Bijlage 2 - Businesscases varianten Afvalinzameling Papendrecht 21 oktober 2021.pdf
Tekst van het document
RAPPORT Businesscases varianten Afvalinzameling Papendrecht Restafval op Afstand, Nascheiding en Recycletarief Klant:
Gemeente Papendrecht
Referentie: BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 Status:
S0/P01.01
Datum:
Thursday, 21 October 2021
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Industry & Buildings Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F reception.ame-la@nl.rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Businesscases varianten Afvalinzameling Papendrecht Ondertitel: Businesscases Afvalinzameling Referentie: BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 Status: P01.01/S0 Datum: Thursday, 21 October 2021 Projectnaam: Projectnummer: BH8287 Auteur(s): Paul Mul Opgesteld door: Paul Mul Gecontroleerd door: Gert Jan de Goede (Papendrecht) Datum: 21 oktober 2021 Goedgekeurd door: Paul Mul Datum: 21 oktober 2021
Classificatie Alleen voor intern gebruik
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
i
Inhoud 1
Inleiding
1
2
Uitgangspunten businesscase
2
2.1
Vier varianten
2
2.2
Verwacht milieuresultaat
2
2.3
Geraamde inzamelmiddelen
4
2.4
Gebruikte kostenkentallen
4
3
Huidige situatie
6
3.1
Milieuresultaat
6
3.2
Serviceniveau
7
3.3
Kosten
8
4
Ontwikkelingen bij gemeenten in de regio
10
5
Businesscases vier inzamelvarianten
12
5.1
Variant 1A: Restafval op afstand – zonder recycletarief
12
5.2
Variant 1B: Restafval op afstand – met recycletarief
14
5.3
Variant 2A: Nascheiding – zonder recycletarief
16
5.4
Variant 2B: Nascheiding – met recycletarief
18
6
Overzicht businesscases varianten
20
7
Vergelijking met businesscase HVC
21
8
Risico’s en optimalisatiemogelijkheden
24
8.1
Risico’s
24
8.2
Besparingsmogelijkheden
26
9
Conclusies en aanbevelingen
27
9.1
Conclusies
27
9.2
Aanbevelingen
30
Bijlagen
Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
ii
1
Inleiding
Aanleiding: restafvalreductie Papendrecht wil op korte termijn stappen zetten om de hoeveelheid restafval te verminderen. De ruim 250 kg/inw restafval in Papendrecht (in 2020) moet nog meer dan gehalveerd worden om de landelijke doelen te behalen. Ervaringen in andere Nederlandse gemeenten laten zien dat de landelijke doelstellingen haalbaar zijn, maar dat dit vraagt om forse (combinatie van) maatregelen. Er zijn verschillende urgenties om de hoeveelheid restafval te reduceren: enerzijds om de stijgende kosten voor (rest)afval te vermijden en anderzijds om stappen te zetten naar een circulaire economie waar het behouden van kwalitatief hoogwaardige grondstoffen centraal staat, inclusief het behalen van de landelijke VANG-doelstellingen1. Wat vooraf ging in Papendrecht In maart 2018 heeft de gemeenteraad besloten om omgekeerd inzamelen in te voeren met als doel de hoeveelheid restafval te verminderen. In mei 2019 heeft de gemeenteraad besloten de mogelijkheden hiertoe nader te verkennen in de vorm van onder meer een pilot omgekeerd inzamelen in de wijk Oostpolder en tegelijkertijd ook andere opties open te houden. Daarom is in 2020 besloten nader onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor een afvalsysteem gebaseerd op nascheiding in Papendrecht.
Dit met als doel om de opties bronscheiding (in de vorm van omgekeerd inzamelen) en nascheiding op een goede wijze tegen elkaar af te wegen. In juni 2021 zijn de resultaten van de pilot in Oostpolder en het rapport nascheiding aan de Commissie Ruimte gepresenteerd. Afgesproken is om de landelijke VANG-doelstelling van maximaal 100 kg per inwoner restafval en minimaal 75% afvalscheiding is uitgangspunt te hanteren en voor de twee varianten bron- en nascheiding Dit rapport: businesscases afvalsystemen In dit rapport zijn voor vier varianten voor afvalsystemen in Papendrecht businesscases nader uitgewerkt (zie paragraaf 2.1). Dit zijn twee varianten voor bronscheiding en twee varianten voor nascheiding. De gehanteerde uitgangspunten voor de businesscases staan in paragrafen 2.2 t/m 2.4. De vier varianten worden uitgewerkt op kosten, service en milieuresultaat. In hoofdstuk 3 is de huidige situatie op deze drie aspecten beschreven om een goede vergelijking te kunnen maken. In hoofdstuk 4 zijn ontwikkelingen bij gemeenten in de regio beschreven. Dit geeft een beeld waar andere gemeenten aan werken en in hoeverre dit aansluit op de richting die Papendrecht op wil. Daarnaast kunnen goede voorbeelden gebruikt worden om de Papendrechtse businesscase te optimaliseren. In hoofdstuk 5 wordt per variant de businesscase uitgewerkt.
Iedere variant wordt kort toegelicht, de structurele kosten en baten m.b.t. de DVO met HVC worden in beeld gebracht, kosteneffecten en investeringen voor de gemeente zelf worden op een rij gezet en overige aandachtspunten worden genoemd. Vervolgens worden in hoofdstuk 6 de kosten van de businesscases in één oogopslag op een rij gezet om een snelle vergelijking mogelijk te maken. Daarna wordt in hoofdstuk 7 de vergelijking gemaakt met de aanbieding van HVC en de door Royal HaskoningDHV doorgerekende businesscases. In hoofdstuk 8 staan risico’s en aandachtspunten. Tot slot staan in hoofdstuk 9 de conclusies en aanbevelingen. 1
VANG is het Rijksprogramma om de hoeveelheid huishoudelijk restafval te verminderen en staat voor Van Afval Naar grondstof. BUSINESSCASES AFVALINZAMELING BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 1
Thursday, 21 October 2021
2
Uitgangspunten businesscase
2.1
Vier varianten
Voor de businesscase zijn vier varianten ten opzichte van de huidige situatie doorgerekend: Recycletarief
Inzamelsysteem
Zonder
Met
Restafval op Afstand
Variant 1A
Variant 1B
Nascheiding
Variant 2A
Variant 2B
In hoofdstuk 5 worden de varianten nader beschreven. Voor de businesscases en om de vergelijking met de aanbieding van HVC goed te kunnen maken, is de businesscase per variant gebaseerd op de verschilkosten van een variant ten opzichte van de huidige situatie.
2.2
Verwacht milieuresultaat
Om het milieuresultaat van de varianten te kunnen ramen, is een aanname gedaan van het te verwachten milieuresultaat. Dit is steeds gedaan voor de volgende vier stromen: Restafval (fijn) GFT PMD Oud papier en karton De raming is gebaseerd op prestaties die zijn gerealiseerd in vergelijkbare gemeenten met het systeem waar de variant op is gebaseerd: Variant 1A: voor deze variant zijn de resultaten van de pilot in Oostpolder aangehouden. Deze resultaten zijn in lijn met die in andere gemeenten die restafval op afstand invoeren realiseren: daar wordt een restafvalreductie bereikt van ordegrootte 30 tot 60 kg/inw. In de benchmark afvalinzameling hebben de gemeenten met dit systeem 180-190 kg/inw restafval. Variant 1B: op basis van onder andere de benchmark afvalinzameling klasse B en andere gemeenten met restafval op afstand in combinatie met diftar zijn de milieuprestaties geraamd. Variant 2A: voor deze variant zijn de huidige milieuprestaties van Papendrecht aangehouden met als verschil dat de huidige hoeveelheid PMD onderdeel wordt van het restafval. Er is geen rekening gehouden met “gedragseffecten” bij de andere afvalstromen. Variant 2B: in Nederland zijn niet veel gemeenten die een inzamelsysteem gebaseerd op nascheiding hebben in combinatie met een recycletarief.
