Bijlage 2a Bestemmingsplan Dijklint - toelichting en regels.pdf
Tekst van het document
5.2
Industrielawaai
Toetsingskader Een geluidzone industrielawaai wordt vastgesteld rond industrieterreinen waar inrichtingen zijn gevestigd die 'in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken' zoals bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Dergelijke bedrijven worden in de volksmond ook wel 'grote lawaaimakers' genoemd. In dat kader is in het verleden voor de industrieterreinen Aan de Noord, De Staart, Oosteind en Versteeg een geluidzone vastgesteld. Op grond van de wet behoort tot de geluidzone het gebied tussen het industrieterrein zelf en de buitengrens van de zone. Het industrieterrein zelf maakt dus geen deel uit van de zone. Buiten een geluidzone mag de geluidbelasting als gevolg van het betreffende industrieterrein niet meer dan 50 dB(A) bedragen. Voor het gezoneerde industrieterrein zelf en daarop aanwezige of geprojecteerde woningen gelden geen geluidnormen. Onderzoek Industrieterrein Versteeg (Versteeg scheepsreparaties en machinefabriek) is opgenomen in het plangebied en voorzien van de aanduiding 'overige zone - gezoneerd industrieterrein'. Een deel van het plangebied ligt binnen de geluidzones van de bedrijventerreinen Aan de Noord, De Straat, Oosteind en Versteeg. Aangezien het bestemmingsplan geen nieuwe geluidgevoelige functies toelaat, is het uitvoeren van akoestisch onderzoek niet noodzakelijk.
De betreffende geluidzones zijn op de verbeelding opgenomen door middel van de volgende gebiedsaanduidingen: industrieterrein Aan de Noord: 'geluidzone - industrie 1'; industrieterrein De Staart: 'geluidzone - industrie 2'; industrieterrein Oosteind: 'geluidzone - industrie 3'; industrieterrein Versteeg: 'geluidzone - industrie 4' . Binnen de geluidzones kunnen geluidgevoelige objecten niet zonder meer worden gebouwd. Conclusie Het aspect geluid vormt vanwege het consoliderende karakter geen belemmering voor de uitvoerbaarheid.
Rho adviseurs voor leefruimte
059000.1869700
39
5.3
Water
Waterbeheer Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Rivierenland en Rijkswaterstaat, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Onderzoek Het bestemmingsplan is consoliderend van aard. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Dit betekent dat geen grootschalige functieveranderingen en/of herinrichtingen zijn gepland. Binnen de vigerende bestemmingen bestaat wel de mogelijkheid tot kleinschalige ontwikkelingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het bouwen van aan- of bijgebouwen (al of niet bouwvergunningplichtig) of het aanleggen van paden of verhardingen. Een deel van het dijklint beschermt het achterliggende gebied tegen de rivier (de Beneden Merwede) en is bestemd als primaire waterkering (zie figuur 5.1). In kern- en beschermingszone gelden beperkingen voor graafwerkzaamheden, het aanleggen van leidingen en het aanbrengen of kappen/rooien van beplanting. Voor werkzaamheden in deze zones is een vergunning nodig of is het verplicht om werkzaamheden te melden bij het waterschap. Voor de kernzone is daarom de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen. De beschermings- en buitenbeschermingszone zijn op de verbeelding voorzien van de gebiedsaanduidingen 'vrijwaringszone - dijk 1' (beschermingszone) en 'vrijwaringszone - dijk 2' (buitenbeschermingszone).
De aanduiding 'vrijwaringszone - cultuurhistorisch dijkprofiel' is opgenomen ter bescherming en veiligstelling van het cultuurhistorisch waardevolle dijkprofiel.
Figuur 5.1 Uitsnede legger primaire waterkeringen (waterschap Rivierenland)
Rho adviseurs voor leefruimte
059000.1869700
40
Beleidslijn grote rivieren De Beleidslijn grote rivieren (de opvolger van de Beleidslijn ruimte voor de rivier) is erop gericht de veiligheid tegen overstromingen te waarborgen en de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. De beleidslijn heeft als doel de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed van de grote rivieren te behouden en ontwikkelingen tegen te gaan die de mogelijkheid tot rivierverruiming door verbreding en verlaging feitelijk onmogelijk maken. De beleidslijn is het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen in het rivierbed en is aan de orde bij de concrete regulering van afzonderlijke activiteiten via de Waterwet en de daarop gebaseerde regelgeving. De Beleidslijn grote rivieren bestaat onder andere uit de Beleidsregels grote rivieren (Bgr), die berusten op artikel 6.12 van het Waterbesluit. Het plangebied omvat ook deels rivier, die volgens de kaart bij het Bgr valt onder het bergend regime (figuur 5.2). Dit betekent dat een vergunning kan worden verleend voor activiteiten indien wordt voldaan aan de algemene rivierkundige voorwaarden die zijn weergegeven in artikel 7 van de Bgr: 1. 2. 3. 4.
er is sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; er is geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit; er is sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is; de resterende waterstandseffecten of de afname van het bergend vermogen worden duurzaam gecompenseerd waarbij de financiering en de tijdelijke realisering van de maatregelen gezekerd zijn.
Dit is vastgelegd in de regels en op de verbeelding in Artikel 25 Waterstaat - Bergend regime.
Figuur 5.2: Uitsnede kaart Beleidslijn grote rivieren Conclusie Het bestemmingsplan heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.
Rho adviseurs voor leefruimte
059000.1869700
41
5.4
Bedrijven en milieuhinder
Beleid en Normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). De VNG-brochure hanteert twee soorten omgevingstypen. Een rustige woonwijk en gemengd gebied, voor beide omgevingstypen gelden andere richtafstanden en/of normen. De definitie van een rustige woonwijk/ rustig buitengebied is: 'Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.' De definitie van een gemengd gebied is: 'Een gebied met een matige tot sterke functiemenging.
Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden en hogere milieunormen rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten meestal bepalend.' Onderzoek en conclusie In het plangebied zijn een aantal bedrijven aanwezig. Dit zijn hoofdzakelijk kleinschalige bedrijven uit maximaal milieucategorie 2 die passen in een gemengd gebied. Enkele bedrijven maken van oudsher onderdeel uit van de woning en liggen tussen andere woningen in het dijklint. Een bedrijfsbestemming is daarom niet wenselijk. De bedrijven passen echter ook niet onder de definitie 'aan huis gebonden beroep of bedrijf'. Daarom zijn deze bedrijven voorzien van de woonbestemming met een specifieke aanduiding. Het voorliggende plan is consoliderend van aard en maakt geen nieuwe bedrijfsbestemmingen of woningen mogelijk. De enige uitzondering hierop is een hoveniersbedrijf aan het Westeind 178. Het hoveniersbedrijf is van oudsher op deze locatie aanwezig.
Aangezien dit perceel niet van oudsher in gebruik is als hoveniersbedrijf is beoordeeld of het planologisch borgen van het bedrijf op dit perceel aanvaardbaar is. Toen werd gestart met deze bestemmingsplanherziening was nog sprake van uitbreiding op deze locatie. Inmiddels is de hoofdvestiging verplaatst naar Sliedrecht. De locatie aan het Westeind 178 wordt nog wel voor hoveniersactiviteiten gebruikt. Deze activiteiten zijn ondersteunend aan de locatie in Sliedrecht. In het kader van de oorspronkelijke uitbreidingsplannen is beoordeeld of dit passend is binnen de omgeving. Het betreft de volgende analyse:
Rho adviseurs voor leefruimte
059000.1869700
42
''Er is onderzocht wat de extra geluidemissie van de uitbreiding van het bedrijf zal zijn, ten opzichte van het van oudsher aanwezige hoveniersbedrijf. Volgens opgave van het hoveniersbedrijf zal de uitbreiding van het bedrijf worden gebruikt voor het inplanten van tuinbeplanting. De tuinbeplanting wordt op de bedrijfslocatie bewaard, tot dat deze aangeplant kan worden op de projectlocatie. Het inplanten en verwijderen van tuinbeplanting geschiedt met de hand. Er worden geen machines of materieel bij ingezet. De uitbreiding leidt ook niet tot extra activiteiten of vervoersbewegingen bij het van oudsher aanwezige hoveniersbedrijf. De extra geluidemissie die de uitbreiding van het hoveniersbedrijf zal veroorzaken is verwaarloosbaar en zal niet leiden tot geluidhinder. Het aspect milieuhinder staat de beoogde ontwikkeling dan ook niet in de weg.'' In de huidige situatie vinden er geen extra activiteiten plaats. Op de locatie vinden juist minder activiteiten plaats, daarom staat het aspect milieuhinder de beoogde ontwikkeling in de nieuwe situatie niet in de weg.
5.5
Bodem
Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Onderzoek en conclusie Onderhavig plan is consoliderend van aard. Er is derhalve geen noodzaak voor het uitvoeren van bodemonderzoek. Vanuit het aspect bodem worden dan ook geen belemmeringen voorzien.
5.6
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 5.2 weergegeven. Stof stikstofdioxide (NO2) fijn stof (PM10)
Toetsing van jaargemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie Tabel 5.2 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm
Rho adviseurs voor leefruimte
Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg /m³
059000.1869700
43
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek Onderhavig plan is consoliderend van aard. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2017 (http://www.nslmonitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Burgemeester Keijzerweg, direct ten noorden van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2016 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. Hierdoor is er ter plaatse van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
5.7
Ecologie
Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie ten aanzien van het Natuurnetwerk Zuid-Holland de uitvoering van het plan niet in de weg staan. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied de Biesbosch bedraagt 1,6 kilometer. De Sophiapolder, ten zuidwesten van het plangebied, is aangewezen als NNN-gebied. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Significante negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen derhalve worden uitgesloten. De Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie Zuid-Holland staan de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg.
Rho adviseurs voor leefruimte
059000.1869700
44
Soortenbescherming Het bestemmingsplan is consoliderend van aard, er worden geen concrete ontwikkelingen voorzien. De Wet natuurbescherming staat de uitvoering van het bestemmingsplan dan ook niet in de weg. Het bestemmingsplan maakt echter altijd indirect (kleine) ontwikkelingen mogelijk. Hieronder is aangeven waar bij deze mogelijke toekomstige ontwikkelingen rekening moet worden gehouden. Er is geen ontheffing nodig voor een aantal nationaal beschermde soorten omdat hiervoor door de Provincie Zuid-Holland een vrijstelling is verleend. Het betreft o.a. aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos en woelrat. Uiteraard geldt wel de algemene zorgplicht. Dat betekent dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving. Tijdens werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen. Verstoring van broedende vogels is verboden. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt geen standaardperiode gehanteerd voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode.
Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. De meeste vogels broeden overigens tussen 15 maart en 15 augustus (bron: www.vogelbescherming.nl). Voorafgaand aan een ontwikkeling dient nagegaan te worden of sprake is van potentieel leefgebied voor beschermde soorten en broedvogels met jaarrond beschermde nesten. In dat geval is nader veldonderzoek noodzakelijk. Hierbij dient rekening gehouden te worden met het onderzoekseizoen, dat over het algemeen tussen maart en oktober ligt. Indien vaste rust-, verblijfs- of voortplantingsplaatsen van zwaar beschermde soorten worden aangetroffen dient bezien te worden met welke mitigerende en compenserende maatregelen de beoogde ingreep uitvoerbaar is in het kader van de Wet natuurbescherming. Gezien de bovenstaande conclusies staat de Wet natuurbescherming, met inachtneming van eventuele maatregelen, de uitvoering van het plan niet in de weg. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden of beschermde soorten. Het aspect ecologie vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
5.8
Kabels en leidingen
Toetsingskader Rond planologisch relevante leidingen dient rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden (belemmeringenzones). Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied is een bovengrondse hoogspanningsleiding van 150 kV aanwezig. De leiding heeft een zakelijke rechtstrook van 55 meter, 27,5 meter aan weerszijden. Voor de leiding is een dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' opgenomen op de verbeelding. Daarnaast is binnen het plangebied een ondergrondse hoogspanningsleiding 150 Kv aanwezig. Deze leiding heeft een beschermingszone van 5 meter aan weerszijden. Dit is met de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' opgenomen op de verbeelding. Dit is overgenomen uit het onherroepelijke bestemmingsplan '150kV-ondergronds kabeltracé Dordrecht Merwedehaven Alblasserdam'.
