CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Rapport Nascheiding Papendrecht 18 mei 2021.pdf

Commissie Ruimte Papendrecht 23 juni 2021, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Afvalinzameling Papendrecht - Voorstel15.841 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Uitvoerbaarheid Deze techniek is inmiddels “standaard” aan het worden in Nederland als processtap voor het verbranden van restafval met meerdere marktpartijen. In Nederland kan dit inmiddels op zes locaties: • AEB: Amsterdam • Attero: Wijster (Drenthe) en Groningen • AVR: Rotterdam • HVC: Alkmaar • OMRIN: Oudehaske (Heerenveen) Wel zijn veel marktpartijen nog aan het experimenteren hoe de installaties verder te optimaliseren met als doel nascheidingskwaliteit en -kwantiteit te verbeteren. De voorscheidingsinstallaties opereren over het algemeen met een capaciteit van tientallen tonnen per uur en honderdduizenden tonnen op jaarbasis. Er zijn weinig risico’s voor de gemeente Papendrecht bij deze verwerkingsvariant. Mogelijke aandachtspunten zijn: • sturing door Afvalfonds: mogelijk kan Afvalfonds de uitsortering van andere fracties dan PMD belemmeren (vanwege de sterke focus op verpakkingen) • verwerkingscapaciteit: door een toenemend aantal gemeenten dat kiest voor nascheiding i.p.v. bronscheiding van PMD en door aanstaande vergoeding voor PMD inzameling bij bedrijven bestaat risico dat er capaciteitstekorten ontstaan. Toepassing De afgelopen jaren (2017-2018) zijn er drie nieuwe voorsorteerlijnen in Nederland bijgekomen die zijn voorgeschakeld aan de afvalverbrandingsinstallatie. Het gaat om installaties van AVR (Rotterdam), AEB (Amsterdam) en HVC (Alkmaar).

Mogelijk dat dit aantal de komende jaren verder zal toenemen. HVC onderzoekt momenteel om de VSI in Alkmaar uit te breiden naar uitsortering van extra ONF, extra kunststoffen, textiel en luiers. In september 2021 komt daar meer duidelijkheid over. Ook wordt gekeken naar realisatie van een nascheidingslijn bij de afvalverbrandingsinstallatie van HVC in Dordrecht. Deze plannen zijn nog niet concreet, omdat er nog onvoldoende tonnage is (minimaal 150.000 ton is nodig). 18 mei 2021

BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

21

4.2.2

Traditionele nascheiding i.c.m. ONF verwerking

Toelichting verwerkingsproces OMRIN en Attero hebben al “traditionele” nascheidingsinstallaties sinds de jaren ’90. In deze nascheidingsinstallaties worden in diverse processtappen en met behulp van scheidingstechnieken als zeeftrommels, folie/papierzuigers, magneten en infraroodtechnologie waarmee kunststoffen herkend worden (NIR) de diverse kunststoffen uit het huishoudelijk afval gehaald. De belangrijkste processtappen zijn vergelijkbaar bij OMRIN en Attero. Als eerste wordt het restafval via zeeftrommels gesplitst op deeltjesgrootte van het afval. Met folie/papier zuigers wordt bij de grotere deeltjesfracties vervolgens de papier en kunststoffolie afgezogen. Met infraroodtechnologie en/of filmgrabbers kan vervolgens de plasticfolie uit deze stroom worden afgescheiden. Uit de grotere deeltjesfracties wordt daarna met infraroodtechnologie vormvaste kunststoffen afgescheiden (zoals flessen). Met magneten worden de metalen afgescheiden. Een grote stroom (ca 35 tot 40% van de input) die resteert na dit proces is de organisch natte fractie (ONF). Hiervan is bijna 30% echt organisch materiaal en de rest is inert materiaal als zand en stenen. Het organische ONF wordt vervolgens vergist waaruit biogas wordt gewonnen (inclusief de luiers). Dit wordt opgewerkt naar groengas van aardgaskwaliteit.

Het residu van OMRIN uit vergisting (ca 85-90%) wordt vervolgens bij bedrijf GMB gemengd met gecomposteerd materiaal en houtsnippers en daarna biologisch gedroogd. Het eindproduct (biogranulaat) en vervolgens bijgestookt in energiecentrales. Milieuresultaat OMRIN stuurt gemeenten die hun afval laten nascheiden een overzicht van de grondstoffen die zijn nagescheiden. Het onderstaande schema laat zien wat het resultaat in Papendrecht ongeveer zou kunnen zijn op basis van de hoeveelheid restafval (213 kg/inw) en PMD (8 kg/inw) in 2019: Stroom

Percentage uitsortering

Kg per inwoner Papendrecht

Metalen

3 tot 4%

Ca 6

Kunststoffen

8 tot 10%

Ca 17

Drankenkartons

1 tot 2%

Ca 2

Minerale stoffen

6 tot 8%

Ca 12

Biogranulaat van GFT

15 tot 19%

Ca 30

Groengas

3 tot 5%

Ca 8

Restafval (te verbranden)

60 tot 70%

Ca 145

100%

221

TOTAAL

In totaal wordt er netto circa 35 tot 40 kg/inw aan grondstoffen teruggewonnen via de nascheidingsinstallatie van OMRIN (metalen, kunststoffen, drankenkartons en minerale stoffen). Het biogranulaat wordt afgezet als biomassabijstook in energiecentrales en het restafval wordt verbrand in de afvalverbrandingsinstallatie van OMRIN in Harlingen. Het groengas wordt gebruikt als brandstof voor het eigen wagenpark (ca 7%) en de rest (93%) wordt ingevoed in het landelijke aardgasnetwerk. Kosten De businessbase van nascheiding via OMRIN verschilt niet veel met die van voorscheiding van PMD door bijvoorbeeld HVC (zie paragraaf 4.2.1). Verschillen zitten waarschijnlijk (vooral) in: 18 mei 2021

BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

22

• • •

Het verwerkingstarief per ton: aanname is een vergelijkbaar tarief als bij HVC 10 Korting op verbrandingsbelasting: over 145 kg/inw bij OMRIN versus over 221 kg/inw bij HVC Transportkosten: ca € 15/ton bij HVC en ca € 20/ton bij OMRIN (iets verder)