Gekeken is naar een aantal OMRINgemeenten die nascheiden in combinatie met diftar (zoals Heerenveen voor diftar o.b.v. gewicht, Opsterland en Ooststellingwerf). In het rekenmodel is voor de doorrekening onderscheid gemaakt tussen de milieuresultaten voor laagbouw. hoogbouw en de gemeente brede prestaties. De volgende tabellen geven het milieuresultaat in kg/inw weer:
Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
2
Huidige situatie
Laagbouw
Hoogbouw
Gemeente breed
Restafval
189
323
218
PMD
10
10
10
GFT
81
5
65
Papier en karton
46
46
46
TOTAAL
326 kg/inw
384 kg/inw
338 kg/inw
Variant 1A (RoA)
Laagbouw
Hoogbouw
Gemeente breed
Restafval
155
270
180
PMD
25
20
24
GFT
90
20
75
Papier en karton
50
46
49
TOTAAL
320 kg/inw
356 kg/inw
328 kg/inw
Variant 1B (RoA+RT)
Laagbouw
Hoogbouw
Gemeente breed
Restafval
100
200
122
PMD
35
25
33
GFT
105
40
91
Papier en karton
55
50
54
TOTAAL
295 kg/inw
315 kg/inw
299 kg/inw
Variant 2A (NaS)
Laagbouw
Hoogbouw
Gemeente breed
Restafval
199
290
219
PMD
0
0
0
GFT
81
20
68
Papier en karton
46
46
46
TOTAAL
326 kg/inw
356 kg/inw
332 kg/inw
Variant 2B (NaS+RT)
Laagbouw
Hoogbouw
Gemeente breed
Restafval
160
225
174
PMD
0
0
0
GFT
95
40
83
Papier en karton
52
50
52
307 kg/inw
315 kg/inw
309 kg/inw
TOTAAL
Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
3
2.3
Geraamde inzamelmiddelen
Om de varianten te realiseren, moet het inzamelsysteem worden aangepast. In alle varianten wordt de GFTinzameling voor hoogbouw geoptimaliseerd. de onderstaande tabel laat zien welke nieuwe (investeringen in) inzamelmiddelen zijn meegenomen in de doorrekening van de businesscase: Inzamelmiddel
Huidig
1A: RoA
1b: RoA+RT
2A: NaS
2B: NaS + RT
HOOGBOUW Restafval Ondergrondse cont
79
199*
199*
121
121
Cocon
101
0
0
0
0
Ondergrondse cont
10
10
10
10
10
Beton cocon
52
52
52
52
52
Zuil + toegangscont
0
78
78
78
78
Ondergrondse cont
19
19
19
0
0
Verzamelcontainer
4
5
5
0
0
Inpandige container
10
55
55
0
0
Ondergrondse cont
7
7
7
7
7
Verzamelcontainer
8
21
21
21
21
Inpandige container
50
50
50
50
50
GFT/e
PBD
Oud papier en K
LAABOUW Mini rest
9.731
419
419
9.731
9.731
Mini GFT
9.731
9.731
9.731
9.731
9.731
Mini PBD
1.081
9.731
9.731
0
0
Mini papier
9.731
9.731
9.731
9.731
9.731
* Inclusief ondergrondse containers voor de laagbouw
2.4
Gebruikte kostenkentallen
De doorrekening in het rekenmodel is gebaseerd op de volgende (kosten)kentallen: DVO-bedragen eindafrekening HVC 2020 Aantallen en type inzamelmiddelen: onderzoek gemeente Papendrecht Missende cijfers: kentallen RHDHV of benchmarks
Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
4
Het model is gekalibreerd: op basis van iteratie zijn de kentallen zodanig “passend” gemaakt dat de verschillen voor de huidige situatie op basis van de modelberekeningen en de DVO Eindafrekening van HVC 2020 per post maximaal ordegrootte 1% afwijken. Aantal Wha’s Er is gerekend met in totaal 14.200 woonhuisaansluitingen (Wha’s). In de Eindafrekening is gerekend met 14.453 Wha’s. Volgende de gemeente zit het verschil in een de functie van ca 250 adressen: deze hebben volgens de gemeente geen woonfunctie en zouden derhalve niet meegenomen moeten worden. Investeringen en kapitaalkosten De grootste investeringen en extra kapitaal- en onderhoudskosten zitten in nieuwe ondergrondse containers voor restafval en nieuwe GFT/e zuilen voor de hoogbouw. In de onderstaande tabellen staat met welke bedragen hiervoor is gerekend. Ondergrondse restafvalcontainer Onderdeel
Aanschaf
Binnenbak
Afschrijving
Rente
Investeerder
Kapitaallast
€ 4.500
15 jaar
4%
HVC
€ 405
€ 700
5 jaar
4%
HVC
€ 157
Betonput
€ 1.500
30 jaar
1%
Gemeente
€ 58
Plaatsingskosten
€ 2.500
30 jaar
1%
Gemeente
€ 97
TOTAAL
€ 9.200
Toegangscontrole
€ 717
Boven op de kapitaalkosten van een ondergrondse restafval container komen nog de onderhoudskosten van een ondergrondse container. Deze zijn circa € 300 aan onderhoud en € 200 telecommunicatie. De totale “vaste” kosten van een ondergrondse container komen daarmee op € 1.217,-. Zuil GFT/e Onderdeel
Aanschaf
Zuil Toegangscontrole TOTAAL
Afschrijving
Rente
Investeerder
Kapitaallast
€ 3.500
15 jaar
4%
HVC
€ 315
€ 700
5 jaar
4%
HVC
€ 157
€ 4.200
€ 472
Boven op de kapitaalkosten van een GFT/e zuil komen nog de onderhoudskosten van een zuil en het toegangscontrolesysteem. Deze zijn circa € 100 aan onderhoud en € 200 telecommunicatie. De totale “vaste” kosten van een GFT/e zuil komen daarmee op € 772,-.
Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
5
3
Huidige situatie
De afvaldriehoek wordt voor het huishoudelijk afvalbeheer vaak gebruikt om de prestaties op afvalbeheer te duiden. De afvaldriehoek is een instrument om de prestaties, doelen en ambities ten aanzien van de belangrijkste aspecten t.a.v. afvalbeheer in kaart te brengen: Milieurendement – paragraaf 3.1 Service – paragraaf 3.2 Kosten – paragraaf 3.3 Deze aspecten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: het bieden van een hogere service gaat vaak gepaard met een hoger kostenniveau. Gemeenten maken hierbij een afweging. Deze keuzes kunnen leiden tot een hoger of lager kostenniveau. Om goede resultaten te behalen op “milieu”, helpt het als het inzamelsysteem een hoge service biedt op het kunnen aanbieden van grondstoffen.
3.1
Milieuresultaat Voor duiding van de milieuprestaties is de hoeveelheid restafval voor gemeenten de belangrijkste beleidsindicator.
kg restafval per inwoner
Fijn Restafval (milieuprestatie) 300 250 200 150 100
Papendrecht
50
Nederland
2020
2019
2018
2017
2016
2015
2014
0
In de figuur is te zien dat er sprake is van een dalende trend van de hoeveelheid restafval in Papendrecht: van ca 250 kg per inwoner in 2014 naar 210 kg in 2020. Ook is te zien dat de hoeveelheid restafval in Papendrecht ongeveer 50 kg per inwoner meer is dan gemiddeld in Nederland.
In de onderstaande tabel staan de milieuresultaten voor restafval en PMD (voor 2020):
AFVALSTROOM
Gemeente
Laagbouw
Hoogbouw
Kg/inw
Totaal ton
kg/WHA
Totaal ton
kg/WHA
Totaal ton
Restafval
213
7.038
504
4.784
461
2.254
PMD bron gescheiden
10,2
330
n.b.
n.b.
n.b.
n.b.
PMD na gescheiden
13
420
-
-
51
420
Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
6
De hoeveelheid restafval voor een inwoner in de laagbouw bedroeg in 2020 199 kg/inw en in de hoogbouw 271 kg/inw. In de hoeveelheid bron gescheiden PMD zijn de resultaten van de pilot in Oostpolder inbegrepen. Bij de 1.332 woningen die aan de pilot deelnamen, werd 24 kg/inw PMD ingezameld (omgerekend op jaarbasis). Bij de overige woningen in Papendrecht werd gemiddeld 9,5 kg/inw ingezameld in 2020. Uit het restafval van de hoogbouw is 420 ton na gescheiden via de VSI van HVC in Alkmaar. Dit komt overeen met bijna 51 kg/inw per hoogbouw inwoner (opgave HVC).
3.2
Serviceniveau
In de onderstaande twee tabellen wordt het serviceniveau in de gemeente Papendrecht voor de vier fracties restafval, GFT, PBD en papier weergegeven voor de laagbouw en de hoogbouw en vergeleken met het serviceniveau in vergelijkbare gemeenten (benchmark huishoudelijk afval klasse B). Papendrecht
Klasse B
Score
Laagbouw - Service aan huis Groente-, fruit- en tuinafval
26
28
Oud papier en karton
12
16
Plastic-, blik en drankenkartons
12
21
Fijn restafval
26
21
Hoogbouw - Service Brengvoorzieningen Groente-, fruit- en tuinafval
68
130
Oud papier en karton
65
233
Plastic, blik en drankenkartons
128
321
Fijn restafval
23
46
Legenda: Boven het klasse-gemiddelde (>5%) Gelijk aan klasse-gemiddelde (-5%-5%) Onder het klasse-gemiddelde (<-5%) Service laagbouw Het serviceniveau voor de laagbouw wordt aangeduid als het aantal keer dat een afvalstroom aan huis wordt opgehaald. Het getal 26 bij GFT betekent dat het GFT 26 keer per jaar (dus tweewekelijks) wordt opgehaald. Uit het overzicht blijkt dat het serviceniveau voor de grondstoffen oud papier en karton en PBD laag is ten opzichte van de benchmark. Het serviceniveau voor GFT is vergelijkbaar met de benchmark en het serviceniveau voor restafval is juist hoog. Hieruit blijkt dat de strategie “omgekeerd inzamelen” met een hoge service voor grondstoffen en een lage service voor restafval op dit moment niet wordt toegepast in bij de laagbouw in Papendrecht. Service hoogbouw Het serviceniveau voor de hoogbouw wordt bepaald door het aantal huishoudens per brengvoorziening te berekenen. Het getal 68 bij GFT betekent dat gemiddeld 68 huishoudens gebruik maken van een GFTThursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
7
brengvoorziening (in geval van Papendrecht zijn dat cocons en ondergrondse containers). Hiervoor zijn niet de getallen uit de benchmark overgenomen, maar is gebruik gemaakt van de door de gemeente aangeleverde gegevens om de huidige situatie te kunnen bepalen. Uit de vergelijking blijkt dat Papendrecht voor alle stromen een hoog serviceniveau biedt ten opzichte van de benchmark. Dit komt mogelijk doordat ook de inpandige containers voor hoogbouw ook zijn meegerekend als brengvoorziening. Uit de vergelijking blijkt ook dat de service voor restafval minimaal circa drie keer hoger is dan de service voor grondstoffen. Hieruit blijkt dat de strategie “omgekeerd inzamelen” met een hoge service voor grondstoffen en een lage service voor restafval op dit moment niet wordt toegepast in bij de hoogbouw in Papendrecht.
