CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

C01. 20220711 DGJ, Begrotingwijzigingen 2022.pdf

Commissie Samenleving Papendrecht 15 september 2022, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Lijst ingekomen stukken en mededelingen20.440 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Beleid omtrent weerstandsvermogen Voor het bepalen van een gewenst weerstandsvermogen is inzicht nodig in de omvang en in de achtergronden van de risico’s. DGJ maakt gebruik van het volgende model om de risico's te rangschikken.

Kans

Financiële impact

Dat het risico zich voordoet 4

3

2

1

x > € 2 mln

€ 2 mln < x <

€ 0,5 mln < x <

x < € 0,1 mln

€ 0,5 mln

€ 0,1 mln

4 zeer grote kans >75%

16

12

8

4

3 grote kans 50-75%

12

9

6

3

2 middelgrote kans 25-50%

8

6

4

2

1 kleine kans < 25%

4

3

2

1

In onderstaande tabel zijn de geïnventariseerde risico’s weergegeven. Ook is aangegeven of het risico incidenteel dan wel structureel is en of er ten opzichte van de vorige rapportage wijzigingen zijn opgetreden (te weten de concept jaarstukken 2021 en de begroting 2023 van 14 april 2022). Deze risico's omvatten slechts dat deel van de totaal door DGJ in kaart gebrachte risico's welke gekwantificeerd kunnen worden en 'resteren' na het nemen van beheersmaatregelen (vermijden/verzekeren/voorzien). Dienst Gezondheid en Jeugd Risico Omschrijving

Kans

Omvang

Incidenteel/ Risicobedrag Gewijzigd structureel S € 300.000 nee

1 Batenraming

2

2

2 Bedrijfsvoering

3

2

I

€

150.000

nee

3 Claims

1

2

S

€

150.000

nee

4 Effectien uittreding L-Z

1

2

S

€

150.000

nee

5 Loon- en prijsstijgingen

4

2

S

€

125.000

nee

6 Transitie SCD-SGD

2

2

S

€

75.000

nee

7 Impact COVID-19

2

2

S

€

200.000

nee

Totaal

€ 1.150.000

Hieronder volgt een toelichting per risico. 1. Batenraming De producten van DGJ worden hoofdzakelijk gefinancierd uit inwoner- en directe gemeentelijke bijdragen. Een deel van de inkomsten heeft een fluctuerend karakter, zoals de subsidies in het kader van Veilig Thuis, de opbrengst van de polikliniek voor onder meer

25

reizigersvaccinaties (ca. € 0,5 miljoen). Voor met name dit laatste onderdeel is het onduidelijk wat de impact van COVID-19 is op de hier te realiseren opbrengsten. In de begroting zijn verder ramingen opgenomen voor onder meer OGGZ, WMO-toezicht en kinderopvang waarvoor jaarlijks een traject met gemeenten wordt doorlopen over de omvang vergoeding van het takenpakket (in de vorm van een offerte/DVO). Hierdoor is er een risico dat de realisatie van deze baten afwijkt van de raming. 2. Bedrijfsvoering/primair proces. Onder dit risico wordt verstaan de mogelijke extra inzet van mensen en middelen indien er een hoger dan voorzien beroep wordt gedaan op de dienstverlening in brede zin (Veilig Thuis, GGD ZHZ, LVS ZHZ en hiermee samenhangende ondersteuning) van DGJ. Een voorbeeld hiervan is de (extra) inzet in crisissituaties. 3. Claims DGJ kent een grote verscheidenheid aan producten. Om de kwaliteit hiervan te borgen worden de nodige inspanningen geleverd, mede in het kader van de HKZ-certificatie. Risico's op fouten (miscommunicatie, foutieve registraties) en hieruit mogelijk voortkomende schadeclaims zijn echter nooit in zijn geheel uit te sluiten. 4. Uittreding L-Z (Leerdam-Zederik) Met de uittreding van Leerdam en Zederik uit de GR is de batenraming structureel neerwaarts bijgesteld.

Voor het weer structureel in evenwicht brengen van de begroting vanaf 2023 zijn maatregelen genomen waarbij rekening is gehouden met de inzet van de overeengekomen uittredingssom (oorspronkelijk totaal € 4 mln., waarvan € 3 mln. voor de DGJ en € 1 mln. voor de SOJ). Er wordt een beperkt risico gezien in het niet volledig kunnen realiseren van de maatregelen. 5. Loon- en prijsstijgingen Conform de notitie kaderstelling op de GR-en houdt DGJ rekening met een loon- en prijsindexatie bij het opstellen van de begroting. Daarvoor moet, conform deze notitie, uitgegaan worden van de indices van de septembercirculaire van het vorige begrotingsjaar. Gelet op het gegeven dat de daadwerkelijke loonkosten afhankelijk zijn van de uiteindelijk in de CAO gemaakte afspraken is er een risico dat de daadwerkelijke stijgingen hoger uitvallen. Daarnaast bestaat er een risico dat bij de overige kosten sprake is van hogere prijzen. 6. Transitie SCD-Dordrecht Tot ultimo 2021 steunde de DG&J voor ICT, HRM, Juridische diensten en inkoop) op het Servicecentrum Drechtsteden (SCD). Vanaf 2022 is het SCD ondergebracht bij de gemeente Dordrecht en is de gemeente Dordrecht als servicegemeente verantwoordelijk voor de taakuitvoering. Zij neemt in deze situatie de verantwoordelijkheid voor en de regie op de besturingsprocessen rondom producten en diensten.

Zowel voor het leveren en beheren als voor het (door)ontwikkelen van deze producten en diensten. Met de servicegemeente Dordrecht (SGD) is hiervoor een overeenkomst tot en met 2025 gesloten waarbij afspraken zijn gemaakt over onder meer de omvang en prijs van de te leveren diensten. Daarin is zoveel mogelijk opgetrokken met de GR OZHZ die zich in dezelfde situatie bevindt. Onder regie van de SGD wordt ook een vervolg gegeven aan het door het SCD ingezette traject ICT. Hiermee wordt een transitie naar een regie-organisatie op het gebied van ICT beoogd en de uitvoering van operationele taken meer in de markt belegd. Deze transitie brengt kansen maar ook mogelijke (financiële) risico's met zich mee.

26

Het privacygevoelige karakter van het takenpakket van DGJ zorgt voor het noodzakelijk stellen van hoge eisen aan de informatiebeveiliging. Indien daarin niet kan worden voorzien door het SGD/leveranciers dan vraagt dit mogelijk aanvullende inspanningen en kosten. In de 2e Burap 2021 was dit nog niet als risico gekwantificeerd maar bij deze actualisatie is een eerste kwantificering opgenomen. 7. Impact COVID-19 In het kader van de bestrijding van COVID-19 worden grote inspanningen verricht door de Dienst. De hiermee samenhangende kosten bedroegen in 2020 ca. € 9 mln. en zijn in 2021 opgelopen naar € 63 mln. De minister van VWS heeft toegezegd dat de GGD-en de meerkosten over 2021 volledig vergoed krijgen. Ook voor 2022 is deze toezegging gedaan met daarbij de 'beperking' dat dit niet geldt voor gederfde inkomsten. Over 2020 is inmiddels een eindafrekening bij VWS ingediend om het openstaande bedrag van € 4 mln. af te rekenen; deze is inmiddels afgehandeld. Over 2021 is een voorschot van € 50 mln. ontvangen en wordt het (nog vast te stellen) verschil met de realisatie ook aangevraagd. Voor 2022 wordt voor de bevoorschotting uitgegaan van een begroting van € 50 mln. en zijn de eerste voorschotten hiervoor ook al gedaan en uitbetaald.

Gelet op de toezeggingen en de wijze waarop deze tot nu toe zijn nagekomen was er geen risico opgenomen in deze begroting ten aanzien van kosten van de uitvoering van onze taken bij de bestrijding van COVID-19. Desalniettemin is het onzeker hoe de inzet en bekostiging hiervan na 2022 zich gaat ontwikkelen. Ook onzeker is welke impact COVID-19 heeft op het takenpakket en de daaraan gerelateerde en hiervoor genoemde risico's 1-4. Daarom is er nu wel voor gekozen om een eerste kwantificering van het risico op te nemen in deze paragraaf.

