CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

CONCEPT Verslag Besluitvorming 10.6.2024.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 11 juli 2024, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststelling verslag raadsvergadering 10 juni 202412.141 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

VERSLAG VAN DE OPENBARE BESLUITVORMENDE RAADSVERGADERING VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN PAPENDRECHT d.d. 10 juni 2024 (aanvang 20.00 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www.papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw M.J.M. van Driel, (voorzitter); De dames: A. Bokma (VVD), T.C. van Es (D66), K.E. Middelkoop- van den Adel (CDA), A.A.S. Stigter (CU), A. Verschoor - De Winter (CDA), A.J.P. Verweij-Heijstek (PAB), H.M. van Wijngaarden (PAB) en D. Yildiz-Karso (PvdA) en de heren: H.G. Bezemer (CU), A. Boersma (SGP), L. Bruijniks (PAB), W. Goudriaan (SGP), P.C. Grimmius (GL), G.C.H. Hardam (OP), N. van Heteren (D66), R. Lammers (OP), K. Spitsbaard (OP), H.D. Stouthart (VVD), A. Tieleman (PAB) en M.H.A. Verweij (PAB). Mevrouw S.H. de Keizer en de heren J.W. van der Borg, J.L. van Erk, A.M.J.M. Janssen en A.J. Kosten; wethouders. De heer M. Hermans, interim griffier; De heer M. Swagemakers, raadsadviseur; Mevrouw J.L. Moree, griffiemedewerker. Verslaglegging: Jeanine van Prehn Afwezig: mevrouw H.C.T.J. Hoekstra (OP) en de heren L.T. van den Dool (CDA) en P.J. van der Giessen (VVD). 01.

Opening. De VOORZITTER opent de raadsvergadering en heet eenieder van harte welkom. Zij noemt het Papendrechtse meisje Chiara, dat niet kon zwemmen en een jaar geleden is verdronken in het Lammetjeswiel in Alblasserdam. In dit kader verwijst zij naar de unaniem aangenomen motie -waarvoor zij de raad bedankt- waarin het college wordt opgeroepen om ieder kind in Papendrecht in staat te stellen om te leren zwemmen. Afgelopen maand heeft het college bekend gemaakt daar verder onderzoek naar te zullen doen, maar wel al te realiseren dat de leerlingen uit de wereldklas van de Anne Frankschool bij aanvang van het schooljaar 2024-25 onder schooltijd gaan starten met zwemlessen. Verder zijn er afmeldingen van mevrouw Hoekstra en de heren Van der Dool en Van der Giessen.

02.

Vaststelling van de agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

1

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

03.

Mededelingen. De VOORZITTER geeft aan een brief hebben te ontvangen van mevrouw Middelkoop van het CDA, waarin zij haar ontslag indient als gemeenteraadslid. De VOORZITTER betreurt deze beslissing, maar komt hier 4 juli as. op terug. Wethouder KOSTEN informeert de raad over een incident dat heeft plaatsgevonden. Vanmorgen om 9.25 uur heeft er een stroomstoring in de regio Dordrecht plaatsgevonden, waarop bij Chemours direct de veiligheidssystemen in werking zijn getreden. De fabrieken hebben hierdoor een noodstop gemaakt en er heeft een korte tijd een hogere uitstoot plaatsgevonden van een aantal PFAS houdende stoffen (TFE en HFP) en een niet PFAS houdende stof HCL. Gezien de mogelijkheid dat deze uitstoot buiten het terrein van Chemours terecht is gekomen heeft de Veiligheidsregio direct metingen verricht en geconcludeerd dat er geen afwijkende waarden zijn gemeten. De situatie bij het bedrijf is onder controle en de fabrieken worden weer geleidelijk opgestart. Wel wordt er door DCMR onderzoek gedaan naar dit voorval. Er zijn verder geen mededelingen.

04.

Vaststelling verslag 23 april 2024. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

05.

Vragenkwartier. De heer TIELEMAN stelt de volgende vragen inzake de veiligheid van de recent aangepast rotonde op de kruising Burgemeester Keizerweg en Veerweg. 1. Klopt het dat de aangepaste rotonde nog steeds onveilig is? Is deze conclusie terecht? Wethouder JANSSEN merkt op dat het beleid aanpassen op basis van een aantal incidenten niet raadzaam is en antwoordt dat de aangepaste rotonde niet onveilig is. Men heeft eerder reeds aangegeven dat 100% verkeersveiligheid, ook na optimalisatie van de rotonde, een utopie is. 2. Kan aan de hand van (harde) cijfers aangetoond worden dat de rotonde veiliger of juist minder veilig is geworden? Wethouder JANSSEN merkt op dat de cijfers aangeven dat er tot aan de aanpassing van de rotonde gemiddeld 7 geregistreerde ongevallen per jaar plaatsvonden en sinds de aanpassing van de rotonde vorig jaar 2 en dit jaar tot nu toe ook 2 ongevallen. Uit diverse schouwmomenten blijkt dat het verkeersbeeld rustiger is en het aantal bijna ongevallen is afgenomen. Op basis van de cijfers kan men voorlopig concluderen dat de genomen maatregelen in de basis zorgen voor verbetering van de verkeersveiligheid. 3. Zijn er op basis van de huidige ervaring en inzichten aanpassingen nodig om de rotonde nog veiliger te maken voor de weggebruikers? 2

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

4. Als aanpassingen nodig zijn om de rotonde veiliger te maken, wanneer worden deze uitgevoerd? Wethouder JANSSEN geeft hierop aan dat in de loop van 2024 een aanpassing wordt gedaan aan de bocht in het fietspad achter de kiosk van het pompstation. Daarnaast zal de oversteekplaats aan de Onderslag worden verbeterd, zullen de oversteekplaatsen richting de Witte Brug beter worden ingericht en zal men ook kijken naar het maaibeleid. Daarnaast hoopt men in de loop van het jaar meer duidelijkheid te krijgen over de gewenste verplaatsing van de bushalte bij de Poldermolen 8, waardoor het terugleggen van het fietspad niet meer nodig is. Hierover is men momenteel in onderhandeling met de provincie. 5. Als aanpassingen nodig zijn is hiervoor budget beschikbaar of waarvan worden de aanpassingen betaald? Wethouder JANSSEN geeft aan dat de benodigde aanpassingen enerzijds worden bekostigd uit het structurele budget van het mobiliteitsplan en anderzijds uit het restant budget na de aanbesteding van de rotonde, waarbij was gerekend met het aanpassen/opdoeken van de brug richting de Poldermolen 8. Waarvan de vraag is of dit nog aan de orde is met het oog op de voorziene woningbouw. M.b.t. het volledig eenrichting maken van het fietspad op de rotonde zegt de wethouder dat dit niet aansluit bij de praktijksituatie en niet zou leiden tot meer verkeersveiligheid. Er zijn verder geen vragen. 06.

Ingekomen en ter inzage gelegde stukken. Ter inzage gelegde stukken: I. het voorstel om de onder categorie I ingekomen stukken voor kennisgeving aan te nemen (de betreffende stukken zijn al als ingekomen stuk te boek gesteld en aan de orde geweest in de vergaderingen van de raadscommissies): de raad gaat hiermee akkoord. II. Het voorstel om de onder categorie II ingekomen stukken (die hierbij rechtstreeks te boek worden gesteld ten behoeve van de onderhavige vergadering van de gemeenteraad) als volgt te behandelen: II.A. De ingekomen stukken (afkomstig van derden) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II.C. De ter inzage gelegde stukken (afkomstig van het college van burgemeester en wethouders) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. 3

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

II. D. de ingekomen stukken (afkomstig van het college) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. Zonder bijzonderheden wordt dit agendapunt afgesloten. HAMERSTUKKEN: 07.

Verordening alleenrecht Gemeenschappelijke Regeling Sociaal 2024. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

08.

