CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a Bestemmingsplan Dijklint - toelichting en regels.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 12 december 2024, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 11: Vaststelling bestemmingsplan 'Dijklint te Papendrecht' - Voorstel29.659 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Inspreker 3: 1. Uitbreiding woning Inspreker vraagt of de door haar geschetste uitbreiding op een aanbouw op basis van dit bestemmingsplan mogelijk is. Reactie van het college: De geschetste uitbreiding beoogt een opbouw op een aanbouw. Op grond van artikel 16.2.3 aanhef en sub k is een opbouw op een aangebouwd bijbehorend bouwwerken niet toegestaan, tenzij daarvoor een omgevingsvergunning is verleend op grond van het bepaalde in artikel 16.4.1. Onder de daarin genoemde voorwaarden is het mogelijk een omgevingsvergunning te verlenen voor een uitbreiding op een aanbouw. Dit vergt een nadere beoordeling. Hiervoor kan inspreker een conceptaanvraag vooroverleg indienen. 2. Berging Inspreker verzoekt in het plan rekening te houden met de aanwezigheid van een schuur (fietsenberging) van 3 x 4.5 meter op het achtererf, cf. de schuur van de buurman. De plaatsing van de schuur is zodanig, dat het doorzicht vanaf de dijk op de groenstrook langs het Fokkerterrein intact blijft.

10

Reactie van het college: Op grond van artikel 16.2.3 aanhef en sub c mag het totale oppervlak van bijbehorende bouwwerken ten hoogste 50% van het bij een hoofdgebouw behorende achtererfgebied bedragen, met een maximum van 50 m². Een berging van 3 x 4.5 is toegestaan als aan deze bepaling wordt voldaan. 3. Groen van / langs de Noordersingel De omgeving rond haar woning wordt in de toelichting op het voorontwerp als karakteristiek gekenmerkt, zie pagina 23, figuur 3.1. Dijkbebouwing, het (groene) dijktalud en het aanwezige groen worden als karakteristiek voor het dijklint aangemerkt. In de plankaart wordt echter een verkeersfunctie aangegeven. Inspreker oppert dat een groenbestemming met mogelijkheden voor fiets en voetpad(en) meer recht doet aan de gegeven kwalificatie van deze plek. Reactie van het college: In de geldende 'Beheersverordening Woongebied' is dit deel van de Noordersingel bestemd als 'Verkeer- Verblijfsgebied'. Daarin zijn groenvoorzieningen mogelijk. Met insprekers menen wij dat een bestemming 'Groen' meer recht doet aan de uitgangspunten van de Dijkvisie. Wij veranderen daarom de bestemming van het gedeelte van de Noordersingel tussen Westeind en Schoolstraat in 'Groen'. Hierin zijn voet- en fietspaden mogelijk. De bestaande parkeerplaatsen langs het Westeind blijven opgenomen in de bestemming 'Verkeer- Verblijfsgebied'.

Inspreker 4: Inspreker heeft geconstateerd dat sinds 2013 de bestemming maatschappelijk doel (MD) van het gebouw af is. In dit gebouw waren voorheen de Vrije Oud Gereformeerde Gemeente en het verenigingswerk van de Hersteld Hervormde Gemeente in Papendrecht gevestigd. Er is altijd een maatschappelijke functie uitgeoefend in het gebouw. Inspreker gaat graag het gesprek aan om over de bestemming van het pand van gedachten te wisselen. Reactie van het college: Inspreker is sinds 31-12-2012 eigenaar van het pand Westeind 126. In de Beheersverordening Woongebied van 2013 en 2017 is het perceel Westeind 126 bestemd voor Wonen - 2, overeenkomstig de omschrijving als woonfunctie in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Nu inspreker geen concrete plannen of aanvragen bij de gemeente heeft ingediend, houden wij gelet op het conserverende karakter van dit bestemmingsplan vast aan de woonbestemming.

Inspreker 5: Inspreker heeft oprechte twijfels en zorgen over de vraag of de inhoud van dit bestemmingsplan daadwerkelijk een bijdrage levert aan het behoud van de kwaliteiten voor dit dijklint en voldoende waarborgen biedt voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van haar woning. Inspreker doelt hiermee op de volgende concrete ontwikkelingen. 1. Positief bestemmen hoveniersbedrijf op perceel Westeind 178 Het positief bestemmen van het hoveniersbedrijf op dit perceel heeft betrekking op een volledige nieuwvestiging op een locatie waar dit volgens de geldende beheersverordening niet is toegestaan. Dit is opvallend, nu het bestemmingsplan 'Dijklint' een conserverend karakter heeft en geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk zou maken. Nieuwvestiging van een hoveniersbedrijf draagt niet bij aan de doelstelling om de kwaliteit van de dijk te bewaren en te versterken. Uit de toelichting blijkt niet dat er gericht onderzoek is gedaan naar de effecten van de bedrijfsvoering op de omgeving. Slechts op basis van aannames en veronderstellingen wordt geconcludeerd dat het aspect milieuhinder de beoogde ontwikkeling op Westeind 178 niet in de weg staat. Daarnaast is niet uitgesloten dat de activiteiten van het hoveniersbedrijf in de toekomst intensiveren, bijvoorbeeld door het gebruik van machines en door een toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie.

Inspreker verzoekt om aan te geven wat de beweegredenen zijn om de bedrijfsactiviteiten op Westeind 178 positief te bestemmen.

11

Reactie van het college: Eén van de 10 karakteristieken van het dijklint is volgens de Dijkvisie dat er aan de dijk wordt gewoond én gewerkt. De hoveniersactiviteiten op het perceel Westeind 178 zijn bestaande activiteiten en vormen geen volledige nieuwvestiging. Het conserverende karakter van het bestemmingsplan brengt mee dat bestaand gebruik kan worden ingepast en vastgelegd na afweging van de belangen van de gebruiker tegen het belang van een goede ruimtelijke ordening, waaronder dat van omwonenden bij een gezonde en veilige woonomgeving. In dit concrete geval heeft die afweging plaatsgevonden. Wij menen dat de hoveniersactiviteiten op het perceel Westeind 178 kleinschalig zijn en onder een aantal beperkingen en voorwaarden kunnen worden toegestaan. In de eerste plaats hebben wij er voor gekozen geen bedrijfsbestemming op te nemen, maar een specifieke functieaanduiding 'hovenier' binnen de bestemming 'Wonen'. Dat betekent dat een wijziging naar andere vorm van bedrijvigheid niet is toegestaan. In de tweede plaats is het oppervlak aan bijbehorende bouwwerken gemaximeerd op 150 m2. Dit is 15% van het totale bebouwingsgebied (= oppervlakte perceel, bestaande uit de kadastrale percelen A 7109, 7449 en 7875, minus oppervlakte oorspronkelijk hoofdgebouw). In artikel 16.5.3 van de planregels zijn voorts specifieke gebruiksregels opgenomen.

Zo zijn de hoveniersactiviteiten slechts in 25% van het bebouwde bruto-vloeroppervlak toegestaan, mag er geen detailhandel plaatsvinden en mogen de activiteiten geen ernstige cq. onevenredige hinder opleveren voor de directe woonomgeving en geen ernstige afbreuk doen aan het woonkarakter van de buurt en de woning. 2. Perceel Westeind 182 Eerder is een handhavingsprocedure tegen illegale (bouw)activiteiten op dit perceel door de gemeente gestaakt. In het voorontwerpbestemmingsplan wordt ten opzichte van de geldende beheersverordening de ligging van de bestemming “Wonen” op Westeind 178 en 182 vergroot, ten koste van de tuinbestemming. Dit heeft tot gevolg dat de bouwmogelijkheden op deze locatie worden vergroot en de overtreder wordt beloond voor zijn overtredingen. Deze gang van zaken is voor inspreker onbegrijpelijk en onacceptabel. Inspreker verzoekt de wijze van bestemmen van de locatie Westeind 182 aan te passen, zodat de bouwmogelijkheden op deze locatie gelijk blijven aan de mogelijkheden zoals die thans op basis van de nu geldende beheersverordening gelden. Reactie van het college: Anders dan inspreker aangeeft is de handhavingsprocedure niet gestaakt, maar tot een einde gekomen door deels legalisatie van bouwwerken met een omgevingsvergunning, deels het uitvoeren van een verbeterslag en deels doordat de gemeente heeft afgezien van de verplichting tot sloop.

