CONCEPT Verslag Besluitvorming Perspectiefnota 8.7.2024.pdf
Tekst van het document
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
VERSLAG VAN DE OPENBARE BESLUITVORMENDE RAADSVERGADERING VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN PAPENDRECHT d.d. 8 juli 2024 (aanvang 17.00 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www.papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw M.J.M. van Driel, (voorzitter); De dames: A. Bokma (VVD), T.C. van Es (D66), H.C.T.J. Hoekstra (OP), A.A.S. Stigter (CU), A. Verschoor - De Winter (CDA), A.J.P. Verweij-Heijstek (PAB), H.M. van Wijngaarden (PAB) en D. Yildiz-Karso (PvdA) en de heren: H.G. Bezemer (CU), A. Boersma (SGP), L. Bruijniks (PAB), L.T. van den Dool (CDA), de heer R. Schuil (CDA), P.J. van der Giessen (VVD), W. Goudriaan (SGP), P.C. Grimmius (GL), G.C.H. Hardam (OP), N. van Heteren (D66), R. Lammers (OP), K. Spitsbaard (OP) (vanaf 20.30? uur), H.D. Stouthart (VVD), A. Tieleman (PAB) en M.H.A. Verweij (PAB). Mevrouw S.H. de Keizer en de heren J.W. van der Borg, J.L. van Erk, A.M.J.M. Janssen en A.J. Kosten; wethouders. De heer M. Hermans, interim griffier; De heer M. Swagemakers, raadsadviseur; Mevrouw J.L. Moree, griffiemedewerker. Verslaglegging: Jeanine Nieuwstraten Afwezig: 01.
Opening. De VOORZITTER heropent de raadsvergadering en heet eenieder van harte welkom. Zij geeft aan dat de heer Spitsbaard nog afwezig is, maar dat hij het tweede deel van de avond wel zal bijwonen. Ook mevrouw Karso zal iets later aansluiten. In het kader van lief en leed merkt zij op dat de heer Tieleman morgen jarig is.
02.
Vaststelling van de agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
03.
Vragenkwartier. Er zijn geen vragen. BESPREEKSTUKKEN:
04.
Perspectiefnota 2024-2029 (tweede termijn).
1
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
De heer LAMMERS zal de door de oppositiepartijen en zijn fractie (mede) ingediende amendementen A.1. nr.99. Procesregisseur senioren, A.2. nr.103. Beleidsregisseur Sport en Cultuur en A.3. nr. 105. Ouderenadviseur Senioren handhaven. Men heeft de brief van het college van 5 juli ontvangen en goed gelezen, maar is toch van mening dat deze hen op dit punt niet overtuigt. Men vindt dat er, op het moment dat men eigenlijk al weet dat men moet bezuinigingen, beter geen investering moet worden gedaan in de nieuwe ambtelijke functies. De heer BOERSMA merkt per interruptie inzake de 2 amendementen inzake wonen en zorg voor senioren op dat de OP-fractie hierover in het destijds gevoerde debat het woord niet heeft gevoerd. Om deze reden vraagt hij wat de OP-fractie vindt van de visie Wonen en Zorg voor senioren, waarop de heer LAMMERS aangeeft dat zijn fractie aandacht voor woningbouw voor senioren van groot belang vindt. Men weet dat er sprake is van een dubbele vergrijzing en dat er meer seniorenwoningen beschikbaar moeten komen. Daarnaast heeft men echter ook te maken met de realiteit van de gemeentebegroting en is het helaas zo dat de gemeente geen financieringstekort mag aanhouden en men keuzes moet maken. In dat licht vindt zijn fractie het verstandig om nu, omdat men al weet dat men moet gaan bezuinigen en de termijn van 2026 snel op de gemeente afkomt, geen uitgaven te doen.
Om deze reden zal zijn fractie deze amendementen, een beetje met pijn in het hart, blijven handhaven. Op de vraag van de heer BOERSMA of hij het niet vreemd vindt dat de visie als hamerstuk is vastgesteld, maar dat de OP-fractie bij de uitwerking hiervan hierin niet zal meegaan en waarvan de consequentie is dat het plan niet kan worden uitgevoerd antwoordt de heer LAMMERS dat men met pijn in het hart de tering naar de nering moet zetten. Er zijn meerdere investeringen die de gemeente moet doen, waarbij men afwegingen moet maken. M.b.t. motie M.1. Geen extra verhoging van de Onroerende Zaak Belasting heeft zijn fractie gesproken over de grens die aan de leencapaciteit zal komen. Waar deze ligt is niet duidelijk, maar dat de gemeente niet tot in het oneindige kan lenen voor de toekomstige investeringen is wel duidelijk. Dit betekent dat men zich moet afvragen tot hoever men de OZB kan verhogen. Zijn fractie vindt dit, omdat men deze in 2022 al met 15% heeft verhoogd, geen goed idee. Dit is een no go. Hij heeft begrepen dat het college hier hetzelfde in staat. Zijn fractie zal de motie, waarop een kleine aanpassing is geweest, als mede-indiener uiteraard steunen. Motie M.2. Anoniem solliciteren vindt men een zeer interessante, hierover zal zijn fractie waarschijnlijk verdeeld stemmen. Motie M.3.
Rekenkameronderzoek Sterk Papendrecht zal zijn fractie steunen, men hoopt dat de rest van de raad deze ook overneemt. Op de vraag van de heer TIELEMAN of deze motie, omdat niemand de Rekenkamer een opdracht kan geven, wel noodzakelijk is antwoordt de heer LAMMERS dat dit inderdaad zo is, maar dat de raad hier wel een uitspraak over kan doen. De heer TIELEMAN vindt dat men beter in gesprek kan gaan met de Rekenkamercommissie om dit voor te stellen. De heer LAMMERS 2
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
zegt dat de motie een uitspraak van de raad is en niemand deze achteraf kan ontkennen. Motie M.4. Geen windturbines vlakbij woonwijken Papendrecht, waarover men vorige week donderdag als raad een statement heeft afgegeven, zal waarschijnlijk veel steun krijgen. Op grond van de brief van het college van 5 juli heeft men een kleine aanpassing aan de motie gedaan. De heer LAMMERS bevestigt de vraag van de heer STOUTHART of het advies van het college letterlijk is overgenomen in de motie. De heer VAN DEN DOOL verzoekt de heer Lammers als mede-indiener van de motie om uit te leggen wat de meerwaarde van de motie t.o.v. de brief is, waarop de heer LAMMERS zegt dat de motie meerwaarde heeft omdat deze er eerder lag dan het statement, dat i.v.m. tactische redenen naar Molenlanden en Gorinchem is gestuurd. Daarnaast is de motie uitgebreider geformuleerd dan het statement. Verder staat de OP-fractie in beginsel positief t.o.v. motie M.5. Vergroening van gemeentelijke gebouwen, maar zal hierover in de schorsing met alle fractieleden afstemmen. Men begrijpt wél de beantwoording van het college. Over motie M.6. Suïcide preventie in visie sociaal domein zal zijn fractie inhoudelijk niet veel zeggen, wel wil men antwoord geven op de vraag: moet men op beleid dat al wordt ingevoerd nog een aparte motie steunen? Voorlopig vindt men dit niet echt nodig.
De heer BOERSMA merkt per interruptie op dat de reden is dat de aangenomen wet pas 1 juli 2025 in werking treedt, terwijl men met het herzien van het gezondheidsbeleid en de visie op het sociaal domein mogelijke kansen kan benutten. De heer LAMMERS neemt dit mee in de afweging. Motie M.7. Flexpool gepensioneerden vindt zijn fractie een heel goede motie. Het is heel verstandig ook oudere talenten te blijven benutten. Ook motie M.8. Kerntaakdiscussie in de raad vindt men een goede motie, hier staat men volledig achter. Hierbij merkt hij wel op dat de raad moeite moet doen om de discussie aan de voorkant met elkaar te voeren. Afsluitend vond hij het fijne algemene beschouwingen en kijkt hij uit naar het vervolg. De heer VERWEIJ merkt inzake amendement A.1. nr.99. Procesregisseur senioren en amendement A.3. nr. 105. Ouderenadviseur Senioren op dat in november 2023 de visie Wonen en Zorg voor senioren is vastgesteld. Hierbij werd onder financiën aangegeven dat de uitvoering van deze visie financiële consequenties zou hebben waar het gaat om ambtelijke inzet en financiële ondersteuning in bepaalde projecten en de uitvoering daarvan. In de actieagenda zou men hiermee naar voor treden. De PAB-fractie is altijd kritisch waar het gaat om nog meer geld naar het sociaal domein, maar vindt wel dat gemaakte afspraken gehonoreerd dienen te worden.
Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat bij de vaststelling van de visie is gezegd dat de raad bij de Perspectiefnota over het geld bepaalt. Wanneer men hier alleen symbolisch over gaat en geen nee meer kan zeggen, moet er voortaan bij visies duidelijk gemaakt moet worden hoeveel geld het betreft, waarop de heer VERWEIJ aangeeft dat dit inderdaad het handigst zou 3
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
zijn geweest, maar dat men hier nu -omdat men dat niet heeft gedaan- aan tegemoet dient te komen. Op de vraag van mevrouw VAN ES waar staat dat dit geld, omdat de visie tot 2029 loopt, in 2025 uitgegeven hoeft te worden komt de heer VERWEIJ later terug. Omdat ouderenzorg belangrijk is, men voorbereid was op het feit dat er geld gevraagd zou worden en gezien het onderwerp dat aanwezig is in de maatschappij kan zijn fractie geen nee zeggen tegen een beschikbaar budget. Wel is het de vraag of er tot 2029 2 complete banen nodig zijn en of er geen sprake is van overlappingen. Over amendement A.2. nr.103. Beleidsregisseur Sport en Cultuur heeft zijn fractie grote twijfels. Het lijkt erop dat er een regisseur nodig is om een team MO beter te laten functioneren en deze geen nieuwe plannen gaat ontwikkelen. Men vraagt zich af of efficiënter en beter werken niet gerealiseerd kan worden door een tijdelijke functionaris (1-2 jaar) die mensen begeleid naar zelfstandig werken. In deze periode kan men zich scholen of kan er sprake zijn van interne mobiliteit. Men kan ook keuzes maken om zaken stap voor stap uit te werken en prioriteiten te stellen. Misschien kunnen deze mogelijkheden ertoe leiden dat zijn fractie voor een bepaald budget over te halen is. Ook kan men dit uitstellen en hier bij de begroting, met meer informatie, een beter gefundeerde beslissing over nemen.
De SGP-fractie heeft een motie ingediend, waarin zich een andere weg ontwikkelt. De heer GRIMMIUS vraagt per interruptie wat het verschil is tussen een procesregisseur -die wel op hun steun kan rekenen- en een beleidsregisseur, hetgeen net als bij het eerste amendement uitvoering is van zaken die in de raad reeds besproken zijn, waarop de heer VERWEIJ aangeeft dat in de omschrijving in A1. en A3. duidelijker is waaraan gewerkt moet worden en men dit bij de beleidsregisseur abstracter vindt. Daarnaast is het de vraag of deze functie 5 jaar lang ingezet dient te worden. De heer GRIMMIUS merkt op dat in de reactie van het college op amendement 2 duidelijk wordt wat deze persoon zou moeten gaan doen. Hij is het ermee eens dat deze taken ook zonder extra fte uitgevoerd moet kunnen worden, maar vindt het wel bijzonder dat er door de PAB-fractie verschil wordt gemaakt tussen de amendementen, waarop de heer VERWEIJ aangeeft dat het bij de beleidsregisseur op korte termijn met een interim op te lossen moet zijn, maar het actieplan uitgebreider is en hierin meer stappen genomen moeten worden. Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat interimmers nog veel duurder zijn en vraagt zich af waarom alles al in 2025 zou moeten starten.
De heer VERWEIJ zegt dat het aan het college is om te beantwoorden, waarop mevrouw VAN ES zegt dat dit niet het geval is, omdat de raad over het vaststellen van de Perspectiefnota gaat. Om deze reden zou men kunnen aangegeven dat eerst de ombuigingen in beeld moeten worden gebracht, waarna deze functie kan worden uitgevoerd en de PAB-fractie voor de amendementen kan stemmen. Hier wil de heer VERWEIJ nadenken. Motie M.1. Geen extra verhoging van de Onroerende Zaak Belasting zal de PAB-fractie, na de voorgestelde aanpassingen, het positieve advies van het college, steunen. M.b.t. motie M.2. Anoniem 4
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
solliciteren hebben verschillende studies uitgewezen dat dit kán bijdragen aan een meer diverse kandidatenpool en objectieve selectie. Hier is men niet op tegen, maar men heeft ook begrip voor het feit dat er regionaal al plannen worden opgesteld. Zijn fractie zal de aanpassingen tijdens de schorsing bekijken/bespreken. M.b.t. motie M.3. Rekenkameronderzoek Sterk Papendrecht merkt de heer VERWEIJ de beloofde informatie en de brief van de portefeuillehouder over het reilen en zeilen van Sterk Papendrecht af te willen wachten. Indien dit niet voldoende is, kan alsnog gevraagd worden om een Rekenkameronderzoek. De heer GRIMMIUS merkt op dat de vastgestelde verordening aangeeft dat men een gemotiveerd verzoek aan de Rekenkamer kan doen. Op zijn vraag of hij ermee instemt dat de raad d.m.v. een motie dit verzoek doet antwoordt heer VERWEIJ dat deze motie geen verzoek aan de Rekenkamercommissie is, waarop de heer GRIMMIUS aangeeft dat dit zeker wel het geval is. Motie M.4. Geen windturbines vlakbij woonwijken Papendrecht zal de PAB-fractie, wanneer de aanbevolen aanpassingen worden doorgevoerd, steunen. Ook motie M.6. Suïcide preventie in visie sociaal domein en M.7. Flexpool gepensioneerden zal men steunen. Over motie M.8. Kerntaakdiscussie in de raad zal men het debat afwachten. Men twijfelt nog tussen de opvatting van het college m.b.t.
de volgorde en hetgeen in de motie wordt verwoord. M.b.t het eigen amendement A.4. nr. 82 Maatregelen jaarwisseling merkt de heer VERWEIJ op dat zijn fractie het raadsvoorstel waarin een totaalpakket werd aangeboden -hetzij niet van harte- i.v.m. het feest voor de jongeren en de extra handhaving heeft gesteund. Bij de tegenargumenten voor dit amendement wordt aangenomen dat er door het pakket structureel op te nemen er een traditie wordt opgebouwd, waardoor er steeds meer mensen naar de vuurwerkshow zullen komen. Hierbij merkt hij op dat er pas 1 meting is op grond waarvan men over de toekomst nog weinig kan zeggen. Wel kan er sprake zijn van aannames, vermoedens en verlangens. De relatie tussen het aantal vuurwerkvrije zones en het aantal toeschouwers ziet men niet door cijfers onderbouwd, dit is na 1 meting ook niet mogelijk. Dit is een hypothese die getoetst dient te worden door een correlatieonderzoek en er is geen wetenschappelijk onderzoek voor causaliteit. De zekerheid van handhaving rond de jaarwisseling zou ook afhangen van de zekerheid van de vuurwerkshow. Zijn fractie is van mening dat extra handhaving ook zonder vuurwerkshow ingehuurd kan worden. Verder ziet men dat er per bezoeker van de vuurwerkshow, in relatie tot bv. Koningsdag waaraan ruim 20.000 inwoners deelnemen, veel geld wordt uitgegeven.
