CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1c Toelichting - bestemmingsplan Papendrecht, Bosch 89.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 23 april 2024, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 9: Bestemmingsplan Bosch 89 vaststellen - Voorstel17.797 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting bestemmingsplan ‘Papendrecht, Bosch 89’

Toelichting bestemmingsplan ‘Papendrecht, Bosch 89’

Identificatie NL.IMRO.0590.BPBosch89-3001 Planstatus Vastgesteld Datum 8 februari 2024 Versie 2.0

Pagina 2 van 66

Inhoud 1.

2.

3.

4.

5.

Inleiding ....................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding en doel ...................................................................................... 5

1.2

Ligging plangebied ..................................................................................... 5

1.3

Vigerend bestemmingsplan......................................................................... 6

1.4

Leeswijzer................................................................................................... 7

Bestaande situatie ................................................................................................................... 8 2.1

Algemeen ................................................................................................... 8

2.2

Historische ontwikkeling ............................................................................. 8

2.3

Stedenbouwkundige structuur .................................................................... 9

2.4

Huidige gebruik ........................................................................................ 12

Planbeschrijving .................................................................................................................... 13 3.1

Plan .......................................................................................................... 13

3.2

Verkeer en parkeren ................................................................................. 15

3.3

Houtopstanden ......................................................................................... 16

Beleidskader............................................................................................................................ 18 4.1

Rijksbeleid ................................................................................................ 18

4.2

Provinciaal beleid ...................................................................................... 20

4.3

Regionaal beleid ....................................................................................... 23

4.4

Gemeentelijk beleid .................................................................................. 27

Omgevingsaspecten ............................................................................................................ 36 5.1

Milieueffectrapportage (m.e.r.) .................................................................. 36

5.2

Waterparagraaf ......................................................................................... 37

5.3

Geluid ....................................................................................................... 41

5.4

Luchtkwaliteit ........................................................................................... 43

5.5

Bedrijven- en milieuhinder ........................................................................ 45

5.6

Externe veiligheid ..................................................................................... 49

5.7

Kabels en leidingen................................................................................... 53

5.8

Ecologie .................................................................................................... 54

5.9

Bodem ...................................................................................................... 57

5.10 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................. 59 5.11 Duurzaamheid .......................................................................................... 62 6.

Juridische planbeschrijving .............................................................................................. 63 6.1

Inleiding ................................................................................................... 63

6.2

Systematiek van de regels ......................................................................... 63

6.3

Toelichting op de regels ........................................................................... 63 Pagina 3 van 66

7.

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................. 66 7.1

Exploitatie ................................................................................................ 66

7.2

Maatschappelijk draagvlak ........................................................................ 66

7.3

Vooroverleg ex. Art. 3.1.1 Bro................................................................... 66

7.4

Zienswijze ontwerpbestemmingsplan ........................................................ 66

7.5

Ambtshalve wijziging ................................................................................ 66

Bijlage Omschrijving 1 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 2 Quickscan Wet natuurbescherming 3 Stikstofdepositieberekening (incl. AERIUS export) 4 Verkennend bodemonderzoek 5 Beeldkwaliteitsplan Bosch 89 6 Besluit hogere waarden

Auteur Voortman Ingenieurs

Referentie R-JVO/1910

Datum 23-05-2023

Blom Ecologie

2023-0348

06-10-2023

Van den Heuvel Milieuadvies

23035/ Rp9wQV6ZJUhY

05-10-2023

Linge Milieu

23-2030

01-05-2023

Gemeente Papendrecht Gemeente Papendrecht

Bosch 89

-

Bosch 89

-

Pagina 4 van 66

1.

Inleiding

1.1 Aanleiding en doel Tussen de woonpercelen Bosch 85 en 91 te Papendrecht is een stukje openbaar groen aanwezig, welke in eigendom is van de gemeente. Het betreft gezien de locatie middenin een woonlint een merkwaardig stukje openbaar groen. De gemeente wil op het perceel de mogelijkheid creëren om een woning te kunnen bouwen, passend bij de karakteristieken van het woonlint langs de Bosch. Daarna wil de gemeente het perceel verkopen, zodat een initiatiefnemer daar binnen de kaders van het nieuwe bestemmingsplan een woning kan bouwen. Het plan is echter strijdig met het vigerend bestemmingsplan ‘Centrum 2005’, vastgesteld op 4 april 2005 door de gemeenteraad. Het bestemmingsplan heeft op het perceel de bestemming ‘Uit te werken gebied voor centrumdoeleinden’. De bouw van een woning is binnen het huidige bestemmingsplan niet mogelijk. Om het plan juridisch-planologisch mogelijk te maken wordt een bestemmingsplanherziening doorlopen. Door de kosten voor de bestemmingsplanprocedure voor de koper weg te nemen, wordt de verkoopbaarheid van het kavel vergroot.

1.2 Ligging plangebied Het plangebied is gelegen ten zuiden van het centrum van Papendrecht en is gelegen in het woonlint langs de Bosch. Het plangebied is gelegen tussen de woonpercelen Bosch 85 en 91 en wordt aan het noorden begrensd door de openbare weg en in het zuiden door groen en een parkeerterrein. Het plangebied is kadastraal bekend gemeente Papendrecht, sectie B, nummer 4299. Het kadastrale perceel is circa 468 m² groot.

Afbeelding 1: Luchtfoto plangebied

Pagina 5 van 66

1.3 Vigerend bestemmingsplan Bestemmingsplan ‘Centrum 2005’ Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Centrum 2005’, welke door de gemeente Papendrecht in 2005 is vastgesteld. Het plangebied heeft hierin de uit te werken bestemming ‘Uit te werken gebied voor centrumdoeleinden’. De bouw van een woning is binnen deze uit te werken bestemming is niet mogelijk. Het plan is daarmee in strijd met het vigerend bestemmingsplan.

Afbeelding 2: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan

Parapluplan parkeren De aanleiding voor deze parapluherziening is de inwerkingtreding van de Reparatiewet BZK op 29 november 2014. De inwerkingtreding van de wet leidde ertoe dat de stedenbouwkundige voorschriften uit de Bouwverordening kwamen te vervallen, waardoor ze geen aanvullende werking meer hadden op bestemmingsplannen waarin niets was geregeld ten aanzien van onder andere parkeren. Daarbij geldt een overgangsperiode tot 1 juli 2018 voor plannen die zijn vastgesteld voor 29 november 2014. Om te voorkomen dat Papendrecht na deze datum bestemmingsplannen heeft waarin geen bepalingen zijn opgenomen over het aantal parkeerplaatsen, is de parapluherziening opgesteld.

