CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

D02. 20220823 RIB Woontraining jongeren.pdf

Commissie Samenleving Papendrecht 15 september 2022, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Lijst ingekomen stukken en mededelingen26.143 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Aan de gemeenteraad datum behandeld door ons kenmerk telefoonnummer Onderwerp

23 augustus 2022 S. Akdemir 2022-0107346 17 078 Woontraining jongeren

Geachte mevrouw, heer, Graag informeren wij u over de start van de woontraining voor 18+ jongeren in Papendrecht per 1 oktober 2022. Als raad bent u eerder geïnformeerd over de Regionale agenda huisvesting kwetsbare groepen. Deze agenda beschrijft de ambitie van de regio’s Alblasserwaard en Drechtsteden om kwetsbare groepen in instellingen zoals opvang, beschermd wonen of dak- en thuislozen een woonplek te geven in de samenleving. Uitwerking van de agenda verloopt via de projectgroep Huisvesting Kwetsbare Groepen. In de projectgroep zijn Woonkracht10, Sterk Papendrecht, gemeente Papendrecht, de Sociale Dienst Drechtsteden en Enver vertegenwoordigd. In de Regionale agenda Kwetsbare Groepen zijn afspraken vastgelegd om jongeren met woontraining te begeleiden naar zelfstandig wonen. Dit past in het beleid van de gemeente Papendrecht dat iedere inwoner recht heeft op een dak boven het hoofd en dat niemand op straat komt te staan. Over de voortgang bent u onder meer tussentijds geïnformeerd via de Voortgangsberichten Sociaal Domein. Hierbij brengen wij u op de hoogte van de actuele ontwikkelingen. Het gaat om jongeren met lichtere problematiek, waarbij thuis onvoldoende sociale, communicatieve en emotionele vaardigheden worden aangeleerd.

Voorwaarden voor jongeren om mee te doen aan de training zijn dat zij open moeten staan voor hulp, gemotiveerd moeten zijn en dat zij een daginvulling hebben, zoals school, werk of vrijwilligerswerk. Woontraining in de praktijk In de woontraining gaat Enver maximaal 15 jongeren tussen de 18 en 27 jaar begeleiden die behoefte hebben aan rust en groei in een veilige, rustige en dorpse omgeving. Het betreft kwetsbare jongeren uit de verlengde jeugdzorg, uitstroom Maatschappelijke Opvang, intramuraal Begeleid Wonen en jongeren die dakof thuisloos dreigen te worden, op een wachtlijst staan voor Begeleid Wonen of die nu al ondersteuning hebben, bijvoorbeeld van Sterk Papendrecht. De jongeren hebben de vaardigheden om in de woontraining zelf hun zorgvragen aan hun begeleiders te stellen. Andersom krijgen zij coaching en worden zij gestimuleerd om voor zichzelf te zorgen en hun woonvaardigheden te oefenen en te ontwikkelen. De jongeren betrekken woningen die in de loop van de tijd beschikbaar komen in de Cremerstraat 2 t/m 16, Douwes Dekkerlaan 39 t/m 69, Jacob Catslaan 32 t/m 62 en de P.C. Hooftlaan 47 t/m 61. De opzet van deze woonblokken en lage flats draagt er aan bij dat bewoners van jong tot oud elkaar gemakkelijk en regelmatig tegenkomen.

De begeleiders vanuit Enver gaan dit nog versterken door activiteiten te organiseren, ondersteuning te bieden en een luisterend oor tussen bewoners over en weer te stimuleren. Communicatie met bewoners De bewoners van de verschillende woonblokken en lage flats zijn door Woonkracht 10 schriftelijk geïnformeerd over de start van de woontraining en er wordt ook door betrokken partijen een informatiebijeenkomst georganiseerd half september om extra toelichting te geven aan de bewoners.

Daarnaast zijn Enver en Woonkracht10 voornemens om persoonlijk langs te gaan bij alle bewoners voor een persoonlijk gesprek om eventuele individuele vragen te beantwoorden. De Regionale Agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen 2021-2022, de presentatie hierover in de commissie samenleving van 4 februari 2021 en het voortgangsbericht Een jaar werken aan de agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen 2021-2022 hebben wij voor de volledigheid toegevoegd in de bijlagen. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris, de waarnemend burgemeester,

J.M. Ansems, MSc

mr. drs. A.M.M. Jetten

“Stap voor stap ...maken we samen het verschil”

Regionale Agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen 2021-2022 “Meer dan alleen een dak boven je hoofd”

in de Drechtsteden en Alblasserwaard

10 maart 2021

Deze agenda is een samenwerking van: gemeenten

woningcorporaties

zorgaanbieders BO GGZ

1

Al sinds 2016 werken zorgaanbieders, gemeenten en woningcorporaties in de regio’s Drechtsteden en Alblasserwaard samen aan de huisvesting voor kwetsbare groepen. Met deze agenda beschrijven de samenwerkende partners hun ambitie voor 2021 en 2022.

Werkgebied agenda Deze agenda betreft afspraken tussen partijen in de bestuurlijke regio Beschermd Wonen en Opvang. Dit werkgebied omvat de gemeenten: Dordrecht (centrumgemeente), Alblasserdam, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht. Vanwege deze afbakening van het werkgebied vergt de afstemming tussen wonen en zorg een extra inspanning omdat het domein wonen niet dezelfde regionale indeling kent en verdeeld is over twee woningmarktregio’s.

1. Doel agenda

2. De opgave maakt samenwerking noodzakelijk

Deze agenda beschrijft de ambitie van de regio’s ­Alblasserwaard en Drechtsteden om kwetsbare groepen, verblijvend in instellingen zoals de opvang, in beschermd wonen of dak- en thuisloos, (opnieuw) een woonplek te geven in de samenleving. Deze wens is niet nieuw. Wel nieuw is het groeiend besef dat om een zachte landing in de wijk te realiseren, een uitbreiding nodig is van het woonareaal in de regio’s. ­ De behoefte aan woon(zorg)producten is aan het begin van 2020 geïnventariseerd. De 9 gemeenten in de regio’s Alblasserwaard en Drechtsteden zullen de komende jaren deze woon(zorg)producten realiseren. Deze notitie beschrijft de herijking van de Agenda HKG 2021-2022 en de wijze waarop de regio’s deze agenda willen effectueren.

2

Wanneer kwetsbare doelgroepen zelfstandig gaan wonen, is meestal meer nodig dan een woning alleen. Vaak heeft iemand behoefte aan begeleiding bij het huishouden of hulp bij het budgetbeheer of het maken van sociale contacten. Deze ondersteuning op verschillende levensdomeinen komt niet vanzelfsprekend bij (of voor) elkaar. Om zelfstandig wonen van kwetsbare ­groepen te ondersteunen en het realiseren van benodigde woon(zorg) producten, is samenwerking tussen partijen noodzakelijk. In de regio’s Alblasserwaard en ­Drecht­steden werken gemeenten, woningcorporaties en zorg- en begeleidingsorganisaties al enige jaren samen. Deze samenwerking heeft inmiddels al tot mooie woon(zorg)producten geleid. De route Thuis in de wijk, Housing First ­en Skaeve Huse zijn hier goede voor­beelden van.

Neem nou: Mo, een jongeman van 18 jaar, druk bezig met een HBO-opleiding maar door gezinsproblemen het huis uit gevlucht en al vier maanden een bankslaper. Zonder een eigen plek lijkt uitval op school de enige uitweg; Gerda, een notoire overlastgever in haar straat doordat zij de stemmen in haar hoofd met luid geschreeuw overstemt; Lydia, die tijdens haar studie, psychose ­gevoelig bleek en na twee psychoses opnieuw een dag structuur moest vinden in het Beschermd Wonen en nu toe is aan de volgende stap naar ­zelfstandigheid.

Voor het grootste deel van de bewoners van Beschermd Wonen, maar ook in de Opvang is het doel het wonen te normaliseren. Deze visie werd in 2016 d­ oor de VNG-commissie Toekomst Beschermd Wonen, de ‘commissie Dannenberg’ beschreven en ook in de regio’s Drechtsteden en Alblasserwaard omarmd. ­ De landelijke wet- en regelgeving en aanpak volgen de visie om zelfstandig wonen als uitgangspunt te nemen, onder meer uitgewerkt in de doordecentralisatie van het Beschermd Wonen, de uitname van de chronische zorgvragers naar de Wet langdurige zorg en de Blokhuis aanpak Een (t)huis, een toekomst (zomer 2020). ­ Als regio’s onder­schrijven we de ambitie voor een inclusieve samen­leving. Afgelopen jaren is tegelijkertijd het besef gegroeid dat om uitstroom van doelgroepen naar een zelfstandige woning mogelijk te maken, in de regio’s ­behoefte is aan meer woningen en (kleinschalige) woon(zorg)producten.