Verordening Adviesraad Sociaal Domein Papendrecht 2024. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

09.

Financiële Verordeningen 212, 213 en 213a. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

10.

Zienswijze ontwerpbegrotingen 2025 gemeenschappelijke regelingen. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

11.

Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Bureau Openbare Verlichting LekMerwede. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. BESPREEKSTUKKEN:

12.

Routekaart Jeugd. Mevrouw VAN ES heeft reeds eerder aangegeven dat haar fractie dit stuk geen visie vindt en dit op een ander moment buiten de vergadering om serieus zal op pakken, omdat men kwaliteit en navolgbaarheid van visiedocumenten anders wenst te zien. M.b.t. de Routekaart merkt zij op dat de onaanvaardbare trend dat 1:8 kinderen in Papendrecht jeugdzorg krijgen (t.o.v. 20 jaar geleden 1:27 kinderen) vanaf nu gekeerd moet worden. Dit gebeurt volgens het college met de Routekaart en het normaliseren en het beperken van de instroom. De D66-fractie had veel vertrouwen in de klankbordgroep, men zag veel expertise, realisme en nuance. M.b.t. de Routekaart is haar fractie van mening dat er beleid wordt gevoerd op basis van aannames. Er zijn grote problemen bij kinderen, door geweld in gezinnen, mishandeling, incest, psychische problemen, armoede, 4

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

schulden en vechtscheidingen. Wat een oorzaak en gevolg is, is vaak onduidelijk. Het NRC schreef vorig jaar dat er zoveel vraag naar therapie is omdat er zoveel aanbod is: aanbod creëert vraag. Haar fractie vreest dat het normaliseren van problemen in de praktijk leidt tot nog meer fte’s voor het zorgloket van Sterk Papendrecht, om de normalisatie georganiseerd aan de man te brengen. Ook het onderwijs krijgt weer een extra taak, waarbij het steeds groter wordende gevaar is dat de gemeente zich gaat mengen in privélevens. Goede bedoelingen met ongewenste resultaten. Studies naar de effecten van jeugdzorg hebben uitgewezen dat 1:5 kinderen/jongeren echt wat aan de jeugdhulp heeft, maar dat het voor 4:5 jongeren zinloos of schadelijk is. Volgens de D66 zijn echte preventiemaatregelen een veilige woonomgeving, ruime voorschoolse educatie, goede scholen, veel cultuur, mogelijkheid tot sporten, laagdrempelig jongerenwerk en veel groen en speeltuinen om buiten te spelen. Investeer in de samenleving en richt je via het zorgloket van Sterk Papendrecht op de zware gevallen en verwijs anderen direct door naar buiten de organisatie. Voor zover de Routekaart Jeugd een visie bevat is dit een politieke visie die haaks staat op die van de D66-fractie.

Voor het geval dit voorstel wordt aangenomen vraagt haar fractie de garantie dat dit beleid niet leidt tot meer maar minder fte’s bij Sterk Papendrecht. Daarnaast wenst men eind 2025 een debat te voeren over de resultaten en een toezegging voor een RIB, uiterlijk het 3e kwartaal van 2025, met minimaal antwoord op de vraag of de trend van 1:8 kinderen in jeugdzorg naar 1:9/1:10 of hoger is gekeerd. In de tabel last van scheiding leest men dat in Papendrecht 15% kinderen last heeft van scheiding t.o.v. 6% in de regio en dat 85% van de kinderen die een scheiding meemaken dus geen hulp nodig heeft. Zij vraagt wat het college heeft gedaan om uit te zoeken of dit klopt en hoe dit komt. Tenslotte vraagt zij hoe het in de praktijk in Papendrecht zit met de bemoeizorg. Ook de heer HARDAM noemt de toenemende druk op de jeugdhulp en de kans die de Routekaart volgens hen biedt op het sturen op de preventieve maatregelen. Men denkt dat dit een noodzakelijk stap in de goede richting is en steunt daarom het voorstel. M.b.t. motie 12.M1. Routekaart Jeugd merkt hij op dat deze oproept om de doelen smart te formuleren, de voortgang te monitoren, halfjaarlijks te rapporteren en te zorgen voor een transparant proces, hetgeen volgens zijn fractie al adequaat wordt opgenomen in het rapport.

In het voorstel staat dat men meetbare doelen zal opstellen en er wordt gesproken over monitoren van de aanpak financiën en regelmatige evaluaties. Zijn fractie geeft het college het vertrouwen voor de uitvoering van deze toezeggingen en zal tegen de motie stemmen. Wel is men voorstander van een debat in 2025 over de trend van de jeugdzorg na deze maatregelen. De heer VERWEIJ noemt de zorgen over de 1:8 jeugdigen die zorg ontvangt, de maatregelen om deze vraag naar zorg terug te brengen en geld te besparen. 5

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

Daarbij mag geen kind tussen wal en schip raken. In de Routekaart ziet men een ambitieus plan waarin de aanpak opvalt om maatschappelijke problemen (zijn fractie noemde eerder de prestatiedruk) die de jeugd naar de zorg duwt in kaart te brengen en aan te pakken. Het is daarom juist nu nodig de uitvoeringsplannen zo op te stellen dat men een goed beeld van de voortgang krijgt door te monitoren, tussentijds rapporteren, tussentijds bijstellen en smart formuleren. In de jaarrekening van 2023 leest men over bewustwording op dit gebied en de jeugdzorg op de eerste plaats als financieel risico, met de opmerking dat er strak gemonitord/gestuurd moet worden. De jeugdzorg is immers een open einde regeling. Dit alles heeft er voor de PAB-fractie toe geleid om een motie in te dienen, waarmee men het college (net als het amendement inzake de fraudeaanpak in de jeugdzorg) extra steun geeft om hier zeer bewust, op een bredere manier mee om te gaan. Het dictum van motie 12.M1.

Routekaart Jeugd luidt als volgt: Verzoekt het college/spreekt uit dat:  Alle jeugdhulpplannen en -aanpakken meetbaar op te stellen door zoveel mogelijk gebruik te maken van SMART-doelen en hierbij de al aanwezige data te gebruiken;  Een systematisch monitoringsysteem te implementeren voor het continu volgen van de voortgang van jeugdhulpprojecten;  De gemeenteraad halfjaarlijks te rapporteren over de voortgang, resultaten en eventuele bijsturingen van de jeugdzorgplannen;  Te zorgen voor een transparant proces waarbij de bevindingen van de monitoring en evaluaties openbaar toegankelijk zijn voor de gemeenschap. Mevrouw STIGTER merkt op dat de raad al akkoord is gegaan met de zienswijze van de Routekaart Jeugd en de vermindering van de uitgaven. Ook haar fractie maakt zich zorgen maakt om het welzijn van kinderen en jongeren en de toename van de zorgvraag. Men roept het college op in haar visie en de jeugdzorg aandacht te blijven geven aan het feit dat het niet alleen een probleem is van jongeren, maar van de gehele samenleving. Men realiseert zich dat een verandering om anders met hulpvragen om te gaan een proces is, dit vraagt om een omkeer in het denken van de hulpverlening, ouders en kinderen. De complexiteit van de ervaring van nood door jongeren is anders dan 15-20 jaar geleden.