Op de vraag van de heer GRIMMIUS of men 2 metingen wel voldoende zou vinden antwoordt de heer VERWEIJ dat voor een correlatieonderzoek inderdaad een grotere puntenwolk nodig is en dat 2 metingen ook niet genoeg is. Hierbij merkt hij op dat men op een gegeven moment een beslissing moet nemen en dat wanneer blijkt dat de vuurwerkshow een groot succes is, men maar net moet doen alsof het al een traditie is. De heer GRIMMIUS ziet daarom de toegevoegde waarde van het 5
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
amendement niet. Op zijn vraag waarom de PAB-fractie dit reeds aangekondigde besluit voor de Perspectiefnota, zoals de heer Verweij bij de voorgaande amendementen aangaf, ook niet op die manier kan benaderen antwoordt de heer VERWEIJ dat er een groot verschil bestaat tussen een actieplan Wonen en Zorg senioren waarin heel veel maatregelen uitgevoerd moeten worden en een totaalpakket dat is aangeboden voor de jaarwisseling, waar zijn fractie in principe tegen was. De heer VAN DEN DOOL merkt per interruptie op dat men op 10 juni over dit onderwerp heeft gesproken en dat hij geen nieuwe argumenten heeft gehoord om binnen een maand op dit besluit terug te komen, waardoor men geen betrouwbare overheid zou zijn. De heer VERWEIJ wenst hier verder geen punt van te maken, wie het niet met zijn fractie eens is kan tegen dit amendement stemmen. Om het woord onbetrouwbaar te gebruiken, waarmee men impliceert dat hij een onbetrouwbaar raadslid is, vindt hij overdreven. De heer VAN DEN DOOL sprak van een betrouwbare overheid die niet binnen een maand kan terugkomen op een genomen besluit, hij sprak niet over de heer Verweij als persoon. De heer VERWEIJ merkt op dat er sprake is van een besluit over een vuurwerkshow met een feest t.b.v. de inwoners, dat niet structureel in de Perspectiefnota staat opgenomen. De vraag is of volgend jaar het feest t.b.v.
de bevolking zal plaatsvinden, hetgeen het geval is. Er is dus geen sprake van een onbetrouwbare overheid. Op de vraag van mevrouw VAN ES of de PAB-fractie tegen een feest voor de inwoners is, antwoordt de heer VERWEIJ dat men voor dit pakket heeft gestemd omdat de PAB-fractie de jeugd dit feest gunt en de extra handhavingsmaatregelen ondersteunt. Wel is men tegen de vuurwerkshow van € 50,00 p.p. tegenover € 4,00 bij Koningsdag. Men had ook helemaal tegen kunnen stemmen, maar dan zou de jeugd denken dat de PAB-fractie hen geeft feest gunt. Op de vraag van mevrouw VAN ES of men beseft dat er onderscheid bestaat tussen mensen die de show bezoeken en die hebben aangegeven voor te zijn (82%) omdat zij anderen dit gunnen antwoordt de heer VERWEIJ dat hij het hiermee eens is. Onder deze 82% zijn vast veel mensen die er zelf niet naar toe gaan, maar thuis feest vieren en geen vuurwerkshow bezoeken. De heer BOERSMA merkt per interruptie op dat de SGP-fractie altijd helder is geweest over hun standpunt m.b.t. het budget voor het feest en de vuurwerkshow. Men vindt het, nadat hier onlangs een besluit over is genomen, echter bijzonder dat de PAB-fractie weer een andere variant/pilot voorstelt.
Op zijn vraag wat men nog nodig heeft om een besluit te kunnen nemen antwoordt de heer VERWEIJ dat men bij een separaat raadsvoorstel inzake een vuurwerkshow en jeugdfeest per onderdeel had kunnen besluiten. Omdat men alleen voor of tegen het complete pakket kon stemmen blijft men ‘na zeuren’. Op de vraag van de heer BOERSMA wat de heer Verweij adviseert om te stemmen als zijn fractie hier vanaf het begin al niet achter staat, antwoordt de heer VERWEIJ dat de SGP-fractie uiteraard voor moet stemmen. 6
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
Tenslotte merkt de heer VERWEIJ inzake motie M.5. Vergroening van gemeentelijke gebouwen op dat deze, op grond van het feit dat de gemeente bezig is met de ontwikkeling van een centrumplan te ontwikkelen, is aangepast. De aanpassing luidt: In het uit te werken centrumplan door het college, mee te nemen het gemeentehuis te vergroenen door een zogenaamde groene gracht aan te leggen en de mogelijkheden van verticaal groen na te gaan. Op de vraag van de heer VAN DEN DOOL of de motie oproept iets te doen aan vergroening van de gevels of in het algemeen aan vergroening in het centrum antwoordt de heer VERWEIJ dat men in de motie specifiek wenst te inventariseren hoe men de gemeentepanden kan vergroenen. Dit staat los van de biodiversiteit en het maaien. Op de vraag van de heer BEZEMER wat de PAB-fractie vindt van het advies van het college om met het oog op het strategisch vastgoed te wachten met deze motie, antwoordt de heer VERWEIJ dat men met deze motie een begin wil maken met het gemeentehuis en een eerste stap wil zetten. Om te wachten op strategische aan- en verkopen vindt zijn fractie niet nodig. Hierbij merkt hij ook op dat bij de bouwplannen voor de Poldermolen niet is nagedacht over de afspraak om bij de ontwikkeling van bouwplannen naar vergroening van gevels te kijken. Beide zaken hebben geleid tot deze motie.
De heer BEZEMER merkt op dat de motie vraagt om een inventarisatie van alle gemeentelijke gebouwen en niet alleen van het centrum, hetgeen de heer VERWEIJ bevestigt. Afsluitend merkt hij op dat de portefeuillehouder in zijn antwoord op de vraag of inwoners -i.v.m. de grote verschillen in Papendrecht- meer betrokken kunnen worden bij het groenonderhoud, bio divers maaibeleid, aangaf dat dit niet echt op de agenda staat. Wel verzoekt zijn fractie de portefeuillehouder, zonder hierover een motie in te dienen, om te kijken of de aanpak hiervan in bepaalde wijken (waarvan inwoners meer meldingen/foto’s sturen) gestructureerder aangepakt kan worden. Mevrouw VAN ES zegt dat het college stelt dat er een transitie gaande is van zorg naar sociaal. Hierbij merkt zij op dat de bedoeling van de decentralisaties van 10 jaar geleden was: hulp dichterbij, werkend naar een participatiemaatschappij waar niet de overheid zich opwerpt als oplosser der dingen, maar mensen onderling elkaar helpen. Dit ziet men niet. Als in de raad partijen van links, midden en rechts aangeven dat het sociaal domein uit de hand loopt, is het duidelijk dat er iets aan de hand is. Echte preventie vindt plaats in de samenleving, voor mensen aan een loket staan. Men hoorde het grote deel van de fracties hun zorgen uiten.
De portefeuillehouder Sterk Papendrecht vindt het teveel gevraagd dat de D66-fractie in de visie Sociaal Domein wil teruglezen hoe het college, met inachtneming van noodzakelijke bezuinigingen, de visie invult. Hij gaf aan dat de GR Sociaal al 12 miljoen gaat bezuinigen. Wat is het idee, dat bij jaarlijks 2 miljoen tekort in het sociaal domein niets hoeft te gebeuren? Dat men gewoon zo door kan gaan en dat er geld is, ook voor managers en nieuwe taken? 7
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
Alsmaar meer en meer? Mevrouw VAN ES ontvangt graag een reactie en toezegging dat de visie de financiële realiteit meeneemt. De stelling van de D66fractie is dat de meerderheid van de inwoners zo steeds meer tekort wordt gedaan. Zie niet alleen de hulpbehoevende jongere die begeleid woont in een eigen woning als hij 20 is, maar ook de inmiddels 29 jarige die werkt en vrijwilliger is bij de voetbal en dolgraag in Papendrecht wil blijven wonen, maar waarvoor zelfs niet het kleinste flatje beschikbaar is. Zie niet alleen de hulpbehoevende oudere, maar zie ook de gepensioneerde die zelfstandig is, fit en tot op zeer hoge leeftijd actief en financieel onafhankelijk. En die onmisbaar is als vrijwilliger in Papendrecht. Stop met oud worden gelijk te stellen aan kwetsbaar en hulpbehoevend zijn. Al die overheidshulp is, gelukkig, maar voor een heel klein deel van de samenleving. Maar er zijn nog meer mensen. De D66-fractie vraagt om focus en om een realistisch beeld te houden van alle inwoners, bedrijven en organisaties. Beschouw hen niet alleen als portemonnee om de verhoging van de OZB te betalen. Degenen van wie men solidariteit vraagt, willen dat ook voor hen de voorzieningen blijven bestaan en niet alleen als zorgtraject. M.b.t.
de door de CDA-fractie verzochte RIB over Sterk Papendrecht wil de D66-fractie geen opsomming van alle werkzaamheden, maar van de hoeveelheid middelen en de effectiviteit daarvan. Men is blij dat het college het belang van de MFA ziet, een voorbeeld van hoe een voorziening echt preventief kan werken en voor een heel grote groep inwoners is. Men maakt zich wel ernstige zorgen over het continue onder druk staan van cultuur als waarde op zich. Daarnaast vraagt men een korte toelichting op het idee van de CDA-fractie voor een stuurgroep Toekomstvisie Papendrecht. Tenslotte geeft mevrouw VAN ES aan dat men m.b.t. de mogelijkheid van een coffeeshop in Papendrecht en het voorkomen van drugshandel op straat, illegale panden en de criminaliteit hier rondom in de zomer met schriftelijke vragen komt. M.b.t. amendement A.1. nr.99. Procesregisseur senioren, A.2. nr.103. Beleidsregisseur Sport en Cultuur en A.3. nr. 105. Ouderenadviseur Senioren merkt zij op dat men het college nog nooit heeft horen zeggen dat een amendement precies op tijd komt. Het is altijd te vroeg of te laat. Wanneer men bij een visie vraagt wat het gaat kosten, is het antwoord altijd ‘dat komt nog, u bent de baas en u kunt dat bij de Perspectiefnota besluiten’. Eenmaal bij de Perspectiefnota -nu- hoort men dat het te laat is, omdat men de visie al heeft vastgesteld.
