehandeld en handelen door de uitstoot van PFOA en GenX-stoffen en door na te laten maatregelen te nemen gericht op de ongedaanmaking van de hierdoor veroorzaakte verontreiniging. Daarnaast wensen de Gemeenten de kosten te verhalen die zijn en worden gemaakt vanwege de uitstoot van PFOA en GenX-stoffen en de veelal ingrijpende gevolgen ervan voor de Gemeenten en haar inwoners. Kosten die niet hadden behoeven te worden gemaakt indien: -
Chemours/Du Pont geen of veel minder PFOA en GenX-stoffen hadden geëmitteerd dan waarvan sprake is geweest; Chemours/Du Pont expliciet, ondubbelzinnig en tijdig hadden gewaarschuwd voor de negatieve gevolgen van deze stoffen, hetgeen is nagelaten, waardoor voor de Gemeenten niet de mogelijkheid heeft bestaan om schadebeperkende maatregelen te nemen; Chemours/Du Pont en/of Du Pont de Nemours (Nieuw) de door hen veroorzaakte verontreiniging tijdig hadden opgeruimd.
-
-
De Gemeenten wensen derhalve ook schadeloos gesteld te worden voor de schade die is en wordt geleden.
1.7
Eiseressen werken het voorgaande hierna nader uit, aan de hand van de navolgende inhoudsopgave:
[Zie volgende pagina]
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
8/132
1
INLEIDING
3
2
ACHTERGROND EN FEITEN
8
A. Inrichting Baanhoekweg Dordrecht
8
A.1 Exploitant Teflonfabriek en uitstoot PFOA en GenX-stoffen in Dordrecht
8
A.2 Milieuvergunningen Inrichting
10
A.3 Aansprakelijkheid E.I. Du Pont de Nemours and Company, Verenigde Staten
13
A.4 Informeren bevoegd gezag over risico’s van PFOA en GenX-stoffen
15
B. (Potentieel) Zeer Zorgwekkende Stoffen
21
C. Omvang uitstoot PFOA en GenX-stoffen in Dordrecht en omgeving
24
C.1 Omvang uitstoot PFOA
24
C.2 Omvang uitstoot GenX-stoffen
26
D. Gevolgen uitstoot PFOA en GenX-stoffen voor mens en milieu in Dordrecht en omgeving 28 D.1 Volksgezondheid
28
D.2 Verontreiniging grond met PFOA en/of GenX-stoffen
32
D.3 Verontreiniging grondwater met PFOA en GenX-stoffen
37
D.4 PFOA en GenX-stoffen in grond en grondwater zijn afkomstig uit de Inrichting van Chemours/Du Pont 39 D.5 Schade
47
E. Normenkader PFOA en GenX-stoffen
47
E.1 PFOA en GenX-stoffen zijn niet-genormeerde stoffen
47
E.2 Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging PFOA in grond en grondwater
48
E.3 Indicatieve Niveaus Ernstige Verontreiniging GenX-stoffen voor grond en grondwater
48
E.4 Tijdelijk handelingskader toepassen PFOA-houdende grond
49
E.5 Tijdelijk handelingskader toepassen GenX-houdende grond
50
E.6 Handreiking toepassing van PFOA houdende grond Zuid-Holland Zuid
51
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
9/132
E.7 Nieuwe gezondheidskundige grenswaarde van EFSA
52
F. Verzoek om vergoeding kosten / aansprakelijkstelling
53
G. Bestuursrechtelijke handhaving
55
3
56
JURIDISCH KADER
H. Grondslag
56
I. Vennootschapsrechtelijke situatie
56
I.1 De Afsplitsing-2012 en de Afsplitsing-2015
56
I.2 Vermogensbestanddelen die wel/niet overgaan op verkrijgende vennootschap
58
J. Artikel 6:175 BW
62
J.1 Risicoaansprakelijkheid PFOA en GenX-stoffen
62
J.2 Overgangsrecht art. 6:175 BW
64
J.3 Samenloop artikel 6:175 BW en artikel 6:162 BW
66
K. Artikel 6:162 BW
66
K.1 Toerekenbaar onrechtmatig handelen jegens Gemeenten
66
K.2 Vergunning vrijwaart niet van aansprakelijkheid
70
K.3 Kennis Chemours/Du Pont gevaar PFOA en GenX-stoffen voor mens en milieu
72
K.4 Toerekenen kennis DuPont VS aan Chemours/Du Pont
84
K.5 Schade
92
K.6 Causaal verband
97
K.7 Relativiteit
97
4
VORDERING
97
5
VERWEREN CHEMOURS/DU PONT EN DU PONT DE NEMOURS (NIEUW) EN WEERLEGGING VAN DEZE VERWEREN 98
L. Verweren Chemours/Du Pont en Du Pont de Nemours (Nieuw)
98
L.1 Verweren
98
M. Weerlegging verweren
99
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
10/132
M.1 Vennootschapsrechtelijke splitsing beperkt relevant
99
M.2 Vergunning vrijwaart niet van aansprakelijkheid
99
M.3 Doorkruisingsleer
100
M.4 Onvoldoende concreet zijn verwijten Gemeenten
100
M.5 Verjaring
101
6
102
BEWIJSAANBOD
PRODUCTIELIJST
2
105
Achtergrond en feiten A. Inrichting Baanhoekweg Dordrecht A.1 Exploitant Teflonfabriek en uitstoot PFOA en GenX-stoffen in Dordrecht
2.1
Op het Fabrieksterrein aan de Baanhoekweg 22 te Dordrecht, kadastraal bekend gemeente Dordrecht, sectie R, nummer 1838, is in 1959 een inrichting voor een chemische fabriek opgericht (Inrichting). Binnen de Inrichting bevinden zich sinds 1967 een of meer fabrieken of installaties waarin Teflon PFTE, Teflon FEP en Viton wordt geproduceerd (Teflonfabriek). Binnen de Inrichting zijn tevens onder meer een formaldehydefabriek en een Delrinfabriek aanwezig.
De Inrichting in Dordrecht is, zo meldt de website van Chemours, een grote producent van Teflon PFTE, Teflon FEP en Viton. Het is, zo meldt de website, “de belangrijkste productielocatie in Europa voor fluoropolymeren zoals Teflon™ en Viton™.”5
2.2
In de periode 1967 – 2015 exploiteerden Du Pont de Nemours (oud), en vervolgens haar rechtsopvolger, de Inrichting waaronder de aldaar aanwezige Teflonfabriek, de formaldehydefabriek en de Delrinfabriek. Du Pont de Nemours (oud) exploiteerde de Inrichting tot 1 januari 2012, waarna haar rechtsopvolger DuPont Transition B.V., KvK.nr.: 54013445, waarvan de naam is gewijzigd in Du Pont de Nemours (Nederland) B.V. en later in Chemours Netherlands
5
Zie: https://www.chemours.com/en/about-chemours/global-reach/dordrecht.