Pagina 6 van 66

De parapluherziening is een bestemmingsplan die van toepassing is op de bestemmingsplannen van Papendrecht voor het onderwerp ‘parkeren’. Via dit paraplubestemmingsplan worden voor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van bouwen en/of gebruiken de Parkeernormennota Papendrecht 2018 (of diens rechtsopvolger), vastgesteld op 6 februari 2018, in heel Papendrecht van toepassing verklaard.

1.4 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van het plan zijn beschreven: • • • • • •

Hoofdstuk 2: Bestaande situatie; Hoofdstuk 3: Planbeschrijving; Hoofdstuk 4: Beleidskader; Hoofdstuk 5: Sectorale aspecten; Hoofdstuk 6: Juridische planbeschrijving; Hoofdstuk 7: Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Pagina 7 van 66

2.

Bestaande situatie

2.1 Algemeen De gemeente Papendrecht ligt in het zuidwestelijke deel van de Alblasserwaard en maakt deel uit van de regio Drechtsteden. De gemeente Papendrecht heeft ruim 32.200 inwoners.

2.2 Historische ontwikkeling Tot de 10e eeuw was de Alblasserwaard een getijdelandschap met kreken. Vanaf die tijd werd het veengebied ontgonnen en werden de eerste rivierdijken aangelegd. De rivierdijken vormden nog geen aangesloten geheel. Vanaf 1277 werden de dijken met elkaar verbonden. Sinds de Middeleeuwen vormden zich in de Alblasserwaard langs de rivieren en veenstromen lintdorpen. Langs de rivierdijken werden boerderijen gebouwd met een dwars voorhuis. Op de buitendijkse percelen vestigden watergebonden bedrijven, zoals scheepswerfjes. Voor de arbeiders zijn woningen gebouwd langs de dijk. Tevens waren hier kleine winkeltjes te vinden, vaak heel klein en eigenlijk altijd aan huis gebonden.

Afbeelding 3: Arbeiderswoningen en scheepswerf Matena (bron: Dijkvisie Papendrecht)

Sinds het begin van de 20e eeuw groeit Papendrecht niet meer alleen aan het dijklint. Planmatige uitbreidingen worden gebouwd op hoger gelegen gronden en de eerste grootschalige industriebebouwing wordt gerealiseerd. Het dijklint blijft echter tot 1995 deel uitmaken van de hoofdverkeersstructuur van Papendrecht. Sindsdien is het dijklint veranderd van hoofdstructuur tot landschappelijk relict in een groeigemeente.

Afbeelding 4: Verstedelijking van Papendrecht 1881, 1936 en 1958 (bron: Dijkvisie Papendrecht)

Pagina 8 van 66

Afbeelding 5: Verstedelijking van Papendrecht 1969, 1981 en 1995 (bron: Dijkvisie Papendrecht)

Van grote invloed op de structuur van het dijklint zijn de dijkverzwaringen die zijn uitgevoerd vanaf halverwege de jaren '70. Daarbij werden veel (arbeiders)woningen gesloopt. Het aanzicht van het dorp veranderde in hoog tempo en een tegenbeweging kwam op gang. De oude, kleinschalige en rommelige bebouwing werd gewaardeerd als tegenhanger van de moderne en strak ontworpen uitbreidingen. Hierdoor is een mix van oude en nieuwe bebouwing ontstaan.

Afbeelding 6: Sloop van bebouwing ten behoeve van dijkverzwaring (bron: Dijkvisie Papendrecht)

2.3 Stedenbouwkundige structuur Het plangebied maakt onderdeel van het woonlint langs het Bosch, welke onderdeel uitmaakt van een circa 7 km lang dijklint langs de Beneden-Merwede en de Noord. Dit dijklint loopt van Noordhoek in het noordwesten tot Matena in het zuidoosten. Het dijklint ligt verhoogd aan de zuidrand van Papendrecht en heeft gevarieerde, kleinschalige bebouwing uit diverse periodes in een gegroeide en compacte structuur met als basis het individuele pand met een kleinstedelijk karakter. De bebouwing staat in het algemeen langs de dijk, waarbij het hoofdgebouw op kruinhoogte is gesitueerd. De bebouwing varieert in dichtheid en bestaat voornamelijk uit woningen in combinatie met enkele winkels en bedrijven. De bebouwing staat meestal vrij. Hoofdgebouwen zijn met de voorzijde gericht op de weg. Rooilijnen volgen de weg en verspringen. De woningen zijn individueel, afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw bestaande uit een onderbouw van één tot twee lagen met kap. Op- en aanbouwen komen veel voor en deze zijn in het algemeen ondergeschikt aan de hoofdmassa. Gevels van Pagina 9 van 66

woningen zijn veelal representatief. Met name de oudere woningen zijn verticaal geleed met staande ramen. Winkels en bedrijven hebben veelal een afwijkende begane grond. De detaillering is zorgvuldig en gevarieerd, van eenvoudig tot rijk. Gevels van oudere woningen zijn voorzien van elementen als siermetselwerk, gevellijsten, windveren en dergelijke. De gevels van de woningen zijn van baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal en soms gepleisterd. De daken van de woningen zijn gedekt met pannen

Noordhoek

Matena Plangebied

Afbeelding 7: Dijklint van Noordhoek tot Matena

Afbeelding 8: Het dijklint is duidelijk zichtbaar op de hoogtekaart (bron: AHN.nl)

Pagina 10 van 66

De bestaande ruimtelijke structuur ter plaatse van het plangebied wordt gekenmerkt door de oorspronkelijke (historische) bebouwing langs de dijk, die in grote lijnen de kromming van de rivier volgt. De structuur wordt beschreven als een kralenketting waarbij de dijkhuizen de kralen zijn; de huizen verschillen onderling, maar vormen ook een samenhangend geheel, een ketting. De openbare ruimte is de draad die de kralen aan elkaar rijgt.

Afbeelding 9: Dijklint als kralenketting (bron: Dijkvisie Papendrecht)

Plangebied

Afbeelding 10: Het dijklint Bosch

Pagina 11 van 66

2.4 Huidige gebruik Het plangebied betreft een openbaar stukje groen waar enkele houtopstanden aanwezig zijn. Het perceel is in eigendom van de gemeente.

Afbeelding 11: Zicht op het plangebied

Pagina 12 van 66

3.