3.3
Kosten
De kosten voor de inzameling en verwerking (inclusief de kapitaalkosten) zijn gebaseerd op de eindafrekening 2020 van HVC. Hierin zitten dus niet de eventuele kosten die door de gemeente worden gemaakt (zoals de kapitaalkosten voor de plaatsing van ondergrondse containers). In de eindafrekening is geen onderscheid gemaakt tussen de kosten voor hoogbouw en die voor de laagbouw. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de kosten per Wha (uitgaande van 14.200 Wha’s): Stroom
Inzameling
Verwerking
Kapitaal
Totaal per Wha
Restafval *
35,73
61,73
4,90
€ 102,36
GFT
15,45
10,57
0,76
€ 26,78
PBD
9,24
- 5,69 **
-
€ 3,55
Papier
17,16
- 4,14
2,24
€ 15,26
TOTAAL
€ 77,58
€ 62,47
€ 7,90
€ 147,95
* Inclusief verbrandingsbelasting ** Gerekend is met een Nedvang vergoeding van € 245 per ton voor het hele jaar
Uit de tabel blijkt dat de kosten voor de inzameling en verwerking met circa tweederde van het totaal verreweg de grootste kostenpost vormt. Opvallend zijn de lage kapitaallasten. Daar zijn twee mogelijke verklaringen voor: 1. Veel inzamelmiddelen zijn al afgeschreven. Dit is enerzijds gunstig, omdat er dan weinig desinvesteringen gedaan hoeven te worden bij een nieuw systeem. Anderzijds betekent dit dat de kapitaalkosten (flink) gaan stijgen bij een nieuw systeem t.o.v. de huidige situatie. 2. Een deel van de investeringen staan in de gemeentelijke begroting. Deze zijn mogelijk nog in beeld te brengen. Benchmark Ook de kosten kunnen worden gebenchmarkt via de benchmark huishoudelijk afval klasse B. Deze zijn echter niet ingevuld in de benchmark waaraan de gemeente heeft deelgenomen met peiljaar 2020. Deze kunnen wel gebenchmarkt worden in de benchmark met peiljaar 2019. NB. Vergelijking met 2019 geeft een enigszins vertekend beeld, omdat COVID-19 effecten daar niet instaan, inzameltarieven met ca 2% geïndexeerd moeten worden en de tarieven op verwerkingsmarkt in 2020 zijn gestegen. Deze effecten worden gezamenlijk ingeschat op 5 tot 10%. Qua ordegrootte geeft het wel richting.
Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
8
Papendrecht
Klasse B
Score
Kosten per afvalstroom (inzameling, verwerking en kapitaal) Groente-, fruit- en tuinafval
€ 27
€ 28
Oud papier en karton
€ 15
€4
Plastic-, blik en drankenkartons
€4
€7
Fijn restafval
€ 102
€ 58
Legenda: Boven het klasse-gemiddelde (>5%) Gelijk aan klasse-gemiddelde (-5%-5%) Onder het klasse-gemiddelde (<-5%) Wat vooral opvalt, zijn de hoge kosten voor restafval in vergelijking met de benchmark. Dit kan verklaard worden door de relatief grote hoeveelheid restafval in vergelijking met de benchmark (zie 3.1) en het hoge serviceniveau voor restafval (zie 3.2). Het verschil bij oud papier en karton wordt waarschijnlijk grotendeels verklaard door de lagere opbrengst per ton van oud papier en karton in 2020 t.o.v. 2019.
Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
9
4
Ontwikkelingen bij gemeenten in de regio
Om een goed beeld te krijgen van een nieuw passend afvalbeleid voor Papendrecht is ook gekeken naar ontwikkelingen in andere gemeenten in Nederland. De onderstaande figuur geeft de verschillende gemeenten weer met beschikbare cijfers voor 2019 uit de databank van het CBS. Papendrecht staat op positie 294 van de 334 gemeenten wat betreft de hoeveelheid fijn huishoudelijk restafval. Er zijn totaal 100 gemeenten in Nederland die op of onder de 100 kilogram restafval zitten, waarvan 48 gemeenten zelfs onder de 70 kilogram. Om toch een realistisch beeld de te scheppen wordt er voornamelijk naar gemeenten gekeken die op Papendrecht lijken.
Figuur 4.1 Afvalhoeveelheden in enkele gemeenten in Nederland (bron CBS Statline, cijfers 2019).
In dit hoofdstuk gaan we in op ontwikkelingen in de gemeenten: Sliedrecht: restafval op afstand Noordoostpolder (HVC-gemeente): recycletarief ingevoerd per 1-1-2021 BAR-gemeenten: nascheiding i.c.m. diftar (per 1-1-2022) Heerenveen: nascheiding i.c.m. diftar o.b.v. gewicht (per 1-1-2019) Sliedrecht Sinds de invoering van omgekeerd inzamelen (restafval op afstand) is de hoeveelheid fijn restafval gedaald van 215 kg per inwoner in 2014 naar 191 kg in 2019. Als alle herbruikbare stromen, die de inwoners nu nog weggooien in het restafval, apart zouden worden aangeboden, zou de hoeveelheid restafval die verbrand moet worden dalen van 191 kg (2019) naar circa 65 kg. Daarom overweegt Sliedrecht om een recycletarief in te voeren, maar daar is bestuurlijk nog geen besluit over genomen. Dit systeem komt overeen met variant 1A in deze businesscase.
Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
10
Noordoostpolder Zoals te zien in de grafiek heeft de gemeente Noordoostpolder, aandeelhouder van HVC, in 2019 gemiddeld 120 kilogram restafval. Het afvalbeleid in Noordoostpolder bestaat vanaf 2017 uit omgekeerd inzamelen met 4 bakken aan huis; restafval, gft, papier en PBD. Zij zijn van 240 kilo restafval per persoon in 2015 naar 140 kilo restafval per persoon in 2018 gegaan. Begin januari 2021 is het recycletarief ingevoerd om een stap te maken in het beter scheiden van herbruikbare grondstoffen, de reductie van restafval, bewoners invloed te geven op eigen afvalstoffenheffing en de stijging van afvallasten tegen te gaan. Met een voorbereidingstraject van ongeveer 1,5 jaar om het recycletarief in te voeren (restafval op afstand is al ingevoerd), blijft er naar verwachting, nog 80 à 90 kilo restafval per persoon in het jaar na invoering over. Dit komt overeen met variant 1B in deze businesscase. Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk (BAR) hebben veel veranderingen meegemaakt qua afvalsysteem. In eerste instantie hadden de BAR gemeenten een systeem gebaseerd op omgekeerd inzamelen aan huis (na vaststelling door de raad in 2019. De gemeenten hebben echter hun afvalbeleid moeten aanpassen naar nascheiden, omdat ze beperkt voorbereid waren op de invoering van bron gescheiden inzameling.
Afvalpasjes werken niet of niet goed, op tal van plekken stonden nog geen containers, papiercontainers waren geregeld overvol en de gft-cocons op straat waren zo hoog dat mensen met een beperking er niet of nauwelijks bij konden. Toch geven de gemeenten aan dat alleen nascheiden van PBD niet genoeg is om de VANG-doelstelling te halen. Daarom zal vanaf januari 2022 een diftarsysteem i.c.m. het al ingevoerde systeem op basis van nascheiding worden ingevoerd. Hierbij wordt rekening gehouden met een lager tarief voor het aanbieden van restafval, omdat bewoners niet de mogelijkheid hebben om het volumineuze PBD bron te scheiden. Dit systeem komt overeen met variant 2B in deze businesscase. Heerenveen Heerenveen is een “OMRIN-gemeente” en vrijwel alle OMRIN gemeenten laten PMD nascheiden uit het restafval. De bak voor restafval met PMD heet bij OMRIN de “sortibak”. In Heerenveen doen ze aan nascheiden met drie bakken aan huis: de sortibak (voor restafval met PMD), GFT en papier. Heerenveen had al sinds 2000 een diftarsysteem o.b.v. volume/frequentie. Per 2019 is overgestapt op een diftarsysteem o.b.v. gewicht. Dat zorgde voor een restafvalreductie van 32 kg/inw. Voor de laagbouw wordt het restafval per kilo betaald en de hoogbouw per aanbieding. In 2019 werk in totaal 121 kg per inwoner aan restafval ingezameld.
