Bijlage 3.1 - Merwehoofd vastgesteld toelichting.pdf
Tekst van het document
MERWEHOOFD Papendrecht bestemmingsplan 29 september 2022
1/2
Merwehoofd
Papendrecht
bestemmingsplan
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.0590.merwehoofd‐3001
07‐06‐2021 03‐11‐2021 07‐06‐2022 29‐09‐2022
concept voorontwerp ontwerp vastgesteld
projectnummer:
20201339 opdrachtleider:
R.A. Sips
Weena 505 Postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: info@rho.nl
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
3
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Plangebied
8
1.3
Vigerend bestemmingsplan
8
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
11
2.1
Huidige situatie
11
2.2
Toekomstige situatie
11
Hoofdstuk 3
Beleidskader
13
3.1
Rijksbeleid
13
3.2
Provinciaal beleid
17
3.3
Gemeentelijk beleid
20
Hoofdstuk 4
Sectorale aspecten
25
4.1
Algemeen
25
4.2
Verkeer en parkeren
25
4.3
Archeologie en cultuurhistorie
28
4.4
Flora en fauna
30
4.5
Waterparagraaf
32
4.6
Bodem
39
4.7
Geluid
40
4.8
Luchtkwaliteit
42
4.9
Bedrijven en milieuzonering
44
4.10
Externe veiligheid
45
4.11
Kabels- en leidingen
48
4.12
Duurzaamheid
48
4.13
M.e.r.-beoordeling
49
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
51
5.1
Economische uitvoerbaarheid
51
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
51
Hoofdstuk 6
Juridische planopzet
57
6.1
Planvorm
57
6.2
Uitleg van de planregels
57
Rho adviseurs voor leefruimte
4
Rho adviseurs voor leefruimte
TOELICHTING
7
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de zuidwestzijde van Papendrecht ligt het Merwehoofd. Deze buurt ligt aan de Merwede uitkijkend op Dordrecht. Op de kruising van de Slobbengorsweg en Bolwerk ligt een braakliggend terrein dat ontwikkeld gaat worden. De ontwikkeling betreft het realiseren van een woontoren van maximaal 13 bouwlagen en maximaal 42 meter hoogte. In 2005 is het bestemmingsplan Rivieroevers vastgesteld. Ter plaatse van de ontwikkelingslocatie geldt de bestemming 'Woondoeleinden'. Tevens is bepaald dat de maximale hoogte 45 meter (W45) bedraagt. Rondom de bestemming Woondoeleinden gelden de bestemmingen Verblijfsgebied (VG) en Water (WA). De beschreven architectonische uitwerking past niet binnen de bestemming Woondoeleinden (zie binnenste blauwe lijn – figuur 1.1). De blauwe stippeltjeslijn betreft de huidige bestemmingsplangrens. De groene stippeltjeslijn betreft drie meter die op grond van artikel 8 lid 1 van het bestemmingsplan 'Rivieroevers' gebruikt had mogen worden als het college van burgemeester en wethouders was overgegaan tot vaststelling van een wijzigingsplan. Met de vaststelling van de beheersverordening 'Rivieroevers' in 2016 kon per abuis geen gebruik meer worden gemaakt van deze wijzigingsbevoegdheid. De ontwikkeling is niet passend binnen het vigerende bestemmingsplan, daarom wordt er een projectbestemmingsplan opgesteld.
Ter volledigheid is de rode streepjeslijn de rooilijn van de bestaande bebouwing.
Figuur 1.1 Plan met oude bestemmingsplangrenzen Rho adviseurs voor leefruimte
8
1.2
Plangebied
Het plangebied ligt in het zuidwesten van Papendrecht, op 250 meter van de rivier Merwede. Het plangebied ligt in de buurt Westeind. Onderstaande kaart geeft de locatie weer van het plangebied.
Figuur 1.2 Locatie plangebied woontoren Merwehoofd
1.3
Vigerend bestemmingsplan
De volgende plannen zijn vigerend in het plangebied:
Bestemmingsplan Rivieroevers (vastgesteld 30 juni 2005); Beheersverordening Rivieroevers (vastgesteld 28 januari 2016); Parapluplan parkeren (vastgesteld 8 november 2018).
Op de locatie ligt de bestemming Woondoeleinden (W) met een maximale bouwhoogte van 45 meter. Tevens ligt er op deze bestemming de aanduiding Ondergrondse Parkeervoorziening. Naast de woondoeleindenbestemming ligt de bestemming Water (WA). Het witte vlak bestaat uit Verblijfsgebied (VG).
Rho adviseurs voor leefruimte
9
Figuur 1.3 Plangebied bestemmingsplan Rivieroevers Voor plannen ouder dan 10 jaar geldt een actualisatieplicht. Daarom heeft de gemeente in 2015 besloten om een beheersverordening vast te stellen (vastgesteld 28 januari 2016). Deze mogelijkheid kan alleen worden gebruikt als in het gebied weinig tot geen planologische veranderingen plaatsvinden dan wel in de toekomst zullen plaatsvinden. Het instrument beheersverordening is dan ook bedoeld om voor planologisch laagdynamische gebieden het bestaande gebruik en de bouwmogelijkheden vast te leggen. De beheersverordening ligt ook over het plangebied. Het parapluplan Parkeren is geldig in het plangebied en vastgesteld op 8 november 2018.
1.4
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan bestaat uit de toelichting, de regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding zijn samen het juridisch bindende gedeelte van het plan, waarin de gebruiks- en bouwmogelijkheden voor de gronden in het plangebied zijn vastgelegd. De inhoud van de regels correspondeert daarbij met de bestemmingen en aanduidingen die op de verbeelding zijn opgenomen. De toelichting vormt het verklarende en onderbouwende gedeelte bij het bestemmingsplan. Hierin komen de volgende onderdelen aan bod: Hoofdstuk 2 Planbeschrijving gaat in op het plangebied en de beoogde ontwikkeling; Hoofdstuk 3 Beleidskader beschrijft het beleidskader voor dit bestemmingplan en toetst of de beoogde ontwikkeling daaraan voldoet; Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten gaat in op de uiteenlopende milieuonderzoeken met betrekking tot de beoogde ontwikkeling; Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid geeft inzicht in de maatschappelijke- en economische uitvoerbaarheid van de ontwikkeling; Hoofdstuk 6 Juridische planopzet omvat de juridische planbeschrijving waarin is vastgelegd hoe de regels zijn opgebouwd.