Post

€ x 1.000 Post besparing / opbrengst

€ x 1.000

Extra verwerkingskosten restafval

40 Vervallen inzamelkosten PMD

157

Geen PMD-bronscheiding vergoeding

81 Vervallen kapitaalkosten PMD

20

Transportkosten restafval naar OMRIN

107 Nascheiding vergoeding restafval

63

Extra inzamelkosten restafval

117 Vermeden verbrandingsbelasting

72

TOTAAL

344 TOTAAL

312

Service Het serviceniveau voor bewoners is vergelijkbaar aan voorscheiding van PMD uit restafval (zie paragraaf 4.2.1). OMRIN (en ook Attero) ontwikkelen wel steeds nieuwe processtappen, zodat op termijn meer afvalstromen kunnen worden nagescheiden uit het restafval. Een voorbeeld daarvan is de “Dano-trommel” van OMRIN. Daarmee kunnen luiers worden gezeefd en verkleind, zodat deze samen met het biologische ONF vergist kunnen worden naar biogas en het restant van vergisting (digestaat) kan worden omgezet naar biogranulaat. Uitvoerbaarheid De traditionele nascheiders in Nederland van OMRIN en Attero functioneren al bijna 30 jaar en worden steeds uitgebreid / geoptimaliseerd met nieuwe nascheidingstechnieken. En zijn derhalve geen grote risico’s ten aanzien van de verwerking. De nascheidingsinstallaties van OMRIN en Attero hebben per stuk een verwerkingscapaciteit van ordegrootte 200.000 tot 300.000 ton op jaarbasis. In totaal kan in de installaties van OMRIN en Attero installaties ordegrootte 10% van het Nederlandse restafval verwerkt worden. Toepassing Op dit moment zijn OMRIN en Attero de enige gemeenten die beschikken over een nascheidingsinstallaties die meer doen dan alleen de PMD-stromen uitsorteren. Naar verwachting zullen de restafvalverwerking bedrijven die nu ook al beschikken voorscheiders van PMD de komende jaren ook inzetten op uitsorteren van meerdere afvalstromen.

Ook zijn er initiatieven van gemeenten om hun krachten te bundelen om gezamenlijk een nascheidingsinstallatie te realiseren. Een voorbeeld hiervan zijn de gemeenten Eindhoven, Valkenswaard, GeldropMierlo, Helmond, Meijerijstad, Oss, ’s-Hertogenbosch en Tilburg die in het najaar van 2020 een marktconsultatie hebben gedaan, om te kijken wat de mogelijkheden waren voor een nascheidingsinstallatie in de regio. Uit die marktconsultatie bleek dat marktpartijen interesse hebben, maar dat daar wel voorwaarden voor zijn: • een hoeveelheid na te scheiden restafval van 150.000 tot 200.000 ton op jaarbasis. • er moet sprake zijn van “rijk” restafval (met o.a. veel PMD) • de gemeenten moeten een contract van 10 tot 15 jaar aangaan 10

Het aandeelhouderstarief van OMRIN is € 70 per ton vs € 86 per ton bij HVC. Voor de berekening is het tarief gelijk gehouden.

18 mei 2021

BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

23

4.2.3

REnescience

Toelichting verwerkingsproces REnescience is een nascheidingstechniek die gebruik maakt van enzymen om het organische afval af te breken (in een bioreactor) om er vervolgens biogas uit te kunnen winnen via een separaat te bouwen natte vergister. De overige componenten die overblijven (zoals plastics en metalen) worden hierdoor schoongewassen, waardoor deze materialen makkelijker gescheiden en daarna gerecycled kunnen worden dan bij de huidige nascheidingstechnieken kan. De gemeenten die in Cure-verband samenwerken (Eindhoven, Geldrop-Mierlo en Valkenswaard) hebben circa vijf jaar geprobeerd om de installatie te realiseren. Begin 2020 is besloten om verdere ontwikkelingen stop te zetten. Cure is een Gemeenschappelijke regeling van de drie gemeenten. Met deze techniek zouden de gemeenten hun ambitieuze afvaldoelen te realiseren. Milieuresultaat De techniek kan tot 75% van het ingaande materiaal nascheiden en opwerken (volgens de leverancier). Hierbij wordt circa de helft van het afval omgezet tot een biovloeistof die vergist kan worden. Hieruit kan drie keer meer biogas gewonnen worden dan bij traditionele nascheiders: vrijwel alle organische stof wordt omgezet (ook bijvoorbeeld papier en drankenkarton). Ongeveer 17% bestaat uit teruggewonnen metalen en kunststoffen en 6% uit zand. Op dit moment is er echter slechts een afzetmarkt voor 40% van de teruggewonnen stromen.

Het RDF (ca 25%) en digestaat dat resteert na vergisting (ca 15%) moeten nog nu verbrand worden 11. Een ander voordeel dat wordt geclaimd is dat met het REnescience proces teruggewonnen grondstoffen “schoner” zijn in vergelijking met andere nascheidingstechnieken. Dat leidt tot hoogwaardiger hergebruik en daarmee ook tot een hogere waarde van die grondstoffen. Volgens doorrekeningen van de Cure gemeenten zou de huidige bronscheiding met dit systeem kunnen worden verhogen van nu 43 tot 60% naar 74 tot 82%. Daarmee komt voor deze gemeenten met deze techniek de VANG-doelstellingen binnen bereik. Kosten De totale investering met alles erop en eraan is ca € 88 miljoen voor de beoogde installatie die in Cure verband gerealiseerd zou moeten worden. Deelposten zijn: • REnescience installatie: € 40 miljoen • Vergister en groengas opwerking: € 13 miljoen • Projectenkosten en onvoorzien: € 18 miljoen • Gebouwen en grond: € 17 miljoen

11

Bron: Rapport Cure naar 100% afvalscheiding d.m.v. natte vergistingstechniek

18 mei 2021

BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

24

Aan de deelnemende gemeenten werd gevraagd om 50% van de investering in de REnescience installatie risicodragend te financieren. Het aandeel van Papendrecht zou dan ca 7 kton / 120 kton = ca 6% ofwel € 1,2 miljoen zijn geweest. Het kosteneffect kan slechts zeer indicatief worden weergegeven, omdat er geen kentallen zijn van een werkende REnescience installatie. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd: • Verwerkingskosten: € 10/ton hoger dan het tarief van HVC • Transportkosten: € 10/ton • Vermeden verbrandingsbelasting: gelijkgesteld aan paragraaf 4.2.2 (OMRIN) • Lagere verwerkingskosten tuinafval: voordeel berekent o.b.v. DVO HVC tarieven en dat 90% van het GFT uit Papendrecht uit tuinafval bestaat • Lagere inzamelkosten (GF)T: drie maanden geen tuinafval inzameling (besparing van 25%) Post