OMRIN kan daarvan nog circa 30 tot 40% uitsorteren (zie rapport nascheiding). Netto blijft zo 70 tot 85 kg per inwoner aan restafval over. Hiermee voldoet Heerenveen aan de landelijke VANG-doelstelling van maximaal 100 kg/inw restafval. Dit systeem komt overeen met variant 2B in deze businesscase. Tot slot In het geheel kan gezegd worden dat omgekeerd inzamelen met invoering van het recycletarief ervoor zorgt dat de kilo’s restafval dalen en de overige stromen stijgen, zoals te zien in Noordoostpolder en Sliedrecht. Het is van belang om bewoners geleidelijk en op een rustig tempo mee te nemen als het aankomt op nieuwe veranderingen, anders kan het snel ook fout gaan zoals in de BAR gemeenten. Vooral bij het succes van het recycletarief is het creëren en behouden van draagvlak tussen gemeente en inwoners van essentieel belang, net als in Heerenveen.
Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
11
5
Businesscases vier inzamelvarianten
In dit hoofdstuk staan de businesscases van de vier inzamelvarianten: 1A: Restafval op afstand – zonder recycletarief 1B: Restafval op afstand – met recycletarief 2A: Nascheiding – zonder recycletarief 2B: Nascheiding – met recycletarief Per variant wordt ingegaan op: Inzamelkosten HVC Verwerkingskosten HVC Kosten en investeringen voor gemeente Overige effecten
5.1
Variant 1A: Restafval op afstand – zonder recycletarief
Toelichting variant Alle huishoudens in Papendrecht met uitzondering van 419 dijkwoningen brengen hun restafval naar een ondergrondse container. Ten opzichte van de huidige situatie (79 stuks) worden daarvoor in totaal 120 ondergrondse containers bijgeplaatst. Het serviceniveau voor de inzameling van grondstoffen bij hoogbouw wordt op gelijk niveau gebracht als bij de laagbouw, zodat de stromen GFT/e, PBD en oud papier en karton in of nabij een hoogbouwcomplex ingezameld kan worden: Voor GFT/e staan er nu 52 cocons voor GFT/e en worden er 78 GFT/e zuilen met toegangscontrolesysteem bijgeplaatst. bewoners kunnen de GFT/e zuil met hetzelfde pasje openen als de ondergrondse container voor restafval. PBD wordt waar mogelijk inpandig ingezameld (met een grote rolcontainer). er zijn nu 10 inpandige containers en daar komen er 45 bij. Waar een inpandige container niet mogelijk is, wordt een bovengrondse verzamelcontainer buiten geplaatst (nu 4, wordt 5). De meeste complexen hebben al een inpandige container voor oud papier en karton. Er hoeven geen nieuwe inpandige containers te worden geplaatst wel neemt het aantal bovengrondse verzamelcontainers buiten toe van 8 nu naar 21. Omdat hoogbouwcomplexen nu ook goede voorzieningen krijgen, stop het nascheiden van PBD van de hoogbouw in de VSI van HVC in Alkmaar. Dat levert een kostenbesparing op.
De minicontainer die nu gebruikt wordt voor restafval bij woningen in de laagbouw wordt de nieuwe minicontainer voor PBD. Voor deze “herbestemming” ontvangen bewoners een sticker die ze op de deksel kunnen plakken. De inzameling van PBD zakken komt te vervallen. Structurele Inzamel- en verwerkingskosten HVC In de tabel op de volgende pagina staan de kosten voor deze variant ten opzichte van de huidige situatie. Op basis van de modeldoorrekening is de variant restafval op afstand € 148.000 ofwel € 10 per Wha goedkoper dan de huidige situatie. De winst zit in: lagere inzamelkosten: de inzamelkosten van restafval dalen met ca € 260.000,-. De inzamelkosten van grondstoffen nemen juist toe, vooral door de GFT/e inzameling bij de hoogbouw (ca € 26.000) en de inzameling van PBD met minicontainers i.p.v. zakken (ca € 62.000,-). Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
12
lagere verwerkingskosten: de verwerkingskosten zijn ca € 123.000 lager. Dat zit vooral in lagere transport- en verbrandingskosten voor restafval (ca € 144.000,-) en hogere verwerkingskosten voor het extra ingezamelde GFT (ca € 26.000,-). meer Nedvang opbrengsten: de Nedvang opbrengsten zijn ca € 87.000 hoger. Door de extra hoeveelheid PMD stijgt de Nedvang vergoeding voor bron gescheiden PMD (ca € 107.000). De vergoeding van nascheiding van PMD uit het restafval van hoogbouw vervalt (ca € 20.000).
Post
Huidig
Inzameling
RoA
Verschil
€ 1.070.938
€ 930.779
-€ 140.159
Kapitaallasten
€ 155.490
€ 267.218
€ 112.424
Onderhoudskosten
€ 97.848
€ 172.336
€ 74.488
Verwerking
€ 761.616
€ 639.119
-€ 122.498
Pasjes en ICT
€ 11.576
€ 56.800
€ 44.917
Vergoeding Nedvang
-€ 100.911
-€ 188.035
-€ 87.125
Verbrandingsbelasting
€ 221.097
€ 191.518
-€ 29.579
€ 2.217.962
€ 2.070.431
-€ 147.530
TOTAAL
Tabel 5.1 Businesscase variant 1A Restafval op afstand
Meerkosten zitten in: Kapitaallasten: de € 112.000 extra kapitaalkosten zitten vooral in de investering in de 120 extra ondergrondse containers (€ 67.000) en de 78 nieuwe GFT/e zuilen (€ 37.000). Onderhoudskosten: de onderhoudskosten nemen met ca € 74.000 toe. De onderhoudskosten nemen vooral toe door de extra ondergrondse restafval containers (€ 60.000) en extra GFT/e zuilen (€ 23.000). De onderhoudskosten van de restafval cocons komen te vervallen (€ 10.000). Pasjes: alle extra huishoudens (ruim 11.000 stuks) die op een ondergrondse container worden aangesloten krijgen een pasje voor de afvalcontainer. de servicekosten daarvoor zijn geraamd op € 4 per pasje. De extra kosten op jaarbasis komen daarmee op € 45.000. Structurele (meer)kosten en investeringen gemeente Een aantal investeringen en kosten vallen buiten de DVO en komen direct voor rekening van de gemeente Papendrecht. In deze variant gaat het alleen om de investeringen en daaraan gerelateerde jaarlijkse kapitaalkosten voor de betonputten en civieltechnisch werk voor de ondergrondse containers: investering: € 360.000 jaarlijkse kapitaalkosten: € 19.000/jaar Overige effecten en aandachtspunten Er is geen rekening gehouden met desinvesteringen (niet afgeschreven nog te verwijderen inzamelmiddelen); In het rekenmodel zijn alle kapitaalgoederen (de inzamelmiddelen) m.u.v.