3

3. De regionale kwantitatieve en kwalitatieve opgave voor Huisvesting Kwetsbare Groepen Zelfstandig wonen is meer dan (het bieden van) een dak boven het hoofd. Om die reden is afgelopen periode ­geïnventariseerd welke nieuwe woon(zorg)producten in de regio’s nodig zijn. Dankzij deze nieuwe woonzorg­producten bieden de regio’s aan uitstromers extra woonruimte maar ook een aanvulling op het huidige aanbod in de vorm van geclusterde semi-zelfstandige woonvoorzieningen waarin een deel van de huidige Beschermd Wonen cliënten beter gedijt. Samenvattend is de behoefte aan nieuwe woonzorgproducten in onderstaande tabel weergegeven.

De onderstaande tabel is gebaseerd op het ­capaciteitsonderzoek Beschermd Wonen en Opvang ­ uitgevoerd in voorjaar 2020 voor de regio’s Drechtsteden en Alblasserwaard. Dit capaciteitsonderzoek is een momentopname dat na een aantal jaren werken aan ­ de Agenda HKG 2021-2022 moet worden geëvalueerd.

Behoefte aan voorzieningen aanbodzijde Bron: Capaciteitsonderzoek Beschermd Wonen en Opvang, CQ Procesmanagement, juli 2020

Voorzieningen*

Aantallen

Housing first

25 woningen per jaar

Tijdelijk wonen

Minimaal 80 woonplekken

Woontraining voor jongeren

2 voorzieningen a 15 woonplekken

Skaeve Huse

12 units in de regio’s geclusterd of verspreid

Terugval/Time out

6-12 plekken (geclusterd of verspreid)

Intramurale woonvoorziening voor mensen met zeer complexe (triple) problematiek

1 voorziening a 20 plekken

Kleinschalige tussenvoorzieningen (voor mensen die niet direct kunnen doorstromen naar regulier wonen)

Minimaal 24 woonplekken in de regio’s (geclusterd of verspreid)

* Met uitzondering van Housing First, betreffen alle genoemde aantallen woonzorgproducten die structureel en eenmalig in de periode van deze agenda aan het regionale aanbod worden toegevoegd. Housing First is een aanpak die plaatsvindt in de reguliere woningvoorraad. Voor dit product is de behoefte geraamd op jaarlijks 25 woningen.

4

Voorts is voor de regio Drechtsteden in beeld ­gebracht hoeveel ­mensen ­jaarlijks via de huidige woningtoewijzing (Via de voorrangsregeling) ­uitstromen naar een zelfstandige woning. Naar schatting betreft de ­uitstroom in de regio Drechtsteden jaarlijks zo’n 1­ 35 tot 145 mensen. In onderstaande tabel is dit aantal toegelicht. De gemeenten Molenlanden, Gorinchem en Hardinxveld-Giessendam zijn niet in dit vraagonderzoek meegenomen. Dit maakt de vraaginschatting aan de lage kant.­

Samenvatting geschatte vraag Bron: Bestuursopdracht Wonen voor iedereen, oktober 2020

1 2

Doelgroep

Geschat aantal/jaren

Eisen woning/omgeving

Geclusterd

Proces

ˇ

ˇ

ˇ

ˇ

ˇ

Uitstroom cliënten Beschermd Wonen

80 1

– Zelfstandige woning

Soms

Via voorrangsregeling Huisvestingsverordening

Uitstroom cliënten uit de maatschappelijke opvang

25

– Tussenvoorziening – Zelfstandige woning

Nee

– Afspraken met tijdelijke verhuurders/ corporaties – Housing First (contingent)

Uitstroom Jeugdzorg

Nntb 2

– Tussenvoorziening – Zelfstandige woning

Soms

Bemiddeling via contingent

Gezinnen met een zorgvraag

10-15

– Zelfstandige woning

Nee

Bemiddeling via contingent

Dak- en thuisloze jongeren

10-15

– Tussenvoorziening – Zelfstandige woning

Soms

– Afspraken met tijdelijke verhuurders – Housing First (contingent)

Uitstroom penitentiaire instelling

10

– Tussenvoorziening – Bij voorkeur niet geclusterd

Nee

Afspraken met tijdelijke verhuurders/ corporaties

= De feitelijke uitstroom in de Drechtsteden van Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang was in 2019: 91 personen en in 2020: 109 personen. = Om de uitstroom uit Jeugdzorg in kaart te brengen is aanvullend onderzoek nodig.

5

Flexibele voorraad Tot slot zien we naast de bovengenoemde structurele woningvraag, specifieke woningvraag ontstaan. Als gevolg van de corona-maatregelen was afgelopen jaar bijvoorbeeld behoefte aan snelle en flexibele woningvoorraad. Ook zorginstellingen stellen specifieke vragen als toewijzing van woningen in een straal rondom een instelling. Tot slot zien we ook de behoefte van zorginstellingen naar geclusterde woningvoorraad. Deze ontwikkeling maakt duidelijk dat we de komende periode ook te ­maken zullen hebben met ad hoc vraagstukken die ­vragen om snel te schakelen. Daarmee is het ook goed om na te denken op welke wijze we (zoals staat­secretaris ­Blokhuis dit noemt) een beroep kunnen doen op tijdelijke woonplekken zodat we tijd kopen voor het realiseren van woon(zorg)producten die een iets langer en zorgvuldig besluitvormingsproces vragen.

uitstroom uit de regio Alblasserwaard, niet mee gerekend. De doorstroming naar een zelfstandige woning blijkt niet altijd te lukken. Hierdoor zien we dat mensen lang in een opvangvoorziening verblijven. Dit wordt onder andere veroorzaakt door het feit dat niet iedereen aanspraak kan maken op de voorrangsregeling en door de omstandigheid dat niet alle woningen die beschikbaar komen een passend en duurzaam antwoord zijn op de vraag/behoefte van deze doelgroep. Daarnaast wordt ook zorgvuldig gekeken naar het adaptatievermogen van complexen en buurten bij het huisvesten van kwets­bare doelgroepen, wat in sommige gevallen leidt tot het besluit de woning niet beschikbaar te stellen aan een persoon die uitstroomt uit een instelling.

Conclusie De uitstroom naar een zelfstandige woning van kwetsbare groepen uit instelling (voornamelijk uit BW en Opvang), lijkt geen groot aantal. Echter door de toename van bijzondere doelgroepen, zoals bijvoorbeeld de statushouders, en de huidige druk op de koop én sociale woningmarkt, staat de vraag naar sociale huurwoningen onder druk. De berekeningen uit de onderzoeksopdracht ‘Wonen voor Iedereen’ laten zien dat voor de regio Drechtsteden de uitstroom een groep van ongeveer 135 tot 145 personen betreft. In dit aantal is nog niet de uitstroom uit de Jeugdzorg en uit de Wet Langdurige Zorg (Wlz) meegenomen. Bovendien is de

6

Resumerend kunnen we constateren dat er sprake is van (1) een kwantitatieve én (2) een kwalitatieve opgave. Ad 1. De kwantitatieve opgave De actuele druk op de woningmarkt levert een ­onwenselijke concurrentie op tussen verschillende woning­zoekenden. De wens om ook kwetsbare mensen zelfstandig te laten wonen draagt hieraan bij. De druk op de woningmarkt is tegelijkertijd ook niet van vandaag op morgen opgelost. Deze agenda heeft onder meer ­ als doel nieuwe woon(zorg)producten voor de uit­stromers toe te voegen, maar ook deze woon(zorg)­producten zijn niet onmiddellijk gerealiseerd. Ook is aandacht nodig voor een definitieve woonoplossing wanneer kwetsbare mensen uitstromen uit tijdelijke voorzieningen. Het ­realiseren van nieuwe woonzorgproducten vraagt bovendien tijd vanwege zorgvuldige besluitvorming en afstemming op lokaal en op regionaal niveau. Kortom, de kwantitatieve opgave vraagt in deze tijd aandacht voor een goede balans ­tussen nu en straks huisvesten. Door tijdelijke woon­plekken te creëren (te benutten) ­én tegelijkertijd de huidige woonzorgproducten aan ­te vullen met nieuwe. Het doel van deze agenda is om een jaarlijkse uitstroom in zelfstandige woningen te realiseren van 135 - 145 mensen. Het doel

van deze agenda is ook om elkaar meer inzicht te geven in de cijfers van uitstroom uit instellingen en instroom in de zelfstandige woningen voorraad. De aantallen genoemd in de agenda gebruiken we daarbij als startaantal om vanaf 2021 de feitelijke instroom cijfers te monitoren. Ad 2. De kwalitatieve opgave We willen (vinden met z’n allen belangrijk) dat kwetsbare inwoners een plek in onze samenleving geboden krijgen maar willen tegelijkertijd dat de leefbaarheid en veiligheid in stand blijven van onze buurten en wijken. ­Tegelijkertijd beseffen we ons dat niet alles vooraf gemanaged kan worden. Soms gaat het nu eenmaal mis. Er zijn daarentegen wel een aantal middelen die we kunnen inzetten om overlast te voorkomen. Daarom zetten we in op enerzijds goede samenwerkingsafspraken over wie, wat doet bij instroom van mensen met kwetsbaarheden in de bestaande woningen, anderzijds zetten we in op de ontwikkeling van nieuwe woonzorgproducten met de benodigde begeleiding. Bij de instroom in de bestaande woningvoorraad willen we ook leren van de bestaande lokale ervaringen met het zelfstandig wonen van mensen met kwetsbaarheden en de leefbaarheid in wijken en buurten.