Rho adviseurs voor leefruimte
059000.1869700
45
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 14-02-2017 besloten de onder de hoogspanningslijn gelegen woningen aan de Burgemeester Keijzerweg 13/15 en 17 op verzoek van de eigenaren aan te kopen. Deze panden hebben niet langer een woonbestemming. Ter hoogte van de Zalmsteeg loopt een rioolpersleiding met een diameter van 680 mm en een zakelijk rechtstrook van 5 meter aan weerszijden van de leiding. Voor de effluentleiding is de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' opgenomen op de verbeelding. Conclusie Het aspect kabels en leidingen staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.
5.9
Archeologie en cultuurhistorie
Toetsingskader De Monumentenwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Archeologie De archeologische verwachtingen zijn in de gemeente Papendrecht opgenomen op de Archeologische Beleidskaart. Deze beleidskaart is bijgevoegd als bijlage 3 bij de regels. Voor vrijwel het hele plangebied geldt op basis van deze kaart een zeer hoge, hoge of middelhoge verwachting. Alleen het water kent geen archeologische verwachting.
De betreffende gronden zijn in het bestemmingsplan voorzien van de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie - middelhoge verwachting', 'Waarde - Archeologie - hoge verwachting', 'Waarde - Archeologie - zeer hoge verwachting' en 'Waarde - Archeologie - archeologisch Rijksmonument' waardoor eventuele archeologische waarden beschermd zijn. Cultuurhistorie In het plangebied bevinden zich twee rijksmonumenten, verschillende beeldbepalende panden en monumentale bomen. Ter bescherming van de monumenten, panden en bomen geldt afzonderlijke wetgeving. Alleen de rijksmonumenten zijn met een signaleringsfunctie op de verbeelding en in de regels opgenomen. Daarnaast is het hele dijklint voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde Cultuurhistorie' voor het gehele dijklint. Hier is voor gekozen om de samenhang van de bebouwing en de openbare ruimte in het dijklint te benadrukken, in de Dijkvisie beschreven als 'kralenketting'. De dubbelbestemming heeft zowel een signaleringsfunctie als een functie om sloopvergunning te verplichten voordat met sloop van een pand aan het dijklint kan worden begonnen. Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg. Het betreft een consoliderend bestemmingsplan.
Rho adviseurs voor leefruimte
059000.1869700
46
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Het bestemmingsplan is consoliderend van aard. Het bestemmingsplan maakt geen directe ontwikkelingen in de zin van artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening mogelijk. De economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is daarmee gegarandeerd.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooruitlopend op het bestemmingsplan is een Nota van Uitgangspunten opgesteld waarin specifieke uitspraken zijn opgenomen die dienen ter verwerking van de Dijkvisie in het bestemmingsplan. De bewoners van het dijklint zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren op de nota. De resultaten van de inspraak zijn in de Nota van Uitgangspunten verwerkt, welke vervolgens door de gemeenteraad is vastgesteld. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 13 februari 2020 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Iedereen kon in die periode zijn of haar inspraakreactie indienen. Het voorontwerpbestemmingsplan is tevens in het kader van artikel 3.1.1 Bro naar de wettelijke overlegpartners verstuurd. De inspraak- en vooroverlegreacties zijn samengevat en beantwoord in de nota inspraak. Deze nota is toegevoegd in bijlage 1. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 21 december 2023 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. In deze periode kon een ieder een zienswijze indienen. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de nota zienswijzen. In de nota zijn ook de ambtshalve wijzigingen opgenomen. De nota zienswijzen is toegevoegd in bijlage 2.
Rho adviseurs voor leefruimte
059000.1869700
47
Rho adviseurs voor leefruimte
059000.1869700
48
Hoofdstuk 7
7.1
Juridische beschrijving
Algemeen
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels zijn samen juridisch bindend. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels voor het gebruik gekoppeld. De toelichting is een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. De toelichting is belangrijk voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Voor dit bestemmingsplan is de landelijk verplichte Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen editie 2012 (SVBP2012) toegepast.
7.2
Opbouw regels
De planregels van het bestemmingsplan zijn ondergebracht in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In deze regels zijn begrippen en de manier van meten uitgelegd. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. Voor iedere bestemming bevat dit hoofdstuk regels die specifiek voor die bestemming gelden. Naast de zogenoemde enkelbestemmingen is een aantal dubbelbestemmingen opgenomen. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels zoals de anti-dubbeltelregel, de algemene bouw- en gebruiksregels, aanduidingsregels en algemene afwijkings- en wijzigingsregels. Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregels.
7.3
Toelichting op de regels
7.3.1 Inleidende regels Begrippen In de begripsregels worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsregels worden opgenomen die tot verwarring kunnen leiden of voor verschillende uitleg vatbaar zijn. Voor sommige begrippen worden in de SVBP2012 omschrijvingen gegeven. Deze zijn overgenomen. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen, wordt in de 'wijze van meten' uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Ook voor de 'wijze van meten' worden in de SVBP2012 richtlijnen gegeven.
Rho adviseurs voor leefruimte
059000.1869700
49
7.3.2 Bestemmingsregels Agrarisch De bestaande agrarische gronden op het adres Kerkbuurt 56 zijn conform de vigerende beheersverordening voorzien van de bestemming 'Agrarisch' met de functieaanduiding 'fruitteelt'. Vanwege de omliggende woonfuncties zijn ook de functieaanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch windscherm', 'specifieke vorm van agrarisch - beplanting' en 'specifieke vorm van agrarisch uitgesloten appel- en perenbomen' overgenomen. Op het perceel zijn aan het agrarisch bedrijf ondergeschikte (educatieve en/of (extensief) recreatieve) nevenactiviteiten, uitsluitend in de vorm van het organiseren van kinderfeestjes, rondleidingen en workshops, het houden van exposities en vergaderingen, een micro-bierbrouwerij, een zorgboerderij, omgangslessen met maximaal vier paarden, ponyverzorglessen, verhuur van huifkar met pony en verhuur ontvangstruimte voor kleinschalige activiteiten toegestaan. Bedrijfsgebouwen en één bedrijfswoning zijn toegestaan binnen het aangegeven bouwvlak. Bedrijf Aanwezige bedrijven zijn overeenkomstig de vigerende plannen voorzien van de bestemming 'Bedrijf' waarbij een milieucategorie hoger dan 2 niet is toegestaan (zie Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 1 bij de regels). Dit ter bescherming van de aanwezige woningen. Uitzonderingen hierop zijn voorzien van een specifieke functieaanduiding.