Planbeschrijving

3.1 Plan Met het plan wordt het toegestaan om ter plaatse van het plangebied een vrijstaande woning te realiseren. Het perceel wordt zodoende gewijzigd naar een woonkavel, waarna de gemeente het perceel verkoopt aan een geïnteresseerde. Daardoor zal in de nieuwe situatie een nieuwe vrijstaande woning worden gebouwd tussen de woonpercelen Bosch 85 en 91. Het plangebied is gelegen in het historisch dijklint langs het Bosch. De karakteristieken welke benoemd staan in de dijkvisie (zie ook paragraaf 4.4.3) zijn als basis gebruikt voor het kavelpaspoort, zodat de nieuwe woning op een passende manier wordt vormgegeven in het dijklint. Dit heeft geleid tot enkele uitgangspunten waar de nieuwe woning aan moet voldoen: • • • • • • • •

• • •

Op het perceel is maximaal 1 woning toegestaan; De maximale bouwhoogte is 8,5 m en de goothoogte is maximaal 4 m; Het maximale bebouwingspercentage voor het gehele perceel is 30 %, inclusief bijbehorende bouwwerken (468 m² ÷ 0,3 = 140,4 m2); Het hoofdgebouw heeft een footprint van maximaal 90 m2; De begane grondvloer ligt op straatniveau; De rooilijn ligt tussen de 1 en 3 meter uit de kavelgrens; De woning wordt ontworpen voor deze locatie en is geen cataloguswoning; Het ontwerp van de gevels mag historiserend zijn, maar moet verplicht aansluiten bij de dijkkarakteristieken. Voor verdere toelichting op de karakteristieken van dijkwoningen wordt verwezen naar de Dijkvisie Papendrecht en de Welstandsnota van Papendrecht; De gevelindeling is verticaal georiënteerd; Materialen en kleurgebruik zijn natuurlijk en afgestemd op de omgeving; Een aan huis gebonden beroep is mogelijk. Detailhandel op deze plek is niet toegestaan.

Om de kaders uit het kavelpaspoort ook juridisch-planologisch vast te leggen, worden onderdelen van het kavelpaspoort opgenomen in de regels van dit plan. In de regels van dit plan is ook opgenomen dat het bevoegd gezag nadere eisen kan stellen omtrent de karakteristiek en vormgeving van het hoofdgebouw, om te waarborgen dat de nieuwe woning past binnen de karakteristieken van het dijklint.

Pagina 13 van 66

Afbeelding 12: Uitsnede kavelpaspoort

Pagina 14 van 66

3.2 Verkeer en parkeren Ontsluiting De nieuwe woning zal ontsloten worden via het Bosch. De aansluiting van het perceel op gemeentegrond zal vanuit de toekomstige koper plaatsvinden (en binnen het kadastrale perceel). Parkeren Het college heeft op februari 2018 de 'Parkeernormennota Papendrecht 2018' vastgesteld. Deze dient in alle bestemmingsplannen opgenomen te worden en in de regels via een dynamische verwijzing te zijn geborgd. Uitgaande van het type ‘koop, vrijstaand’ liggend in ‘schil centrum’ van een sterk stedelijk gebied wordt uitgegaan van een gemiddelde parkeernorm van 1,6 parkeerplaatsen voor de woning (waarvan 0,3 parkeerplaats voor bezoekers). Het parkeren wordt op binnen het plangebied opgelost door op het zijerf te parkeren. In de regels is vastgesteld dat het parkeren op het woonperceel uitsluitend op het westelijk gelegen zijerf kan plaatsvinden.

Afbeelding 13: Beoogde parkeeroplossing

De parkeernormennota Papendrecht gaat bij lange smalle opritten maar uit van 1 parkeerplaats, wat betekent dat niet aan de gestelde parkeernormering uit de parkeernormennota van de gemeente Papendrecht wordt voldaan. CROW publicatie 381 gaat echter uit van 1,3 parkeerplaatsen bij lange smalle opritten, wat zou betekenen dat de parkeerbehoefte voor de bewoners volledig op eigen terrein wordt opgelost. Resteert nog 0,3 parkeerplaatsen voor bezoekers. Gezien deze kleine Pagina 15 van 66

parkeerbehoefte kan gesteld worden dat deze behoefte in het openbaar gebied te vinden is. Naast elkaar parkeren leidt tot een onwenselijke stedenbouwkundige situatie, waardoor is besloten om af te wijken van de parkeernormennota Papendrecht. Naast elkaar parkeren zal er toe leiden dat de nieuwe woning op de rand van het perceel moet worden gesitueerd. Op deze manier wordt de bebouwing aan de dijk een stuk onregelmatiger van aard. Dit is stedenbouwkundig gezien onwenselijk. Een woning midden op het perceel met daarnaast slechts één rij auto's vormt een mooier straatbeeld dan twee auto's naast elkaar met aan de rand van het perceel een woning. Omdat de woning aan het dijklint ligt en het dijklint een beeldbepalende locatie is, wordt het stedenbouwkundig belang relatief hoog aangeschreven. De mogelijke negatieve effecten van het afwijken van de parkeernormennota zijn in dit geval beperkt. Het gaat om één woning, waar slechts één huishouden kan wonen. De kans dat de auto's niet achter elkaar worden geparkeerd, omdat de achterste auto in de weg staat van de voorste auto is namelijk ook beperkt. Resumé, het stedenbouwkundig belang weegt in dit geval zwaarder dan het belang om de positionering van de benodigde parkeerplaatsen op het perceel volledig binnen de kaders van de parkeernormennota te realiseren.

In de regels van dit plan is in artikel 4.5.3 een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waarmee het realiseren en de instandhouding van 2 parkeerplaatsen op het zijerf van dit perceel juridisch-planologisch geborgd is. Verkeersgeneratie Om de verkeersgeneratie van het plan te berekenen, is er gebruikgemaakt van de CROW-publicatie 381. Daarbij zijn de gemiddelde kencijfers gehanteerd. Met betrekking tot de stedelijkheidsgraad, de stedelijke zone en de woningcategorieën is aangesloten bij het parkeerbeleid van de gemeente Papendrecht. Het CROW stelt in dat geval dat een vrijstaande koopwoning zorgt voor een verkeersgeneratie van 7,7 bewegingen per etmaal. Gesteld wordt dat een dergelijke geringe toename gemakkelijk opgenomen kan worden door de omliggende infrastructuur.

3.3 Houtopstanden Binnen het plangebied zijn enkele bomen aanwezig die zullen worden gekapt ten behoeve van de bouw van de woning. De bomen zijn niet opgenomen in de Groene kaart Papendrecht. Dat betekent dat voor de kap van de bomen geen omgevingsvergunning nodig is. Wel moet worden nagegaan of er beschermde flora en/of fauna aanwezig zijn binnen het plangebied. Dit is in §5.8 van deze toelichting onderzocht en beschreven.

Pagina 16 van 66

Plangebied

Afbeelding 14: Uitsnede Groene kaart Papendrecht

Pagina 17 van 66

4.