De CU-fractie gaat akkoord met voorgestelde Routekaart omdat er serieus aandacht wordt besteed aan de verandering van de werkwijze. M.b.t. motie 12.M1. Routekaart Jeugd is men van mening dat de gevraagde hoeveelheid rapportages ten kosten gaat van de hulp zelf. Mevrouw KARSO noemt het steeds groter wordende verschil tussen de gemeentelijk kosten voor de jeugdhulp en de bijdrage van het Rijk en de maatregelen die nodig zijn om dit tij te keren. Er moet wat gebeuren om de 6

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

kosten beheersbaar te houden en goede, snelle hulp te kunnen leveren aan hen die dat nodig hebben. De vraag is of de Routekaart hiervoor de juiste maatregelen bevat. In de oordeelsvorming heeft haar fractie gewezen op de inconsistentie en de beperkte analyse in de Routekaart. Analyses uitvoeren en het leggen van (dwars)verbanden tussen oorzaak en gevolg is een vak apart. In de oordeelsvorming heeft men de vraag gesteld of men met de Routekaart aantoonbaar geld gaat besparen, zonder dat dit ten kosten gaat (aan de kwaliteit) van de hulp aan jongeren. Op deze vraag heeft de portefeuillehouder instemmend gereageerd. Haar fractie is daarom van mening dat men eind 2025 zal vaststellen dat dit besluit achteraf ook de goede keuze zal zijn geweest. Men zal dan (en ook eerder) extra scherp kijken naar wat de inzet (voor bv. echtscheidingen) heeft opgeleverd en welke causaliteit er is gevonden. Ook ouders met schuldenproblematiek en armoede doen immers een beroep op de jeugdhulp. Hierover ziet men echter niets terugkomen. M.b.t. motie 12.M1. Routekaart Jeugd begrijpt men de behoefte van steun aan het college. Haar fractie vindt dit echter een overbodige motie en heeft hierover de nodig twijfels.

Kennelijk is het echter nodig dat organisaties die jeugdhulp verlenen hun zaken meer op orde moeten krijgen, zodat zij met data en andere informatie kunnen aantonen dat zij de juiste dingen doen. De heer GOUDRIAAN heeft eerder zijn waardering uitgesproken voor de Routekaart Jeugd. Hij vraagt waarom de belangrijke pleegzorg in de Routekaart Jeugd maar 1 x voorkomt en of en hoe dit een plek zal krijgen in de verder ontwikkeling. M.b.t. motie 12.M1. Routekaart Jeugd geeft de heer GOUDRIAAN aan niets tegen smarte formulering van doelen te hebben, maar hierover eerst de mening van het college af te zullen wachten. Mevrouw VERSCHOOR heeft al eerder aangegeven in te stemmen met de Routekaart. Omdat men zelf het risico draagt is het van belang z.s.m. in te kunnen grijpen en ook de maatschappelijke ontwikkelingen waar gezinnen en jeugd mee te maken hebben verdienen de nodige aandacht. Verder noemt zij het belang van een netwerk voor de kwetsbare groep en de inzet van Suppord. Daarnaast is men blij met de aandacht voor het echtscheidingsplein, maar vindt het triest dat dit nodig is. M.b.t. de motie 12.M1. Routekaart Jeugd deelt haar fractie de zorg, maar vraagt men zich af of het nodig is dit middels een motie te doen. Mevrouw BOKMA zal namens haar fractie instemmen met de Routekaart. In 2025 zal moeten blijken dat deze leidt tot kostenbesparing op lokaal niveau en die van de SOJ.

Voorop staat dat kinderen vrij, zorgeloos, veilig en gelukkig moeten kunnen opgroeien. Niet voor elk probleem is jeugdhulp de oplossing, maar juist voor kinderen die echt zwaardere hulp nodig hebben moet deze snel beschikbaar 7

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

zijn. Men is van mening dat de Routekaart Jeugd hieraan kan bijdragen en hopelijk kan resulteren in (misschien wel de utopie van) 1:15/20 kinderen in de jeugdzorg. M.b.t. motie 12.M1. Routekaart Jeugd merkt zij op dat de gevraagde cijfers en rapporten al naar de raad komen en de motie daarom overbodig is. De heer GRIMMIUS is niet overtuigd van de Routekaart en sluit zich hierover aan bij de woordvoering van de D66-fractie. Hierbij duidt hij op een aantal veronderstellingen waarin men zich niet kan vinden. Omdat motie 12.M1. Routekaart Jeugd zich hoofdzakelijk richt op budgetteren en kostenbesparing en niet de kwaliteit van de zorg, waarop de focus zou moeten liggen, zal zijn fractie deze niet steunen. Eerste termijn college Wethouder VAN DER BORG is blij met de stellingname van de raad over de politiek bestuurlijke keuzes uit de Routekaart Jeugd. Hij merkt op dat de kernvraag, hoe men meer grip krijgt op de jeugdzorg in Papendrecht, zichtbaar is in de organisatorische vraagstukken en dat men de rol als opdrachtgever en geldschieter/financierder namens de gemeente beter probeert te pakken. Dit gaat ook vooral over het beoordelen van kwaliteit van jeugdhulp. Door de bijdrage van de raad in de klankbordgroep en beeldvorming heeft men geconcludeerd dat de vraag ontbrak over wat er aan de hand is in de samenleving waardoor 1:8 kinderen in Papendrecht jeugdhulp krijgt.

Deze vraagt om een (politiek) antwoord: er is een stevige aanpak nodig, die er ligt in de Routekaart Jeugd. De Routekaart is een document dat kan evolueren en eventueel bijkomende vraagstukken kan de raad -en indien nodig vanuit het college- uiteraard agenderen. Als uit Den Haag meer ruimte komt om t.b.v. de afkadering van jeugdhulp kan dit op kortere termijn al gebeuren. M.b.t. motie 12.M1. Routekaart Jeugd vindt de wethouder meer monitoring een goed idee. Hierbij merkt hij op dat in het uitvoeringsplan wordt vermeld dat men de voortgang van de Routekaart per kwartaal zal monitoren. Dit is echter niet expliciet naar de raad. Hij kan zich voorstellen dat de behoefte vanuit de raad er is om hier halfjaarlijks uitgebreider over te rapporteren dan nu de bedoeling is. Hij zal kijken of dit via een RIB of middels de uitvoeringsrapportage Sociaal Domein zal plaatsvinden. Hij is van mening dat er voldoende data beschikbaar is/zal zijn om dit goed te kunnen doen. Hierbij merkt hij op dat het m.b.t. de organisatorisch vraagstukken geen probleem is dit smart te formuleren, maar dat dit m.b.t. de maatschappelijke vraagstukken moeilijker zal zijn. Wethouder VAN DER BORG concludeert met een positief advies voor de motie, die ook behulpzaam kan zijn voor het college en de maatschappelijke partners.

8

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

Omdat het college de terechte zorgen van de D66-fractie over het succesvol afronden van behandelingen in de jeugdzorg deelt geeft wethouder VAN DER BORG aan dat de gemeente haar opdrachtgeverschap beter gaat invullen en steviger de kwaliteit van aanbod van jeugdzorgaanbieders wil monitoren. M.b.t. alweer een opdracht aan het onderwijs geeft hij aan dat er goede gesprekken met het onderwijs zijn gevoerd, dat de vraagstukken worden herkend, men ziet dat de nood hoog is en dat het noodzakelijk is hier een aanpak voor te formuleren en men hiermee -met besef van een ieders rol- graag aan de gang gaat. Tevens is hij het er mee eens dat de gemeente zich niet te veel in privélevens moet mengen. Daarom is het een spannende vraag om een aantal maatschappelijke vraagstukken, zoals vechtscheidingen, voor te leggen. Tegelijkertijd ziet men dat hier 1 van de risicofactoren liggen waarom de vraag naar jeugdhulp stijgt. Om deze reden vindt het college het belangrijk om hier -met grote voorzichtigheideen aanpak op te formuleren. Hierbij is belangrijk op te merken dat de regie bij het gezin zelf blijft! De vraag van mevrouw Van Es om eind 2025 een debat te voeren over de resultaten inzake terugloop van kinderen in jeugdzorg vindt hij meer dan logisch. Op haar (technische) vraag inzake de cijfers rondom (de gevolgen van) echtscheidingen komt wethouder VAN DER BORG terug.

