CONCEPT Verslag Besluitvorming Perspectiefnota 8.7.2024.pdf
Tekst van het document
Geen extra verhoging van de Onroerende Zaak Belasting geeft hij aan dat zijn fractie nooit voorstander is geweest van het verhogen van lasten voor inwoners en steunt deze motie. De heer Stouthart refereerde aan het bestuursakkoord waarin dit door de coalitie is aangegeven. Wel vindt men dat men in het kader van het ravijnjaar 2026 moet oppassen en niet te strakke uitspraken moet doen. Motie M.2. Anoniem solliciteren vindt men een goed idee t.b.v. een meer divers en evenwichtig personeelsbestand en zal deze steunen. M.b.t. motie M.3. Rekenkameronderzoek Sterk Papendrecht staat men achter het idee dat de uitvoering goed gecontroleerd moet worden en men goed inzicht moet hebben in het functioneren van Sterk Papendrecht. Men vraagt zich wel af of dit (met het oog op de media en het vertrouwen van de bevolking) het juiste middel is. Hierop geeft mevrouw VAN ES aan dat men een instrument van de raad, waarmee men een goede controle kan uitoefenen op de grote hoeveelheid geld die naar Sterk Papendrecht gaat, niet op basis van valse beeldvorming achterwege moet laten en dat men aan de inwoners kan uitleggen dat dit een instrument van de raad betreft.
Hierbij is het niet de vraag of Sterk Papendrecht het goed doet, maar hoe de raad besluiten heeft genomen om hier steeds meer geld aan te geven, waarop de heer BEZEMER antwoordt dat dit zeker het geval is en men daarom eerst inzichtelijk wenst te maken hoeveel geld er naartoe gaat voor welke projecten, hoeveel fte’s hiermee gemoeid gaat en welk doel ermee beoogd wordt. Dit kan men ook in de raad doen, hier heeft men geen Rekenkameronderzoek voor nodig. Mevrouw VAN ES mist in de opsomming van de heer Bezemer de effectiviteit, die een Rekenkamercommissie aan het licht kan brengen. De heer BEZEMER is het hiermee eens, maar vindt niet dat dit via de Rekenkamercommissie hoeft te lopen. Mevrouw KARSO vraagt of men, wanneer 20
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
de portefeuillehouder aangeeft dat de effectiviteit niet wordt meegenomen in de RIB of beeldvorming, wel bereid is deze motie te steunen, waarop de heer BEZEMER aangeeft dit zeker te zullen overwegen. Verder is de CU-fractie m.b.t. motie M.4. Geen windturbines vlakbij woonwijken Papendrecht zeker geen voorstander van windturbines op de grens van Papendrecht, maar hierover heeft men in de raad reeds diverse vragen gesteld en heeft men reeds actie ondernomen richting de CU-fractie in Molenlanden. Men acht echter de kans dat ze daar komen klein. Om deze redenen ziet men de meerwaarde van deze motie niet echt, maar hij kan ook geen kwaad. Motie M.5. Vergroening van gemeentelijke gebouwen vindt men te vroeg en zal men niet steunen. Uiteraard is de CU-fractie voor verduurzaming, maar een onderzoek naar vergroening van gemeentelijke gebouwen is pas aan de orde nadat men het strategisch vastgoed in beeld heeft. Uiteraard zal men motie M.6.Suïcide preventie in visie sociaal domein en M.7. Flexpool gepensioneerden als mede-indiener steunen. M.b.t. motie M.8. Kerntaakdiscussie in de raad merkt de heer BEZEMER op dat men als raad vroegtijdig betrokken wenst te worden bij de (kaders voor) de ombuigingscatalogus. Tegelijkertijd is hij het eens met de heer Boersma dat er sprake moet zijn van rolvastheid.
Als de rol van het college en de raad in de motie betrokken wordt, wenst zijn fractie dit gesprek in de raad graag te voeren. De heer BOERSMA dankt een ieder -de collega raadsleden en het college- voor hun inbreng, waarbij de rode draad de verhouding tussen mensen, middelen en ambities was. Het is evident dat men hierover nog vaker van gedachten zal wisselen, ook omdat de ambtelijke organisatie voortvarend aan de slag is gegaan met het actualiseren van de ombuigingscatalogus. M.b.t. amendement A.1. nr.99. Procesregisseur senioren en A.3. nr. 105. Ouderenadviseur Senioren merkt hij op dat zijn fractie, omdat de visie is vastgesteld en de gevraagde investeringen hieruit voortvloeien, deze niet zal steunen. Een leerpunt is wel dat de besluitvorming over visie en middelen nauwer aan elkaar verbonden moeten worden. Op amendement A.2. nr.103. Beleidsregisseur Sport en Cultuur heeft zijn fractie schriftelijke toelichting van het college ontvangen. Men vindt het van belang dat de raad en het college een stevig gesprek voert over de staat van de ambtelijke organisaties in relatie tot de ambities. Dit ook in het licht van het niet kunnen uitvoeren van bepaalde voornemens door ziekteverzuim en het hoge percentage inhuur.