de bestaande cocons voor GFT en restafval bij hoogbouw actief. In de praktijk zijn enkele kapitaalgoederen al afgeschreven; Er wordt geen rekening gehouden met structurele extra kosten voor communicatie en handhaving; Eenmalige projectkosten voor bijvoorbeeld voor communicatie, projectmanagement en een afvalcoach bij de gemeente zijn niet beschouwd. Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
13
5.2
Variant 1B: Restafval op afstand – met recycletarief
Toelichting variant Deze variant is qua inzamelsysteem gelijk aan variant 1A (restafval op afstand). Er zijn daarom bijvoorbeeld geen verschillen in onderhouds- of kapitaalkosten van inzamelmiddelen. Aanvullend op die variant wordt in deze variant ook een recycletarief ingevoerd. Door de prikkel van het recycletarief wordt aangenomen dat bewoners minder restafval zullen aanbieden en meer grondstoffen. De inzamelfrequenties zijn in het model hierop aangepast: de ondergrondse restafval containers hoeven wat minder vaak te worden geleegd en de voorzieningen voor grondstoffen over het algemeen meer. Dat heeft kostenconsequenties. Invoering van een recycletarief heeft ook als consequentie dat registratie en administratie belangrijker zijn: de aanbiedingen van restafval moeten per Wha goed geregistreerd, geadministreerd en gefactureerd worden. Daar zijn voor HVC en de gemeente extra kosten aan verbonden. Deze extra kosten moeten worden terugverdiend door extra opbrengsten van grondstoffen en lagere verwerkingskosten voor restafval. Structurele inzamel- en verwerkingskosten HVC In de tabel op de volgende pagina staan de kosten voor deze variant ten opzichte van de huidige situatie. Post
Huidig
Inzameling
RoA + RT
Verschil
€ 1.070.938
€ 988.119
- € 82.819
Kapitaallasten
€ 155.490
€ 267.914
€ 112.424
Onderhoudskosten
€ 97.848
€ 172.336
€ 74.488
Verwerking
€ 761.616
€ 508.692
-€ 252.925
Pasjes en ICT
€ 11.576
€ 85.200
€ 73.317
Vergoeding Nedvang
-€ 100.911
-€ 257.988
-€ 157.077
Verbrandingsbelasting
€ 221.097
€ 129.656
-€ 91.441
€ 2.217.962
€ 1.893.930
-€ 324.032
TOTAAL
Tabel 5.2 Businesscase variant 1B Restafval op afstand + recycletarief
Op basis van de modeldoorrekening is de variant restafval op afstand met recycletarief € 324.000,- ofwel € 23 per Wha goedkoper dan de huidige situatie. De winst zit in: lagere inzamelkosten: de inzamelkosten zijn € 140.000,- lager. De inzamelkosten van restafval dalen sterk met ca € 326.000,-. De inzamelkosten van grondstoffen nemen juist toe, vooral door de GFT/e inzameling bij de hoogbouw (ca € 26.000,-), PBD inzameling bij de hoogbouw (€ 24.000,-) en de inzameling van PBD met minicontainers i.p.v. zakken (ca € 143.000,-). lagere verwerkingskosten: de verwerkingskosten zijn ca € 253.000,- lager. Dat zit vooral in lagere transport- en verbrandingskosten voor restafval (ca € 311.000,-) en hogere verwerkingskosten voor het extra ingezamelde GFT (ca € 66.000,-). meer Nedvang opbrengsten: de Nedvang opbrengsten zijn ca € 157.000,- hoger. Door de extra hoeveelheid PMD stijgt de Nedvang vergoeding voor bron gescheiden PMD (ca € 177.000). De vergoeding van nascheiding van PMD uit het restafval van hoogbouw vervalt (ca € 20.000). Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
14
Meerkosten zitten in: Kapitaallasten: de extra kapitaalkosten zitten vooral in de investering in de 120 extra ondergrondse containers (€ 67.000,-) en de 78 nieuwe GFT/e zuilen (€ 19.000,-). Volgens het rekenmodel komende kapitaalskosten voor de 101 cocons (€ 32.000,-) te vervallen, maar in de praktijk zullen die al afgeschreven zijn. De feitelijke extra kapitaalkosten zijn derhalve € 32.000,- hoger. Onderhoudskosten: de onderhoudskosten nemen met ca € 74.000,- toe. De onderhoudskosten nemen vooral toe door de extra ondergrondse restafval containers (€ 60.000,-) en extra GFT/e zuilen (€ 23.000). De onderhoudskosten van de restafval cocons komen te vervallen (€ 10.000,-). Pasjes en diftar registratie: alle extra huishoudens (ca 11.000 stuks) die op een ondergrondse container worden aangesloten krijgen een pasje voor de afvalcontainer. De servicekosten daarvoor zijn geraamd op € 4,- per pasje plus € 2,- per Wha voor de diftar registratie en administratie. De extra kosten op jaarbasis komen daarmee op € 73.000,-. Structurele (meer)kosten en investeringen gemeente Een aantal investeringen en kosten vallen buiten de DVO en komen direct voor rekening van de gemeente Papendrecht.
In deze variant gaat het alleen om de investeringen en daaraan gerelateerde jaarlijkse kapitaalkosten voor de betonputten en civieltechnisch werk voor de ondergrondse containers: investering: € 360.000 jaarlijkse kapitaalkosten: € 19.000/jaar Daarnaast zijn er de structurele gemeentelijke meerkosten voor: meerkosten belastinginning GBD: € 28.000,-/jaar extra opruimkosten bijplaatsingen en vervuiling: € 25.000,-/jaar extra kosten communicatie, afvalcoach en handhaving: € 25.000,-/jaar De totale gemeentelijke meerkosten komen daarmee uit op € 97.000,- ofwel € 9,- per Wha. Overige effecten en aandachtspunten Er is geen rekening gehouden met desinvesteringen (niet afgeschreven nog te verwijderen inzamelmiddelen); In het rekenmodel zijn alle kapitaalgoederen (de inzamelmiddelen) m.u.v. de bestaande cocons voor GFT en restafval bij hoogbouw actief. In de praktijk zijn enkele kapitaalgoederen al afgeschreven; Eenmalige projectkosten voor bijvoorbeeld voor communicatie, projectmanagement en een afvalcoach bij de gemeente zijn niet beschouwd; Bij een recycletarief moet ook het aanbiedbeleid op het afvalbrengstation worden aangepast: anders zullen bewoners restafval naar het aanbiedstation brengen. Een tarief op (grof) restafval is waarschijnlijk noodzakelijk.
Mogelijk dient het aanbiedstation te worden aangepast; Met name bij deze variant kunnen onvoorziene / ongewenste neveneffecten optreden, zoals vervuiling van de openbare ruimte of vervuiling van grondstofstromen met restafval. Vooral in de beginfase moet hier extra aandacht voor zijn (inzet afvalcoach, communicatie, monitoring en tijdige bijsturing).
Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
15
5.3
Variant 2A: Nascheiding – zonder recycletarief
Toelichting variant Bij laagbouw woningen in Papendrecht blijft het restafval ingezameld worden met een minicontainer inzamelen. Daar moet ook het PBD bij in: dit hoeft niet meer te worden bron gescheiden met zakken. Alle hoogbouw woningen gaan hun restafval naar een ondergrondse container brengen. Ten opzichte van de huidige situatie (79 stuks) worden daarvoor in totaal 42 ondergrondse containers bijgeplaatst. De 101 restafval cocons worden verwijderd. Ook de hoogbouw hoeft geen PBD meer te scheiden. Het PBD dat samen met het restafval wordt ingezameld, wordt voor € 15,- per ton naar de voorscheidingsinstallatie (VSI) van HVC in Alkmaar getransporteerd. Daar wordt zo’n 15% van het afval uitgesorteerd, voornamelijk PBD, maar ook ca 6-7% ONF (organisch natte fractie). Het verwerkingstarief voor nascheiding is gelijk aan het verwerkingstarief voor verbranding van restafval. Over het uitgesorteerde percentage afval hoeft geen verbrandingsbelasting te worden betaald. Van Nedvang krijgt de gemeente een inzamelvergoeding van € 8,90 per ton ingezameld restafval.
Het serviceniveau voor de inzameling van grondstoffen bij hoogbouw wordt op gelijk niveau gebracht als bij de laagbouw, zodat de stromen GFT/e en oud papier en karton in of nabij een hoogbouwcomplex ingezameld kan worden: Voor GFT/e staan er nu 52 cocons voor GFT/e en worden er 78 GFT/e zuilen met toegangscontrolesysteem bijgeplaatst. bewoners kunnen de GFT/e zuil met hetzelfde pasje openen als de ondergrondse container voor restafval. De meeste complexen hebben al een inpandige container voor oud papier en karton. Er hoeven geen nieuwe inpandige containers te worden geplaatst wel neemt het aantal bovengrondse verzamelcontainers buiten toe van 8 nu naar 21. Structurele inzamel- en verwerkingskosten HVC In de onderstaande tabel staan de kosten voor deze variant ten opzichte van de huidige situatie. Post
Huidig
Inzameling
NaS
Verschil
€ 1.070.938
€ 1.109.133
€ 38.196
Kapitaallasten
€ 155.490
€ 206.905
€ 51.415
Onderhoudskosten
€ 97.848
€ 128.067
€ 30.219
Verwerking
€ 761.616
€ 842.397
€ 80.780
Pasjes en ICT
€ 11.576
€ 16.843
€ 4.960
Vergoeding Nedvang
-€ 100.911
-€ 62.705
€ 38.205
Verbrandingsbelasting
€ 221.097
€ 197.628
-€ 23.469
€ 2.217.962
€ 2.438.268
€ 220.306
TOTAAL
Tabel 5.3 Businesscase variant 2A Nascheiding
Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
16
Op basis van de modeldoorrekening is de variant nascheiding € 220.000 ofwel € 16 per Wha duurder dan de huidige situatie. De extra kosten zitten in: hogere inzamelkosten: de inzamelkosten stijgend met € 38.000,-. Dat zit vooral in de gestegen kosten voor restafval inzameling (€ 147.000) en GFT (€ 26.000). Daar staat een besparing op de inzameling van PBD van € 144.000 tegenover. hogere kapitaallasten: de extra kapitaalkosten van in totaal € 51.000 zitten vooral in de investering in de 42 extra ondergrondse containers (€ 30.000) en de 78 nieuwe GFT/e zuilen (€ 36.000). De kapitaallasten voor de inzamelmiddelen voor PBD komen te vervallen (€ 13.000). hogere onderhoudskosten: de onderhoudskosten nemen met ca € 30.000 toe. De onderhoudskosten nemen vooral toe door de extra ondergrondse restafval containers (€ 21.000) en extra GFT/e zuilen (€ 23.000). De onderhoudskosten van de restafval cocons (€ 10.000) en inzamelmiddelen voor PBD (€ 5.000) komen te vervallen. hogere verwerkingskosten: de verwerkingskosten zijn ca € 81.000 hoger. Dat zit vooral in hogere transportkosten voor restafval naar de VSI in Alkmaar (ca € 72.000) en hogere verwerkingskosten voor het extra ingezamelde GFT (ca € 8.000). minder Nedvang opbrengsten: de Nedvang opbrengsten zijn ca € 38.000 lager. De Nedvang vergoeding voor bron gescheiden PMD vervalt (ca € 81.000).