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
11/132
B.V., de exploitatie heeft overgenomen. Het voorgaande wordt achter randnummer 3.10 middels een schema inzichtelijk gemaakt. 2.3
Du Pont de Nemours (oud) heeft een deel van de activiteiten binnen de inrichting, te weten de activiteiten van het bedrijfsonderdeel “Performance Chemicals” – waaronder “fluoroproducts” –, begin 2012 afgestoten en in een nieuw, zelfstandig, bedrijf ondergebracht: Chemours. Sinds 2012 is Chemours eigenaar van het grootste deel van het Fabrieksterrein, waaronder van de Teflonfabriek, en ook exploitant van onder meer de Teflonfabriek. De formaldehydefabriek en de Delrinfabriek worden, voor zover de Gemeenten begrijpen, geëxploiteerd door Du Pont de Nemours (Nieuw). Er zijn derhalve op dit moment binnen de Inrichting meerdere bedrijven actief.
2.4
Vanaf 1967 tot oktober 2012 hebben Du Pont de Nemours (Oud) en haar rechtsopvolger Chemours – als hulpmiddel bij de productie van verschillende fluorverbindingen (te weten fluorpolymeren, -homopolymeren/-copolymeren en fluorelastomeren) in onder meer de Teflonfabriek gebruik gemaakt van de hulpstof PFOA.6 Als gevolg daarvan is PFOA naar de lucht en het water geëmitteerd. Voornoemde fluorhoudende kunststoffen worden onder verschillende namen op de markt gebracht, waaronder Teflon en Viton.7 Het gebruik van PFOA is beëindigd omdat PFOA sinds 2013 op Europees niveau is aangemerkt als een Zeer Zorgwekkende Stof (ZZS).
Overigens vinden er nog steeds lozingen plaats van PFOA. De PFOA wordt niet geëmitteerd naar de lucht, maar komt via door Chemours geloosd afvalwater in het milieu terecht. Zie in deze zin Rb. Den Haag 9 november 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:11719, inzake een aan Chemours opgelegde last onder dwangsom. De onderhavige procedure ziet alleen op de emissie via de lucht van PFOA (en van GenX-stoffen).
2.5
Ter vervanging van PFOA bij de productie van fluorhoudende kunststoffen, waaronder Teflon, is de GenX-technologie ontwikkeld. E.I. Du Pont De Nemours and Company, gevestigd in de Verenigde Staten van Amerika, is ter zake van het gebruik ervan sinds begin 2011 rechthebbende van een Europees octrooi (productie G.1). Deze technologie wordt sinds eind 2012 gebruikt bij de productie van de fluorhoudende kunststoffen binnen de Inrichting en wordt nog steeds binnen de Inrichting gebruikt. Bij de GenX-technologie zijn de hulpstoffen FRD-902, (ammoniumzout), FRD-903 (zuur) en E1 benodigd. Van de GenXstoffen die worden gebruikt tijdens het productieproces binnen de Inrichting, worden de 6
Zie nader over het productieproces het rapport van de Inspectie ZSW ‘PFOA en DMAC in de productie van Teflon en Lycra bij DuPont (1964–2012), Nota van Bevindingen – Feitenonderzoek ten behoeve van lessen voor de toekomst’, juni 2017, para. 2.1.2. Het rapport is als bijlage bij Kamerbrief TK 2016-2017, 25 883, nr. 294, toegezonden aan de Tweede Kamer (productie G.68).
7
Idem, blz. 8-10 (productie G.68).
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
12/132
stoffen FRD-903 (naar de lucht en het water) en E1 (naar de lucht) geëmitteerd.8 GenXstoffen zijn op 2 februari 2018 op nationaal niveau aangemerkt als een potentiële ZZS en zijn op 26 juni 2019 op Europees niveau aangemerkt als een ZZS.
2.6
De uitstoot van PFOA, maar ook van GenX-stoffen, heeft invloed gehad en heeft nog steeds invloed op de omgeving van de Inrichting. Voordat nader in wordt gegaan op de gevolgen van de uitstoot van deze stoffen, wordt eerst ingegaan op de aan Chemours/Du Pont verleende vergunningen en de daaraan voorafgaande vergunningaanvragen. Niet alleen zal worden ingegaan op de vraag wat Chemours/Du Pont op basis van de verleende vergunningen mochten emitteren, maar ook of Chemours/Du Pont in de vergunningaanvragen kenbaar hebben gemaakt aan het bevoegd gezag – Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland – dat PFOA en GenX-stoffen stoffen zijn die milieu- en gezondheidsrisico’s kennen. Iets wat voor PFOA voor Chemours/Du Pont in ieder geval al in 1981 kenbaar was en voor GenX-stoffen in 2010.
A.2 Milieuvergunningen Inrichting 2.7
Voor zover de Gemeenten kunnen nagaan beschikken Chemours/Du Pont sinds 1967 in Dordrecht over een (of meerdere) fabrieken, installaties en/of afdeling(en) voor het vervaardigen van Teflon. Bij de productie van Teflon is PFOA als dispergeermiddel gebruikt. PFOA is bij de productie van Teflon inmiddels (grotendeels) vervangen door GenX-stoffen. Zie: TNO-rapport Archiefonderzoek historische emissies DuPont Dordrecht van 2 januari 2017, blz. 8 (productie G.2).
2.8
Op respectievelijk 2 juli 1967, 6 december 1988, 26 juni 1992, 25 november 1994, 23 oktober 1996, 6 november 1998, 3 oktober 2013 en 18 april 2017 zijn vergunningen voor de emissie van PFOA door het bevoegd gezag aan Chemours/Du Pont verleend. Zie:
8
-
de vergunning van 2 juli 1967 zoals verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht aan Du Pont de Nemours (Oud) (productie G.3);
-
de vergunning van 6 december 1988 zoals verleend door gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland aan Du Pont de Nemours (Oud) (productie G.4);
-
de vergunning van 26 juni 1992 zoals verleend door gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland aan Du Pont de Nemours (Oud) (productie G.5);
Zie Rechtbank Den Haag 28 juni 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:7464.