Men verzoekt het college parallel aan het proces van de ombuigingscatalogus kritisch te kijken en inzichtelijk te maken wat er (extra) nodig is om de ambities waar te maken en hoe men dit kan her prioriteren. Zijn fractie vindt het heel belangrijk dat dit gesprek eind 2024/begin 2025 wordt gevoerd en vraagt hierop een stevige toezegging. Inzake motie M.1. Geen extra verhoging van de Onroerende Zaak Belasting is het bestuursakkoord naar de mening van de SGP-fractie helder en leidend, verhoging van de OZB is de laatste optie en lokale lasten laat men niet boven het landelijk gemiddelde stijgen. 21
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
M.b.t. motie M.8. Kerntaakdiscussie in de raad vindt men het belangrijk dat de raad goed in positie komt, maar vermengt deze tegelijkertijd de rol van de raad en ambtelijke organisatie teveel. De SGP-fractie zou op voorhand niet willen inkaderen wat er in de catalogus terecht komt, waarop de heer GRIMMIUS opmerkt dat de raad de kaderstellende rol heeft. De heer BOERSMA antwoordt dat in 2019-2021 een ombuigingscatalogus is opgesteld, waarbij aan de voorkant als kader is meegegeven om geen rekening te houden met heilige huisjes (bv. het theater) en dat ambtelijk gezien alles op tafel mag komen, waarna politieke en bestuurlijke reflectie moet plaatsvinden. Het niet opnemen van bepaalde maatregelen zou geen volledig beeld van de werkelijkheid geven. De heer GRIMMIUS hoort hem zeggen dat men geen kader meegeeft en vanzelf alles naar de raad komt. Hij is echter van mening dat dit niet de zekerheid geeft dat alle opties worden meegegeven en alle heilige huisjes onderste boven zijn gehaald. Hij is van mening dat men juist een kader mee moet geven over wat men wel/niet wenselijk vindt. De heer BOERSMA is het hier niet mee eens, omdat men het ambtelijk advies aan het begin niet met een politieke wens moet vermengen en men de ambtelijke organisatie de vrijheid moet geven om met slimme dingen te komen, die de raad misschien helemaal niet zou bedenken.
Zijn vrees is dat men, wanneer men dit aan de voorkant inkadert bepaalde mogelijkheden uit sluit. Mevrouw KARSO merkt op dat wanneer men de kader/kerntaakdiscussie na de ambtelijke inventarisatie voert, het college dit kan meenemen in het afwegingskader om te komen tot een voorstel richting de raad. De heer BOERSMA is niet tegen een kerntakendiscussie, maar wil deze niet vermengen met het opstellen van de ombuigingencatalogus. Uit de toelichting zoals deze is gegeven heeft zijn fractie een andere lezing gekregen van deze motie. Mevrouw VAN ES merkt op dat het altijd moeilijk is om volledig te zijn. Op de vraag of de SGPfractie van mening is dat hierin ook mogelijke opbrengsten (bv. woningbouw in de Vriesenpolder) meegenomen moet worden antwoordt de heer BOERSMA dat hij dit zeker zinvol vindt en dat in de ombuigingscatalogus opgenomen mag worden om de Vriesenpolder vol te bouwen. Het bestuursakkoord, de omgevingsvisie en het verkiezingsprogramma is hier echter duidelijk over. Deze collegeperiode zal de SGP-fractie hier geen steun aan verlenen. M.b.t. amendement A.4. nr. 82 Maatregelen jaarwisseling vindt men dat hierover een besluit is genomen en de raad zichzelf serieus moet nemen. Zijn fractie zal dit amendement daarom niet steunen. Hierbij merkt hij wel op dat men vorig jaar en dit jaar tegen het budget voor de vuurwerkshow en het jongerenfeest was. M.b.t. motie M.2.
Anoniem solliciteren is men van mening dat de motie net iets meer vraagt dan het college zou willen doen. Men sluit zich aan bij het standpunt van het college dat ook in het regionaal beleid meer aandacht komt voor diversiteit en zal deze motie niet steunen. M.b.t. motie M.3. Rekenkameronderzoek Sterk Papendrecht is door verschillende fracties aangegeven dat een Rekenkameronderzoek een zwaar instrument is wanneer men hiervoor een motie 22
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
indient. Hierbij merkt hij op dat het fracties altijd vrij staat om suggesties bij de Rekenkamercommissie in te dienen. De heer GRIMMIUS merkt per interruptie op dat men hierover heeft nagedacht, maar dat in de verordening staat opgenomen dat de raad verzoeken kan doen en hij dit netjes via de raad en niet alleen namens zijn fractie wilde doen. De heer BOERSMA is het hiermee eens, maar zijn fractie vindt dit echter een te zwaar middel. Verder merkt hij op dat art. 9. lid 3 spreekt over een gemotiveerd verzoek. De kans bestaat dat de Rekenkamercommissie deze korte motie niet als dusdanig beschouwt, waarop de heer GRIMMIUS aangeeft dat het een verzoek is waar in staat dat de Rekenkamercommissie hier binnen 6 weken op kan reageren. Op zijn vraag wat hier op tegen kan zijn antwoordt de heer BOERMA dat hier niets op tegen is. M.b.t. motie M.4. Geen windturbines vlakbij woonwijken Papendrecht merkt de heer BOERSMA op dat het college nauwelijks aangemoedigd hoeft te worden om zich te verzetten tegen windmolens en men reeds meerdere politiek, bestuurlijke acties heeft genomen om dit duidelijk te maken. Omdat deze motie opnieuw een mogelijkheid is om kleur te bekennen zal zijn fractie deze steunen. Motie M.5. Vergroening van gemeentelijke gebouwen zal men onder verwijzing naar de argumenten van de heer Van den Dool niet steunen.