Weerstandsvermogen De weerstandsratio geeft de verhouding tussen de risico's en het weerstandsvermogen van de GR DG&J. Het weerstandsvermogen bestaat uit het totaal van de reserves, de post onvoorzien en de stille reserves. De GR DG&J heeft geen post onvoorzien en stille reserves. Dit betekent dat de weerstandscapaciteit gelijk is aan de omvang van de reserves, ofwel € 3,0 miljoen. Gezien de financiële omvang van de risico's, € 1.150.000, leidt dit tot een weerstandsratio van 2,6. Dit betekent dat de GR DG&J beperkte ruimte heeft om onvoorziene risico's op te kunnen vangen. Hierbij moet tevens de kanttekening worden geplaatst, dat van de reserves (€ 3,0 miljoen) € 2,5 miljoen is bestemd voor het opvangen van de frictiekosten als gevolg van de uittreding Leerdam/Zederik. Als deze reserve buiten beschouwing wordt gelaten, dan bedraagt de weerstandsratio 0,4. In bovenstaande is nog geen rekening gehouden met het voorstel om bij deze 1ste bestuursrapportage € 495.000 aan de algemene reserve te onttrekken.

Impact op risico-inventarisatie bij deelnemers aan de GR De deelnemers aan de GR benoemen in hun gemeentelijke begroting welke risico's er zijn ten aanzien van hun deelname aan de gemeenschappelijke regeling. Daarbij worden verschillende modellen en benaderingen gehanteerd. In dat kader worden de volgende aantekeningen geplaatst: ▪ Indien de risico's zich voordoen wordt er eerst in de lopende begroting naar mogelijke dekking gekeken, vervolgens (te accorderen door het Algemeen

27

▪ ▪

bestuur) naar het weerstandsvermogen en als laatste pas om een bijdrage van de deelnemers gevraagd. Indien er een bijdrage wordt gevraagd van de deelnemers is dit naar rato van het aantal inwoners c.q. de relatieve inwonerbijdrage. Indien een risico als structureel is benoemd betekent dit dat (als het zich voordoet) het effect ervan wordt verwerkt in de eerstvolgende begroting. Daarmee neemt de omvang van dit risico zijn af / wordt beperkt.

COVID paragraaf De DGJ geeft uitvoering aan de bestrijding van COVID-19. Hieronder volgt per organisatieonderdeel de ontwikkelingen gedurende de verslagperiode en wordt een doorkijk gegeven richting ultimo 2022.

BCO Aan het begin van het eerste kwartaal van 2022 was het aantal besmettingen enorm hoog. Door de grote hoeveelheden besmettingen was een volledig bron- en contactonderzoek niet voor iedere besmette inwoner haalbaar. De focus ligt, vanaf dat moment, met name bij doelgroepen met een verhoogd risico én bij het uitvoeren van een bron- en een contactonderzoek bij een steekproef van positief geteste inwoners. Dit laatste is conform landelijke afspraken om zicht te blijven houden op de ontwikkeling en de verspreiding van het virus. De overige inwoners ontvangen naar behoefte informatie over quarantaine en/of isolatie. Aan het einde van het eerste kwartaal zijn de landelijke maatregelen rondom COVID-19 bijna volledig opgeheven en neemt het aantal besmette inwoners sterk af. Op dit moment worden landelijk en regionaal voorbereidingen getroffen om in het najaar klaar te staan voor: ▪ Een opleving van de huidige variant van COVID-19 of een variant met weinig ernstige ziekmakende gevolgen of ▪ Een nieuwe variant van COVID-19 met ernstige ziekmakende gevolgen. Hierin wordt nauw samengewerkt met de drie GGD-en in Zuid-Holland (Rotterdam Rijnmond, Hollands Midden en Haaglanden). In afwachting van de besluiten die genomen worden door het RIVM en VWS maakt de GGD ZHZ zich op voor het najaar van 2022.

Testen Met de opkomst van de Omikron-variant heeft in het begin van het eerste kwartaal van 2022 de focus gelegen op het verder opschalen van de testcapaciteit (infrastructuur + personeel). In opdracht van VWS hebben we verder gebouwd aan een robuust en schaalbaar testlandschap (massa + fijnmazig) binnen de regio ZHZ. Tevens is er extra aandacht besteed aan het verder verbeteren van de kwaliteit van het testproces en zijn we intensiever gaan samenwerken met onder andere de landelijke partners. Daarnaast zijn de eerste stappen genomen om de borging van ontwikkelde processen in het kader van pandemische paraatheid vorm te geven. In april is gestart met het afschalen van de testcapaciteit (infrastructuur + personeel) en is er een basisorganisatie op waakvlamniveau ingericht. Door deze basisorganisatie kan er na de zomer van 2022 indien noodzakelijk weer snel worden opgeschaald. Leidend hierin zijn de landelijke scenario's tot 2023.

28

Vaccineren In de eerste vier maanden van het jaar hebben we op de vaste locaties 189.854 prikken gezet. De eerste 2 weken van dit jaar hebben daar een zeer groot aandeel in gehad met 100.171 prikken, in die weken hebben we de grote boostercampagne grotendeels afgerond. Vervolgens ontvingen we de opdracht om ook de kinderen te gaan prikken (6.422) en hebben we de locaties (deels) kindvriendelijk gemaakt. Hierna volgde de herhaalprik-campagne. Omdat het aantal prikken vervolgens snel terugliep hebben we meerdere afschalingen uitgevoerd; we zijn van 200 FTE naar ongeveer de helft, 100 FTE gegaan. De toekomst is momenteel nog onzeker omdat het nog niet bekend is wat de eventuele nieuwe opdracht is. De verwachting is dat we verder af zullen schalen, met als gevolg dat richting de zomer nog slechts de grote vaccinatielocatie in Dordrecht over is. De verwachting is dat er in het najaar weer een (grote) campagne zal zijn. Fijnmazig In de eerste vier maanden van het jaar waren er 16 pop-up fijnmazige vaccinatielocaties en zijn er 12.719 vaccinaties geplaatst. We hebben alle gemeenten bezocht en zijn dieper de wijken ingegaan om de vaccinatiegraad te verhogen en voorlichting te geven. Daarnaast zijn er 2 AZC's bezocht en 12 voorlichtingsevents gegeven. De focus ligt de komende maanden op het attenderen, informeren en vaccineren op straat/pop-up locaties, buurthuizen en drukken punten.

Samen met de gemeenten blijven we evenementen verzorgen voor de moeilijk bereikbare groepen. Niet-mobiele thuiswonenden en instellingen Instellingen en niet-mobiele thuiswonenden konden zich aanmelden voor de boosterprik en (later) de herhaalprik. Per campagne zijn ongeveer 1.000 bewoners van instellingen gevaccineerd en tevens circa 1.000 niet-mobiele thuiswonenden. Daarnaast zijn er 1.000 opgetrokken spuiten door huisartsen opgehaald. In de komende maanden ligt de focus onder meer op het vaccineren van de Oekraïense vluchtelingen, de arbeidsmigranten en het bezoeken van AZC's. Voor heel 2022 komt de financiële prognose voor de COVID-19 Uitvoeringsorganisatie, bij de huidige inzichten en met veel onzekerheid omgeven, uit op € 41 miljoen. Landelijke afspraken kunnen een significant effect hebben op het uiteindelijke resultaat. Indicator Kwantiteit: gemiddeld aantal testen per dag

Kwaliteit van de testafname

29

Norm De testcapaciteit (middelen en personeel) in ZHZ zijn conform de afspraken tussen VWS en GGD GHOR Nederland. Daarmee kunnen we aan het aandeel ZHZ van de landelijke testopdracht voldoen. We voldoen aan landelijke instructies zoals blijkt uit IGJ audits.

Prognose 2022 Uitgaande van het landelijke scenario van 30.000 testen per dag, betekent het dat we in ZHZ klaar staan om circa 1.000 testen per dag aan te kunnen bieden. Hieraan zullen we voldoen.

April

De landelijke instructies blijven leidend. Daarnaast is de verwachting dat we voor heel 2022 onder de 1% MIC-meldingen zullen blijven.

☺

☺

Kwantiteit: gemiddeld aantal BCO per dag

Kwantiteit: personele capaciteit administratie BCO en clusters

Kwaliteit vastlegging BCO Kwaliteit BCO/Clusters

Kwantiteit vaccinaties: gemiddeld aantal vaccinaties per dag

30

Minder dan 1% MIC-meldingen ten opzichte van het aantal testafnamen Het aantal uitgevoerde BCO komt gemiddeld overeen met het normatief berekende aantal BCO. De norm wordt berekend op basis van risicogestuurd en geprioriteerd werken, gegeven de beschikbare capaciteit en het aantal positief geteste inwoners We zetten de landelijk voorgeschreven capaciteit in voor administratie, BCO en clusters

Minimaal 90% van de dossiers is volledig ingevuld Minder dan 1% MIC-meldingen en/of klachten ten opzichte van het aantal positief geteste inwoners De vaccinatiecapaciteit (middelen en personeel) in ZHZ zijn conform de afspraken tussen VWS en GGD GHOR Nederland. Daarmee kunnen we aan het aandeel ZHZ van de landelijke vaccinatie-opdracht voldoen.