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
13/132
2.9
-
de vergunning van 25 november 1994 zoals verleend door gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland aan Du Pont de Nemours (Oud) (productie G.6);
-
de vergunning van 23 oktober 1996 zoals verleend door gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland aan Du Pont de Nemours (Oud) (productie G.7);
-
de vergunning van 6 november 1998 zoals verleend door gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland aan Du Pont de Nemours (Oud) (productie G.8), en;
-
de vergunning van 3 oktober 2013 zoals verleend door gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland aan Du Pont de Nemours (productie G.9).
Het bevoegd gezag is daarbij uitgegaan van de door Chemours/Du Pont aangeleverde informatie in de vergunningsaanvragen. Het is immers, zo heeft de Rechtbank Den Haag in zijn uitspraak van 9 november 2020 over een aan Chemours opgelegde last onder dwangsom overwogen, “de verantwoordelijkheid van de aanvrager (…) om alle gegevens en bescheiden te verschaffen die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Het bevoegd gezag moet op basis van die gegevens en bescheiden kunnen beoordelen of de activiteit negatieve gevolgen heeft voor het milieu en of deze voldoende beperkt kunnen worden.”9 (toev. adv.)
2.10
Zoals uit randnummers 3.63-3.95 van deze dagvaarding volgt, waren Chemours/Du Pont ten tijde van het aanvragen van de vorengenoemde vergunningen bekend of behoorden bekend te zijn met de risico’s voor mens en milieu van PFOA en GenX-stoffen. Dit heeft Chemours/Du Pont er echter niet toe bewogen om het bevoegd gezag op deze risico’s te wijzen. Achter randnummers 2.25 e.v. van deze dagvaarding wordt nader op het voorgaande ingegaan. Overigens hebben Chemours/Du Pont ook nagelaten de Gemeenten, die onder de rook van de Inrichting liggen, te wijzen op de risico’s van de emissie van PFOA en later GenX-stoffen.
2.11
Later, toen het bevoegd gezag bekend werd met de risico’s van PFOA en GenX-stoffen, hebben Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland meermaals besloten de voorschriften die verband houden met GenX-stoffen ambtshalve te wijzigen. Naar aanleiding van het RIVM rapport 'Evaluation of substances used in the GenX technology by Chemours, Dordrecht' van
9
Rechtbank Den Haag 9 november 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:11719, r.o. 7.5.
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
14/132
2016 (productie G.10) hebben Gedeputeerde Staten bij besluit van 18 april 2017 (verzonden op 21 april 2017) de toegestane emissie van GenX-stoffen door Chemours verlaagd.
Zie de vergunning van 18 april 2017 zoals verleend namens de Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland aan Chemours (productie G.11)
2.12
In het kader van het vaststellen van Best Beschikbare Techniek voor de Inrichting heeft het bevoegd gezag op 18 april 2018 aan McDermott (voorheen CB&I) te Den Haag opdracht gegeven voor het uitvoeren van een techno-economische studie naar de mogelijkheden voor de reductie van de emissie van organische fluorverbindingen bij de Inrichting. Op 14 december 2018 verscheen het rapport "Techno-economische studie voor een totaal concept voor de potentiële reductie van emissie van fluoro-componenten" van McDermott. In deze studie geeft McDermott aan hoe met behulp van geavanceerde technologieën de emissies van FRD en overige organische fluorcomponenten naar lucht en water kosteneffectief met meer dan 95 % gereduceerd kunnen worden. De studie spitst zich toe op de productie van fluor chemicaliën bij de Inrichting. Het bevoegd gezag kwam de opvatting toe dat de technologieën die in dit rapport zijn beschreven op termijn bij de Inrichting toegepast kunnen worden.
2.13
Gezien het feit dat er nieuwe technische mogelijkheden beschikbaar zijn gekomen om de emissie van zeer zorgwekkende stoffen bij de Inrichting verder te reduceren, heeft het bevoegd gezag de voorschriften van de omgevingsvergunning van Chemours/Du Pont aangescherpt en hieraan maatwerkvoorschriften verbonden. De emissies van FRD-903 en E1 naar de lucht die uit puntbronnen vrijkomen tijdens reguliere en bijzondere bedrijfsomstandigheden zijn middels een besluit van het bevoegd gezag van 16 december 2019 in twee stappen verder teruggebracht.
Zie: de beschikking jegens Chemours van 16 december 2019 namens Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland (productie G.12).
NB: De emissie naar de lucht van FRD bestaat vrijwel geheel uit gasvormig FRD903. Er kunnen echter ook zeer kleine hoeveelheden FRD-902 gebonden aan stof of als aerosol vrijkomen. Bij analyse van gasvormige stromen kan geen onderscheid gemaakt worden tussen FRD-902 en FRD 903. Daarom wordt in dit besluit met betrekking tot emissies naar de lucht uitsluitend over FRD-903 gesproken (productie G.12, p. 36).
2.14
Tegen het besluit van 16 december 2019 heeft Chemours beroep ingesteld en de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag verzocht om een voorlopige voorziening
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
15/132
te treffen. De voorzieningenrechter heeft in deze procedure geoordeeld dat het voor Chemours niet mogelijk is om tijdig aan de tweede stapsgewijze vermindering van de toegestane emissies van FRD-903 en E1 naar de lucht te voldoen. Chemours kan daar pas één jaar na het van kracht worden van een destijds nog niet verleende omgevingsvergunning aan voldoen. De voorzieningenrechter heeft daarom bij wijze van voorlopige voorziening de voorschriften voor de emissies van FRD-903 en E1 naar de lucht, voor zover daarin emissiegrenswaarden zijn opgenomen voor de tweede stapsgewijze vermindering van de toegestane emissies van FRD-903 en E1 naar de lucht, geschorst tot zes weken na de uitspraak in de bodemprocedure. Voor zover de Gemeenten hebben kunnen nagaan is er nog geen uitspraak gewezen in de bodemprocedure.
Zie Rb Den Haag 23 juni 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:6068, r.o. 4.1-4.8.
A.3 Aansprakelijkheid E.I. Du Pont de Nemours and Company, Verenigde Staten 2.15
Voordat nader wordt ingegaan op de achtergronden van deze procedure alsook de vorderingen van de Gemeenten en de rechtsgrondslagen waarop zij deze baseren, schetsen de Gemeenten in het navolgende de bredere context van de onderhavige procedure. De procedure is namelijk niet de enige procedure die vanwege het gebruik en de emissie van PFOA (en GenX-stoffen) naar water en lucht is en wordt gevoerd in de wereld. Zo zijn er in de Verenigde Staten, tegen het moederbedrijf van Chemours/Du Pont, E.I. Du Pont de Nemours and Company (DuPont VS), meer dat 3.500 procedures aanhangig gemaakt. Deze hebben geresulteerd in een schikking met DuPont VS van $ 670,7 miljoen (productie G.13).