Tenslotte dankt hij de diverse fracties voor de steun voor motie M.6. Suïcide preventie in visie sociaal domein. In reactie op de vraag waarom men hier een motie voor zou indienen geeft de heer BOERSMA aan dat men, i.c.m. het belang dat zijn fractie hier aan hecht, redelijkerwijs niet kan verwachten dat het college een nog niet inwerking getreden wet zal uitvoeren. Op de vraag van de heer LAMMERS waarom men op de wetgeving vooruit zou willen lopen antwoordt de heer BOERSMA dat suïcide nr. 1 doodsoorzaak onder jongeren is. De heer Spitsbaard is op dit moment ook aanwezig. (Schorsing 20.38 – 21.00 uur)
Tweede termijn college Wethouder DE KEIZER merkt inzake motie M.1. Geen extra verhoging van de Onroerende Zaak Belasting op dat het college vindt dat lastenverzwaring voor inwoners zoveel mogelijk voorkomen moet worden bij het onderzoek naar maatregelen om de financiële positie ook in de toekomst gezond te houden. Men is bij met de aanpassing van de motie, waardoor het college positief kan adviseren. Met hierbij de kanttekening dat men het voorkomen van lastenverzwaring nooit kan garanderen, maar dat men voor een constructieve houding kiest. Zij hoorde de heer Van den Dool zeggen dat sommige zaken coalitie en oppositie overstijgen en hoopt dat de gemeentefinanciën hier een mooi voorbeeld van is. De heer BOERSMA merkt per interruptie op dat de door 23
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
het college voorgestelde aanpassing van de 2 regels nog niet heeft plaatsgevonden, maar het college al wel een positief advies geeft. De VOORZITTER bevestigt dat de wijziging inderdaad nog niet is doorgevoerd, maar dat de griffie dit gaat herstellen. M.b.t. motie M.8. Kerntaakdiscussie in de raad geeft de wethouder aan dat de intentie hiervan door het college wordt begrepen. Hierbij merkt zij op dat het woord kerntakendiscussie uit de motie is gehaald (al staat deze nog wel in de titel). Het college stelt voor het hele proces breder op te pakken: aan de ene kant de ambtelijke voorbereidingen, aan de andere kant het proces met de raad. Na de zomer ontvangt de raad een procesvoorstel en tijdens een uitgebreide beeldvormende raad wil men de raad inzicht geven in hoe een dergelijk proces verloopt. Omdat velen een dergelijk proces nog niet hebben meegemaakt en anderen hebben geleerd uit ervaring, wil men beiden faciliteren. Men wil inzicht geven in waarop men wel/niet kan sturen, wat kerntaken zijn, welke kaders men kan stellen, zal casuïstiek dilemma’s voorleggen en wil met elkaar discussiëren over complexiteit en oorzaak en gevolg, zodat men goed voorbereid aan eventuele vervolgstappen kan beginnen. Zij hoort graag of de raad wil meegaan in dit voorstel van het college.
Op de vraag van de heer VAN DEN DOOL om reflectie op de mogelijke rolvermenging die in de motie zat en de stelling dat de gemeenteraad vanaf de start zowel procedureel als inhoudelijk bij de vervaardiging van de ombuigingscatalogus betrokken moet zijn antwoordt wethouder DE KEIZER dat het voorstel is om ambtelijk voor te bereiden en met de raad de discussie aan te gaan inzake de mogelijkheden en deze zaken gescheiden te houden. Hierbij zal men inzichtelijk maken waarop de raad kan sturen. In het advies stelt men voor dit in een beeldvormende sessie te doen en open over alle mogelijkheden en dilemma’s te spreken. Op de vraag van de heer LAMMERS of het college positief adviseert op de motie antwoordt de wethouder dat dit het geval is wanneer zij de motie dusdanig mag opvatten dat de raad meegaat in het voorgestelde proces en het woord kerntakendiscussie uit de titel wordt gehaald. Op de vraag van de heer LAMMERS of de tekst van de motie leidend is en de interpretatie van de wethouder hierin meegenomen kan worden antwoordt wethouder DE KEIZER bevestigend. Op de vraag van mevrouw VAN ES of het klopt dat er bij de ombuigingscatalogus geen taboes zijn en na het advies van het college de discussie met de raad zal plaatsvinden, antwoordt de wethouder dat men eerst een open discussie met de raad wenst te voeren, waarna -indien nodigde ombuigingscatalogus politiek besproken zal worden.