Rho adviseurs voor leefruimte
10
Rho adviseurs voor leefruimte
11
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Voor het ontwikkelen van het gebied Merwehoofd is in 2005 het bestemmingsplan Rivieroevers opgesteld. In dit bestemmingsplan zijn detailleerde bestemmingen opgenomen. Het gebied waar de ontwikkeling gaat plaatsvinden is bestemd voor wonen of kantoor/praktijkruimte voor aan-huis-gebonden beroepen. Alleen de laatste fase voor de ontwikkeling van het gebied Merwehoofd moet nog worden gerealiseerd. Deze fase betreft het realiseren van een appartementengebouw met een onder gelegen parkeergarage aan de straten Slobbengorsweg en Bolwerk. In deze fase wordt ook de watergang doorgetrokken; de watergang komt om het appartementengebouw te liggen. Op dit moment bestaat de locatie nog uit grasland.
2.2
Toekomstige situatie
De ontwikkeling bestaat uit het realiseren van een woontoren van maximaal 13 verdiepingen en 42 meter hoog. In de woontoren komen appartementen met aan de buitenzijde balkons. De woontoren wordt deels gerealiseerd in een waterpartij. Onderstaande afbeelding geeft een impressie van hoe de woontoren eruit komt te zien (figuur 2.1). Onder het gebouw kan de auto geparkeerd worden. Hier komen 15 parkeerplaatsen. In de plint komt een fietsenstalling waar plek is voor circa 175 fietsen.
Figuur 2.1 Impressie vanaf de waterkant (Rudy Uytenhaak partners architecten, 2021) De woontoren biedt uitzicht over verschillende hoogtepunten in de buurt, zoals het historische Dordrecht en de brug over de Noord. Rho adviseurs voor leefruimte
12
Rho adviseurs voor leefruimte
13
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI, 2020) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.
dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte.
Rho adviseurs voor leefruimte
14
De belangrijkste keuzes zijn: Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit Ruimte voor overgang naar een circulaire economie Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen Wonen is voor dit project het meest relevant. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing Het binnenstedelijk mogelijk maken van woningen is in lijn met de NOVI. Het toevoegen van deze woningen sluit aan bij de woningbehoefte en zorgt voor een toename van de woningvoorraad. De woontoren wordt op een duurzame manier gerealiseerd, bijvoorbeeld door gebruik van zonnepanelen en gasloos bouwen. Deze ontwikkeling sluit aan bij de NOVI.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, geconsolideerde versie 2020) Voor de doorwerking van de Rijksbelangen in plannen van lagere overheden, is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. Het Barro is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden en omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Toetsing Het plangebied ligt buiten het rivierbed van de grote rivieren. Dit is het enige aspect dat in de buurt van de ontwikkeling ligt. Het Barro staat de ontwikkeling niet in de weg.
Figuur 3.1 Grote rivieren
Rho adviseurs voor leefruimte
15
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 sub 2, 2017) Ieder plan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, moet een verantwoording bevatten van de ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6. lid 2 Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Voor projecten binnen bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. De ladder is van toepassing als een plan wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Volgens jurisprudentie is in beginsel pas sprake van een stedelijke ontwikkeling bij plannen voor meer dan 11 woningen. De huidige planologische mogelijkheden zijn vertrekpunt bij de beoordeling of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing In 2005 is het bestemmingsplan Rivieroevers vastgesteld. Ter plaatse van de ontwikkelingslocatie geldt de bestemming Woondoeleinden (zie binnenste rode lijn in onderstaande figuur). Tevens is bepaald dat de maximale hoogte 45 meter (W45) bedraagt. Rondom de bestemming Woondoeleinden gelden de bestemmingen Verblijfsgebied (VG) en Water (WA). De beschreven architectonische uitwerking past niet binnen de bestemming Woondoeleinden. In 2016 is de beheersverordening Rivieroevers vastgesteld.
Dit plan overschrijft het bestemmingsplan Rivieroevers grotendeels. De locatie waar de woonbestemming (op locatie van de ontwikkeling) geldt is echter niet meegenomen in de beheersverordening. De bestemmingen daaromheen, te weten de bestemming Verblijfsgebied en Water zijn wel opgenomen in de beheersverordening. De binnenste rode lijn is de grens van de bestemming woondoeleinden. De buitenste rode lijn is de maximale overschrijding ten behoeve van woondoeleinden als gebruik was gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 8 van het bestemmingsplan 'Rivieroevers'. In figuur 3.2 is de plattegrond met de bestemmingsplanlijnen te zien.
Figuur 3.2 Plattegrond met de bestemmingsplanlijnen
Rho adviseurs voor leefruimte
16
Figuur 3.3 Plangebied bestemmingsplan Rivieroevers (gronden met bestemming Woondoeleinden) Het aantal woningen binnen de woonbestemming (met een oppervlakte van circa 450 m2) is niet begrensd, de bouwhoogte is wel begrenst, namelijk maximaal 45 meter. In de nieuwe situatie worden er maximaal 37 woningen mogelijk gemaakt. Het aantal woningen neemt dus niet toe, alleen het bouwvlak wordt anders gesitueerd. Ook neemt het grondoppervlak met de woonbestemming nagenoeg niet toe. Het gaat om een maximaal bebouwd oppervlak van 473 m2. Hieruit wordt geconcludeerd dat in dit geval geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toch is de behoefte hierna beschreven uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Beschrijving woningbehoefte Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Voor wonen is dat de gemeente Papendracht binnen de regio Drechtsteden. Woningbehoefteraming (WBR 2019) De behoefte blijkt uit de provinciale woningbehoefteraming (WBR).