50% van dit bedrag is betaald door DuPont VS en 50% door The Chemours Company International, LLC (Chemours VS), een afsplitsing van DuPont VS waarin DuPont VS de aan haar historische activiteiten gerelateerde milieuaansprakelijkheidrisico’s heeft ondergebracht. De splitsing heeft plaatsgevonden in 2015.
Zie in deze zin US Court of Chancery of the State of Delaware, 13 augustus 2019, C.A. No. 2019-0351-SG, (Chemours Company v. DowDuPont en E.I. Du Pont de Nemours and Company c.s.), rov. 1.10
In Nederland heeft een (grotendeels) vergelijkbare splitsing plaatsgevonden. Hierop zal achter randnummers 3.3 e.v. van deze dagvaarding in worden gegaan.
10
Te raadplegen via: https://www.chemours.com/en/-/media/files/corporate/fayetteville-works/chemours-amended-complaint.pdf.
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
16/132
2.16
In één van de uitspraken die heeft geleid tot de bovengenoemde schikking is onder meer het navolgende opgenomen, waarbij de Gemeenten volledigheidshalve opmerken dat de in onderstaand citaat genoemde C-8, PFOA is:
Zie U.S. District Court Southern District of Ohio Eastern Division, 1 oktober 2015, C.A. 2:13-CV-0170 (Bartlett v. E.I. Du Pont de Nemours and Company), p. 10 (productie G.14).
2.17
Verder is relevant te vermelden dat DuPont VS in 2005, in het kader van een schikking, een boete van meer dan $ 10 miljoen heeft betaald aan de US Environmental Protection Agency (US EPA) vanwege:
“failing to report information about the health and environmental risks of a substance used in making Teflon and other plastics.”
Zie: The New York Times 15 december 2015, DuPont to Pay $16.5 Million for Unreported Risks (productie G.15).11
2.18
Dit volgt ook uit de ‘Consent Agreement and Proposed Final Order to Resolve DuPont’s Alleged Failure to Submit Substantial Risk Information Under the [1976] Toxic Substances Control Act (TSCA) [..]’, gedateerd 14 december 2005 en gepubliceerd door EPA (productie G.16).12 Uit het document volgt dat DuPont VS de volgende verwijten wordt gemaakt:
11
https://www.nytimes.com/2005/12/15/politics/dupont-to-pay-165-million-for-unreported-risks.html?smid=em-share.
12
https://www.epa.gov/sites/production/files/2013-08/documents/eabmemodupontpfoasettlement121405.pdf.
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
17/132
Zie US EPA, Consent Agreement and Proposed Final Order to Resolve DuPont’s Alleged Failure to Submit Substantial Risk Information Under the [1976] Toxic Substances Control Act (TSCA) [..], 14 december 2005, p. 5 (productie G.16).13 Zie verder ook p. 6 van dit document.
2.19
Deze schikking is overigens slechts één van de schikkingen die US EPA vanwege de emissie door DuPont VS van PFOA met DuPont VS is aangegaan. Zie in deze zin: US EPA, E.I. DuPont de Nemours and Company PFOA Settlements, 14 december 201514
13
Idem.
14
https://www.epa.gov/enforcement/ei-dupont-de-nemours-and-company-pfoa-settlements.
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
18/132
2.20
Op 21 januari 2021 heeft The Chemours Company (Chemours VS) een persbericht geplaatst over een ‘cost sharing arrangement’ tussen DuPont VS, Chemours VS en Corteva VS. De overeenkomst betreft een bindend ‘memorandum of understanding’, met daarin een kostenverdelingsregeling voor (mogelijke) toekomstige PFAS-aansprakelijkheden die voortvloeien uit gedragingen van vóór 1 juli 2015. Chemours VS meldt dat met de cost sharing arrangement DuPont VS en Corteva VS enerzijds en Chemours VS anderzijds instemmen met een escrow-rekening om mogelijke toekomstige PFAS-aansprakelijkheden te dragen. Met de overeenkomst is ruim vijf miljard dollar gemoeid (productie G.17).
2.21
Het voorgaande is uiteraard van belang voor de onderhavige procedure. Er volgt uit dat het moederbedrijf van de in Dordrecht gevestigde Chemours/Du Pont, DuPont VS, heeft nagelaten het bevoegd gezag en de omgeving van de inrichting waar PFOA werd gebruikt te informeren over de risico’s ervan voor mens en milieu, en om maatregelen te nemen gericht op het tegengaan van deze risico’s en het stopzetten van het gebruik van PFOA, terwijl de risico’s van de emissie ervan naar het milieu voorzienbaar waren. Dit terwijl het hier gaat om, zo volgt uit bovengenoemde uitspraak,
“known and forseeable risks”.
Zie U.S. District Court Southern District of Ohio Eastern Division, C.A. 2:13-CV-0170 (Barlett v. E.I. Du Pont de Nemours and Company), p. 10 (productie G.14).
2.22
Daar komt nog bij dat Chemours in Dordrecht heeft geweigerd één van de in opdracht van de Gemeenten uitgevoerde gezondheidsonderzoeken te bekostigen en ook weigert maatregelen te nemen om de in de Gemeenten aanwezige PFOA verontreiniging op te ruimen. Hetzelfde geldt voor de recent veroorzaakte verontreiniging met GenX-stoffen.
2.23
De Gemeenten zullen het voorgaande hierna uitwerken.
A.4 Informeren bevoegd gezag over risico’s van PFOA en GenX-stoffen 2.24
Uit het voorgaande kan worden opgemaakt dat DuPont VS weinig proactief heeft gehandeld, ook waar het betreft het informeren van het bevoegd gezag in de Verenigde Staten van Amerika ter zake van de risico’s waaraan mens en milieu vanwege de emissie van PFOA werden blootgesteld. Onderstaand zal blijken dat het met het dochterbedrijf in Dordrecht Chemours/Du Pont - weinig anders is, zowel ten aanzien van de risico’s van PFOA als ten aanzien van GenX-stoffen.