De kwantiteit BCO per dag is afhankelijk van de landelijke beslissingen die genomen gaan worden rondom de uitvoering van BCO.

☺

De verwachting is dat in het derde kwartaal weer een toename van het aantal meldingen gaat plaatsvinden. Indien de GGD ZHZ BCO moet gaan uitvoeren is de verwachting dat dit voor medisch geschoold personeel, gezien de huidige arbeidsmarkt, problematisch zal zijn. De verwachting is conform norm.

☺

De verwachting is conform norm.

☺

De verwachting is dat hieraan wordt voldaan. Belangrijke randvoorwaarde is wel dat voldoende gekwalificeerd personeel kan worden aangetrokken.

☺

☺

Kwaliteit vaccinaties

Alle werkprocessen zijn geborgd in het interne kwaliteitssysteem en voldoen aan landelijke instructies en eisen gesteld vanuit de Inspectie Gezondheid en Jeugd.

De verwachting is dat aan de norm wordt voldaan.

☺

Bestuurlijke besluitvorming In de bestuurlijke planner is opgenomen op welk moment in het Algemeen Bestuur een stuk wordt geagendeerd en of dit een besluitvormend, informatief of opiniërend karakter heeft. In bijlage 1 is de planner voor de komende maanden in 2022 weergegeven. In de periode januari – mei zijn in het algemeen bestuur de volgende onderwerpen besproken: Concern: ▪ Voorstel wijziging Gemeenschappelijke Regeling [na zienswijze colleges ] ▪ Actualiseren Klachtenregeling ▪ Jaarrekening 2021 en begroting 2023 ▪ Zienswijzen begrotingswijziging 2022 ▪ Tijdelijk beleggen van de bevoegdheid directeur Serviceorganisatie Jeugd Onderdeel Dienst Gezondheid & Jeugd: ▪ Subsidieaanvraag 'Nu Niet Zwanger' Onderdeel Serviceorganisatie Jeugd: ▪ Afsluiting en overdracht Inkoop 2022 ▪ Aanpassen diverse regelingen in verband met integratie Serviceorganisatie Jeugd ▪ Update situatie Jeugdzorg Plus

31

Bijlage 1 Bestuurlijke planner Maand

Algemeen Bestuur

Juli

7 juli

Gemeenteraad

Besluitvormend ▪ Aanwijzing leden dagelijks bestuur ▪ Aanwijzing leden Auditcommissie ▪ Vaststellen jaarrekening 2021 en begroting 2023 ▪ 1ste bestuursrapportage 2022 ▪ Vaststellen vergaderplanning 2023 ▪ Vergoedingsregeling Klachtencommissie

September

Informerend ▪ Nu Niet Zwanger ▪ Kamerbrief hervorming jeugdzorg ▪ Inspectierapport Veiligheidsketen 29 september Besluitvormend Opiniërend Bespreken wijziging GR in verband met wijziging Wgr. (onder voorbehoud)

Oktober

THEMABIJEENKOMST 6 oktober 2021

November

7 november Besluitvormend • 2de bestuursrapportage 2022 • Uitwerking 8e wijziging GR • Herziening reglement van orde AB.

December

32

THEMABIJEENKOMST 24 november 1 december

Zienswijze op het concept na behandeling in AB.

22 december 09.30 – 12.30 uur

Planning

33

34

1e Bestuursrapportage 2022 27 mei 2022

1

www.jeugdzhz.nl

Inhoud 1

Inleiding en samenvatting................................................................................................................. 1

2

Programma verantwoording financieel .......................................................................................... 12

3

2.1

Financieel overzicht ............................................................................................................... 12

2.2

Toelichting ............................................................................................................................. 12

Bedrijfsvoering ................................................................................................................................ 16 3.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing........................................................................... 16

3.2

Bezetting en ziekteverzuim ................................................................................................... 19

3.3

Opvolgen bevindingen accountant ....................................................................................... 19

3.4

Begrotingswijziging 2022 ....................................................................................................... 20

2 www.jeugdzhz.nl

1 Inleiding en samenvatting Voorwoord Voor u ligt de 1e Bestuursrapportage van de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ (SOJ) over het jaar 2022. De eerste vier maanden van 2022 hebben voornamelijk in het teken gestaan van de implementatie van het nieuwe Inkoopkader 2022. Ook de continuïteit van de JeugdzorgPlus is een dominant thema geweest de afgelopen maanden. Gemeenten, de Stichting Jeugdteams, zorgaanbieders en de SOJ staan gezamenlijk aan het begin van een transformatieproces, dat moet leiden tot passende zorg voor jeugdigen en beheersing van de kosten. Hiervoor zullen zoals blijkt uit deze BURAP nog stappen moeten worden gezet op het gebied van monitoring, sturing en aanscherping van het aanbod om de beoogde doelen te behalen. Uit de recente kamerbrief van Staatssecretaris van Ooijen over de hervorming van het stelsel van Jeugdzorg blijkt dat het aantal jongeren dat jeugdhulp ontvangt van 1 op 27 in 1997 is gestegen naar 1 op 7,5 jongeren tot 18 jaar in 2021. Deze toename wordt deels veroorzaakt door de groei van ambulante hulpverlening en van het aantal aanbieders en door het achterblijven van de uitstroom en de toename van behandelduur. Deze ontwikkelingen kennen we ook in Zuid-Holland Zuid, waarbij in onze regio de intensiteit van geleverde zorg een belangrijke factor is bij de kostenstijging in de laatste jaren.

We staan we voor de opgave om samen vorm te geven aan een kwalitatief goed en beheersbaar Jeugdzorgstelsel. We moeten constateren dat we over het jaar 2022 veel te weinig declaraties hebben binnengekregen om voor gemeenten en de regio een goede forecast te maken. Voor een belangrijk deel wordt dit veroorzaakt doordat onder meer de twee grootste aanbieders nog niet hebben kunnen declareren vanwege de implementatie van een nieuw systeem voor registratie en facturatie van zorg. De Serviceorganisatie zit hier bovenop en assisteert aanbieders daar waar mogelijk. De implementatie van de nieuwe inkoop, met een geheel nieuwe dienstencatalogus en een nieuwe methodiek van toewijzen van zorg, in combinatie met achterblijvende declaraties resulteert erin dat er financieel gezien nog geen goed beeld is van de kostenontwikkeling en de eerste voortgang in het halen van de beoogde doelen. De verwachting is dat dit zich in de periode mei – augustus 2022 gaat zetten. In deze eerste bestuursrapportage is daarom voor de prognose van de te verwachte kosten, naast beschikbare eigen informatie, ook in belangrijke mate gesteund op de prognose van zorgaanbieders, aangevuld met een inschatting van de nog te realiseren besparingen.

Verantwoordelijkheidsverdeling In de afgelopen jaren hebben gemeenten, Stichting Jeugdteams en gemeenschappelijke regeling / SOJ een proces doorlopen dat heeft geleid tot een duidelijkere verantwoordelijkheidsverdeling, waarbij niet alleen de SOJ, maar ook de gemeenten zelf en de Stichting Jeugdteams hun aandeel hebben in het realiseren van de gewenste transformatie en kostenreductie van de jeugdhulp. De SOJ voert een aantal maatregelen uit die tot transformatie en kostenreductie moeten leiden. Gemeenten (al dan niet ondersteund door of onder coördinatie van het Netwerk MT Jeugd) en Stichting Jeugdteams zijn trekker van de andere maatregelen die tot transformatie en besparing moeten leiden. Wij waarderen de samenwerking met alle trekkers van de ingezette maatregelen en zijn ons ervan bewust dat we samen stevig moeten sturen om de gewenste verandering en kostenreductie te realiseren. 1

www.jeugdzhz.nl

Gemeenteraden hebben in hun zienswijzen op begrotingswijzigingen van de SOJ gevraagd om verantwoording door de SOJ op álle ingezette maatregelen en daarmee ook op maatregelen van gemeenten en maatregelen waarvoor de SOJ niet alleen verantwoordelijk is (zoals toepassing van het normenkader door Stichting Jeugdteams en medisch verwijzers). Om te kunnen rapporteren over de realisatie van alle voorgenomen besparingen, is de SOJ deels afhankelijk van gemeenten voor het aanleveren van informatie. De SOJ is in gesprek met het Netwerk MT jeugd, om de inspanningen hiervoor op elkaar af te stemmen. Samenvatting financieel beeld Er wordt ten opzichte van de begroting voor 2022 een overschrijding verwacht van € 10,3 mln. Hierbij wordt opgemerkt dat de rijksbijdragen ook hoger uitvallen in 2022. De totale rijksbijdragen bedragen € 164,9 mln. Na aftrek voor de benodigde bijdragen voor de jeugdteams, veilig thuis en jeugdhulp naar voren door gemeenten resteert een rijksbijdrage van € 143,1 mln. voor de kosten van de Serviceorganisatie. De totale geprognosticeerde kosten voor 2022 zijn fors lager en bedragen € 132,8 mln. Ten opzichte van 2021 (exclusief jeugdteams en Jeugdhulp naar voren) stijgen de kosten nominaal met € 10,1 mln. (8,2%).