De grens tussen de bestemmingen 'Wonen' en 'Tuin' ligt op exact dezelfde plaats als in de 'Beheersverordening Woongebied'. De bouwmogelijkheden op het perceel Westeind 182 zijn niet vergroot. Alleen op het perceel Westeind 178 is een maatwerkregeling voor de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken getroffen in verband met de specifieke functieaanduiding 'hovenier'. 3. Perceel Westeind 202 Inspreker vreest voor de uitvoering van bedrijfsactiviteiten door de nieuwe eigenaar die van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat ter plaatse van de eigendommen van inspreker. Inspreker verzoekt geïnformeerd te worden welke afspraken er bestaan tussen de eigenaar van Westeind 202 en het college over welke (bouw)activiteiten op deze locatie zijn toegestaan. Inspreker gaat er vanuit dat het college erop zal toezien dat er geen bedrijfsactiviteiten worden uitgeoefend in strijd met de nu geldende beheersverordening en zich zal inspannen om bebouwing en (bouw)werkzaamheden te voorkomen die de kwaliteiten van het dijklint aantasten. Reactie van het college: Het pand Westeind 202 is in de geldende 'Beheersverordening Woongebied' uit 2017 en in het voorontwerp bestemmingsplan bestemd voor 'Wonen'.

Op basis van het overgangsrecht van de beheersverordening mocht gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening en hiermee in strijd is, worden voortgezet, tenzij dit gebruik al in strijd was met het voorgaande plan. Afwijkend gebruik, dat voor langer dan een jaar is onderbroken, mag niet worden hervat. Op 12 maart 2019 heeft het college besloten tot verkoop van het perceel Westeind 202 met een kwalitatieve verplichting om het karakteristieke beeld te behouden. Uitgangspunt is het realiseren van de woonbestemming.

12

4. Ontwikkelingen aan het dijklint Inspreker weet van plannen voor de bouw van woningen nabij de locatie Westeind 134 en Westeind 210, terwijl het voorontwerpbestemmingsplan suggereert dat in het dijklint van Papendrecht slechts beperkte ontwikkelingen plaatsvinden. Dit is volgens inspreker niet de realiteit. Inspreker verzoekt daarom in het bestemmingsplan een compleet beeld te geven van de toekomstige ontwikkelingen aan het Dijklint en te verantwoorden of deze ontwikkelingen passen in het dijklint van Papendrecht. Reactie van het college: Zoals inspreker in eerste reactie zelf aangeeft heeft het bestemmingsplan 'Dijklint' een conserverend karakter en maakt het geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Dit betekent dat de situatie is vastgelegd, zoals deze nu bestaat dan wel mogelijk is op basis van verleende omgevingsvergunningen. Dat wil niet zeggen dat nieuwe ontwikkelingen uitgesloten zijn. Wij zullen nieuwe ontwikkelingen steeds beoordelen aan de hand van de op dat moment geldende kaders (inclusief dit conserverende bestemmingsplan) en afwegen tegen gevestigde belangen. Gewenste ontwikkelingen zullen dan via een aparte bestemmingsplan- of omgevingsvergunningprocedure mogelijk en bekend gemaakt worden. Tussen het moment dat de inspraakreactie is verstuurd en deze nota van inspraak aan het college wordt aangeboden zit ongeveer drie jaar.

In de tussentijd is een omgevingsvergunning welke de bouw van een dubbel woonhuis nabij de locatie Westeind 134 mogelijk maakt verleend en onherroepelijk geworden. Deze vergunning wordt in het ontwerpbestemmingsplan verwerkt. 5. Behoud kwaliteiten Tal van plekken met landschappelijke waarden worden in het voorontwerpbestemmingsplan onvoldoende beschermd. Het plan maakt bouw- en andere werkzaamheden mogelijk waardoor de waardevolle groene elementen verloren kunnen gaan en een ongewenste verstening van het gebied ontstaat. Het aanbrengen van een grote oppervlakte stenen verharding op de locatie van moestuinen nabij Westeind 202 ten behoeve van parkeerplaatsen doet de kwaliteiten van het Papendrechtse dijklint geweld aan en is in strijd met Operatie Steenbreek. Inspreker meent dat het college de locaties met landschappelijke- en natuurwaarden in het gebied moet inventariseren en deze locaties zodanig moet bestemmen. Bijvoorbeeld met een natuur-, groen- of tuinbestemming, zodat geen (bouw)werkzaamheden mogen worden uitgevoerd die de aanwezige waarden schaden. Inspreker verzoekt ook om regels op te nemen ten aanzien van de omvang van verhardingen op locaties. Reactie van het college: In het plan zijn de landschappelijke waarden in de openbare ruimte beschermd met de bestemmingen 'Groen' en 'Water'. Op de inrichting daarvan heeft de gemeente volledig grip.

Op particuliere woonpercelen is een onderscheid gemaakt tussen de bestemming 'Wonen' en de bestemming 'Tuin'. De bestemming 'Tuin' is toegekend aan gronden die grenzen aan landschappelijke elementen, zoals waterpartijen, en aan de achterste delen van zeer diepe percelen. Op gronden met de bestemming 'Tuin' mogen uitsluitend andere bouwwerken, passend binnen de aard van de bestemming en met een bouwhoogte van maximaal twee meter worden gebouwd en zijn alleen reeds bestaande bijgebouwen toegestaan. Deze mogen niet worden uitgebreid en niet vervangen worden door nieuwe bouwwerken. De bouwregels voor de bestemming 'Tuin' zijn niet geheel duidelijk geformuleerd en worden aangescherpt. De bestemming 'Wonen' is toegekend aan het hoofdgebouw en het bijbehorende achtererfgebied, waarbinnen bijbehorende bouwwerken, al dan niet vergunningsvrij, mogen worden gebouwd tot de in de planregels genoemde maximale oppervlakte. Het stellen van regels over het aanbrengen van verharding willen wij op dit moment nog niet in het bestemmingsplan regelen. De urgentie om de omgeving klimaatadaptief in te richten, door onder andere het percentage verharding per perceel te beperken, wordt steeds groter. Het beperken van verharding proberen wij eerst met name te bereiken doormiddel van voorlichting en het stimuleren van bewustwording bij inwoners en organisaties.

Als dit te weinig effect heeft wordt alsnog overwogen om regels op te stellen om alsnog het percentage verharding voldoende te beperken. 6. Vergunningsvrij bouwen in bestemming “Tuin" Inspreker meent dat de bestemming "Tuin" aan meer locaties moet worden toegekend. Inspreker verzoekt om in de regels van de bestemming “Tuin" op te nemen dat vergunningsvrije bijbehorende bouwwerken niet zijn toegestaan. Gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State van 21 februari 2018, zaaknummer 201609126/1/R2, is dit mogelijk indien daarvoor locatiespecifieke omstandigheden zijn. Gezien de ruimtelijke kwaliteiten van het water en de omliggende

13

gronden acht inspreker het mogelijk en wenselijk om vergunningsvrije bouwmogelijkheden langs het water uit te sluiten. Reactie van het college: Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet heeft tot doel om met minder- en algemener geformuleerde regels en uitgaande van vertrouwen in burgers en initiatiefnemers meer ruimte voor maatwerk te bieden. De Omgevingsvisie Papendrecht (vastgesteld door de raad op 26 januari 2021) gaat voor de ontwikkeling naar een duurzaam Papendrecht uit van een 'ja, mits'-houding waarmee meer ruimte wordt geboden voor initiatieven van inwoners, ondernemers en anderen. Meer vertrouwen in de inbreng en verantwoordelijkheid van initiatiefnemers en minder regels helpen daarbij. Voor de activiteit 'Regelgeving bouwen' bevat de Omgevingsvisie een richtinggevende uitspraak: "De regelgeving rondom bouwen proberen we zoveel mogelijk te beperken tot de essentie van het bouwen (bijv. bouwmassa, bouwhoogte, locatie, functie). We zijn terughoudend met het stellen van nadere eisen en laten ruimte voor andere oplossingen of benaderingen. We focussen op het voorkomen van excessen. Relevant beleid, zoals welstand, handhaving en parkeren wordt hierop aangepast." De Omgevingsvisie acht het ook goed passend bij de geest van de Omgevingswet om minder regels te laten gelden voor achtererven bij woningen.