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
19/132
2.25
PFOA Chemours/Du Pont beschikken sinds 1967 in Dordrecht over een (of meerdere) fabrieken, installaties en/of afdeling(en) voor het vervaardigen van Teflon. Lange tijd hebben Chemours/Du Pont over de (potentiële) risico’s van PFOA gezwegen tegenover het bevoegd gezag. Gemeenten verwijzen hier ter illustratie naar de navolgende documenten:
- beschikbare documenten uit het Regionaal Archief Dordrecht over de Hinderwetvergunning 1967 van Du Pont de Nemours (Oud) (productie G.3); - vergunningaanvraag, ingediend door Du Pont de Nemours (Oud) d.d. 11 juli 1986 (productie G.18); - vergunningaanvraag, ingediend door Du Pont de Nemours (Oud) d.d. 30 oktober 1991 (productie G.19); - vergunningaanvraag, ingediend door Du Pont de Nemours (Oud) d.d. 20 juni 1994 (productie G.20) - vergunningaanvraag, ingediend door destijds Du Pont de Nemours (Oud) d.d. 7 december 1995 (productie G.21), en; - vergunningaanvraag, ingediend door Du Pont de Nemours (Oud) d.d. 2 maart 1998 (productie G.22).
2.26
Du Pont de Nemours (Oud) heeft tot 1994 in géén van de vergunningaanvragen die tot verlening van de achter randnummer 2.8 van deze dagvaarding genoemde milieuvergunningen hebben geleid, dan wel in de overige ingediende verzoeken, het bevoegd gezag geïnformeerd over de specifieke (potentiële) gevaren voor mens en milieu van PFOA.
2.27
Pas in de vergunningaanvraag van 1994 heeft Du Pont de Nemours (Oud) aanstalten gemaakt om op de negatieve eigenschappen van PFOA te wijzen. In een bijlage bij de vergunningaanvraag van Du Pont de Nemours (Oud) van 20 juni 1994 wordt door Du Pont de Nemours (Oud) voor het eerst op de nadelen van PFOA gewezen. Du Pont de Nemours (Oud) stelt dat zij:
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
20/132
Zie productie G.20, vergunningaanvraag 20 juni 1994, p. 1 van de bijlage.
2.28
Du Pont de Nemours (Oud) wijst echter nauwelijks op de risico’s van het gebruik van PFOA voor mens en milieu. Zij volstaat in 1994 met de volgende passages in een bijlage bij de aanvraag:
Zie productie G.20, vergunningaanvraag 20 juni 1994, p. 1 van de bijlage
[…]
Zie productie G.20, vergunningaanvraag 20 juni 1994, p. 2 van de bijlage.
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
21/132
2.29
In de daaropvolgende vergunningaanvraag van 7 december 1995 (productie G.21) wordt – wederom – gezwegen over de risico’s van PFOA. Ook in de vergunningaanvraag van 25 februari 1998 is het bevoegd gezag nauwelijks – c.q. onvoldoende – gewezen op de risico’s van PFOA. Pas op pagina 227 van de vergunningaanvraag 25 februari 1998, wijst Du Pont de Nemours (Oud) met de navolgende summiere alinea op de risico’s van PFOA:
Zie productie G.22, vergunningaanvraag 25 februari 1998, p. 227.
2.30
Uit hetgeen achter randnummers 3.63-3.95 van deze dagvaarding wordt opgemerkt, volgt echter dat Du Pont de Nemours (Oud) ruim vóór 1994 wist of behoorde te weten dat PFOA schadelijk is voor mens en milieu. Du Pont de Nemours (Oud) heeft tot 1994 nagelaten om op de risico’s van PFOA te wijzen en na 1994 nagelaten toereikende informatie te verschaffen.
GenX-stoffen 2.31
Net als bij PFOA, hebben Chemours/Du Pont lange tijd gezwegen over de risico’s van GenXstoffen. Zoals achter randnummers 3.70 e.v. van deze dagvaarding is uiteengezet, was de (Amerikaanse) moedermaatschappij van Chemours/Du Pont al vroegtijdig bekend met (potentiële) risico’s van GenX-stoffen. In 2010 benoemde DuPont VS, de (Amerikaanse) moedermaatschappij van Chemours/Du Pont, in een verslag dat de biologische afbreekbaarheid van GenX-stoffen nihil is (zie randnummer 3.72).
2.32
Ondanks de constatering dat GenX-stoffen niet biologisch afbreekbaar zijn, licht Chemours – destijds handelend onder de handelsnaam Du Pont de Nemours (Nederland) B.V. – de keuze voor GenX-stoffen in Dordrecht toe door in een vergunningsaanvraag uit 2013 te stellen dat:
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
22/132
Zie de Revisieaanvraag d.d. 29 maart 2013, algemene inleiding p. 9 (productie G.23).
En:
Zie de Revisieaanvraag d.d. 29 maart 2013, deel 2 activiteiten, p. 125 (productie G.23) (arcering adv.).
2.33
Chemours/Du Pont hebben nagelaten om het bevoegd gezag op de risico’s van GenX-stoffen te wijzen waarmee Chemours/Du Pont bekend waren of behoorden te zijn. Door het onjuist en onvolledig informeren van gedeputeerde staten van Zuid-Holland hebben Chemours/Du Pont het bevoegd gezag weerhouden van het maken van een volledig geïnformeerde belangenafweging.
2.34
Bij de beoordeling van de hierboven genoemde vergunningaanvragen, is door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland steeds getoetst aan de ten tijde van deze beoordeling en vergunningverlening geldende wet- en regelgeving, naar de op dat moment beschikbare kennis en informatie. Waar mogelijk zijn steeds ook voorschriften gesteld ter voorkoming en beperking van de nadelige gevolgen van de Inrichting voor het milieu – waaronder bijvoorbeeld voorschriften gericht op de toepassing van de beste beschikbare technieken (BBT).
Zie:
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
23/132
-
de vergunning van 3 oktober 2013 zoals verleend door gedeputeerde staten van Zuid-Holland aan Chemours – destijds handelend onder de handelsnaam Du Pont de Nemours (Nederland) B.V. – (productie G.9);
-
de vergunning van 18 april 2017 zoals verleend namens gedeputeerde staten van Zuid-Holland aan Chemours (productie G.11), en;
-
de beschikking jegens Chemours van 16 december Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland (productie G.12).
2019
namens
2.35
De hierboven genoemde ambtshalve wijzigingen door Gedeputeerde Staten van ZuidHolland van de vergunningen zoals verleend aan Chemours/Du Pont, zijn dan ook telkens ingegeven door de wens om specifieke (mogelijke) nadelige gevolgen voor het milieu van emissies door de Inrichting die op dat moment bij GS bekend werden, te voorkomen en/of te beperken. In dat kader is van belang op te merken dat Gedeputeerde Staten van ZuidHolland daarvóór niet bekend waren met de risico’s van PFOA zoals die sinds uiterlijk begin van de jaren ’80 van de vorige eeuw bij Chemours/Du Pont bekend waren en eerder bekend moeten worden geacht.
