D01. 20240111 RIB Trafo Het Havenhoofd.pdf
Tekst van het document
uitvoering ingediend en de gemeente heeft akkoord op gegeven. Daarmee is voldaan aan het vooraf melden van de start van de uitvoering van de werkzaamheden. Zie Bijlage 12 start melding werkzaamheden. 5.5.1 Aanwezige documenten Bij aanvang en tijdens de uitvoering van werkzaamheden moeten de vergunning, door de gemeente gewaarmerkte tekeningen, geldige KLIC(Kabels en Leidingen Informatie Centrum)-melding, een kopie van de melding ingraving en afschriften van overige benodigde vergunningen aanwezig zijn. Het raadplegen van de documenten was niet direct mogelijk vanwege een gesaboteerd slot van de aannemerskeet. De documenten zijn later aanwezig gebleken. 5.5.2 Proefsleuven ter voorbereiding De aannemer heeft de beschikbare ligging voor het nieuwe tracé geverifieerd door proefsleuven. Daaruit bleek dat op de aangeven locatie bestaande kabels en/of leidingen aanwezig waren. In overleg met de gemeentelijke toezichthouder en de toezichthouder van Stedin is de maatvoering van de locatie van de nieuwe kabels aangepast. Zie ook paragraaf 4.1 van dit document. 5.5.3 Uitzetten tracé De leidingexploitant zet het tracé uit en controleert of dit vrij is van belangen van derden. Zie paragraaf 5.5.2. 5.5.8 Bodemverontreiniging De leidingexploitant is verplicht uit te zoeken of er sprake is van bodemverontreiniging.
In de voorgesprekken heeft de Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid de leidingexploitant erop gewezen dat sprake was van een nazorglocatie. Zie de e-mail van 19 april 2021 in Bijlage 13 Emailwisseling B. Omdat de werkzaamheden in eerste instantie in de leeflaag plaatsvonden was de aannemer niet verplicht een melding bij de Omgevingsdienst te doen. Later is gekozen voor het gebruik van heipalen onder de trafo. Daarbij werd wel in de leeflaag gewerkt. De Omgevingsdienst heeft hierop een controle uitgevoerd. De algemene werkwijze door de aannemer is op dit onderdeel door de Omgevingsdienst als voldoende beoordeeld. Zie controleverslag van 10 juni 2022. Het controleverslag is toegevoegd. Zie Bijlage 11 Controleverslag OZHZ. 5.5.10 Werkterrein Indien de aannemer een afzonderlijk werkterrein/depot nodig heeft is een omgevingsvergunning nodig. De aannemer heeft een omgevingsvergunning aangevraagd en verstrekt gekregen. Zie Bijlage 14 tot en met 17 Ontheffing 1 en 2 inclusief bijbehorende plattegronden.
5.6.1 Open ontgraving Het werk is in den droge uitgevoerd zonder bemaling van grondwater. 5.6.2 Graven sleuf Bij graafwerkzaamheden moet de aannemer voldoen aan eisen die in deze paragraaf zijn benoemd. De eisen zijn overwegend van technische aard. Tijdens het toezicht op de werkzaamheden zijn geen afwijkingen geconstateerd aan de gestelde eisen. 5.6.3 Lengte van de sleuf Binnen een werkdag moet de open gegraven sleuf opnieuw zijn aangevuld en dicht gestraat. De toezichthouder heeft ingestemd dat de sleuf langer mocht openblijven, mits maatregelen waren genomen ten behoeve van de veiligheid. Hieraan is voldaan door de aannemer door het voldoende veilig afzetten van de sleuf en het afdekken van de grond. 5.6.4 tot en met 5.6.8 Deze paragrafen gaan over hoe om te gaan met uitgegraven materiaal. Tijdens het toezicht op de werkzaamheden zijn geen afwijkingen geconstateerd aan de gestelde eisen. 5.7.1 Algemene uitgangspunten De paragrafen vanaf het tweede aandachtspunt is van toepassing op dit werk. Er heeft geen schade aan gemeentelijke of andere eigendommen voorgedaan. 5.7.2 Herstel van de sleuf, elementenverharding De leidingexploitant straat zelf conform afspraak de sleuf dicht. Dit is door de aannemer uitgevoerd. 5.7.8.2 Maatregelen De aannemer heeft het werk naar behoren uitgevoerd en voldaan aan de voorschriften onder deze paragraaf.