Voor de activiteit bouwen op het achtererf bevat de Omgevingsvisie daarom de volgende richtinggevende uitspraak: "De regelgeving voor het bouwen focust op de voorzijde van een hoofdgebouw. We willen de standaard erfbebouwingsregels uit de huidige ruimtelijke plannen in principe voor achtererfbebouwing vergunningsvrij maken". Uit de aangehaalde jurisprudentie volgt dat vergunningsvrij bouwen op bepaalde bestemmingen alleen kan worden ingeperkt als de gronden niet behoren tot het 'erf' bij de woning. Erf is als volgt gedefinieerd : al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. Het betreft hier dus gevallen waarin het perceelgedeelte een bestemming heeft die niet is gerelateerd aan het hoofdgebouw. In het bestemmingsplan moet letterlijk staan: 'het is verboden deze gronden in te richten als erf'. In een tuinbestemming zou zo'n verbod vreemd zijn, omdat een tuin altijd gerelateerd is aan de wonen. Een tuinbestemming behoort daarom wel tot het erf bij de woning. Alleen als sprake is van locatie-specifieke omstandigheden kan vergunningsvrij bouwen op een deel van een perceel ingeperkt worden.

Alleen op basis van goede argumenten, ontleend aan een goede ruimtelijke ordening, is het mogelijk om vergunningsvrij bouwen op grond van locatie-specifieke kenmerken in een bestemmingsplan te beperken. De delen van het plangebied waar het onderscheid tussen de bestemmingen 'Wonen' en 'Tuin' speelt, betreffen de binnendijks gelegen delen van het Westeind, Kraaihoek/Kerkbuurt, en het Oosteind. In alle delen gaat het om relatief grote percelen van veelal meer dan 500 m2. Alleen aan het Westeind is er sprake van een gebied met een open karakter door de combinatie van diepe percelen (50 meter of meer) en de achterliggende watergang. Wij vinden dit een onvoldoende uitgesproken kenmerk van dit gebied om vergunningsvrij bouwen te beperken. In het kader van de geldende beheersverordening voor dit deel van het Westeind is zorgvuldig gekeken naar de bestemming van de gronden die in de beheersverordening de bestemming 'Tuin' hebben gekregen. Er is gekozen voor deze bestemming, omdat de gronden als onderdeel van het erf waarop de woningen staan wordt gezien. De wetgever heeft heel bewust vergunningsvrij bouwen toebedeeld aan het achtererf. Het bepreken van vergunningsvrij bouwen zou betekenen dat de bouwmogelijkheden van de eigenaren van de betreffende percelen worden ingeperkt ten opzichte van de huidige bouwmogelijkheden.

Het is niet in de geest van de Omgevingswet, past niet bij de doelstellingen achter het bestemmen van gebieden als 'Tuin' en is niet in lijn met de omgevingsvisie Papendrecht om vergunningsvrij bouwen te beperken. Zeker niet op het achtererf. Om deze reden leidt deze zienswijze niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

14

Inspreker 6: Inspreker vestigt de aandacht op een aantal feitelijkheden, die deels afwijken van de bestemmingen in het voorontwerpbestemmingsplan: 1. Westeind 206 De strook grond achter perceel Westeind 206, welke aansluit op de bestemming "R(vt)" is ook in gebruik als volkstuin. Dit is waarschijnlijk ook gemeentegrond, die als zodanig wordt verhuurd. Reactie van het college: Perceel 8113 is inderdaad ingericht als volkstuin. Op dit perceel ligt de bestemming 'Recreatie'. Omdat volkstuinen binnen deze bestemming in beginsel niet zijn toegestaan is hier een aparte aanduiding 'volkstuin' opgenomen. Op perceel 7175 ligt de bestemming Tuin. Binnen deze bestemming zijn volkstuinen wel direct toegestaan. Het is daarom niet nodig om aan dit perceel ook een aanduiding 'volkstuin' toe te voegen. 2. Volkstuinen In de brief van de gemeente van 23-01-2020 (kenmerk 2392551) zijn omwonenden geïnformeerd over werkzaamheden waarmee de volkstuinen beter bereikbaar worden gemaakt. De bijlage geeft de nieuwe indeling van het perceel met volkstuinen en de toegang daartoe aan. Reactie van het college: Wij lezen hier een constatering. Er wordt geen vraag of probleem voorgelegd. Om deze reden kunnen wij hier niet op reageren. 3. Westeind 202 Het pand Westeind 202 is verkocht aan de eigenaar van Westeind 161. In dit pand was in het verleden de Voedselbank gevestigd.

In een eerder bestemmingsplan was het pand bestemd voor 'Maatschappelijke Dienstverlening". Nu kunnen er dus – gelet op de omvang van het bouwvlak – verschillende woningen in gebouwd worden? De grond direct achter het pand zou erf bij de woonbestemming moeten zijn? Reactie van het college: Het pand Westeind 202 en de grond direct daar achter behoort tot het kadastraal perceel A 8114, dat in het voorjaar van 2019 is verkocht aan een particulier met een kwalitatieve verplichting om het karakteristieke beeld te behouden. In de Beheersverordening Woongebied is het perceel bestemd voor "Wonen-2". De woonbestemming blijft gehandhaafd. Op grond van de regels in het bestemmingsplan, artikel 16.2.2 sub b, is woningsplitsing niet toegestaan. Er dus maar één woning toegestaan. De grond direct achter het pand is inderdaad bedoeld als erf bij de woning. De woning is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak dat voor op het erf ligt. 4. Westeind 159A Het pand Westeind 159A heeft een bedrijfsbestemming met aanduiding 'opslag'. Nu wordt het pand verhuurd aan de bibliotheek als opslagruimte. Het voorontwerpbestemmingsplan laat ook Bedrijven uit categorie 1 en 2 van de Staat van Inrichtingen toe. Het pand heeft geen eigen ruimte voor parkeren; bij laden en lossen kan de weg geblokkeerd raken.

Reactie van het college: In de Beheersverordening Woongebied is het pand Westeind 159A bestemd voor "Bedrijf" met de aanduiding 'opslag'. In artikel 4.4.3 van de regels is bepaald dat ter plaatse van deze aanduiding uitsluitend (bedrijfsmatige) opslag is toegestaan. Artikel 4.1.1 onder g van de regels van het voorontwerpplan geeft aan dat ter plaatse van de aanduiding 'opslag' tevens bedrijfsmatige opslag mogelijk is, d.w.z. dat op grond van het bepaalde onder a. ook bedrijven van categorie 1 en 2 ter plaatse zijn toegestaan. Dit achten wij ongewenst gelet op de aanwezigheid van woningen op de aangrenzende percelen en het ontbreken van ruimte voor parkeren en laden/lossen. In de regels vervangen we het woord 'tevens' door 'uitsluitend'.

15

5. Westeind 163 a t/m 177e Westeind 163 a t/m 177e is een appartementencomplex. Het bestemmingsplan maakt onderscheid tussen grondgebonden en gestapelde woningen. De aanduiding 'gestapeld' ontbreekt hier. Reactie van het college: Deze constatering is juist. De bouwaanduiding 'gestapeld' [gs] voegen wij toe.