€ x 1.000 Post besparing / opbrengst

€ x 1.000

Extra verwerkingskosten restafval

73 Vervallen inzamelkosten PMD

157

Geen PMD-bronscheiding vergoeding

61 Vervallen kapitaalkosten PMD

20

Transportkosten naar REnescience

73 Nascheiding vergoeding restafval

65

Extra inzamelkosten restafval

117 Vermeden verbrandingsbelasting

72

TOTAAL

Lagere verwerkingskosten tuinafval

76

Lagere inzamelkosten tuinafval

56

Vervallen transport restafval hoogbouw

34

381 TOTAAL

480

Op het eerste gezicht ziet de businesscase er goed uit. Er zijn echter een aantal (grote) onzekerheden: • Onbekend is wat het verwerkingstarief zou zijn • De financieringskosten zijn niet meegenomen: zou ca € 0,1 miljoen zijn voor Papendrecht op jaarbasis bij 2% rente en afschrijving in 15 jaar • Onduidelijk is hoe en welke vergoeding vanuit Afvalfonds mogelijk is • Businesscase blijft sterk afhankelijk te zijn van SDE+ subsidie voor vergisting van ONF Service Een groot verschil met andere nascheidingstechnieken is dat het (organische) keukenafval en luiers bij het restafval mogen. Alleen tuinafval dient gescheiden te worden. GF(T) gescheiden inzamelen bij de hoogbouw is dan niet nodig. Dit is voor bewoners een verhoging van het serviceniveau: keukenafval is vaak lastig om gescheiden te houden voor bewoners. Ook het PMD mag bij het restafval. Laagbouw huishoudens krijgen dan drie containers aan huis: een restafvalcontainer, tuinafvalcontainer en papier/kartoncontainer. Voor hoogbouw zijn nog slechts twee containers nodig: restafval en papier. De impact op de afvalinzameling is dan als volgt: • geen separate PMD-inzameling meer • geen gft-inzameling bij hoogbouw • frequentie tuinafval inzameling kan in “laagseizoen” worden verlaagd Glas en textiel dienen nog op dezelfde wijze als nu gescheiden te worden.

18 mei 2021

BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

25

Uitvoerbaarheid Cure zou 50% aandeelhouder worden van de installatie net als de leverancier. De businesscase was uiteindelijk te onzeker voor de gemeenten om hier zelf ook financieel in te participeren of garant te staan (via Cure). Daardoor is de installatie er uiteindelijk niet gekomen. Belangrijkste risico’s waren: • Schaalgrootte: 120.000 ton afval was nodig, terwijl de gemeenten slechts 60.000 ton konden leveren. Het lukte niet om andere partijen te vinden. • Trackrecord: de techniek heeft zich tot op heden nog nergens aantoonbaar bewezen. Dit kon alleen op pilot schaal, niet op commerciële schaal. • Geen concreet tarief (€/ton): er kon steeds geen concreet verwerkingstarief worden afgegeven om ook andere gemeenten en bedrijven te interesseren Toepassing De leverancier van de techniek is Orsted (vroeger DONG Energy). Dit is een groot energiebedrijf uit Denemarken met 6.500 medewerkers en € 10 miljard omzet. Naast een kleine (pilot) installatie in Kopenhagen is in 2020 de eerste installatie op commerciële schaal in gebruik genomen in Northwich in het Verenigd Koninkrijk. Deze verwerking het afval van 110.000 huishoudens 12.

Figuur: REnescience installatie in Northwich

12

Bron: https://orsted.com/en/sustainability/our-stories/waste-is-a-resource-for-green-energy

18 mei 2021

BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

26

4.2.4

ART van Bio Elektra

Toelichting verwerkingsproces Het Poolse bedrijf Bioelektra Group heeft een techniek ontwikkeld waarmee gemengde afvalstromen worden gesteriliseerd om vervolgens te worden gesorteerd. Deze techniek combinatie begint met het autoclaveren (steriliseren) van huishoudelijk afval onder een druk van 2-5 bar en temperaturen van 120-150°C (zie foto). Dit gebeurt in een autoclaaf waarin per batch circa 3 ton afval wordt gesteriliseerd. Vervolgens worden, vergelijkbaar met bestaande nascheidingsinstallaties, verschillende sorteer- en scheidings-technieken ingezet om afvalfracties van elkaar te scheiden. Groot verschil hierin is dat het afval door het sterilisatieproces geurloos is geworden. Wanneer er een zware shredder wordt ingezet, is het ook mogelijk grofvuil in het proces te verwerken. Hetzelfde geldt voor veegvuil. In deze techniek worden o.a. glas, metaal en kunststof teruggewonnen. Het overige materiaal kan worden ingezet voor energieterugwinning. In het proces wordt geen biogas geproduceerd. Bioelektra geeft zelf aan dat de biomassa die uit de installatie komt ook ingezet kan worden als compost of bemestingsstof, maar dat dit afhankelijk is van wet- en regelgeving. In Nederland is door wet- en regelgeving inzet van compost of bemestingsstof uit restafval niet toegestaan. Dit betekent dat de biomassa verbrand wordt in kalkcementovens of in een AVI met energieterugwinning.

Het residu dat uit de installatie in Polen komt, wordt op dit moment gestort, mogelijk kan dit residu in Nederland een nuttigere toepassing krijgen. Dit vereist aanvullend onderzoek. Milieuresultaat In de praktijk is via het proces van Bioelektra netto circa 15% tot 20% van het restafval beschikbaar voor recycling. Dit betreft dan kunststofverpakkingen, metalen en glas. Verder is er een stroom van circa 25% pre RDF en SRF (dit zijn hoogcalorische bestandsdelen van restafval) die na te zijn gedroogd, geshredderd en gebaald als brandstof ingezet kan worden. Ook is er sprake van een biomassa fractie van circa 32%. Deze wordt in de praktijk veelal verbrand en toepassing ervan in Nederland als compost is juridisch (vooralsnog) niet mogelijk. Verder kent het proces een vochtverlies van circa 17%-18%. Dit vocht (stoomcondensatie) kan worden afgevangen en eventueel ook worden hergebruikt. Door dit vochtverlies zijn de SRF, RDF en biomassa-fracties hoger van calorische waarde. Stroom