Op de vraag van de heer VERWEIJ of het klopt dat er voor de beeldvormende vergadering nog geen ambtelijke voorbereide bezuinigingscatalogus is opgesteld antwoordt wethouder DE KEIZER dat er duidelijk onderscheid is tussen de ambtelijke voorbereiding en het proces dat men met de raad zal volgen. Op de vraag van de heer VERWEIJ of de ambtelijke voorbereiding de beeldvorming betreft, waarbij men keuzes kan maken, ideeën kan aan dragen en zaken bij voorbaat kan schrappen of een voorbereide catalogus waaraan men -zonder moties en 24
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
amendementen- nog kan wijzigen antwoordt wethouder DE KEIZER dat de raad degene is die in de open discussie gaat bepalen hoe het proces gaat verlopen. De ambtelijke organisatie zal de ombuigingscatalogus voorbereiden én de raad goed in positie brengen. In antwoord op de vraag van de heer GRIMMIUS of het daadwerkelijk nodig is om het woord kerntaakdiscussie uit de titel te schrappen antwoordt wethouder DE KEIZER dat dit wel degelijk een andere discussie is en zij de aanpassing wel noodzakelijk vindt. M.b.t. motie M.5. Vergroening van gemeentelijke gebouwen adviseert het college om, i.v.m. de drukte omtrent het haalbaarheidsonderzoek van de MFA, geen inventarisatie op te zetten. Daarnaast is nog niet duidelijk welke oude gebouwen gesloopt gaan worden of in aanmerking komen voor herontwikkeling. Daarnaast zit de planning voor inventarisatie van vergroening van gebouwen uit te voeren i.c.m. verduurzaming van de aan te houden gebouwen al wel degelijk in de pijplijn. Op dit moment staan alle peilen echter gericht op het mooie onderzoek van de MFA, dat veel koppelkansen geeft. Op de vraag van de heer GRIMMIUS of de in de motie genoemde inventarisatie meegenomen kan worden in het onderzoek antwoordt de wethouder dat hier i.v.m. de MFA geen capaciteit voor is. M.b.t.
de vraag van de CU-fractie om de financiële en personele consequenties voortaan op te nemen bij de raadsvoorstellen merkt de wethouder op dat de integrale afweging plaatsvindt bij de P&C-cyclus en men dit voortaan waar mogelijk zal doen. Wethouder VAN DER BORG merkt inzake amendement A.2. nr.103. Beleidsregisseur Sport en Cultuur op dat men heeft aangegeven waarom deze functie belangrijk is. Uiteraard begrijpt het college het perspectief waarin men positie kiest en het integrale en financiële plaatje afweegt, op basis waarvan men tot een conclusie komt. De andere werkelijkheid is het organisatieperspectief, waarover men in de collegebeantwoording argumenten heeft kunnen lezen. Men ziet een team, het aantal taken en de belasting van de medewerkers dat de afgelopen jaren gegroeid is. De werkdruk is hoog en het risico van uitval moet daarbij ook worden onderkend. Het college ziet dat het voor de versterking van de organisatie belangrijk is om deze rol toe te voegen. Wanneer men dat niet doet zal men dit binnen de bestaande formatie moeten opvullen, hetgeen consequenties heeft voor andere taken, activiteiten en ambities. Men heeft op verzoek van een aantal fracties overwogen om dit te koppelen aan het gesprek over de staat van de organisatie, maar heeft geconcludeerd dat er teveel tijd overheen gaat voor men dit gesprek voert.
Een variant om de raad tegemoet te komen is het voorstel om deze functie tijdelijk in te vullen. Hierbij denkt het college aan een periode van 3 jaar, omdat een kortere periode de arbeidsmarkt zal tegenwerken en dit de mogelijkheid geeft om binnen de context van de organisatieontwikkeling een totaalafweging van taken en formatie te maken. Inzake de vraag van de CDA-fractie m.b.t. de evaluatie van inkoop jeugd antwoordt de wethouder dat deze richting eind 2024 zal plaatsvinden. Wat dit 25
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
bekent voor de besluitvorming en het informeren van de raad weet hij nog niet. Hij weet ook niet of het moment van het gesprek over Sterk Papendrecht daar het juiste moment voor is, maar zal beoordelen of het zinvol is om dit te combineren. Verder geeft hij m.b.t. de evaluatie van het groenonderhoud en de betrokkenheid van inwoners aan dat er geen onderwerp is waarover men zoveel contact met inwoners heeft. Uiteraard vindt het college het belangrijk om de ervaringen van inwoners te horen en te benutten bij het voorbereiden en verbeteren van beleid en beheer. Men houdt deze signalen goed in de gaten, o.a. door analyses van het meldingen systeem, het benutten van signalen uit contacten bij projectparticipatie en periodiek uitgevoerd bewonersonderzoek. Daarnaast loopt het contract met de aannemer tot 2025 en is dat een moment om, op basis van feedback van inwoners, medewerkers en aannemers te kijken of dit inhoudelijk aan te passen is. Men kan dit zien als een toezegging om de ervaring van inwoners en diverse andere signalen te betrekken bij de evaluatie.