Op haar vraag of het klopt dat 85% van de kinderen geen hulp vraagt antwoordt wethouder VAN DER BORG dat uit de vele gesprekken met jeugdzorgaanbieders is gebleken dat echtscheidingsproblematiek 1 van de grote factoren is van waarom kinderen in jeugdhulp komen. Vanuit onderzoek naar de cijfers hieromtrent is men overtuigd geraakt van de noodzaak hiermee aan de gang te gaan. Op de vraag van mevrouw VAN ES of het klopt dat 85% van de kinderen geen hulp vraagt en dat het in Papendrecht 15% is t.o.v. 6% in de regio en of/waarom er geen onderzoek is gedaan naar dit verschil antwoordt wethouder VAN DER BORG dat het klopt dat 85% geen aanvraag heeft gedaan voor een hulpvraag, maar dat dit niet het vraagstuk is waar het nu over gaat. Er zijn meerdere risicofactoren, waarvan vechtscheiding er 1 is, die er voor zorgen dat de zorgvraag stijgt. Op haar vraag naar een garantie dat dit niet leidt tot meer fte’s voor Sterk Papendrecht geeft de wethouder aan deze niet te kunnen geven, maar dat dit wel het streven is. De wethouder dankt de OP-fractie voor hun steun voor het voorstel en de PABfractie voor de motie. Hij zegt m.b.t. de zorg van de CU-fractie inzake de vele rapportages dat het de kunst is dit beperkt te houden. Richting de PvdA-fractie merkt de wethouder op dat de motie zeker helpt om de externe partners te stimuleren hun zaken meer op orde te krijgen.

Daarnaast geeft hij aan dat het uiteraard het streven is om eind 2025 vast te kunnen stellen dat de keuze voor de Routekaart met maatregelen om de instroom in jeugdzorg te verminderen de juiste is geweest. Hierbij merkt hij wel op dat de wereld weerbarstig is en men niet weet wat het beleid vanuit het Rijk gaat brengen. 9

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

Op de vraag van de SGP-fractie inzake pleegzorg bevestigt de wethouder dat dit inderdaad niet frequent in de Routekaart vermeld staat, omdat dit in Papendrecht best goed gaat. Het tekort aan pleegzorggezinnen is sinds 2 jaar best goed op orde en hiervoor is geen aparte aanpak nodig. Wel merkt hij op dat dit een belangrijke vorm van jeugdhulp is om te hebben. Richting de VVD-fractie dankt de wethouder voor de opmerking dat de noodzakelijke kostenbesparingen in 2025 gerealiseerd moeten zijn. In de zienswijze richting de DG&J zijn hierover al opmerkingen gemaakt. Afsluitend is de wethouder het m.b.t. de motie helemaal eens met de GL-fractie dat het vooral gaat over de kwaliteit van zorg. Met name de organisatorische vraagstukken gaan over de kwaliteit van zorg. Tweede termijn raad en college Mevrouw VAN ES ontkent niet dat (v)echtscheidingen (net zoals armoede, schulden, mishandeling) onderdeel zijn van de vraag naar jeugdhulp. Wel bestrijdt zij het dominante beeld dat elk kind dat hiermee te maken heeft in de problemen komt. Zij merkt hierbij op dat dit bij normaliseren niet de bedoeling is (soms wordt het erger voorgesteld dan een kind/ouders het zelf vindt), dat de samenleving zelf een verantwoordelijkheid heeft en dat door het steeds meer aanbieden van hulp/jongeren steeds meer naar het zorgloket lokken het aantal van 1:8 niet zal verbeteren.

Haar fractie mist de ambitie en het lef bij het college om te stellen dat men er alles aan gaat doen om te zorgen dat dit over een jaar beter zal zijn en het tij zal keren. Men hoort allemaal goede bedoelingen en inspanningsverplichtingen, maar dit is niet hetzelfde als goede resultaten bereiken. Haar fractie kan niet achter de Routekaart staan, omdat men zich ernstig zorgen maakt dat dit het tij niet gaat keren en om de kinderen die daar de dupe van gaan worden. Wethouder VAN DER BORG is het eens met de D66-fractie die af wil van het beeld dat alle jongeren die te maken krijgen met een echtscheiding in jeugdhulp terecht komen, hetgeen uiteraard niet het geval is en ook niet het beeld is dat uit de Routekaart naar voor moet komen. Wel noemt hij het wetenschappelijk bewijs dat vechtscheidingsproblematiek en armoede risicofactoren zijn die bijdragen aan het feit dat meer kinderen in jeugdzorg terecht komen. Dit vraagt de aandacht, maar is tegelijkertijd een politiek heel spannend debat omdat men hiermee heel dicht bij gezinnen komt. De heer VERWEIJ heeft eerder veel van de door mevrouw Van Es genoemde zorgen -waaronder de prestatiedruk- genoemd. Op de vraag van mevrouw VAN ES of de PAB-fractie hen ervan kan overtuigen dat men met de in de motie 10

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

verwoorde informatie ook het antwoord kan krijgen waarmee men in 2025 het debat aan kan gaan of zaken echt verbeterd zijn antwoordt de heer VERWEIJ dat de achterliggende gedachte van de motie erop is gericht om het traject beter mee maken, zodat men zaken tussentijds kan bijstellen, en men het idee krijgt dat de doelen en de besparing worden behaald. M.b.t. het verwijt dat het alleen over geld gaat merkt hij op dat in de motie niet wordt gesproken over geld, maar over het bieden en monitoren van kwaliteit en het indien nodig ingrijpen en bijstellen om de doelen wel te halen. Besparing is uiteraard ook aan de orde. Het verschil tussen hetgeen men moet bijleggen en de vergoedingen wordt steeds groter. Gehoord de opmerking van de wethouder dat er geen actie nodig is m.b.t. pleegzorg gaat de heer GOUDRIAAN er vanuit dat er wel actie genomen zal worden wanneer dit nodig is. De motie zal zijn fractie, gehoord de inbreng van de wethouder, steunen. Op de vraag van mevrouw VAN ES of er -wanneer de SGPfractie dit beleidsplan alleen had mogen schrijven- iets anders aan zou zijn geweest antwoordt de heer GOUDRIAAN dat zijn fractie in eerdere jaren ook al heeft aangegeven dat men zich goed kan vinden in dit plan en dit een kwalitatief stuk vindt. Mevrouw BOKMA zal de motie, i.v.m. de oproep hiertoe van de wethouder, steunen. M.b.t.

vechtscheidingen vindt haar fractie dat het voorkomen meer oplevert (minder grootouders die kleinkinderen moeten missen en minder volwassenen die naweeën van een echtscheiding van ouders een plek moeten geven) dan een besparing op de jeugdzorg en dat voorkomen beter is dan genezen. Op de vraag van de heer GRIMMIUS of het door de D66-fractie genoemde evaluatiedebat in 2025 inzake de behaalde resultaten voorwaardelijk is aan het aannemen van de motie antwoordt wethouder VAN DER BORG dat men dit debat, wat hij verstandig vindt om te doen, op verzoek van de raad zal organiseren. Mevrouw VAN ES verzoekt in dit debat aan de orde te stellen of er meer Fte’s naar Sterk Papendrecht zijn gegaan in dat jaar, of het zo is dat er echt minder kinderen in jeugdzorg zijn en of er meer informatie beschikbaar is over de 20% die daadwerkelijk gebaat is bij de jeugdzorg. Wethouder VAN DER BORG vindt dit goede punten. M.b.t. de fte’s voor Sterk Papendrecht wijst hij erop dat dit een bevoegdheid van college is en dat de raad gaat over de budgetten. Inzake het aantal minder kinderen in jeugdhulp moet men kunnen aantonen dat dit met de voorgestelde maatregelen lager wordt. De insteek van de Routekaart is scherper neerzetten wat de opdrachtgevende rol is en scherper te sturen op de aantallen en kwaliteit. Uiteraard mag men hier een rapportage over verwachten.