Percentage uitsortering

Kg per inwoner Papendrecht

Kunststoffen

7%

15

Metalen

3%

6

Glas

5%

10

Biomassa

32%

71

pre-RDF en SRF

25%

54

Inert

7%

15

Residu

4%

9

Vochtverlies

18%

40

TOTAAL

100%

221

18 mei 2021

BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

27

De hoeveelheid restafval wordt met 15% materiaalrecyclebles gereduceerd en 18% vocht. Wanneer ook de biomassa fractie een hergebruikstoepassing zou kunnen, krijgen dan komt daar nog eens 32% bij. Ook de inerte fractie zou mogelijk een met bodemassen vergelijkbare toepassing kunnen krijgen. In potentie is er in theorie derhalve sprake van een potentiële reductie van het restafval van circa 70%. Aandachtspunt bij de kunststoffen is de verharding van het PET waardoor het shredderen met zwaardere apparatuur dient plaats te vinden dan bij regulier uitgesorteerd PET. Kosten De investeringen in de sterilisatietechnologie worden geraamd op € 350-450 per ton verwerkingscapaciteit. Bij 100.000 ton betekent dit dus € 3,5 – 4,5 miljoen. Verdere opwerkstappen zijn daarna nog noodzakelijk. Afhankelijk van aanvullende verwerkingstechnieken (biomassastook voor stoomproductie, elektriciteitsproductie) loopt de investering verder op. Poorttarieven lijken vergelijkbaar of goedkoper dan die van verbrandingsinstallaties, maar zullen ook situationeel afhankelijk zijn. Andere gemeenten hebben indicatieve poorttarieven gehoord van € 70 tot 100 per ton. De installatie kan volledig commercieel worden gefinancierd hetgeen betekent dat Papendrecht dus geen eigen investeringen hoeft te doen. Service Het Bioelektra proces kent geen specifieke eisen aan gescheiden inzameling. PMD kan bij het restafval.

Gelet op de juridische beperkingen van de inzet van biomassa wordt er vooralsnog vanuit gegaan dat het GFT via brongescheiden inzameling blijft plaatsvinden om via die weg de organische fractie te vergisten en/of te composteren. Wanneer de kwaliteit van brongescheiden GFT te laag is om te kunnen vergisten/ composteren, is er geen technische belemmering om de gescheiden inzameling van GFT af te schaffen en via de techniek van Bioelektra te verwerken. Uitvoerbaarheid De installatie wordt modulair opgebouwd met autoclaven waarin circa 3 ton afval verwerkt kan worden. Voor een haalbare operationele schaal is een minimale schaal van 50.000 tot 70.000 ton gewenst. Qua opschaalbaarheid worden veelvouden van 180.000 ton geprefereerd door Bioelektra. Voor de bouw (exclusief vergunningstraject) dient een termijn van 1-2 jaar te worden gehanteerd. De terugverdientijd ligt op circa 7-10 jaar. Risico’s die van toepassing zijn op dit concept hebben betrekking op: • Trackrecord: de techniek wordt in Polen op beperkte schaal toegepast. Bioelektra is momenteel wel in meerdere landen actief om te komen tot een grotere installatie, maar door Corona zijn procedures hieromtrent vertraagd. • Het poorttarief lijkt vergelijkbaar of goedkoper dan die van verbrandingsinstallaties, maar is onvoldoende duidelijk en sterk afhankelijk van aanvullende gewenste modules als biomassastookcentrale.

• De afzet van de biomassastroom dient te worden ontwikkeld aangezien deze juridisch niet als meststof mag worden ingezet. Ook de afzet van de PET-stroom verdient extra aandacht als gevolg van verharding van het materiaal. Toepassing In Polen is in 2016 een testinstallatie neergezet waarin nu ongeveer 50.000 ton huisvuil op jaarbasis kan worden verwerkt. Er is nog geen uitgewerkt plan voor de Nederlandse markt.

18 mei 2021

BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

28

4.2.5

Chemische recycling

Toelichting verwerkingsproces Mechanische recycling is op dit moment het meest gangbaar onder afvalverwerkers. De afgelopen jaren komt ook chemische recycling steeds meer in beeld. Bij chemische recycling worden polymeren geheel of gedeeltelijk afgebroken tot de oorspronkelijke bouwstenen. Chemische recycling komt vooral in beeld voor afvalstromen die niet of moeilijk mechanisch te recyclen zijn. Chemische recyclingtechnieken variëren van het afbreken van kunststof verpakkingen naar de kleinste chemische bouwstenen (vergassing) tot, iets minder vergaand, het afbreken naar moleculaire tussenstappen uit de kunststof productieketen (depolymerisatie, pyrolyse). Deze verschillende technieken bieden onder meer een oplossing voor de afnemende kwaliteit van de polymeerketens na iedere cyclus van mechanische recycling. Het KIDV onderscheidt vier hoofdtechnieken voor chemische recycling: solvolyse, depolymerisatie, vergassing en pyrolyse 13.

Milieuresultaat In het huidige landelijke afvalbeheerplan (LAP3) worden uit voorzorg alle vormen van chemische recycling gezien als aantrekkelijker dan verbranding met energieterugwinning en als minder aantrekkelijk als alle vormen van mechanische recycling. Dit werd gedaan omdat er destijds nog weinig informatie over chemische recycling beschikbaar was en dat chemische recycling veel energie kost. Nieuwe onderzoeken wijzen uit dat sommige vormen van chemische recycling milieukundig gelijkwaardig kunnen scoren aan mechanische recycling. Voordelen van chemische recycling kunnen zijn dat: • Laagwaardige afvalstromen kunnen worden verwerkt tot nieuwe hoogwaardige grondstoffen • Vervuilingen uit afvalstromen goed verwijderd kunnen worden via chemische recycling • Teruggewonnen grondstoffen via chemische recycling goed afzetbaar zijn Chemische recycling is op dit moment vooral nog aanvullend op mechanische recycling: bijvoorbeeld voor verwerking van uitgesorteerde laagwaardige (kunststof)stromen die nu niet verder gerecycled kunnen worden en in een verbrandingsoven belanden. 13

KIDV, 2018. Chemische recycling van kunststof verpakkingen. Analyse en mogelijkheden voor opschaling.