Beleidskader

4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • duurzaam economisch groeipotentieel; • sterke en gezonde steden en regio's; • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Het plan is zeer kleinschalig van aard, er worden geen rijksbelangen geschaad.

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.

Pagina 18 van 66

4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt.

In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.’ De wetgever heeft geen specifiekere definitie gegeven van wat een ‘stedelijke ontwikkeling’ is. Inmiddels biedt jurisprudentie wel een beoordelingskader van welke ontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt: ‘De bouw van één woning is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder (ABRvS 14 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:156). Ook een plan dat voorziet in de planologische inpassing van drie woningen is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 5 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3929). De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is tevens niet van toepassing op een ontwikkeling waarbij zes woningen mogelijk worden gemaakt (ABRVS 18 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013: 2471).

Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS: 2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3).’ Het plan voorziet in de realisatie van één woning. Vanuit jurisprudentie is in dit geval geen sprake van een nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ en is toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk.

Pagina 19 van 66

4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (2022) Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie Zuid Holland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie Zuid Holland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. Op 2 februari 2022 is een herziening van de Omgevingsvisie gepubliceerd (Omgevingsvisie Zuid-Holland – Herziening 2021). De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zeven richtinggevende ambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van ZuidHolland. 5.

Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Beter benutten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) Conform het provinciaal beleid van Zuid-Holland vinden nieuwe ontwikkelingen bij voorkeur plaats binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft echter te worden opgevangen binnen BSD. Conform het provinciaal beleid kunnen kleinschalige stedelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten (in de bebouwde ruimte). Onder “bebouwde ruimte” wordt het stelsel verstaan van de stedelijke agglomeratie, het systeem van kernen en linten en het logistiek-industrieel systeem.

Daarbij zet de provincie Zuid-Holland in op het beter benutten van de bebouwde ruimte. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke Pagina 20 van 66

transformatie. Tegelijkertijd is er het streven om de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren. Het plangebied is gelegen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Het plan sluit hiermee aan bij het provinciaal beleid om de verstedelijkingsopgave primair te realiseren binnen bestaand stedelijk en bebouwd gebied. Ruimtelijke kwaliteit Gezien het sterke contrast tussen een dynamische stedelijke omgeving en open deltalandschappen in Zuid-Holland, is zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in het bijzonder van belang. Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. De essentie van het ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten toevoegen aan het gebied en de samenleving. Middels het plan krijgt het plangebied een nieuwe invulling in de vorm van een woonkavel waarop een woning gebouwd kan worden.

De nieuwe woning wordt op een verantwoorde wijze stedenbouwkundig ingepast, aansluitend op de karakteristieken van het cultuurhistorisch waardevolle dijklint langs het Bosch. De woning wordt gasloos gerealiseerd en waar mogelijke worden enkele duurzame toepassingen zoals zonnepanelen toegepast. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland (2022) Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 2 februari 2022 de Omgevingsverordening geactualiseerd. Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmings plannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a.

De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: Pagina 21 van 66

zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; c. Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: ▪ Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. ▪

Gezien de schaal en aard kan het plan worden geschaard onder de categorie ‘inpassen’. Het plan voorziet in de toevoeging van een woning het dijklint, waarbij de ritmiek van de woningen wordt gevolgd. Als het ware wordt een ‘gat’ in de lintbebouwing opgevuld door een woning die qua schaal, opzet en uitstraling passend is in het dijklint. Het plan is qua aard en schaal passend in het gebied. Stedelijke ontwikkelingen In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Het plan voorziet in de realisatie van een enkele woning. Vanuit jurisprudentie (zie paragraaf 4.1.3) is in dit geval geen sprake van een nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ en is toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk.

Pagina 22 van 66

4.3 Regionaal beleid 4.3.1 Groeiagenda 2030: Goed leven in de Drechtsteden De Groeiagenda 2030 is de strategische visie voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de Drechtsteden in de periode 2018-2030. De Groeiagenda focust zich op vier hoofdopgaven: 1. Werken en Economie: De regionale ambitie is een groei van 30.000 banen in deze regio, passend bij het profiel van ons bedrijfsleven; 2. Bouwen en Wonen: De regionale ambitie is het opleveren van 25.000 nieuwe woningen en daarmee het herstel van de balans op de woningmarkt in de Drechtsteden en tussen de Drechtsteden onderling; 3. Energietransitie: De regionale ambitie is om van de Drechtsteden een koploper in de energietransitie te maken door te stoppen met het gebruik van aardgas en andere fossiele brandstoffen en in te zetten op energiebesparing en de duurzame opwek van energie; 4. Bereikbaarheid en mobiliteit: De regionale ambitie is een goede bereikbaarheid voor alle modaliteiten en een verschuiving naar meer duurzame vervoersmodaliteiten als fiets en ov. Het plan betreft slechts de toevoeging van één woning. Daarmee wordt bijgedragen aan de hoofdopgave om te komen tot 25.000 nieuwe woningen. Tevens zal de woning ten aanzien van het aspect energietransitie niet worden aangesloten op het gasnetwerk en zelf stroom opwekken door bijvoorbeeld het toepassen van zonnepanelen en een warmtepomp.

4.3.2 Regionale woonvisie 2017-2031 ‘Goed wonen in de Drechtsteden’ De afgelopen jaren lag de focus van het woonbeleid van de regio Drechtsteden op de kwaliteit van het wonen in de Drechtsteden. Doelstellingen hadden betrekking op het realiseren van aansprekende woonmilieus en bijzondere woningen. Daarnaast was er aandacht voor de toekomstwaarde van bestaande wijken in het algemeen, en de kwaliteit en spreiding van de sociale voorraad in het bijzonder. Als gevolg van het economisch herstel is de woningmarkt in 2015 weer in beweging gekomen. Inmiddels is duidelijk dat er in de zuidvleugel van de Randstad een forse nieuwbouwopgave ligt. De regio Drechtsteden is voornemens hier een bijdrage aan te leveren. In deze woonvisie worden de kwalitatieve ambities verbonden met een kwantitatieve groeidoelstelling. De centrale ambitie is vertaald in 20 kernpunten: 1. De zeven Drechtstedengemeenten verplichten zich gezamenlijk tot realisatie van woningen voor de autonome opgave door groei van het aantal huishoudens met 9.560 tot 2031. 2. Door alle zeven gemeenten wordt naarstig gezocht naar locaties/mogelijkheden om de plancapaciteit te verhogen tot het per gemeente gewenste aantal. Zo gewenst leidt dit tot uitwisseling van woningbouwopgaven tussen de gemeenten. 3.

De zeven gemeenten gaan een inspanningsverplichting aan om naast de autonome groeiopgave te zoeken naar locaties om zo’n 15.000 woningen te realiseren. Hierbij is de opgave op zich meer van belang dan het jaartal van realisatie (2031).