2.36
De Gemeenten wijzen op hetgeen hierover wordt opgemerkt in het besluit van 18 april 2017 tot ambtshalve wijziging van de voorschriften uit de revisievergunning van Chemours – destijds handelend onder de handelsnaam Du Pont de Nemours (Nederland) B.V. – van 3 oktober 2013, waarin gedeputeerde staten van Zuid-Holland overwegen:
Zie het besluit van 18 april 2017, pagina 32 (productie G.11).
2.37
Zodra Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland bekend raakten met de (potentiële) risico’s van de GenX-stoffen is de vergunning voor de emissie van GenX-stoffen door Chemours/Du Pont, aangepast. In de ambtshalve wijziging overwegen Gedeputeerde Staten van ZuidHolland, onder andere:
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
24/132
Zie het besluit van 18 april 2017, pagina 33 (productie G.11).
2.38
De bekendheid met de risico’s van PFOA en GenX-stoffen bij Gedeputeerde Staten van ZuidHolland heeft – voor zover is na te gaan – gelijke tred gehouden met de algemene bekendheid met deze risico’s van deze stoffen in Nederland. Gedeputeerde Staten van ZuidHolland hebben de emissienormen van GenX-stoffen meermaals bijgesteld naar aanleiding van nieuwe inzichten over de milieu- en humane risico’s.
2.39
Ook de Gemeenten hebben zodra zij bekend raakten met de risico’s van GenX-stoffen, de beschikbare rechtsmiddelen aangewend om de emissie van GenX-stoffen te doen beperken en zo mogelijk stoppen. De Gemeenten hebben zich zodra zij bekend raakten met de risico’s van GenX-stoffen als belanghebbenden in het vergunningsverleningsproces voor de vergunningen van Chemours/Du Pont gevoegd. Daartoe hebben zij meermaals adviezen laten opstellen. De adviezen zijn aan de DCMR Milieudienst Rijnmond gestuurd, die in mandaat namens Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland optreedt als vergunningverlener. Zie in dit verband:
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
MOB, Advies met betrekking tot de aanvraag van 19 december 2018 revisievergunning Wabo milieu Du Pont de Nemours Nederland B.V.’, 28 januari 2019 (productie G.24);
25/132
2.40
2.41
MOB, Advies met betrekking tot ‘Aanvraag d.d. 20 december 2018 revisievergunning Wabo/Aanvraag Watervergunning Chemours Netherlands B.V.’, 11 februari 2019 (productie G.25);
MOB, Advies met betrekking tot ‘Aanvraag d.d. 20 december 2018 revisievergunning Wabo/Aanvraag Watervergunning Chemours Netherlands B.V. /Aanvulling 1’, 11 februari 2019 (productie G.26);
MOB, Advies met betrekking tot: ‘Concept ontwerpbeschikking maatwerkvoorschriften emissies naar de lucht, en wijziging voorschriften van de omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu voor de inrichting van Chemours Netherlands B.V.’, 6 mei 2019 (productie G.27);
MOB, Advies met betrekking tot: ‘Revisievergunningaanvraag Chemours Netherlands B.V., aanvullende info van november/december 2019/Aanvulling op advies van 14 januari 2020’, 22 februari 2020 (productie G.28);
MOB, Advies met betrekking tot: ‘Aanpassing waterzuivering en uitbreiding indirecte lozing; Aanvraag d.d. 10 september 2019 omgevingsvergunning Chemours Netherlands B.V.’, 10 oktober 2019 (productie G.29);
MOB, Advies met betrekking tot: ‘Ambtshalve wijziging vergunning Chemours op basis van oppervlaktewaternorm voor GenX’, 25 juni 2018 (productie G.30);
MOB, Advies met betrekking tot ‘(1) aanvraag d.d. 11 juli 2019 omgevingsvergunning Sequoia project (onderdeel milieu), plus (2) aanvraag emissies PFOA/PFAS van Chemours Netherlands B.V.', 20 augustus 2019 (productie G.31).
Ook heeft de gemeente Dordrecht meerdere adviezen aan Gedeputeerde Staten van ZuidHolland gestuurd naar aanleiding van de aanvraag voor een revisievergunning voor Chemours. Zie in dat verband:
-
de brief van 9 september 2019 van de gemeente Dordrecht aan gedeputeerde staten van Zuid-Holland (DCMR) (productie G.32);
-
de brief van 13 maart 2020 van de gemeente Dordrecht aan gedeputeerde staten van Zuid-Holland (DCMR) (productie G.33).
Sinds de Gemeenten bekend raakten met de risico’s van GenX-stoffen is er geen aanleiding geweest om in bezwaar te gaan tegen de ambtshalve aangepaste vergunningen. Deze wijzigingen zagen immers op een aanzienlijke verlaging van de te emitteren hoeveelheden.
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
26/132
Indien de Gemeenten eerder op de hoogte waren gebracht, of waren geweest, hadden zij zich nadrukkelijk gemengd in het vergunningverleningsproces voor de vergunningen omtrent de emissie van zowel PFOA als GenX-stoffen.
B. (Potentieel) Zeer Zorgwekkende Stoffen 2.42
PFOA en GenX-stoffen leveren een risico op voor mens en milieu. Zo is PFOA, zo concludeert het RIVM, bioaccumulerend – hetgeen wil zeggen dat de stof ophoopt in het lichaam –, niet afbreekbaar in het milieu, reprotoxisch en heeft derhalve effect op de voortplanting, en mogelijk kankerverwekkend. Daarnaast zijn schadelijke effecten op de lever bekend.
Zie RIVM, Risicoschatting emissie PFOA voor omwonenden Locatie: Chemours/Du Pont, Dordrecht, Nederland, 2016, p. 15 e.v. (productie G.34).
De reden dat het RIVM spreekt over 'mogelijk kankerverwekkend', is dat het bewijs hiervoor – in 2015/2016 - (nog) beperkt was. Dit geldt zowel voor het bewijs volgend uit studies met proefdieren als voor het bewijs uit epidemiologische studies. Epidemiologische gegevens suggereren overigens wel een mogelijk verhoogd risico op met name nierkanker en testeskanker bij hogere blootstellingsniveaus. 2.43
Ook met betrekking tot GenX-stoffen bestaan er zorgen over de effecten ervan op mens en milieu. Zo merkt het RIVM ter zake van deze stoffen op dat de stoffen vergelijkbare schadelijke effecten hebben als PFOA. Zo zijn GenX-stoffen kankerverwekkend en hebben deze stoffen schadelijke effecten op de lever, maar het RIVM schat in dat deze stoffen minder schadelijk zijn voor de voortplanting dan PFOA en verder dat deze stoffen zich ook niet ophopen in de mens.