18 mei 2021

BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

29

Kosten Het ontwikkelen van chemische recyclinginstallaties is kapitaalintensief. De investering bedraagt ordegrootte € 1 miljoen per 1.000 ton verwerkingscapaciteit. Vaak wordt aan overheden (vooral Rijk en provincies) gevraagd risicodragend mee te investeren of te subsidiëren. Naast kapitaalkosten worden de exploitatiekosten overheerst door de operationele kosten, zoals energie en onderhoud. De businesscase is daarnaast sterk afhankelijk van de prijs van de input (het afval) en de opbrengst van de output (de grondstof). Service In de huidige situatie heeft chemische recycling weinig impact op het serviceniveau van afvalinzameling: het wordt vaak toegepast als aanvullende processtap op mechanische recycling (sortering). Uitvoerbaarheid De afgelopen jaren zijn er diverse pilots uitgevoerd naar chemische recycling in Nederland met als input stroom (kunststof)afval. Enkele daarvan worden nu opgeschaald naar commerciële schaal. De onderstaande tabel geeft een overzicht van initiatieven in Nederland. Initiatief

Input

Proces

Schaal

Ontwikkelfase

ICL-IP / Synbra

Piepschuim (EPS)

Solvolyse

Nu: 3 kton Opschaling: 15 kton

Pilot

Ioniqa (Rotterdam)

PET-verpakkingen

Depolymerisatie

Nu: 10 kton Opschaling: 100 kton

Pilot

CuRe / Cumapol (Emmen)

Polyesters / PET

Depolymerisatie

Nu: 1 kton Opschaling: 25 kton

Pilot

Bin2Barrel / IGES (Amsterdam)

Laagwaardige plastics

Pyrolyse

35 kton

In aanbouw

Sabic (Geleen)

Laagwaardige plastics

Pyrolyse

20 kton

In aanbouw

Fuenix / DOW (Weert)

Laagwaardige plastics

Pyrolyse

Nu: 12 kton Opschaling: 100 kton

Pilot

Vergassing

Nu: - kton Opschaling: 360 kton

Concept

Waste-to-Chemistry Afval met koolstof (oa biomassa en plastic) (Rotterdam)

In de Roadmap chemische recycling kunststof 2030 14 staat dat de komende 5 jaar de recyclecapaciteit moet worden opgeschaald van ca 50.000 ton nu naar ca 500.000 ton in 2025 en ruim 1 miljoen ton in 2030. Dat is ambitieus en meer dan de hoeveelheid beschikbaar kunststof(verpakkings-)afval in Nederland. Dit kan leiden tot een flinke toename van de vraag en daarmee ook waarde van (laagwaardige) plastics. Gemeenten gaan daar niks van merken, omdat die alleen een vergoeding voor de inzameling krijgen van Afvalfonds. Op dit moment is het voor gemeenten nog niet mogelijk om direct te leveren aan een chemische recycler. In de toekomst kan dat mogelijk wel, via een eerste mechanische sorteerstap. Meest veelbelovend is in dat opzicht Waste to Chemistry. Die kan een afvalstroom verwerken die lijkt op de hoogcalorische fractie uit huishoudelijk restafval (RDF).

14

Nederland Circulair en VNO-NCW, 2020. Roadmap Chemische Recycling Kunststof 2030 Nederland.

18 mei 2021

BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

30

5

Conclusies en Aanbevelingen

In dit hoofdstuk komen aan de orde: • Conclusies bronscheiding of nascheiding – paragraaf 5.1 • Mogelijkheden nascheiding voor Papendrecht korte termijn (tot 2025) – paragraaf 5.2 • Mogelijkheden nascheiding voor Papendrecht lange termijn (na 2025) – paragraaf 5.3 • Aandachtspunten – paragraaf 5.4

5.1

Conclusies bronscheiding of nascheiding

Papendrecht moet nog een flinke stap zetten om de VANG doelen te halen Op dit moment (peildatum 2019) heeft Papendrecht 213 kg/inw fijn restafval en 19 kg/inw grof restafval. De hoeveelheid restafval in Papendrecht moet nog meer dan gehalveerd worden om de landelijke VANGdoelstelling van maximaal 100 kg/inw restafval in 2020 te halen. Ervaringen in andere Nederlandse gemeenten laten zien dat dit niet met één maatregel lukt. PMD-inzameling is niet kostendekkend in Papendrecht Gemeenten krijgen vanuit de producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingen van Afvalfonds een vergoeding van € 245 per ton om de inzameling van PMD-verpakkingen (vrijwel) kostendekkend te maken. In Papendrecht bedragen de inzamelkosten uit de DVO 2021 € 157.000,- op jaarbasis. De vergoeding bedraagt op basis van de PMD hoeveelheden uit 2020 € 81.000,-. Het systeem is dus niet kostendekkend. Pas bij circa 20 kg/inw PMD is de vergoeding van Afvalfonds toereikend om de inzamelkosten van de huidige DVO volledig te compenseren.

Nascheiding via HVC is voor Papendrecht bijna kostenneutraal en geeft hoger milieurendement Op basis van de huidige DVO-tarieven (2021) en de ingezamelde hoeveelheid PMD in 2020 lijkt het voor Papendrecht zowel op vlak van service, milieu en kosten aantrekkelijk om PMD te gaan nascheiden via de voorscheidingsinstallatie van HVC: • Service: bewoners wordt het makkelijker gemaakt (geen PMD meer scheiden); • Milieu: met bronscheiding wordt 9,5 kg/inw PMD gescheiden en met nascheiding kan potentieel 15 tot 20 kg/inw PMD worden nagescheiden; • Kosten: nascheiden kost iets meer dan bronscheiden (ca € 3 per huishouden).

2020

2019

2018

2017

10 9 8 7 6 5

2016

De afgelopen jaren is er een stijgende trend gezien in de hoeveelheid ingezameld PMD. De pilot in Oostpolder laat zien dat een grotere hoeveelheid (24 kg/inw) mogelijk is. Echter de toegepaste inzamelmethode is duurder dan de huidige methode met zakken. Algemeen geldt dat hoe meer PMD (in kg/inw) er brongescheiden wordt, hoe meer financieel voordeel dat geeft (ook t.o.v. nascheiding).

PMD (kginw)

Disclaimers hierbij zijn de niet meegenomen mogelijke extra inzamelkosten voor restafval (met PMD) en effecten op inzamelresultaten van andere brongescheiden stromen.

Met nascheiding als maatregel alleen gaat Papendrecht de VANG-doelen ook niet halen De afgelopen 10 jaar de hoeveelheid fijn restafval in Papendrecht jaarlijks gestaag met zo’n 6 kg/inw is gedaald. In 2019 bedroeg de hoeveelheid fijn restafval nog 213 kg/inw. De landelijke VANG-doelstelling van 100 kg/inw restafval blijft daarom voor Papendrecht voorlopig buiten bereik.