7

4. Herijking Agenda HKG 2021-2022 4.1 Lokale consultatie

In de zomer 2020 is de woonopgave voor kwetsbare groepen door de samenwerkende partijen uitgebreid ­besproken. Ook is de vraag gesteld aan alle 9 gemeenten om lokaal te bespreken welk deel van de woon­opgave de betreffende gemeente kan oppakken. ­ Na lokale consultatie hebben alle 9 gemeenten hun positieve grondhouding bevestigd. Ook hebben zij concreet beschreven welke woonzorgproducten zij als gewenst en kansrijk inschatten. Voor deze woonzorgproducten willen de gemeenten met hun samenwerkingspartners de realisatie verkennen. In deze tabel (op de volgende pagina) is een samen­vatting van dit lokale bod opgenomen zoals g­ epresenteerd op 15 oktober 2020.

Samenvatting lokale bod voor kwetsbare groepen Gepresenteerd op 15 oktober 2020

Lokale bod

Dordrecht

Molenlanden Gorinchem 1

HendrikHardinxveldPapendrecht Sliedrecht 2 Alblasserdam 3 Zwijndrecht 4 Ido-Ambacht Giessendam

In bijlage a. is een uitgebreide toelichting op de woonzorgproducten opgenomen. (Brief Aanpak Dak- en thuisloosheid, 24 juni 2020, centrumgemeente Dordrecht aan regio’s gemeenten.

ˇ Housing First (25 per jaar)

Garantie op 1e 3 HF Ja, aantal: ntb Ja, aantal: ntb woningen 4

Tijdelijk wonen (minimaal 80 woningen)

30

Woontraining voor jongeren (2 voorzieningen á 15 woonplekken)

15

Skaeve Huse (12 woonunits in de regio’s geclusterd of verspreid)

Kleinschalige tussenvoorzieningen (Minimaal 24 woonplekken in de regio’s geclusterd of verspreid)

2

15

20

Ja

Ja

Ja

Ja, 6 ism Ja 6 ism Gorinchem, Molenlanden, in onderzoek in onderzoek

Terugval/Time out (6-12 plekken geclusterd of verspreid) Intramurale woonvoorziening / complexe (triple) problematiek (1 voorziening a 20 plekken)

Onderzoek 7-8 gezinnen doorstromers

2

Jongeren, max 10

Ja

Ja

Ja, maatwerk Ja, aantal: ntb

Om woningcorporaties de ruimte te geven voor het leveren van woningen voor Housing First, zodat mensen (volwassenen én jongeren) die dak- en thuisloos zijn geraakt zelfstandig kunnen wonen met passende begeleiding.

36/ Onderzoek / maatwerk

Tijdelijk wonen/flexwonen door bijvoorbeeld het omvormen van bestaand leegstaand vastgoed naar woonplekken of benutten van locaties voor het plaatsen van wooncontainers (doel: minimaal 80 woonplekken); Ja, aantal: ntb

Een locatie voor woontraining voor jongeren (doel: 2 voorzieningen á 15 woonplekken in de regio’s);

Ja, enkele

Een locatie voor extra Skaeve huse (doel: 12 units in de regio’s geclusterd of verspreid);

Ja

Een locatie voor terugval/time-outvoorziening (doel: 6-12 plekken); Een locatie voor een intramurale woonvoorziening voor mensen (boven de 45 jaar) met zeer complexe problematiek (naar vergelijking van de Domus Dordrecht of Woodstock in Den Haag);

Uitbreiding 2 plaatsen

Ja, iom wbc

Kleinschalige tussenvoorzieningen, voor mensen die niet direct door kunnen stromen naar zelfstandig wonen (doel: minimaal 24 woonplekken in de regio’s).

2 7, Timohuis

Gorinchem = In Gorinchem wordt de huisvesting voor tijdelijk opvang van 7-8 gezinnen onderzocht. Aanvankelijk had Gorinchem voorgesteld een woontrainingsproject voor jongeren te onderzoeken. Dit aanbod vervalt wanneer de huisvesting voor tijdelijke opvang wordt gerealiseerd. 2 Sliedrecht = Lokaal bod: wil op korte termijn met name aandacht voor aanpak leefbaarheid en overlast, wil lessen regionaal delen 3 Alblasserdam = In een nieuwbouwproject van Woonkracht 10 heeft Alblasserdam de wens om aan instromers van De Hoop te kunnen verhuren. Voorts is de ambitie om op het voormalige Nedstaalterrein een Leerwerkplaats te vestigen in combinatie met een pilot Tiny Houses. 3 Zwijndrecht = Zwijndrecht wil haar bijdrage leveren aan de opgaven van HKG en Beschermd Wonen & Opvang (BW&O). Deze betrokkenheid ziet Zwijndrecht graag terug in de betrokkenheid van de regio’s gemeenten bij de opgave van een evenwichtig regionale sociale woningvoorraad. Het lokaal bod is afhankelijk van de ruimte in de sociale woningvoorraad en vraagt regionale compensatie. 4 Eenmalige garantie op 3 HF woningen, daarna jaarlijks aantal HF woningen op basis van regionale afgesproken aantallen. 5 H - I - A = Het Parentshouse is één woning die plek geeft voor de opvang van 2 personen met verschillende huishoudens/gezinnen.

6 H-G = HG ontwikkelt beleid op gebied van flexwonen en heeft opdracht gegeven voor een behoefteonderzoek. Het aantal ingezette woningen voor de agenda HKG is afhankelijk van de onderzochte behoefte en de bereidheid van vastgoedeigenaren flexwoningen te willen realiseren. Flexwonen is bovendien bedoeld voor een bredere doelgroep. 7 Het Timohuis start in 2021 met een pilot voor twee plekken. Bij succes wordt deze voorziening uitgebreid naar max 5 plekken. 1

8

4.2 - Randvoorwaarden voor de uitstromer en voor partijen

De wens om kwetsbare inwoners (weer) zelfstandig te laten wonen, heeft stevige implicaties. Voor betreffende inwoners zelf, zijn netwerk én de buurt. Maar ook voor de betrokken partners die in hun commentaar op deze agenda aandacht vragen voor gewenste randvoorwaarden. Zo benoemen de corporaties de vereiste aandacht voor leefbaarheid, de krapte op de (sociale) woningmarkt door onder meer de toename van bijzondere doelgroepen en het belang van continuïteit in de zorg. De zorgorganisaties brengen naar voren dat de inhoud van deze agenda onvoldoende antwoord biedt op de toekomstige regionale behoefte. Zij wensen een gezamenlijke strategische verkenning naar de toekomstige regionale zorginfrastructuur. Zij hebben behoefte aan zekerheid van contractering bij investeringen in de samenwerking en in vastgoed.