Mevrouw VAN ES merkt op dat het de bedoeling is dat het -omdat men al 10 jaar onderweg is met de decentralisatie- een verantwoordingsdebat wordt, waarop 11

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

wethouder VAN DER BORG aangeeft dat het, omdat er veel afhankelijkheden zijn en er zoveel aan de hand is in de samenleving, moeilijk wordt maar dat er collectief een poging moet worden aangaan, waarop hij ook afgerekend mag worden. Men moet een gezamenlijke opdracht aangaan waarbij ieder zijn/haar rol heeft en waarin hij met hart en ziel verder zal gaan. Stemming voorstel. Met 17 stemmen voor en 3 stemmen (2 van de D66-fractie en 1 van de GL-fractie) tegen wordt vervolgens conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. Stemverklaringen motie. De heer HARDAM: We zullen deze motie toch steunen, omdat de wethouder vindt dat deze niet overbodig is. Mevrouw VAN ES: Ook al hebben wij het voorstel niet gesteund zullen wij de motie wel steunen, omdat wij hopen en ook met de toezeggingen van de wethouder dat wij met die informatie volgend jaar een goed debat kunnen voeren. Stemming motie. Met 19 stemmen voor en 1 stem (van de GL-fractie) tegen wordt de motie aangenomen. (Schorsing 21.24 – 21.34 uur.) 13.

Algemene subsidieverordening 2024. De heer GRIMMIUS geeft aan dat zijn fractie (samen met de PvdA, D66 en OPfracties) een amendement heeft voorbereid inzake de werkwijze van het vaststellen subsidieplafonds. Het dictum hiervan luidt: Besluitpunt 1 aan te vullen en te wijzigen in: Besluitpunt 1 ‘De Algemene subsidieverordening gemeente Papendrecht 2024 vast te stellen, waarbij artikel 2 en artikel 5 als volgt komen te luiden: Artikel 2. Reikwijdte 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, voor activiteiten op de volgende beleidsterreinen: a. Bestuur en ondersteuning b. Veiligheid c. Verkeer, vervoer en waterstaat d. Economie e. Onderwijs 12

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

f. Sport, cultuur en recreatie g. Sociaal domein h. Volksgezondheid en milieu i. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing 2. Het eerste lid geldt niet in het geval van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is). In te vullen door griffie Nummer amendement: 13.A1 Uitslag stemming 3. Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.’ ‘Artikel 5. Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. De raad stelt jaarlijks de subsidieplafonds per beleidsterrein vast. 2. Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regels de wijze van verdeling van de betrokken subsidie bepalen. 3. De raad kan een subsidieplafond verlagen als: a. het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of b. de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 4.

Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 5. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.’ Mevrouw BOKMA zal instemmen met het voorstel, maar vindt het wel jammer dat er 1 plafond voor alle subsidies wordt voorgesteld. De toezegging dat er altijd per taakveld plafond door de raad wordt vastgesteld kan wethouder DE KEIZER doen. De heer BOERSMA steunt het raadsvoorstel en hoogstwaarschijnlijk ook het amendement. Ook de heer BEZEMER zal het voorstel en het amendement (hoogstwaarschijnlijk) steunen. De heer LAMMERS zal het voorstel steunen en het amendement dat zijn fractie mede heeft ingediend. 13

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

Mevrouw MIDDELKOOP staat namens haar fractie niet achter het aanscherpen van de eindverantwoording van de subsidie binnen regime 2. Men vindt dit te veel regeldruk voor verenigingen. Wethouder VAN DER BORG deelt deze zorg en geeft aan dat men hiervoor aandacht blijft houden. Op haar vraag hoe het college er voor zal waken dat het verenigingen nog moeilijker wordt gemaakt antwoordt wethouder VAN DER BORG dat het al de gewoonte is om in regime 2 een jaarverslag wordt gevraagd en nader in te gaan op dit soort zaken. M.b.t. amendement A.13.1. Subsidieverordening 2024, geeft mevrouw MIDDELKOOP aan deze, in afwachting van de reactie van het college, hoogstwaarschijnlijk te zullen steunen. Mevrouw VAN ES onderschrijft de woordvoering van de heer Grimmius. Verder vindt haar fractie dat men -met het oog op normaliseren- ook bij de keuze voor subsidies zaken als sport en cultuur niet allemaal moet onderbrengen bij sociaal. Als de raad dit wel zou willen moet men dit doelbewust in de raad doen en dit niet weg organiseren van de raad naar het college. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN zal het voorstel en het amendement steunen. Op haar vraag naar de aanpassing van het subsidiebedrag i.v.m. de verhuizing van de bibliotheek naar het gemeentehuis antwoordt wethouder VAN DER BORG dat men dit vandaag of morgen via de dagmail zal ontvangen.

Vervolg eerste termijn college Wethouder DE KEIZER merkt inzake het amendement op dat de verordening o.a. gaat over bij wie de bevoegdheid voor het vaststellen van de subsidieplafonds ligt. Hierbij geeft zij aan dat de VNG juridisch 2 opties kent: of het college stelt het subsidieplafond vast of de gemeenteraad. Het college stelt in lijn met de afgelopen jaren voor dat deze bevoegdheid bij de gemeenteraad blijft. In de verordening in art. 5 staat daarom dat de raad deze kan vaststellen, het college kan dat niet. Vervolgens is de vraag hoe precies men het vaststellen van de subsidieplafonds aan de voorkant beschrijft. Vanuit praktische overwegingen is er -omdat deze nog al eens van naam wijzigen en de verordening dan moet worden aangepast- voor gekozen de taakvelden/beleidsterreinen niet te benoemen. Het college heeft er echter geen moeite mee deze wel expliciet te benoemen. De gemeenteraad is en blijft bevoegd om de subsidieplafonds jaarlijks op taakniveau vast te stellen. Dit hoeft niet formeel in de verordening te worden vastgelegd, maar dat kan wel. Zij laat deze overweging aan de raad. Het college zal het amendement ondersteunen. Stemming amendement A.13.1. Subsidieverordening 2024. Met 20 stemmen voor wordt unaniem voor het amendement besloten. 14

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

Stemming voorstel. Met 20 stemmen voor wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 14.

Jaarwisseling 2024-2025. (Mevrouw VAN ES neemt het voorzitterschap van de burgemeester over.)

De heer TIELEMAN merkt op dat het voorstel 1 pakket betreft, bestaande uit 3 onderdelen. Zijn fractie betreurt dat men over het gehele pakket moet besluiten en niet over de 3 afzonderlijke onderdelen. Deelname aan de vuurwerkshow en het aftelmoment voor € 20.000,-, het jongeren feest voor € 13.000,- en extra toezicht in november en december voor € 13.000,-. Zijn fractie is blij met het feest voor de jongeren, maar is van mening dat er meer moet worden gedaan tegen het vroegtijdig afsteken van (illegaal) vuurwerk en de overlast hiervan voor mens en dier. Uit de enquête onder de inwoners blijkt dat handhaving in de maanden voorafgaand aan de jaarwisseling 2023/2024in een groot aantal wijken onvoldoende zichtbaar was. Het PAB is van mening dat het gemeenschapsgeld besteed dient te worden aan activiteiten die door meer mensen worden bezocht, zoals koningsdag, Bevrijdingsdag en volgend jaar de 80-jarige bevrijding. Op die dagen is het weer beter en zal de belangstelling groter zal zijn. Hoewel men het belang ziet van een jongerenfeest en een aftelmoment, vindt men dat veiligheid en handhaving voorrang moet krijgen. De PAB-fractie is niet tegen het voorstel en zal daarom instemmen, maar vindt het jammer dat er geld besteed gaat worden aan het vuurwerkshow en het aftelmoment, met een beperkte deelname van de inwoners.