Bij de bepaling van de behoefte (gewenste woningvoorraadgroei) wordt gewerkt met twee demografisch gestuurde ramingen: 'binnenlands migratiesaldo nul' (WBR) en 'binnenlands migratiesaldo trendmatig' (TR). De provincie stelt eens in de drie jaren het hoogste aantal woningen per regio vast als standaard voor de onderbouwing van de woningbehoefte. Tabel 3.1 Woningbehoefte in de regio
In de periode 2020 - 2030 zijn meer dan 6.600 woningen nodig, waarvan 970 in de gemeente Papendrecht. Er moet ook rekening worden gehouden met planuitval. De provincie gaat ervan uit dat er 30% meer woningen moeten worden gepland om uiteindelijk in 100% van de behoefte te kunnen voorzien. Voor Papendrecht is de behoefte 970 woningen. Om dat te bereiken moeten er in verband met planuitval plannen zijn voor circa 1.260 woningen. Hierbij is geen rekening gehouden met de regionale opgave, waar de gemeente deels invulling aan kan geven. Rho adviseurs voor leefruimte
17
Woondeal zuidelijke Randstad (2019) In de Woondeal zuidelijke Randstad is afgesproken dat het Rijk, de provincie Zuid-Holland en de gemeenten in de regio samen optrekken om de woningbouwproductie te versnellen. Gezien de hoge woningbehoefte hebben alle gemeenten in de zuidelijke Randstad een woningbouwopgave. Om de druk op de woningmarkt te verminderen, moeten er in de periode tot 2025 100.000 woningen extra bijkomen in de zuidelijke Randstad, oplopend tot 230.000 in 2040. Papendrechts woonplan (2019) Met dit plan geeft de gemeente aan hoe ze het goed wonen in Papendrecht ook in de toekomst willen borgen voor onze (toekomstige) inwoners. Tevens geeft de gemeente hiermee op het terrein van wonen uitvoering aan de Groeiagenda 2030 – goed leven in de Drechtsteden en de Regionale woonvisie 2017-2031 – goed wonen in de Drechtsteden. Naast het bouwen van woningen voor de autonome groei wil de gemeente in het kader van de groeiagenda extra woningen bouwen met als doel bij te dragen aan de versterking van de sociaaleconomische positie van de Drechtsteden. Eén van de doelen van de Groeiagenda en de Regionale woonvisie 2017-2031 is het behouden en aantrekken van huishoudens met een hoog inkomen en hoger opgeleiden. De woningvoorraad sluit onvoldoende aan op de vraag van deze groep. Het aanbod aan koopwoningen met een prijs vanaf €250.000,- blijft achter bij de vraag.
Vooral in de prijsklasse €300.000,- tot en met €450.000,- is sprake van een groot gat tussen vraag en aanbod. Dit wil de gemeente meer in evenwicht brengen door meer dure koopwoningen met een prijs vanaf €300.000,- aan de woningvoorraad toe te voegen. De gemeente heeft harde plancapaciteit voor 275 woningen. De locatie Merwehoofd is in de woningbouwportefeuille 2020-2030 opgenomen met 43 meergezinswoningen in de prijsklasse vanaf €300.000,-. Dit betreft harde plancapaciteit. Er is behoefte aan realisatie van de beoogde appartementen.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2020) De provincie zet in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in nationale wet- en regelgeving. Toepassing is van provinciaal belang, daarom is in de verordening een verwijzing opgenomen naar de Rijksladder. Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte. De provincie heeft in haar visie opgenomen dat vraag en aanbod van woningen kwantitatief en kwalitatief in balans moeten zijn. Met behulp van woonmilieus wordt de (ruimtelijke) kwaliteit van verschillende typen wijken en buurten onderscheiden. Hiermee kunnen gemeenten sturen op de kwaliteit van de nieuw geplande en bestaande woon/leefomgevingen om zo het kwalitatieve aanbod in balans te brengen met de kwalitatieve vraag. Toetsing Met woningbouw binnen bestaand stedelijk gebied wordt binnenstedelijke ruimte beter benut. Dit geeft invulling aan de visie.
Rho adviseurs voor leefruimte
18
3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerde versie 2020) In samenhang met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke plannen. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de onderstaande artikelen relevant. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen)(zie toetsing artikel 6.9 voor nadere uitleg kwaliteitskaart); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en; het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c.
als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. 2. Lid 2 is niet relevant omdat de locatie niet ligt in een gebied met een beschermingscategorie. 3. Aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn: a. de aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit (een combinatie van): duurzame sanering van leegstaande bebouwing, kassen en/of boom- en sierteelt; wegnemen van verharding; toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert. b. de onder a genoemde maatregelen worden in beginsel getroffen binnen hetzelfde plangebied als de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat niet mogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen elders in de motivering inzake ruimtelijke kwaliteit worden betrokken; c.
in afwijking van onder b kan het bevoegd gezag in plaats van het treffen van ruimtelijke maatregelen een (gedeeltelijke) financiële compensatie verlangen door middel van een storting in een kwaliteitsfonds, dat is ingesteld op basis van de door provinciale staten vastgestelde regeling voor kwaliteitsfondsen, mits de daadwerkelijke uitvoering van de compenserende ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen afdoende is verzekerd. 4. Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt als bedoeld in het eerste lid bevat een beeldkwaliteitsparagraaf, waarin het effect van deze ontwikkeling op de bestaande kenmerken en waarden wordt beschreven en waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft, voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling: a. waarbij de richtpunten van de kwaliteitskaart in het geding zijn; of b. die is gelegen op gronden binnen een beschermingscategorie als bedoeld in het tweede lid, onder a en b.