Pagina 23 van 66

4. In 2035 is de gebouwde omgeving in de Drechtsteden energieneutraal. De maatregelen die hiervoor nodig zijn, worden vastgesteld in de regionale en lokale energiestrategieën en uitwerkingsplannen en worden bij de realisatie van de Woonvisie toegepast. 5. De Drechtstedengemeenten werken met alle relevante partners samen op het gebied van ‘langer en passend thuis’. 6. We hanteren de woningbehoeftetabel 2031 als koers voor de verdeling van de woontypen (bij de autonome groei) over het Drechtstedengebied. 7. Bij de nieuwbouwplannen in de koopsector zorgen we voor voldoende aanbod in het duurdere segment (> € 300.000). 8. We zetten in op groei in het duurdere segment om een meer evenwichtig samengestelde bevolking te realiseren. 9. Tevens geven we meer aandacht aan het vasthouden van jongeren/studenten en het aanboren van nieuwe doelgroepen (nieuwe, innovatieve woonconcepten). 10. Op dit moment wordt de voorraad goedkope koopwoningen (< € 177.400) niet uitgebreid. Er kunnen goede redenen zijn om de vraag naar koopwoningen in het middeldure segment (€ 177.400 - € 250.000) te faciliteren. 11. We kiezen voor de sociale huurvoorraad voor een pas-op-de-plaatsbeleid. We houden vast aan de PALT-afspraken voor wat betreft het goed monitoren van de feitelijke ontwikkelingen. 12. Vanwege de verschillen in de sociale huurvoorraad per gemeente realiseren we een meer evenwichtige spreiding.

13. Het pas-op-de-plaats-beleid kan ook ingevuld worden door reductie van de voorraad in een buurt waar een grote concentratie huurwoningen is, met compenserende nieuwbouw op een andere plek die daarvoor beter geëigend is. 14. De ontwikkeling in de onderscheiden segmenten van de sociale huurvoorraad wordt actief gevolgd. Zo nodig wordt het beleid aangepast aan gewijzigde omstandigheden binnen de algemene kaders van deze Woonvisie. 15. De uitgangspunten 11, 12, 13 en 14 worden in samenspraak met de woningcorporaties en de huurdersraden verder uitgewerkt. De resultaten worden medio 2018 vastgelegd in de Prestatieafspraken Lange Termijn. 16. We ontwikkelen een gezamenlijke strategie om beleggers te stimuleren om in de vrije huursector te investeren. Daarnaast bespreken we met woningcorporaties wat zij hierbij kunnen betekenen. De verantwoordelijkheid en de uitvoering blijven lokaal. 17. Om recht te doen aan de lokale situatie, kan de vertaling van de uitgangspunten 11 t/m 16 naar een woningbouwprogramma en prestatieafspraken per gemeente verschillen. Gemeenten geven in hun lokale uitvoeringsparagraaf en het lokale deel (III) van de PALT-afspraken aan hoe ze hiermee omgaan. Randvoorwaarde hierbij is dat de optelsom van lokale plannen voldoende is om de regionale opgave te realiseren. 18.

De zeven gemeenten geven de bijdrage aan die zij aan de vraag naar onderscheidende woonmilieus leveren. 19. Alle zeven Drechtstedengemeenten verplichten zich om locaties te vinden om de woonopgave van deze Woonvisie te realiseren. Zij verantwoorden zich hierover naar elkaar om na te gaan of de optelsom van de lokale plannen leidt tot een adequate uitvoering van de opgave. Pagina 24 van 66

20. Om de uitgangspunten van deze Woonvisie te kunnen realiseren, werken de zeven gemeenten verplichtend samen; hiervoor verantwoorden zij zich naar elkaar over de lokale keuzes en plannen via een bestuurlijke ‘taskforce uitvoering Woonvisie’. De taskforce faciliteert de gemeenten bij de versnelling van de woningbouwprogrammering. De woonvisie vormt de context voor de invulling van de regionale en lokale woningbouwprogramma's, die tegemoet komen aan de behoeften van de regio en die van de afzonderlijke gemeenten en biedt gemeenten ruimte voor eigen invulling. Met het plan wordt een woning toegevoegd aan de woningvoorraad. Er wordt welkom woningaanbod gecreëerd op de markt waar veel vraag is, tevens kan doorstroming worden gestimuleerd. 4.3.3 Energiestrategie Drechtsteden – Energieneutraal 2050 Volgens het Klimaatakkoord 2015 van Parijs dient de opwarming van de aarde in 2050 ten opzichte van 1990 teruggedrongen te zijn tot maximaal 2 graden Celsius, maar liever nog tot anderhalve graad. Voor Nederland betekent dit een beperking van de uitstoot van broeikasgassen met 80% - 95% in 2050. De regio Drechtsteden wil koploper zijn in de energietransitie, zodat er een voorsprong genomen kan worden in deze ontwikkeling. Hierom is de Energiestrategie opgesteld, waar ook de gemeente Papendrecht partij in is.

De ambities binnen dit Energieakkoord zijn als volgt: • Partijen richten zich op Drechtsteden Energieneutraal in 2050, voor de gebouwde omgeving in 2035; • Partijen geven invulling aan deze ambitie langs de vijf richtinggevende ontwikkellijnen: 1. gefaseerd los te gaan van aardgas; geen aardgas bij nieuwbouw en gasnetten niet vervangen; 2. af te gaan van benzine, diesel en andere fossiele energie, zodra dat redelijkerwijs kan; 3. sterk in te zetten op energiebesparing; 4. de resterende energievraag is afkomstig uit duurzame bronnen; 5. dit te realiseren met de hoogst mogelijke maatschappelijke opbrengst. Partijen passen deze ontwikkellijnen toe als referentie bij beleid, ontwikkelingen, investeringen en projecten: • Partijen willen dat doen op een manier die ten goede komt aan de mensen (een betaalbare energievoorziening en voorkomen van energiearmoede), de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de regio, innovatie, werkgelegenheid (ook voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt), circulaire economie en de economische kracht van de regio; • Partijen willen gezamenlijk optrekken om de ambitie te verwezenlijken en deze, waar relevant, gezamenlijk uit werken en communiceren. Ze stellen daarvoor een Samenwerkingsagenda op, met gezamenlijke en individuele acties. De Samenwerkingsagenda is adaptief en wordt periodiek geactualiseerd.