Zij merkt hierbij op dat men geen acht hoeft te slaan op dergelijke politieke machtsspelletjes. Visies lopen lang, tot 2029. De heer BOERSMA begrijpt dat is aangegeven dat het college bij de Perspectiefnota met een budgetvoorstel zou komen, maar merkt op dat het iedere partij vrij staat hierop een amendement in te dienen. Het punt is alleen dat de visie Wonen en Zorg voor ouderen (met brede steun in de raad) als hamerstuk is vastgesteld, terwijl er nu een aantal fracties is die hier geen cent aan wil uitgeven. Mevrouw VAN ES antwoordt hierop dat haar fractie niet zegt 0 euro aan de visie te willen uitgeven, maar dat men eerst de 8
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
ombuigingsvoorstellen en toekomstvisie Papendrecht in beeld wil hebben, gevolgd door de kerntakendiscussie, zodat men weet waar de overheid wel/niet van is. Omdat deze visie tot 2030 loopt vindt men het niet verstandig net voor het vaststellen van de ombuigingen € 400.000,- uit te geven. Ja zeggen tegen deze functies is ook al een besluit binnen de ombuigingen, omdat het daar dan niet meer afgaat. Men gaat niet iemand aannemen om deze persoon een paar maanden later weer te ontslaan. De heer BOERSMA vraagt of dit betekent dat de D66-fractie, in het kader van de gedachte dat deze visie tot 2030 loopt en dit besluit uitgesteld kan worden, het komende jaar geen enkel groot investeringsbesluit gaat steunen. Hierop antwoordt mevrouw VAN ES dat dit niet het geval is omdat men voor sommige zaken, de vo-scholen, de MFA en de riolering, etc., heeft voorgesorteerd. Dit in tegenstelling tot de nieuwe functies, zoals de managementlagen waarmee zij niet eerder bekend was. Het gaat haar fractie om nieuwe zaken waar ook meer vraag om extra middelen uit zou komen. Uit de senioren adviseur gaat ook een wooncoach komen, omdat mensen die hun hele leven particulier huren of gekocht hebben gecoacht moeten worden, omdat deze blijkbaar niet zelf naar een makelaar zouden kunnen.
De overheid gaat zich met iedereen bemoeien, terwijl de D66-fracie zegt: doe dat (überhaupt) niet, wacht een paar maanden, ga nu geen 4 ton uitgeven en in de begroting verwerken, terwijl men 2 maanden later praat over bezuinigingen. Binnen dit domein kan men keuzes maken en zijn er samenwerkingspartner. Waar staat dat de gemeente altijd leidende rol moet nemen? Dit is niet nodig, er valt altijd te schuiven en beter te managen. M.a.w. de amendementen komen precies op tijd: zo krijgt men eerst zicht op de ombuigingen. Men vraagt de andere fracties deze keuze te maken en even te wachten met deze functies. Het neemt niets af van inwoners, dit zijn extra functies waar extra taken uit komen, niemand hoeft iets in te leveren. Men is het van harte eens met VVD-fractie die zegt dat men zich moet voorbereiden op 2026 en dat men niet alles dat regionaal wordt gekort lokaal hoeft in te vullen. Omdat ook de PAB-fractie haar zorgen heeft geuit, vraagt en verwacht mevrouw VAN ES van beide fracties steun voor deze amendementen. Voorts zal de D66-fractie amendement A.4. nr. 82 Maatregelen jaarwisseling steunen. Aan de door haar fractie mede-ingediende motie M.1. Geen extra verhoging van de Onroerende Zaak Belasting is een aanpassing gedaan. Ditzelfde geldt voor motie M.2. Anoniem solliciteren. M.b.t. motie M.3.
Rekenkameronderzoek Sterk Papendrecht merkt mevrouw VAN ES op dat men dit verzoek niet alleen mág doen, maar dat al eerder heeft gedaan. Mocht de Rekenkamer hier te weinig budget voor hebben, kan hiervoor -i.v.m. het zeer belangrijke onderwerp- een extra vraag aan de raad worden gedaan. Zeker omdat de wethouder niets kan zeggen over de effectiviteit van de maatregelen. Motie M.4. Geen windturbines vlakbij woonwijken Papendrecht is aangepast, maar haar motie mist de mogelijkheid een debat te voeren over de opties om windturbines tegen te houden en wat met deze grond gaat doen. Haar fractie zal 9
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
als mede-indiener voor motie M.5. Vergroening van gemeentelijke gebouwen stemmen. M.b.t. motie M.6. Suïcide preventie in visie sociaal domein vindt haar fractie het verrassend en zorgelijk dat als wetgeving wordt aangenomen en over een jaar ingaat, het college zelf geen actie onderneemt om dit in het visie document mee te nemen en dat hiervoor een motie moet worden ingediend. Moet men voortaan moties indienen om wetgeving mee te laten nemen in visies, als deze een paar maanden eerder worden aangenomen? Motie M.7. Flexpool gepensioneerden vindt haar fractie een heel goed initiatief en een voorbeeld om kracht en expertise van gepensioneerden te zien. Motie M.8. Kerntaakdiscussie in de raad is aangepast en wordt verder toegelicht. De heer BOERSMA geeft aan dat zijn zorg bij deze motie is dat men vermenging van rollen krijgt tussen ambtelijk advies en het politieke kader. Bij het opstellen van de ombuigingscatalogus voor 2019-2021 is aan de voorkant nadrukkelijk aangegeven om ambtenaren van tevoren niet te willen sturen, maar dat men -zonder heilige huisjes- ambtelijk advies moest opstellen inzake de mogelijkheden. Hij is van mening dat men als politiek te vroeg aan zet komt, waardoor er ambtelijk gezien minder ruimte is om een bepaalde kant op te gaan.
Mevrouw VAN ES geeft aan dat de vorige keer mis is gegaan, dat er na de inventarisatie van mogelijkheden geen tijd en ruimte voor de raad meer was om echt iets mee te geven. Zij herinnert zich de frustrerende raadsvergadering, waarbij mensen hele weekenden hadden zitten werken en de raad geen kader meer kon meegeven. Dit was alleen de coalitie, of het college, dat weet men niet. Zij stelt voor dat de ombuigingscatalogus wordt gemaakt, hiervoor zijn geen taboes. Tegelijkertijd gaat men -eventueel in/o.l.v. een stuurgroep- spreken over de toekomstvisie op Papendrecht, waarna beide zaken bij elkaar komen en de fundamentele discussie in de raad volgt over de betekenis van de toekomstvisie vs. de ombuigingscatalogus en waar de gemeente wel en niet van is. Of dit een kerntakendiscussie is laat zij in het midden. Op deze manier zou men vanzelf, wat ligt in de samenleving en wat is een taak van de gemeente, weten wat dit waarschijnlijk voor de ombuigingen betekent en loopt het niet door elkaar. De heer BOERSMA geeft aan dat de motie uitspreekt dat de gemeenteraad vanaf de start, zowel procedureel als inhoudelijk bij de vervaardiging van de ombuigingscatalogus betrokken moet zijn, waardoor hij van mening is dat de processen toch door elkaar lopen.