Rho adviseurs voor leefruimte
19
Toetsing artikel 6.9 De kwaliteitskaart waarnaar in artikel 6.9 lid 3 sub 1 wordt verwezen is de kaart die bij de Omgevingsvisie hoort en is opgebouwd uit vier lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschapen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. Het plangebied is op de laag van de stedelijke occupatie aangemerkt als 'steden en dorpen'.
Figuur 3.4 Kaartlaag van de stedelijke occupatie Richtpunten: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met "zwaartepunten" in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht. In de plannen wordt rekening gehouden met bovenstaande richtpunten. Het plan is afgestemd op het beeldkwaliteitsplan Merwehoofd (zie bijlage 10 en 11).
In het beeldkwaliteitsplan is een hoogtekaart opgenomen voor de bebouwing op Merwehoofd. Verder wordt de waterstructuur uitgebreid door deze te laten aansluiten op de woontoren. Gelet op de huidige gebiedsidentiteit is sprake van inpassen transformeren.
Rho adviseurs voor leefruimte
20
Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Toetsing Met betrekking tot de ladderonderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3. De locatie ligt binnen bestaand stadsgebied.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Visie op het groenblauwe netwerk Op 12 december 2013 heeft de gemeenteraad van Papendrecht de visie op het groenblauwe netwerk vastgesteld. In deze ruimtelijke visie wordt een ambitie neergezet voor het verder versterken van de groene leefomgeving in Papendrecht. Met deze visie op het groenblauwe netwerk presenteert het college een schets, een mogelijk toekomstbeeld voor de Papendrechtse groen- en waterstructuur. De visie laat zien waar kansen liggen, waar winst te behalen is en welke keuzemogelijkheden er zijn. Met het vaststellen van de visie wordt geen uitvoeringsprogramma vastgesteld. De visie zal gebruikt worden als inspiratiekader bij initiatieven en ontwikkelingen. Toetsing Recent is het gebied Merwehoofd voorzien van een aantrekkelijke openbare ruimte langs de rivier. De kansen in dit gebied liggen bij het beter bereikbaar, beleefbaar en zichtbaar maken van de dijk en de rivier. Het Merwehoofd maakt onderdeel uit van een recreatieve fietsroute langs de rivier vanaf Noordhoek, Aviolandapad, Merwehoofd en Havenhoofd. Bij de ontwikkeling van de woontoren wordt het water doorgetrokken naar de woontoren. Deze watergang wordt ecologisch en duurzaam ingericht wat voor een verbetering zorgt van de waterkwaliteit. Bij de ontwikkeling kan rekening worden gehouden met het aansluiten op de dijk. Op deze manier kan er een verbinding worden gelegd met de rivier.
3.3.2 Parkeernormennota Papendrecht 2018 Vanaf 1 juli 2018 kan er bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, waarbij een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen benodigd is, niet langer gebruik gemaakt worden van het toetsingskader parkeernormen uit de Bouwverordening. Wanneer er in een bestemmingsplan niets is opgenomen over parkeernormen, kan niet worden afgedwongen dat er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Om deze reden is de Parkeernormennota Papendrecht 2018 in het leven geroepen. De gemeente Papendrecht wil de vraag naar parkeergelegenheid op zodanige wijze faciliteren dat de kwaliteit van de openbare ruimte blijft behouden. In de kern is de veroorzaker van de parkeervraag verantwoordelijk voor het realiseren van de benodigde parkeerplaatsen bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Het streven zal altijd zijn om de initiatiefnemer parkeren op eigen terrein te laten realiseren. Indien dit niet mogelijk is wordt gekeken naar andere parkeermogelijkheden.
Rho adviseurs voor leefruimte
21
Toetsing De ontwikkeling voldoet aan de parkeernormennota van de gemeente Papendrecht. In paragraaf 4.2 Verkeer en parkeren wordt dit verder toegelicht. 3.3.3 Welstandsnota Papendrecht De gemeente Papendrecht heeft in 2004 een welstandsnota vastgesteld zoals aangegeven in de Woningwet. Hierin zijn beoordelingskaders opgenomen voor gebieden en objecten, die hun grondslag vinden in de samenhang van het bebouwingsbeeld, stedenbouwkundige kenmerken en landschappelijke structuren. Met de herziening van 2012 wil de gemeente het welstandsbeleid actualiseren en meer afstemmen op de beleving van de burger. Doel van het welstandsbeleid is het welstandstoezicht helder onder woorden te brengen en op een effectieve en controleerbare wijze in te richten. Daarbij is het van belang aanvragers door middel van de welstandsnota van tevoren op de hoogte te stellen van de aspecten die een rol spelen bij de welstandsbeoordeling. Het welstandsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden een rol te geven bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen. Het plangebied ligt in de thematische wijk (figuur 3.5). De thematische wijken van Papendrecht zijn van recente datum en hebben een heldere structuur met gevarieerde woningen die per stedenbouwkundige eenheid worden herhaald.
De gebieden hebben een open en groen karakter door brede straatprofielen, ruime tuinen en enkele grote groenelementen. De architectuur van de woningen is gebaseerd op herhaling in stedenbouwkundige eenheden als clusters en rijen met behoud van de individualiteit. Door de variatie tussen rijen en clusters is het beeld afwisselend. De woningen zijn gericht op de belangrijkste openbare ruimte. Per cluster is de rooilijn in samenhang en verspringt niet. De seriematig gebouwde woningen hebben een gevarieerde en gedifferentieerde opbouw van veelal twee lagen met variërende kappen of drie lagen met plat dak. Hoeken van rijen zijn vaak verbijzonderd met uitbouwen of hebben een extra laag. Het gevelbeeld is gevarieerd. Gevels hebben veelal accenten en een duidelijke horizontale of verticale geleding. Appartementengebouwen hebben diverse vormen en variëren hoogte. De architectuur van de woningen is verzorgd en gebaseerd op herhaling en een afwisselend beeld. De detaillering is zorgvuldig en eenvoudig. Accenten als luifels en structuur in het materiaal komen veel voor. Gevels zijn van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen, soms met houten delen of plaatmateriaal. Het metselwerk heeft vaak vlakken of banen van afwijkende kleur. Kozijnen zijn van hout of kunststof. Samenhangend materiaal- en kleurgebruik is standaard.