De stijging van de geprognosticeerde kosten in 2022 in reële termen (na correctie indexatie tarieven en rekening houdend met hogere tarieven in de nieuwe inkoop) ten opzichte van de realisatie 2021, is 3,2%. Als rekening wordt gehouden met gemaakte (bovenregionale) keuzes en externe ontwikkelingen (JeugdzorgPlus (€ 0,4 mln.), crisisbedden (€ 0,4 mln.) en extra kosten SOJ (€ 0,2 mln.)) dan is de verwachte reële kostenstijging in 2022 ten opzichte van 2021 vanwege groei van het jeugdhulpgebruik 2,4%. Hierbij wordt opgemerkt dat in de primaire begroting 2023 reeds rekening is gehouden met de oplopende kosten, maar ook met oplopende besparingen. In onderstaande figuur is de kostenstijging in 2022 ten opzichte van 2021 grafisch weergegeven.

2 www.jeugdzhz.nl

Alhoewel de kostenstijging in totaal fors is, is de verwachte (autonome) groei van het jeugdhulpgebruik duidelijk lager dan voorgaande jaren. Dit is een positieve ontwikkeling. De groei is overigens een netto groei die resteert na gerealiseerde besparingen. In onderstaande tabel is de kostenontwikkeling (exclusief jeugdteams en JNV) gesplitst naar indexatie en groei per jaar aangegeven voor de jaren 2019-2022

Kostenontwikkeling indexatie en groei 2019-2022 14,0% 12,0%

10,0% 8,0% 6,0% 4,0% 2,0% 0,0%

2019 2019 groei 2020 2020 groei 2021 2021 groei 2022 2022 groei indexatie indexatie indexatie indexatie & tarieven *groei inclusief eventuele beleidskeuzes/externe ontwikkelingen (bijvoorbeeld jeugdzorgplus)

Kostenverhogende effecten ten opzichte van de begroting De begroting wordt in de prognose voor het jaar 2022 met € 10,3 mln. overschreden. In onderstaande tabel is een overzicht van de kostenverhogende effecten ten opzichte van de begroting opgenomen. Bedragen * € 1 mln.

Hogere tarieven door landelijke afspraken verhoging zorgsalarissen Continuiteitsbijdrage jeugdzorg+ / gesloten jeugdhulp Beschikbaarheidsvergoeding crisibedden Ontbrekende / niet vastgestelde besparingen maatregelen gemeenten Ontbrekende besparingen maatregel normenkader inkoop SOJ en gemeenten Groei jeugdhulpuitgaven (verdere groei in 2021 en groei in 2022) Subtotaal zorgkosten Extra apparaatskosten SOJ

1,4 0,4 0,4 2,0 1,4 4,5 10,1 0,2

Totale overschrijding begroting (excl. contractering jeugdteams 3 gemeenten)

10,3

In onderstaande paragrafen worden de ontwikkelingen toegelicht. Hierbij wordt nog opgemerkt dat de in de begroting opgenomen besparingen € 4,5 mln bedragen. Namelijk € 2,6 mln. besparingen als gevolg van maatregelen waar gemeenten trekker van zijn en € 1,9 mln. besparingen als gevolg van 3 www.jeugdzhz.nl

het normenkader uit de nieuwe inkoopstrategie waar SOJ trekker van is en waar ook gemeenten een verantwoordelijkheid voor dragen. De besparingen worden dus gedeeltelijk gerealiseerd. Dat wordt hieronder verder toegelicht. Naast bovengenoemde overschrijding van de begroting worden de kosten opgenomen van het contracteren van de stichting jeugdteams voor de gemeenten Hoeksche Waard, Gorinchem en Molenlanden voor € 4,2 mln. Dit is budgettair neutraal voor de regio. De subsidie aan de jeugdteams voor deze gemeenten wordt één op één vergoed door de betreffende gemeenten. Kostenstijging afgelopen jaren De afgelopen jaren zijn de jeugdhulpuitgaven fors gegroeid. Niet alleen regionaal, maar ook landelijk (zie onderstaande paragraaf Landelijke kostenstijging jeugdhulp). In onderstaande grafiek is de groei van de kosten in onze regio opgenomen. Dit is exclusief jeugdteams, jeugdhulp naar voren en exclusief de uitgetreden gemeenten Leerdam en Zederik.

Ontwikkeling kosten * € 1 mln. 140 120 100 80 60

40 20 0 2018

2019

Totale kosten exclusief JT en JNV

2020

2021

2022 P

Totale kosten exclusief indexatie

Hierbij wordt opgemerkt dat het aantal jeugdigen in zorg stabiel is. Zie hiervoor onderstaande grafiek. De kostenstijging wordt veroorzaakt door een gemiddeld hogere inzet per jeugdige en een paar jeugdigen met exceptioneel hoge zorginzet.

4 www.jeugdzhz.nl

Er is nog geen zicht op het einde van de groei. Daarom is in de primaire begroting 2023 en het meerjarenperspectief 2024-2026, die ter zienswijze voorliggen, ook uitgegaan van groei, naast de (toenemende) besparingen die eveneens verwerkt zijn in de begroting. Hogere tarieven door landelijke afspraken stijging zorgsalarissen Eind vorig jaar zijn landelijke afspraken gemaakt over de stijging van de zorgsalarissen. Tevens is landelijk afgesproken dat de tarieven voor jeugdhulp hiermee worden verhoogd. De impact hiervan bedraagt € 1,4 mln. Gemeenten zijn hiervoor in het gemeentefonds gecompenseerd Continuïteitsbijdrage JeugdzorgPlus Conform het goedgekeurde voorstel in het AB van 7 april 2022 wordt rekening gehouden met continuïteitsteun voor één van de aanbieders van gesloten jeugdhulp (JeugdzorgPlus) dit is verwerkt in de begrotingswijziging bij deze eerste bestuursrapportage. Het aandeel van onze regio in de continuïteitsteun is 344k en ons aandeel in de kosten is 15k. Er is nog geen sluitend continuïteitsplan voor wat betreft een dekkende exploitatie voor deze aanbieder en er zijn bij een andere (grote) aanbieder die JeugdzorgPlus levert ook financiële problemen gemeld. Er wordt pas betaald voor het herstelplan na een geaccordeerd herstelplan.

Beschikbaarheidsvergoeding crisisbedden Om te allen tijde een crisisbed beschikbaar te hebben én vanwege de financiële prikkel om kinderen in crisissituaties uit huis te plaatsen is in de nieuwe overeenkomst Jeugdhulp gekozen voor een beschikbaarheidsbekostiging in plaats van een PXQ bekostiging. Bij een beschikbaarheidsbekostiging betaal je voor het altijd beschikbaar hebben van een crisisbed voor een vast bedrag per jaar in plaats van voor het daadwerkelijke gebruik van dat bed. Hierdoor wordt het nog duidelijker welke partijen (2 jeugdhulpaanbieders in Zuid-Holland Zuid) verantwoordelijk zijn voor het opvangen van jeugdigen in crisis. Tegelijkertijd ontstaat een sterke prikkel jeugdigen en gezinnen in een crisissituatie ambulant (intensief) te helpen en/of niet langer dan nodig op het bed op te vangen . Er moet immers altijd een bed beschikbaar/ vrij zijn. Deze beschikbaarheidsbekostiging leidt in eerste instantie tot extra kosten van naar verwachting € 0,4 mln. Naar verwachting verblijven jeugdigen korter op het crisisbed, verloopt het proces van aanmelden in crisissituatie efficiënter en kan vaker een ambulante crisisinterventie ingezet worden, aangezien in geval van nood het bed 'achter de hand' aanwezig is.