18 mei 2021

BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

31

Via “traditionele nascheiding” via bijvoorbeeld OMRIN of Attero zou de gemeente Papendrecht wel flinke stap richting de 100 kg/inw kunnen zetten: op basis van resultaten van OMRIN-gemeenten kan de hoeveelheid restafval dalen naar ca 150 kg/inw. Niet alle nagescheiden stromen worden daarbij ingezet voor hergebruik: een deel wordt ingezet voor energieopwekking via biobrandstofpellets. Naast nascheiding zijn dus aanvullende maatregelen nodig om in de buurt te komen van de landelijke VANG-doelstelling. Er zijn ook andere opties: de pilot Oostpolder laat zien dat via omgekeerd inzamelen ook een reductie van de hoeveelheid restafval tot ca 155 kg/inw haalbaar is. Sorteerkosten voor nascheidingsvarianten PMD+ en Droog & Herbruikbaar (te) hoog De systemen PMD+ en Droog & herbruikbaar maken het voor bewoners makkelijker om grondstoffen te scheiden: veel droge grondstoffen mogen in één container. Om deze droge grondstoffen uiteindelijk te kunnen recyclen, moeten deze uitgesorteerd worden naar specifieke grondstofstromen. Uit de globale businesscase blijkt dat de sorteerkosten een belemmering vormen om dit concept rendabel te maken. Mocht Papendrecht voor dit type nascheidingsvariant willen kiezen, zal eerst moeten worden onderzocht of de sorteerkosten naar een lager niveau kunnen om de businesscase rond te kunnen rekenen.

Innovatievere oplossingen pas op termijn van 5+ jaar implementeerbaar Er zijn enkele innovatieve oplossingen beschouw zoals REnescience, Bio-Elektra en verschillende vormen van chemische recycling. Deze kunnen allemaal bijdragen aan een optimalere vorm van nascheiding voor Papendrecht (lagere kosten, hogere service en hoger milieuresultaat). Op dit moment zijn de innovatievere nascheidingsvarianten nog niet op de Nederlandse markt beschikbaar. Het is daarbij ook niet realistisch om te verwachten dat dit voor 2025 wel het geval zal zijn. Papendrecht kan hier alleen op de lange termijn gebruik van maken.

5.2

Mogelijkheden korte termijn (tot 2025)

Indien de gemeente Papendrecht op korte termijn wil overschakelen op nascheiding, dan kan dat. Daartoe lijken er twee haalbare opties te zijn: 1. Nascheiding via de VSI van HVC in Alkmaar 2. Nascheiding via een te contracteren “traditionele nascheider” 1. Voor de hand liggende optie: nascheiding via HVC in Alkmaar Via de huidige DVO met HVC zou de gemeente Papendrecht ook het ingezamelde restafval van de laagbouw via de voorscheidingsinstallatie (VSI) van HVC in Alkmaar kunnen laten nascheiden. Een globale doorrekening laat zien dat dit kostentechnisch mogelijk is (waarschijnlijk budgetneutraal), een hoger milieuresultaat oplevert (ca 9,5 kg/inw PMD via bronscheiding en 15 tot 20 kg/inw PMD via nascheiding) en een hoger serviceniveau (bronscheiden van PMD is niet meer nodig). 2. Terugvaloptie: contractering van een “traditionele nascheider” Een hoger milieuresultaat (meer stromen nascheiden) kan via nascheiding met OMRIN en/of Attero. Die scheiden naast PMD ook andere stromen na in combinatie met vergisting van de organisch natte fractie (ONF). Zo kan de hoeveelheid restafval worden teruggedrongen tot ca 150 kg/inw tegen een (waarschijnlijk) ongeveer vergelijkbaar verwerkingstarief. Omdat deze nascheidingsinstallaties in het noorden van het land liggen, zijn de transportkosten waarschijnlijk wel relatief hoog.

Omdat Papendrecht aandeelhouder van HVC is, heeft Papendrecht een aanleververplichting van restafval aan HVC. Contractering van een andere verwerker buiten HVC om is daarom in de praktijk niet mogelijk / moeilijk. HVC werkt voor de verdere sortering van de PMD-stroom uit de VSI samen met OMRIN. Mogelijk kan via HVC ook voor verdere sortering van andere stromen samenwerking met bijvoorbeeld OMRIN en/of Attero zoeken. Nader onderzoek naar deze mogelijkheid moet nog plaatsvinden. 18 mei 2021

BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

32

5.3

Mogelijkheden lange termijn (na 2025)

Er zijn verschillende mogelijkheden voor de gemeente Papendrecht om op de langere termijn in te zetten op nascheiding (naast de twee opties genoemd in paragraaf 5.2 die ook al op kortere termijn te realiseren zijn). Voor de mogelijkheden op lange termijn is het uitgangspunt dat er een nieuwe nascheidingsinstallatie moet komen waar de gemeente Papendrecht gebruik van kan maken. Uit de inventarisatie van verschillende nascheidingstechnieken (zie paragraaf 4.2) blijkt dat voor de meest gangbare nascheidingsinstallaties een schaalgrootte van minimaal 120.000 tot 150.000 ton restafval nodig is. Zoveel restafval heeft de gemeente Papendrecht zelf bij lange na niet (ca 7.000 ton). De gemeente kan op verschillende manieren toch de totstandkoming van een nieuwe nascheidingsinstallatie actief stimuleren: • Optie 1: Schaal zoeken samen met HVC: samenwerking met regiogemeenten en HVC • Optie 2: Schaal zoeken samen met (regio-)gemeenten • Optie 3: Aanbesteden nascheiding • Optie 4: Inzetten op een lokale oplossing op schaal Papendrecht NB. Vanwege de ballotage-overeenkomst die Papendrecht en HVC hebben gesloten (zie paragraaf 5.4), waarin een aanleverplicht is opgenomen voor brandbaar restafval, ligt een nascheidingsoplossing zonder betrokkenheid van HVC niet/minder voor de hand. Dit is van toepassing bij opties 2 t/m 4. 1.

Schaal zoeken samen met HVC: samenwerking met regiogemeenten en HVC In de onderstaande tabel staat een overzicht van gemeenten in de regio die al dan niet hun restafval via HVC verwerken en de hoeveelheid restafval die in 2019 in deze gemeenten beschikbaar was: Restafval bij HVC-gemeente in regio (ton)

Restafval bij overige gemeenten in regio (ton)

Dordrecht

25.527 Alblasserdam

3.670

Hardinxveld-Giessendam (WL)