Zie RIVM, Evaluation of substances used in the GenX technology by Chemours, Dordrecht, 2016, p. 5, 9-11 en 25-40 (productie G.10).
2.44
In 2006 ontstonden binnen Europa de eerste signalen dat het gebruik van PFOA problematisch zou zijn voor mens en milieu en derhalve beperkt zou moeten worden. In de wijziging van Richtlijn 76/769/EEG van 12 december 2006 staat de overweging dat PFOA waarschijnlijk een overeenkomstig risicoprofiel heeft met de stof perfluoroctaansulfonaat (PFOS). Vanwege dit risicoprofiel werd overwogen dat het: “(…) nodig [is] de lopende risicobeoordelingswerkzaamheden en de beschikbaarheid van veiliger alternatieven te blijven volgen, en vast te leggen welke risicobeperkingsmaatregelen, waaronder beperking van het op de markt brengen
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
27/132
en van het gebruik, indien nodig, binnen de Europese Unie dienen te worden toegepast.”15
2.45
De risico’s van PFOA, die destijds al geruime tijd bij DuPont VS en bij Chemours/Du Pont bekend waren, werden ook in Europees verband bekend en erkend. Tijdens de bijeenkomst van de Technical Committee on Classification and Labelling (onderdeel van ECHA, een agentschap van de EU) in maart en oktober 2006 is PFOA door Noorwegen voorgedragen om in Europees verband te worden geclassificeerd als onder andere kankerverwekkend en schadelijk voor de vruchtbaarheid.16 Op 2 december 2011 is PFOA vervolgens door het ECHA Committee for Risk Assessment geclassificeerd als onder andere kankerverwekkend.17
2.46
Vanaf 16 november 2011 werd de registratie van PFOA als ZZS voorbereid.18 Sinds 2013 is PFOA op Europees niveau aangemerkt als een ZZS19 en als zodanig toegevoegd aan de door het RIVM opgestelde Nederlandse ZZS-lijst.20 Voorts is in 2017 een wijziging van bijlage XVII van de REACH-verordening in werking getreden, die het vanaf 4 juli 2020 verbiedt om PFOA, de zouten daarvan en aanverwante stoffen te vervaardigen of in de handel te brengen.21
2.47
De GenX-methode is ontwikkeld om PFOA te vervangen bij de productie van Teflon-coatings.22 Dat wordt sinds 2012 gedaan met de specifieke stoffen FRD-902 (ammoniumzout), FRD-903 (zuur) en E1.23 GenX-stoffen zijn in Nederland op 2 februari 2018
15
Publicatieblad van de Europese Unie, L 372, 27.12.2006, p. 34.
16
https://echa.europa.eu/documents/10162/5d35b9ab-249d-7254-ec9e-f8249b4a6ee2.
17
https://echa.europa.eu/documents/10162/02df8dcd-f45c-b8db-6c22-a699b3c10d5c.
18
Zie: https://echa.europa.eu/nl/registry-of-svhc-intentions/-/dislist/details/0b0236e180e4af8a.
19
Zie de artt. 57 en 59 van Verordening (EG) 1907/2006 (REACH) en de ‘Agreement of the Member State Committee on the identification of pentadecafluorooctanoic acid (PFOA) as a substance of very high concern, 14 juni 2014 (ECHA).
20
Zie https://rvs.rivm.nl/zoeksysteem/stof/detail/1488.
21
Verordening (EU) 2017/1000 (tot wijziging van bijlage XVII bij Verordening (EG) 1907/2006).
22
RIVM Briefrapport 2017-0045, C.E. Smit, Onderzoek naar indicatieve waterkwaliteitsnormen voor stoffen in de GenX-technologie, p. 11.
23
RIVM Letter report 2016-0174, M. Beekman et al., Evaluation of substances used in the GenX technology by Chemours, Dordrecht, p. 3.
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
28/132
op nationaal niveau aangemerkt als potentiële ZZS-stoffen24 en zijn op 26 juni 2019 door de ECHA aangemerkt als een ZZS.25
2.48
Beperking van emissies van ZZS-stoffen staat inmiddels hoog op de agenda. De Gemeenten verwijzen in dit kader naar onder meer het Activiteitenbesluit milieubeheer en naar de daarbij behorende toelichting – uit 2014 – waarin het volgende wordt opgemerkt:
“De zeer zorgwekkende stoffen moeten met voorrang worden geregeld omdat zij zeer gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Het gaat immers om stoffen die bijvoorbeeld kankerverwekkend of hormoonverstorend zijn.”26
2.49
Ook volgt uit recent onderzoek dat er een noodzakelijkheid bestaat de blootstelling aan PFAS, waaronder PFOA, te beperken.
Zie de Kamerbrief van 18 januari 2021, waarin wordt ingegaan op de beoordeling die het RIVM heeft gemaakt van de wetenschappelijke opinie van de Europese voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) aangaande PFAS (Kamerstukken II 2020-2021, 28089, nr. 182).27
2.50
In de Kamerbrief wordt onder meer de navolgende conclusie van het RIVM aangehaald:
“Het RIVM onderschrijft de conclusie van EFSA dat nieuwe studies aantonen dat de gezondheidskundige grenswaarde gebaseerd moet worden op effecten op het immuunsysteem in plaats van het effect op het cholesterolgehalte. Deze effecten op het immuunsysteem kunnen bij lagere concentraties PFAS optreden dan voorheen bekend was van andere effecten van PFAS. [..] Dat betekent dat het RIVM er voortaan in haar risicobeoordelingen vanuit gaat dat de tolereerbare wekelijkse inname (TWI) van PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS tezamen
24
Kamerstukken II 2017-2018, 28 089, nr. 67, p. 4.
25
Zie de art. 57 en 59 van Verordening (EG) 1907/2006 (REACH) en de ‘Agreement of the Member State Committee on the identification of 2,3,3,3-tetrafluoro-2-(heptafluoropropoxy)propionic acid, its salts and its acyl halides (covering any of their individual isomers and combinations thereof) as a substance of very high concern, 14 juni 2014 (ECHA).
26
Staatscourant 2014, 17509, p. 92-93.
27
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/01/18/pfas-advies-over-efsa-opinie-en-reactie-op-moties.
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
29/132
4,4 nanogram (ng)/kilogram (kg) lichaamsgewicht per week mag bedragen. Deze TWI is lager dan de in 2016 door het RIVM afgeleide TWI van 87,5 ng/kg lichaamsgewicht per week voor de stof PFOA alleen.”
De Staatssecretaris eindigt de Kamerbrief met de aanbeveling dat “het zaak [is] om risico’s die voortkomen uit bestaande belasting [aan PFAS] zo veel mogelijk te minimaliseren.”.