Aangezien een crisis uithuisplaatsing nog te vaak leidt tot een langer durende uithuisplaatsing (met hoge kosten voor de samenleving) rendeert deze investering naar verwachting op termijn. Minder jeugdigen worden in crisissituaties langdurig uithuisgeplaatst. Voortgang besparingen De in de begroting 2022 opgenomen besparingen bestaan uit 2 onderdelen: besparingen als gevolg van maatregelen waar gemeenten trekker van zijn en besparingen als gevolg van de nieuwe inkoopstrategie waar SOJ trekker van is en waar overigens ook gemeenten een verantwoordelijkheid voor dragen. De besparingen als gevolg van de nieuwe inkoopstrategie moeten vooral worden gerealiseerd door het toepassen van het normenkader door verwijzers en het naleven ervan door aanbieders. De SOJ is verantwoordelijk voor toepassing door gecertificeerde instellingen en toezicht op het naleven van het normenkader door zorgaanbieders. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor toepassing door lokale teams en medisch verwijzers. SOJ en gemeenten werken dan ook samen aan het implementeren van de nieuwe werkwijze. 5 www.jeugdzhz.nl

Besparingen als gevolg van gemeentelijke maatregelen Van de gemeentelijke maatregelen kunnen op dit moment regio breed nog geen besparingen worden gerapporteerd. Twee belangrijke programma's met hoge begrote besparingen zijn Afbakening jeugdhulp en Anders zorgen. Voor Afbakening jeugdhulp is in de afgelopen periode een regionaal format ontwikkeld voor nieuwe lokale verordeningen Jeugdhulp. Verschillende gemeenten hebben hun verordening inmiddels vastgesteld. De volgende stap is dat gemeenten diensten vaststellen die in aanmerking komen om als jeugdhulpvorm geschrapt te worden. Daarna kan naar verwachting een besparing worden ingeboekt. Bij Anders zorgen is de afgelopen jaren gewerkt aan cultuurverandering in de toegangsteams. Er wordt nu gewerkt aan het opstellen van operationele instructies en richtlijnen voor de jeugdprofessionals om concreet uitvoering te geven aan Anders zorgen. Ook voor andere maatregelen zijn er in de afgelopen periode activiteiten ondernomen door gemeenten voor het implementeren ervan. Zoals het organiseren van een leerfestival in het kader van de Perspectiefbenadering, het inrichten van een team in het kader van de maatregel Expertteam passende zorg en het lokaal contracteren van ambulante jeugdhulp in het kader van Jeugdhulp naar voren. Enkele gemeenten geven aan al besparingen te zien.

Aangezien de initiatieven lokaal plaatsvinden en zich in een verschillende fase bevinden, zijn de besparingen nog onvoldoende (regionaal) zichtbaar gemaakt. Gemeenten spannen zich samen met SOJ in om de hiervoor de benodigde monitoring in te richten. Het is daarvoor van belang dat gemeenten beoogde doelen, te bereiken effecten en kpi's formuleren. De vertraging in de implementatie van de maatregelen, vormt een risico voor het realiseren van de in de begroting 2022 opgenomen besparingen. Op grond van bovenstaande schets van de situatie wordt geconcludeerd dat er voor de maatregelen met de grootste begrote impact nog werk te verzetten is, voordat besparingen kunnen worden gerealiseerd. Van andere lokale maatregelen is verondersteld dat deze gedeeltelijk effect sorteren. Stelplostmatig is hiervoor 25 procent van de totale gemeentelijke besparingen aangenomen. Besparingen als gevolg van nieuwe inkoop SOJ (inclusief normenkader) Vanaf 2022 is er een normenkader afgesproken met de regionaal gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. Dit kader dient de doelmatigheid van de geleverde hulp te stimuleren. Er zijn verschillende normen gesteld aan de intensiteit (hoeveel) en de duur (hoe lang) van de hulpverlening. Deze maatregel past in ieder geval bij twee kernwaarden die zijn overeengekomen: I. II.

Jeugdhulp zorgt voor toegenomen zelfredzaamheid en duurzaam herstel van de jeugdige en het gezin. Doelmatige inzet van (schaarse) middelen.

Het normenkader mag het bieden van maatwerk niet onmogelijk maken. Dat zou het duurzaam herstel van jeugdigen of een doelmatige inzet van middelen ook geen goed doen. Het besluit om indien noodzakelijk af te wijken van het normenkader is belegd bij de professionals van de lokale teams of de betrokken Gecertificeerde Instelling (GI). Met name bij een dreigende uithuisplaatsing, dreigende schooluitval, een levenslange en levensbrede noodzaak tot hulpverlening en in crisissituaties, zal er van het normenkader worden afgeweken.

6 www.jeugdzhz.nl

In de begroting is voor 2022 een besparing van € 1,9 mln opgenomen. Dit is gebaseerd op de volgende aannames: 1. Het overeenkomen van onder meer het normenkader beïnvloedt het gedrag van jeugdhulpaanbieders. Zij zullen – in wisselende mate en al dan niet onder de nodige aansporing – zich budget bewuster opstellen en sneller stoppen met behandelingen die niet langer nodig zijn; 2. De toepassing van het normenkader biedt informatie over verschillen in kwaliteit tussen jeugdhulpaanbieders. Dit kan ertoe leiden dat verwijzers selectiever toeleiden naar kwalitatief betere hulpverlening; 3. Voor elke overschrijding van de norm (duur en intensiteit) door een jeugdhulpaanbieder is toestemming nodig van het lokale team van de gemeente of gecertificeerde instellingen. Deze werkafspraak beïnvloedt eveneens het gedrag van de uitvoerende professionals bij de jeugdhulpaanbieders en de verwijzers. De reflectie op de noodzaak van de hulpverlening of behandeling wordt gestimuleerd; 4. Het normenkader zorgt voor meer lokale grip op de toewijzingen en (langlopende) hulptrajecten, juist ook op de verwijzingen vanuit bijvoorbeeld de huisarts of medisch specialist. Het uitvoeren van een kwalitatieve toets op de doelmatigheid en gepastheid van het voorzetten van de hulpverlening zal ook bijdragen aan de doelmatige inzet van middelen.

Het effect van de verwachte versteviging van de lokale grip op de toewijzingen is, naast de afspraak over de te hanteren normen, van groot belang voor de beoogde besparingen . Hiervoor is ieder geval goede monitoring op de toewijzingen nodig en vooral ook een goed en secuur proces waarin de verwijzers van het lokale team en de gecertificeerde instellingen, samen met de jeugdhulpaanbieders en de SOJ, in staat zijn om afwijkingen op het normenkader bij te houden en ook om te toetsen op de doelmatigheid en gepastheid van het voortzetten of intensiveren van hulpverlening. Op dit moment is er geen (centrale) registratie van de aanvragen tot afwijken van het normenkader en de besluitvorming daarover beschikbaar. Deze kwalitatieve toets moet zowel procesmatig als inhoudelijk worden ingericht en op dit moment bestaat hierin nog variatie tussen de lokale teams en de GI's. Vooral voor jeugdigen die oorspronkelijk bijvoorbeeld door een huisarts of medisch verwijzer zijn verwezen, is deze toets nog beperkt ingericht bij de lokale verwijzer. Op basis van eerdere monitoring wordt een groot deel van afwijkingen op de normen juist wel in deze groep jeugdigen verwacht. Vanwege de vertraging in de implementatie van de kwalitatieve toets op het normenkader verwachten we dat dit jaar de begrote besparing van € 1,9 mln. voor 25 procent wordt behaald.

Dit bedrag betreft alleen de geraamde besparing op het gebied van de 'intensiteit' van de normen op de hulpverlening. De besparingen op de normering van de 'duur', dat wil zeggen de looptijden van de toewijzingen, zijn vanaf 2023 opgenomen, omdat in het eerste jaar nog geen sprake kan zijn van overschrijding van de looptijd. Er is dan ook een gedeeld belang om dit jaar het proces voor het afwijken op het normenkader goed vorm te geven. Overigens is ook als uitgangspunt bij het bepalen van de besparingstarget gehanteerd dat voor de jeugdigen met complexe en hoge inzet van hulpverlening deze normen niet worden behaald of passend zijn.