3.311 Barendrecht

12.812

Hendrik-Ido-Ambacht

7.395 Gorinchem (WL)

7.515

Papendrecht

6.845 Molenlanden (WL)

7.772

Sliedrecht

4.817 Ridderkerk

9.931

Zwijndrecht

9.082 Vijfheerenlanden (WL)

11.192

TOTAAL

56.977 TOTAAL

52.892

Bij al deze gemeenten in de regio is in totaal bijna 110.000 ton aan restafval beschikbaar. Samen met het PMD dat nu nog wordt brongescheiden, wordt de ondergrens bereikt van ruim 120.000 ton die minimaal nodig is om een nascheidingsinstallatie te realiseren. Door de samenwerking te zoeken met de HVCgemeenten en andere samenwerkingsverbanden in de regio (zoals de Waardlanden, WL in tabel) kan gezamenlijk mogelijk de minimaal benodigde schaalgrootte bereikt worden. HVC Dordrecht is dan de logische verwerkingslocatie in de regio en HVC zou het voortouw kunnen nemen om deze optie nader te onderzoeken, eventueel gecombineerd met bronscheiding van PMD. Bij de betreffende gemeenten en HVC moet nader onderzocht worden of dit een haalbare optie is. 2. Schaal zoeken samen met (regio-) gemeenten Mocht de eerste optie niet haalbaar blijken, dan zou Papendrecht zich ook kunnen aansluiten bij initiatieven van (groepen) andere gemeenten. De gemeente Den Haag zoekt bijvoorbeeld ook naar 18 mei 2021

BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

33

nieuwe hoogwaardige vormen van afvalverwerking van restafval (gebaseerd op nascheiding) en de in paragraaf 4.2.2 genoemde groep Brabantse gemeenten zijn bezig om gezamenlijk een nascheidingsinstallatie te realiseren. De Brabantse groep gemeenten heeft daartoe zojuist een marktconsultatie afgerond. Gezien de ballotage-overeenkomst zou het overblijvende brandbare restafval vervolgens door HVC verwerkt kunnen worden. Met HVC zouden hierover afspraken gemaakt moeten worden. 3. Aanbesteden nascheiding Als het niet lukt om via HVC of samen met andere gemeenten een gezamenlijke nascheidingsinstallatie te realiseren, zou Papendrecht het nascheiden van restafval Europees kunnen aanbesteden. Dit is gezien de ballotage-overeenkomst met HVC geen voor de hand liggende oplossing. Het Papendrechtse aandeel brandbaar restafval dat resteert uit het nascheidingsproces zou dan kunnen worden geleverd aan HVC voor verdere verwerking, zodat toch aan de aanleverplicht voor restafval uit de ballotage-overeenkomst kan worden voldaan.

Dit is een geen voor de hand liggende optie en heeft alleen zin als: • er marktpartijen zijn die een significant groter deel van het restafval kunnen uitsorteren in recyclebare grondstoffen dan HVC, • er overeenstemming met HVC kan worden bereikt voor deze constructie, • deze constructie financieel ook acceptabel is (dat is onwaarschijnlijk gezien de vergoedingenstructuur van Afvalfonds, de extra processtappen en extra transport). Voor de aanbesteding is een marktconsultatie noodzakelijk om te valideren of deze constructie (financieel) haalhaar is en hoe de gemeente de constructie het beste kan uitvragen. De aanbesteding moet dan uiterlijk begin 2024 worden gepubliceerd. Medio 2023 moet de gemeente dan uiterlijk besluiten om dit traject in te zetten met instemming van HVC. 4. Inzetten op een lokale oplossing op schaal Papendrecht Een andere optie is dat de gemeente een lokale partner zoekt die op kleine schaal het afval uit Papendrecht kan sorteren. Een verwerkingscapaciteit van circa 4 ton/uur o.b.v. een 40-urige werkweek is dan noodzakelijk. De pilotlijn voor PMD+ in Almere werkt op een dergelijke schaal (ca 2 tot 3 ton/uur). De uitgesorteerde stromen kunnen vervolgens via HVC weer verder worden verwerkt. Grootste aandachtspunten zijn het sorteertarief, kwantiteit uitgesorteerde stromen (uitsorteerpercentage) en kwaliteit uitgesorteerde stromen (afzetbaarheid).

Via een quickscan (bijvoorbeeld o.b.v. KvK- of LISAdata) kunnen afvalbedrijven in de regio in beeld worden gebracht. Met potentieel passende bedrijven kan een kennismakingsgesprek worden gevoerd om interesse en mogelijkheden te peilen. Daarna kan de gemeente eventueel beslissen deze optie verder uit te werken met instemming van HVC.

5.4

Aandachtspunten

De volgende aandachtspunten zijn relevant: 1. Huidige systeem bronscheiding van PMD is niet optimaal 2. EU en Rijk lijken voorkeur te hebben voor bronscheiding: wat betekent dat voor gemeenten 3. Ballotage-overeenkomst beperkt de mogelijkheden – afhankelijk van HVC 4. Schaalgrootte is belangrijk: schaal Drechtsteden is zelfs aan de kleine kant 5. Goede bronscheiding is ook een succesfactor voor effectieve nascheiding 6. Invoering van diftar i.c.m. zorgt voor enkele complicaties (op vlak van registratie/weging)

18 mei 2021

BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

34

Huidige systeem bronscheiding van PMD is niet optimaal Het huidige systeem op basis van vierwekelijkse zakkeninzameling is niet aantrekkelijk voor Papendrecht: • het milieuresultaat is relatief mager (in 2019 behoorde Papendrecht tot de 5% gemeenten met het minste brongescheiden PMD in Nederland – van de gemeenten die PMD scheiden) • het is relatief duur: inzamelen en verwerken als restafval is goedkoper • de service is relatief laag: inzameling slechts vierwekelijks en via zakken De pilot de wijk Oostpolder laat zien dat het ook anders kan. Met een hoger serviceniveau is 24 kg/inw PMD ingezameld. Dat is ongeveer gelijk aan de landelijke mediaan voor bronscheiden van PMD (26 kg/inw). Hier zit dus nog potentieel voor Papendrecht. Er moet dus wat gebeuren: of het systeem voor bronscheiding verbeteren of afschaffen en kiezen voor nascheiding. Doorgaan op de huidige weg is geen effectieve oplossing. EU en Rijk lijken voorkeur te hebben voor bronscheiding: wat betekent dat voor gemeenten In hoofdstuk 2 zijn de verwachte ontwikkelingen geschetst voor de komende jaren. Daaruit valt op te maken dat zowel Europa als het Rijk sterk inzetten om de hoeveelheid afvalscheiding en recycling te verhogen.