Inspreker 7: Inspreker mist in het bestemmingsplan mogelijkheden om aan het dijklint op bepaalde plekken, bijvoorbeeld aan de Noordhoek, nieuwe bebouwing toe te voegen overeenkomstig de Dijkvisie. Het plan zou daartoe de mogelijkheid kunnen bieden via een bevoegdheid van het college, met de Dijkvisie als toetsingskader. Inspreker mist in het plan ook de mogelijkheid voor een makkelijke wijziging van kleinschalige bedrijvigheid naar wonen, dan wel andersom. In de toenmalige bestemmingsplannen was dat een uitstekend middel om bebouwing, dan wel omzetten naar een andere bestemming in een reguliere procedure (8 weken) te realiseren. Met dit plan raakt ieder initiatief verstrikt in lange procedures, juist nu er een schreeuwend tekort is aan bouwmogelijkheden. Reactie van het college: Uitgangspunt bij het opstellen van het bestemmingsplan 'Dijklint' is om op het moment van de overgang van het stelsel van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) naar de Omgevingswet te beschikken over een actueel planologisch kader dat ook onder de Omgevingswet jarenlang meekan als tijdelijk deel van het omgevingsplan. Gekozen is voor een overwegend conserverende regeling: de situatie is vastgelegd zoals deze nu bestaat of al mogelijk is op basis van de thans geldende planologische regeling.

Ook onherroepelijk verleende omgevingsvergunningen zijn in het bestemmingsplan verwerkt. Het mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen gaat gepaard met een onderzoeksplicht: eerst moet worden aangetoond dat de beoogde ontwikkeling vanuit de verschillende omgevingsaspecten aanvaardbaar zal zijn. Gelet op de omvang van het plangebied zou dit leiden tot een langere voorbereidingstijd en investeringen in het mogelijk maken van ontwikkelingen zonder de zekerheid dat deze ooit gerealiseerd worden. Aan concrete initiatieven van particulieren die niet blijken te passen in het op dat moment geldende bestemmingsplan, kan meestal medewerking worden verleend via een korte procedure van 8 weken: onder de Wabo via de zgn. kruimelgevallenregeling en straks onder de Omgevingswet via de voorbereidingsprocedure voor een omgevingsplanactiviteit.

Inspreker 8: 1. Verbod tot ophogen / aandijken Inspreker heeft bewust gekozen voor een taludtuin, ook met het oog op behoud van het karakteristieke dijkprofiel. Inspreker ondervindt schade en overlast van afstromend water door ophoging van het perceel van de buren. Inspreker constateert dat het voorontwerpplan in artikel 27.7 van de regels een verbod bevat om ter plaatse van de gronden met de aanduiding 'vrijwaringszone dijk 1' de bodem op te hogen. Inspreker vraagt waar zij een deskundige kan vinden op het gebied van 'aandijken', aanbouwen etc. Reactie van het college: Het verbod op aandijken is niet opgenomen in de thans ter plaatse van Bosch 45 geldende Beheersverordening Rivieroevers. Het voorontwerpplan 'Dijklint' introduceert dit verbod op basis van de wens in de Dijkvisie om te voorkomen dat de herkenbaarheid en zichtbaarheid van het dijkprofiel teniet wordt gedaan door aandijken of het volbouwen van doorkijkjes. Dit verbod kan gelet op artikel 27.7 onder c niet worden ingeroepen tegen werken en werkzaamheden die reeds zijn uitgevoerd of in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. 2. Bestemmingsverkeer Inspreker vraagt of het mogelijk is om op een deel van de dijk een bord "alleen voor bestemmingsverkeer" te plaatsen en de weg naar en van Fokker als alternatieve route te gebruiken.

De dijk wordt gebruikt als sluiproute en er wordt hard gereden.

16

Reactie van het college: Er is al een verbod voor vrachtverkeer op dit gedeelte van de dijk. Verder geeft inspreker geen argumenten waarom dit gedeelte van de dijk alleen voor bestemmingsverkeer moet worden aangemerkt. Gelet op de hoeveelheid verkeer en de hoeveelheid geparkeerde auto's op dit gedeelte is hard rijden er beslist niet mogelijk. Bovendien is vlakbij de woning van inspreker een wegversmalling aanwezig die de snelheid vermindert. Daarnaast zijn er dienstverlenende bedrijven gevestigd zoals een accountantsbureau en kapper. 1. Bouwwerken in de voortuin Op het perceel van de buren staat een schot in de voortuin, waardoor inspreker licht en uitzicht kwijt is. Mag dit zo bij dijkhuizen? Reactie van het college: Voor de voorgevelrooilijn mogen uitsluitend erfafscheidingen met een hoogte van maximaal 1 meter worden gebouwd. Andere bouwwerken zijn niet toegestaan. Zie artikel 16.2.4 sub b.

Inspreker 9 1. Bestemming Kerkbuurt 1A De bestemming 'specifieke vorm van bedrijf – machinefabriek' omvat ten onrechte niet de watergebonden activiteiten van het scheepsreparatiebedrijf. Deze zijn essentieel voor het bedrijf. Aan de bestemming dient 'en scheepsreparatiebedrijf' te worden toegevoegd. Zo staat het bedrijf ook bij de Kamer van Koophandel ingeschreven. Reactie van het college: Op 18 december 2015 heeft het bevoegd gezag een nieuwe, gehele inrichting omvattende, omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.6 van de Wabo verleend voor een machinefabriek en (scheeps)reparatiebedrijf. De aanvraag heeft betrekking op het verbeteren van de bestaande, vergunde situatie. De wijzigingen betreffen met name modernisering en vervanging van machines. De ruimtelijke uitstraling naar de omgeving verandert niet. Gelet hierop wordt de bestemming gewijzigd in 'specifieke vorm van bedrijf – machinefabriek en (scheeps)reparatiebedrijf' en wordt artikel 4.1.1 onder i van de regels hierop aangepast. 2. Bouwvlak Het bedrijf beschikt over een omgevingsvergunning (nr. 1418267) voor uitbreiding van de bebouwing binnen het bouwvlak zoals het op de verbeelding van de geldende Beheersverordening 'Dijkstrook – Middenpolder' is aangegeven. Het bouwvlak in het voorontwerpplan 'Dijklint' is strak om de bestaande bebouwing gelegd. De vergunde bebouwing overschrijdt de grenzen van dit bouwvlak.

Inspreker verzoekt het bouwvlak aan te passen. Reactie van het college: Voor de uitbreiding is in 2015 inderdaad een omgevingsvergunning verleend. Deze is nooit gebruikt. In 2022 is vergunning verleend voor het wijzigen van de voorgevel en het realiseren van een uitbreiding aan de achterzijde van het bedrijfspand. De rechten in deze omgevingsvergunning zijn wel gebruikt. Deze uitbreiding valt buiten het bouwvlak in het voorontwerpbestemmingsplan. Het bouwvlak wordt aangepast overeenkomstig de vergunde en feitelijk aanwezige bebouwingsgrens. 3. Geluidzone Inspreker kan uit de stukken niet opmaken of de geluidzone van het bedrijf op de verbeelding van het bestemmingsplan strookt met de milieuvergunning van het bedrijf. Hij zou daarover graag meer duidelijkheid krijgen. Reactie van het college: De geluidzone zoals deze is opgenomen op kaart 3/6 van de verbeelding van het voorontwerpbestemmingsplan is overgenomen uit de Beheersverordening Dijklint Dijkstrook Middenpolder. Voor de bewaking van de geluidzone is de representatieve bedrijfssituatie zoals deze vergund is in de omgevingsvergunning milieu van 18 december 2015 maatgevend. De vergunde inrichting voldoet aan de grenswaarden op de zone en ook aan de ten hoogste toelaatbare grenswaarde voor de woningen die binnen de zone zijn gelegen.

17

Inspreker 10 Inspreker verzoekt om de bestaande bijgebouwen als aanduiding op de verbeelding aan te geven, net als bij de percelen aan het Oosteind op blad 6 van de verbeelding. Reactie gemeente: Normaal krijgen bijgebouwen geen aanduiding in bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Aan het Oosteind is echter sprake van een bijzondere situatie. Er is geconstateerd dat hier sprake was van veel bouwwerken die vergunningsplichtig waren, maar waarvoor geen vergunning aantoonbaar was. Bij de opstelling van de beheersverordening woongebied is in de archieven gekeken of er vergunningen zijn verleend. Helaas bleek het archief on-doorzoekbaar door het grote aantal huisnummerveranderingen dat aan het Oosteind heeft plaatsgevonden. Omdat wij als gemeente zodoende niet in staat bleken om te beoordelen of een bouwwerk vergund of illegaal was, is ervoor gekozen om een groot aantal van de bestaande bijbehorende bouwwerken een aanduiding 'bijgebouwen' (bg) te geven. Omdat deze situatie onwenselijk is, is in zowel het geldende bestemmingsplan, als het bestemmingsplan dat als voorontwerp ter inzage heeft gelegen, de volgende voorwaarde opgenomen in de bouwregels bij de bestemming 'Tuin': 'De bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' niet mogen worden uitgebreid en niet mogen worden vervangen door nieuwe bouwwerken'.