De heer VERWEIJ dankt voor de toezegging, de vraag blijft echter of men er niet over nadenkt om weer een aantal mensen in eigen dienst te nemen die voor de gemeente zaken in de gaten houden en werkzaamheden verricht, waarop wethouder VAN DER BORG aangeeft dat men wel degelijk eigen mensen bij groenonderhoud in dienst heeft, die de ogen en oren in de wijk zijn en luisteren naar wat inwoners te zeggen hebben. De heer BOERSMA vraagt of het klopt dat voor het meerjarig incidenteel vervullen van de functie beleidsregisseur sport en cultuur amendering van het raadsvoorstel nodig is, waarop de heer VAN DEN DOOL vraagt of dit in de begroting zal worden voorgesteld. Wethouder VAN DER BORG zegt dat men het ook zo kan beschouwen, dat de Perspectiefnota een voorbereiding is op de begroting en men de beraadslagingen betrekt bij de begroting. Burgemeester VAN DRIEL kan het voorstel van de heer Van den Dool ondersteunen. Mevrouw VAN ES zegt dat het probleem dan is dat men niet weet waar men voor stemt, omdat hier misschien geen meerderheid voor is. Wethouder VAN DER BORG zegt dat het aan de raad is of men een amendement wil indienen of akkoord gaat met zijn toezegging die men meeneemt naar de Perspectiefnota. Wethouder JANSSEN merkt inzake de vraag van de heer Bezemer m.b.t.
versnelling van nieuwbouwplannen van woningen op, dat waar men sneller kan men dit niet zal nalaten, maar dat procedures doorlopen moeten worden. Wat wel helpt om sneller te gaan is wanneer er geen bezwaar wordt gemaakt, zoals bij de Poldermolen 8, dit heeft een jaar gescheeld. Daarnaast helpt het als nieuwe panklare initiatieven worden ingediend. Dit ziet men steeds meer bij de intake– en omgevingstafel. Het is fijn als er wat volwassener initiatieven ter tafel komen. Goed voorbeeld is de (herstart van) de Veerpromenade, hier heeft men er 4,5-5 jaar over gedaan om van een idee via planvorming tot uitvoering te komen op een verdichtingslocatie midden in Papendrecht. Dit is, ten opzichte van ander plekken 26
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
waar dit tussen de 7-10 jaar duurt, redelijk snel. Wat ook heeft geholpen is dat ongeacht het gemaakte bezwaar vanuit de Stolpehoeve in Kraaihoekfase 1 is doorgezet op de ontwikkeling en men de bezwaarprocedure niet heeft afgewacht. Voor risico van Woonkracht10 en de projectontwikkelaar heeft hier in feite al een versnelling plaatsgevonden. Verder is er afgesproken om in het najaar te spreken over bestaande en nieuwbouwplannen en over plannen die nog niet zijn maar waar men wel ontwikkelingen ziet. Of de Vriesenpolder hierin wordt mee genomen is aan de raad. Hierbij merkt de wethouder op dat bij alles wat men doet de zorgvuldigheid en kwaliteit van de bouw in ogenschouw genomen moet worden. M.b.t. de vraag van mevrouw VAN ES inzake een debat over windturbines en wat men wel/niet wil met de Vriesenpolder geeft de wethouder aan liever geen debat te voeren over windturbines en ongewenste ontwikkelingen in Papendrecht, maar uiteraard wel over wat men wel wil in Papendrecht, zoals in de Vriesenpolder. Men kan hierover een apart debat voeren of in het kader van de Omgevingsvisie. Mevrouw VAN ES prefereert een apart debat, waarop wethouder JANSSEN aangeeft dat dit geen probleem moet zijn.
Mevrouw STIGTER las vorige week een stuk over een groot succesvol afgerond onderzoek over optoppen en vraagt naar de mogelijkheid hiervan in Papendrecht, waarop wethouder JANSSEN aangeeft dat deze optie bij de Sterflat al is onderzocht, maar dat dit vanwege de fundering niet mogelijk was. Ook bij een project van Woonkracht10 werd eerst gedacht aan optoppen, maar nu (waarschijnlijk) aan sloop en nieuwbouw). Hierbij merkt hij op dat optoppen niet altijd tot versnelling leidt. De heer GRIMMIUS vraagt of men het bij het debat over (on)wenselijkheden boven de A15 ook kan hebben over het feit dat defensie heeft aangegeven dat de Alblasserwaard een goede locatie voor laag oefenende helikopters zou zijn, waarop wethouder JANSSEN aangeeft dat er in de Vriesenpolder hoogspanningskabels zijn die dit onmogelijk maken. De heer VAN DEN DOOL vraagt of de wethouder met zijn collega wethouder uit Sliedrecht de plannen heeft besproken om ten noorden van de Betuweroute een parkachtige strook aan te leggen die tot aan Papendrecht zou lopen, waarbij men de vraag zou kunnen stellen of deze doorgezet kan worden op Papendrechts grondgebied.