Hij begrijpt dat de raad, in relatie tot de toekomstvisie, moet nadenken over de kerntakendiscussie, maar hoe voorkomt men dat het zuiver ambtelijke proces van nadenken over de opties aan de voorkant teveel politiek gekleurd zal zijn? Mevrouw VAN ES zegt dat het voor kan komen dat wanneer er formeel geen taboes zijn het toch kan gebeuren dat er al zaken geschrapt zijn. Dit wenst men te voorkomen. De heer VAN DEN DOOL heeft wat moeite met het aan elkaar knopen van de toekomstvisie en de kerntakendiscussie. Hij kan zich voorstellen dat een visie op de toekomst best even duurt en vraagt om interactieve vormen met inwoners, instellingen en 10
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
bedrijven, terwijl de kerntakendiscussie een heel ander proces is. Men moet in de kerntakendiscussie inderdaad zonder taboes de voorstellen op tafel krijgen, waarbij het belangrijk is dat de raad beeldvormend zaken kan aangeven en er daarna voldoende tijd is om te debatteren over wat men belangrijk vindt. Het is hem echter niet duidelijk hoe dit met een langere termijn toekomstvisie verbonden kan worden. Mevrouw VAN ES is van mening dat men geen toekomstvisie moet vaststellen zonder een realistische kijk op de financiën. 2 miljoen is heel erg veel. Men wenst dit niet door elkaar te laten lopen, maar wil wel dat het wordt meegenomen. De heer STOUTHART dankt de fracties en het college voor hun inbreng. Zijn fractie neigt amendement A.1. nr.99. Procesregisseur senioren, A.2. nr.103. Beleidsregisseur Sport en Cultuur en A.3. nr. 105. Ouderenadviseur Senioren, ondanks de beantwoording van het college, te steunen. Men geeft het college wel de mogelijkheid om hen van het tegendeel te overtuigen. Amendement A.4. nr. 82 Maatregelen jaarwisseling zal de VVD-fractie, ondanks dat men hierover bij de behandeling van dit voorstel verdeeld heeft gestemd, niet steunen. Het moet wel een keer klaar zijn. Maar als er bezuinigingen volgen, staat deze bovenaan het lijstje om te schrappen. M.b.t. motie M.1.
Geen extra verhoging van de Onroerende Zaak Belasting merkt hij op dat de indieners veel geluk hebben gehad dat de VVD-fractie bij de laatste coalitieonderhandelingen aan tafel zat. In het bestuursakkoord staat onder 2.1 op pagina 12 in beginsel lossen we tegenvallers binnen de eigen programma’s op. Pas wanneer dat geen oplossing geeft, kijkt men naar andere programma’s. Als dat niet lukt vraagt dit om een andere wijze. Verhoging OZB is pas een laatste optie. Hiermee is deze motie zijns inziens overbodig. Op de vraag van mevrouw VAN ES of de VVD-fractie garandeert dat er geen OZB-verhoging komt antwoordt de heer STOUTHART dat dit niet het geval is en dat men de motie met de gemaakte aanpassingen waarschijnlijk zal steunen. De heer GRIMMIUS merkt, m.b.t. de opmerking dat verhoging van de OZB het laatste redmiddel is, op dat de OZB inmiddels extra verhoogd is, gevolgd door een jaarlijkse 1,5% voor de vo-scholen en dat in de Perspectiefnota wordt aangegeven dat een extra verhoging niet ondenkbaar is. Op zijn vraag hoe dit klopt met de opmerking dat de VVD-fractie heeft afgedwongen dat dit niet zal gebeuren antwoordt de heer STOUTHART dat het op deze manier in het bestuursakkoord staat en overeenkomt met de tekst in de motie.
De heer GRIMMIUS geeft aan dat er hiermee niets is afgedwongen en er in de praktijk jaarlijks OZB-verhogingen plaatsvinden, waarop de heer STOUTHART bevestigt dat dit het geval is, maar dat men deze tekst wil meenemen in de Perspectiefnota 2025-2029 en het college hieraan wil houden. Motie M.2. Anoniem solliciteren zal de VVD-fractie, met de aanpassing van het college, steunen. Ook motie M.3. Rekenkameronderzoek Sterk Papendrecht zal men steunen. Motie M.4. Geen windturbines vlakbij woonwijken Papendrecht, 11
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
waarin het advies 1 op 1 is overgenomen, zal men steunen. Motie M.5. Vergroening van gemeentelijke gebouwen zal men niet steunen. De VVD-fractie is mede-indiener van motie M.6. Suïcide preventie in visie sociaal domein en motie M.7. Flexpool gepensioneerden. Tenslotte zal men motie M.8. Kerntaakdiscussie in de raad steunen. Mevrouw KARSO vindt het belangrijk om te reflecteren op de woordvoering van de portefeuillehouder over het sociaal domein. De PvdA-fractie heeft een heel andere kijk op zaken in het sociaal domein. De portefeuillehouder gaf aan dat men meer zaken wil overlaten aan het voorliggend veld. Dit houdt in dat men meer zaken overdraagt aan Sterk Papendrecht, waarvoor de 3 functies ingezet worden. Dit terwijl de PvdA-fractie het voorliggend veld anders ziet dan meer functies in het lijnmanagement. Men denkt hierbij aan veel meer gebruik maken van de kracht van de samenleving en hierin investeren en de kracht terug krijgen. Dit betekent dat de gemeente zoveel mogelijk moet investeren in de samenleving, waarbij het mogelijk wordt gemaakt dat iedereen iemand kan helpen. De heer BOERSMA deelt de mening dat men meer van de samenleving zou moeten verwachten-, maar is van mening dat de overheid m.b.t. het woningtekort wel een taak heeft.
Op zijn vraag of de PvdA-fractie, als partij van de volkshuisvesting, ook van mening is dat de overheid hier de regie op moet pakken antwoordt mevrouw KARSO dat er zoveel taken zijn waarbij men van mening is dat de overheid betrokken kan worden. Zij begrijpt echter niet waarom deze functies ervoor gaan zorgen dat er meer (betaalbare) woningen voor ouderen zouden komen. Haar fractie zou meer willen kijken naar welke functies men in het leven heeft geroepen, wat men zelf doet, wat men overlaat aan organisaties zoals Sterk Papendrecht en wat men vooral bij de samenleving moet laten. De heer BOERSMA verbaast zich over deze reactie, omdat in de actieagenda de maatregelen die het college wil gaan nemen, met het bijbehorende budget zijn opgesomd. Hierbij is precies aangegeven wat deze personen zouden gaan doen om passende woonvormen voor ouderen te realiseren. Op zijn vraag of mevrouw Karso spijt heeft van de amendementen antwoordt zij dat de PvdA-fractie het eens was met de gedachtegang om meer te doen aan wonen en zorg en men eerder een motie heeft ingediend om samen met instanties te kijken hoe men woningen kan toewijzen aan eigen inwoners. Bij de destijds vastgestelde visie heeft men het financiële plaatje niet ingezien, terwijl men zich nu -met het oog op de bezuinigingen- afvraagt of dit wel nodig is.
Men had bij het vaststellen van de visie voor de senioren verwacht dat men meer zou kijken naar wat anders kan of een aantal zaken die men bij Sterk Papendrecht heeft belegd te prioriteren. Men heeft het college eerder gevraagd naar een prioriteitenoverzicht, waarbij men een aantal functies die zijn belegd bij Sterk Papendrecht naar achter of voor zou halen. De PvdA-fractie had echter bij het vaststellen nooit gedacht dat men € 400.000,- zou uitgeven, waarop de heer VAN 12
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
DEN DOOL -ondanks dat hij het ermee eens is dat men moet bezuinigen- aangeeft dat hij juist van de PvdA-fractie, omdat men dit beleid heeft gesteund, steun had verwacht voor de functies wonen en zorg en ouderen i.p.v. dit rigoureus te schrappen. Mevrouw KARSO merkt op dat men vaker zaken heeft vastgesteld en overgedragen aan Sterk Papendrecht, zonder dat men weet of hier iets van terecht is gekomen. Ook met deze 3 functies is het de vraag wat hiervan terecht gaat komen en of dit ten goede gaat komen aan de inwoners. Men zet een vraagteken achter de vraag wat er -terwijl men moet bezuinigen- van de € 400.000,- terecht zou komen. Zij is van mening dat alle taken ter discussie staan en haar fractie wil waar voor het geld. Het gaat en mag wat kosten, maar dan moet het ook wat opleveren. Zij is er niet van overtuigd dat deze functies iets gaan opleveren. Uiteraard vindt haar fractie wonen en zorg wel heel belangrijk. De heer VAN DEN DOOL vindt het weinig geloofwaardig dat haar fractie dit heel belangrijk vindt, omdat men dit als er financiële consequenties zijn geen prioriteit vindt. Mevrouw KARSO zegt dat haar fractie goed financieel beleid ook heel belangrijk vindt en dat deze functie (voor € 400.000,-) met het oog op mogelijke bezuinigingen volgend jaar ook ter discussie staat.