Men wil de jongeren het feest zeker niet onthouden en vindt het positief dit weer georganiseerd gaat worden. Extra toezicht in de maanden november en december juicht het PAB toe, men zou dit echter ook in oktober zou willen zien. De heer BOERSMA geeft aan dat zijn fractie (nog steeds) streeft naar een vuurwerkvrij Papendrecht en dat men dit vorig jaar heeft gemarkeerd met een aangenomen motie, waarin wordt verzocht om met een plan van aanpak hiertoe te komen. In de oordeelsvorming is door de burgemeester aangegeven dat dit wordt betrokken bij het participatietraject dat in september zal volgen. Zijn fractie wacht dit met veel belangstelling af. Het zou mooi zijn als er wordt toegewerkt naar vuurwerkzones waar wel vuurwerk wordt afgestoken en dat de plek waar dat niet gebeurt steeds groter wordt. Vorig jaar heeft zijn fractie een amendement ingediend om het gevraagde budget voor het jongerenfeest, de vuurwerkshow en het aftelmoment te schrappen. Dit werd destijds alleen door de SGP-fractie gesteund. Zijn fractie zal tegen het voorstel stemmen, ondanks dat men het eens is met het gevraagde budget voor de handhaving, maar niet voor 15

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

het jongerenfeest en de vuurwerkshow. Verder wordt aangegeven dat het bedrag dat men nu nog eenmalig incidenteel beschikbaar maakt in de Perspectiefnota en begroting structureel zal worden opgenomen. Hij merkt op dat zijn fractie niet voornemens is hier elke keer bij de perspectiefnota een amendement tegen in te dienen. Mevrouw STIGTER zal het voorstel, omdat tradities moeten groeien, steunen. De heer GRIMMIUS is namens zijn fractie voor een vuurwerkvrij Papendrecht/Nederland. Het bijna gelijk luidende voorstel is vorig jaar hier en daar kritisch ontvangen. Zijn fractie heeft hiermee, omdat het een beter voorstel was dan de jaren daarvoor, wel ingestemd. Omdat er sprake is van een bijna gelijkluidend voorstel ziet zijn fractie niet hoe dit een vooruitgang is in het streven naar een vuurwerkvrij Papendrecht. Hierbij noemt hij ook de motie van de SPGfractie waarin de raad heeft uitgesproken dat men Papendrecht op termijn vuurwerkvrij wil hebben en er jaarlijks stappen zullen worden gezet op het gebied van vuurwerkvrije zones en eventueel vuurwerkzones om dit te bereiken. Ook heeft men het college verzocht richting Den Haag aan te geven dat men naar een vuurwerkvrij Nederland streeft en dat hier stappen in gezet moeten worden. Het is zijn fractie niet duidelijk hoe de stand van zaken van de uitvoering van deze motie is, die wel voorwaardelijk is om dit voorstel te steunen.

Zijn fractie wil dat het voorstel, zoals uitgesproken in de genoemde motie, beter is dan dat van vorig jaar. Omdat dit nog niet duidelijk is zal zijn fractie het voorstel niet steunen, mits kan worden aangegeven dat de motie op een bepaalde manier wordt uitgevoerd en het een verbetering is t.o.v. vorig jaar. Mevrouw KARSO merkt op dat er een succesvolle nieuwe traditie voor de jaarwisseling is gestart, die resultaat laat zien. De vuurwerkshow en het jongerenfeest waren goed bezocht, er hebben zich geen onregelmatigheden voorgedaan en de extra toezicht in de maanden voorafgaand aan de jaarwisseling is door bewoners positief is ervaren. Daarnaast zijn de vuurwerkvrije zones fysiek meer herkenbaar gemaakt. Men leest in het voorstel dat de portefeuillehouder voornemens is bij de komende jaarwisseling extra aandacht te besteden aan meer vuurwerkvrije zones. Er wordt op een andere manier naar zaken gekeken en er wordt contact met bewoners onderhouden. Dit alles in het kader om gezamenlijk een leuke, gezellige en veilige jaarwisseling door te brengen. Om deze reden zal haar fractie het voorstel steunen. De heer VAN HETEREN zal namens zijn fractie instemmen met het voorstel. Hij vindt het belangrijk dat de jaarwisseling positief wordt benaderd en men niet alleen moet focussen op de overlast.

Het gaat er om dat oud en nieuw gezellig is en de activiteiten in het pakket dragen daaraan bij. Het geeft de inwoners en de 16

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

jongeren iets positiefs om naar uit te kijken. Men is van mening dat het saamhorigheid en meer voorzieningen voor jongeren creëert en meer sociale controle biedt, hetgeen leidt tot meer veiligheid. Verder heeft een derde onderzoek, de veiligheidsmonitor, aangetoond dat de voorzieningen voor jongeren en sociale samenhang in Papendrecht in vergelijking met andere gemeenten te weinig zijn en dat de zichtbaarheid van handhaving in buurten ook te weinig is. Omdat met dit pakket naar alle 3 de zaken financiële middelen gaan vindt zijn fractie dit een zwaarwegend argument om voor het voorstel te stemmen, dat een gebalanceerde benadering biedt voor veiligheid en gezelligheid. De heer STOUTHART geeft aan dat zijn fractie eerder haar twijfels heeft uitgesproken over de effectiviteit van sommige maatregelen uit het voorstel. Omdat sommige fractieleden vinden dat het voorstel, met name de activiteiten rond de vuurwerkshow, een kans moet krijgen om te groeien en anderen vinden dat het niet bijdraagt aan een veiligere jaarwisseling en minder overlast in de aanloop daarnaartoe en dit zwaarder laten wegen, zal de VVD-fractie verdeeld stemmen.

Mevrouw VERSCHOOR is van mening dat de gezamenlijk jaarwisseling, de extra handhaving en uitbreiding van de vuurwerkvrijezones in stand gehouden moet worden en de kans moet krijgen om te groeien, zodat het vanzelf meer bezocht zal worden en mensen de positieve effecten zullen zien. Om deze reden zal de CDA-fractie het voorstel steunen. De heer SPITSBAARD geeft aan het voorstel te zullen steunen. Ook hij is van mening dat een traditie kan en moet groeien. Als kanttekening merkt hij wel op dat de (tijdige) communicatie naar de inwoners moet verbeteren. Eerste termijn college Burgemeester VAN DRIEL heeft gehoord hoe belangrijk het is om iets de kans te geven om als traditie van de gemeenschap te groeien, waarbij men moet doorzetten en kan bijsturen. Inzake de door de heren Grimmius en Boersma genoemde motie merkt zij op dat men er vooral op heeft ingezet om in de eerste paar maanden een goede evaluatie te maken en aanbevelingen te doen. Daarnaast heeft men in de oordeelsvorming toegezegd voor het zomerreces met een plan van aanpak te komen inzake de groei van vuurwerkvrije zones. Dit blijft men doen in participatie en overleg met de inwoners. Zij merkt op dat de motie zeker nog niet is afgedaan. Ook heeft zij de oproep gehoord om zich hard te maken om te laten zien dat Papendrecht het belangrijk vindt verantwoord om te gaan met vuurwerk en hiervoor aan te kloppen bij het kabinet.

Men gaat 17

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

stapsgewijs om met de motie: het is een delicaat onderwerp en het heeft met iedereen te maken. Handhaving is hierbij heel belangrijk en men zal de oproep om de zichtbaarheid van handhavers te vergroten zeker meenemen. Tenslotte merkt zij op dat de communicatie, waar een groot aantal verbeterpunten in zit, hoog op het lijstje staat. Tweede termijn raad De heer TIELEMAN realiseert zich dat het volledig handhaven op het afsteken van (illegaal) vuurwerk nooit gegarandeerd kan worden. Ook een landelijk verbod op de verkoop of het afsteken van illegaal vuurwerk zal niets oplossen. Het illegale vuurwerk, dat de meeste overlast en schade veroorzaakt, wordt toch via het internet verkocht en afgestoken of via omringende landen binnen gehaald. Men moet wel realistisch blijven over handhaving. De heer BOERSMA is het eens met de opmerking van de heer Van Heteren dat men niet alleen negatief naar de jaarwisseling moet kijken en focussen op handhaving. Het is een mooi moment om terug te blikken en vooruit te kijken. Hij wijst er daarom op dat men op oudjaarsavond op allerlei plekken in Papendrecht, waar de toegang gratis is, het rustig is en mooie muziek klinkt, terecht kan om dit te doen en heet iedereen van harte welkom in de kerken. De heer GRIMMIUS begrijpt dat men voor het zomerreces informatie ontvangt over de aanpak van de motie inzake vuurwerkvrijezones.