Hierop zegt wethouder JANSSEN dat dit in de portefeuille van wethouder van de Borg aan de orde is, dat deze plannen er zijn, deze gesprekken worden gevoerd en hier een regiodeal aan verbonden is om te kijken of men hier recreatief iets voor elkaar kan betekenen, zeker ook vanwege de woningbouw die Sliedrecht boven de A15 pleegt. M.b.t. motie M.4. Geen windturbines vlakbij woonwijken Papendrecht geeft de wethouder aan dat deze zodanig is aangepast dat het college deze kan steunen en al uitvoert. Wethouder VAN ERK dankt eenieder voor de inbreng en betrokkenheid op de verschillende onderwerpen, zeker op het sociaal domein. M.b.t. de vraag van de PAB-fractie waarom de formatie structureel noodzakelijk is en of geen overlap is 27
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
voor de functies procesregisseur en ouderenadviseur bij de actieagenda Wonen en Zorg voor senioren antwoordt wethouder VAN ERK dat er geen sprake is van overlap. De ene functie is beleidsmatig ingestoken, deze persoon zal de trekker vanuit het team MO van de actieagenda en draagt er als procesregisseur zorg voor dat partijen (Sterk Papendrecht, Woonkracht10, Waardenburg en Rivas, waarmee men de visie en actieagenda heeft opgeteld) samenwerken aan het uitvoeren van de acties en is voor de toekomst verantwoordelijk voor de beleidsmatige ontwikkeling op dit thema. De andere functie betreft de uitvoering van een deel van de actieagenda door Sterk Papendrecht. De ontwikkeling van de vergrijzing krijgt zijn hoogtepunt pas in 2040 en men voorziet daarbij dat de actie agenda niet statisch is, maar steeds inspeelt op wat nodig is. Om deze redenen zijn deze functies tot 2040 structureel noodzakelijk. Op de vraag van mevrouw VAN ES wat er dan op tegen is om 1 jaar later na de bespreking van de ombuigingen te beginnen antwoordt wethouder VAN ERK dat de urgentie i.v.m. de dubbele vergrijzing duidelijk is. Het gaat hierbij om hele belangrijke thema’s zoals voldoende geschikte woningen, de gezonde leefstijl van senioren en preventie. Hij benadrukt dat men in Nederland en Papendrecht in een enorme transitie zit als het gaat om vergrijzing.
Hierbij gaat het niet alleen om kwetsbare en zwakke, maar ook om vitale senioren die men meer en meer kan inzetten in het vrijwilligerswerk en op andere onderdelen. Op de vraag van de heer GRIMMIUS waarom het, als men hier toch al mee bezig is, zo erg is om nog een extra jaar te wachten antwoordt wethouder VAN ERK dat zijn opmerking hierover de urgentie aangeeft om hier vol op te gaan acteren. Het is datgene wat in de Perspectiefnota verwoord staat en het college gaat voor die datum en niet voor een jaar later. Verder merkt de wethouder op dat diverse fracties hebben gesproken over managers, waarvan nadrukkelijk geen sprake is. Men heeft het bij de gemeente over een procesregisseur en op onderdelen beleidsadviseur en niet om een manager. Dit geldt ook voor functie bij Sterk Papendrecht. Dit betreft iemand die -gekoppeld aan de uitvoering vanaf 1.1.2025- direct contact zal zoeken met de ouderen. Mevrouw BOKMA merkt m.b.t. de seniorenadviseur op dat de behoefte en de leeftijd waarop die behoefte hieraan ontstaat steeds later wordt. Op haar vraag op welke leeftijd Sterk Papendrecht actie gaat ondernemen naar inwoners antwoordt wethouder VAN ERK dat de leeftijd van 65 jaar genoemd is en dit aangeeft dat men hierin de brede insteekt beoogt. Hij benoemt hier duidelijk de zilveren kracht van senioren, waarop men zeker een beroep zal doen om mee te doen aan de samenleving.
Het gaat -met alle respectzeker niet alleen over de 80plussers. Mevrouw VAN ES merkt op dat dit lijkt te gaan over het werven van 65-plussers (terwijl mensen tegenwoordig tot hun 67e werken), terwijl de eerder genoemde functies hier niet over gaan, waarop wethouder VAN ERK aangeeft dat in de uitwerking van de actieagenda allerlei zaken staan genoemd, waaronder ook het senioren uitnodigen tot bv. vrijwilligerswerk en andere activiteiten. Dit lijkt hem niet het moment om hier 28
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
uitvoerig op in te gaan, maar gekoppeld aan de ontwikkellijnen staan er zaken, curatief en preventief, aangegeven die zeer belangrijk zijn om op in te steken. In antwoord op de vraag waarom deze formatie al in 2025 moet ingaan zegt de wethouder dat men voelt en vindt dat er op dit thema van dubbele vergrijzing urgentie is en acties, zoals het bouwen van seniorenwoningen, voorbereidingstijd vragen. Om deze reden wil men vanaf 2025 vol aan de slag gaan. Op de vraag van de D66-fractie om de toezegging dat binnen de visie Sociaal Domein de financiële realiteit wordt meegenomen antwoordt de wethouder dat men uiteraard een visie schrijft die het mogelijk maakt om financiële keuzes te maken. Mevrouw VAN ES merkt op dat mensen niet in ontwikkellijnen kunnen wonen en dat de gemeente geen huizen bouwt. Op haar vraag wat de regisseur voor mensen kan betekenen m.b.t. het bouwen van woningen verwijst wethouder VAN ERK naar de visie en actieagenda, waarin de doelen duidelijk staan verwoord. Op haar vraag of in de visie Sociaal Domein ook duiding wordt gegeven t.a.v. de financiën zegt de wethouder dat deze visie richting geeft en het juist mogelijk maakt om financiële keuzes te maken.