Haar fractie had niet gedacht dat dit zoveel geld zou kosten en is van mening dat de discussie gevoerd moet worden over wat het kost en wat het oplevert. M.b.t. de amendementen is men van mening dat men het gesprek (kerntakendiscussie) over wat men bedoelt en welke taken men heeft uit te voeren, wat de gemeente bepaalt en overdraagt aan de verbonden partijen, gevoerd moet worden. Van amendement A.1. nr.99. Procesregisseur senioren, A.2. nr.103. Beleidsregisseur Sport en Cultuur en A.3. nr. 105. Ouderenadviseur Senioren is haar fractie uiteraard voorstander, omdat men vindt dat het beschikbaar gestelde geld zoveel mogelijk naar de uitvoerende professionals en zorgvragers moet gaan en niet naar het lijnmanagement. Haar fractie is er niet van overtuigd dat men met de inzet van deze functies geen wachtrijen en discussies over potjes en loketten meer heeft en ziet niet wat deze mensen gaan doen om preventie te voorkomen wat we uiteindelijk wel willen, het voorkomen van proberen en investeren in de samenleving. Amendement A.4. nr. 82 Maatregelen jaarwisseling zal haar fractie niet steunen. Men begrijpt de reactie van de PAB-fractie, maar steunt die van het college. M.b.t. motie M.1. Geen extra verhoging van de Onroerende Zaak Belasting heeft men de suggestie van het college overgenomen. De kern van de motie is dat het niet te makkelijk moet zijn om aan de OZB-knop te draaien.
In dit kader dient men ook een fundamentele discussie te voeren over de rol van de gemeente en is het aan de raad om hierover uitspraken te doen. Op de vraag van de heer BOERSMA of het theater een heilig huisje is antwoordt mevrouw KARSO dat dit niet het geval is. M.b.t. motie M.8. Kerntaakdiscussie in de raad vindt haar fractie het belangrijk dat het anders gaat dan de vorige keer. De ambtelijke organisatie had een lijst opgesteld waarvan de raad aan het eind, met moties en amendementen, iets moest vinden. Men is van mening dat de fundamentele 13
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
discussie hierover eerst in de raad gevoerd moet worden, hetgeen de ambtelijke organisatie waarschijnlijk zal gaan helpen bij de inventarisatie. Het gesprek over het schuiven binnen de wettelijke taken en het overdragen van bepaalde taken aan verbonden partijen of de samenleving moet in de raad plaatsvinden. Op de vraag van de heer VERWEIJ of zij op de hoogte is hoe men dit in Dordrecht -door vertegenwoordigers uit alle wijken te betrekken- doet antwoordt mevrouw KARSO dat zij hiervan op de hoogte is en dat hier tal van voorbeelden van zijn (bv. Utrecht). Zij is er voorstander van om dit zoveel mogelijk met de raad als volksvertegenwoordigers te doen. De weg die Dordrecht bewandelt vindt zij geen goed idee. Dat men na een inventarisatie en kerntakendiscussie alsnog input ophaalt bij organisaties, etc. vindt zij wel een goed idee. De raad moet actief in stelling worden gebracht, de kaderstellende rol, waar men wel en niet van is en welke rol de raad heeft is belangrijk. Wanneer de toekomstvisie van Papendrecht in de raad besproken gaat worden, vindt haar fractie het belangrijk dat deze niet alleen beeldvormend besproken gaat worden, maar dat hierbij ook rol van de politiek betrokken moet worden. Het is haar echter niet precies duidelijk wat de heer Van den Dool precies voor ogen heeft. M.b.t. motie M.2.
Anoniem solliciteren geeft mevrouw KARSO aan dat de door het college voorgestelde wijzigingen zijn overgenomen. Hierbij vindt men het belangrijkst dat intern het gesprek in de organisatie en de Drechtsteden wordt gevoerd over hoe men voor meer diversiteit kan zorgen en dat men anders kijkt, een brief/cv anders leest en vacatureteksten anders opstelt. M.b.t. motie M.3. Rekenkameronderzoek Sterk Papendrecht merkt zij op dat dit een verzoek aan de Rekenkamer betreft en geen opdracht en dat het aan de Rekenkamer is om hier wel of niet iets mee te doen. Het is, omdat ook vanavond veel is gesproken over (de efficiency van) Sterk Papendrecht, niet verkeerd om de onafhankelijke Rekenkamercommissie iets van Sterk Papendrecht te laten vinden. Motie M.4. Geen windturbines vlakbij woonwijken Papendrecht is aangepast. Men vindt het, los van het gegeven signaal richting Molenlanden en Gorinchem, belangrijk dat in de raad wordt gesproken over het doel van deze locatie en wat men eventueel nog meer kan doen om windturbines te voorkomen. Het signaal naar de inwoners moet zijn dat de gemeenteraad niet stil blijft zitten en dat men, wanneer windturbines niet te voorkomen zijn, zoveel mogelijk probeert de schade te beperken. M.b.t. motie M.5. Vergroening van gemeentelijke gebouwen wacht mevrouw KARSO de reactie van de portefeuillehouder af.
Op de opmerking dat de timing hiervoor niet goed zou zijn vraagt zij wanneer dit wel het geval zou zijn. Het is te vroeg, te laat of overbodig. M.b.t. motie M.6. Suïcide preventie in visie sociaal domein ondersteunt zij de woordvoering van mevrouw Van Es. Waarom op deze manier als men mag verwachten dat de wet wordt meegenomen in de visieontwikkeling? Bij een verandering in de wet stelt haar fractie hier in het vragenkwartier altijd vragen over. Waarom doet men dit via een motie? Tenslotte is haar fractie mede14
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
indiener van motie M.7. Flexpool gepensioneerden. Een mooi initiatief om gepensioneerden op die manier in te zetten voor de gemeente. (Schorsing 18.34 – 19.34 uur)
De heer VAN DEN DOOL heeft in de eerste termijn diverse vragen gesteld die zijn beantwoord. Op zijn vraag of men (i.v.m. motie M.8. Kerntaakdiscussie in de raad) dit jaar kan spreken over mogelijke besparingen gaf de wethouder aan dat er een procesvoorstel komt en men aan de slag gaat met de voorbereidingen. De CDA-fractie vindt het belangrijk dat men vroeg in het proces suggesties kan aandragen en men -niet met een volledig uitgewerkt voorstel op tafelverkennend met elkaar kan spreken. Als men in 2026 wil ombuigen dient men dit gesprek ruim voor de Perspectiefnota oordeelsvormend hebben gevoerd. Wanneer de wethouder kan toezeggen dat men dit in het procesvoorstel zal lukken is motie M.8 zijns inziens overbodig. M.b.t. motie M.1. Geen extra verhoging van de Onroerende Zaak Belasting heeft de heer Stouthart het bestuursakkoord geciteerd. De CDA-fractie vertrouwt erop dat het college zich aan deze afspraak houdt en vindt deze motie dus overbodig. Op zijn vraag aan de wethouder Jeugdzorg wat de kansen zijn om de eerstelijns zorg verder te versterken en wat men hiermee kan, was het antwoord dat er een versnelde evaluatie op het inkoopmodel komt, hetgeen mogelijkheden geeft om hierop te sturen. Hij vraagt de wethouder aansluitend of deze kan aangeven wanneer men hierover kan spreken en of dit gecombineerd kan worden met de beeldvorming inzake Sterk Papendrecht.