Op zijn vraag of de portefeuillehouder kan toezeggen dat het aantal vuurwerkvrijezones tijdens de komende jaarwisseling groter is dan tijdens de afgelopen jaarwisseling antwoordt burgemeester VAN DRIEL dat de motie hiertoe oproept en dat het de bedoeling is om te kijken naar uitbreiding (en misschien intrekken van sommige) van vuurwerkvrije zones. Dat kan ook plus 1 zijn. Stemverklaringen Mevrouw BOKMA: Hoewel ik tegen een algemeen vuurwerkverbod ben, dat er waarschijnlijk toch ooit zal komen, ben ik voor het voorstel -inclusief het aftelmoment en de vuurwerkshow omdat je een traditie niet in 1 jaar opbouwt. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN: Ik zal voor het voorstel stemmen, deels onder protest omdat ik geen voorstander ben van een vuurwerkshow, maar wel van de andere onderdelen die ik niet wil benadelen.

18

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

Met 17 stemmen voor en 3 stemmen (2 van de SGP en 1 van de VVD-fractie) tegen wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 15.

Vaststellen vierde wijziging APV. De heer GRIMMIUS is m.b.t. (technisch) amendement 15-A3. Vierde wijziging APV: messenverbod van mening dat de bevoegdheid hiertoe dusdanig verband houdt met de portefeuille openbare orde en veiligheid en dus bij de burgemeester, wiens wettelijke taak het is de openbare orde en veiligheid in de portefeuille te hebben, thuis hoort. Het dictum van dit amendement luidt als volgt: Besluit het volgende te wijzigen: Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als steekwapen, eerste lid: ‘1. Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben.’ Te wijzigen in: ‘1. Het is verboden op door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben.’ M.b.t. amendement 15-A2.

Vierde wijziging APV: Maximum aantal parkeerdagen merkt de heer GRIMMIUS op dat de ervaring leert dat het vervelend kan zijn dat een caravan op een parkeerplaats staat, maar dat er niet of nauwelijks wordt verbaliseerd en men eerder een waarschuwing krijgt en de mogelijk heeft de caravan 1 plek te verplaatsen, waarmee men voldoet aan de termijnen. In die zin vindt men het voorstel een papieren werkelijkheid, omdat dit in de realiteit niets gaat veranderen. Men vindt 5 dagen schappelijker en praktischer dan 3 dagen, maar blijft van mening dat er niet bekeurd zal worden. Zijn fractie steunt deze motie wel. Zijn fractie vindt motie 15-M1. Vierde wijziging APV: Kampeermiddelen overbodig. De burgemeester heeft al aangegeven dat handhaving primair is gericht op de overlast. Hier een informatiecampagne over te starten vindt de GL-fractie niet noodzakelijk. Verder zal men instemmen met amendement 15-A1. Voederverbod, omdat voorkomen van overlast alleen werkt bij een algeheel voederverbod. De heer HARDAM merkt op dat het dictum van amendement 15-A2. Vierde wijziging APV: Maximum aantal parkeerdagen als volgt luidt: Besluit: Beslispunt 1: De vierde wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Papendrecht vast te stellen. Aan te vullen en te wijzigen in: 19

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

Besluitpunt 1: De vierde wijzing van de Algemene Plaatselijke Verordening Papendrecht vast te stellen, waarbij in artikel 5:6.1 Kampeermiddelen en andere voertuigen, “drie achtereenvolgende dagen” wordt gewijzigd in “vijf achtereenvolgende dagen”. Motie 15-M1. Vierde wijziging APV: Kampeermiddelen zal men steunen. Ditzelfde geldt voor het mede ingediende amendement 15-A3. Vierde wijziging APV: messenverbod en amendement 15-A1. Voederverbod. Hierbij wenst de heer HARDAM te benadrukken dat het voederen van dieren slecht is voor dierenwelzijn en dat consistent beleid en duidelijkheid voor inwoners, dat voederen van dieren in geheel Papendrecht niet gewenst is, belangrijk is. Mevrouw BOKMA geeft aan dat haar fractie het door hen mede ingediende amendement 15-A2. Vierde wijziging APV: Maximum aantal parkeerdagen uiteraard zal steunen. Hiermee worden de caravanbezitters ontzien en bezitters van campers en aanhangers zonder eigen stallingplaats sneller aangepakt. Voor deze laatste groep is de maatregel eigenlijk bedoeld. Het langdurig stallen van een camper of aanhanger doet men op eigen terrein of in een stalling. Dat laatste doet bijna iedereen zonder ruimte op eigen terrein. Haar fractie vraagt of onderzocht kan worden of de stallingstermijn ook per straat of parkeerterrein kan worden bepaald, zodat het zwerven van campers en aanhangers door de gemeente moeilijker wordt. M.b.t.

amendement 15-A3. Vierde wijziging APV: messenverbod wacht de VVD-fractie het antwoord van de portefeuillehouder af. Amendement 15-A1. Voederverbod zal men niet steunen, alleen de locaties aanwijzen die overlast gegeven is voor de VVD-fractie ruim voldoende. Een algeheel voederverbod betekent ook het einde van de vetbollen voor de huismussen. Dit lijkt hen ongewenst. Tenslotte is men tegen motie 15-M1. Vierde wijziging APV: Kampeermiddelen, omdat de raad niet gaat over de wijze van handhaven. Om alleen aan te geven dat men op basis van het piepsysteem handhaaft is aan het college. Mevrouw MIDDELKOOP geeft aan dat haar fractie de motie 15-M1. Vierde wijziging APV: Kampeermiddelen en het amendement 15-A2. Vierde wijziging APV: Maximum aantal parkeerdagen mede heeft ingediend. Zij kent de manier waarop hier in andere gemeenten mee wordt omgegaan, die is niet leuk. Amendement 15-A3. Vierde wijziging APV: messenverbod waarbij de bevoegdheid om dit in te stellen ligt bij de burgemeester, vindt men een goede zaak, zodat er zo nodig sneller geschakeld kan worden. Wel verneemt men graag waarom er gekozen is om deze bevoegdheid bij het college neer te leggen. Diezelfde vraag geldt voor amendement 15-A1. Voederverbod. De heer LAMMERS merkt op dat de raad de actualisatie van de APV wenst bij te stellen met een aantal amendementen. Amendement 15-A2. Vierde wijziging 20

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

APV: Maximum aantal parkeerdagen zal zijn fractie steunen. Dit omdat men van mening is dat het 5 dagen stallen realistischer is dan 3 dagen. Ook amendement 15-A3. Vierde wijziging APV: messenverbod zal men steunen, omdat dit een bevoegdheid van de burgemeester betreft. Zij ziet op de openbare orde en veiligheid. M.b.t. amendement 15-A1. Voederverbod is men blij dat het voederverbod een plek in de APV heeft gekregen. Men vindt het alleen niet nodig dat het college hiervoor locaties aanwijst. Het voederverbod kan, om redenen van duidelijke regelgeving en transparantie van bestuurlijke maatregelen, alsmede ter bevordering van een grotere mate van effectiviteit bij de handhaving, beter voor het gehele groengebied van de gemeente gelden. Het dictum van het amendement luidt als volgt: Verzoekt het college/spreekt uit dat:  Naar de inwoners helder te communiceren over de nieuwe regels en de achterliggende redenen;  Handhaving primair te richten op door inwoners gemelde overlast. De heer VERWEIJ geeft aan dat zijn fractie amendement 15-A2. Vierde wijziging APV: Maximum aantal parkeerdagen zal steunen. Dit omdat de ‘deskundigen’ hen hebben overtuigd dat 5 dagen noodzakelijk is om zaken in te richten. M.b.t. amendement 15-A3. Vierde wijziging APV: messenverbod hoort hij graag een toelichting waarom er voor de bevoegdheid van het college is gekozen.