7 www.jeugdzhz.nl

De overschrijdingen van de norm kunnen wel al gemonitord worden. Voor de gehele regio is over de eerste vier maanden de norm met € 0,4 mln. overschreden. Aangezien de declaraties achterlopen en een aantal normen betrekking heeft op een langere periode (de duur), zal dit nog oplopen. De registratie van de aanvragen en de goed- of afkeuring hierop is nog niet ingericht door de lokale teams en ook nog niet geheel bij de gecertificeerde instellingen. Er kan dus nog niet worden vastgesteld of de overschrijding op het normenkader met of zonder toestemming was. In het kader van het contractmanagement zullen de vastgestelde en dreigende afwijkingen van de normen wel al met aanbieders worden besproken, omdat dit wel al te monitoren valt. Samen sturen in 2022 en verder Voor de contractering 2022 hebben gemeenten 14 bestuurlijke uitgangspunten geformuleerd. Deze bestuurlijke uitgangspunten zijn in dialoog met aanbieders, oudervertegenwoordigers en het onderwijs aan de ontwikkeltafels vertaald in 6 kernwaarden met specifieke beleidsdoelen, inspanningsverplichtingen of prestatieafspraken voor verschillende vormen van jeugdhulp, de zogenaamde segmenten. Deze opgaven zijn de fundering voor alle nieuwe contractafspraken met de gecontracteerde aanbieders per 1 januari 2022. De contracteringseisen zijn echter niet de enige interventies die bijdragen tot het realiseren van deze ambities.

Het normenkader, jeugdhulp naar voren, meervoudig lokale thema's (zoals 18-/18+, BSO-plus), Samen sturen (SOJ en gemeenten voeren gezamenlijk contractmanagement), bovenregionale samenwerking op verschillende thema's en samenwerking met het onderwijs, dragen allemaal bij aan het realiseren van de ambities. Er zijn sterke afhankelijkheden van verschillende partners. Zonder elkaar komen we er niet. Versterking van de samenwerking en toename van de kwaliteit Om alle opgaven vanuit de kernwaarden, per segment, te realiseren is het versterken van het partnerschap en een verbetering van de kwaliteit van de jeugdhulp een must. Hiervoor zijn de contracteringseisen voor de aanbieders per 1 januari 2022 aangescherpt op het gebied van kwaliteit, geografische ligging, bedrijfsvoering, opleidingen etc. Hierdoor is; 1. Het totaal aantal aanbieders gereduceerd met 7,5 procent ten opzichte van de jaren daarvoor. 2. Strikter onderscheid aangebracht m.b.t. het type jeugdhulp wat een jeugdhulpaanbieder mag bieden. Voorbeeld; voor de hoogspecialistische / complexe jeugdhulp zijn 6 jeugdhulp aanbieders (strategische partners) gecontracteerd. Zij hebben zich contractueel gecommitteerd aan het gezamenlijk oppakken van de ontwikkelopgaves. 3. Daarnaast zijn er striktere eisen gesteld op het concrete niveau van de diensten.

Hierdoor is het aantal aanbieders per dienst gereduceerd (de zogenaamde aanbieder-dienst combinaties). Zo is er bijvoorbeeld voor de behandeldiensten de eis gesteld om te werken vanuit een multidisciplinair team. Dit betreft vooral eisen voor diensten van hoogspecialistische jeugdhulp met een wooncomponent en ambulante behandeling. Dit gaat in mindere mate op voor de verschillende vormen van begeleiding. Zo zijn er ook aanbieders voor ambulante diensten afgevallen die niet gehuisvest zijn binnen de regio (met een maximum van 15 km buiten de regio).

8 www.jeugdzhz.nl

Groei jeugdhulpuitgaven Wegens achterblijvende declaraties is er nog geen goed beeld over de kostenontwikkeling in 2022. Op basis van de analyse van de kostenontwikkeling in 2021 ten opzichte van 2020 wordt duidelijk dat de groei jeugdhulpuitgaven, naast twee jeugdigen met exceptionele hoge kosten (samen € 2,4 mln.), voornamelijk komt uit ambulante jeugdhulp. De groei zien we zowel bij zorg in natura als bij PGB. In paragraaf 2.2 wordt de kostenontwikkeling verder toegelicht. Kijkend naar de prognoses voor 2022 van de zorgaanbieders is de verdergaande groei in 2022 voor een groot deel bij middelgrote en kleinere aanbieders te zien, waarbij niet gecontracteerde maatwerk-aanbieders een flink deel van de groei voor hun rekening nemen. Extra middelen voor de apparaatskosten Serviceorganisatie Voor de Serviceorganisatie zijn de volgende extra middelen benodigd: Implementatie woonplaatsbeginsel Extra capaciteit secretariaat Doorbraakaanpak GI's, afbouw JZ+ en andere bovenregionale vraagstukken Totaal

44.255 42.525 139.840 226.620

Implementatie woonplaatsbeginsel De overgang van het nieuwe woonplaatsbeginsel resulteert in de administratieve verhuizing van een groot aantal jeugdigen tussen gemeenten en is een zeer intensief proces, dat ook nog in 2022 doorloopt. Daarom is voor de implementatie van het nieuwe woonplaatsbeginsel in 2022 gedurende 9 maanden extra inzet nodig. Thans verloopt het overdragen van jeugdigen naar een aantal andere gemeenten moeizaam. Het risico bestaat dat er meer inzet nodig is. Extra capaciteit secretariaat De afgelopen periode was de capaciteit van het secretariaat tijdelijk uitgebreid vanwege de extra werklast als gevolg van de voorbereiding van de nieuwe inkoop. De inzet wordt nu structureel uitgebreid omdat de implementatie en uitvoering van de nieuwe inkoop permanent een hogere inzet vraagt. Doorbraakaanpak GI, afbouw Jeugdzorg+ en andere bovenregionale vraagstukken Als gevolg van de landelijke aanpak om de problemen met het plaatsen van jeugdigen met passende jeugdhulp door gecertificeerde instelling (GI) is er veel (bovenregionale) afstemming nodig. Dit geldt ook voor andere bovenregionale vraagstukken zoals de afbouw van jeugdzorg+ en de mede hierdoor in de problemen geraakte instellingen voor jeugdzorg+ (gesloten jeugdhulp). Dit kan niet door de bestaande bezetting worden opgepakt. Daarom is hiervoor een extra fte ingehuurd.

Landelijke kostenstijging jeugdhulp In opdracht van onder meer de VNG is door BDO-onderzoek gedaan naar de tekorten bij gemeenten in het sociaal domein in 2020. Hieruit blijkt dat het landelijk tekort op het onderdeel jeugdhulp € 1,5 mld. bedroeg. Onze regio heeft in het land een aandeel van circa 2,6%. Vertaald naar onze regio zou dit een tekort betekenen van € 39 mln. Het tekort in onze regio was aanzienlijk lager en bedroeg € 12 mln. exclusief gemeentelijke uitgaven. De gerapporteerde landelijke kostenstijging in 2020 op het onderdeel jeugd is 6%. In onze regio was dat ook 6%. De voorlaatste onderzoeken betroffen het jaar 9 www.jeugdzhz.nl

2019. Toen is onder meer geconstateerd dat het landelijk tekort in 2019 30 % bedroeg, waarbij dat voor de regio Zuid-Holland Zuid 13% was. Rijksbijdragen Het Rijk heeft voor 2022 hogere bijdragen ter beschikking gesteld. De Rijksbijdragen voor 2022 voor jeugdhulp in onze regio bedragen € 164,9 mln. Na aftrek voor de benodigde bijdragen voor de jeugdteams, veilig thuis en jeugdhulp naar voren door gemeenten resteert een rijksbijdrage van € 143,1 mln. voor de kosten van de Serviceorganisatie. De totale geprognosticeerde kosten voor 2022 bedragen € 132,8 mln. De rijksbijdragen in 2023 zijn gebaseerd op een nieuw verdeelmodel en stijgen iets naar € 168,9. Wel met grote voor- en nadelige verschillen per gemeente. Jeugdhulp naar voren Gemeenten begroten en verantwoorden met ingang van 2022 zelf de kosten van Jeugdhulp naar voren. Dit betreft door de gemeenten zelf gecontracteerde inzet van jeugdhulpaanbieders of jeugdteam welke lokaal, meestal op fte basis worden ingezet. De kosten lopen nog wel mee in het laatste jaar van de afbouw van de solidariteit. In totaal hebben 7 gemeenten een opgave gedaan van hun verwachte kosten voor in totaal € 3,7 mln. Coronacrisis De corona crisis is geluwd. Aanbieders ontvangen in 2022 geen kostenvergoeding meer voor meerkosten (onder andere beschermingsmiddelen en kosten extra inzet personeel) als gevolg van de coronacrisis.