De overgang tussen openbaar en privé is vaak zorgvuldig vormgegeven met heggen of lage tuinmuurtjes. Bijzondere elementen zijn de verspreid over de wijk voorkomende gebouwen met bijzondere functies zoals scholen en een enkele supermarkt. Deze gebouwen staan vrij op de kavel en wijken af in massa, vorm en uitwerking. Waardebepaling en ontwikkeling De waarde is vooral gelegen in de eenheid op schaal van de clusters en rijen in combinatie met de variatie op schaal van de wijk. Een andere kwaliteit is de hoeveelheid groenelementen in de wijken. De architectuur is verzorgd en gevarieerd. De dynamiek van de wijken is gemiddeld tot hoog en betreft veelal kleine wijzigingen. Enkele gebieden zijn nog in ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
22
Figuur 3.5 Uitsnede niveaukaart welstand Toetsing Het beleid is gericht op het beheer en de totstandkoming van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden en het aanzien vanuit omringende gebieden. Belangrijk aandachtspunt is het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik. De welstandscriteria van de Thematische wijk waaraan het bouwplan wordt getoetst staan volledig beschreven in de Welstandsnota Papendrecht. Het bouwplan moet aan deze criteria voldoen. 3.3.4 Beeldkwaliteitsplannen Merwehoofd Papendrecht 2000 en 2002 De gemeente Papendrecht heeft in 2000 en 2002 twee beeldkwaliteitsplannen voor het gebied Merwehoofd vastgesteld: het Beeldkwaliteitsplan Voormalig Fokkerterrein Papendrecht 2020 (zie Bijlage 11) en, in aanvulling daarop, het Beeldkwaliteitsplan Openbare Ruimte Merwehoofd Papendrecht 2002 (zie Bijlage 10). Beide plannen zijn destijds opgesteld in nauw overleg met het toenmalige Kwaliteitsteam Drechtoevers, dat toen beschikte over een gedelegeerde welstandsbevoegdheid. Het Beeldkwaliteitsplan is ingedeeld in deelgebieden. Elk gebied heeft eigen componenten van de inrichting met specifieke eisen hierbij. De te ontwikkelen woontoren valt onder deelgebied Lage Waterplein, met daarbij de architectonische uitwerking ensemble M.
Onderstaande afbeelding geeft een overzicht van alle deelgebieden.
Rho adviseurs voor leefruimte
23
Figuur 3.6 Deelgebieden Beeldkwaliteitsplan Merwehoofd Bij de vaststelling van de beeldkwaliteitsplannen in 2000-2002 waren de gedachten over woontoren M nog slechts in globale contouren bekend. Om die reden is in de beide beeldkwaliteitsplannen het ensemble van woontoren M slechts zeer summier uitgewerkt. Het stedenbouwkundig ontwerp voor het Merwehoofd kent drie essenties: 1. Een harmonieuze afstemming in maatvoering, schaal en aanhaking op de bestaande stedelijke en landschappelijke structuur van het 'buitendijkse' gebied van Veerdam en Slobbengors; 2. het realiseren van een openbaar toegankelijk waterfront aan de Merwede en het Drierivierenplein, met een hoge verblijfskwaliteit van de openbare ruimte en een levendige menging van stedelijke functies; 3. eerherstel van de gedeeltelijk gedempte Gantel door de aanleg van een getrapt afwateringsstelsel, met een regenwatervijver, een cascade en een ruime Gantelkolk. Toetsing Het huidige ontwerp bestaat uit één toren. Het accent is verticaal. De toren is op het raakpunt van het talud en water geplaatst en ligt aan de voorzijde gelijk met het maaiveld. Beeldkwaliteitsplannen moeten zo flexibel zijn dat planprocessen er niet door worden gefixeerd. De stedenbouwkundige supervisor kan instemmen met afwijkingen van het beeldkwaliteitsplan, mits het Kwaliteitsteam Drechtoevers daarmee akkoord gaat.
Het huidige ontwerp komt niet volledig overeen met de eisen zoals destijds gesteld in het Beeldkwaliteitsplan. De stedenbouwkundige supervisor begeleid de toetsing van het huidige plan en is akkoord met het plan waar nu voorliggend bestemmingsplan voor wordt opgesteld.
Rho adviseurs voor leefruimte
24
Rho adviseurs voor leefruimte
25
Hoofdstuk 4
4.1
Sectorale aspecten
Algemeen
In dit hoofdstuk worden de sectorale aspecten inzichtelijk gemaakt. Waar nodig dient een vertaling plaats te vinden naar de juridische regeling. Het uitgangspunt hierbij is dat de juridische regeling zowel de ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit voldoende dient te borgen.