En de gemeenten vragen aandacht voor het draagvlak onder hun inwoners, de regionale verdeling van kwetsbare inwoners en de kosten voor de ondersteuning van kwetsbare inwoners. Een aantal gemeenten stelt ook specifieke voorwaarden aan hun deelname aan de regionale agenda. De gemeente Sliedrecht heeft de wens om lokaal te temporiseren bij de realisering van nieuwe producten. Op korte termijn is vooral aandacht voor de opbouw van een lokale zorginfrastructuur die leidt tot een goede aanpak van overlast. De gemeente Zwijndrecht vraagt de andere gemeenten om betrokkenheid bij de opgave van een evenwichtig regionale sociale woningvoorraad. Het lokaal bod van Zwijndrecht is dientengevolge afhankelijk van de ruimte in de sociale woningvoorraad en vraagt regionale compensatie. Dit zijn randvoorwaarden die zorgvuldige verkenning vragen door alle partners. Waarbij partners met elkaar verkennen wat ieders (on)mogelijkheden kunnen zijn. Wat kan een partner brengen in de samenwerking maar wat kan hij ook halen door de samenwerking? Deze woonzorg-huisvestingsopgave is omgeven door schaarste op

9

de woningmarkt en door beperking van het budget dat beschikbaar is voor begeleiding. Niet alles kan, er moet dus een verdeling worden gemaakt. De vraag is hoe en waar de discussie plaatsvindt. De samenwerking is meervoudig. Ten eerste is de samenwerking opgavegericht: gemeenten, woningcorporaties, zorgaanbieders verbinden zich met elkaar vanwege hun gezamenlijke ambitie deze agenda te willen realiseren voor kwetsbare inwoners. De opgave brengt deze partners bij elkaar. In deze agenda beschrijven partners welke ambitie zij gezamenlijk willen realiseren. In deze agenda beschrijven we de ingeschatte behoefte in de vorm van een kwantitatieve en kwalitatieve opgave.

Ten tweede is de samenwerking geografisch: partners hebben zich aan de opgave van de kwetsbare inwoners in de regio’s Alblasserwaard en Drechtsteden verbonden. Dit is vertaald in een begrip als regionale solidariteit. Een regionaal gefinancierde woonzorgvoorziening is bestemd voor alle kwetsbare inwoners in de regio’s. Dat betekent ook dat wanneer sprake is van structurele toekenning van middelen het duidelijk moet zijn op welke wijze verdeling van deze middelen plaatsvindt. Met de afspraken in deze agenda als richtinggevend kader voor de gewenste aantallen en de gewenste woonzorgproducten, worden hiervoor in de loop van 2021 voorstellen voor mogelijke verdeelsleutels ontwikkeld. Regionaal stellen we een werkagenda HKG op waarmee we de randvoorwaarden voor de opgave en van partijen verkennen, gezamenlijke besluitvormingsstappen helder plannen om gezamenlijk tot een werkbare oplossing en prioritering te komen.

Strategisch verkenning: Beschermd Wonen en Opvang De agenda HKG 2021-2022 heeft tot nader gesprek geleid tussen de gemeenten en de zorgaanbieders. Naast een actiegerichte Agenda HKG 2021-2022 pleiten deze partijen voor de noodzaak om met elkaar kritisch na te gaan op welke wijze de huidige BW&O zorginfrastructuur in de regio dient te worden hervormd met aandacht voor een gezamenlijk op te stellen langere termijn agenda. Eén van de afspraken die gezamenlijk uitgewerkt wordt, is een goed wachtlijstbeheer. Continuïteit van zorg én aandacht voor de gehele zorgketen is daarbij randvoorwaardelijk. Dit zorglandschap betreft niet alleen een aantal beschreven BW&O voorzieningen maar juist een breed zorgcontinuüm inclusief ambulante begeleidingsvormen om goed op en af te kunnen schalen. De lange termijn agenda dient bij voorkeur ook oog te hebben voor de samenhang van het zorgcontinuüm met voorzieningen voor de doelgroepen 18- en 18+. Voorts maken zorgpartijen zich zorgen over de sturing, organisatie en financiering op de langere termijn van BW&O-zorg, ook gezien de huidige ervaringen met de jeugdzorg (landelijk maar ook in de eigen regio).

10

5. Aanpak Agenda HKG 2021-2022 5.1 - Ambitie en samenwerking

5.2 - O  ntwerp samenwerking: integraal en geografisch

Om de woonzorgopgave te realiseren hebben de volgende drie partijen elkaar nodig: gemeenten, woningcorporaties en zorginstellingen. Er zijn twee belangrijke redenen om samen te werken: G  een van deze partijen heeft alle regelbevoegd­heden of

budgetten om de opgave in zijn eentje ­ te ­realiseren; B  ovendien hebben partijen ook uitdrukkelijk de wens uitgesproken om regionale solidariteit te betrachten, financieel maar ook door woonzorgvoorzieningen van de regionale agenda in de eigen gemeente te realiseren. Deze redenen maken dat samenwerking noodzakelijk is om deze agenda uit te voeren. Een effectieve samen­ werking is gebaat bij een helder samenwerkings­ontwerp, procesaanpak en besluitvorming. Dankzij de samen­ werking van afgelopen jaren kan voortgebouwd worden op bestaande regionale structuren, aangevuld met lokale samenwerkingsverbanden. In de volgende paragrafen beschrijven we het organisatieontwerp.

Om de samenwerking passend in te richten zijn de twee principes van de vorige paragraaf uitgewerkt. 1. Integraal: Voor de opgave is een samenwerking nodig tussen drie partijen. 2. Geografisch: Er is een regionale afstemming nodig tussen partijen over de gezamenlijke ambitie in kwantitatieve en kwalitatieve opgave en de randvoorwaarden die nodig zijn zoals bijvoorbeeld beschikbare woningen, gebruik en inzet Wmo-budget, kwaliteitsafspraken over producten en uitstroomprocessen. Lokaal is samenwerking noodzakelijk voor de instroom van mensen in de bestaande woningvoorraad en de ontwikkeling van nieuwe woonzorgproducten.

11

Schematisch ziet het samenwerkingsontwerp er als volgt uit:

regionale bestuurlijke tafel

Afspraken kwantitatieve en kwalitatieve opgave en randvoorwaarden

Regiegroep

Monitoring uitvoering agenda en regionale gendering

Lokale projectgroepen

Realisatie instroom en woonzorgproducten gekoppeld aan gemeente

Voor de afstemming op regionaal niveau wordt gebruik gemaakt van de Bestuurlijke Tafel BW&O. Per gemeente wordt samengewerkt in lokale projectgroepen. Een bestuurlijke regiegroep monitort de uitvoering van de agenda lokaal en draagt zorg voor regionale agendering. Alle genoemde gremia bestaan uit een vertegenwoordiging van de drie partijen. In de volgende paragrafen wordt het ontwerp van de samenwerking verder uitgewerkt.

5.3 - Regionale afstemming tussen 3 partijen

Op regionaal niveau worden tussen partijen afspraken gemaakt over: de  voorgenomen inzet van capaciteit (aantal

woningen met begeleiding) en type woonzorg­ producten; d  e voorgenomen inzet van budget; e n de borging hiervan in afsprakenkaders. De afspraken zijn in deze Agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen 2021-2022 beschreven. Op regionaal niveau bespreken partijen hoe zij aan de slag gaan en op welke wijze zij de besluitvorming over de Agenda HKG 2021-2022 organiseren. De Agenda HKG 2021-2022 is een afspraak tussen drie partijen, een afspraak die over grenzen van sectoren heengaat. Omdat de besluitvorming in een netwerk ­ van partijen niet vanzelfsprekend is belegd, besteden we hieraan extra aandacht. De besluitvorming over ­ de Agenda HKG 2021-2022 beleggen partijen bij De Bestuurlijke Tafel Beschermd Wonen & Opvang (Afgekort tot: Bestuurlijke Tafel BW & O).waarin bestuurders van ­

de drie partijen zitting hebben. Voor de uitwerking van de agenda in afspraken over bijvoorbeeld de inzet van woningen, het inkoopkader Wmo of andere nood­ zakelijke randvoorwaarden, worden de reguliere besluit­ vormingsroutes doorlopen. Hiervoor benutten we bij voorkeur en primair de ­reguliere besluitvormingsroutes. Het uitvoeren van deze werkagenda vraagt dus om een hybride aanpak omdat sommige zaken qua besluitvorming niet direct aan de voorkant duidelijk zijn. Waarbij we het belang ­ van het adequaat, tijdig en zorgvuldig betrekken van lokale ­gemeenteraden, bewoners, maatschappelijke partners niet uit het oog verliezen. Een bestuurlijke regiegroep ziet toe op de juiste ­besluitvormingsprocessen in de verschillende ­sectoren en op de uitvoering van de Agenda HKG 2021-2022. ­ De Regiegroep HKG en de Bestuurlijke Tafel BW & O worden in de ­volgende paragrafen verder beschreven.

12

Regiegroep HKG In de regio’s is al een bestaande samenwerkings­ organisatie in de vorm van de Regiegroep HKG. In de regiegroep hebben vertegenwoordigers van de drie partijen zitting. Het advies is om dit ­(bestaande) overleg te benutten. De Regiegroep HKG bestaat uit een vertegenwoordiging van gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders: 2 wethouders wonen, 2 wethouders sociaal domein, 3 bestuurders van woningcorporaties, 1 bestuurder per sector van de zorgaanbieders.