Zie in het voorontwerpbestemmingsplan artikel 12.2.1 sub c, onder 2. Omdat het hier gaat om een unieke situatie is gekozen voor een oplossing die tegemoet komt aan de redelijk belangen van de eigenaren van de betreffende percelen, maar die onwenselijk is vanuit een goede ruimtelijke ordening. Om deze reden leidt deze zienswijze niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Inspreker 11 Inspreker verzoekt om de bestaande bijgebouwen en afdak op zijn perceel als aanduiding op de verbeelding aan te geven, net als bij de percelen aan het Oosteind op blad 6 van de verbeelding. Reactie gemeente: Zie de reactie onder 'Inspreker 10'.

Inspreker 12 1. Nevenactiviteiten Inspreker verzoekt om in artikel 3.1.1.c bij de nevenactiviteiten ook 'zorgboerderij' als activiteit te vermelden. Er is overleg geweest met de gemeente om de locaties van De Heerlijkheid van Papendrecht te benoemen als trouwlocaties. Inspreker vraagt of dit, zo nodig, ook al in het plan kan worden benoemd? Reactie gemeente: Het bestemmingsplan is consoliderend van aard. De situatie is vastgelegd zoals deze nu bestaat. Alleen verleende vergunningen zijn/worden in het bestemmingsplan verwerkt. Het gebruik als zorgboerderij zal daarom in de omschrijving van de nevenactiviteiten worden opgenomen. Het gebruik als trouwlocatie kan op dit moment niet worden opgenomen, nu hiervoor in het kader van de APV de vereiste vergunningen ontbreken. 2. Bijbehorende bouwwerken Op het perceel Kerkbuurt 56 (ruim 15.000 m2) is op grond van artikel 3.2.4 slechts 100 m2 aan bijbehorende bouwwerken toegestaan. Inspreker vraagt of het mogelijk is om dit te verruimen, ook al gezien het feit dat de andere bestemmingsregels voor een groot deel specifiek aan het perceel van De Heerlijkheid van Papendrecht zijn toegeschreven. Reactie gemeente: Het bestemmingsplan is consoliderend van aard. Ook voor andere agrarische bedrijven binnen de gemeente geldt een maximum oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken van 100 m2.

Op grond van artikel 3.2.1 sub a en artikel 3.2.2 is de bouw van bedrijfsgebouwen voor zowel de agrarische- als de nevenactiviteiten mogelijk. Als indiener de mogelijkheid wil om een groter

18

oppervlak aan bijbehorende bouwwerken of bedrijfsgebouwen te bouwen, kan een vooroverleg worden ingediend. Dan wordt los van deze bestemmingsplanprocedure beoordeeld of de mogelijkheden vergroot kunnen worden. 3. Verhouding fruitteeltactiviteit – nevenactiviteiten De fruitteeltactiviteit is goed voor maar een klein deel (in 2019 minder dan 5%) van de totale bedrijfsomzet. De nevenactiviteiten voeren financieel, maar ook qua arbeid en verkeersbewegingen duidelijk de boventoon. In het bedrijfsconcept is de agrarische functie wel de basis voor maar ook volledig afhankelijk van de andere activiteiten. De bedrijfsoppervlakte is bij lange na niet voldoende om hier een volwaardig fruitteeltbedrijf op te voeren. Verduidelijking van dit artikel en definiëring 'ondergeschikt', ook in andere artikelen, lijkt inspreker wenselijk. Zowel in de doeleindenomschrijving in artikel 3.1.1, als in de bouwregels in artikel 3.2.1 Reactie van het college: Bij de voorbereiding van de geldende beheersverordening is veel aandacht besteed aan de juiste verhouding tussen de agrarische en de nevenactiviteiten. De toelichting van deze beheersverordening zegt daarover het volgende: 'Deze bestemming is specifiek opgenomen voor het fruitteeltbedrijf aan de Kerkbuurt 56. Deze locatie vormt één van de twee individuele percelen welke niet direct zijn verbonden met de rest van het besluitgebied.

De bestemming is nadrukkelijk afgestemd op het regelen van de huidige agrarische bedrijfsvoering met de bestaande nevenactiviteiten'. Deze afweging werkt direct door in voorliggend bestemmingsplan. Zoals indiener al aangeeft vormt de agrarische productie de basis voor de nevenactiviteiten. Daarnaast beslaan de agrarische activiteiten ook het overgrote deel van het perceel. Wij zien daarom geen reden om de definiëring, doeleindenomschrijving en de bouwregels opnieuw te heroverwegen.

Inspreker 13 Inspreker wil graag bouwmogelijkheden van 100 m2 ter plaatse van de bestemming 'tuin' behouden: daar zijn al funderingspalen geheid en kabels en leidingen aangelegd.Reactie van het college: De bouwmogelijkheden worden ongewijzigd. Dat deel van het perceel van inspreker, dat nu de bestemming 'Wonen' met aanduiding 'onbebouwd erf' heeft, wordt vervangen door de bestemming 'Tuin'. In 2016/2017 is vergunning verleend voor een dubbele verdiepingshoge aanbouw en een serre aan de achterzijde. Volgens onze gegevens is rond 2018, halverwege het perceel, een bijgebouw geplaatst. Hiervoor is geen omgevingsvergunning verleend. Daarnaast is rond 2022 een kleiner bouwwerk geplaatst, ook zonder omgevingsvergunning. Uitsluitend bouwwerken die middels een omgevingsvergunning mogelijk zijn gemaakt worden apart aangeduid in het bestemmingplan. Vergunningvrije bouwwerken en bouwwerken die wel vergunning-plichtig zijn, maar waar geen omgevingsvergunning voor is verleend worden niet aangeduid.

Inspreker 14 Inspreker vindt de verkeerssituatie in de Visschersbuurt onveilig en ziet de Visschersbuurt graag ingericht als fiets- en wandelstraat, waar de auto te gast is. Vrachtverkeer wordt in deze opzet omgeleid over de Pieter Zeemanlaan en Burgemeester Keizerweg. Reactie van het college: De wijze van inrichting van wegen en straten wordt niet gereguleerd via het bestemmingsplan, maar via de verkeerswetgeving. In het ontwerpbestemmingsplan maakt de bestemming 'Verkeer-Verblijfsgebied' met de doeleindenomschrijving in artikel 14 van de planregels verschillende inrichtingen mogelijk. De foto in de bijlage bij de inspraakreactie komt uit het Fietsstructuurplan (niet vastgesteld), waar een indruk wordt gegeven voor de inrichting van een woonstraat. De Visschersbuurt past niet binnen dit profiel, aangezien aan de Visschersbuurt behalve woningen ook diverse bedrijven zijn gevestigd. De Visschersbuurt is op zich nog een kwalitatief goede weg en staat niet vóór het jaar 2028 ingepland voor het vervangen van de deklaag. Bij een eventuele reconstructie zal gekeken worden naar de basisprincipes die de Dijkvisie 2013 in hoofdstuk 4.3 bevat om in de toekomst de herkenbaarheid van de dijk te

19

verbeteren en de rol van de weg als verblijfsgebied (geen doorgaande weg dus) te verduidelijken.