4.2
Verkeer en parkeren
Gemotoriseerd verkeer Het plangebied is gelegen aan de Slobbengorsweg. Het gemotoriseerde verkeer kan het plangebied bereiken via de Industrieweg en de Havenstraat. Voor deze wegen geldt een maximum snelheid van 30 km/u. Openbaar vervoer Vanaf de locatie van de ontwikkeling zijn verschillende mogelijkheden van openbaar vervoer. Binnen een straal van 1 kilometer ligt de bushalte Veerdam en de waterbus. De waterbus gaat naar Dordrecht via de Beneden Merwede. Station Dordrecht ligt op 3 kilometer vanaf het plangebied en is gemakkelijk te bereiken met de fiets of lopend. Langzaam verkeer Het fietsverkeer deelt de rijbaan met het gemotoriseerde verkeer. Voor voetgangers zijn er voetpaden langs de wegen rondom het plangebied. Parkeerbehoefte Het aantal parkeerplaatsen in het plangebied dient te voldoen aan de parkeernormen zoals opgenomen in het gemeentelijke parkeerbeleid (Parkeernormennota Papendrecht 2018). Hierin wordt verwezen naar parkeerkencijfers van het CROW. De gemeente Papendrecht heeft voor dit plan afspraken gemaakt over de eisen van parkeren. De gemeente heeft als eis gesteld 1,0 parkeerplaats per woning en 0,3 parkeerplaats per woning voor bezoekers. Tabel 4.1 Parkeerbalans Merwehoofd Aantal woningen Parkeerplaatsen overdekt 37 Parkeerplaatsen niet overdekt 37 Bezoekersparkeerplaatsen 37 Totaal
Rho adviseurs voor leefruimte
Norm 1,0 0,4 0,3 1,7
Totaal 37 15 11 63
26
Naast het plangebied zijn 21 beschikbare parkeerplaatsen, onder andere voor bezoekers (figuur 4.1).
Figuur 4.1 Parkeerplaatsen beschikbaar op maaiveld
Figuur 4.2 Parkeerplaatsen stallingsgarage fase 4 In de stallingsgarage conform opgave gemeente zijn er 27 parkeerplaatsen beschikbaar (figuur 4.2). Verder komen er 15 parkeerplaatsen onder de contour van het gebouw. Dit brengt het totaal aan parkeerplaatsen op 63. Hiermee wordt er voldaan aan de parkeernorm.
Rho adviseurs voor leefruimte
27
Verkeersgeneratie Om de verkeersafwikkeling te beoordelen is de afwikkeling in een spitsuur maatgevend. Bij de berekening van de verkeersgeneratie wordt er onderscheid gemaakt tussen mvt/etmaal weekdag en mvt/etmaal werkdag. Bij de berekening is uitgegaan van 'het slechtste geval'. Uitgaande van 37 woningen binnen het dure koopsegment komt er een kencijfer van 7,1 auto uit per woning uit. Dit aantal is inclusief de bezoekers en de bewoners zelf die gebruik maken van de auto. Het verkeer kan via de Slobbengorsweg en vervolgens via de Havenstraat of Industrieweg het gebied verlaten. In de toekomst komt eventueel een aansluiting via het Bolwerk en Houthaven uit het gebied. Tabel 4.2 Toekomstige verkeersgeneratie Verkeersgeneratie Aantal Kengetal Woningen Totaal
37
7,1
mvt/etmaal weekdag 262,7 263
mvt/etmaal werkdag 291,6 292
De toename aan verkeer kan op deze wegen merkbaar zijn, maar zal naar verwachting niet tot knelpunten leiden. De huidige ontsluitingswegen bieden voldoende capaciteit om deze verkeerstoename goed te verwerken. De verkeersgeneratie voor een weekdag is lijdend en bedraagt 263 mvt/etmaal en voor een werkdag 292 mvt/etmaal. In de prognose van het verkeersmodel voor 2032 laag van de gemeente is de verkeersgeneratie op de Havenstraat 3167 mvt/etmaal en op de Industrieweg 1643 mvt/etmaal. Het is te veronderstellen dat ongeveer de helft van de motorvoertuigen zal kiezen voor een ontsluiting via de Havenstraat en de andere helft gebruik zal maken van de Industrieweg. Dit komt neer op een maximale stijging voor een weekdag van 4,6% op de Havenstraat en 8,8% op de Industrieweg. Een Vuistregel = etmaal te delen door 10 voor een spitsuur. Dan komt dit neer op 26,3 tot 29,2 voertuigen per spitsperiode. Het komt ongeveer neer in de spitsperiode op een toename van 15 auto's op de Havenstraat en 15 auto's op de Industrieweg. Deze aantallen zijn te verwaarlozen en zullen geen verkeersproblematiek veroorzaken. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling niet in de weg.
Rho adviseurs voor leefruimte
28
4.3
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie Toetsingskader De gemeente Papendrecht heeft op basis van de beschikbare onderzoeksgegevens een Archeologische Verwachtingskaart opgesteld. Onderstaande uitsnede geeft de archeologische verwachting weer voor het plangebied. Hier ligt de archeologische verwachting 'Komgebied, Afzettingen van Tiel op Hollandveen/Afzettingen van Gorkum, middelhoge kans, IJzertijd, Romeinse tijd, Middeleeuwen en Nieuwe tijd'.
Figuur 4.3 Uitsnede archeologische verwachtingskaart Zones met een middelhoge verwachting hebben een kleinere kans op het aantreffen van archeologische resten. De aanwezigheid van archeologische vindplaatsen ter plaatse van het komgebied is nog maar ten dele, incidenteel aangetoond. Een verwachting op basis van 'harde' historische gegevens ontbreekt, vanwege de grotere ouderdom van mogelijke archeologische vindplaatsen. Toch is er wel degelijk sprake van potentieel. Onderzoek In opdracht is door IDDS op januari 2022 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied Merwehoofd aan het Bolwerk in Papendrecht, gemeente Papendrecht (zie bijlage 1 voor het volledige onderzoek). Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied waarschijnlijk tot minimaal de 17e eeuw gelegen was in de riviergeul van de Merwede. Door opslibbing kwam het gebied steeds hoger en droger te liggen. Het plangebied bleef echter doorsneden door een watergang, die heeft bestaan tot aan het einde van de 20e eeuw. De zones aan weerszijden van de watergang zijn naar verwachting met minimaal 2,5 m opgehoogd.