De inzamelvergoeding van restafval t.b.v. nascheiding van PMD uit het restafval neemt toe (ca € 43.000). Pasjes: alle hoogbouw huishoudens (ca 4.200 stuks) die op een ondergrondse container worden aangesloten krijgen een pasje voor de afvalcontainer. De servicekosten daarvoor zijn geraamd op € 4 per pasje. De extra kosten op jaarbasis komen daarmee op € 5.000. Er zit alleen een besparing in de verbrandingsbelasting op restafval (€ 24.000). Dat komt door het uitsorteerresultaat van 15% van de VSI (33 kg/inw). Dat compenseert de extra hoeveelheid voorheen bron gescheiden PMD in het restafval (10 kg/inw). Structurele (meer)kosten en investeringen gemeente Een aantal investeringen en kosten vallen buiten de DVO en komen direct voor rekening van de gemeente Papendrecht. In deze variant gaat het alleen om de investeringen en daaraan gerelateerde jaarlijkse kapitaalkosten voor de betonputten en civieltechnisch werk voor de ondergrondse containers: investering: € 168.000 jaarlijkse kapitaalkosten: € 7.000/jaar In totaal gaat het om ca € 7.000 per jaar (ofwel € 0,50 per Wha) aan extra lasten op de gemeentelijke balans. Overige effecten en aandachtspunten Er is geen rekening gehouden met desinvesteringen (niet afgeschreven nog te verwijderen inzamelmiddelen). Dit geldt bijv.
voor de desinvesteringen in de inzamelmiddelen voor PBD; In het rekenmodel zijn alle kapitaalgoederen (de inzamelmiddelen) actief m.u.v. de huidige cocons voor restafval en GFT. In de praktijk zijn diverse kapitaalgoederen al afgeschreven; Er is geen rekening gehouden met “gedragseffecten” die mogelijk uitgaan van het niet meer hoeven scheiden van PBD. Dit kan effect hebben op de bronscheiding van o.a. GFT, papier, glas en textiel; In de toekomst kan het rendement van nascheiding hoger worden. HVC onderzoekt momenteel de mogelijkheden om de VSI in Alkmaar uit te breiden naar uitsortering van extra ONF, extra kunststoffen, textiel en luiers.
Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
17
5.4
Variant 2B: Nascheiding – met recycletarief
Toelichting Variant 2B Deze variant is qua inzamelsysteem gelijk aan variant 2A (Nascheiding). Er zijn daarom bijvoorbeeld geen verschillen in onderhouds- of kapitaalkosten van inzamelmiddelen. Aanvullend op die variant wordt in deze variant ook een recycletarief ingevoerd. Door de prikkel van het recycletarief wordt aangenomen dat bewoners minder restafval inclusief PMD zullen aanbieden en meer grondstoffen. De inzamelfrequenties zijn in het model hierop aangepast: de ondergrondse containers (hoogbouw) en minicontainers (laagbouw) voor restafval hoeven wat minder vaak te worden geleegd t.o.v. variant 2A en de voorzieningen voor grondstoffen over het algemeen iets meer. Dat heeft per saldo een kleine kostenconsequentie t.o.v. variant 2A. Invoering van een recycletarief heeft ook als consequentie dat registratie en administratie belangrijker zijn: de aanbiedingen van restafval moeten per Wha goed geregistreerd, geadministreerd en gefactureerd worden. Daar zijn voor HVC en de gemeente extra kosten aan verbonden. Aangenomen wordt dat de huidige minicontainers voor restafval als zijn voorzien van een chip (containermanagement) en dat daar geen extra investering of kosten voor gemaakt hoeven te worden. Deze extra kosten moeten worden terugverdiend door extra opbrengsten van grondstoffen en lagere verwerkingskosten voor restafval. Deze variant (nascheiding PMD i.c.m.
diftar) wordt in Nederland op slechts enkele plekken toegepast (minder dan 10 gemeenten). De gemeenten die dit doen, zijn voornamelijk de OMRIN-gemeenten. Een neveneffect voor deze variant is dat bewoners toch PBD gaan bronscheiden en dit aanbieden in buurgemeenten (via familie/bekenden of openbare voorzieningen). Structurele inzamel- en verwerkingskosten HVC In de onderstaande tabel staan de kosten voor deze variant ten opzichte van de huidige situatie. Post
Huidig
Inzameling
NaS + RT
Verschil
€ 1.070.938
€ 1.067.294
-€ 3.644
Kapitaallasten
€ 155.490
€ 206.905
€ 51.415
Onderhoudskosten
€ 97.848
€ 128.067
€ 30.219
Verwerking
€ 761.616
€ 723.191
-€ 38.425
Pasjes en ICT
€ 11.576
€ 45.243
€ 33.360
Vergoeding Nedvang
-€ 100.911
-€ 49.896
€ 51.014
Verbrandingsbelasting
€ 221.097
€ 157.257
-€ 63.840
€ 2.217.962
€ 2.278.061
€ 60.100
TOTAAL
Tabel 5.4 Businesscase variant 2B Nascheiding + Recycletarief
Op basis van de modeldoorrekening is de variant nascheiding € 60.000 ofwel € 4 per Wha duurder dan de huidige situatie. De extra kosten zitten in: hogere kapitaallasten: de extra kapitaalkosten van in totaal € 51.000 zitten vooral in de investering in de 42 extra ondergrondse containers (€ 30.000) en de 78 nieuwe GFT/e zuilen (€ 36.000). De kapitaallasten voor de inzamelmiddelen voor PBD komen te vervallen (€ 13.000). Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
18
hogere onderhoudskosten: de onderhoudskosten nemen met ca € 30.000 toe. De onderhoudskosten nemen vooral toe door de extra ondergrondse restafval containers (€ 21.000) en extra GFT/e zuilen (€ 23.000). De onderhoudskosten van de restafval cocons (€ 10.000) en inzamelmiddelen voor PBD (€ 5.000) komen te vervallen. minder Nedvang opbrengsten: de Nedvang opbrengsten zijn ca € 51.000 lager. De Nedvang vergoeding voor brongescheiden PMD vervalt (ca € 81.000). De inzamelvergoeding van restafval t.b.v. nascheiding van PMD uit het restafval neemt toe (ca € 30.000). Pasjes: alle hoogbouw huishoudens (ca 4.200 stuks) die op een ondergrondse container worden aangesloten krijgen een pasje voor de afvalcontainer. De servicekosten daarvoor zijn geraamd op € 4 per pasje (€ 5.000). Daarbovenop komen de extra administratiekosten voor het Recycletarief (€ 28.000). De extra kosten op jaarbasis komen daarmee op € 33.000.
Er zitten besparingen in: lagere inzamelkosten: de inzamelkosten dalen met € 4.000,-. Dat zit vooral in de besparing op de inzameling van PBD van € 144.000. Daar staan kostenstijgingen voor de inzameling van restafval (€ 65.000), GFT (€ 46.000) en papier (€ 29.000) tegenover. lagere verwerkingskosten: de verwerkingskosten zijn ca € 38.000 lager. Dat zit vooral in lagere verwerkingskosten voor restafval (€ 128.000), hogere transportkosten voor restafval (€ 50.000) en hogere verwerkingskosten voor het extra ingezamelde GFT (ca € 46.000). lagere verbrandingsbelasting: de verbrandingsbelasting op restafval is € 64.000 lager. Dat komt door het uitsorteer-resultaat van 15% van de VSI (33 kg/inw) en de gedaalde hoeveelheid restafval (35 kg/inw). Dat compenseert ruimschoots de extra hoeveelheid voorheen brongescheiden PMD in het restafval (10 kg/inw). Structurele (meer)kosten en investeringen gemeente Een aantal investeringen en kosten vallen buiten de DVO en komen direct voor rekening van de gemeente Papendrecht.