C. Omvang uitstoot PFOA en GenX-stoffen in Dordrecht en omgeving 2.51
Zoals eerder is beschreven is er als gevolg van het gebruik van de hulpstoffen PFOA, en later de GenX-stoffen, bij het productieproces binnen de Inrichting van Chemours/Du Pont een deel van deze stoffen geëmitteerd naar de lucht. In het hiernavolgende wordt achtereenvolgens de omvang van de uitstoot van PFOA en van GenX-stoffen beschreven.
C.1 Omvang uitstoot PFOA 2.52
Chemours/Du Pont hebben over een zeer lange periode PFOA geëmitteerd. Dat is gebeurd van 1967 tot oktober 2012. Zoals eerder opgemerkt zijn er vanwege deze uitstoot diverse onderzoeken uitgevoerd, waaronder door de NVWA, het RIVM en het Expertisecentrum PFAS.
Expertisecentrum PFAS is een samenwerkingsverband van onder meer de onderzoeksbureaus Arcadis, TTE Consulants en Witteveen + Bos. Zie verder: https://www.expertisecentrumpfas.nl/.
2.53
Het RIVM heeft onderzoek gedaan naar de omvang van de uitstoot van PFOA door Chemours/Du Pont. Voor de Inrichting zijn alleen voor de periode 1998-2012 emissiegegevens beschikbaar. Deze zijn afkomstig uit door Gedeputeerde Staten van ZuidHolland verleende vergunningen en rapportages van Chemours/Du Pont. De omvang van de PFOA-emissie in de periode vóór 1998 is onzeker. Het RIVM heeft om die reden, op basis van de informatie die wel voorhanden is, drie emissiescenario’s ontwikkeld waarvoor de verspreiding via de lucht van PFOA is berekend. Samengevat komen deze op het volgende neer: Scenario 1: geen uitstoot in de periode 1970-1991. Voor de periode 1998-2012 wordt uitgegaan van de op basis van de beschikbare emissiecijfers voor deze periode berekende PFOA concentraties in lucht. Tussen 1992 en 1998 wordt uitgegaan van een naar rato geschaalde jaargemiddelde concentratie in lucht op basis van een geschatte jaarvracht van 5.000 kg per jaar voor deze periode. Vóór 1992 en ná 2012
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
30/132
heeft geen emissie plaatsgevonden. In dit scenario is door Chemours/Du Pont 45.000 kg geëmitteerd.
Scenario 2: dit scenario is gelijk aan scenario 1 met als uitbreiding dat de jaarvracht van 5000 kg per jaar niet alleen wordt aangenomen voor 1992-1998, maar voor de totale periode vanaf 1970. In dit scenario is door Chemours/Du Pont 155.000 kg geëmitteerd.
Scenario 3: dit scenario is gelijk aan scenario 2 behalve dat voor de periode 19701992 een geleidelijke opbouw van de jaarvracht is aangenomen tot op het niveau van 5.000 kg per jaar in de periode 1992-1998. In dit scenario is door Chemours/Du Pont 97.000 kg geëmitteerd.
Zie: - RIVM, Risicoschatting emissie PFOA voor omwonenden Locatie: Chemours/Du Pont, Dordrecht, Nederland, 2016, p. 23, 41-47 (productie G.34); - Expertisecentrum PFAS, Modellering luchtdepositie PFOA Zuid-Holland, 30 maart 2021, p. 6-7 (productie G.35).
2.54
Grafisch weergegeven geven bovenstaande scenario’s het volgende beeld ter zake van de omvang van de uitstoot van PFOA door Chemours/Du Pont:
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
31/132
2.55
Uit een onderzoek naar de relatie tussen de atmosferische PFOA-emissies door Chemours/Du Pont en hetgeen aan gehalten aan PFOA in de grond tot 2 meter beneden maaiveld in de Gemeenten is aangetroffen, volgt dat het meest aannemelijk is dat emissies hebben plaatsgevonden overeenkomstig scenario 2 van het RIVM. Zie Expertisecentrum PFAS, Relatie PFOA-emissies en PFOA in grond, 21 november 2020, (productie G.36), p. 28. Achter randnummers 2.89 e.v. zal nader op dit rapport worden ingegaan alsook deze constatering.
2.56
Het voorgaande heeft geleid tot onderstaande figuur, met een concentratieprofiel van PFOA in de buitenlucht voor één jaar, te weten het jaar 2000. De lichtblauwe contour in de figuur geeft het gebied aan waarin een minimale concentratie is berekend van 25 ng/m3. In het blauwpaarse gebied is de concentratie minimaal 75 ng/m3. De mediane concentratie waaraan omwonenden in deze gebieden kunnen zijn blootgesteld bedraagt 50 (lichtblauw) respectievelijk 100 ng/m3 (blauwpaars).
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
32/132
Zie RIVM, Risicoschatting emissie PFOA voor omwonenden Locatie: Chemours/Du Pont, Dordrecht, Nederland, 2016, p. 45 (figuur TA-2.1) (productie G.34).
De met groen aangegeven punten zijn de bij de Inrichting aanwezige schoorstenen die zijn gebruikt voor de emissie van PFOA.
C.2 Omvang uitstoot GenX-stoffen 2.57
Sinds eind 2012 gebruikt Chemours – destijds handelend onder de handelsnaam Du Pont de Nemours (Nederland) B.V. – de GenX-technologie om plastics te maken. Bij deze technologie zijn, zoals eerder opgemerkt, de PFOA-verbindingen vervangen door de stoffen FRD-902 en FRD-903 en E1. Het RIVM heeft op basis van zowel de maximaal vergunde hoeveelheid GenX-stoffen die mocht worden uitgestoten als de emissiegegevens die Chemours heeft verstrekt aan het RIVM, berekend in welke mate deze stoffen zijn vrijgekomen en over welk gebied deze stoffen zijn verspreid. Dat heeft geresulteerd in de navolgende kaart.
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
33/132
RIVM, Evaluation of substances used in the GenX technology by Chemours, Dordrecht, 2016, p. 45 (productie G.10).
2.58
Het RIVM concludeert ter zake van de uit de blootstelling aan GenX-stoffen voortvloeiende risico’s voor de volksgezondheid in het onderzoeksrapport het volgende: “no health risks are expected for people living in the vicinity of the Chemours Dordrecht plant due to exposure to FRD-903. Due to the insufficient health effects information available for E1, these concentrations cannot be evaluated as to the possible health risk they might pose for people living in the vicinity of the Chemours plant in Dordrecht.”