Waar moet u aan denken? De Regiegroep HKG zal in 2021 voorstellen ontwikkelen en besluitvorming coördineren op agenda-­onderwerpen als:

u it de 9 regio’s gemeenten betrokken wethouders

Tav gezamenlijke ambitie: H  erijking regionale Agenda HKG 2021-2022; M  onitoring realisatie regionale Agenda HKG 2021-2022;

Taken Regiegroep HKG: D  e Regiegroep HKG is verantwoordelijk voor de

bestuurlijke coördinatie en monitoring van de regionale Agenda HKG 2021-2022; D  e Regiegroep HKG functioneert als ‘agendacommissie’ of als een ‘Dagelijks bestuur’ en stelt de agenda op en bereidt de bijbehorende stukken voor de Bestuurlijke Tafel BW & O; D  e regiegroep HKG coördineert de besluitvorming in de achterliggende sectoren en de daarbij behorende bestuurlijke besluitvorming. De vertegenwoordigers van de drie partijen in de regiegroep zijn de linking pin naar de achterliggende besluitvormende gremia. Dit zijn bijvoorbeeld het bestuurlijke overleg BW & O, ­portefeuille overleg Wonen en de bestuurlijke werkgroep Bouwen en Wonen, Bestuurlijk overleg ­Woningcorporaties Drechtsteden, Bestuurlijke ­overleggen zorginstellingen.

Bestuurlijke Tafel BW & O De besluitvorming over de Agenda HKG 2021-2022 beleggen partijen bij de Bestuurlijke Tafel BW & O waarin bestuurders van de drie partijen zitting hebben. Aan de bestuurlijke tafel nemen deel:

Tav afspraken inzet capaciteit wonen: U  itwerking voorrangs- en contingentregeling HKG regio’s Alblasserwaard en Drechtsteden; Tav afspraken inzet begeleiding: Invulling  en afstemming waakvlamfunctie

De Regiegroep HKG wordt ondersteund door een ­programmateam dat in paragraaf 5.4 wordt ­toegelicht. De programmamanager is de secretaris van de ­regiegroep.

13

sociaal domein/zorg en wonen, bestuurders  woningcorporaties Alblasserwaard en Drechtsteden; e n bestuurders zorginstellingen (per sector 3 bestuurders). Op de Bestuurlijke Tafel BW & O vindt dialoog en verkenning plaats van strategische vraagstukken die door de Regiegroep HKG op de werkagenda zijn geplaatst. Omdat bestuurders ook de wens hebben uitgesproken om de praktijk een plek te geven tijdens deze momenten, is het voorstel om deze sessies (daar waar mogelijk) te combineren met (digitale) werkbezoeken.

5.4 - Lokale projectgroep: afstemming tussen 3 partijen

Iedere regio gemeente kent zijn eigen lokale Agenda HKG 2021-2022, waarin een deel van de woonzorgproducten van de regionale agenda worden gerealiseerd. Om deze woonproducten te realiseren vormt iedere regio gemeente een lokale projectgroep van professionals van gemeente, de woningcorporatie werkzaam in betreffende gemeente en de betrokken zorg-/begeleidingsorganisatie werkzaam in de betrokken gemeente. Deze projectgroep is verantwoordelijk voor de uitwerking van de woonzorgproducten in locatie, aantallen en inbedding in de lokale zorginfrastructuur. De lokale projectgroep coördineert tevens de benodigde lokale, bestuurlijke besluitvorming. Door de lokale projectgroep zullen twee type activiteiten worden uitgewerkt: 1. De bouw/verbouw van complexen voor een nieuw woonzorgproduct met begeleiding; 2. D  e (verdere) instroom van mensen uit de Opvang en Beschermd Wonen in de bestaande woningvoorraad. De lokale projectgroep beoordeelt welke woonzorg­ producten op korte termijn kunnen worden ontwikkeld door instroom in de bestaande woningvoorraad. Bijvoor-

beeld in de vorm van de Route Thuis in de wijk of door de aanpak Housing First toe te passen. Wanneer sprake is van nieuwbouw of herbestemming van een gebouw dan is vaak sprake van een langere planning. 5.5 - Programmateam

De Regiegroep HKG en de lokale projectgroepen zullen worden ondersteund door een programmateam. Dit team bestaat naast de programmamanager ­ Mireille Henderson, uit de regionale projectleiders ­ Carin Turi en Netty van Triest en Ketenregisseur Wonen Maaike de Ruiter. Mireille Henderson is verantwoordelijk voor de ondersteuning van de bestuurlijke regiegroep en Bestuurlijke Tafel. Zij organiseert het programmateam, draagt zorg voor de opstelling en planning van de regionale werkagenda en bereidt de bestuurlijke gremia voor. Zij wordt in deze taak bijgestaan door Netty van Triest. De regionale projectleiders, Netty van Triest en Carin Turi, ondersteunen de lokale projectgroepen. Zij zijn organisator van de lokale projectgroep, stellen een plan van aanpak op met besluitvormingsmomenten en bereiden de agenda per overleg voor. Zij bewaken de voortgang van de projectgroep en dragen zorg voor de besluitvorming door bestuurders. Doordat de projectleiders deze rol ook vervullen voor andere gemeenten, brengen zij actief ontwikkelde kennis in van

14

andere projectgroepen en zorgen zij bovendien voor de inbreng van lokale knelpunten op de regionale agenda. Maaike de Ruiter vertegenwoordigt de corporaties Drechtsteden en is verantwoordelijk voor hun inbreng in de regionale agenda. Het programmateam ondersteunt de Regiegroep HKG bij de coördinatie van de totstandkoming van beleids­ notities voor de randvoorwaarden in budget, wonen of begeleiding. Hiervoor stemt het programmateam af ­met de betrokken (strategische) beleidsadviseurs. Belangrijke taak voor het programmateam is om de regiegroep te ondersteunen bij de bewaking van de formele besluitvormingsprocessen. Ook ondersteunen de regionale projectleiders de lokale projectgroepen bij de organisatie van hun samenwerking om de afgesproken lokale Agenda HKG 2021-2022 te realiseren. Schematisch ziet het organisatie-ontwerp er als volgt uit (volgende pagina):

Huisvesting kwetsbare groepen Lokale projectgroep

Lokale projectgroep

Lokale projectgroep

Lokale projectgroep

Lokale projectgroep

Lokale projectgroep

Lokale projectgroep

Lokale projectgroep

Lokale projectgroep

Bestuurders:

Bestuurders:

Bestuurders:

Bestuurders:

Bestuurders:

Bestuurders:

Bestuurders:

Bestuurders:

Bestuurders:

Wethouder wonen

Wethouder wonen

Wethouder wonen

Wethouder wonen

Wethouder wonen

Wethouder wonen

Wethouder wonen

Wethouder wonen

Wethouder wonen

Wethouder zorg Lokale corporatie(s)

Wethouder zorg Lokale corporatie(s)

Wethouder zorg Lokale corporatie(s)

Wethouder zorg Lokale corporatie(s)

Wethouder zorg Lokale corporatie(s)

Wethouder zorg Lokale corporatie(s)

Wethouder zorg Lokale corporatie(s)

Wethouder zorg Lokale corporatie(s)

Wethouder zorg Lokale corporatie(s)

Betrokken zorgaanbieder(s)

Betrokken zorgaanbieder(s)

Betrokken zorgaanbieder(s)

Betrokken zorgaanbieder(s)

Betrokken zorgaanbieder(s)

Betrokken zorgaanbieder(s)

Betrokken zorgaanbieder(s)

Betrokken zorgaanbieder(s)

Betrokken zorgaanbieder(s)

Professionals:

Professionals:

Professionals:

Professionals:

Professionals:

Professionals:

Professionals:

Professionals:

Professionals:

Ambtenaren wonen en zorg

Ambtenaren wonen en zorg

Ambtenaren wonen en zorg

Ambtenaren wonen en zorg

Ambtenaren wonen en zorg

Ambtenaren wonen en zorg

Ambtenaren wonen en zorg

Ambtenaren wonen en zorg

Ambtenaren wonen en zorg

Professionals woningcorporatie

Professionals woningcorporatie

Professionals woningcorporatie

Professionals woningcorporatie

Professionals woningcorporatie

Professionals woningcorporatie

Professionals woningcorporatie

Professionals woningcorporatie

Professionals woningcorporatie

Professionals zorgaanbieders

Professionals zorgaanbieders

Professionals zorgaanbieders

Professionals zorgaanbieders

Professionals zorgaanbieders

Professionals zorgaanbieders

Professionals zorgaanbieders

Professionals zorgaanbieders

Professionals zorgaanbieders

Bestuurlijke Tafel BW & O Huisvesting kwetsbare groepen Leden Bestuurlijke tafel: - Wethouders wonen + zorg (Drechtsteden en Alblasserwaard) - Bestuurders corporaties - Bestuurders zorgaanbieders

Regiegroep Huisvesting Kwetsbare groepen bestuurlijke vertegenwoordigers van gemeenten, woningcorporaties en zorginstellingen.