De heer LAMMERS vindt deze beantwoording in tegenspraak is met wethouder De Keizer, die bij de motie kerntakendiscussie aangaf dat de tekst integraal leidend was en een integrale afweging vooraf door de raad van belang is. Wethouder Van Erk stelt dat het structureel noodzakelijk is deze functies nu in te stellen, terwijl wethouder De Keizer aangeeft dat dit onderdeel is van de discussie over de kerntaken. Wethouder VAN ERK wenst hierop met kracht te herhalen dat men werkt aan een langjarige visie op het sociaal domein, waarin men een realistisch wensbeeld en scherpe visie met haalbare ambities en duidelijke doelen neerzet. Uiteraard is hierbij ook sprake van een financieel component, dat in de praktijk in zijn totaliteit ook ergens alles te maken heeft met financiën. Dit is wel in een bepaalde volgorde in de tijd. M.b.t. de vraag inzake de financiële middelen die naar Sterk Papendrecht gaan en de effectiviteit van hun werk, heeft de wethouder reeds een RIB toegezegd waarin men ingaat op de omvang van de taken en de financiële middelen en zal men op hoofdlijnen inzicht geven in de afgesproken prestatie indicatoren. De gemeente is en blijft opdrachtgever in relatie tot Sterk Papendrecht en bestuurlijk en ambtelijk zit men er -vanuit vertrouwen- zakelijk bovenop.
In dit verband merkt hij op dat de evaluatie van Rebel, gekoppeld aan die van het Kompas Sociaal Domein, een heel positieve duiding gaf m.b.t. het werk van Sterk Papendrecht. M.b.t. de opmerkingen van de PvdA-fractie inzake het voorveld, de kracht van de samenleving merkt de wethouder op dat ook het college er zo instaat. Het voorveld gaat over inwoners, kerker, vrijwilligers, organisaties, clubs, etc. Hierover verschilt men niet van mening met de raad, ook het college gelooft in de kracht van de samenleving. (Mevrouw Van Es neemt tijdelijk het voorzitterschap van de burgemeester over.) 29
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
N.a.v. de vraag van de SGP-fractie voor een stevige toezegging om in Q1 2025 terug te komen op de stand van zaken van de organisatie en de vraag van de heer Van den Dool inzake ziekteverzuim merkt burgemeester VAN DRIEL op dat ziekteverzuim aan een organisatie verbonden kan worden. Dit is conform de staat van de organisatie zoals dit in 2019 is gedaan. Dit betrekt men er dus wel bij, maar gaat men verder dan wordt het te persoonlijk en is het terug te herleiden en dat mag niet. Het college komt in Q4 met een overzicht inzake de staat van de organisatie en gaat hierover Q1 2025 met de raad in gesprek. Zij stelt voor ook de inzet van instrumenten (verder dan het voor de hand liggende) en het verkennen van ervaringen hierbij te betrekken en op een creatieve manier met de kwaliteit van de organisatie om te gaan. Op de vraag van de heer GRIMMIUS of zij kan toezeggen dat dit gesprek voor de begroting plaatsvindt zodat men dat hierin mee kan nemen, geeft de burgemeester aan dat zij dit niet kan toezeggen, maar dat het wel ruim op tijd voor behandeling van de Perspectiefnota 2025-2030 zal zijn. Tenslotte merkt zij op dat motie M.2. Anoniem solliciteren n.a.v. de reactie van het college is aangepast, hetgeen betekent dat men alles doet/gebruikt dat kan helpen om op de juiste manier de juiste mensen te binden en te boeien. Als dit helpt kan men dat toepassen.
(Mevrouw VAN ES draagt het voorzitterschap weer over aan de burgemeester.) (Schorsing 21.55 uur - 22.23 uur) .
De heer GRIMMIUS geeft aan motie M.3. Rekenkameronderzoek Sterk Papendrecht voor dit moment te zullen intrekken. De heer VERWEIJ geeft aan dat het dictum van motie M.5. Vergroening van gemeentelijke gebouwen is aangepast en dat is opgenomen dat men pas na het onderzoek naar de MFA verwacht dat het college zich inspant m.b.t. de inventarisatie van het vergroenen. STEMMING AMENDEMENTEN Amendement A.1. nr.99. Procesregisseur senioren. Met 8 stemmen ( 1 GL, 1 PvdA, 2 D66, 4 OP) voor en 15 stemmen ( 3 VVD, 3 CDA, 5 PAB, 2 SGP, 2 CU) tegen wordt dit amendement verworpen. Amendement A.2. nr.103. Beleidsregisseur Sport en Cultuur. Stemverklaring de heer BOERMSA: DE SGP-fractie heeft duidelijk de toezegging van de portefeuillehouder gehoord en genoteerd dat deze voorgestelde functie meerjarig incidenteel voor 3 jaar in de 30
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
begroting zal worden opgenomen. Wij gaan dat heel scherp volgen en zullen tegen het amendement stemmen om dit te helemaal te schrappen. Stemverklaring de heer VERWEIJ: De heer Boersma heeft het al aangeduid, daar zijn we het mee eens, dat komt in de richting van wat we in onze woordvoering naar voor hebben gebracht over een kortere termijn om de zaak op te lossen. We zullen dus tegen stemmen. Stemverklaring mevrouw BOKMA: Ook wij zullen tegen het amendement stemmen door de toezegging van de portefeuillehouder dat het een tijdelijke functie voor 3 jaar betreft. Stemverklaring de heer VAN DEN DOOL: Dat geldt voor ons precies hetzelfde. Met 8 stemmen ( 1 GL, 1 PvdA, 2 D66, 4 OP) voor en 15 stemmen ( 3 VVD, 3 CDA, 5 PAB, 2 SGP, 2 CU) wordt dit amendement verworpen. Amendement A.3. nr. 105. Ouderenadviseur Senioren. Stemverklaring mevrouw BOKMA: Wederom gehoord de toezegging van de portefeuillehouder, dat we een goed gesprek gaan voeren over en inzicht krijgen in wat de activiteiten van Sterk Papendrecht zijn gekoppeld aan de financiën, zullen wij tegen dit amendement stemmen. Met 8 stemmen ( 1 GL, 1 PvdA, 2 D66, 4 OP) voor en 15 stemmen ( 3 VVD, 3 CDA, 5 PAB, 2 SGP, 2 CU) wordt dit amendement verworpen. Amendement A.4. nr. 82 Maatregelen jaarwisseling.