Woonplaatsbeginsel Het nieuwe woonplaatsbeginsel, ingevoerd per 1 januari 2022 stelt niet meer als woonplaats (=verantwoordelijk gemeente) centraal de woonplaats van degene die het gezag over de jeugdige heeft, maar de woonplaats van de jeugdige. Voor jeugdigen met verblijf (jeugdigen met hoge kosten) wordt de woonplaats bepaald door de gemeente waar de jeugdige stond ingeschreven direct voorafgaand aan de eerste verblijfszorg van de jeugdige. Dit moet leiden tot meer duidelijkheid en lagere uitvoeringslasten. Daarnaast sluit het nieuwe woonplaatsbeginsel beter aan bij de preventieve insteek van de Jeugdwet om Jeugdzorg met verblijf te voorkomen. De implementatie van het woonplaatsbeginsel heeft vertraging opgelopen en dreigt ook vast te lopen. Zuid-Holland Zuid heeft haar huiswerk ruim op tijd gedaan. Een aantal andere gemeenten werken niet of onvoldoende mee aan de overdracht van jeugdigen naar die gemeenten, terwijl ZuidHolland Zuid volgens landelijk afgesproken werkwijze wel de jeugdigen van die gemeenten heeft geaccepteerd. Aan Rotterdam moeten nog veel jeugdigen worden overgedragen. Het ontbreekt aan een adequaat landelijk instrumentarium om gemeenten die niet meewerken hiertoe alsnog te dwingen. Waar de overdracht vertraging heeft opgelopen moeten de kosten later tussen gemeenten verrekend worden. Dat zal zeker voor Rotterdam fors zijn.

Thans is naar schatting tussen de 60 en 70 procent van alle verwachte mutaties verwerkt. Door achterlopende declaraties zijn de kosten van reeds aan onze regio overgedragen jeugdigen ook niet voldoende inzichtelijk. Een goede inschatting van de impact van het nieuwe woonplaatsbeginsel kan daarom nog niet gegeven worden. Op basis van de huidige inzichten zal de financiële impact op regioniveau neutraal tot licht negatief zijn. Deze inzichten zijn echter met grote onzekerheid omgeven. De problemen waar onze regio mee geconfronteerd wordt, spelen ook landelijk.

10 www.jeugdzhz.nl

Oekraïne crisis Niet meegenomen in deze eerste bestuursrapportage zijn de ontwikkelingen rond de oorlog in de Oekraïne. Steeds duidelijker tekent zich af dat dit ook een extra beroep op de jeugdhulp zal betekenen. De omvang is nog niet te kwantificeren en daarom nog niet meegenomen in deze eerste bestuursrapportage. Begrotingswijziging De hogere kosten zijn verwerkt in een begrotingswijziging welke ter zienswijze aan de raden zal worden voorgelegd. De begrotingswijziging is opgenomen in paragraaf 4.1.

11 www.jeugdzhz.nl

2 Programma verantwoording financieel 2.1 Financieel overzicht Bedragen * € 1.000,-

Begroting t/m april

Regionale zorgmarkt LTA PGB Serviceorganisatie Totaal lasten

35.145 1.938 1.983 1.769 40.834

17.837 797 1.550 1.258 21.442

105.435 5.813 5.949 5.306 122.503

9.181 -424 1.301 227 10.284

114.616 5.389 7.250 5.533 132.788

106.007 5.059 6.905 4.762 122.734

Baten exclusief uittreding reserve Leerdam + Zederik Ontrekking reserve frictiekosten uittreding Leerdam + Zederik Totaal baten

40.791 43 40.834

21.399 43 21.442

122.374 129 122.503

10.284 10.284

132.659 129 132.788

122.560 174 122.734

-

-

-

-

-

-

Saldo baten -/- lasten

Realisatie Begroting t/m april heel jaar op basis van declaraties

Begroting wijziging

Begroting + Realisatie wijziging 2021 exclusief JNV en JT

2.2 Toelichting Regionale zorgmarkt Over de eerste vier maanden is nog te weinig gedeclareerd om een goede analyse te kunnen maken van de kostenontwikkeling in 2022. De twee grootste aanbieders hebben nog niet tot zeer beperkt gedeclareerd wegens problemen met een nieuw systeem voor registratie en facturatie van zorg. Ook andere, soms ook grote aanbieders hebben problemen met declareren. Wel is bij het opmaken van deze bestuursrapportage het jaar 2021 op een paar procent na geheel gedeclareerd. Daarom wordt in deze bestuursrapportage bij het duiden van de kostenontwikkeling uitgegaan van de ontwikkeling in 2021 ten opzichte van 2020. In de afgelopen maandrapportages is ook toegelicht, dat vanwege ontbrekende declaraties in combinatie met de nieuwe inkoop (nieuwe diensten en nieuwe methodiek van toewijzen) geen actuele prognose uit onze eigen data kan worden gemaakt. De prognose opgenomen in deze eerste bestuursrapportage is daarom gebaseerd op aangeleverde prognoses van zorgaanbieders in combinatie met een eigen (oudere) prognose op basis van de data over 2021 aangevuld met groei en nog te verwachten besparingen voor de rest van het jaar. Hierbij wordt opgemerkt dat de groei verreweg het grootst is bij kleine tot en middelgrote aanbieders (aanbieders die minder dan € 1,5 mln. per jaar zorg leveren).

De niet gecontracteerde maatwerkaanbieders hebben een groot aandeel in de groei. In het nieuwe inkoopkader wordt de inzet van maatwerk beperkt en uitgefaseerd. Bij het ontbreken van een bepaalde vorm van jeugdhulp of een beperkt volume wordt dit eerst voorgelegd bij de gecontracteerde partijen met het verzoek dergelijk aanbod in te zetten of te ontwikkelen. Doel is om de maatwerkaanbieders zoveel als mogelijk uit te faseren en regionale dekking te hebben voor de nodige jeugdhulp in de regio. 12 www.jeugdzhz.nl

Zoals in hoofdstuk 1 is weergegeven is er sprake van een meerjarige stijgende trend in de kosten van jeugdhulp. Verwacht wordt dat de stijgende trend zich ook in 2022 voortzet, al vlakt de groei wel af. Dit wordt bevestigd door de opgaves van productie en prognoses door zorgaanbieders. Zorgaanbieders gaan in hun prognoses overigens uit van verdere groei ten opzichte van hun productie over de eerste vier maanden. Zodra er voldoende declaratiedata zijn over 2022 zal een verdere inhoudelijke analyse plaatsvinden op de kostenontwikkeling. Stijging ambulante jeugdhulp en verblijf Kijkend naar de kostenontwikkeling 2021 ten opzichte van 2020 komt het grootste deel van de kostenstijging uit ambulante jeugdhulp. De stijging van Jeugdhulp met verblijf wordt voor het grootste deel veroorzaak door exceptionele hoge kosten voor 2 jeugdigen voor in totaal € 2,4 mln. (waarvan € 1,1 mln. verblijf). Daarnaast neemt ook het gebruik van gezinshuizen (€ 0,5 mln.) toe. Veel jeugdigen die op een plaats in een gezinshuis wachtten zijn gedurende het jaar 2021 geplaatst. Ook de verblijfskosten voor jeugdigen met een beperking (voormalig AWBZ) nemen toe (€ 0,9 mln.) vanwege het 'slot op de deur' bij de instroom in de Wlz (Wet langdurige zorg).

Forse toename jeugdhulpgebruik dagbehandeling en dagbesteding inclusief vervoer Voor wat betreft de ambulante jeugdhulp is een aantal zaken opgevallen in de analyse van de kostenontwikkeling 2021 ten opzichte van 2020. Er is een forse stijging zichtbaar op dagbehandeling en dagbesteding (€ 1,5 mln.). Dit betreft zowel dagbehandeling van jeugdigen in de klassieke jeugd & opvoedhulp en de jeugdhulp aan jeugdigen met een beperking (voormalige AWBZ). De oorzaak ligt bij een stijgend aantal jeugdigen dat gebruik maakt van dagbehandeling. Jeugdigen die in zorg komen, blijven langjarig in zorg en stromen niet uit. De belangrijkste oorzaken hiervan liggen bij de in-door en uitstroom naar het onderwijs (schooluitval en het niet opnemen in het speciaal onderwijs) en voor de jeugdigen met een beperking naar de Wlz (Wet langdurige zorg) voor deze groep. Het niet meer tot zeer beperkt doorstromen naar de Wlz is al een aantal jaar aan de gang, waardoor het effect jaarlijks cumuleert. De sterke stijging van het taxivervoer (€ 0,5 mln.) wordt voor een belangrijk deel ook veroorzaakt door de toename in deze categorie van dagvoorzieningen. In het nieuwe Inkoopkader 2022 is de kernwaarde Ieder Kind volgt onderwijs opgenomen. Dat heeft zich vertaald naar een contracteringsvoorwaarde voor de aanbieders van dagvoorzieningen en jeugdhulp op school.