Op basis van beleidsstukken (zoals de Kaderrichtlijn Afval, LAP3 en VANG) en in te zetten beleidsinstrumenten (zoals de verbrandingsbelasting, CO2-heffing producentenverantwoordelijkheid) lijkt er vanuit Europa en het Rijk een voorkeur te zijn voor bronscheiding. De vraag is hoe die mogelijke beleidsvoorkeur voor bronscheiding (financieel) gaat uitwerken voor gemeenten die kiezen voor nascheiding. Ballotage-overeenkomst beperkt de mogelijkheden – gemeente afhankelijk van HVC De huidige DVO met HVC loopt af in 2025. Dat is een geschikt moment om (grotere) wijzigingen door te voeren in de dienstverlening. De gemeente Papendrecht heeft een zogenaamde ballotage-overeenkomst met HVC heeft gesloten. De ballotageovereenkomst is een toelatingsovereenkomst waarin de rechten en plichten tussen de vennootschap HVC en de aandeelhouders van HVC zijn geregeld. Alle aandeelhouders van HVC, waaronder de gemeente Papendrecht, hebben deze overeenkomst getekend. Vanuit de rol van HVC als uitvoeringsinstantie van publieke (afvalzorg) taken zijn daarin onder andere de aanbiedingsplicht van eigen huishoudelijk restafval aan HVC vastgelegd (voor onbepaalde tijd).

De ballotage-overeenkomst beperkt de mogelijkheden van de gemeente Papendrecht in het zoeken van de optimale oplossing voor nascheiding van restafval: HVC moet de nascheiding van restafval verzorgen of HVC moet instemmen met een andere oplossing buiten HVC om. Schaalgrootte is belangrijk: schaal Drechtsteden is zelfs aan de kleine kant Voor de beschouwde opties voor nascheiding is voldoende schaalniveau belangrijk. Het schaalniveau van de Drechtsteden is voor Papendrecht een “logische” schaalgrootte. Deze schaalgrootte is echter voor de meeste opties te klein (moet minimaal een factor twee groter). Met HVC(gemeenten) kan wel voldoende schaal worden gehaald. HVC is derhalve een logische partner om een nascheidingsinstallatie in de regio te realiseren. De andere (HVC)gemeenten moeten dan wel ook een afvalbeleid voeren waarbij nascheiding een rol speelt om de (scheidings-)doelen te behalen. Goede bronscheiding is ook een succesfactor voor effectieve nascheiding Met de huidige nascheidingstechnieken kunnen niet alle deelstromen uit (rest)afval goed worden nagescheiden. De komende jaren zal dat ook niet het geval zijn. De beste resultaten worden daarom gehaald door een combinatie van succesvolle bronscheiding en hoogwaardige nascheiding. De huidige mechanische nascheiding gaat beter wanneer GFT (met name keukenafval) goed wordt brongescheiden.

Met een schone en doge restafvalstroom kunnen materialen beter uit het restafval worden uitgesorteerd.

18 mei 2021

BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

35

In een circulaire economie is kwaliteit van een grondstof ook heel belangrijk. Textiel, papier/karton en GFT zullen de komende tijd daarom nog zoveel mogelijk brongescheiden moeten worden. Invoering van diftar i.c.m. zorgt voor enkele complicaties (op vlak van registratie/weging) Eén van de conclusies is dat het treffen van één maatregel in de regel onvoldoende is om de landelijke doelstelling van maximaal 100 kg/inw restafval te halen. Dat geldt ook voor de maatregel “nascheiding”. Op basis van de installatie van OMRIN zou dan het maximaal haalbare ordegrootte 150 kg/inw overblijvend restafval zijn. Niet alle uitgesorteerde stromen worden dan ingezet t.b.v. recycling. Naast nascheiding zijn dus extra maatregelen nodig om te kunnen voldoen aan de landelijke doelstelling. Een voor de handliggende maatregel is dan de invoering van diftar (ook wel Recycletarief genoemd in HVC-gemeenten). Meest toegepaste vorm van diftar is het “volume-frequentie” systeem waarbij inwoners betalen op basis van het volume aangeboden afval (bijvoorbeeld een minicontainer van 140 liter of een 60 liter zak in een ondergrondse container). Omdat bij nascheiding een volume-frequentie systeem niet werkt (het PMD heeft immers veel volume en zit nog in het restafval), is het effectiever te kiezen voor een diftar systeem gebaseerd op gewicht. De hoeveelheid aangeboden afval wordt dan gewogen.

Aan de invoering van een diftarsysteem op basis van gewicht kleven in de praktijk wel enkele bezwaren. Het wegen van minicontainers gaat in de praktijk vaak goed. Het wegen van een inworp in een ondergrondse container gaat in de praktijk vaak minder goed en is ook behoorlijk kostbaar. In iedere ondergrondse restafval container moet dan een weegunit komen die ook regelmatig wordt gecontrolleerd en gecalibreerd. In de praktijk gaat dat niet altijd goed. Daarom worden vaak alleen de aangeboden minicontainers gewogen in een gemeente en niet restafval dat via ondergrondse containers wordt aangeboden (van de hoogbouw). Ongeveer 34% van de aansluitingen (hoogbouw) kan in Papendrecht dan niet meedoen met een effectieve vorm van dftar.

18 mei 2021

BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

36

Afkortingen AEB Afval Energie Bedrijf (afvalbedrijf van de gemeente Amsterdam) AVR Afvalverwerking Rijnmond (geprivatiseerd afvalbedrijf) AVU Afvalverwijdering Utrecht (samenwerkingsverband van Utrechtse gemeente t.b.v. verwerking) D&H Droog en Herbruikbaar (specifieke afvalstroom uit twee pilots in HVC-gemeenten) DVO Dienstverleningsovereenkomst GFT Groente, Fruit en Tuinafval HVC Huisvuilcentrale (overheidsbedrijf voor afvalverwerking en energieproductie) KSI Kunststof Sorteerinstallatie KIDV Kennisinstituut Duurzaam Verpakken KvK Kamer van Koophandel LAP3 Landelijk Afvalbeheerplan – versie 3 LISA Landelijk Informatie Systeem Arbeidsorganisaties (database met bedrijfsvestigingen en banen) OMRIN Afvalbedrijf uit Noord-Nederland. Omrin is het Friese woord voor kringloop ONF Organisch Natte Fractie (deelstroom uit nascheidingsproces) PBL Planbureau voor de Leefomgeving PMD Plastic, Metalen en Drankenkartons PMD+ Plastic, Metalen en Drankenkartons + andere droge grondstoffen (pilot project in Almere) RDF Refused Derived Fuel (hoogcalorisch bestandsdeel in restafval) RKN Regie Kunststoffen Nederland SDE Stimulering Duurzame Energieproductie (subsidie van het Rijk t.b.v.

duurzame energieopwekking) SRF Solid Recoverd Fuel (hoogcalorisch bestandsdeel in restafval geschikt als secundaire brandstof) VANG Van Afval Naar Grondstof VSI Voorscheidingsinstallatie WHA Woonhuis aansluiting (één huishouden)

18 mei 2021

BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/350/documents/5590