Met 5 stemmen (5 PAB) voor en 18 stemmen (1 GL, 1 PvdA, 2 D66, 3 VVD, 3 CDA, 4 OP, 2 SGP, 2 CU) tegen wordt dit amendement verworpen. STEMMING VOORSTEL PERSPECTIEFNOTA 2024-2029 Stemverklaring de heer GRIMMIUS: GroenLinks zal tegen de Perspectiefnota stemmen, omdat in een periode waarin we voor een heel grote ombuigingsoperatie staan wij het niet gepast vinden dat er nog zoveel wordt geïnvesteerd. Stemverklaring mevrouw VAN ES: Datzelfde geldt voor de D66-fractie. 31
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
Met 15 stemmen ( 3 VVD, 3 CDA, 5 PAB, 2 SGP, 2 CU) voor en 8 stemmen (4 OP, 1 PvdA, 1 GL, 2 D66) tegen wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. STEMMING MOTIES Motie M.1. Geen extra verhoging van de Onroerende Zaak Belasting. Met 23 stemmen voor wordt deze motie unaniem aangenomen. Motie M.2. Anoniem solliciteren. Met 20 stemmen (1 GL, 1 PvdA, 2 D66, 3 VVD, 3 CDA, 3 OP, 5 PAB, 2 CU) voor en 3 stemmen (2 SGP, 1 OP) tegen wordt deze motie aangenomen. Motie M.4. Geen windturbines vlakbij woonwijken Papendrecht. Stemverklaring de heer GRIMMIUS: GL zal voor deze motie stemmen, niet omdat wij tegen windmolens zijn en ook niet perse op deze locatie, maar wel omdat het proces hiertoe niet goed is gegaan en deze molens te groot zijn voor deze regio. Met 23 stemmen voor wordt deze motie unaniem aangenomen. Aangepaste motie M.5. Vergroening van gemeentelijke gebouwen. Met 18 stemmen (2 CU, 5 PAB, 4 OP, 3 CDA, 2 D66, 1 PvdA, 1 GL) voor en 5 stemmen (3 VVD, 2 SGP) tegen wordt deze motie aangenomen. `
Motie M.6. Suïcide preventie in visie sociaal domein. Stemverklaring de heer GRIMMIUS: GL zal tegen deze motie stemmen, omdat het een wettelijke taak betreft en wij van het college verwachten om altijd op wettelijke taken te anticiperen en hier geen motie voor nodig is. Stemverklaring mevrouw KARSO: Hetzelfde als de heer Grimmius aangeeft, het is overbodig en we verwachten van het college een actieve houding om wettelijke taken te vertalen naar beleid en uitvoering. Stemverklaring mevrouw VAN ES: Datzelfde geldt voor de D66-fractie. Stemverklaring de heer LAMMERS: Dat geldt ook voor de OP-fractie. 32
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
Met 15 stemmen (3 VVD, 3 CDA, 5 PAB, 2 SGP, 2 CU) voor en 8 stemmen (1 GL, 1 PvdA, 2 D66, 4 OP) tegen wordt deze motie aangenomen. Motie M.7. Flexpool gepensioneerden. Met 23 stemmen voor wordt deze motie unaniem aangenomen. Aangepaste motie M.8. Betrek de raad bij het ombuigingsproces. Stemverklaring de heer BOERSMA: We hebben de discussie goed gehoord, nog steeds staat in het spreekt uit dat de gemeente inhoudelijk betrokken wordt bij de vervaardiging van de ombuigingscatalogus. Conform de hele uitleg zoals de wethouder deze heeft gegeven en ook interpreteert, kunnen we deze motie steunen. Met 23 stemmen voor wordt deze motie unaniem aangenomen. 08.
Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 22.45 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Interim griffier,
De voorzitter,
De heer M. Hermans
Mevrouw M.J.M. van Driel
Lijst met toezeggingen 1.
Perspectiefnota 2024-2029: evaluatie van het groenonderhoud en de betrokkenheid van inwoners. Portefeuillehouder Van der Borg De portefeuillehouder zegt toe dat ervaringen vanuit inwoners en diverse andere signalen betrokken zullen worden bij de evaluatie.
2.
Perspectiefnota 2024-2029: staat van de organisatie. Portefeuillehouder Van Driel De portefeuillehouder zegt toe dat het college in Q1 2025 met de raad in gesprek gaat over de staat van de organisatie.
33