Verder dankt de heer VAN DEN DOOL de wethouder Wonen voor de toezeggingen inzake woningbouw aan de Douwes Dekkerslaan en beeldvorming over woningbouw en bouwlocaties voor de langere termijn. M.b.t. zijn vraag aan de fracties inzake de toekomstvisie voor Papendrecht geeft hij aan dat dit een visie is op hoe Papendrecht er sociaal, ruimtelijk en economisch in de verdere toekomst uit moet zien. Een visie helpt om gezamenlijk met maatschappelijke partners aan deze toekomst te bouwen. De bedoeling zou zijn een stuurgroep vanuit de raad te formeren, die nadenkt over het doel van deze visie, de aanpak in stappen -waarbij de bestuursgroep een rol heeft- en de wijze waarop inwoners, instellingen en bedrijven betrokken worden. Een stuurgroep overstijgt de bestuursperiode en coalitie en oppositie en men kan hierin, met ondersteuning van ambtenaren en college, richting de samenleving het voortouw nemen. Verder is de CDA-fractie heel blij dat de pilot respijtzorg gaat starten, dat er meer ontmoetingsplekken voor ouderen in de wijken gaan komen en initiatieven voor samen koken en eten. Daarnaast dankt hij de portefeuillehouder Organisatie voor de toezegging van een gesprek over de staat van de organisatie in Q4. Hij vraagt of hierbij zaken zoals uitstroom, ziekteverzuim, niet kunnen invullen van vacatures, capaciteit of andere problemen, etc.
betrokken worden en of men op tijd is om eventuele 15
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
maatregelen mee te nemen in de Perspectiefnota van volgend jaar. M.b.t. amendement A.1. nr.99. Procesregisseur senioren en A.3. nr. 105. Ouderenadviseur Senioren merkt hij op dat deze functies voortvloeien uit eerder vastgesteld beleid voor wonen, zorg en ouderen. Men is wel van mening dat de technische antwoorden en de discussie duidelijk maken dat dit geen helder proces is geweest. Hiervan leert men dat het beter is om bij het beleid een uitvoeringsprogramma, incl. financiële en personele consequenties, te presenteren. Het besluit hierover kan ook zijn dat men hierover pas bij de Perspectiefnota besluit. Op de vraag van mevrouw VAN ES of de CDAfractie dit direct bij de nieuwe visie Sociaal zou willen toepassen antwoordt de heer VAN DEN DOOL dat dit de reden is dat hij dit zegt en dit belangrijk vindt. Maar voor nu zegt men: ‘Wie A zegt moet ook B zeggen, dit vloeit voort uit vastgesteld beleid.’ Op de vraag van mevrouw VAN ES wat er -omdat deze functies niet meer geschrapt kunnen worden- op tegen is om een aantal maanden te wachten tot de ombuigingsdiscussie antwoordt de heer VAN DEN DOOL dat men het beleid op dit terrein zo belangrijk vindt, dat men niet wil dat deze functies geschrapt worden. Als er bezuinigd moet worden zijn er nog heel veel andere functies en mogelijkheden.
Op de vraag van de heer GRIMMIUS waarom deze perse nu en niet volgend jaar ingevuld moeten worden, terwijl andere zaken uit deze visie niet in de Perspectiefnota zijn opgenomen en later uitgevoerd worden antwoordt de heer VAN DEN DOOL dat er volgend jaar nog geen harde noodzaak bestaat om te bezuinigen, dat de jaarrekening bijna het tekort van de 3 komende begrotingsjaren dekt en men dit een heel belangrijk onderwerp vindt, waarop men het eerder vastgestelde beleid wil uitvoeren. De heer GRIMMIUS merkt op dat structurele investeringen ook doorwerken in de tekortjaren. Op zijn vraag waarom op andere zaken uit de visie, waarbij staat ‘onder voorbehoud van financiering door de raad’, niet nu al geïnvesteerd wordt antwoordt de heer VAN DEN DOOL dat hij reeds heeft toegelicht waarom men wonen en zorg dermate belangrijk vindt. Mevrouw KARSO merkt hierbij op dat de urgentie duidelijk is, maar vraagt zich af wat deze functie qua aantal woningen gaat realiseren, waarop de heer VAN DEN DOOL zegt dat door deze functies acties uit het actieprogramma uitgevoerd gaan worden. M.b.t. amendement A.2. nr.103. Beleidsregisseur Sport en Cultuur begrijpt hij dat het gaat om het versterken van een deel van de organisatie waar men dit belangrijk vindt. Hierbij is het voor zijn fractie de vraag of men wacht op de bredere analyse van de organisatie of dat de urgentie daarvoor te groot is.
Amendement A.4. nr. 82 Maatregelen jaarwisseling zal de CDA-fractie niet steunen. Uit de antwoorden en eerdere debatten inzake motie M.2. Anoniem solliciteren begrijpt men dat dit kan helpen om discriminatie te voorkomen en een aantal kandidaten kan aanmoedigen. Omdat men geen nadelen heeft gehoord is er geen belemmering om hier voor te zijn. M.b.t. motie M.3. Rekenkameronderzoek Sterk Papendrecht wacht zijn fractie de brief en beeldvorming over Sterk Papendrecht 16
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
af. Mevrouw VAN ES merkt hierbij op het eens te zijn met mevrouw Middelkoop, dat dit geen beeldvorming over taken, maar over financiën en effectiviteit dient te zijn, waarop de heer VAN DEN DOOL aangeeft het hier helemaal mee eens te zijn. Omdat men echter geen harde signalen heeft dat er iets mis is, vindt zijn fractie dat men met deze motie -die politiek gezien een te zwaar instrument is- een verkeerd signaal zou kunnen afgeven. De heer GRIMMIUS merkt hierbij op dat een Rekenkameronderzoek niet hetzelfde is als een enquêteonderzoek, maar een legitiem middel om inzicht te krijgen in het reilen en zeilen van de gemeentelijke organisatie en haar partners. Er hoeft niet perse iets mis te zijn voordat men zoiets kan vragen. Men heeft er vertrouwen in, maar wil meer inzicht. Op de vraag van de heer LAMMERS of hij het ermee eens is dat dit een zaak van de raad betreft en hij deze oproep kan steunen antwoordt de heer VAN DEN DOOL dat zijn politieke gevoel aangeeft dat men een motie een te zwaar middel vindt, men de brief en het (op onderdelen kritische) gesprek met het college wil afwachten en nu geen politiek signaal middels een motie wil afgeven. M.b.t. motie M.4. Geen windturbines vlakbij woonwijken Papendrecht ziet de CDA-fractie de meerwaarde in het verdere proces dat gevolgd gaat worden. M.b.t. motie M.5.
Vergroening van gemeentelijke gebouwen vraagt men zich af of vergroening van de gevels de beste oplossing is voor vergroening in het centrum. Men is tevreden met de aanpassing hiervan in de motie. Men twijfelt wel of men overal moet inventariseren, i.p.v. dit te doen wanneer hiervoor een aanleiding is. Daarbij is men van mening dat het realistisch en betaalbaar moet blijven en dat inventarisatie van alle gebouwen en vloedgolf van maatregelen oproept. De heer VERWEIJ zegt dat de aanleiding is dat men zich bij de Poldermolen bewust werd van de vergroening van gevels. Naast vergroening van gevels zijn er veel andere mogelijkheden en hoeven niet alle gebouwen onder handen genomen te worden. Men zou -als wat extra’s voor het bruisende centrum van Papendrecht- graag met het gemeentehuis beginnen en er zou een inventarisatie gemaakt moeten worden van welke gebouwen voor welke vergroeningsmogelijkheden in aanmerking komen. De heer VAN DEN DOOL begrijpt dat het breder is, maar betwijfelt of men zonder concrete aanleiding overal moet inventariseren. De oproep om overal te inventariseren zou een vloedgolf aan investeringen ten gevolg kunnen hebben. M.b.t. motie M.6. Suïcide preventie in visie sociaal domein vindt de CDA-fractie het goed om voorbereid te zijn op de wet, daarom zal men deze steunen. Motie M.7. Flexpool gepensioneerden heeft men medeingediend.