Inspreker 15 Inspreker signaleert dat het WC-hokje achter in zijn tuin niet als bestaand op de verbeelding staat ingetekend. Reactie van het college: In het voorontwerpbestemmingsplan zijn op dit perceel alle bijgebouwen binnen de bestemming 'Tuin' aangeduid met de aanduiding 'BG'. Binnen de bestemming 'Wonen' is dit nergens het geval. In de toelichting op het voorontwerpbestemmingsplan is hierop een toelichting gegeven: "De bestemming 'Tuin' is merendeels toegekend aan de tuinen behorende bij woningen waar niet of slechts beperkt bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan. Dit is gedaan voor het behoud van het open karakter voor deze gebieden. De huidige bijgebouwen zijn positief bestemd door middel van de aanduiding 'bijgebouwen'. Deze mogen echter niet worden uitgebreid of vervangen door nieuwe bouwwerken. Binnen de bestemming 'Wonen' is positief bestemmen niet nodig. Het WC-hokje valt binnen de bestemming 'Wonen'.

Inspreker 16 Insprekers verzoeken om de goothoogte van hun panden te wijzigen van 3,5 naar 4 meter, zoals die ook in de Reparatie Beheersverordening Papendrecht is vastgelegd. Reactie van het college: De goothoogte van de panden Oosteind 128, 128A en 130 bedraagt feitelijk niet meer dan 3,5m. Er is geen aanleiding de verbeelding op dit punt aan te passen.

Inspreker 17 Inspreker pleit voor behoud van het dorpse karakter van Papendrecht in het algemeen en de historische bebouwing en het groene karakter van het dijklint in het bijzonder en geeft vanuit die optiek gedetailleerd commentaar op talrijke onderdelen van de toelichting. Waar het commentaar ingaat op de samenvatting van bestaande beleidsdocumenten is dit hier niet apart weergegeven, behoudens het volgende punt. Inspreker is het fundamenteel oneens met de 10e karakteristiek die de Dijkvisie voorstaat als leidraad bij verbouw en nieuwbouw op het dijklint: 'Stoepen en stegen zijn de basis voor uitbreidingen'. Inspreker vraagt zich af waarom die ook nog volgebouwd worden, dan loochen je de voorgaande 9 karakteristieken. Inspreker protesteert hier ten stelligste tegen. Reactie van het college: De Dijkvisie Papendrecht is op 12 december 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Bij de totstandkoming van de visie zijn bewoners en belangstellenden actief betrokken. De 10e karakteristiek vormt mede het toetsingskader bij toekomstige ontwikkelingen, maar is voor het bestemmingsplan 'Dijklint' minder relevant, omdat dit bestemmingsplan alleen de bestaande situatie vastlegt. Inspreker pleit voor een dorpse ontwikkeling met behoud van cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten, waarbij natuur staat voor groen met veel bomen en beplanting.

Over de uitgangspunten voor het bestemmingsplan maakt inspreker enkele concrete opmerkingen. 1. Doorzichten Inspreker vraagt om de uitgangspunten voor het openhouden van doorzichten niet alleen voor particuliere percelen te hanteren, maar ook (blijvend) te laten gelden voor open en groene stukken. Reactie van het college: In dit bestemmingsplan vallen de niet-particuliere percelen onder de bestemmingen 'groen' en verkeer-verblijfsgebied''. Deze bestemmingen laten geen bebouwing toe met uitzondering van gebouwtjes ten dienste van nutsvoorzieningen. Doorzichten kunnen hooguit worden belemmerd door struikgewas.

20

2. Sloop en vervangende nieuwbouw Inspreker is voorstander van het precies terugbouwen in de oude vorm, eventueel met deels circulaire dingen van het oude huis of wat oudere dakpannen etc. Met alleen een platte laag als aanbouw achter je huis blijft de dijkkarakteristiek volgens inspreker niet in stand. Het is 'dijkser' als het dak mee afloopt met de aanbouw. Reactie van het college: In de Nota van uitgangspunten Dijklint, door de raad vastgesteld op 3 maart 2016, is er voor gekozen om sturing te geven aan de gewenste beeldkwaliteit en het karakter van het dijklint door het vastleggen van bouwvlakken en de goot- en bouwhoogte, in combinatie met een bevoegdheid van burgemeester en wethouders om bij her- en nieuwbouw nadere eisen te stellen aan de karakteristiek en vormgeving van hoofdgebouwen. Hiermee worden initiatiefnemers verleid om met de gemeente (stedenbouwkundige en/of welstand) in overleg te gaan over de positie, massa en karakteristiek van de nieuwbouw, passend binnen de Dijkvisie. Het gaat te ver in het bestemmingsplan regels op te nemen over toepassing van materialen, hellingshoeken van dakvlakken en dergelijke. Dit is bij uitstek het werkterrein van de welstandsadvisering. 3. Ontsluitingen Volgens eerder gemaakte afspraken zouden geen uitritten worden toegestaan van het bedrijventerrein Oosteind op de dijk van het Oosteind en de Matena.

Toch voeren verschillende bedrijven zware voorraad aan via de dijk. De trillingen daarvan zijn niet wenselijk voor de beweging van het dijklichaam. Reactie van het college: Dit bestemmingsplan legt uitsluitend de bestaande situatie vast. Een bestemmingsplan biedt geen basis voor het treffen van verkeersmaatregelen. Wel maakt het bestemmingsplan individuele perceelsontsluitingen mogelijk. Voor nieuwe ontsluitingen is altijd een vergunning op grond van de APV (artikel 2:12) vereist. 4. Vrijwaringszone – dijk 3 De percelen Oosteind 142-150 liggen in deze buitenbeschermingszone. Het is inspreker niet duidelijk waartegen de percelen beschermd worden. Wat behelst het woord signaleringsfunctie in de praktijk? Reactie van het college: Zoals in planregel 27.9 is aangegeven gaat het om bescherming van de primaire waterkering. De buitenbeschermingszone is het gebied met het minste strenge gebodsregime. De signaleringsfunctie dient om aan te geven dat in de buitenbeschermingszone voor het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden (bijv. afgravingen) een schriftelijke melding aan of watervergunning van het Waterschap Rivierenland nodig is. Inmiddels is in overleg met het waterschap de naamgeving en definitie van ''Vrijwaringszone – Dijk 3'' naar ''VrijwaringszoneDijk 2'' aangepast. 5.

Archeologie en cultuurhistorie Er is een hoge tot zeer hoge verwachting van archeologische waarden in het hele plangebied. Inspreker maant om daarop te blijven letten en er naar te handelen. Reactie van het college: De bestemming 'Waarde – Archeologie' bestrijkt het hele plangebied. Dit brengt mee dat op grond van artikel 20 van de planregels bij het verlenen van omgevingsvergunningen in het hele plangebied de toets aan archeologische waarden is verzekerd. 6. Bestemming 'Tuin' Inspreker acht het in tegenspraak met de regeling voor bijgebouwen (geen uitbreiding of complete vernieuwing) dat er op sommige percelen in de toekomst wel woningbouw mag plaatsvinden als er een schuur gesloopt wordt.

21

Reactie van het college: Als er een schuur gesloopt wordt binnen de bestemming 'Tuin' is de bouw van één of meerdere woningen nergens binnen het bestemmingsplan toegestaan. Als met een uitgebreide ruimtelijke procedure met een ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat één of meerdere woningen op de betreffende locatie wel passen binnen een goede ruimtelijke ordening is alsnog de bouw van woningen bij uitzondering voorstelbaar. De Dijkvisie Papendrecht wordt aangehaald bij iedere ruimtelijke onderbouwing bij nieuwe ontwikkelingen aan het Dijklint. 7. Dynamische verwijzing naar de Bomenverordening Papendrecht Het zou volgens inspreker helderder zijn als de regels beter omschreven worden onder de kopjes waar ze thuis horen! Reactie van het college: Met een zogenaamde dynamische verwijzing zorgen we ervoor dat de regeling van hetzelfde onderwerp in een bestemmingsplan en een verordening niet van elkaar gaan verschillen.