Bedrijfsgebouwen zijn alleen binnen het bouwvlak toegestaan. Een bedrijfswoning is alleen toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning'. Centrum Overeenkomstig de geldende beheersverordening is de bestemming 'Centrum' toegekend aan twee percelen aan de Oude Veer/ Westeind in aansluiting op het centrumgebied van Papendrecht. Binnen deze bestemming is een onderlinge uitwisseling van functies, zoals detailhandel, dienstverlening en horeca mogelijk. Binnen de centrumbestemming vormt ook wonen een belangrijke functie. Het wonen komt voor als appartementen op de verdiepingen boven de centrumvoorzieningen, welke overwegend op de begane grond zijn gesitueerd. Gemengd De bestemming 'Gemengd' is opgenomen om ruimte te bieden om op deze locaties verschillende functies toe te staan die de functiemenging langs het dijklint ten goede komt. Binnen deze bestemming zijn derhalve meerdere functies mogelijk, inclusief grondgebonden woningen. Detailhandel is alleen toegestaan op plekken waar vigerende plannen ook detailhandel toestaan. Op andere percelen is detailhandel uitgesloten door middel van de functieaanduiding 'detailhandel uitgesloten'. Groen De groenvoorzieningen betreffen het structurele groen en bermgroen in het plangebied. Binnen deze bestemming zijn tevens wateroppervlakten en de aanleg van waterhuishoudkundige voorzieningen mogelijk.
Horeca De horecavoorziening aan de Oude Veer is overeenkomstig de vigerende beheersverordening voorzien van de bestemming 'Horeca'. Horecagelegenheden tot en met categorie 2 (met uitzondering van categorie 1c) zijn rechtstreeks toegestaan. Voor de categorie-indeling wordt verwezen naar de begripsbepaling 'Horeca' in de regels.
Kantoor
Rho adviseurs voor leefruimte
059000.1869700
50
De bestemming 'Kantoor' heeft betrekking op de dienstverlenende instelling zonder baliefunctie aan de Oude Veer. Het gaat om een zelfstandig kantoor waar het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. Deze bestemming komt maar één keer voor in het plangebied (Oude Veer 11). De bestemming is overgenomen uit de vigerende beheersverordening 'Centrumgebied'. Maatschappelijk Publieke (niet commerciële) dienstverlening wordt binnen de bestemming 'Maatschappelijk' geregeld. Daarbij gaat het om functies als scholen en kerken zoals genoemd in paragraaf 2.4.3. Recreatie Voor de volkstuinen achter het perceel Westeind 202 en de scouting aan de Kamerlingh Onneslaan 1 is de bestemming 'Recreatie' opgenomen. Voor beide recreatieve voorzieningen zijn specifieke bouwregels opgenomen die zijn afgestemd op de huidige situatie en de vigerende planologische mogelijkheden. Tuin De bestemming 'Tuin' is merendeels toegekend aan de tuinen behorende bij woningen waar niet of slechts beperkt bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan. Dit is gedaan voor het behoud van het open karakter voor deze gebieden. Aan het Oosteind zijn de huidige bijgebouwen bij woningen positief bestemd door middel van de aanduiding 'bijgebouwen'. Deze mogen echter niet worden uitgebreid of vervangen door nieuwe bouwwerken.
Verkeer Bij 'Verkeer' gaat het om wegen met een doorgaande functie. Bijbehorende voorzieningen worden met dit artikel ook mogelijk gemaakt. In dit bestemmingsplan zijn de Pontonniersweg/ Edelweisslaan en de rotonde Burgemeester Keijzerweg/ Oosteind/ Nanengat/ Rietgorsweg/ Ketelweg overeenkomstig de vigerende plannen van de verkeersbestemming voorzien. Verkeer - Verblijfsgebied Bij 'Verkeer - Verblijfsgebied' gaat het om wegen en gebieden met verblijfsfunctie en erftoegangswegen. Ook parkeerplaatsen, speelvoorzieningen, fiets- en voetpaden en groenvoorzieningen worden met dit artikel mogelijk gemaakt. Op deze gronden mogen alleen kleine gebouwtjes ten behoeve van de bestemming en andere bouwwerken worden gebouwd. Water De bestemming 'Water' is toegekend aan de binnen het plangebied gelegen watergangen en waterplassen. Wonen De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor wonen. Waar ook andere functies zijn toegestaan zijn deze aangeduid met een functieaanduiding. Het betreft bestaande functies die positief zijn bestemd. Onder voorwaarden is bij deze bestemming de uitoefening van aan huis gebonden beroepen, bedrijfsmatige activiteiten en webshops toegestaan. Voor de uitoefening van een bed & breakfast is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen.
Rho adviseurs voor leefruimte
059000.1869700
51
Binnen het plangebied zijn alleen grondgebonden woningen toegestaan. Uitzondering vormt het appartementengebouw Westeind 29-33 en Huys de Merwede waar door middel van een bouwaanduiding ook gestapelde woningbouw is toegestaan. Op deze manier wordt voorkomen dat het aantal woningen in het plangebied toeneemt. Wel is een afwijkingsbevoegdheid voor het bouwen van meer woningen in een bouwvlak opgenomen mits de oppervlakte van de woningen niet kleiner is dan 40 m2 GO per woning en de woningen beschikken over een berging en een buitenruimte. De bestaande bebouwing is strak begrensd door het bouwvlak om de karakteristiek van het dijklint zoveel mogelijk te bewaren. Bijbehorende bouwwerken zijn buiten het bouwvlak toegestaan. Opbouwen zijn alleen toegestaan door middel van een afwijkingsbevoegdheid. Voor de voorwaarden wordt verwezen naar de onderbouwing in paragraaf 4.3. De voorwaarden zijn onder andere gekoppeld aan de door TNO opgestelde bezonningsnorm die in bijlage 2 van de regels is opgenomen. Leiding - Hoogspanning De ondergrondse hoogspanningsleiding ter hoogte van de Rietgorsweg is voorzien van de bestemming 'Leiding - Hoogspanning'.