Rho adviseurs voor leefruimte
29
Vergelijkbaar met het eerdere onderzoek in de omgeving wordt verwacht dat de natuurlijke ondergrond van het plangebied bestaat uit geulafzettingen bedekt door komafzettingen. Deze afzettingen hebben een lage archeologische verwachting. Er zijn geen aanwijzingen dat het plangebied in de Nieuwe tijd bebouwd is geweest. Bovendien bestaat het merendeel van het plangebied uit een gedempte watergang. Cultuurhistorie Papendrecht wordt voor het eerst in een oorkonde vermeld in 1105 A.D. In hoeverre er toen al sprake was van een nederzetting is echter niet bekend. In 1277 werd op het bevel van Floris V een begin gemaakt met het droogleggen en inpolderen van de achterliggende gebieden. Waarschijnlijk zijn vanaf deze periode de nu nog bestaande dijken binnen het grondgebied van de gemeente Papendrecht ontstaan. Papendrecht was van oorsprong een vrije heerlijkheid van de Van Brederodes. De nederzetting vormde voor het aan de overzijde van de rivier gelegen Dordrecht de toegang tot de Alblasserwaard. Dat was onder andere het geval voor de Rooms-Katholieken, ook wel Papen genoemd, die bij de hier gelegen doorwaadbare plek in de rivier ('tricht' of drecht') overstaken of er een veerdienst onderhielden. De naam Papendrecht kan hierin zijn verklaring vinden. De straatnaam Slobbengorsweg komt van het stuk polder dat de naam Slobben Gors had. Het naastgelegen stuk polder heette Het Eiland.
Papendrecht kent twee dorpskernen, één daar waar de kerk staat, en één ten westen daarvan. Er was sprake van een T-splitsing, de splitsing van de dijk met de Veerweg, alwaar een veerverbinding met Dordrecht was. Een eerste uitbreiding bestond uit en haaks op de dijk aangelegde stoepen en stegen. In 1816 kwam er een einde aan de macht van de zogenaamde vrijheren, zoals Brederode en werd Papendrecht een burgerlijke gemeente met burgemeester en wethouders. Rond die tijd had Papendrecht zo'n 1000 inwoners. In de loop van de 19de eeuw was er sprake van een gestage groei van de bevolking, met name onder invloed van de industriële ontwikkeling aan het eind van deze eeuw. Zo deed onder meer de scheepsbouw zijn intrede. De bevolking ging pas groeien vanaf de jaren zestig. Hierdoor maakte Papendrecht een snelle ontwikkeling door, naar een gemeente met een stedelijke karakter en zo'n 30.000 inwoners. Merwehoofd Het gehele project Merwehoofd brengt Papendrecht met een nieuw en openbaar rivierfront weer terug naar de rivier en meer in contact met de Drechtsteden random het drierivierenplein. Nieuwe cultuurbeleving wordt gecreëerd in dit gebied, zoals bijvoorbeeld de jaarlijkse expositie van beeldhouwkunst langs de boulevard van Papendrecht. Verder wordt de zogenaamde Gantel in ere hersteld.
De historische nevenstroom van de Beneden Merwede, die aanzienlijk was geschonden, zowel door de industrialisatie van het Slobbengors en de kop van de Veerdam, maar ook door de vrij botte amputatie van deze eb-en vloedstroom ten gevolge van het project van de dijk verzwaring. Dit eerherstel vind plaats door middel van het duurzame stelsel voor de afkoppeling van al het hemelwater in het plangebied, dat wordt verzameld in een centrale vijver die een visueel verband legt tussen Gantel en de rivier. Vandaaruit stroomt het water trapsgewijs, via een cascade via de nieuwe Gantelkolk naar de Gantel. Van een doodlopend en vervuild stuk waterloop verandert de Gantel zo in een 'levend' en stromend stuk openbaar water. Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie staan de ontwikkeling niet in de weg. Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied een lage archeologische verwachting heeft, daarom is de dubbelbestemming niet overgenomen uit het voorgaande bestemmingsplan.
Rho adviseurs voor leefruimte
30
4.4
Flora en fauna
Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een ontwikkeling die afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De afstand tot het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Biesbosch bedraagt circa 4,7 kilometer. De afstand tot het meest dichtstbijzijnde NNN bedraagt circa 200 meter.
Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de grote afstand tot natuurgebieden kunnen ook effecten zoals verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten.
Rho adviseurs voor leefruimte
31
Figuur 4.4 Natura 2000 en NNN-gebieden ten opzichte van het plangebied (rood omcirkeld) (bron: Provincie Zuid-Holland) Voor de berekening van stikstofdepositie op stikstofgevoelige gebieden wordt onderscheidt gemaakt in de gebruiksfase en in de realisatiefase. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) regelt een vrijstelling van de vergunningplicht in artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de realisatiefase van bouwwerkzaamheden. Deze vrijstelling geldt alleen voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele andere effecten als gevolg van het project op Natura-2000 gebieden. De vrijstelling is verder uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn). De Wsn en Bsn zijn per 1 juli 2021 in werking getreden. Een berekening voor de realisatiefase is derhalve niet nodig. Deze vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase. Voor de gebruiksfase is een AERIUS-berekening uitgevoerd om negatieve effecten op Natura 2000 uit te sluiten (zie bijlage 5 voor de memo en bijlage 6 voor de berekening van de gebruiksfase). Uit de berekening blijkt dat geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr voor de gebruiksfase van de ontwikkeling. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten.
De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren.
Rho adviseurs voor leefruimte
32
GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van het project moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland In de provincie Zuid-Holland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en voor het op of in de bodem brengen van meststoffen.
In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 6 bij de verordening. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Soortenbescherming Om de mogelijke effecten van het plan op beschermde soorten te onderzoeken, is er een ecologische quickscan opgesteld. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 3 uit deze quickscan blijkt dat effecten op beschermd plant- en diersoorten kan worden uitgesloten. Het planvoornemen is uitvoerbaar binnen het gestelde in de Wet natuurbescherming. Conclusie Het aspect ecologie staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
Wel moeten de maatregelen in acht worden genomen voor aanvang van de bouw om een overtreding van de Wet Natuurbescherming te voorkomen.
4.5
Waterparagraaf
Beleid en normstelling Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld.