15

Programmateam Huisvesting kwetsbare groepen

6. Procesaanpak en planning 6.1 - Regionale procesaanpak

De Regiegroep HKG zal komend voorjaar een werkagenda opstellen en plannen. Voor een deel betreft de werkagenda doorlopende thema’s die al eerder zijn afgesproken, op basis van de lokale realisatie zullen ook nieuwe thema’s naar voren komen. Een voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van een waakvlamfunctie.

In 2021 wordt binnen de Route Thuis in de Wijk gekeken welke afspraken we kunnen maken omtrent signalering en terugvalpreventie. Het aantal huurders met ambulante zorg dat een reguliere huurwoning huurt bij de corporaties neemt toe. Partijen vinden het van groot belang dat de zorg goed geregeld is. Zowel op het moment dat het huurcontract wordt aangegaan als op het moment dat het zorgcontract afloopt. Als blijkt dat mensen niet in staat zijn zelfstandig te wonen (al dan niet met ambulante zorg) moeten zij de mogelijkheid krijgen terug te vallen op een zwaarder, mogelijk intramuraal, zorgarrangement.

Agenda onderwerpen zijn bijvoorbeeld: Tav gezamenlijke ambitie: H  erijking Agenda HKG 2021-2022; M  onitoring realisatie Agenda HKG 2021-2022; Tav afspraken inzet capaciteit wonen: U  itwerking voorrangs- en contingentregeling HKG regio’s Alblasserwaard en Drechtsteden; Tav afspraken inzet begeleiding: Planning van de financiering van de woonzorgproducten van de agenda HKG in de regionale begroting voor Beschermd Wonen en Opvang; Invulling en afstemming waakvlamfunctie;

Het doel van de werkagenda HKG 2021-2022 is om afspraken te maken tussen de samenwerkende partijen over de inzet van capaciteit en budget en deze te borgen in afsprakenkaders zoals een convenant of beleidsinstrumenten zoals een huisvestingsverordening met voorrangs­regeling. Een belangrijk onderwerp daarbij is de wijze waarop de samenwerkingspartners invulling geven aan breed gedragen principes als ‘fair share’ en ‘regionale solidariteit’. De komende jaren zal bij de uitwerking van de regionale werkagenda verder nagedacht wordt over de verdeling van uitstromers over de werkgebieden van 9 gemeenten in de vorm van een verdeelsleutel. Tot slot is ook de verdeling van woonzorgproducten een aandachtspunt.

16

Onderdeel van de werkagenda is de planning van de begrotingscyclus Beschermd Wonen en Opvang. In deze begroting wordt de financiering van de agenda HKG-producten opgenomen. Lokale projectgroepen wordt gevraagd om na een eerste verkenning van het lokale bod inzicht te geven in de verwachte planning van woonzorgproducten. Om te zorgen voor een goede uitwisseling tussen partijen haalt de Regiegroep HKG input op voor de agenda-­onderwerpen tijdens de brede Bestuurlijke Tafel BW & O. Tijdens de bijeenkomst van de brede bestuurlijke tafel worden ervaringen gedeeld en zienswijzen van partijen uitgewisseld. In 2021 organiseren we viermaal een brede Bestuurlijke Tafel BW & O.

6.2 - Lokale projectgroep: procesaanpak

Waar op regionaal niveau tussen bestuurders afspraken worden gemaakt over de kwantitatieve en kwalitatieve regionale opgave, wordt lokaal de regionale agenda gerealiseerd in concrete afspraken over instroom in de bestaande woningvoorraad of de ontwikkeling van nieuwe woonzorgproducten. In iedere gemeente start een lokale projectgroep die de lokale agenda HKG uitwerkt. Deze lokale agenda is beschreven in de tabel op pagina 7. De lokale projectgroep bestaat uit professionals van alledrie de samenwerkingspartners. De lokale projectgroep is gezamenlijk verantwoordelijk voor de concrete uitwerking van de lokale agenda.

De lokale projectgroep bestaat uit vertegenwoordigers van: de gemeente: beleidsadviseurs van het sociaal domein en van het wonendomein. Beide vertegenwoordigers brengen kennis in over de afspraken en mogelijkheden in wet- en regelgeving op beide domeinen. Zij borgen de afspraken in reguliere kaders zoals de PALT-prestatieafspraken, de gemeentelijke en regionale begroting voor de inzet van middelen voor de begeleiding en de zorg. de woningcorporatie: vertegenwoordigers hebben inzicht in de mogelijkheden van de inzet van vastgoed, de inzet van sociaal beheer en brengen kennis in over wijken en buurten. de zorgaanbieder: vertegenwoordigers brengen kennis en inzicht in over de doelgroepen, hun zorgvraag en geven inzicht in de lokale zorgvraag. De zorgaanbieder is een aanbieder die producten biedt op het domein BW en/of Opvang. Daarnaast wordt indien mogelijk, een vertegenwoordiger van de lokale zorginfrastructuur aan tafel gevraagd voor de kennis over de lokale zorgvraag. De lokale projectgroep wordt ondersteund door de regionale projectleiders bij gespreksleiding, agendering en plan van aanpak. De regionale projectleider bewaakt de voortgang van de lokale agenda, is linking pin regionaal en agendeert lokale vraagstukken voor de regionale agenda.

17

Procesaanpak Deze procesaanpak wordt aangepast naar bevind van zaken en in gesprek met de lokale projectgroep. Voor de uitvoering van de lokale Agenda HKG 2021-2022 stellen we globaal drie procestappen voor:

1. Verkenning In de eerste stap wordt de agenda met woonzorgproducten verkend. Onderdeel van dit ontwerp is tevens de samenwerkingsorganisatie, hoe besluitvorming plaats vindt en welke vertegenwoordigers aan tafel zitten. Gezamenlijk bepalen zij de onderwerpen die uitgewerkt moeten worden voor het woonzorgproduct: Doelgroep en behoefte, Programma van eisen huisvesting en begeleiding, Begroting en de financiële haalbaarheidstoets -onder meer inzake de mogelijke inzet van het centrumbudget BW en MO -, Planning inclusief inspraak en ruimtelijke procedures. In de regio’s zijn diverse woonzorgproducten al beproefd. Bijvoorbeeld Housing First, Doorstroomwoningen/Route Thuis in de wijk. In de verkenningsfase brengt het programmateam de professionals die dezelfde woonzorgproducten ontwikkelen in kennissessies bijeen zodat zij profiteren van elkaars aanpak en ideeën.

2. Plan In deze fase wordt het ontwerp verbonden aan een ­concreet gebouw of locatie. Het ontwerp wordt toe­gepast en het plan wordt per onderdeel ter goed­keuring aan de lokale bestuurders voorgelegd. In deze fase wordt tevens voorstellen voor de regionale agenda uitgewerkt. Bijvoorbeeld de financiering van (een deel van) de kosten. Een belangrijk onderdeel van deze fase is de ontwikkeling van een communicatie-­ en inspraakplan met omwonenden.

3. Uitvoering In deze fase wordt het plan tot uitvoering gebracht. En de eerste stappen gezet voor de afstemming in aanbod bij de verhuur aan de betreffende doelgroep. Voorts is de inbedding in de lokale infrastructuur aan de orde. Ook in deze fase kan het programmateam ondersteunen in agendering en procesbegeleiding.

Het programmateam kan de lokale projectgroep ondersteunen in agendering en procesbegeleiding, het (mede) ontwikkelen van voorstellen voor de regionale werk­agenda HKG.