De heer GRIMMIUS zegt dat zijn fractie amendement A.1. nr.99. Procesregisseur senioren, A.2. nr.103. Beleidsregisseur Sport en Cultuur en A.3. nr. 105. Ouderenadviseur Senioren mede heeft ingediend. Hierbij merkt hij wel op dat zijn fractie niet tegen investeringen op deze beleidsterreinen is, maar dat men vindt dat deze investering op dit moment niet helemaal opportuun is. Op de vraag 17
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
van de heer VAN DEN DOOL of men zou overwegen om ervoor te kiezen om 1 van de 2 niet in te dienen en de andere wel antwoordt de heer GRIMMIUS dat hij ze alle 3 belangrijk vindt en hier voor de ombuigingendiscussie geen prioriteiten aan wil geven. Men vindt het niet gewenst om 3 managers toe te voegen die er bij de bezuinigingen niet meer uitgehaald kunnen worden. De heer VAN DEN DOOL merkt op dat het niet allemaal managers zijn, waarop de heer GRIMMIUS aangeeft dat € 400.000,- voor 3 personen neerkomt op meer dan € 100.000,- per persoon per jaar, hetgeen zijns inziens overeenkomt met een manager. Op de vraag van de heer VERWEIJ of de heer Grimmius er zich van bewust is dat er in het actieplan Wonen en Zorg ruim 12 tot 16 keer wordt aangegeven dat zonder deze functies zaken niet aangepakt kunnen worden antwoordt de heer GRIMMIUS dat hij zich hiervan bewust is, maar dat zijn fractie vindt dat men dit i.v.m. de ombuigingsagenda- op dit moment niet moet doen. Tijdens de behandeling van de ombuigingen moeten er integraal (harde) keuzes gemaakt worden over het totaalpakket, zonder dit er eerst doorheen te duwen. Men zegt niet dat het niet moet gebeuren, maar niet op dit moment. Hierbij merkt hij op dat de inwoners van Papendrecht hier niets van zullen merken en het daarom een jaar uitgesteld kan worden.
De heer BOERSMA zegt dat men bij het mobiliteitsplan een visie heeft vastgesteld, waaruit nog een uitvoeringsprogramma met financiële consequenties (van ca. 2 miljoen euro) voortvloeit. Op zijn vraag of de GL-fractie deze investering met zelfde argumentatie ook niet gaat steunen antwoordt de heer GRIMMIUS dat op deze investering financieel is voorgesorteerd en deze daarom wel doorgang kan vinden. De heer BOERSMA merkt op dat het enige verschil tussen het mobiliteitsplan en de actieagenda Zorg en Wonen senioren is, dat bij het mobiliteitsplan is aangegeven wat het totaalbedrag is en bij de actieagenda Wonen en Zorg niet, waarop de heer GRIMMIUS zegt dat er bij het mobiliteitsplan sprake is van concrete acties en niet van personen die een functie moeten krijgen. Daarnaast is men al begonnen met de uitvoering en zijn er nog meer verschillen aan te geven (bij het Westeind heeft men de investering vooruit gehaald). Dit zijn langere processen waarover men al langere tijd spreekt, in tegenstelling tot de genoemde functies. Verder zal de GL-fractie tegen amendement A.4. nr. 82 Maatregelen jaarwisseling stemmen. N.a.v. de opmerking dat de vuurwerkshow € 50,- per inwoner kost merkt de heer GRIMMIUS op dat de gemiddelde uitgave aan consumentenvuurwerk 2 x zo hoog ligt, waarop de heer VERWEIJ zegt dat het gaat om € 50,- per toeschouwer, waarvan er ca.
400 waren en dat het een persoonlijke keuze is dat consumenten zelf meer uitgeven, maar dat de gemeente een beetje op dient te passen met uitgaven op dit gebied. De heer GRIMMIUS zegt dat het dan per inwoner nog veel goedkoper is en het er op het Drierivierenpunt beter uit ziet dan al het individuele ‘losse flodder werk’. Motie M.1. Geen extra verhoging van de Onroerende Zaak Belasting, die gaat over de totale lastenverzwaring, zal de GL-fractie steunen. Ook motie M.2. 18
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
Anoniem solliciteren zal men als mede-indiener uiteraard steunen. Deze motie gaat zeker niet alleen over diversiteit en inclusiviteit, maar ook over het verbreden van de visvijver waarin de organisatie de vacature kan uitzetten. De heer GRIMMIUS vindt het fijn dat motie M.3. Rekenkameronderzoek Sterk Papendrecht door meerdere partijen wordt gesteund. Wel wenst hij te benadrukken dat dit geen uiting van wantrouwen/twijfel richting Sterk Papendrecht is, maar is bedoeld om inzicht te krijgen of men waar voor het geld krijgt. Het dictum is richting de Rekenkamer bewust open gelaten, zodat men zelf invulling kan geven aan de onderzoeksvraag. Men vindt het belangrijk om voor dat het kritische gesprek wordt gevoerd de cijfers en feiten duidelijk op een rijtje te hebben. Verder zal de GL-fractie motie M.4. Geen windturbines vlakbij woonwijken Papendrecht steunen. Hetzelfde geldt als mede-indiener voor motie M.5. Vergroening van gemeentelijke gebouwen. Dit gaat om alle gemeentelijke gebouwen, niet alleen om die in het centrum. Men is tegen motie M.6. Suïcide preventie in visie sociaal domein en zal motie M.7. Flexpool gepensioneerden als mede-indiener uiteraard steunen. M.b.t. motie M.8.
Kerntaakdiscussie in de raad gaat het zijn fractie als indiener erom dat men een gesprek met elkaar voert over de kaders die men, als steuntje in de rug voor de ambtenaren, voor de ombuigingen kan meegeven. Men wil hierbij als raad betrokken worden om invloed uit te oefenen en aan te geven wat men wel en niet wil uitvoeren. Wanneer men dit ambtelijk en bestuurlijk mee kan geven scheelt dit veel werk. Als men bv. zegt dat een bepaalde reclamemast er niet komt, hoeft men dit ook niet te onderzoeken. De heer BEZEMER heeft genoten van de (eerste) algemene beschouwingen van de portefeuillehouders. Hij is blij dat het nut en noodzaak van vrijwilligerswerk in het sociale domein door het college wordt onderkend. Hier zit misschien een stukje van de oplossing. Zijn fractie vindt het jammer dat er geen of nauwelijks ruimte is voor versnelling van de nieuwbouwplannen en ziet graag een uitgebreidere reactie, met name i.v.m. de noodzaak om plannen op langere termijn te bekijken. T.a.v. de organisatie heeft het college aangeven dat deze sterk moet zijn en dat men datgene moet doen om deze stappen te kunnen ondernemen. Men is in dat kader blij dat het college motie M.7. Flexpool gepensioneerden overneemt, omdat men af moet van de traditionele manieren en moet kijken naar andere manieren. M.b.t. amendement A.1. nr.99. Procesregisseur senioren en A.3. nr. 105.
Ouderenadviseur Senioren merkt hij op dat het niet om managementfuncties gaat, maar om (misschien duurbetaalde) functies -hetgeen in de notitie sterker benadrukt kan worden- waarbij het hand aan de ploeg is. Nog meer toekijkers is niet aan de orde. Zijn fractie zal deze amendementen niet steunen, omdat men wanneer men beleid formuleert en goedkeurt, dit ook moet kunnen uitvoeren. Dat hier op termijn keuzes in gemaakt moeten worden realiseert hij zich wel. Wel wenst hij het college te vragen daar 19
Verslag besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2024
waar financiële of personele consequenties aan verbonden zijn, dit nadrukkelijk direct in het plan mee te nemen. De heer LAMMERS merkt per interruptie op dat de tekst voor de procesregisseur aangeeft dat deze de samenwerking tussen interne en externe professionals faciliteert en aanjager is en dit geen hand aan de ploeg functie aangeeft, waarop de heer BEZEMER zegt dat men hierover van mening kan verschillen en dit erbij hoort wanneer er meerdere organisaties betrokken zijn. Mevrouw VAN ES vraagt of de CU-fractie vindt dat dit altijd iemand van de gemeente moet zijn, waarop de heer BEZEMER aangeeft dat dit zeker niet het geval is. Dat het goed uitgevoerd moet worden vindt men wel belangrijk. De gemeente hoeft hierin echter niet het voortouw te nemen. M.b.t. amendement A.2. nr.103. Beleidsregisseur Sport en Cultuur begrijpt men dat deze nodig is om de organisatie te versterken. Zijn fractie heeft echter ook de aarzeling of dat in deze periode nodig is. Hij verneemt graag de reflectie van de portefeuillehouder op de vraag of dit besluit doorgeschoven kan worden. M.b.t. amendement A.4. nr. 82 Maatregelen jaarwisseling was de heer BEZEMER in de veronderstelling dat men voor dit jaar het debat al had gevoerd en zal daarom dit amendement niet steunen. Het vormen van een traditie moet de tijd krijgen. M.b.t. motie M.1.