Inspreker 18 Inspreker signaleert dat bijbehorende bouwwerken op de percelen grond C 2674 (paardenstal) en C 3648 (tuinhuisje), behorend bij Oosteind 152, ontbreken op de verbeelding. Reactie van het college: Normaal krijgen bijgebouwen geen aanduiding in bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Aan het Oosteind is echter sprake van een bijzondere situatie. Er is geconstateerd dat hier sprake was van veel bouwwerken die vergunningsplichtig waren, maar waarvoor geen vergunning aantoonbaar was. Bij de opstelling van de beheersverordening woongebied is in de archieven gekeken of er vergunningen zijn verleend. Helaas bleek het archief on-doorzoekbaar door het grote aantal huisnummerveranderingen dat aan het Oosteind heeft plaatsgevonden. Omdat wij als gemeente zodoende niet in staat bleken om te beoordelen of een bouwwerk vergund of illegaal was, is ervoor gekozen om een groot aantal van de bestaande bijbehorende bouwwerken een aanduiding 'bijgebouwen' (bg) te geven. Omdat deze situatie onwenselijk is, is in zowel het geldende bestemmingsplan, als het bestemmingsplan dat als voorontwerp ter inzage heeft gelegen, de volgende voorwaarde opgenomen in de bouwregels bij de bestemming 'Tuin': 'De bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' niet mogen worden uitgebreid en niet mogen worden vervangen door nieuwe bouwwerken'.

Zie in het voorontwerpbestemmingsplan artikel 12.2.1 sub c, onder 2. Omdat het hier gaat om een unieke situatie is gekozen voor een oplossing die tegemoet komt aan de redelijk belangen van de eigenaren van de betreffende percelen, maar die onwenselijk is vanuit een goede ruimtelijke ordening. Omdat uw perceel één van de betreffende percelen betreft, wordt voor de paardenstal en het tuinhuisje de aanduiding 'bijgebouwen' (bg) toegevoegd.

Inspreker 19 Inspreker propageert het motto "Laten wij Papendrecht groen maken!" Op basis van dit motto doet inspreker de volgende concrete voorstellen: 1. Bestemming 'Wonen' of 'Tuin' Inspreker stelt voor het erf bij woningen te bestemmen tot 'tuin'. Per geval kan dan beoordeeld worden of het wenselijk is om bebouwing te maken. Voordeel: meer tuin, dus meer groen. Reactie van het college: De Omgevingsvisie acht het goed passend bij de geest van de Omgevingswet om minder regels te laten gelden voor achtererven bij woningen. Voor de activiteit bouwen op het achtererf bevat de Omgevingsvisie daarom de volgende richtinggevende uitspraak: "De regelgeving voor het bouwen focust op de voorzijde van een hoofdgebouw. We willen de standaard erfbebouwingsregels uit de huidige ruimtelijke plannen in principe voor achtererfbebouwing vergunningsvrij maken. Dit geldt ook voor dakkapellen. Wel proberen we te sturen op het voorkomen van te veel verharding van het voor- en achtererf.

22

Uit jurisprudentie volgt dat vergunningvrij bouwen op bepaalde bestemmingen alleen kan worden ingeperkt als de gronden niet behoren tot het 'erf' bij de woning. Erf is als volgt gedefinieerd: 'al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden'. Het betreft hier dus gevallen waarin het perceelgedeelte een bestemming heeft die niet is gerelateerd aan het hoofdgebouw. In het bestemmingsplan moet letterlijk staan: 'het is verboden deze gronden in te richten als erf'. In een tuinbestemming zou zo'n verbod vreemd zijn, omdat een tuin altijd gerelateerd is aan de wonen. Een tuinbestemming behoort daarom wel tot het erf bij de woning. De vergunningsvrije bouwmogelijkheden zijn binnen de bestemming 'Tuin' dus hetzelfde als binnen de bestemming 'Wonen'. Op blz. 49 van de toelichting op het bestemmingsplan is over de bestemming "Tuin" het volgende opgenomen: 'De bestemming 'Tuin' is merendeels toegekend aan de tuinen behorende bij woningen waar niet of slechts beperkt bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan. Dit is gedaan voor het behoud van het open karakter voor deze gebieden.

Aan het Oosteind zijn de huidige bijgebouwen bij woningen positief bestemd door middel van de aanduiding 'bijgebouwen'. Deze mogen echter niet worden uitgebreid of vervangen door nieuwe bouwwerken.' Wij vinden het niet passend om meer gronden de bestemming 'Tuin' te geven. 2. Grond achter de percelen Westeind 182 t/m 216 Het is bekend dat de strook achter de percelen Westeind 182 t/m 216 de breedste groene strook in de gemeente is. Geef dit dan een tuinbestemming, anders bent u geen groene gemeente (zie Oosteind versus Westeind). Reactie van het college: Aan de bestemming van deze gronden wordt specifiek aandacht besteed bij de reactie van inspreker 5. 3. Vogels en vleermuizen Vroeger was de dijkbebouwing vogel- en vleermuisrijk. Dat kan terugkomen door elk nieuw dijkhuis ingebouwde kasten te geven voor de gierzwaluw en waar bomen staan kasten voor vleermuizen. Elk oud dijkhuis idem (nestkasten). Reactie van het college: Uiteraard staat het college positief tegenover dergelijke initiatieven, maar het kan deze niet afdwingen via bestemmingen en/of planregels. 4. Natuurtuinadvies Inspreker is bereid voor diepe tuinen gratis natuurtuinadvies te geven. Hiermee wordt de natuur verbeterd. Het is zelfs mogelijk per dijkstuk een lezing te geven, zodat de bewoner kan besluiten om aanpassingen te doen.

Reactie van het college: Het college stelt de inzet van inspreker op dit vlak zeer op prijs. Zijn initiatieven via o.a. https://puurpapendrecht.nl/pagina/leen-den-ouden-natuurvriendelijke-tuin zijn zeer welkom. We stimuleren deze manier van kennisdeling binnen onze gemeente.

23

6. Wijzigingen in het voorontwerpbestemmingsplan De inspraakreacties geven aanleiding om het voorontwerpbestemmingsplan op een aantal punten te wijzigen. Ambtshalve is geconstateerd dat ook andere onderdelen van het plan aanpassing behoeven. Hieronder volgt een overzicht van alle voorgestelde wijzigingen.

6.1 Wijzigingen op basis van de overleg- en inspraakreacties De behandeling van de inspraakreacties in hoofdstuk 5 leidt tot de volgende aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan 'Dijklint'.

Op de verbeelding:   

    

 

de aanduiding voor 'Leiding – Hoogspanningsverbinding' wordt verbreed tot 55 meter; het tracé van het ondergronds kabeltracé 150 kV Dordrecht Merwedehaven– Alblasserdam wordt opgenomen; voor de panden Westeind 35 en 39 wordt de maximum goothoogte gewijzigd in 3,5 meter, voor de panden Westeind 37, 39A - 39B en 41 wordt een maximum bouwhoogte van 9,5 meter opgenomen; voor het pand Westeind 71 wordt de maximum goothoogte gewijzigd in 4,5 meter; de bestemming 'Verkeer- Verblijfsgebied' van het gedeelte van de Noordersingel tussen Westeind en Schoolstraat (perceel 6773) wordt gewijzigd in 'Groen'; de bestemming van het gedeelte van het kadastrale perceel A 8113 met de bestemming 'Wonen' zal worden gewijzigd in volkstuin "R(vt)"; in het bouwvlak ter plaatse van de woningen Westeind 163 a t/m 177e wordt de bouwaanduiding 'gestapeld' [gs] toegevoegd; ter plaatse van het perceel Kerkbuurt 1a wordt de bestemming 'specifieke vorm van bedrijf – machinefabriek' gewijzigd in 'specifieke vorm van bedrijf – machinefabriek en (scheeps)reparatiebedrijf'; het bouwvlak op het perceel Kerkbuurt 1A wordt aangepast overeenkomstig de bebouwingsgrens zoals vergund en feitelijk aanwezig; het tuinhuisje en de paardenstal op het perceel Oosteind 152 worden aangeduid met de aanduiding 'bijgebouwen' (bg);

In de regels:    

De aanduiding 'vrijwaringszone – dijk 1' wordt gewijzigd in 'vrijwaringszone – cultuurhistorisch dijkprofiel'; de aanduidingen 'vrijwaringszone – dijk 2' en vrijwaringszone – dijk 3' worden gewijzigd in 'vrijwaringszone- dijk 1' (betreft de primaire waterkering) en 'vrijwaringszone – dijk 2' (betreft de buitenbeschermingszone); de doeleindenomschrijving in 15.1.1. c wordt gewijzigd in: 'groenvoorzieningen, uitsluitend aan de noordzijde van Bosch, Visschersbuurt en Oosteind'; in artikel 18.3.1 wordt de bestaande opsomming gewijzigd in a t/m e en wordt toegevoegd: het opslaan van zaken (waaronder begrepen afvalstoffen);