In deze variant gaat het alleen om de investeringen en daaraan gerelateerde jaarlijkse kapitaalkosten voor de betonputten en civieltechnisch werk voor de ondergrondse containers: investering: € 168.000 jaarlijkse kapitaalkosten: € 7.000/jaar Daarnaast zijn er de structurele gemeentelijke meerkosten voor: meerkosten belastinginning GBD: € 28.000,-/jaar extra opruimkosten bijplaatsingen en vervuiling: € 10.000,-/jaar extra kosten communicatie, afvalcoach en handhaving: € 25.000,-/jaar De totale gemeentelijke meerkosten komen daarmee uit op € 70.000,- ofwel € 5,- per Wha. Overige effecten en aandachtspunten Naast de al genoemde effecten en aandachtspunten in paragraaf 5.3 (Variant 2A) kunnen relevant zijn: nascheiding en diftar is een combinatie die in Nederland niet vaak voorkomt. De reden is dat diftar op basis van een volume/frequentie systeem niet optimaal werkt, omdat bewoners hun volume (door PBD) nauwelijks kunnen reduceren waardoor de diftar-prikkel maar klein is; afvaltoerisme is een aandachtspunt: mogelijk gaan inwoners PBD toch bronscheiden en elders (in open toegankelijke) voorzieningen aanbieden vanwege de diftar-prikkel Bij een recycletarief moet ook het aanbiedbeleid op het afvalbrengstation worden aangepast: anders zullen bewoners restafval naar het aanbiedstation brengen. Een tarief op (grof) restafval is waarschijnlijk noodzakelijk.
Mogelijk dient het aanbiedstation te worden aangepast.
Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
19
6
Overzicht businesscases varianten Huidig
1A: RoA
1B: RoA+RT
2A: NaS
2B: NaS+RT
MILIEU (kg/inw) Restafval
218
180
122
219
174
PBD
10
24
33
0
0
GFT
65
75
91
68
83
Papier
46
49
54
46
52
Nascheiding VSI
6
-
-
33
26
Netto restafval
212
-
-
186
148
SERVICE (laagbouw) Aantal minicontainers
3 + zak
3
3
3
3
Restafval (laagbouw)
Mini (1x 2 weken)
OGC (onbeperkt)
OGC (tarief/inworp)
OGC (onbeperkt)
OGC (tarief/inworp)
PMD (laagbouw)
Zakken (1x 4 weken)
Mini (1x 2weken)
Mini (1x 2 weken)
-
-
KOSTEN (verschil t.o.v. huidige situatie) DVO HVC Inzameling
-
-€ 140.159
-€ 82.819
€ 38.196
-€ 3.644
Kapitaallasten
-
€ 112.424
€ 112.424
€ 51.415
€ 51.415
Onderhoudskosten
-
€ 74.488
€ 74.488
€ 30.219
€ 30.219
Verwerking
-
-€ 122.498
-€ 252.925
€ 80.780
-€ 38.425
Pasjes en ICT
-
€ 44.917
€ 73.317
€ 4.960
€ 33.360
Vergoeding Nedvang
-
-€ 87.125
-€ 157.077
€ 38.205
€ 51.014
Verbrandingsbelasting
-
-€ 29.579
-€ 91.441
-€ 23.469
-€ 63.840
Subtotaal HVC
-
-€ 147.530
-€ 324.032
€ 220.306
€ 60.100
Kapitaalkosten
-
€ 19.000
€ 19.000
€ 7.000
€ 7.000
Belastinginning
-
-
€ 28.000
-
€ 28.000
Overig
-
-
€ 50.000
-
€ 35.000
Subtotaal gemeente
-
€ 19.000
€ 97.000
€ 7.000
€ 70.000
Totaal kostenverschil
-
-€ 128.000
- € 227.000
€ 227.000
€ 130.000
Investering gemeente
-
€ 360.000
€ 360.000
€ 168.000
€ 168.000
€ 300.000
€ 400.000
€ 250.000
€ 400.000
Kosten gemeente
Totale businesscase
Projectkosten gem. Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
20
7
Vergelijking met businesscase HVC
Model gemeente
RoA
RoA+RT
NaS
Aanbieding HVC
RoA
RoA+RT
NaS
Inzamelkosten
-€ 140.159
-€ 82.819
€ 38.196
-€ 3.644
Inzamelkosten
-€ 75.117
-€ 67.281
€ 157.883
€ 28.943
Kapitaalkosten
€ 112.424
€ 112.424
€ 51.415
€ 51.415
Kapitaalkosten
€ 50.718
€ 50.917
€ 29.016
€ 29.215
Onderhoudskosten
€ 74.488
€ 74.488
€ 30.219
€ 30.219
Onderhoudskosten
€ 36.050
€ 36.264
€ 32.662
-€ 30.535
Verwerkingskosten
-€ 122.498
-€ 252.925
€ 80.780
-€ 38.425
Verwerkingskosten
-€ 115.825
-€ 376.104
-€ 16.080
-€ 16.080
Registratiekosten
€ 44.917
€ 73.317
€ 4.960
€ 33.360
Registratiekosten
Nedvang vergoeding
-€ 87.125
-€ 157.077
€ 38.205
€ 51.014
Nedvang vergoeding
-€ 88.690
-€ 175.910
€ 85.260
€ 85.260
Verbranding belast.
-€ 29.579
-€ 91.441
-€ 23.469
-€ 63.840
Verbranding belast.
-€ 25.658
-€ 133.760
€0
€0
Subtotaal DVO HVC
-€ 147.530
-€ 324.032
€ 220.306
€ 60.100
Subtotaal DVO HVC
-€ 218.522
-€ 665.874
€ 288.741
€ 96.803
Kapitaalkosten
€ 18.599
€ 18.599
€ 6.510
€ 6.510
Kapitaalkosten
Belastinginning
€0
€ 28.400
€0
€ 28.400
Belastinginning
Opruimkosten
€0
€ 25.000
€0
€ 10.000
Opruimkosten
€ 25.000
Communicatie + HH
€ 100.000
€ 175.000
€ 100.000
€ 175.000
€ 25.000
Communicatie + HH Subtotaal gemeente
NaS+RT
€ 18.599
€ 96.999
€ 6.510
€ 69.910
Subtotaal gemeente
TOTAAL kosten
-€ 128.931
-€ 227.033
€ 226.816
€ 130.009
TOTAAL kosten
Investering gemeente
€ 360.000
€ 360.000
€ 168.000
€ 168.000
Investering gemeente
Projectkosten HVC
€ 100.000
€ 175.000
€ 100.000
€ 175.000
Projectkosten HVC
Projectkosten gem.
€ 350.000
€ 400.000
€ 250.000
€ 350.000
Projectkosten gem.
TOTAAL eenmalig Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
TOTAAL eenmalig BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
21
NaS+RT
Op de vorige pagina zijn de modeldoorrekening van Royal HaskoningDHV en de aanbieding van HVC met elkaar vergeleken. In het overzicht staan de verschilkosten ten opzichte van de huidige situatie. Hieronder worden enkele verschillen tussen beide nader toegelicht. NB. De businesscase van HVC heeft alleen betrekking op de DVO met HVC. Royal HaskoningDHV heeft aanvullend ook de geraamde effecten op de gemeentelijke begroting doorgerekend en onderdeel gemaakt van de businesscase. Verschillen inzamel- en registratiekosten De inzamelkosten geraamd door HVC en Royal HaskoningDHV lopen uiteen. Bij HVC zijn de inzamelkosten inclusief “registratiekosten” (de kosten voor o.a. pasbeheer en gegevensverstrekking aan de uitvoerder gemeentelijke belastingen bij een recycletarief). Royal HaskoningDHV heeft die twee posten gesplitst. Het verschil in kosten bij beide doorrekeningen voor variant 1A (Restafval op Afstand) is niet groot (circa € 20.000). Beide ramen lagere inzamelkosten door de besparing die wordt gerealiseerd door restafval niet meer aan huis, maar via ondergrondse containers in te zamelen. Het verschil bij variant 1B (Restafval op Afstand + Recycletarief) is met circa € 60.000,- groter. Dat komt mogelijk doordat Royal HaskoningDHV hogere kosten raamt voor registratie en ook hogere kosten raamt voor de inzameling van de grondstofstromen (extra aanbod leidt tot extra inzamelkosten).
Opvallend zijn de hoge inzamelkosten van HVC bij variant 2A (Nascheiding). Er hoeft één stroom minder ingezameld te worden (PBD) waarvan de inzamelkosten komen te vervallen. HVC gaat ervan uit dat de kosten voor restafvalinzameling met 57% stijgen bij nascheiding en Royal HaskoningDHV gaat uit van 15%. De extra transportkosten om het restafval na te scheiden zitten bij Royal HaskoningDHV onder de post verwerkingskosten. Mogelijk zitten die bij HVC onder de post inzameling. Dat zou het verschil kunnen verklaren. Verschillen kapitaal- en onderhoudskosten De kapitaal- en onderhoudskosten zijn gebaseerd op aantallen nieuw te plaatsen inzamelvoorzieningen (ondergrondse containers, cocons, inpandige containers en minicontainers). Royal HaskoningDHV is hierbij uitgegaan van de aantallen die zijn aangeleverd door de gemeente. Voor zover mogelijk zijn investeringen, afschrijvingen en rentevoeten gebruikt die door HVC worden gehanteerd. Ontbrekende getallen zijn aangevuld met kentallen. Opvallend is dat Royal HaskoningDHV in de varianten 1A en 1B gebaseerd op Restafval op Afstand de kapitaalkosten en de onderhoudskosten ruim een factor 2 hoger raamt dan HVC. Hiervoor is op voorhand geen verklaring te geven. De geraamde kapitaal- en onderhoudskosten voor de varianten 2A en 2B gebaseerd op nascheiding liggen dichter bij elkaar.