Leiding - Hoogspanningsverbinding De bovengrondse hoogspanningsleiding ter hoogte van de Rietgorsweg is met een strook met een breedte van 27,5 m aan weerszijden van de hartlijn van de hoogspanningsverbinding voorzien van de bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding'. Leiding - Riool De rioolpersleiding ter hoogte van de Zalmsteeg is met een strook met een breedte van 5 meter aan weerszijden van de leiding voorzien van de bestemming 'Leiding - Riool'. Waarde - Archeologie Binnen het plangebied zijn de bestemmingen Waarde - Archeologie - middelhoge verwachting', 'Waarde - Archeologie - hoge verwachting', 'Waarde - Archeologie - zeer hoge verwachting' en 'Waarde Archeologie - archeologisch Rijksmonument' opgenomen ter behoud en bescherming van de archeologische waarden in de gronden. Deze regels die binnen bestemming gelden, hebben voorrang op de regels van de andere op de gronden voorkomende bestemmingen. Voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en van werkzaamheden is een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen. Waarde - Cultuurhistorie Zoals aangegeven in paragraaf 4.3 is het hele dijklint voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde Cultuurhistorie'. Deze dubbelbestemming heeft een signaleringsfunctie om de cultuurhistorische waarden van het dijklint te beschermen. Daarnaast is een sloopvergunningenstelsel in dit artikel ondergebracht.
Voordat een pand aan het dijklint kan worden gesloopt, moet een sloopvergunning worden verkregen. Waterstaat - Waterkering Voor de in het plangebied aanwezige primaire waterkering is de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterkering' opgenomen ter bescherming van de belangen van de waterkering.
Rho adviseurs voor leefruimte
059000.1869700
52
7.3.3 Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is vast voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening en dient in alle bestemmingsplannen te worden opgenomen. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld in het geval dat (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels zijn bepalingen opgenomen die toezien op de realisatie van voldoende parkeergelegenheid, het bouwen van boomgeleidingsconstructies en de bouwhoogte van andere bouwwerken met dak. Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn vormen van gebruik opgesomd, die strijdig zijn met het toegestane gebruik overeenkomstig dit plan. Daarnaast zijn bepalingen opgenomen die toezien op de realisatie van voldoende parkeergelegenheid. Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie 1 t/m 4 Het plangebied ligt deels binnen de geluidzones van de gezoneerde industrieterreinen Aan de Noord, De Staart, Oosteind en Versteeg. De Wet geluidhinder bepaalt dat deze zones in bestemmingsplannen vastgelegd moeten worden. Daarom zijn op de verbeelding gebiedsaanduidingen voor de geluidzones opgenomen. overige zone - gezoneerd industrieterrein Ter plaatse van machinefabriek Versteeg zijn geluidshinderlijke inrichtingen toegestaan.
Dit gezoneerde industrieterrein is aangegeven met de aanduiding 'overige zone - gezoneerd industrieterrein'. veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen In de regels is voor het invloedsgebied langs de N3 de aanduiding 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen' opgenomen vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze weg. Hier zijn geen kwetsbare of nieuwe beperkt kwetsbare objecten toegestaan zonder omgevingsvergunning waarbij de externe veiligheidsrisico's in kaart zijn gebracht en afgestemd met de Veiligheidsregio. vrijwaringszone - cultuurhistorisch dijkprofiel Ter voorkoming van aandijken is over de gehele dijkzone (dijk inclusief talud) de aanduiding 'vrijwaringszone - cultuurhistorisch dijkprofiel' opgenomen. De verdere motivatie voor het opnemen van deze aanduiding is opgenomen in paragraaf 4.2. vrijwaringszone - dijk 1/2 Voor de dijk als primaire waterkering is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen. De beschermingszone en de buitenbeschermingszone zijn overeenkomstig waterschapsbeleid voorzien van de aanduidingen 'vrijwaringszone - dijk 1' (beschermingszone) en 'vrijwaringszone - dijk 2' (buitenbeschermingszone). Op gronden binnen de beschermingszone mag niet worden gebouwd zonder omgevingsvergunning en schriftelijk advies van de waterbeheerder. De aanduiding 'vrijwaringszone dijk 2' is opgenomen als signaliseringsfunctie.
vrijwaringszone - vaarweg Voor de Noord en de Beneden-Merwede is de aanduiding ‘vrijwaringszone - vaarweg’ opgenomen. Op grond van deze bepaling wordt het onbelemmerd functioneren van de aangrenzende vaarweg gewaarborgd.
Rho adviseurs voor leefruimte
059000.1869700
53
Algemene afwijkingsregels Door middel van de 'Algemene afwijkingsregels' kan bij omgevingsvergunning worden afgeweken van de bestemmingsplanregels voor onder andere geringe overschrijding van bepaalde bouwvoorschriften, bouwwerken van openbaar nut, straatmeubilair enzovoort. Deze bevoegdheid vergroot de flexibiliteit van het plan. Algemene wijzigingsregels In de 'Algemene wijzigingsregels' is een bepaling opgenomen om kleine overschrijdingen van bestemmingsgrenzen mogelijk te maken wanneer deze overschrijdingen niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak met niet meer dan 10% wordt vergroot. Overige regels In de 'Overige regels' is een verwijzing naar andere wettelijke regelingen opgenomen. Ook bevat dit artikel een voorrangsregeling voor de in het bestemmingsplan opgenomen dubbelbestemmingen. Ten slotte is een dynamische verwijzing opgenomen naar de Bomenverordening Papendrecht 2017 en het Terrassenbeleid Levendig Papendrecht 2018. 7.3.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In dit artikel is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. In artikel 34.1 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In artikel 34.2 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen.
Slotregel De regels kunnen worden aangehaald onder de naam: Regels van het bestemmingsplan 'Dijklint'.
Rho adviseurs voor leefruimte
059000.1869700
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
55
Rho adviseurs voor leefruimte
059000.1869700
56
Bijlage 1 Nota van inspraak
Rho adviseurs voor leefruimte
059000.1869700
57
Rho adviseurs voor leefruimte
059000.1869700
.
Nota van Inspraak en Overleg Bestemmingsplan 'Dijklint' voorontwerp d.d. 5 december 2023 Gemeente Papendrecht
5 december 2023
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ......................................................................................................................................4
2.
Gevolgde procedure....................................................................................................................5 Vooroverleg ....................................................................................................................................5 Inspraak ..........................................................................................................................................5
3.
Overzicht ontvangen reacties ......................................................................................................5 Overleg ...........................................................................................................................................5 Inspraak ..........................................................................................................................................5
4.