Artikel 21 wordt als volgt aangepast: '21.1 Bestemmingsomschrijving 21.1.1 Doeleinden De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, bestemd voor: a. het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals kunstwerken, dijksloten en andere waterstaatswerken. 21.1.2 Bestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen (dubbel)bestemmingen en

24

aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 28.2'; 21.1.3. Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 21.1.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 meter; c. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag niet

worden gebouwd. 21.1.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan in afwijking van lid 21.1.3 onder c beslissen - middels een omgevingsvergunning – met inachtneming van het volgende: a. de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels worden in acht genomen; b. het belang van de waterkering wordt niet onevenredig geschaad en vooraf wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder. 21.1.5 uitzondering adviesplicht De adviesplicht uit artikel 21.1.4 sub b geldt niet in de volgende gevallen: a. regulier onderhoud; b. het herstellen bij schade aan: 1. dakkapel; 2. dakterras; mits het op een reeds bestaand dak wordt gecreëerd en geen sprake is van uitbreiding van het hoofdgebouw; 3. kozijnen, mits geen extra ruimte wordt gecreëerd; 4. nokverhoging; 5. overkappingen; 6. zonnepanelen, mits gelegen of voorzien op daken; 7. airco's en warmtepompen, mits zij de grond niet raken; c. het vervangen van: 1. dakkapel; 2. dakterras; mits het op een reeds bestaand dak wordt gecreëerd en geen sprake is van uitbreiding van het hoofdgebouw; 3. kozijnen, mits geen extra ruimte wordt gecreëerd; 4. zonnepanelen, mits gelegen of voorzien op daken; 5. airco's en warmtepompen, mits zij de grond niet raken; d. het plaatsen van: 1. dakkapel; 2. kozijnen, mits geen extra ruimte wordt gecreëerd; 3. zonnepanelen, mits gelegen of voorzien op daken. 4.

airco's en warmtepompen, mits zij de grond niet raken'; 

artikel 25.10.2 wordt in overeenstemming gebracht met de instructiebepaling in het Besluit kwaliteit leefomgeving en komt als volgt te luiden: 'Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 25.10.1, mits de bouwregels van de andere voor die gronden aangewezen bestemming in acht worden genomen en rekening wordt gehouden met het belang van het voorkomen van belemmeringen voor: a. de vlotte en veilige doorvaart van de scheepvaart in de breedte, hoogte en diepte; b. de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; c. het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; d. de toegankelijkheid van de vaarweg voor hulpdiensten; e. het uitvoeren van beheer en onderhoud van de vaarweg.' in de doeleindenomschrijving wordt in planregel 15.1.1 toegevoegd: 'b. verkeer te water', onder vernummering van de doeleinden b t/m f tot c t/m g;

25

 

 

onder vernummering van artikel 21 'Waterstaat - Waterkering' tot artikel 22 wordt in een nieuw artikel de dubbelbestemming 'Waterstaat- Bergend regime' opgenomen met regels identiek aan artikel 9 van het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Noordhoek'; in artikel 17.1.1 'Doeleinden' wordt '25 m' veranderd in 27,5 m'; artikelen 13 en 14 met bijbehorende begrippen worden overgenomen uit het bestemmingsplan '150kV-ondergronds kabeltracé Dordrecht Merwedehaven – Alblasserdam'. Daarbij wordt 'diepwortelende beplanting' in artikel 14.4.1 sub d vervangen door 'hoogopgaande beplanting'; in artikel 4.1.1 sub g wordt 'tevens' vervangen door 'uitsluitend'; artikel 4.1.1 onder 'i' komt als volgt te luiden: ter plaatse van de aanduiding: 'specifieke vorm van bedrijf - machinefabriek en (scheeps)reparatiebedrijf'': tevens een machinefabriek en scheepsreparatiebedrijf, inrichting als bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en Vergunningenbesluit van de Wet milieubeheer; artikel 3.1.1 sub c komt als volgt te luiden: 'aan het agrarisch bedrijf ondergeschikte (educatieve en/of (extensief) recreatieve) nevenactiviteiten, uitsluitend in de vorm van het organiseren van kinderfeestjes, rondleidingen en workshops, het houden van exposities en vergaderingen, een micro-bierbrouwerij, een zorgboerderij, omgangslessen met maximaal vier paarden, ponyverzorglessen, verhuur van huifkar met pony en

verhuur ontvangstruimte voor kleinschalige activiteiten, een en ander met inachtneming van het in artikel 3.3.2 bepaalde';

In de toelichting: 

   

Aan de tekst in het kader op p. 30 van de toelichting wordt de volgende zin toegevoegd: 'Mogelijk is voor dergelijke bouwwerken op grond van andere wettelijke regelingen wel een vergunning nodig van andere overheden'; in de toelichting wordt paragraaf 5.1 Externe veiligheid aangevuld met LPG tankstations en de Hogedruk Aardgasleiding W-524-01 in paragraaf 5.3 wordt Rijkswaterstaat genoemd als waterbeheerder en wordt aandacht besteed aan de Beleidsregels grote rivieren en het toepassingsbereik daarvan; wordt paragraaf 5.1 'Externe veiligheid' aangevuld met de aardgastransportleiding van de Gasunie; in paragraaf 5.8 wordt de zin 'De leiding heeft een zakelijke rechtstrook van 50 meter, 25 meter aan weerszijden' vervangen door 'De leiding heeft een zakelijke rechtstrook van 55 meter, 27,5 meter aan weerszijden'; in paragraaf 5.8 wordt een verwijzing naar het onherroepelijke bestemmingsplan 'ondergronds kabeltracé 150 kV Dordrecht Merwedehaven – Alblasserdam' opgenomen, vergelijkbaar met de verwijzing naar de bovengrondse hoogspanningsleiding; in paragraaf 7.3.2 wordt onder 'agrarisch', als een na laatste zin de volgende zin opgenomen: 'Op het perceel zijn aan het agrarisch bedrijf ondergeschikte (educatieve en/of (extensief) recreatieve) nevenactiviteiten, uitsluitend in de vorm van het organiseren van kinderfeestjes, rondleidingen en workshops, het houden van exposities en

vergaderingen, een microbierbrouwerij, een zorgboerderij, omgangslessen met maximaal vier paarden, ponyverzorglessen, verhuur van huifkar met pony en verhuur ontvangstruimte voor kleinschalige activiteiten toegestaan'; de beschrijving van de bestemming 'Tuin' in de toelichting moet vervangen worden door de beschrijving in hoofdstuk 6 van deze nota van inspraak.

6.2 Ambtshalve wijzigingen Na de terinzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan van 13 februari tot en met 25 maart 2020 in het kader van de inspraak zijn er feitelijke ontwikkelingen geweest die aanleiding geven om het voorontwerpplan op onderdelen aan te passen. 1. 2. 3. 4. 5.

Onherroepelijk geworden omgevingsvergunningen; onherroepelijk geworden bestemmingsplannen; de Staat van bedrijfsactiviteiten moet geüpdatet worden; vastgestelde beleidsdocumenten moeten verwerkt worden; onduidelijkheden en fouten die in het bestemmingsplan zijn gevonden moeten worden verholpen.

26

1. Onherroepelijk geworden omgevingsvergunningen Per blad van de verbeelding worden eerst de omgevingsvergunningen besproken die sowieso verwerkt moeten worden. Daarna volgt een tabel met elf omgevingsvergunningen waarvoor wij nader onderzoek moeten doen om te bepalen of we deze omgevingsvergunningen mee moeten nemen. Uiteindelijk zal een deel van deze vergunningen dus onderdeel van de opdracht worden. In oranje omgevingsvergunningen die sowieso verwerkt moet worden, maar waarvan wij nog niet hebben bepaald hoe. Blad 1-2: 

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/903/documents/14351