Rho adviseurs voor leefruimte
33
Europees en rijksbeleid Het Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het rijk werkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Nederland heef te maken met grote wateropgaven die bovendien in de toekomst steeds groter en complexer worden. Dit komt door een aantal samenhangende uitdagingen: klimaatverandering, bodemdaling, milieuverontreiniging, biodiversiteitsverlies en ruimtedruk. In de uitvoering ligt bovendien een grote opgave om verouderde infrastructuur zoals bruggen en sluizen in stand te houden en waar nodig te vervangen of te renoveren. De wateropgaven waar Nederland op dit moment voor staat, de uitdagingen richting de toekomst en de noodzaak van een integrale aanpak vormen de basis voor 3 hoofdambities van dit NWP: Een veilige en klimaatbestendige delta. Een concurrerende, duurzame en circulaire delta. Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving, zoals de energietransitie, de woningbouw, herstel natuur en de landbouwtransitie is noodzakelijk.
Het bodemen watersysteem stelt randvoorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen. Om deze randvoorwaarden ook juridisch te laten doorwerken zijn inhoudelijke kaders nodig voor de inrichting en gebruik van wateren alsook voor ruimtelijke inrichting, landgebruik en de wijze van bouwen. In Nederland komen veel opgaven voor de leefomgeving bij elkaar op een klein oppervlak. Niet alles kan, soms moeten keuzes worden gemaakt. Daarvoor zijn in het NWP een aantal afwegingsprincipes voor het waterbeleid en beheer opgenomen. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen. Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen.
De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en het waterschap samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen (bijvoorbeeld wateroverlast of verdroging) in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen. De watertoets is sinds 2003 verankerd in de wetgeving en hiermee verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten.
Rho adviseurs voor leefruimte
34
Kaderrichtlijn water De Kaderrichtlijn Water is opgesteld om de waterkwaliteit is Europa te verbeteren. De richtlijn is sinds 2000 van kracht. In de richtlijn staan afspraken die ervoor moeten zorgen dat uiterlijk in 2027 het water in alle Europese landen voldoende schoon en gezond is. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden. Dit betekent onder andere het aanwijzen en instandhouder van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. Provinciaal beleid Regionaal waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 Op 9 maart 2022 is het Regionaal waterplan Zuid-Holland 2022-2027 in werking getreden. In dit programma beschrijft de provincie Zuid-Holland haar waterbeleid. Hierin staat hoe we samen met onze partners werken aan een regionaal watersysteem dat bijdraagt aan een gezond, veilig, aantrekkelijk, concurrerend en bereikbaar Zuid-Holland. Er zijn diverse Europese richtlijnen rondom water, zoals de Kaderrichtlijn Water, de Grondwaterrichtlijn, de Richtlijn Overstromingsrisico's en de Zwemwaterrichtlijn.
In de Waterwet is bepaald wat de provincie moet doen om uitvoering te geven aan deze richtlijnen. Dit staat dus in het regionaal waterprogramma van de provincie. De provincie Zuid-Holland gaat in het regionaal waterprogramma - naast deze verplichte onderwerpen - ook in op onderwerpen zoals zoetwatervoorziening, waterrecreatie, vaarwegen en wateroverlast. Dit geeft een helder beeld van den provinciale aanpak en laat de samenhang tussen de verschillende onderwerpen duidelijk zien. Beleid waterschap Rivierenland Waterschapsbeleid Rivierenland De waterbeheerder ter plaatse van het plangebied is het Waterschap Rivierenland. Daarnaast is de Beneden Merwede inclusief de buitendijks gelegen gronden in beheer bij Rijkswaterstaat. Het Algemeen Bestuur van het Waterschap Rivierenland heeft het Waterbeheerplan 2022-2027 vastgesteld. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 'Versterken, verbinden, vergroenen' beschrijft wat Waterschap Rivierenland in de planperiode 2022-2027 wil bereiken, met wie, hoe men dat wil gaan doen en waarom. In het waterbeheerprogramma zijn voor het waterbeheer de kaders gegeven en de opgaven gedefinieerd.
De visie van het Waterschap Rivierenland is vertaald in 8 hoofdthema's: beschermen tegen overstromingen; water eerlijk verdelen; voorbereiden op extreem weer; streven naar schoon water van een goede biologische kwaliteit; bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; kwaliteitsverbetering zwemwater; toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit; toewerken naar circulariteit. Onderzoek Op 20-07-2021 is de digitale watertoets uitgevoerd, het toetsresultaat is te vinden in bijlage 7. Hieruit blijkt dat de gangbare watertoetsprocedure gevolgd moet worden.
Rho adviseurs voor leefruimte
35
Huidige situatie Het plangebied bevindt zich op de kruising van de Slobbengorsweg en Bolwerk. Momenteel is de locatie braakliggend en is geheel onverhard. Bodem en grondwater Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Vanwege de ligging in de bebouwde kom is de locatie niet gekarteerd op de Bodemkaart van Nederland. Volgens deze kaart bestaat de bodem ten noorden van het plangebied uit klei op veen. Met betrekking tot grondwater is ten noorden van het plangebied sprake van grondwatertrap II. Dit betekent dat de hoogste gemiddelde grondwaterstand (GHG) op 40 centimeter onder maaiveld ligt. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) schommelt tussen de 50 en 80 centimeter onder maaiveld. Het maaiveld ligt op circa 4 meter +NAP. Drooglegging Drooglegging is de maat waarop het maaiveld, het straatniveau of het bouwpeil onder het oppervlaktewaterpeil ligt. Het waterschap Rivierenland adviseert voor het maaiveld een drooglegging van 0,70 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1,00 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,30 meter. Waterkwantiteit Ten noorden van het plangebied bevindt zich een persleiding die twee waterpartijen verbind. Het water uit het lager gelegen gebied Slobbengors wordt opgepompt met een opvoerhoogtepomp en via de persleiding afgevoerd naar het hoger gelegen water De Gantel.