18

Bijlage A: Woonzorgproducten _ omschrijving _ versie 2.0

Woonzorgproduct

Toelichting

Flex wonen

Binnen de huidige woningmarkt hebben we te maken met oververhitting. Of het nu gaat om koopwoningen of sociale huurwoningen. Verschillende groepen beconcurreren elkaar voor het krijgen van een (t)huis. De woonzorgopgave voor BW&O krijgt hiermee een extra uitdaging. Het realiseren van 80 flex woonplekken heeft als doel om met elkaar in onze regio (de komende periode) snel en adequaat een flexibele schil te creëren zodat we een deel van de Beschermd wonen en opvang doelgroep kunnen bedienen. Dit betreft een groep die met minimale begeleiding kunnen worden gehuisvest op een tijdelijke woonplek. Met de verwachting dat deze woonplekken tussen de 2-8 jaar beschikbaar zijn, verwachten we dat deze ons helpen de periode die we nodig hebben om woonzorgproducten te realiseren te overbruggen. Voor de kandidaten die hier gebruik van maken is het idealiter het geval dat zij duurzaam doorstromen naar een eigen sociale huurwoning (op termijn). Omdat de woningmarkt nu oververhit is zou dit dus juist daarom ruimte bieden om mensen wél kansen te bieden zodat ze niet onnodig in een BW voorziening blijven hangen. Een flexibele schil kan op verschillende wijze worden gerealiseerd; denk hierbij aan -

het benutten van sociale huurvoorraad dat tijdelijk leeg staat in een gemeente; het verkennen van de benutting van leegstaande kantoorpanden (ism projectontwikkelaars); De nieuwe generatie verplaatsbare woningen die op tijdelijke locaties worden gebouwd; Of andere voorbeelden die kunnen bijdragen aan het creëren van woningen voor een periode van 2-8 jaar.

Het voordeel van deze vorm is dat de lokale gemeente gemêleerde woonplekken kan creëren zodat er verschillende groepen worden bediend (w.o. de BW&O doelgroep). Woonzorgvoorziening voor multiproblematiek

We zien dat er een doelgroep is die nu onvoldoende binnen onze regio bediend kan worden. Dit betreft een woonplek/voorziening voor mensen ouder dan 45 jaar, die al jarenlang verslaafd zijn en psychiatrische problemen hebben. Naar verwachting gaan de financiering van het aanbod voor deze mensen in de huidige voorziening (Domus te Dordrecht) naar de Wlz (Wet langdurige zorg). Bij het realiseren van deze voorziening verwachten we dan ook dat dit voor 80% een Wlz locatie zal worden. Deze voorziening dienen we daarom in nauwe samenwerking met VGZ (zorgkantoor) op te pakken.

19

Kleinschalige tussenvoorzieningen

Dit betreft een kleinschalige woonvoorziening (maximaal 12 bewoners) die uitstromen uit opvang of een beschermd wonen intramurale setting. Deze voorzieningen bieden bovendien een kans om te voorkomen dat er instroom is in een intramurale voorziening. We stimuleren hiermee dus uitstroom uit een intramurale setting, maar gaan ook uit van een preventieve werking door het voorkomen van instroom in een intramurale setting. Een woonplek waar men een eigen voordeur heeft maar mét begeleiding, die 24/7 bereikbaar is. De setting biedt mogelijkheden voor een bewoner om in een kleinschalige en veilige omgeving door te ontwikkelen naar een eigen (t)huis in de wijk. In sommige gevallen zien we ook dat sommige bewoners altijd een dergelijke setting nodig blijven houden. Dit brengt met zich mee dat bij de realisatie ook nagedacht moet worden over uitstroom mogelijkheden zodat we twee verschillende groepen kunnen bedienen: één groep die doorstroomt en één groep die deze setting de rest van hun leven behoudt. Het gaat er vooral om dat we dus een categorie cliënten zien die eerst enige tijd moeten oefenen om terug te kunnen in een ‘gewone’ woning in de wijk en een aantal cliënten op de wachtlijst BW die met een voorziening als deze niet hoeven in te stromen in een BW intramurale voorziening. Hier refereert het woordje ‘tussen’ met name naar. Een ‘tussen’ intramuraal en extramuraal.

Time out

Wat we zien is dat we steeds meer mensen uit BW&O maar zo ook Wlz ‘thuis in de wijk’ hebben. Een mooie beweging en een die we vanuit de wens om een inclusieve samenleving te creëren alleen maar kunnen omarmen. Maar er zit ook een keerzijde aan. Dit vraagt namelijk ook iets van deze inwoners. Het vallen en opstaan is niet meer per definitie veilig omdat deze niet meer in een 24/7 intramurale setting gebeurt met 24/7 toezicht en aanwezigheid van ondersteuning, maar thuis in de wijk. En daarom is het van belang dat we in onze regio een setting hebben waar mensen een ‘time out’ mogelijkheid hebben. Dus een moment om tijdelijk in een intramurale setting te kunnen uitblazen om vervolgens na een kort verblijf weer naar huis te kunnen Een time out plek kan op verschillende wijzen worden vorm gegeven. We zouden voor onze regio goed moeten nadenken op welke wijze we dit efficiënt kunnen inrichten. het zou de voorkeur genieten als iedere gemeente een Time out voorziening/ plekken heeft zodat het op- en afschalen in de nabijheid kan plaats vinden. Bovendien kennen we voldoende intramurale plekken die we op enige wijze kunnen benutten voor een dergelijke tijdelijke ‘herstel/time out’ plek.

Bijvoorbeeld, In Sliedrecht heeft de gemeente twee bedden gereserveerd bij twee instellingen die het wijkteam kan benutten om iemand ‘tijdelijk’ te plaatsen, mensen die thuis wonen (maar die even deze thuis setting niet aan kunnen).Voordeel is ook dat deze inwoners van Sliedrecht in hun eigen gemeente op adem kunnen komen. De ontwikkeling van deze ‘time out’ functie zou bezien moeten worden vanuit verschillende perspectieven en lokale behoefte.

20

Skaeve huse

Is een bijzondere woonvorm, afkomstig uit Denemarken, voor mensen die niet in staat blijken te zijn om een reguliere sociale huurwoning te bewonen maar ook niet geschikt zijn voor BW-voorzieningen of begeleid wonen. De bewoners zijn meestal alleenstaande mannen boven de 40 jaar met een verleden van woonoverlast waarbij sprake is van complexe problematiek. Zij leven erg op zichzelf en hebben moeite om zich aan te passen aan de omgeving en zijn beter af met een eigen plek waar ze ook met rust gelaten worden. Er wordt meestal gekozen voor een vrij sobere vrijstaande woonunits die geclusterd op een locatie aan de rand van een gemeente of op een afgelegen terrein geplaatst worden. Er is vaak dagelijks toezicht en per project zijn er verschillende afspraken over begeleiding. Het in contact blijven is van belang. Skaeve huse biedt een goede woonplek voor ingewikkelde mensen én het lost in een aantal situaties de overlast op in woonbuurten. (meer informatie vind je op www.platform31.nl >publicaties>Skaeve huse)

Housing First

Housing First is een manier van wonen die bedoeld is om dakloze mensen met meervoudige problemen te helpen naar wonen. De toewijzing van een sociale huurwoning is de start van een traject om zelfstandig te gaan wonen. Het accepteren en toelaten van begeleiding is hierbij een voorwaarde. Daarnaast zijn afspraken over het betalen van de huur en het voorkomen van overlast. De reguliere methodieken om daklozen weer toe te leiden naar zelfstandig wonen bleken bij deze doelgroep niet succesvol. Housing Frist heeft zich bewezen als methodiek om, met de juiste bejegening en ondersteuning, voor een groot deel van deze groep langdurig daklozen zelfstandig wonen haalbaar te laten zijn. Ook voor dakloze jongeren die tussen wal en schip vallen blijkt Housing First goed aan te sluiten. (meer informatie vind je op housingfirstnederland.nl)

21

Ontwikkelingen Beschermd Wonen & Opvang en Huisvesting Kwetsbare Groepen Centrumgemeente Dordrecht en Papendrecht

Programma

Doel: informeren over laatste ontwikkelingen en ophalen wat u mee wil geven bij de verder verkenning. Centrumgemeente Dordrecht regionale projectleider Mireille Henderson 1. Ontwikkelingen Beschermd wonen en opvang landelijk/regionaal; 2. Regionale opgave Huisvesting kwetsbare groepen (HKG).

3.