De Samenwerkingsagenda is bovenop de inzet van individuele

Pagina 25 van 66

Partijen die vanuit eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden meewerken aan de energietransitie. De nieuwe woning wordt niet aangesloten op het gasnetwerk en zal moeten voldoen aan de meest recente Bouwbesluit en daarmee bijna energieneutraal gerealiseerd moeten worden. Dat betekent onder andere de woning zal worden voorzien van zonnepanelen en een warmtepomp. Op deze manier wordt op een duurzame wijze energie ter plaatse opgewekt.

Pagina 26 van 66

4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Omgevingsvisie Papendrecht (2021) De Omgevingsvisie Papendrecht, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 januari 2021, beschrijft strategische ambities en doelen voor de leefomgeving voor de lange termijn en dient daarmee als kapstok voor beleidsdocumenten, programma’s en projecten in de fysieke leefomgeving. In Hoofdstuk 2 Identiteit van Papendrecht wordt de ligging aan de rivier als kernkwaliteit benoemd. Papendrecht is van oorsprong ontstaan als dijkdorp met bebouwing langs het water. Vandaag de dag is het historische dijklint nog steeds zichtbaar. Het functioneert als cultuurhistorische ruggengraat en is een belangrijk beeldbepalend element voor Papendrecht. In hoofdstuk 3 kiest de gemeente voor een duurzame koers, een gemeente die investeert in een gezonde en veilige leefomgeving met oog voor de benodigde klimaatadaptatie en energietransitie. Klimaatadaptatie biedt kansen om de leefomgeving te verbeteren, de betrokkenheid van de Papendrechters bij hun leefomgeving te vergroten, de biodiversiteit en ecologie te versterken en de waterbeleving te vergroten. De gemeente wil daarin het voorbeeld geven en inwoners en bedrijven ertoe aanzetten om aanwezige verharding in tuinen en op dakvlakken zo veel mogelijk om te zetten naar groen en water, het liefst in combinatie met zonnepanelen en zonnecollectoren.

Dat zorgt voor een hoger waterbergend vermogen, het draagt bij aan de hittevermindering bij extreem warm weer en biedt kansen voor het vergroten van de biodiversiteit. Hemelwater moet bij voorkeur worden verwerkt op de plek waar het valt. Ook is een kwalitatief en duurzaam afvalwatersysteem van belang. Bij renovatie en nieuwbouw wil de gemeente meer rekening houden met het vergroten van de natuurwaarden in woonen werkgebieden. Denk hierbij aan neststenen en -kasten voor vogels en vleesmuizen, insectenhotels, groene daken en gevels, bloemrijke boomspiegels, ecologische oevers en groene kademuren. Hoofdstuk 4 'Prettig wonen' beschrijft de ontwikkeling van de woningvoorraad: 'In de nabije toekomst (2030) wordt er voor Papendrecht een bevolkingskrimp verwacht. Tegelijkertijd daalt de gemiddelde woningbezetting, waardoor er ondanks de krimp woningen aan de woningvoorraad moeten worden toegevoegd. Naar verwachting zullen er voor 2030 minimaal 460 woningen moeten worden gebouwd. Daarbovenop willen we in het kader van de regionale Groeiagenda voor 2030 200 extra woningen bouwen om bij te dragen aan de versterking van sociaaleconomische positie van de Drechtsteden. Deze bijdrage kan ook de omvang van de verwachte bevolkingskrimp dempen.

Nieuwbouwlocaties zoeken we binnen de bestaande grenzen van Papendrecht.' Hoofdstuk 6 'Sterke verblijfskwaliteit' zegt over herontwikkelingen aan de dijk: 'De beoogde dijkversterking biedt mogelijkheden om bestaande situatie te verbeteren en toekomstbestendiger te maken. Bij toekomstige (her)ontwikkelingen van de dijk kiezen we daarom bewust voor het behouden, versterken en vernieuwen van de ruimtelijke kwaliteit langs de dijken en oevers zodat de rivier en het dijklint beter beleefbaar, herkenbaar en bereikbaar worden. Bij vernieuwing is de randvoorwaarde dat deze past binnen het historische karakter van het dijklint'.

Pagina 27 van 66

De Omgevingsvisie krijgt een vertaling naar het omgevingsplan. Hiertoe bevat hoofdstuk 8.2 'Activiteitenoverzicht' concrete activiteiten met het oog op de verblijfskwaliteit, economische vitaliteit, infrastructuur, milieubelastende activiteiten en bouwen, slopen en aanleg in en van de fysieke leefomgeving. Elke activiteit bevat een korte toelichting en een richtinggevende uitspraak voor het omgevingsplan. Hoofdstuk 8.7 bevat een richtinggevende uitspraak over Bouwen in het dijklint: 'Om het dijklint te ontwikkelen in lijn met de Dijkvisie, is een vertaling hiervan naar het omgevingsplan nodig, gecombineerd met een actualisering van het Welstandsbeleid. We stimuleren huidige eigenaren van het dijklint om kwalitatieve verbeteringen te realiseren.' Het plan betreft de toevoeging van een enkele woning binnen de structuur van het dijklint. Hiermee wordt er efficiënt gebruik gemaakt van de beschikbare ruimte. Het plan koestert het historisch dijklint als herkenbaar relict ter plaatse, welke het dorpse karakter bewaakt. 4.4.2 Dijkvisie Papendrecht Gezien het dijklint de oorsprong is van Papendrecht is er een dijkvisie opgesteld door de gemeente. Middels de visie wordt het koesteren en versterken van het dijklint nagestreefd, zodat iedereen nu en in de toekomst goed kan wonen, leven en werken in Papendrecht.

De visie is kaderstellend voor toekomstige ontwikkelingen en biedt samenhangend ruimtelijke en functioneel beleid voor het dijklint. Voor plannen binnen het historisch dijklint gelden tien karakteristieken als leidraad: 1. Het dijkhuis reageert op het hoogteverschil; 2. De gevel is verticaal ingedeeld en met zorg vormgegeven; 3. Het dijkprofiel is altijd herkenbaar; 4. Ieder pand is anders; 5. Tussen de bebouwing zijn doorkijkjes naar de tuinen en het achterland; 6. De voorgevelrooilijnen verspringen; 7. Bebouwing aan de dijk is kleinschalig; 8. Aan de dijk wordt gewoond en gewerkt; 9. (Groene) erfinrichting draagt bij aan een landschappelijk dijklint; 10. Stoepen en stegen zijn de basis voor uitbreidingen op diepe percelen; De dijkvisie biedt mogelijkheden voor kleine initiatieven met respect voor het karakter van het dijklint. Met dit plan wordt een extra woning in de structuur van het dijklint toegevoegd, met respect voor de aanwezige karakteristieken van het dijklint langs het Bosch. Het plan is getoetst aan de bovenstaande 10 karakteristieken die in de dijkvisie zijn genoemd.