Er heeft zich dan ook geen noodzaak voorgedaan om tegen de aannemer handhavend op te treden. Bij de start van het werk moest de handhaving (BOA) wel worden ingeschakeld omdat de bewoners het werk blokkeerden waardoor de aannemer heeft werk niet kon uitvoeren. Dit betrof geen handhaving op het uitvoeren van de werkzaamheden of het gedrag van de medewerkers van de aannemer, maar handhaving op het gedrag en handelen van de bewoners. Vorst heeft zich niet voorgedaan. Conclusie Er is voldaan aan de voorschriften die verbonden zijn aan paragraaf 5 Aanleg- en uitvoeringsvoorschriften. In de paragrafen 5.1 tot en met 5.7.8.2 geldende voorschriften zijn geen bijzonderheden aangetroffen.
Veiligheid en gezondheid D. ADVIES COMMISSIE 6.11 In het bezwaarschrift verwijst bezwaarmaker naar een advies van de Gezondheidsraad waaruit volgt dat dringend geadviseerd wordt om geen transformatorstations te bouwen op een woonerf. De huidige locatie van het transformatorstation wijkt daar van af nu het op het woonerf achter Het Havenhoofd is geplaatst. Het college geeft aan dat het door bezwaarmaker aangehaalde rapport van de GGD Leefomgeving betrekking heeft op transformatorinstallaties van hoogspanningsleidingen. Het betreffende transformatorhuisje en de aangelegde kabels zijn geen hoogspanningsleidingen maar middenspanningsleidingen. Bovendien wordt het transformatorhuisje voldoende veilig geacht voor de huidige locatie. De commissie overweegt dat het college enkel bevoegd is te handhaven indien sprake is van een overtreding van een wettelijk voorschrift. Het advies van de Gezondheidsraad betreft geen wettelijk voorschrift. Het is immers geen door bevoegd gezag vastgestelde regelgeving, maar slechts een advies. Het transformatorstation kon bovendien (omgevings)vergunningvrij geplaatst worden. De commissie overweegt wel dat het op de weg van het college had gelegen om het gezondheidsaspect te onderbouwen in het bestreden besluit en, indien nodig, nader onderzoek te doen. Bezwaarmaker benoemt dit immers wel in zijn handhavingsverzoek.
Van hem kan niet worden verwacht bekend te zijn met alle van toepassing zijnde regelgeving op dit gebied. Uit het bestreden besluit volgt niet welke normen hierop van toepassing zijn en in hoeverre het college dit in de besluitvorming heeft betrokken. De commissie acht het bestreden besluit dan ook ontoereikend op dit punt en verwacht een nadere onderbouwing. REACTIE GEMEENTE Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) heeft in samenwerking met de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) en de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid de door bewoners geuite bezwaren en zorgen bekeken. Verschillende adviseurs hebben beoordeeld of er als gevolg van het geplaatste transformatorhuis sprake is van een onveilige situatie of dat er een nadelige invloed is op de gezondheid van bewoners. Het komt vaker voor dat bewoners zich zorgen maken bij de plaatsing van transformatorhuizen. Opgemerkt wordt dat transformatorhuizen altijd aan alle geldende veiligheidsvoorschriften en normen moeten voldoen. Dit geldt zowel voor de technische veiligheidsvoorschriften als de geldende normen met betrekking tot afstand tot omliggende woningen / bovengrondse objecten. Voor een uitgebreide inhoudelijke reactie wordt verwezen naar Bijlage 18 notitie trafo Havenhoofd.
Conclusie Op basis van het onderzoek dat is uitgevoerd en de adviezen die door OZHZ, Veiligheidsregio en GGD zijn gegeven is in voldoende mate vastgesteld dat het transformatorhuis aan het Havenhoofd 14a te Papendrecht geen nadelige effecten heeft op de gezondheid of veiligheid.