Beantwoording overlegreacties ...................................................................................................6 Overleg ...........................................................................................................................................6
5.
1.
Waterschap Rivierenland .....................................................................................................6
2.
Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid .......................................................................................7
3.
Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid ..................................................................................8
4.
Gasunie ...............................................................................................................................8
5.
Tennet .................................................................................................................................9
6.
Oasen ..................................................................................................................................9
7.
Stedin ..................................................................................................................................9
8.
Stichting Dorpsbehoud Papendrecht....................................................................................9
Beantwoording inspraakreacties ...............................................................................................10 Inspreker 1: ...............................................................................................................................10 Inspreker 2: ...............................................................................................................................10 Inspreker 3: ...............................................................................................................................10 Inspreker 4: ...............................................................................................................................11 Inspreker 5: ...............................................................................................................................11 Inspreker 6: ...............................................................................................................................15 Inspreker 7: ...............................................................................................................................16 Inspreker 8: ...............................................................................................................................16 Inspreker 9
................................................................................................................................17 Inspreker 10 ..............................................................................................................................18 Inspreker 11 ..............................................................................................................................18 Inspreker 12 ..............................................................................................................................18 Inspreker 13 ..............................................................................................................................19 Inspreker 14 ..............................................................................................................................19 Inspreker 15 ..............................................................................................................................20
2
Inspreker 16 ..............................................................................................................................20 Inspreker 17 ..............................................................................................................................20 Inspreker 18 ..............................................................................................................................22 Inspreker 19 ..............................................................................................................................22 6.
Wijzigingen in het voorontwerpbestemmingsplan ..................................................................... 24 6.1 Wijzigingen op basis van de overleg- en inspraakreacties ........................................................ 24 6.2 Ambtshalve wijzigingen ...........................................................................................................26 1.
Onherroepelijk geworden omgevingsvergunningen ...........................................................27
2.
Onherroepelijk geworden bestemmingsplannen ............................................................... 28
3.
De Staat van bedrijfsactiviteiten moet geüpdatet worden .................................................28
4.
Vastgestelde beleidsdocumenten ......................................................................................28
5.
Onduidelijkheden en fouten die moeten worden hersteld .................................................30
3
1. Inleiding In de periode van 13 februari tot en met 25 maart 2020 was het mogelijk om in het kader van vooroverleg inspraakreacties in te dienen op het voorontwerp bestemmingsplan 'Dijklint'. In deze Nota van Inspraak worden de ontvangen reacties samengevat en beantwoord. Voordat inhoudelijk op de reacties wordt ingegaan, wordt eerst kort het verloop van de gevolgde procedure toegelicht (paragraaf 2). Daarna wordt een overzicht gegeven van de binnengekomen reacties en worden deze inhoudelijk besproken (paragraaf 3). In zoverre daartoe aanleiding bestaat, is per reactie in de conclusie aangegeven of deze leidt tot wijzigingen in het ontwerpbestemmingsplan.
4
2. Gevolgde procedure Vooroverleg Artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan 'Dijklint' toegezonden aan de overleginstanties zoals bedoeld in artikel 3.1.1. Bro.
Inspraak Sinds 2017 verplicht de gemeentelijke inspraakverordening niet meer tot het organiseren van inspraak bij de voorbereiding van bestemmingsplannen, omdat daar al een uitgebreide wettelijke zienswijzeprocedure voor geldt. Bij dit specifieke bestemmingsplan is een inspraakmoment wenselijk geacht omdat het een regeling van het historisch dijklint betreft met gedetailleerde bestemming van bebouwing en functies. Een inspraakronde biedt de mogelijkheid om onjuistheden te ontdekken en aan te passen. Dat verhoogt de kwaliteit van het uiteindelijke bestemmingsplan. De bekendmaking van de inspraakprocedure heeft plaatsgevonden in het Papendrechts Nieuwsblad op 12 februari 2020 en een huis-aan-huisbrief bij alle panden in het plangebied. Gedurende de inspraaktermijn is iedereen in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling te reageren op het bestemmingsplan. Ook is op 4 maart 2020 een inloopmiddag en -avond gehouden op het gemeentehuis om uitleg over en toelichting op het plan te geven. De inspraak- en overlegreacties zijn in paragraaf 3 samengevat. De aanpassingen die volgen uit de overleg- en inspraakreacties worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan.
3. Overzicht ontvangen reacties Overleg In het kader van het vooroverleg is het voorontwerpplan via het E-formulier aangeboden aan de Provincie Zuid-Holland en per email voor een reactie voorgelegd aan de volgende instanties: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Waterschap Rivierenland Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid Gasunie Tennet Oasen Stedin Stichting Dorpsbehoud Papendrecht
Inspraak In het kader van de inspraak zijn 19 schriftelijke en mondelinge reacties ontvangen. In verband met privacyregels in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) bevat deze nota geen persoonsgegevens en zijn de reacties geanonimiseerd. De persoonsgegevens zijn opgenomen in een vertrouwelijke bijlage. Tenslotte hebben verschillende bezoekers van de inloopmiddag/-avond -zonder naam en adres op te geven- vragen gesteld over de wijze van bestemmen, die bij nader onderzoek onjuistheden aan het licht hebben gebracht.
5
4. Beantwoording overlegreacties Overleg Het E-formulier van de Provincie Zuid-Holland stelt vragen en de daarop gegeven antwoorden geven inzicht in de vraag of het ruimtelijke plan mogelijk strijdig is met het provinciaal beleid en dus door de provincie bekeken moet worden. Uit de door de gemeente ingevulde antwoorden blijkt dat het ruimtelijke plan niet hoeft te worden toegezonden. De reacties van de andere overleginstanties worden hieronder samengevat en beantwoord.