Pagina 28 van 66

Afbeelding 15: Tien karakteristieken als leidraad bij verbouw en nieuwbouw op het dijklint

Het plan is getoetst aan de 10 karakteristieken: 1. De hoogteverschillen op het perceel blijven ongewijzigd, het ontwerp van de woning past zich hierop aan; 2. De gevel van de woning wordt verticaal georiënteerd en de gevels worden met zorg ontworpen. Materialen en kleuren zijn natuurlijk en afgestemd op de omgeving. Dit is niet als zodanig opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan, maar zal bij de welstandstoetsing aan de orde komen; 3. Het plan voorziet in het toevoegen van een passende woning in het dijklint. Zodoende wordt als het ware een ‘kraal’ aan de ketting toegevoegd. De openbare weg wordt als ‘draad’ van de ketting niet aangepast als gevolg van dit plan, waardoor deze de woningen blijft verbinden, zorgt voor continuïteit en ervoor zorgt dat het dijklint herkenbaar blijft. De individuele dijkhuizen langs het Bosch vormen gezamenlijk een bebouwingslint dat de dijk als bijzondere structuur blijft onderscheiden. Daarnaast wordt het parkeren op het eigen terrein opgelost; 4. Met dit plan wordt geen vast ontwerp vastgesteld, maar de opzet van de woning wordt wel met dit plan bepaald. Zo staat het vrijstaande hoofdgebouw haaks op het Bosch, krijgt het een maximale footprint van 90 m² en een maximale goot- en bouwhoogte van 4 en 8,5 meter.

De nieuwe woning wordt aan de oostzijde van het perceel gerealiseerd, nabij de woning Bosch 85, maar wordt qua opzet 90 graden gedraaid ten opzichte van deze woning. Daarmee ontstaat er afwisseling en zorgt het plan ervoor dat deze woning anders is dan de woningen in de nabijheid; 5. Het hoofdgebouw wordt niet in het midden van het perceel gerealiseerd, maar iets uit het midden. Daardoor is er ruimte voor het creëren van een doorkijkje. 6. De voorgevelrooilijn van de woning komt op 1 tot 3 meter uit de kavelgrens. De rooilijn van de voorgevel van de nieuwe woning komt daarmee tussen de

Pagina 29 van 66

voorgevelrooilijnen van de naastgelegen woningen. Het plan draagt daarmee bij aan de karakteristiek van verspringende rooilijnen aan de dijk; 7. De nieuwe woning krijgt een footprint van maximaal 90 m² en een maximale goot- en bouwhoogte van 4 en 8,5 meter. Daarmee sluit de woning qua maatvoering aan bij de overige woningen en is de woning daarmee qua schaal passend in het dijklint. Dat geldt overigens ook voor de aan- en bijgebouwen bij de woning. Deze zullen kleinschalig ogen door de opgenomen maximale goothoogte van 3 meter (en een maximale bouwhoogte van 3 meter voor luifels en overkappingen). Het maximale bebouwingspercentage bedraagt 30%; 8. Het plan voorziet in het realiseren van een woning om in te wonen. Ondergeschikt aan het wonen zijn ook kleinschalige aan-huis-gebonden beroepen toegestaan. Detailhandel is niet toegestaan; 9. Het bestemmingsplan biedt ruimte om het erf groen in te richten. De koper van de kavel zal geïnformeerd worden door de gemeente over de nut en noodzaak/het belang van een groene inrichting van het perceel; 10. Stoepen en stegen zijn bijzondere elementen aan de kralenketting. Ze vormen als het ware een stukje ketting dat als zijspoor aan de hele kralenketting is gehangen. Het creëren van stoepen en stegen is alleen relevant bij uitbreidingen op diepe percelen. Dit is hier niet het geval.

Het plan en de opzet van de woning is passend in het dijklint en is in overeenstemming met de Dijkvisie Papendrecht. In de regels van dit plan is opgenomen dat het bevoegd gezag nadere eisen kan stellen omtrent de karakteristiek en vormgeving van het hoofdgebouw, om te waarborgen dat de nieuwe woning past binnen de karakteristieken van het dijklint. 4.4.3 Papendrechts Woonplan 2020-2030 Met dit plan geeft de gemeente Papendrecht aan hoe de gemeente het goed wonen in Papendrecht ook in de toekomst wil borgen voor de (toekomstige) inwoners. Tevens geeft de gemeente hiermee op het terrein van wonen uitvoering aan de ‘Groeiagenda 2030 - goed leven in de Drechtsteden’ en de ‘Regionale woonvisie 2017-2031 - goed wonen in de Drechtsteden’. De gesprekken met andere partijen, zoals Woonkracht10, Combiraad, ontwikkelende partijen, Drechtstedengemeenten en inwoners vormden input voor het woonplan.

De gemeente is tot de volgende strategische uitgangspunten gekomen: • voldoende woningen realiseren om de autonome huishoudensgroei op te kunnen vangen; • woningen realiseren om een bijdrage te leveren aan de regionale groeiagenda; • toevoeging van de woningvoorraad vindt vooral plaats in het duurdere segment; • het nieuwbouwprogramma stimuleert doorstroming, zodat in de bestaande woningvoorraad woningen vrijkomen voor starters, huishoudens met een laaginkomen en beginnende doorstromers; • de gemeente staat open voor experimentele bouwinitiatieven voor starters en bijzondere woonvragen; • initiatieven die leiden tot verbetering en grotere diversiteit van de sociale huurwoningvoorraad worden ondersteund;

Pagina 30 van 66

• • •

nieuwe woningen zijn duurzaam en dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving; de gemeente streeft naar duurzame huisvesting van kwetsbare groepen; de gemeente houdt de leefbaarheid in de Papendrechtse wijken op peil en zal deze waar mogelijk verbeteren.

In het Papendrechts Woonplan 2020-2030 is een behoefte voorzien van tenminste 460 woningen in de komende 10 jaar, om te voorzien in de autonome bevolkingsontwikkeling en het draagvlak voor voorziening op voldoende peil te houden. Met het toevoegen van een woning wordt bijgedragen aan deze doelstelling. 4.4.4 Strategie klimaatadaptatie Papendrecht De Strategie geeft richting aan de wijze waarop Papendrecht zich aanpast aan het veranderende klimaat. Papendrecht wil een klimaatbestendige gemeente zijn, waarin het – nu en in de toekomst – fijn is om te wonen en werken. Klimaatadaptatie geeft de kans om de leefomgeving te verbeteren, de betrokkenheid van de Papendrechters bij hun leefomgeving te vergroten en de biodiversiteit en ecologie te versterken. De Strategie bestaat uit vijf richtingswijzigers: 1. De basis op orde Het behouden en onderhouden van het huidige systeem van riolering, singels, gemalen, groen en maaiveld. Wat er is moet in goede staat blijven, en waar mogelijk iets verbeteren. 2. Keuzes op basis van prioriteit De impact van het klimaat op bereikbaarheid, leefbaarheid en gezondheid verschilt in verschillende delen van Papendrecht. Door onderscheid te maken wordt focus aangebracht in opgaven. 3.