Voor hen is als eis opgenomen dat zij een verplichte samenwerking moeten hebben met een preferente Samenwerkingsverband van het onderwijs. Zij stellen een samenwerkingsovereenkomst op waar afspraken worden gemaakt over in-, door- en uitstroom van jeugdigen/leerlingen. De verwachting is dat er daardoor een afname plaatsvindt voor de inzet van de dagvoorzieningen en er meer kinderen ( partieel) onderwijs kunnen (blijven) volgen Jeugd en Opvoedhulp en Basis en specialistische GGZ In de ambulante zorg nam in 2021 ten opzichte van 2020 het aantal jeugdigen in de GGZ af, maar de kosten per jeugdige zijn zodanig gestegen dat hier ook de totale kosten zijn toegenomen (€ 2,1 mln). Hierbij is al wel duidelijk dat door aanbieders die Basis GGZ leveren, aanvullend op het Basis GGZtraject extra jeugd & opvoedhulp ambulante behandeling werd ingezet. Buiten de groep Basis GGZ aanbieders zien we veel breder een stijging van kosten bij de ambulante inzet van jeugd & opvoedhulp. In de afgelopen jaren is een veelvoud aan aanbieders deze dienst in toenemende mate gaan inzetten. De stijging in 2021 ten opzichte van 2020 bedraagt € 1,4 mln. boven op de inzet van € 13 www.jeugdzhz.nl

1,3 mln voor de duurste jeugdige. In de nieuwe overeenkomst Jeugdhulp is het onderscheid tussen de verschillende diensten basis GGZ, begeleiding en behandeling inhoudelijk scherper gedefinieerd. Dit geeft belangrijke handvatten om hier beter op te sturen via het contractmanagement. Tevens is voor deze diensten een normenkader opgenomen over duur en intensiteit van de hulp. Ook dit is een belangrijk instrument hier de komende periode beter op te kunnen (bij)sturen. Jeugdhulp op school en jeugdhulp naar voren (JNV) Verder nemen de kosten van ambulante jeugdhulp toe in 2021 ten opzichte van 2020 vanwege de inzet van jeugdhulp op school. Het beoogde effect van minder dagbehandeling en dagbesteding is nog niet zichtbaar en is zoals hierboven beschreven juist verder toegenomen in het afgelopen jaar. Het kost meer tijd voordat de beoogde effecten bereikt en zichtbaar worden. Ook zijn de kosten in 2021 gestegen door veel hogere uitgaven aan jeugdhulp naar voren (€ 1,9 mln in 2021 ten opzichte van € 0,1 mln in 2020). Het is mogelijk dat deze inzet op school of de lokale inzet door gemeenten een dempend effect gehad heeft op de groei van het jeugdhulpgebruik, maar dat is nog niet aan te tonen. JNV wordt met ingang van 2022 verantwoord bij gemeenten.

In de vergelijkende cijfers 2021 is JNV daarom geëlimineerd Budgetplafonds en jeugdhulp in tijden van corona Verder is er ook een sterke afname geweest van de niet vergoede overproductie ten opzichte van het budget van € 0,9 mln. In 2020 hebben meer dan in 2021 aanbieders een deel van de productie niet vergoed gekregen, omdat ze niet tijdig de nee tenzij-regeling hadden ingeroepen. Ook is er in 2020 iets minder zorg geleverd vanwege de coronapandemie. Dit is voor het grootste gedeelte gecompenseerd met een vergoeding voor omzetderving. Crisisdienst en crisisbedden Met ingang van 2021 wordt de crisisdienst voor het deel jeugd van de grootste GGZ aanbieder in de regio vergoed. In de jaren ervoor nam deze aanbieder de kosten voor eigen rekening. Voor de invoering van de decentralisatie werden deze kosten vergoed door de zorgverzekeraar. De vergoeding betreft € 0,3 mln. Vanaf 2022 worden ook de beschikbaarheid van crisisbedden vergoed. Dit is toegelicht in hoofdstuk 1. De hiermee gemoeide extra kosten bedragen € 0,4 mln. LTA Het LTA is een set aan afspraken die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) landelijk wordt gemaakt, met een beperkt aantal jeugdhulpaanbieders, om er zeker van te zijn dat er een contractbasis is voor aanbieders met uitzonderlijk aanbod.

Hierbij valt te denken aan aanbod voor transgender problematiek, gezinnen waar ernstige kindermishandeling of verwaarlozing plaatsvindt, jongeren met complexe problemen bij wie diagnostiek geen beeld geeft, etc. Het betreft een kleine groep jeugdigen met hoger kosten per jeugdige. De kosten kunnen sterk fluctueren. De prognose is gebaseerd op het gemiddelde van de eigen forecast en de prognose van aanbieders.

14 www.jeugdzhz.nl

Persoonsgebonden budget (PGB) In de jaren 2015 tot en met 2018 daalde deze post steeds vanwege omzetting van PGB naar zorg in natura. Vanaf 2019 zijn de kosten gaan stijgen. De stijging betreft zowel een sterke stijging van de verstrekte budgetten als van de uitnutting van de budgetten. In het afgelopen jaar is ook het aantal jeugdigen met een PGB gestegen. De forse stijging (€ 0,8 mln) van de kosten in het afgelopen jaar wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door meer dagbesteding en begeleiding met dieren (onder andere paarden) aan jeugdigen, waaronder jeugdigen met een autismespectrum stoornis. Verder wordt er meer jeugdhulp geleverd gericht op problematiek bij hoogbegaafdheid. In 2022 stijgen de kosten verder door.

Stichting Jeugdteams Met ingang van 2022 contracteren gemeenten de Stichting jeugdteams zelf. Op verzoek van de gemeenten Gorinchem, Molenlanden en Hoeksche Waard heeft de SOJ de jeugdteams nog gecontracteerd voor deze gemeenten. De aansturing vindt plaats door gemeenten.

Serviceorganisatie De specificatie van de Serviceorganisatie is in onderstaande tabel opgenomen. Begrotingspost Personeelskosten eigen personeel Personeel van derden Uitbestede ICT Dienstverlening en overige ICT kosten Dienstverlening SCD Overige kosten Totale kosten

Begroot

Begroot tm Realisatie Realisatieapril Begroot 2.279.905 759.968 576.945 -183.023 920.820 306.940 209.999 -96.941 1.050.000 350.000 301.614 -48.386 225.000 75.000 -75.000 830.392 276.797 169.669 -107.128 5.306.117 1.768.706 1.258.227 -510.479

De personeelskosten zijn lager omdat de maand april nog niet is geboekt. De post personeel van derden is lager vanwege nog te facturen bedragen en nog niet bestede inzet door netwerk MT voor Veilig opgroeien is teamwerk. De post Uitbestede ICT Dienstverlening en overige ICT-diensten is lager vanwege nog te facturen kosten en een deel van de inzet vindt later in het jaar plaats. De post dienstverlening SCD (Service Centrum Drechtsteden) is nog niet gefactureerd. De overige kosten blijven achter, voornamelijk omdat (nog) geen inzet is gepleegd op detail controles PGB (begroot voor 270k per jaar) en een aantal andere activiteiten later in het jaar plaatvinden. Voor 2022 worden € 227k hogere kosten geprognosticeerd / aangevraagd. Zie voor een toelichting de aangevraagde begrotingswijzing in hoofdstuk 1.

15 www.jeugdzhz.nl

3 Bedrijfsvoering 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen De Serviceorganisatie heeft, met uitzondering van de reserve frictiekosten uittreding Leerdam en Zederik geen weerstandsvermogen/reserves. Tegenvallers (en meevallers) ten opzichte van de begroting komen, zoals opgenomen in de bijdrageverordening, ten laste (ten gunste) van de deelnemende gemeenten. Risicobeheersing De financiële risico's focussen zich primair op de ontwikkeling van de zorgkosten in relatie tot het budget. De afgelopen jaren is gebleken dat de kosten sterk zijn gestegen (gestegen inzet per jeugdige), de in de begroting opgenomen kostenreducties niet gerealiseerd zijn en de fluctuaties in de kosten per gemeente groot zijn. Ook in 2022 is het beeld dat de uitgaven groeien c.q. de kostenreducties niet gerealiseerd worden. Verder zijn er de volgende specifieke risico's: PGB-budgetten Van de verstrekte budgetten wordt circa 65 procent besteed. Volgens de huidige ZHZ-regels / verordening zijn geen beperkingen opgelegd aan het met terugwerkende kracht over oude jaren indienen van declaraties, behoudens de algemene wettelijke regel dat dit na 5 jaar niet meer kan. Over de jaren 2017-2020 betreft dit € 12,8 mln. Dit bedrag zou nog gedeclareerd kunnen worden. De ervaring heeft geleerd dat hier beperkt gebruik van wordt gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/559/documents/9189