Gemeente Papendrecht beleidsadviseur Charlotte Jochems en Rina van der Meijden Huisvesting kwetsbare groepen Papendrecht

Om u een beeld te geven van de voorzieningen Beschermd Wonen en Opvang in de regio

24/7 Opvang Nacht opvang

BW vormen

Ontwikkelingen Beschermd wonen 2021 en verder …

• Openstelling Wet langdurige zorg (Wlz) voor mensen met psychische problematiek • Een deel van de cliënten die een Beschermd wonen indicatie hebben krijgen een Wlz indicatie. En dus niet meer de verantwoordelijkheid van gemeenten. Info: https://www.informatielangdurigezorg.nl/veranderingen/vanaf-2021/ggz-in-wlz

• Doordecentralisatie Beschermd wonen: nieuw verdeelmodel • Per 2022 (start), per 2023 start afbouw Centrumgemeente rol • We dienen wel samen te blijven werken op niveau van centrumgemeente regio (Drechtsteden en Alblasserwaard). Solidariteit geborgd d.m.v. Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO); Info: https://vng.nl/artikelen/norm-voor-opdrachtgeverschap-mo-bw-routekaart

Ontwikkelingen Maatschappelijke opvang

• Landelijk toename dak- en thuislozen • Opgave ‘Blokhuis’ impuls uitbreiding opvang capaciteit • N.a.v. een herijkt Centrumgemeentebeleid Opvang ‘Een (t)huis een toekomst’ • Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang blijven voorlopig centrumgemeente taken, en daarmee centrale financiering • Actueel: Opvang in tijden van Corona  Hotelplaatsingen (oude nachtopvang niet toereikend voor handhaven RIVM maatregelen)

Vertaling regionale ontwikkelingen transformatie Beschermd Wonen (Huisvesting kwetsbare groepen) • Basis was: een capaciteitsonderzoek waarbij we de regionale opgave Beschermd wonen en opvang vertaald is in ‘wat hebben we nog nodig’ • Samenwerkingsopgave Wonen en Zorg voor alle gemeenten, samen met Wooncorporaties in het samenwerkingsgebied centrumgemeente geformuleerd • Kwantitatieve opgave: (stenen) Beschikbaar stellen woningen, vastgoed voor groepsopvang, kleinschalige wooninnovaties • Kwalitatieve opgave: (zorg) Ontwikkelen woonzorg producten en maken zorg afspraken voor perspectiefvol wonen voor kwetsbare groepen

Huisvesting kwetsbare groepen Papendrecht Wat betekent deze regionale vraag voor de lokale opgave?

Verkenning lokale vraag Welke stappen zijn doorlopen om te komen tot een lokaal aanbod voor huisvesting: • Bestuurlijk overleg met lokale partners  Eerste verkenning  Herkenning problematiek • Ophalen informatie op uitvoeringsniveau  Onderzoek aan de hand van casussen  Verwachtingen naar de toekomst  Uitgangspunt: voorzieningen passend bij de schaal en behoefte van Papendrecht

Waar gaan wij ons voor inzetten? Op basis van lokale behoefte/vraag Op korte termijn starten met: - Housing first - Woontraining voor jongeren Mogelijk op een later moment: - Haalbaarheidsonderzoek enkele Skaeve Huse - Terugval/time out voorziening Afstemming met corporaties over: - Doorstroomwoningen vanuit tijdelijke noodopvang ivm Corona (voor nu geregeld)

Hoe verder? Samen met Woonkracht 10, Sterk Papendrecht, zorgaanbieders verkennen van de verschillende woonvormen:  Doelgroep  Programma van Eisen  Locaties

Lokale keten gericht op de GGZ problematiek Basisvoorzieningen op orde: • Sociaal team uitgebreid met GGZ expertise van Yulius • Multi Disciplinair Overleg • Lokale inloop GGZ in de Spil • BW voorziening van Yulius (Oostpolder) • Werkwijze “Kansvol Vooruit” geïntegreerd bij Suppord Dit jaar: • Pilot wijk GGD • Pilot waakvlamfunctie

Hoe houden we u op de hoogte? • Voortgangsbericht pilots en projecten sociaal domein • Raadsinformatie Brief • Regionale nieuwsbrief Thuis in de Wijk •

Aanmelden: https://dordrecht.email-provider.nl/memberforms/subscribe/standalone/form/?a=xoafmayalw&l=3d6lwovhfd

Wmo adviesraad • Regionale consultatie Wmo adviesraden

Heeft u vragen? Wat wilt u ons meegeven?

Een jaar werken aan de agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen 2021-2022 Drechtsteden en Alblasserwaard

Voorwoord

3 Aan de slag: resultaten regionaal

3

Regionale afspraken over financiering van de agenda HKG

1 Wat is de agenda?

4

26

27

Contingent afspraak: Jaarlijks 50 woningen voor uitstroom kwetsbare groepen

28

Route (beschermd) thuis in de wijk: heldere afspraken voor succesvolle doorstroming Over de agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen 2021-2022

5

Uitstroomroutes Huisvesting Kwetsbare Groepen zelfstandig Wonen

29

30

‘’Samen zijn we succesvoller”, Corine Verver, wethouder Papendrecht en

Alle gemeenten doen mee, ondanks de verschillen, Peter Heijkoop, wethouder Dordrecht en

Tinka van Rood, bestuurder Trivire

Arjan Kraijo, wethouder Alblasserdam

6

Programmateam: organisator, aanjager en bewaker van de agenda

8

Buurtcontact is nodig én steun van professionals, Erwin Zwijnenburg, bestuurder

2 Nieuwe woonzorgproducten: bewoners en begeleiders aan het woord Woontrainingsproject voor jongeren: bouwen aan een ‘gewoon’ leven

11

12

Housing First: andere aanpak voor dakloze mensen met meervoudige problemen Kleinschalige tussenvoorziening: tussenstap tussen intra- en extramuraal Flexwoningen: flexibele schil om uitstroom opvang op gang te houden

14

16 20

22

In gesprek over zorguitdagingen op langere termijn, Gert-Jan Freeke, regiodirecteur Leger des Heils en Marco de Bruin, bestuurder Yulius

Woonkracht10 en Ronald de Meij, wethouder Zwijndrecht

33

4 Aan de slag: resultaten lokaal

35

Projectgroep Alblasserdam: Locatieonderzoek belangrijke eerste stap Projectgroep Dordrecht: Kansen optimaal benutten

24

Hardinxveld-Giessendam: Focus op preventie

36

38

Effectieve Gorkumse samenwerking: Snel samen schakelen

18

Woonzorgvoorziening voor multiproblematiek: Rust vinden in Domus Dordrecht Skaeve Huse: Vrijstaande woonunits buitenaf

31

40

42

Hendrik-Ido-Ambacht: Nauw samenwerken maakt creatiever

44

Projectgroep Molenlanden: Zoektocht in landelijke gemeente

46

Projectgroep Papendrecht: Goede samenwerking en krachtenbundeling

48

Aanpak Sliedrecht: Aandacht voor draagkracht rond woonzorgvoorzieningen

50

Projectgroep Zwijndrecht: Een woning trekt problemen op andere gebieden recht

Een jaar werken aan de agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen 2021-2022 Drechtsteden en Alblasserwaard

52

2

Voorwoord Iedereen een eigen huis, ook als je kwetsbaar bent door psychische of verstandelijke beperkingen. Dat is de visie die de samenwerkende partijen aanhangen in de regio’s Drechtsteden en Alblasserwaard. In de agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen 2021-2022 hebben gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders voor elkaar maar ook voor de buitenwereld opgeschreven wat zij willen doen. In dit jaarboek geven de samenwerkingspartners een terugblik op hun activiteiten in het afgelopen jaar. Veel is gelukt, maar er zijn ook nog hobbels te nemen. Dit jaarboek is bedoeld voor iedereen die meewerkt aan het onder dak brengen van mensen die, vaak tijdelijk, onze begeleiding en ondersteuning nodig hebben. Vier je succes, is de stelregel, en laat dit succes ons inspireren voor nog meer resultaat in 2022!

Peter Heijkoop, voorzitter Bestuurlijke Tafel BW&O en regiegroep agenda HKG.

Een jaar werken aan de agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen 2021-2022 Drechtsteden en Alblasserwaard

3

1 Wat is de agenda?

Een jaar werken aan de agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen 2021-2022 Drechtsteden en Alblasserwaard

4

Over de agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen 2021-2022

Samen zorgen dat mensen met een psychische kwetsbaarheid, verstandelijke beperking, verslaving of psychosociale problemen zoveel en zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Dat is wat we in de regio’s Drechtsteden en Alblasserwaard willen. Al sinds 2016 werken wij, zorgaanbieders, gemeenten en woningcorporaties samen aan deze belangrijke opgave. Deze samenwerking heeft tot mooie eerste resultaten en woonzorgproducten geleid, zoals de Route Thuis in de wijk, Housing First en Skaeve Huse. In de agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen 2021-2022 (agenda HKG 2021-2022) staan de ambities voor 2021 en 2022. Per 1 januari 20221 worden álle gemeenten verantwoordelijk om kwetsbare groepen passende arrangementen te bieden. Op dit moment valt een deel van de dak- en thuislozen en de bewoners uit instellingen tussen wal en schip. Deze mensen willen en kunnen zelfstandig wonen, mits zij voldoende begeleiding en ondersteuning krijgen. Daarom formuleert deze agenda welke passende, duurzame alternatieve woonzorgvoorzieningen nodig zijn in het regionale aanbod.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/559/documents/9194