Het benutten van ontwikkelingen in de stad Reconstructies van de openbare ruimte worden aangegrepen om de openbare ruimte klimaatadaptief in te richten (werk-met-werk maken). 4. Het toevoegen van meer waarde De genomen maatregelen zijn goed voor de leefomgeving. De maatregelen zijn niet persé technisch en financieel optimaal, maar dragen ook bij aan een comfortabele, leefbare en aantrekkelijke stad. 5. Bewuste en gestimuleerde Papendrechters Papendrechtse inwoners en bedrijven zijn zich bewust van de effecten van een veranderd klimaat. Met het plan wordt slechts één woning gerealiseerd. Bij de uitwerking van de woning wordt rekening gehouden met het aspect klimaatadaptatie en energie-opwekking. De gemeente zullen de bewoners van de nieuwe woning informeren hoe de woning en tuin klimaatadaptief ingericht kan worden en worden bewust gemaakt van de effecten van klimaatverandering. 4.4.5 Visie op het groenblauwe netwerk Op 12 december 2013 heeft de gemeenteraad van Papendrecht de visie op het groenblauwe netwerk vastgesteld. In deze ruimtelijke visie wordt een ambitie neergezet voor het verder versterken van de groene leefomgeving in Papendrecht. Met deze visie op het groenblauwe netwerk presenteert het college een schets, een

Pagina 31 van 66

mogelijk toekomstbeeld voor de Papendrechtse groen- en waterstructuur. De visie laat zien waar kansen liggen, waar winst te behalen is en welke keuzemogelijkheden er zijn. Met het vaststellen van de visie wordt geen uitvoeringsprogramma vastgesteld. De visie zal gebruikt worden als inspiratiekader bij initiatieven en ontwikkelingen. Het plan voorziet in de mogelijkheid om een woning met bijbehorende bouwwerken te bouwen. Daarmee wordt een stukje groen langs het historisch dijklint weggenomen. In de regels van dit plan is opgenomen dat maximaal 30% van het perceel bebouwd mag worden. Daarmee wordt voorkomen dat het perceel wordt ‘volgebouwd’ en blijft er ruimte over voor een groene inrichting van het perceel. De toekomstige bewoners zullen tevens geïnformeerd worden over het belang van groene tuinen om te nieuwe bewoners te stimuleren om de tuin niet van overtollige verharding te voorzien. 4.4.6 Welstandsnota Papendrecht 2012 De gemeente Papendrecht heeft in 2004 een welstandsnota vastgesteld zoals aangegeven in de Woningwet. Hierin zijn beoordelingskaders opgenomen voor gebieden en objecten, die hun grondslag vinden in de samenhang van het bebouwingsbeeld, stedenbouwkundige kenmerken en landschappelijke structuren. Met de herziening van 2012 wil de gemeente het welstandsbeleid actualiseren en meer afstemmen op de beleving van de burger.

Doel van het welstandsbeleid is het welstandstoezicht helder onder woorden te brengen en op een effectieve en controleerbare wijze in te richten. Daarbij is het van belang aanvragers door middel van de welstandsnota van tevoren op de hoogte te stellen van de aspecten die een rol spelen bij de welstandsbeoordeling. Het welstandsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden een rol te geven bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen.

Pagina 32 van 66

Plangebied

Afbeelding 16: Uitsnede niveaukaart welstand

Het plangebied ligt in het centrale dijklint. Het centrale dijklint ligt verhoogd aan de zuidrand van Papendrecht en heeft gevarieerde, kleinschalige bebouwing uit diverse periodes in een gegroeide en compacte structuur met als basis het individuele pand met een kleinstedelijk karakter. De bebouwing staat in het algemeen langs de dijk, waarbij het hoofdgebouw op kruinhoogte is gesitueerd. De bebouwing varieert in dichtheid en bestaat voornamelijk uit woningen in combinatie met enkele winkels en bedrijven. De bebouwing staat meestal vrij. Hoofdgebouwen zijn met de voorzijde gericht op de weg. Rooilijnen volgen de weg en verspringen. De woningen zijn individueel, afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw bestaande uit een onderbouw van één tot twee lagen met kap. Op- en aanbouwen komen veel voor en deze zijn in het algemeen ondergeschikt aan de hoofdmassa. Gevels van woningen zijn veelal representatief. Met name de oudere woningen zijn verticaal geleed met staande ramen. Winkels en bedrijven hebben veelal een afwijkende begane grond. De detaillering is zorgvuldig en gevarieerd, van eenvoudig tot rijk. Gevels van oudere woningen zijn voorzien van elementen als siermetselwerk, gevellijsten, windveren en dergelijke. De gevels van de woningen zijn van baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal en soms gepleisterd.

De daken van de woningen zijn gedekt met pannen. Uitzondering is het grootschalige appartementengebouw aan het Westeind ter hoogte van de Industrieweg. Dit relatief recente gebouw wijkt af in hoogte en schaal. Andere uitzondering zijn enkele woningen van meer recente datum die op Pagina 33 van 66

relatief grote afstand van de dijk staan. Deze woningen staan ook op kruinhoogte waardoor het profiel van de dijk op deze plekken verbreed is. Bijzondere elementen zijn gebouwen met een bijzondere functie, zoals de muziektent en voormalige kazerne. Deze gebouwen vormen accenten door hun ligging in het lint en wijken af in massa, opbouw en vorm. Andere bijzondere elementen zijn de woonboten in de Gantel. Waardebepaling en ontwikkeling De waarde van het dijklint is vooral gelegen in de afwisseling en kleinschaligheid van de bebouwing en de relatie met het achterliggende landschap als gevolg van in omvang variërende doorkijkjes. Diverse panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. De dynamiek van het gebied is gemiddeld tot hoog en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkapellen en aanbouwen. Bijzonder welstandsgebied Het centrale dijklint is een bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van de ruimtelijke kwaliteit van het lint en het bewaren van de eenvoud in de kleinschalige hoofdmassa's en het kleurgebruik. Bouwplannen binnen de invloedssfeer van monumenten en beeldbepalende panden respecteren de historische waarden van het object en de omgeving. Ook voor nieuwe gebouwen worden specifieke oplossingen gevraagd, in lijn met de historische context van het dijklint.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/876/documents/12843