1. Waterschap Rivierenland De reactie van het waterschap is aan te merken als wateradvies in het kader van de watertoetsprocedure. Het waterschap geeft een positief wateradvies, mits onderstaande opmerkingen worden aangepast in het bestemmingsplan. 1. Verbeelding De Verbeelding moet voldoen aan de leggers waterkeringen en watersystemen van het waterschap. Het voorontwerp bestemmingsplan is nog niet gepubliceerd op Ruimtelijke Plannen; het waterschap heeft daarom nog niet kunnen bekijken of de legger en de Verbeelding overeenkomen. Reactie van het college: Wij hebben gecontroleerd of de verbeelding aan de leggers van het Waterschap voldoet. Dit blijkt het geval. Het ontwerpbestemmingsplan wordt wel gepubliceerd op Ruimtelijke Plannen, dus dan is het voor iedereen mogelijk om dit te controleren. 2. Regels a. aandijken Het waterschap onderschrijft het tegengaan van 'aandijken' maar dit mag geen belemmering vormen voor dijkversterking en niet tot extra kosten leiden als dijkversterking nodig is Reactie van het college: Het verbod op 'aandijken' is niet van toepassing als de werken of werkzaamheden noodzakelijk zijn voor het versterken van de dijk (artikel 27.7 sub c onder 2). b.
vrijwaringszones – dijk 1, -dijk 2 en –dijk 3 Het waterschap ziet graag de namen zodanig gewijzigd, dat de beschermingszone van de waterkering wordt opgenomen als vrijwaringszone - dijk 1 en de buitenbeschermingszone als vrijwaringszone - dijk 2. De huidige vrijwaringszone dijk 1 dient een andere naam te krijgen om verwarring te voorkomen. Reactie van het college: De aanduidingen en bijbehorende regels worden als volgt aangepast: de aanduiding 'vrijwaringszone – dijk 1' wordt gewijzigd in 'vrijwaringszone – cultuurhistorisch dijkprofiel' de aanduidingen 'vrijwaringszone – dijk 2' en vrijwaringszone – dijk 3' worden gewijzigd in 'vrijwaringszone- dijk 1' (betreft de primaire waterkering) en 'vrijwaringszone – dijk 2' (betreft de buitenbeschermingszone). c. bestemming 'water' Het waterschap ziet graag in de doeleindenomschrijving 15.1.1.c 'groenvoorzieningen' geschrapt.
6
Reactie van het college: Met het oog op de aanwezigheid of mogelijkheid van groenvoorzieningen aldaar wordt de doeleindenomschrijving in 15.1.1. c gewijzigd in: c. 'groenvoorzieningen, uitsluitend aan de noordzijde van Bosch, Visschersbuurt en Oosteind'. d. bestemming 'leiding-riool' Het waterschap ziet graag het verbod 'het opslaan van zaken (waaronder afvalstoffen)' toegevoegd onder 18.3.1 naar voorbeeld van de modelregels van het waterschap. Reactie van het college: In artikel 19.3.1 wordt de bestaande opsomming gewijzigd in a t/m e en wordt toegevoegd: 'e. het opslaan van zaken (waaronder begrepen afvalstoffen)'. e. bestemming 'waterstaat-waterkering' Het waterschap acht de bescherming van het waterbelang onvoldoende en ziet het artikel graag aangepast naar voorbeeld van de modelregels van het waterschap. Reactie van het college: - bestemmingsomschrijving Om het waterbelang beter te beschermen wordt de regels aangepast op basis van de modelregels van het Waterschap. Omdat de adviseringsplicht in deze modelregels er toe leidt dat bijna alle vergunningaanvragen voor advies langs het Waterschap moeten, hebben wij in artikel 23.1.5 een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen voor ontwikkelingen met een beperkte impact. Dit zorgt ervoor dat de administratieve lasten worden beperkt. 3.
Toelichting Het waterschap wil bij de beschrijving van de mogelijkheden van vergunningvrij bouwen op p. 30 van de toelichting graag de kanttekening geplaatst zien dat mogelijk nog wel bij andere overheden vergunning gevraagd moet worden. Reactie van het college: Aan de tekst in het kader op p. 30 van de toelichting wordt de volgende zin toegevoegd: 'Mogelijk is voor dergelijke bouwwerken op grond van andere wettelijke regelingen wel een vergunning nodig van andere overheden.'
2. Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid De reactie van de Veiligheidsregio ziet op twee aspecten: 1. Externe veiligheid In hoofdstuk 5 van de toelichting is paragraaf 5.1 Externe veiligheid niet volledig. Er ontbreken enkele risicobronnen aan de oostzijde van het plangebied, bijvoorbeeld het LPG-tankstation, Ketelweg 91 en de Hogedruk Aardgasleiding W-524-01. Mogelijk moeten ook nog andere risicobronnen worden vermeld. Het hoofdstuk moet worden aangepast alvorens de Veiligheidsregio een positief advies kan uitbrengen. Reactie van het college: In de toelichting wordt paragraaf 5.1 Externe veiligheid aangevuld met LPG tankstations en de Hogedruk Aardgasleiding W-524-01. 2. Vrijwaringszone vaarweg De Veiligheidsregio adviseert om in de regels artikel 25.10.2 te wijzigen i.v.m. het belang van de vrijwaringszone - vaarweg voor de Hulpverleningsdiensten en in overeenstemming te brengen met de instructiebepaling in het toekomstige Besluit kwaliteit leefomgeving.
7
Reactie van het college: Artikel 25.10.2 wordt in overeenstemming gebracht met de instructiebepaling in het Besluit kwaliteit leefomgeving en komt als volgt te luiden: 'Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 25.10.1, mits de bouwregels van de andere voor die gronden aangewezen bestemming in acht worden genomen en rekening wordt gehouden met het belang van het voorkomen van belemmeringen voor: a. de vlotte en veilige doorvaart van de scheepvaart in de breedte, hoogte en diepte; b. de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; c. het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; d. de toegankelijkheid van de vaarweg voor hulpdiensten; en e. het uitvoeren van beheer en onderhoud van de vaarweg.'
3. Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid Rijkswaterstaat is waterbeheerder van de rivieren ‘Noord’ en ‘Beneden-Merwede’ en ziet toe op een veilige en ongehinderde afvoer van water. Rijkswaterstaat heeft opmerkingen over de toelichting en over de regels. 1. Toelichting Paragraaf 5.3 ‘Water’ Rijkswaterstaat acht het opmerkelijk niet als waterbeheerder van de Noord en de Beneden-Merwede en het buitendijks gebied in de gemeente Papendrecht te worden genoemd. Zij verzoekt om deze omissie in de toelichting te corrigeren en Rijkswaterstaat in de toekomst bij de watertoets te betrekken. Verder verzoekt Rijkswaterstaat om aandacht te besteden aan de Beleidsregels grote rivieren (Bgr), de toepasselijkheid van het bergend regime en de daaraan verbonden voorwaarden. Reactie van het college: Deze omissie in de toelichting wordt hersteld. In paragraaf 5.3 wordt Rijkswaterstaat genoemd als waterbeheerder en wordt aandacht besteed aan de Beleidsregels grote rivieren en het toepassingsbereik daarvan. 2. Regels Rijkswaterstaat verzoekt de artikelen ‘Water’ en 'Waterstaat-Bergend regime’ van het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Noordhoek’ ook op te nemen in dit plan zodat de rivieren in de gemeente Papendrecht op gelijke wijze bestemd zijn.