Misschien is dit om te voorkomen dat een burgemeester die de duimschroeven wil aandraaien misschien wel eens te ver zou gaan met allerlei maatregelen. M.b.t. amendement 15-A1. Voederverbod is zijn fractie het er mee eens dat het voederen slecht is voor de dieren. Zoals het er nu echter staat: ‘het is verboden te voederen indien….’ is de vraag wie het moment van overlast bepaalt. Zijn fractie vindt het daarom logischer dat het een totaal voederverbod wordt. Inzake motie 15-M1.Vierde wijziging APV Kampeermiddelen heeft de heer VERWEIJ begrepen dat het handhaven niet vaak gebeurt, maar dat er n.a.v. melding van overlast bij de gemeente wordt gereageerd. Het in de APV opnemen dat handhaving alleen na melding plaatsvindt zet misschien de deur open voor het systeem dat men in algemene zin zaken moet melden voor er gehandhaafd wordt. (Als voorbeeld noemt hij het gedogen van het massaal verkeerd parkeren op woonerven.) Zijn fractie vindt dit niet raadzaam en vindt de motie niet nodig. De heer BOERSMA zal amendement 15-A2. Vierde wijziging APV: Maximum aantal parkeerdagen namens zijn steunen. Inzake motie 15-M1. Vierde wijziging APV Kampeermiddelen gaat hij er vanuit dat de door te voeren wijzigingen sowieso worden gecommuniceerd en is de burgemeester sinds kort portefeuillehouder communicatie. Daarnaast gaat zij over handhaving, dit is haar bevoegdheid en niet van de raad.

Over deze motie heeft zijn fractie haar bedenkingen. Verder ziet men inzake amendement 15-A1. Voederverbod geen 21

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

aanleiding tot een algemeen voederverbod. Het eventueel instellen van een specifieke locatie wenst men over te laten aan het college. M.b.t. amendement 15-A3. Vierde wijziging APV: messenverbod hoort hij graag een toelichting waarom er voor de bevoegdheid van het college is gekozen. De heer BEZEMER merkt op dat de antwoorden op de technische vragen aangeven dat enige toelichting gewenst is m.b.t. de omschrijving in de APV inzake het parkeren van recreatiemiddelen. Wat is precies een openbare parkeerplaats, wat is een weg (dit kan ook meerdere parkeerplaatsen betreffen), etc.? Richting de heer Grimmius geeft hij aan dat het verplaatsen van de ene naar de andere parkeerplaats hierdoor onder de handhaving van de APV valt. Wanneer voor deze omschrijving een toelichting (aan zijn fractie) nodig is, is communicatie naar inwoners hierover van groot belang. Verder is de CU-fractie van mening dat bij regels het handhaven hoort, anders hoeft men geen regels op te stellen. Hij hoort sommige fracties hier makkelijk over praten. De achterliggende reden van het opstellen en handhaven van regels is het proberen om overlast te voorkomen. Dit zou het criterium moeten zijn op basis waarvan men gaat handhaven.

Het dictum van de door zijn fractie ingediende motie 15-M1- vierde wijziging APV Kampeermiddelen luidt als volgt: Verzoekt het college / spreekt uit dat:  Naar de inwoners helder te communiceren over de nieuwe regels en de achterliggende redenen;  Handhaving primair te richten op door inwoners gemelde overlast. Men verzoekt het college en zet het niet in de regeling zelf. Dat de feitelijke uitvoering bij het college ligt moge duidelijk zijn. M.b.t. de beantwoording van technische vraag 3 geeft hij aan dat de telling van het aantal campers zijns inziens niet klopt. Wel geeft de tabel aan dat het -daar waar continue wordt gesproken over kampeermiddelen- men name de aanhangwagens zijn die de overlast veroorzaken. Verder is zijn fractie mede indiener van amendement 15-A2. Vierde wijziging APV: Maximum aantal parkeerdagen, die men uiteraard zal steunen. Ook hiervoor geldt houd het praktisch, zodat het nageleefd kan worden. Het in amendement 15-A1. Voederverbod genoemde algehele voederverbod lijkt zijn fractie moeilijk te handhaven. M.b.t. amendement 15-A3. Vierde wijziging APV: messenverbod hoort hij graag een toelichting waarom er voor de bevoegdheid van het college is gekozen.

Eerste termijn college Inzake amendement 15-A1. Voederverbod merkt burgemeester VAN DRIEL op dat dit gericht is op een voederverbod voor het gehele grondgebied, zonder tussenkomst van aanwijzing voor locatie. Het standpunt van het college is gericht 22

Verslag besluitvormende raadsvergadering 10 juni 2024

op het handhaven en alleen de overlast gevende situaties aan te wijzen. Hieraan wenst men, omdat het gaat om de handhaving, vast te houden. Men kan handhaven op plaatsen die men aanwijst. Dat is de reden waarom men vasthoudt aan het gedane raadsvoorstel. Als het gaat om handhaving zal men dit doen op plaatsen waarvoor het verbod geldt. Inzake de technische vraag van de heer Bezemer m.b.t. art. 561. Kampeermiddelen en andere voertuigen geeft de BURGEMEESTER aan dat er m.b.t. het aantal campers waarschijnlijk inderdaad sprake is van een optelsom. Verder bevestigt zij dat uit de ingediende meldingen inderdaad blijkt dat het grootste probleem wordt veroorzaakt door aanhangwagens op de openbare weg. Deze nemen onnodig lang parkeerplaatsen in beslag. Om tegemoet te komen aan het verzoek om het maximum aantal parkeerdagen aan te passen naar 5 zal het college amendement 15-A2. Vierde wijziging APV: Maximum aantal parkeerdagen overnemen. Inzake amendement 15-A3. Vierde wijziging APV: messenverbod geeft burgemeester VAN DRIEL aan dat men er bij het schrijven van dit voorstel voor heeft gekozen de bevoegdheid aan het college toe te schrijven. Dit omdat daarmee de aanbeveling van de VNG is gevolgd, zoals vastgelegd in de modelverordening. Meerdere gemeenten hebben deze richtlijnen gevolgd.

Daarnaast wordt in hoofdstuk 2 van de APV, die onderwerpen als openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu behelst, op verschillende plekken de bevoegdheid aan het toegewezen. Dit artikel in de APV valt echter wel onder openbare orde en veiligheid en de burgemeester is verantwoordelijk voor de handhaving hiervan binnen deze gemeente. Het aanwijzen van openbare plaatsen waar een messenverbod geldt valt onder deze verantwoordelijkheid en sluit inderdaad aan op de taken en bevoegdheden van de burgemeester. Het advies van het college is daarom dit amendement over te nemen. M.b.t. motie 15.M1. Vierde wijziging APV Kampeermiddelen merkt de BURGEMEESTER op dat deze meerdere lagen bevat: handhaving en communicatie. Handhaving hoort bij het college. M.b.t. het priksysteem, waar men nu ook al mee werkt, is het van belang zich hiervan bewust te zijn. Natuurlijk rijden de boa’s door de gemeente en zien veel. Wanneer zij door straten rijden en aanhangwagens en/of caravans zien staan, houden ze dit in de gaten. Het is echter niet zo dat ze hier actief op gaan rijden. Het priksysteem is op dit moment het allerbelangrijkste. Aan de ene kant lijkt het overbodig, maar het is misschien ook goed om met elkaar af te spreken dat men dit belangrijk vindt. Hetzelfde geldt voor de communicatie: uiteraard gaat men dit communiceren en het komt in het krantje.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/895/documents/13479