Opvallend aan de aanbieding van HVC is dat de onderhoudskosten bij 2A en 2B ver uit elkaar liggen, terwijl hetzelfde inzamelsysteem wordt gehanteerd. Ook hier kan geen verklaring worden gegeven. Verschillen verwerkingskosten De geraamde verwerkingskosten zijn gebaseerd op de verwachte gedragseffecten van bewoners. HVC heeft de gedragseffecten gebaseerd op Eureco cijfers2 en Royal HaskoningDHV baseert zich op vergelijkbare gemeenten in Nederland met een systeem als voorgesteld in een variant. Daardoor ontstaan er verschillen in de verwerkingskosten. In de praktijk kunnen gedragseffecten niet 100% nauwkeurig worden voorspeld en geven de door Royal HaskoningDHV en HVC gepresenteerde cijfers een indruk. De in de praktijk
2
Eureco is een bedrijf dat in de meeste Nederlandse gemeenten jaarlijks sorteeranalyses naar de samenstelling van restafval uitvoert en daardoor beschikt over veel data. Thursday, 21 October BUSINESSCASES AFVALINZAMELING BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 22 2021
gerealiseerde gedragseffecten (de hoeveelheid afval per inwoner) wordt jaarlijks exact via de (eindafrekening) DVO met HVC verrekend. De verschillen in verwerkingskosten zijn met name groot bij de variant 1B (Restafval op Afstand + Recycletarief) en variant 2A (Nascheiding). In beide gevallen raamt HVC een veel grotere besparing op de verwerkingskosten. Een verklaring hiervoor: HVC neemt ook effecten mee op andere stromen dan restafval, GFT, PBD en papier en Royal HaskoningDHV niet. Eventuele extra opbrengsten uit andere stromen leidt tot een grotere besparing. HVC gaat uit van 93 kg/inw fijn restafval in scenario 1B en Royal HaskoningDHV van 122 kg/inw. Een grotere restafvalreductie leidt tot een grotere besparing. Verschillen Nedvang en verbrandingsbelasting De Nedvang-vergoeding (voor PBD) en de verbrandingsbelasting zijn gerelateerd aan de verwerkingskosten: minder (te verbranden) restafval betekent ook minder verbrandingsbelasting (à € 33 per ton restafval). Voor varianten 1A (restafval op Afstand) komen de Nedvang-vergoedingen en besparing op de verbrandingsbelasting vrijwel overeen. Bij variant 1B (restafval op Afstand + recycletarief) zijn de besparingen bij HVC duidelijk groter dan in de modelberekening van Royal HaskoningDHV. Dat komt (net als bij de verwerkingskosten) door de groter geraamde restafvalreductie en extra geraamde grondstoffen.
De resultaten bij varianten 2A en 2B gebaseerd op nascheiding lopen de geraamde kosten wel uiteen. Royal HaskoningDHV verwacht door het sorteerrendement van 15% (rendement aangegeven door HVC) dat er over 15% van het uitgesorteerde restafval (vooral PBD) geen verbrandingsbelasting betaald hoeft te worden. Daardoor dalen de kosten. Bij de Nedvang-vergoedingen vervallen bij HVC en Royal HaskoningDHV de inzamelvergoeding voor brongescheiden PBD (ca € 85.000). Royal HaskoningDHV zet daar de inzamelvergoeding van € 8.90 per ton voor nascheiding tegenover en HVC niet. Daardoor raamt Royal HaskoningDHV een minder hoge daling van deze vergoeding.
Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
23
8
Risico’s en optimalisatiemogelijkheden
8.1
Risico’s
De volgende risico’s zijn van toepassing op de businesscases: Kwaliteit grondstofstromen Scheidingsgedrag inwoners Verschuiving afval naar afval brengstation Opbrengsten grondstoffen Te weinig capaciteit GFT/e zuilen Hogere investering inzamelmiddelen Verwijderkosten inzamelmiddelen Desinvesteringen Kwaliteit grondstofstromen Een neveneffect van de landelijke focus op “kwantiteit” (reductie hoeveelheid restafval), is dat dit in sommige gemeente ten koste gaat van de kwaliteit van de grondstofstromen. Door het bewoners moeilijker te maken om restafval aan te bieden, komt het voor dat bewoners “ontwijkgedrag” gaan vertonen, bijvoorbeeld door restafval in de PBD of GFT container te stoppen. Dat kan leiden tot afkeur van deze stromen waardoor deze stromen als restafval verwerkt moeten worden. dat leidt tot hogere kosten. Scheidingsgedrag inwoners De belangrijkste variabele in de businesscase is het scheidingsgedrag van bewoners: hoe zullen die hun scheidingsgedrag aanpassen aan het nieuwe systeem? Hier lopen de ramingen van HVC en Royal HaskoningDHV bijvoorbeeld al behoorlijk uiteen. Elke 10 kg/inw aan restafval leidt bijvoorbeeld tot circa € 40.000,- aan hogere kosten ofwel circa € 3 per Wha. Voor de variant Restafval op Afstand + Recycletarief raamt HVC 93 kg/inw en Royal HaskoningDHV 122 kg/inw.
Gemeenten in Nederland (enigszins vergelijkbaar met Papendrecht) realiseren 80 tot 140 kg/inw met dit systeem. Een behoorlijke bandbreedte dus. Verschuiving afval naar afval brengstation Een neveneffect dat geregeld optreedt bij gemeenten die diftar (Recycletarief) invoeren en het aanbiedbeleid op hun milieustraat niet aanpassen, is een “weglek effect” van restafval naar de milieustraat. Dit is ongewenst en duur. Het verwerkingstarief incl. transport van HVC voor grof restafval is bijvoorbeeld € 152,-/ton vs. € 89,- ton voor fijn restafval. Papendrecht zal dus ook maatregelen moeten treffen op haar brengstation. De mogelijke investeringen, kosten en effecten zijn niet meegenomen in deze businesscase. Tegenvallende opbrengsten grondstoffen Niet alleen de hoeveelheid (in kg/inw), maar ook de opbrengst (in €/ton) kan tegenvallen. Naarmate de opbrengsten van grondstoffen lager zijn, wordt de businesscase slechter (bij ongewijzigd tarief voor restafval). In de doorrekening van Royal HaskoningDHV is alleen de opbrengst van oud papier en karton aan marktwerking onderhevig. In de businesscase wordt gerekend met een laag bedrag per ton (€ 40/ton). De huidige opbrengst is ongeveer een factor 3 hoger (zie figuur volgende pagina). Dat gaat waarschijnlijk leiden tot een gunstigere businesscase. Dit is circa € 1,5 per Wha voor de variant Restafval op Afstand + Recycletarief.
Thursday, 21 October 2021
BUSINESSCASES AFVALINZAMELING
BH8287-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
24
Verwachting RHDHV voor 2021 (€ 120/ton) Tarief eindafrekening HVC 2020 (€ 40/ton)
Figuur 8.1 Fluctuatie prijs oud papier en karton in 2019-2021
De andere stromen waarmee Royal HaskoningDHV rekent (restafval, GFT en PBD), zijn minder aan marktwerking onderhevig: voor restafval en GFT betaalt de gemeente Papendrecht het aandeelhouderstarief aan HVC (gebaseerd op kostprijs3) en de PBD vergoeding van Nedvang zal waarschijnlijk niet sterk wijzigen (de vergoeding moet de inzameling van PBD kostendekkend maken). Te weinig capaciteit GFT/e zuilen Op een GFT/e zuil worden tot 30 hoogbouw aansluitingen aangesloten. In de GFT/e zuil zit een minicontainer van 240 liter en deze wordt bij voorkeur geleegd in de reguliere inzamelroute voor GFT-minicontainers van de laagbouw. De tot 30 hoogbouw aansluitingen hebben daarmee een vergelijkbare capaciteit voor GFT/e met de minicontainer van één laagbouw aansluiting. De vraag is of dat voldoende is. De capaciteit kan worden verhoogd door de inzamelfrequentie te verhogen of door extra voorzieningen te plaatsen. Beide zijn “dure” oplossingen: het verdubbelen van de inzamelfrequentie (van tweewekelijks naar wekelijks) kost bijvoorbeeld circa € 44.000 ofwel € 3 per Wha. Omdat gekozen is voor een GFT/e zuil met paslezer zijn de investeringen en kosten voor het plaatsen van extra GFT/e zuilen ook hoog: iedere extra GFT/e zuil kost inclusief lediging circa € 900 per jaar. Hogere investering inzamelmiddelen De laatste tijd zijn de stijgende energie- en grondstofprijzen vaak in het nieuws.