Ook wordt hiermee geborgd dat scheepvaart en scheepvaart- en waterbeheer kan worden uitgevoerd, en wordt voorkomen dat er zonder advies van de waterbeheerder bijvoorbeeld steigers worden toegestaan. Reactie van het college: De bestemming 'water' heeft betrekking op meer waterpartijen en waterlopen dan alleen de rivier. Om de bestemming in het plan 'Dijklint' meer in overeenstemming te brengen met die in het plan 'Bedrijventerrein Noordhoek' (vastgesteld op 28 maart 2019) wordt in de doeleindenomschrijving in planregel 15.1.1 toegevoegd: 'b. verkeer te water', onder vernummering van de doeleinden b t/m f tot c t/m g. Onder vernummering van artikel 21 'Waterstaat - Waterkering' tot artikel 22 wordt in een nieuw artikel de dubbelbestemming 'Waterstaat- Bergend regime' opgenomen met regels identiek aan artikel 9 van het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Noordhoek'.
4. Gasunie De Gasunie merkt op dat in paragraaf 5.1 Externe veiligheid geen melding wordt gemaakt van een aardgastransportleiding van Gasunie aan de oostzijde van het plangebied, die binnen het invloedsgebied ligt. Reactie van het college: In de toelichting wordt paragraaf 5.1 Externe veiligheid aangevuld met de aardgastransportleiding van de Gasunie.
8
5. Tennet Tennet heeft opmerkingen over de bestaande bovengrondse hoogspanningsleiding van 150 kV en over nog te realiseren ondergrondse hoogspanningskabels. 1. 150 kV hoogspanningsverbinding Dordrecht Merwedehaven – Papendrecht – Alblasserdam Tennet verzoekt om de vermelde belemmerde strookbreedte in het plan aan te passen naar 55 meter in plaats van de genoemde 50 meter (o.a. in de regels artikel 17 en toelichting artikel 5.8). Reactie van het college: Artikel 17 van de regels, paragraaf 5.8 van de toelichting en de verbeelding worden hierop aangepast. 2. ondergronds kabeltracé 150 kV Dordrecht Merwedehaven– Alblasserdam Tennet verzoekt om de nog te realiseren ondergrondse hoogspanningskabels en een verwijzing naar het onherroepelijke bestemmingsplan 'ondergronds kabeltracé 150 kV Dordrecht Merwedehaven – Alblasserdam' op te nemen in het plan. Ook verzoekt Tennet de regels uit artikel 13 en 14 van het onherroepelijke plan (zie bijvoorbeeld masthoogte) over te nemen, met dien verstande dat in artikel 14.4.1 onder d van het onherroepelijke plan 'diepwortelende beplanting' 'hoogopgaande beplanting' moet zijn. Reactie van het college: Het tracé van het ondergronds kabeltracé 150 kV Dordrecht Merwedehaven– Alblasserdam wordt opgenomen op de verbeelding van het plan (blad 5). Verder worden de tekstuele verzoeken overgenomen.
6. Oasen Van Oasen is geen reactie ontvangen.
7. Stedin Het voorontwerpbestemmingsplan geeft geen aanleiding tot een reactie vanuit Stedin. Zoals gebruikelijk gaat Stedin er wel vanuit dat met eventuele aanwezige kabels en leidingen op de juiste wijze rekening wordt gehouden. Reactie van het college: De reactie van Stedin wordt voor kennisgeving aangenomen.
8. Stichting Dorpsbehoud Papendrecht Van de Stichting Dorpsbehoud Papendrecht is geen reactie ontvangen.
9
5. Beantwoording inspraakreacties Inspreker 1: Inspreker merkt op dat de bestaande situatie van de bebouwing Westeind 39-41 niet correct is vastgelegd. Op de verbeelding staat de goothoogte van het pand aangegeven op max. 6 meter. Het betreft verschillende panden. Het pand met huisnummer 39A heeft een hoogte vanaf maaiveld van 7.92 meter en de bebouwing met nummer 39B-41 heeft een hoogte van 9.30 meter. Beide panden zijn grotendeels plat afgedekt. Reactie van het college: Op de verbeelding van de Beheersverordening Centrumgebied is voor de panden Westeind 35, 37, 39, 39A - 39B en 41 een maximale goothoogte van 6 meter aangegeven. Deze maat is overgenomen in het voorontwerpplan Dijklint, maar blijkt niet in overeenstemming te zijn met de feitelijke situatie. Voor de panden 35 en 39 wordt een maximum goothoogte van 3,5 meter opgenomen. Voor de panden 37, 39A - 39B en 41 wordt een maximum bouwhoogte van 9,5 meter opgenomen.
Inspreker 2: 1. Plangrens Inspreker vraagt waarom de plangrens achter de percelen Westeind 39 t/m 69 zo vreemd loopt. Het lijkt net of het water van de Gantel bij de percelen Westeind 69 en 71 ineens verdwenen is. Reactie van het college: Het zou inderdaad logischer zou zijn als de plangrens samenvalt met de oeverlijn van de percelen Westeind 39 t/m 69. De plangrens moet echter in het water van de Gantel lopen, omdat anders alleen voor deze strook water de 'Beheersverordening Centrumgebied' van toepassing zou blijven. Het water van de Gantel valt verder in het bestemmingsplan 'Slobbengors'. 2. Goothoogte Op de verbeelding is de goothoogte van het pand Westeind 71 ten onrechte aangegeven op max. 3 meter. De goot zit op 4,5 à 5 meter boven dijkniveau. Reactie van het college: De Beheersverordening Centrumgebied geeft voor het pand Westeind 71 een maximum goothoogte van 3 meter aan. De maximum goothoogte van het pand Westeind 71 wordt gewijzigd in 4,5 meter.